Versie 0.95 9 december 2013

Gepersonaliseerd leren vertaald naar de praktijk
De leerling ongehinderd in zijn/haar onderwi...
Inhoud
1.

Inleiding ........................................................................................................
1.

Inleiding

1.1.

ZO.LEER.IK! en gepersonaliseerd onderwijs

Het gaat om het leren van de leerling en alles wat gebeurt...
waarbij een deel van het programma in de basisgroep vorm krijgt.

1.2.
Wat is ZO.LEER.IK!
ZO.LEER.IK! biedt onderwijs waar...
Leren en begeleiden op maat
Opbrengstgericht werken
Leren met anderen
Gebruik maken van digitale technologie

1.2.1. Pijle...
(Het Zweedse Stepsmodel – KED)
Dit alles vergt een zeer grondige registratie en controle. De leerlingen worden nauwgezet g...
Eigen niveau en tempo, maar stevig begeleid
1. Leerling kan altijd verder in het programma
o Materiaal is altijd aanwezig
...
Verder zijn ouders ook wekelijks betrokken door het lezen en becommentariëren van de planning waarin alle
afspraken en res...
Onderstaand figuur toont de overzichtsposter van ZO.LEER.IK!, waarin alle elementen in één figuur zijn
weergegeven. Deze p...
Figuur: overzichtsposter ZO.LEER.IK!

2.2.2. Wat betekent het voor leraren?
De belangrijkste activiteiten (voorbereiding/o...
Coaching/begeleiding

Programma

Verschil in tempo tussen vakken

Toetsen wanneer je er aan toe
bent

Wekelijks 15 minuten...
3.

Hoe verder

Wilt u meer weten over het initiatief, de voortgang bij de scholen, of wilt u meedoen? Hieronder staan de
...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Zoleerik! visieontwerp

1,110

Published on

Concept visiedocument Zo.Leer.Ik! onderwijsconcept voor het VO. Geinspireerd op Kunskapsskolan. Meer op zoleerik.blogspot.nl

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
1,110
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
46
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Zoleerik! visieontwerp

  1. 1. Versie 0.95 9 december 2013 Gepersonaliseerd leren vertaald naar de praktijk De leerling ongehinderd in zijn/haar onderwijsproces Versie 0.95 09-12-2013 Zo leer ik! Pagina 1
  2. 2. Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................................. 3 1.1. ZO.LEER.IK! en gepersonaliseerd onderwijs ............................................................................................. 3 1.2. Wat is ZO.LEER.IK! .................................................................................................................................... 4 1.2.1. 1.2.2. Pijler 2: Opbrengstgericht werken ........................................................................................................ 5 1.2.3. Pijler 3: Leren met anderen .................................................................................................................. 6 1.2.4. 2. Pijler 1: Leren en begeleiden op maat .................................................................................................. 5 Pijler 4: Gebruik maken van digitale leertechnologie............................................................................ 6 Gepersonaliseerd leren: wat verstaat ZO.LEER.IK! daaronder? ...................................................................... 6 2.1. De onderwijskundige uitgangspunten ......................................................................................................... 6 2.2. ZO.LEER.IK!: in de praktijk ......................................................................................................................... 7 2.2.1. Planning en organisatie ........................................................................................................................ 7 2.2.2. Wat betekent het voor leraren? .......................................................................................................... 10 2.2.3 Wat betelkent het voor leerlingen?..........................................................................................................11 2.2.4.Ouders………………………………………………………………….…………………………………………11 3. Hoe verder ...................................................................................................................................................... 12 Zo leer ik! Pagina 2
  3. 3. 1. Inleiding 1.1. ZO.LEER.IK! en gepersonaliseerd onderwijs Het gaat om het leren van de leerling en alles wat gebeurt in de school moet hieraan bijdragen Veel scholen zoeken naar manieren om hun leerlingen optimaal de gelegenheid te geven zoveel mogelijk te leren. In de huidige organisatie van de meeste scholen is het moeilijk om recht te doen aan verschillen in leertempo en manieren van leren. Om ieders talenten optimaal te benutten is het noodzakelijk na te denken op welke wijze dit het meest effectief kan. Dat de leerling zelf hierbij centraal staat, is evident. In het afgelopen jaar hebben de scholen die zich verbonden hebben in ZO.LEER.IK! in nauwe samenwerking gewerkt aan het ontwikkelen van een concept dat gepersonaliseerd onderwijs werkelijk uitvoerbaar maakt. We hebben ons laten inspireren door de werkwijze van de Kunskapsskolan in Zweden en Engeland en hieruit is een onderwijsconcept ontstaan dat we ZO.LEER.IK! hebben gedoopt. In deze notitie is uiteengezet wat ZO.LEER.IK! inhoudt, hoe wij het ons in de praktijk voorstellen en hoe we het in komende periode gaan implementeren in onze scholen. In ieder geval 6 scholen starten in 2014 dan ook met het bouwen aan een nieuw onderwijsconcept. Het betreft de volgende scholen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. College Den Hulster, Venlo De Vlaardingse Openbare Scholengroep (De Vos) Picasso Lyceum, Zoetermeer DaVinci College, Leiden DaCapo College, Sittard Kennemer College, Heemskerk Deze notitie is bedoeld om onderwijsbetrokkenen (docenten, schoolleiders, -bestuurders, uitgevers en ondersteunende organisaties) niet alleen te informeren, maar ook te inspireren. De notitie heeft het karakter van een visiestuk en schetst een eindresultaat. Mocht u na het lezen hiervan meer willen weten dan vindt u aan het einde van deze notitie een aantal contactpersonen die u verder kunnen helpen. Veel gebruikte termen en onze betekenis daarvan Coach Logboek Leerportaal Rijke opdracht Stappen Basisgroep Zo leer ik! Coaches zijn de spil in de begeleiding van het leerproces van de leerling. Iedere coach is ook leraar, maar niet alle leraren zijn coach. Coaches bewaken het leerproces en houden in de gaten of leerlingen hun doelen halen. Deze rol is niet te verwarren met die van een mentor. De coach is verantwoordelijk voor zowel het leren als het leren leren van de leerling. Het logboek neemt een centrale plek in tussen leerling, leraar, coach en ouder. Elke leerling heeft zijn of haar eigen papieren of digitale logboek. mmm Vanuit een (digitaal) leerportaal wordt de volledige leerlijn ter beschikking gesteld voor leerlingen (bronmaterialen, rijke opdrachten en pedagogisch-didactische aanwijzingen voor docenten). Dit portaal maakt het mogelijk dat leerlingen altijd en overal bij hun materialen kunnen en dat er altijd gewerkt kan worden. Docenten kunnen ten alle tijden zicht kunnen houden op het leerproces en de resultaten. De wettelijk vastgestelde Eindtermen Voortgezet Onderwijs vormen de basis voor de doelen die gesteld worden. Deze doelen worden in kleine stappen opgedeeld die leerlingen doorlopen in een korte periode (bijvoorbeeld 4-6 weken). De stappen vormen hiermee een doorlopende leerlijn, waarbij elk vak opgedeeld is in 35 stappen. Een leerling maakt deel uit van een basisgroep van leerlingen. De dagstart begint ook in deze basisgroep. De leerling doorloopt een individueel onderwijsprogramma, Pagina 3
  4. 4. waarbij een deel van het programma in de basisgroep vorm krijgt. 1.2. Wat is ZO.LEER.IK! ZO.LEER.IK! biedt onderwijs waarmee elke leerling het beste uit zichzelf haalt. Hoge leeropbrengsten, het efficiënt benutten van onderwijstijd en het talent van leerlingen als uitgangspunt zijn onze kernbegrippen. Leerlingen willen een school waarin zij léren leren, waar ze dagelijks worden gestimuleerd om te presteren en waarin verschillen tussen mensen uitgangspunt zijn in plaats van een hindernis. Leerlingen formuleren aan het begin van de opleiding hun doel, op welk niveau willen ze afsluiten, en de school organiseert het traject waarin een leerling zo ongehinderd mogelijk naar de doelstelling kan toewerken. Zo.Leer.Ik! zorgt ervoor dat leerlingen gedurende de opleiding steeds hun doel voor ogen houden. De leerling is continue met zijn leraren en coaches bezig om aan opdrachten te werken en wordt doorlopend gestimuleerd, uitgedaagd, bevraagd en ondersteund. Leerlingen kunnen veel meer uitgedaagd worden en binnen het onderwijsconcept is het voor docenten mogelijk veel meer te differentiëren en persoonlijke aandacht te geven aan elke leerling. Met het onderwijsconcept ZO.LEER.IK! willen we bereiken dat: • leerlingen gemotiveerd zijn om hun grenzen op te rekken en meer te leren dan ze voorheen dachten dat mogelijk was; • de school een plaats is waar de leerling ongehinderd kan leren; op veel manieren, samen met veel mensen, in een omgeving waarbij de hele organisatie erop gericht is het continue proces van leren en leren leren te faciliteren. • ouders en school gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen om het talent van leerlingen maximaal te ontwikkelen; • docenten hun betrokkenheid bij de ontwikkeling van kinderen maximaal kunnen inzetten; • er een kanteling is van reproductie van kennis naar kennisontwikkeling; • leren een individueel maar ook een groepsproces is; • de school een stimulerende ontmoetingsplaats is; • scholen die binnen ZO.LEER.IK! samenwerken, dit vooral doen om een gezamenlijk leerproces te genereren waarbij steeds de vraag centraal staat: hoe kunnen wede leerling het beste laten leren? Daarvoor moeten we ons onderwijs zo efficiënt mogelijk, maar vooral ook zo effectief mogelijk inrichten. ZO.LEER.IK! in zijn doorontwikkelde vorm (ons einddoel) rust op vier pijlers, die in onderstaand figuur zijn weergegeven: Zo leer ik! Pagina 4
  5. 5. Leren en begeleiden op maat Opbrengstgericht werken Leren met anderen Gebruik maken van digitale technologie 1.2.1. Pijler 1: Leren en begeleiden op maat Het leerproces en de leerdoelen van de leerling staan centraal. Het aanvankelijke hoofddoel; op welk niveau wil de leerling afsluiten, wordt in de driehoek leerling, ouder, coach vastgesteld. De wettelijk vastgestelde Eindtermen Voortgezet Onderwijs vormen de basis voor de doelen die gesteld worden. Deze doelen worden in kleine stappen en thema’s opgedeeld die leerlingen doorlopen in een korte periode (bijvoorbeeld 4-6 weken). Coaches zijn de spil in de begeleiding van dat proces. Iedere leraar is coach. Coaches bewaken het proces en houden in de gaten of leerlingen hun doelen halen. Deze rol is niet te verwarren met die van een mentor. Samen met de leerling bepalen zij de doelen voor de volgende week. Samen stellen ze ook, binnen het kader van het curriculum, een rooster op voor die week met daarin de keuzes voor workshops (ondersteuningsuren), plenaire instructies, zelfstudie-opdrachten en opdrachten die zij in groepjes maken. Dit schema is inzichtelijk voor ouders zodat zij hun kind kunnen helpen en zien wat er gebeurt. Leerlingen zijn onderdeel van stamgroepen waarmee zij bepaalde activiteiten volgen en samenwerken in projecten. Wat deze onderwijsvorm typeert is dat er nooit lessen uitvallen, dankzij de duidelijke leerdoelen en didactischpedagogisch rijke opdrachten kan er altijd gewerkt worden en er heerst een dynamische leercultuur in onze scholen. Dit komt omdat de programma’s vaststaan, de materialen klaarliggen, de leerlingen grotendeels zelfstandig aan het werk gaan, er veel inhoudelijke houvast is en veel contact met de ouders. Er wordt gewerkt met een logboek waarin planning en resultaten van de individuele leerling zijn opgenomen. Het logboek geeft inzicht in de lange termijn leerdoelen, de leerdoelen per studieperiode (bijvoorbeeld maand, kwartaal), de doelen per week en het weekrooster. Het proces is erg transparant voor iedere betrokkene. 1.2.2. Pijler 2: Opbrengstgericht werken Het feit dat leerlingen ieder op hun eigen niveau in het programma beginnen, houdt in dat er duidelijkheid moet zijn over inhoud en structuur. De inhoud is duidelijk gekoppeld aan de kerndoelen. Zo leer ik! Pagina 5
  6. 6. (Het Zweedse Stepsmodel – KED) Dit alles vergt een zeer grondige registratie en controle. De leerlingen worden nauwgezet gevolgd en doorlopend gestimuleerd. We hanteren dan ook een strak kwaliteitssysteem en evalueren continue hoe het gesteld is met de voortgang, leeropbrengsten en leerstrategieën van onze leerlingen. We geven daadwerkelijk invulling aan opbrengstgericht werken. Eén en ander betekent ook dat we flexibel en individueel toetsen, gekoppeld aan de inhoudelijke stappen in het curriculum. Daarnaast ontvangen de leerlingen doorlopend goede feedback en reflecteren ze zelf en met hun coach op hun werk. Leerlingen zijn op verschillende momenten klaar met verschillende (delen van) vakken en volgen vakken op verschillende niveaus. 1.2.3. Pijler 3: Leren met anderen Een gemiddelde dag op onze school is gevarieerd. Iedere leerling begint met de dagstart in zijn groep waar de coach huishoudelijke zaken doorspreekt. Daarna is er een keur aan verschillende activiteiten, met de stamgroep, in kleinere groepen, in tweetallen en alleen. Met leraren is er ook veel persoonlijk contact. Veel korte momenten waarin de checkvragen steeds zijn: wat ben je aan het leren, wat beheers je nu, kun je dat laten zien? Dit vanuit de gedachte dat de kwaliteit van onderwijs in feite wordt bepaald door de kwaliteit en de frequentie van de feedback die een leerling krijgt. De frequentie zorgt ervoor dat reflectie van de leerling op het eigen leerproces op gang komt en de motivatie wordt verhoogd. Veel kleine toetsmomenten kunnen hierdoor al worden vervangen. 1.2.4. Pijler 4: Gebruik maken van digitale leertechnologie Het beschikbaar stellen van de volledige leerlijn aan rijke opdrachten, bronmaterialen en pedagogisch-didactische aanwijzingen voor docenten, gebeurt vanuit een digitale portal. Deze maakt het mogelijk dat leerlingen altijd en overal bij hun materialen kunnen en dat er altijd gewerkt kan worden. Docenten moeten ten alle tijden zicht kunnen houden op het leerproces en de resultaten, dus ontwikkelingen in de richting van learning analytics zullen nauwlettend in de gaten gehouden worden. We gaan uit van een grotendeels online programma met opdrachten die de eindtermen dekken en die georganiseerd zijn in één doorlopende leerlijn. Leerlingen stippelen met dit online programma wekelijks de leerroute uit met hun coach, waarna een programma volgt vol opdrachten, onderzoek, instructies, workshops en presentaties. Deels gebeurt dit in de basisgroep, deels in kleinere groepen en deels individueel. Vanuit de pedagogisch-didactisch rijke opdrachten volgt wat de leerling moet doen, welke docentactiviteiten daaraan zijn gekoppeld en wat het eindproduct moet zijn. Ook de ouders hebben (digitaal) continue inzage in het leerproces. 2. Gepersonaliseerd leren: wat verstaat ZO.LEER.IK! daaronder? 2.1. De onderwijskundige uitgangspunten In voorgaand hoofdstuk zijn de hoofdlijnen van het concept ZO.LEER.IK! uiteengezet. Natuurlijk is dit concept niet alleen vanuit de praktijk ontwikkeld, maar liggen er een aantal onderwijskundige principes aan ten grondslag. Zo leer ik! Pagina 6
  7. 7. Eigen niveau en tempo, maar stevig begeleid 1. Leerling kan altijd verder in het programma o Materiaal is altijd aanwezig o Je weet altijd wat je kunt doen (door dagstart en coaching) o Je kunt zelf intekenen op activiteiten o Je werkt in eigen tempo, op eigen niveau, vanuit een eigen leerstrategie o Er zijn altijd leraren aanwezig o Je kunt flexibel toetsen en afsluiten ZO.LEER.IK! staat de leerling toe om op zijn of haar eigen niveau te werken en daarbij minder of meer tijd te besteden aan ieder vak, afhankelijk van zijn/haar sterke of zwakke kanten. Dit kan omdat ieder vak is opgedeeld in 35 stappen die een doorlopende leerlijn vormen. Met 25 stappen heb je een vmbo-niveau, met 30 havo en met 35 vwo. In zijn uitgewerkte vorm is het niet meer nodig de verschillende opleidingsvarianten gescheiden aan te bieden. Iedereen werkt naast elkaar binnen zijn eigen niveau. 2. Een ander onderwijskundig uitgangspunt is dat de leerling op verschillende manieren werkt: alleen of in een groepje, met veel variatie in didactisch aanbod. Er worden dan ook verschillende activiteiten aangeboden, zoals seminars (instructielessen), colleges (in grote groepen, variërend in lengte), onderzoek, workshops, communicatiemomenten (bij het talenonderwijs) extra ondersteuning en presentaties. De ‘les’ zoals we die gewend zijn wordt als het ware functioneel gestript en de componenten worden apart geroosterd. Op die manier ontstaat een aanbod waarin voor iedere leerling bepaalde accenten kan worden gelegd. De een heeft meer instructie en ondersteuning nodig dan de ander. 3. Alles gaat over het leren van de leerling. Wij vinden het belangrijk dat leerlingen echt zelfstandig kunnen leren, een leven lang. Daarom besteden we erg veel aandacht aan het begeleiden van het leren en leren leren! De opdrachten zijn divers per kerndoel en de keuze van de leerling is afhankelijk van zijn persoonlijke leerstrategie. De coach stelt dit centraal in zijn gesprekken met de leerling en op deze wijze wordt het leren leren verder ontwikkeld met de leerling. De essentie is dat leren leren wordt gezien als een continue proces. Dit behelst meer dan de leerstijl. Het gaat ook om het steeds reflecteren op de gebruikte methodiek van leren en de gewoontes van de leerling bij het leren. 4. Er wordt zoveel mogelijk in samenhang geleerd. Daarom wordt er in vakgebieden en thema’s gewerkt, aan de hand van de eisen van het curriculum. 5. Om een individuele route te kunnen volgen is het belangrijk dat de leerling goed gevolgd, aangemoedigd en geadviseerd wordt. Een belangrijke component hiervan is het wekelijkse coachgesprek, waarin de werkzaamheden van de afgelopen week beschouwd worden en de activiteiten voor de komende weken gepland worden. De ouders kijken hierin mee en tekenen het programma wekelijks af. 2.2. ZO.LEER.IK!: in de praktijk 2.2.1. Planning en organisatie In de vorige paragraaf is het idee achter het concept uiteengezet. Waar het uiteindelijk om gaat is hoe het in de praktijk op een ZO.LEER.IK!-school werkt. In deze paragraaf wordt een indruk gegeven van het verloop van een leerjaar. Doelen stellen Aan het begin van een schooljaar starten we met het stellen van lange termijndoelen en tussendoelen die een leerling daarvoor dient te halen. Dat doen we samen met de leerling en de ouders. Het is onze opdracht om de leerling zo te begeleiden dat deze de overeengekomen doelen ook daadwerkelijk haalt. Samen met de leerling en de ouders willen we uitvinden op welke manier een leerling het best leert. De coaches werken samen met leerlingen om het zelfstandig leren van leerlingen te bevorderen. Hierbij wordt gewerkt aan het zelf nemen van verantwoordelijkheid voor het leerproces door leerlingen. Zo bouwen leerlingen vrijheden op binnen de afgesproken doelen. Dit stelt de leerling in staat om in toenemende mate zelf zijn tijd in te delen. De leerling wordt steeds meer eigenaar van het proces. Coachgesprekken Naast de doorlopende informele contacten, heeft elke leerling wekelijks een gesprek met zijn coach om de voortgang van de doelen te bespreken en het lesprogramma voor die week door te nemen. Dat programma bestaat uit een mix van workshops, colleges, projecten, zelfstudie en toetsen. De planning en resultaten worden ontsloten voor de leerling en de ouders via een portal. Op deze manier kunnen ouders volgen hoe het gaat. Zo leer ik! Pagina 7
  8. 8. Verder zijn ouders ook wekelijks betrokken door het lezen en becommentariëren van de planning waarin alle afspraken en resultaten worden bijgehouden Iedere dag begint de leerling in zijn basisgroep met de coach: de dagstart. Alle docenten beginnen de dag ook met een korte bespreking met elkaar. Tempo Als de doelen zijn vastgesteld gaat de leerling aan de slag door taken te kiezen die bij het doel en zijn/haar leervoorkeur passen. De leerling kan leraren per vakgebied om hulp vragen, volgt workshops, werkt samen met leerlingen aan een project, maakt zelfstudie-opdrachten en volgt instructies of andere sessies over de onderwerpen die aan de orde zijn. Dit betekent ook dat leerlingen onderdelen of zelfs vakgebieden kunnen afsluiten wanneer de gestelde doelen behaald zijn. Er wordt dus gewekt in eigen tempo. Rooster ZO.LEER.IK! wil een situatie creëren waarin de leerling de hele dag kan en zal werken. Docenten en coaches zijn dan ook de hele dag bezig. Een rooster wordt maar gedeeltelijk voor een schooljaar vastgesteld. Belangrijk is het uitgangspunt dat het rooster zich ontwikkelt om de leerlingen heen. Er zijn altijd zaken waarin de leerling wel of niet aan deelneemt, afhankelijk van vorderingen, programma, ontwikkelingsniveau en zelfkennis. Hierdoor heeft de leerling steeds de ervaring dat er iedere dag de hele dag gewerkt kan worden en dat hij/zij niet afhankelijk is van de plaats van een vak in het rooster. Een grote variatie aan onderwijsactiviteiten wordt georganiseerd in flexibele eenheden en variërende tijden. Vakgebieden Mogelijke clusters van vakken/vakgebieden zijn Nederlands, de Moderne Vreemde Talen (apart), Wiskunde, Mens en Maatschappij, Exact en Kunst/Lichamelijke Opvoeding. We vullen de stappen van de vakken ‘contextrijk’ in, maar wel onafhankelijk van elkaar, om eigen combinaties voor iedere school mogelijk te maken. Daarnaast zijn er vakgebieden die thematisch (en geïntegreerd) kunnen worden aangeboden. Thema’s vormen een wezenlijk onderdeel van de aanpak vanwege de rijke context. Dit verwezenlijkt het leren in samenhang waarmee we ons onderwijs willen vormgeven. Zo leer ik! Pagina 8
  9. 9. Onderstaand figuur toont de overzichtsposter van ZO.LEER.IK!, waarin alle elementen in één figuur zijn weergegeven. Deze poster is ook als bijlage in pdf opgenomen. Zo leer ik! Pagina 9
  10. 10. Figuur: overzichtsposter ZO.LEER.IK! 2.2.2. Wat betekent het voor leraren? De belangrijkste activiteiten (voorbereiding/ontwikkeling, instructie, vakspecifieke begeleiding en coaching) van een leraar zijn ook bij ZO.LEER.IK! essentieel. Veel leraren zullen al deze activiteiten blijven uitvoeren, zij het binnen veranderende settingen, niet steeds in het tijdframe van 45 minuten en met het karakter van ‘een les’. Er zullen echter ook leraren zijn die zich meer op een of twee van de activiteiten gaan toeleggen. Leraren worden tevens ingezet als coach van een aantal leerlingen. Ze stippelen met de leerling de leerroute uit, begeleiden de leerling met de planning, communiceren wekelijks (?) deze planning en de voortgang met de ouders via het logboek en registreren alle ontwikkelingen in het leerlingvolgsysteem. De vakdocent registreert de resultaten, opmerkingen en eventuele extra opdrachten in dit systeem en tekent het af in het (digitale) logboek. De coach gebruikt deze registratie voor het coachgesprek met de leerling, De ouders kijken mee via het systeem en het logboek. In ons concept wordt dus een belangrijk deel van de onderwijstijd besteed aan begeleiding, tot wel 20%. Daarnaast zijn de leraren verantwoordelijk voor het klaarzetten van het leermateriaal voor de leerlingen. Dit gebeurt in hun eigen expertisegebied. Leraren zijn zoveel mogelijk op de werkvloer met de leerlingen aanwezig om deze verschillende werkzaamheden te verrichten en dagelijks zijn er korte overlegmomenten met collega’s om de gang van zaken te bespreken, problemen op te lossen en aan nieuwe ontwikkelingen te werken. Contacttijd bestaat dus uit eerder beschreven manieren van interactie met de leerling gericht op leren. Leraren op onze scholen zijn verantwoordelijk voor het tot stand komen van een rijke leeromgeving. Ze zetten opdrachten klaar, selecteren bronmaterialen, ontwikkelen toetsen en andere afsluitvormen. Jaarlijks bespreken de leraren het geboden materiaal, beoordelen en selecteren nieuw materiaal en bepalen gezamenlijk de onderwerpen voor de workshops en projecten. De belasting in tijd is voor docenten gelijk aan de huidige belasting, maar met een andere intensiteit, omdat zij minder voor groepen staan. Internationale voorbeelden laten zien dat er in dit concept meer onderwijstijd is. Leraren besteden veel meer tijd met hun leerlingen dan leraren op scholen die niet met dit concept werken. 2.2.3 Wat betekent het voor leerlingen? De leerling kan op eigen niveau en tempo door de lesstof heen. De leerling start elke dag met een dagstart in de basisgroep en gaat dan naar geroosterde activiteiten. Meestal vinden deze activiteiten plaats in groepen, maar een leerling is altijd met zijn/haar, samen met de coach, eigen uitgestippelde programma bezig. Het materiaal is altijd aanwezig, en de leerling kan voor een deel zelf intekenen op activiteiten. Zo wordt de leerling in staat gesteld om op per vakgebied op zijn of haar eigen niveau te werken en daarbij minder of meer tijd te besteden aan ieder vak, afhankelijk van zijn/haar sterke of zwakke kanten. Met veel formatieve toetsmomenten, kan de leerling een onderdeel afronden wanneer hij/zij er klaar voor is. Dit heeft als consequentie dat een leerling ALLE onderdelen uit het programma met een voldoende moet afronden, eerder mag hij/zij niet door met het programma. Er wordt opbouwend met de leerling gecommuniceerd: “Dit doe je goed.” “Hier moet je nog aan werken.” “Hoe ga je dat aanpakken?” Het vertrouwen in het eigen kunnen wordt opgebouwd. Zo leer ik! Pagina 10
  11. 11. Coaching/begeleiding Programma Verschil in tempo tussen vakken Toetsen wanneer je er aan toe bent Wekelijks 15 minuten met een coach: plannen, reflecteren, doelen checken Zelf je doel vaststellen Veel informele toetsmomenten Altijd duidelijk waar je staat Leren leren staat centraal Kan gaandeweg meer vrijheid in zelfstandigheid bereiken Extra hulp aanwezig Materiaal altijd aanwezig Leerling Schooldag Sociaal Dagstart met basisgroep maakt dag helder Zelf intekenen op onderwijsactiviteiten Zelfstudie, groepsstudie, projectgroepen, stamgroepen, etc Geen momenten waarop niets gebeurt Veel verschillende onderwijsactiviteiten Leraren altijd aanwezig op de schoolvloer Geen drukke leswisselmomenten 2.2.4 Wat betekent het voor de ouders Ouders zijn continue op de hoogte en betrokken bij de ontwikkeling van het kind. Door middel van het logboek kunnen zij de onderwijsactiviteiten van hun kind inzien. Zo leer ik! Pagina 11
  12. 12. 3. Hoe verder Wilt u meer weten over het initiatief, de voortgang bij de scholen, of wilt u meedoen? Hieronder staan de gegevens van enkele betrokkenen die graag met u in contact komen: Frans Schouwenburg – 06-51168755 – f.schouwenburg@kennisnet.nl Onderzoek Wij bevelen de volgende onderzoeken aan, die de noodzaak van persoonlijk leren, maatwerk en het betrekken van technologie en ict benadrukken: Kunskapsskolan succesvol Kunskapsskolan’s average merit rating (the Swedish secondary school grading system) in 2009 was 239 points, almost 15% higher than the national state school average of 210 points. Bron: http://www.kunskapsskolan.co.uk/performance/academicoutcomes.4.52155b18128a87c7cfd80009598.html http://getideas.org/resource/education-30-examples-kunskapsskolan/ De arbeidsmarkt vraagt om kennis van ict Zonder kennis van ict zijn de leerlingen niet gekwalificeerd voor de arbeidsmarkt. Ict is een wezenlijk onderdeel in de beroepsvoorbereiding van jongeren en levert een belangrijke bijdrage aan de werkgelegenheid. Bron: J. Allen en R van der Velden, 2011. http://www.roa.unimaas.nl/pdf_publications/externalpublications/Final%20OCW%20essay%20version%2020-7-2011.pdf Digitaal beleid op scholen te vrijblijvend In het onderwijs is weinig structurele aandacht voor digitale geletterdheid. Slechts één op de vijf leraren instrueert leerlingen regelmatig hoe zij selectief moeten omgaan met internetbronnen. De digitale vaardigheid van jongeren wordt overschat. Jongeren zijn helemaal niet zo handig als gedacht in de meer specifieke en complexere ict-taken Bron: H. van Gennip en C. van Rens, 2011; E. Kanters, 2009 http://www.kennisnet.nl/fileadmin/contentelementen/kennisnet/Over.kennisnet/Vier_in_balans/Vier_in_Balans_Monitor_2011.pdf http://www.kennisnet.nl/fileadmin/contentelementen/kennisnet/Onderzoek/Documenten/onderzoeksreeks/Nr_11._Web_2.0_als_ leermiddel.pdf De digitale kennismaatschappij Informatievaardigheden worden steeds belangrijker, in de toekomst zijn ze een nieuw soort geletterdheid waarover elke burger moet beschikken. Informatievaardigheden zullen net zo belangrijk worden als lezen, schrijven en rekenen. Wie deze vaardigheden niet voldoende beheerst, dreigt buitenspel te raken. Bron: European Commission, 2010; OECD, 2010a; R. Anderson, 2008; H. Boelens, 2010; A. ten Brummelhuis, 2010 http://www.kennisnet.nl/fileadmin/contentelementen/kennisnet/Over.kennisnet/Vier_in_balans/Vier_in_Balans_Monitor_2011.pdf Zo leer ik! Pagina 12

×