Dans tussen honden en wolven

2,483 views
2,351 views

Published on

Meer dan 150 bladzijden met teksten over levensbeschouwelijke onderwerpen: liefde, huwelijksleven, religie, ... bijeengesprokkeld over een periode van ongeveer twintig jaar.

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
2,483
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
8
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Dans tussen honden en wolven

  1. 1. DANS TUSSEN HONDEN EN WOLVENEDDY ADRIAENS
  2. 2. Copyright 2011 : Edgard AdriaensUitgegeven door : Edgard AdriaensAlle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen ineen electronisch gegevensbestand of openbaar gemaakt, noch geheel, noch gedeeltelijk, in enigevorm of op enige wijze, hetzij electronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enigeandere manier zonder de voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de auteur / uitgever.2
  3. 3. DANS TUSSEN HONDEN EN WOLVENEDDY ADRIAENS 3
  4. 4. 4
  5. 5. HET IS VERDOMD NIET WAAR!Dat de mens geboren wordtBeladen met de schuld van zondenDoor oude joden uitgevonden;Dat het eten van de vrucht der kennis,Het streven naar inzicht in goed en kwaadEen verkeerde manier van leven is;Dat geloven in het onvatbare belangrijker isDan proberen te verstaan wat vatbaar isEn open te laten wat je inzicht te boven gaat;Dat het zoeken naar persoonlijk geluk egoïsmeheetEn afzien voor het genot van anderenDe juiste weg, een heilige zaak;Het is onnatuurlijk, gewoonweg onwaar!Dat je in alles zorg moet dragenTe doen en te zijn zoals anderen vragen;Dat je trouw niet jezelf toebehoortMaar de gemeenschap, de kerk, de staat;Dat het naakte mensenlichaam vies isEn seksueel genot pervers;Dat materie en geest niet complementairMaar gescheiden elementen zijnMet tegenstrijdige behoeften;Geloof het niet, want het is niet waar! En dit moet ik je nog zeggen: Dat, als het leven een steile helling is, Al deze zaken een koets zijn op vier wielen En jij het paard dat ermee de helling af moet. Je kunt dat lopend doen, En je laten voortdrijven door het gewicht van de koets, Of je kunt het langzaam doen, En zelf de last onder controle houden. Belangrijk is in deze zaken niet, Hoe vlug we ter bestemming geraken; Maar wel, waar we geraken En vooral: hoe jij je daar bij voelt! 5
  6. 6. ALS EEN KINDAls alles nog vers is:De lucht en het land; Als wàt we voelen ons de ademAls mensen, dieren en dingen Doet stokken in de keel,Nog baden in een vreemd licht, Wàt wij zien ons de schellenNieuwe geuren verspreiden Van de ogen doet vallen,En verrassen door hun humor, Wij meer leren in een uurHun aard, hun kleur en omvang; Dan anders in een jaar;Dàn zuigen onze longen Dàn worden beelden gekrastNieuw bewustzijn op In onze nog weke schors.Met volle teugen Beelden die verdiepenBij iedere blik, Naarmate wij groeien,Met ieder woord, Beelden die wij uitstralenMet ieder contact, Tot zij tenslotteOp elk moment. Onszelf overleven.Als achter elke bocht Ach, zo te kunnen leven elke dag,En in elk gezicht Zo bewogen te kunnen worden,Nog het onbekende lonkt; Verbaasd en nieuwsgierigAls de verschillen in taal, Om de rijm die deze morgenIn bodem, in klimaat en cultuur Op de velden lag,Ons nog tegemoet springen Om een glimlach of een traan;Uit 1001 kleine hoeken; Wat een rijkdom zouden wij danDàn observeren wij, Behoeden voor het verloren gaan!Analyseren en absorberen wijMet een zuiverheid en intensiteitDie bovenmenselijk lijken,Voortdurend aan.6
  7. 7. CHAOS WELLICHTOp de zacht verende, Maar daar gezeten heb ik me vooral verwonderdOp de vruchtbare, Over hoe groen ons gras wel is,De donkere en vochtige grond Hoe geurig, hoe mals de grondHeb ik, in kleermakerszit, En hoe deugddoend de herfstzon,Me neergezet, Hoe mooi toch de natuur.Verwonderd over hoe groenHoe geurig en mals het gras is, Wat droevig ben ik dan opgestaanHoe heilzaam de herfstzon, En onder het wieden van het laatste onkruidHoe mooi toch de natuur. Bedacht ik hoe primitief ik wel ben Dat ik een poolster nodig hebNeergezeten ben ik Om mijn instrumenten te kunnen richtenOp deze lieflijke herfstnamiddagBij mezelf te rade gegaan Maar dan,Met het vaste voornemen Stel dat het zo niet was,Mijn positie te bepalen op de oceanen Wat had ik dan vandaagVan huwelijks- en gezinsrelaties, Aan dat malse gras gehad?Werk- en verenigingsleven,Hobby en vrijetijdsbesteding,Politiek en welzijnszorg,Economische en filosofische principes,En de manier waarop alles wordt toegepast; 7
  8. 8. DE MUZE"De muze is weg", zei vaderToen hij met dichten stopte.Drieduizend keer had hijEen blad vol gerijmd.Drieduizend keer blij geweest,Dankbaar, trots, verliefd,Vol bewondering voor anderen.Drieduizend keer had hijElk negatief gevoel geweerd,Elke pijn, elke ontgoocheling.Hij had enkel opgeschrevenWat prettig was of mooi.Drieduizend keerEn niet één keer meer."De muze is weg", zei vaderToen hij met pensioen gingEn het was alsof zijn leven stopte,Of alle energie was aangewend.Pas toen heb ik beseft- En dan nog maar een heel kleinbeetje -Hoeveel het hem al die tijd wel hadgekostVader te zijn van zeven kinderen,Bediende in een grote bank,Bestuurslid van de K.W.B.,Topverkoper bij elke actieVoor "ons" project in Chili,En hoe weinig vreugde en krachtHij uit zijn successen had geput. "De muze is weg", zei vader En plots was hij dezelfde niet meer. De blijheid, de dankbaarheid, de trots, Alles was opgebruikt. Wat bleef - en hij niet langer verdringen kon - Waren angst en onzekerheid, Bitterheid, nachten zonder slaap En lege dagen overwoekerd door zwartgalligheid.8
  9. 9. DE ZEEDe hypnotiserende kracht van die watermassa Als een duistere diamantWaarin ik mij verloren staar Vol glinsterende fosforkoppenEn die met een stem van miljoenen kruinen Rijst zij de maan tegemoet.Zacht ruisend verhalen fluistert Zij zwelt en groeit,Die uitdeinen op de golven van de oerknal. Trekt terug en rijst opnieuw In zwart en groen en zilver.De zee die brandt in rood en goud en in oranje Speels of onstuimig,En met haar hete adem mijn wangen streelt Loom, verleidelijk zacht,Als ze zacht de zon ontvangt: De Zee. Lokkend of dreigend, Kabbelend, klaterend, strelendDe wenkende horizonten, Of beukend, striemend en slaand,Met schepen die de richting aanwijzen Altijd verrassend is zij bij nacht: De Zee.Naar vreemde landen en verre avonturen,Ons herinneren aan de mogelijkheid Honderd meter zwemmenVan andere manieren van leven, Verder was het niet tot aan de boei,Andere routes en levensbestemmingen Maar toen ik er eindelijk kwam,Dan deze waarheen wij drijven: De Zee. Schrok ik van de afstand tot het strand. Tegen het getij in putte ik me nodeloos uit.Met bulderend stormgeraas Gelukkig hielpen de golven mijEn het beuken van huizenhoge golven Toen ik terugcrawldeEist zij alle aandacht op, Naar de mensen op het strand.Daagt zij uit tot de strijd,Striemt en geselt zij de onverlaat Hoe heerlijk dan het snijdend zand,Die zich in haar nabijheid waagt, Hoe heerlijk te leven op het land!Duwt hem uit zijn evenwichtOf zuigt hem naar zich toe: De Zee. 9
  10. 10. GELUKWENSEN VOOR HET JONGE PAAR"Doe jullie werk goed vannacht"Zal men jullie toewensenEn op de kaartjes die jullie krijgenZullen welgemeende wensen staanDie verwijzen naar zinnelijk genot,Huiselijk geluk en kindervreugdeEn het leven voorstellen als één groot feest,Een boottochtje onder een stralende zonMet hoogstens een heel klein wolkje aan de horizon.Maar zo is het leven niet en zo is ook de liefde niet.Zelfs voor de ander leven, Zoals je nu wellicht wel wil,Dat kun je niet. Leven, het klinkt afgezaagd, het is geven, maar ook nemen, Het is een labiel evenwicht tussen een heleboel factoren. De eisen, dromen en mogelijkheden van jou en je partner Maar ook van jullie families, werkkringen, vrienden En de ganse wereld daarom heen, vallen nooit volledig samen, Botsen voortdurend op veelal onvoorspelbare wijze En veranderen soms totaal onverwacht bovendien. Ze dwingen jullie steeds weer in posities Die jullie vaak veel liever vermeden hadden. Julie ruzies zullen bewijzen Dat elk van jullie een eigen persoonlijkheid heeft; De oplossingen die jullie voor jullie problemen vinden Zullen jullie zelf, en allen die jullie kennen, Beetje bij beetje tonen of het wel waar is van dat beminnen En of jullie de kracht en soepelheid kunnen opbrengen Om van elkaar te blijven houden na de paringsdans. Want elke dag verandert de wereld, Elke dag verandert elke mens een heel klein beetje En slechts als jullie samen in dezelfde richting denken Zullen jullie ook samen in dezelfde richting evolueren. Soms kan dat niet. Je voelt: het gaat niet meer En wat je het meest vreesde, zie je gebeuren: De mot komt in je leven, Sleur en verveling waaien je tegen En uit die dwangbuis geraak je zomaar niet. Uiteindelijk mis je zelfs de moed het te proberen. Moest het jullie zo vergaan, Verpest dan elkanders leven niet. Bij een scheiding stuurt niemand kaartjes En toch: de stap is minstens even groot En vergt veel meer moed Dan deze die je vandaag, naïef nog, doet.10
  11. 11. HUWELIJKSLEVENIn de branding wil ik leven:Daar waar het water botst en de stroming bruisendIn schuim en fluorkleur de zee doet leven.Kijken wil ik, - en luisteren, tasten, voelen, ruiken, roepenTegen wind en golfgeraas,Proestend onderduiken, spreken met de wolken en de golvenEn tegen de meeuwen schreeuwen.Gewoon het leven mee beleven.Kom Shiva, dans met mij de dans van vuur en brandVol leven en vernietigingLaat mij s mensen waarheid, zijn zwijgen en zijn leugens,Zijn kracht en macht en zwakheid in alle mogelijke schakeringenVan Liefde, Haat en Onverschilligheid jaar na jaar op deze aardeIn gemeenschap mee beleven.Ik wil leven, leven in het water dat de dood tot leven bracht.Ik wil proeven, snoepen van de prachtDie uit duizend hoeken mij tegenlachtEn bewonderen al wat werd voortgebracht. Kom, Vrouw, ik zal je zachte dijen strelen, Ik zal groeien in je schoot, voelen hoe jij golvend mij omvat, Hoe je vingers met mijn haren spelen. Kom, Vrouwtje, ik zal huiselijk zijn en trouw, Ik zal buigen voor je liefdeskracht, slapen aan je borsten, Mijn drift met de jouwe weer verweven Tot wij het genot van onze liefde in eenzaamheid samen herbeleven. Kom, Vrouwtje, wandel met me mee, zie hoe mooi de wereld is, Keer je blik af nu van mij en van jezelf: Niemand hoeft ons wat dan ook te geven. Laten wij zelf heel kleine dingen doen, Samen uit deze ongesloten kerker treden, Gaan luisteren naar wie wat te zeggen heeft, Kijken naar wat zoal te zien is; Vieren al wat uitdrukking geeft aan het leven. Komaan, laat ons samen in gemeenschap leven Om onszelf te verrijken en zo aan de wereld en ons samenzijn Diepere inhoud te geven en meer vreugde te beleven. 11
  12. 12. IK HOU VAN JEJe weet het wel,Maar ik kan het je gewoon niet genoeg zeggen:Ik hou van je.Ik hou van je verassende spontaniteit,Van je gekke invallen en dwaze uitvluchten,Van je stralende levenslust,Van je temperament en je buien,Van het ongeduld waarmee je me opwacht,Van de droefheid in je stem als ik vertrek.Ik hou van je observatievermogen,Van je geheugen voor gezichten,Van je inzicht en organisatietalent,Van je sociale vaardigheden,Van je koppigheid, je ongekunsteldheid,Van je zin voor initiatief, van je humor. Ik hou van je lichaam, Van de kleur van je haar en huid en ogen, Van je geur, je eeuwige frisheid, Van de vorm van je mond en van je neus, Van het geboortevlekje op je kin, van je rug, Van je borsten en de onbeschaamdheid van je tepels, Van je hals, je heupen, dijen en benen, Van de zachte warmte van je schoot. Ik hou van je stem, Van de speelsheid waarmee je me aanraakt, Van de nieuwsgierigheid waarmee je me omgeeft, Van je onuitputtelijke bron van plagerijen, Van de tederheid van elke laatste kus. Ik hou van de genegenheid die je voor je familieleden voelt, Van de vriendschap waarmee je vrienden bedeelt, Van de idee dat ik je gelukkig maak En van de wetenschap dat ik gelukkig ben door jou. Ik hou van je jaloerse buien, Van de interesse en het geduld waarmee je naar me luistert, Van de ernst en de rust op je gezicht wanneer je je schminkt. Heel kort: ik hou van je. Ik hou van je en ik weet dat je het weet, Maar ik kan het je gewoon niet genoeg zeggen: Ik hou van je.12
  13. 13. LIEFDESKREETAls een stralende zon Eeuwige vlammenzee,Troon jij aan mijn hemel Mijn gelukZon in Zenit Het nieuwe wordt oudWolkenloze lucht Revoluties geclicheerde traditiesBlauw is het firmament, Bewegingen leer je soms voorzienRood de liefde Maar een hart is nooit te peilen.Een ballon in die lucht Lieben heisst kämpfen:Zeepbellengeluk? De strijd voor het gelukEen slag in het water? Moeder, --- waarheen varen wij?Golven sterven, Water blijftEen kaars flikkert in de wind, Ik brandMaar dooft niet Jouw geluk en het mijneAls kaarsen verkleinen Cupido en amor,Vergroot soms nog de vlam. Nooit verzadigd, Steeds bemind Een tweeling. Voor hoelang? Ik wil je langer! 13
  14. 14. LITANIE VAN ZEVEN VRIJDAGENSlapeloze Nacht,Sneeuwtapijt,Dood Seizoen,Bevroren Grond,Bloedstoller,Rode Lamp,Verbodsteken,Rempedaal,Hondenketting,Lorelei,Sirenenzang, Regenbuien doven het vuur van enthousiasme met tranen Als je geliefde verdrinkt in zichzelf En enkel liefde en aandacht, Meer liefde, meer aandacht vraagt. Zwanenzang, Mummie, Wijfjesspin, Woestenij, Zandbank, Draaikolk, Zure Regen, Cyaankali Pil, Losgeslagen Ra, In een bodemloos vat desintegreren langzaam alle dromen Doordrenkt met bier , verwijten en zelfbeklag14
  15. 15. MIEKE MUSIk zag door mijn venstertwee musjes in hun nest.Eéntje ging er vliegenHet ander had aan vliegen de pest.Want de boom was een iepEn het nest heel erg hoog,De aarde was zo diepDe risicos zo groot!Ik keek door mijn vensterNaar een kat in het gras.Die zag een musje vliegenMaar was toch in haar sas.Want boven in de iepKlonk het stemmetje zo hoogEn het benauwde gepiepVan het vogeltje dat nog niet vloog.Zo bleef het musje levenDat de dood had getartEn leefde maar evenHet kleine jongDat zijn angst voor de doodMet angst om te leven had verward 15
  16. 16. MIJN WEGEn nu, herboren, sta ik hier en blik terugOp wat het voorbije jaar mij heeft gegeven. Maar proeven, proeven deed ik het allemaal:Vrienden, het is met plezier dat ik verslag breng Geluk zowel als venijnOver dit keerpunt in mijn leven: En het is met plezier dat ik vertel Dat zelfs de diepste pijnHet was een jaar, een jaar zo vol, Mij verder bracht op de wegDat vele en grote veranderingen bracht Die ik voor mezelf de beste heb gedacht.Maar ook, en belangrijker nog is dat,Een jaar waarin ik koos voor de weg Ik heb bemind, ik heb gelachen en geweend,Die ik voor mezelf de beste heb gedacht. De beker is ook aan mij niet voorbij gevlogen. Maar nu, terwijl de laatste tranen drogen,Twijfels heb ik gekend en spijt Denk ik met plezierMaar niet genoeg om hier te vernoemen: Aan wat ik het voorbije jaar heb betrachtIk deed wat ik het beste vond En waarvan niets verloren ging.En sloeg er mij doorheen,Zonder mij daar op te beroemen. Nee, niets, helemaal niets: Maak jullie geen zorgen, laat mij maar begaan:Ik overwoog al wat ik deed, Van alles maak ik een stukje van de wegIedere nieuwe stap in het leven Die ik voor mezelf de beste heb gedacht.Maar ook, en belangrijker nog is dat, Want wat is een man,Timmerde ik consequent verder aan de weg Wat heeft hij aan het levenDoe ik voor mezelf de beste heb gedacht. Als hij niet van zijn rust en zekerheid kan geven Aan wie hij bemintJa, er waren dagen, En als hij niet kan verwerken wat hem raakt?Jullie weten het wel,Waarop ik meer hooi op mijn vork nam Luister daarom naar de woorden van een manDan ik kon dragen; Die als een nederig ridder knielt En die elke slag die hij incasseertMaar in zijn geheel genomen Ootmoedig toevoegt aan de wegDronk ik gulzig elk moment dat mij werd Die hij voor zichzelf de beste heeft gedacht.gegeven.Als wijn keerde en draaide ik het in mijn mond Een man die stil maar moedigEn als het smaakte naar egoïsme of chagrijn Verder gaat op de wegSpuwde ik het gewoon weer uit. Die hij voor zichzelf de beste heeft gedacht.16
  17. 17. MISLUKTE CLOWNJe voelt je down,Stuk mislukte clown.Je denkt: "de wereld is rot,Hij maakt ons allen kapot".En eenzaam kruip je in je bedWat niets verschaft je nog pret.Je haat die brave luitjesDie alleen maar denken aan hun lieve kluitjes,En ondertussen preken over goed fatsoenEn de massas dingen die je niet mag doen.Je hebt lak aan hun egoïstische natuur,Hun publieke weldadigheid en pseudocultuur.Je vecht tegen hun onpersoonlijke systemenIn de hoop zo voor jezelf wat vrijheid te kunnen nemen,Een vuurtje te ontsteken in je eenzame hart,Wat geluk te proeven in plaats van smart,Als méns te kunnen leven tussen ménsen,Voor wie genegenheid méér is dan enkel dode wensen. Je hoopt een band te kunnen smeden met de anderen Die uiteindelijk de wereld zal veranderen. Maar diep binnenin ween je nu al weet Dat al die mooie dromen Net als bomen in de herfst Na de zomer hun bladeren verliezen, Wanneer je dan, moe gedacht over hoe het zou moeten zijn, Dieper onder de lakens kruipt om nog wat te lezen Over mensen die elkaar niet in de kou laten staan, Besef je dan dat in de kamer onder jou Je zus stilletjes onder de dekens ligt te wenen? Ze voelt zich down, een stuk mislukte clown En denkt: "de wereld is rot, maakt ons allen kapot". "De wereld is rot, maakt ons allen kapot". De wereld is rot, maakt ons allen kapot Tenzij we elkaar de hand blijven geven. 17
  18. 18. MODERNE TIJDPan per pan en steen per steenBrak men destijds oude huizen af.Elke nieuwe fase in de afbraakGaf stof tot overleg en nadenkenOver hoe vernuftig men vroeger bouwde,Over oorsprong en betekenis van detailsAls een jaartal en initialen gekerfdIn de eiken- of olmenhouten dakgebinten.Afbreken was toen nog binnendringenIn de privacy van de verdwenen bewoners,Voet zetten in een vreemd koninkrijk,Proeven van hun levensstijl en -standaard,Een eind terugkeren in de geschiedenisEn stilletjes hopen op een onverwachte schatTerwijl men elke pan en elke steen keurdeOp mogelijk hergebruik of verkoop.Nù kruipen mannen eenzaam in stalen cabinesEn zwijgen, midden het geraas van motoren.Een kraan beukt de verroeste betonnen wanden inEn schept het puin op de wachtende vrachtwagenDie het dan snel gaat dumpen op een stort.Niemand maakt nog zijn handen vuil aan een krot:Van de ene dag op de andere doet men het verdwijnenOnpersoonlijk, zonder respect voor wat eens was. Net als ons geld, onze huizen en bezittingen Lijden ook onze levens aan inflatie. Steeds vlugger wordt alles vernieuwd, Steeds minder tijd rest er om te mijmeren, Om te leren of te dromen. Tussendoor jagen wij ook nog gauw Onze kinderen het leven in. Een leven zonder tijd voor hen. Zonder erbij stil te staan trouwens Dat er zonder tijd ook geen leven is!18
  19. 19. NOVEEN VAN NEGEN FLITSEN EN EEN INSLAG1 Midden een woestijn van eenzaamheid:De oase van onze verstrengelde blikken.2 Midden de kakofonie van de stadscultuur:Het timbre van je tedere stem.3 Dwars door het autisme van de individualist:Je subtiele hartenklop tegen mijn huid.4 En hoog verheven boven alle materialisme:De bloem, die ontluikt om niets.5 Midden de ambitie, verterend vuur:De zon die eeuwig met de nevel flirt.6 Midden de zelfzucht die ons verblindt:Het kind dat met grote ogen in mij binnendringt.7 Midden de strijd om zekerheid:Een wereld die sterft van honger en gebrek.8 Midden de kankers van verdrukking, geweld, racisme:De riethalm van onze waardigheid.9 Midden de berusting, de apathie en het nihilisme,Midden de zelfgenoegzaamheid en de middelmatigheid,Midden de vuren van oorlog, honger en ellende:DE ZWERVER, DE VLUCHTELING, DE VERSLAAFDE, DE BEDELAAR,DE HOER, DE EENZAME ZIEKE OUDERLING, DE DIEF,DE VERWILDERDE KNAAP MET HET MES, DE MOORDENAAR...ELKE VERDRUKTEOOK DIE IN ONS. 19
  20. 20. DE WITTE RAAFEn spreekt men van ijver en creativiteit, Hoe groot ook de uitdaging,Van efficiëntie en standvastigheid, Hoe zichtbaar de tekenen,Al wat ik zie is een witte raaf. Eén: Hoe zwaar toch de kettingenMidden het complexe raderwerk van samenleven Hoe klein ik, mens,Een mens met visie, die afstand doet, En hoe warm en kwetsbaar mijn haard.Die weigert te gelovenIn de ondergeschiktheid van zijn idealen.20
  21. 21. O VADER! (I)Ik zie wel, O vader, Maakt bittere zelfverwijten,Je zit met de handen in het haar: Bidt God tijdens slapeloze nachtenMijn bed bleef onbeslapen, En gaat bij intellectuelen om raad.Er komen steeds meer afwezigheidkaarten Maar al wat je krijgt is een maagzweerEn het zijn geen schoolboeken die ik lees, En steeds meer rimpels in je gelaat.Maar Nietzsche, Marx en Che. Ik besef wel, O vader,Jij noemt mij een egoïst, Dat er meer is in het levenEen anarchist, een nihilist, Dan vrienden, pubs en plezierDe vleesgeworden antichrist. Maar toch wil ik nog wat anders belevenJe kookt wanneer je denkt Dan wat jullie voor mij in petto hebben hier:Aan moeders hete tranen De School, De Kerk, De Militieplicht,En beeft bij de gedachte Een gezin en Werk.Aan hoe het mij zal vergaan. Ik voel al de druk van het systeemLang geleden, O vader, Ze willen mijn zweet, ze willen mijn breinWerd een zoon je geboren En ze zullen het wel krijgen,Vandaag, zo denk je, Want wat in mij werd geïnvesteerdIs die lang al verloren: Moét er met rente weer uit. Maar eerst wil ik onbezorgdHij gaat zijn eigen gangetjes Nog een nacht lang feesten, drinken, zingenEn spot met alles wat jij van waarde acht. En zo de vergankelijk van mijn jeugd beleven.Je klaagt dat hij niet van je houdt, 21
  22. 22. O VADER! (II)Ik dank U, O vader,Voor uw liefde en raadMaar begrijp toch dat wie jong isEn houdt van de natuur en de mensenGenoeg ziet om over na te denkenAls hij de krant leest en rondkijkt op straat.Mijn God komt niet uit jouw boekenEn "omdat de wet het zegt"Is mij als reden lang niet genoeg.Ik geloof dat zelfs pausen zich vergissenEn dat de wet al te vaak de belangen beschermtVan de Grote Meneren die op onze rechten pissen.Toe geef mij, O vader,De kans om nog evenGewoon te proberen mijzelf te zijn.Laat mij nog wat genieten van het levenWant veel te langZal ik andermans zot moeten zijn.Ik bemin U, mijn vader,Maar ik geloof dat de tijd voorbij isDat arme stumpers tegen elkaar moeten vechtenVoor de belangen van smeerlappen met geldDie toch iedere sociale vooruitgang bevechten.Ach, lach maar met mijn dwaze woordenMaar probeer niet mij te bekeren:Laat ons liever aanvaardenWat wij van elkaar niet verstaan.Het ware te jammer moesten wij ons leven ontwaardenEn ondertussen betreurenDat er geen idealen meer bestaan.22
  23. 23. ONRECHTMijn grootvader was een simpele man, Verwonderd heb ik toegekeken,Een man van emoties en idealen, Overweldigd, diep onder de indruk,Daensist tot in de kist, Maar niets heb ik er toen van begrepen.Gelovig, temperamentvol, sociaalHuisvader en Vlaming, dat boven al. Vijfentwintig jaar later woonde ik, Zuiver uit nieuwsgierigheid,Hij was vierentwintig toen de Grote Oorlog Een politieke meeting bij in Chili.kwam De aanwezigen waren eenvoudige mensen,En bleef zijn ganse leven vervuld van wrok De soort die nog idealen heeft:Tegen de grote heren die Vlaamse soldaten Gelovig, temperamentvol, sociaal en Chileens.In het Frans kwamen commanderen. Vijfentwintig jaar na datumHij was vijftig toen zijn zoon In de ogen van kleine mensenAls soldaat in het Belgisch leger Die met gebalde vuisten zongenIn Frankrijk om het leven kwam. Over miserie en onrecht,Vijfentwintig jaar duurde het Hun waarheid als een vloekVoor de Belgische Staat erkende Gekerfd in hun gezicht,Dat de jongen als militair Heb ik diezelfde haat zien brandenEn niet voor zijn eigen plezier Tegen de straffeloze oppermachtigen.In Frankrijk zat. Sinds vraag ik mij af:Op een 11-juli, lang geleden, Als ik nu gewoon werken ga,Stond ik, bedremmeld ventje, naast hem Gewoon voor mijn gezinnetje zorg,Toen hij, kaarsrecht, de vuist wit-gebald, Me ver houd van alles wat te maken heeftVerbeten en met tranen in de ogen Met politiek en sociale verhoudingen.Uit volle borst "De Vlaamse Leeuw" meezong. Aan wiens zijde sta ik dan? 23
  24. 24. PACHA MAMATelkens de gevoelens mij overstegen,Mijn stem ze niet meer kon verwoorden,Mijn hart ze niet meer kon dragen,Zocht ik rust bij de natuur,Liet ik mij door haar overweldigenEn begeleiden in mijn dromen.Als kind al schepte ik er behagen inTe liggen turen naar de figurenDie de wolken in de hemel tekenden,Naar de kleuren in de lucht,Naar de maan en naar de sterren.Als knaap, met mijn hond in de velden,Stelde ik mij de wereld voor van weleer:Stroomde hier ooit een gletsjer door?Hoe kort geleden was alles hier nog bos?Tachtig generaties slechts scheiden mijVan de tijd van de Romeinen.Dit besef maakte mij tot broederVan "De wilden" uit de "prehistorie".Op mijn schaarse reizen vergaapte ik mijAan de kracht die uitstraalt van bergenVan waarop je de wereld schijnt te beheersen;Aan de bekoorlijkheid van heuvellandenMet onmogelijk weidse panoramas;Aan onmetelijke vlakten met kleine dorpjesDie je terugvoeren in de tijd;Aan kloosters en kastelen op een heuvelrugDie stoer en onvergankelijk alles domineren;Aan de dorheid van de Spaanse Sierras,Waar de tijd echt was blijven stilstaan.Ik stond tussen duizend jaar oude ruines,Zag High Force en de Saltos del Laga,Reed uren door de woestijn van Atacama,Bewonderde de kastanjelaar aan Steppes HofEn de grote Linde in "Ter Bert",Maar gegeven een moment van eenzaamheidOf een avond getekend door zwaarmoedigheid,Keert mijn hart zich meest toch naar de zee.Omdat ook moeder zoveel van haar houdt,Omdat zij mij als Vlaming dichter is,Een lieve oude bekende,Die altijd al synoniem van vakantie wasEn met wie ik mooie herinneringen deel.Vooral ook omdat zij meer leeft,Steeds andere gevoelens wakker roeptEn door haar grilligheid een betere spiegel isVoor de wisselende stemmingen van mijn gemoed.24
  25. 25. SLOW MOTIONIk droom je wagen na Af en toe droomde ik zelfs dat ik je vondTot groen me tot de orde roept Telkens ging mijn hart dan sneller slaan.En ik glimlachend het gaspedaal indruk. Maar nauwelijks beroerden je mijn lippen, Gleed mijn hand over je zachte huidZoals je traag je hoofd omwendde Of het bleek dat de naakte werkelijkheidEn me vrank aanstaren bleef, Elke droom toch eindeloos overstijgt.Pretlichtjes in je ogen, glimlach om je mondZo wenste ik je duizend keren al Nog glimlach ik als ik mijn ogen sluitZo zocht ik je langs alle wegen. En je act in slow motion herbekijk Bedankt nog voor je lieve lach, Het was het mooiste dat ik zag vandaag! 25
  26. 26. VADERLange tijd heeft het ernaar uitgezienDat wij op verschillende planeten geboren werden:Noemde jij iets mooi, voor mij was het shit,Zei jij "zwart", ik repliceerde: "wit!"Ik was jong toen en moest wel provoceren,Weigeren klakkeloos te accepterenWat jij mij "voor mijn eigen goed" wou leren,Opgedrongen grenzen en zinloze bevelen negeren.Ik was jong toen en voelde mij gevangenIn een wereld waar anderen beslistenhoe ik mij moest gedragen:Wat ik wel of niet mocht lezen,Wanneer, met wie, waar en hoe ik mij mocht ontspannen,Wat ik moest geloven en hoe ik mij moest kleden,Wanneer ik naar de kapper moest en wanneer studeren.Jij had net de oorlog achter je.Je haatte chaos en stelde je vertrouwenIn de structuren van onze jonge welvaartstaat;Je vocht verwoed voor een plaatsje in die wereldvoor jou en je gezin.Terwijl ik naar evenwichten zocht Och, zeker, soms hielden wij erBinnen mijn eigen onstuimige gedachtewereld, Over een of anderZocht jij je innerlijke rust Vrijwel dezelfde mening op na.In een nauwe band met God Maar dan vond ik jouw verwoording te vaag,En in de stipte navolging van de geboden Te voorzichtig en te traagVan Kerk en Staat en Werk. En jij vond mij te hard, Te onbesuisd en te extreem.Dus liep ik op het grasEn wees jij mij de bordjes "verboden" aan. Jaren zijn voorbij gevlogen, vader.Dus probeerde jij vruchteloos Lang geleden al ontdekte ik hoe ingrijpendMij thuis te houden, Verantwoordelijkheid een mens verandert,De illusie op te bouwen Een wig drijft tussen realiteit en dromen.Van een huiselijk gezinnetjeTerwijl ik regenpijpen opklom Het is verwonderlijk hoe gelijklopendEn deuren forceerde Onze meningen nu vaak zijn,Op zoek naar onbestaand avonturen, Hoezeer ik in jou mezelf herken,Naar zin en inhoud voor mijn lege, luie leven: Hoe vaak ik voor de oplossing van mijn"De Vrijheid" en "De Liefde" tegemoet. problemen Terug grijp naar de methodes ik van jou leerde En hoe diep ik ervaar dat mijn mogelijkheden In aanzienlijke mate bepaald worden Door de weg die jij voor jezelf door het leven lei.26
  27. 27. VERJAARDAGSPSALM VOOR PAPA(1) Vandaag ben ik 57 geworden, Heer Ik heb het geluk dicht bij jou te mogen leven. Midden een stukje van je unieke natuur ben ik opgegroeid En met mij de heggen en bomen rondom mij. Zoals zij, ken ook ik mijn lentes, Mijn zomers en mijn winters. Jong en dartel als een kalf in de voorjaarswei Voel ik mij bij tijden, Sterk en onverwoestbaar als een eik. Maar soms ook teer en breekbaar als een sneeuwklokje. Telkenjare bereid ik je grond voor, Heer, Waarin ik dan later je vruchten zaai. Ieder jaar opnieuw omring ik je ontluikende plantjes Met zorgen, liefde en aandacht. Wanneer de oogst goed is, ben ik gelukkig En dan weet ik dat ook jij dat bent. Maar soms slaat het noodlot toe, hard en onverwacht En dan ween ik met jou om wat verloren ging. Niet zelden zijn het de beste dieren, 27
  28. 28. De mooiste planten die vernietigd worden En zoals het met dieren en planten gaat, Zo vergaat het ook ons, mensen. Maar dat heeft nooit belet dat ik op zwoele zomeravonden Je adem hoor ruisen door de boomkruinen, Of dat ik af en toe in de kille morgen uren Diep bewogen stil blijf staan luisteren naar je stem Zoals die uit vele vogelbekken met me spreekt, Of dat ik met ontzag je kracht bewonder Wanneer alles kreunt en buigt onder het stormgeweld. In de natuur heb ik je geboden gelezen, Heer En altijd heb ik ze naar beste kunnen gevolgd. Me dunkt dan ook dat ik mijn vrouw méér bemin Dan voor een stadsmens mogelijk is, Want samen vormen wij een ossenspan Dat de wagen van ons bedrijf in beweging houdt. Alleen zou geen van ons dat kunnen, Heer. En omdat wij elkaar méér nodig hebben, Houden wij ook méér van elkaar. Zeker weten! Ik denk ook dat ik betere buren en vrienden heb Dan een stadsmens hebben kan. Want omdat wij allen samen in jouw natuur werken, Staan wij dichter bij U en dichter bij elkaar En omdat geen van ons de dag van morgen kent En wij in ziekte en tegenspoed op elkaar moeten kunnen rekenen, Daarom verdragen wij ook meer van elkaar.28
  29. 29. VERJAARDAGSPSALM VOOR PAPA (2) Misschien klinkt het verwaand, Maar ik geloof dat ik jou beter ken, Heer, Dan een stadsmens ooit kan doen; Want niet alleen leef ik dichter bij jou, Te midden van en samen met je natuur, Maar daarnaast ben ik bedrijfsvoerder: Ik informeer mij, overleg, vergader, Wik en weeg de beslissingen Die het succes van mijn onderneming zullen bepalen. Ook ben ik een beetje boekhouder, En zo leer ik in min of meerdere mate Van elk van die beroepen de zorgen en vreugden kennen En leer ik voortdurend begrip opbrengen Voor die vele, uiteenlopende standpunten Die op je wereld leven en hem draaiend houden. Vandaag ben ik 57 geworden, Heer, En op dagen als deze denk ik altijd weer Hoe spijtig het is, dat straks geen van mijn kinderen Hun handen in mijn moede handen zullen leggen Om samen met mij voort te bouwen Aan wat het werk van mijn leven, Mijn levenswerk is geworden. 29
  30. 30. Maar ik weet dat het door ons werk is Dat wij onszelf realiseren en een plaats scheppen Voor het geluk en de voldoening in ons leven En dat geen inspanning ooit helemaal verloren is Wanneer zij aan jou wordt opgedragen En daarom werk ik voort, Heer, Vol dankbaarheid voor je aanwezigheid in mijn leven, En voor het geluk dat ik heb. Als morgen weer de koeien Zullen bokken en buitelen op de weiden, Dan zal het ook voor mij weer écht lente zijn. En of ik vandaag nu 57 werd, of 17, Zolang mijn vrouw en ik gezond blijven En van zware rampen gespaard blijven, Zolang, Heer, zal dàt gevoel niet overgaan. 17/4/8330
  31. 31. VOORUIT! Elke verjaardag weer Strijkt hij heel even bij mij neer: De witte vogel van de rust, Die zacht mijn handen kust En niet weg fladdert vooraleer Hij mij heeft toegefluisterd: Vooruit, er komt nog meer! Vooruit! Vooruit! Het is zijn stem die in me lacht En mij vult met titanenkracht Sinds ik als kind de eerste voren heb geteld Die ik had omgeploegd in vruchtbaar veld. Werken was altijd al mijn leven; Ik heb er mij steeds geheel aan gegeven En zelfs op de zwaarste dagen hier Keken de anderen naar mij voor wat plezier. Ook dit jaar is hij weer daar En fluistert zacht, net als weleer: Vooruit! Er komt nog meer! Doch vliegt dan niet direct weer voort, Zoals hij vroeger deed Alsof al die haast nu plots niet langer hoort En met mijn vinger aaiend over een veer Maan ik mezelf dan maar met stille drang:Vooruit! Vooruit! Er komt nog meer!Als de avond komt en rondom het geluid verstomtDenk ik soms terug aan wat ik heb opgebouwd,Hoe al dat labeur mij nooit heeft berouwd.Maar hoe verschrikkelijk zonde tochDat ze enkel leven in mijn gedachtMet en voor wie ik dit alles heb betracht!En in de pijn van menig eenzaam uurZoeken mijn ogen dan de klok, daar tegen de muur.Maar soms, toevallig, valt mijn blikOp iets dat weer van toekomst spreekt:Een hoekje papier in witte enveloppe:Het eerste loonbriefje van mijn zoonEn plots is het dan of ik buiten aan de deurEen zachte, witte glans bespeurEn in mij zijn stem weer hoor,Even helder en dwingend als te voren:Vooruit! Vooruit! Er komt nog meer!Voor mamas verjaardag - 11.07.87 31
  32. 32. VREUGDE EN PIJNUit een bedding gesproten Van elke regendruppel hou ik,Van eenvoudige mensen Van de wind en van elke zonnestraalGeniet ik van het leven: Want mijn leven is vluchtig en broosVan elke dag aan mij gegeven. Als dat van een vrucht aan een tak.Voor het dak boven mijn hoofd Maar als grond leef ik eindeloos.En omdat ik nooit honger had, Water, lucht en lichtVoor de liefde die ik ondervind Doen leven opborrelen uit mij.En de geborgenheidIn de schoot van mijn clan. Toch ken ik ook nachten Waarin ik het hoofd laat hangen en schreiGrond ben ik geworden, Om het tikken van de klokBodem voor wat groeit En al het leven dat verloren gaat;Door mij, met mij, op en na mij. Of waarin ik mij als een slaaf voel, Verstrikt in webben Die ik om mezelf geweven heb.32
  33. 33. WAT IK HET LIEFSTE WILSoms is wat ik liefste wil Soms is er de kansGewoon een goed gesprek, Op het smeden van een bandEen hart waarbij ik thuiskom, Maar kraam ik slechts slogansEen blik die mij vertelt En leuter ik over vage waarden.Dat ook ik thuis ben Of ik schreeuw van de dakenVoor een ander. Wat ik ervoer, denk of weet, Alsof ik een anderSoms droom ik van Daar zo nodig van overtuigen moet.Een tweede hand aan het roer, Alsof een ander mij daarin bevestigen kan.Hunker ik naar de ontdekkingVan gelijkgerichtheid, Zo zelden lukt het met dat alVerstandhouding en harmonie Om door te dringen in een ander,In denken en doelen, Hém te bevragen over wat hém beroert.In spreken en voelen. Zo zelden, dat gewoon een goed gesprek Blijft wat ik meest verlang: Zo’n gesprek dat niemand me kan geven Zolang ik het zelf niet maken kan! 33
  34. 34. WEET JE NOG?Weet je nog die avond, liefste,Toen we de wagen het veld inredenOm ons daar te herkleden?Of toen we op klaarlichte dagNaakt vrijden in de weide?Weet je nog hoe verschrikt je moeder keekToen ze ons verraste in de living?Het leek destijds of we voor de passie kozenEn eigenlijk was dat ook wel zoAlleen was jij een bloem en ik een vlinderDie te laat je wortels ontdekte onder het grasEn te laat ontdekte jij dat hij een vlinder was.Weet je nog die tijd, liefste,Dat jij wenend naast mij lagOmdat ik je niet genoeg beminde,En je niet gelukkig kon maken.Ikzelf zag toen ook niet goed meer inHoe dat met ons verder moest.Want toen de grootste passie luwdeLagen daar in hetzelfde bedEen bloem, hunkerend naar zon en licht en waterEn een vlinder, dromend van weidse horizontenAllebei verlangend naar meerDan wat de ander bieden kon. Weet je, mijn liefste, Ondertussen neigen we toch maar naar de veertig En deelden wij ons halve leven met elkaar. We leerden al een beetje Wanneer te spreken en vooral Wanneer zwijgen beter is In kameraadschap zoeken onze handen naar elkaar En ook in onze ogen glanst nu die blik Die we vroeger enkel bij volwassenen zagen Hoewel ... Maar laat ik hier maar zwijgen Maar laat ik hier maar zwijgen Maar laat ik hier maar ...34
  35. 35. WELKOM THUISWelkom thuis, vrouwtje.Welkom in jouw huis.Welkom in het huisWaarvan jouw aanwezigheidVoor mij een thuis maakt.Welkom in onze living,Die een lege kamer was zonder jou.Welkom in onze keuken,Die koud en geurloos was zonder jou.Welkom in onze slaapkamer,Die vreemd en steriel was zonder jou.Welkom in ons bed,Dat koud en vijandig was zonder jou.Welkom hier, in al die plaatsenWaar ik een vreemde was,Een indringerZonder jou. 35
  36. 36. WINTERZONAls de grond bevroren ligt,Mijn hoop niet langer over dit dode seizoen heen reikt,Dan denk ik aan de woorden die jij bemoedigend tot me zei:ZIT JE IN DE PUT,IK ZAL JE EEN TRAP VAN MOPPEN MAKEN.GERAAK JE NIET VOORUIT,IK ZAL JE DRAGEN ALS HET MOET.IK ZAL V0OR JOU DE MOOISTE DROMEN BOUWENALS DE WERKELIJKHEID NIET MEER VOLDOETEN SAMEN ZULLEN WE WENEN EN VLOEKENOM WAT JE MACHTELOOS MAAKTTOT HET VUUR VAN HET ENTHOUSIASME WEER OPLAAITEN JE WEER KAN LACHEN EN SPELEN,WERKEN, ZINGEN, LEVEN,ZWEREN DAT JE NOOIT ZULT KAPITULEREN,DAT WIJ SAMEN HET GETIJ VAN DE RAMPSPOED ZULLEN KERENEN UITZIEN OVER HET BELOOFDE LAND.En dan zie ik in de duisternisJe stralende ogen lachen,Hoor ik weer hoe je gewoon"Broj" zegt tegen mijEn zie: ik vat weer moed,Want in die "Broj" klinkt telkens weerDie echo door: "Kop op, we slaan er ons wel door!"Daarvoor wou ik je vandaag bedanken, broer,Daarvoor en voor al die kerenDat ik onverwacht je snuit aan onze venster zag verschijnen:Dank je, broer!29/04/8736
  37. 37. ZEDEPREEKVoor Walters verjaardag - 29.4.81Als de verveling Voortdurend botsen wij tegen leemtes aanTot je schaduw werd Die wij niet verwachtten,En het de eenzaamheid is Niet konden voorzien, noch voorkomen.Met wie je de lakens deelt,Bedenk dan dat de wereld Toch houdt de toekomst beloftes inNiet op dromers is gesteld, Voor wie leert gelukkig te levenMaar door hen die handelen Met wat hij heeftOnder elkaar wordt verdeeld. En tussendoor zijn tijd gebruikt Om vandaag al te bouwenOns ganse leven passen wij ons Aan de mooiere morgen, die zal komen.Knarsetandend aan situaties aanDie net daarvoor nog schitterdenVan het geluk dat ze beloofden. 37
  38. 38. ZEG NIET: "IK HOU VAN JOU" ZEG NIET, ZEG NIET, ZWEER NIET ZWEER NIET IK HOU VAN JOU, WEES ME TROUW IK BEN VAN JOU WANT IK HOU VAN JOU MAAR HOU VAN ME MAAR LAAT ME VRIJ EN BLIJF BIJ ME OMDAT JE ME BEMINT ZOALS IK VAN JOU HOU EN VAN ME HOUDT EN JIJ VAN MIJ. NET IK VAN JOU WANT JE WEET HET: OOK JIJ BENT VRIJ EN JE WEET TOCH DAT JE NET VRIJ BENT OMDAT IK VAN JE HOU OMDAT IK VAN JE HOU OMDAT IK VAN JE HOU OMDAT IK ZOVEEL HOU VAN JOU38
  39. 39. ZOON, ZIE DAAR JE MOEDERVan het kruis op Golgotha zei Jezus tot Johannes en Maria:“Zoon, zie daar je moeder. Moeder, zie daar je zoon."Hoe goed bedoeld ook, toch ergeren mij zijn woordenWant van land, huis en werk, zelfs van vrouw, taal en kerkKan je veranderen als je wil, maar een moeder:Zo is er voor elk van ons maar één!We leven dan misschien wel in een tijd van onthaalmoeders,Vervangmoeders, adoptie-, stief-, pleeg- en draagmoeders.Maar hoe mooi al die namen, hoe edel vaak wat ze beduiden,Het leven gaf ons toch ons enige eigen echte moederEn al met haar moedermelk haar dromen en idealen.Vanaf onze eerste kreetjes tot op ons eigen GolgothaIs het toch slechts die éne moeder die ons vergezelt!Vandaag brengen wij bloemen, want het is Moederdag.Maar hoe vaak vergeten wij onze moeder als alles goed gaatEn het is alsof de wereld aan onze voeten ligt?Hoe vaak dragen we over haar drempel onze zorgen,Onze wanhoop en ellende en vragen ten einde raadAan moeder of zij geen oplossing voor ons ziet?Hoe vaak verwijten wij haar haar eigen en onze fouten,Als kleine kinderen die van moeder de perfectie eisen?En hoe zelden vertellen wij haar hoe zeer wij haar bewonderenVoor haar inzet, voor de rijkdom die zij ons heeft bijgebracht,Voor haar diepe liefde, haar opoffering,Voor de warmte waarmee zij ons telkens weer opwacht,Voor het voorbeeld dat zij voor ons isEn voor haar ongelooflijke moed en eeuwig tedere lach. 39
  40. 40. ALS IK DAN HELEMAAL DOOD ZAL ZIJNDan ben je dood.Begraven.Je neef vertelt zijn eerste mop die dag.Er wordt gelachen op je uitvaart, gedronken.Maar jij bent dood.Het huis waar je twintig jaar voor afbetaalde,Dat stukje grond aan de beek,De job die je veroverde ten koste van een vriend,Het spaarboekje bij de kas: wat heb je er aan?Jij bent dood!Je rot weg,Je wordt vergeten.Er wonen vreemden in jouw huis,De kinderen spreken niet meer met elkaarOmwille van dat stukje grond.Niemand vernoemt je nog:Je vrouw is nu met Jan.Ze leeft van twee pensioentjes zo.Jij komt toch niet meer weer.En eigenlijk is ze best tevreden:Ze is eindelijk weer vrij nuJij bent immers dood.40
  41. 41. AVONDWEEK****** MAANDAG ****** ****** VRIJDAG *******Warmte, gezelligheid. Vandaag blijven we plakkenMet het weekend nog in de benen Aan de keukentafel,Soezen in een luie zetel, Kaarten de voorbije werkweek na.Dicht bijeen Er is een nieuw weekend in zicht,Nippen aan de koffie, Dat stemt tot rust.Je strelen,Met een boek op schoot Na de afwas de vuile kleren aanOf loomweg dromen Voor een bezoekje aan de boerderij:Met één oog op T.V.: Stoeien met kleine Kris.Das pas knus! Zelfs de hond weet het al: We spelen weer met de bal, Papa helpen de melk vergieten****** DINSDAG ****** En luisteren naar mamas nieuwste mop.Nee, ik hou niet van T.V.:Zijn lawaai overstemt mijn gedachten, Maar ook hier bestaat T.V.Het flikkerend beeld maakt mij onrustig. Ik race dus door een stapel kranten heen.Hoe kan iemand zich concentreren zo? Op weg naar huis doen we al eens eenNee, ik lees geen roman: kapelletje aan.Zuiver tijdverlies. Een paar pintjes maar ...En die brief? Die kan nog wachten. En wie we daar hebben!God, ik wenste dat ik iets positiefs kon doen. Hopelijk geraken we niet al te laatOch, wat ben ik lastig! En nuchter nog ons bedje in!En waarom nog altijd moe?****** WOENSDAG ******* ****** ZATERDAG ******Alles moet rap nu: Met gebroken rug en droge keelEten, vlug de afwas samen, Goed uitgeslapen, dat wel!Dan verkleden voor visite, Met het middagmaal amper in de maagDe poes de keuken in en weg: De badkuip in.Tateren met Peter, Muziek maestro, muziek vandaag!Lief zijn voor Mieke, Er bestaat geen werk meer nu!Ja, ook Walter wordt stilaan man.Vrouwtje luistert naar moeder Op drie uur wordt ons vrouwtjeTerwijl vader et stil bij zit, madame geschminkmetamorfoseerdEen beetje verloren in eigen huis, En tegen valavond word ikTot hij kaarten kan. Mijnheer met dasTegen twaalven weer naar huis. Of salonhippie tweede klasSlapen dan. Want rond achten komt er bezoek Of trekken wij er op uit, Gewoon es op café.****** DONDERDAG ******Vrouwtje lief, wat ben ik blij Hoe dan ook: een stuk na middernachtDat wij vanavond nergens heen gaan. Vind je ons steevast in de stad.Kom, kruip wat dichterbij Ook Peter loopt daar dan wel ergens rond.Er staat toch niks in de krant. Als je dus, zo rond een uur of zes,Ik lees dus verder in een boek Nog wakker bent en je houdtOf schrijf wat Van een cocktail en een wagenpotpourri,En straks is er Panorama op T.V. Dan mag je mee naar ons appartement! 41
  42. 42. ****** ZONDAG ******Met een kater kruipen wijIn de late namiddag ziek uit bed.Wat zie je er bleekjes uit, mijn schat!Ja, ik weet dat mijn handen beven.Kom, bak ons gauw een kotelet,Laat ons op ons gemakGisteren nog eens herbelevenEn draai dan maar de televisie aanVoor wat anders deugen wij nu toch nietEn morgen ... AVONDWEEK - RESUMEHet is ons leven dat langzaamdoor de loper glijdt:Het geluk een zucht langMens te zijn de bruisende stroomDie over ons lichaam spoelt.Nee, droog je nu niet af!Huiver,Aanschouw de naakte nattigheid,Richt je op en bemin mij.Bemin mij in je eenzaamheid.Voel het ontwakend dier,Streel het, streel het nuDiep in mij.Verlies je pretentie,Vergeet het werk,Ontspan je, ontspan je nuEn omhels het even tederDit besef uiterst onvolmaaktEn toch zo gelukkig te zijn.God, schenk je regenAan deze hunkerende woestenij,Jaag je stormen door dit dalEn zie dan hoe in het waterDe zon zichzelf herkent.42
  43. 43. BRUG VAN ZON EN REGENOnwaarneembaar is de energie Die, onzichtbaar, deeltjes smeedtTot wat ik ervaar als materie en indedl volgens verschillen die ik zie, ken of meet.Tot een bruisende energiestroom plots mijn wereld in beweging brengt,Stil water wild aan het koken gaat en ik, bevreemd, beangstigd, maar al snel tevreden,Mij uit die chaos een tas koffie schenk.Hoe vaak voelde ik ook mijn bloed koken, hoorde ik mijn ziel tegen mijn hersenen kolkenEn mijn hart mij in de oren schreeuwen: Vooruit, Eruit: een nieuwe chaos wordt vandaag geboren!Maar hoe hard de scheppingsdrang nog aan mij sleurde, hoe pijnlijk soms de weeën, niemand was erDie de kunst verstond om uit mijn chaos ook maar de simpelste koffie te serveren.Ja, ik wist - en ik weet het nog altijd wel: Een marionettenleven wordt mijn hel:Al te velen zag ik echter nodeloos op het slagveld van hun deugden sneven!Ach, hoe lang toch duurde de loutering tot wanneer ik tussen de zwijnen en de spijkersIn het ebbende water, op een lange, duistere nacht, de witte zwaan van mijn levensdroom aantrof:Zwaar verminkt en nauwelijks nog levend tussen bergen met drek besmeurde parels!Zie, hier sta ik dan, met schatten in mijn handen, één voet al in de zee, één nog op het natte strand.Wat valt er in godsnaam mee te beginnen?Draag ik ze over de brug van zon en regen of sleuren ze mij in hun val mee naar beneden?Nog staan de sterren aan het firmament, nog waait over de regenboog de geur van verre zeeën.Is het de hoop van de wanhoop die mij de brug opdrijft?Vlucht ik van mezelf, of schud ik uit mijn sandalen het stof van een dode wereld daar beneden?Wil ik willens geenzaam, eenzaam, tweezaam, met de diepe pijn van het zelf zijnDe pijn van ànderen helen?Kan ik de wonden van de eigen beperktheid aan,In mijn ziel gereten door kogels afgeschoten uit bruine slavenogen?Of leef ik reeds in Transandino dromen?Is de wazige gedaante die mij uit de nevelen tegemoet treedt en reikend mij de hand toesteekt Ikzelf?Aanklager, advocaat en rechter van mijn denken, doen en laten?Dichter, ridder, goeroe van mijn leven, vader en zoon, vriend en vijand van mijn gedachten?Honderdvoudig naakt weerkaatst in de spiegel wat ik zeg en denk en doe: "BEN IK HET?"En kan ik de eigen naaktheid zonder schroom aanschouwen?Durf ik dan ook mezelf van mijn gewaad ontdoen en nederig mijn blote zijn hem en ieder anderAls offer en als eis aanbieden?En als het zo is, laat dan mijn wil mij groter maken, mijn stem toornig, luid of zacht,Met woorden overvloeiend uit mijn hart de geur van mijn ziel aan de anderen laten smaken.Laat mij me dan herinneren dat ook ik een gouden wereldstukje benEn mezelf niet mag vergeten!Maar is de gedaante op de regenboog het spook der dromen van een ander,Die mijn chaos tot sneeuw en ijs verkilt, hoe goed bedoeld, hoe heilig ook zijn streven,Hoe kan ik dan aan hem mijn zwaan en parels overgeven? 43
  44. 44. DE SIRENE (I)Ik zag je voor het eerst na een veel te lang feestToen ik, halfdronken, in bedMeedeinde op de golven van de ochtendnevelEn in het schemerdonker plots aan het voeteneindeJouw silhouet ontwaarde dat zacht mee wiegdeAls zaten we samen in een bootje op zee.In de duisternis zag ik lange haren stromenOver een zwart golvend sluierkleed.Beloftevol was de waas vol dromenDie, als een verre ster, smeulde in je donkere ogenToen je opstond van mijn bed,Je geeuwend rekte en de golvenMet sloom gebaar aan je voeten liet bedarenWaarna je droge, warme lichaam naast mij gleed.Ik zag je voor het eerst na een veel te lang feestEn besefte plots dat er zonder jou nooit feest was geweest.Besefte plots dat ik zonder jou nooit man was geweest.Koud en leeg was mijn kamer bij het ontwaken,Kaal en vijandig de wereld en het levenTot ik je veertien dagen later onverwacht weervondIn een duistere tentWaar ik mijn eenzaamheid kwam vergetenEn waar wij de ganse nacht praatten,Dansten, vrijden, dronken, zongenEn ons eindeloos vermaakten.Waar wij samen de ganse wereld vergaten,Groeiden tot hoog boven de dakenEn neervielen in wolken van lakenTot wij de weelde niet meer konden dragenEn ik afgemat en killer dan ooit tevorenMijn kater de weg naar huis moest vragen.Naar mijn koude, vreemde, lege, steriele kamerWaar ik je rillend van koortsBezwoer opnieuw te verschijnen;God en de Duivel mijn hart en ziel aanboodOm je nog één keer weer te krijgen,Maar waar ik bevend in een onrustige slaap vielToen ook zij bleven zwijgen.44
  45. 45. DE SIRENE (II)Ik zag je voor het eerst na een veel te lang feestEn jaren nadien twijfelde ik nog steedsOf het misschien toch juist was geweestDat er geen grenzen, geen wetten, geen conventies,Geen verplichtingen, geen goed en geen kwaadbestaan,Niets anders op de wereld is dan liefde en lust,Wil en verlangen en de kracht van de verbeelding.Ik vraag me af of ik je nog herkennen zouMoest ik je toevallig ontmoeten op straatNu de orgieën zijn afgeschreven,En de speurtocht naar het genot-om-het-genotIs gebannen uit mijn leven;Nu ik jouw wereld zolang al heb opgegeven?Geproefd heb ik je, hap voor hap en slok voor slok,Gewikt, gewogen, deel voor deel en maat voor maatEn het is waar: eindeloos heb ik daarvan genotenBuitenmaats.Soms heb ik je bemind en nog vaker heb ik mezelfgehaatMaar een stuk van je koester ik voor altijd in mijnhart.Zelfs nu, nu ik jou heb ingeruildVoor een moeilijker, complexer,Maar ook dieper leven,Met sleur en zorgen en heel andere onzekerheden,Maar met een warmte ook, die jij mij niet kan geven:De warmte van een thuis, van een ruimte die van mij is,Van een doel dat staalt, dat mij buigen laat zonder te breken.De warmte van een leven dat reikhalst naar oneindigheidEn gloeit in grote kinderogen.De warmte van wortels die zon en water, lucht en aardeOmvormen tot levenssap.Ach hel, wat maak ik mezelf toch wijs:Ik zal je missen, je missen: ik weet het wel.In een flits in een uitstalraam zal jij blijven leven,In het hoofd en de schouders achter het stuurVan een wagen die voorbijraast,In een droom driewerf overstemdDoor het kraaien van een haan,In een film en in een boek,In mijn lenden en in mijn kruisWanneer de maan weer hoog en vol aan de hemel staat.God, wat zal ik je missen bij momenten!Maar in mijn leven missen, Lieve Schat, dat niet! 45
  46. 46. DE WEG NAAR HET GELUK (I)Je vertelt verhaaltjes over ratten die spreken,Zetorkis die kolmaneken op planeten die slapen op palen.Je hebt aandacht voor de probleempjes van iedereenEn voor elk vind je het juiste woord.Je geniet van polyester-muziek,Kuist de vloer en wast de schotels.Je probeert halsstarrig lief te wezenEn negeert de kwetsende woordenDie anderen je al eens toewerpen,Domweg, tegen beter weten in.Maar dan valt de nacht.Het Bed dat boven wacht is zo kil en koud en leegEn buiten stroomt het leven.Daar zoekt wellicht iemand om heel even te genietenVan vrij en onbezorgd in vriendschap of in liefdeMet een ander saam te zijn.Dolend stoot je op misère, wraakzucht en bitterheid.Liefde wordt niet zomaar gegeven:Ze wordt gekocht, geruild of afgebedeld:Toe luister, Peter, luister tochNaar mij, mij, mij, mij, ...Vertel me hoe knap ik wel ben, hoe sterk en dapper,Vertel het mij! .. En vertel het ook de anderenWant het hen tonen, kan ik niet. Op de duur kruipt het in je kleren, Dringt het door de dikste jekker heen. Onweerstaanbaar bederft het alles Zelfs de pret, die er toch al niet écht meer was En dan trekt iedereen maar weg, Afgemat en onbevredigd, Eenzaam naar een eenzaam bed. Mijmerend over een laatste glaasje In een veel te stil en onnatuurlijk leeg café Droom je van het frisse grietje Dat je door een waas van melancholie zat aan te staren. In een flits denk je aan huwen, werken, Neuken, drinken en ontspannen samen zijn. Dat is wanneer je plots beseft Dat je, om je eigen leven te bepalen Een doel zult moeten kiezen, Want anders drijf je mee met de stroom En die voert je mee naar waar je niet wil leven Echt niet wil leven, al fluistert ze nog zo zacht "hallo"46
  47. 47. EEN KWESTIE VAN HORMONENGeschrokken stuwt de bij het gif haar angel doorEn laat in de huid van het gevaarMet de weerhaak van haar wapenHaar leven als offer voor haar soort, haar ideaal.Was ik een bij nu, dan was ik blijNu ik mijn venijn spuit in de aders van het gevaar bij UWekt dit gif je uit je dromen?Reageert je afweer eindelijkOf kom je morgen weer explicerenwaarom je verder meestapt in de rij?Met een kus wekt de sprookjesprins zijn droomprinsesMaar sprookjes moet je in dit leven in spiegels lezenDie anderen argeloos op hun leven kleven!Denk nu niet: mij vergaat het zo niet,Ik wil alleen liefde geven,Omdat alleen wie echte liefde krijgt,Liefde kan leren geven,Want dan vergeet je wat ook ik vergat:Dat liefde groeien moet uit de liefde voor jezelf,Hier en nu - en niet in toekomstdromen.En je vergeet, net als ik vergat,Dat jouw "beminnen" je uitholt van binnen,Je tot slaaf maakt van je zinnen,Het uithangbord is van je afhankelijkheid.Bedrog is ze tegenover jezelf en tegenover haarDie je zegt te beminnen, maar voor wie je verbergtHoe je werkelijk denkt en voelt en bent vanbinnen!Zo wek je verlangens die je niet bevredigen kan,Verwachtingen die je niet inlossen kan,Hoop, die je vroeg of laat moet smoren in de realiteit. You say youre looking for someone Whos never weak, but always strong, Someone to protect you and defend you Whether you are right or wrong, Someone to open each and every door But it ain’t me, babe, no no: it ain’t me, babe It ain’t me youre looking for, babe!Was ik een bij nu, dan was ik blijNu ik mijn venijn spuit in die verstopte aders van mij. 47
  48. 48. EEN ZACHT TEGENOFFENSIEFZie, de steenrots wankelt,De erosie doet haar werk.Schuchter smeult het vuurDat "vrijheid" heetEn zijn tanende gloedVerwarmt amper nog de kilteVan de zerk der eenzaamheid.Nog werd geen compromis gesloten.Geen extra lasten verzwaren de drukWaarmee de eigen dromen het geheel doen kreunen.Maar binnenin werd de steen tot peperkoekEn in kleine gaatjes opgeslotenWacht het water van de twijfelOp de eerste kou om de steen te breken.De wind schildert in de luchtVluchtige ideeën over een nieuw leven.De aarde ademt zacht en fluistert ietsDat de steen vertaalt als "alternatieven".Hij lacht en voelt zich opgeluchtWant met ieder teugje lucht weet hijZijn horizont verwijden.Maar de wandelaar die door de bergen kuiertBukt zich en plukt in bewonderingEén klaproos uit de honderdduizend.De steenrots echter ziet hij niet,Vindt hij hoogstens geschikt om op te plassenWant de alternativiteit waarop de steen zich beroeptHerkent de wandelaar al te lichtAls zelfzuchtige, immobiele passiviteit. Geen verantwoordelijkheid rust op de schouders Van die onbeweeglijk in zichzelf berust. Geen andere activiteit gaat van hem uit Dan het lijdzaam ondergaan van de ravage Die de tijd en de krachten van de natuur aanrichten. En in plaats van een alternatief Is er slechts het water van de besluitloosheid Dat bij de eerste kou de steen zal breken.48
  49. 49. GEENZAAMHEIDSinds ik een woestijn geleden mezelf verloorEn geenzaam zoeken ging naar wat ik eens wasBenijd ik het relatieve geluk der eenzamenWetend dat zij tenminste nog iemand zijnTerwijl ik niet eens mezelf meer ken.Ik heb staan rondvliegen met walvissen,Zitten zwerven met ijle hobbelpaarden,Hangen zwemmen met vergeten droomkastelenEn allen heb ik gesmeekt me te zeggen waar Ik wasMaar niemand kende Ik en Niemand vond Ik niet.Ik heb rond gespeurd in brandende zeeën,Ben doorgedrongen tot in de altijd groene kosmos,Maar Niemand vond Ik niet, tot Ik plots besefteDat Ik Niemand was.1969 49
  50. 50. HOMO HOMINI LUPUS message to the World ik vertel wat je weet opdat je zou weten dat iedereen weet wat je wilt vergeten en iedereen wil vergeten wat je weet omgord je hart met een gouden hArnAs sluit je gevoelens op in een enge keRkeR leer LACHEN wanneer je WENEN wiL grappEn wanneEr je klagen wilt sEE the WorlD join the Army have your own JET and COFFIN wees van deze wereld: word wolf en huil mee een MENS is eenzaam , quoi-quil en soit de K U N ST van het L EV E N = de KUnsT van de EenZaamhEid bestaat erin te WETEN dat je alleen bent ------------------------------ a l l e e n ------------- = oooOOO !!?! maar je te het doen niet alsof weet ¡¡ hide your feelings, BE your own coffin!! WEES zoals men van je verwacht dat je BENT eCCe hOmO -*- ii ee dd ee rr mens heeft zorgen praat niet over de jouwe: de mensen willen lachen haha HAHAHAHA HOE HA HA HAHA hA hA hA hA ha vErBeRg je zoRGen , spEEl clOwN hahaha enz enz enz enz ...50
  51. 51. LA VIE EN ROSE Niets moois is er aan aftakeling, Niets verhevens: Zelfs als je haar draagt met waardigheid, Is dat gewoon omdat dit vermogen je nog gelaten werd. Niets goeds valt er te vertellen over aftakeling, Behalve dat er geen beter alternatief is, Geen beter alternatief kan zijn: Wij willen niet sterven midden de film van ons leven, Wij willen kleinkinderen zien, geliefden ten grave dragen, De cirkel van het leven zachtjes sluiten achter ons Zoals de deur van ons huisje wanneer we wandelen gaan ... En dan pas zelf de laan uitgaan. Als een regendruppel is ons leven op deze aarde: Heel even mogen wij de wereld en elkaar beroeren, Proeven van oneindig grote dromen. Maar nog terwijl wij groeien Verkleinen ons al onze beperkingen. Al graveren wij in ons geheugen In gouden letters de herinneringen aan mensen Van wie wij enige liefde ondervonden: Gouden namen gekerfd in het diepst van ons zijn.Gouden namen die soms hen overleven die ze droegen Zijn slechts namen in het zand Niet anders dan die op ander stranden, Die de eerste vloed zal wissen. 51
  52. 52. MACBEDUit de spiegel van je dromen is woord gekomenDat zowel goden als mensen dolen want geen grens scheidt goed van kwaad,Geen edel doel bestaat waarnaar je streven kan:Er is slechts wat je wél en wat je niet nemen kan.De kloof tussen het enge pad en de onbegrensdheid van je hongerige verlangenHield je trotse geest in zelfbeklag gevangen,Tot je midden in de nacht rillend en bezweet ontwaakteEn met schitterende ogen in volslagen duisternis dE enige waarheid van je leven ontwaarde: FAIR IS FOUL AND FOUL IS FAIR.Maar kwaad, mijn vriend, blijf kwaad,Wat ook de mensen zeggen en hoezeer je ook argumenteertDat grenzen hersenschimmen van zwakke mensen zijnOf raaskalt over de diepere zin en eenheid van alle leven.Jouw wereld lijkt mij een paardenmolen, een "hop" en "nu" en "snel", een wild en stiekem spelFull of sound and fury maar zonder hoop of doel: A TALE TOLD BY AN IDIOT. Thou marvellst at my words, but hold thee still: Things bad begun make strong themselves by ill!Je bent trouw, zeg je, aan je dromen en dus endosseer je het kwaad dat je droomt met je wil!Maar vergeet niet, maatje: COME WHAT COME MAY, TIME AND THE HOUR RUN THROUGH THE ROUGHEST DAY!Oh, well do I know that my tears can drown the windAND THINGS WITHOUT ALL REMEDYSHOULD BE WITHOUT REGARD,BUT WHAT IS DONE IS DONEand can never be undone again.So may you remember until the last of days How I welcomed you in triple trust: As my brother, friend and guest, How you beared love in your eye, your hand and tongue, How you looked like the innocent flower, but acted as the serpent under it!Yet you had no spur to prick the sides of your intentBut only vaulting ambition which overleaps itself ... And falls on the other.Oh, I know that my tears can drown the wind as the wind of time will dry my tears,But you became your deed’s creation. Time and tide and you wait for no manSo please, do not turn to me for salvationFor my soul is too much charged with salvations of thine already!52
  53. 53. MENSEN LEVEN NIET IN BOMENHet vergt bezieling, lef en kunde Het is goed als mens soms in zijn bomenOm te klimmen tot waar ik zit. Je met god weer god te voelen,Eens aangekomen heers je van hier Je te laten wiegen op onvoltooide dromen,Over een oceaan van velden en bomen. Afstand te nemen van wat je denkt,Je geniet van een nieuwe vrijheid, Van wat je kent, van wat je denkt dat je bent.Ontsnapt aan de druk van een opjagende tijd,Van geld, machtswellust en kleingeestigheid. Maar plots zie je hoog in het zwerk Een metalen kruis van menselijk vernuftDe wind ontlokt de kruinen Dat krijtstrepen trekt door je zuiverheid.Hun eeuwig zacht, eentonig lied. Of diep onder jou hoor je het aanzwellendIk sluit mijn ogen, gebrom van een tractor of een trein.Laat hem spelen in mijn haren,Luister ontroerd naar het trillen Het doet je vloeken binnensmondsVan gratis bespeelde vogelsnaren En geërgerd bedenk je dat je tegen achtenEn naar het weemoedig loeien bij Wim moest zijn.Van een verre koe. Even nog stel je de terugkeer uit. Je bekijkt je broek, die je scheurde op de wegZie, de horizon rijst blauw, hierheen,In goud en bloed omhoog. Ziet de zwart-groene vlekken op je hemd.Rijst en rijst, Maar reeds omknnellen vuile, geschaafdeKlimt moeiteloos naar boven handenOp zijn dagelijkse tocht Vastberaden stam en tak en laat je je zakken,De tanende zon weer tegemoet. Je eigen wereld tegemoet. 53
  54. 54. MYTHES I: PRELUDE We hebben ze niet nodig, De leren jekkers, ijzeren kettingen, De Easy-Rider of Don-Juan symbolen. We hebben lak aan modes, Professioneel geserveerde -ismen, Voorverpakte consumentendromen. Neen, de warmte van de kudde Kan ons niet bekoren En minder nog haar eendags-idolen. We weigeren ons te verschuilen Achter primitieve massa-clichés, Achter illusies van inspraak, Spookbeelden van succes, kracht, viriliteit, ... We weigeren de realiteit te ontvluchten  Door het aanvaarden van het juk van koning voetbal Of anders gezegd: "speel jij voor mij",  Door de knieval voor T.V.: "droom jij voor mij",  Door de afstompende onderwerping aan partij of kerk: Denk jij, Oordeel jij, Kies jij, Leef jij voor mij ..." We willen gewoon onszelf zijn: De dingen zien zoals ze écht zijn, Onze eigen dromen dromen, Denken, zeggen en doen wat we willen En daar zelf voor verantwoordelijk zijn.54
  55. 55. MYTHES II: BESCHOUWINGMoeder is zus, zus is zo en broer weer andersZo bouwen we onze eigen mythes, net als alle andereGebouwd deels op zand, deels op vaste grond.Evenzo leiden zij ons tot vooroordelen, veralgemeningen,Gaan zij mettertijd een eigen leven leiden,Verarmen zij de voedingsbodem waaruit zij ontspruitenEn vervormen zij de werkelijkheid die hen vormde.Want zoals alle geestesvergiftenPutten zij hun kracht uit hun vaste grond:Het stukje waarheid dat hun in evenwicht houdtEn van waaruit het venijn van de onzekerheidAls een giftige adder in onze houding sluiptEn langzaam aan gewoontes kweekt:Gewoontes die zich nestelen in elke celEn onopgemerkt parasiteren op onze twijfelTot wij plots, onthutst, ontdekkenIn welke mate deze gewoontes ons beheersen,In welke mate wij mythe werden in plaats van mensEn hoe hard en tijdrovend de kuur isDie dit proces kan keren. 55
  56. 56. PETERPeter trekt je aan, want hij kent geen vooroordelen,Hij ziet de schoonheid op de vaalt even klaar als vuurwerk in de nacht;Hij weet goed en kwaad in hun diepste zin opgehevenEn heeft een zesde zintuig dat waarschuwt voor zelfzucht,Voor valsheid en oneerlijkheid.Hij is de vleesgeworden loyaliteit:Je weet wel, het soort man die weet hoever iemand gaan kan,Een rots die stand houdt in de brandingEn aanvaardt dat hij de klappen krijgt waarom hij daardoor vraagt.Hij geeft, wel wetend dat hij nooit zal krijgen,Revolteert, bewust dat niemand ooit zal volgen - Zelfs niet eens hijzelf.Maar aard, opvoeding en jaren, zij dwingen hem tot reactie, tot revolutie,eenzaamheid.Zij duwen hem de nacht in, over gladde glazen bruggetjesEn ontlokken hem wilde kreten in machteloos protest tegen wat hij ziet en weet,Tegen de dreiging die hij aanvoelt maar waarvan hij de juiste gevaren nog niet kent.Laat in de nacht, als geen nuchter man meer te bespeuren valt,Als er niemand meer is om mee te waken in deze grote tuin van PortiunculaDan trekt hij naar het kerkhof en mediteert er onder de treurwilgGeniet er van het kloppen in zijn borst midden duizenden die hem zijn voorgegaanEn nu rusten; rotten;, vergeten zijn en vredig rusten onder triljoenen sterren.Thuis; opgenomen in de donkere schoot waaruit zij ontstonden.Als de wind kreunt in de kruinen dan heft hij trots het hoofd,Schudt de geur van drank en sigaretten uit zijn lange haren en huilt naar de volle maan.Huilt als de wolven, maar huilt niet met de wolven mee.Want in het bos onderkent hij bomen en hij weet de tijd gekomen.Weet zo zeker dat de tijd is gekomen, maar weet nog niet waarvoor.Maar aard, opvoeding en jaren, zij dwingen hem tot reactie, tot revolutie, eenzaamheid.Zij duwen hem de nacht in over gladde glazen bruggetjes,Ontlokken hem wilde kreten in machteloos protestTegen wat hij ziet en weet, tegen de dreiging die hij aanvoeltMaar waarvan hij de juiste gevaren nog niet kent.Geen breidel zal hem weerhouden, geen juk reikt tot aan zijn schouderEn als hij al wat minacht, dan de lafheid van die buigen,De zwakheid van die vluchten voor hun problemen, voor de wereld, voor het leven.De zwakheid van die vluchten wanneer vluchten toch niet helpt;Die het opgaven trouw te zijn aan zichzelf en de kracht missen hun wensen waar te maken;Die plooien voor leiders en voor wetten, voor straffen, druk of chantageZonder naar het eigen geweten nog te luisteren, zonder nog hun geweten te kunnen horen spreken;Die zwijgen, uit angst of voor het geld,Die zich juist wanen omdat ze de gedachten overnamen die heersen bij de meerderheid;Die zich sterk voelen midden die grote kudde die door angst bijeengedreven werdEn in angst haar bestaanszin vindt.56
  57. 57. Maar aard, opvoeding en jaren, zij dwingen hem tot reactie, tot revolutie, eenzaamheid;Zij duwen hem de nacht in over gladde glazen bruggetjes,Ontlokken hem wilde kreten in machteloos protest tegen wat hij ziet en weet,Tegen de dreiging die hij aanvoelt maar waarvan hij de juiste gevaren nog niet kent.En staande tussen de graven nu voelt hij hoe met het onbegripOok de bitterheid weer gaat smelten.In zijn vraag en antwoord hoe echt mens te zijnVoelt hij weer hoe zinloos te strijden tegen golven-(want elke poging doet toch weer een nieuwe golf ontstaan)-En heel even, maar diep, heel diep, weet hij.Hij weet en zwijgt en laat begaan.Maar in zijn zwijgen sluimert de nood om van iemand begrip te krijgenEn zelf voor iemand oor te zijn,Want net zo min als al de anderen is hij altijd enkel wat hij schijnt.Maar aard, opvoeding en jaren, zij dwingen hem tot reactie, tot revolutie, eenzaamheid;Zij duwen hem de nacht in over gladde, glazen bruggetjes,Ontlokken hem wilde kreten in machteloos protest tegen wat hij ziet en weet,Tegen de dreiging die hij aanvoelt maar waarvan hij de juiste gevaren nog niet kent.Als na een tijdje de eenzaamheid hem gaat vervelen,De machtige mildheid van de sterrennacht begint te tanen,Kuiert hij langzaam weer naar de lichten van de stadVol nog van het verkwikkend water dat diep persoonlijk bewust-zijn is.En nagenietend, opgesloten in gevoelens die geen ander dan nog kent,Duikt hij onder in het geroezemoes van velen.Drijft hij mee.Ongevoelig voor wat anders dan het eentonige ruisen van de zee.Drijft hij mee:Ogenschijnlijk leeg, maar vol, zo vol van Peter.Bewust van wat hij doet, gissend soms naar het waarom,Houdt hij zijn droomgeld klaar in de open hand.Hij drinkt het bier der vrijheid, het vocht van pret en nooit-alleen;Kent geen verveling, geen gedachten, geen spijt, geen woede,Geen verleden of geen toekomst meer, maar leeft.Leeft seconde na seconde, ongevoelig voor wat andersDan het eentonige ruisen van de zee.Maar aard, opvoeding en jaren, zij dwingen hem tot reactie, tot revolutie, eenzaamheid,Zij duwen hem de nacht in over gladde, glazen bruggetjesEn ontlokken hem wilde kreten in machteloos protestTegen wat hij ziet en weet, tegen de dreiging die hij aanvoeltMaar waarvan hij de juiste gevaren nog niet kent.En op de fotos wordt het donker zwarter, het licht wordt wit en de lucht wordt klaar:De nieuwe dag is daar. 57
  58. 58. TAKE IT EASYRomantiek Play it cool, ga niet zweven:Is van voor onze dagen. De wereld is corrupt,Nu geen illusies meer: Het leven een genadeloos spelDe nieuwe generatie Voor macht en knikkers,Ziet alles écht! En je moet er nog zo lang in leven!Geen blind vertrouwen meer in leiders, En toch, wij die nooit meer dromen,Geen dromen over grootse einders, Die lachen om de onschuld van een kind,Geen verhalen over goden en mirakels: Verbitterd grijnzen naar wie achterblijven,Alles is zo relatief! Hoe vaak, na het liefdesspel, Vragen wij ons niet ontgoocheld af: Waar bleven onze idealen?58
  59. 59. TE QUIEROAls de zon geurt naar BordeauxEn wegzakkend achter de belforttoren Ik mis je als de lente bloesems tovertNog even talmen blijft op de terrasjes, Op de bomenDan mis ik jou. Ik mis je als wij lui genieten Van de schaarse zomerzonAls de maan vol aan de hemel troont Ik mis je als het kleinveeEn de wind speelt in de boomkruinen In okerbruin en -rood rond stoeitTerwijl wolken schaduwen schetsen Ik mis je als de sneeuw zacht de grond bedektOver het land, dan mis ik jou. En als de noordenwind alles stijf bevriest.Als mijn schaakcomputer meewarig biept Soms hoor ik onverwacht Johnny Cash,Omdat ik aan mijn zevenentwintigste koffie sip En dan mis ik jeIn afwachting dat de T.V. verstomt Soms kucht een klant, nerveus als jij,En ik mag slapen gaan, dan mis ik jou. En dan mis ik je Soms lacht iemand honderduit,Als ik na het werk met de collegas En dan mis ik jeSnel een pintje drink Soms stoot iemand gewoon zijn glas om,Of s avonds met mijn vrouwtje de cafés afdweil En dan mis ik jeEn voel hoe in de onmacht de verveling groeit,Dan mis ik jou. Maar meer nog mis ik je Als de angst mijn hart omsnoert,Als ik naar "Por las mías" kijk, Als de bezorgdheid mij het lijf opkruipt,Of denk aan hoe hard het leven ginds kan zijn, En ik verbeten vechtWaar de dood je zegezeker tegen grijnst, Tegen honderd zware twijfels.Dan mis ik jou. Nooit voorheen echter geloofde ik zo sterkIk mis je als ik iemand zoek om mee te praten Dat jij je weg, je doel gevonden hebt;Ik mis je als ik zingen wil Nooit voorheen was ik zo overtuigd:Ik mis je als ik met iemand Zo is het goed.Om ter snelst wil rennen Maar het ergste is, dat als ik daaraan denk,Ik mis je als ik s morgens mijn ogen open Ik je misEn s avonds weer, wanneer ik ze sluit. Ik je het meest nog mis van al. 59
  60. 60. TOET TOETHET LEVEN IS EEN TREINTJE JE EINDBESTEMMING ONTVLUCHTENGELEID OVER METALEN STAVEN KAN JE NIETLANGS RANGEERSTATIONS,GROTE STATIONS EN KLEINE ZELFS NIET ALS JE ONTSPOORT WANT, BOEMELTREINTJE OF EXPRESS,ER BESTAAN MONORAILS, DAN GA JE RECHT DE HELLING AFZIJSPOREN HIER EN DAAR EN KOMT TOT STILSTAND IN DE GOOT,MAAR WELKE RICHTING JE OOK KIEST JE ZELF GEKOZEN GRAF BEST RIJ JE DUS MAAR RUSTIG DOOR OP DIE MOOIE, DIDACTISCHE RAILS TOT JE STRAM GEZETEN JE BESTEMMING BENT VERGETEN ... TOET TOET: ARRIVE!60
  61. 61. WAAROM? WAAROM BEN IK WAT IK BEN ALS HET MIJ SPIJT WAT IK BEN OMDAT IK PIJN DOE AAN DE VROUW VAN WIE IK HOUD EN OOK AAN MEZELF?Waarom ben ik zo leeg, Ach, vrouwtje, wat voor man heb jij aan mij?Zo wrevelig en verveeld? Slechts vermoeidheid houdt mij voldaanGeen boek in huis dat mij kan boeien, Naast jou in de zetel voor de T.V.,Inspiratie om te schrijven heb ik niet Maar niet zo gauw voel ik mij viefEn om te leren of te schilderen of wat dan ook: Of ik loop de muren op en grom en bromGeen lust, geen zin, geen energie. Tot wij slapen gaan.Neen, geen koffie Ik zit altijd, zeg ik, vol ideeënNeen, ik wil niet stoeien met de kat Maar weet in feite nooit wat gedaanIk kan me niet concentreren hier Zodat ik in de praktijk enkelEn oh, wat haat ik die T.V.: Ons beider avonden verstoorKinderfeuilletons, spelprogrammas Door mijn ongedurigheidEn inhoudloze films bij de vleet. En ik - ergst van al nog - Dit alles soms aan jou verwijt! 61

×