Zuid Amerika - Chili - 1970 - 1983

787 views
733 views

Published on

Een terugblik op de zeventiger jaren in Latijns Amerika : sociaal, politiek en economisch.

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
787
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Zuid Amerika - Chili - 1970 - 1983

  1. 1. Zuid Amerika in de jaren zeventig Case studie: ChiliAhi se le presenta a todo hombre la opción Dit is de kernvraag van het geloof: ijverenmás fundamental para su fe: Estar a favor wij voor het leven, of voor de dood?de la vida o de la muerte. Het is zonneklaar dat op dit vlak geenCon gran claridad vemos que en esto no neutraliteit mogelijk is: ofwel zetten wijhay posible neutralidad: O servimos a la ons in voor het leven van de armen, ofwelvida de los pobres, o somos complices de zijn wij medeplichtig aan hun dood.su muerte. O. Romero O. RomeroDe Latijns-Amerikaanse contextNog niet zo lang geleden riep de naam “Latijns Amerika” vooral visioenen op vanwonderbare culturen uit vervlogen tijden en informeerden de media ons hoofdzakelijk overfauna en flora van het Amazonewoud, compleet met beelden van “primitieve” indianen-stammen. Tussendoor lazen wij verhalen over avontuurlijke expedities op zoek naar devergeten steden van het El Dorado en was er af en toe een korte mededeling bij de diversenieuwsberichten, dat ons informeerde dat in een of andere Bananenrepubliek een salon-revolutie voor de zoveelste machtswisseling had gezorgd.Belangrijk waren die omwentelingen blijkbaar niet: één grootgrondbezitter nam de plaats invan een andere; één generaal verving een in ongenade gevallen collega. Het leven van degemiddelde Zuid-Amerikaan werd door die politieke spelletjes nauwelijks door beroerd.Tenminste, die indruk kregen wij na het lezen van die artikels of het bekijken van de beeldenop TV. De doorsnee inwoner van de Zuid-Amerikaanse landen kregen wij slechts heel even
  2. 2. te zien. Meestal dan nog naar aanleiding van carnaval in Rio of van culturele gebeurtenissendie heldhaftige periodes uit het verleden bezongen, zoals de musical of film over Eva Peron.De schaarse documentaires over de streek versterkten onze overtuiging dat onze Juan Modaltevreden zijn lapje grond bewerkte met werktuigen die zo uit Bokrijk overgevlogen kondenzijn, en zijn ruime vrije tijd doorbracht, gezeten met de rug tegen een bananenboom enbeschut tegen de zon door de brede sombrero die hij steevast over zijn gelaat had getrokken,om vooral ongestoord te kunnen genieten van zijn siësta.Toch ging er zelfs in dit paradijselijke werelddeel heel af en toe iets verkeerd, zodat“Westerse” soldaten moesten ingrijpen om orde op zaken te stellen: - Engelse soldaten verhinderden dat Guatemala het kleine Belize zou in bezit nemen - Ook de Nederlandse marine liet zich al eens zien om de oude kolonies op het rechte pad te houden.Hoofdzakelijk waren het toch de Verenigde Staten die voor rust en orde zorgden in hetgebied: - In 1903 bevochten ze samen met de Panamezen de onafhankelijkheid van dit land, dat tot dat ogenblik deel uitmaakte van Colombia. … En in 1914 werd vervolgens het Panama kanaal voltooid. - In 1911 doken ze op in Nicaragua, waar ze tot 1933 de handen vol hadden met het neerslaan van aanhoudende boerenopstanden. Iets waar ze 50 jaar later eigenlijk nog niet helemaal klaar waren. - In 1915 stelden ze orde op zaken in Haïti - Van 1916 tot 1965 verzekerden ze de rust op de suikerrietplantages van de Dominicaanse Republiek - Tussendoor installeerden ze in 1954 gauw een nieuw bewind in Guatemala. Ook hier heerste de terreur 30 jaar later nog onverminderd verder.Onrechtstreeks waren de Verenigde Staten trouwens betrokken bij zowat alle staatsgrepen inZuid Amerika. Bijvoorbeeld bij de putsch van de militaire junta van Augusto Pinochet inChili in 1973. Bovendien profiteerde gans het continent van de goede diensten van duizendenmilitaire adviseurs die – in een poging rechtstreekse interventies overbodig te maken – delokale bewindvoerders en legers leerden hoe aan de macht te komen … en er te blijven.Vele Zuid--Amerikaanse militairen genoten een degelijke opleiding in de Verenigde Staten enhun kinderen kunnen middels speciale programma’s studeren aan Noord-Amerikaanseuniversiteiten, waar zij de heersende economische en politieke denkbeelden van de VSaanleren en overnemen.Wanneer, ondanks al deze goede zorgen, hier en daar in Zuid Amerika toch maatregelengenomen werden die als nadelig voor de economie van de Verenigde Staten beschouwdwerden, zoals verhoging van de belastingen op de gerealiseerde winsten, beperkingen vankapitaaloverdracht naar het buitenland of nationalisaties, hielden de Verenigde Staten eenaantal belangrijke troeven achter de hand om hun dwalende schaapjes weer netjes in het gelidte krijgen:
  3. 3. - Aanwending van haar invloed in internationale organisaties als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, welke in belangrijke mate voorzien in de kredietbehoeften van de Latijnsamerikaanse landen. - Aanwending van haar invloed bij andere Westerse Industrielanden. Laat ons trouwens niet naïef zijn: al te vaak lopen de belangen van de West-Europese landen samen met die van de Verenigde Staten en zijn zij maar al te blij dat de Amerikanen voor hen mee de kastanjes uit het vuur halen. - Aanwending van de reële macht die Amerikaanse multinationals verwierven in zowat alle Zuid--Amerikaanse landen. - Instellen van handelsembargo’s. Het belang hiervan wordt duidelijk wanneer wij ons realiseren dat de Latijnsamerikaanse landen 30% tot 80% van hun buitenlandse handel voeren met de Verenigde Staten. Anderzijds snijdt een handelsembargo ook in eigen vlees, reden waarom de goederenstroom meestal slechts heel tijdelijk onderbroken wordt.Als dit allemaal nog niet volstaat, is er nog altijd de C.I.A. die, meestal verdoken, soms quasiopenlijk (Cuba, Chili, El Salvador, Nicaragua, …) tussenkomt om de belangen van deVerenigde Staten te verdedigen.Het hoofdmotief voor zoveel vrijgevigheid vanwege de Verenigde Staten, was steedstweeërlei: 1. Voorkomen dat het communisme teveel aanhang zou krijgen in het Zuiden en uiteindelijk een bedreiging zou vormen voor de USA. 2. De belangen van de eigen economie veilig stellen.Alleen: hoewel de eerste reden veruit het meest geciteerd wordt, is ze nauwelijks meer daneen gevolg van de manier waarop de tweede wordt nagestreefd.
  4. 4. Om dit beter te begrijpen moeten we ons een beeld vormen van de werkelijkelevensomstandigheden in dit continent.Hierbij valt op dat anno 1980 slechts een handvol landen door een democratisch gekozenregering bestuurd werden, alle andere landen werden door militairen bestuurd die bezig warenmet een grondige reorganisatie met als doel om voor langere tijd orde op zaken te stellen.Het volk zelf van Latijns Amerika heeft dus heel weinig in de pap te brokken. Hoewel het,wanneer het de kans krijgt, niet ophoudt zijn stem te verheffen. Het zou niet de eerste keerzijn dat een verbannen politieke leider uit ballingschap moet teruggeroepen worden … omdathij tot president gekozen werd (Argentinië, Bolivia).Anno 1980 regeerden de heersers in verschillende landen trouwens sowieso niet over hetvolledige grondgebied. Linkse guerrillero’s controleerden delen van Colombia, boeren dedenhetzelfde in delen van Mexico, Nicaragua en El Salvador, terwijl cocaïne-generaalsoppermachtig waren in delen van Bolivia en het maoïstische “Lichtend Pad” in Peru nog eenganse regio terroriseerde.Tussen 1960 en 1980, op amper 20 jaar tijd, vervijfvoudigde de industriële productie vanLatijns Amerika. Wat niet verhinderde dat de ganse tijd het aandeel van het armste deel vande bevolking in het totaal der inkomsten verder bleef verminderen. Zo steeg het gemiddeld loon van de 20% armste Zuid-Amerikanen tussen 1960 en 1970 met welgeteld 2 $ per jaar en per hoofd. Tussen 1970 en 1980 verminderde bijvoorbeeld in Chili het aandeel van deze groep in de totale inkomsten van 7,7% tot 5,2%. Het aandeel van de 20% rijkste inwoners steeg in dezelfde periode van 43 tot 51%. 1% van de Brazilianen beschikken anno 1981 over 1/5e van hettotale nationale inkomen, terwijl de 50% armste Brazilianen 10% van de koek te verdelenkrijgen.Dezelfde verhouding vinden wij terug wanneer wij nagaan wat er gebeurde met de winstenvan het economisch mirakel dat Zuid Amerika in de jaren ’60 tot halverwege de jaren ’70 uitde poelen van ellende leek te zullen verheffen. In werkelijkheid ging van de toename van hetBNP 10% naar de armste 50% Zuid--Amerikanen, tegenover 90% naar de rijkste helft van debevolking.Nochtans tonen ernstige studies aan dat amper 5% van het BNP van Latijns Amerika volstaanom in de minimumbehoeften van alle inwoners te voorzien. Jaar na jaar blijkt echter opnieuwdat de politieke macht en wil om dit te realiseren, ontbreken.Hoe gemakkelijk is het om zich de verontwaardiging en machteloze woede voor te stellen vande in doffe armoede ondergedompelde mensen, wanneer zij dag na dag moeten toekijken hoeeen beperkte minderheid baadt in een luxe die zelfs wij ons hier in het “rijke” Europanauwelijks kunnen voorstellen.“De nobele strijd tegen het communisme” zorgt ervoor dat deze toestand bestendigd blijft.Elke vorm van protest wordt immers meteen geïdentificeerd als “communisme” en vervolgens
  5. 5. met behulp van terreur, willekeurige afdankingen, folteringen, verdwijningen en moord hetzwijgen opgelegd.Vanaf 1980 ondervindt ook Latijns Amerika de volled druk van de wereldcrisis. Te lang hadmen geprobeerd om de economische mirakels door middel van massale leningen uit hetbuitenland recht te houden. Men ging er hierbij van uit dat de wereldcrisis beperkt zou zijn endat de Latijnsamerikaanse productie dank zij het geleende geld zou blijven stijgen. Doortoename van de export zouden dan de nodige deviezen verworven worden om de eerderaangegane verbintenissen te kunnen nakomen.Dat opzet is evenwel nooit geslaagd. Uiteindelijk ging Argentinië zelfs helemaal failliet. Zover had het nooit hoeven te komen, want reeds halfweg de zeventiger jaren had heel duidelijkmoeten zijn dat een andere weg diende gezocht te worden. Tegen beter weten in haast bleefZuid Amerika bij dalende vraag toch koppig investeren in productie-eenheden. Als gevolgvan de aanhoudende crisis en het uitbreidend protectionisme, viel de afzet echter steeds verderterug. De alsmaar stijgende olieprijzen en de hoge vlucht van de interesten deden de balanshelemaal omslaan en zorgden ervoor dat de Economische Mirakels binnen de kortste kerenomsloegen in Economische Catastrofes.Brazilië had in de tachtiger jaren maar liefst 80% van alle gerealiseerde exportwinsten nodigvoor de afbetaling van zijn lopende leningen en van zijn olierekening. In een poging de pilenigszins te verzachten, werd gedeeltelijk overgeschakeld op zelf geproduceerde rietsuiker-alcohol als brandstof. Dit kon echter niet beletten dat het land op bepaalde momenten zelfsniet genoeg geld bij mekaar kreeg om de intresten op de openstaande leningen terug tebetalen.Landen met een belangrijke olieproductie, zoals Mexico en Venezuela leken te kunnenontsnappen aan de malaise die het ganse continent teisterde. Toen in 1982/1983 depetroleumprijzen tijdelijk sterk daalden, begaf hun economie het onmiddellijk. Geen wonder:deze steunde in dergelijke mate op de verwachte olie-inkomsten dat bij de ineenstorting vandeze geldstroom direct een enorm tekort aan financiële middelen ontstond.De gevolgen van deze rampzalige toestand lieten niet op zich wachten: de traditioneel toch alhoge inflatie sloeg de pan uit. Mede doordat de crisis nog verergerd werd door buitenissigemilitaire uitgaven, kende Bolivia begin van de jaren 80 een geldontwaarding van 1000% op 2jaar tijd. De inflatie op jaarbasis bedroeg in Argentinië 150%, in Brazilië 100%, in Peru 70%,in Chili 60% …In 1981 tuimelde het Bruto Nationaal Product overal naar beneden : -10% in Brazilië, - 9% inChili, - 6% in Argentinië, gemiddeld -6 tot -10 voor de andere landen. Deze dramatischecijfers werden bovendien voor 1982 door diverse landen nog overschreden.Slechts op het nippertje kon vermeden worden dat het rondje schuldherschikkingen van deLatijnsamerikaanse schulden dat al snel volgde, een monetaire crisis zonder weergaveroorzaakten op wereldschaal. Geen wonder wanneer men bedenkt dat dit werelddeel eind1981 een totale buitenlandse schuld torste van meer dan 300 miljard €, dit is :300.000.000.000 €! Ofwel, meer dan 1/3e van de totale schuldenlast van de ganse derdewereld.
  6. 6. Voor de gewone man in de straat heeft een dergelijke inkrimping van de economie van zijnland vaak onvoorstelbare gevolgen. In Latijns Amerika worden die gevolgen nog uitvergrootdoordat de sociale voorzieningen er uitermate beperkt zijn.Minder BNP betekent: minder beschikbaar geld.Eerste slachtoffer hiervan zijn steeds de arbeiders. Reeds in 1973 signaleerden deBraziliaanse vakbonden een achteruitgang van 65% van het gemiddeld beschikbaar inkomenvan de arbeidersgezinnen van Sao Paulo.Vervolgens volgt de middenklasse. Vooral in landen als Argentinië, Uruguay en Chili, waarzich een welvarende middenklasse had ontwikkeld, lag het verval van deze klasse mee aan debasis van de gewelddadige ontwikkelingen die er zich in de zeventiger jaren voordeden. Demilitairen maakten immers van het ongenoegen van de middenklasse gebruik om de machtnaar zich te trekken. Voor de middenklasse bleek de steun die zij aan de militairen bodenechter een kapitale vergissing: zij zagen zich ingevolgde de gevoerde neoliberale politiekplots onbeschermd tegenover de machtige multinationals geplaatst – en werden eenvoudigweg geconcurreerd. Bovendien slonk de binnenlandse markt, waar zij in grote mate waren opaangewezen, als ijs voor de zon als gevolg van de algemene daling van de inkomsten. Zoervoeren zij aan den lijve dat minder BNP eveneens betekent: minder werk.In gans Latijns Amerika nam de werkloosheid astronomische vormen aan: tussen 1980 en1982 verdubbelde de werkloosheid in Chili. Tegen eind 1982 zat 25% van deberoepsbevolking er zonder werk. In Argentinië benaderde het werkloosheid zelfs de 30%.Al met al leefden toen bijna de helft van de 320 miljoen Zuid--Amerikanen in extremearmoede, met inkomens van minder dan 100 € per jaar.Chili
  7. 7. Projecteren wij de concrete betekenis van dergelijk cijfermateriaal op een land als Chili; landdat in Latijns Amerika traditioneel tot de rijkere landen behoort. Destijds maakte het samenmet Argentinië en Brazilië deel uit van de veelbelovende kerngroep van “ABC-landen” enook op dag van vandaag kent het in vergelijking met straatarme landen als Bolivia of Haïtieen relatieve welvaart.Hoe relatief die relatieve welvaart is, blijkt al dadelijk als wij de cijfers van 1982 erbij halen:Op een totale bevolking van 12 miljoen mensen zijn er 1 miljoen werkloos.Ca 50.000 daarvan genieten een maandelijkse werklozensteun die schommelt tussen de 50 ende 125 € per maand.De helft van de werklozen zijn part- of fulltime tewerkgesteld in regeringsprogramma’s. Zijruimen vuilnis op, maaien grasvelden, voeren kluswerkjes uit en ontvangen daarvoor eenvergoeding die gelijkaardig is met de werklozensteun.De resterende 450.000 werklozen kunnen geen aanspraak maken op enige vergoeding.Meestal omdat zij geen gezinshoofd zijn of omdat een ander lid van het gezin een inkomenheeft.In de campamentos rond de steden heerst dan ook een schrijnende armoede. De mensenverenigen er zich in overlevingsgroepen, vaak onder impuls van de Kerkelijkegemeenschappen, en richten wijkkeukens. Hier kunnen de gezinnen dagelijks warmemaaltijden bekomen die bereid worden met voedsel dat bijeengebedeld werd bij lokalewinkels, marktkramers en boeren.Voor vele gezinnen zijn water en elektriciteit onbetaalbaar geworden. Waar mogelijk wordtvan de leidingen illegaal afgetapt. Sommige gemeentebesturen voorzagen ingemeenschappelijke waterkranen in de sociale wijken.Kleren en schoenen worden vaak tweedehands aangeschaft. De missiehulp die per boot, inbalen geperst vanuit Europa en Amerika wordt overgevaren betekent echter een oneerlijkeconcurrentie die de lokale textielnijverheid en -handel verder wurgt.Prostitutie, alcoholisme, drugsverslaving en misdadigheid stijgen angstwekkend. Gezinnenvallen uit mekaar als gevolg van de ellendige levensomstandigheden.Ook in officiële statistieken vinden wij de groeiende armoede weerspiegeld: ondanks destijgende bevolking, neemt het aantal leerlingen in het onderwijs voortdurend af. In het lageronderwijs alleen al daalde heet aantal leerlingen met 40.000 tussen 1973 en 1978. In velegezinnen is immers elke peso die de kinderen kunnen verdienen door het opknappen vanallerlei klusjes voor marktkramers en winkeliers een niet te versmaden steun die moet toelatenin de allerdringendste behoeften te voorzien. Bovendien kost school lopen geld. Deverplichte schooluniformen alleen al vormen voor de armste gezinnen vaak eenonoverkoombaar obstakel.Ook de statistieken betreffende voedselgebruik spreken boekdelen: van 1970 tot 1980 daaldehet calorieverbruik in Chili met 1/8e. Het proteïnegebruik zelfs met 1/5e. Het aantalgeregistreerde gevallen van ernstige ziektes, waaronder tyfus, stijgt eveneens spectaculair.
  8. 8. Vlees is anno 1980 voor de meerderheid der Chilenen een onbetaalbare luxe geworden. Hettekort aan eiwitten dat hieruit voortvloeit belemmert de fysieke én verstandelijkeontwikkeling van de kinderen, waardoor een uitzichtloze vicieuze cirkel is gecreëerd.Het gebrek aan voedsel bij de ouders en de precaire levensomstandigheden resulteert in eenhogere kindersterfte. Doordat de voeding van de overlevende kinderen te beperkt is enbovendien onevenwichtig is samengesteld, worden de kinderen geremd in hun ontwikkeling.Bovendien groeien zij op in een onvoldoende beschermde en gestructureerde omgeving.Later vinden ze moeilijk werk, kunnen ze het werkritme moeilijk volgen, hebben zeproblemen met het aanvaarden van gezag en respecteren van uurroosters en komen ze, bijgebrek aan scholing, überhaupt al alleen in aanmerking voor minderwaardig werk. Gevolg:bestendiging van de armoede en herhaling van dezelfde cyclus bij de eigen kinderen.De overheid treft grote schuld in deze ontwikkeling. Waar onder de regering Allende Chilinog een netto uitvoerder was van landbouwproducten, moet het land tegen 1980 jaarlijks vooreen tegenwaarde van 200 miljoen euro voedsel importeren. Het belang van deze import wordtduidelijk wanneer wij aanstippen dat deze zelfs de totale petroleumrekening van het landovertreft!Tussen 1976 en 1980 kocht Chili ieder jaar 25% meer goederen in het buitenland dan het jaarervoor, terwijl de eigen uitvoer op jaarbasis “slechts” met 11% toenam. De samenstelling vande importlijst spreekt boekdelen: vooral consumptiegoederen voor de welvarendebevolkingsgroepen worden massaal geïmporteerd. Sommige jaren beloopt de stijging van deimport van dergelijke goederen bijna 60% ! Het deficit op de handelsbalans verdubbeldedan ook jaar na jaar, om in 1981 het record bedrag van, omgerekend, 5 miljard euro tebereiken. Ter vergelijking: de totale waarde aan koper die in datzelfde jaar geëxporteerdwerd, bedraagt ongeveer de helft van dit bedrag!
  9. 9. De koperontginning, die steeds de ruggengraat van de Chileense economie vormde en door deregering Allende ten koste van veel bloed, zweet en tranen genationaliseerd werd, werd doorde militaire junta concessie per concessie voor een aanzienlijk deel terug overgedragen aan demultinationals.De reden? Zoals in zovele Zuid--Amerikaanse landen triomfeerde in het Chili van de jarenzeventig en tachtig het neoliberalisme (Milton Friedman), dat leert dat welvaart best gecreëerdwordt binnen een vrije-markt systeem, het spel van vraag-en-aanbod dat best zo weinigmogelijk gehinderd wordt door een vervelende nationale overheid die optreedt als regulatoren herverdeler van de voortgebrachte rijkdommen. Ingevolge de toepassing van deze leerdaalde de invloed van de staat in de Chileense economie van 40% van het BNP in 1972 tot25% tien jaar later. Nationale vakbonden werden verboden en de werkgevers kregen de meestuitgebreide macht. Staatsscholen werden overgedragen aan gemeentelijke en privé-instellingen en de inspanningen voor sociale woningbouw werden drastisch verminderd.De reorganisatie van het land door de militairen verliep binnen een sfeer van terreur : wieteveel protesteerde werd bedreigd en leefde al gauw met de vrees verbannen te worden, in eender beruchte geheime gevangenissen terecht te komen, waar hem slagen en folteringenwachtten, of spoorloos te verdwijnen.Zo erg als in buurland Argentinië, waar onder het militair bewind tussen maart 1976 en eind1982 20.000 tot 30.000 “desaparecidos” spoorloos verdwenen, kinderen werden ontrukt aanhun ouders en meer dan een miljoen mensen – volgens bepaalde bronnen: zelfs meer dan tweemiljoen - naar het buitenland vluchtten, kregen de Chilenen het niet te verduren. Tochverdwenen ook in Chili zo’n 5.000 mensen spoorloos van de aardbodem.
  10. 10. Voor de gewone Chileense arbeider, die vaak 6 dagen per week, 9,5 uur per dag – soms zelfsin shiften van 12 uur ! - gaat werken voor een hongerloon, is de grote welvaart van debovenlaag van de bevolking een dagelijkse belediging.Dank zij de groeiende bewustwording, begrijpt ook de man in de straat steeds beter de wareoorzaken van zijn armoede. Vooral van de rol die de Verenigde Staten spelen in dit procesvan onderdrukking, is de massa zich heel goed bewust. Dat komt jammer genoeg niethierdoor, dat onze Europese multinationals een menselijker personeelsbeleid voeren of hogerelonen uitbetalen, maar vooral doordat de Noord-Amerikaanse bedrijven nu eenmaal veelmassaler aanwezig zijn in het Zuiden en de Verenigde Staten zich ook politiek veel meer metLatijns Amerika inlaten.Dat de lage lonen in Zuid Amerika geenszins kunnen verklaard worden door een gebrek aanrentabiliteit van de investeringen, blijkt onder meer uit het feit dat de beleggingen afkomstiguit de USA tussen 1959 en 1965 toenamen met 1,25 miljard US$, terwijl de gerepatrieerdewinsten over dezelfde periode stegen met maar liefst 5,3 US$.Uit een vergelijkende studie bij elf belangrijke multinationale ondernemingen met activiteitenin Brazilië resulteerde dat de winsten van in 1975 uitgevoerde investeringen ten belope van300 miljoen US$ toelieten om reeds na één jaar 700 miljoen te herinvesteren en nog eens 800miljoen over te hevelen naar het moederland.De enorme concentratie van productiemiddelen, zoals deze in Zuid Amerika gegroeid is,wordt duidelijk aangetoond wanneer wij de totale omzet van de diverse industrietakkenvergelijken met de omzet gerealiseerd door de grootte bedrijven uit de beschouwde branches.In het geval van Chili leidt dit tot volgend lijstje:BEDRIJFSTAKKEN - Waar één enkele onderneming meer dan 75% van de totale omzet realiseert: ijzer & staal, non ferro industrie, wetenschappelijke en professionele uitrustingen, fijn aardewerk en porselein, tabak - Waar één enkele onderneming meer dan 50% van de totale omzet realiseert: leder, petroleum- en steenkoolderivaten, gummi, metaalproducten, niet-elektrische machines. - Waar één enkele onderneming meer dan 40% van de totale omzet realiseert: meubelen, plastics, glas, papier en cellulose - Waar twee ondernemingen meer dan 50% van de totale omzet realiseren: transportmateriaal, chemicaliën - Waar drie ondernemingen meer dan 50% van de totale omzet realiseren: dranken, schoeisel, drukkerijen en uitgeverijen, non-ferro producten, elektrische machines.In vrijwel alle gevallen betreft het hier ondernemingen opgericht met buitenlands kapitaal,overwegend afkomstig uit de Verenigde Staten. De goederen die door deze bedrijven worden
  11. 11. geproduceerd zijn op hun beurt overwegend bestemd voor export naar de USA en de overigegeïndustrialiseerde landen.In het zuiden worden de productiekosten met alle middelen gedrukt. Het element “arbeid”vormt op deze regel geen uitzondering: doordat er een overvloed aan werkkrachten is, delevensstandaard van de lokale bevolking – gezien de overwegend exportgerichte activiteit vande bedrijven – van ondergeschikt belang is en de macht van de vakbonden zeer beperkt is,blijft de arbeidskost onderworpen aan de ijzeren wet van vraag en aanbod en produceren demensen aan de lopende band luxegoederen die zij zichzelf nooit kunnen veroorloven.Begin 1983gingen 1200 arbeiders van de Chileense vesting van de Franse multinational CCIin staking. De onderneming reageerde kordaat: in de ondernemingsbarakken waar dearbeiders ondergebracht waren, werd de stroomvoorziening afgesneden; de arbeiders kregenbericht dat wie niet onmiddellijk terug aan de slag ging, op staande voet ontslagen werd.Bovendien huurde de firma taxi’s waarmee in omliggende dorpen werklozen geronseldwerden. Aan deze werklozen werd een loon aangeboden dat zelfs nog lager was dan dewerklozensteun van een gezinshoofd.Dit voorbeeld illustreert treffend de macht en willekeur van de multinationals. De gelijkenismet de toestanden die wij in het begin van de 20e eeuw in Europa kenden, is groot. Toch is desituatie waarin Zuid Amerika zich vandaag bevindt juist daarom nog erger, omdat zelfsgoedbedoelende regeringen moeten zwichten voor de macht van de multinationals.De Amerikaanse of Europese toerist die, op bezoek in Zuid Amerika, in contact komt met delevens- en werkomstandigheden van de lokale arbeiders, kan verkeerdelijk de indruk krijgendat hij “100 jaar terug gekeerd is in de tijd”. De beangstigende werkelijkheid is, dat hij weleens 50 jaar vooruit zou kunnen gegaan zijn. Naarmate importtaksen verder gereduceerdworden en landsgrenzen onder steeds toenemende druk tot het vormen van steeds groterevrijhandelszones alsmaar hinderlijker zullen worden voor het vrij verkeer van mensen,goederen en diensten moderne technologieën, zullen Latijnsamerikaanse toestanden – alsgevolg van de aanzwellende migratiestromen - ook in de geïndustrialiseerde landeningeburgerd geraken.Nu reeds kreunen de moeizaam opgebouwde sociale zekerheidsstelsels in Europa onder dedruk van het toegenomen aantal asielzoekers, illegalen, daklozen, bijstandsgenieters, mensenmet budgetbegeleiding,… Ondertussen zoeken ook de werkloosheidscijfers jaar na jaarhogere regionen op.Het verschil tussen de elites en de lagere bevolkingsgroepen vergroot eveneens zienderogen.Terwijl, onder het voorwendsel van de toegenomen concurrentie tussen de landen onderling,opofferingen gevraagd worden aan de arbeiders en bedienden, keren de bedrijfsleiderszichzelf jaar na jaar hogere weddes, vergoedingen en bonussen uit.Termijnverrichtingen en speculatieve verrichtingen nemen een steeds groter volume van debeursverrichtingen in. Alles in deze wereld wordt in toenemende mate gedomineerd doorkortetermijn-verwachtingen van grote spelers, die vanachter de schermen de touwen van heteconomisch bestel stevig in handen houden en met een beweging beslissen over winst enverlies op de beursvloer, opgang en ondergang van bedrijven en landen, leven en dood vanmensen.
  12. 12. Om hun belangen veilig te stellen blijft de controle op de arbeidslonen een van debelangrijkste wapens. Om deze controle te behouden, is het bestaan van een massa werklozeneen eerste vereiste. Daarom worden de 5% van het BNP die vereist is om extreme armoede tebannen niet voor dit doel gebruikt. Daarom wordt meer dan de helft van de wereldbevolkingtot slavernij veroordeeld. - Hoewel de machtigen van deze wereld verenigd zijn in tal van verenigingen en zij via hun denktanks en internationale instellingen de evolutie van de wereld voortdurend monitoren en zij toekomstige ontwikkelingen voorspellen of zelf in gang brengen en beïnvloeden; - Hoewel hun tentakels boven en over de grenzen heen reiken van landen, ideologieën en politieke systemen; - Hoewel dezelfde happy few zetelen in de bestuursraden van verschillende grote conglomeraten en ten gepaste tijde hun posities aan de top van de grootste bedrijven gemakkelijk tijdelijk inruilen voor belangrijke posten in de regering van hun land; blijven zij zich verschuilen achter het excuus dat één concern of één land de bestaande toestand niet kan veranderen, zonder zelf economisch zelfmoord te plegen.Zo blijven in de ontwikkelingslanden periodes van spectaculaire groei afwisselen metperiodes van diepe terugval terwijl per saldo de kloof tussen “arme” en “rijke” landen gestaagblijft toenemen en dagelijks mensen sterven als gevolg van ontoereikend onderwijs,onvoldoende en verkeerde voeding, gebrek aan sociale voorzieningen en medische bijstand.
  13. 13. Wie zich inzet voor het lot van de armen wordt al te gemakkelijk gebrandmerkt als“communist”, op valse gronden in opspraak gebracht, uitgestoten uit de samenleving,gefolterd, ja zelfs vermoord wegens de enkele reden dat zij het waagden hun stem teverheffen tegen deze mensonterende gang van zaken.Dit is daarom de kernvraag van ons leven: werken wij voor het leven, of werken wij voor dedood?

×