Your SlideShare is downloading. ×
  • Like
Pres taalcult24mei
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×

Now you can save presentations on your phone or tablet

Available for both IPhone and Android

Text the download link to your phone

Standard text messaging rates apply
Published

 

Published in Education
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
576
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2

Actions

Shares
Downloads
1
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. De invloed van Fries op het Nederlands Niels, Henk, Alisa & Anna
  • 2. Inhoud
    • Geschiedenis Nederlands
    • Geschiedenis Fries
    • Interferenties
    • Verschillen Nederlands/Fries
    • Frisisme
    • Quiz
  • 3. Geschiedenis van het Nederlands
    • Gesproken na uiteenvallen west-Germaans
    • Cocktail van Oudnederfrankisch dialect met oudsaksische en ingweoonse invloed
    • In Nederland en België, Franse Noordzeekust en Duitse Neder-Rijn.
  • 4. Vertellerscultuur, schrift in Latijn. Echter: Lex Salica
  • 5. Middelnederlands 1200-1500
    • Verzameling van: - Brabants - Frankische invloed - Hollands - Frankische invloed - Vlaams - Frankische invloed - Limburgs - Middel Nederduitse invloed - Oostelijke dialecten – Oudsaksische
    • invloed
  • 6. Klinker- vocaalreductie
    • Spelling Geen spellingsregels- regionaal gebonden – fonetisch geschreven Limburg : < door> , < af>en < op> Holland < duer> , < of>en < up> Auslautverhärtung Bijvoorbeeld <han t > en <conin c > wordt <han d en> en <conin gh e>
  • 7.
    • Assimilatie
    • vb. < biderschepenen wille> &quot;met toestemming van de schepenen&quot;, < teseggene> &quot;te zeggen&quot; (functiewoorden worden opgenomen in beklemtoonde woorden)
    • Proclise – Enclise
  • 8. Grammatica
    • Syntaxis
    • Flexieverlies
    • Gevolg: verlies van naamvalsuitgangen zorgt voor vaste woordvolgorde en voorzetsel constructies
  • 9. Nieuwnederlands 1500-Heden
    • Diftongering – eerste fase
    • Diftongering – tweede fase
    • Meer gesloten uitspraakvarianten [ei] en [oey]
  • 10. Hollandse expansie binnen republiek der Verenigde Nederlanden
  • 11. Standaardtaal
    • Boekdrukkunst – 1450 Val van Antwerpen – 1585 (tijdens 80 jarige oorlog) Statenbijbel – 1637 Republiek der zeven verenigde Nederlanden - 1648
    • 17e eeuw - 20e eeuw: verdere ontwikkeling bovenregionale taal
    • 18e eeuw: cultusvorming geschreven taal Kunstmatig karakter 19e eeuw: vereenvoudiging – ABN Eenheidspelling / Gelijkvormigheid / Analogie <hand><handen> <ae> of <ue> werd <aa>, <ee>, <oo> en <uu>
  • 12.
    • 20e eeuw De spelling Kollewijn-Marchant – 1934 Het groene boekje – 1954 Nieuwe spelling – 1995 (pannekoek werd panne n koek )
  • 13. Geschiedenis van het Fries
    • Stam der friezen – 5e eeuw Koning Redbad 679 – 719
    • Slag bij de middelzee – 734 - koning Hrodbad verliest
    • 50 jaar later terugverovering Oost-Friesland
    • Verovering door Karel de grote - 785
  • 14. Oudfries
    • Vanaf 8e eeuw – tot 1575 Sterk verwantschap Angelsaksisch – Oudsaksisch – Oudnederlands – Oudhoogduits Geen middelperiode – Geen klinkerverlies
    • 1252 - Hungsingoër
  • 15. Nieuwfries
    • GysbertJapicx: FryskeRymlarije - 1667
    • 16e eeuw – Verlies onafhankelijkheid
    • Tot 19e eeuw – gesproken taal
    • 19e eeuw – Romantiek – Fries taalbewustzijn
  • 16. Interferenties
    • Vorm
    • Fries substraat en Nederlands superstraat
    • Geschiedenis
    • Verschillen
    • Bildts
    • Stellingwerfs
    Filmpje :
  • 17. Verschillen Nederlands / Fries
    • Opvallendst:
    • 1. Geen velaire fricatief aan het begin van een woord
    • Goed
    • Gean
    • Graach
  • 18. 2. Groot aantal diftongen
    • Sneon
    • Hjoed
    • Soad
    • Skiep
    • Moarn
  • 19. Enkele triftongen
    • Skriuwe
    • Bliuwe
  • 20. Het Friese lexicon
    • Voor een deel woorden die systematisch met het Nederlands verschillen:
    Nederlands Fries Tuin Thuis Sluiten Oud Koud houden Tún Thús Slúte âld kâld hâlde
  • 21. Friese woorden die heel anders zijn
    • Zaterdag - Sneon
    • Vader - Heit
    • Spelen - Boartsje
  • 22. Friese woorden lijken sterk op andere Germaanse talen Engels Fries Key Little Cheese Wet Sheep Door Kaai Lyts Tsiis Wiet Skiep Doar
  • 23. Duits Fries Wichtig Schlimm Du Deine/Seine Märchen Wichtich Slim Do Dien/Sien Mearkes
  • 24. Frisismen
    • Te letterlijk vertaald
    • Worden zelden overgenomen in de Nederlandse taal
      • klunen
  • 25.
    • “ Waar kom jij weg ?
    • Waar kom jij vandaan ?
    • Wêr komst wei ?
    • “ Praat u ook Fries?”
    • Spreekt u ook Fries? Prate jo ek Frysk?
  • 26. Voorbeelden - Foarbylden
    • “ Als u even rechtdoor rijdt, dan kunt u daar zwaaien ”
    • Als u even rechtdoor rijdt, dan kunt u daar de auto keren. As jo even rjochtút ride, dan kinne jo dêr swaaie.
    • “ Mijn vrouw is uitgenaaid ”
        • Mijn vrouw is ervandoor gegaan.
        • Myn frou is útnaaid.
  • 27.
    • “ Op dit stuit weet ik het niet meer”
    • Op dit ogenblik weet ik het niet meer.
    • Op dit stuit wit ik it net mear.
    • “ Ik kan niet tennissen, want ik heb een zere armtak ”
    • Ik kan niet tennissen want ik heb een zere elleboog.
    • Ik kin net tennisje want ik haw en seare earmtakke .
  • 28.
    • “ Het is al laat, ik ga op bed ”
    • Het is al laat, ik ga naar bed
    • It is al let, ik gean op bêd
    • “ Het is tijd om van bed af te gaan ”
    • Het is tijd om uit bed te gaan
    • It is tiid om fan ‘t bêd (ôf) te gean
  • 29. Quiz
    • 1 . Welk Fries leenwoord is opgenomen in het Nederlandse woordenboek?  
  • 30.
    • 2. Wie kunnen we de vader van de hedendaagse Friese spelling noemen?
  • 31.
    • 3. Tot het eind van de 20ste eeuw was het Stadsfries alleen voor hogere en midden klassen juist/onjuist 
  • 32.
    • 4. Wat is de grootste reden waardoor we nu de oude spelling niet meer  goed snappen?
  • 33.
    • 5. Noem het Friese woord voor
    • “ spelen”?
  • 34.
    • 6. Noem 2 Friese woorden met een diftong
  • 35.
    • 7. Waardoor kreeg Nederland haar vaste woordvolgorde?
  • 36. Quiz
    • 1 . Welk Fries leenwoord is opgenomen in het Nederlandse woordenboek?  
    • Klunen
  • 37.
    • 2. Wie kunnen we de vader van de hedendaagse Friese spelling noemen?
    • Gysbert Japicx
  • 38.
    • 3. Tot het eind van de 20ste eeuw was het Stadsfries alleen voor hogere en midden klassen juist/ onjuist  
  • 39.
    • 4. Wat is de grootste reden waardoor we nu de oude spelling niet meer  goed snappen?
    • Het heeft de maken met proclise/enclise -> fonetisch schrijven
  • 40.
    • 5. Noem het Friese woord voor
    • “ spelen”?
    • Boartsje
  • 41.
    • 6. Noem 2 Friese woorden met een diftong
  • 42.
    • 7. Waardoor kreeg Nederland haar vaste woordvolgorde?
    • Door het verlies van de naamvalsuitgangen