De bouwsector in crisis heeft nieuwe marktkansen voor het grijpenEen getransformeerde bouw gaat geweldige toekomst tegemoe...
uitvoerder zochten is immers voorbij. Kernthema’s van de noodzakelijke transformatie zijn levenscyclus, samenwerking enver...
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

De bouwsector in crisis heeft nieuwe marktkansen voor het grijpen opinie bijdrage Financieel Dagblad 12012013

523 views

Published on

Dat het slecht gaat in de bouw is alom bekend. Volgens Bouwend Nederland gaan er in de sector elke maand circa 100 bedrijven failliet en zijn er inmiddels zo’n 100.000 banen verloren gegaan. Het Economisch Instituut voor de Bouw voorspelt voor 2013 en 2014 ongekend lage productievolumes. Toch brengen de huidige demografische ontwikkelingen en duurzaamheidambities van dit kabinet grote bouwopgaven met zich mee. Ontwikkelingen in de techniek stellen de sector allang tot deze opgaven in staat. Maar het daadwerkelijk kunnen aanpakken van deze kansen in de markt vereist een transformatie bij ingenieurs, installateurs en aannemers die zich anders moeten gaan verhouden tot hun werk, hun opdrachtgevers en de eindgebruikers van hun diensten.

Published in: Business
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
523
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
1
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

De bouwsector in crisis heeft nieuwe marktkansen voor het grijpen opinie bijdrage Financieel Dagblad 12012013

  1. 1. De bouwsector in crisis heeft nieuwe marktkansen voor het grijpenEen getransformeerde bouw gaat geweldige toekomst tegemoetDat het slecht gaat in de bouw is alom bekend. Volgens Bouwend Nederland gaan er in de sector elke maand circa 100bedrijven failliet en zijn er inmiddels zo’n 100.000 banen verloren gegaan. Het Economisch Instituut voor de Bouw voorspeltvoor 2013 en 2014 ongekend lage productievolumes. Toch brengen de huidige demografische ontwikkelingen enduurzaamheidambities van dit kabinet grote bouwopgaven met zich mee. Ontwikkelingen in de techniek stellen de sectorallang tot deze opgaven in staat. Maar het daadwerkelijk kunnen aanpakken van deze kansen in de markt vereist eentransformatie bij ingenieurs, installateurs en aannemers die zich anders moeten gaan verhouden tot hun werk, hunopdrachtgevers en de eindgebruikers van hun diensten.De bestaande voorraad woningen en kantoren in Nederland past niet langer bij de samenstelling en wensen van de huidige(beroeps)bevolking. Binnen onze bevolkingsomvang groeit het aandeel alleenstaanden volgens het CBS naar ruim 40%. Hetaantal 65-plussers zal tot 2040 bijna verdubbelen naar 4,3 miljoen en het gemiddelde huishouden zal al snel uit niet meer dan 2personen bestaan. Terwijl onze woningvoorraad voor 72% uit woningen met minstens vier kamers bestaat. Ook hetkabinetsbeleid omtrent de zorg mist zijn uitwerking op de woningmarkt niet. Het Regeerakkoord stelt dat de minder complexezorg thuis georganiseerd dient te worden. Al voor deze kabinetsimpuls stelde de monitor ‘Investeren voor de Toekomst’ vanhet Ministerie voor Wonen Werken en Integratie dat Nederland in ieder geval tot 2018 voor de opgave staat om jaarlijks 40.000woningen, bijvoorbeeld met aanpassing naar nultreden, voor deze doelgroep geschikt te maken.Tevens vindt een vorm van verstedelijking plaats met grote verschillen tussen groei- en krimpregio’s. Deze concentreert zichlangs de assen van onze kenniseconomie en onze (lucht)havens. In de studie ‘De woningmarkt in krimpgebieden’ uit 2011spreekt het Ministerie voor WWI over ‘een stilte voor de storm’ bij de beschrijving van de situatie in Parkstad Limburg,Noordoost Groningen en Zeeuws Vlaanderen. In dit rapport wordt aangegeven dat de krimpproblematiek niet gebagatelliseerdmag worden. Als het voorzieningenniveau door teruglopende bewoneraantallen verder daalt kan een sneeuwbaleffect ontstaanmet grote effecten voor de leefbaarheid in deze regio’s. Een ander signaal is het feit dat volgens het CBS op dit moment ruim375.000 woningen in Nederland leeg staan. Kortom: de huidige woning is te groot, staat op de verkeerde plek en is nog nietaangepast aan groeiende zorgbehoeften aan huis. De situatie op de kantorenmarkt is al niet veel beter. Volgens DTZ Zadelhoffgroeit de leegstand van kantoorruimte naar 10 miljoen m2, circa 20% van de totale voorraad. Mits op een goede plek zou dezebestaande kantoorruimte na transformatie voor ZZP-ers en nieuwe ouderen, die wel zelfstandigheid willen maar niet willenvereenzamen, uitkomst kunnen bieden. Voor de meer structurele leegstand rest een flinke sloopopgave om voldoendeleefbaarheid te garanderen.Daarnaast staat de kwaliteit van de woningen en kantoren het realiseren van de aangescherpte duurzaamheidambities van ditkabinet behoorlijk in de weg. Er is ingezet op 16% alternatieve energie in 2020 ten opzichte van 4% die in 2010 was bereikt. Opde langere termijn, naar 2050, wordt volledige energieneutraliteit nagestreefd. Alternatief wordt dus al snel de nieuwenormaal. Emeritus hoogleraar De Ridder van de TU Delft heeft berekend dat bouwwerken in Nederland, gerekend over de helelevenscyclus, meer dan 50% van het totale energieverbruik en CO2 uitstoot veroorzaken. De bouw neemt meer dan 40% van detotale afvalproductie voor zijn rekening. Hiermee is de bouw bij uitsteek de sector die op het terrein van duurzaamheid inpositieve zin het verschil kan maken. Bijvoorbeeld door de aanleg van intelligente elektriciteitsnetten waarmee doorwoonwijken en bedrijfsterreinen energie decentraal kan worden opgewekt en onderling verdeeld.Technisch zijn de mogelijkheden om te verduurzamen inmiddels enorm. Een mooi voorbeeld hiervan tonen Heijmans enarchitect Roosegaarde. Met wat goede wil van de opdrachtgever zullen zij al in 2013 in Nederland een weg aanleggen die deelektrische auto’s die erover heen rijden oplaadt. Van deze weg licht de belijning op zodra er een auto aankomt en bij gladheidverschijnt een waarschuwingssymbool.De hele bouwketen is met haar kennis van duurzame technieken en materialen en met haar uitvoeringskracht bij uitstekgeschikt om deze ambities van consumenten en overheden te realiseren. Maar zonder transformatie gaat dit niet lukken. Detijd dat overheden, woningcorporaties of projectontwikkelaars met diepe zakken voor gedetailleerd uitgewerkte plannen een
  2. 2. uitvoerder zochten is immers voorbij. Kernthema’s van de noodzakelijke transformatie zijn levenscyclus, samenwerking enverantwoording.Bij het centraal stellen van de levenscyclus hoort dat de sector proactief verantwoordelijkheid neemt voor de vertaling vanmaatschappelijke behoeften naar nieuwe oplossingen. Bijvoorbeeld rondom de doorstroming van verkeer of omtrent deleefbaarheid van een gebouw of gebied. Er is betrokkenheid gewenst vanaf de initiatie tot en met de exploitatie. Consumentenzijn immers vooral geïnteresseerd in functionaliteit en prestatie en niet in eigendom. Philips verkoopt inmiddels al licht. Geenarmaturen of lampen maar tegen een vast bedrag per maand, een vaste hoeveelheid licht op de bureaubladen in een kantoor.Een Energy Service Company (ESCo) van Strukton laat in Rotterdam zien dat het kan. Daar is een meerjarigenergieprestatiecontract overeengekomen voor de verduurzaming van negen zwembaden waarmee gegarandeerd minstens34% van de energiekosten en 15% op de onderhoudskosten wordt bespaard. Wat voor deze zwembaden kan, kan net zo goedvoor ziekenhuizen, scholen, bedrijven en complete woonwijken.Tevens zijn andere samenwerkingsvormen nodig met financiers, energie- en facilitaire bedrijven en toeleveranciers als partnersin het proces. Via enkele grote werken aan nieuwe gebouwen en infrastructuur (bijvoorbeeld het Nationaal Militair Museum inSoesterberg en de verbreding van de A12) zien we de opkomst van geïntegreerde DBFMO-contracten (Design, Build, Finance,Maintain, en Operate). Dit type Publiek Private Partnerships beslaat echter nog geen procent van de totale bouwproductie inNederland. In versimpelde vorm biedt een dergelijk samenwerkingsverband tussen ontwerpers, financiers, uitvoerders enexploitanten ook voor aanpassing van de bestaande voorraad wegen, woningen en kantoren veel mogelijkheden. Voor eennoodlijdend bedrijfsterrein zou bijvoorbeeld in samenwerking met een vereniging van bedrijfseigenaren de sloopopgavegefinancierd kunnen worden uit de waardestijging van het overblijvende vastgoed.Bij deze nieuwe manier van werken horen tevens andere vormen van verantwoording. Eigenaren, opdrachtgevers, gebruikersen ketenpartners gaan toetsen op betrouwbaarheid, samenwerkingsbereidheid en het vermogen om mee te denken. Debouwkwaliteit wordt als vanzelfsprekend aangenomen. In Noord Holland houden nu al zestien gemeenten bij hoe projectenverlopen en hoe zij houding en gedrag van de uitvoerende partijen ervaren. Aanbestedende diensten kunnen in een webbasedsysteem de scores per aannemer en per gemeente opvragen. Soortgelijk aan waarderingssystemen voor hotels, campings enrestaurants. Ook RWS heeft aangekondigd op korte termijn te starten met een ‘witte lijst’ van goed presterendebouwbedrijven. Zoals nu al enkele jaren gewerkt wordt met CO2 prestatieladders door ondermeer Prorail en Rijkswaterstaat,kan de sector zich gaan onderscheiden op grondstofladders. Waarmee ze zich verbinden aan de recyclebaarheid van allegebruikte grondstoffen en hier zelf verantwoordelijk voor blijven.De huidige crisis raakt de bouw buitengewoon hard. Tegelijkertijd zijn de kansen op de markt voor wonen, werken en mobiliteitomvangrijk. Om deze te grijpen is de sector zelf aan zet en is een flinke transformatie noodzakelijk. Nederland heeft het nodig.Auteur:Pieter van der ZwetSegmentleider Building & ConstructionPartner bij KPMG

×