Msm12 Magazine Webversie

698 views
593 views

Published on

Magazine t.g.v. jubielum 30 jaar Musica Sacra Maastricht

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
698
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Msm12 Magazine Webversie

  1. 1. Musica Sacra Maastricht 2012 1Musica SacraMaastrichtRiten & Rituelen 6 t/m 9 do 6 vr 7 september za 81983-2012 • 30 jaar festival 2012 zo 9
  2. 2. 2
  3. 3. Musica Sacra Maastricht 2012 1 inhoudRiten & Rituelen artikelen • Maastricht, dé stad voor Festival Musica Sacra 2 lieke wijniaAnno 2012 zijn Riten en Rituelen niet weg te denken uit onze maatschappij. • Rite, rede en religie 6Kenmerkend is de herhaalde symbolische handeling en het openbarende marietje kardaunkarakter ervan. Rituelen veroorzaken veelal een opmerkelijke versterking van • Van Festival Religieuze Muziek het gemeenschapsgevoel. naar Musica Sacra Maastricht 10 lieke wijniaVanaf de jaren zestig van de vorige eeuw ontstond er echter een duidelijke • Monumenten als decor 16crisis van het ritueel. Zeker de West-Europese christelijke rituelen verdwenen meyke houbenuit de samenleving door de sterk afnemende deelname daaraan. Het ritueel • Festival Musica Sacrakreeg een negatieve lading, al wezen auteurs op het ontstaan van protest- Maastricht: Van het eerste uur 18rituelen. Ook rondom geboorte, huwelijk en dood kondigden zich nieuwe lieke wijniavormen van riten aan, zij het soms nog te vluchtig en vaak te vormloos. • Shingon-boeddhisme in Japan 24 heinz-dieter reeseIn de jaren negentig zag men plots een grote bloei in rituelen. Een heront- • Kamagurka’s heilige inspiratie 55dekking? In de overdaad werd chaos, onwetendheid en richtingverlies waar­ • Kunst en geloof,genomen: vorm en inhoud vonden elkaar nog niet. Studies over rituelen in het museum als tempel 57de verschillende cultuurwetenschappen hadden het druk met onderzoek, joost zwagermanopvattingen en uiteenzettingen. Allerlei oude en nieuwe rituelen verschenen • Sacraal theater:in het medialandschap. Nu, in 2012, zijn riten opnieuw springlevend in eigen­ voorbij de grote gebaren 61tijdse symboolhandelingen. pieter t’jonck • Le Sette Chiese 64Musica Sacra Maastricht confronteert de mens van deze tijd met talrijke clemens romijnuitingen van rituelen, Europees en mondiaal, zowel uit het verleden als hetheden. Rituelen nemen immers een belangrijke plaats in door de wijzewaarop de mens in alle tijden aan de hand van symboolhandelingen vragen in gesprek met…stelt. Zoals: wie is de mens in deze wereld? Waar gaat het leven heen? Hoe • Ana Mihajlovic 9sta ik in relatie met de ander of Ander? Wat is doodgaan? Wat zijn symbolen? • Antoine Bodar 14Wat bewerken ze? Wat doen we met ons verstand als het redeneren stopt? • Peter Missotten 23Welke communicatie zit verborgen in rituelen? Hoe onthullen en verhullen • Marijn Veeders 54ze de werkelijkheid? Colofon 67Musica Sacra Maastricht geeft ook in deze jubileumeditie geen antwoorden,maar wel stof tot overdenking in kunstzinnige vormgevingen die verstand,gevoel en alle zintuigen aanspreken. festivalprogramma 2012Dertig jaar op zoek naar een verdieping van onze werkelijkheid via dekunsten, in confrontatie met de mysterieuze dimensies van het bestaan, pagina 28 do 6waaraan wij – aarzelend, voorlopig en toch helder – de naam Musica SacraMaastricht hebben gegeven. 32 vr 7De programmacommissie 38 za 8 Sacraliser, c’est faire de la poésie avec de la prose. 45 zo 9 Régis Debray, Jeunesse du sacré (2011) Randprogrammering & Festivalschema 52 Programma-overzicht 68
  4. 4. 2 Maastricht, dé stad voor Het festival Musica Sacra vindt sinds de eerste editie in 1983 plaats in Maastricht. Waarom is deze stad zo geschikt voor een festival dat bepaald wordt door muziek, religie en sacraliteit? Het antwoord is onder meer terug te vinden in de geschiedenis van Maastricht. door Lieke Wijnia onderzoeker aan Universiteit Tilburg Maastricht, zoals afgebeeld in Civitates Orbis Terrarum (verschenen tussen 1572 en 1617) van Georg Braun en Franz Hogenberg
  5. 5. Musica Sacra Maastricht 2012 3Festival Musica Sacra M aastricht kent vele kerken en (voormalige) kloosters. Ondanks de wisselingen van machthebbers die de stad regeerden, was Maastricht al vroeg een aantrekkelijke plaats voor religie. Vanaf 1204 wordt Maastricht, een belangrijke handelspost aan de Maas, geregeerd door twee heersers: de Hertog van Brabant en de prinsbisschop van Luik. Deze ‘tweeherigheid’ blijft in stand tot de Franse ver- overing in 1794. Menig ver- en herovering heeft in deze periode plaats gevonden en de stad komt achtereenvolgens onder Luikse, Spaanse en Franse heerschappij. Om zich te beschermen tegen de dreigingen van buitenaf bouwt Maastricht een degelijke stadsmuur; binnen de muur is het min of meer veilig. Juist die relatieve veiligheid is de reden dat menig klooster zich in de stad vestigt. Op het hoogtepunt, in de zeventiende eeuw, zijn er 22 kloosters in gebruik. Allen hebben ze in meer of mindere mate hun sporen in de stad achtergelaten. Maastricht is daar- naast een pelgrimsoord: pelgrims trekken naar het graf van Sint Servaas, de patroonheilige van de stad, waar wonderen zouden plaatsvinden. Heiligdomsvaart Maastricht kent dus niet alleen een wereldlijke geschiedenis, maar ook een religieuze. Die religieuze geschiedenis komt onder meer tot uiting in de Heiligdomsvaart, die eens in de zeven jaar ter ere van Sint Servaas wordt georganiseerd en waarbij zijn relieken aan het publiek worden getoond. Er bestaat een lange geschiedenis van vieringen rondom deze patroonheilige. Op 10 augustus 1039 wordt de Sint Servaasbasiliek, gebouwd op het graf van de heilige, gewijd. Sinds­ dien wordt deze wijdingsdatum jaarlijks gevierd met een zogenoemde kerkmis, waarbij de relieken aan de kerkgangers worden getoond. Daaromheen worden activiteiten georganiseerd ter vermaak van de stadsbewoners. Hier komt de verbastering van kerkmis naar kermis vandaan.1 In 1391 is er voor het eerst sprake van de Heiligdomsvaart. Door de geschiedenis heen zijn er perioden waarin de vaart volop wordt gevierd, maar ook tijden waarin de religieuze rijkdommen zorgvuldig achter slot en grendel worden gehouden en er geen Op het hoogtepunt, in de zeventiende festiviteiten plaatsvinden. Vanaf 1829 eeuw, zijn er in Maastricht 22 kloosters wordt de Heiligdomsvaart ononder­ in gebruik. broken iedere zeven jaar gevierd. Bij gelegenheid van de vijftigste Hei- ligdomsvaart in 1983 wordt de eerste editie georganiseerd van wat later Festival Musica Sacra Maastricht zal heten. In dat jaar wil de organisatie van de Heiligdomsvaart de festiviteiten rondom de feestdag van Sint Servaas uitbreiden en combineren met de plechtigheden van de processie. De festiviteiten vinden plaats onder de noemer Festival voor Religieuze Muziek. Het festival wordt georganiseerd door het Cultureel Centrum (nu Theater aan het Vrijthof) en ge- 1 Brochure Heiligdomsvaart 1983, Stichting Het Graf van Sint Servaas, Maastricht 1983, pp.7-8.
  6. 6. 4 Maastricht, dé stad voor Festival Musica Sacra steund door de lovende reacties wordt er gekozen voor een jaarlijks terugkerend festival. In 1984 manifesteert het festival zich binnen het kader van het negende eeuwfeest van Sint Servaas. Het daaropvolgende jaar valt het onder het Europese Muziekjaar Musica 1985.2 Vanaf 1986 opereert het festival als een zelfstandig evenement. Historische locaties Het eerste festival duurt even lang als de Heiligdomsvaart: gedurende twee weken is er elke dag in ieder geval één lunch- en één avondconcert. In de daaropvolgende festival- edities wordt de stadsschouwburg als festivalbasis in gebruik genomen en de duur teruggebracht naar tien dagen. Het verder terugbrengen van de festivalduur ge­ beurt gelijktijdig met de naamsverandering in 1988. Vanaf dan is het een weekendfestival. De concerten vinden plaats in historische en kerkelijke gebouwen. ‘Deze kerken zijn © Sanne Willemsen stuk voor stuk monumenten van geloofsbeleving en cultuurgeschiedenis, schoonheden van architectuur en in levend gebruik’, schrijft initiatiefnemer Theo Kersten in het voorwoord van de eerste festivalbrochure in 1983. Ondanks de veranderde vorm blijven historische locaties een bepalend kenmerk in de programmering. Bij ieder concert wordt de meest toepasselijke locatie gezocht, zowel qua akoestiek als sfeer. Het uitgangspunt is dat de zeggingskracht van muziek deels afhangt van de ruimte waarin zij gespeeld wordt.3 Met haar kerken, historische locaties en een geschiedenis die nauw verbonden is met het christendom, roept Maastricht vele vormen van sacraliteit op. Fons Dejong, lid van de programmacommissie sinds 2000, omschrijft dit als ‘het culturele patina van de stad’. Of zoals Jos Leussink, vanaf het eerste uur betrokken bij het festival, het zegt: ‘Zelfs als je op de markt gaat staan, heb je nog het idee dat je je op een semi- sacrale plek bevindt. Waar nu bibliotheek en boekhandel zijn, waren vroeger kerk en klooster. Het sacrale is hier geïntegreerd in het alledaagse.’ 4 Naast de kerkgebouwen wordt er ook steeds meer gebruik gemaakt van locaties met andere cultuurhistorische referenties, zoals het Stadhuis of de Timmerfabriek. Er wordt steeds gezocht naar nieuwe benaderingen bij het programmeren op bekende locaties of naar nieuwe locaties die de geprogrammeerde muziek in een verrassend daglicht zetten. Tussen de concerten door loopt of fietst de bezoeker van de ene naar de andere locatie. Zo worden zelfs de straten van Maastricht onderdeel van de festivalbeleving. Cultureel klimaat Musica Sacra Maastricht werkt samen met lokale ensembles en gezelschappen. Met een aantal, zoals het Limburgs Symfonie Orkest, Studium Chorale en Schola Maastricht, is door de jaren heen een stevige band opgebouwd. De ene keer draagt een gezelschap een idee voor, de andere keer geeft de programmacommissie een compositie- of uitvoeringsopdracht. Het uitgangspunt in deze samenwerking is het jaarlijks gekozen thema. Bovendien kent Maastricht een levendig amateurkunstklimaat, waardoor ook participatieprojecten goed binnen het festival passen. 2 Kersten tevreden over belangstelling, Maastricht loopt warm voor zijn festival, dagblad Trouw 29 augustus 1985, p.4. 3 Kersten tevreden over belangstelling, Maastricht loopt warm voor zijn festival, dagblad Trouw 29 augustus 1985, p.4. 4 Interview met Jos Leussink, 27 februari 2012, Maastricht.
  7. 7. Musica Sacra Maastricht 2012 5Vanaf de eerste editie wordt het festival opgemerkt door de landelijke pers. Zo komen er berichtenover het nieuwe festival bij de afdeling cultuur van KRO-radio terecht en wekken daar de interessevoor een mogelijke samenwerking. In 1985 is deze samenwerking een feit en bestaat de programma­commissie uit vertegenwoordigers van zowel het Theater aan het Vrijthof als de KRO. De sa-menwerking blijkt zeer vruchtbaar. Dankzij de KRO-uitzendingen vanuit het festival en de veleconcertopnamen die later op de radio worden uitgezonden, wordt het bereik enorm vergroot.Het festival ontvangt vanaf het begin financiële steun van onder meer provinciale en gemeen-telijke besturen en van het ministerie van onderwijs en cultuur, essentieel in de realisatie vaneen festival als dit. In 2006 is besloten om over te gaan tot een betalingssysteem voor de be-zoekers. Zo komen er meer eigen inkomsten binnen, maar kan vooral teleurstelling bij bezoekersover uitverkochte zalen worden voorkomen.Muzikale oversteekHet festival heeft zich door de jaren heen stevig weten te wortelen in Maastricht. De Latijnsenaam van de stad is Trajectum ad Mosam, wat letterlijk vertaald ‘Oversteek bij de Maas’ betekent.Het is nooit bewezen of hiermee naar één bepaalde brug wordt verwezen, maar de strekkingis duidelijk. Door het oversteken van de Maas wordt Maastricht met de omliggende strekenverbonden. Door de overheersingen van buitenaf heeft de stad heeft vele gezichten gekend.Deze diversiteit van culturele invloeden is eigen geworden aan het karakter van de stad. Hetfestival speelt hierop in door een breed scala aan muziekstijlen en -culturen te programmeren.Waar in de oorspron­ elijke naam van de stad een verbinding wordt gelegd tussen de stad en kde omringende streken, zo slaat het Festival Musica Sacra Maastricht jaarlijks bruggen tussenculturen, muziekgenres en kunstdisciplines. Heiligdomsvaart in processie over de Servaasbrug, 1983 © Anton Werker
  8. 8. 6 Rite, Rede en Religie Rite, rede en religie door Marietje Kardaun docent Cultuurwetenschappen aan de Universiteit Maastricht Z oals al vaak is geconstateerd, om te beginnen door Friedrich Nietzsche, bevindt de westerse cultuur zich in een zingevingscrisis. De bestaande religieuze kaders hebben hun vanzelfsprekendheid verloren en nieuwe vormen van institutionele bezieling lijken vooralsnog uit te blijven. ‘God is dood’, zo typeerde Nietzsche de situatie, en hij voorspelde dat het wel eens heel lang – een paar eeuwen – zou kunnen duren voordat we deze zware slag te boven zullen zijn. (Met terugwerkende kracht is het verleidelijk te denken dat Nietzsche in zijn zwartgallige genialiteit de twintigste-eeuwse ideologieën ter linker en rechterzijde van het politieke spectrum en zelfs de geestelijke kaalslag van het huidige post-ideologische marktfundamentalisme op een of andere manier al voorzag. In zijn glazen bol kijkend zag hij een rampscenario voor zich van eschatologisch-apocalyptische proporties. Onder meer wist hij tot in de details te voor­ pellen hoe de mensheid zou lijden onder de tirannie van s inhoudsloze rationaliserings­ rocessen en de machtswellust der kleine bureaucraten die hun gebrek p aan geest compenseren door alles en iedereen aan hun perverse regelzucht te onderwerpen.) Toch is het maar de vraag hoe diepgaand die westerse zingevingscrisis nu werkelijk is. God mag dan officieel zijn doodverklaard, mensen staan ‘s ochtends toch gewoon op, verrichten hun dagelijkse bezigheden en houden van hun kinderen. En in Maastricht is het ook gewoon ieder jaar weer carnaval. Misschien kunnen we in plaats van over crisis beter spreken over religieuze veranderings­ processen. Op een bepaald niveau lijkt het christendom zo langzamerhand zijn langste tijd gehad te hebben. De formele symbooltaal waarmee de kerkvaders de mysteries van het bestaan probeerden te vangen heeft voor nog maar weinig mensen aantrekkingskracht. Wie loopt er vandaag de dag nog warm voor de officiële kerkelijke leerstelling dat Jezus twee volledige naturen heeft, een goddelijke en een menselijke, en dat die twee zowel ongescheiden als on- gemengd zijn? Toch zijn daar ooit verhitte debatten over gevoerd, toen knappe koppen hun hersens lieten kraken om de vanouds streng monotheïstische joods-christelijke godsdienst in overeenstemming te brengen met de feitelijk bestaande praktijk van goddelijke verering die de mens Jezus ten deel viel.
  9. 9. Musica Sacra Maastricht 2012 7Het mooie van religies is dat zij met de kracht van een meestal lange en eerbiedwaardige traditiede leden van hun geloofsgemeenschap een samenhangend en alomvattend wereldbeeld ver-schaffen waarbinnen alles en iedereen zijn eigen zinvolle plaats heeft. (Let wel, het gaat hierniet om wereldbeeld in de zin van een natuurwetenschappelijk verantwoorde reconstructievan de fysieke wereld buiten ons, maar om hoe wij ons dienen te verhouden tot ongrijpbaremaar wezenlijke zaken als hoop, doel, zin, liefde en betekenisgeving.) In dezelfde mate waarinreligies houvast bieden kunnen zij echter ook knellend zijn. Dan dienen zij de individuele reli-gieuze ervaring niet, maar zitten die juist in de weg.Heel begrijpelijk dat die al te zinnelijke peer van Slevrouweergens in de zestiende of zeventiende eeuw gesneuveld is.Bovendien kunnen religies, zeker de systematisch-theologische kant ervan, verouderen. Hoepreciezer religies menen te kunnen antwoorden op de grote levensvragen – of beter gezegd,hoe meer ze de onpeilbaarheid van de aan hun toevertrouwde mysteriën denken te kunnenvervangen door ‘zeker weten’ – hoe sneller ze gedateerd raken.Harmonie, schoonheid en extaseHet zijn dan ook juist de minst cerebrale elementen van de religieuze tradities die de grootstevitaliteit bezitten. Riten, bijvoorbeeld, kunnen eindeloos lang mee, want zijn in principe inhouds­loos. Desalniettemin, of misschien juist daardoor, kunnen ze als voertuig dienen van iederspersoonlijke religieuze ervaring. Het woord ‘rite’ komt van het Latijnse ritus dat etymologischsamenhangt met arithmos, het Griekse woord voor aantal. ‘Rite’ zal oorspronkelijk zoiets be-tekend hebben als ‘juiste volgorde’. Riten verlopen volgens een vast patroon zodat niemandvoor verrassingen komt te staan. Ook het element van herhaling in riten is zinvol; de herhalingis nodig voor intensivering en verdieping van het religieuze gevoel.En natuurlijk is zowel het uitvoeren als het beluisteren van sacrale muziek een vorm van omgangmet de eeuwigheid die niet snel zijn werkzaamheid zal verliezen. In de Griekse Oudheid werdtrouwens alle muziek gezien als sacraal. Bij mousikê technê – letterlijk ‘muzenkunst’ oftewelde schone kunsten; in het bijzonderdoelde men daarmee op de muziek– dachten de oude Grieken niet aanzoiets als leeg estheticisme zonderinnerlijke pendant, maar aan doorde goden geïnspireerde uitbeeldingvan harmonie, schoonheid en extase.De Griekse mousikê mikte op eenholistisch gevoel van ontgrenzing entroost, was erotisch, mythisch, licha-melijk, prettig primitief en leundetegen het magische aan. Zij bezat,kortom, de sleutel tot de volheid deslevens en was daarmee religieus inde ruimste zin van het woord. Kapel Zusters onder de Bogen © Sanne Willemsen
  10. 10. 8 Rite, Rede en Religie Moedergodincultus Ook in de lange geschiedenis van de rooms-katholieke kerk vinden we bij tijd en wijle een uitgesproken holistische benadering van muziek, cultuur en religie. De rooms-katholieke kerk legde vaak een opmerkelijke souplesse aan de dag als het ging om het incorporeren van hei- dense feesten, gebruiken en rituelen. En eeuwenlang was zij de grootste opdrachtgever in de kunsten en de architectuur, zonder dat religieuze orthodoxie daarbij noodzakelijkerwijs voor- op stond. Zelfs bij fundamentele veranderingen in de geloofsbeleving van het christenvolk knipperde ze soms nauwelijks met de ogen. Neem de ontwikkelingen rond de Mariaverering. Ieder nieuw Mariadogma lijkt op zichzelf genomen misschien niet spectaculair, maar als we de veranderingen in de loop van de eeuwen bij elkaar optellen, is Maria’s carrière bepaald adembenemend. De Maria-devotie in het algemeen, en de Maastrichtse verering van Maria Sterre der Zee in het bijzonder, is eigenlijk onverenigbaar met de inhoud van de joods-christelijke bijbel. Er zijn in de bijbel geen aanknopingspunten voor een bijzondere positie van de moeder van Jezus, en een heiligdom met daarin als sacraal middelpunt een beeld van een jonge moeder met kind doet wel heel erg denken aan de moeder­ godincultus die in de Hebreeuwse bijbel juist met man en macht bestreden wordt. Ook de peer die het houten beeld van Maria Sterre der Zee, in het Maastrichts Slevrouwe genoemd, oorspronkelijk als attribuut in haar hand hield, wijst er vanuit vergelijkend mythologisch oogpunt op dat zij gezien moet worden als een van de vele incarnaties van de Grote Moeder. Een peer is een sappig, zoet en vergankelijk aardeproduct, vrouwelijk van vorm en mede daarom sensueel. Vruchten in het algemeen zijn een omhulsel van zaad en een beginpunt van nieuw leven. Ze horen iconografisch gezien thuis in de zogeheten Hoorn des Overvloeds van de Magna Mater, de oergodin die de levenscyclus aan de gang houdt. Heel begrijpelijk dat die al te zinnelijke peer van Slevrouwe ergens in de zestiende of zeventiende eeuw gesneuveld is en vervangen werd door eerst een blanke lelie en daarna een rozenkrans. ‘Intelligence du coeur’ Hoe heeft de Mariafiguur haar huidige hoge positie eigen- lijk bereikt? In de eerste eeuwen van het christendom speelde haar verering nog geen rol van betekenis. Sinds het Concilie van Efese in 431 echter – niet toevallig de plaats waar van oudsher de machtige syncretistische moedergodin Isis haar thuisbasis had – mag Maria zich theotokos, Moeder van God, noemen. En sindsdien is haar aanzien alleen maar gegroeid. Haar meest recente kerkelijke bevordering dateert van 1950, toen met een dogma fidei bevestigd werd dat de Heilige Moedermaagd met lichaam en ziel is opgenomen ten hemel. En nog zijn de grote archetypische veranderingsprocessen in de religieuze beleving van Maria niet afgerond. God mag dan dood zijn, Maria is bepaald springlevend. Zij ver­ schijnt nog steeds zeer geregeld, het liefst aan eenvoudige gelovigen. Meestal vraagt zij bij zulke gelegenheden © Sanne Willemsen om meer verering. Dat moet welhaast betekenen dat zij van mening is dat wij ons Mariale waarden als barmhartigheid, inschikkelijkheid en vergevingsgezindheid nog altijd niet voldoende hebben eigen gemaakt. Inderdaad valt dat moeilijk te ontkennen. Wat we nodig hebben is minder doorgeschoten rationaliteit en meer intelligence du coeur. Dan komt het met die zingevingscrisis vast ook helemaal goed.
  11. 11. Musica Sacra Maastricht 2012 9Ana MihajlovicAna Mihajlovic studeerde compositie bij Zoran Eric in Belgrado en vervolgde haar studie bij Louis Andriessenin Den Haag. Ze componeerde muziek voor musici met verschillende muzikale achtergronden: rock, jazz enklassiek. Met haar pianoconcert Mundus Sensibilis won ze een eerste prijs tijdens het internationale ‘IRINOConcours’ in Tokio. Met STRACC werkt Ana Mihajlovic aan het project 13.0.0.0.0. Het Einde der Tijden (zie p.43).In alle culturen en tijden is bij de mens steeds de notie van de ervaring gehad met oorlog en depressie in de jaren ’90een mysterieuze dimensie van het bestaan aanwezig in ex-Joegoslavië. Tijdens deze angstige periode heb ikgeweest. De eeuwige worsteling van de mens, om in weinig tijd gehad om te componeren. Ik heb tijdens diebetovering en huiver te kiezen voor zaken die boven periode dan ook slechts enkele werken geschreven.hemzelf uitstijgen, weerklinkt vandaag scherper dan ooit. Vreemd genoeg hebben die wel veel succes gehad.Wie de huidige maatschappij bekijkt, zal herkennen hoeheilige plaatsen, fascinatie en hunker naar het trans- Hoe probeert u deze fascinatie te verbeelden?cendente de hedendaagse mens bezighouden. Mijn werk is vaak geïnspireerd door kleine of grote mys­ teries of fascinaties. Soms is de inspiratie van mijn muziekHoe kijkt u hier als kunstenaar tegenaan? al met de titel bekend. Mijn eerste compositie was bijvoor­De oudste vormen van kunst en muziek werden ge- beeld Tarnan, voor fluit en piano. Een tarnan is een ma-bruikt bij religieuze rituelen of bijzondere gebeurtenissen. gische mantel die je moet dragen om onzichtbaar te zijn.‘Mysterieuze dimensie’ en ‘betovering’ waren niet altijd Mijn compositie Les Baricades Mistérieuses (voor 15 solo­toegestaan buiten de religieuze context. Maar sinds de strijkers) is geïnspireerd door de mysterieuze grenzenRenaissance is er veel veranderd: door verschillende ont­ tussen wat mag en niet mag in onze samenleving. Ditwikkelingen en ontdekkingen kunnen kunstenaars vrijer jaar heb ik muziek geschreven voor piano en groot orkest:zijn in hun persoonlijke mening en individuele expressie. Super­stitious miniature, waar een bijgelovige pianist afDe hedendaagse mens is nog steeds bezig met de magie en toe op het hout moet slaan, en een bijgelovige dirigenten met het mysterie. Wetenschappelijk zijn dan wel veel de musici vraagt om van plaats te wisselen, om slechtemysteries opgelost, de fascinatie en bijkomende emoties geesten te verdrijven. En natuurlijk mijn laatste compo-blijven een sterke factor in het ontwaken van de men- sitie Zuvuya voor het ensemble STRACC, geïnspireerd doorselijke geest. voorspellingen van de Maya’s.Vormt deze fascinatie voor u een bron van inspiratie? Kan kunst, zoals religie, een rol spelen bij zingeving?Fascinatie (in het algemeen) en ontwaakte emoties Die vraag hebben veel filosofen gesteld. Ik denk dat kunsthebben een belangrijke invloed op mijn werk en mijn – en toonkunst – een grote rol speelt in het welzijn vanmuziek. Niet alle fascinaties zijn goed; er zijn ook slechte mensen. Zeker in de zin van ontwikkeling van esthetischefascinaties, door slechte gebeurtenissen, die resulteren gevoelens. Kunst en toonkunst hebben veel invloed opin angstige gevoelens. Angst is voor mij een sterke emotie het leven van de mens. Zolang men er respectvol meedie het leven behoorlijk kan belemmeren. Helaas heb ik omgaat, kan kunst zin en passie aan het leven geven.
  12. 12. 10 Van Festival Religieuze Muziek Festival Musica Sacra Maastricht stelt jaarlijks een zo origineel mogelijk p ­ rogramma samen met het gegeven sacraliteit en het gekozen thema als uitgangspunten. Een verkenning van de filosofie rondom het begrip sacraliteit en de werkwijze van de programmacommissie. door Lieke Wijnia onderzoeker aan Universiteit Tilburg S inds een aantal decennia is er een groeiende aandacht voor nieuwe vormen van reli- giositeit en spiritualiteit. Dat er minder mensen naar de kerk gaan, wil niet zeggen dat er minder religieuze behoeften zijn. Er wordt dan ook, naast de institutionele religie, volop gezocht naar manieren om in deze behoeften te voorzien. De aandacht hiervoor is zowel in de academische wereld als in populaire publicaties terug te vinden. Bladen als Happinez en Flow geven op lichtzinnige manier inzicht in de trends op het gebied van individuele spiritualiteit. Het succes van mindfulness duidt erop dat mensen bewust structuur zoeken in de hectiek en drukte van het alledaagse bestaan. Ook zijn retraiteweekenden in kloosters bijzonder populair. Sacraliteit Wat deze verschijnselen verbindt, is de zoektocht naar momenten van rust, bezinning of reflectie. Het concept sacraliteit speelt daarin een belangrijke rol. Sacraliteit kan betrekking hebben op religie en geloof, maar bijvoorbeeld ook op sport, muziek, politiek of kunst. De essentie van het begrip ligt in hoe mensen betekenis geven aan de handelingen die verricht worden: het bijwonen van een voetbalwedstrijd, het opgaan in de muziek tijdens een concert, de betrokken­ heid die gevoeld wordt tijdens een politiek debat of de zintuigen die geprikkeld worden tijdens het zien van een kunstwerk. Voor even afgesloten van het alledaagse leven, met enkel de relatie tussen het voetbalteam en de toeschouwer, de concertbezoeker en de muziek.
  13. 13. Musica Sacra Maastricht 2012 11naar Musica Sacra Maastricht Filosofie Doordat sacraliteit individueel ervaren wordt, is het moeilijk om er een allesomvattende definitie van te geven. Toch zijn er al veel pogingen gedaan om van het sacrale een begrijpelijk en werkbaar begrip te maken. Een actuele publicatie die sacraliteit in woord en beeld belicht is Jeunesse du Sacré van Régis Debray.1 In dit boek tracht Debray een antwoord te vinden op wat sacraliteit is en waarin men het kan vinden. Hij hanteert een brede insteek, met als uitgangs- punt dat sacraliteit een kwestie van betekenistoekenning is. Met zijn blik gericht op thuisland Frankrijk, vindt hij sacraliteit in onder andere het Achtuur journaal, het nationale voetbalelftal Les Bleus en de stakingsdrift ofwel la grève. Het zijn nationale verschijnselen, waar iedereen wel een gevoel bij heeft – fascinatie, huiver, maar zelden onverschilligheid. De benoeming van het sacrale als fascinerend en huiveringwekkend tegelijk, is geopperd door Rudolf Otto in zijn inmiddels klassieke boek Das Heilige uit 1917.2 Uit vrees dat het heilige zou worden overschaduwd door de dominantie van de ratio, wilde Otto mensen met zijn studie van het heilige confronteren met hun afhankelijkheid van iets groters dat niet te bevatten is, maar de mensheid wel degelijk omvat. Dit hangt volgens hem niet direct samen met een insti- tutionele religie, maar ligt in de menselijke ervaring van het heilige. Op haar beurt ligt deze ervaring van het heilige ten grondslag aan alle religies.3 Ook de Franse filosoof en voormalig minister van onder- wijs Luc Ferry heeft een dergelijke humanistische visie op God, de mens en sacraliteit.4 Hij gaat uit van het individu en de maatschappelijke context waarin het individu zich begeeft. In deze context kent iemand zelf betekenis toe aan datgene wat belangrijk is. Er is geen overkoepelend goddelijk geheel waarin betekenissen vaststaan.5 Door de focus op de beleving te leggen krijgt het sacrale een heel individueel karakter. Wat mensen beleven is heel per- soonlijk. Dit individuele karakter wil echter niet zeggen dat het ook een individueel verschijnsel is. Mensen vinden elkaar juist in het delen van deze belevingen. Hoewel 1 Régis Debray, Jeunesse du sacré, Galimard (2012). 2 Rudolf Otto omschreef het heilige als ‘tremendum et fascininosum’. In Rudolf Otto Das Heilige, Uitgeverij CH. Beck (1987, oorspr. 1917). 3 Lees meer hierover in Erik Borgman, ‘Wat heet heilig?’ in: Heilig, heilig, heilig. Over sacraliteit in kerk en cultuur, Uitgeverij Abdij van Berne (2011) pp. 59-75. 4 In het Nederlands o.a. vertaald in Luc Ferry & Marcel Gauchet, Reli- gie na de religie, gesprekken over de toekomst van het religieuze, Klement, Pelckmans 2005. 5 Naar aantekeningen van voorzitter programmacommissie Jacques Giesen, koersbepaling Festival Musica Sacra Maastricht. Dansvoorstelling Taharah tijdens het festival van 2011 © Kiet Duong
  14. 14. 12 Van Festival Religieuze Muziek naar Musica Sacra Maastricht het soms moeilijk onder woorden te brengen is hoe de precieze beleving van muziek tijdens een concert was, het wordt wel degelijk ervaren en mensen kunnen van elkaar begrijpen hoe zulke ervaringen voelen. Door de erkenning van de individuele ervaring van sacra­ liteit wordt er niet alleen in theoretische zin over het sacrale gesproken, maar ook in praktische zin. In de cul- turele antropologie bijvoorbeeld is het een veelbesproken onderwerp. Een belangrijke naam in deze traditie is Emile Durkheim. Hij definieerde religie als een systeem van ge- loof en praktijken gerelateerd aan sacrale zaken. Deze zag hij als onderwerpen die apart gezet of verboden zijn.6 Het zijn zaken die geen deel uit­ aken van de alge- m meenheid van alledag, maar die worden aangeroepen of gebruikt bij speciale gelegenheden, waarbij men los komt te staan van het dagelijks leven. Durkheim defini- eerde deze scheidslijn als de tegenstelling tussen het sacrale en het profane; het heilige en het wereldlijke. In latere studies blijkt dat deze tegenstelling helemaal niet zo eenduidig is toe te passen, helemaal niet als het gaat om de complexiteit van het hedendaagse leven en de hierboven beschreven zoektocht naar zingeving die velen ondernemen. Daarom wordt er niet meer alleen gekeken naar wat mensen denken, maar ook naar hoe ze handelen. Zo legt Ronald Grimes de nadruk op han- delingen die uitgevoerd worden bij rituelen die apart staan van het dagelijks leven, zoals trouwen, geboorte of overlijden.7 Vervolgens verlegt Jonathan Z. Smith de focus van het handelen naar de plaats waar deze han- delingen zich afspelen. Ook de plek is van belang voor de betekenis van het ritueel.8 Terugdenkend aan het bijwonen van een sportwedstrijd of een concert, kun- nen de locatie, de plek waar je je als toeschouwer be- vindt en het gedrag van de omringende toeschouwers van grote invloed zijn op de ervaring van het evenement. Het gegeven dat sacraliteit veel breder wordt gezien dan alleen in relatie tot institutionele religie, inspireert tot meer onderzoek. Zo verschenen er onlangs twee boeken die bijzonder veel aandacht kregen. Het proef­ schrift van Koert van der Velde, getiteld Flirten met God. Religiositeit zonder geloof behandelt de menselijke be- hoefte aan religieuze ervaringen. 9 Deze behoefte hoeft echter helemaal niet te worden ingevuld door religie of geloof. Uit zijn vele interviews blijkt dat mensen deze behoeften op allerlei manieren invullen, zoals door het bezoeken van concerten of sportwedstrijden. Ook was daar het boek Religie voor Atheïsten. Een heidense ge- © Kiet Duong
  15. 15. Musica Sacra Maastricht 2012 13bruikersgids van filosoof Alain de Botton.10 De Botton kijkt juist naar aspecten uit de institu­tionele religies die nog steeds van waarde zijn in de huidige seculiere samenleving. Zoals hetsamen delen, bij voorkeur met vreemden, van een maaltijd ter bevordering van de gemeenschaps­zin, of hoe musea de esthetische verantwoordelijkheden van de kerk kunnen overnemen metbetrekking tot bijvoorbeeld opdrachtgeverschap voor kunstwerken of tentoonstellingen. DeBotton kijkt op velerlei gebieden naar welke, met religie geassocieerde, gebruiken vandaagde dag voor de samenleving nog steeds van waarde zijn.Sacraliteit in het festivalDe programmacommissie van Musica Sacra Maastricht richt haar blik op dezelfde wijze op demaatschappij als bovenstaande filosofen en probeert dergelijke visies te vertalen naar festival­activiteiten. De composities kunnen geïnspireerd zijn door sacrale onderwerpen, maar kunnenbijvoorbeeld ook in de uitvoering een sacrale ervaring bij de bezoeker teweegbrengen. Uitein-delijk gaat het om het bieden van geestelijke verdieping door middel van fascinatie of huiverals tegenwicht voor onverschilligheid.De ontwikkelingen rondom het concept sacraliteit worden door de programmacommissie vanhet festival gretig gevolgd en indien van toepassing meegenomen in de filosofie achter hetfestivalconcept. Dit is bijvoorbeeld te zien aan de introducties in de festivalbrochures. Vanconcertopsommingen zijn ze veranderd in verhandelingen waarin het thema op filosofischewijze wordt uitgelegd. Door het volgen van de actuele publicaties is de festivalfilosofie geenstatisch gegeven, maar altijd in ontwikkeling. Werk van bekende componisten wordt afgewisseldmet onbekendere composities, zodat het publiek vooral kan kennismaken en ontdekken. Ookwordt er ingezet op het aantrekken van bekende ensembles en dirigenten. Iedere festival­ ditie ekent meerdere premières. In het aanbod van een zo breed mogelijk programma kan de bezoekerzijn eigen weg vinden.Geestelijke verdieping door middel van fascinatieof huiver als tegenwicht voor onverschilligheid.In 1988 hebben de organisatoren van het Euro-Festival voor Religieuze Muziek ervoor gekozende naam van het festival te veranderen: Musica Sacra.11 Dit is een Latijnse term, die in de contextvan het rooms-katholicisme staat voor liturgische muziek. Maar in het festival wordt deze termbreder opgevat. Dit wordt door de huidige voorzitter van de programmacommissie JacquesGiesen omschreven als seculiere sacraliteit, die naast de reguliere sacraliteit (gerelateerd aaninstitutionele religie) bestaat. Door de keuze voor deze brede benadering kunnen de organisatorenmuziek programmeren van gregoriaans tot hedendaags. Daarnaast programmeert het festivalsinds een aantal jaren meer op het gebied van andere disciplines, zoals dans, film, toneel enbeeldende kunst. Het thema dat door het festival jaarlijks wordt aangesneden is altijd op meerderemanieren te inter­ reteren. Door het bieden van perspectieven en het stellen van vragen biedt phet festival zijn bezoekers de mogelijkheid om voor zichzelf daar een weg in te vinden, met hetjaarlijkse thema als leidraad en de muziek en andere podiumkunsten als instrument.6 Emile Durkheim, The elementary forms of religious life, The Free Press (1995, oorspronkelijk 1912).7 Ronald Grimes, Deeply into the bone. Reinventing Rites of Passage, University of California Press (2002).8 Jonathan Z. Smith, To take place. Toward theory in ritual, University of Chicago Press (1992).9 Koert van der Velde, Flirten met God. Religiositeit zonder geloof, Uitgeverij Ten Have (2011).10 Alain de Botton, Religie voor Atheïsten. Een heidense gebruikersgids, Uitgeverij Atlas (2011).11 Hierover meer in het artikel Festival Musica Sacra: Van het eerste uur, zie p.18 van dit magazine.
  16. 16. 14 Antoine Bodar Priester en kunsthistoricus Antoine Bodar heeft vele theologische boeken en artikelen op zijn naam staan. Hij woont in Rome en reist geregeld naar Nederland voor lezingen en andere optredens. Elke zondag presenteert hij van 9 tot 10 het Radio 4-programma Echo van Eeuwigheid (RKK). Speciaal tijdens Musica Sacra Maastricht presenteert hij dit programma rechtstreeks vanuit het Theater aan het Vrijthof (zie pagina 45). Antoine Bodar © Joop van Reeken Wat is het belang van kerkelijke rituelen tegen het licht lingen en woorden en gebaren in de bediening van de van de huidige maatschappelijke context? sacramenten (de kerkelijke rituelen dus) komt rust tot Kerkelijke rituelen betreffen de liturgie, de viering die stand die ontvankelijkheid voor het heilige en de Heilige vorm geeft aan de eredienst. Hoewel de westerse wereld eerst mogelijk maakt. Natuurlijk mag bij dit alles noch seculariseert, beduidt dit niet dat de liturgie fundamen­ de catechese (de leer over hetgeen men gelooft) noch de teel kan en zal veranderen. Zij heeft door de eeuwen mystagogie (het invoeren in het mysterie van het geloof) heen haar gestalte gekregen. Deze gestalte is organisch achterwege blijven. Beide zijn voorwaarde waardig litur- gegroeid en wordt die niet zo maar naar de mode van gie te vieren. In de jongste halve eeuw heeft men steeds de tijd aangepast. Waar dit te zeer is geschied, zoals in weer gemeend dat liturgie begrijpelijk moet zijn – ver- Nederland na het Tweede Vaticaans Concilie, blijven de standelijk te begrijpen. Nochtans is gegrepen worden gelovigen weg uit de kerk. Er is een rechtstreekse ver- belangrijker dan louter begrijpen, omdat daarin geheel bintenis tussen enerzijds het al te gemakkelijk loslaten van de mens meespeelt en niet alleen de rede, hoe belangrijk de eeuwenoude liturgie, die nogal eens tot banalisering die op zichzelf ook is. van de katholieke rituelen heeft geleid, en ander­ ijds het z leeglopen van de kerken. Waarom? Omdat de gelovige Is er behoefte aan nieuwe rituelen in de kerk, of een niet het dagelijkse zoekt wanneer hij op zondag naar de nieuwe invulling van rituelen? kerk komt, maar het heilige, het mysterie, de scharing Feitelijk volstaan de gebruikelijke rituelen. Het is als met rond Christus in de tafel van het Woord en de tafel van muziek. We beluisteren telkens weer gregoriaans en Brood en Beker. De zondagse Eucharistie is be­ oeld om d polyfonie en cantates van Bach en strijkkwartetten van de alledaagsheid te onderbreken en niet om die gewoon Haydn of Mozart. Juist het telkens weer opnieuw beluis­ voort te zetten. teren van dezelfde muziek doet die steeds meer bemin- nen. Maar rituelen veranderen wel eens in de loop van Hoe doorstaan kerkelijke rituelen de tand des tijds, de tijd, zij het nooit in de grond. En daartegen is niets, en hoe dienen we ermee om te gaan? mits de abruptheid uitblijft en vooral de platheid en de Kerkelijke rituelen zijn organisch gegroeid. Laten wij onverzorgdheid en de slordigheid. Armelijkheid daar- dus voorzichtig daarmee omgaan. Juist in afwezigheid entegen is in de liturgie nimmer een bezwaar. Het gaat van persoonlijke creativiteit, die stellig op den duur altijd om de innerlijke houding waarmee de kerkelijke hinderlijk wordt, en in de herhaling van dezelfde hande­ rituelen worden voltrokken.
  17. 17. Musica Sacra Maastricht 2012 15Op welke manier leveren kerkelijke rituelen een bijdrage Is er een ritueel dat voor u een speciale waarde heeft?aan de inrichting van het dagelijks bestaan? De Heilige Mis is het hoogtepunt van de liturgie en dusZowel wereldlijke als kerkelijke rituelen beïnvloeden de van alle kerkelijke rituelen. Het is een kunstwerk, eeninrichting van het leven. Zij zijn steeds om zo te zeggen Gesamtkunstwerk, dat ons wordt geschonken en waarherkenningspunten die continuïteit in de haast en chaos slechts dienstbaarheid past.van alledag geleiden. We kennen dit uit de rechtszaal,het voetbalveld, de academische plechtigheid, Prinsjes- Kan kunst dezelfde rol spelen bij zingeving als religie?dag. Dieper en intrinsieker gaat dit op voor de liturgie. Kunst en godsdienst kunnen beide het leven duiden –Terwijl wij liturgie vieren, richten wij ons op het vieren elk op eigen wijze. Allereerst muziek, maar ook poëzie,van de liturgie in de hemel, zoals we ons dat enigszins beleving van ruimtelijkheid en dergelijke kunnen onsvoorstellen op grond van het laatste Bijbelboek, de optillen, zoals ook de natuur dat teweeg kan brengenApocalyps. Analoog vieren wij. Tezelfder­ ijd maken we t in de jaargetijden, de lichtval, het wonder van de ge-in de liturgie gebruik van gewone zaken – maar alles in boorte van een kind. Viering van de godsdienst gaatveredelde zin: woorden en gebaren, het kerkgebouw, altijd gepaard met uitingen van kunst. Zij zijn daaruithet vaatwerk, het meubilair. Er is dus verbinding tussen zelfs oorspronkelijk geëmancipeerd en zelfstandig ge-de liturgie en het dagelijkse leven. Wie op zondag een worden. Kunst brengt hetgeen ons te boven gaat opandere gelovige in de liturgie de vredes­ roet brengt, g het spoor. Voor velen is dat voldoende. Voor zingevingkan onmogelijk door de week die persoon niet vriendelijk ten diepste komt men naar mijn inzicht toch uit bij debejegenen. En wie zich gewaar wordt wat het aanzitten godsdienst waarin de dienstbaarheid van de kunst hetaan de Tafel des Heren betekent, zal in de loop van de meest tot haar recht komt.week ook zijn dagelijkse spijs en drank met een matevan eerbied en in dankbaarheid tot zich nemen. Die Erinnerung an das, was sein wird. Een september-zondagavond. De Sint Martinuskerk in Wijck, Maastricht. Een concert. Een van de concerten tijdens Musica Sacra, 3 of 4 jaar geleden. Dit concert maande mij tot stilte, tot nadenken, tot een weelde aan geroerd zijn. Een elixer. Muziek die ooit eeuwen geleden gecomponeerd werd, klonk deze september-zondagavond als nieuw. Het deed mij beseffen uit welk een rijkdom wij zijn voortgekomen en hoe die rijkdom vandaag ons leven vullen kan. Musica Sacra verklankt het gemeenschappelijke geheugen van deze stad, van deze regio van Europa. Musica Sacra bevraagt die traditie. Musica Sacra creëert een nieuw geheugen. MCHvE 2018 wil in haar programma ‘ook’ het verleden, dat wat gemaakt heeft dat we zijn wie we zijn, onderzoeken en nieuw leven inblazen. Een van de programmalijnen van het Bidbook Maastricht en Euregio Maas-Rijn samen voor Culturele Hoofdstad van Europa 2018 noemen we ‘Die Erinnerung an das, was sein wird’. Musica Sacra toont nu reeds tot welk een rijkdom de programmering MCHvE2018 in staat is. Guido Wevers Artistiek Directeur MCHvE2018
  18. 18. 16 Monumenten als decor Muziek vormt natuurlijk de hoofdmoot van Musica Sacra Maastricht. Maar behalve een muzikale ontdekkings- reis biedt het festival de bezoeker ook een kijkje in de roemrijke historie en de eeuwenoude architectonische pareltjes van Maastricht. De locaties waar de voorstellingen plaatsvinden, zijn met zorg geselecteerd om de muziek optimaal tot zijn recht te laten komen. En Maastricht heeft meer dan genoeg inspirerende plekken die naadloos aansluiten op de jaarlijkse festivalthema’s. De stad grossiert in fraaie kerken en kapellen, maar ook minder voor de hand liggende gebouwen, zoals het Stadhuis of de Timmerfabriek bieden plaats aan voorstellingen. door Meyke Houben O ver elke festivallocatie valt wel een interessant verhaal te vertellen. Dat ontdek- ken we als we spreken met VVV-gids Tanja Olivers, die een soort wande­ende l encyclopedie blijkt te zijn. Haar uiteenzetting begint op het Vrijthof, dat met optredens in de Sint Servaasbasiliek en de bijbehorende Keizerzaal, de naast- g ­ elegen Sint Janskerk en het Theater aan het Vrijthof het epicentrum van het festival vormt. ‘De Sint Servaasbasiliek, beschouwd als een van de oudste Nederlandse kerken, werd in de zesde eeuw gebouwd op het graf van Sint Servaas’, vertelt Tanja. ‘Rond het jaar 1000 begon de bouw van de huidige Romaanse kerk. Daarna volgden nog twee bouwfases in de twaalfde en de vijftiende eeuw en twee omvangrijke restauraties in de negentiende en de twintigste eeuw. Tijdens de uitbreiding van de westbouw in de twaalfde eeuw werd ook de zogenaamde ‘Keizerzaal’ gebouwd. De naam ‘Keizerzaal’ komt overigens pas voor het eerst voor in een bedelbrief van het kerkbestuur aan koning Willem III uit 1874. De eigenlijke be- n ­ aming is ‘hoogzaal’. De imposante ruimte, die vroeger zichtbaar was vanuit de kerk en waar- van het middelste deel is overdekt met een koepel, heeft nooit een liturgische functie gehad. Veeleer is de zaal bedoeld als symbool voor het hemelse Jeruzalem, dat neerdaalt op aarde. De koepel staat voor de hemel en verbeeldt de gang van de dode, die opgaat naar het licht.’ Duivel Het meest in het oog springende kenmerk van de Sint Janskerk, pal naast de Sint Servaas, is de ossenbloedrode kleur van de toren. ‘Anders dan veel mensen vermoeden, heeft de kleur geen symbolische functie, maar dient hij louter ter bescherming van de mergelsteen’, meldt Tanja. Keizerzaal Overigens is de toren in de loop der tijd ook geel en wit geweest en is de rode kleur pas weer aangebracht tijdens de laatste restau- r ­ atie in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Schuin tegenover de kerken op het plein bevindt zich het Theater aan het Vrijthof. De geschiedenis van dit gebouw gaat terug tot de achtste eeuw, toen op deze plek een palts van de Karolingen en Merovingen zou hebben gestaan. Overblijfselen daarvan zijn gevonden onder het huidige souterrain van het theater. In het souterrain zijn ook nog kalkstenen fundamenten te Sint Servaasbasiliek
  19. 19. Musica Sacra Maastricht 2012 17zien van het Witte Vrouwenklooster, de voorganger van het huidige Generaalshuis.Tanja verhaalt over een beroemde inwoonster van het klooster: ‘Het was 25 jaar langde thuishaven van Marieke van Nimwegen, die volgens de overlevering werd verleiddoor de duivel en daarvoor boete deed door in te treden als non. In 1805 werd hetGeneraalshuis gebouwd, waar generaal Dibbets zijn intrek nam. Voordat in 1985 deverbouwing tot theater begon, deed het gebouw onder meer dienst als politiebureauen huisvesting voor de Duitse soldaten.’Groene zeepEen ander niet weg te denken herkenningspunt in het Maastrichtse stadsbeeld isde Onze Lieve Vrouwebasiliek op het gelijknamige plein. Bijzonder is volgens Tanjahet verhaal van het ‘grand orgue’ dat in de zeventiende eeuw werd gebouwd doorAndré Séverin uit Luik.‘Het instrument, een zogenaamd ‘positif à dos’ orgel, dat aan beide zijden kanworden bespeeld, was zo groot dat het niet in de kerk paste. Voor het installeren vanhet houten orgelbalkon moesten enkele altaren worden afgebroken. Nu staat hetorgel op een stenen oksaal (orgelgalerij), dat volgens de overlevering met groenezeep werd ingesmeerd om het centimeter voor centimeter naar voren te kunnenschuiven, totdat het op de juiste plek stond.’ De romaanse kerk werd rond 1900 Onze Lieve Vrouwebasiliekgerestaureerd door Pierre Cuypers en kreeg in 1933 de status van basilica minor.BehangpapierVan de talloze religieuze gebouwen die Maastricht ooit telde, heeft een groot deel inmiddelsde oorspronkelijke functie verloren. Neem de neogotische Ursulinenkapel, behorend bij hetvroegere klooster aan de Capucijnenstraat: het altaar, de kerkbanken, het orgel en de heiligen-beelden staan nog allemaal op hun plek, maar doen geen dienst meer voor eucharistievieringen.‘De kapel werd in de negentiende eeuw gebouwd door Johannes Kayser in opdracht van AndréClaereboets, eigenaar van een fabriek voor behangpapier’, vertelt Tanja. ‘Toen twee van zijndochters intraden bij de zusters Ursulinen, schonk hij de kloosterode een kapel. In het klooster,dat ook enige tijd een lagere school en de MMS huisvestte, zijn nu dertig appartementen ge-realiseerd voor mensen met een beperking.’ Sinterklaas Ook de vijftiende-eeuwse Cellebroederskapel, verscholen achter een poort aan de Brusselsestraat, is tegenwoordig niet meer alleen in gebruik voor religieuze doeleinden. Het is nu een populaire trouwlocatie en er vinden geregeld concerten plaats. In de geschiedenis van de kapel is de verandering van functie overigens geen uitzondering. Het gebouw raakte in de loop van de negentiende eeuw steeds verder vervreemd van zijn oorspronkelijke bestemming en diende onder meer als gevangenis, brouwerij en bank van lening. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de kapel in bezit van de Broeders van ‘de Beyart’. Opnieuw heeft Tanja een anekdote paraat: ‘De broeders hadden de traditie dat ze met Sinterklaas een wens mochten doen, en het is dankzij de wens van broeder Sigismund Tagage dat de kapel in de jaren zestig volledig werd gerestaureerd.’ Tijdens Musica Sacra Maastricht bieden de kapel en al die andere speciale locaties plaats aan bijzondere ensembles, gezelschappen, solisten en koren. Met een tel- kens variërende monumentale omgeving als decor komen bezoekers niet alleen oren, maar ook ogen tekort om al het moois in zich op te nemen. Sint Janskerk
  20. 20. 18 Festival Musica Sacra Maastricht: Van het eerste uur door Lieke Wijnia onderzoeker aan Universiteit Tilburg Het dertigjarig jubileum is een uitgelezen moment om terug te blikken op het begin van het festival. Vier betrokkenen van het eerste uur aan het woord. • Theo Kersten · Directeur Cultureel Centrum (tot 1987) • Camiel Hamans · Chef afdeling cultuur KRO radio (begin jaren ’80 tot begin jaren ’90) • Jos Leussink · KRO programmeur klassiek (tot 2002), adviseur programmacommissie (sinds 1985) • Jos Zwietink · adjunct directeur/hoofd programmering Theater aan het Vrijthof (tot 2004) In 1983 werd het eerste Euro-Festival voor Religieuze Muziek georganiseerd, in aanvulling op de activiteiten rondom de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart. Hoe kwam het festival tot stand? Kersten: ‘Het was eigenlijk vanzelfsprekend om iets met muziek te organiseren. De organisatie achter de Heiligdomsvaart wilde terugloop in aandacht voorkomen en met extra activiteiten een breder publiek aanspreken. Er waren toen nog niet zo veel voorbeelden op festivalgebied in Maastricht. Ik heb veel hulp gehad van lokale mensen die nogal wat van muziek wisten en zo ontstonden er relaties met lokale gezelschappen en instellingen.’ Hamans: ‘De Heiligdomsvaart was meer een aanleiding voor het festival. Na die eerste keer is het festival er van losgezongen. De eerste edities waren festivals die over meerdere weeken- den plaatsvonden, met doordeweeks elke dag een lunch- en avondconcert. In 1986 kwam het zwaartepunt op de weekenden te liggen, twee jaar later werd de naamsverandering doorge- voerd en de festivalduur naar één weekend teruggebracht. Zo werd het echt een festival waarvoor mensen naar Maastricht kwamen en hier ook een paar dagen verbleven.’ Camiel Hamans, Theo Kersten, Jos Leussink en Jos Zwietink
  21. 21. Musica Sacra Maastricht 2012 19Vanaf de eerste editie vinden de concerten plaats in Maastrichtse kerken. Hoe werd het initiatiefdoor hen ontvangen?Leussink: ‘De medewerking van de kerken kan ambivalent worden genoemd. Vanuit het Bisdomwerd er op toegezien dat de kerk nooit een concertzaal zou worden. Overdag mochten eruitvoeringen plaatsvinden, maar de kerk moest nog steeds toegankelijk zijn voor het kerkelijkpubliek. Pas in de avonden, buiten de reguliere openingstijden, mochten er voor het festivalkaartjes worden verkocht. De pastorale en liturgische functies gingen, en gaan nog steeds, te allentijde voor. En dat is hun goed recht. Daarnaast leveren we vanaf 1990 bijdragen aan oecumenischediensten in diverse kerken. Het is toch raar om een weekend lang musica sacra te vieren en danniets met de liturgie te doen.’Zwietink: ‘Omdat de concerten in het begin gratis waren en de deuren van de kerken openstonden, hadden we altijd volle zalen. Maar een groot deel van het publiek bestond uit toeristenof toevallige passanten. Slechts tien procent had bewust gekozen om naar het concert te gaan.Na die eerste jaren groeide het aandeel gerichte bezoekers.’‘Het is een soort elektrische sfeer, waardoor je het gevoel krijgt: hier gaat het om.’In 1985 heeft de KRO een eerste opname bij het festival gemaakt, vanaf het jaar daarna is deKRO structureel bij de programmering betrokken geraakt. Hoe ontstond die samenwerking?Hamans: ‘De KRO zocht naar mogelijkheden om aansluiting bij de achterban te vinden. Voorpolitiek moest je in Den Haag zijn, regionaal nieuws werd lokaal geregeld. Dus om met onzeroomse wortels aansluiting te vinden in het zuiden, zetten we in op klassieke muziek. Daarbijstond voor de KRO de bindende waarde van cultuur voorop. Toen de eerste edities de nationalepers haalden, is het festival ons in het Hilversumse opgevallen. Ik ben toen het eerste jaar komenluisteren en een paar jaar later kwam de intensieve samenwerking van de grond. Het festivalhad financiële steun nodig en wij zochten binding met de markt.’Kersten: ‘En wij hadden ook jullie kennis nodig.’Hamans: ‘Toen bleek inderdaad dat de KRO en het festival natuurlijke partners waren om ditte organiseren. In Hilversum hadden wij een enorm archief, inclusief bijbehorende kennis bijde medewerkers. Dat kon gecombineerd worden met de in Maastricht aanwezige kennis vanhet lokale cultuurklimaat.’Hoe werd het festival ontvangen in Maastricht en omstreken?Hamans: ‘Normaal gaan dingen hier een aantal jaren mee en daarna vallen ze weg. Noem het demetaalmoeheid van de stad. Het mooie is dat dat Musica Sacra niet is overkomen. De amateur-kunsten, de Heiligdomsvaart, het carnaval; dat zijn zaken die geworteld zijn. Evenementen alsMusica Sacra moeten daarnaast bestaansrecht zien te vinden. In een heleboel steden is dat nietanders, dan houd je het alleen vol met steun van het stadsbestuur.’Leussink: ‘De samenwerking met de KRO, zowel inhoudelijk als financieel, heeft hier ook aanbijgedragen. De steun uit Hilversum sloeg aan bij de wethouder in Maastricht, vanzelfsprekendmet de wens het Maastrichtse karakter te behouden.’Zwietink: ‘Na een aantal jaren groeide ook de samenwerking met lokale ensembles. Die gingenhet festival steeds meer als een platform zien en werden langzamerhand vast onderdeel van
  22. 22. 20 Festival Musica Sacra: Van het eerste uur de programmering. Al discussiërend met artistiek leiders of studenten aan kunstopleidingen kwamen we zo ieder jaar weer tot een grotendeels exclusieve programmering.’ Waarom werd dit platform georganiseerd als een festival, wat is de toegevoegde waarde van het festival-format? Hamans: ‘Dat was de tijdgeest. Je deed toen alles in festivals.’ Leussink: ‘Ook uit marktoverwegingen. We hebben al heel snel het tweeweekse evenement gecomprimeerd tot één weekend, zodat mensen voor drie dagen naar de stad konden komen. Niemand kan zich permitteren om twee weken hiervoor uit te trekken.’ Hamans: ‘Daarbij, toen we niet meer veertien dagen hoefden te vullen, was datgene wat we programmeerden alleen nog van de hoogste kwaliteit. Bovendien ontstaat er een bepaalde geladen sfeer als je het in festivalvorm doet.’ Leussink: ‘Dat komt ook door de locaties, die we echt bij de muziek zoeken.’ Hamans: ‘Het is een soort elektrische sfeer, waardoor je het gevoel krijgt: hier gaat het om.’ Zwietink: ‘Het format van een festival biedt ook de mogelijkheid om een horizontale program­ mering te realiseren. Het brengt vaste en herkenbare momenten in het programma, zoals het vrijdagavondconcert met het Limburgs Symfonie Orkest of de missen op zondagochtend waar we een bijdrage aan leveren. Daarnaast is er een verschil tussen de middag- en avondconcerten, waarbij er ’s avonds bekendere namen of publiekstrekkers worden geprogrammeerd, terwijl ’s middags de uitvoeringen plaatsvinden die wat experimenteler of onbekender van aard zijn. Zo hebben we een soort ritme in het programma gebracht.’ In 1988 werd gekozen om verder te gaan onder de naam Musica Sacra Maastricht. Waarom deze verandering? Leussink: ‘De misvatting dat religieuze of sacrale muziek alleen oude muziek is, wilden we van meet af aan uit de weg gaan, opdat de vergelijking met het Festival Oude Muziek in Utrecht niet gemaakt zou worden. Als mensen nadenken over de strekking van de term sacra, kunnen ze onderkennen dat wij een heel brede afbakening maken, breder dan de term religieus suggereert. De term sacra hoopte ik in het festival vorm te geven als innerlijke impuls van mensen. Het is een funda­ entele behoefte aan sacraliteit in de brede zin van het woord, zonder aanzien van de ene m of de andere religie. Met de term religieuze muziek merkten we dat het bijna altijd aan de liturgie ontleend moest zijn of daar heel dicht tegenaan moest zitten. Terwijl sacraal de ruimte om het kernbegrip religie heen beschrijft en je de ruimte geeft om bijvoorbeeld naar buiten- Europese culturen te kijken, maar ook naar de profane sacraliteit in onze samenleving.’ Hamans: ‘Ik herinner me dat we in die discussie spraken over Henryk Górecki en Anton Bruckner als componisten van sacrale muziek. Maar dat kun je absoluut niet als religieus bestempelen, Festivalthema’s verbeeld, v.l.n.r. Van God en goden (2002); Pelgrimage (2003); ‘Heilige’ Oorlog (2004); Engelen en Duivels (2005); Kluizenaars en Kloosterlingen (2006); Visioenen van Eeuwigheid (2007); Getuigen: Belijders en Martelaren (2008); Man en Vrouw schiep Hij hen (2009)
  23. 23. Musica Sacra Maastricht 2012 21daar hebben mensen moeite mee. We wilden hun muziek ook program-meren, maar het kader van religieuze muziek beperkte ons in die ambities.In de eerste edities was dit nog niet aan de orde, omdat de Heiligdomsvaarthet uitgangspunt was. Maar na een paar edities werd het tijd om een stapvooruit te zetten.’Kersten: ‘Aan een dergelijke ontwikkeling is niet te ontkomen. Ook als je kijktnaar godsdienst is er sprake van een verschuiving. Het gaat steeds meer omessentiële en wezenlijke aspecten van het leven.’Hamans: ‘Het zit hem veel minder in religie dan wel in verdieping. Doormiddel van de naamsverandering probeerden we ruimte voor verdieping tecreëren. Dat we dit moesten doen, daarover bestond zelfs op de afdelinggodsdienst van de KRO geen seconde twijfel.’Zwietink: ‘We wilden de programmering veel breder maken, het mocht vangregoriaans tot hedendaags, van toegankelijke tot moeilijker te doorgronden muziek. Zoalsonder het thema Psalmen in 1999 toen de rappers van Osdorp Posse kwamen optreden. Dat trokook echt een jonger publiek, dat werkte heel goed. Of bij het thema Requiem in 1992. Daarwilden we naast onbekendere muziekstukken of voor het festival uitgevaardigde compositie­opdrachten ook het bekende Requiem van Verdi programmeren. Om een dergelijke breedte terealiseren was een naamsverandering nodig. Religie is een vorm van sacraliteit. Maar sacraliteitis niet per definitie religieus. Dat bood de ruimte die we zochten.’‘Religie is een vorm van sacraliteit. Maar sacraliteit is niet per definitie religieus. Dat bood de ruimte die we zochten.’Naast de verandering van de festivalnaam kwam ook de invoering van thema’s.Had de programmering dit nodig?Kersten: ‘Programmatechnisch is er niet eens zo veel veranderd. Het is voornamelijk de insteekwaarop je mensen kunt aanspreken die prominenter is geworden. Voor zowel de programma­commissie als voor het publiek.’Zwietink: ‘Toen we met Musica Sacra startten, hebben we eerst een jaar zonder thema gewerkt.Omdat er een rode draad ontbrak, zijn we met centrale thema’s gaan werken.’Leussink: ‘Dat was vanaf 1990. Om het festival goed te profileren was het beter om dat eindelozegebied van sacraliteit af te bakenen. Daarnaast werkt het goed in zowel het verstrekken vancom­ ositieopdrachten als in het aanbieden van sacrale muziek aan de festival­ ezoeker. De p bthema’s worden altijd ver van te voren bedacht, maar op het moment van het festival blijkt deactualiteit ons vaak te hebben ingehaald. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is het thema‘Heilige’ Oorlog (2004), dat toch echt vóór 9/11 werd bedacht.’Hamans: ‘Er wordt zo breed mogelijk geprogrammeerd binnen een thema, zo veel mogelijkstijlen en genres proberen we in een thema onder te brengen. En dan gaat het er niet direct omof iemand die het ene concert bezoekt ook naar het andere gaat. Maar wel dat er begrip ontstaatvoor het verband tussen verschillende muziekgenres, geïnterpreteerd vanuit het thematischperspectief. Zodat bezoekers denken: wat leuk dat ze dat doen!’
  24. 24. 22 Festival Musica Sacra: Van het eerste uur Hoe worden de jaarlijkse thema’s gekozen? Zwietink: ‘Al discussiërend en brainstormend in de programmacommissie. De één roept iets, de ander reageert daarop, een derde denkt aan de mogelijkheden wat betreft de muziek. Bovendien waren de thema’s altijd gerelateerd aan de actualiteit.’ Leussink: ‘We proberen overlap van de thema’s te vermijden, maar je ontkomt daar vaak niet aan. De gekozen thema’s kunnen altijd op vele manieren worden geïnterpreteerd. Op religieus vlak, maar ook op maatschappelijk en cultureel vlak. Soms worden thema’s ook gekozen omdat we heel graag een bepaald ensemble of stuk willen programmeren. Als dat in een specifiek jaar kan, dan moet het daaraan gerelateerde thema het worden. Daarna zoeken we er dan nog allerlei andere uitvoeringen bij.’ Er zijn in Nederland meerdere festivals die zich richten op klassieke, religieuze en oude muziek. Wat is de toegevoegde waarde en het belang van een festival dat zich op sacrale muziek richt? Leussink: ‘Het voorziet in een behoefte om muziek niet uitsluitend weg te kauwen als kauw- gum, maar een iets diepere laag van ons bewustzijn aangesproken te laten worden. Ik denk dat het nuttig is om daar via zo’n festival aandacht voor te vragen. In een vrij specifieke set- ting, iets meer afzondering, iets meer bezonkenheid, iets meer aandacht voor waar je op een gegeven moment naar luistert. Muziek wordt vanuit de media zo als consumptieartikel over je heen gesmeerd en je moet met de hype en de drukte mee. Op de radio, alleen al de jingles. Het festival zet een stap terug, geeft muziek een andere, gerichtere functie. Dat vind ik van groot belang. En ik denk dat er mensen zijn die ons dat nog steeds in dank afnemen.’ Keizerzaal Sint Servaasbasiliek tijdens Musica Sacra Maastricht in 2011 © Sanne Willemsen
  25. 25. Musica Sacra Maastricht 2012 23Peter MissottenPeter Missotten (Hasselt, 1963) genoot aanvankelijk een opleiding als video-artiest.Hij werkte meer dan 25 jaar samen met Guy Cassiers in producties als Wasp Factory,Sunken Red, Rage d’Amour, Fliegende Holländer en Onegin. In 1994 richtte hijmet Anne Quirynen en Anne Heyman de Filmfabriek op en werkte aan projectenvan onder meer William Forsythe, Wim Vandekeybus en Georges Aperghis.Sinds 2000 legt Peter Missotten zich als regisseur toe op hedendaagse operaproducties en radicale performanceprojecten. In 2009 leidde hij de wereldpremière van KEPLER, een opera van Philip Glass voor Linz09 in hetLandestheater Linz en in 2010 creëerde hij Montezuma - Fallender Adler, een opera van Bernhard Lang, voorhet Nationaltheater Mannheim. Peter Missotten doceert aan de Toneelacademie Maastricht en is hoofd vanhet onderzoeksproject The Virtual Body.In alle culturen en tijden is bij de mens steeds de notie van religieus zijn, maar probeert nieuwe werkelijkheden teeen mysterieuze dimensie van het bestaan aanwezig tonen die om de hoek van het alledaagse liggen. Daarbijgeweest. De eeuwige worsteling van de mens, om in staat een citaat van de dichter T.S. Eliot centraal:betovering en huiver te kiezen voor zaken die bovenhemzelf uitstijgen, weerklinkt vandaag scherper dan ooit. Who is the third who walks always beside you?Wie de huidige maatschappij bekijkt, zal herkennen hoe When I count, there are only you and I togetherheilige plaatsen, fascinatie en hunker naar het trans- But when I look ahead up the white roadcendente de hedendaagse mens bezighouden. There is always another one walking beside you.Hoe kijkt u hier als kunstenaar tegenaan? Wie is die derde die naast jou staat?Alle belangrijke dingen in het leven zijn in hun wezen Als ik goed tel zijn enkel jij en ik hier samen.nutteloos. In een tijd waarin het ‘nuttigheidsdenken’ – de Maar als ik verder op de witte weg kijk,kille ode aan de ongebreidelde functionaliteit – hoogtij is er altijd iemand die naast je staat.viert, is de spanning tussen wat we echt belangrijk vinden (uit The Waste Land,1922)en hoe we daar functioneel mee omgaan, erg groot ge-worden. Religie was traditioneel een wijze om daarmee Kan kunst, zoals religie, een rol spelen bij zingeving?om te gaan. En misschien neemt kunst nu wel die plaats Kunst is nutteloos. Of beter, kunst is te belangrijk omin. Maar misschien moeten kunst en religie dat span- nuttig te zijn. Kunst mag net zo min als religie pogen eenningsveld juist blootleggen en zichtbaar maken, in de pleister op het been te zijn. Ze kan beter de gapendeplaats van het te willen overbruggen. wonde laten aanvoelen door andere, ongekende wer- kelijkheden te tonen. Door het nut te doorprikken metVormt die fascinatie een bron van inspiratie? prangende beelden. Door ons terug te gooien in onzeIk vrees dat al mijn werk erg dicht tegen religie aan- eigen, dierbaarste nutteloosheid. Nutteloos als de wol-schuurt. Ik zit daar een beetje verveeld mee. Al was het ken, nutteloos als een nutteloze boom, nutteloos alsmaar door het referentiekader. Dat wil nooit letterlijk lachen en nutteloos als mekaar lief hebben.
  26. 26. 24 Shingon, het esoterische boeddhisme in Japan door Heinz-Dieter Reese, staflid cultuur ‘Japanische Kulturinstitut Köln’ vertaling Hella Melkert H et boeddhisme is ongeveer 2500 jaar geleden in India ontstaan. Als grondlegger geldt prins Siddhartha Gautama, die bij zijn dood (vermoedelijk 483 v.Chr.) als Boeddha (‘Verlichte’) het nirvâna bereikt zou hebben. Zijn aanhangers vereren hem tot op heden als Shâkyamuni (‘De wijze uit het adellijke geslacht van de Shâkya’). Zijn leer is geworteld in het inzicht dat alle leven lijden (dukha) veroorzaakt. Het kent geen onveranderlijke substantie, maar vormt slechts een tijdelijke vervlechting van elementen en krachten (skandhas), die onherroepelijk weer uiteenvalt. Het ik-bewustzijn van de menselijke existentie klampt zich vast aan de illusie van bestendigheid, waar echter eeuwige verandering heerst, en wordt uiteindelijk teleurgesteld. Dat is de oorzaak van het lijden. Na het verval ontstaat er een nieuwe, andersoortige vervlechting van relaties. Dit is het concept van de ‘reïncarnatie’, de wedergeboorte, die teruggaat tot oude brahmaans-hindoeïstische denkbeelden: Alle leven incarneert zo in een eindeloze kringloop (samsara) telkens weer op- nieuw. Dit betekent echter ook telkens hernieuwd lijden. Het boeddhisme onderscheidt verschillende bestaansniveaus met verschillende innerlijke waarden, waarin de reïncarnatie kan plaatsvinden. De in moreel opzicht meer of minder goede gedragingen in het ene bestaan bepalen de wedergeboorte in een nieuw bestaan. Dat is het concept van het karma, de vergelding der daden. De leer van Shâkyamuni biedt een recept voor het overwinnen van het lijden: zweer alle be- geerten en hartstochten af en maak je vrij van ‘levensdorst’. Daartoe is een transcendering van het ik-bewustzijn nodig en een zich losmaken van de zintuiglijke waarneming, die oorzaak is van de illusies en van het ‘vastzitten’ aan het aardse bestaan. De ‘Verlichting’, die als het ontwaken van een absoluut bewustzijn beschouwd wordt, biedt dan de mogelijkheid uit de kringloop van wedergeboorten te treden en het nirvâna te bereiken. Daarmee wordt een toestand van volmaakte zielenrust en eeuwige gelukzaligheid bedoeld, van elk lijden bevrijd, waarin de eenheid met de onveranderlijke en onvergankelijke krachten van het universum verwezenlijkt wordt. Ascese en teruggetrokken meditatie wijzen de weg naar dit heilsdoel, dat slechts op het bestaansniveau ‘mens’, vanuit de eigen kracht van het individu en met een gunstig karma, bereikbaar schijnt. Uiteindelijk, in onvoorstelbaar verre aeonen, zullen – volgens het boeddhis­ tische geloof – alle zielen het nirvâna bereikt hebben en eindigt de kringloop van het leven.
  27. 27. Musica Sacra Maastricht 2012 25Ontwikkelingen binnen de boeddhistische leerHet ‘oerboeddhisme’ van Shâkyamuni heeft zich in de loop der eeuwen en in het kader van zijnverbreiding naar Oost- en Zuidoost-Azië in veel opzichten verder ontwikkeld. Niet de grond-waarheden van de leer veranderden, maar de methoden en wegen om het heilsdoel te bereiken.Men probeerde de steile kloof tussen het aardse bestaan vol leed en het heilsdoel van hettranscendente nirvâna te verkleinen door de gelovigen telkens iets nieuws aan aan te bieden.Dit werd gelegitimeerd door het concept van de upâya, de ‘methodische vaardigheid’. Om voorelk wezen ‘Verlichting’ mogelijk te maken, mag van elke denkbare methode gebruik gemaaktworden, van een eenvoudige preek tot een opzienbarend wonder. De veelheid aan methodenwordt, zelfs wanneer ze elkaar lijken tegen te spreken, gerechtvaardigd door hun bruikbaarheidals hulpmiddel op de weg naar het heilsdoel.Dit wordt weerspiegeld door de boeddhistische didactische geschriften, de sûtra’s, uit de lateretijd. Om de mensen ideale voorbeelden en concrete voorstellingen van het heilsdoel te bieden,die hun bevattingsvermogen tegemoetkomen, wordt de gestalte van boeddha vergoddelijkt enhet aardse bestaan als het ware dichterbij gebracht. Er is niet slechts één boeddha, de historischeShâkyamuni, maar er zijn talrijke boeddha-gestalten. Ieder tijdperk heeft tenminste één centraleBoeddha, die als hypostase van de dharma, van de kosmische wet, van de absolute waarheid geldt.Hij draagt er zorg voor, als het ware als een brug, dat de weg naar de transcendentie voor degelovigen open blijft. Zijn helpers, die het concept karunâ, het medelijden en erbarmen methet lijdende schepsel, personifiëren, zijn de talrijke zogenoemde Bodhisattva’s, ‘Verlichte Wezens’.Op onzelfzuchtige wijze zien zij voorlopig van de voor henzelf reeds mogelijke intrede in hetShingon monniken
  28. 28. 26 Shingon, het esoterische boeddhisme in Japan nirvâna af, om anderen te laten delen in hun positieve karma en hen bij hun streven naar ‘Verlichting’ bij te staan. Aldus wordt de gestalte van de Boddhisattva een voorbeeld. Niet alleen streeft men ernaar, door – in boeddhistische zin – met vrome daden zélf karmische energie te verkrijgen; nog belangrijker wordt het deze krachten aan anderen door te geven. Deze latere, specifiek religieuze vormen van het boeddhisme worden onder de benaming ‘Groot Vaartuig’ (Mahâyâna) samengevat. Het biedt plaats aan alle levende wezens, om hen over te zetten, over de ‘zee van het lijden’ naar de ‘andere oever’, het nirvâna – in tegenstelling tot het (oudere) ‘Kleine Vaartuig’ (Hinayâna), waarin het individu op eigen kracht het heilsdoel moet zien te benaderen. In het Mahâyâna-boeddhisme is een veelvormige en gedifferentieerde cultus ontstaan. Hierin wordt niet alleen de communicatie met de transcendente wezens, de boeddha’s, de Bodhisattva­ -heilanden, beschermgeesten en heiligen voltrokken. Hij vormt tevens de sterkste uitdrukking van de boeddhistische leer, die de mensen aanspreekt en hen ertoe uitnodigt mee te varen in het ‘Grote Vaartuig’. Buitengewoon prachtig is dan ook de vormgeving van de grote feestliturgieën in het Mahâyâna-boeddhisme, waarbij uitdrukkelijk ook muziek, dans en theater (en de invloed ervan) voor de boeddhistische doelstellingen ingezet worden. De leer van het ‘esoterische boeddhisme’ Leer en cultische praktijk van het Mahâyâna-boeddhisme hebben zich rond 500 na Christus op hun beurt weer verder ontwikkeld tot het zogenoemde Vajrayâna, het ‘Diamanten Vaartuig’. Dit heeft zich als een eigen, esoterische richting binnen het boeddhisme voortgezet. Het Vajrayâna leert dat de tegenstelling tussen de illusionaire wereld van de aardse verschijnselen en de Detail van een van de vele versierde grafmonumenten van Kôyasan, centrum van het Japanse Shingon boeddhisme
  29. 29. Musica Sacra Maastricht 2012 27transcendente wereld van het nirvâna uiteindelijk helemaal niet bestaat. Eerder wordt eenidentiteit van immanentie en transcendentie vooropgesteld, dat wil zeggen: een hecht samen-hangende ontologische wisselwerking tussen mikro- en makrokosmos, die met een ‘weefsel’(tantra) vergeleken wordt. Volgens deze leer wordt het wezen of de essentie van alles wat bestaatals ‘leegte’ (shûnyatâ) opgevat en door de vajra (de ‘diamant’) gesymboliseerd: ‘Net zoals dediamant is deze leegte onverwoestbaar, dat wil zeggen onvergankelijk, aangezien ze ongewordenis.’ Deze leer geldt als ‘esoterisch’ of ‘geheim’, omdat niet iedereen er direct toegang toe heeft,spirituele voorbereiding en inwijding zijn vereist.‘Verlichting’ vindt plaats vanuit het inzicht in deze ontologische waarheid en kan daarom ook altijdens het aardse bestaan verkregen worden. Ze wordt bevorderd door het mystieke belevenvan magische rituelen, waarin geheime woorden en verbale formules (mantra’s en dhâranis)evenals verborgen vingertekens (mudrâs) de communicatie met de goddelijke machten bepalen,die op hun beurt in symbolische meditatiediagrammen (mandala’s) uitgebeeld worden. In hetcentrum van de verering staat de Boeddha (Mahâ-)Vairocana, die de wijsheid van alle andereboeddha’s in zich verenigt en als kosmisch diepste grond (dharma-kâya) geldt, waarvan allesafhangt. Tot de belangrijkste teksten waarin de esoterische leer toegelicht wordt, horen deMahâvairocana-sûtra en de Vajrashekhara-sûtra, die volgens de overlevering als geheimeopenbaringen van Mahâvairocana pas 800 jaar na Shâkyamuni ontdekt en van kracht werden.Zweer alle begeerten af en maak je vrij van ‘levensdorst’.De esoterische leerstellingen werden vanuit India naar Centraal-Azië (Tibet), naar China enaan het begin van de negende eeuw ook naar Japan verbreid, waar ze verder werden ontwikkelden tot op heden vooral in twee boeddhistische scholen voortleven: de Tendai- en de Shingon-school. De naam Shingon betekent zoiets als ‘waar woord’ en stemt overeen met het begripmantra in het Sanskriet.De Shingon-school gaat terug tot de monnik Kûkai (774-835), die ook onder zijn postume naamKôbô Daishi (‘grootmeester van de verbreiding van de leer’) bekend is. Hij stamde uit een aristo­cratische familie en bestudeerde al in zijn jeugd de Chinese klassieken. Op dertigjarige leeftijdwerd hij een boeddhistische monnik. Met een officiële delegatie reisde hij naar China, waar hij bijde Chinese monnik Huiguo in de leer ging. Deze wijdde hem in in de esoterische leerstellingenen maakte hem tot zijn opvolger. Terug in Japan systematiseerde en voltooide Kûkai dezeleerstellingen en legde ze ten grondslag aan zijn eigen school, de Shingon-school. Haar belang­rijkste tempel richtte hij op de berg Kôya (bij Kyôto) op. De Shingon-school groeide uit tot eenvan de belangrijkste en invloedrijkste boeddhistische scholen in Japan en dat is tot op hedenzo gebleven.Reeds enkele eeuwen na Kûkai ontstonden er verschillende interpretaties van sommige detail-vragen uit de leer en de rituele praktijk, die tot opsplitsing van de school in verschillende takkenleidde. In de twaalfde eeuw ontstond de Shingi-Shingon-school (‘Shingon-school van de nieuwedoctrine’) van de monnik Kakuban, die zijn belangrijkste tempel op de noordwestelijk gele-gen berg Negoro oprichtte. Toen deze in de zestiende eeuw om politieke redenen verwoestwerd, ontstonden twee nieuwe centra, hetgeen een verdere opsplitsing van deze richting inde Chizan-ha en de Buzan-ha tot gevolg had. Deze laatste, gesticht door de monnik Sen’yo,richt zijn centrum op in de tempel Hasedera in de stad Sakurai (prefectuur Nara). Tegenwoordigomvat de Buzan-ha zo’n 3000 regionale tempels met ongeveer 5000 priesters. Uit hun geledingenworden de leden van het priesterkoor ‘Karyôbinga Shômyô Kenkyûkai’ gerecruteerd. Dit koorlegt zich toe op de beoefening van het voor de rituele praktijk van de Shingon-school belangrijkeShômyô-gezang in de traditie van de Buzan-ha.
  30. 30. 28 PROGRAMMA donderdag 6 september Symposium Sacraliteit in het publieke domein: 30 jaar Musica Sacra Maastricht donderdag 6 september · 16.00 - 20.30 uur theater aan het vrijthof · vrij entree * Dinervouchers à € 12,50 (reservering noodzakelijk) Lezing 1 (16.00 - 17.00 uur) Lieke Wijnia & Martin Hoondert 30 jaar Musica Sacra Maastricht: trends en perspectieven Lezing 2 (17.15 - 18.15 uur) Koert van der Velde Martin Hoondert Lieke Wijnia Goden bespelen, religiositeit zonder geloof pauze Lezing 3 (19.30 - 20.30 uur) Hendrik van der Veere Shômyô, klanken van de realiteit Inleiding op het avondconcert door de Shingon-monniken. Koert van der Velde Hendrik v/d Veere In alle culturen en tijden is bij de mens steeds het besef van een mysterieuze dimensie van het bestaan aanwezig geweest; iets ‘heiligs’, te verwoorden als het innerlijke, het verborgene. Wie de huidige maatschappij bekijkt, zal herkennen hoe heilige plaatsen, fascinatie en huiver de hedendaagse mens bezighouden. Sacrale vragen en verklaringen manifesteren zich op velerlei manieren; denken we maar aan het succes van jongerendagen, de vele voettochten naar Santiago, de revival van bezinningscentra en gemeenschappen, of het werk van kunstenaars. Kortom, sacraliteit is alom tegenwoordig. Tijdens dit symposium gaat Musica Sacra Maastricht dieper in op haar eigen uitgangspunten en de weg die het festival in dertig jaar heeft afgelegd. Tevens schetst boeddholoog Hendrik van der Veere de context van riten en rituelen in het Japanse boeddhisme, als inleiding op de eerste van drie rituele ceremonies door de Japanse Shingon monniken van het ensemble Karyôbinga Shômyô Kenkyûkai (zie pagina 30). Dit symposium wordt georganiseerd in samenwerking met Universiteit Tilburg (School of Humanities, Department of Culture Studies). * Aanmelding gewenst via www.musicasacramaastricht.nl Bezoekers kunnen zich aanmelden voor het gehele symposium, of voor één of meerdere lezingen. De lezing van Hendrik van der Veere is tevens vrij toegankelijk voor bezoekers van het avondconcert van 21.00 uur (zie pagina 30). • muziek • muziektheater • theater en dans • film • liturgie • lezing/inleiding • expositie

×