Your SlideShare is downloading. ×
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.

1,452

Published on

Masterproef voorgedragen tot het behalen van de graad van Master in de bio-ingenieurswetenschappen: Levensmiddelenwetenschappen en voeding. …

Masterproef voorgedragen tot het behalen van de graad van Master in de bio-ingenieurswetenschappen: Levensmiddelenwetenschappen en voeding.

Link naar de thesispresentatie: http://www.slideshare.net/jjschout/presentatie-masterproefverdediging

Verdere informatie: joachim.schouteten@ugent.be

Published in: Education
0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
1,452
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
7
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen Academiejaar 2011 – 2012 Invloed van merk, emotie en sensorische aspecten op het consumeren van melkdranken bij kinderen.Joachim SchoutetenPromotor: Prof. dr. Xavier GellynckTutor: ir. Sara De Pelsmaeker Masterproef voorgedragen tot het behalen van de graad van Master in de bio-ingenieurswetenschappen: Levensmiddelenwetenschappen en voeding
  • 2. “De auteur en de promotor geven de toelating deze thesis voor consultatie beschikbaar te stellen en delen vande thesis te kopiëren voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik valt onder de beperkingen van hetauteursrecht, in het bijzonder met betrekking tot de verplichting de bron uitdrukkelijk te vermelden bij hetaanhalen van resultaten uit deze thesis.”“The author and the promoter give the permission to use this thesis for consultation and to copy parts of itfor personal use. Every other use is in subject to the copyright laws, more specifically the source must beextensively specified when using results from this thesis.”Gent, 8 juni 2012 Woord vooraf
  • 3. Woord voorafEen thesis groeit organisch doorheen het jaar, maar zonder de steun van verschillende personen zou dit nietmogelijk geweest zijn. Deze thesis had nooit zijn huidige invulling gekregen zonder de uitmuntendebegeleiding van ir. Sara De Pelsmaeker die mij de vrijheid heeft gegeven om het onderwerp zelf mee in tevullen. Ik wil haar daarvoor bedanken, net als voor de vele tijd en moeite die ze gestoken heeft in debegeleiding van deze thesis. Daarnaast gaat mijn dank uit naar Prof. dr. Xavier Gellynck voor het opnemenvan het promotorschap van deze thesis. Dankzij enkele waardevolle suggesties en een luisterend oor heeftook hij een onmiskenbare invloed in de totstandkoming van deze thesis.Voor één keer is er een vervolg gebreid aan het zomers speelpleinwerk aangezien kinderen zeer belangrijkwaren voor deze thesis. Ik wens alvast alle kinderen te bedanken voor het grondig invullen van de vragenlijsten de betrokken ouders voor hun toestemming voor deelname van hun kind aan het onderzoek. Het werkenmet scholen kon niet zonder het vertrouwen die de directeurs in mij hebben gesteld. Bij deze wens ik de zesbetrokken directeurs en directrices, met name Tom Smets, Bart Pepermans, Tom Resseler, Stefaan Breughe,Martine Clarysse en Christine Clarysse te bedanken. Speciale dank gaat ook uit naar Sabe De Graef en haarmoeder Romy Roelants om mij in contact te brengen met directeurs van basisscholen in de regio Mechelen.Daarnaast wil ik ook nog vier mensen in het speciaal bedanken voor hun steun in het afgelopen jaar: EvyBauwens, Arne Deprez, Gertjan Dewaele en Maxime Vervaet. Verder dient ook nog An-Sofie Alderweireldtbedankt te worden voor het nalezen van deze thesis.En als allerlaatste wil ik ook nog mijn ouders bedanken voor hun steun gedurende mijn studies.Joachim SchoutetenJuni 2012 Woord vooraf
  • 4. InhoudsopgaveWoord vooraf ................................................................................................................... IIInhoudsopgave ................................................................................................................. IIISamenvatting ................................................................................................................... VLijst van afkortingen ..........................................................................................................VILijst van afbeeldingen ........................................................................................................ VIILijst met tabellen ............................................................................................................. VII1 Inleiding ................................................................................................................... 12 Literatuurstudie .......................................................................................................... 3 2.1 Eetgedrag van kinderen .......................................................................................... 3 2.2 Gekozen voedingsproduct: melkdranken ..................................................................... 5 2.2.1 Inleiding ...................................................................................................... 5 2.2.2 Melk en gezondheid ........................................................................................ 5 2.2.3 Nutritionele eigenschappen melkdranken .............................................................. 7 2.3 Invloedsfactoren melkinname ................................................................................... 9 2.3.1 Algemeen .................................................................................................... 9 2.3.2 Sensorische eigenschappen .............................................................................. 10 2.3.3 Invloed van advertentie en merken op het eetpatroon van kinderen ............................ 12 2.3.4 Emoties bij voedingsproducten ......................................................................... 15 2.4 Hypothesen en framework .................................................................................... 17 2.4.1 Hypothesen ................................................................................................ 17 2.4.2 Framework ................................................................................................ 183 Onderzoek .............................................................................................................. 18 3.1 Doel ............................................................................................................... 19 3.2 Methode .......................................................................................................... 19 3.2.1 Doelgroep.................................................................................................. 19 3.2.2 Participatie ................................................................................................. 19 3.2.3 Statistische analyse ........................................................................................ 19 3.3 Onderzoek deel 1 ............................................................................................... 22 3.4 Onderzoek deel 2 ............................................................................................... 23 3.5 Beschrijving van de steekproef ................................................................................ 24 Inhoudsopgave
  • 5. 3.6 Resultaten ........................................................................................................ 26 3.6.1 Consumptie van melk en melkdranken ............................................................... 26 3.6.2 Hypothese 1: Er is een gelijkenis tussen wat kinderen belangrijk vinden voor de voedingskeuze en de consumptie van melk en melkdranken ................................................... 31 3.6.3 Hypothese 2: Hoe hoger het aantal merken van melkdranken dat kinderen kennen, hoe hoger de consumptie van melkdranken. ................................................................................... 36 3.6.4 Hypothese 3: De verschillende merken hebben allen een verschillend emotioneel profiel .. 39 3.6.5 Hypothese 4: De verschillende producten hebben een verschillend sensorisch profiel ....... 43 3.6.6 Hypothese 5: Een gekend merk zorgt voor een betere algemene mening bij de sensorische testen…………… ................................................................................................... 474 Discussie................................................................................................................. 50 4.1 Interpretatie van de resultaten ................................................................................ 50 4.2 Sterktes van het huidige onderzoek .......................................................................... 54 4.3 Beperkingen van het huidige onderzoek..................................................................... 555 Conclusie ................................................................................................................ 566 Ideeën voor verder onderzoek....................................................................................... 57Referenties .................................................................................................................... 587 Appendix ................................................................................................................ 66 Bijlage 1: Toestemmingsformulier ..................................................................................... 66 Bijlage 2: Bevraging onderzoek deel 1................................................................................. 67 Bijlage 3: Bevraging onderzoek deel 2................................................................................. 80 Bijlage 4: Grafische weergave invloed ouders. ....................................................................... 87 Bijlage 5: Biplot van de emoties en merken opgedeeld per soort emoties ...................................... 88 Inhoudsopgave
  • 6. SamenvattingACHTERGROND: Steeds meer studies wijzen op het gebrekkige voedingspatroon van kinderen. Veelonderzoeken gaan daarom in op de consumptie van ongezonde producten of gezonde producten. Toch zijn ernog maar weinig onderzoeken gebeurd over de inname van melk, nochtans onontbeerlijk volgensverschillende voedingsaanbevelingen zoals de actieve voedingsdriehoek. Daarom tracht deze studie als eerstede melkconsumptie bij kinderen in kaart te brengen door te onderzoeken waar, door wie en waaromkinderen melk consumeren. Omdat kinderen ook veel belang hechten aan keuzemogelijkheden en smaak,wordt er tevens dieper ingegaan op het alternatief van melkdranken. De invloed van emoties, sensorischekarakteristieken en het merk op de consumptie van melkdranken wordt onderzocht.METHODE: Het onderzoek werd uitgevoerd bij iets meer dan 500 kinderen uit het 4de, 5de en 6de leerjaar.In totaal hebben 6 basisscholen deelgenomen aan deze studie. Omwille van praktische en organisatorischeredenen werd het onderzoek in twee delen uitgevoerd. De kinderen hebben 2 bevragingen ingevuld opschool in de periode tussen begin december 2011 en eind maart 2012. Voor de verwerking van alle gegevenswerd het statistisch programma IBM SPSS Statistics 19 (predictive analytics software) gebruikt.RESULTATEN: Uit het onderzoek blijkt dat de inname van melk (zelfs met inbegrip van melkdranken) bijkinderen verre van voldoet aan de aanbevelingen. De helft van de kinderen verkiest chocolademelk,ongeveer 20% prefereert melkdrank met fruitsmaak en 20% van de kinderen drinkt het liefst melk.Kinderen drinken meer melkdranken dan melk en jongens drinken significant meer porties melk dan meisjesper dag. Het drinken van melk en melkdranken is vooral de keuze van de kinderen zelf en gebeurtvoornamelijk in familiale sfeer (thuis en bij familie). Hoewel kinderen bij de beweegredenen achter hunvoedingskeuze aangeven dat gezondheid het belangrijkst is, blijkt dat ze toch melkdranken verkiezen die doorhenzelf als ongezonder worden gepercipieerd. Er is geen verband tussen het aantal merken van melkdrankendat kinderen herkennen en hoeveel melkdranken kinderen consumeren. De verschillende merken hebbenallen een verschillend emotioneel profiel en de merken kunnen in verschillende categorieën ingedeeldworden op basis van de soort emoties waarmee ze geassocieerd worden. In totaal zijn de emoties op te delenin drie categorieën: positieve emoties (onder andere blij, gelukkig, plezier), negatieve emoties (onder anderedroevig, slecht en walging) en neutrale emoties (kalm en verbaasd). Op het vlak van sensorischeeigenschappen valt vooral op dat er tussen twee melkdranken met fruitsmaak, op basis van een verschillendemelksoort, geen verschil is bij de karakteristieken van smaak. Bij de drie stalen chocolademelk, wordt vooralde smaak van de chocolademelk op basis van gewone melk beter gevonden dan die op basis van sojamelk enrijstmelk. Reeds op jonge leeftijd valt op dat de invloed van een merk niet te onderschatten is. Kinderengeven een melkdrank, ook al is het niet de juiste, een significant hogere waardering wanneer een bekendmerk wordt aangegeven als merknaam voor het product.CONCLUSIES: Kinderen maken vooral zelf de keuze of ze al dan niet melk en melkdranken drinken.Daarom dient er bij campagnes voldoende aandacht naar hen te gaan indien men de melkconsumptie wenst tedoen stijgen. De rol van de smaak zal hierin cruciaal zijn, gezien kinderen meer belang hechten aan smaakdan aan het gezondheidsaspect. Daarnaast mag ook de invloed van het merk niet onderschat worden. Merkenscheppen een positief beeld rond zichzelf, getuige de associatie met positievere emoties, en zorgen ook vooreen betere waardering van het product. Samenvatting
  • 7. Lijst van afkortingenBMI: Body Mass IndexDASH: Dietary Approaches to Stop HypertensionEAT: Eating Among TeensE.U.: Europese UnieFAO: Food and Agriculture Organisation, organisatie van de Verenigde NatiesIDEFICS: Identification and Prevention of Dietary –and lifestyle – induced health effect on children andinfantsIOTF: International Obesity TaskforceSCT: Social Cognitive TheoryTBP: Theory of Planned BehaviourVIGeZ: Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en ZiektepreventieVLAM: Vlaams Centrum voor Agro – en VisserijmarketingWHO: World Health Organisation, organisatie van de Verenigde Naties. Lijst van afkortingen
  • 8. Lijst van afbeeldingenFiguur 1: Trends in het voorkomen van overgewicht, 1970–2000.. .................................................. 3Figuur 2: Actieve voedingsdriehoek ........................................................................................ 6Figuur 3: Plaats consumptie melk en melkdranken .................................................................... 28Figuur 4: Consumptie drank tijdens speeltijd ........................................................................... 29Figuur 5: Door wie drink je melk(dranken) ............................................................................. 29Figuur 6: Boxplot attitudes melk en melkdranken ..................................................................... 33Figuur 7: Herkennen verpakking van een merk......................................................................... 38Figuur 8: Emoties per merk ................................................................................................ 39Figuur 9: Emotioneel profiel per merk ................................................................................... 40Figuur 10: Biplot emoties en merk ........................................................................................ 41Figuur 11: Biplot sensorische attributen en merk ...................................................................... 46Lijst met tabellenTabel 1: Nutritionele informatie melk, Rice Dream Chocolate flavour, Alpro Soya Choco en Cécémel....... 8Tabel 2: Nutritionele informatie Fristi, Alpro Soya Rode vruchten, Alpro Soya Nature en RiceDreamOriginal + Calcium ................................................................................................... 8Tabel 3: Nutritionele informatie water, fruitsap, frisdrank en yoghurtdrink ........................................ 8Tabel 4: Subsidies voor schoolmelk voor schooljaar 1994-1995, 1996-1997, 1998-1999, 1999-2000,2000-2001, 2001-2002, 2002-2003 in Vlaanderen............................................................................ 13Tabel 5: Melksubsidies per categorie voor schooljaar 2008-2009 en 2009-2010 in Vlaanderen ............... 14Tabel 6: Vijf categorieën van bronnen voor voedselemoties (Desmet and Schifferstein 2008). ................ 16Tabel 7: Beschrijving steekproef eerste onderzoek ..................................................................... 25Tabel 8: Voorkeur soort melk en smaak ................................................................................. 26Tabel 9: Hoeveelheid melk -en melkdrankenconsumptie ............................................................. 27Tabel 10: Vragenlijst Food Choice Questionnaire ...................................................................... 31Tabel 11: Factoranalyse FCQ .............................................................................................. 32Tabel 12: Attitudes tegenover melk en melkdranken .................................................................. 34Tabel 13: Associatie soort melk per merk ............................................................................... 36Tabel 14: Associatie smaak per merk ..................................................................................... 37Tabel 15: Significant verschil tussen sensorische karakteristieken voor vijf melkdranken ....................... 43Tabel 16: Gemiddelde score voor de drie stalen voor de drie geëvalueerde condities: blind, verwacht engeïnformeerd .................................................................................................................. 47Tabel 17: Tijdstip inname producten ..................................................................................... 48Tabel 18: Vergelijking tussen scores van blind, verwachting en geïnformeerd testen bij chocolademelk opbasis van gewone melk (n = 167), sojamelk (n = 153) en rijstmelk (n = 164)................................... 49 Lijst van afbeeldingen
  • 9. 1 InleidingHet voedingspatroon van kinderen laat vandaag vooral in de Westerse Wereld vaak te wensen over. Er zijnreeds tal van studies die het eetgedrag van kinderen nader onderzoeken en met de regelmaat van de klokberichten de media ook over het voedingsgedrag van kinderen. Meer en meer studies richten zich op eenspecifieke voedingsgroep, al betreft dat veelal enerzijds zeer gezonde voedingsproducten (zoals groenten enfruit) of anderzijds producten die als zeer ongezond worden gepercipieerd zoals fastfood, frisdranken,…Producten die ook deel uitmaken van het gezondheidspatroon, zijn melk en calciumverrijkte sojaproducten.Melk wordt immers geroemd om zijn unieke samenstelling met een hoge aanwezigheid van calcium enverschillende vitamines zoals vitamine A, B, B12 en D. Daarnaast speelt melk ook een rol in de sterkte vande beenderen en bij het voorkomen van osteoporose. Melk maakt tevens deel uit van het Dietary Approachesto Stop Hypertension (DASH) dieet om de bloeddruk te verlagen. Wetenschappelijk onderzoek over deconsumptie van melk, zeker bij kinderen, is echter eerder beperkt.In deze thesis wordt ervoor gekozen om allereerst de consumptie van melk in kaart te brengen. Omdatkinderen ook graag afwisseling en variatie hebben in hun voedingsproducten, wordt tevens dieper ingegaanop de consumptie van melkdranken die een groter aanbod hebben qua smaak. In het eerste deel van dezemasterproef wordt door middel van een literatuurstudie een stand van zaken gegeven van de kennis over heteetgedrag bij kinderen en de gekozen voedingsproducten. Daarnaast wordt ook gezocht naar debeïnvloedende factoren op de consumptie van melk en melkdranken.In het tweede deel van deze masterproef komt het onderzoek aan bod. Allereerst wordt de consumptie vanmelk en melkdranken in kaart gebracht. Welke hoeveelheid melk en melkdranken kinderen consumeren, enhoe dit beïnvloed wordt zijn de cruciale vragen die een antwoord krijgen in dit deel. Daarnaast wordt verdernog gepeild welke voorkeur kinderen hebben bij melkdranken, zowel op vlak van de soort melk als smaak.Ook de verschillende plaatsen waar kinderen melk en melkdranken drinken worden onderzocht, net als dedrank die kinderen gewoonlijk drinken tijdens de speeltijd.Verschillende factoren spelen een rol in het dagelijks keuzepatroon van kinderen voor hun voeding. Via eenaangepaste versie van de Food Choice Questionnaire (FCQ) wordt gepoogd om enkele factoren uit te lichtendie van toepassing zijn op Vlaamse kinderen. Deze factoren worden in de tweede bevraging van ditonderzoek verder onderzocht om na te gaan in welke mate ze effectief een rol spelen in de consumptie vanmelk en melkdranken.In de literatuur zijn verschillende factoren terug te vinden die een mogelijke invloed hebben op heteetpatroon van kinderen. Deze zijn voornamelijk in te delen in persoonlijke, socio-demografische, sociale enomgevingsdeterminanten. Voor dit onderzoek zijn er drie determinanten uitgekozen om hun invloed op deconsumptie van melkdranken nader te bekijken.De invloed van de sensorische eigenschappen is een eerste invloedfactor die wordt onderzocht. De smaak,kleur en andere sensorische karakteristieken spelen zeker bij kinderen een rol bij de keuze van wat ze willeneten. De smaakvoorkeur van kinderen evolueert daarnaast als ze ouder worden. Doordat er gewerkt wordtmet verschillende smaken van melkdranken, is er sowieso sprake van verschillen qua sensorischeeigenschappen. Hoe sterk de kinderen deze verschillen percipiëren, zal in deze masterproef verderonderzocht worden. Inleiding
  • 10. Een tweede invloed die onderzocht wordt is deze van het merk. Van jongs af aan komen kinderen in contactmet advertenties die trachten hun eetpatroon te beïnvloeden. Tegenwoordig worden kinderen overspoeldmet promotie van voedingsmiddelen via verschillende media zoals internet, TV en tijdschriften, maar ook inhet straatbeeld. Dat voedselpromotie een invloed heeft op kinderen, heeft wetenschappelijk onderzoekondertussen uitgewezen. De grootte van de invloed en de toepasbaarheid op gezonde producten is echternog maar beperkt wetenschappelijk onderzocht. Ook voor melk en melkdranken vindt voedselpromotieplaats. Daarvoor doet zelfs de Europese Commissie haar duit in het zakje, met name door subsidies voorschoolmelk.Emoties zijn een derde invloedfactor die aan bod komen in deze studie. De voedingsindustrie tracht viavoedselpromotie emoties op te wekken bij de consumenten. Consumenten kopen immers producten om hunbehoeften te bevredigen, en soms zijn deze nu eenmaal van emotionele aard. Zo zijn er mensen die bijverdriet zweren bij een stuk chocolade om zichzelf op te beuren en wordt een suikerspin geassocieerd met devreugde die men als kind heeft beleefd op de kermis. Het onderzoek over emoties is echter nogal beperkt,zeker bij kinderen, en daarom is ervoor gekozen om ook hieraan aandacht te besteden in deze studie.Om alles overzichtelijk te houden, werd ervoor geopteerd om te werken met een vijftal hypothesen in dezemasterproef. Als eerste hypothese wordt onderzocht of er een gelijkenis is tussen wat kinderen zeggen datbelangrijk is voor hun dagdagelijkse voedingskeuze en de effectieve consumptie van melk en melkdranken. Inde tweede hypothese wordt de correlatie tussen het aantal gekende merken van melkdranken en deconsumptie van die melkdranken bestudeerd. Met de derde hypothese wordt er gefocust op de mogelijkeinvloed van emoties. Of er sprake is van een verschillend emotioneel profiel bij de verschillende merken, isdaarom de centrale vraag bij de derde onderzoekshypothese. Voor de vierde hypothese wordt er gekeken ofde sensorische eigenschappen verschillend zijn bij de gekozen producten. In de vijfde en tevens laatstehypothese wordt onderzocht wat de invloed is van een merk op de beoordeling van enkele melkdrankendoor de kinderen.Aan het onderzoek namen kinderen uit het 4de, 5de en 6de leerjaar deel van zes verschillende scholen. Er isgekozen voor kinderen aangezien het voedingspatroon dat zich bij een kind ontwikkelt, vaak ook alsvolwassene blijft bestaan. Daarnaast bezitten kinderen vanaf een leeftijd van 9 à 10 jaar al kennis over dewerking van het lichaam en zijn zij al verder ontwikkeld op het vlak van lees – en schrijfvaardigheden. Dekinderen krijgen omwille van praktische redenen twee enquêtes die ze zelfstandig in de vertrouwdeschoolomgeving hebben ingevuld. Met behulp van deze enquêtes kan de consumptie van zowel melk alsmelkdranken worden onderzocht, net zoals de rol van de drie gekozen factoren. Voor het sensorisch luikwerd er gewerkt met melkdranken op basis van verschillende melksoorten, met name gewone melk,sojamelk en rijstmelk. Inleiding
  • 11. 2 Literatuurstudie2.1 Eetgedrag van kinderenDe laatste jaren komt het eetgedrag van kinderen vaak in de media naar aanleiding van verscheideneonderzoeken. De World Health Organisation (WHO) en de Food and Agriculture Organisation (FAO),beide organisaties van de Verenigde Naties, zien de stijgende trend van obesitas bij kinderen met lede ogenaan en stellen zelfs de daling van het aantal obese kinderen als één van de grootste uitdagingen voor de 21steeeuw (WHO and FAO 2002). Het is immers zo dat kinderen die met overwicht of obesitas te kampenhebben een grote kans hebben om ook als volwassene overgewicht te hebben (Singh, Mulder et al. 2008). Deeetpatronen van kinderen en adolescenten zijn minder vast en dus eenvoudiger aan te passen (Birch 1999).Daarom is het cruciaal dat er reeds bij kinderen voldoende aandacht is voor een gezond eetpatroon envoldoende fysieke activiteit.Uit een evaluatie van verschillende studies en onderzoeken van 1980 tot 2005 kan men concluderen dat hetaantal kinderen met overgewicht in bijna alle landen is toegenomen. Deze stijging is duidelijkerwaarneembaar in economisch ontwikkelde landen en bij verstedelijkte populaties (Wang and Lobstein 2006).Figuur 1 geeft een overzicht van het voorkomen van overgewicht tussen 1970 en 2000 in zowelindustrielanden als opkomende economieën bij kinderen.Figuur 1: Trends in het voorkomen van overgewicht, 1970–2000. Overgewicht gedefinieerd door de InternationalObesity Taskforce (IOTF) criteria. Leeftijd kinderen (in jaren) Australië: 2–18, Brazilië: 6–18, Canada: 7–13, China: 6–18,Spanje: 6–14, VK: 7–11, Verenigde Staten van Amerika: 6–18 (Lobstein, Baur et al. 2004).In België tonen studies een trend aan waarbij meer en meer kinderen een ongezond eetpatroon vertonen.Hulens, Beunen et al. (2001) komen na een langdurige studie tussen 1969 en 1993 tot de vaststelling dat ereen duidelijke stijging is in de graad van kinderen die overgewicht hebben in België. Recentere cijfers zijnterug te vinden bij het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid (WIV) dat sedert 1997 vierjaarlijkseen grootschalige bevraging uitvoert over de gezondheid bij de Belgische bevolking. Deze cijfers duiden eropdat zowel overgewicht (18% gemiddeld in 2008) als obesitas (5% gemiddeld in 2008) geen uitzondering zijnbij kinderen van 2 tot en met 17 jaar (WIV 2010). Cijfers van ander onderzoek, waarbij kinderen ookdaadwerkelijk zijn gemeten en gewogen, wijzen erop dat 21% van de kinderen overgewicht hebben (Brug,van Stralen et al. 2012). Het stemt tot nadenken dat ongeveer 1 kind op 5 in België kampt met overgewicht Literatuurstudiegezien de bewezen negatieve invloeden van overgewicht op de gezondheid van kinderen en de grotere kansop overgewicht als volwassene (Must and Strauss 1999).
  • 12. De toename van overgewicht en obesitas bij kinderen heeft de Europese Commissie genoopt om eengrootschalig onderzoek op te zetten over het eetgedrag van kinderen. De studie van ‘Identification andPrevention of Dietary –and lifestyle – induced health effect on children and infants’ (IDEFICS) is het eerstegrootschalige onderzoek dat over verschillende culturen heen op zoek gaat naar enerzijds de oorzaken vanovergewicht en obesitas bij kinderen en anderzijds de mogelijkheden om dit probleem te kenteren. Hetuitgangspunt is dat de stijging van overgewicht en obesitas veroorzaakt wordt door invloeden die genetisch,gedrags - en omgevingsgebonden zijn. De focus dient te liggen op de sociale en omgevingsgebonden factoren(De Henauw, Verbestel et al. 2011). Swinburn, Egger et al. (1999) zien de huidige samenleving als eenobesogenetische omgeving waarin mensen dagdagelijks te maken krijgen met een overvloed aan energierijkvoedsel en een gebrek aan lichaamsbeweging.Niet enkel de toename van overgewicht en obesitas is problematisch bij kinderen. Vele kinderen hebben ooknog een eetpatroon dat, volgens voedingsaanbevelingen zoals de alom gekende actieve voedingsdriehoek,verre van gezond is.Een cohortstudie van Amerikaanse jongens en meisjes (gemiddeld 9.5 jaar) toont aan dat het eetpatroon vandeze kinderen niet overeenkomt met de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek wat betreft deinname van fruit en groenten. Een hoge inname van zout en gesatureerd vet komt ook naar voor in ditonderzoek, net als een te lage dagelijkse inname van voedingsvezels en calcium. Vele voorgerechten ensnackgerechten die aangeboden worden op school zorgen voor een belangrijke bijdrage aan de te hogeinname van verzadigd vet. De zelfgerapporteerde fysieke activiteit ligt in de lijn met de aanbevelingen van deAmerican Academy of Pediatrics. Enkel het gemiddeld aantal stappen per dag is te laag (Vadiveloo, Zhu et al.2009).De studie van Yannakoulia, Ntalla et al. (2010) identificeert vijf verschillende levensstijl – engedragspatronen voor voeding na een onderzoek van het eetpatroon bij 1138 kinderen (gemiddelde leeftijd11.2 jaar). Het ‘avondmaal, gekookte maaltijden en groenten-patroon’ is het enige dat significant (negatief)geassocieerd is met alle indicatoren van obesitas.Uit de resultaten van de gezondheidsenquête 2008 blijkt dat ongeveer 70% van de kinderen tussen 0 en 14jaar dagelijks fruit eet, maar slechts 20% eet minstens 2 porties fruit per dag. Het gemiddelde percentagekinderen van deze leeftijdsgroep dat dagelijks groenten (uitgezonderd aardappelen en sap) eet is 95%. Slechts28% van de kinderen consumeert dagelijks de aanbevolen hoeveelheid van 200 gram fruit. Daarnaast is in degezondheidsenquête ook nagegaan hoe groot de consumptie van gesuikerde frisdranken is. Zo’n 30% van dekinderen tussen 0 en 14 jaar drinkt dagelijks gesuikerde frisdrank. Door de aanwezigheid van jonge kinderenzal de werkelijke consumptie bij de oudere kinderen zelfs nog hoger liggen. Bij de leeftijdsgroep van 15 toten met 24 jaar ligt de dagelijkse consumptie van gesuikerde frisdranken voor de jongens op een ruime 55%,terwijl bijna 40% van de meisjes dagelijks gesuikerde frisdranken drinkt (WIV 2010). Literatuurstudie
  • 13. 2.2 Gekozen voedingsproduct: melkdranken2.2.1 InleidingHet afgelopen decennium zijn er vele onderzoeken gevoerd over het veranderende eetgedrag van dekinderen. Deze onderzoeken zijn in twee grote soorten studies in te delen. Enerzijds zijn er studies die hetvolledige eetgedrag van de kinderen bestuderen, anderzijds zijn er die enkel het eetgedrag van kinderen bijeen bepaalde product(groep) onderzoeken. Aangezien het eetgedrag van kinderen al het onderwerp was vanverschillende onderzoeken in Vlaanderen, is ervoor gekozen om in deze thesis te focussen op éénproductgroep (Verraes 2010).De huidige onderzoeken naar bepaalde productgroepen focussen ofwel op gezonde groenten en / of fruitofwel op ongezonde snacks en / of frisdranken.Uit een onderzoek door Janssen, Katzmarzyk et al. (2005) blijkt dat er geen correlatie is tussen overgewichten de inname van groenten en fruit bij schoolgaande kinderen. Het drinken van frisdranken houdt eveneensgeen verband met het overgewicht bij kinderen.Het project Eating Among Teens (EAT) onderzocht gedurende vijf jaar de eetpatronen van 2294adolescenten. Een deelaspect daarvan lag op de consumptie van dranken. De gewichtstoename vanadolescenten gedurende vijf jaar vertoont geen verband met de consumptie van suikergezoete dranken enfruitsap. Adolescenten die weinig of geen witte melk consumeren hebben wel te kampen met een significantegewichtstoename in vergelijking met adolescenten die regelmatig melk drinken (Vanselow, Pereira et al.2009).De opmars van frisdranken en fruitdranken heeft ook zijn effect op de consumptie van melk en melkdrankenbij kinderen. Laatstgenoemde dranken worden namelijk steeds minder gedronken. Kinderen kiezen vandaagde dag voor melk met een hoog vetpercentage die, volgens voedingsaanbevelingen, eigenlijk best maar tot deleeftijd van vier jaar geconsumeerd worden (Johnson, Frary et al. 2002; Nielsen and Popkin 2004; Kranz,Lin et al. 2007; Popkin 2010).Daarom zal in deze thesis de focus komen te liggen op melkdranken. Gewone melk is al het onderwerpgeweest van allerlei studies, terwijl melkdranken (drank op basis van melk) slechts het onderwerp waren vanenkele studies. Melkdranken zijn door hun verschillende smaken ook een aantrekkelijker product voorkinderen en hebben een positieve invloed op de totale inname van melk en bijgevolg ook belangrijkenutriënten als calcium, vitamine C,… (Johnson, Frary et al. 2002; Murphy, Douglass et al. 2008).2.2.2 Melk en gezondheidHet Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepromotie vzw (2012) (VIGeZ) gebruikt de actievevoedingsdriehoek (Figuur 2) als leidraad voor een dagelijkse evenwichtige voeding. Deze visuele voorstellingwordt reeds aan kinderen bijgebracht in de lagere school en maakt deel uit van hun lessenpakket.Melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten zijn tevens in deze voedingsdriehoek vertegenwoordigd.De aanbeveling voor kinderen met een leeftijd tussen 6 en 12 jaar luidt om 3 glazen per dag te nuttigen. Literatuurstudie
  • 14. Figuur 2: Actieve voedingsdriehoekMelk is een bron van vele nutriënten en vitamines zoals calcium, magnesium, fosfor, zink, vitamine A,vitamine B, vitamine B12 en vitamine D. Omdat kinderen en adolescenten nog volop moeten groeien, is hetzeer belangrijk dat zij voldoende van deze nutriënten en vitamines via voeding verkrijgen. Personen die melken melkdranken consumeren voldoen doorgaans ook beter aan de voedingsaanbevelingen voor verschillendenutriënten. Kinderen die melk drinken, onafhankelijk of het nu melk is of melkdranken zijn, hebben eenhogere inname van calcium, fosfor, magnesium, kalium en vitamine A in vergelijking met kinderen die geenmelk drinken (Johnson, Frary et al. 2002; Murphy, Douglass et al. 2008).De klemtoon op het gezonde karakter van melk voor de mens ligt steevast op de aanwezigheid van calcium inmelk. Calcium is uitermate belangrijk voor de stevigheid van beenderen. Het is cruciaal dat al tijdens dekindertijd de inname van calcium voldoende hoog is. Onderzoek heeft uitgewezen dat meisjes met eenhogere calciuminname een grotere dichtheid van het heupbeen hebben (Nieves, Golden et al. 1995). Meisjeshebben bijgevolg meer kans op botbreuken als ze een melkvrij dieet volgen (Konstantynowicz, Nguyen et al.2007). Een gebrek aan calcium wordt ook aanzien als één van de oorzaken van osteoporose. Omdat in dekinderjaren (en vooral in de adolescentie) de beendermassa wordt gevormd, is het cruciaal dat tijdens dezeperiode er een voldoende hoge inname is van calcium. Tijdens deze periode wordt de basis gelegd voor depiekbotmassa en dus ook de densiteit van de botten. Als deze te laag is, is men vatbaarder voor breuken en Literatuurstudieosteoporose op latere leeftijd. Daarom wordt osteoporose ook wel eens de pediatrische ziekte metgeriatrische gevolgen genoemd (Nicklas 2003).
  • 15. Zuivelproducten maken deel uit van het Dietary Approaches to Stop Hypertension of kortweg DASH dieettegen hypertensie of een hoge bloeddruk. Het DASH dieet is rijk aan fruit en groenten en bevat ongeveerdrie porties magere zuivelproducten per dag (Savica, Bellinghieri et al. 2010). Hypertensie komt inindustrielanden voor bij ongeveer 20% van de bevolking en wordt aanzien als een stille doder. Een hogebloeddruk zorgt ervoor dat een persoon meer kans heeft op hart - en vaatziekten (Belgische CardiologischeLiga 2011).Zuivelproducten spelen ook een rol in het voorkomen van nierstenen. Nierstenen bestaan nochtans voor eengroot deel uit calcium. Een eenvoudige en logische oplossing hiertegen zou het schrappen van calciumrijkeproducten in het dieet kunnen zijn. Maar een dieet dat rijk is aan calcium verhindert juist de vorming vannierstenen (MacDonald 2008).2.2.3 Nutritionele eigenschappen van melkdrankenIn Vlaanderen is er een breed gamma van melkdranken beschikbaar in de supermarkten. Het grootste aanbodvan het gamma is in drie verschillende soorten in te delen volgens de herkomst van de melk: een reeks vanmelkdranken op basis van gewone (koe)melk, op basis van sojamelk en op basis van rijstmelk.Tabel 1 en Tabel 2 geven een overzicht van de verschillende nutritionele kenmerken van zowel enkelemelkdranken als natuurlijke, witte melk. Daarnaast worden in Tabel 3 de nutritionele eigenschappenweergegeven van enkele mogelijke alternatieve dranken voor kinderen zoals water, frisdrank, fruitsap enyoghurtdrink per 100 ml. Enkel de informatie die terug te vinden is op de verpakking en de website isweergegeven.De meeste dranken bevatten 200 à 250 kJ per 100 ml, waarbij water eruit springt als een drank zonder enigeenergetische waarde en Cécémel als drank met meer dan 350 kJ per 100 ml. De melkdranken bevatten meerkoolhydraten in vergelijking met de natuurlijke melk, op het vlak van eiwitten en vetten zijn de productengrotendeels vergelijkbaar. De producten van Rice Dream hebben ten opzichte van de andere melk enmelkdranken wel een relatief laag eiwitgehalte.Het gehalte aan calcium is in zowel melk als melkdranken vergelijkbaar, al dient opgemerkt te worden dat ervan Cécémel geen gegevens beschikbaar zijn. Op het vlak van vitamines is het duidelijkst dat de productenvan Alpro Soya de meeste vitamines vermelden op de verpakking. Alpro wenst zich dan ook een gezondimago aan te meten, dus dit ligt in de lijn van de marketingstrategie. Het is wel opvallend dat er bij de melkvan Campina enkel vitamine B12 vermeld is, terwijl melk ook nog andere vitamines bevat. Literatuurstudie
  • 16. Gewone melk Rice Dream Alpro Soya Choco Cécémel (Campina halfvolle Chocolate flavour melk)Energie (kJ/kcal) 201 / 48 248 / 59 263 / 63 354 / 84Eiwitten (g) 3.5 0.3 3.0 3.5Koolhydraten (g) 4.8 12.5 8.3 12.0Vetten (g) 1.6 0.9 1.8 2.5Vezels (g) 0.0 0.5 0.8 0.5Natrium (g) 0.05 0.04 0.06 0.04Calcium(mg) 120 120 120 Geen info beschikbaarVitamine Geen info Geen infoB2 (mg) beschikbaar 0.21 beschikbaarB8 (µg) 7.5B12 (µg) 0.38D2 (µg) 0.75Tabel 1: Nutritionele informatie melk, Rice Dream Chocolate flavour, Alpro Soya Choco en Cécémel (per 100 ml) Fristi Alpro Soya Alpro Soya Rice Dream Rode vruchten Nature Original + CalciumEnergie (kJ/kcal) 197 / 47 235 / 56 163 / 39 194 / 47Eiwitten (g) 2.0 2.6 3.0 0.1Koolhydraten (g) 8.0 7.3 2.5 9.4Vetten (g) 0.0 1.5 1.8 1.0Vezels (g) 0.0 0.4 0.5 0.1Natrium (g) 0.04 0.10 0.04 0.03Calcium(mg) 125 120 120 120Vitamine Geen info Geen infoB2 (mg) beschikbaar 0.21 0.21 beschikbaarB12 (µg) 0.38 0.38D2 (µg) 0.75 0.75Tabel 2: Nutritionele informatie Fristi, Alpro Soya Rode vruchten, Alpro Soya Nature en Rice DreamOriginal +Calcium (per 100 ml) Water Fruitsap Frisdrank Yoghurtdrink (Vittel) (Minute Maid (Fanta Orange) (Dan’up aardbei) Tropical)Energie (kJ/kcal) 0/0 183 / 43 202 / 48 290 / 68Eiwitten (g) 0.0 0.0 0.0 2.8Koolhydraten (g) 0.0 10.5 11.7 13.4Vetten (g) 0.0 0.0 0.0 0.4Vezels (g) 0.0 0.0 0.0 0.1Natrium (g) 0.0005 0.00 0.0025 0.04Calcium(mg) 20.38 0.0 0.0 99.0Vitamine C (mg) Geen info 10.0 Geen info Geen info Literatuurstudie beschikbaar beschikbaar beschikbaarTabel 3: Nutritionele informatie water, fruitsap, frisdrank en yoghurtdrink (per 100 ml)
  • 17. 2.3 Invloedfactoren melkinname2.3.1 AlgemeenDe verschillende factoren die invloed hebben op het eetpatroon van kinderen kunnen voornamelijkopgedeeld worden in persoonlijke, socio-demografische, sociale en omgevingsdeterminanten. Er zijn al talvan studies die mogelijke invloedfactoren op het eetpatroon van kinderen hebben onderzocht.Een review van Taylor, Evers et al. (2005) bekijkt de literatuur tussen 1999 en 2005 over de verschillendedeterminanten die het gezond eetgedrag van kinderen beïnvloeden. Bij de gemeenschappelijke factoren overde onderzoeken heen wordt vastgesteld dat het belang van de familiale factoren en de beschikbaarheid van devoedingsproducten groot is. De rol van de media (voornamelijk televisie) wordt extra in de verf gezet doorte stellen dat dit de familiale invloeden kan overschaduwen bij kinderen en jongeren. Persoonsgebondeninvloeden die uit deze review naar voor komen zijn de kennis, attitude en individuele voorkeur voorvoedingsproducten. Deze voorkeur is zowel bij kinderen als jongeren een voorname factor.Volgens het onderzoek van Neumark-Sztainer, Story et al. (1999) zijn de smaak, tijd en het gebruiksgemakde belangrijkste determinanten voor de voedingskeuze bij adolescenten, volgens 141 jongvolwassenen tijdensverschillende focusgesprekken. De beschikbaarheid, invloed van de ouders, de gepercipieerde voordelen(bijvoorbeeld. energie, vetgehalte…) en de situatie (zoals plaats, met wie,…) zijn van secundair belang bijde verklaring van het eetpatroon. Tenslotte spelen ook de gemoedstoestand, zelfbeeld van het lichaam,gewoontes, kosten, media en vegetarische levensstijl een rol in de keuze van voedingsmiddelen..Bij twaalf focusgesprekken met groepen van enkel jongens of meisjes zijn verschillende barrières verkend omgezond te eten. De eerste barrière is persoonlijk van aard en hier komen smaak, emoties en zelfperceptienaar boven als belangrijke factoren. Een andere barrière van sociale aard is tegenstrijdig: enerzijds is er dedrang naar het eten van energierijk eten maar anderzijds is er grote vrees om overgewicht of obesitas tehebben (Stevenson, Doherty et al. 2007).Hoewel kinderen vanaf jonge leeftijd reeds een goed begrip hebben van welke producten gezond zijn en wateen gezond eetpatroon is, speelt het gezondheidseffect geen voorname rol in hun voedingskeuze. Het isvooral de voedselvoorkeur die bij kinderen een rol speelt. In andere kwalitatieve studies komt hetzelfde naarvoor, met name dat smaak, geur, textuur, voorkomen,… van belang zijn bij de voedingskeuze van kinderen.De invloed van de ouders neemt af naarmate de kinderen ouder worden en sommige kinderen (vooral tijdensde adolescentie) zien ongezonde voeding als een vorm van rebellie tegen ouders (Fitzgerald, Heary et al.2010).Er zijn allerhande factoren geïdentificeerd die een invloed hebben op de inname van melk bij kinderen.Allereerst is er de beschikbaarheid van alternatieve dranken zoals frisdranken, water, fruitsap,… Daarnaastspelen ook het aantal maaltijden buitenshuis, bezorgdheid over het lichaamsgewicht, nutritionelebezorgdheden over producten met verminderd vet en lactose-intolerantie een rol. De consumptie van eenontbijt, gebrek aan nutritionele kennis, de ouders en de smaak zijn ook van belang bij de voedingskeuze voormelk (Nicklas 2003). Literatuurstudie
  • 18. De consumptie van calciumrijke voeding zoals melk bij Aziatische adolescenten blijkt voornamelijk beïnvloedte worden door de aansporing van de ouders, media, smaak en het eten dat naast deze calciumrijke voedingwordt geserveerd. Bij jonge kinderen ligt de focus op smaak terwijl bij de oudere kinderen de kostprijs,plaats van consumptie, perceptie van de invloed op de gezondheid en het gebruiksgemak belangrijk zijn(Novotny, Han et al. 1999).Berg, Jonsson et al. (2000) heeft de Theory of Planned Behaviour (TBP) toegepast op onder meer deontbijtkeuze van melk met een verschillend vetpercentage bij kinderen tussen 11 en 15 jaar. De Theory ofPlanned Behaviour is een model dat toegepast wordt om het keuzegedrag van de consumenten te verklaren.Daarnaast kan dit model gebruikt worden om het gedrag van consumenten te gaan voorspellen. Het TPBmodel wordt daarom vaak aangewend in onderzoekstudies omtrent zowel voeding als gezondheid.De perceptie die de kinderen hebben over de melkconsumptie van hun ouders is belangrijk voor deconsumptie van kinderen. De sensorische karakteristieken en de gezondheidsaspecten bepalen deingesteldheid van de kinderen over melk. Het geslacht en de leeftijd hebben een invloed op zowel de kennisover als de keuze van melk. Meisjes en oudere kinderen beseffen meer dat melk met een lager vetpercentagegezonder is. Zij kiezen ook vaker voor deze melk.Larson, Story et al. (2006) maakt gebruik van de Social Cognitive Theory (SCT) om de inname van calcium,zuivel en melk te verklaren bij 4079 kinderen tussen 11 en 18 jaar. De invloed vanpersoonlijke/demografische factoren, gedragsfactoren en socio-economische factoren op het eetpatroon voorcalcium, zuivel en melk is onderzocht. Een eerste constatering is het feit dat jongens een significant hogerecalcium, zuivel – en melkinname hebben dan meisjes.De toepassing van de Social Cognitive Theory gebeurde met een multiple regression model. Decalciuminname is sterk gecorreleerd met zowel de inname van zuivel als melk. De mannelijke jongerenhebben een calciuminname die positief gecorreleerd is met de beschikbaarheid van melk bij de maaltijden,smaakvoorkeur voor melk, ontbijt, socio-economisch statuut en familiale omstandigheden. Negatievecorrelatie is er bij de jongens met de consumptie van frisdranken en fastfood. Bij meisjes is debeschikbaarheid van melk, smaakvoorkeur voor melk, ontbijten, hogere socio-economische status, karakterom gezonde keuzes te maken en de persoonlijke gezondheid - en voedingsattitudes significant positiefgecorreleerd met de calciuminname. De consumptie van fastfood is bij meisjes significant negatiefgecorreleerd met de calciuminname.In deze thesis is ervoor gekozen om het onderzoek te beperken tot de invloed van sensorische aspecten, dehet merk en de emoties bij de keuze van melkdranken. Daarnaast wordt de eventuele wisselwerking tussendeze drie factoren bestudeerd.2.3.2 Sensorische eigenschappenDe smaak en dus ook de sensorische eigenschappen zijn uitermate belangrijk bij de keuze vanvoedingsproducten door kinderen (Birch 1999). De smaakvoorkeuren van kinderen evolueren naarmatekinderen ouder worden. Verscheidene studies hebben reeds uitgewezen dat kinderen een voorkeur hebbenvoor de zoete en zoute smaak. Over een zure en bittere smaak wijzen de meeste onderzoeken op eennegatieve invloed voor de voorkeur, maar hierover is geen consensus (Cornwell and McAlister 2011). Literatuurstudie
  • 19. Een recente studie van Lanfer, Knof et al. (2011) wijst op de correlatie tussen een voorkeur voor zoete envette smaak en het lichaamsgewicht bij kinderen. Het is van belang aan te geven dat deze correlatieonafhankelijk is van leeftijd, geslacht, onderwijsniveau ouders en de BMI van de ouders. Uit een anderonderzoek blijkt dat kinderen met overgewicht minder snoepgoed eten in vergelijking met kinderen zonderovergewicht. De onderzoekers hebben voor deze opmerkelijke vaststelling wel verschillende redenengeformuleerd. Zo kan het zijn dat kinderen met overgewicht letten op hun voeding en daarom mindersnoepen. Daarnaast is al bewezen dat mensen met overgewicht bewust ongezonde voeding minderrapporteren (Janssen, Katzmarzyk et al. 2005).De invloed van sensorische karakteristieken bij fruit en groenten voor kinderen was al het onderwerp vanverscheidene onderzoeken. De rol van de sensorische attributen bij appelen is bestudeerd bij Deensekinderen tussen 9 en 13 jaar oud. De appelsmaak, geparfumeerde smaak en de zoetheid zorgen voor eenpositieve beoordeling van de smaak (Kuhn and Thybo 2001). De voorkeur en perceptie van groenten is inNoord-Schotland onderzocht bij kinderen van 8 tot en met 10 jaar. Zowel de context van de consumptie alsde sensorische eigenschappen (voornamelijk de textuur en het uitzicht) beïnvloeden de perceptie en devoorkeur voor bepaalde groenten (Baxter, Schroder et al. 2000).Smaakvoorkeuren en het lekker vinden van fruit en groenten is dus van groot belang voor de dagelijkseinname van deze categorie levensmiddelen bij kinderen. Naast deze voorkeuren spelen ook de socio-culturele omstandigheden en fysische omgevingsomstandigheden een rol. Deze bepalen immers voor eendeel de aanvaardbaarheid en de toegankelijkheid van fruit en groenten. Kennis van gezonde voeding en deinvloed van ouders zorgen ook voor een grotere inname van fruit en groenten. De hogere inname van fruiten groenten door meisjes wordt verklaard doordat meisjes een grotere smaakvoorkeur hebben voor dezeproducten in vergelijking met jongens (Brug, Tak et al. 2008).Palacios, Badran et al. (2010) hebben lactose-intolerante kinderen van 8 tot 16 jaar verschillendemelkproducten laten evalueren. Zowel varianten met natuurlijke melksmaak of chocoladesmaak van lactose-vrije koemelk en sojamelk werden beoordeeld. De kinderen waren niet op de hoogte van de melksoort perstaal en oordelen over sensorische attributen en hun intensiteit tijdens deze test. Daarnaast wordt er over elkproduct een algemeen oordeel geveld door de kinderen met een puntenscore tussen 0 en 100. De kinderenverkiezen de chocoladesmaak boven de natuurlijke melksmaak en hebben voor de melksoort een voorkeurvoor de lactosevrije koemelk. Daarnaast vertonen de oudere kinderen een meer uitgesproken mening overde producten. Zij maken immers gebruik van een groter bereik van de puntenschaal en dan vooral bij hettoekennen van de lagere punten.Om kinderen aan te moedigen om meer gezonde producten te eten, probeert men de perceptie vanvoedingsproducten te veranderen door verschillende maskerende technieken. Er is onderzocht hoe eenvariatie in het fruitgehalte en vetgehalte een invloed heeft op de perceptie van de zure smaak en de voorkeurvoor melkproducten bij kinderen. Hoe hoger het fruitgehalte, hoe groter de appreciatie van de smaak voorhet product bij kinderen. Het verhogen van de fruitsmaak is dus blijkbaar een optie om de inname vangezondere producten te verhogen of bestaande producten gezonder te maken (bijvoorbeeld om hetvetgehalte in de melkdranken verlagen) (Kildegaard, Lokke et al. 2011). Daarnaast is de invloed van debereidingswijze en kleur van groenten onderzocht bij kinderen. Een te sterke geurintensiteit en een bruinekleur leiden tot een lagere aanvaardbaarheid bij kinderen. Er is geen verschil in aanvaardbaarheid door Literatuurstudie(kleine) verschillen in textuur en smaak ten gevolge van de verschillende kooktijdstippen. De kleur is eenuitermate interessant attribuut want een atypische kleur zorgt ervoor dat kinderen meer bereid zijn om degroenten te proeven (Poelman and Delahunty 2011). De invloed van de bereidingswijze van wortels en
  • 20. bonen is tevens bestudeerd voor verschillende sensorische attributen bij kinderen. Hier luidt de conclusie dateen uniform oppervlak en de typische, gekende smaak van positief belang was. Een bruine kleur en eengranulaire textuur hebben daarentegen een negatieve invloed op de aanvaardbaarheid (Zeinstra, Koelen et al.2010).Lavin and Lawless (1998) verkennen de invloed van kleur en geur op de gepercipieerde zoetheid bij kinderen.Hieruit blijkt dat andere attributen ervoor kunnen zorgen dat een sensorisch attribuut anders ervaren wordt.Het toevoegen van een vanillegeur aan melk leidt ertoe dat kinderen de melk als veel zoeter ervaren. Deinvloed van kleuren op de gepercipieerde zoetheid was minder duidelijk.2.3.3 Invloed van advertentie en merken op het eetpatroon van kinderen2.3.3.1 Invloed van advertenties op het eetpatroon van kinderenWe kunnen, uitgaande van literatuur, stellen dat voedingsadvertentie ertoe leidt dat kinderen meer eten endit zowel van het geadverteerde product als van de desbetreffende productcategorie.Reeds in 2002 formuleerde de WHO samen met de FAO in een rapport over het eetpatroon, voeding en depreventie van chronische ziekten dat advertenties en marketing waarschijnlijk één van de voorname redenenzijn die leiden tot de wereldwijde toename van obesitas bij kinderen (WHO and FAO 2002). Een rapport inopdracht van de Food Standards Agency stelt dat er een significante invloed is van advertenties op heteetpatroon van kinderen. Deze zorgen er niet enkel ervoor dat een bepaald merk gekend wordt, maarhebben ook een effect voor de desbetreffende productcategorie waartoe het product behoord. Dit was hetgeval voor bijvoorbeeld fastfood, frisdrank,… (Hastings, Stead et al. 2003).Advertenties leiden ertoe dat kinderen meer snacks eten. Kinderen eten gemiddeld 45% meer als zeblootgesteld zijn aan reclame op televisie. Dit is onafhankelijk van het merk en toont aan dat reclame nietenkel een bepaald merk promoot, maar ook leidt tot een stijging van het eten van snacks tijdens hettelevisiekijken bij kinderen (Harris, Bargh et al. 2009). Daarnaast blijkt dat zowel jongere kinderen (onder 9jaar) als iets oudere kinderen van 9 tot en met 11 jaar meer eten na het zien van voedingsreclame op TV. Ditgeldt zowel voor kinderen met overgewicht als kinderen zonder overgewicht (Halford, Gillespie et al. 2004;Halford, Boyland et al. 2007).Per blootstelling aan honderd advertenties met frisdranken, stijgt de inname van frisdrank bij kinderen metongeveer 10%. Fastfood kent een significante 1.1% stijging van de consumptie per 100 advertenties(Andreyeva, Kelly et al. 2011).Naast het feit dat voedselpromotie een invloed heeft op het eetpatroon bij kinderen, is het ook van belangom te weten met welke advertenties kinderen in contact komen en voor welk(e) product(categorie) zijreclame maken. Een recent, internationaal onderzoek besluit dat kinderen dagdagelijks in aanraking komenmet een overvloed van advertenties voor ongezonde producten op televisie (Kelly, Halford et al. 2010). Inde Verenigde Staten van Amerika, waar er de laatste decennia een sterke toename is van overgewicht bijkinderen, is er gemiddeld 4 minuten en 25 seconden reclame voor voedingsproducten per uurkindertelevisie. Het grootste deel van deze reclame is voor energierijke en nutriëntarme levensmiddelenzoals fastfood (Stitt and Kunkel 2008). Literatuurstudie
  • 21. De laatste jaren is de advertentiemarkt voor kinderen wel grondig veranderd. Zo is er in vele landen, dooreen toenemende beschikbaarheid van internet, een wijziging opgetreden naar online promotie en wordt erook meer en meer gebruik gemaakt van product placement. Bij product placement wordt een bepaaldproduct getoond of vernoemd in een televisieprogramma tegen betaling. Zo kan het zijn dat een personage ineen serie steevast een bepaald merk van frisdrank drinkt of een bepaalde groep vrienden elk weekend naareen fastfoodrestaurant gaat. De stijging van product placement is het gevolg van een toegenomenwereldwijde reglementering betreffende de advertenties op kinderzenders en na uitzending vankinderprogramma’s. Kinderen komen vandaag de dag dus op vele verschillende manieren in contact metpromotie voor voedingsproducten (Story and French 2004; Sandberg 2011). Eén van de nieuwe vormen zijnadvertenties in tijdschriften voor kinderen. Deze zorgen ervoor dat kinderen tussen 5 en 12 jaar eenvoorkeur hebben voor geadverteerde producten (Jones and Kervin 2011).2.3.3.2 Advertenties over melkDe Europese Unie (E.U.) steunt in al haar lidstaten reeds jarenlang melkcampagnes om de consumptie vanmelk te verhogen. Om de consumptie van melk op scholen te bevorderen, voorziet de E.U. sedert 1977 ooksubsidies in de lidstaten om melk op school goedkoop aan te bieden. De E.U. haalt vier redenen aan voor ditprogramma: de hoge nutritionele waarde van het product, de positieve effecten voor de volksgezondheid ende veranderende leef – en eetpatronen hebben allen te maken met de gezondheid van de kinderen. Daarnaastspelen ook de economische belangen een rol: het in stand houden van de afzetmarkt van melk enmelkproducten is ook een reden (Vlaamse Overheid - Landbouw en Visserij 2007; E.U. 2008).In Tabel 4 zijn er cijfers terug te vinden over de subsidies voor schoolmelk, voor de steun hervormd werd in2008. De cijfers laten een dalende trend zien van de aanvragen voor gesubsidieerde schoolmelk over de jarenheen. Deze trend wordt ook na de hervorming van het subsidiesysteem (met een uitbreiding van deverschillende categorieën) waargenomen bij de cijfers in Tabel 5. De categorie 1a bestaat uit subsidies voorwarmte-behandelde melk (zowel magere, halfvolle als volle melk). Warmte-behandelde melk waaraanchocolade of vruchtensap is toegevoegd of die gearomatiseerd is waarbij minstens 90 gewichtsprocent melkuit categorie 1a is gebruikt en die maximaal 7% toegevoegde suikers / honing bevat valt onder categorie 1b.Categorie 1c bevat de gefermenteerde zuivelproducten (mager, halfvol en vol) waaraan al dan nietvruchtensap is toegevoegd of gearomatiseerd waarbij terug de beperking geldt dat het gewichtsprocentminimaal 90% van 1a moet zijn en het product niet meer dan 7% toegevoegde suikers / honing magbevatten. Gefermenteerde zuivelproducten (mager, halfvol en vol) waaraan vruchten zijn toegevoegd, die aldan niet gearomatiseerd zijn, tenminste 80 gewichtsprocenten van categorie 1a bevatten en maximaal 7%toegevoegde suikers/honing maken vormen de categorie 2. Er dient opgemerkt te worden dat deNederlandstalige scholen uit Brussel niet opgenomen zijn in de statistieken (Squire 2012). 1994- 1996- 1998- 1999-2000 2000-2001 2001-2002 2002- 1995 1997 1999 2003Gesubsidieerde hoeveelheid 9,81 8,18 6,96 6,88 6,00 5,52 4,39(miljoen liter)Steunbedrag (miljoen euro) 2,48 1,99 1,68 1,63 1,29 1,00 0,80Scholen die schoolmelksubsidies 2291 2207 2228 1953 1944aanvragen en ontvangen LiteratuurstudieActieve leveranciers 106 95 91 75 74Tabel 4: Subsidies voor schoolmelk voor schooljaar 1994-1995, 1996-1997, 1998-1999, 1999-2000,2000-2001, 2001-2002,2002-2003 in Vlaanderen
  • 22. 2008-2009 2009-2010 Categorie 1a 1,65 1,54 Categorie 1b 1,63 1,57 Categorie 1c 0,03 0,02 Categorie 2 0,22 0,27 Totaal 3,54 3,39Tabel 5: Melksubsidies per categorie voor schooljaar 2008-2009 en 2009-2010 in Vlaanderen (in miljoen liter)In Vlaanderen staat het Vlaams Centrum voor Agro –en Visserijmarketing (VLAM) in voor een jaarlijksemelkcampagne. In 2008 werd de campagne in een nieuw kleedje gestoken en kreeg ze de naam ‘Melk, en jekan tegen een stootje’. Deze campagne kende met een appreciatiescore van 8,7 op 10 een zeer goedewaardering en er werd beslist om deze campagne te behouden maar jaarlijks wel een nieuwe inhoud eraan tegeven. De editie uit 2009 was een uitermate geslaagde campagne die gericht was op de jeugd. Aan het beginvan de reclamespot zijn oudere mensen aan het dansen op de muziek uit hun jeugd. Dit wordt vergezeld metde tekst ‘Iedereen danst het liefst op muziek uit z’n jeugd’. Daarna komen er beelden van de huidige jeugdmet actieve dansstijlen. Er verschijnt nu: ‘U weet dus wat u later te wachten staat’ waarna er ‘Drink nu melkvoor later’ verschijnt. Deze reclamespot werd bekroond met een Bronzen Leeuw in de categorie TV op hetbefaamde reclamefestival van Cannes waar elk jaar prijzen voor de beste reclamespots ter wereld wordenuitgereikt. De melkcampagnes van 2007-2010 leidden tot een stijging van de consumptie met 4,8% perpersoon terwijl Wallonië zonder melkcampagnes een daling van 8% liet optekenen tijdens dezelfde periode.De melkcampagne veroverde de gouden Effie award in de categorie bewustwordingscampagne (VLAM 2009;Landbouwleven 2011; VLAM 2011).2.3.3.3 Specifieke onderzoeken naar invloed van merken op eetpatroon van kinderenRobinson, Borzekowski et al. (2007) heeft onderzoek verricht naar de invloed van het merk Mc Donalds bijkinderen van 3 tot 5 jaar. Er werd gekozen voor Mc Donalds omdat dit het grootste adverterendefastfoodbedrijf van de Verenigde Staten van Amerika ten tijde van de studie was. De kinderen kregenverschillende producten van Mc Donalds waar, onder andere via de verpakking, aangegeven werd dat dezevan Mc Donalds waren. De kinderen mochten deze qua smaak vergelijken met identieke producten van McDonalds zonder een duidelijke vermelding van welk merk de producten afkomstig waren. Weinig verrassendluidt de conclusie dat kinderen de producten prefereren waarbij het merk Mc Donalds bij stond. Opvallendis ook dat er voor wortels, die toen niet verkocht of geadverteerd werden door Mc Donalds, ook eenvoorkeur was als deze zogezegd van Mc Donalds afkomstig waren.De logo’s van fastfoodrestaurants zoals Mc Donalds en Burger King zijn in de V.S. goed gekend bij kinderen,met percentages van respectievelijk 89 en 86%. In twee scholen liep er tijdens het onderzoek ook eengezondheidsprogramma om kinderen aan te sporen tot een gezonder eetpatroon. Het logo van Yoplait wordtherkend door 55 à 70% van de kinderen. Kinderen met overgewicht herkennen eerder de logo’s vanongezonde producten / fastfoodrestaurants. Een mogelijke verklaring is dat zij via onder andere advertentiesop televisie meer in aanraking komen met deze logo’s (Arredondo, Castaneda et al. 2009).Een onderzoek bij kinderen tussen 4 en 12 jaar komt tot de conclusie dat kinderen die meer blootgesteld zijnaan voedingsadvertenties, ook meer de merkproducten van deze advertenties eten. Deze kinderen hebbentevens een sterkere voorkeur voor energierijke en nutriëntarme voedingsproducten. Enkel bij kinderen uit Literatuurstudielage inkomens is er sprake van een significante verhoging van de algemene voedselinname als de kinderenmeer advertenties zien op TV (Buijzen, Schuurman et al. 2008).
  • 23. Door advertenties op televisie wordt er bij kinderen een positieve houding en attitude gecreëerd tegenoverde geadverteerde producten. Hoe meer kinderen naar televisie en de bijhorende advertenties op televisiekijken, hoe positiever ze staan tegenover het zogenaamde junkfood (voedingsmiddelen bestaande uit grotehoeveelheden vet, suikers,…) (Dixon, Scully et al. 2007).Forman, Halford et al. (2009) hebben onderzocht hoe de relatie is tussen de merken en het lichaamsgewichtbij kinderen. Kinderen met overgewicht consumeren gemiddeld 40 kcal extra in maaltijden van merken (bv.Mc Donalds, Pizza Hut) tegenover maaltijden zonder merken. De consumptie ligt gemiddeld 25 kcal lager inmaaltijden van merken bij kinderen zonder overgewicht. Daarnaast is er een verband tussen de leeftijd van dekinderen en het kennen van de merken.Kinderen die veel televisie kijken hebben, na het kijken van voedingsreclame op TV, een hoger aantalvoedingsproducten geselecteerd in vergelijking met kinderen die weinig TV kijken. De voorkeur voormerkproducten is ook groter bij kinderen die veel televisie kijken (Boyland, Harrold et al. 2011).Het onderzoek van Kopelman, Roberts et al. (2007) vindt geen verband tussen het herkennen van merken enhet eetpatroon bij kinderen. De kinderen zijn wel in staat om een groot aantal, logo’s van hoofdzakelijkongezonde merken te herkennen. Kinderen weten goed welke producten ongezond zijn, maar dit weerhieldhen er niet van om toch een voorkeur te hebben voor deze producten.2.3.4 Emoties bij voedingsproductenEmoties spelen ook een rol bij het eetpatroon van mensen. De voedingsindustrie tracht via advertentieservoor te zorgen dat bepaalde emoties opgewekt worden bij het zien van een merk en hun desbetreffendeproducten. Consumenten kopen immers producten om hun behoeften te bevredigen, en een deel van dezebehoeften zijn emotioneel van aard. De sensorische eigenschappen kunnen ook emoties opwekken. Zo kanmen verrast worden door een onverwachte smaakcombinatie op het bord of herinnert een stukje opgevuldekalkoen aan de feestdagen als kind waardoor men vreugde en nostalgie ervaart (Desmet and Schifferstein2008; King and Meiselman 2010).Het onderzoek naar het verband tussen emoties en het eetpatroon is relatief recent maar wint momenteel aanbelang en kan ingedeeld worden in twee groepen. Enerzijds zijn er de studies die de invloed van emoties ophet eetgedrag nagaan en anderzijds zijn er onderzoeken die de invloed van het eetgedrag op emotiesbehandelen. De eerste soort studies gaan na in hoeverre emoties als bijvoorbeeld vreugde, pijn, verdriet eeninvloed hebben op de voorkeur van mensen op hun voeding en eetpatroon. De tweede soort zijn voor dezemasterproef relevanter aangezien de focus ligt op de invloed en effecten van bepaalde smaken envoedingsproducten op hoe mensen zich voelen (Desmet and Schifferstein 2008).De emoties die gepaard gaan met het eten van voedingsproducten zijn niet enkel het gevolg van het productzelf, maar ook van interne en externe factoren zoals een hongergevoel, dorst, sociale interactie,omgeving,… Desmet and Schifferstein (2008) onderzochten welke emoties gezonde mensen dagdagelijkservaren bij het eten en proeven van voedingsmiddelen. Gezien verscheidene factoren de emoties beïnvloeden,hebben zij getracht om deze factoren te bepalen. Er worden door hen vijf categorieën gecreëerd die een bronzijn van emoties bij voeding. Literatuurstudie
  • 24. Categorie Voorbeeld1. Sensorische attributen Ik was aangenaam verrast door de smaak van exotisch fruit. Ik walgde van de textuur van de geserveerde slakken.2. Ervaren gevolgen Ik was opgelucht na het drinken van een groot glas water. Ik was ontgoocheld omdat ik nog honger had na het eten van de maaltijd.3. Geanticipeerde gevolgen Ik ben bang om dik te worden na het eten van ongezonde voeding. Ik verlang naar chocolade want het doet mij goed voelen.4. Persoonlijke of culturele Ik hou van aardbeien want ze doen mij denken aan mijn vriendin. meningen Ik verlang naar de paasvakantie wanneer ik paaseieren zie.5. Acties of verbonden Ik was boos op de kok omdat hij een maaltijd kookte die ik niet graag at. beslissingen Ik veracht mensen die vlees eten.Tabel 6: Vijf categorieën van bronnen voor voedselemoties (Desmet and Schifferstein 2008).Er bestaat geen standaard voor het bepalen van welke emoties er geassocieerd zijn met een bepaald productof merk. Daarom hebben King and Meiselman (2010) een poging gedaan om een set van emoties op testellen die gebruikt kunnen worden om emoties bij bepaalde producten te bepalen. In totaal werden er 80termen voor emoties geëvalueerd waarvan er uiteindelijk 39 geselecteerd zijn op basis van onder anderefrequentie van gebruik. Deze lijst kan gebruikt worden om een specifiek emotioneel profiel op te stellen bijeen product. Op basis van deze geselecteerde termen is het mogelijk om op het vlak van emoties zowelverschillen tussen als binnen bepaalde productcategorieën te bepalen.De gebruikte emoties in de onderzoeken kunnen grofweg in drie categorieën ingedeeld worden: positief,negatief of neutraal. Het is wel zo dat consumenten vaker positieve dan negatieve emoties selecteren bijvoedingsproducten. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat producten die op de markt zijn de bedoelinghebben om consumenten aan te spreken. Bij producten die mensen zelf kopen is het ook logisch dat dezepositieve emoties opwekken. Mensen zullen immers vooral producten eten of proberen te eten waarvan zeverwachten dat ze deze lekker zullen vinden waardoor ze positieve ervaringen en emoties aan die productenkoppelen (Desmet and Schifferstein 2008).Daarnaast is het van groot belang om een voldoende aantal emoties te testen. Het is immers zo dat de meesteproducten een volledig scala van emoties oproepen bij mensen. Daarom is het aangewezen om er niet alleenvoor te zorgen dat er een evenwicht is in het aantal positieve en negatieve emoties, maar ook dat ervoldoende keuze is tussen verschillende emoties (Desmet and Schifferstein 2008; Schifferstein and Desmet2010).Er is bestudeerd in hoeverre de sensorische eigenschappen een invloed hebben op de emoties bijverschillende soorten zwarte chocolade. De consumenten hebben geen weet van welk merk de chocolade is.Door te werken met eenzelfde productcategorie en soort chocolade tracht men de invloed te beperken totenkel de sensorische attributen van de zwarte chocolade. Zo slaagt men erin om conceptuele profielen temaken van de link tussen de verschillende emoties en de chocolade (Thomson, Crocker et al. 2010). Literatuurstudie
  • 25. 2.4 Hypothesen en framework2.4.1 HypothesenDe eerste hypothese onderzoekt of er een overeenkomst is tussen wat kinderen zeggen dat belangrijk is voorhun dagdagelijkse voedingskeuze en de uiteindelijke consumptie van melk en melkdranken. Om na te gaanwat kinderen belangrijk vinden, wordt er gebruik gemaakt van een aangepaste versie van de Food ChoiceQuestionnaire (Steptoe, Pollard et al. 1995). Uit deze Food Choice Questionnaire zullen enkele factorenbepaald worden die van belang zijn voor de dagdagelijkse voedingsinname van kinderen. In het tweedeonderzoeksdeel wordt dan onderzocht in hoeverre de voornaamste factoren ook van toepassing zijn op deconsumptie van melk en melkdranken.In de tweede hypothese wordt gekeken of er een verband is tussen het aantal merken van melkdranken datkinderen kennen en de consumptie van melkdranken. Er wordt in verschillende onderzoeken al uitgegaan datadvertenties een belangrijke rol spelen in het consumptiepatroon van kinderen (Sandberg 2011). Enkeleandere onderzoeken beweren het tegendeel (Kopelman, Roberts et al. 2007). Een studie van Forman,Halford et al. (2009) besluit dat kinderen met overgewicht meer fastfood merkproducten eten dan gewonekinderen. De consumptie van de fastfood merkproducten was bij kinderen zonder overgewicht daarentegenlager, waarbij men de verklaring zocht in het feit dat sommige kinderen minder deze merken kenden. Indeze thesis wordt de hypothese onderzocht of kinderen die meer merken kennen ook een hogere consumptiehebben van melkdranken. Daarvoor is gebruik gemaakt van 6 merken van melkdranken (Alpro Soya,Cécémel, Fristi, Inex, Milsa en Rice Dream), op basis van verschillenden melksoorten die in desupermarkten in Vlaanderen verkrijgbaar zijn.De derde hypothese luidt dat de verschillende merken een verschillend emotioneel profiel hebben. Merkentrachten positieve emoties op te wekken door advertenties op televisie, internet, tijdschriften,… Er is echternog geen onderzoek geweest of er eventueel een link is tussen emoties en merken bij kinderen. Voor dezehypothese wordt er uitgegaan dat merken zich willen differentiëren tegenover concurrentiële merken vanmelkdranken en daardoor over een ander emotioneel profiel beschikken (King and Meiselman 2010;Thomson, Crocker et al. 2010). In totaal kregen de kinderen een lijst van 20 emoties voorgeschoteld permerk, met een evenwicht tussen positieve (9) en negatieve (9) emoties. De kinderen hebben via een check-all-that-apply aangegeven welke emoties ze associëren met elk merk.Voor de vierde hypothese wordt er onderzocht of de gekozen producten allen een verschillend sensorischprofiel hebben. Er wordt een selectie gemaakt uit verschillende melkdranken om te kijken in hoeverre dekinderen de producten verschillend beoordelen op het vlak van uitzicht, geur, textuur en smaak zonder datde kinderen op de hoogte zijn van het merk. De producten zullen op basis van een verschillende melksoort(gewone melk, rijstmelk en sojamelk) zijn, dus is het de vraag of de kinderen de sensorische karakteristiekenverschillend beoordelen.In de laatste hypothese wordt onderzocht in hoeverre het merk een invloed heeft op het waardeoordeel vande kinderen op enkele melkdranken. Verscheidene studies hebben aangetoond dat de opgave van een merkbij kinderen reeds leidt tot een andere beoordeling van een product (Sosa and Hough 2006; Robinson,Borzekowski et al. 2007). Daarnaast heeft een onderzoek aangetoond dat bij volwassenen de vermelding vaneen sojalabel leidt tot een slechtere beoordeling van het product (Wansink and Park 2002). Enkele Literatuurstudiegeselecteerde melkdranken zullen zowel blind getest worden als een verwachte waardering krijgen op basisvan de verpakking. Daarnaast is er nog het geïnformeerd testen waarbij de beoordeling gebeurd met opgavevan een merk, dat eventueel een verkeerd merk kan zijn zoals bij Wansink and Park (2002) het geval was.
  • 26. 2.4.2 Framework VOEDINGSPROBLEEM BIJ KINDEREN: vaker ongezond voedingspatroonHypothese 2: Hoe hoger het aantal merken van Hypothese 4: De verschillende productenmelkdranken dat kinderen kennen, hoe hoger de hebben een verschillend sensorisch profielconsumptie van melkdranken Hypothese 5: Een gekend merk zorgt voor een betere Invloed MERK algemene mening bij de sensorische testen Invloed SENSORISCHE karakteristieken (door onder andere advertentie) Maar de focus ligt in het onderzoek normaal op ofwel ongezonde voedingswaren (fastfood, frisdranken,…) of het gezonder fruit en/of groenten. Kinderen hebben ook graag variatie. Daarom keuze voor melkdrankenHypothese 3: De verschillende merken Hypothese 1: Er is een gelijkenis tussenhebben allen een verschillend emotioneel wat kinderen belangrijk vinden voor deprofiel voedingskeuze en de consumptie van melk en melkdranken bij kinderen Invloed EMOTIES Literatuurstudie
  • 27. 3 Onderzoek3.1 DoelDeze masterproef spitst zich toe op de consumptie van melk en melkdranken bij kinderen en stelt zich tot doelom deze consumptie in kaart te brengen en tevens te onderzoeken of de totale consumptie voldoet aan deBelgische voedingsaanbevelingen voor melk – en calciumverrijkte sojadranken.Met behulp van de een aangepaste versie van de Food Choice Questionnaire wordt onderzocht welke factorenhet voedingspatroon van kinderen beïnvloeden en of deze factoren ook een invloed hebben op de consumptievan melk en melkdranken. Daarnaast wordt de invloed van drie gekozen factoren op de consumptie vanmelkdranken onderzocht: emoties, merk en de sensorische attributen. Het doel is om na te gaan in hoeverredeze drie factoren aan elkaar en aan de consumptie van melkdranken gelinkt kunnen worden. Om hetoverzicht in deze masterproef te bewaren is ervoor gekozen om te werken met enkele hypothesen omtrent deinvloed van de verschillende factoren.Vanwege praktische en organisatorische redenen werd het onderzoek in twee delen opgesplitst.3.2 Methode3.2.1 DoelgroepDe doelgroep voor dit onderzoek is het vierde tot en met zesde leerjaar van het lager onderwijs. Uitonderzoek is gebleken dat de leeftijd van 9 à 10 jaar een cruciale leeftijd is voor de psychologische enbiochemische redenering van kinderen over voedsel (Slaughter and Ting 2010). Vanaf die leeftijd beginnenkinderen immers kennis van de werking van het menselijk lichaam te hebben en dus ook van de spijsvertering.Zo begrijpen kinderen de noodzaak van speciale voedingsstoffen (vitaminen) en leggen ze de link tussen een tehoge energie-inname en obesitas. Zowel jongens als meisjes maken deel uit van de doelgroep in dit onderzoekom een goed beeld te verkrijgen over de verschillen en gelijkenissen tussen de geslachten.3.2.2 ParticipatieHet onderzoek vond plaats in Vlaanderen waarbij er in totaal zes scholen deelnamen: drie rurale scholen, éénsemi-urbane school en twee urbane scholen. Om voldoende geografische verspreiding te hebben vond hetonderzoek in twee verschillende provincies plaats. De helft van de scholen behoren tot hetgemeenschapsonderwijs, de andere helft behoren tot het vrije net. Voor de twee urbane scholen werd er,gezien de bepalingen in het schoolreglement, toestemming aan de ouders gevraagd voor deelname van hunkind aan het onderzoek via brief. De bevragingen werden tijdens de lesuren zelf ingevuld in aparte lokalen (opéén school na telkens in een refter) zodat elk kind individueel kon werken. Aan de kinderen werd gevraagdom niet te praten tijdens de bevragingen.3.2.3 Statistische analyseDe enquêtes werden verwerkt met behulp van het statistisch dataverwerkingsprogramma IBM SPSS Statistics19 (predictive analytics software). Elke vraag werd toegewezen aan een kolom en de verschillendeantwoordmogelijkheden kregen een code die ofwel een getalwaarde is ofwel een string. Er is gebruik gemaaktvan de code 77 indien er, vanwege een antwoord op een vorige vraag, geen antwoord nodig was op dedesbetreffende vraag. Bij een niet-ingevuld of onduidelijk antwoord werd 99 ingevoerd. OnderzoekAlle resultaten zijn gebaseerd op een betrouwbaarheidsinterval van 95% en een significantieniveau van 5%.
  • 28. 3.2.3.1 Overzicht gebruikte statistische testen en termenVoor statistische testen is het uitermate belangrijk dat er rekening wordt gehouden met welke soort data menwerkt. Nominale data betekent dat er slechts mogelijke antwoorden op een vraag niet gerangschikt kunnenworden bijvoorbeeld geslacht, woonplaats,… Ordinale / rankdata zijn opgemaakt uit data die gerangschiktzijn volgens grootte, maar het verschil tussen waarden heeft geen betekenis. Met andere woorden: 1 isbijvoorbeeld lager dan 2 en 3, maar het verschil tussen 1 en 2 is niet gelijk aan het verschil tussen 2 en 3. Bijeen intervalschaal is er een gelijkheid van data, hier is het verschil tussen schaalpunten gelijk. Het nulpunt bijeen intervalschaal is echter wel arbitrair. Bij de ratioschaal is er ook sprake van gelijkheid van schaalpunten,maar is het nulpunt absoluut (Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).3.2.3.1.1 Parametrische testenParametrische testen gaan uit van een onderliggende normale verdeling van de steekproef. Dit wordt getestmet behulp van de Kolmogorov-Smirnov Test of de Shapiro-Wilk Test. Laatstgenoemde test is vooralinteressant bij steekproeven met minder dan 50 metingen. De afhankelijke variabele dient gemeten te zijn opratio - of intervalbasis. Het voordeel van parametrische testen is dat ze efficiënter zijn in vergelijking met niet-parametrische testen (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009).De onafhankelijke T-Test wordt gebruikt om te onderzoeken of de gemiddelden van twee onafhankelijkegroepen verschillend zijn. De T-test veronderstelt dat de afhankelijke variabele normaal verdeeld is en dat devarianties van de twee groepen gelijk zijn. Gelijkheid van varianties of homogeniteit wordt onderzocht met deLevene Test (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).De afhankelijke T-Test wordt uitgevoerd om te kijken of de gemiddelden van twee afhankelijke groepen gelijkzijn. De veronderstelling bij deze test is dat de verdeling van de verschillen tussen beide groepen normaaldient te zijn (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).Analysis of Variance (ANOVA) is een statistische test die gebruikt wordt om te onderzoeken of er sprake isvan significante verschillen tussen gemiddelden van drie of meer groepen. De onafhankelijke variabele bestaatdaarom uit twee of meer categorische variabelen, terwijl de afhankelijke variabele van het interval of ratiotype is. De afhankelijke variabele dient voor elke categorie van de onafhankelijke variabele normaal verdeeldte zijn. Bij een ANOVA zonder herhaalde metingen dienen de varianties gelijk te zijn tussen de onafhankelijkegroepen. Als er gelijke varianties zijn, dan wordt er gebruik gemaakt van Scheffe post-hoc test om na te gaanwaar de verschillen tussen de verschillende groepen zich precies situeren. Indien er geen sprake is vanhomogeniteit, dan wordt de Dunnett’s T3 post hoc test gebruikt om de verschillen tussen de gemiddelden tevergelijken. Indien de participanten bij de verschillende groepen steeds dezelfde zijn, kan ANOVA met herhaaldemetingen gebruikt worden. Het gebruikte betrouwbaarheidsinterval voor de vergelijking van de gemiddeldenwordt aangepast met de Bonferroni correctie. Indien er uit Mauchly’s Test blijkt dat er geen sprake is vansfericiteit, kan gebruik gemaakt worden van Greenhouse-Geisser om te onderzoeken of er significanteverschillen zijn tussen de gemiddelden. Indien de p-waarde kleiner is dan 0.05, dan volgt een paarsgewijzevergelijking van de gemiddelden om de exacte verschillen te weten te komen (Wijnen, Janssens et al. 2002;Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011). Onderzoek
  • 29. 3.2.3.1.2 Niet-parametrische testenNiet-parametrische testen zijn statistische toetsen waarbij er geen veronderstellingen over de onderliggendeverdeling zijn. Niet-parametrische testen kunnen ook gebruikt geworden als de steekproef niet normaalverdeeld is en er geen gelijkheid van varianties tussen variabelen van verschillende groepen is. Daarnaastkunnen niet-parametrische testen gebruikt worden indien de afhankelijke variabele gemeten is op ordinaal,interval of ratioschaal. Sommige niet-parametrische testen zijn tevens geschikt voor nominale waarden (Ottoyand Thas 2009).De McNemar Test is een test die gebruikt kan worden met nominale waarden die afkomstig zijn van 2dezelfde groepen. Met deze test kan onderzocht worden of er een significant verschil is tussen het aantal keerdat een waarde voorkomt (Wijnen, Janssens et al. 2002).Cochran’s Q Test kan gebruikt worden bij nominale variabelen, om na te gaan of er verschillen zijn tussen hetaantal keer dat een waarde voorkomt. Deze test kan gebruikt worden bij metingen die uitgevoerd worden bijdezelfde groepen (Wijnen, Janssens et al. 2002).De Mann-Whitney Test is een niet-parametrische test die wordt gebruikt om de gemiddelden te vergelijkentussen twee onafhankelijke groepen waarbij de afhankelijke variabele ordinaal mag zijn (Ottoy and Thas 2009).Wilcoxon Signed Rank Test dient om de gemiddelden van twee afhankelijke groepen te vergelijken waarbij deafhankelijke variabele minstens op ordinale schaal is gemeten. Bij deze test kan de gemiddelde rank gebruiktworden om te concluderen waar de verschillen zich situeren en te weten te komen welke groep een significanthoger gemiddelde heeft dan de andere (Ottoy and Thas 2009).Kruskal-Wallis Test is een uitgebreidere niet-parametrische test dan de Mann-Whitney test, waarbijgemiddelden van meer dan twee groepen vergeleken worden. Indien de test-statistiek leidt tot een p-waardekleiner dan 0.05, dan kan via de gemiddelde rank meer gezegd worden over waar de verschillen zich situeren(Ottoy and Thas 2009).De Spearman Rank Order Correlation wordt gebruikt om te onderzoeken of er sprake is van correlatie tussentwee variabelen, die op ordinaal, ratio of intervalschaal mogen zijn. Daarnaast dient er sprake te zijn van eenmonotone relatie tussen de twee variabelen. Deze correlatietest heeft tevens het voordeel dat ze weiniggevoelig is voor uitschieters (Ottoy and Thas 2009).3.2.3.1.3 Andere testen en termenChi-kwadraattoets is een statistische test die wordt gebruikt om na te gaan of er een verband is tussen tweecategorische variabelen (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).Een factoranalyse wordt uitgevoerd om verschillende variabelen te clusteren tot factoren. Hoe meer variantieeen factor verklaart, des te waardevoller hij is. Als extractiemethode wordt gebruik gemaakt van de PrincipalComponent Analysis (PCA). De Cronbach’s alpha geeft aan in welke mate een factor intern consistent is.Meestal gebruikt men als richtlijn dat een factor met een Cronbach alpha lager dan 0.60 niet wordtweerhouden (Wijnen, Janssens et al. 2002; Ottoy and Thas 2009; Buysse, Verbeke et al. 2011).Een boxplot is een grafische weergave van de spreiding van de antwoorden en is opgebouwd aan de hand vande verschillende kwartielen en de mediaan. Hoe groter een bepaald deel van de boxplot, hoe meer de Onderzoekspreiding van de antwoorden op een bepaalde vraag (Ottoy and Thas 2009).
  • 30. 3.3 Onderzoek deel 1Het eerste luik van het onderzoek is onder te delen in vijf verschillende delen en terug te vinden in Bijlage 2:Bevraging onderzoek deel 1. De bevraging vond plaats tussen midden december 2011 en midden januari 2012.Uit praktische overwegingen werden de bevragingen schriftelijk afgenomen. De resultaten zijn vervolgensmanueel ingevoerd in het computerprogramma Microsoft Excel zodat deze geïmporteerd konden worden inIBM SPSS Statistics 19. Er werden steekproefsgewijs 20 enquêtes geselecteerd waarvan er werd gecontroleerdof de waarden overeen kwamen met deze ingegeven in Excel.In het eerste deel wordt de consumptie van melk en melkdranken nagegaan. Tevens wordt er gevraagd naarlactose-intolerantie of andere negatieve reacties ten opzichte van bepaalde melkproducten. In dit eerste deelwordt onder meer gevraagd naar hoe vaak en waar de kinderen melk en melkdranken consumeren. Daarnaastwordt ook gepeild door wie ze melk en melkdranken drinken. De kinderen mogen ook één smaak(melkdranken of natuurlijke melksmaak) kiezen waarnaar hun voorkeur uitgaat. Omdat het onderzoek overschoolgaande kinderen gaat, wordt ook informatie ingewonnen over welke drank elk kind drinkt tijdens despeeltijd.In het daaropvolgende deel komen verschillende logo’s van merken aan bod. In totaal zijn er 6 logo’s vanmerken die gebruikt worden in dit onderzoek. Per merk werd de kennis nagegaan door te vragen naar deassociatie met de soort melk, smaak en om aan te duiden bij welke afbeelding een logo past. Er is reeds ineerdere studies gebruik gemaakt van het linken van logo’s met voedingsmiddelen (Kopelman, Roberts et al.2007; Arredondo, Castaneda et al. 2009). In dit deel wordt daarnaast ook gepeild naar welke emoties ergelinkt worden aan een merk. Er is een evenwicht gevonden met 9 positieve, 9 negatieve en 2 neutraleemoties. De emoties zijn afkomstig uit onderzoek van King and Meiselman (2010) en Desmet and Schifferstein(2008). In deze thesis is ervoor gekozen om ook te werken met verschillende melksoorten, daarom wordenzowel producten op basis van gewone melk, rijstmelk en sojamelk getest. De volgende merken zijn gekozenvoor dit deel:  Alpro Soya is marktleider in Europa voor sojaproducten en oorspronkelijk afkomstig uit België. Op 8 februari 2012 kwam de aankondiging dat het bedrijf zijn productgamma verder zal uitbreiden met andere plantaardige producten. Dit was een reden voor een naamswijziging tot Alpro (Alpro 2012).  Cécémel en Fristi zijn beide in handen van Friesland Campina en zijn de best verkopende melkdranken in België (FrieslandCampina 2012).  Milsa is afkomstig uit een hard discountketen waardoor er geen advertenties van dit merk zijn. Aangezien er geen promotie van dit merk is, is dit merk ideaal om mogelijke invloed van advertering te onderzoeken.  Inex bezit de licentie om producten te linken met Studio 100 figuren Samson en Plop. Daarnaast verkoopt Inex ook producten onder de eigen merknaam, zonder verwijzing naar de gelicentieerde figuren. Bij het herkennen van het merk is er daarom een opsplitsing gemaakt tussen Inex en de verpakking met de beeltenis van Plop erop (Inex 2012).  Rice Dream is een merk van rijstmelk dat in de grote drie distributiebedrijven in Vlaanderen (Colruyt, Delhaize en Carrefour) verkrijgbaar is (Rice Dream 2012). Onderzoek
  • 31. In het derde deel worden de kinderen aan het proeven gezet om verschillende sensorische attributen tebeoordelen van melkdranken. Voor de eenvoudigheid werd ervoor gekozen om te werken met een check-all-that-apply methode. Met deze methode vinken de kinderen gewoon het overeenkomstig vakje van eensensorisch attribuut aan als ze vinden dat het desbetreffende attribuut aanwezig is. Daarnaast is er het feit datkinderen de mogelijkheid hadden om per deel (uitzicht, geur en smaak) ook een extra sensorische eigenschapop te schrijven.De smaak werd beperkt tot chocolade en fruit aangezien dit de voornaamste smaken van melkdranken zijn diemomenteel commercieel beschikbaar zijn. Er werden in totaal vijf stalen geproefd: de chocoladesmaak vangewone melk, sojamelk en rijstmelk en de fruitvariant van gewone melk en sojamelk (van rijstmelk was ditgedurende het onderzoek niet commercieel beschikbaar). De stalen bevonden zich in plastieken bekers enwerden genummerd met een code bestaande uit drie cijfers.Een aangepaste versie van de Food Choice Questionnaire (FCQ) is tevens opgenomen in de eerste bevraging.De Food Choice Questionnaire wordt gebruikt om de motieven voor de keuze voor voedingsmiddelen tebepalen (Steptoe, Pollard et al. 1995). Verder informatie over de Food Choice Questionnaire zoals welkevragen deze bevat en de gebruikte schaal is in 3.6.2.1 Food Choice Questionnaire terug te vinden.De enquête werd afgesloten met enkele vragen om de socio-demografische gegevens van de kinderen vast teleggen. De kinderen vinkten hun geslacht, leeftijd en woonplaats (stad of platteland) aan. Daarnaast is er ookinformatie ingewonnen omtrent het lichaamsgewicht en de – lengte. Hieruit kan vervolgens de Body MassIndex (BMI) berekend worden.3.4 Onderzoek deel 2Het tweede luik van het onderzoek vond plaats in maart 2012. Door het feit dat er minstens twee maandentussen de twee delen van het onderzoek zaten werd er getracht om de invloed van het eerste deel op hettweede deel zoveel mogelijk te beperken. Net als in het eerste deel is ervoor gekozen om de vragenlijstvolledig op papier te laten invullen omwille van praktische en organisatorische redenen. De resultaten werdenopnieuw manueel ingegeven in Excell. Er werden 20 enquêtes geselecteerd waarvan er werd gecontroleerd ofde waarden in Excell overeenkwamen met deze in de bevraging. Deze enquête is terug te vinden in Bijlage 3:Bevraging onderzoek deel 2.In het tweede deel van het onderzoek ligt de focus voornamelijk op de mogelijke invloed van een merk. Dekeuze van melkdranken wordt in deze test beperkt tot melkdranken met een chocoladesmaak omwille vantwee redenen. Een eerste drijfveer hiervoor is het feit dat er in het eerste deel van het onderzoek eenafgetekende voorkeur voor de chocoladesmaak is bij de kinderen. Daarnaast werden in het eerste onderzoekgeen verschillen (op het 5% significantieniveau) bekomen in het smaakgedeelte tussen de twee fruitsmaken bijde blinde testen. Er werd ervoor gekozen om opnieuw te werken met de drie verschillende melksoorten dievlot verkrijgbaar zijn in de grootste Vlaamse supermarkten.De invloed van het merk op de sensorische eigenschappen wordt onderzocht door een consumententest bij dekinderen. Dit wordt in drie delen nagegaan: eerst wordt er blind getest, daarna geven de kinderen deverwachte algemene mening op basis van de verpakking en tenslotte wordt gevraagd om geïnformeerd destalen te beoordelen. De volgorde van de producten werd gerandomiseerd per vragenlijst. Deze driedeligeopdeling om de invloed van een merk na te gaan wordt reeds toegepast door Varela, Ares et al. (2010). Dekinderen geven hun algemene appreciatie op een hedonische 7-puntenschaal en rangschikken ook de Onderzoekmelkdranken volgens hun persoonlijke voorkeur. Volgens Guinard (2000) en Popper and Kroll (2005) hebbende kinderen in deze consumententest al de leeftijd bereikt waarbij ze in staat zijn om het beoordelen van
  • 32. producten op een hedonische 7-puntenschaal tot een goed einde te brengen. Bij het geïnformeerd evaluerenwordt een merk gelinkt aan een staal op basis van de verpakking van een brik. Om de invloed van een merkdiepgaand te kunnen nagaan werd ervoor gekozen om bij sommige kinderen verkeerde informatie te gevenover van welk merk een bepaald staal is bij het geïnformeerd testen. Het geven van valse informatie bijsensorische testen is reeds vroeger toegepast door onder meer Robinson, Borzekowski et al. (2007) enWansink and Park (2002).In het tweede deel worden twee aanvullende vragen gesteld zodat er een goed beeld geschetst kan worden vande melk – en melkdrankenconsumptie bij de kinderen van 8 tot 13 jaar in Vlaanderen. De kinderen mochtende totale inname van zowel melk als melkdranken aangeven op een ordinale schaal gaande van minder dan 1portie per dag tot meer dan 5 porties per dag. Als bijkomende vraag werd er gevraagd op welke plaatsen dekinderen melkdranken consumeren.De Food Choice Questionnaire in de eerste test duidt op het belang van het nutritioneel aspect in de keuze vanvoedingsmiddelen voor kinderen. Daarom zijn er 7 bipolaire stellingen (op een hedonische 7-puntenschaal)opgenomen om de mening van kinderen over melk en melkdranken te weten te komen betreffende hetgezondheidsaspect. De stellingen zijn zowel voor melk als melkdranken apart bevraagd, op deze wijze kunneneventuele verschillen tussen beide onderzocht worden. Aan de kinderen is allereerst in het algemeen gevraagdin hoeverre ze het product gezond vinden. Andere stellingen peilen in welke mate de kinderen vinden datmelk(dranken) calcium, natuurlijke ingrediënten, vitamines en veel vet bevatten. Een andere aspect is devraag of kinderen vinden dat melk en melkdranken goed zijn tegen de honger. Naast het nutritioneel aspect, isook de smaak van belang volgens de Food Choice Questionnaire. Daarom is er ook een bipolaire stellingopgenomen over hoe lekker de melk en melkdranken zijn volgens de kinderen.Uit het eerste deel blijkt dat 40% van de kinderen door hun ouders melk drinken. In andere onderzoekenkomt ook de invloed van ouders op het eetgedrag van kinderen naar boven (Berg, Jonsson et al. 2000; Taylor,Evers et al. 2005). Met enkele stellingen over zowel melk als melkdranken wordt daarom getracht om ookhun rol in kaart te brengen. De vragen zijn afkomstig uit het onderzoek van Berg, Jonsson et al. (2000) overde consumptie van melk bij kinderen met een leeftijd tussen 11 en 15 jaar. In de bevraging wordt enerzijdsgepeild hoeveel de ouders melk / melkdranken drinken volgens de kinderen. Verder wordt ook deaanwezigheid en het aanbieden van melk / melkdranken door de ouders onderzocht.Daarnaast zijn er ook socio-demografische vragen (geslacht, leeftijd en woonplaats) in het tweede deelverwerkt om zo een beeld te kunnen schetsen van de kinderen die deelnemen aan het onderzoek en eventueleverschillen op basis van socio-demografische gegevens na te gaan.3.5 Beschrijving van de steekproefIn totaal namen 513 kinderen deel aan het eerste onderzoek. De gemiddelde leeftijd is 10.2 jaar met eenstandaardafwijking van 0.9 jaar. Gedetailleerde gegevens over het geslacht, woonplaats, leeftijd en de BMIcategorie zijn terug te vinden in Tabel 7. In het tweede luik van het onderzoek hebben 507 kinderen devragenlijst ingevuld. De karakteristieken van de steekproef komen overeen met deze uit het eerste onderzoekaangezien gewerkt werd met dezelfde kinderen. Enkele kinderen waren ziek, wat een verklaring is voor degeringere omvang van de steekproef. Onderzoek
  • 33. Determinant Categorie % van respondenten % missing valuesGeslacht Jongen 47.1 3.1 Meisje 52.9Woonplaats Platteland 66.8 4.9 Stad 33.2Leeftijd 8 jaar 0.4 2.3 9 jaar 28.1 10 jaar 27.7 11 jaar 38.5 12 jaar 5.0 13 jaar 0.2BMI categorie Extreem ondergewicht 0.7 13.1 Ondergewicht 13.5 Normaal gewicht 73.8 Overgewicht 10.1 Obesitas 2.0Tabel 7: Beschrijving steekproef eerste onderzoek (in % van respondenten, n = 513)Er namen vrijwel evenveel jongens als meisjes deel in het eerste onderzoek.Wanneer er gekeken wordt naar de woonplaats, dan valt op dat het grootste deel van de kinderen afkomstig isvan het platteland. Dit kan deels verklaard worden doordat de ouders van kinderen uit de urbane scholen eersttoestemming dienden te geven voor deelname aan het onderzoek waardoor enkele kinderen in de stadscholenniet konden deelnemen. Daarnaast speelt het feit, dat het grootste deel van de kinderen uit de semi-urbaneschool blijkbaar op het platteland wonen, mogelijks een rol.Bij de leeftijd kan allereerst opgemerkt worden dat de gemiddelde leeftijd van 10.2 ± 0.9 jaar strookt met deverwachtingen als kinderen uit het vierde, vijfde en zesde leerjaar deelnemen aan het onderzoek. Enigediscrepantie die opgemerkt kan worden uit het relatief hogere percentage van kinderen die 11 jaar zijn, isvoornamelijk afkomstig uit het feit dat er toestemming dient gevraagd te worden aan de ouders in de urbanescholen. Bijna alle kinderen uit het zesde leerjaar mochten immers deelnemen aan het onderzoek.De BMI kan bepaald worden aan de hand van de lengte en het lichaamsgewicht van de kinderen. Op basis vanhet geslacht en de leeftijd kan men de BMI van een kind plaatsen in een BMI categorie waarbij de grenzen vaneen categorie bepaald zijn op basis van de Vlaamse groeicurven (Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid 2004)per geslacht. De lichaamslengte en – gewicht werden bij de urbane scholen gevraagd op hettoestemmingsformulier voor de ouders, in de andere scholen hebben de leerkrachten gevraagd dat dekinderen hun lichaamslengte en – gewicht zouden opmeten. Het aantal ‘missing values’ is bij de BMI categorieeen pak groter, maar dit kan (gedeeltelijk) verklaard worden gezien er daarvoor meerdere variabelen nodigzijn. Het overgrote deel van de kinderen heeft een normaal gewicht. Het hoge percentage (extreem)ondergewicht kan wellicht verklaard worden door kinderen die op het moment van de steekproef volop aanhet groeien zijn. Het percentage van overgewicht en extreem overgewicht ligt een pak lager in vergelijkingmet de resultaten van de gezondheidsenquête. Mogelijk is onderrapportering, zoals vaak gebeurt voor vragenover lengte en lichaamsgewicht, hiervoor een reden (Fonseca, Gaspar de Matos et al. 2009). Onderzoek
  • 34. 3.6 Resultaten3.6.1 Consumptie van melk en melkdranken3.6.1.1 AlgemeenIn het eerste onderzoek geven 8 kinderen aan dat ze lactose-intolerant zijn of een voedselallergie hebben voormelk. Er is 1 ontbrekende waarde in het eerste onderzoek voor deze vraag. In het tweede deel van hetonderzoek kruisen 5 kinderen aan dat ze allergisch zijn voor melk. In totaal hebben 7 kinderen deze vraag inde tweede bevraging niet beantwoord.Er zijn 10.6% kinderen die geen melkdranken drinken op een totaal van 508 ingevulde antwoorden op dezevraag. Het aantal kinderen dat geen melk drinkt ligt bijna dubbel zo hoog met 22.3% op 506 ingevuldewaarden. Uit de Chi-kwadraattoets blijkt dat de verdeling van de geslachten voor het drinken van melk nietgelijk is. Ongeveer 26% van de meisjes drinkt geen melk, terwijl dit bij jongens slechts een ruime 16% is. Bijhet drinken van melkdranken blijkt er uit de Chi-kwadraattoets wel een gelijke verdeling te zijn voor hetgeslacht. Het aantal kinderen dat melkdranken of melk drinkt is gelijk verdeeld voor de woonplaats volgens deChi-kwadraattoets op het 5% significantieniveau.3.6.1.2 VoorkeurGewone melk geniet duidelijk de voorkeur van smaak bij het overgrote deel van kinderen wat betreft desmaak (Tabel 8). Sojamelk komt op een tweede plaats en rijstmelk is slechts bij een heel kleine groep degeprefereerde melksoort. Een kanttekening die hierbij gemaakt moet worden is dat wellicht veel kinderenrijstmelk niet kennen en dat ook mogelijkerwijs sojamelk een minder gekende melksoort is. Categorie % van respondenten % missing valuesSoort melk Gewone melk 86.2 2.3 Sojamelk 12.2 Rijstmelk 1.4 Allergisch 0.2Smaak Natuurlijke melksmaak 19.1 2.9 Chocolade 52.0 Fruit 17.1 Vanille 8.2 Andere 3.4 Allergisch 0.2Tabel 8: Voorkeur soort melk en smaak (in % van respondenten, n = 513)De kinderen hebben een duidelijk afgetekende voorkeur voor chocoladesmaak als ze de smaak vanmelk/melkdranken mogen kiezen. Natuurlijke melksmaak komt op een tweede plaats en de fruitsmaak op dederde plaats. Vanillesmaak geniet slechts de voorkeur van 8.2% van de respondenten. Bij andere zijn hetvooral meer specifieke fruitsmaken die genoemd worden (zoals aardbei) waardoor gesteld kan worden dat devoorkeur voor een fruitsmaak ongeveer hetzelfde is als deze voor natuurlijke melksmaak. Onderzoek
  • 35. 3.6.1.3 HoeveelheidOm een beeld te schetsen van de consumptie van melk, melkdranken en totale consumptie van beide werd ergevraagd aan de kinderen hoe veel porties men van elk drinkt op een normale dag. De resultaten zijn terug tevinden in Tabel 9. Categorie % van respondenten % missing valuesMelk Minder dan 1 portie per dag 35.6 1.9 1 portie per dag 35.2 2 porties per dag 17.9 3 porties per dag 7.6 4 porties per dag 2.2 5 porties per dag 1.2 Meer dan 5 porties per dag 0.4Melkdranken Minder dan 1 portie per dag 25.2 1.8 1 portie per dag 39.3 2 porties per dag 23.6 3 porties per dag 7.9 4 porties per dag 2.8 5 porties per dag 1.2 Meer dan 5 porties per dag 0.0Totaal Minder dan 1 portie per dag 17.4 1.6 1 portie per dag 35.7 2 porties per dag 25.3 3 porties per dag 12.2 4 porties per dag 5.6 5 porties per dag 1.4 Meer dan 5 porties per dag 2.4Tabel 9: Hoeveelheid melk -en melkdrankenconsumptie (in % van respondenten, n = 513 voor Melk en Melkdranken enn = 507 voor Totaal)De Mann-Whithney test werd uitgevoerd op de data voor de melkconsumptie op een gewone dag voor hetgeslacht. Op basis van de p-waarde kan besloten worden dat er een verschil is in de gemiddelde melkinnametussen jongens en meisjes. Jongens drinken gemiddeld meer melk dan meisjes. De woonplaats blijkt geen rolte spelen in de melkinname afgaande op de Mann-Whitney test. Om een mogelijke invloed van de leeftijd opde melkconsumptie na te gaan werd de Kruskal-Wallis test uitgevoerd. Hierin kwam naar voor dat degemiddelde melkinname per leeftijd niet dezelfde is. Als er gekeken wordt naar de gemiddelde rank dan kanmen zien dat de gemiddelde melkinname afneemt naarmate kinderen ouder worden. De enige uitzonderingdaarop is de inname van 13-jarigen. Maar aangezien er voor deze leeftijd slechts één respondent deze leeftijdheeft, is deze waarde ook onvoldoende representatief en dient er weinig belang aan gehecht te worden.De data voor de consumptie van melkdranken op een gewone dag werden eveneens statistisch verwerkt. DeMann-Whitney test werd uitgevoerd om de bekomen waarden van zowel het geslacht als de woonplaats tevergelijken. Op het 5% significantieniveau kan besloten worden dat de gemiddelden voor geslacht enwoonplaats gelijk zijn. Door toepassing van de Kruskal-Wallis test werd er geen significant verschil gevondentussen de gemiddelde consumptie van melkdranken per leeftijdsgroep.De melkconsumptie en de consumptie van melkdranken per dag werd met de Wilcoxon Signed Rank Testvergeleken. Met de Wilcoson Signed Ranks Test kunnen immers de gemiddelden vergeleken worden die Onderzoekafkomstig zijn van dezelfde participanten. Hieruit kan besloten worden dat inname van melkdranken groter isin vergelijking met deze van melk op een 5% significantieniveau.
  • 36. De totale consumptie wordt eveneens onderzocht met behulp van niet-parametrische testen. Allereerstwordt de Mann-Whitney test gebruikt om te onderzoeken of er een invloed is van het geslacht. Op basis vande p-waarde, die 0.005 bedraagt, kan men besluiten dat er een significant verschil is bij de totale consumptievan melk en melkdranken tussen jongens en meisjes. De totale consumptie is bij jongens significant hoger dandie van meisjes. Er wordt opnieuw gebruik gemaakt van de Mann-Whitney Test om na te gaan of er eensignificant verschil is voor de totale consumptie op basis van de woonplaats. De p-waarde voor deze test is0.275 waardoor er gesteld kan worden dat er voor de woonplaats geen significant verschil is op de totaleconsumptie. Tenslotte wordt er gekeken of er mogelijke verschillen zijn op de totale consumptie rekeninghoudend met de leeftijd van de kinderen. Om dit statistisch te testen wordt er gebruik gemaakt van deKruskall-Wallis Test, die een p-waarde van 0.106 uitkomt. Er is dus geen sprake van een significant verschilvoor de totale consumptie tussen de verschillende leeftijden.3.6.1.4 PlaatsHet overgrote deel van de kinderen drinkt thuis melk, zoals blijkt uit Figuur 3. Daarnaast wordt vooral bij degrootouders en in familieverband melk gedronken. Het valt op dat er slechts een heel klein percentage(10.30%) melk consumeren op school. Onder de categorie andere vallen vooral kinderen die geen melkdrinken.Melkdranken worden vooral in familiale sfeer gedronken, met als voornaamste plaats thuis zoals af te lezen inFiguur 3. Maar ook bij de grootouders en bij andere familie consumeert ongeveer 40% van de kinderen eenmelkdrank. Bijna 15% van de kinderen drinkt soms een melkdrank op school, wat toch meer is in vergelijkingmet gewone melk. Onder ‘andere’ vinden we enerzijds kinderen terug die geen melkdranken drinken enanderzijds ook 11 kinderen die melkdranken drinken bij een jeugdbeweging. Waar drink je melk/melkdranken? Melk Melkdranken 100% 80% 60% 40% 20% 0%Figuur 3: Plaats consumptie melk en melkdranken (in % van respondenten, n = 513 voor Melk en n = 507 voorMelkdranken)In Figuur 4 wordt weergegeven welke drank kinderen meestal drinken tijdens de speeltijd. Hieruit blijkt dateen groot deel van de kinderen vaak water drinken tijdens de pauze. Ongeveer een vijfde van de kinderendrinkt niets tijdens de speeltijd. Fruitsap wordt regelmatig gedronken door ongeveer 19% van de kinderen enslechts 6% van de kinderen drinkt meestal melk of een melkdrank tijdens de speeltijd. Onderzoek
  • 37. Om deze cijfers beter te kunnen kaderen is het interessant om te kijken naar de regels die op de verschillendescholen gelden. In één school (54 kinderen) is er de mogelijkheid tot aankoop van ecologisch fruitsap, gewonemelk en melkdranken (zowel fruit - als chocoladesmaak). De kinderen mogen alles behalve frisdrankendrinken tijdens de speeltijd. Op 3 andere scholen (261 kinderen) kan men melk, melkdranken en fruitsapkopen en mag men enkel deze producten meenemen naar school. In 2 scholen (198 kinderen) mogen kinderenenkel water drinken. Water is trouwens in elke school gratis verkrijgbaar. Welke drank drink je meestal tijdens de speeltijd? Geen drank Water Melk(drank) Fruitsap FrisdrankFiguur 4: Consumptie drank tijdens speeltijd (in % van respondenten, n = 513)3.6.1.5 Door wieDe keuze voor melk en melkdranken gebeurt voor een groot deel door het kind zelf met een percentage van78% zoals af te lezen valt uit Figuur 5. Daarnaast spelen ook de ouders een voorname rol en, in mindere mate,de grootouders. Er zijn weinig andere personen die een rol van betekenis spelen om kinderen melkdranken telaten drinken of de kinderen melk bezorgen. Door wie drink je melk(dranken) of wie geeft jou melk(dranken)? 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% OnderzoekFiguur 5: Door wie drink je melk(dranken) (in % van respondenten, n = 513)
  • 38. 3.6.1.6 Invloed oudersIn de tweede bevraging wordt met drie stellingen (die zowel voor melk als meldranken worden gevraagd)gepeild naar de invloed van de ouders op de consumptie van melk en melkdranken. De vragen werdenbeantwoord op een 7-puntenschaal met als richtlijn dat 1 dagelijks voorstelt, 4 neutraal en 7 nooit. Eengrafisch overzicht van de verdeling van de antwoorden is terug te vinden in Bijlage 4: Grafische weergaveinvloed ouders.De eerste vraag heeft betrekking op de consumptie van ouders en luidde als volgt: ‘Hoe vaak drinken jouw oudersmelk/melkdranken?’ De grootste groep kinderen (30%) beantwoordt deze vraag voor de melkconsumptie methet cijfer 4 dat overeenkomt met neutraal. Dit weerspiegelt ook de mediaan van 4 op deze vraag. De oudersdrinken iets minder melkdranken dan melk, en de grootste groep wordt gevormd door ouders die nooit melkdrinken wat bij ongeveer 28% van de kinderen het geval is.In een volgende vraag werd gepeild naar de beschikbaarheid van melk en melkdranken bij de kinderen thuis.Ongeveer 75% van de kinderen geeft aan dat er thuis altijd melk beschikbaar is. Dit is, gezien melk ookfrequent gebruikt wordt voor culinaire bereidingen, enigszins te verwachten. Voor melkdranken verklaartongeveer 30% van de kinderen dat deze altijd thuis aanwezig zijn.In de laatste vraag om de invloed van de ouders te onderzoeken wordt er gekeken naar hoe vaak ouders melkof melkdranken aanbieden aan de kinderen. Ongeveer 40% van de kinderen krijgt min of meer altijd melkaangeboden thuis. Het op tafel zetten van melkdranken door de ouders is meer gespreid in vergelijking metmelk, hetgeen weerspiegeld wordt in de mediaan die overeenkomt met neutraal.De invloed van de ouders wordt vervolgens vergeleken op basis van de verschillende socio-demografischegegevens om te kijken of er eventueel significante verschillen zijn. Er wordt gebruik gemaakt van niet-parametrische testen omdat de data gemeten zijn op een ordinale schaal.Allereerst wordt er gekeken indien er significante verschillen zijn op basis van het geslacht. Hiervoor wordt ergebruik gemaakt van de Mann-Whitney Test. Enkel bij de aanwezigheid van melk thuis is er een significantverschil tussen jongens en meisjes op het 5% significantieniveau. Er kan, op basis van de gemiddelde rank,gesteld worden dat er thuis bij meisjes vaker melk aanwezig is in vergelijking met jongens.Ook eventuele verschillen over de invloed van ouders op basis van de woonplaats kunnen nagegaan wordenmet behulp van de Mann-Whitney Test. Enkel voor de vraag ‘Hoe vaak zetten jouw ouders melkdranken op tafel’ iser een significant verschil tussen kinderen uit het platteland en uit de stad. De resultaten tonen dat kinderenuit het platteland gemiddeld vaker melkdranken aangeboden krijgen door de ouders in vergelijking metkinderen die in de stad wonen.Daarnaast kan ook onderzocht worden of de invloed van de ouders verschilt naargelang de leeftijd van dekinderen. Als alle leeftijdscategorieën gebruikt worden, is er enkel een significant verschil bij de vraag ‘Hoevaak zetten jouw ouders melkdranken op tafel?’ met een p-waarde van 0.009 bij de Kruskal-Wallis Test. Door degelijke varianties wordt er gebruik gemaakt van Scheffe als post-hoc test om te kijken waar de verschillen zichprecies situeren tussen de leeftijdsgroepen. Er is enkel een significant verschil tussen de leeftijd van 9 en 12jaar bij de beperkte dataset. Voor kinderen van 12 jaar staat er vaker een melkdrank op tafel in vergelijkingmet kinderen van 9 jaar. Onderzoek
  • 39. 3.6.2 Hypothese 1: Er is een gelijkenis tussen wat kinderen belangrijk vinden voor de voedingskeuze en de consumptie van melk en melkdranken3.6.2.1 Food Choice QuestionnaireSteptoe, Pollard et al. (1995) ontwikkelden de Food Choice Questionnaire om de motieven voor de keuze vanvoeding te bepalen. In totaal wordt er in de oorspronkelijke vragenlijst uitgegaan van negen factoren die devoedingskeuze bepalen: gezondheid, gemoedstoestand, gebruiksgemak, sensorische eigenschappen,natuurlijke voedingsstoffen, prijs, gewichtscontrole, familiariteit en ethische bezorgdheden. De vragenlijst(Tabel 10: Vragenlijst Food Choice Questionnaire) bestaat in totaal uit 36 vragen waarbij de testpersonen opeen puntenschaal dienen aan te geven in welke mate ze de items belangrijk vinden voor hun voedingskeuze opeen gewone dag.Voor dit onderzoek is er, gezien de leeftijd van de doelgroep, gewerkt met een aangepaste versie van de FoodChoice Questionnaire. Allereerst zijn de items uit de factoren gebruiksgemak, prijs, gewichtscontrole enethische bezorgdheden weggelaten omdat er verwacht wordt dat deze slechts een geringe rol zullen spelen bijkinderen van het 4de tot en met 6de leerjaar. Daarnaast zijn er nog enkele items weggelaten omdat verwachtwordt dat deze weinig relevant zijn voor de leeftijdsgroep van 8 tot 13 jaar. Het is belangrijk voor mij dat voeding die ik op een gewone dag eet:Factor 1 — Gezondheid Factor 2 — GemoedstoestandVeel vitaminen en mineralen bevat Mij met stress doet omgaanMij gezond houdt Mij met mijn leven doet omgaanVoedzaam is Mij helpt relaxerenEen hoog proteïnegehalte bevat Mij wakker/alert houdtGoed is voor mijn huid/tanden/haar/nagels etc. Mij vrolijk maaktVeel vezels bevat Mij goed doet voelenFactor 3 — Gebruiksgemak Factor 4 — Sensorische aantrekkelijkheidGemakkelijk te bereiden is Lekker ruiktEenvoudig klaarte maken is Er goed uitzietWeinig bereidingstijd nodig heeft Een plezante textuur heeftGekocht kan worden in winkels dicht waar ik woon of Lekker smaaktwerkHet gemakkelijk beschikbaar is winkels en supermarktFactor 5 — Natuurlijke ingrediënten Factor 6 — PrijsGeen additieven bevat Niet duur isNatuurlijke ingrediënten bevat Goedkoop isGeen kunstmatige ingrediënten bevat Waar voor zijn geld isFactor 7 — Gewichtscontrole Factor 8 — FamiliariteitWeinig calorieën bevat Is wat ik normaal eetMij helpt om mijn lichaamsgewicht te controleren Familiair isWeinig vet bevat Is zoals de voeding die ik als kind atFactor 9 — Ethische bezorgdheidKomt uit landen die ik politiek goedkeurHet land van herkomst duidelijk vermeld isIs verpakt op een milieuvriendelijke manierTabel 10: Vragenlijst Food Choice Questionnaire Onderzoek
  • 40. Op basis van de items uit de Food Choice Questionnaire wordt een factoranalyse uitgevoerd. De gekozenextractiemethode is de Principal Component Analysis. Om factoranalyse te mogen uitvoeren dient aan tweevoorwaarden voldaan te zijn. De Bartlett’s Test of Sphericity is kleiner dan 0.05 waaruit kan besloten wordendat de variabelen gecorreleerd zijn. De Kaiser-Meyer-Olkin measure bedraagt 0.83 en is dus groter dan 0.50.Beide voorwaarden zijn voldaan, dus de factoranalyse mag uitgevoerd worden.In totaal zijn er drie factoren waarvan de eigenwaarde hoger ligt dan 1 en dus worden deze weerhouden. Deeerste factor kan bestempeld worden als het belang van nutritionele eigenschappen en de gezondheid. Deklemtoon in de tweede factor ligt op de sensorische eigenschappen van de voedingsproducten. De laatstefactor kan gezien worden als de invloed van kennis en de familiariteit hetgeen onder meer door advertentiebeïnvloed wordt. Cronbach’s alpha van de derde factor is met 0.51 zeer laag. Als het item ‘Het mij wakkerhoudt’ verwijderd wordt, stijgt de Cronbach’s alpha tot een waarde van 0.56, hetgeen nog altijd laag is.Bovendien dient opgemerkt te worden dat de factor dan bepaald wordt door slechts twee items. Daaromwordt beslist om over te gaan tot twee factoren. Daarnaast worden ook enkele items verwijderd die teverdeeld zijn over beide factoren of slechts een geringe meerwaarde hebben. De uiteindelijk behouden itemsstaan in Tabel 11. Deze tweefactoranalyse voldoet nog steeds aan beide voorwaarden: Bartlett’s Test ofSphericity is lager dan 0.05 en de Kaiser-Meyer-Olkin measure bedraagt met 0.74 meer dan 0.50.De eerste factor van de uiteindelijke factoranalyse kan gedefinieerd worden als een factor over nutritionele engezondheidsinvloeden. De items uit de tweede factor duiden op het belang van de sensorische eigenschappenbij de dagdagelijkse keuze van voedingsproducten voor kinderen. De Cronbach’s alpha van de eerste en detweede factor bedraagt respectievelijk 0.75 en 0.62. Beide waarden zijn hoger dan de richtwaarde van 0.6,dus de factoren kunnen behouden worden. De totale variantie die door beide factoren verklaard wordt is58.24 %, hetgeen wel net onder de richtwaarde van 60% ligt. Item Geroteerde FactorladingFactor 1 Het voldoende vitamines en mineralen bevat 0.78 Het voedzaam is 0.76 Het mij gezond houdt 0.76 Het natuurlijke ingrediënten bevat 0.71Factor 2 Het er goed uitziet 0.82 Het lekker ruikt 0.82 Het lekker smaakt 0.58Tabel 11: Factoranalyse FCQ3.6.2.2 Attitude kinderen tegenover nutritionele en gezondheidsinvloeden melk en melkdrankenOmdat de factor nutritionele en gezondheidsinvloeden naar voor kwam als belangrijk bij de keuze vankinderen van hun voedingsproducten, zijn er in het tweede deel van het onderzoek 7 bipolaire stellingenopgenomen over gezondheidsaspecten bij zowel melk als melkdranken. Deze stellingen zijn opgesteld op basisvan enerzijds de Food Choice Questionnaire om rekening te houden met enkele algemene voedingskenmerkenen komen anderzijds uit het onderzoek van Berg, Jonsson et al. (2000) waarin er meer aandacht is voor deeigenschappen van het product melk. Daarnaast is er ook een algemene bipolaire stelling over de smaak Onderzoekaangezien de tweede factor vooral sensorische karakteristieken betreft.
  • 41. Enkele vragen zijn gehercodeerd zodat ‘hoe hoger de score is, hoe positiever de houding van de kinderen overmelk en melkdranken is’ geldt. Om een duidelijk beeld te scheppen van de verdeling van de antwoorden overde verschillende vragen is er een boxplot gemaakt (zie Figuur 6). In de figuur wordt de boxplot per specifiekkenmerk van de bipolaire stellingen uitgesplitst voor melk en melkdranken. Naast de grafische weergave zijnde exacte resultaten over hoe de kinderen denken over de gezondheidsaspecten van melk en melkdrankenterug te vinden in Tabel 12. Boxplot attitudes melk en melkdranken Natuurlijke ingrediënten - Melkdranken Natuurlijke ingrediënten - Melk Voedzaam - Melkdranken Voedzaam - Melk Veel vitamines - Melkdranken Veel vitamines - Melk Goed tegen honger - Melkdranken Goed tegen honger - Melk Laag vetpercentage - Melkdranken Laag vetpercentage - Melk Veel calcium - Melkdranken Veel calcium - Melk Lekker - Melkdranken Lekker - Melk Gezond - Melkdranken Gezond - Melk 0 1 2 3 4 5 6 7 8Figuur 6: Boxplot attitudes melk en melkdrankenOm na te gaan of er significante verschillen zijn tussen de houdingen van de kinderen over melk enmelkdranken werd er een gepaarde of afhankelijke T-test uitgevoerd. Deze is gepaard aangezien elk kind zijnof haar mening gaf over zowel melk als melkdranken. Hieruit blijkt dat alle gemiddelden significantverschillend zijn op het 5% significantieniveau.Kinderen vinden in het algemeen melk een stuk gezonder dan melkdranken. De gemiddelde waarde ligt op6.11 bij melk terwijl die bij melkdranken ongeveer 4.64 is. In deze bipolaire stelling komt de waarde 7overeen met heel gezond. Dat melk als gezonder wordt aanzien dan melkdranken, komt ook duidelijk naarvoor in de andere stellingen over de gezondheid, zoals die over calcium, vetpercentage, vitamines, voedzaamen het bevatten van natuurlijke ingrediënten.Kinderen vinden melkdranken lekkerder in vergelijking met gewone melk, hetgeen reeds bleek uit desmaakvoorkeur van de eerste test en dat wordt nogmaals bevestigd in deze test. Op een schaal van 1 tot 7,waarbij 1 helemaal niet lekker en 7 staat voor heel lekker, vinden de kinderen melkdranken met eengemiddelde van 5.74 een stuk beter in vergelijking met melk. Melk krijgt een gemiddelde waardering van4.98 van de kinderen. Onderzoek
  • 42. Ongezond (1) Geen goede bron van calcium (1) Hoog vetpercentage (1) Niet goed tegen de honger (1)     Gezond (7) Goede bron van calcium (7) Laag vetpercentage (7) Goed tegen de honger (7) Melk Melkdranken Melk Melkdranken Melk Melkdranken Melk Melkdranken1 0.6 4.6 1.4 2.8 5.8 5.0 9.8 7.92 0.4 4.4 0.8 2.2 2.0 7.7 9.0 9.33 0.8 13.7 1.0 8.0 5.6 17.9 14.0 10.94 6.2 22.9 30.8 39.6 28.1 28.8 25.5 22.25 14.4 24.3 13.3 21.5 18.4 21.0 17.2 21.66 32.2 14.9 19.5 13.9 20.4 11.5 13.2 16.27 45.4 15.1 33.2 11.9 19.6 8.1 11.2 11.9Missing values 1.4 2.0 2.0 2.0 1.6 2.2 1.6 2.4 Weinig vitamines (1) Niet voedzaam (1) Geen natuurlijke ingrediënten (1) Helemaal niet lekker (1)     Veel vitamines (7) Wel voedzaam (7) Wel natuurlijke ingrediënten (7) Heel lekker (7) Melk Melkdranken Melk Melkdranken Melk Melkdranken Melk Melkdranken1 10.1 6.7 1.4 3.0 10.8 7.3 11.3 3.82 7.9 11.6 1.3 4.3 5.2 8.9 3.8 3.23 11.9 17.8 4.2 11.7 6.8 11.7 7.3 4.54 20.0 27.6 14.3 29.1 15.4 26.3 11.7 7.25 12.8 17.2 16.5 25.3 10.2 15.8 16.7 16.46 16.4 10.5 23.6 13.4 14.0 12.5 19.2 18.67 20.9 8.5 38.7 13.2 37.5 17.6 30.1 46.3Missing values 2.6 2.8 2.2 2.6 1.6 2.4 5.5 7.5Tabel 12: Attitudes tegenover melk en melkdranken (in % respondenten, n = 507) Onderzoek
  • 43. Er zijn geen grote verschillen bij de vraag of melk / melkdranken goed is / zijn tegen de honger. In hetalgemeen komt naar voor dat beide wel zorgen voor een verzadigd gevoel bij de meeste kinderen, maar bijhet ene kind is dit meer dan bij het andere. Getuige daarvan is de verscheidenheid aan scores tussen 1 en 4voor deze vraag. Melkdranken scoren met een gemiddelde van 4.37 net iets beter dan melk dat gemiddeld4.17 haalt op deze vraag.Op basis van de socio-demografische gegevens is het mogelijk om te onderzoeken of er significanteverschillen zijn op basis van het geslacht, de woonplaats en de leeftijd voor de attitudes tegenover melk enmelkdranken.Met de onafhankelijke T-test wordt als eerste bekeken of er significante verschillen zijn voor het geslacht. Erwordt verondersteld dat, gezien de omvang van de steekproef, het een normale verdeling betreft. Bij melkblijken er significante verschillen te zijn qua lekker, calcium en het vetpercentage tussen jongens en meisjes.Jongens geven gemiddeld aan dat ze met 5.23 melk een beetje lekker vinden, terwijl voor meisjes hetgemiddelde met 4.70 richting neutraal gaat qua smaak. De gezondheidsaspecten van calcium envetpercentage worden significant als minder goed ervaren door de meisjes met een gemiddelde van 5.24voor calcium (5.68 bij jongens) en 4.77 voor vetpercentage (5.07 bij jongens) waarbij 7 staat voorrespectievelijk een hoog calciumgehalte / laag vetpercentage. Bij melkdranken is er enkel een significantverschil tussen beide geslachten bij de algemene vraag over het gezondheidsaspect. Meisjes geven met eenwaarde van 4.49 meer een neutrale houding aan, tegenover jongens die gemiddeld 4.80 antwoorden op dezevraag en melkdranken dus als iets gezonder percipiëren.Om te onderzoeken of er verschillen zijn tussen de gemiddelde waarden op basis van de woonplaats, wordter opnieuw gebruik gemaakt van de onafhankelijke T-test. Ook hier wordt gesteld dat er een normaleverdeling is vanwege de grootte van de steekproef. Enkel voor de vraag of melkdranken een goede bron vancalcium is, blijkt er een significant verschil te zijn tussen de woonplaats van kinderen. De kinderen die op hetplatteland wonen menen dat melkdranken een betere bron van calcium zijn in vergelijking met kinderen diein de stad wonen. De gemiddelde waarde voor plattelandskinderen is met 4.74 iets hoger, in vergelijkingmet de 4.46 voor kinderen uit de stad.De attitudes tegenover melk en melkdranken worden voor de verschillende leeftijdscategorieën vergelekenmet behulp van een One-way ANOVA. Om deze vergelijking van attitudes te maken, is er gewerkt met eengereduceerde dataset met enkel de leeftijden 9, 10, 11 en 12 jaar aangezien er voor de overige leeftijden teweinig data beschikbaar zijn. Uit de ANOVA test komen er geen significante verschillen (op het 5%significantieniveau) naar voor op basis van de leeftijden voor de verschillende attitudes tegenover melk enmelkdranken.Uit de factoranalyse van de Food Choice Questionnaire blijkt dat kinderen het grootste belang hechten aanhet gezondheidsaspect als ze hun dagdagelijkse voedingskeuze maken. Daarnaast zijn ook de sensorischekarakteristieken van belang. Kinderen percipiëren melkdranken overduidelijk als minder gezond dan melk,maar toch is de consumptie van melkdranken hoger. Dit is dus in tegenspraak gezien de resultaten uit deFood Choice Questionnaire, en mogelijks speelt de smaak een grotere rol aangezien kinderen melkdrankenlekkerder dan melk vinden. Onderzoek
  • 44. 3.6.3 Hypothese 2: Hoe hoger het aantal merken van melkdranken dat kinderen kennen, hoe hoger de consumptie van melkdranken3.6.3.1 Herkennen van merkenPer logo van een merk werden drie vragen gesteld in het eerste deel van het onderzoek. Als eerste werdgevraagd met welke melksoort het merk overeenkomt, waarbij er slechts 1 melksoort aangeduid mochtworden. Vervolgens werd geïnformeerd met welke smaak de kinderen dit logo associëren. Tenslotte werdgepeild of het kind in staat is om het logo te herkennen op een afbeelding van een brikje van dat merk. Omde moeilijkheid te verhogen, werd de afbeelding van een brikje toegevoegd waarvan het merk niet aanwezigwas en waren er van het merk Inex twee correcte afbeeldingen (één gewone en één van kabouter Plop). Deafbeeldingen waren allemaal, op Milsa na, van de website van de producent afkomstig.3.6.3.1.1 Soort melkDe hoge cijfers van kinderen die Fristi en Cécémel verkeerdelijk associëren met sojamelk (respectievelijk29.2 en 23.7%) vallen onmiddellijk op in Tabel 13. Het merendeel van de kinderen slaagt erin om AlproSoya en Rice Dream correct te herkennen als respectievelijk soja – en rijstmelk. Wellicht speelt hierbij meedat in de merknaam ook de melksoort verwerkt is. Milsa wordt bij de meeste kinderen geassocieerd metgewone melk en bij Inex zijn de kinderen eerder verdeeld over met welke melksoort dit merk overeenkomt.Fristi en Cécémel zijn de enige merken die enkel voorkomen als melkdranken. Een mogelijke verklaringvoor het feit dat veel kinderen deze verkeerdelijk niet met gewone melk in verband brengen, kan zijn dat eendeel van de kinderen gewone melk vooral aan natuurlijke melksmaak koppelen.Merk Categorie % van respondenten % missing valuesFristi Gewone melk 62.8 3.1 Sojamelk 29.2 Rijstmelk 8.0Alpro Soya Gewone melk 9.6 2.7 Sojamelk 87.0 Rijstmelk 3.4Rice Dream Gewone melk 18,5 4.3 Sojamelk 13,2 Rijstmelk 68.2Milsa Gewone melk 91.3 3.3 Sojamelk 6.7 Rijstmelk 2.0Cécémel Gewone melk 72.6 3.1 Sojamelk 23.7 Rijstmelk 3.6Inex Gewone melk 59.4 5.8 Sojamelk 24.6 Rijstmelk 15.9Tabel 13: Associatie soort melk per merk (in % van respondenten, n = 513) Onderzoek
  • 45. 3.6.3.1.2 SmaakDe associatie van een merk met een smaak is vooral van belang bij de merken Fristi en Cécémel aangezienbeide merken slechts melkdranken met enkel 1 soort smaak op de markt hebben. Daarbij valt op dat eengroot deel van de kinderen er wel in slagen om beide merken enkel met de correcte smaak te associëren. Hetrelatief groot aantal ‘Andere’ bij het merk Fristi wordt verklaard door het feit dat een aantal kinderen daar ooknog specifiek een fruitsmaak opgeven. Deze ‘Andere’ is vooral aardbeismaak bij Fristi.De kinderen hadden de mogelijkheid bij deze vraag om verschillende antwoorden te geven aangezienverschillende merken een breed gamma van melkdranken beschikbaar hebben. Alpro Soya wordt vooralgezien als een merk dat melk met natuurlijke melksmaak en melkdranken met vanillesmaak verkoopt. RiceDream wordt net als Alpro Soya vooral met natuurlijke melksmaak en vanillesmaak geassocieerd. Veelkinderen noteren rijstsmaak als ‘Andere’ smaak bij Rice Dream. Maar daarnaast denkt bijna 1 op de 4 kinderenook aan een melkdrank met vanillesmaak bij het zien van het logo van Inex.Merk Categorie % van de respondenten % missing valuesFristi Natuurlijke melksmaak 6.9 1.2 Chocolade 4.5 Fruit 83.2 Vanille 5.9 Andere 9.9 Andere, aardbei 8.1Alpro Soya Natuurlijke melksmaak 47.9 3.9 Chocolade 26.6 Fruit 16.2 Vanille 47.1 Andere 9.9 Andere, soja 3.2Rice Dream Natuurlijke melksmaak 37.9 3.7 Chocolade 12.1 Fruit 9.7 Vanille 42.3 Andere 15.6 Andere, rijst 11.1Milsa Natuurlijke melksmaak 79.2 3.3 Chocolade 16.9 Fruit 12.9 Vanille 11.3 Andere 3.2Cécémel Natuurlijke melksmaak 4.7 1.4 Chocolade 95.8 Fruit 2.2 Vanille 3.0 Andere 0.6Inex Natuurlijke melksmaak 57.0 5.7 Chocolade 19.6 Fruit 15.7 Vanille 24.4 Andere 3.1 OnderzoekTabel 14: Associatie smaak per merk (in % van respondenten, n = 513)
  • 46. 3.6.3.1.3 VerpakkingHet aantal kinderen dat correct de verpakking van Cécémel kan herkennen is opvallend groot in vergelijkingmet de andere merken (Figuur 7). De verpakking van het merk Fristi wordt door bijna de helft van dekinderen correct herkend. De andere verpakkingen worden door grofweg 10 à 20% van de kinderen correctherkend. Slechts 1.5% van de kinderen duidde bij Inex correct zowel de gewone als de verpakking metkabouter Plop aan. Een mogelijke verklaring voor de relatief hoge percentages van herkenning van Fristi enCécémel kan zijn dat beide merken zich toegespitst hebben op een specifieke smaak en dus ook een specifiekeproductcategorie binnen de melkdranken. Bovendien zijn beide producten marktleider in België in hunspecifieke productcategorieën (FrieslandCampina 2012). Herkennen verpakking van een merk 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Fristi Alpro Soya Rice Dream Milsa Cécémel Inex Inex PlopFiguur 7: Herkennen verpakking van een merk (in % van respondenten, n = 513)3.6.3.2 Verband tussen kennis merken en inname melkdrankenEr is gebruik gemaakt van de gegevens uit het herkennen van de verpakking van een merk om teonderzoeken of er eventueel een verband is met hoeveel melkdranken de kinderen drinken. Het totaal aantaljuiste afbeeldingen van de kinderen werd opgeteld zodat er een nieuwe variabele, genaamd ‘kennis’, wordtgecreëerd in SPSS. Elk kind krijgt bijgevolg een score die varieert van nul tot maximaal zeven.Met behulp van het statistisch dataverwerkingsprogramma SPSS kan er statistisch getest worden in hoeverreer een verband is tussen de variabele kennis en de inname van melkdranken. Doordat de inname vanmelkdranken een ordinale variabele is, wordt er gewerkt met de Spearman Rank Order Correlation. In destatistische test wordt een p-waarde van 0.193 bekomen. Het besluit luidt dat er geen significant verband kangevonden worden tussen de kennis van de merken en de inname van melkdranken. Onderzoek
  • 47. 3.6.4 Hypothese 3: De verschillende merken hebben allen een verschillend emotioneel profielOm een eerste beeld te schetsen in welke mate kinderen een emotie ervaren bij het zien van het logo wordenin Figuur 8 grafisch de emoties per merk gegeven. 50% 45% 40% 35% 30% Fristi 25% Alpro Soya 20% Rice Dream 15% Milsa 10% Cécémel 5% Inex 0%Figuur 8: Emoties per merk (in % van respondenten, n = 513)Doordat we te maken hebben met nominale data dienen niet-parametrische testen gebruikt te worden voorhet vergelijken van de emoties. Als eerste wordt er globaal onderzocht in welke mate er significanteverschillen zijn tussen de gemeten emoties bij de verschillende merken. We hebben telkens te maken metdezelfde groep respondenten, dus kunnen we gebruik maken van een test met afhankelijke metingen.Daarom wordt ervoor gekozen om de Cochran’s Q test toe te passen per emotie. Uit deze testen blijkt dat erenkel bij de emotie ‘kalm’ geen significant verschil is tussen de verschillende merken op het 5%significantieniveau. Dit strookt met de grafische plot aangezien deze emotie op de plot bij alle merken nauwbij elkaar ligt.Het is mogelijk om op basis van de waarden per emotie een emotioneel profiel op te stellen per merk.Doordat er in de bevraging enkel gevraagd werd of een emotie al dan niet aanwezig is, kan het emotioneelprofiel eenvoudig bepaald worden. Voor het maken van het emotioneel profiel wordt de volgende formulegebruikt: ∑ (1)Waarbij Ei de waarde van de ide emotie voorstelt en de sommatie betrekking heeft over alle emoties heen. Deemotionele profielen van de verschillende merken worden visueel weergegeven in Figuur 9. Onderzoek
  • 48. Walging 100% Vriendelijk Verlangen Verbaasd 80% Teleurstelling Slecht Saai Plezier 60% Ontevredenheid Lelijk Kinderachtig Kalm 40% Gezellig Gelukkig Energiek Droevig 20% Boos Blij Amusant 0% Actief Fristi Alpro Soya Rice Dream Milsa Cécémel InexFiguur 9: Emotioneel profiel per merk (in % emotie per merk, n = 513)Dat er een verschil is tussen de emoties bij het logo van een merk, is ook te merken bij het emotioneelprofiel. Op basis van het emotioneel profiel kunnen de merken in twee groepen verdeeld worden. De eerstegroep bestaat uit Fristi, Milsa en Cécémel, daarnaast is er een tweede groep die gevormd wordt door AlproSoya, Rice Dream en Inex.Het clusteren van de emoties is, doordat er gebruik is gemaakt van nominale data, niet eenvoudig. Eeneenvoudige manier om toch te kunnen overgaan tot het clusteren van gegevens en het onderzoeken vancorrelatie is het gebruik van een biplot (Gabriel 1971). We maken gebruik van het GH biplot waarbij derijen de verschillende emoties zijn en de kolommen de merken. Dit is dezelfde methode zoals toegepast doorThomson, Crocker et al. (2010) voor het linken van karakteristieken van chocolade met merken.Een tweedimensionale oplossing verklaart 96% van de totale variantie en leidt dus tot het besluit dat dedatamatrix goed wordt weergegeven in een tweedimensionale plot. Deze tweedimensionale plot is Onderzoekweergegeven in Figuur 10.
  • 49. Het belang van de emoties en de merken in een dimensie van de biplot kan bepaald worden door te kijkennaar de bijdrage van het gewicht tot de verklaring van de as. Hiervoor dient men de contribution of point toinertia of dimension te vergelijken met het natuurlijk gewicht. Het natuurlijk gewicht van een emotie is 0.05(1/20) en van een merk 0.17 (1/6). Voor de emoties komen we zo uit dat blij (0.07), droevig (0.07), lelijk(0.09), saai (0.15), verlangen (0.05) en walging (0.08) van belang zijn in de eerste dimensie. De tweededimensie wordt voornamelijk bepaald door de emoties gezellig (0.12), kinderachtig (0.56) en verlangen(0.13). Bij de merken wordt vastgesteld dat Fristi (0.17), Rice Dream (0.30) en Cécémel (0.30) belangrijkzijn in de eerste dimensie. Fristi (0.50) en Cécémel (0.22) verdienen de meeste aandacht in de tweededimensie .Figuur 10: Biplot emoties en merkOp basis van de belangrijkste punten kunnen we de kwadranten specifieker indelen en benoemen. Het eerstekwadrant word bepaald door de emoties walging en droevig. In dit kwadrant vinden we het merk Inex terug,maar dit merk speelt geen voorname rol in de bepaling van de dimensies. In het tweede kwadrant vinden weFristi terug en ligt de klemtoon op kinderachtig en blij. Het derde kwadrant kan bestempeld worden alsgezellig en verlangen waarbij vooral het merk Cécémel en in mindere mate Milsa van belang zijn. Bij hetvierde en laatste kwadrant ligt de focus op de emoties lelijk en saai. In dit laatste kwadrant liggen de merkenRice Dream en Alpro Soya. Hier dient tevens opgemerkt worden dat het laatstgenoemde merk slechts eenbeperkte rol speelt in de bepaling van de twee dimensies. Onderzoek
  • 50. Naast het maken van een biplot kunnen we de emoties ook indelen via positieve, negatieve en neutraleemoties. De emoties uit de bevraging zijn immers specifiek gekozen om een evenwicht te krijgen tussen hetaantal positieve en negatieve emoties omdat dit volgens de literatuur van belang is. Aldus kunnen actief,amusant, blij, energiek, gelukkig, gezellig, plezier, verlangen en vriendelijk ingedeeld worden bij de positieveemoties. De categorie negatieve emoties bestaat uit boos, droevig, kinderachtig, lelijk, ontevredenheid, saai, slecht,teleurstelling en walging. De emoties kalm en verbaasd behoren tot de groep van neutrale emoties.Op basis van deze indeling kunnen we de totale waarde per categorie emotie per merk berekenen voor iederkind. Deze totale waarden kunnen gebruikt worden om te vergelijken via ANOVA. Vooraleer ANOVA toete passen dient nagegaan te worden in hoeverre er homogeniteit van de variantie is. We vinden dat de p-waarde voor zowel de positieve, negatieve als neutrale categorie emoties kleiner is dan 0.05 waardoor ergeen sprake is van gelijke variantie. Daarom dient in ANOVA de Tunnet T3-methode gebruikt te wordenom de gemiddelden post-hoc te vergelijken. De p-waarde voor de ANOVA test is bij elke categorie kleinerdan 0.05 waardoor er besloten kan worden dat de gemiddelden in elke categorie van emoties verschillendzijn per merk.Voor het aantal positieve emoties is het gemiddelde van Cécémel significant groter dan voor Alpro Soya,Rice Dream, Milsa en Inex. Fristi heeft een significant groter aantal positieve emoties dan Alpro Soya, RiceDream en Inex. Het gemiddelde van de positieve emoties is bij Milsa significant groter dan met Alpro Soya,Rice Dream en Inex maar significant lager als het wordt vergeleken met Cécémel. Zowel Alpro Soya, RiceDream als Inex hebben een significant lager gemiddeld aantal positieve emoties in vergelijking met Fristi,Milsa en Cécémel.Bij het aantal negatieve emoties is er de vaststelling dat het omgekeerde van de positieve emoties geldt. Hetgemiddeld aantal negatieve emoties is significant lager voor Cécémel dan Alpro Soya, Rice Dream, Milsa enInex. Voor Fristi komt naar voor dat het gemiddelde aantal significant lager is dan Alpro Soya, Rice Dreamen Inex bij de negatieve emoties. Met het merk Milsa is het aantal negatieve emoties die ermee geassocieerdworden significant minder dan bij Alpro Soya, Rice Dream en Inex. Er zijn daarentegen gemiddeld wel meernegatieve emoties bij Milsa in vergelijking met Cécémel op het 5% significantieniveau. De merken AlproSoya, Inex en Rice Dream wekken een significant groter aantal negatieve emoties dan Fristi, Cécémel enMilsa op.Bij de neutrale emoties dient allereerst opgemerkt te worden dat er slechts twee emoties opgenomenwerden in de bevraging. Dit leidt ertoe dat er voorzichtig dient omgesprongen te worden met conclusiesaangaande het gemiddeld aantal neutrale emoties. We merken dat er bij Fristi, Rice Dream en Milsa geensignificante verschillen worden gevonden voor de neutrale emoties met andere merken. Cécémel roeptgemiddeld een hoger aantal neutrale emoties op dan met Alpro Soya en Inex.Op basis van al deze gegevens kan gesteld worden dat de onderzochte merken globaal gezien verdeeldkunnen worden in drie categorieën op basis van de emoties die ze oproepen. De eerste categorie wordtgevormd door Cécémel en Fristi. Daarnaast is er een categorie bestaande uit Alpro Soya, Inex en RiceDream. Milsa zit tussen beide categorieën in, maar leunt dichter aan bij de categorie van Cécémel en Fristiqua emoties. Onderzoek
  • 51. 3.6.5 Hypothese 4: De verschillende producten hebben een verschillend sensorisch profielIn het eerste onderzoek zijn er in totaal vijf melkdranken die blind getest worden door de kinderen met eencheck-all-that-apply beoordeling. De sensorische testen werden uitgevoerd met de chocolade – en fruitsmaakop basis van gewone melk en sojamelk.Allereerst is het interessant om na te gaan in hoeverre er verschillen zijn op het vlak van de sensorischeattributen bij alle vijf producten samen en per smaak. Alle melkdranken werden telkens door alle kinderengeproefd, dus kunnen we gebruik maken van de Cochran’s Q test voor de vergelijking van alle vijf stalen ende drie chocoladesmaken. Voor de fruitsmaak wordt gebruik gemaakt van de McNemar test aangezien ermaar van twee producenten data vergeleken moeten worden. Een globaal overzicht van de significanteverschillen is terug te vinden in Tabel 15. Alle 5 producten Chocolade Fruit 237, 313, 412 527,841UitzichtDonker uitzicht Ja Nee JaGlanzend Ja Nee JaHelderheid Ja Ja JaKleur Ja Nee NeeNatuurlijk Ja Nee NeeGeurBitter Ja Nee JaChocolade Ja Nee JaFruit Ja Nee NeeMelk Ja Ja NeeVanille Ja Ja NeeZoet Ja Nee NeeZout Nee Ja NeeZuur Ja Nee NeeTextuurKorrelig Ja Nee JaRomig Ja Ja NeeVloeibaar Ja Ja NeeSmaakBitter Ja Ja NeeChocolade Ja Ja NeeFruit Ja Nee NeeKarton Ja Ja NeeKaramel Nee Nee NeeMelk Nee Ja NeeMetaal Nee Nee NeeNasmaak Nee Nee NeeVanille Ja Ja NeeVerhit Nee Nee NeeVettig Ja Ja NeeZoet Ja Ja NeeZout Nee Nee Nee OnderzoekZuur Ja Nee NeeTabel 15: Significant verschil tussen sensorische karakteristieken voor vijf melkdranken
  • 52. Op het eerste zicht valt vooral op dat er tussen beide fruitsmaken verschillen gemeten worden op het 5%significantieniveau voor alle veertien attributen die betrekking hebben tot de smaak. Doordat de kinderenook de mogelijkheid hadden om optioneel een extra kenmerk op te schrijven is het eerder onwaarschijnlijkdat er nog attributen met significante verschillen niet opgenomen zijn. Toch kan er gesteld worden dat alleverschillende producten een verschillend sensorisch profiel hebben.Met de McNemar Test is het mogelijk om paarsgewijs de producten te vergelijken om te onderzoeken tussenwelke merken de verschillen zich precies situeren voor de verschillende sensorische eigenschappen. De stalenworden telkens vergeleken volgens de basissmaak (chocolade of fruit) aangezien het vooral interessant is omte weten in hoeverre er verschillen zijn tussen de verschillende melksoorten voor een melkdrank metchocolade of fruitsmaak.3.6.5.1 UitzichtAlpro Soya bosvruchten wordt significant donkerder beoordeeld in vergelijking met het staal van Fristi.Ongeveer 27% van de kinderen vindt dat Alpro Soya bosvruchten er donker uitziet, terwijl dit bij Fristislechts 7% is.Het uitzicht van Fristi werd door 55% van de kinderen bestempeld als glanzend. Voor staal Alpro Soyabosvruchten hebben 43% van de kinderen de mening dat de melkdrank een glanzend uitzicht heeft.Helderheid wordt door 33% van de kinderen aangevinkt voor Fristi, wat significant meer is dan Alpro Soyabosvruchten. Voor laatstgenoemde zijn 25% van de kinderen van mening dat het helder is.De helderheid is ook significant verschillend tussen de verschillende melkdranken met chocoladesmaak.Cécémel (11%) wordt vaker als helderder bestempeld in vergelijking met Rice Dream (6%) en Alpro Soya(6%). Tussen deze laatste melkdranken is er geen significant verschil betreffende de helderheid.3.6.5.2 GeurHoewel er weinig kinderen bitter aanstipten, is er een significant verschil tussen beide melkdranken met eenfruitsmaak. Met 10% wordt de geur van Alpro Soya bosvruchten als bitterder gepercipieerd, zeker invergelijking met de 4% kinderen die bitter voor Fristi hebben aangevinkt.Opmerkelijk is het feit dat er een significant verschil is tussen de waarneming van een chocoladegeur tussenbeide melkdranken met een fruitsmaak. Ongeveer 3% van de kinderen is van mening dat de geur van staalAlpro Soya bosvruchten ook naar chocolade ruikt, terwijl dit bij staal Fristi slechts 1% is. Een mogelijkeverklaring is het feit dat enkele kinderen bij de schriftelijke commentaar de geur van staal Alpro Soyabosvruchten als snoep omschrijven. Mogelijks zijn er enkele kinderen die de geur van snoep linken aanchocolade.Er is een verschil tussen de beoordelingen van de melkgeur bij de drie melkdranken met chocoladesmaak. Degeur van melk voor het staal van Rice Dream is met 25% significant minder sterk aanwezig in vergelijkingmet Alpro Soya (30%) en Cécémel (32%). Tussen Alpro Soya en Cécémel is er geen significant verschiltussen de waarnemingen van een geur van melk op het 5% significantieniveau.De geur vanille wordt in totaal door 11% van de kinderen bij staal Alpro Soya chocolade aangevinkt. Dit issignificant hoger in vergelijking met de beoordeling van de stalen van Cécémel en Rice Dream waar Onderzoek
  • 53. respectievelijk 9 en 7% van de kinderen een vanillegeur waarnemen. Er zijn geen andere significanteverschillen bij de vanillegeur tussen laatstgenoemde stalen.Tussen de drie stalen van chocolademelk is er een verschil in de waarneming van een zoute geur, ook al zijndeze eerder klein van aard. Ongeveer 2% van de kinderen ruikt een zoute geur bij de chocolademelk vanRice Dream, bij Alpro Soya Choco en Cécémel is dat met respectievelijk 4% en 5% iets meer. Tussen AlproSoya Choco en Cécémel is er geen significant verschil met betrekking tot de waarneming van een zoute geur.3.6.5.3 TextuurDe korreligheid verschilt voor de twee stalen van de fruitsmaken. Ongeveer 2% van de kinderen vindt detextuur van Fristi korrelig, terwijl dit bij het staal van Alpro Soya bosvruchten 5% is.Een groot aantal kinderen vindt dat de chocolademelk romig is. Dit is vooral voor Cécémel en Alpro Soyachoco het geval waar respectievelijk 51 en 47% van de kinderen romig aankruisen bij de textuur. Bij staalRice Dream vindt 38% van de kinderen dat de chocolademelk romig is, wat significant lager is dan Cécémelen Alpro Soya. Tussen laatstgenoemde stalen is er geen verschil op het vlak van romige textuur op het 5%significantieniveau.Naast de romige textuur is er volgens de kinderen ook een verschil qua vloeibaarheid tussen de verschillendemelkdranken met chocoladesmaak. De chocolademelk van Rice Dream heeft een vloeibare textuur volgens68% van de kinderen. Dit is significant hoger in vergelijking met de cijfers van Cécémel (59%) en Alpro Soya(60%).Tussen Cécémel en Alpro Soya Choco is er volgens de kinderen geen significant verschil voor devloeibaarheid.3.6.5.4 SmaakWeinig kinderen vinden dat er een bittere smaak is bij de verschillende soorten chocolademelk. Toch is ereen significant lager percentage kinderen dat Rice Dream (8%) bitter vinden dan de Cécémel (12%) enAlpro Soya Choco (13%).De chocoladesmaak wordt in totaal door 90% aangeduid voor Cécémel. Dit is significant hoger invergelijking met de melkdranken met chocoladesmaak van Alpro Soya (87%) en Rice Dream (84%). TussenAlpro Soya en Rice Dream is er geen verschil voor de chocoladesmaak op het 5% significantieniveau.Het kenmerk van een kartonsmaak is ook significant verschillend tussen de verschillende soortenchocolademelk. Wellicht wordt deze smaak gebruikt door enkele kinderen om hun afkeer voor dedesbetreffende dranken meer kracht bij te zetten. Het aantal kinderen dat een kartonsmaak in Cécémelproeft is met 3% een stuk lager in vergelijking met de twee andere stalen. Voor Alpro Soya wordt door 7%van de kinderen een kartonsmaak aangegeven terwijl dit voor staal Rice Dream bij 6% van de kinderen hetgeval is.De perceptie van een melksmaak is eveneens verschillend tussen de verschillende melkdranken met eenchocoladesmaak. Cécémel is koploper met 37% van de kinderen die aangeven dat ze een melksmaak proevenin dit staal. Dit is significant hoger dan de stalen van Alpro Soya en Rice Dream waar respectievelijk 33% en31% van de kinderen aangeven dat ze een melksmaak proeven.Er zit een klein significant verschil qua vanillesmaak tussen Rice Dream en Cécémel. Ongeveer 13% van de Onderzoekkinderen stipt aan dat er een vanillesmaak is bij Rice Dream, terwijl dit bij Cécémel maar 8% is.
  • 54. Het aantal kinderen die de chocolademelk van Alpro Soya als vettig bestempelt, is met 15% significant hogerin vergelijking met de andere twee melkdranken met chocoladesmaak. Voor beide wordt immers door 10%van de kinderen aangegeven dat ze de chocolademelk vettig vinden.Tenslotte is er een significant verschil in de zoetheid tussen de verschillende stalen. In totaal vindt 30% vande kinderen dat Cécémel zoet smaakt, wat significant hoger is dan de stalen Rice Dream (20%) en AlproSoya (26%). Tussen Alpro Soya en Rice Dream is er geen significant verschil op het vlak van de zoete smaak.3.6.5.5 BiplotNet als bij het emotioneel profiel kan er een biplot gemaakt worden om grafisch zowel de sensorischeattributen als de verschillende merken weer te geven. Het biplot is terug te vinden in Figuur 11. Detweedimensionele weergave verklaart in totaal 99% van de totale variantie waardoor er gesteld kan wordendat het biplot een goede weergave is.Net als bij de emoties kan het belang van de sensorische attributen en het merk bepaald worden door hetvergelijken van contribution of point to inertia of dimension met het natuurlijk gewicht. Het natuurlijk gewichtbedraagt voor een sensorische eigenschap 0.03 (1/30) en van een merk 0.20 (1/5). Daardoor komt naarvoor dat in de eerste dimensie de sensorische eigenschappen donker uitzicht (0.11), chocoladegeur (0.20),fruitgeur (0.21), chocoladesmaak (0.17) en fruitsmaak (0.21) belangrijk zijn. In de tweede dimensie dientvooral aandacht besteed te worden aan donker uitzicht (0.10), glanzend (0.09), helderheid (0.10), bitteregeur (0.17), korrelig (0.05), romig (0.05), vloeibaar (0.11). Voor de merken is het belang van Fristi (0.32)en Alpro Soya bosvruchten (0.26) hoog in de eerste dimensie. Beide merken bepalen ook de tweededimensie met een waarde van 0.35 voor Fristi en 0.37 voor Alpro Soya bosvruchten. OnderzoekFiguur 11: Biplot sensorische attributen en merk
  • 55. 3.6.6 Hypothese 5: Een gekend merk zorgt voor een betere algemene mening bij de sensorische testen3.6.6.1 AlgemeenIn de tweede test werd aan de kinderen gevraagd om in 3 stappen hun mening te geven over drie producten.Allereerst werd een product blind getest, hetgeen op een apart formulier gebeurde. Pas nadat hun blad wasopgehaald kreeg het kind de rest van de vragen van de tweede bevraging, zodat geen enkel kind al op dehoogte was van de merken. In totaal werd er gebruik gemaakt van chocolademelk van de 3 verschillendemelksoorten, met name gewone melk, sojamelk en rijstmelk. De gemiddelde waarden van de productenvoor de drie geëvalueerde omstandigheden zijn terug te vinden in Tabel 16.Staal Evaluatie Blind Verwacht Geïnformeerd Gewone melk Sojamelk RijstmelkGewone melk 5.36 6.05 6.12 4.91 5.03Sojamelk 3.94 3.92 5.32 3.92 3.62Rijstmelk 3.52 3.80 4.89 3.38 3.22Tabel 16: Gemiddelde score voor de drie stalen voor de drie geëvalueerde condities: blind, verwacht en geïnformeerd(op een 7-punten hedonische schaal)3.6.6.2 Consumenten blind testenOm na te gaan of er significante verschillen zijn tussen de gemiddelde waarden voor het blind testen kan ergebruik gemaakt worden van een ANOVA. Uit de resultaten van de ANOVA blijkt dat er significanteverschillen zijn, waarna de Bonferroni post-hoc wordt toegepast om na te gaan waar deze exact liggen. Uitdeze post-hoc paarsgewijze vergelijking komt naar voor dat de drie gemiddelden ten opzichte van elkaarsignificant verschillen op het 5% significantieniveau. Daarom kan geconcludeerd worden dat vooralchocolademelk op basis van gewone melk (gemiddelde 5.37) de voorkeur van de kinderen wegdraagt. Openige afstand volgt sojamelk (3.95), dat gemiddeld bijna neutraal scoort. De rijstmelk krijgt de laagstegemiddelde score (3.51) van de kinderen bij de blinde test.3.6.6.3 Consumentenverwachting testenDe verwachte mening van de kinderen werd eveneens in de tweede test gevraagd. De kinderen kregen deverpakking van een brik te zien van de drie verschillende melksoorten en mochten nadien aanduiden hoe zeverwachten dat hun algemene mening zal zijn op een 7-punten hedonische schaal per product (Tabel 16).Allereerst wordt er gebruik gemaakt van een ANOVA met herhaalde waarden (net zoals bij het blind testen)om te kijken of er significante verschillen zijn. Uit de ANOVA blijkt dat er inderdaad sprake is van eensignificant verschil. Daarom wordt de Bonferroni-techniek toegepast om paarsgewijs te onderzoeken waar deverschillen zich situeren. Tussen gewone melk (gemiddelde 6.04) en zowel sojamelk (gemiddelde 3.92) alsrijstmelk (gemiddelde 3.80) is het verschil significant op het 5% significantieniveau, maar de paarsgewijzevergelijking toont geen significant verschil aan tussen de verwachte score voor rijstmelk en sojamelk.De kinderen werden nadien gevraagd of ze het product ooit al gedronken hebben en, bij een positiefantwoord, hoe lang dit geleden is. De chocolademelk op basis van gewone melk werd al door 90.7% van dekinderen ooit gedronken, terwijl deze op basis van sojamelk en rijstmelk respectievelijk door 53.1 en 14.5%van de kinderen al eens genuttigd werd. Hoelang het precies geleden is dat de kinderen de producten Onderzoekgeconsumeerd hebben, is terug te vinden in het gedetailleerde overzicht in Tabel 17.
  • 56. Gewone melk Sojamelk RijstmelkMeer dan een jaar 16.0 40.1 28.2Tussen 6 maanden en 1 jaar 11.3 13.7 22.5Tussen 1 maand en 6 maanden 18.9 20.6 15.5Tussen 1 week en 1 maand 23.6 12.6 21.1Minder dan 1 week 30.2 13.0 12.7% Missing values 2.4 1.2 1.4Tabel 17: Tijdstip inname producten (in % van respondenten die producten innamen, n = 444 voor gewone melk, n =262 voor sojamelk en n = 71 voor rijstmelk)Met behulp van een onafhankelijke T-test kan onderzocht worden of er significante verschillen zijn bij deverwachte mening wanneer een kind aangeeft of hij het product al gedronken heeft. Uit de toepassing vandeze statistische testen blijkt dat er bij elke soort melk een significant verschil is in de verwachte mening alseen kind al het product gedronken heeft. Bij de gewone melk is het gemiddelde 3.85 als een kind het productnog niet heeft gedronken, terwijl het met 6.28 een stuk hoger ligt bij de kinderen die het ooit al gedronkenhebben. Ook bij de andere melksoorten blijkt uit de onafhankelijke T-test dat wanneer de kinderen hetproduct ooit al gedronken hebben, ze een hogere score geven. Voor het product van sojamelk klimt de scorevan gemiddeld 3.36 naar 4.41 wanneer het kind het product ooit al gedronken heeft. Bij de laatste melksoort,op basis van rijstmelk, is het gemiddelde 3.69 voor kinderen die het nog niet gedronken hebben. Kinderendie wel al eens de rijstmelk gedronken hebben, geven een gemiddelde verwachte score van 4.43 op eenhedonische 7-puntenschaal.3.6.6.4 Consumenten geïnformeerd testenDe resultaten van het geïnformeerd testen zijn terug te vinden in Tabel 16. Hetgeen onmiddellijk opvalt bijde vergelijking van de melksoorten, is dat de scores van elk staal chocolademelk op basis van gewone melkhet hoogst liggen, wanneer de verschillende productnamen genoemd worden. Om statistisch te onderzoekenof er significante verschillen zijn, wordt er gebruik gemaakt van ANOVA.Bij het staal met gewone melk in, zijn de geïnformeerde waarden verschillend volgens ANOVA. De post-hoctest brengt naar voor dat er enkel een significant verschil is tussen enerzijds gewone melk en anderzijdssojamelk en rijstmelk als informatie. Indien laatstgenoemden als merk worden gegeven bij het staal vangewone melk, dan is er geen significant verschil voor de score op de 7-punten hedonische schaal. Voor destalen op basis van sojamelk en rijstmelk liggen de resultaten in dezelfde lijn als deze voor gewone melk.Naast het kijken op basis van de stalen, kan ook ANOVA toegepast worden om te kijken of er significanteverschillen zijn wanneer telkens dezelfde informatie wordt gegeven maar er verschillende stalen geproefd worden.Als eerste wordt gekeken in hoeverre de verschillende stalen een invloed hebben als we als informatie eenmerk van chocolademelk op basis van gewone melk geven. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van ANOVA.Deze test geeft aan dat er significante verschillen zijn tussen de verschillende soorten stalen. Doordat er geengelijkheid van varianties is, wordt Dunnet T3 gebruikt als post-hoc test. Enkel tussen enerzijds het staal vangewone melk en anderzijds sojamelk en rijstmelk zijn er significante verschillen. Als men bij een staal vanchocolademelk op basis van gewone melk ook het merk op basis van gewone melk aangeeft, dan ligt de scoremet 6.12 significant hoger in vergelijking met het staal van sojamelk (5.32) en rijstmelk (4.89). Degemiddelde score op de hedonische 7-puntenschaal is niet significant verschillend voor sojamelk en rijstmelkals men als merk aan de kinderen vertelt dat het om chocolademelk op basis van gewone melk gaat. Voor de Onderzoekstalen van sojamelk en rijstmelk kunnen dezelfde conclusies gemaakt worden als bij gewone melk. Uit het
  • 57. posthoc testen blijkt dat er enkel significante verschillen zijn tussen de stalen chocolademelk op basis vangewone melk en sojamelk/rijstmelk. Tussen sojamelk en rijstmelk is er geen significant verschil.3.6.6.5 Vergelijking tussen scores van blind, verwachting en geïnformeerd testenIn een volgende stap is het interessant om te onderzoeken of er sprake is van significante verschillen tussen deverschillende soorten testen. Bij het geïnformeerd testen wordt er enkel gebruik gemaakt van de correcteassociatie tussen het opgegeven merk en het aangeboden staal om zo een juiste vergelijking te kunnen makenper product. Er wordt gebruik gemaakt van ANOVA met herhaalde waarden om de scores van deverschillende testen per melksoort te vergelijken en de gemiddelde waarden staan in Tabel 18.Bij de melkdrank op basis van gewone melk, is er een significant verschil tussen de blinde score en zowel deverwachte scores als de score van het geïnformeerd testen. De verwachte score en de score van hetgeïnformeerd testen zijn significant hoger bij de chocolademelk op basis van gewone melk, zo blijkt uit depaarsgewijze vergelijking.De chocolademelk op basis van sojamelk kent geen significante verschillen bij de resultaten van het blind,verwachting en geïnformeerd testen. De p-waarde bij de ANOVA met Greenhouse-Geiser correctievanwege de sfericiteit bedraagt immers 0.24 en is dus groter als 0.05.Tenslotte worden de scores van de verschillende testen voor rijstmelk onderling vergeleken. Hier is eensignificant verschil aanwezig en dit situeert zich meerbepaald tussen de scores voor de verwachting en van hetgeïnformeerd testen. De gemiddelde score van verwachting gaat eerder naar ‘neutraal’, terwijl bij hetgeïnformeerd testen de gemiddelde score eerder richting ‘niet zo lekker’ opschuift. Blind Verwachting Geïnformeerd Gewone melk 5.34 6.10 6.11 Sojamelk 3.76 4.05 3.97 Rijstmelk 3.36 3.67 3.23Tabel 18: Vergelijking tussen scores van blind, verwachting en geïnformeerd testen bij chocolademelk op basis vangewone melk (n = 167), sojamelk (n = 153) en rijstmelk (n = 164) (op een 7-punten hedonische schaal)Er kan besloten worden dat het merk een grote invloed heeft op de score die een kind geeft aan eenmelkdrank. Zelfs als er een foutief staal op basis van een andere melkdrank wordt aangeboden, dan nog zorgtde vermelding van een bekend merk voor een significant betere waardering van een melkdrank. Onderzoek
  • 58. 4 DiscussieDit onderzoek wil als eerste de consumptie van melk en melkdranken bij kinderen uit het 4de tot en met 6deleerjaar in kaart brengen. Daarnaast wordt in deze thesis dieper ingegaan op de mogelijke invloed vanemoties, het merk en sensorische eigenschappen op de consumptie van melkdranken bij de kinderen. Voordeze studie werden door iets meer dan 500 kinderen op school twee enquêtes ingevuld tussen december2011 en maart 2012. Voor de analyse van de gegevens is gebruik gemaakt van het statistischverwerkingsprogramma IBM SPSS Statistics 19.4.1 Interpretatie van de resultatenUit de resultaten komt naar voor dat in totaal 11% van de ondervraagde kinderen nooit melkdranken drinkenen maar liefst 22% nooit melk consumeert. Volgens de aanbevelingen van het Vlaams Instituut voorGezondheidspromotie en Ziektepreventie vzw (2012) moeten kinderen met een leeftijd tussen 6 en 12 jaarelke dag 3 glazen melk en met calcium verrijkte sojadranken drinken. Meer dan 70% van de kinderen drinktmaximaal 1 portie melk per dag. Als echter gekeken wordt naar de totale consumptie van melk – enmelkdranken in dit onderzoek, blijkt dat 79% van de kinderen deze dagelijkse inname niet haalt. Datkinderen te weinig van deze producten drinken ligt in de lijn van andere onderzoeken (Kranz, Lin et al. 2007;Verraes 2010). De melkinname daalt trouwens als kinderen ouder worden, maar de totale consumptie vanmelkdranken en melk niet. Wanneer kinderen de keuze hebben om één smaak te kiezen uit een gamma vanmelk en melkdranken, dan prefereert de helft van de kinderen de chocoladesmaak. Zowel de fruitsmaak alsde gewone melk worden telkens ongeveer bij 20% van de kinderen aangevinkt als favoriete smaak. Daarnaastkan een melkdrank met vanillesmaak bijna 10% van de kinderen bekoren als geprefereerde smaak. Zowel uiteerder onderzoek als uit resultaten van de verkoop van melk en melkdranken in automaten op scholen in deVerenigde Staten van Amerika blijkt dat kinderen liever chocolademelk drinken dan gewone melk (Johnson,Frary et al. 2002; Palacios, Badran et al. 2010).De thuisomgeving is de voornaamste plaats waar kinderen melk en melkdranken consumeren. Ook in defamiliale omgeving (zowel bij grootouders als familie) drinken kinderen weleens melk of melkdranken.Kinderen drinken wel eerder melkdranken in de familiale omgeving dan melk. Tijdens de speeltijd drinktslechts 10% van de kinderen meestal melk of melkdranken. Dit relatief lage cijfer kan enigszins verklaardworden door de regelgeving op school en het feit dat er in elke school gratis water wordt aangeboden. Dekeuze voor het drinken van melk en melkdranken is voor bijna 80% van de kinderen vooral een eigen keuze.Daarnaast spelen voornamelijk de ouders een rol in het aanzetten van de kinderen tot het drinken van melken melkdranken. De belangrijke rol die ouders spelen in het eetpatroon van kinderen is al ter sprakegekomen in verschillende onderzoeken, ook enkele specifiek voor de melkconsumptie (Neumark-Sztainer,Story et al. 1999; Berg, Jonsson et al. 2000; Larson, Story et al. 2006). In de tweede bevraging is doormiddel van enkele stellingen dieper ingegaan op de mogelijke invloed van de ouders. Ouders drinken vakermelk dan melkdranken. Bijna 30% van de kinderen stelt dat hun ouders nooit melkdranken drinken, terwijlminder dan 10% van de ouders geen melk drinkt. Melk is bij bijna alle kinderen altijd thuis aanwezig, maarmelkdranken zijn minder vaak aanwezig thuis.Bij ongeveer 40% van de kinderen staat er thuis altijd melk op tafel bij de maaltijden, terwijl er maar bij 15%van de kinderen altijd melkdranken op tafel staan. Ouders zorgen er dus vooral voor dat er melk aanwezig isen bieden het ook vaak aan door het op tafel te zetten. Bij melkdranken is dit minder het geval; ze zijn nietaltijd thuis aanwezig en ze staan minder vaak op tafel tijdens de maaltijd bij de meeste kinderen. Toch Discussieworden er gemiddeld meer porties van melkdranken gedronken dan gewone melk bij de kinderen. Dit doet
  • 59. vermoeden dat de rol van de ouders zich vooral situeert op het vlak van de beschikbaarheid en minder in hetaanbieden of het voorbeeld tonen wat betreft de consumptie van melk en melkdranken. Dit is in tegenspraakmet de bevindingen van Berg, Jonsson et al. (2000) die bij toepassing van de TBP voor melk stellen dat deouders fungeren als een rolmodel voor de kinderen. Een mogelijke verklaring ligt in het feit dat in Zwedenhet de gewoonte is om ’s ochtends melk te drinken. Zo drinkt 78% van de kinderen uit het onderzoek vanBerg, Jonsson et al. (2000) minstens 1 glas melk bij het ontbijt.De eerste hypothese onderzoekt of er gelijkenis is tussen wat kinderen via de Food Choice Questionnaireaangeven als belangrijk en perceptie van melk en melkdranken voor de desbetreffende belangrijke factoren.Uit de aangepaste Food Choice Questionnaire blijkt dat kinderen vooral belang hechten aan hetgezondheidsaspect van de voeding die ze op een gewone dag eten. Als tweede factor komt het belang vansensorische eigenschappen zoals uitzicht, geur en smaak naar boven bij toepassing van de factoranalyse op deresultaten. Opmerkelijk is dat een recente studie van Roos, Lehto et al. (2012) besluit dat voor ouders vankinderen tussen 9 en 12 jaar de twee factoren gezondheid en sensoriek het belangrijkst zijn van de FCQ. Bijde implementatie van de FCQ in België komt tevens naar voor dat de factoren gezondheid en sensorischeeigenschappen de voornaamste rol spelen in de keuze van alledaagse voedingsmiddelen (Eertmans, Victoir etal. 2005; Januszewska, Pieniak et al. 2012).Het gezondheidsaspect van melk en melkdranken werd in de tweede bevraging apart bevraagd via 7 bipolairestellingen. Bij de rechtstreeks vraag over hoe (on)gezond de producten zijn, geven de kinderen duidelijk aandat ze melkdranken een stuk ongezonder vinden dan melk. De antwoorden op de andere vragen overcalcium, vetpercentage, vitamines, natuurlijke ingrediënten en voedzaamheid weerspiegelen verder het feitdat kinderen melk een stuk gezonder vinden dan melkdranken. Als daarentegen gevraagd wordt in hoeverreze melk en melkdranken in het algemeen lekker vinden, dan scoren melkdranken duidelijker beter dan melk.De hogere waardering voor melkdranken is te verwachten gezien de smaakvoorkeur uit het eerste deel en deresultaten uit eerdere onderzoeken (Johnson, Frary et al. 2002; Palacios, Badran et al. 2010). Dat er eenverschil is tussen de kennis van kinderen over gezonde voeding en de implementatie ervan in het werkelijkeeetpatroon, wordt geïllustreerd met de resultaten van dit onderzoek. Het verschil tussen de kennis overgezonde producten bij kinderen en hun eetgedrag komt immers reeds naar boven in verschillende studies(Noble, Corney et al. 2000; Croll, Neumark-Sztainer et al. 2001; McKinley, Lowis et al. 2005). Inkwalitatieve studies concludeert men dat hoewel kinderen een goede kennis hebben van wat een gezondeetpatroon inhoudt, vooral de voedselvoorkeur bepaalt wat kinderen consumeren (Fitzgerald, Heary et al.2010).Er is dus een verschil tussen wat kinderen antwoorden op de Food Choice Questionnaire en wat zeuiteindelijk consumeren. Mogelijks vullen kinderen de FCQ in rekening houdend met wat sociaal gewenstwordt, aangezien de belangrijkste factoren overeenkomen met de voornaamste factoren bij ouders vankinderen met dezelfde leeftijd (Roos, Lehto et al. 2012).In de tweede hypothese wordt er onderzocht in hoeverre het klopt dat kinderen die meer merken vanmelkdranken herkennen, ook een hogere consumptie van melkdranken vertonen. De verpakkingen van demerken worden op een rijtje gezet en kinderen duiden bij elk merk aan welke verpakking(en) past. Er zijnmaar 2 merken, met name Cécémel en Fristi, die door een groot aantal kinderen correct herkend worden.De verpakkingen van de andere merken worden slechts door 10 à 25 % van de kinderen herkend. Veelkinderen hebben geen weet van welke melksoort de melkdranken afkomstig zijn. Zo duidt bijna 30% aan datFristi gemaakt wordt van sojamelk en denkt 24% van de kinderen dat sojamelk de basis is van Cécémel.Mogelijks denken kinderen dat melkdranken (vanwege hun smaak) niet met gewone melk gemaakt zijn. Discussie
  • 60. Er blijkt uit de statistische test dat er geen significant verband is tussen het herkennen van merken en deinname van melkdranken. Dit is enigszins onverwacht gezien de literatuurstudie van Coon and Tucker (2002)tot de conclusie komt dat kinderen die blootgesteld worden aan advertenties van producten vaker degeadverteerde producten consumeren. Een mogelijke verklaring is dat er bij Coon and Tucker (2002) gesteldwordt dat er een verandering naar de consumptie van geadverteerde producten binnen het eetpatroonoptreedt via advertenties. Aangezien maar 2 merken vaak werden herkend, is het mogelijk dat de kinderenniet vaak in contact komen met advertenties van de gekozen merken van melkdranken.De derde hypothese onderzoekt of de verschillende merken allen een verschillend emotioneel profielhebben. Enkel voor de emotie kalm is er geen significant verschil tussen de verschillende merken. Degekozen merken worden dus geassocieerd met verschillende emoties. Dit komt ook duidelijk naar voor in degrafische weergave van de emoties en merk in de biplot (Figuur 10: Biplot emoties en merk). Dezeresultaten liggen in de lijn van eerder onderzoek. Daarin wordt immers besloten dat merken geassocieerdworden met verschillende emoties, om zo verschillende doelgroepen aan te trekken (Thomson, Crocker et al.2010). De merken kunnen in verschillende categorieën ingedeeld worden, al naargelang ze geassocieerdworden met positieve en negatieve emoties. Ook in andere onderzoeken is een clustering mogelijk vanproducten op basis van welke emoties ze oproepen (Desmet and Schifferstein 2008; Thomson, Crocker et al.2010). Wat wel opvallend is, is het feit dat sommige merken eerder geassocieerd worden met negatieveemoties. Schifferstein and Desmet (2010) stellen immers dat producten die in de winkel liggen positieveemoties willen oproepen om de consumenten te verleiden de producten aan te kopen. Mogelijk zijn denegatieve emoties bij bepaalde merken het resultaat van voedselneofobie aangezien veel kinderen debetreffende merken niet herkennen. Neofobie is een de angst voor nieuwe producten en dit is bij kinderenwel vaker het geval als het over voedingsproducten gaat (Pliner and Salvy 2006).De vierde hypothese onderzoekt in hoeverre vijf verschillende melkdranken een verschillend sensorischprofiel hebben. De kinderen geven per melkdrank aan of een bepaalde sensorische karakteristiek aanwezig is.Voor de karakteristieken van uitzicht en geur is er vooral tussen de twee melkdranken met fruitsmaak eensignificant verschil. Als de kinderen overgaan tot het effectief proeven van de vijf verschillende stalen, danbeperken de verschillen zich tot de verschillende melkdranken met chocoladesmaak. Het is opmerkelijk dat,gezien de verschillende melksoorten als basis, er geen verschillen zijn voor de sensorische eigenschappen diegelieerd zijn met de smaak bij melkdranken met fruitsmaak. Dit komt mogelijks doordat beide productenhetzelfde fruit (op kersen na) bevatten in hun melkdranken en de nutritionele samenstelling dus sterkgelijkend is. De smaak van de verschillende soorten melk, soja en gewone melk, die gebruikt worden bij dedesbetreffende melkdranken zijn dus ondergeschikt aan de smaak van het gebruikte fruit.Bij de chocolademelk is er daarentegen wel een verschil tussen de drie geteste producten voor smaak en bijde meeste sensorische eigenschappen is dit tussen Cécémél en Alpro Soya / Rice Dream. Tussenlaatstgenoemde zijn er minder significante verschillen. Dat er significante verschillen zijn betreffende desmaak tussen chocolademelk op basis van gewone melk en op basis van sojamelk, komt overeen metresultaten uit eerder onderzoek (Palacios, Badran et al. 2010). Discussie
  • 61. De relatie tussen het merk en de beoordeling van het product staat centraal in de vijfde hypothese. Indeze laatste hypothese wordt enkel gewerkt met chocolademelk aangezien er geen significantesmaakverschillen zijn bij de twee melkdranken met fruitsmaak. De kinderen evalueren drie melkdranken metchocoladesmaak, telkens op basis van een andere melksoort (gewone melk, sojamelk en rijstmelk) op eenhedonische 7-puntenschaal (met 1 de laagste waarde en 7 de hoogste). De producten zijn eerst blind getest,daarna wordt de verwachte waardering gegeven op basis van de verpakking en in een laatste stap is een merkgelinkt aan een staal.Uit het blind testen kan geconcludeerd worden dat de kinderen de chocolademelk op basis van gewone melkhet lekkerst vinden met een gemiddelde score van 5.36 (tussen een ‘beetje lekker’ en ‘lekker’). Dechocolademelk op basis van sojamelk wordt gemiddeld als ‘neutraal’ beoordeeld en deze op basis vanrijstmelk wordt licht negatief beoordeeld met een gemiddelde tussen ‘niet zo lekker’ en ‘neutraal’. Depositievere beoordeling van de smaak van chocolademelk op basis van gewone melk tegenover deze op basisvan sojamelk komt overeen met eerder onderzoek (Palacios, Badran et al. 2010).Als de kinderen gevraagd wordt hoe lekker ze verwachten dat een chocolademelk zal zijn, dan valt vooral dehoge score van de chocolademelk op basis van gewone melk op. Met een gemiddelde score die overeenkomtmet ‘lekker’ zijn de verwachtingen van de kinderen meer hooggespannen in vergelijking met deverwachtingen over de andere 2 soorten chocolademelk. Een mogelijke verklaring voor de lagere scores bijde twee andere soorten chocolademelk ligt in het feit dat kinderen niet altijd even happig zijn om nieuwevoedingsproducten te proeven. Als een kind aangeeft dat hij de chocolademelk al gedronken heeft, danresulteert dit in een hogere gemiddelde score. De hoge score voor chocolademelk op basis van gewone melkis dus wellicht een combinatie van enerzijds de voorkeur voor deze soort melk (zie de hoge score voor hetblind testen) en het feit dat veel kinderen aangeven dat ze dit product al ooit hebben gedronken.Bij het geïnformeerd testen wordt er per staal ook de naam van een merk gegeven, waarbij sommigekinderen verkeerde informatie krijgen om zo een mogelijke invloed van het merk ongeacht het staal teonderzoeken. Als er gekeken wordt per melksoort, dan levert de opgave van het merk op basis van gewonemelk een score op die 1 à 1.5 punten hoger is als bij de opgave van het merk op basis van soja of rijstmelk.Hoewel veel kinderen dus aangeven dat ze reeds het product op basis van gewone melk hebben gedronken ener significante verschillen zijn volgens de blinde test, zorgt de bijkomende informatie van het merk dus vooreen significant hogere waardering.Als de gegeven informatie hetzelfde blijft, maar het geproefde staal verandert, is er telkens een verschiltussen enerzijds het staal op basis van gewone melk en anderzijds de stalen op basis van sojamelk en rijstmelk.De score voor de chocolademelk op basis van gewone melk is immers significant hoger dan de scores van destalen op basis van rijstmelk en sojamelk. De opgave van een bepaald merk zorgt er dus voor dat er geenverschil meer is tussen de waardering voor de stalen van sojamelk en rijstmelk, hetgeen wel het geval was bijde blinde test. Er is geen significant verschil tussen de verwachte appreciatie van sojamelk en rijstmelk, en ditwordt ook weerspiegeld in de resultaten van het geïnformeerd testen.Bij het vergelijken van de informatie over de testen heen wordt duidelijk dat het geïnformeerd testen en deverwachte appreciatie bij het staal op basis van gewone melk zorgt voor een significante stijging van de score.Het feit dat veel kinderen aangeven dat ze dit al gedronken hebben, zit hier wellicht voor iets tussen. Descores van het staal op basis van sojamelk zijn niet significant verschillend voor de verschillende testen. Hetgeïnformeerd testen bij de rijstmelk leidt tot een significant lagere score in vergelijking met de verwachte Discussie
  • 62. score. Wellicht geven de kinderen het product nog een kans bij de score voor verwachting, maar zijn ze tochniet zo voor de smaak te vinden.4.2 Sterktes van het huidige onderzoekDit onderzoek heeft als eerste in zijn soort een volledig beeld trachten te schetsen van de consumptie vanmelk en melkdranken bij kinderen. Er wordt in dit onderzoek dieper ingegaan op de perceptie die kinderenhebben over melk en melkdranken en ook de mogelijke rol van de ouders wordt bekeken. Daarnaast zijn erverschillende hypotheses onderzocht over de invloed van emoties, merk en sensorische eigenschappen op deconsumptie van melkdranken.Door het onderwerp kwantitatief te benaderen was het mogelijk om een omvangrijke steekproef te hebbenen betrouwbare data te verzamelen. Een grote meerwaarde is daarnaast de samenstelling van de steekproef.Door te werken met een groep van meer dan 500 kinderen, die in verschillende woonomgevingen leven enin verschillende onderwijsnetten schoollopen, is de populatie uitermate divers samengesteld.De enquêtes zijn afgenomen in de klas met de aanwezigheid van een titularis. Hierdoor was het mogelijk omde kinderen de bevraging in een vertrouwde omgeving te laten invullen. Bovendien ligt de drempel om deeigen mening te geven lager omdat er geen ouders in de buurt zijn en alles anoniem verwerkt werd.De toepassing van een herwerkte versie van de Food Choice Questionnaire is voor de eerste keer getest opkinderen. De twee voornaamste factoren die uit de factoranalyse naar voor komen, zijn verder onderzocht indeze masterproef om hun mogelijke invloed op de consumptie van melk en melkdranken te bepalen.Voor de allereerste keer is er in wetenschappelijk onderzoek nagegaan of verschillende merken ook leidentot verschillende emoties bij kinderen. Door te werken met melkdranken is er gebruik gemaakt vanvoedingsproducten waarmee de kinderen normaal vertrouwd mee zijn.Het bestuderen van de sensorische karakteristieken van de verschillende melkdranken kan leiden tot nieuweinzichten over welke sensorische attributen volgens kinderen van belang zijn bij melkdranken. Tot nu toe iser immers nog geen onderzoek gebeurd naar welke sensorische attributen van belang zijn bij kinderen dieniet lactose-intolerant zijn.Om de invloed van het merk na te gaan, is er bij sommige kinderen verkeerde informatie gegeven. Daardooris het mogelijk om te kijken of de invloed van een merk verder reikt dan het product zelf. Op deze wijze kaner eigenlijk ook gezien worden in hoeverre kinderen met een leeftijd van 9 à 12 jaar al beïnvloed zijn dooradvertenties.Een belangrijke meerwaarde ligt verder in de mogelijke toepassing van dit onderzoek in de praktijk. Degeschetste invloeden van het merk, emoties en sensorische eigenschappen kunnen gebruikt worden om deconsumptie te bevorderen en kunnen aanzetten tot een evaluatie van de subsidieregeling. Discussie
  • 63. 4.3 Beperkingen van het huidige onderzoekDe data uit de enquêtes kunnen wel eens niet overeenstemmen met de werkelijkheid doordat kinderen zakenverkeerd of niet invullen. Er kunnen daarvoor verschillende oorzaken zijn zoals een gebrek aan motivatie,eerlijkheid, goed geheugen, de onmogelijkheid tot antwoorden en de poging om sociaal wenselijk teantwoorden. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat er mogelijk fouten gemaakt zijn bij het manueel overtypenvan de antwoorden naar de computer.De steekproef is omwille van praktische en organisatorische redenen beperkt gebleven tot 2 regio’s enkinderen van het 4de tot en met 6de leerjaar. Indien er andere regio’s uit Vlaanderen betrokken zoudenworden, komen er mogelijk andere resultaten uit de bus. Daarnaast is in deze thesis gekozen om te werkenmet kinderen uit het 4de tot en met 6de leerjaar. Mogelijk leidt de uitbreiding tot andere leeftijdsgroepen totandere resultaten.In dit onderzoek komt de invloed van de ouders maar in beperkte mate aan bod. Mogelijks spelen de oudersop andere manieren dan onderzocht een rol. Daarnaast is er in deze thesis vooral gefocust op de invloed vanemoties, het merk en sensorische eigenschappen. Andere mogelijke invloedfactoren op de consumptie vanmelkdranken zijn niet onderzocht.De kinderen geven rechtstreeks aan hoeveel melk en melkdranken ze consumeren op een gewone dag.Indien er zou gewerkt worden met een dagboek van de voedingsinname zou het mogelijk zijn om tecontroleren of kinderen hun dagelijkse inname onder – of overschatten. Discussie
  • 64. 5 ConclusieDit onderzoek heeft allereerst de consumptie van melk en melkdranken in kaart gebracht. Meer jongens danmeisjes drinken melk en de jongens consumeren ook meer porties melk per dag. Een groot deel van dekinderen komt niet aan de aanbevolen dagelijkse inname van melkproducten en calciumverrijktesojaproducten, ook al worden melkdranken meegeteld bij de consumptie. De kinderen kiezen vooral zelf ommelk en melkdranken al dan niet te consumeren en ze drinken deze producten voornamelijk in familiale sfeer.Bij de dagdagelijkse keuze van voeding stellen de kinderen dat naast de sensorische eigenschappen vooral hetgezondheidsaspect belangrijk is. Toch drinken ze meer melkdranken die zij zelf als ongezonder bestempelenals melk. Aangezien de meeste kinderen de smaak van melkdranken beter vinden, lijkt het voor de handliggend dat de sensorische eigenschappen en dan vooral de smaak doorslaggevend zijn voor de keuze.Er is geen invloed gevonden tussen het aantal herkende merken en de hoeveelheid melkdranken die kinderenconsumeren. Dit ontkracht eerder onderzoek dat stelt dat promotie van een bepaald merk de consumptievan de volledige productcategorie doet stijgen. Het kan zijn dat er gewoon te weinig advertentie is van degekozen merken, want slechts 2 van de 6 merken worden door ongeveer de helft van de kinderen correctherkend.De verschillende merken roepen verschillende emoties op. Op basis van het soort emoties is het zelfsmogelijk de merken in verschillende categorieën in te delen. De 2 merken die het meest met positieveemoties worden geassocieerd door de kinderen, zijn ook het vaakst correct herkend. Aldus kan eerderonderzoek bevestigd worden dat merken via advertenties een positief beeld van zichzelf willen schetsen. Ditdient dan te leiden tot een associatie met positievere emoties.De verschillende producten hebben een verschillend sensorisch profiel. Bij de drie soorten chocolademelk,elk op basis van een andere melksoort, komt dit vooral tot uiting in de sensorische eigenschappen dieverband houden met de smaak. Bij de twee melkdranken met fruitsmaak situeren de verschillen zich eerderop het vlak van het uitzicht, geur en de textuur. Het is opmerkelijk dat er geen significante verschillen zijn bijde sensorische eigenschappen gelieerd aan de smaak. De melksoort wordt dus bij de melkdranken met eenfruitsmaak wellicht gemaskeerd door de sterkere fruitsmaak.Een merk heeft reeds bij kinderen een invloed op het algemene waardeoordeel over drie verschillendesoorten chocolademelk. Als kinderen aangeven dat ze een merk al eens hebben gedronken, dan ligt de scorevoor de verwachte appreciatie hoger. Daarnaast zorgt het merk waarvan meer dan 90% van de kinderenaangeven dat ze het ooit al gedronken hebben, voor een significant hogere waardering van elkechocolademelk in vergelijking met zowel de andere merken als het blind testen. Dit is van toepassing bij allestalen, dus ook bij de stalen op basis van een andere melksoort. Gezien de hogere waardering eengrootteorde van 1 à 1.5 betreft op een 7-punten hedonische schaal, is de invloed ontegensprekelijk groot. Conclusie
  • 65. 6 Ideeën voor verder onderzoekOm een volledig beeld te schetsen van de consumptie van melk en melkdranken kan het interessant zijn omde leeftijdsgroepen verder uit te breiden. Het kan immers boeiend zijn om te onderzoeken of jongerekinderen ook een gebrekkige inname van melk hebben en welke de redenen hiervoor zijn. Bij de ouderekinderen en adolescenten kan het interessant zijn om na te gaan of de invloedfactoren nog steeds van belangzijn en hoe de consumptie van melk en melkdranken zich verder ontwikkelt.Momenteel is het onderzoek beperkt tot 2 regio’s in Vlaanderen. Het onderzoek voeren met een beteregeografische spreiding kan nieuwe inzichten leveren. Daarnaast kan bestudeerd worden in hoeverre dezeresultaten ook van toepassing zijn voor kinderen in andere landen.De Food Choice Questionnaire is voor het eerst in Vlaanderen uitgevoerd met kinderen. Een replicatie isaangewezen om na te gaan of dezelfde bevindingen worden bekomen bij andere kinderen. Daarnaast kanverder onderzocht worden indien de bewering klopt dat de sensorische eigenschappen belangrijker zijn dande gezondheid en indien dit gelieerd is aan bepaalde voedingsproducten of in het algemeen geldt.De invloed van de emoties kan verder onderzocht worden voor andere producten. Is er nog steeds een linktussen de emoties en de merken als er andere producten worden gebruikt? Er kan ook bestudeerd worden ofer in het buitenland met andere, lokale merken, dezelfde resultaten worden bekomen.De sensorische attributen zijn in dit onderzoek bevraagd via een check-all-that-apply methode. In verderonderzoek kan eventueel onderzocht worden in hoeverre bepaalde sensorische karakteristieken aanwezig zijnop een hedonische puntenschaal. Daarnaast ligt er ook nog potentieel in het onderzoeken van welkesensorische karakteristieken het grootste effect hebben op de inname van melk en melkdranken bij kinderen.Er is in deze thesis geen onderzoek gebeurd naar een eventuele link tussen de sensorische attributen en deemoties omwille van praktische redenen. Aangezien er bij kinderen nog geen onderzoek gevoerd is naarmogelijke verbanden bij eender welk product, is dit nog volledig onbekend terrein voor wetenschappelijkonderzoek.De invloed van het merk op de waardering van het product is voor het eerst toegepast op melkdranken.Verder onderzoek zou kunnen kijken of dit ook van toepassing is voor andere producten die minder voor dehand liggen zoals water en fruit. Daarnaast zou onderzocht kunnen worden in hoeverre de EU-subsidieservoor zorgen dat kinderen de merken kennen van melk die in school verkrijgbaar is.Dit onderzoek gaat als eerste dieper in op de consumptie van zowel melk en melkdranken bij kinderen. Voorhet eerst wordt de invloed van emoties, het merk en sensorische eigenschappen nader bekeken bijmelkdranken. Verder onderzoek is echter aangewezen om de bevindingen in dit onderzoek uit te breidennaar andere leeftijdsgroepen en regio’s om een totaalbeeld te krijgen. Ideeën voor verder onderzoek
  • 66. ReferentiesAlpro (2012). "Als pionier in plantaardige voeding lanceert Alpro nu ook hazelnootdrink en amandelmelk ".Retrieved 05/04/2012, 2012, from http://corporate.alpro.com/fileadmin/www_alpro-soya_com/content/corp.alpro-soya.com/Press_corner/Alpro_Persbericht.pdf.Andreyeva, T., I. R. Kelly, et al. (2011). "Exposure to food advertising on television: Associations withchildrens fast food and soft drink consumption and obesity." Economics & Human Biology 9(3): 221-233.Arredondo, E., D. Castaneda, et al. (2009). "Brand Name Logo Recognition of Fast Food and Healthy Foodamong Children." Journal of Community Health 34(1): 73-78.Baxter, I. A., M. J. A. Schroder, et al. (2000). "Childrens perceptions of and preferences for vegetables inthe West of Scotland: The role of demographic factors." Journal of Sensory Studies 15(4): 361-381.Belgische Cardiologische Liga (2011). Retrieved 28/10/2011, 2011, fromhttp://www.liguecardiologique.be/nl/01_hypertension.cfm.Berg, C., I. Jonsson, et al. (2000). "Understanding choice of milk and bread for breakfast among Swedishchildren aged 11-15 years: an application of the Theory of Planned Behaviour." Appetite 34(1): 5-19.Birch, L. L. (1999). "Development of food preferences." Annual Review of Nutrition 19: 41-62.Boyland, E. J., J. A. Harrold, et al. (2011). "Food Commercials Increase Preference for Energy-DenseFoods, Particularly in Children Who Watch More Television." Pediatrics 128(1): E93-E100.Brug, J., N. I. Tak, et al. (2008). "Taste preferences, liking and other factors related to fruit and vegetableintakes among schoolchildren: results from observational studies." British Journal of Nutrition 99: S7-S14.Brug, J., M. M. van Stralen, et al. (2012). "Differences in Weight Status and Energy-Balance RelatedBehaviors among Schoolchildren across Europe: The ENERGY-Project." PLoS ONE 7(4): e34742.Buijzen, M., J. Schuurman, et al. (2008). "Associations between childrens television advertising exposureand their food consumption patterns: A household diary-survey study." Appetite 50(2-3): 231-239.Buysse, J., W. Verbeke, et al. (2011). Applied Rural Economic Research Methods. Universiteit Gent. Gent.Coon, K. A. and K. L. Tucker (2002). "Television and childrens consumption patterns. A review of theliterature." Minerva pediatrica 54(5): 423-436.Cornwell, T. B. and A. R. McAlister (2011). "Alternative thinking about starting points of obesity. ReferentiesDevelopment of child taste preferences." Appetite 56(2): 428-439.
  • 67. Croll, J. K., D. Neumark-Sztainer, et al. (2001). "Healthy Eating: What Does It Mean to Adolescents?"Journal of Nutrition Education 33(4): 193-198.De Henauw, S., V. Verbestel, et al. (2011). "The IDEFICS community-oriented intervention programme: anew model for childhood obesity prevention in Europe[quest]." Int J Obes 35(S1): S16-S23.Desmet, P. M. A. and H. N. J. Schifferstein (2008). "Sources of positive and negative emotions in foodexperience." Appetite 50(2-3): 290-301.Dixon, H. G., M. L. Scully, et al. (2007). "The effects of television advertisements for junk food versusnutritious food on childrens food attitudes and preferences." Social Science & Medicine 65(7): 1311-1323.E.U. (2008). "Commission launches EU school milk campaign." Retrieved 20/10/2011, 2011, fromhttp://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=IP/08/1545.Eertmans, A., A. Victoir, et al. (2005). "Food-related personality traits, food choice motives and food intake:Mediator and moderator relationships." Food Quality and Preference 16(8): 714-726.Fitzgerald, A., C. Heary, et al. (2010). "Factors influencing the food choices of Irish children and adolescents:a qualitative investigation." Health Promotion International 25(3): 289-298.Fonseca, H., M. Gaspar de Matos, et al. (2009). "Emotional, behavioural and social correlates of missingvalues for BMI." Archives of Disease in Childhood 94(2): 104-109.Forman, J., J. C. G. Halford, et al. (2009). "Food branding influences ad libitum intake differently inchildren depending on weight status. Results of a pilot study." Appetite 53(1): 76-83.FrieslandCampina (2012). "FrieslandCampina jaarverslag 2011." Retrieved 03/04/2012, 2012, fromhttp://www.frieslandcampina.com/nederlands/about-us/financial/~/media/9C69713BD353487D963F962D143DD762.ashx.Gabriel, K. R. (1971). "BIPLOT GRAPHIC DISPLAY OF MATRICES WITH APPLICATION TOPRINCIPAL COMPONENT ANALYSIS." Biometrika 58(3): 453-&.Guinard, J. X. (2000). "Sensory and consumer testing with children." Trends in Food Science & Technology11(8): 273-283.Halford, J. C. G., E. J. Boyland, et al. (2007). "Beyond-brand effect of television (TV) foodadvertisements/commercials on caloric intake and food choice of 5–7-year-old children." Appetite 49(1):263-267. Referenties
  • 68. Halford, J. C. G., J. Gillespie, et al. (2004). "Effect of television advertisements for foods on foodconsumption in children." Appetite 42(2): 221-225.Harris, J. L., J. A. Bargh, et al. (2009). "Priming Effects of Television Food Advertising on EatingBehavior." Health Psychology 28(4): 404-413.Hastings, G. M., L. Stead, et al. (2003). Review of the Research on the Effects of Food Promotion tochildren.Report for the Food Standard Agency, Centre for Social Marketing. Glasgow, University of Strathclyde.Hulens, M., G. Beunen, et al. (2001). "Trends in BMI among Belgian children, adolescents and adults from1969 to 1996." International Journal of Obesity 25(3): 395-399.Inex (2012). "Producten: melkdranken." Retrieved 05/04/2012, 2012, fromhttp://inex.be/nl/products/melkdranken.Janssen, I., P. T. Katzmarzyk, et al. (2005). "Comparison of overweight and obesity prevalence in school-aged youth from 34 countries and their relationships with physical activity and dietary patterns." ObesityReviews 6(2): 123-132.Januszewska, R., Z. Pieniak, et al. (2012). "Food choice questionnaire revisited in four countries. Does itstill measure the same?" Appetite 58(2): 776-776.Johnson, R. K., C. Frary, et al. (2002). "The nutritional consequences of flavored-milk consumption byschool-aged children and adolescents in the United States." Journal of the American Dietetic Association102(6): 853-856.Jones, S. C. and L. Kervin (2011). "An experimental study on the effects of exposure to magazineadvertising on childrens food choices." Public Health Nutrition 14(8): 1337-1344.Kelly, B., J. C. G. Halford, et al. (2010). "Television Food Advertising to Children: A Global Perspective."American Journal of Public Health 100(9): 1730-1736.Kildegaard, H., M. M. Lokke, et al. (2011). "EFFECT OF INCREASED FRUIT AND FAT CONTENT INAN ACIDIFIED MILK PRODUCT ON PREFERENCE, LIKING AND WANTING IN CHILDREN."Journal of Sensory Studies 26(3): 226-236.King, S. C. and H. L. Meiselman (2010). "Development of a method to measure consumer emotionsassociated with foods." Food Quality and Preference 21(2): 168-177. ReferentiesKonstantynowicz, J., T. V. Nguyen, et al. (2007). "Fractures during growth: potential role of a milk-freediet." Osteoporosis International 18(12): 1601-1607.
  • 69. Kopelman, C. A., L. M. Roberts, et al. (2007). "Advertising of food to children: is brand logo recognitionrelated to their food knowledge, eating behaviours and food preferences?" Journal of Public Health 29(4):358-367.Kranz, S., P. J. Lin, et al. (2007). "Childrens dairy intake in the United States: Too little, too fat?" Journalof Pediatrics 151(6): 642-646.Kuhn, B. F. and A. K. Thybo (2001). "The influence of sensory and physiochemical quality on Danishchildrens preferences for apples." Food Quality and Preference 12(8): 543-550.Landbouwleven (2011). "Gouden Effie-award voor melkcampagne." Retrieved 10/12/2011, 2011, fromhttp://www.landbouwleven.be/nl/article/gouden-effie-award-voor-melkcampagne/12081.aspx.Lanfer, A., K. Knof, et al. (2011). "Taste preferences in association with dietary habits and weight status inEuropean children: results from the IDEFICS study." Int J Obes.Larson, N. I., M. Story, et al. (2006). "Calcium and dairy intakes of adolescents are associated with theirhome environment, taste preferences, personal health beliefs, and meal patterns." Journal of the AmericanDietetic Association 106(11): 1816-1824.Lavin, J. G. and H. T. Lawless (1998). "Effects of color and odor on judgments of sweetness among childrenand adults." Food Quality and Preference 9(4): 283-289.Lobstein, T., L. Baur, et al. (2004). "Obesity in children and young people: a crisis in public health."Obesity Reviews 5: 4-85.MacDonald, H. B. (2008). "Dairy nutrition: What we knew then to what we know now." InternationalDairy Journal 18(7): 774-777.McKinley, M. C., C. Lowis, et al. (2005). "Its good to talk: childrens views on food and nutrition."European Journal of Clinical Nutrition 59(4): 542-551.Murphy, M. M., J. S. Douglass, et al. (2008). "Drinking flavored or plain milk is positively associated withnutrient intake and is not associated with adverse effects on weight status in US children and adolescents."Journal of the American Dietetic Association 108(4): 631-639.Must, A. and R. S. Strauss (1999). "Risks and consequences of childhood and adolescent obesity."International Journal of Obesity 23: S2-S11.Neumark-Sztainer, D., M. Story, et al. (1999). "Factors Influencing Food Choices of Adolescents: Findings Referentiesfrom Focus-Group Discussions with Adolescents." Journal of the American Dietetic Association 99(8): 929-937.
  • 70. Nicklas, T. A. (2003). "Calcium intake trends and health consequences from childhood through adulthood."Journal of the American College of Nutrition 22(5): 340-356.Nielsen, S. J. and B. M. Popkin (2004). "Changes in beverage intake between 1977 and 2001." AmericanJournal of Preventive Medicine 27(3): 205-210.Nieves, J. W., A. L. Golden, et al. (1995). "Teenage and current calcium intake are related to bone-mineraldensity of the hip and forearm in women aged 30-39 years." American Journal of Epidemiology 141(4): 342-351.Noble, C., M. Corney, et al. (2000). "Food choice and school meals: primary schoolchildrens perceptionsof the healthiness of foods and the nutritional implications of food choices." International Journal ofHospitality Management 19(4): 413-432.Novotny, R., J.-S. Han, et al. (1999). "Motivators and Barriers to Consuming Calcium-Rich Foods amongAsian Adolescents in Hawaii." Journal of Nutrition Education 31(2): 99-104.Ottoy, J.-P. and O. Thas (2009). Statistische dataverwerking. Universiteit Gent. Gent.Palacios, O. M., J. Badran, et al. (2010). "Measuring Acceptance of Milk and Milk Substitutes AmongYounger and Older Children." Journal of Food Science 75(9): S522-S526.Pliner, P. and S. J. Salvy (2006). Food neophobia in humans. The psychology of food choice R. Shepherd andM. Raats. Wallingford, UK, CABI: 75-92.Poelman, A. A. M. and C. M. Delahunty (2011). "The effect of preparation method and typicality of colouron childrens acceptance for vegetables." Food Quality and Preference 22(4): 355-364.Popkin, B. M. (2010). "Patterns of beverage use across the lifecycle." Physiology & Behavior 100(1): 4-9.Popper, R. and J. J. Kroll (2005). "Issues and viewpoints - Conducting sensory research with children."Journal of Sensory Studies 20(1): 75-87.Rice Dream (2012). "Dream gamma." Retrieved 05/04/2012, 2012, from http://www.ricedream.eu/be-nl/products.Robinson, T. N., D. L. G. Borzekowski, et al. (2007). "Effects of fast food branding on young childrenstaste preferences." Archives of Pediatrics & Adolescent Medicine 161(8): 792-797. ReferentiesRoos, E., R. Lehto, et al. (2012). "Parental family food choice motives and childrens food intake." FoodQuality and Preference 24(1): 85-91.
  • 71. Sandberg, H. (2011). "Tiger talk and candy king: Marketing of unhealthy food and beverages to Swedishchildren." Communications-European Journal of Communication Research 36(2): 217-244.Savica, V., G. Bellinghieri, et al. (2010). The Effect of Nutrition on Blood Pressure. Annual Review ofNutrition, Vol 30. R. J. Cousins. Palo Alto, Annual Reviews. 30: 365-401.Schifferstein, H. N. J. and P. M. A. Desmet (2010). "Hedonic asymmetry in emotional responses toconsumer products." Food Quality and Preference 21(8): 1100-1104.Singh, A. S., C. Mulder, et al. (2008). "Tracking of childhood overweight into adulthood: a systematicreview of the literature." Obesity Reviews 9(5): 474-488.Slaughter, V. and C. Ting (2010). "Development of ideas about food and nutrition from preschool touniversity." Appetite 55(3): 556-564.Sosa, M. and G. Hough (2006). "Sensory expectations of children from different household incomes for abranded confectionary product." Journal of Sensory Studies 21(2): 155-164.Squire, H. (2012). Schoolmelk. J. Schouteten.Steptoe, A., T. M. Pollard, et al. (1995). "Development of a measure of the motives underlying theselection of food - The Food Choice Questionnaire." Appetite 25(3): 267-284.Stevenson, C., G. Doherty, et al. (2007). "Adolescents’ views of food and eating: Identifying barriers tohealthy eating." Journal of Adolescence 30(3): 417-434.Stitt, C. and D. Kunkel (2008). "Food Advertising During Childrens Television Programming on Broadcastand Cable Channels." Health Communication 23(6): 573-584.Story, M. and S. French (2004). "Food Advertising and Marketing Directed at Children and Adolescents inthe US." International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity 1(1): 3.Swinburn, B., G. Egger, et al. (1999). "Dissecting obesogenic environments: The development andapplication of a framework for identifying and prioritizing environmental interventions for obesity."Preventive Medicine 29(6): 563-570.Taylor, J. P., S. Evers, et al. (2005). "Determinants of healthy eating in children and youth." CanadianJournal of Public Health-Revue Canadienne De Sante Publique 96: S20-S26. ReferentiesThomson, D. M. H., C. Crocker, et al. (2010). "Linking sensory characteristics to emotions: An exampleusing dark chocolate." Food Quality and Preference 21(8): 1117-1125.
  • 72. Vadiveloo, M., L. Zhu, et al. (2009). "Diet and Physical Activity Patterns of School-Aged Children." Journalof the American Dietetic Association 109(1): 145-151.Vanselow, M. S., M. A. Pereira, et al. (2009). "Adolescent beverage habits and changes in weight over time:findings from Project EAT." American Journal of Clinical Nutrition 90(6): 1489-1495.Varela, P., G. Ares, et al. (2010). "Influence of brand information on consumers expectations and liking ofpowdered drinks in central location tests." Food Quality and Preference 21(7): 873-880.Verraes, C. (2010). Eetgedrag van kinderen in Vlaanderen. Agricultural economics. Ghent, GhentUniversity. MSc. in de Bio-ingenieurswetenschappen: Levensmiddelenwetenschappen envoeding: 60.Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (2004). "Vlaamse groeicurven." Retrieved 20/01/2012, 2012,from http://www.zorg-en-gezondheid.be.Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie vzw (2012). De actieve voedingsdriehoek:een praktische voedings- en beweeggids: 108.Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepromotie vzw (2012). "Voedingsdriehoek." Retrieved27/11/2011, 2011, from www.vigez.be.Vlaamse Overheid - Landbouw en Visserij (2007). "Subsidie schoolmelk." Retrieved 23/10/2011, 2011,from http://lv.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?id=133.VLAM (2009). "Bronzen leeuw voor melk." Retrieved 10/12/2011, 2011, fromhttp://www.pers.vlam.be/detail.phtml?id=776.VLAM (2011). "Melkcampagne ruilt dansvloer voor tuin en garage." Retrieved 10/12/2011, 2011, fromhttp://www.pers.vlam.be/detail.phtml?id=1249.Wang, Y. and T. Lobstein (2006). "Worldwide trends in childhood overweight and obesity." InternationalJournal of Pediatric Obesity 1(1): 11-25.Wansink, B. and S. B. Park (2002). "Sensory suggestiveness and labeling: Do soy labels bias taste?" Journalof Sensory Studies 17(5): 483-491.WHO and FAO (2002). "Joint WHO/FAO Expert Consultation on Diet, Nutrition and the Prevention ofChronic Diseases." Retrieved 09/11/2011, 2011, fromhttp://www.fao.org/DOCREP/005/AC911E/ac911e07.htm#bm07. Referenties
  • 73. Wijnen, K., W. Janssens, et al. (2002). Marktonderzoek in de praktijk. Gebruik en interpretatie vanstatistische procedures met behulp van SPSS. Antwerpen, Garant.WIV (2010). "Gezondheidsenquête 2008." Retrieved 09/11/2011, 2011, from https://www.wiv-isp.be/epidemio/epinl/CROSPNL/HISNL/TABLE08.HTM.Yannakoulia, M., I. Ntalla, et al. (2010). "Consumption of Vegetables, Cooked Meals, and Eating Dinner isNegatively Associated with Overweight Status in Children." Journal of Pediatrics 157(5): 815-820.Zeinstra, G. G., M. A. Koelen, et al. (2010). "The influence of preparation method on childrens liking forvegetables." Food Quality and Preference 21(8): 906-914. Referenties
  • 74. 7 AppendixBijlage 1: ToestemmingsformulierBeste ouder of voogd,Ik zou graag enkele minuten van uw tijd vragen om deze brief te lezen en de vragen in te vullen.Momenteel volg ik mijn 2e master Bio-ingenieurswetenschappen met als afstudeerrichting levensmiddelenwetenschappen envoeding. Mijn thesis wordt begeleid door prof. dr. Xavier Gellynck en ir. Sara De Pelsmaeker.Tijdens deze thesis voer ik een onderzoek naar de consumptie van melkdranken (melk met een bepaalde smaak zoalschocolade, vanille,…) en welke factoren er een invloed hebben op deze melkinname. Het onderzoek betreft kinderen vanhet 4e tot en met 6e leerjaar. Voor het onderzoek, dat kadert in een gezond voedingspatroon bij kinderen, zal er tweemaaleen moment tijdens de lesuren gereserveerd worden en zullen de kinderen klassikaal deelnemen.Dit onderzoek is niet commercieel gericht en alle informatie zal anoniem verwerkt worden. De resultaten van het onderzoekworden ter beschikking gesteld van de school en ook u kan hierin inzage krijgen als u dat wenst.Mag uw kind deelnemen aan het onderzoek?☐ja ☐neeWenst u de resultaten van het onderzoek te ontvangen?☐ja ☐neeIndien u ja geantwoord heeft, vul dan uw e-mailadres in:……………………………………………………………………………………………………………………Is uw kind lactose-intolerant of heeft uw kind voedselallergieën of negatieve reacties ten opzichte van bepaaldemelkproducten?☐ja ☐neeWat is de lengte van uw kind?………………………………………..mWat is het gewicht van uw kind?………………………………………..kg Alvast bedankt voor uw medewerking! Joachim Schouteten Appendix
  • 75. Bijlage 2: Bevraging onderzoek deel 1 Vragenlijst melkdranken (1)1. Ben je lactose-intolerant of heb je voedselallergieën of negatieve reacties ten opzichte van bepaalde melkproducten? ☐Ja ☐Nee2. Drink je melkdranken (melk met bepaalde smaak zoals chocolade, fruit, vanille,…)? ☐Ja ☐Nee3. Drink je melk? ☐Ja ☐Nee4. Welke soort melk drink je het liefst? (slechts 1 antwoord mogelijk) ☐Gewone melk ☐Sojamelk ☐Rijstmelk5. Welke smaak van melk(dranken) drink je het liefst? (slechts 1 antwoord mogelijk) ☐Natuurlijke melksmaak ☐Chocolade ☐Fruit ☐Vanille ☐Andere Indien andere, welke smaak drink je dan het liefst?6. Hoe vaak drink je een melkdrank op een gewone dag? ☐Minder dan 1 portie per dag ☐1 portie per dag ☐2 porties per dag ☐3 porties per dag ☐4 porties per dag ☐5 porties per dag Appendix ☐Meer dan 5 porties per dag
  • 76. 7. Hoe vaak drink je melk op een gewone dag? ☐Minder dan 1 portie per dag ☐1 portie per dag ☐2 porties per dag ☐3 porties per dag ☐4 porties per dag ☐5 porties per dag ☐Meer dan 5 porties per dag8. Welke drank drink je meestal tijdens de speeltijd? (slechts 1 antwoord mogelijk) ☐Geen drank ☐Water ☐Melk(drank) ☐Fruitsap ☐Frisdrank9. Waar drink je melk? (meerdere antwoorden mogelijk) ☐Thuis ☐School ☐Vrienden ☐Sportclub ☐Grootouders ☐Bij familie ☐Andere Indien andere, waar drink je melk?10. Door wie drink je melk(dranken) of wie geeft jou melk(dranken)? (meerdere antwoorden mogelijk) ☐Uit mijzelf ☐Ouders ☐Grootouders ☐Leerkracht ☐Vrienden ☐Andere Indien andere, door wie drink je melk of wie geeft jou melk?In het volgende deel van de bevraging zullen we verschillende logo’s van merken tonen. Het is de bedoeling om als je eenlogo herkent, je dan aanduidt bij welk product het past. Let op, het kan zijn dat er geen enkele afbeelding bij een logo past Appendixof dat er meerdere afbeeldingen bij een logo passen.
  • 77. Met welke soort melk associeer je dit logo? (slechts 1 antwoord mogelijk)☐Gewone melk☐Sojamelk☐RijstmelkMet welke smaak van melkdranken associeer je dit logo? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Natuurlijke melksmaak☐Chocolade☐Fruit☐Vanille☐AndereIndien andere, met welke andere smaak precies?Bij welke van onderstaande afbeelding(en) past dit logo?☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Als je kijkt naar het logo, welke emoties komen dan in jou op? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Actief ☐Energiek ☐Lelijk ☐Teleurstelling☐Amusant ☐Gelukkig ☐Ontevredenheid ☐Verbaasd☐Blij ☐Gezellig ☐Plezier ☐Verlangen☐Boos ☐Kalm ☐Saai ☐Vriendelijk☐Droevig ☐Kinderachtig ☐Slecht ☐Walging Appendix
  • 78. Met welke soort melk associeer je dit logo? (slechts 1 antwoord mogelijk)☐Gewone melk☐Sojamelk☐RijstmelkMet welke smaak van melkdranken associeer je dit logo? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Natuurlijke melksmaak☐Chocolade☐Fruit☐Vanille☐AndereIndien andere, met welke andere smaak precies?Bij welke van onderstaande afbeelding(en) past dit logo?☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Als je kijkt naar het logo, welke emoties komen dan in jou op? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Actief ☐Energiek ☐Lelijk ☐Teleurstelling☐Amusant ☐Gelukkig ☐Ontevredenheid ☐Verbaasd☐Blij ☐Gezellig ☐Plezier ☐Verlangen☐Boos ☐Kalm ☐Saai ☐Vriendelijk☐Droevig ☐Kinderachtig ☐Slecht ☐Walging Appendix
  • 79. Met welke soort melk associeer je dit logo? (slechts 1 antwoord mogelijk)☐Gewone melk☐Sojamelk☐RijstmelkMet welke smaak van melkdranken associeer je dit logo? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Natuurlijke melksmaak☐Chocolade☐Fruit☐Vanille☐AndereIndien andere, met welke andere smaak precies?Bij welke van onderstaande afbeelding(en) past dit logo?☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Als je kijkt naar het logo, welke emoties komen dan in jou op? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Actief ☐Energiek ☐Lelijk ☐Teleurstelling☐Amusant ☐Gelukkig ☐Ontevredenheid ☐Verbaasd☐Blij ☐Gezellig ☐Plezier ☐Verlangen☐Boos ☐Kalm ☐Saai ☐Vriendelijk☐Droevig ☐Kinderachtig ☐Slecht ☐Walging Appendix
  • 80. Met welke soort melk associeer je dit logo? (slechts 1 antwoord mogelijk)☐Gewone melk☐Sojamelk☐RijstmelkMet welke smaak van melkdranken associeer je dit logo? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Natuurlijke melksmaak☐Chocolade☐Fruit☐Vanille☐AndereIndien andere, met welke andere smaak precies?Bij welke van onderstaande afbeelding(en) past dit logo?☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Als je kijkt naar het logo, welke emoties komen dan in jou op? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Actief ☐Energiek ☐Lelijk ☐Teleurstelling☐Amusant ☐Gelukkig ☐Ontevredenheid ☐Verbaasd☐Blij ☐Gezellig ☐Plezier ☐Verlangen☐Boos ☐Kalm ☐Saai ☐Vriendelijk☐Droevig ☐Kinderachtig ☐Slecht ☐Walging Appendix
  • 81. Met welke soort melk associeer je dit logo? (slechts 1 antwoord mogelijk)☐Gewone melk☐Sojamelk☐RijstmelkMet welke smaak van melkdranken associeer je dit logo? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Natuurlijke melksmaak☐Chocolade☐Fruit☐Vanille☐AndereIndien andere, met welke andere smaak precies?Bij welke van onderstaande afbeelding(en) past dit logo?☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Als je kijkt naar het logo, welke emoties komen dan in jou op? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Actief ☐Energiek ☐Lelijk ☐Teleurstelling☐Amusant ☐Gelukkig ☐Ontevredenheid ☐Verbaasd☐Blij ☐Gezellig ☐Plezier ☐Verlangen☐Boos ☐Kalm ☐Saai ☐Vriendelijk☐Droevig ☐Kinderachtig ☐Slecht ☐Walging Appendix
  • 82. Met welke soort melk associeer je dit logo? (slechts 1 antwoord mogelijk)☐Gewone melk☐Sojamelk☐RijstmelkMet welke smaak van melkdranken associeer je dit logo? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Natuurlijke melksmaak☐Chocolade☐Fruit☐Vanille☐AndereIndien andere, met welke andere smaak precies?Bij welke van onderstaande afbeelding(en) past dit logo?☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Als je kijkt naar het logo, welke emoties komen dan in jou op? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Actief ☐Energiek ☐Lelijk ☐Teleurstelling☐Amusant ☐Gelukkig ☐Ontevredenheid ☐Verbaasd☐Blij ☐Gezellig ☐Plezier ☐Verlangen☐Boos ☐Kalm ☐Saai ☐Vriendelijk☐Droevig ☐Kinderachtig ☐Slecht ☐Walging Appendix
  • 83. Het is de bedoeling dat je per product alles aankruist wat volgens jou van toepassing is.Kijk naar staal 313 en kruis aan wat je belangrijk vindt aan het uitzicht.☐Donker uitzicht ☐Helderheid ☐Natuurlijk☐Glanzend ☐Kleur ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Ruik aan staal 313 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de geur.☐Bitter ☐Melk ☐Zout☐Chocolade ☐Vanille ☐Zuur☐Fruit ☐Zoet ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Proef staal 313 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de textuur.☐Korrelig ☐Romig ☐VloeibaarProef staal 313 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de smaak.☐Bitter ☐Melk ☐Vettig☐Chocolade ☐Metaal ☐Zoet☐Fruit ☐Nasmaak ☐Zout☐Karton ☐Vanille ☐Zuur☐Karamel ☐Verhit ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Drink een beetje water en begin met de evaluatie van product 527.Kijk naar staal 527 en kruis aan wat je belangrijk vindt aan het uitzicht.☐Donker uitzicht ☐Helderheid ☐Natuurlijk☐Glanzend ☐Kleur ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Ruik aan staal 527 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de geur.☐Bitter ☐Melk ☐Zout☐Chocolade ☐Vanille ☐Zuur☐Fruit ☐Zoet ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Proef staal 527 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de textuur.☐Korrelig ☐Romig ☐VloeibaarProef staal 527 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de smaak.☐Bitter ☐Melk ☐Vettig☐Chocolade ☐Metaal ☐Zoet☐Fruit ☐Nasmaak ☐Zout☐Karton ☐Vanille ☐Zuur☐Karamel ☐Verhit ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in) Appendix
  • 84. Het is de bedoeling dat je per product alles aankruist wat volgens jou van toepassing is.Kijk naar staal 412 en kruis aan wat je belangrijk vindt aan het uitzicht.☐Donker uitzicht ☐Helderheid ☐Natuurlijk☐Glanzend ☐Kleur ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Ruik aan staal 412 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de geur.☐Bitter ☐Melk ☐Zout☐Chocolade ☐Vanille ☐Zuur☐Fruit ☐Zoet ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Proef staal 412 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de textuur.☐Korrelig ☐Romig ☐VloeibaarProef staal 412 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de smaak.☐Bitter ☐Melk ☐Vettig☐Chocolade ☐Metaal ☐Zoet☐Fruit ☐Nasmaak ☐Zout☐Karton ☐Vanille ☐Zuur☐Karamel ☐Verhit ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in) Appendix
  • 85. Het is de bedoeling dat je per product alles aankruist wat volgens jou van toepassing is.Kijk naar staal 237 en kruis aan wat je belangrijk vindt aan het uitzicht.☐Donker uitzicht ☐Helderheid ☐Natuurlijk☐Glanzend ☐Kleur ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Ruik aan staal 237 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de geur.☐Bitter ☐Melk ☐Zout☐Chocolade ☐Vanille ☐Zuur☐Fruit ☐Zoet ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Proef staal 237 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de textuur.☐Korrelig ☐Romig ☐VloeibaarProef staal 237 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de smaak.☐Bitter ☐Melk ☐Vettig☐Chocolade ☐Metaal ☐Zoet☐Fruit ☐Nasmaak ☐Zout☐Karton ☐Vanille ☐Zuur☐Karamel ☐Verhit ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Drink een beetje water en begin met de evaluatie van product 841.Kijk naar staal 841 en kruis aan wat je belangrijk vindt aan het uitzicht.☐Donker uitzicht ☐Helderheid ☐Natuurlijk☐Glanzend ☐Kleur ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Ruik aan staal 841 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de geur.☐Bitter ☐Melk ☐Zout☐Chocolade ☐Vanille ☐Zuur☐Fruit ☐Zoet ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in)Proef staal 841 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de textuur.☐Korrelig ☐Romig ☐VloeibaarProef staal 841 en kruis aan wat je belangrijk vindt van de smaak.☐Bitter ☐Melk ☐Vettig☐Chocolade ☐Metaal ☐Zoet☐Fruit ☐Nasmaak ☐Zout☐Karton ☐Vanille ☐Zuur☐Karamel ☐Verhit ☐……………………….. (Vul eventueel zelf in) Appendix
  • 86. Voor voeding die ik op een gewone dag eet, is het belangrijk dat Helemaal niet Niet Geen mening Akkoord Helemaal akkoord akkoord akkoordHet natuurlijke ☐ ☐ ☐ ☐ ☐ingrediënten bevatHet lekker smaakt ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Ik het al ken ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Het voedzaam is ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Het me vrolijk maakt ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Het lekker ruikt ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Het voldoende ☐ ☐ ☐ ☐ ☐vitamines enmineralen bevatHet een goede ☐ ☐ ☐ ☐ ☐textuur heeftHet me wakker houdt ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Het geen kunstmatige ☐ ☐ ☐ ☐ ☐voedingsstoffen bevatHet er goed uitziet ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Het mij gezond houdt ☐ ☐ ☐ ☐ ☐Het mij goed doet ☐ ☐ ☐ ☐ ☐voelenHet iets is wat ik ☐ ☐ ☐ ☐ ☐normaal eet Appendix
  • 87. Nu volgt nog een kort algemeen deel.Voor voeding die ik op een gewone dag eet, is het belangrijk datHoe oud ben je?☐8 jaar☐9 jaar☐10 jaar☐11 jaar☐12 jaar☐13 jaarWat is jouw lengte?……………………….mWat is jouw gewicht?………………………..kgWelk geslacht?☐Jongen☐MeisjeWaar woon je?☐Platteland☐Stad Appendix
  • 88. Bijlage 3: Bevraging onderzoek deel 2 Vragenlijst melkdranken (2)Bent je lactose-intolerant of heb je voedselallergieën of negatieve reacties ten opzichte van bepaaldemelk- of sojaproducten? ☐Ja ☐NeeProef staal 268. Wat is jouw algemene mening? Helemaal Niet lekker Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekker niet lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Drink een beetje water en eet een stuk van het koekje.Proef staal 795 Wat is jouw algemene mening? Helemaal Niet lekker Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekker niet lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Drink een beetje water en eet een stuk van het koekje.Proef staal 423. Wat is jouw algemene mening? Helemaal Niet lekker Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekker niet lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Drink een beetje water en eet een stuk van het koekje.Rangschik volgens jouw algemene mening staal 268, 795 en 423 van beste naar slechtste. Beste ……………….. Middelste ……………….. Slechtste ………………… Appendix
  • 89. Bekijk brik 1Wat verwacht je dat jouw algemene mening over dit product zal zijn?Helemaal niet Niet Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekkerlekker lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Heb je dit ooit al gedronken?☐Ja ☐Nee Indien Ja, hoe lang is dit al geleden? ☐ Meer dan 1 jaar ☐ Tussen 6 maanden en 1 jaar ☐ Tussen 1 maand en 6 maanden ☐ Tussen 1 week en 1 maand ☐ Minder dan 1 weekBekijk brik 2Wat verwacht je dat jouw algemene mening over dit product zal zijn? Helemaal Niet lekker Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekker niet lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Heb je dit ooit al gedronken?☐Ja ☐Nee Indien Ja, hoe lang is dit al geleden? ☐ Meer dan 1 jaar ☐ Tussen 6 maanden en 1 jaar ☐ Tussen 1 maand en 6 maanden ☐ Tussen 1 week en 1 maand ☐ Minder dan 1 week Appendix
  • 90. Bekijk brik 3Wat verwacht je dat jouw algemene mening over dit product zal zijn?Helemaal niet Niet Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekkerlekker lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Heb je dit ooit al gedronken?☐Ja ☐Nee Indien Ja, hoe lang is dit al geleden? ☐ Meer dan 1 jaar ☐ Tussen 6 maanden en 1 jaar ☐ Tussen 1 maand en 6 maanden ☐ Tussen 1 week en 1 maand ☐ Minder dan 1 weekRangschik volgens jouw verwachte algemene mening brik 1, brik 2 en brik 3 van beste naarslechtste. Beste …………………………………………………………………… Middelste …………………………………………………………………… Slechtste …………………………………………………………………… Appendix
  • 91. Het volgende deel is een algemeen deel. Lees goed de vragen en vul zo goed mogelijk alles in.Hoe vaak drink je melk en melkdranken op een gewone dag?☐Minder dan 1 portie per dag☐1 portie per dag☐2 porties per dag☐3 porties per dag☐4 porties per dag☐5 porties per dag☐Meer dan 5 porties per dagWaar drink je melkdranken? (meerdere antwoorden mogelijk)☐Thuis☐School☐Vrienden☐Sportclub☐Grootouders☐Bij familie☐AndereIndien andere, waar drink je melkdranken?Ik denk dat melk…Gezond is 1 2 3 4 5 6 7 Ongezond isHeel lekker is 1 2 3 4 5 6 7 Helemaal niet lekker isEen goede bron van 1 2 3 4 5 6 7 Geen goede bron vancalcium is calcium isEen laag vetpercentage 1 2 3 4 5 6 7 Een hoogheeft vetpercentage heeftGoed is tegen de 1 2 3 4 5 6 7 Niet goed is tegen dehonger hongerWeinig vitamines heeft 1 2 3 4 5 6 7 Veel vitamines heeftVoedzaam is 1 2 3 4 5 6 7 Helemaal niet voedzaam isGeen natuurlijke 1 2 3 4 5 6 7 Natuurlijkeingrediënten bevat ingrediënten bevat Appendix
  • 92. Ik denk dat een melkdrank…Gezond is 1 2 3 4 5 6 7 Ongezond isHeel lekker is 1 2 3 4 5 6 7 Helemaal niet lekker isEen goede bron van 1 2 3 4 5 6 7 Geen goede bron vancalcium is calcium isEen laag vetpercentage 1 2 3 4 5 6 7 Een hoogheeft vetpercentage heeftGoed is tegen de 1 2 3 4 5 6 7 Niet goed is tegen dehonger hongerWeinig vitamines heeft 1 2 3 4 5 6 7 Veel vitamines heeftVoedzaam is 1 2 3 4 5 6 7 Helemaal niet voedzaam isGeen natuurlijke 1 2 3 4 5 6 7 Natuurlijkeingrediënten bevat ingrediënten bevatDe volgende stellingen gaan over melk. Altijd Neutraal NooitHoe vaak drinken jouw ouders 1 2 3 4 5 6 7melk?Hoe vaak is er thuis melk aanwezig? 1 2 3 4 5 6 7Hoe vaak zetten jouw ouders melk 1 2 3 4 5 6 7op tafel?De volgende stellingen gaan over melkdranken. Altijd Neutraal NooitHoe vaak drinken jouw ouders 1 2 3 4 5 6 7melkdranken?Hoe vaak zijn er thuis melkdranken 1 2 3 4 5 6 7aanwezig?Hoe vaak zetten jouw ouders 1 2 3 4 5 6 7melkdranken op tafel? Appendix
  • 93. Hoe oud ben je?☐8 jaar☐9 jaar☐10 jaar☐11 jaar☐12 jaar☐13 jaar☐14 jaarWelk geslacht?☐Jongen☐MeisjeWaar woon je?☐Platteland☐Stad Appendix
  • 94. Dit is het laatste deel van deze bevraging. Vul naast de naam het nummer van het staal (547, 182, 926) in. Drink na elkproduct een beetje water en eet een stuk van het koekje.Proef ….................. Wat is jouw algemene mening? Helemaal Niet lekker Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekker niet lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Drink een beetje water en eet een stuk van het koekje.Proef ….................. Wat is jouw algemene mening? Helemaal Niet lekker Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekker niet lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Drink een beetje water en eet een stuk van het koekje.Proef ….................. Wat is jouw algemene mening? Helemaal Niet lekker Niet zo Neutraal Een beetje Lekker Heel lekker niet lekker lekker lekker 1 2 3 4 5 6 7Rangschik volgens jouw algemene mening staal 547, 182 en 926 van beste naar slechtste. Beste ……………….. Middelste ……………….. Slechtste ………………… Appendix
  • 95. Bijlage 4: Grafische weergave invloed ouders. Hoe vaak drinken jouw ouders melk/melkdranken? 30% 25% 20% 15% Melk 10% Melkdranken 5% 0% Hoe vaak is/zijn er thuis melk/melkdranken aanwezig? 80% 70% 60% 50% 40% Melk 30% Melkdranken 20% 10% 0% Appendix
  • 96. Hoe vaak zetten jouw ouders melk/melkdranken op tafel? 40% 35% 30% 25% 20% Melk 15% Melkdranken 10% 5% 0%Bijlage 5: Biplot van de emoties en merken opgedeeld per soort emoties Positieve emoties Appendix
  • 97. Negatieve emoties Appendix

×