Your SlideShare is downloading. ×
Effectiviteitsonderzoek Kopp Training
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Effectiviteitsonderzoek Kopp Training

863

Published on

Published in: Health & Medicine, Technology
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
863
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Training Moeder-peutergroep en Moeder-kleutergroep: Een interventie voor het voorkómen van psychische stoornissen bij KOPP kinderen? Kayin Mui MSc Instituut voor Psychologie, Faculteit der Sociale Wetenschappen Erasmus Universiteit Rotterdam
  • 2. Opbouw presentatie
    • doel en opzet van de training
    • theoretisch kader
    • het onderzoek
    • belang van het onderzoek
    • vragen?
  • 3. Moeder-peuter en moeder-kleuter groep
    • doelgroep: moeders met psychische en of verslavingsproblemen en hun kinderen
    • doel van de training: voorkomen dat kinderen van ouders met psychische problemen (KOPP) zelf psychische problemen gaan ontwikkelen
      • moeder-kind interactie
      • self-efficacy van de moeder
  • 4. Opzet training
    • moeder-peutergroep: kind 1-4 jaar met hun moeder
    • moeder-kleutergroep: kind 4-7 jaar met hun moeder
    • 8 bijeenkomsten
      • eerste deel: moeder-kind interactie
      • tweede deel: self-efficacy van de moeder
  • 5. Theoretisch kader (1)
    • 1,6 miljoen kinderen onder de 22 jaar hebben een ouder met een psychiatrische stoornis ₁
    • omgaan mentale ziekte in combinatie met de verantwoordelijkheden als ouder is moeilijk ₂
    • ziekte kan invloed hebben op ouderschap ₃
    • KOPP kinderen meer risico op het ontwikkelen van psychische stoornissen ₄
    • vanwege deze risico is de training ontwikkeld
  • 6. Theoretisch kader (2)
    • Moeder-kind interactie
    • cruciaal voor de ontwikkeling van het kind ₅
    • invloed op de ontwikkeling van weerbaarheid en psychische kwetsbaarheid bij kinderen ₆
    • minder negatieve uitingen (bv. schreeuwen) en meer positieve uitingen (bv. aanmoedigen)  minder gedragsproblemen bij het kind en verhoging van ouderlijke self-efficacy ₇
  • 7. Theoretisch kader (3)
    • Interacties van moeders met psychische problemen
    • gebrek aan emotionele beschikbaarheid en sensitiviteit ₈
    • emotionele beschikbaarheid: evenwicht tussen betrokkenheid en bereidheid om het kind los te laten ₉
    • sensitiviteit: adequaat waarnemen van expressies en daarop reageren ₉
  • 8. Theoretisch kader (4)
    • Moeders met een depressie
    • 2 dominerende patronen ₁₀:
      • niet responsief, teruggetrokken en vlak in het vertonen van affect
      • opdringerig, vijandig en behandelen hun kind ruw
    • interacties minder positief, responsief en negatiever ₁₁
    • moeders erg met zichzelf bezig, spelen en praten minder vaak en reageren vaker inconsistent ₁₂
  • 9. Theoretisch kader (5)
    • Moeders met een angststoornis
    • minder sensitief responsief tijdens interacties ₁₃
    • minder positieve gezichtsuitdrukkingen en intonaties ₁₃
    • opvoedgedrag minder warm en controlerend ₁₄
    • onafhankelijkheid minder aangemoedigd en meer beschermend in hun gedrag ₁₄
  • 10. Theoretisch kader (6)
    • Moeders met schizofrenie
    • negatieve reacties op positieve gedragingen van het kind ₁₅
    • psychologische teruggetrokkenheid ₁₅
    • abnormale gedragingen (bv. angstig reageren als kind moeder probeert te benaderen) ₁₅
    • Moeders met een drugsverslaving
    • gebrek aan adequate opvoedingsvaardigheden en kennis over de ontwikkeling van het kind ₁₆
    • vaak fysiek straffen, meer negatief commentaar en moeite met grenzen stellen ₁₆
  • 11. Theoretisch kader (7)
    • Invloed van moeder-kind interactie op het kind
    • invloed op een zeer jonge leeftijd al zichtbaar ₁₇
    • slechte moeder-kind interactie op de leeftijd van 2 maanden voorspeller voor emotionele en gedragsproblemen bij het kind 2 jaar later ₁₇
    • ontstaan van de emotionele en gedragsproblemen:
      • overnemen van negatieve gedragingen ₁₈
      • geen veilige hechting ₁₉
    • vertraagde sociaal emotionele en cognitieve ontwikkeling  belangrijkste voorspeller voor toekomstige ontwikkelingsproblemen ₂₀
  • 12. Theoretisch kader (8)
    • Self-efficacy van de moeder
    • vertrouwen in eigen vaardigheden om het gedrag en de ontwikkeling van het kind positief te beïnvloeden
    • speelt mogelijke rol bij interactiegedrag ₂₁
    • aantal factoren nodig ₂₂:
      • kennis over opvoeden
      • vertrouwen in eigen vaardigheden
      • geloven dat de kinderen gepast zullen reageren
      • steun van anderen
  • 13. Theoretisch kader (9)
    • Self-efficacy van moeders met psychische problemen
    • depressieve moeders grotere kans op lage self-efficacy ₂₃
    • gevolgen₂₄:
      • minder tevreden met ouderrol
      • negatiever, minder betrokken en minder responsief tegenover hun kinderen
      • voelen zich overbelast met taak als moeder  hierdoor moeite met taken uitvoeren
      • hoge niveau’s van emotionele arousal
      • geen consistentie in manier van opvoeden
    • self-efficacy medieert competentie over ouderschap  kunnen kennis niet in actie omzetten  kan verklaring zijn voor verminderde sensitiviteit ₂₅
  • 14. Doel van mijn onderzoek
    • Hoofdonderzoeksvraag: Heeft de training effect op de interactie tussen moeder en kind en de self-efficacy van de moeder?
    • Subonderzoeksvraag: Verschillen de interventiegroep en controlegroep voor aanvang van de training op deze 2 variabelen?
  • 15. Procedure
    • voor- en nameting
    • interventiegroep en controlegroep
    • opname interactie moeder en kind tijdens samenspelen
    • invullen van vragenlijsten
  • 16. Methode (1)
    • Proefpersonen
    • veel uitval  gebruik gemaakt van proefpersonen poule 2008
    • vragenlijst: 23 moeder-kindparen  8 interventiegroep en 15 controlegroep
    • video-opnamen: 17 moeder-kindparen  7 interventiegroep en 10 controlegroep
  • 17. Methode (2)
    • Instrumentarium
    • Dyadic Parent Interaction Coding System (DPICS) :
      • meet kwaliteit van de interactie
      • 5 categorieën: ‘positieve uitingen’, ‘negatieve uitingen’, ‘neutrale uitingen’, ‘vragen stellen’ en ‘commanderen’
  • 18. P Positieve uitingen Negatieve uitingen Neutrale uitingen Commanderen Vragen stellen Prijzen Goed zo Negatief praten Nee, je hebt het fout gedaan Neutraal praten Ik ben ook moe, oké Commanderen Luister, kijk, schiet op Vragen stellen Dat was leuk hè? Echt waar? Reflectie geven Kind: dat is een grappige clown Ouder: je vindt de clown grappig Gedragsbeschrijving Je bent een liedje aan het zingen Lachen Play talk (rijdt met auto): vroem vroemmmm
  • 19. Methode (3)
    • Nijmeegse Ouderlijke Stress Index (NOSI) :
      • subschaal ‘competentie’ meet de self-efficacy van de moeders
      • 13 items
      • 6-puntsschaal
      • voorbeeldvraag: Hoe ik ook mijn best doe met de opvoeding van mijn kind, soms heb ik het gevoel dat ik de zaak niet goed in de hand kan houden.
      • hoge score betekent een lage self-efficacy
  • 20. Resultaten (1)
    • Groepsverschillen voor aanvang van de training
    • groep had een sterk significant effect op de moeder-kind interactie  kwam alleen sterk tot uiting bij de ‘negatieve uitingen’
      • (multivariate F (5,11) = 3.301, p = .046, eta² = .600)
      • ( F (1,15) = 13.169, p = .002, eta² = .467)
    • groep had een sterk significant effect op de NOSI
      • ( F (1,21) = 9.057, p = .007, eta² = .301)
  • 21. Resultaten (2)
    • Effecten van Moeder-peutergroep en Moeder-kleutergroep
    • Moeder-kind interactie
    • marginaal significant interactie effect
      • (multivariate F (5,11) = 2.975, p = .061)
    • kwam sterk tot uiting bij ‘negatieve uitingen’ en ‘vragen stellen’
      • ( F (1,15) = 6.10, p = .026, eta² = .289) ( F (1,15) = 10.877, p = .005, eta² = .420)
  • 22. Resultaten (3)
    • Self-efficacy van de moeder
    • sterk significant interactie effect
      • (multivariate F (1,21) = 11.015, p = .003, eta² = .344)
  • 23. Discussie (1)
    • Verschillen voor aanvang van de training
    • meer sprake van negatieve uitingen in de interactie bij de interventiegroep ( M = 8.76 en M = 3.92)
    • moeders uit de interventiegroep hadden meer het gevoel onvoldoende vaardigheden te beschikken ( M = 37.38 en M = 23.60)
    • beide bevindingen komt overeen met de literatuur
  • 24. Discussie (2)
    • Effecten van de training
    • Moeder-kind interactie
    • interacties gekenmerkt door minder negatieve uitingen
    • ( M = 3.75 en M = 4.36) en meer vragen stellen (M = 26.96 en M = 17.38)
    • training lijkt effect te hebben op de categorieën ‘negatieve uitingen’ en ‘vragen stellen’
  • 25. Discussie (3)
    • Figuur 1. Gemiddelde scores voor ‘negatief praten’ en ‘vragen stellen’ voor de twee groepen op tijdstip 1 en 2
  • 26. Discussie (4)
    • Self-efficacy van de moeder
    • moeders hebben meer het gevoel voldoende vaardigheden en handigheid te hebben in de omgang met hun kind ( M = 30.00 en M = 24.67)
    • training heeft effect op het verhogen van de self-efficacy van de moeders
    • verhoging self-efficacy  meer competentie gevoel  meer sensitiviteit naar het kind toe
  • 27. Discussie (5)
    • Figuur 2. Gemiddelde scores voor de ‘NOSI’ voor de twee groepen op tijdstip 1 en 2
  • 28. Conclusie
    • training lijkt op bepaalde vlakken effect te hebben
      • ‘ negatieve uitingen’ en ‘vragen stellen’
      • self-efficacy van de moeder
    • goede aanknopingspunten voor vervolgonderzoek  replicatie nodig
  • 29. Belang van dit onderzoek
    • werken aan effectieve trainingen:
      • samenleving
      • trainers
      • financiers
    • uiteindelijke doel:
      • evidence-based practice: wetenschapelijke inzichten integreren in de praktijk
      • practise evidence-based: bestaande interventies verbeteren
  • 30. Vragen?
  • 31. Referenties (1)
    • 1. Trimbos, 2007
    • 2. Reupert, A., & Maybery, D. (2007). Families affected by parental illness: A
    • multiperspective account of issues and interventions. American Journal of Orthopsychiatry, 77 (3), 362- 369.
    • 3. Baggerman, J.E. (2004). Psychiatrische problemen bij ouders. Handboek kinderen en adolescenten. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.
    • 4. Laucht, M., Esser, G., & Schmidt, M.H. (1994). Parental mental disorder and early child development. European Child and Adolescent Psychiatry, 3 (3), 125-137.
    • Oyserman, D., Mowbray, C. T., Allen-Meares, P., & Firminger, K. (2000). Parenting among mothers with a serious mental illness. American Journal of Orthopsychiatry, 70, 296– 315.
    • Reupert, A., & Maybery, D. (2007). Families affected by parental illness: A
    • multiperspective account of issues and interventions. American Journal of Orthopsychiatry, 77 (3), 362-369.
  • 32. Referenties (2)
    • 5. Mäntymaa, M., Puura, K., Luoma, I., Salmelin, R.K., & Tamminen, T. (2004). Early mother- infant interaction, parental mental health and symptoms of behavioral and emotional problems in toddlers. Infant Behavior & Development, 27, 134-149.
    • Murray, L., Fiori-Cowley, A., Hooper, R., & Cooper, P. (1996). The impact of postnatal depression and associated adversity on early mother-infant interactions and later infant outcome. Child Development, 67, 2512-2526.
    • Righetti-Veltema, M., Bousquet, A., & Manzano, J. (2003). Impact of postpartum depressive symptoms on mother and her 18-month-old infant. European Child & Adolescent Psychiatry, 12, 75-83.
    • Wan, M.W., Waren, K., Salmon, M.P., & Abel, K.M. (2008). Patterns of maternal responding in postpartum mothers of schizophrenia. Infant Behavior & Development, 31, 532-538.
    • 6. Doesum, K.T.M. van, Hosman, C.M.H., & Riksen-Walraven, J.M. (2005). A model based intervention for depressed mothers and their infants. Infant Mental Health Journal, 26, (2), 157-167.
    • 7. Gross, D., Fogg, L., Webster-Stratton, C., Garvey, C., Julion, W., & Grady J. (2003). Parent training of toddlers in day care in low-income urban communities. Journal of Consulting an Clinical Psychology, 71, 261-278.
  • 33. Referenties (3)
    • 8. Doesum, K.T.M. van, Hosman, C.M.H., & Riksen-Walraven, J.M. (2005). A model based intervention for depressed mothers and their infants. Infant Mental Health Journal, 26, (2), 157-167.
    • Dix, T., & Meunier, L.N. (2009). Depressive symptoms and parenting competence: An
    • analysis of 13 regulatory processes. Developmental Review, 29, 45-68.
    • 9. Spaans, C. (2007). Depressieve moeders. Handboek kinderen en adolescenten. Houten: Bohn,
    • Stafleu, Van Loghum.
    • 10. Berg-Nielsen, T.Z., Vikan, A., & Dahl, A.A. (2002). Parenting related to child and parental
    • psychopathology: A descriptive review of the literature. Clinical Child Psychology and Psychiatry, 7 (4), 529-552.
    • Jones, N.A., Field, T., Fox, N.A., Davalos, M., Malphurs, J., Carraway, K., Schanberg, S., &
    • Kuhn, C. (1997). Infants of intrusive and withdrawn mothers. Infant Behavior and Development, 20 (2), 175-186.
    • Baggerman, J.E. (2004). Psychiatrische problemen bij ouders. Handboek kinderen en adolescenten. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.
  • 34. Referenties (4)
    • Dickstein, S., Seifer, R., Hayden, L.C., Schiller, M., Sameroff, A.J., Keitner, G., Miller, I., Rasmussen, S., Matzko, M., & Magee, K.D. (1998). Levels of family assessment: II. Impact of maternal psychopathology on family functioning. Journal of Family Psychology,12 , 23-40.
    • Murray, L., Fiori-Cowley, A., Hooper, R., & Cooper, P. (1996). The impact of postnatal
    • depression and associated adversity on early mother-infant interactions and later infant outcome. Child Development, 67, 2512-2526.
    • Field, T. (1995). Infants of depressed mothers. Infant Behavior and Development, 18, 1-13.
    • 12. Spaans, C. (2007). Depressieve moeders. Handboek kinderen en adolescenten. Houten: Bohn,
    • Stafleu, Van Loghum.
    • Doesum, K.T.M. van, Hosman, C.M.H., & Riksen-Walraven, J.M. (2005). A model based intervention for depressed mothers and their infants. Infant Mental Health Journal, 26, (2), 157-167.
    • 13. Nicol-Harper, R., Harvey, A.G., & Stein, A. (2007). Interactions between mothers and
    • infants: Impact of maternal anxiety. Infant Behavior & Development, 30, 161-167.
    • Whaley, S.E., Pinto, A., & Sigman, M. (1999). Characterizing interactions between anxious
    • mothers and their children. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 67, 826-836.
  • 35. Referenties (5)
    • 14. Lindhout, I., Markus, M., Hoogendijk, T., Borst, S., Maingay, R., Spinhoven, P., van Dyck,
    • R., & Boer, F. (2006). Childrearing style of anxiety-disordered parents. Child Psychiatry Human Development, 37, 89-102.
    • Whaley, S.E., Pinto, A., & Sigman, M. (1999). Characterizing interactions between anxious
    • mothers and their children. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 67, 826-836.
    • 15. Wan, M.W., Waren, K., Salmon, M.P., & Abel, K.M. (2008). Patterns of maternal responding in postpartum mothers of schizophrenia. Infant Behavior & Development, 31, 532-538.
    • 16. Vanderplasschen, W., Autrique, A., & De Wilde, J. (2006). Drugsverslaafde ouders.
    • Handboek kinderen en Adolescenten. Houten: Bohn, Stafleu, Van Loghum.
    • Mäntymaa, M., Puura, K., Luoma, I., Salmelin, R.K., & Tamminen, T. (2004). Early mother- infant interaction, parental mental health and symptoms of behavioral and emotional problems in toddlers. Infant Behavior & Development, 27, 134-149.
    • Field, T. (1995). Infants of depressed mothers. Infant Behavior and Development, 18, 1-13.
    • Gelfand, D.M., & Teti, D.M. (1990). The effect of maternal depression on children. Clinical
    • Psychology Review, 10, 329-353.
  • 36. Referenties (6)
    • 19. Spaans, C. (2007). Depressieve moeders. Handboek kinderen en adolescenten. Houten: Bohn,
    • Stafleu, Van Loghum.
    • 20. Beardslee, W. R., Versage, E. M., & Gladstone, T. R. (1998). Children of affectively ill
    • parents: A review of the past 10 years. Journal of the American Academy of Child &
    • Adolescent Psychiatry, 37, 1134–1141.
    • Goodman, S.H., & Gotlib, I.H. (1999). Risk for psychopathology in the children of depressed
    • mothers: A developmental model for understanding mechanisms of transmissions. Psychological review, 106 (3), 458-490.
    • Murray L., & Cooper, P. (1996). The impact of postpartum depression on child development.
    • International Review of Psychiatry, 8 (1), 55-63.
    • Eiden, R.D., Colder, C., Edwards, E.P., & Leonard, K.E. (2009). A longitudinal study of
    • social competence among children of alcoholic and non-alcoholic parents: Role of parental psychopathology, Parental warmth, and self-regulation. Psychology of Addictive Behaviors, 23 (1), 36-46.
  • 37. Referenties (7)
    • 21. Coleman, P.K., & Karraker, K.H. (2000). Self-efficacy among mothers of school-age
    • children: Conceptualization, Measurement, and correlates. Family Relations, 49, 13- 24.
    • Coleman, P.K., & Karraker, K.H. (1997). Self-efficacy and parenting quality: Findings and future applications. Developmental Review, 18, 47-85.
    • Bandura, A. (1982). Self-efficacy in human agency. American Psychologist, 37, 122-147.
    • Teti, D.M., & Gelfand, D.M. (1991). Behavioral competence among mothers of infants in the
    • f irst year: The meditational role of maternal self-efficacy. Child Development, 62, 918- 929.
    • 24. Dekovic, M., Groenendaal, J.H.A., & Gerrits, L.A.W. (1996a). Opvoederkenmerken. In J.
    • Rispens, J.M.A. Hermanns & W.H.J. Meeus (Eds.). Opvoeden in Nederland . (p.70-94). Assen: Van Gorcum.
    • Coleman, P.K., & Karraker, K.H. (2000). Self-efficacy among mothers of school-age
    • children: Conceptualization, Measurement, and correlates. Family Relations, 49, 13- 24.
  • 38. Referenties (8)
    • Coleman, P.K., & Karraker, K.H. (2003). Maternal self-efficacy beliefs, competence in
    • parenting, and todlers’ behavior and developmental status. Infant Mental Health Journal, 24 (2), 126-148.
    • 25. Coleman, P.K., & Karraker, K.H. (2003). Maternal self-efficacy beliefs, competence in
    • parenting, and todlers’ behavior and developmental status. Infant Mental Health Journal, 24 (2), 126-148.
    • Doesum, K.T.M. van, Hosman, C.M.H., & Riksen-Walraven, J.M., & Hoefnagels, C. (2007).
    • Correlates of depressed mothers’ sensitivity towards their infants: The role of maternal, child, and contextual characteristics. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 46 (6), 747-756.
    • Teti, D.M., & Gelfand, D.M. (1991). Behavioral competence among mothers of infants in the
    • f irst year: The meditational role of maternal self-efficacy. Child Development, 62, 918- 929.

×