Nederlands taalbeschouwing nadenken over zinnen

3,393 views
3,080 views

Published on

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total views
3,393
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Nederlands taalbeschouwing nadenken over zinnen

  1. 1. Nederlands taalbeschouwing zinnen uitspinnen Ria Van den Eynde Veerle Frateur
  2. 2. . .
  3. 3. Woord vooraf
  4. 4. het gezegde
  5. 5. het gezegde
  6. 6. het gezegde
  7. 7. werkwoorden en gezegden
  8. 8. soorten werkwoorden
  9. 9. soorten werkwoorden in combinatie met gezegden
  10. 10. het nwg - grammaticaal
  11. 11. het nwg - grammaticaal
  12. 12. het wwg - grammaticaal
  13. 13. het wwg - grammaticaal
  14. 14. wwg – werkwoordelijk deel
  15. 15. wwg – niet-werkwoordelijk deel
  16. 16. wwg - deel van werkwoordelijke uitdrukking
  17. 17. wwg – deel van scheidbaar werkwoord
  18. 18. wwg – deel van wederkerend werkwoord
  19. 19. semantisch =
  20. 20. het nwg – semantisch denk even na: wat zegt het gezegde? <ul><li>Het werd muisstil in de grote zaal. </li></ul><ul><li>Dat antwoord lijkt me erg vaag. </li></ul><ul><li>Zelfs ‘s nachts blijft het snikheet in de kantoren. </li></ul><ul><li>het nwg zegt iets over hoe het onderwerp is (een kenmerk, een eigenschap) </li></ul>
  21. 21. het wwg – semantisch denk even na: wat zegt het gezegde? <ul><li>Onze gasten zijn vertrokken. </li></ul><ul><li>De rechter heeft de beklaagde veroordeeld. </li></ul><ul><li>De spin maakt een spinnenweb. </li></ul><ul><li>het wwg zegt iets over wat het onderwerp doet (een handeling, een activiteit, een gebeuren) </li></ul>
  22. 22. wwg – enkele voorbeelden
  23. 23. koppelwerkwoorden & stiekemerds
  24. 24. 9 koppelwerkwoorden
  25. 25. Hoe koppelwerkwoorden onthouden?
  26. 26. Of ZW a BB e LS ? ZW o BB e LS ?
  27. 27. Welke kwwn ontbreken dan nog?
  28. 28. staat er een koppelwerkwoord in de zin? <ul><li>Staat er 1 van de 9 koppel werkwoorden in je zin? </li></ul><ul><li>Ja? Dan heb je bijna zeker een zin met een n wg </li></ul><ul><li>Zegt het gezegde iets over hoe het onderwerp is ? </li></ul><ul><li>Ja? Dan heb je zeker een n wg </li></ul>
  29. 29. nwg: opdracht
  30. 30. nwg – enkele voorbeelden
  31. 31. Denk even na: welke kwwn zijn wel eens stiekem? <ul><li>zijn </li></ul><ul><li>heten </li></ul><ul><li>worden </li></ul><ul><li>blijven </li></ul><ul><li>blijken </li></ul><ul><li>lijken </li></ul><ul><li>schijnen </li></ul><ul><li>dunken </li></ul><ul><li>voorkomen </li></ul>
  32. 32. stiekemerds
  33. 33. stiekemerds <ul><li>zijn (hulpwerkwoord – zelfstandig werkwoord: zich bevinden , plaatshebben , bestaan ) </li></ul><ul><li>heten </li></ul><ul><li>worden (hulpwerkwoord – zelfstandig werkwoord: ontstaan (zeldzaam) </li></ul><ul><li>blijven (hulpwerkwoord – zelfstandig werkwoord: vertoeven ) </li></ul><ul><li>blijken </li></ul><ul><li>lijken (hulpwerkwoord – zelfstandig werkwoord: </li></ul><ul><li>lijken op iemand </li></ul><ul><li>schijnen (zelfstandig werkwoord – de zon schijnt ) </li></ul><ul><li>dunken </li></ul><ul><li>voorkomen </li></ul>
  34. 34. Denk even na: waar zijn de stiekemerds? <ul><li>Vorige zomer was Lynn in India. </li></ul><ul><li>Sien en Michaël zijn naar Mali vertrokken. </li></ul><ul><li>Annelies blijft altijd maar treuzelen. </li></ul><ul><li>Jens wordt bij het opleidingshoofd geroepen. </li></ul><ul><li>Christ’l is goed gehumeurd. </li></ul><ul><li>Ethan bleef ontroerd door het verhaal. </li></ul><ul><li>Bram werd steeds zenuwachtiger. </li></ul><ul><li>Eline is de hele nacht in de luchthaven gebleven. </li></ul><ul><li>Het trouwfeest van Tia was in Bommelen. </li></ul>
  35. 35. Toch geen kww! en dus wwg
  36. 36. Toch geen kww! en dus wwg
  37. 37. Toch geen kww! en dus wwg
  38. 38. stiekemerds: opdracht
  39. 39. speciaal <ul><li>naamwoordelijk deel = een bijzin </li></ul><ul><ul><li>Karen blijft toch altijd wie ze is . </li></ul></ul><ul><ul><li>Het leven van Jennifer was niet meer wat het vroeger geweest was. </li></ul></ul><ul><li>koppelwerkwoord met hulpwerkwoord = laatste ww is werkwoordelijke rest </li></ul><ul><ul><li>Tom is muzikant geworden . </li></ul></ul><ul><ul><li>Wannes is altijd een stille student gebleven . </li></ul></ul>
  40. 40. zelfstandige werkwoorden
  41. 41. zelfstandige werkwoorden
  42. 42. zww – enkele voorbeelden
  43. 43. buiten-gewone werkwoorden
  44. 44. <ul><li>Het vriest. </li></ul><ul><li>Het sneeuwt. </li></ul><ul><li>Het regent. </li></ul><ul><li>Het hagelt. </li></ul><ul><li>Het waait. </li></ul><ul><li>Het stormt. </li></ul><ul><li>Het spookt. </li></ul>
  45. 45. werkwoorden met een loos onderwerp <ul><li>werkwoorden met een </li></ul><ul><li>onpersoonlijk, leeg (=loos) onderwerp </li></ul><ul><li>klimaat werkwoorden </li></ul>
  46. 46. bijwoordelijke bepalingen mag-deeltjes
  47. 47. wat is het verschil tussen beide zinnen? <ul><li>Het Festival van Cannes bekroonde de Thaise film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives van Apichatpong Weerasethakul met de Gouden Palm. </li></ul><ul><li>Onder grote belangstelling bekroonde het Festival van Cannes dit jaar de Thaise film Who Can Recall His Past Lives van Apichatpong Weerasethakul met de Gouden Palm. </li></ul><ul><li>bijwoordelijke bepalingen zijn extra info ! Die kan je dus schrappen.. </li></ul>
  48. 48. voorwerpen & objecten moet-deeltjes
  49. 49. moet-deeltjes benoemen: opdracht
  50. 50. lijdend voorwerp <ul><li>Tessa leest de zin . </li></ul><ul><li>Maartje koopt een kinderboek . </li></ul><ul><li>Karen zingt een liedje . </li></ul><ul><li>Helga verliest haar portefeuille . </li></ul><ul><li>Stéphane zoekt zijn sleutels . </li></ul><ul><li>Nele tekent een smurf . </li></ul><ul><li>Veronique drinkt melk . </li></ul>
  51. 51. meewerkend voorwerp <ul><li>Hij schenkt zijn fortuin aan het weeshuis . </li></ul><ul><li>Hij geeft hen het brood. </li></ul><ul><li>Ze schenken extra aandacht aan haar . </li></ul>
  52. 52. meewerkend voorwerp <ul><li>aan , voor kan je erbij denken als ze niet expliciet in de zin staan. </li></ul><ul><li>aan , voor kan je ook weglaten in de zin </li></ul><ul><li>betekenis van aan , voor = letterlijk </li></ul><ul><li>het voorwerp ‘ werkt mee ’ </li></ul><ul><li>het voorwerp ontvangt iets, krijgt iets, er wordt iets geschonken of geboden </li></ul>
  53. 53. voorzetselvoorwerp <ul><li>Ik ben trots op m’n zusje . </li></ul><ul><li>Jullie verlangen nu al naar de grote vakantie . </li></ul><ul><li>Ik ga akkoord met de studenten . </li></ul><ul><li>Liesbeth is begerig naar nog meer zinsleer . </li></ul><ul><li>Sam luistert naar allerlei soorten muziek . </li></ul><ul><li>Vicky is tuk op … </li></ul>
  54. 54. voorzetselvoorwerp <ul><li>werkwoorden met een vast voorzetsel bv. opzien tegen, trots zijn op, verlangen naar etc </li></ul><ul><li>vaak figuurlijke betekenis van het voorzetsel bv. Ik wacht op jou :-o </li></ul><ul><li>je kan het voorzetsel niet weglaten </li></ul>
  55. 55. oorzakelijk voorwerp <ul><li>Bert is al zijn geld kwijt. </li></ul><ul><li>De juf is de klas maar amper meester. </li></ul><ul><li>Micheline is iets geks van plan. </li></ul><ul><li>Ik ben deze les grondig beu. </li></ul><ul><li>De juf is het gewend alles twee keer te moeten zeggen . </li></ul><ul><li>Lisa is het moe. </li></ul>
  56. 56. oorzakelijk voorwerp <ul><li>Bij uitdrukkingen zoals iets beu zijn , iets gewend zi jn, iets meester zijn , iets van plan zijn etc. </li></ul><ul><li>altijd met een naamwoordelijk gezegde </li></ul>
  57. 57. richtingsobject <ul><li>Jeroen reist naar Italië . </li></ul><ul><li>De geitjes liepen de wei in. </li></ul><ul><li>Eline reed haar fiets in de ondergrondse parkeergarage. </li></ul><ul><li>Steffi verhuist naar het centrum van de stad . </li></ul>
  58. 58. Richtingsobject: moet-deeltje
  59. 59. Plaatsobject <ul><li>We zijn tijdens de kerstvakantie in Oostenrijk . </li></ul><ul><li>Hij woont al jarenlang in Suriname . </li></ul><ul><li>Het boek stond helemaal onderaan in het boekenrek. </li></ul>
  60. 60. Plaatsobject: moet-deeltje
  61. 61. maatobject <ul><li>Het is hier 27 graden celsius . </li></ul><ul><li>Die muur is wel 2 meter dik . </li></ul><ul><li>De waarde van dit juweel bedraagt € 2.000 . </li></ul><ul><li>Dat scheelt niet veel . </li></ul><ul><li>Dat kost schandalig veel geld . </li></ul><ul><li>Het water is hier meer dan 25 meter diep . </li></ul>
  62. 62. maatobject: moet-deeltje <ul><li>Een maatobject kan je niet schrappen uit de zin. </li></ul>
  63. 63. ! oorzakelijk voorwerp altijd met nwg
  64. 65. voorwerpen en objecten !niet geschikt voor lagere school!
  65. 66. Nieuw deelleerplan taalbeschouwing vanaf 2010

×