Your SlideShare is downloading. ×
  • Like
Nieuw Nederlands samenvatting 4V [cursus formuleren]
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Now you can save presentations on your phone or tablet

Available for both IPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply

Nieuw Nederlands samenvatting 4V [cursus formuleren]

  • 592 views
Published

Cursus Formuleren

Cursus Formuleren

Published in Education
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
592
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
1
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. • Onjuiste herhaling • Tautologie • Pleonasme • Contaminatie • Dubbele ontkenning • Onjuist verwijswoord • Onduidelijk verwijzen • Incongruentie • Dat/als-constructie
  • 2.  Als een voorzetsel ten onrechte twee keer wordt gebruikt, is dat een onjuiste herhaling  Voorbeeld: Op zo‟n partij als de PVV zou een mensenrechtenactivist niet op moeten stemmen.  Een mensenrechtenactivist zou niet moeten stemmen op een partij als de PVV.
  • 3.  Als hetzelfde twee keer wordt gezegd met verschillende woorden van dezelfde woordsoort (synoniemen).  Voorbeeld: Ik lees graag boeken over de toekomst van de samenleving, zoals bijvoorbeeld „1984‟ van George Orwell en „Brave new world‟ van Aldous Huxley
  • 4.  Als een deel van de betekenis van een woord of een woordgroep, nog eens door een ander woord uitgedrukt wordt. (meestal van een andere woordsoort). Voorbeelden:  De aanwezige toeschouwers kregen van de organisatie allemaal een aandenken.  Ik heb toestemming van de docent scheikunde om dit gevaarlijke proefje uit te mogen voeren.  De export van textiel naar het buitenland is dit jaar met twintig procent gegroeid.
  • 5.  Als twee woorden of uitdrukkingen worden verward en ten onrechte worden vermengd. Voorbeelden:  Deze computer kost duur. (kost veel of is duur)  Ik zal dat nachecken. (nakijken of checken)  Hij kreeg ongenadeloos op zijn kop. (ongenadig of genadeloos)  Hij neemt in de klas altijd het hoogste woord. (heeft het hoogste woord of het woord nemen)  Aan het eind van de partij legde hij het laatste loodje. ( het loodje leggen of de laatste loodjes wegen het zwaarst)
  • 6.  In zinnen met een werkwoord dat al een „ontkennend‟ karakter heeft (voorkomen, verbieden, enz.) wordt soms ten onrechte een tweede ontkenning toegevoegd Voorbeeld:  De examenkandidaten deden veel moeite om te voorkomen dat er in hun profielwerkstuk geen spelfouten zouden staan.
  • 7.  Verwijswoorden wijzen vooruit of terug naar woorden, woordgroepen of zinnen. Het antecedent (datgene waarnaar verwezen wordt) bepaalt welk verwijswoord je moet gebruiken.  Bij woordgroepen wordt dat bepaald door het kernwoord.  In het Nederlands kennen we mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Voorbeelden van fouten:  Hem werd een contract aangeboden die nogal wat onduidelijkheden bevatte.  Hem werd een contract aangeboden dat nogal wat onduidelijkheden bevatte.  De scholier stelde de staatssecretaris voor een probleem wat ze niet direct kon oplossen.  De scholier stelde de staatssecretaris voor een probleem dat ze niet direct kon oplossen.  Dat is het beste dat ik ooit gedaan heb.  Dat is het beste wat ik ooit gedaan heb.
  • 8. Die of dat; deze of dit?  De  die of dat; het  deze of dit Hen of hun?  Hen  LV; na een VZ  Hun  MV zonder VZ ervoor; nooit als O Dat of wat?  Het  dat  Wat  overtreffende trap; OVW, hele zin Wie of waar …?  Personen  voorzetsel + wie  Zaken  waar + voorzetsel
  • 9.  Soms wijst een verwijswoord terug naar iets wat helemaal niet in de tekst staat. Het heeft dan geen antecedent. Voorbeeld:  Natuurlijk is natuurbescherming blij met wildviaducten, omdat ze dan gemakkelijk van de ene kant van de snelweg naar de andere kunnen komen. “Ze” slaat op “het wild”, en dat staat niet in de tekst!  In andere gevallen is er meer dan één antecedent mogelijk: dan is het onduidelijk wat het juiste antecedent is. Voorbeeld:  Karianne zei tegen Daniëlle dat ze haar blonde haren voor de presentatie bruin moest laten verven, omdat dat intelligenter stond. Je weet niet of Karianne of Daniëlle haar haar bruin moet verven!
  • 10. Incongruentie ontstaat vaak:  Als het onderwerp meervoudig lijkt, maar enkelvoudig is Vb. de jeugd in grote steden hebben een schrijvend gebrek aan hangplekken.  Als persoonsvorm en het onderwerp ver uit elkaar staan Vb. Eneco verwacht dat het gebruik van gas de komende jaren bij de meeste huishoudens alleen maar verder zullen zal toenemen.  Als een MV ten onrechte voor het O wordt aangezien Vb. Mensen die belangstelling hebben voor de functie (mv) worden wordt verzocht hun sollicitaties te richten aan het dagelijks bestuur (o).
  • 11.  Een bijzin van voorwaarde begint vaak met als en wanneer. Als de bijzin niet achteraan de zin staat, ontstaat er een dat/als- constructie. Vermijd die door „volgens mij‟ te gebruiken i.p.v. „ik denk‟ of „ik vind‟. Voorbeeld: Daarom vind ik dat als films schokkende beelden bevatten, ze niet voor tien uur ‟s avonds uitgezonden moeten worden.  Daarom vind ik dat films niet voor tien uur ‟s avonds moeten worden uitgezonden, als ze schokkende beelden bevatten.