‘Geweldige avond’, # Leuk & ‘Life is good’Het effect van sociale netwerksites op het gedrag van jongeren tussen de 13 en 2...
‘Geweldige avond’, # Leuk & ‘Life is good’Het effect van sociale netwerksites op het gedrag van jongeren tussen de 13 en 2...
VoorwoordDit onderzoeksverslag is geschreven door twee studenten van de Christelijke HogeschoolWindesheim: Leonie Kogelman...
InhoudsopgaveSamenvatting ...................................................................................................
SamenvattingDit onderzoeksrapport is geschreven in het kader van het vak Trends in Communication. De vraag diecentraal sta...
1.     InleidingDit onderzoeksrapport is geschreven in het kader van het vak Trends in Communication. De volgendetrend sta...
2.     ProbleemstellingIn dit hoofdstuk wordt de probleemstelling uitgewerkt. Een probleemstelling is een definitie van he...
3.       Methodologische verantwoordingDit onderzoek is verricht door middel van het uitvoeren van een bureauonderzoek. Ee...
4.      Weergave en analyse bevindingenDit hoofdstuk is onderverdeeld in zes delen: zes deelvragen. Op elke deelvraag word...
HyvesHyves, ontstaan in 2004, is een Nederlandse sociale netwerksite waar gebruikers een eigen profielmet foto en contacti...
Figuur 4.1          Sociale netwerksites vergeleken op gebruik en intensiteit (Newcom Research & Consultancy, 2012)Uit geg...
Integratie en sociale interactie is het inzicht krijgen in de omstandigheden van anderen en hetidentificeren van anderen e...
4.5     Positieve effectenDe deelvraag die hierbij hoort is: “Wat zijn de positieve effecten van sociale netwerksites?”Vol...
5.      ConclusieIn dit hoofdstuk wordt de hoofdvraag beantwoord. De hoofdvraag was als volgt:“Wat voor effect hebben soci...
Referentie lijstBoekenFreud, S. (1916). Introductory Lectures on Psycho-Analysis. The Standard Edition of the CompletePsyc...
BijlageA.     PresentatieDe presentatie is gehouden op 17 oktober 2012. Door de link hieronder te openen, komt u bij deonl...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Trends in communication

698

Published on

Leonie Kogelman & Sibel Kilicer

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
698
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
4
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Trends in communication"

  1. 1. ‘Geweldige avond’, # Leuk & ‘Life is good’Het effect van sociale netwerksites op het gedrag van jongeren tussen de 13 en 20 jaar in NederlandLeonie Kogelman S1028323Sibel Kiliçer S1029350Zwolle, 2 november 2012
  2. 2. ‘Geweldige avond’, # Leuk & ‘Life is good’Het effect van sociale netwerksites op het gedrag van jongeren tussen de 13 en 20 jaar in NederlandLeonie Kogelman S1028323Sibel Kiliçer S1029350CO3ATrends in CommunicationCommunicatieSchool of Business and EconomicsChristelijke Hogeschool WindesheimMevrouw J. KookenZwolle, 2 november 2012
  3. 3. VoorwoordDit onderzoeksverslag is geschreven door twee studenten van de Christelijke HogeschoolWindesheim: Leonie Kogelman en Sibel Kiliçer. Beide zijn wij derdejaars communicatiestudenten diemomenteel M9 volgen.Dit onderzoeksverslag is geschreven naar aanleiding van het vak Trends in Communication. Deopdracht was een (bureau)onderzoek te verrichten over een trend in de communicatie. Wij hebbengekozen voor het onderwerp sociale netwerksites.Wanneer er vragen of opmerkingen zijn over dit verslag dan zijn wij uiteraard bereid hier op in tegaan. Dit rapport is bestemd voor de docenten van Christelijke Hogeschool Windesheim, met JoseKooken in het bijzonder, en voor anderen die belang hebben bij dit verslag.Tot slot gaat onze dank uit naar onze docent Jose Kooken van de Christelijke HogeschoolWindesheim, voor haar interessante lessen en haar feedback.Zwolle, 8 oktober 2012Sibel KiliçerLeonie Kogelman
  4. 4. InhoudsopgaveSamenvatting ................................................................................................................ 51. Inleiding .................................................................................................................. 62. Probleemstelling ...................................................................................................... 7 2.1 Doelstelling...............................................................................................................7 2.2 Vraagstellingen ........................................................................................................73. Methodologische verantwoording .............................................................................. 84. Weergave en analyse bevindingen ............................................................................ 9 4.1 Een sociale netwerksite ............................................................................................9 4.2 Gebruikers..............................................................................................................10 4.3 Motieven voor aanmelding .....................................................................................11 4.4 Gedrag ...................................................................................................................12 4.5 Positieve effecten ...................................................................................................13 4.6 Negatieve effecten .................................................................................................135. Conclusie.............................................................................................................. 14Referentie lijst .............................................................................................................. 15Bijlage......................................................................................................................... 16 A. Presentatie .............................................................................................................16
  5. 5. SamenvattingDit onderzoeksrapport is geschreven in het kader van het vak Trends in Communication. De vraag diecentraal staat in dit rapport is:“Wat voor effect hebben sociale netwerksites op het gedrag van jongeren tussen de 13 en 20 jaarin Nederland?”Als werkwijze is er gekozen om hiervoor informatie uit boeken, artikelen en webpagina’s te halen. Eris veel gebruik gemaakt van Google Scholar en van gebruik van Engelse zoekwoorden.Een sociale netwerksite een internetdienst die individuen en organisaties toestaat om een (half)openbaar profiel aan te maken en te onderhouden. Dit profiel is vervolgens te koppelen aan deprofielen van andere gebruikers om via hen vervolgens weer in contact te komen met nieuweconnecties binnen het systeem. De aard en naamgeving variëren van site tot site. Een sociaalnetwerksite wordt onder andere gebruikt om persoonlijke ervaringen en meningen te delen metanderen. Van de jongeren van 15 tot 20 jaar gebruikt 89% op dit moment Facebook en 27% Hyves.Bijna de helft van de gebruikers onderhoudt vriendschappelijke contacten door middel van socialenetwerksites, 41% bekijkt de profielen van anderen en 37% stuurt rechtstreeks berichten naarandere gebruikers.Enkele motivaties van Facebookgebruikers om lid te zijn van Facebook zijn sociale samenhang,gemengde identiteiten en foto’s.Mensen willen altijd maar ‘meer’ en ‘verder’ komen in het leven. Zo is er de behoefte piramide vanMaslow, waar de behoefte sociaalcontact nog boven waardering en zelfontplooiing staat.De meningen over de goed- of slechtheid van sociale netwerksites verschillen nogal. Al met al, wordter gekeken naar de lange termijn, dan zijn sociale netwerksites inderdaad niet goed voor jongeren.Dit is te zien aan het sociale gedrag van de jongeren (narcisme) maar ook aan het lichamelijkegedrag. Wanneer de sociale netwerksites op een normale manier gebruikt worden, dan is het effectvan sociale netwerksites niet zo schadelijk maar juist iets heel moois. Het opent deuren.Uit dit onderzoek blijkt dat de negatieve effecten groter zijn dan de positieve, maar het antwoord opde hoofdvraag kan niet alleen met ‘negatief’ beantwoord worden.Sociale netwerksites hebben op korte termijn en bewust (lees: met mate) gebruik, een positief effectop jongeren maar op lange termijn en bij onbewust gebruik een negatief effect. Met onbewustgebruik wordt hier bedoeld dat jongeren het niet door hebben dat ze op een bepaald moment actiefzijn op een sociale netwerksite. 5
  6. 6. 1. InleidingDit onderzoeksrapport is geschreven in het kader van het vak Trends in Communication. De volgendetrend staat centraal in dit onderzoek: sociale netwerksites. De reden voor dit onderwerp is omdatbeide onderzoekers deze opkomst van dichtbij hebben meegemaakt en zelf ook actief zijn op eenaantal sociale netwerksites.De centrale vraag in dit onderzoeksrapport luidt: “Wat voor effect hebben sociale netwerksites ophet gedrag van jongeren tussen de 13 en 20 jaar in Nederland?”Het doel van dit onderzoek is om een antwoord te krijgen op de hoofdvraag. Dit wordt gedaan dooreerst antwoorden te geven op de zes gestelde deelvragen. Hoe deze zes deelvragen eruit zien, kunt uzien in hoofdstuk twee. In hoofdstuk drie wordt de methodologische verantwoording besproken.Hierbij wordt stil gestaan bij de onderzoekers, het onderzochte, de omgeving en hetonderzoeksinstrument. De antwoorden op de zes deelvragen worden in hoofdstuk vier besproken.Het antwoord op de hoofdvraag is terug te vinden in hoofdstuk vijf. Na de kernhoofdstukken volgende bronvermelding en de bijlagen. 6
  7. 7. 2. ProbleemstellingIn dit hoofdstuk wordt de probleemstelling uitgewerkt. Een probleemstelling is een definitie van hetonderzoeksprobleem en bestaat uit een doelstelling (3.1) en één of meerdere vraagstellingen (3.2).2.1 DoelstellingEen doelstelling is een beschrijving van het gewenste eindresultaat; het antwoord op de vraagwaarom het onderzoek wordt uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om op 19 oktober 2012inzicht te hebben in het gedrag van jongeren tussen de 13 en 20 jaar in Nederland ten opzichte vansociale netwerken.2.2 VraagstellingenAls de doelstelling vastgesteld is, dan is de volgende stap het uitwerken van de vraagstelling. Bij devraagstelling gaat het om de vraag wat de onderzoeker precies wil weten. De vraagstelling is teonderscheiden in twee soorten, namelijk de hoofdvraag en een aantal deelvragen.HoofdvraagDe volgende vraag staat centraal in het onderzoek en wordt daarom ook de hoofdvraag genoemd:“Wat voor effect hebben sociale netwerksites op het gedrag van jongeren tussen de 13 en 20 jaar inNederland?”Deelvragen1. Wat is een sociale netwerksite?2. Wie zijn de gebruikers van sociale netwerksites?3. Wat zijn de redenen voor een gebruiker om zich aan te melden op een sociaal netwerksite?4. Wat is gedrag?5. Wat zijn de positieve effecten van sociale netwerksites?6. Wat zijn de negatieve effecten van sociale netwerksites? 7
  8. 8. 3. Methodologische verantwoordingDit onderzoek is verricht door middel van het uitvoeren van een bureauonderzoek. Eenbureauonderzoek wordt ook wel deskresearch of secundaire analyse genoemd wat inhoud dat ergegevens worden onderzocht die door anderen zijn verzameld en vastgelegd, zoals tekst en beeld- engeluidsopnames.Voor de betrouwbaarheid van het onderzoek, is het belangrijk dat er stil wordt gestaan bij vierpunten: de onderzoekers, het onderzochte, de omgeving en het instrument.OnderzoekersLeonie Kogelman en Sibel Kiliçer zijn in dit onderzoek de onderzoekers. Beide onderzoekers hebbende trend op het gebied van sociale netwerksites van dichtbij meegemaakt en zijn dan ook zelf actiefop een aantal sociale netwerksites. Beiden hebben een account op Facebook en Twitter en sindsvorig jaar niet meer actief op Hyves.Het onderzochteHet onderwerp dat centraal staat in dit onderzoek is het gedrag van jongeren tussen de 13 en 20 jaarin Nederland ten opzichte van sociale netwerksites.OmgevingDe omgeving van dit onderzoek is het internet.InstrumentHet instrument van dit onderzoek is internet. Om aan wetenschappelijke documenten te komenwordt er gebruik gemaakt van Google Scholar. Ook wordt er gebruik gemaakt van de algemeneGoogle site. De websites die via deze site gevonden worden, worden beoordeeld op het volgende:  Geldigheid  Actualiteit  Accuraatheid  Status  Volledigheid  Dekking 8
  9. 9. 4. Weergave en analyse bevindingenDit hoofdstuk is onderverdeeld in zes delen: zes deelvragen. Op elke deelvraag wordt in dit hoofdstukantwoord gegeven.4.1 Een sociale netwerksiteDe deelvraag die hierbij hoort is: “Wat is een sociale netwerksite?”Web-based services that allow individuals to (1) construct a public or semi-public profile within abounded system, (2) articulate a list of other users with whom they share a connection, and (3) viewand traverse their list of connections and those made by others within the system. (Boyd & Ellison,2007)Naar het Nederlands vertaald is een sociale netwerksite een internetdienst die individuen enorganisaties toestaat om een (half) openbaar profiel aan te maken en te onderhouden. Dit profiel isvervolgens te koppelen aan de profielen van andere gebruikers om via hen vervolgens weer incontact te komen met nieuwe connecties binnen het systeem. De aard en naamgeving variëren vansite tot site. Een sociaal netwerksite wordt onder andere gebruikt om persoonlijke ervaringen enmeningen te delen met anderen.Er bestaan enorm veel sociale netwerksites. In dit rapport staan de drie populairste socialenetwerksites van dit moment onder de doelgroep centraal, namelijk Facebook, Twitter en Hyves.FacebookFacebook is een sociale netwerksite waar gebruikers een eigen profiel met foto en contactinformatiehebben. De gebruiker plaatst een update op zijn profielpagina (prikbord) in de vorm van eentekstbericht, foto/video of een link wat aangeeft waar hij mee bezig is, waar hij aan denkt of wat zijnmening is. De Facebookvrienden van deze gebruiker zien deze updates en kunnen hier vervolgens opreageren of op de ‘vind ik leuk’-button klikken. Facebook hanteert een minimum leeftijd van dertienjaar voor het aanmaken van een account (“Wat is Facebook en hoe werkt het?", 2012)TwitterTwitter is een sociale netwerksite waarmee korte berichten uitgewisseld worden met anderegebruikers. De gebruiker maakt een account aan waarop hij een profielfoto plaats en kort iets overzichzelf verteld. De gebruiker volgt andere gebruikers en kan vervolgens de geplaatste berichten(tweets) van de andere gebruikers zien en visa versa. Twitter hanteert geen minimum leeftijd voorhet aanmaken van een account. (MediaNed, 2009) 9
  10. 10. HyvesHyves, ontstaan in 2004, is een Nederlandse sociale netwerksite waar gebruikers een eigen profielmet foto en contactinformatie op hebben. Met Hyves kan de gebruiker berichten, afbeeldingen,video’s en dergelijke delen met hun Hyvesvrienden. Deze vrienden kunnen hier vervolgens opreageren. Hyves geeft de gebruiker de mogelijkheid om de lay-out van de pagina aan te passen naareigen smaak. Ook is door iedere gebruiker te zien hoe vaak de profielpagina bekeken is. (Hyves,2004)4.2 GebruikersDe deelvraag die hierbij hoort is: “Wie zijn de gebruikers van sociale netwerksites?”Facebook heeft wereldwijd meer dan 800 miljoen gebruikers actief. In Nederland maken 7,3 miljoenmensen actief gebruik van Facebook. Twitter heeft wereldwijd 140 miljoen actieve gebruikers. InNederland maken 3,2 miljoen mensen actief gebruik van Twitter. In Nederland maken 3 miljoenmensen actief gebruik van Hyves (Newcom Research & Consultancy, 2012). Belangrijk is te weten datde onderzoeksgroep van Social Media in Nederland 2012 bestaat uit een netto respons van 11.214,waarvan de minimale leeftijd 15 is en dat ruim 40% van de respondenten een leeftijd heeft tussen de15 en 39 jaar. Alle resultaten zijn een projectie van de resultaten van het onderzoek.Van de jongeren van 15 tot 20 jaar gebruikt 89% op dit moment Facebook en 27% Hyves. Van dezeleeftijdscategorie geeft 61% aan Hyves wel gebruikt te hebben, maar nu niet meer. (NewcomResearch & Consultancy, 2012).Alleen de gebruikerspercentages zegt natuurlijk niet veel over de gebruiker. Natuurlijk is het ook vanbelang om te weten hoe de gebruikers de sociale netwerksites gebruiken. Bijna de helft van degebruikers onderhoudt vriendschappelijke contacten door middel van van sociale netwerksites, 41%bekijkt de profielen van anderen en 37% stuurt rechtstreeks berichten naar andere gebruikers.Meer dan de helft van de gebruikers ergert zich aan vriendschapsuitnodigingen van onbekenden,31% ergert zich aan de grote hoeveelheid advertenties en 23% ergert zich aan slecht taalgebruik.Uit figuur 4.1 is af te lezen dat Facebook de grootste sociale netwerksite is in Nederland en datFacebook het meeste dagelijks gebruikt word kijkend naar de hoogte van de intensiteit. Youtubewordt veel gebruikt, maar de intensiteit van het gebruik is laag. Het gebruik van Twitter en Hyves isvergelijkbaar, maar de intensiteit van het gebruik verschilt nogal. Van deze twee netwerksites heeftTwitter de hoogste intensiteit en wordt dus het vaakst dagelijks gebruikt. (Newcom Research &Consultancy, 2012). 10
  11. 11. Figuur 4.1 Sociale netwerksites vergeleken op gebruik en intensiteit (Newcom Research & Consultancy, 2012)Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS, 2010) is gebleken dat gemiddeld 91%van de 16 tot en met 24 jarigen actief is op sociale netwerken. Bij deze groep komt het uitwisselenvan tekstberichten het meest voor, dat is namelijk 78% van de sociale netwerksites gebruikers.4.3 Motieven voor aanmeldingDe deelvraag die hierbij hoort is: “Wat zijn de motieven voor een gebruiker om zich aan te melden opeen sociaal netwerksite?”De Uses & Gratification theorie is een theorie die zich richt op het in kaart brengen van de motievenvan mensen die specifieke keuzes maken voor het gebruiken van mediakanalen. De theorie vanMcQuail (1983) bestaat uit vier motieven, namelijk:  Informatie  Persoonlijke identiteit  Integratie en sociale interactie  AmusementInformatie bestaat uit geïnformeerd worden over relevante evenementen en omstandigheden in dedirecte omgeving en de rest van de wereld. Ook het zoeken naar advies op praktische zaken en hetbevredigen van interesses en nieuwsgierigheid valt onder informatie.Persoonlijke identiteit is om de persoonlijke waarden te versterken en gedragsmodellen te vinden.Ook het identificeren met rolmodellen en het verkrijgen van meer zelfinzicht hoort bij persoonlijkeidentiteit. 11
  12. 12. Integratie en sociale interactie is het inzicht krijgen in de omstandigheden van anderen en hetidentificeren van anderen en het creëren van een gevoel van saamhorigheid. Het legt een basis voorde communicatie en het geeft de mogelijkheid om familie, vrienden en anderen te binden.Amusement is het bieden van het ontlopen van de dagelijkse sleur, om te relaxen en om tijd in tevullen. Ook is het een emotionele uitlaatklep.Een doortastend onderzoek op dit gebied is gedaan door Joinson (2008). In zijn artikel beschrijft hijenkele motivaties van Facebookgebruikers. Deze zeven factoren worden hieronder in een schemaweergegeven.Factor UitlegSociale samenhang het in contact komen en blijven met anderenGedeelde identiteiten het aansluiten bij groepen, organisaties of evenementen en het ontmoeten van mensen met dezelfde interessesFoto’s het plaatsen en bekijken van foto’s.Inhoud onderwerpen die gerelateerd zijn aan de inhoud van de sociale netwerksite, zoals spelletjes en applicatiesSociaal onderzoek het specifiek zoeken naar andere personenSociaal netwerk surfen het bekijken van netwerken van anderenStatus updates onderwerpen die geassocieerd worden met ‘nieuwtjes’ en ‘status updates’, zoals wijzigingen in profielen.Tabel 4.1 Motivaties voor het gebruiken van Facebook4.4 GedragDe deelvraag die hierbij hoort is: “Wat is gedrag?”Sigmund Freud (1916), grondlegger van de psychoanalyse, vergelijkt de menselijke geest met eenijsberg; hiervan ligt 10% boven water (bewust gedrag) en 90% (onbewust gedrag) onder water. Hetgedrag van een mens is datgene wat zichtbaar is van zijn persoonlijkheid. Het is zichtbaar in demanier hoe mensen handelen in en reageren op hun omgeving, maar het is ook zichtbaar waarin wemensen zich uiten en communiceren met anderen.Psycholoog Abraham H. Maslow (1943) is de grondlegger van de Humanistische psychologie. Hij ginguit van de gezond denkende mens. Mensen worden gedreven door innerlijke behoeften en, ongeachtde grote verschillen tussen de culturen, de menselijke behoeftes zijn aardig gelijk. Mensen willenaltijd maar ‘meer’ en ‘verder’ komen in het leven. Volgens Maslow zijn er vijf niveaus van gedrag vanmensen wat zij in het leven willen bereiken; dit wordt ook wel de piramide van Maslow genoemd. Devolgorde, beginnend bij de grootste/belangrijkste behoefte, is als volgt: lichamelijke behoeften,behoefte aan veiligheid en zekerheid, behoefte aan sociaal contact, behoefte aan waardering enerkenning en zelfontplooiing. 12
  13. 13. 4.5 Positieve effectenDe deelvraag die hierbij hoort is: “Wat zijn de positieve effecten van sociale netwerksites?”Volgens psycholoog Larry Rosen (2011) bieden Sociale netwerksites een veilige plek voor jongeren,om interessante dingen te ontdekken en uit te zoeken. Het geeft jongeren een veilig gevoel. Verlegenjongeren krijgen hierdoor lef en kunnen juist hierdoor aan de slag gaan, omdat zij niet direct tehoeven reageren.Een groot aantal reacties op de sociale netwerksites profielen van jongeren zijn (bijna) altijd positief.Deze positieve reacties leiden tot veel zelfvertrouwen en een gevoel van tevredenheid. Uit dezereacties kunnen zij afleiden of zij een goede indruk maken en geaccepteerd worden. Doordatjongeren graag positieve feedback krijgen, passen zij zich online zodanig aan zodat de feedback zopositief mogelijk is. (Van Waard, 2011)4.6 Negatieve effectenDe deelvraag die hierbij hoort is: “Wat zijn de negatieve effecten van sociale netwerksites?”Volgens psycholoog Larry Rosen (2011) zorgt overmatig gebruik van Facebook voor problemen opschool en op lange termijn zelfs voor gezondheidsproblemen. Jongeren die veel gebruik maken vande technologie hebben sneller een kans op een gezondheidsprobleem, zoals: slaapproblemen, angstaanvallen en depressie. Ook kan veelmatig gebruik leiden tot narcisme: een obsessie met jezelf. Doorhet de sociale netwerksites niet met mate te gebruiken, kunnen de schoolresultaten eronder lijden.Uit het onderzoek van de Nationale Acedemie voor Media en Maatschappij (2012), blijkt dat socialenetwerksites ook stress veroorzaken. De jongeren geven aan dat zij stress ervaren omdat ze bang zijnom sociaal buitengesloten te raken of dingen te missen. Deze angst wordt ook wel ‘Fear of MissingOut’ genoemd. Iedereen voelt zich beter op de sociale netwerksites, beter dan in het echte leven.Jongeren vinden het daarom ook belangrijk om zich op de beste manier te presenteren. Wat eenander opvallend thema was in het onderzoek, was de belangrijkheid van hun smartphone. Jongerenwillen altijd bereikbaar blijven en zij hebben hier veel voor over. Ook geven de jongeren zelf aan dathet gebruik van sociale netwerksites ten koste gaat van een aantal levensaspecten, maar zij gevenaan dat ze niet weten hoe ze daar anders mee om kunnen gaan. 13
  14. 14. 5. ConclusieIn dit hoofdstuk wordt de hoofdvraag beantwoord. De hoofdvraag was als volgt:“Wat voor effect hebben sociale netwerksites op het gedrag van jongeren tussen de 13 en 20 jaarin Nederland?”Zoals in de kernstukken waarschijnlijk al duidelijk is geworden, zitten er nogal wat keerzijden aan ditonderwerp. De meningen over de goed- of slechtheid van sociale netwerksites verschillen nogal. Almet al, wordt er gekeken naar de lange termijn, dan zijn sociale netwerksites inderdaad niet goedvoor jongeren. Dit is te zien aan het sociale gedrag van de jongeren (narcisme) maar ook aan hetlichamelijke gedrag.Wanneer de sociale netwerksites op een normale manier gebruikt worden, dan is het effect vansociale netwerksites niet zo schadelijk maar juist iets heel moois. Het opent deuren.Uit dit onderzoek blijkt dat de negatieve effecten groter zijn dan de positieve, maar het antwoord opde hoofdvraag kan niet alleen met ‘negatief’ beantwoord worden.Sociale netwerksites hebben op korte termijn en bewust (lees: met mate) gebruik, een positief effectop jongeren maar op lange termijn en bij onbewust gebruik een negatief effect. Met onbewustgebruik wordt hier bedoeld dat jongeren het niet door hebben dat ze op een bepaald moment actiefzijn op een sociale netwerksite. 14
  15. 15. Referentie lijstBoekenFreud, S. (1916). Introductory Lectures on Psycho-Analysis. The Standard Edition of the CompletePsychological Works of Sigmund FreudMaslow, A.H. (1943). A Theory of Human Motivation, Psychological Review 50(4)McQuail, D. (1983). Mass communication theory: An introduction (3rd ed.). London: Sage.ArtikelsJoinson, A.N (2008). Looking at, Looking up or Keeping up with People?: Motives and Uses ofFacebook. In Proc CHI 08 (2008), 1027-1036.Rosen, L. (2011). Poke Me: How Social Networks Can Both Help and Harm Our KidsWaard, N. van, (2011). See me, Comment Me, Befriend Me: Online!,www.frankwatching.com/archive/2011/05/24/jongeren-social-media-see-me-comment-me-befriend-me/De Nationale Academie voor Media en Maatschappij (2012). Social Media Stress onder jongerenInternetCentraal Bureau Statistiek (2010). Nederlandse jongeren zeer actief op sociale netwerkenMediaNed (2009). Spoedcursus: wat is Twitter?,www.medianed.com/2009/03/04/spoedcursus-wat-is-twitter/Newcom Research & Consultancy (2012), Social Media in Nederland 2012,www.marketingfacts.nl/berichten/facebook-nummer-1-in-nederland-7.3-miljoen-gebruikersWat is Facebook en hoe werkt het? (2012),www.watisfacebook.nl 15
  16. 16. BijlageA. PresentatieDe presentatie is gehouden op 17 oktober 2012. Door de link hieronder te openen, komt u bij deonline presentatie uit:http://prezi.com/espddxzdmec4/trends-in-communication/ 16

×