Effectief taalbeleid samen met management cps
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,875
On Slideshare
1,875
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
18
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Effectief taalbeleid samen met management, docenten en leerlingen
  • 2. 4 Colofon © CPS onderwijsontwikkeling en advies, december 2007 Eindredactie: Elise Schouten Omslagontwerp: reclamestudio Adri Edenburg Vormgeving binnenwerk: reclamestudio Adri Edenburg Auteurs: Corine Ballering, Lucia Fiori, Janneke Oosterman en Chris Zitter CPS onderwijsontwikkeling en advies Postbus 1592 3800 BN Amersfoort Telefoon (033) 453 43 43 www.cps.nl Deze publicatie is tot stand gekomen in het project ‘Integraal effectief taalbeleid’, dat in 2007 is uitgevoerd door CPS onderwijsontwikkeling en advies in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 3. Inhoud Inleiding 4 1. Effectief taalbeleid 5 1.1 Trends in taalbeleid 5 1.2 Model effectief taalbeleid 5 2. Instrumenten voor effectief taalbeleid 8 2.1 Doelgroep management 8 2.2 Doelgroep docenten 9 2.3 Doelgroep leerlingen 10 3. Drie pilotscholen 11 3.1 Typering scholen 11 3.2 Traject op de scholen 11 3.3 Resultaten van de pilots 11 4. Conclusies 13 Literatuurlijst 14Bijlage 1: Quickscan Taal in kaart 16Bijlage 2: Onderzoeksgegevens taalsituatie in het po en vo en andere data 28Bijlage 3: Pareto-diagram: prioriteiten stellen 29Bijlage 4: Scan leermethodes 31Bijlage 5: Woordspel met docenten: Party & Co 37Bijlage 6: Leerlingenquête: ‘Hoeveel snap jij van de les?’ 38 3 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 4. InleidingOmdat een beperkte beheersing van de Nederlandse taal een negatief effect heeft op de schoolloopbaan vanleerlingen en op hun latere functioneren in de maatschappij, heeft de bestrijding van taalachterstand een nietaflatende belangstelling van ouders, onderwijs en overheid. In de afgelopen tien, vijftien jaar was het voorkomenen bestrijden van taalachterstanden onderdeel van het taalbeleid van veel scholen. De inspanningen hebben vaakechter niet tot het gewenste effect geleid.In opdracht van het ministerie van OCW voerde CPS in 2007 het project ‘Integraal effectief taalbeleid’ uit met hetdoel scholen voor voortgezet onderwijs te stimuleren een effectief taalbeleid te ontwikkelen, dat leidt tot eenbetere taalvaardigheid van leerlingen.De focus lag daarbij op het ontwikkelen van instrumenten ter bevordering van de bewustwording vanalle betrokkenen - docenten, management en leerlingen - en hen het belang van het werken aan taal-achterstanden te laten ervaren alsook hen actief te betrekken bij taal en taalbeleid. Extra aandacht ishierbij besteed aan de doelgroepen leerlingen en het management.Deze publicatie is een weergave van het project. Allereerst gaan we in op wat taalbeleid inhoudt en wat taalbeleideffectief maakt. Vervolgens presenteren we de instrumenten waarmee bewustwording, betrokkenheid en aan-dacht voor taal kan worden gegeneerd. In de bijlagen treft u een aantal instrumenten aan die in het project zijnontwikkeld. Daarna volgt een beschrijving van de werkwijze en de bevindingen van de pilotscholen. We sluiten depublicatie af met conclusies.Corine BalleringLucia FioriJanneke OostermanChris Zitter 4 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 5. 1. Effectief taalbeleidCPS ontwikkelde een model voor effectief taalbeleid, waarin drie wezenlijke elementenworden onderscheiden: een integrale benadering, betrokkenheid van drie doelgroepenen een de inzet op drie ‘voorfasen’. Tezamen vormen deze elementen de belangrijksteingrediënten van een effectief taalbeleid.Taalbeleid is erop gericht de onderwijskansen van leerlingen te vergroten door aandacht te besteden aan huntaalvaardigheid. In de omschrijving van taalbeleid in de literatuur is terugkerend dat taalbeleid gestructureerd ensystematisch dient te gebeuren. Daarnaast wordt het belangrijk geacht dat alle docenten en anderen betrokkenenactief worden betrokken en daarbij een gemeenschappelijke visie ontwikkeld wordt op taalonderwijs en taalge-bruik op school. Deze visie dient vertaald te worden in concrete stappen op korte en lange termijn die aansluitenbij de gegeven schoolsituatie.1.1 Trends in taalbeleidTaalbeleid kende de afgelopen jaren bepaalde trends, die we grofweg in drie fases kunnen indelen: l Fase 1: steunlessen als vangnet Speciale cumi-lessen, een mentor-uur, huiswerkondersteuning en remedial teaching worden ingezet om de taalvaardigheid van leerlingen te verbeteren. Taalbeleid speelt zich af ‘aan de rand’ van het onderwijs. l Fase 2: het vak Nederlands als motor Er wordt in eerste instantie binnen het vak Nederlands aandacht besteed aan taalvaardigheden, zoals lees- en luisterstrategieën en schooltaal. Vervolgens worden er – vanuit het vak Nederlands – speciale methodes ontwikkeld, zoals ‘Lezen in alle vakken’ en het ‘Posterproject’. Dit gebeurt in de veronderstelling dat docen- ten van andere vakken zich zullen aansluiten. l Fase 3: taalgericht vakonderwijs Elke docent is (ook) taaldocent. De focus ligt op het creëren van taalrijke leersituaties in alle vakken. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de (onderwijs)ontwikkeling van de school.We zien in deze ontwikkeling dat de focus met name bij docenten is komen te liggen en dat de andere betrok-ken partijen, het management en de leerlingen, veel minder betrokken zijn bij het taalbeleid. Daarnaast zien wedat de nadruk ligt op de didactiek. De inhoud van het beleid en de beleidsmatige en procesmatige aspecten vantaalbeleid krijgen in de praktijk minder aandacht. Dat heeft onherroepelijk consequenties voor de effectiviteit vanhet taalbeleid.In dit project is nadrukkelijk aandacht besteed aan de doelgroepen management en leerlingen en de beleids- enprocesmatige aspecten van taalbeleid.1.2 Model effectief taalbeleidCPS heeft een model ontwikkeld voor effectief taalbeleid. Dit model kent de volgende elementen:1) Integrale benadering2) Drie doelgroepen3) Drie voorfasen 5 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 6. Integraal benadering: de kijk op de delen geeft zicht op het geheelVaak beperkt taalbeleid zich tot het benoemen van taalvaardigheden die extra aandacht behoeven. Aspectenzoals ‘communiceren over taal in alle vakken’, ‘resultaten definiëren’ en ‘taalbeleid toetsen’ komen dan weinig aande orde. Bij een integrale benadering wordt het taalbeleid geanalyseerd, opgezet en uitgevoerd in het licht vanelf wezenlijke aspecten, die zijn verdeeld over vier categorieën: plan, primair proces, klimaat en betrokkenen. Plan 1. Visie Het waarom, hoe en waarom zó van taalbeleid. 2. Beleid De mate waarin planmatig wordt gewerkt. 3. Resultaten De uitkomsten van het succesvol realiseren van visie en aanpak Primair proces 4. Onderwijs Alle processen die zijn gericht op het leren van leerlingen. 5. Begeleiding Alle processen die zijn gericht op de ondersteuning van leerlingen om zo goed mogelijk te kunnen leren. Klimaat 6. Organisatie De ondersteunende processen die voorwaarden scheppen om de primaire processen goed te laten verlopen. 7. Communicatie De wijze waarop er in de school wordt gecommuniceerd. 8. Cultuur Het geheel van (impliciete) gemeenschappelijke opvattingen en gedragingen binnen de organisatie. We onderscheiden drie dimensies: gelaagdheid, intensiteit, richting. Betrokkenen 9. De leerlingen De klanten en afnemers van het onderwijs. 10. Personeel De beschikbaarheid en de capaciteiten van het personeel in relatie tot de visie en de beoogde resultaten. 11. Omgeving Externe belanghebbenden, potentiële klanten (leerlingen en ouders), de overheid et cetera. pla n n Visie ne Omge- ving Beleid k ke betro Perso- Resul- neel taat integraal taaleleid roces Leer- Onder- lingen wijs ir p Commu- Bege- nicatie leiding a im Cul- Orga- tuur nisatie pr klim aat 6 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 7. Drie doelgroepenUit onderzoek blijkt dat een effectieve aanpak van taalachterstanden zich afspeelt op drie niveaus, namelijk opmanagementniveau, op docentenniveau en op leerlingenniveau.Het managementAls het gaat om de effectiviteit van het onderwijs en de verbetering van leerlingenresultaten, wordt de school-leiding als de belangrijkste component beschouwd. Volgens Waters, Marzano & McNulty (2003) is er een correlatievan .25 of hoger tussen het handelen van schoolleiders en leerlingenresultaten. Een effectieve schoolleiding stuurten monitort het veranderproces en zorgt voor doelgericht taalonderwijs. Zij heeft hoge verwachtingen van deprestaties van docenten en leerlingen en geeft prioriteit aan taal.De docentenGoed lesgeven doet ertoe! De rol van de docent is belangrijk en onbetwist. De aanpak is erop gericht dat docentenvan alle vakken taalleersituaties creëren in hun lessen. Een goede instructie van de docent is cruciaal.De leerlingenIn het algemeen zijn verbeteringen het grootst wanneer de persoon waar het om gaat, zelf het belang ervan inziet.Daarom is de betrokkenheid van leerlingen bij taalbeleid van essentieel belang. De leerling is de motor van deverbetering van zijn eigen taalvaardigheid.Drie voorfasenVaak start men verandertrajecten met de overdracht van de inhoud, terwijl daar in wezen iets aan vooraf moetgaan. Het is van belang dat betrokkenen eerst worden ‘warm gemaakt’ voor veranderingen. In een tijd waariner veel wordt gevraagd van docenten, management en leerlingen, is het noodzakelijk dat zij van tevoren goedworden geïnformeerd over de verandering en zich daarop gedegen voorbereiden. Als dat op een goede maniergebeurt, ‘overkomt’ de verandering hen niet, maar willen zij uit eigen beweging aan de verandering werken.De voorbereiding is gericht op drie elementen, de ‘BBB-elementen’ genoemd: l Bewust zijn: weten, ervaren en voelen wat de noodzaak is van de verandering. l Belang ervaren: weten, ervaren en voelen wat het eigen belang is bij de verandering en wat het belang is van anderen. l Betrokken worden: keuzes maken en verantwoordelijkheid en ‘eigenaarschap’ nemen voor de verandering. 7 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 8. 2. Instrumenten voor effectief taalbeleidDit hoofdstuk presenteert instrumenten die scholen kunnen inzetten om effectief taal-beleid vorm te geven. We maken onderscheid in instrumenten voor het management,voor docenten en voor leerlingen. In de bijlagen is een aantal instrumenten opgenomen.Om uitvoering te geven aan het hiervoor beschreven model, is er een variatie aan instrumenten beschikbaar diede school, afhankelijk van haar behoeften, flexibel kan inzetten. Deze instrumenten bevatten op verschillendewijzen de drie elementen van het CPS-model voor effectief taalbeleid: integrale benadering, drie doelgroepen endrie voorfasen.We presenteren de instrumenten per doelgroep: management, docenten, leerlingen. Ter illustratie zijn er voor elkedoelgroep één (of meer) instrumenten als bijlage opgenomen.2.1 Doelgroep management Naam instrument Korte beschrijving Vindplaats instrument Quickscan Taal in kaart De quickscan helpt schoolleiding Als bijlage 1 in dit document en andere betrokkenen inzicht opgenomen en verder op http:// te krijgen in het taalbeleid en de www.cps.nl/talencentrum. Onder taalsituatie op de school. De scan thema’s/effectief taalbeleid/in- bestaat uit een vragenlijst en een strumenten. toelichting op de scores. Onderzoeksgegevens taalsitu- - Gegevens over de Nederlandse Als bijlage 2 in dit document atie in het primair en voortgezet taalsituatie op het vlak van opgenomen en verder op http:// onderwijs en andere data lezen en woordenschat in het www.cps.nl/talencentrum. Onder po en vo. thema’s/effectief taalbeleid/in- - Gegevens over de relatie tussen strumenten. taalvaardigheid en schoolsucces. - Gegevens over de relatie tussen de effectiviteit van de schoollei- ding en schoolprestaties. Pareto-diagram Een instrument waarmee de Als bijlage 3 in dit document school belangrijke en minder opgenomen en verder op http:// belangrijke problemen rond www.cps.nl/talencentrum. Onder taalbeleid van elkaar kan onder- thema’s/effectief taalbeleid/in- scheiden, opdat zij prioriteiten strumenten. kan stellen en gericht kan kiezen voor verbeteracties. Checklist leiderschapstaken Een checklist met acties die de CPS-intern document. Infor- schoolleiding binnen taalverbe- matie via Janneke Oosterman teringstrajecten kan onderne- (j.oosterman@cps.nl). men. 8 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 9. 2.2 Doelgroep docenten Naam instrument Korte beschrijving Vindplaats instrument Kijkwijzer Instrumenten waarmee lessen gericht http://www.taalgerichtvakonderwijs.nl/ kunnen worden geobserveerd en ge- producten/00004/. analyseerd op taalgericht vakonderwijs. Coachen op taal Handreikingen voor docenten (o.a. in de http://www.taalgerichtvakonderwijs.nl/ vorm van video-fragmenten) om gericht producten/00003/. gesprekken te voeren over en samen te werken aan taalgericht vakonderwijs. Lesfabriek Een computerprogramma waarmee do- http://www.taalgerichtvakonderwijs.nl/ centen taalrijke lessen kunnen maken. producten/00003/. Scan leermethodes Een instrument om leermethodes te Als bijlage 4 in dit document opgeno- scannen op vakinhoudelijke en talige men en verder op aspecten. http://www.cps.nl/talencentrum. Onder thema’s/effectief taalbeleid/ instrumenten. Ervaringsoefeningen Oefeningen waarmee docenten aan den Als bijlage 5 is in dit document het lijve ondervinden wat het o.a. betekent woordspel voor docenten opgenomen als je woordenschat beperkt is, je niveau en verder op begrijpend lezen laag is of als je lees- http://www.cps.nl/talencentrum. strategieën onvoldoende beheerst. Onder thema’s/effectief taalbeleid/ instrumenten. Andere oefeningen staan o.a. in het Koffertje voor taalbeleid en taalgericht vakonderwijs, Atlas, 1999. AVI 6 – AVI 9 Een voorbeeldtekst waarin het verschil CPS-intern document. Informatie via in begrip is aangegeven tussen een AVI Janneke Oosterman (j.oosterman@cps. 6 en een AVI 9 lezer. nl). 9 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 10. 2.3 Doelgroep leerlingen Naam instrument Korte beschrijving Vindplaats instrument Taalkr8! Een draaiboek en uitgewerkte http://www.taalkr8.kennisnet.nl. suggesties voor een dag met workshops waarin leerlingen op een leuke en creatieve manier bezig zijn met taal. Les Zin in taal Een draaiboek voor een twee uur CPS-intern document. Informatie durende les rondom taal, waarin via Lucia Fiori (l.fiori@cps.nl). leerlingen activerende opdrach- ten uitvoeren, die zijn gericht op bewustzijn, belang ervaren en betrokkenheid voelen bij hun eigen taalvaardigheid. Enquête Een enquête waarin leerlingen Als bijlage 6 in dit document ‘Hoeveel snap jij van de les?’ nagaan welke taalproblemen opgenomen en verder op http:// zij hebben en hoe zij daarmee www.cps.nl/talencentrum. Onder omgaan. thema’s/effectief taalbeleid/in- strumenten. 10 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 11. 3. De drie pilotscholenEr deden drie scholen mee aan de pilot taalbeleid. Dit hoofdstuk geeft een korte typeringvan deze scholen, beschrijft de activiteiten die op de scholen zijn uitgevoerd, en de bevin-dingen en resultaten die deze activiteiten hebben opgeleverd.3.1 Typering scholenDrie vmbo-scholen in Amsterdam en omgeving deden mee aan de pilot; één van de scholen is een vmbo-afdelingvan een brede scholengemeenschap. Twee van de drie scholen zijn zogenaamde ‘zwarte scholen’.Tijdens het project is op alledrie de scholen de taalsituatie in de onderbouw onderzocht. De scholen warenbekend met taalbeleid en bevonden zich in verschillende fases van het taalbeleid. De scholen waren gemotiveerdom mee te doen aan het project, omdat zij meer zicht wilden krijgen op de taalvaardigheid van hun leerlingen eneen impuls wilden geven aan de ontwikkeling van een onderbouwd schooleigen taalbeleid.3.2 Traject op de scholenDe drie scholen hebben in grote lijn hetzelfde traject doorlopen. Dat traject bestond uit de volgende onderdelen:1) Een oriënterend gesprek met de taalcoördinator en/of directie.2) De beslissing van de school en CPS om samen dit traject te doorlopen.3) De opzet van een (tijdelijke) projectgroep taalbeleid, waarvan onder andere de directie en een taalcoördinator deeluitmaken.4) Een onderzoek naar de taalsituatie op de school met behulp van geleide gesprekken met schoolleiding, coör- dinator, docenten en leerlingen, en het verzamelen van toetsgegevens en schoolresultaten.5) De analyse van de verzamelde gegevens, die vervolgens wordt besproken met de projectgroep taalbeleid.6) Een plan van aanpak geformuleerd op basis van de analyse.7) Met de drie verschillende doelgroepen - management, docenten, leerlingen - uitproberen van een aantal BBB- instrumenten (bewust zijn, belang ervaren, betrokken worden).8) De instrumenten worden geëvalueerd en bijgesteld.3.3 Resultaten van de pilotsWe geven per doelgroep een schets van de resultaten van de pilots.ManagementniveauOp alledrie de scholen werden het onderzoek en de analyse met alle betrokkenen als zinvol en onmisbaar ervaren.De scholen herkenden zich in de analyse van de onderzoeksbevindingen. De integrale benadering gaf hen eengoed en adequaat beeld.De teamleider van een van de scholen reflecteerde als volgt op het traject:“Vorig schooljaar was een druk jaar door onder andere de verhuizing en de ziekte van de locatiedirecteur van onzeschool. Hoewel taalbeleid al enige jaren hoog in ons vaandel staat, bleek dat door deze drukte het actief werkenmet taal en taalbladen toch niet zo vanzelfsprekend was als wij hadden gedacht. De taalcoördinator had sterk hetgevoel dat wij, naast de bestaande activiteiten, snel nieuwe activiteiten moesten gaan ontwikkelen om mensenenthousiast te houden en weer enthousiast te krijgen. Nadat de CPS-adviseur had overlegd met verschillende do-centen, de taalcoördinator en de teamleider, kwam een duidelijk beeld naar voren van de situatie waar de schoolzich op dat moment bevond. Op basis daarvan hebben we een helder plan ontwikkeld waarmee wij het taalbeleid 11 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 12. van onze school in de juiste richting konden ontwikkelen. Het plan is overzichtelijk en bestaat uit duidelijke stap-pen die over de maanden zijn verdeeld. De eerste stappen waren snel gezet. Deze maand gaan wij met een aantalcollega’s ‘echt’ aan het werk. Door te werken met een kleine enthousiaste (pilot)groep mensen, verwachten wij datiedereen binnen twee tot drie jaar actief en effectief aan het werk is op het gebied van taalbeleid.”DocentniveauEen bewustwordingsbijeenkomst met docenten op een van de scholen leverde het volgende op:De docenten reageren geschokt als er onderzoeksgegevens worden gepresenteerd over taal- en leesachterstandenvan leerlingen bij aanvang van het voortgezet onderwijs. De meeste docenten ervaren in hun lessen dat leerlingentaalachterstanden hebben, maar als zij de cijfers zien, blijkt het erger te zijn dan zij dachten. Verder krijgen dedocenten via oefeningen inzicht in de confronterende consequentie van een onvoldoende technisch leesniveau.Het effect van deze en andere interventies is dat docenten zich bewust worden van de problemen en het belanginzien van aandacht voor taal en lezen in alle vakken. Deze aandacht is er echter niet altijd en bij iedereen. Er zijnook docenten die dit als primaire verantwoordelijkheid van de docent Nederlands blijven zien. De overige docen-ten geven aan dat zij behoefte hebben aan handvatten om in hun lessen adequaat om te gaan met taalachterstan-den en hun leerlingen te helpen de benodigde kennis te verwerven.LeerlingenniveauOp een van de scholen werd in de bijeenkomst met leerlingen duidelijk dat leerlingen er zich doorgaans niet vanbewust zijn hoe groot het belang van taalvaardigheid is voor hun schoolresultaten en hun toekomst. De leerlingenwerden uitgenodigd hierover na te denken. Als je leerlingen op een leuke manier bewust maakt van het belangvan taal, zijn ze welwillend en gemotiveerd om aan de slag te gaan met het verbeteren van hun taalvaardigheid, zobleek tijdens een twee uur durende bijeenkomst ‘Zin in taal’.Ter illustratie volgt hier het verslag van de oefening ‘Nederlandse tekst en Spaanse tekst’:De leerlingen krijgen twee A4-tjes met tekst. Zij krijgen de opdracht om elke tekst in één minuut te lezen en daarnain trefwoorden op te schrijven waar de tekst over gaat.De eerste tekst is een Nederlandse tekst van enkele regels, zonder titel, tussenkopjes of illustraties. Op het andereA4-tje staat een lange Spaanstalige tekst, met een titel, illustraties en typografische ondersteuning.In eerste instantie reageren de leerlingen met weerstand en paniek: “Maar we kunnen toch geen Spaans?!” Metzachte drang gaan ze toch aan het werk. Als ze na twee minuten moeten stoppen, blijkt dat de leerlingen weinigbetekenis kunnen geven aan de Nederlandse tekst, aangezien in deze tekst ondersteuning ontbreekt. Als er wordtgevraagd naar trefwoorden uit de Spaanse tekst, volgt er een kakofonie van antwoorden. De leerlingen roepen hetene trefwoord na het andere. De adviseur schrijft alle trefwoorden op het bord, waar een ellenlange lijst woordenontstaat.Op de vraag wat de leerlingen hebben gedaan om zoveel antwoorden te kunnen geven, benoemen ze zelf allerleileesstrategieën die ze onbewust hebben toegepast. Vervolgens worden de leerlingen bewust gemaakt van watdeze strategieën hen hebben opgeleverd. Dit veroorzaakt een grote succesbeleving. Dat is vervolgens een uitste-kende opstap om leesstrategieën bij de leerlingen te introduceren en hen uit te nodigen deze toe te passen bij hetlezen van teksten in alle vakken. Een van de leerlingen zei: “Wow, wat begrijp ik veel, terwijl het niet eens in hetNederlands is.” 12 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 13. 4. ConclusiesWe plaatsen de bevindingen en resultaten van de pilotscholen in een breder kader enformuleren een aantal conclusies.Taalbeleid is vooral ‘gewoon’ beleidEen van de meest opvallende conclusies is dat taalbeleid vaak meer wordt beschouwd als een inhoudelijk vraag-stuk dan als een beleidsmatige kwestie. Daardoor verengt taalbeleid zich vaak tot inhoudelijke keuzes, zoals aan-dacht voor woordenschat of voor lezen. Hoe dit alles een plek in de school moet krijgen, dus de procesmatige kantvan het beleid, is vaak een ondergeschoven kindje. Om effectief taalbeleid te realiseren, verdient de procesmatigekant meer aandacht.Taalbeleid als spiegelMet het analysemodel van CPS zijn de sterke en zwakke kanten van het taalbeleid van de pilotscholen in kaart ge-bracht. Nadere beschouwing daarvan maakt duidelijk dat dit beeld een reflectie is van de school in het algemeen:de sterke en zwakke punten in het taalbeleid weerspiegelen treffend de sterke en zwakke kanten van de schoolals geheel.Management actief vanaf de startHet heeft een positief effect op het verandertraject als het management actief is betrokken bij het in kaart brengenvan de taalsituatie van de school. Dat resulteerde op alle scholen in een sterke impuls om het taalbeleid nieuwleven in te blazen. Bovendien werd hierdoor duidelijk dat de verantwoordelijkheid daarvoor niet alleen ligt bij detaalcoördinator of de werkgroep taal.BBB voorafgaand aan implementatie en scholingHet gebruik van instrumenten die zich richten op bewustwording, belang en betrokkenheid, riep bij docenten her-kenning en steun op. Op veel scholen heerste een bepaalde vermoeidheid of gelatenheid waar het scholing vandocenten betreft, want “hier hebben ze niet om gevraagd”. Door eerst aandacht te besteden aan bewust worden,belang ervaren en betrokken zijn, stonden de docenten open voor professionalisering.Leerlingen actiefLeerlingen zijn vaak de passieve partij, die het taalbeleid ondergaan. Het werkte motiverend en activerend leerlin-gen aan de hand van de instrumenten te laten reflecteren op het belang van een goede taalvaardigheid en henzelf strategieën te laten ontdekken waarvan zij gebruik kunnen maken bij onder andere het lezen en begrijpen vanteksten. Leerlingen zijn te bewegen tot het nemen van verantwoordelijkheid voor hun eigen taalontwikkeling. 13 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 14. LiteratuurlijstEbbers [et.al.] (1999). Het Koffertje voor taalbeleid en taalgericht vakonderwijs. Amsterdam:Atlas OnderwijsAdviesGroep: Amsterdam, ETOC: Groningen, Schooladviescentrum: Utrecht.Inspectie van het onderwijs (2007). De staat van het onderwijs. Onderwijsverslag 2005/2006.Uitgave Onderwijsinspectie, Utrecht.Laan van der, Meestringa [red] (2004). Zonder skelet kun je niet keten. Met Taalgericht vakonderwijs taalbeleid invoe-ren op scholen voor voortgezet onderwijs. Uitgave Transferpunt Onderwijsachterstanden, Den Haag.Marzano, R.J., Waters, T. & McNulty, B. (2005). School leadership that works. From research to results. VA: Associationfor Supervision and Curriculum Development, Alexandria.http://www.taalgerichtvakonderwijs.nl 14 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 15. BijlagenBijlage 1: Quickscan Taal in kaartBijlage 2: Onderzoeksgegevens taalsituatie in het po en vo en andere dataBijlage 3: Pareto-diagram: prioriteiten stellenBijlage 4: Scan leermethodesBijlage 5: Woordspel docentenBijlage 6: Leerlingenquête ‘Hoeveel begrijp jij van de les?’ 15 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 16. Bijlage 1Quickscan Taal in kaart 16 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 17. 17 17© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 18. pla n n Visie ne Omge- ving Beleid k kebetro Perso- Resul- neel taat integraal taaleleid roces Leer- Onder- lingen wijs ir p Commu- Bege- nicatie leiding a im Cul- Orga- tuur nisatie pr klim aat 18 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 19. 19© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 20. 20© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 21. 21© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 22. 22© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 23. 23© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 24. 24© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 25. 25© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 26. 26© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 27. l Corine Ballering - c.ballering@cps.nl of 06-50616755l Lucia Fiori - l.fiori@cps.nl of 06-29502909l Janneke Oosterman - j.oosterman@cps.nl of 06-29502934 27 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 28. Bijlage 2Onderzoeksgegevens taalsituatie in het po en vo enandere dataCijfers taal - bevindingen inspectie – po 2005/2006 l In groep 4 van het basisonderwijs leest 25% van de kinderen niet goed. l 25% van de leerlingen verlaat het basisonderwijs met een leesniveau AVI 6, terwijl AVI 9 noodzakelijk is.Cijfers taal - bevindingen inspectie – vo 2005/2006 l 24% van de leerlingen heeft in het eerste jaar vmbo (basis en kaderberoepsgerichte leerweg) moeite met het lezen van teksten. l 17% van de eerstejaars vmbo-t leerlingen heeft moeite met het lezen van teksten. l 18% van eerstejaars havo en vwo leerlingen heeft moeite met het lezen van teksten.Zonder taal geen zelfstandige kennisverwerving Taal, lezen en leren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kennis verwerven en verwerken vereist een goede taal- en leesvaardigheid.Zonder taalvaardigheid geen diploma l Een slechte leesvaardigheid is van grote invloed op kennisvergaring, maar ook op gedrag, motivatie en schooluitval. l 85% van de drop-outs (vo) kan niet of slecht lezen.Zonder taalvaardigheid geen sociale redzaamheid l Onze maatschappij wordt steeds meer een kennissamenleving. Dit doet een sterk appèl op de leesvaardigheid. l 7% leest na afloop van de schoolperiode niet goed genoeg om zich zelfstandig in de samenleving te redden. l Nederland telt 1,5 miljoen (functioneel) analfabeten.Effect leiding op schoolprestaties l Effectieve schoolleiders oefenen een meetbaar, ofschoon indirect, effect uit op de effectiviteit van de school en op de leerlingenresultaten. l De correlatie tussen de effectiviteit van schoolleiders en leerlingenresultaten is .25 of hoger; soms zelfs .50! Bron: Waters, Marzano & McNulty (2005)Effect docenten op schoolprestaties l Onderzoek Educational Leadership 2006/2007 laat positieve relaties zien tussen leerlingenresultaten en leerkrachtprestaties. l Scholing van leerkrachten is het allerbelangrijkste als het gaat om de verbetering van het taal/leesonderwijs. Klassen- grootte 8% Thuis- en gezinsfactoren Het geschatte aandeel van de verklaarde variatie in 49% Leerkracht lees- en rekenscores. kwaliteiten (National Commission on Teaching and America’s 43% Future (1997). Doing What Matters). 28 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 29. Bijlage 3Paretodiagram: prioriteiten stellenEen analyse met behulp van het CPS taalanalysemodel geeft een beeld van de belemmerende en bevorderendefactoren die een rol spelen bij een implementatieproces en van de wijze waarop die factoren elkaar beïnvloeden.Uit de analyse komt een breed scala van oorzaken voort, die ten grondslag liggen aan een probleem/de problemen.Om een plan van aanpak te maken voor de aanpak van het probleem, is het echter van belang dat u prioriteitenstelt. Welke oorzaak pakt u het eerste aan? Tijd, geld en energie zijn schaars, dus u moet keuzes maken. Het is ver-standig om deze keuzes goed voor te bereiden.Wanneer u de oorzaken van het probleem hebt benoemd en wanneer u een beeld heeft van de wijze waarop dezeoorzaken elkaar beïnvloeden, kunt u een paretodiagram maken.Een paretodiagram visualiseert welke oorzaken samen de grootste invloed hebben op het probleem. Onderlig-gend uitgangspunt is dat 80% van het probleem door slechts een beperkt aantal oorzaken wordt veroorzaakt.Dit heet het ‘Paretoprincipe’. U gebruikt dit diagram dus om de belangrijke en minder belangrijke oorzaken van deproblemen van elkaar te onderscheiden, zodat u gerichte keuzes kunt maken voor verbeteracties.Stap 1U verdeelt 100 punten over de genoemde oorzaken. U kent de meeste punten toe aan de oorzaak die de meesteinvloed heeft op het probleem.Stap 2U maakt het diagram.Op de x-as noteert u de oorzaken. De invloed die de oorzaken hebben op het probleem bepaalt de volgordewaarin u ze op de x-as plaatst: van veel invloed (links) naar weinig invloed (rechts).Op de y-as aan de linkerkant maakt u een indeling in punten van 0 tot 100. Op de y-as aan de rechterkant maakt ueen verdeling in %. Elke punt staat voor 1%.Stap 3U maakt een staafdiagram. Teken boven elke oorzaak een staaf, waarvan de hoogte overeenkomt met het punten-aantal dat u bij 1 heeft vastgesteld.Stap 4Met een andere kleur tekent u cumulatieve staven door het aantal punten van elke oorzaak van links naar rechtsop te tellen.Stap 5U tekent een lijn vanaf het 0-punt tot het 100% niveau op de rechter verticale as, door de rechter bovenhoeken vande staven met elkaar te verbinden.Stap 6U trekt een horizontale lijn vanaf 80% (op de verticale as) naar links, tot het snijpunt met de cumulatieve lijn en trektvervolgens een verticale lijn vanuit dit snijpunt naar beneden tot aan de horizontale as. Hier ligt dan de prioriteit.Het paretodiagram is ook een handig hulpmiddel wanneer binnen een groep consensus moet worden bereiktover uit te voeren acties. In dat geval geeft een ieder bij stap 2 een individuele waardering, waarna per oorzaak degemiddelde waardering wordt vastgesteld. Op basis van die gemiddelden wordt het diagram vervaardigd vanafstap 3.Door deze werkwijze kunt u de discussie over de prioriteitenkeuze flink inkorten. De aanwezigen lichten hunstandpunt toe en gaan vervolgens over tot de puntentoekenning. De fase waarin de betrokkenen elkaar gaanovertuigen van hun eigen gelijk wordt zodoende overgeslagen. U kunt het paretodiagram ook gebruiken voor deprioriteitsstelling van verbeteropties. 29 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 30. De onderstaande grafiek illustreert de werking van een pareto-diagram.De onderstaande grafiek illustreert de werking van een pareto-diagram. 1 Het inzichtelijk maken van de bijdrage die individuele met andere manieren van lesgeven dan ze gewend zijn docenten leveren aan het succes van leerlingen op het (4 punten) gebied van taalontwikkeling (15 punten) 13 Het creëren van een adequaat beloningssysteem voor 2 Een duidelijke visie op het waarom en hoe en waarom zo diegenen die er in slagen hun lessen effectiever te maken van taalbeleid (12 punten) (4 punten) 3 Helder geformuleerde beoogde reultaten (8 punten) 14 Het opzetten van een onderzoek naar de effectiviteit van 4 Docenten werken structureel aan uitbreiding van recente woordbladen (2 punten) kennis van les-effectiviteit, taalontwikkeling, motivatie e.d. 15 Het structureel en frequent communiceren van de visie (6 punten) 16 Communiceer en vier successen (2 punten) 5 Het werken aan een schoolcultuur waar leren tot de 17 Het bewust werken aan professionele communicatie prioriteiten en vanzelfsprekendheden behoort (6 punten) tijdens werkoverleg e.d. (2 punten) 6 Het communiceren van bevindingen met individuele 18 Het analyseren van de toetsresultaten (2 punten) leerlingen en hun ouders (5 punten) 19 Het confronteren van diegenen die weerstandsgedrag 7 Functioneringsgeprekken op basis van lesbezoek, pjp en (blijven) vertonen (2 punten) voortgangsrapportage (5 punten) 20 Het communiceren van de conclusies en bevindingen 8 Het beoordelen van lessen op effectiviteit (4 punten) met de docenten (2 punten) 9 Het voorleven en belonen van gewenst gedrag 21 Het evalueren van de taakverdeling (2 punten) (4 punten) 22 Het evalueren van bestede uren (taalcoördinator) en10 In alle gevallen de consequenties voor het vervolg com- beloning en op basis daarvan te komen tot nieuwe municeren (4 punten) afspraken (2 punten)11 Informatie uitwisselen over de vorderingen (4 punten) 23 Het reflecteren door docenten op eigen gedrag in12 Het creëren van veiligheid voor hen die experimenteren samenwerking met collega’s (2 punten) 30 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 31. Bijlage 4 Scan leermethodes Leermiddelencheck Criterium - - /+ + observaties/opmerkingen Vormgeving De methode is aantrekkelijk vormgegeven Kleuren worden effectief en ondersteunend gebruikt De typografie (vet, cursief etc.) is ondersteunend 31 Er wordt zinvol gebruikgemaakt van kaders, markeringen e.d. De illustraties sluiten aan bij het leeftijdsniveau De illustraties verduidelijken de hoofdgedachte van de tekst© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d Totaaloordeel vormgeving De vormgeving is aantrekkelijk en ondersteunend. De lay-out is leeftijdsadequaat en geeft een goed overzicht van opdrachten, uitleg, voorbeelden, hoofd- en bijzaken.
  • 32. Leermiddelencheck Criterium - - /+ + observaties/opmerkingen Structuur Er wordt gebruikgemaakt van inleidende en afsluitende informatie in alinea’s en teksten Er wordt gebruikgemaakt van signaalwoorden De methode geeft voldoende bruikbare samenvattingen 32 Verwijzingen naar figuren en tabellen e.d. zijn helder Het gebruik van verschillende soorten structuuraanduidingen is typografisch eenduidig en ondersteunend Alinea’s hebben een heldere opbouw met een duidelijke© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d inhoud, zoals een vergelijking, verklaring etc. Totaaloordeel structuur Door de opbouw van de tekst in alinea’s (intro, details, samenvatting), het gebruik van structuuraanduidingen en signaalwoorden e.d. is de hoofdgedachte van de tekst er goed uit te halen.
  • 33. Leermiddelencheck Criterium - - /+ + observaties/opmerkingen Inhoud De stof sluit aan bij het kennisniveau van de leerlingen en bij de vakdoelen De denkstappen in tekst en opdrachten zijn helder en goed te volgen De hoeveelheid informatie is afgewogen 33 De inhoud leidt naar de eindtermen toe Totaaloordeel inhoud De inhoud van de stof is begrijpelijk en passend. Stijl De aanspreekvorm is passend voor leerlingen© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d De leerlingen worden actief aangesproken Totaaloordeel Stijl De stijl en aanspreekvorm zijn toegankelijk voor de doelgroep.
  • 34. Leermiddelencheck Criterium - - /+ + observaties/opmerkingen Woord- en zinsgebruik (Vaktaal)woorden worden goed uitgelegd Er wordt gebruikgemaakt van woordenlijsten Figuurlijk taalgebruik, beeldspraak en spreekwoorden worden uitgelegd of komen minder frequent voor 34 Het gebruik van samengestelde zinnen is beperkt De afstand tussen bij elkaar horende woorden en de informatie is beperkt© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d Oordeel woord- en zinsgebruik Het woordgebruik is passend. Moeilijke woorden worden uitgelegd.
  • 35. Leermiddelencheck op aspecten van taalgericht vakonderwijs (TVO) Taalgericht vakonderwijs – context Criterium - - /+ + observaties/opmerkingen Voorkennis wordt op verschillende manieren geactiveerd De leerstof wordt aangeboden in een betekenisvolle context Er wordt rekening gehouden met de (talige) voorkennis en eventuele culturele verschillen Lesdoelen zijn in een groter geheel geplaatst Toetsing heeft plaats in een betekenisvolle context 35 Oordeel TVO – context Taalgericht vakonderwijs - activerend en interactie Door variatie in oefeningen worden leerlingen uitgenodigd verschillende zintuigen te gebruiken© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d Oefeningen en opdrachten zijn gevarieerd, waardoor recht wordt gedaan aan verschillen in leerstrategieën tussen leerlingen Leerlingen worden uitgenodigd te schrijven en te praten over de leerstof
  • 36. Leermiddelencheck op aspecten van taalgericht vakonderwijs (TVO) Taalgericht vakonderwijs – activerend en interactie Criterium - - /+ + observaties/opmerkingen Leerlingen worden uitgenodigd hardop te denken en gedachten uit te wisselen over de betekenis van vakconcepten Er worden verschillende interactieve werkvormen aangeboden om de lesstof te verwerken Oordeel TVO- activerend en interactie Taalgericht vakonderwijs – Taalsteun 36 Naast vakdoelen zijn ook taaldoelen omschreven Er zijn begrippenlijsten voor nieuwe (vak)taalwoorden opgenomen. Bij de taken en opdrachten wordt talige steun gegeven, zoals: voorbeelden, schrijfkaders, woordenlijsten, stappenplannen, voorbeeldformuleringen etc.© C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d Oordeel TVO-taalsteun Totaal oordeel leermiddel
  • 37. Bijlage 5Woordspel met docenten: Party & CoInstructie l Laat docenten eerst ervaren welke consequenties het heeft voor het begrip van een tekst/les als je woor- den mist/niet kent. Hiervoor zijn oefeningen in te zetten als ‘de Singaporetekst’, maar ook andere oefenin- gen opgenomen in ‘het koffertje voor taalbeleid en taalgericht vakonderwijs’, Atlas, 1999. l Leg uit dat het in het kader van woordenschatvergroting soms lastig is om woorden te semantiseren. l Behandel manieren van semantiseren. Semantiseren Non-verbale manieren Verbale manieren Voorwerp tonen Geef een algemene definitie Handeling laten zien Geef voorbeelden en contexten Ruiken Vertaal in een eigen taal Gebaren Geef synoniemen Voordoen/uitbeelden Geef een tegenstelling Gebruik foto’s/afbeeldingen Geef woorden uit hetzelfde woordveld Gebruik diagrammen Gebruik een analogie Voorbeeld semantiseren: het woord dik Omschrijving Met een grote omvang Synoniem Vet Afbeelding Dik persoon Vertaling Fat, thick Pregnante context Als je teveel taart eet, dan word je dik l Geef iedereen een Party & Co-kaartje. l Vraag aan een ieder om het vetgedrukte woord bij het roze symbool zo begrijpelijk en volledig mogelijk te omschrijven. l Laat de anderen het woord raden (niet te snel, niet teveel gokken). l Als het woord is geraden, is er een volgende docent aan de beurt. l Moraal van het verhaal: het is niet vanzelfsprekendheid dat je woorden goed uitlegt, maar je kunt het wel leren. 37 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 38. Bijlage 6Leerlingenquête: ‘Hoeveel snap jij van de les?’Vind je de lessen makkelijk? Of vind je ze juist moeilijk? Welke lessen vind je leuk en van welke lessen baal je?Begrijp je alles in de les of snap je er vaak niets van?Vul de enquête in en laat de school weten wat jouw mening is. Schrijf je antwoord in de vakken bij de vraag.Naam: Klas:1) Welk vak/ welke vakken vind je leuk?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………2) Wat vind je leuk aan deze vakken?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………3) Welk vak/ welke vakken vind je moeilijk?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………4) Wat vind je moeilijk bij deze vakken? l De stof : ja / soms / nee l De uitleg in het boek : ja / soms / nee l De uitleg van de docent : ja / soms / nee l Praten over de stof/zelf iets uitleggen : ja / soms / nee l De vragen en opdrachten bij de les begrijpen : ja / soms / nee l De vragen en opdrachten in de toets begrijpen : ja / soms / nee l Mondeling antwoord geven op een vraag : ja / soms / nee l Schriftelijk antwoord geven op een vraag : ja / soms / nee l De woorden die bij het vak gebruikt worden : ja / soms / nee l Iets anders, namelijk ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………….………………………………………………………………………………………………………………………….……………… 38 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 39. 5) Denk je dat taal belangrijk is voor school en later?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………6) Wat zou er anders gaan als je beter zou zijn in taal?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………7) Doe jij zelf iets om beter te worden in taal? Zo ja, wat dan?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………8) Houden docenten er rekening mee als jij moeite hebt met taal?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………9) Hoe wil je dat docenten je helpen als je moeite hebt met taal?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………10) Wat denk je dat de school verder moet doen om jou te helpen als je moeite hebt met taal?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………11) Weet je naar wie je toe kunt gaan, als je moeite hebt met taal? Zo ja, naar wie dan?…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………Bedankt voor het invullen! 39 © C P S T a l e n c e n t r u m 2 0 0 7, E f f e c t i e f t a a l b e l e i d
  • 40. Plotterweg 30, 3821 BB AmersfoortPostbus 15923800 BN AmersfoortT (033) 453 43 43F (033) 453 43 53www.cps.nl