• Save
Public Procurement for ICT Contracts in the Health Care Sector
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share

Public Procurement for ICT Contracts in the Health Care Sector

  • 610 views
Uploaded on

A presentation for Confocus on 23/2/2013

A presentation for Confocus on 23/2/2013

More in: Business
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
610
On Slideshare
610
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide
  • Artikel 80 Wet 15 juni 2006 : De Koning kan, in voorkomend geval met gehele of gedeeltelijke aanpassing ervan, de bepalingen van boek IIbis van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten toepasselijk maken op de beslissingen genomen op grond van deze wet of van de wet tot omzetting van Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG.   De in het vorige lid bedoelde machtiging strekt enkel tot het nemen van maatregelen inzake motivering, informatie en rechtsmiddelen wat betreft :   - de opdrachten die ressorteren onder de wet tot omzetting van voormelde Richtlijn 2009/81/EG, in afwachting van de omzetting van titel IV van die richtlijn;   - de andere opdrachten geplaatst volgens procedures of resulterende in beslissingen waarin niet is voorzien in de voormelde wet van 24 december 1993 maar waarop inzake motivering, informatie en rechtsmiddelen niettemin gelijkaardige regels dienen te worden toegepast als degene waarin is voorzien voor de beslissingen onderworpen aan boek IIbis van de voormelde wet van 24 december 1993.   De in de vorige twee leden bedoelde maatregelen maken het voorwerp uit van een wettelijke bekrachtiging binnen twee jaar na hun inwerkingtreding.]
  • KS = kwalitatieve selectie ogv kwalitatieve selectiecriteriaRM = beoordeling formele en materiële regelmatigheid offerteGC = beoordeling offerte ogvgunningscriteria- - - - lijnen: mogelijkheid van niet-toepassing
  • De herziening moet tegemoetkomen aan de prijsevolutie van de hoofdcomponenten van de kostprijs. De Koning bepaalt de nadere regels van de herziening en kan deze verplicht stellen voor opdrachten die bepaalde bedragen bereiken of bepaalde uitvoeringstermijnen omvatten, die Hij vastlegt.
  • 1. Erkenning van reeds in rechtspraak en rechtsleer erkend recht van aanbestedende overheid om markt te verkennen.2. Verhindering / vertekening: Verslag aan de Koning : er is sprake van een verhindering cq. vertekening van de mededinging - indien de technische specificaties van de opdracht een fabrikaat of een techniek vermelden die specifiek betrekking heeft op een welbepaalde onderneming (die, zo kan worden aangenomen, heeft deelgenomen aan de marktverkenning). er sprake is van een vooronderhandeling met één of meerdere van de kandidaten of inschrijvers die deelnemen aan de daaropvolgende gunningsprocedure. 3. in de mate dat een dergelijke marktverkenning voor gevolg heeft dat de opdrachtdocumenten of de daarin vervatte technische specificaties worden aangepast in functie van de resultaten van de marktverkenning, lijkt ons een dergelijke marktraadpleging expliciet verboden door artikel 5.
  • Immers, artikel 64 KB Plaatsing stelt dat de kandidaat of de inschrijver die is belast met het onderzoek, de beproeving, de studie of de ontwikkeling van een opdracht, moet worden uitgesloten van de toegang tot de gunningsprocedure van deze opdracht, voor zover hij door dat onderzoek, die beproeving, studie of ontwikkeling een voordeel geniet dat de normale mededingingsvoorwaarden verhindert of vervalst (zie art. 64 en de commentaren aldaar). De Koning had hier o.i. kunnen verduidelijken dat de marktverkenning, volbracht onder de voorwaarden en modaliteiten van artikel 5 hier besproken, wel of niet moet worden beschouwd als het onderzoek, de beproeving, de studie of de ontwikkeling waarvan sprake in artikel 64. Ook was het wenselijk geweest iets te zeggen over de noodzaak dan wel het nuttig karakter van het (al dan niet verplicht) uitnodigen van de deelnemers aan de marktverkenning tot deelname in de daaropvolgende gunningsprocedure, inz. i.g.v. een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking. O.i. is er geen enkele verplichting om de deelnemers aan de marktverkenning zeker uit te nodigen voor de eigenlijke gunningsprocedure, waarin zij moeten voldoen aan alle door de aanbestedende dienst gestelde selectie-eisen. Het hebben deelgenomen aan de marktverkenning kan dan ook niet worden gesteld als selectie-eis, als minimale besteksvereiste of als gunningscriterium, nu dit niet verstaanbaar is met de vereiste gelijke behandeling der inschrijvers (en dus een vertekening van de mededinging zou betekenen).Wel moet rekening gehouden worden met de angst in hoofde van de deelnemers aan de marktverkenning voor zgn. cherrypicking vanwege de aanbestedende overheid. De marktverkenning mag aldus noch het respect van de aanbestedende overheid voor het (Europeesrechtelijk) beginsel van de mededinging noch de vrije mededinging tussen de deelnemers aan de gunningsprocedure (door de regelgever als de ‘normale mededingingsvoorwaarden’ aangeduid) onmogelijk maken (verhinderen) of daaraan afbreuk doen (vertekenen).
  • Art. 3, 21°: “de documenten die op de opdracht toepasselijk zijn, met inbegrip van alle aanvullende en andere documenten waarnaar deze verwijzen. In voorkomend geval omvatten ze de aankondiging van opdracht, het bestek dat de bijzondere bepalingen bevat die op de opdracht toepasselijk zijn en de door de partijen ondertekende overeenkomst. Bij een ontwerpenwedstrijd worden deze documenten wedstrijddocumenten genoemd en bij een concessie voor openbare werken concessiedocumenten”Volgens RL 2004/18/EG bestaat marktverkenning (i) in het vragen en bekomen dan wel (ii) het louter aanvaarden van advies (weliswaar hier enkel i.k.v. het gebruik van dat advies bij het opstellen van het bestek). In dit laatste geval onderneemt de aanbestedende overheid zelf geen stappen, maar wordt het advies (of breder: de informatie) haar aangedragen  Moet hieruit worden besloten dat de regelgever de mogelijkheid voor private marktpartijen om ongevraagd de overheid te adviseren over potentiële opdrachten (impliciet) heeft verboden?IKV onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking de praktijk komt het wel eens voor dat ook een niet uitgenodigde inschrijver, een offerte indiend, of verzoekt om een uitnodiging te ontvangen.De vraag stelt zich dan of het bestuur op zulk verzoek verplicht dient in te gaan.De Raad van State stelt dat het bestuur zogenaamde spontane kandidaturen voor onderhandelingsprocedures – dus door inschrijvers die niet zijn uitgenodigd – niet zomaar naast zich neerleggen. Er moeten dus motieven voorhanden zijn om deze kandidatuur niet aan te schrijven. Evenwel is een bestuur niet verplicht om voor niet concrete opdrachten een lijst van mogelijks geïnteresseerden bij te houden. Uitzondering vormt de procedure van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking waarvan het geraamde bedrag van de opdracht boven de Europese drempelwaarden ligt (Arrest nr. 75.584 van 11 augustus 1998, NV OMNIPLAY)
  • Dit artikel is gebaseerd op artikel 14, § 3, van de Algemene aannemingsvoorwaarden.   Paragraaf 1 herbevestigt het principe dat de aanbestedende overheid niet automatisch de eigendom van de intellectuele rechten verkrijgt die gebruikt of ontwikkeld worden in het kader van de opdracht.   De aanbestedende overheid geniet evenwel een licentie waardoor zij de door de opdracht verkregen resultaten kan gebruiken voor alle in de opdrachtdocumenten vermelde exploitatiewijzen, zelfs als dit latere gebruik niet strikt onder de definitie van de opdracht zou vallen.   De in de opdrachtdocumenten uiteen te zetten exploitatiewijzen zijn van diverse aard : het kan gaan om het onderhoud en de actualisering van informaticaprogramma's en databanken, de al dan niet elektronische ondersteuning van teksten, beelden en opnames, het recht om het werk of de creatie aan te passen, enz.   De opsomming ervan in de opdrachtdocumenten voorkomt interpretatieproblemen wat de draagwijdte van de licentie betreft.   Indien de aanbestedende overheid de intellectuele eigendomsrechten wenst te verkrijgen die ontwikkeld worden in het kader van de opdracht, moet zij dit in de opdrachtdocumenten vermelden en de voorwaarden ervan uiteenzetten overeenkomstig de toepasselijke wet.   In tegenstelling tot dit principe verkrijgt de aanbestedende overheid wel automatisch de intellectuele rechten op de tekeningen en modellen, de emblemen die als merk kunnen worden gedeponeerd en op de domeinnamen wanneer die het voorwerp uitmaken van de opdracht, tenzij de opdrachtdocumenten anders bepalen.   Volgens paragraaf 2 kunnen de intellectuele eigendomsrechten die gedaan, ontwikkeld of gebruikt worden in het kader van de opdracht, niet tegen de aanbestedende overheid aangevoerd worden om te voorkomen dat de resultaten van de opdracht worden gebruikt. Dit geldt onverminderd de bepalingen van artikel 17 van het koninklijk besluit van 15 juli 2011, artikel 18 van het koninklijk besluit van 23 januari 2012 en artikel 17 van het koninklijk besluit van 16 juli 2012, al naargelang.   Indien bepaalde rechten aan derden toebehoren, dient de opdrachtnemer de gebruiksrechten te verkrijgen, alsook de vereiste instemming zodat de aanbestedende overheid gebruik kan maken van de resultaten van de opdracht binnen de perken van paragraaf 1.   De paragrafen 3 en 4 gaan nader in op het gebruik van algemene gegevens over het bestaan van de opdracht en de resultaten verkregen door de aanbestedende overheid en de opdrachtnemer.   Uit paragraaf 5 blijkt dat, in de veronderstelling dat de opdrachtdocumenten voorzien in de financiering door de aanbestedende overheid van het onderzoek en de ontwikkeling verbonden aan het voorwerp van de opdracht, laatstgenoemde in de opdrachtdocumenten kan bepalen dat haar een vergoeding verschuldigd is in geval van commerciële exploitatie van de resultaten van de opdracht door de opdrachtnemer.
  • Art. 20. Het eerste lid van dit artikel bevat een regel die vergelijkbaar is met die van artikel 19, § 1, voor de verworven kennis, methodes en knowhow : de aanbestedende overheid verwerft slechts de eigendom ervan wanneer dit uitdrukkelijk in de opdrachtdocumenten is vermeld.   Het tweede lid verplicht de opdrachtnemer evenwel om de aanbestedende overheid in kennis te stellen van deze kennis en knowhow zodat zij ten volle gebruik kan maken van de resultaten van de opdracht.   Registraties   Art. 21. Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 14, § 4, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende de verplichting voor de opdrachtnemer om bij de aanbestedende overheid aangifte te doen van alle registratieaanvragen van een intellectueel eigendomsrecht in verband met creaties of uitvindingen die hij ontwikkeld of gebruikt heeft bij de uitvoering van de opdracht.   De toepassing van dit artikel doet geen afbreuk aan de naleving van de vertrouwelijkheidsregels vermeld in artikel 18.   Indien de uitvinding, de tekening of het model gemeenschappelijk eigendom is van de opdrachtnemer en van de aanbestedende overheid, mag de opdrachtnemer een registratieaanvraag enkel indienen mits voorafgaande instemming van de aanbestedende overheid. Hij mag immers de in artikel 18 opgelegde geheimhoudingsplicht niet schenden.   Indien de uitvinding, de tekening of het model daarentegen alleen eigendom is van de opdrachtnemer, staat het hem vrij de geheimhouding van het bestaan ervan te beëindigen en een registratieaanvraag in te dienen.   Overeenkomstig dit artikel brengt de opdrachtnemer de aanbestedende overheid daarvan op de hoogte die, binnen de perken van de gegevens vervat in de registratieaanvraag, ontheven wordt van de in artikel 18 opgelegde geheimhoudingsplicht.
  • Art. 22. Dit artikel neemt de bepaling over van artikel 14, § 5, van de Algemene aannemingsvoorwaarden volgens hetwelke de aanbestedende overheid die houder is van een gebruikslicentie, sublicenties kan toestaan aan derden.   Het spreekt vanzelf dat het toepassingsgebied van de sublicentie niet ruimer kan zijn dan het dat van de gebruikslicentie die verkregen wordt overeenkomstig artikel 19, § 1, vierde lid.   Wederzijdse bijstand en waarborg   Art. 23. Dit artikel bevat de inhoud van artikel 14, § 6, van de Algemene aannemingsvoorwaarden, betreffende, enerzijds, de wederzijdse bijstand in geval van een vordering van een derde en, anderzijds, de waarborg die de opdrachtnemer en de aanbestedende overheid ten opzichte van elkaar moeten dragen in geval van verhaal ingesteld door een derde, wanneer ze de rechten van deze derde niet hebben geëerbiedigd of ze niet aan hun medecontracten kenbaar hebben gemaakt.   Deze laatste bepaling heeft tot nog toe enkel betrekking op de opdrachtnemer. Ze is logischerwijze verruimd tot de aanbestedende overheid.   Het voorlaatste lid is een nieuwe bepaling die nader ingaat op de specifieke kwestie van de rechten die verbonden zijn aan de illustraties en in het bijzonder aan de portretten. De opdrachtnemer vrijwaart de aanbestedende overheid tegen elke beweerde schending van het recht op afbeelding van een derde door toe te zien op de naleving van de voorschriften van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten.
  • Vandaag reeds voorzien in art. 19 en 41 Wet 24 december 1993“De gezamenlijke uitvoering van werken, leveringen of diensten voor rekening van verschillende aanbestedende overheden kan, in het algemeen belang, worden samengevoegd in een enkele opdracht, die bij aanbesteding, door offerteaanvraag of bij onderhandelingsprocedure wordt gegund, onder de voorwaarden bepaald in de wet. De betrokken personen duiden de overheid aan die, of het orgaan dat, in hun gezamenlijke naam, bij de gunning en de uitvoering van de opdracht zal optreden”
  • Openbare besturen  AO/overheidsbedrijven  AO/overheidsbedrijven/AE
  • Discussie of penhouder gedelegeerde bevoegheid, lasthebber of simpelweg vertegenwoordiger
  • AC = term uit RLOC = eigen Belgisch begrip om duidelijk onderscheid te maken tussen zelf de opdracht gunnen en uitvoeren en de geleverde prestaties doorplaatsen (AC) EN zelf de opdracht gunnen en uitvoeren maar voor rekening
  • Voorwerp vastleggen voorwaarden te plaatsen opdrachten > overw. 10 RL 2004/18/EG: bekendmaking, termijnen en voorwaarden indiening inschrijvingen
  • ‘Die in staat zijn de opdracht uit te voeren’ :bv. erkenning aannemer
  • Verschil met systeem nutsectoren vandaag: als RO afgesloten onder gunningsprocedure dan individuele opdracht middels onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking cfr. art. 39, §2, 10° g en 59, §2, 1° e

Transcript

  • 1. Overheidsopdrachten in de ICT sectorFocus zorgsector22 februari 2013 - Confocus
  • 2. Basisbegrippen
  • 3. Begrip overheidsopdracht Aanneming van werken, leveringen of diensten  ICT: levering of dienst of combinatie van beide Ten bezwarende titel Aanbestedende instantie : aanbestedende overheid, overheidsbedrijf of aanbestedende entiteit  zorginstellingen = aanbestedende overheid (zie verder) Co-contractant: aannemer, leverancier of dienstverlener  kan ook aanbestedende instantie zijn  “inhouse” opdrachten (Teckal-doctrine) Gevolg: bijzonder, publiekrechtelijk kader voor de totstandkoming (precontractuele fase) en de uitvoering (contractuele fase) van het aannemingscontract, bovenop privaatrechtelijk kader van toepassing op sluiten en uitvoeren gemeen aannemingscontract 3
  • 4. Structuur huidige wetgeving inzake overheids-opdrachten Wet van 24 december 1993 Boek I, Titel I Boek IIbis Klassieke overheids- Overheidsopdrachten Opdrachten speciale opdrachten speciale sectoren sectoren gelijkgesteld met overheidsopdrachten Boek I, Titels II en III (art. 4- “algemene nutsectoren” 23) “bijzondere nutsectoren” Boek I, Titel IV (art. 24-46) Boek II (art. 47-63)In stadium gunning KB 8 januari 1996 KB 10 januari 1996 KB 18 juni 1996(precontractuele fase)In stadium uitvoering KB 26 september 1996 (AUR en AAV) -(contractuele fase) p. 4
  • 5. Komende structuur wetgeving inzakeoverheids- opdrachten Wet van 15 juni 2006 Opdrachten defensie en veiligheid Titels I en V Wet 13 augustus 2011 Informatie, motivering en rechtsbescherming: Boek II bis Wet 24 december 1993 (art. 80 Wet 15 (in werking getreden juni 2006) 6 februari 2012) Klassieke overheids- Overheidsopdrachten Opdrachten speciale Aangepaste versie: opdrachten speciale sectoren sectoren gelijkgesteld Boek II bis Wet 24 met Titel II (art. 5-43) “algemene december 1993 (cf. overheidsopdrachten nutsectoren” KB 24 januari 2012) “bijzondere Titel III(art. 44-55) nutsectoren” Titel IV (art. 56-72) In stadium gunning KB ‘Plaatsing’ 15 juli KB ? KB ? KB 23 en 24 januari 2011 2012 (in werking (precontractuele fase) getreden 6 februari 2012) In stadium uitvoering KB Uitvoering 14 januari 2013 - KB 14 januari 2013 (inwerkingtreding onbepaald) (voorlopig analoge (contractuele fase) toepassing KB 26 september 1996) 5
  • 6. Gunning (pre- Uitvoering Concept Voorbereiding contractuele (contractuele fase) fase)Behoefte Opmaak Zie volgende slide Opvolging prestaties(technisch, financieel, juridisch aanbestedingsdocumen- Remedies (sancties,, beleidsmatig, …) ten: aankondiging + bestek ambtshalve maatregelen, …)Rechtsverhoudingen: is er + mogelijkecontract nodig? technische/economische bijlagenKwalificatie contract als Beslissingsproces binnen Facturatie & betalingoverheidsopdracht / bestuur als aanbestedendeconcessie: overheid: cf.-Aanbestedende overheid? bevoegdheidsverdeling- Aanneming van werken, organiek kader bestuur (wieleveringen of diensten? beslist wat tijdens gunning /- concessie/promotie/… uitvoering)Keuze gunningsprocedure / Aanbestedingsdocument-en Oplevering & Aanvaardingwijze van uitschrijven / i.g.v. aftoetsen met expertsonderhandelingsprocedure: (extern/intern)bijzonderheden verlooponderhandelingen Rechtsbescherming: Rechtsbescherming -In natura (herstel van rechten) (contractueel contentieux) - Bij equivalent (schadevergoeding ipv verloren rechten) 6
  • 7. Gunningsproces Contractsluiting Openingszitting Gunningsbeslissing (KS, RM, GC) Open procedureA IA NN SB T GunningsbeslissingE Selectiebeslissing A (RM, GC)S (KS) TTE A Beperkte procedure ND TE IN EDE Onderhandelingsprocedure Onderhande- Lingen /Bekendmaking Aanvraag Bestek Offerte 2e offerte / tot deelname Voorkeurs- bieder Marktpartij (kandidaat, gegadigde, inschrijver 7
  • 8. Basisbegrippen Gunningsprocedures:  Open procedure (art. 3, 5 Wet 15 juni 2006 cf. openbare aanbesteding en algemene offerteaanvraag) : de gunningsprocedure waarbij elke belangstellende aannemer, leverancier of dienstverlener een offerte mag indienen en waarbij de openingszitting van de offertes openbaar is;  Beperkte procedure (art. 3, 6 Wet 15 juni 2006 cf. beperkte aanbesteding en offerteaanvraag): de gunningsprocedure waarbij elke belangstellende aannemer, leverancier of dienstverlener een aanvraag tot deelneming mag indienen en waarbij alleen de door de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf geselecteerde kandidaten een offerte mogen indienen en aanwezig mogen zijn op de openingszitting van de offertes;  Onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking (art. 3, 7 Wet 15 juni 2006 cf. art. 17, 2 en 39, 2 Wet 24 december 1993) : de gunningsprocedure waarbij de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf de door haar gekozen aannemers, leveranciers of dienstverleners raadpleegt en over de voorwaarden van de opdracht onderhandelt met één of meer van hen;  Onderhandelingsprocedure met bekendmaking (art. 3, 8 Wet 15 juni 2006 cf. art. 17, 3 Wet 24 december 1993): de gunningsprocedure waarbij elke aannemer, leverancier of dienstverlener een aanvraag tot deelneming mag indienen, waarbij alleen de geselecteerden een offerte mogen indienen en waarbij over de voorwaarden van de opdracht kan worden onderhandeld met de inschrijvers. Voor opdrachten die het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereiken, kan de Koning in de mogelijkheid voorzien dat elke belangstellende aannemer, leverancier of dienstverlener een offerte mag indienen; 8
  • 9. Basisbegrippen (2) Verschillende beslissingen doorheen procedure:  Aanvraag tot deelneming (art. 2, 7 Wet 15 juni 2006) : de schriftelijke en uitdrukkelijke wilsuiting door een kandidaat om geselecteerd te worden voor een opdracht, een lijst van geselecteerden of een kwalificatiesysteem;  Selectie (art. 2, 8 Wet 15 juni 2006) : de beslissing van de aanbestedende overheid tot keuze van de kandidaten of inschrijvers op grond van het toegangsrecht en de kwalitatieve selectie  Offerte (art. 2, 11 Wet 15 juni 2006) : de verbintenis van de inschrijver om de opdracht uit te voeren op grond van de opdrachtdocumenten en tegen de voorwaarden die hij biedt; 9
  • 10. Basisbegrippen (3)  Gunning van de opdracht (art. 3, 16 Wet 15 juni 2006): de beslissing van de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf om de gekozen inschrijver aan te wijzen;  waarom dan KB „Plaatsing‟? (zowel aspecten van gunning als sluiting)  Sluiting van de opdracht (art. 3, 17 Wet 15 juni 2006): de totstandkoming van de contractuele band tussen enerzijds de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf en anderzijds de opdrachtnemer;  Cf. Boek II bis art. 65/1:  10 gunning van de opdracht: de beslissing van de aanbestedende instantie om de gekozen inschrijver aan te wijzen en  11 sluiting van de opdracht: de totstandkoming van de contractuele band tussen de aanbestedende instantie en de begunstigde  Perceel (art. 3, 22 Wet 15 juni 2006): de onderverdeling van een opdracht, die apart kan worden gegund, in principe met het oog op een gescheiden uitvoering  KB Plaatsing: opties, percelen en varianten 10
  • 11. Basisbegrippen (4) Aannemer, leverancier of dienstverlener (art. 2, 5 Wet 15 juni 2006) : elke natuurlijke of rechtspersoon, elke overheidsinstelling of elke combinatie van deze personen of overheidsinstellingen die respectievelijk de uitvoering van werken of van bouwwerken, leveringen of diensten op de markt aanbiedt. Wisselende hoedanigheid doorheen de procedure:  Kandidaat (art. 2, 6 Wet 15 juni 2006) : de aannemer, leverancier of dienstverlener die een aanvraag tot deelneming indient met het oog op zijn selectie voor een opdracht, een lijst van geselecteerden of een kwalificatiesysteem  Geselecteerde (art. 2, 9 Wet 15 juni 2006) : de kandidaat die bij de selectie gekozen is  Inschrijver (art. 2, 10 Wet 15 juni 2006) : de aannemer, leverancier, dienstverlener of geselecteerde die een offerte indient voor een opdracht  Opdrachtnemer (art. 2, 12 Wet 15 juni 2006): de inschrijver met wie de opdracht is gesloten 11
  • 12. Basisbegrippen (5) Opdrachtdocumenten (art. 3, 21 Wet 15 juni 2006): de documenten die op de opdracht toepasselijk zijn, met inbegrip van alle aanvullende en andere documenten waarnaar deze verwijzen. In voorkomend geval omvatten ze de aankondiging van opdracht, het bestek dat de bijzondere bepalingen bevat die op de opdracht toepasselijk zijn en de door de partijen ondertekende overeenkomst. Bij een ontwerpenwedstrijd worden deze documenten wedstrijddocumenten genoemd en bij een concessie voor openbare werken concessiedocumenten. Cf. art. 65/1, 13 Boek II bis: de documenten die op de opdracht toepasselijk zijn, met inbegrip van alle aanvullende documenten en de andere documenten waarnaar deze verwijzen. Ze omvatten in voorkomend geval de aankondiging van opdracht en het bestek dat de bijzondere bepalingen bevat die op de opdracht toepasselijk zijn. 12
  • 13. Basisbegrippen (6) Concurrentiedialoog (art. 3, 9 Wet 15 juni 2006): de gunningsprocedure waaraan [1 elke belangstellende aannemer, leverancier of dienstverlener mag]1 vragen deel te nemen en waarbij de aanbestedende overheid een dialoog voert met de voor deze procedure geselecteerde kandidaten, teneinde één of meer oplossingen uit te werken die aan de behoeften van de aanbestedende overheid beantwoorden en op grond waarvan de gekozen kandidaten zullen worden uitgenodigd om een offerte in te dienen; Ontwerpenwedstrijd (art. 3, 10 Wet 15 juni 2006): de procedure die tot doel heeft de aanbestedende overheid of het overheidsbedrijf een plan of een ontwerp te verschaffen dat na mededinging door een jury wordt gekozen; Promotieopdracht van werken (art. 3, 11 Wet 15 juni 2006): de overheidsopdracht die zowel betrekking heeft op het financieren als op het uitvoeren van werken en, in voorkomend geval, op elke dienstverlening in dat verband; Concessie voor openbare werken (art. 3, 12 Wet 15 juni 2006): de overeenkomst met dezelfde kenmerken als een overheidsopdracht voor werken, behalve dat de tegenprestatie voor de werken bestaat uit hetzij uitsluitend het recht het werk te exploiteren, hetzij dit recht gepaard gaande met een prijs; Raamovereenkomst (art. 3, 15 Wet 15 juni 2006): een overeenkomst tussen één of meer aanbestedende overheden of overheidsbedrijven en één of meer aannemers, leveranciers of dienstverleners met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te [1 plaatsen]1 opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijzen en eventueel de beoogde hoeveelheden. 13
  • 14. Basisbegrippen (7) Dynamisch aankoopsysteem (art. 3, 13 Wet 15 juni 2006): het geheel elektronisch proces voor het verwerven van leveringen en diensten voor courant gebruik, met algemeen op de markt beschikbare kenmerken die overeenstemmen met de behoeften van de aanbestedende overheid of van het overheidsbedrijf, dat beperkt is in de tijd en gedurende de gehele looptijd openstaat voor elke leverancier en dienstverlener die voldoet aan de selectiecriteria en een indicatieve offerte heeft ingediend overeenkomstig de eisen van de opdrachtdocumenten; Elektronische veiling (art. 3, 14 Wet 15 juni 2006): het zich herhalend proces langs elektronische weg, toepasselijk voor leveringen en diensten voor courant gebruik, voor de voorstelling van nieuwe, verlaagde prijzen of van nieuwe waarden voor bepaalde elementen van de offertes, dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de offertes en hun klassering op basis van elektronische verwerking mogelijk maakt; Schriftelijk (art. 3, 19 Wet 15 juni 2006): elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens medegedeeld. Dit geheel kan met elektronische middelen overgebrachte of opgeslagen informatie bevatten; Elektronisch middel ((art. 3, 20 Wet 15 juni 2006)) : een middel waarbij gebruik wordt gemaakt van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking, met inbegrip van digitale compressie, en gegevensopslag, alsmede van verspreiding, overbrenging en ontvangst door middel van draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen; 14
  • 15. Algemene beginselen Art. 5 – 11 Wet 15 juni 2006 : van toepassing op overheidsopdrachten „klassieke sectoren‟, overheidsopdrachten „algemene nutsectoren‟ (art. 55 Wet 15 juni 2006) „Bijzondere nutsectoren‟ afzonderlijke reeks algemene beginselen (art. 56-59bis Wet 15 juni 2006) 15
  • 16. Algemene beginselen overheidsopdrachten Gelijke behandeling en transparantie. De aanbestedende overheden behandelen de aannemers, de leveranciers en de dienstverleners op gelijke, niet-discriminerende en transparante wijze. Concurrentie. De overheidsopdrachten worden gegund na mededinging, na verificatie van het toegangsrecht, kwalitatieve selectie en onderzoek van de offertes van de deelnemers, overeenkomstig één van de bij wet bepaalde gunningsprocedures. Forfaitaire grondslag. De overheidsopdrachten worden geplaatst op forfaitaire basis. De forfaitaire grondslag van de overheidsopdrachten vormt geen belemmering voor de herziening van de prijzen in het licht van bepaalde economische en sociale factoren. Wanneer de aannemer, de leverancier of de dienstverlener een beroep doet op onderaannemers, dan moeten die, in voorkomend geval, ook in de weerslag van de herziening van hun prijzen delen volgens de door de Koning te bepalen nadere regels en in de mate die overeenstemt met de aard van de door hen uitgevoerde prestaties (cf. voormalig art. 6 AUR). De overheidsopdrachten mogen worden [1 geplaatst]1 zonder forfaitaire prijsbepaling :  in uitzonderlijke gevallen, voor de werken, leveringen of diensten die ingewikkeld zijn of een nieuwe techniek inluiden, met belangrijke technische risicos, die verplichten tot het aanvatten van de uitvoering van de prestaties, terwijl niet alle uitvoeringsvoorwaarden en verplichtingen volledig kunnen worden bepaald;  in buitengewone en onvoorzienbare omstandigheden, wanneer zij betrekking hebben op spoedeisende werken, leveringen of diensten waarvan de aard en de uitvoeringsvoorwaarden moeilijk kunnen worden omschreven. 16
  • 17. Algemene beginselen overheidsopdrachten (2) Verstrekte en aanvaarde prestaties. Betalingen mogen alleen worden gedaan voor verstrekte en aanvaarde prestaties. Als zodanig worden beschouwd, volgens wat in de [1 opdrachtdocumenten ]1 is bepaald, de voorraden die aangelegd zijn voor de uitvoering van de opdracht en die door de aanbestedende overheid zijn goedgekeurd. Nochtans kunnen voorschotten worden toegestaan volgens de voorwaarden vastgesteld door de Koning. Onverenigbaarheden en belangenvermenging (art. 10 Wet 24 december 1993).  Elke ambtenaar, openbare gezagsdrager of ieder ander persoon die op welke wijze ook aan de aanbestedende overheid verbonden is, is het verboden, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen bij de [plaatsing en de uitvoering van een overheidsopdracht zodra hij daardoor, persoonlijk of via een tussenpersoon, zou kunnen terechtkomen in een toestand van belangenvermenging met een kandidaat of inschrijver. De ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon die zich in een van deze toestanden bevindt, is verplicht zichzelf te wraken.  Deze belangenvermenging wordt alleszins vermoed te bestaan : 1 zodra de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon, bloed- of aanverwant is in de rechte lijn tot de derde graad en in de zijlijn tot de vierde graad of in geval van wettelijke samenwoning, met een van de kandidaten of inschrijvers of met ieder ander natuurlijk persoon die voor rekening van een van hen een directie- of beheersbevoegdheid uitoefent; 2 indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon zelf of via een tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot is van één van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen dan wel in rechte of in feite, zelf of via een tussenpersoon, een directie- of beheersbevoegdheid uitoefent.  Indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager, de natuurlijke persoon of rechtspersoon, zelf of via een tussenpersoon, een of meer aandelen of deelbewijzen ter waarde van ten minste vijf percent van het maatschappelijk kapitaal van een van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen bezit, is hij verplicht de aanbestedende overheid daarvan in kennis te stellen. 17
  • 18. Algemene beginselen overheidsopdrachten (3) Kartelverbod. Elke handeling, overeenkomst of afspraak die de normale mededingingsvoorwaarden kan vertekenen, is verboden. De aanvragen tot deelneming of de offertes die met zodanige handeling, [ 1 opdracht]1 of afspraak zijn ingediend, moeten worden geweerd. Wanneer zodanige handeling, overeenkomst of afspraak tot het [ 1 sluiten]1 van een overheidsopdracht heeft geleid, treft de aanbestedende overheid de maatregelen voor inbreuken op de bepalingen van de [ 1 opdracht]1, tenzij ze, bij een met redenen omklede beslissing anders beschikt. (Elektronische) communicatie. Bij KB worden de regels bepaald die van toepassing zijn op de communicatiemiddelen tussen de aanbestedende overheden en de aannemers, leveranciers en dienstverleners. De gekozen communicatiemiddelen moeten algemeen beschikbaar zijn en mogen de toegang tot de gunningsprocedure niet beperken. Vertrouwelijke gegevens (cf. art. 139 KB nr. 1). De aanbestedende overheid en elke persoon die, in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van vertrouwelijke informatie over een opdracht of die hem, in het kader van de [ 1 plaatsing]1 en uitvoering van de opdracht, door de kandidaten, inschrijvers, aannemers, leveranciers of dienstverleners werd verstrekt, mogen die informatie niet bekendmaken. Deze informatie heeft meer bepaald betrekking op de technische of commerciële geheimen en op de vertrouwelijke aspecten van de offertes. De aanbestedende overheid kan eisen opleggen om het vertrouwelijke karakter te beschermen van de informatie die ze mededeelt aan de kandidaten en inschrijvers. Cf. art. 65/10 en 65/26 Boek II bis. 18
  • 19. Algemene beginselen opdrachten De aanbestedende entiteiten behandelen de aannemers, de leveranciers en de dienstverleners op gelijke, niet-discriminerende en transparante wijze (art. 56 Wet 15 juni 2006). De opdrachten worden gegund na mededinging, na verificatie van het toegangsrecht, kwalitatieve selectie en onderzoek van de offertes van de deelnemers, overeenkomstig één van de bepaalde gunningsprocedures (art. 57 Wet 15 juni 2006 Bij KB worden de regels bepaald die van toepassing zijn op de communicatiemiddelen tussen de aanbestedende entiteiten en de aannemers, leveranciers en dienstverleners. De gekozen communicatiemiddelen moeten algemeen beschikbaar zijn en mogen de toegang tot de gunningsprocedure niet beperken (art. 58 Wet 15 juni 2006) Een aanbestedende entiteit die een beroep doet op een aankoop- of opdrachtencentrale zoals bedoeld in artikel 2, 4 , is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren (art. 59 Wet 15 juni 2006). Bij het verstrekken van de technische specificaties aan de belangstellende kandidaten en inschrijvers, bij de kwalificatie en selectie van deze laatsten en bij de gunning en sluiting van de opdracht kan de aanbestedende entiteit eisen stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de door haar verstrekte informatie (art. 59bis Wet 15 juni 2006) 19
  • 20. Personele toepassingsgebied Wet 15 juni 2006 Aanbestedende overheid (art. 2, 1 Wet 15 juni 2006) :  de Staat;  de territoriale lichamen;  de publiekrechtelijke instellingen;  de rechtspersonen, welke ook hun vorm en aard mogen zijn, die op de datum van de beslissing om tot een opdracht over te gaan:  opgericht zijn met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, en  rechtspersoonlijkheid hebben, en  Waarvan – ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd worden door de overheden of instellingen vermeld in 1°, a, b of c; – ofwel het beheer onderworpen is aan het toezicht van die overheden of instellingen; – ofwel de leden van de directie, van de raad van bestuur of van de raad van toezicht voor meer dan de helft door die overheden of instellingen zijn aangewezen;  de verenigingen bestaande uit een of meer aanbestedende overheden als bedoeld in 1 , a, b, c of d; 20
  • 21. Personele toepassingsgebied Wet 15 juni 2006 Huidige situatie zorginstellingen:  Openbare zorginstellingen: in beginsel art. 4, 2, 8 Wet 24 december 1993 wegens overheidsfinanciering en taak algemeen belang MAAR art. 115 Gezondheidswet 14 januari 2002 gunstregime: leveringen en diensten enkel bij verplichte Europese bekendmaking (>= 193.000 euro)  Private zorginstellingen: enkel onderworpenheid i.g.v. gesubsidieerde werken (>50%) en gerelateerde diensten Onder Wet 15 januari 2006:  Opheffing gunstregime; geen vrijstelling meer voor private zorginstellingen (overheidsfinanciering = breed gezien) 21
  • 22. Gesubsidieerde werken blijft behouden Art. 13 Wet 15 juni 2006 : De Koning kan de bepalingen van deze wet of sommige ervan toepasselijk maken op de privaatrechtelijke personen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2, 1 , d), en die opdrachten voor werken of diensten plaatsen die gesubsidieerd worden door de in artikel 12 bedoelde aanbestedende overheden 22
  • 23. Personele toepassingsgebied Wet 15 juni 2006 (2) Aanbestedende entiteit (art. 2, 3 Wet 15 juni 2006):  de privaatrechtelijke persoon die bijzondere of uitsluitende rechten geniet wanneer hij een activiteit uitoefent als bedoeld in titel IV. De bijzondere of uitsluitende rechten zijn rechten die voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een van de in deze titel bedoelde activiteiten aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft waardoor de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed; Overheidsbedrijf (art. 2, 2 Wet 15 juni 2006):  elke onderneming die een activiteit bedoeld in titel III van deze wet uitoefent waarop de aanbestedende overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of in de onderneming geldende voorschriften. De overheersende invloed wordt vermoed wanneer deze overheden, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van de onderneming:  de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal bezitten, of  over de meerderheid van de stemmen beschikken die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of  meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kunnen aanwijzen; 23
  • 24. Personele toepassingsgebied Wet 15 juni 2006(3) Een niet-limitatieve lijst van de publiekrechtelijke instellingen en van de personen bedoeld in artikel 2, 1 , c), en d), wordt door de Koning opgesteld (art. 12). Bij KB kan wet (deels) toepasselijk worden gemaakt op de privaatrechtelijke personen die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2, 1 , d), en die opdrachten voor werken of diensten plaatsen die gesubsidieerd worden door de in artikel 12 bedoelde aanbestedende overheden Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoop- of opdrachtencentrale als bedoeld in artikel 2, 4 , is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren (art. 15) 24
  • 25. Personele toepassingsgebied Wet 15 juni 2006(4) Wanneer een aanbestedende overheid aan een instelling die zelf geen aanbestedende overheid is, bijzondere of uitsluitende rechten toekent om een activiteit van openbare dienst uit te oefenen, bepaalt de akte waarin deze rechten worden toegekend dat deze instelling, wat betreft de opdrachten van leveringen die ze bij derden plaatst in het kader van deze activiteit, het beginsel van niet-discriminatie op grond van nationaliteit moet naleven (art. 14) Cf. Rechtspraak RvS: delegatie (Gerechtsdeurwaardersarrest) 25
  • 26. Personele toepassingsgebied Wet 15 juni 2006(5) De wet is niet toepasselijk op overheidsopdrachten waarvoor specifieke procedurevoorschriften gelden, in het kader van (art. 17):  1 een internationaal akkoord, gesloten in overeenstemming met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met één of meerdere derde landen buiten de Europese Unie, dat betrekking heeft op werken of leveringen bestemd voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een bouwwerk, of op diensten of wedstrijden bestemd voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende Staten;  2 een internationaal akkoord gesloten in verband met de legering van strijdkrachten en betreffende ondernemingen van een lidstaat of een derde land;  3 de specifieke procedure van een internationale instelling. De wet is niet toepasselijk op de overheidsopdrachten die zijn onderworpen aan de wet van 13 augustus 2011 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied.] De wet is niet toepasselijk op arbeidsovereenkomsten (art. 18, laatste lid). 26
  • 27. Personele toepassingsgebied Wet 15 juni 2006(6) Deze wet is niet toepasselijk op overheidsopdrachten voor diensten :  1 die worden gegund door een aanbestedende overheid aan een andere aanbestedende overheid of aan een vereniging van aanbestedende overheden op basis van een alleenrecht dat ze genieten krachtens bekendgemaakte wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen die verenigbaar zijn met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;  2 betreffende de verwerving of huur, ongeacht de financiële voorwaarden ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende rechten hierop. De financiële diensten die voorafgaand aan, gelijktijdig met of als vervolg op het koop- of huurcontract worden verstrekt, zijn echter, ongeacht hun vorm, aan deze wet onderworpen;  3 inzake financiële diensten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten en door de centrale banken verleende diensten;  4 inzake onderzoek en ontwikkeling. De wet is daarentegen wel toepasselijk op de overheidsopdrachten waarvan de resultaten in hun geheel aan de aanbestedende overheid toekomen voor gebruik ervan in de uitoefening van haar eigen werkzaamheden, en waarvan de dienstverlening volledig door de aanbestedende overheid wordt vergoed;  5 inzake arbitrage en bemiddeling;  6 betreffende de aankoop, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamaterieel door omroeporganisaties en overeenkomsten betreffende zendtijd = omzetting bepalingen Overheidsopdrachtenrichtlijnen 27
  • 28. Materieel toepassingsgebied : Overheidsopdrachtvoor leveringen Art. 5 Wet 24 december 1993: schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel die betrekking heeft op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten, en die zijn gesloten tussen een leverancier enerzijds en een aanbestedende dienst anderzijds. De levering van de producten kan ook werkzaamheden voor het aanbrengen en installeren insluiten. Art. 2, 3 Wet 15 juni 2006 : een andere overheidsopdracht dan een overheidsopdracht voor werken die betrekking heeft op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten. Een overheidsopdracht die betrekking heeft op het leveren van producten en in bijkomende orde op plaatsings- en installatiewerkzaamheden wordt als een overheidsopdracht voor leveringen beschouwd; 28
  • 29. Materieel toepassingsgebied : Overheidsopdrachtvoor diensten Art. 5 Wet 24 december 1993 : schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel, krachtens welke een dienstverlener aan een aanbestedende dienst diensten verleent Art. 2, 4 Wet 15 juni 2006: een andere overheidsopdracht dan een overheidsopdracht voor werken of leveringen die betrekking heeft op het verlenen van de in bijlage II van deze wet bedoelde diensten. In RL 92/50 geen definitie begrip diensten cf. art. 60 EG- Verdrag en vrij verkeer van diensten Bijlagen IIA en IIB bij Wet 24 december 1993 /Wet 15 juni 2006 (toegelicht in omzendbrief 2 december 1997):  IIA : prioritaire diensten : onderworpen aan Wet  IIB : niet-prioritaire diensten : zeer beperkte toepassing Wet, bv. publicatie gunning indien de waarde van de opdracht >= EUR 200.000  Niet-exhaustieve bijlage 29
  • 30. ICT Diensten Bijlage IIA (prioritaire diensten):5 Telecommunicatie  CPV 64200000-8 tot en met 64228200-2, 72318000-7, en 72700000-7 tot en met 72720000-37. Diensten ivm computers  CPV 50310000-1 tot en met 50324200-4, 72000000-5 tot en met 72920000-5 (met uitzondering van 72318000-7 en 72700000-7 tot en met 727 20000-3), 9342410-411. Advies inzake bedrijfs-voering en beheer en aanverwante diensten 30
  • 31. Diensten ivm computers (Circ. 2 dec 1997) 841 Adviesverlening betreffende de installatie van computerhardware. Verstrekken van technische ondersteuning aan het cliënteel betreffende de installatie van computerhardware (bijvoorbeeld machines), alsook van computernetwerken. 842 Diensten voor de realisatie van software. Alle diensten met inbegrip van de adviesverlening inzake het uitwerken en de realisatie van software. De term " software " kan worden omschreven als een opdrachtenrepertoire dat nodig is om de computers te doen functioneren en hun onderlinge communicatie te verzorgen. Diverse programmas kunnen worden uitgewerkt met het oog op specifieke toepassingen (toepassingssoftware) en de gebruiker kan opteren voor direct beschikbare standaardprogrammas (gestandaardiseerde software), verzoeken om de uitwerking van specifieke programmas waarmee aan nauwkeurig omschreven behoeften kan worden voldaan (gepersonaliseerde software) of zijn toevlucht nemen tot een combinatie van deze twee soorten programmas.  8421 Diensten voor adviesverlening betreffende systemen en software. Diensten van algemene aard voorafgaand aan de realisatie van systemen voor de verwerking van gegevens en toepassingen. Het kan hier gaan om beheerdiensten, diensten voor projectplanning, enz...  8422 Diensten voor systeemanalyse. De systeemanalyse omvatten de analyse van de behoeften van de gebruiker, de omschrijving van de functionele kenmerken van het systeem en de samenstelling van de ploeg belast met de werkzaamheden. Tot deze klasse behoort eveneens het projectbeheer, de technische coördinatie van de werkzaamheden en de integratie en omschrijving van de systeemarchitectuur.  8423 Diensten voor systeemontwerp. Het systeemontwerp betreft het zoeken naar oplossingen voor technische problemen inzake methodologie, kwaliteitswaarborging, keuze van het softwarepakket of nieuwe technologieën, enz... 31
  • 32. Diensten ivm computers (Circ. 2 dec 1997)  8424 Diensten voor programmering. De diensten voor programmering omvatten de implementeringsfase, d.w.z. het opstellen en debuggen (verbeteren van fouten) van de programmas, de uitvoering van tests en de voorbereiding van " ad hoc "- documentatie  8425 Diensten voor systeemonderhoud. De diensten voor het systeemonderhoud omvatten de diensten van technische ondersteuning en adviesverlening over de gebruikte programmas, het herschrijven of het wijzigen van bestaande programmas of systemen, alsook de bijwerking van de documentatie en de handboeken betreffende de software. Tot deze klasse behoren eveneens de gespecialiseerde werkzaamheden zoals de conversies. 843 Diensten voor gegevensverwerking.  8431 Diensten voor voorbereiding van de invoergegevens. Diensten voor gegevensoptekening, zoals bijvoorbeeld het ponsen van kaarten, het optisch lezen of andere methodes voor het vatten van gegevens.  8432 Diensten voor gegevensverwerking en tabellarisering van gegevens. Diensten zoals de gegevensverwerking en tabellering van gegevens, de geautomatiseerde berekeningen en het huren van verwerkingstijd.  8433 Diensten voor gegevensverwerking op basis van time sharing. Blijkbaar gaat het hier om diensten die vergelijkbaar zijn met deze opgenomen onder subklasse 84320. Er kan enkel verwerkingstijd worden aangekocht. Wanneer die verwerkingstijd aangekocht wordt rekening houdend met de computerhardware van de gebruiker, dan koopt laatstgenoemde terzelfdertijd de telecommunicatiediensten. Het computerservicebureau verkoopt ook diensten betreffende gegevensverwerking en tabellarisering van gegevens. In beide gevallen kan het gaan om gegevensverwerking op basis van time sharing. Het is dus niet mogelijk de subklassen 84320 en 84330 strikt af te bakenen 32
  • 33. Diensten ivm computers (Circ. 2 dec 1997)  8439 Overige diensten voor gegevensverwerking. Beheerdiensten, op contractbasis, van alle aspecten van de werking van de computerhardware van derden : diensten voor de controle van de kwaliteit van de air- conditioning van de machinezaal, diensten voor het beheer van de combinaties van computerhardware, alsook beheerdiensten van de gegevensstroom en van de verdeling van de geautomatiseerde werkzaamheden. 844 Diensten betreffende gegevensbanken. Alle diensten verstrekt via een datatransmissienet door de oorspronkelijk georganiseerde gegevensbanken. (13). 845 Diensten voor onderhoud en reparatie van kantoormachines, kantoormateriaal en computerhardware. Onderhoud en reparatie van kantoormachines, computers en aanverwante uitrusting. 849 Andere diensten in verband met computers.  8491 Diensten voor gegevensvoorbereiding. Diensten voor gegevensvoorbereiding bestemd voor klanten, uitgezonderd de diensten voor gegevensverwerking.  8499 Andere diensten in verband met computers, elders niet vermeld. Andere diensten in verband met computers, elders niet vermeld, zoals bijvoorbeeld de opleiding van personeelsleden van de firmagebruiker en de andere gespecialiseerde diensten in verband met computers. 33
  • 34. Gemengde opdrachten Vbn.  Het leveren en plaatsen van vangrails op een snelweg. Indien de kosten voor het plaatsen van de vangrails in de grond een kleiner aandeel uitmaken van het geraamde totaal bedrag van de offerte dan de kostprijs van de te leveren vangrails, dan gaat het om een opdracht van leveringen.  Een contract voor het onderhoud van een fotokopiemachine. Een dergelijk contract is in de regel een opdracht van diensten, tenzij het onderhoudscontract een onderdeel uitmaakt van de aankoop - of de huur - van de machine. Wanneer in deze laatste hypothese de kostprijs voor het – meestal meerjarig - onderhoud kleiner is dan de prijs die betaald wordt voor de aankoop of de huur van de machine dan dient u de opdracht als een opdracht van leveringen te kwalificeren. Art. 2, 4 in fine Wet 15 juni 2006:  Een overheidsopdracht die zowel betrekking heeft op leveringen als op de in bijlage II van deze wet bedoelde diensten, wordt als een overheidsopdracht voor diensten beschouwd indien de waarde van de desbetreffende diensten hoger is dan die van de in de opdracht opgenomen leveringen.  Een overheidsopdracht die betrekking heeft op de in bijlage II van deze wet bedoelde diensten en ten opzichte van het hoofdvoorwerp van de opdracht slechts bijkomstig werkzaamheden omvat als bedoeld in bijlage I van deze wet, wordt als een overheidsopdracht voor diensten beschouwd; 34
  • 35. Raming waarde opdracht De raming van het opdrachtbedrag moet steunen op de totale duur en waarde van de opdracht zoals berekend door de aanbestedende overheid, met inbegrip van : 1 alle verplichte opties; 2 alle percelen; 3 alle herhalingen in de zin van artikel 26, 1, 2 , b), van de wet; 4 alle gedeelten in de zin van artikel 37, 1, van de wet; 5 alle verlengingen in de zin van artikel 37, 2, van de wet; 6 alle voor de duur van een raamovereenkomst of dynamisch aankoopsysteem overwogen opdrachten; 7 al het prijzengeld en de vergoedingen aan de deelnemers De berekening wordt gemaakt op het tijdstip van de verzending van de aankondiging of, wanneer geen aankondiging verplicht is, op het tijdstip waarop de procedure wordt aangevat. Noch de keuze van de ramingsmethode, noch de splitsing van een opdracht mogen tot doel hebben de opdracht aan de bekendmakingsregels te onttrekken. De raming van een opdracht voor werken omvat niet alleen de waarde van alle voorziene werken, maar ook de waarde van de leveringen die nodig zijn voor de uitvoering van de werken en die door de aanbestedende overheid ter beschikking zijn gesteld van de aannemer. 35
  • 36. Raming (2) Bij opdrachten voor leveringen die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de totale waarde van de opeenvolgende opdrachten die zullen worden gegund over twaalf maanden volgend op de eerste levering of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht. De raming van de opdrachten voor leveringen die geplaatst worden in de vorm van huur, huurkoop of leasing wordt als volgt bepaald :1 bij een opdracht met een bepaalde duur, op grond van de geraamde totale waarde van de opdracht voor de gehele looptijd, wanneer deze twaalf maanden of minder bedraagt, of op grond van het totaalbedrag met inbegrip van de geraamde restwaarde wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt; 2 bij een opdracht van onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, op grond van de geraamde maandelijkse waarde vermenigvuldigd met achtenveertig. 36
  • 37. Raming (3) De raming van opdrachten voor diensten omvat de totale vergoeding van de dienstverlener. Voor de berekening van dit bedrag worden in aanmerking genomen : 1 voor de verzekeringsdiensten, de te betalen premie en alle andere vormen van vergoeding; 2 voor de bankdiensten en andere financiële diensten, de honoraria, het commissieloon, de intresten alsmede alle andere vormen van vergoeding; 3 voor de diensten die betrekking hebben op ontwerpen, het te betalen honorarium, de commissielonen en alle andere vormen van vergoeding. De raming van de opdrachten voor diensten die geen totale prijs vermelden, wordt als volgt bepaald : 1 bij een opdracht met een bepaalde duur die gelijk is aan of korter is dan achtenveertig maanden, op grond van de totale geraamde waarde van de opdracht voor de gehele looptijd; 2 bij een opdracht van onbepaalde duur of waarvan de duur langer is dan achtenveertig maanden, op grond van de geraamde maandelijkse waarde vermenigvuldigd met achtenveertig. Bij opdrachten voor diensten die een zekere regelmaat vertonen of die bestemd zijn om in de loop van een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt de raming bepaald op grond van de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten die zullen worden gegund over twaalf maanden volgend op de eerste prestatie of, indien deze meer bedraagt dan twaalf maanden, over de volledige looptijd van de opdracht. Een opdracht die tegelijk betrekking heeft op diensten bedoeld in bijlage II, A, en in bijlage II, B, van de wet, wordt geplaatst overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het gedeelte van de opdracht met de grootste geraamde waarde. 37
  • 38. Toepassingsgebied ratione summae=< EUR 5.500 : onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, enkel toep. art. 1 Wet 1993: mededinging en forfaitaire grondslag; geen toepassing AAV 8.500=< EUR 22.000 (AAV) 30.000< EUR 67.000 (onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking klassieke sectoren) 85.000< EUR 67.000 (onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking nutsectoren)< EUR 200.000/135.000 (leveringen en diensten klassieke sectoren): Europese bekendmaking< EUR 400.000 (leveringen en diensten nutsectoren): Europese bekendmaking< EUR 5.000.000 (werken): Europese bekendmaking excl. BTW p. 38
  • 39. ICT & O&O
  • 40. ICT en O&O Marktverkenning Procurement on demand / unsollicited proposals (Innovatieplatform IWT - www.innovatiefaanbesteden.be) (Pre-commerciële aanbesteding) Diensten O&O 40
  • 41. Marktverkenning http://www2.vlaanderen.be/pps/informatie/info_doc.html Art. 5 KB Plaatsing: “De aanbestedende overheid mag vóór het aanvatten van een gunningsprocedure de markt verkennen met het oog op het opstellen van de opdrachtdocumenten en -specificaties, op voorwaarde dat die marktverkenning niet tot een verhindering of een vertekening van de mededinging leidt.” Kernelementen:  Martkverkenning ≠ gunningsprocedure  Tijdstip: vóór aanvatten gunningsprocedure  “een” gunningsprocedure: incl. concessie, ontwerpenwedstrijd e.d.  Doelstelling: opstellen opdrachtdocumenten –en specificaties  Verboden effect: verhindering/vertekening mededinging  Verbod op marktverkenning tijdens een lopende gunningsprocedure  Geen aanbestedingsplicht + informatie ingewonnen n.a.v. marktverkenning moet niet per se leiden tot opmaak van aanbestedingsdocumenten en – specificaties 41
  • 42. Marktverkenning (2)  Geen verplichting / verbod vergoeding deelnemers marktverkenning cfr. art. 3, 1 Wet 15 juni 2006: “onder bezwarende titel”  Geen duidelijke relatie met toegangsverbod art. 64 KB Plaatsing  is deelname à marktverkenning art. 5 = / ≠ verbod art. 64?  deelname à marktverkenning ≠ selectie/kwalificatie gunningsprocedure  risico cherry picking  AO moet op voorhand impact op mededinging inschatten (horizontaal / verticaal)  impact op daarop volgende gunningsprocedure gebaseerd op info uit marktverkenning  Quid toepassing principes van vrije mededinging, gelijkheid en transparantie op marktverkenning? 42
  • 43. Marktverkenning (3)  Geen definitie opdrachtspecificaties : opdrachtdocumenten gedefinieerd in art. 3, 21 Wet 15 juni 2006; worden technische specificaties bedoeld?  Quid ruimere invulling marktverkenning 8e overweging voorafgaand aan RL 2004/18/EG? Actieve en passieve marktverkenning:  quid unsollicited proposals? Cfr. problematiek ongevraagd indienen aanvraag tot deelname / offerte (RvS, Omniplay)  quid procurement on demand? (gebiedsontwikkeling) KENNISCENTRUM PPS: “Ook in deze context dringt de organisatie van een onderhandelingsprocedure met bekendmaking of een concurrentiegerichte dialoog zich dus op als er geen wettige motieven zijn om zonder voorafgaandelijke in-mededingingstelling in te gaan op een unsolicited proposal. De overheid moet er in het bijzonder over waken dat de omschrijving van het voorwerp van de opdracht voldoende ruimte biedt om binnen de onderhandelings- of dialoogprocedure ook andere marktoplossingen aan te bieden die dezelfde kwaliteiten hebben als de oplossing die werd geïnitieerd in het unsolicited proposal.”  Passieve marktverkenning grijze zone tussen marktverkenning art. 5 en unsollicited proposal 43
  • 44. O&O diensten Onderzoeks- en ontwikkelingswerk  Onderworpen aan overheidsopdrachtenreglementering  Resultaten van de opdracht komen in hun geheel toe aan het bestuur in de uitoefening van haar eigen werkzaamheden; én  Resultaten worden geheel door het bestuur zelf gefinancierd  Niet onderworpen aan overheidsopdrachtenreglementering  Resultaten komen niet of gedeeltelijk toe aan het bestuur  Resultaten komen wel toe aan het bestuur maar zijn niet bestemd voor gebruik in de uitoefening van de eigen werkzaamheden  Bestuur is niet de enige betaler: er is medefinanciering door andere overheden, privé-instanties of de onderzoeks- en ontwikkelingsinstantie zelf 44
  • 45. Onderhandelingsprocedure zonderbekendmaking Toepassingsvoorwaarden onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking  Drempelwaarden  < EUR 8.500 : op factuur  < EUR 85.000,- – Opdrachten voor werken – Opdrachten voor leveringen – Opdrachten voor diensten (met uitzondering van de hieronder vernoemde diensten)  < EUR 200.000,- – Alle opdrachten voor diensten bijlage II lijst B – Opdrachten voor diensten van financiële instellingen (Bijlage II lijst A, categorie 6) – Opdrachten voor diensten van onderzoeks- en ontwikkelingswerk (Bijlage II lijst A, categorie 8) 45
  • 46. Onderhandelingsprocedure met bekendmaking Toepassingsvoorwaarden onderhandelingsprocedure met bekendmaking  Drempelwaarden  < EUR 600.000,- – Opdrachten voor werken  < EUR 200.000,- – Opdrachten voor leveringen – Opdrachten voor diensten  Ongeacht de waarde van de opdracht – Alle opdrachten voor diensten bijlage II B Opdrachten voor werken wanneer het werken betreffen die uitsluitend worden uitgevoerd t.b.v. onderzoek, proefneming of ontwikkeling en niet met het doel winst te maken of de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken 46
  • 47. Enkele aandachtspunten bij gunnen enuitvoeren ICT opdrachten
  • 48. Zakengeheimen en intellectueleeigendomsrechten Art. 11 Wet 15 juni 2006: De aanbestedende overheid en elke persoon die, in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van vertrouwelijke informatie over een opdracht of die hem, in het kader van de plaatsing en uitvoering van de opdracht, door de kandidaten, inschrijvers, aannemers, leveranciers of dienstverleners werd verstrekt, mogen die informatie niet bekendmaken. Deze informatie heeft meer bepaald betrekking op de technische of commerciële geheimen en op de vertrouwelijke aspecten van de offertes. De aanbestedende overheid kan eisen opleggen om het vertrouwelijke karakter te beschermen van de informatie die ze mededeelt aan de kandidaten en inschrijvers Art. 6 KB Plaatsing: Ongeacht of elektronische middelen worden gebruikt of niet, vindt de mededeling, uitwisseling en opslag van informatie op zodanige wijze plaats dat : 1 de integriteit van de gegevens wordt gewaarborgd; 2 de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot deelneming en van de offertes wordt gewaarborgd, en dat de aanbestedende overheid pas bij het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennisneemt van de inhoud ervan 48
  • 49. Zakengeheimen en intellectueleeigendomsrechten Art. 65/10 Wet 24 december 1993:  Bepaalde gegevens mogen evenwel niet worden medegedeeld indien de openbaarmaking ervan de toepassing van een wet zou belemmeren, in strijd zou zijn met het openbaar belang, nadelig zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van overheidsbedrijven of particuliere ondernemingen of de eerlijke mededinging tussen de ondernemingen zou kunnen schaden.  De aanbestedende instantie en elke persoon die, in het kader van zijn functie of van de hem toevertrouwde opdrachten, kennis heeft van vertrouwelijke informatie over een opdracht of die hem, in het kader van het plaatsen en de uitvoering van de opdracht, door de kandidaten, inschrijvers, aannemers, leveranciers of dienstverleners werd verstrekt, mogen die informatie niet bekendmaken. Deze informatie heeft meer bepaald betrekking op de technische of commerciële geheimen en op de vertrouwelijke aspecten van de offertes  Zolang de aanbestedende instantie geen beslissing heeft genomen over, naargelang het geval, de selectie of kwalificatie van de kandidaten, de regelmatigheid van de offertes, de gunning van de opdracht of de beslissing om af te zien van het plaatsen van de opdracht, hebben de kandidaten, inschrijvers en derden geen toegang tot de documenten betreffende de procedure, met name de aanvragen tot deelneming of kwalificatie, de offertes en de interne documenten van de aanbestedende instantie.]1 49
  • 50. Zakengeheimen en intellectueleeigendomsrechten Art. 65/26 Wet 24 december 1993 : De verhaalinstantie moet de vertrouwelijkheid en het recht op eerbiediging van zakengeheimen waarborgen met betrekking tot de informatie die is vervat in door de betrokken partijen, in het bijzonder door de aanbestedende instantie die het volledige dossier dient over te leggen, aan haar overgelegde dossiers, ook al kan zijzelf van deze informatie kennis nemen en deze in haar beschouwing betrekken. Het komt deze instantie toe te oordelen in welke mate en op welke wijze de vertrouwelijkheid en het geheime karakter van deze informatie moet worden gewaarborgd, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht van verweer van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt. 50
  • 51. Intellectuele eigendomsrechten in KBUitvoering Gebruik van de resultaten (art. 19)  Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten verkrijgt de aanbestedende overheid niet de intellectuele eigendomsrechten die ontstaan, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht.  Onverminderd het eerste lid en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, wanneer het voorwerp van de opdracht de creatie, de fabricage, of de ontwikkeling van tekeningen en modellen, alsook van emblemen omvat, verkrijgt de aanbestedende overheid de intellectuele eigendom ervan, alsook het recht om die te deponeren, te laten registreren en te laten beschermen.  Wat de domeinnamen betreft die aangemaakt worden in het kader van een opdracht, verkrijgt de aanbestedende overheid eveneens het recht om die te registreren en te beschermen, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.  Wanneer de aanbestedende overheid niet de intellectuele eigendom verkrijgt, geniet zij een gebruikslicentie voor de resultaten die beschermd zijn door het intellectuele eigendomsrecht voor de in de opdrachtdocumenten vermelde exploitatiewijzen.  De aanbestedende overheid somt in de opdrachtdocumenten de exploitatiewijzen op waarvoor zij een licentie wil verkrijgen.  51
  • 52. Intellectuele eigendomsrechten in KBUitvoering  De intellectuele eigendomsrechten die ontstaan, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht, kunnen niet tegen de aanbestedende overheid aangevoerd worden voor het gebruik van de resultaten van de opdracht. Het is aan de opdrachtnemer om de nodige stappen te zetten bij derden om de noodzakelijke exploitatierechten en toestemmingen te verkrijgen.  De aanbestedende overheid kan, na de opdrachtnemer hierover te hebben ingelicht, algemene gegevens publiceren over het bestaan van de opdracht en de verkregen resultaten. Ze moeten zodanig opgesteld zijn dat ze niet door derden kunnen gebruikt worden zonder toelating van de opdrachtnemer. In die publicatie wordt de tussenkomst van de opdrachtnemer vermeld.  De voorwaarden voor het commercieel of ander gebruik door de opdrachtnemer, van de algemene gegevens over het bestaan van de opdracht en over de verkregen resultaten, worden bepaald door de opdrachtdocumenten.  Indien de opdrachtdocumenten voorzien in de deelname van de aanbestedende overheid aan de financiering van het onderzoek en de ontwikkeling verbonden aan het voorwerp van de opdracht, kunnen zij de toekenningsvoorwaarden bepalen van de vergoeding verschuldigd aan de aanbestedende overheid in geval van het gebruik van de resultaten door de opdrachtnemer. 52
  • 53. Intellectuele eigendomsrechten in KBUitvoering Methodes en know how (art. 20)  Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten verkrijgt de aanbestedende overheid niet de rechten op de methodes en knowhow die gedaan, verworven, ontwikkeld of gebruikt worden bij de uitvoering van de opdracht. De opdrachtnemer deelt de aanbestedende overheid op haar verzoek mee welke knowhow, nodig is voor het gebruik van het werk, de levering of de dienst, ongeacht of die aanleiding gegeven heeft tot het aanvragen van een octrooi of niet. Registraties (art. 21)  De opdrachtnemer doet bij de aanbestedende overheid binnen de maand aangifte van alle aanvragen tot registratie van een intellectueel eigendomsrecht die hij in België of in het buitenland doet in verband met de creaties of uitvindingen die hij ontwikkeld of gebruikt heeft bij de uitvoering van de opdracht. Tegelijk met die aangifte bezorgt hij de aanbestedende overheid een kopie van de schriftelijke akte waarin de ter zake geldende wetgeving voorziet. 53
  • 54. Intellectuele eigendomsrechten in KBUitvoering Sublicenties (art. 22)  Onverminderd de mogelijkheid om de intellectuele eigendom te verwerven overeenkomstig artikel 19, 1, eerste lid, kan de aanbestedende overheid een sublicentie verlenen binnen de voorwaarden en voor de exploitatiewijzen bepaald in de opdrachtdocumenten. Wederzijdse bijstand en waarborg (art. 23)  De opdrachtnemer moet alle nodige maatregelen nemen om de rechten van de aanbestedende overheid te vrijwaren en moet zo nodig, op eigen kosten, de formaliteiten vervullen die nodig zijn opdat die rechten aan derden zouden kunnen worden tegengeworpen. Hij licht de aanbestedende overheid in over de getroffen schikkingen alsook de vervulde formaliteiten.  anaf de eerste tekenen van een vordering door een derde tegen de opdrachtnemer of de aanbestedende overheid, moeten deze elkaar inlichten en alle mogelijke maatregelen nemen om de stoornis te doen ophouden, en moeten zij wederzijds bijstand verlenen door elkaar met name bewijselementen mee te delen of nuttige documenten te overhandigen die ze in hun bezit hebben of kunnen verkrijgen  De opdrachtnemer garandeert dat de creaties of uitvindingen die hij zal realiseren, met name de fotos, illustraties, grafieken, zoals hij die aan de aanbestedende overheid zal aanbieden, geen inbreuk zullen vormen op enig recht van derden, op enige wetgeving, en dat voor zover in het werk portretten zullen worden opgenomen, de nodige door de wet vereiste toestemmingen tot gebruik van deze portretten in het kader van de opdracht zullen zijn verkregen.  De opdrachtnemer of de aanbestedende overheid die de rechten van een derde niet heeft geëerbiedigd of die rechten niet aan zijn medecontractant kenbaar heeft gemaakt, staat borg voor elk verhaal dat een derde tegen deze medecontractant zou stellen. Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten is die waarborg evenwel beperkt tot het bedrag van de opdracht. 54
  • 55. Gegroepeerd aanbesteden
  • 56. Gegroepeerd aanbesteden Groeperen = synergie creëren Synergie: €, , , +=, , … Groeperen langs beide zijden mogelijk: AO1 ON1 1 shot AO2 AO2 = P ON2 ON2 AO3 AC/OC recurrent ON 3 AOn ONn
  • 57. Juridische vormgeving gegroepeerdaanbesteden Parameters:  Betrokken AO / derden  Organiek kader AO / derden  Contractuele / participatieve samenwerking?  Voorwerp opdracht(en) / toestand markt  Nagestreefde synergie  Beschikbare middelen  Draagvlak intra/extra muros Aandachtspunten:  Taakverdeling: wie doet wat wanneer?  Financiële stromen: wie betaalt wat wanneer?  Minimale vereisten / Behoefteafdekking  Kritische succesfactoren  Aansprakelijkheidsverdeling / Trouble shooting  Communicatie intra/extra muros  Externe risico-factoren (bv. toezicht)
  • 58. SAMENGEVOEGDE OPDRACHTArt. 38 en 55 Wet 15 juni 2006
  • 59. Toepassingen Gezamenlijke aankoop van energie, grondstoffen e.d. (i.g.v. recurrent eerder AC/OC) Aankoop voor derden (particulieren): niet als dusdanig bedoeld Infrastructuurprojecten (werken) waarbij verschillende (bevoegdheidsdragende) overheden betrokken zijn, bv. tramlijn Recurrente leveringen en diensten van enige omvang met beperkte looptijd, bv. verzekeringen Raamovereenkomsten (RO) m.o.o. verlengen duurzaamheid samengevoegde opdracht Test-case opdrachtencentrale(OC)
  • 60. Begrip 2 of meer aanbestedende overheden (AO) of overheidsbedrijven (OB) + privaatrechtelijke personen (bijz. nutsectoren niet maar aanbestedende entiteiten (AE) = privaatrechtelijke personen  toep. regels klassieke of gebeurlijk algemene nutsectoren) Opdracht ≠ def. art. 4, 1 Wet 15 juni 2006 (bijz. nutsectoren) maar overheidsopdracht (art. 3, 1 Wet 15 juni 2006) : elke overheidsopdracht, elke gunningsprocedure of -modaliteit Penhouder = overheid of entiteit :  treedt in naam en voor rekening op voor leden samengevoegde opdracht  treedt op in de hoedanigheid van AO onder eigen naam  is zelf niet noodzakelijk mede-opdrachtgever (// OC)  Is zelf niet noodzakelijk AO (overheidsbedrijf, AE, derde - privaatrechtelijke persoon) (≠ OC) “Voorwaarden van de opdracht” kunnen voorzien in afzonderlijke betaling door elk van de leden samengevoegde opdracht (RvS, 25 januari 2000, nr. 84.828 en 6 februari 2001, nr. 93.099, NV Betonac)
  • 61. Begrip (2) ≠ art. 19 en 44 Wet 24 december 1994:  Weglaten motief van algemeen belang  samenwerking overheden ≠ niveaus, bevoegdheden, noden, … mogelijk  Weglaten aanbesteding, offerteaanvraag, onderhandelingsprocedure  alle gunningsprocedures  Overheid/orgaan wordt overheid/entiteit  Weglaten gunning+uitvoering  Toevoeging dat penhouder niet alleen in naam maar ook voor rekening leden samengevoegde opdracht aanbesteedt Impact inhouse rechtspraak? Cfr. aanduiding penhouder (geen criteria in regelgeving)  lastgeving ≠ aanneming van diensten en in beginsel om niet (art. 1986 BW) + uitz. art. 15 en 59 Wet 16 juni 2006 t.a.v. AC/OC // op samengevoegde opdracht omdat AC ook éénmalig/niet-duurzaam kan zijn (FLAMME, THIEL, LEUS). I.g.v. betaling: toetsing à Teckal- doctrine
  • 62. Aandachtspunten Privaatrechtelijke personen = AE art. 2, 3 Wet 15 juni 2006? Ook AO ≠ publiekrechtelijke instelling bedoeld (bv. private universiteit). Quid „echte‟ derden? Impliciet verbod penhouder = alle leden samengevoegde opdracht? („de overheid of entiteit‟) Penhouder = lasthebber (art. 1984 BW) voor gunning/uitvoering opdracht (loskoppelen gunning/uitvoering mogelijk doch onlogisch)  mandaatovereenkomst:  identificatie bestanddelen opdracht, PvE, kritische succesfactoren, …  omvang en inhoud mandaat, wijze van kwijting, onkostenvergoeding, …  Inzet middelen penhouder / leden,  interne communicatie & coördinatie beslissingsproces (stuurgroep?),  aansprakelijkheidsverdeling leden-penhouder (bv. fout in gunningsbeslissing, vertraagde of niet-conforme prestaties e.d.),  facturatie- en betalingsstroom,  conflictbeheersing, …
  • 63. Aandachtspunten (2) Penhouder = enige opdrachtgever Voor gehele opdracht (geen penhouderschap per perceel). D.w.z.:  Geen vordering t.a.v. leden cfr. RvS 30 juli 2008, nr. 185.539, THV Travant)  Geen terugtrekking lid tijdens gunning/uitvoering (tenzij contractueel bedongen, cfr. RvS 7 juni 1984, nr. 24.444, Van Noordenne)  Noodzaak disclosure identiteit leden voor wiens rekening wordt gecontracteerd Quid delegatie van bevoegdheid vanuit leden samengevoegde opdracht, inz. à entiteit? (RvS 27 april 1993, nr. 42.706, NV Beton- Wegenbouw)  (bevoegde organen) Leden beslissen tot aanbesteden opdracht  (bevoegde organen Leden duiden penhouder aan  (bevoegde organen) Leden keuren opdrachtdocumenten / gunningsbeslissing goed organen leden.  Somtijds noodzaak voorafgaand samenwerkingsovereenkomst tss leden Bij samengevoegde opdracht tss leden in klassieke en (alg.) nutssectoren  toepassing strengste regime (klassieke sectoren) Geen bijzondere motiveringseis gebruik samengevoegde opdracht
  • 64. Aandachtspunten (3) ≠ OC :  leden samengevoegde opdracht ≠ silent partners  1 opdracht (1 RO) d.w.z. 1 set opdrachtdocumenten, geen loten per lid samengevoegde opdracht (wel afzonderlijke facturatie mogelijk  afzwakking eenheidsidee rechtspraak RvS Betonac)  afzwakking gebrek aan duurzaamheid d.m.v. RO (4j)  Geen toetreding tot samengevoegde opdracht na start gunningsprocedure dan middels wijziging opdrachtdocumenten (en geen toetreding na sluiting opdracht)  Penhouder niet noodzakelijk AO  Boek IIbis: aanbestedende instantie = leden samengevoegde opdracht
  • 65. AANKOOP- EN OPDRACHTENCENTRALEArt. 2, 4 , 15, 55 en 59 Wet 15 juni 2006
  • 66. Begrip Doelstelling regelgeving: juridische basis bieden à bestaande praktijk (cfr. overw. 15 RL 2004/18/EG; Parl.St., Kamer, 51-2237/010, p. 5) Aankoop- en opdrachtencentrale = AO (art. 2, 1 Wet 15 juni 2006) Quid overheidsbedrijf (alg. nutsectoren)? Art. 15 van toep. in alg. nutsectoren (art. 55 Wet 15 juni 2006) maar definitie AC verwijst enkel naar AO (art. 2, 1 ) en niet naar overheidsbedrijf (art. 2, 2 ). Zelfde problematiek AE: art. 59 // art. 15, maar AE gedef. in art. 2, 3 i.p.v. art. 2, 1 . Gevolg: overheidsbedrijf en AE kunnen lid zijn, maar zelf niet ageren als AC
  • 67. Begrip (2) AC = AO die leveringen of diensten verwerft in eigen naam en voor eigen rekening, maar bestemd voor (andere) AO, OB of AE (geen werken) OC = AO die overheidsopdrachten of raamovereenkomsten plaatst m.b.t. werken, leveringen of diensten, in eigen naam maar voor rekening van AO, OB of AE  Wil dit zeggen dat AC geen RO kan afsluiten? NEEN, toevoeging RO bij OC copy paste RL cfr. definitie RL art. 3, 15 RO ≠ overheidsopdracht  Wil dit zeggen dat OC enkel opdrachten gunt maar niet uitvoering mag opvolgen? NEEN, maar regelgeving gaat er wel van uit dat uitvoering wordt opgevolgd door individuele deelgenoten. AO, OB of AE die beroep doet op AC of OC is vrijgesteld van verplichting op zelf een gunningsprocedure te organiseren  doorplaatsen leveringen en diensten i.g.v. AC = inhouse zonder toep. Teckal-doctrine; aanbesteding door OC = aanbesteding door lid OC Geen beperking tot welbepaalde werken, leveringen of diensten doch in de praktijk focus op recurrente prestaties, bv. ICT, kantoorbenodigdheden, energie, HRM, e.d.
  • 68. Begrip (3) AC/OC = AO (theoretisch al dan niet met rechtspersoonlijkheid, doch in de praktijk noodzaak rechtspersoonlijkheid) AC/OC moet niet specifiek zijn opgericht om die functie te vervullen (SPV), kan bestaande AO zijn AC/OC past zelf procedurele verplichtingen plaatsen overheidsopdrachten toe (art. 11, 2 RL 2004/18)  lid AC/OC moet nagaan of prestaties betrokken via centrale conform regelgeving geschiedt Privaatrechtelijke personen die geen AE zijn, kunnen niet deelnemen à AC/OC (contra ARROWSMITH, contra RvS 22 november 2011, nr. 216.388, Axell Wireless) Geen bijzondere motiveringseis gebruik AC/OC
  • 69. Aandachtspunten Bij oprichting SPV als AC/OC: juridische vorm i.f.v. organiek kader deelgenoten + fiscale behandeling i.g.v. AC (cfr. BTW-status VZW = kostendelende vereniging) + kwalificatie als AO (VZW bv. onder art. 2, 1 d) Wet 15 juni 2006 + aansprakelijkheidsverdeling deelgenoten  deelneming in SPV AC veronderstelt niet noodzakelijk equity (kan contractueel blijven) ≠ qua beslissingsbevoegdheid:  AC: beslissingen m.b.t. gunning/uitvoering bij AC als AO  plaats van prestatielevering (bij AC, bij deelgenoten?)  nood aan toezichtsregeling deelgenoten: samenwerkingsovereenkomst deelgenoot – AC (of bij SPV via statuten + AH overeenkomst)  OC: systeem van mandaat/delegatie (cfr. samengevoegde opdracht) : samenwerkings- en lastgevingsovereenkomst (of via statuten SPV + AH overeenkomst) Quid bijkomende dienstverlening door AC/OC à leden (advies & begeleiding, knowledge centre)? Indien niet kosteloos: kans herkwalificatie als opdracht voor diensten, tenzij inhouse met toepassing Teckal-doctrine (bv. dochter van 2 AO die zelf als AO kwalificeert). Quid toegevoegde waarde op doorgeplaatste leveringen of diensten door AC? Aanvullende prestatie t.a.v. contract dat in hoofdzaak niet onder regelgeving overheidsopdrachten valt (cfr. HvJ 6 mei 2010, C-145/08 en C-149/08, Club Hotel Loutraki AE)?
  • 70. Aandachtspunten (2) Aansprakelijkheidsverdeling: schending regelgeving AC/OC = schending regelgeving deelgenoten  in overeenkomst aansprakelijkheid primair bij AC/OC en vrijwaringsplicht t.a.v. deelgenoten. Bv. OC gunt, deelgenoot volgt uitvoering op tijdens dewelke fout wordt ontdekt terug te voeren tot gunningsprocedure: wie draagt aansprakelijkheid? Financiering/betalingsstromen:  Bij AC: AC betaalt opdrachtnemer en rekent vervolgens door (geen bijzondere bepaling rechtstreeks factureren à bediende deelgenoot)  Bij OC: individuele deelgenoot voor wie opdracht is geplaatst betaalt à opdrachtnemer  Quid onkosten gunningsproces/bewaking uitvoering? Toetreding:  AC: check waarborgen dat centrale regelgeving overheidsopdrachten naleeft; toetreding kan altijd conform voorwaarden van toep. op juridische vorm AC (contractuele toetreding of bij SPV, deelname)  OC: check waarborgen + toetreding niet van toepassing op reeds lopende gunningsprocedures of geplaatste contracten (= wijziging opdrachtgever cfr. HvJ Pressetext Nachrichteagentur)
  • 71. Aandachtspunten (3) AC: mogelijkheid doorplaatsen opdracht met winstmarge (uitgez. VZW) + mogelijkheid aanlegen voorraad geleverde goederen (stock) i.g.v. voldoende afnamezekerheid en prefinanciering Aantal leden AC/OC: in beginsel onbeperkt (toetssteen = Belgisch en Europees mededingingsrecht en marktverstorende praktijken) Boek IIbis Wet 24 decemer 1993: aanbestedende instantie = AC/OC  mogelijkheid dat hoewel leden centrale onderworpen à rechtsmacht RvS, centrale zelf onderworpen à burgerlijke rechter
  • 72. RAAMOVEREENKOMSTENArt. 32 en 55 Wet 15 juni 2006, art. 136-138 KB 15 juli 2011
  • 73. Begrip RO = overeenkomst tussen 1 of meer AO of OB of AE (klassieke en nutsectoren) en 1 of meer opdrachtnemers (W, L en D) met als “doel” (voorwerp) het vastleggen van de voorwaarden van te plaatsen opdrachten gedurende een bepaalde periode, met name inzake prijzen en beoogde hoeveelheden (art. 3, 15 en 4, 6 Wet 15 juni 2006) ≠ raamcontract art. 26, 2 1 Wet 15 juni 2006 (contrat-cadre) AO en OB/AE kunnen raamovereenkomsten sluiten: Momenteel RO met meerdere opdrachtnemers enkel mogelijk in nutsectoren (art. 27, 41bis en 48 Wet 24 december 1993) cfr. art. 113 KB 8 januari 1996 (slechts 1 offerte kiezen) reeds bloeiende praktijk in klassieke sectoren Keuze “partijen” (AO/OB/AE en opdrachtnemer(s)) bij plaatsen RO en bij gunning (plaatsing) opdrachten geschiedt o.g.v. dezelfde gunningscriteria (art. 32, tweede lid Wet 15 juni 2006)  probleem prijs: moet gunningscriterium in RO zijn wil het gunningscriterium bij plaatsing opdracht zijn  bepaalde rechtsleer: gunningscriteria opdracht moeten reeds in opdrachtdocumenten gekend zijn (dus prijs kan louter worden vermeld in bestek RO en als GC dienen bij toewijzen opdracht o.g.v. zgn. mini-competitie cfr. Fiche explicative Accords cadres CE, 2005) doch ook rechtsleer die stelt: geen nieuwe criteria noch buiten beschouwing laten criteria RO bij gunning opdrachten (bv. SCHELLEKENS in D‟HOOGHE)
  • 74. Begrip (2) Voorwaarden te plaatsen opdrachten in RO mogen niet “wezenlijk” (HvJ, Pressetext Nachrichteagentur) worden gewijzigd bij gunning opdrachten (art. 32, derde lid Wet 15 juni 2006)  zie verder art. 138 KB Plaatsing Duur RO en opdrachten beperkt tot 4 jaar (behoudens in uitzonderlijke, behoorlijk gemotiveerde gevallen) (art. 32, 4e lid Wet 15 juni 2006) Vraag: mag laatste dag RO nog opdracht worden gesloten voor 4 jaar (los van gemotiveerd uitzonderingsgeval)? (cf. beperking duurtijd verlenging 4 jaar in art. 37, 2 Wet 15 juni 2006) (art. 32 RL 2004/18/EG bevat geen maximumduur) (SCHELLEKENS in D‟HOOGHE: mag, anders kan laatste periode RO niet benut worden, doch voor over mededinging niet onredelijk lang verhinderd wordt) Geen gebruik RO op een wijze die de mededinging zou (kunnen) verhinderen, beperken of vervalsen + Geen misbruik RO (art. 32, 5e lid Wet 15 juni 2006 // art. 41bis Wet 24 december 1993) MAAR: geen bijzondere motiveringseis gebruik RO
  • 75. Begrip (3) Gunningsprocedure RO : aanbesteding, offerteaanvraag of (indien geoorloofd) onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking (art. 136, 1e lid KB Plaatsing) In aankondiging vermelden RO met 1 of meerdere opdrachtnemers (art. 136, tweede lid KB Plaatsing) I.g.v. RO met één opdrachtnemer : specifieke opdrachten gegund à opdrachtnemer o.g.v. voorwaarden RO  mogelijkheid schriftelijke raadpleging opdrachtnemer m.o.o. aanvulling offerte (art. 137 KB Plaatsing) doch geen verbeteringen à initiële offerte (Fiche explicative Accords cadres CE, 2005, noot 22) RO met één opdrachtnemer: niet 100% gelijk te stellen met bestellings-, stock-, klantenopdrachten e.d., die ook kunnen gebaseerd zijn op toep. optie of verlenging (art. 37 Wet 15 juni 2006)
  • 76. Begrip (4) I.g.v. RO met meerdere opdrachtnemers : minstens 3 deelnemers (voor zover aantal geschikte offertes voldoende groot is gebleken + idee workable competition onder misbruikverbod) (art. 138, eerste lid KB Plaatsing) I.g.v. RO met meerdere opdrachtnemers: specifieke opdrachten gegund  À welbepaalde opdrachtnemer(s) wanneer alle voorwaarden bepaald in RO en deze voorwaarden van toepassing  geen verdere in mededinging stelling  Middels zgn. mini-competitie, wanneer niet alle voorwaarden bepaald in RO  in mededinging stelling o.g.v. voorwaarden RO (indien nodig gepreciseerd, bv. qua termijnen, facturering, aanvullende voorschriften e.d.) EN onder andere voorwaarden dan in opdrachtdocumenten RO wanneer nodig (≠ wezenlijke afwijking van voorwaarden reeds gekend in RO) (impliciete mogelijkheid verbetering initiële offertes onder RO?) Procedure mini-competitie (art. 138, laatste lid KB Plaatsing):  voor elke opdracht raadpleegt AO schriftelijk opdrachtnemers RO die in staat zijn de specifieke opdracht uit te voeren;  voldoende lange termijn vast voor ontvangst offertes (rekening houdend met o.m. complexiteit voorwerp opdracht en benodigde tijd toezending offertes);  offertes mini-competitie worden schriftelijk ingediend;  offertes mogen (m.o.o. vertrouwelijkheid) slechts worden geopend bij het verstrijken van de vastgestelde ontvangsttermijn;  Ao gunt à inschrijver die laagste of economisch voordeligste offerte heeft ingediend
  • 77. Aandachtspunten Geen toetreding van AO/OB/AE tot RO na plaatsing ervan (Fiche explicative Accords cadres CE, 2005: un système clos)  opletten bij gebruik RO door AC/OC : voorzien in opdrachtdocumenten dat extra AO/OB/AE kunnen toetreden (contra DE KONINCK & FLAMEY) Geen exclusiviteit / minimale prestaties tenzij in opdrachtdocumenten bepaald  geen subjectief recht op opdracht, mogelijkheid opdrachten met zelfde voorwerp buiten RO te plaatsen Plaatsing RO: RO niet noodzakelijk overheidsopdracht an sich cfr. definitie art. 3, 15 Wet 15 juni 2006.  Enkel toepassing gunningsprocedures Wet 15 juni 2006 indien RO = ten bezwarende titel (verplichting tot gunning/aanvaarding aanneming van werken, leveringen of diensten, vastlegging essentiële voorwaarden opdrachten reeds in RO) cfr. RL 2004/18/EG: plaatsen RO volgens “normale procedureregels” = aankondiging, kwalitatieve selectie en hanteren vooraf bekendgemaakte, objectieve gunningscriteria  Cfr. art. 53, 2, 1 Wet 15 juni 2006(nutsectoren): als RO is geplaatst bij aanbesteding, offerteaanvraag of onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, kunnen opdrachten geplaatst worden met toep. onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking  MAAR: niet voorzien in art. 26, 2 (klassieke sectoren)  voorgeschreven gunningsprocedures ex art. 136 KB plaatsing: als RO geplaatst middels aanbesteding, offerteaanvraag of onderhandelingsprocedure met bekendmaking dan toep. “mini-competitie” i.g.v. meerder opdrachtnemers (art. 138 KB Plaatsing )  in de praktijk plaatsing RO middels gunningsprocedure, zodat opdracht
  • 78. Aandachtspunten (2) Met art. 27 Wet 24 december 1993: meerdere AO/OB/AE kunnen tezamen RO afsluiten  samengevoegde opdracht? Enkel als opdrachten onder RO t.b.v. meerdere opdrachtgevers RO Deelname privaatrechtelijke persoon ≠ AO/OB/AE à RO? Lijkt impliciet uitgesloten in def. art. 3, 15 Wet 15 juni 2006 Raming waarde RO: art. 24, 6 KB Plaatsing: raming opdrachtbedrag moet steunen op totale duur en waarde opdracht met inbegrip van alle voor de duur van een raamovereenkomst overwogen opdrachten Wel toep. voorafgaande bekendmaking RO (art. 36 KB Plaatsing), geen aankondiging gegunde RO (art. 38, 1, tweede lid KB Plaatsing)
  • 79. Vragen? 79
  • 80. Contacts Jens Debièvre Advocaat-vennoot T +32 2 787 9065 M +32 486 286 538 E jens.debievre@lydian.be Havenlaan 86c, bus 113 1000 Brussel www.lydian.be 80