20140303 lezing de gelovige en geld en bezit

905
-1

Published on

Bijbellezing over de gelovige en geld en bezit - Rentmeesterschap

Published in: Spiritual
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
905
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
20
Actions
Shares
0
Downloads
2
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

20140303 lezing de gelovige en geld en bezit

  1. 1. rentmeesterschap
  2. 2.    Job 41:2: Wat onder de ganse hemel is, dat behoort mij toe Psalm24:1: Des Heren is de aarde en haar volheid Ps. 50:10-12: want Mij behoort al het gedierte van het woud,het vee op bergen, rijk aan runderen. Ik ken al het gevogelte der bergen,wat zich roert op het veld, staat Mij ter beschikking. Indien Ik honger had, zou Ik het u niet zeggen,want Mij behoort de wereld en haar volheid.
  3. 3.     Haggai 2:9: Van mij is het zilver en van mij is het goud, luidt het woord v/d Here … Deut 8:18: Gij zult aan de Here, uw God, denken, want Hij is het, die u kracht geeft om vermogen te verwerven … Rom. 11:36: uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! 1Kor 6:19-20: U bent niet van uzelf, want u bent voor een prijs gekocht
  4. 4.  God = eigenaar  dit is een zegen ◦ Zie Wesley: zijn/Zijn huis afgebrand ◦ Zie Hudson Taylor ◦ Zie George Müller
  5. 5. “Wat geven we aan God van onze middelen?” Of “Wat, van Gods middelen, mogen we voor onszelf gebruiken?”   Hij heeft ons zaken toevertrouwd (niet gegéven) Wij zijn beheerders (geen eigenaars)
  6. 6.  Fondsenwerving, mistoestanden en winstbejag  Maar: Gods woord = leidraad voor het leven  Rechterhand: wat doe je, linkerhand?
  7. 7.    Ons geven: altijd in antwoord op Zijn geven Hd. 20:35: Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Here Jezus herinneren, die zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen. 2 Kor 8:9 Gij kent immers de genade van onze Here Jezus [Christus], dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.
  8. 8.   Rom. 11:35 Of wie heeft Hem eerst iets gegeven en het zal hem vergolden worden? (HSV) God heeft de blijmoedige gever lief (2Kor.9:7)  geef niet uit dwang
  9. 9.  15% van Jezus‟ woorden  Circa 2400 bijbelverzen  penning van de weduwe, rijke jongeling (tegenbeeld: Zacheüs), rijke dwaas en arme Lazarus (of omgekeerd), wij zijn U gevolgd …
  10. 10.  Verzen zijn talrijk maar tonen ook het belang  1Tm.6:7-10 en 6:17-19     Kol. 3:5  hebzucht = afgoderij Mt. 6:24  God OF Mammon Lk. 16:11  omgang met geld als test (trouw i/h minste …in veel trouw … OF NIET) Lk. 18:24  Hoe moeilijk gaan zij die vermogen hebben het koninkrijk van God binnen
  11. 11.   1 keer in NT (Mt. 23:23) Lev. 27:30: Ook is alle tiende van het land, van het zaad des lands, van de vrucht van het geboomte, van de HERE; het is de HERE heilig.
  12. 12.   Tienden van alles! Mal. 3:8-10: Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing. Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.
  13. 13. 1. Een tiende voor de ondersteuning van de priesters en Levieten Num. 18:21 en 24: Wat nu de Levieten betreft, zie, Ik geef hun alle tienden in Israël als erfdeel, een vergoeding voor de dienst die zij verrichten, de dienst van de tent der samenkomst. (…) want aan de Levieten geef Ik als erfdeel de tiende, die de Israëlieten de HERE als heffing brengen; daarom heb Ik van hen gezegd: In het midden der Israëlieten zullen zij geen erfdeel verkrijgen.
  14. 14. 2. Een tiende voor een gewijd feest voor de Here Deut. 12:17-18: In uw woonplaatsen zult gij de tiende van uw koren niet mogen eten, noch die van uw most en uw olie, noch de eerstelingen van uw runderen en van uw kleinvee, noch iets van de gelofteoffers, die gij beloven zult, noch uw vrijwillige offers, noch uw wijgeschenken. Maar voor het aangezicht van de HERE, uw God, zult gij ze eten, op de plaats die de HERE, uw God, verkiezen zal, gij en uw zoon en uw dochter, uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet, die binnen uw poorten woont, en gij zult u verheugen voor het aangezicht van de HERE, uw God, over alles wat gij ondernomen hebt.
  15. 15. 3. Een tiende voor vreemdeling, wees en weduwe Deut. 14:28-29: Na verloop van drie jaar zult gij alle tienden van uw opbrengst in dat jaar brengen en in uw poorten neerleggen; dan zullen de Leviet, omdat hij bezit noch erfdeel met u heeft, en de vreemdeling, de wees en de weduwe, die binnen uw poorten wonen, komen en eten en zich verzadigen – opdat de HERE, uw God, u zegene in al het werk, dat uw hand doet.
  16. 16.  10% + 10% + 3,3% = …  Vooral voor godsdienstige doelen  Had Jezus slechts zijn tienden gegeven, waren we niet gered
  17. 17.    Spr. 3:9: Vereer de HERE met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten 2 Kron. 31:5: Toen dit woord zich verbreidde, brachten de Israëlieten in grote hoeveelheid de eerstelingen van koren, most, olie, honig en van al wat het veld opleverde, en zij brachten in overvloed de tienden van alles. Het eerste en het beste!
  18. 18.   Deut. 12:6: Daarheen zult gij brengen uw brandoffers en slachtoffers, uw tienden en uw wijgeschenken, uw gelofteoffers en uw vrijwillige offers, de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee. (…) (zie ook Deut. 12:17) In verband met de tabernakel: Ex.35:29: Alle mannen en vrouwen, wier hart hen drong om iets te brengen voor al het werk dat de HERE door Mozes geboden had te maken – de Israëlieten brachten het als een vrijwillige gave voor de HERE. Ex. 36:4:7: Het volk brengt meer dan nodig is voor de uitvoering van het werk dat de HERE geboden heeft te maken. (…) Laat man noch vrouw verder enig werk maken ten behoeve van de heffing voor het heiligdom. Zo werd het volk weerhouden meer te brengen. Want het materiaal was voldoende om al het werk te maken, ja, er was te veel.
  19. 19.  The sky is the limit  praktijkvoorbeeld: 1 Kron. 29:3-9
  20. 20.    „Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn‟ (Mt. 6:21) Kom je dichter bij de schat of dichter bij het afscheid? Mozes zag op de beloning (Hebr. 11:26)
  21. 21.      Hebr. 11:13: „vreemdelingen en bijwoners op de aarde‟ 2 Kor. 5:20: „gezanten voor Christus‟ = ambassadeurs Fp.3:20: ons burgerschap is in de hemelen Hebr.11:16: burgers van een „beter, dat is een hemels vaderland‟ Pelgrims reizen licht
  22. 22.   Jim Elliot: „Hij is geen dwaas die geeft wat hij niet kan houden, om te winnen wat hij niet kan verliezen‟ Pred. 5:15-16: „Zo is ook dit een smartelijk kwaad; geheel zoals hij gekomen is, zo gaat hij heen, en welk voordeel heeft hij er van, dat hij zich voor wind heeft afgetobd? Zelfs nuttigt hij zijn spijze gedurende al zijn levensdagen in duisternis, en hij heeft veel verdriet, lijden en ergernis.‟
  23. 23. … maar je kunt het wel vooruitsturen  Een doodshemd heeft geen zakken…  Mt. 6:20: verzamelt u schatten in de hemel!
  24. 24.   AW Tozer: „Alles wat je aan Christus geeft, wordt meteen aangeraakt door onsterfelijkheid‟ 1 Tim.6:17-19: Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten; ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen. Zo verzamelen zij voor zichzelf een schat: een goed fundament voor de toekomst, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen.
  25. 25.   Leven voor God is niet met minder tevreden zijn, het is méér willen CS Lewis: kinderen bouwen zandtaarten in een zandbak, want wat is een vakantie aan zee?
  26. 26.   Maarten Luther: Ik heb veel dingen in mijn handen gehouden en heb ze allemaal verloren. Maar alles wat ik in Gods handen heb gelegd, bezit ik nog steeds. Veel bezittingen: zegen … of test?
  27. 27.  2 Kor. 8:1-5: de gemeenten van Macedonië als bijzonder voorbeeld: Wij maken u de genade Gods bekend, broeders, die aan de gemeenten van Macedonië geschonken is. Want, doordat zij beproefd zijn gebleken in veel verdrukking, hebben hun overvloedige blijdschap en diepe armoede nog overvloedig de rijkdom van hun mildheid bevorderd; want (zij deden), dat getuig ik, wat zij konden, ja meer dan dat, en zij vroegen, met alle aandrang, uit eigen beweging van ons de gunst, deel te mogen nemen aan het dienstbetoon voor de heiligen, en zij gaven zich – zoals wij niet hadden durven verwachten – eerst aan de Here en door de wil van God ook aan ons
  28. 28.   Gemeente van Korinthe, verhoog de Gevensstandaard: 2 Kor. 8:12-15: Want als de bereidwilligheid aanwezig is, dan is iemand welgevallig overeenkomstig wat hij heeft, niet overeenkomstig wat hij niet heeft. Het is namelijk niet de bedoeling dat anderen verlichting hebben, en u verdrukking; maar uit het oogpunt van gelijkheid is er op dit moment uw overvloed om wat hun ontbreekt aan te vullen, opdat ook hun overvloed er is om wat u ontbreekt aan te vullen, opdat er gelijkheid zal zijn, zoals geschreven staat: Wie veel had verzameld, had niet over; en wie weinig had verzameld, had niet te weinig
  29. 29. 1. Als zegen  niet als afgedwongen gave 2. Rijkelijk  niet spaarzaam 3. Blijmoedig  niet met tegenzin of uit dwang
  30. 30.  Spaarzaam hart ◦ God vraagt zoveel van me ◦ Als ik iets wil moet ik het grijpen ◦ Ik geef omdat het moet  Blijmoedig hart ◦ God is Gever, Helper, Bron ◦ God zegent me zoveel en zo vaak ◦ Ik kreeg zoveel van God, het is logisch dat ik ook geef Wat maakt het verschil? Onze relatie tot God
  31. 31.  Vanaf vers 8: God als grote Gever!  Vers 8: Hij stelt ons in staat te geven  Vers 8-10: ◦ Hij verschaft het zaad (vgl. vers 6 + Ps. 112:9) ◦ Hij doet de vrucht van gerechtigheid toenemen als beloning
  32. 32.  9:11: Rijk worden in liefdadigheid ( geven = in staat worden gesteld meer te geven)  9:11+13: Dankzegging aan God   9:12: … „voorziet in de behoeften van de heiligen‟ …  vreugde 9:14: genegenheid en liefde van Gods volk
  33. 33. 2 Kor. 9:15: God zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave
  34. 34.  Mt. 6:19-24 Oog = lamp v/h lichaam  Idem Lk11:34-36  Lk. 12:15: Hij zeide tot hen: Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit.
  1. A particular slide catching your eye?

    Clipping is a handy way to collect important slides you want to go back to later.

×