Your SlideShare is downloading. ×
IK BEN DENDERHOUTEMIK BEN ADRIAENS  Verslag van een ontdekkingsreis in het verleden               Door Eddy Adriaens
2
INHOUDDe geboorte van een familienaam                        4De geschiedenis van een familie                        8    ...
DE GEBOORTE VAN EEN FAMILIENAAM                                De oudste vermeldingen van de (voor)naam Adrianus of Hadria...
Toch kunnen er andere redenen zijn waarom iemand “Adriaens” gaat heten.“Adriaens” als patroniem.Tijdens het grasduinen in ...
Op het ogenblik dat de Kerk met een vaste familienaam werkt, ligt het niet voor de hand dat voor een roepnaam alsAdriaens ...
Vanaf de 16e eeuw vinden wij vermeldingen van onze naam, verspreid over gans Vlaanderen : In alle grote steden :Brugge, Ge...
DE GESCHIEDENIS VAN ONZE FAMILIEIk heb mij in het overnemen van stamboomgegevens beperkt tot de rechte lijn, waarbij ik bo...
Adriaens, Joanna, geboren 28/01/1657, weesje vanaf haar 12 jaar - overleden: ???        Adriaens, Cornelia, geboren 22/12/...
De Bakermat van onze familieIk heb Herlinckhove in het vetjes gezet.Niet alleen valt op dat de verwijzingen in de register...
Als in een familielijn nieuwe namen opduiken, is dat niet zelden omdat de dooppeter of –meter uit de familie van demoeder ...
geval waarschijnlijk zijn overgrootvader was. Hier is tot op heden evenwel geen bewijs voor. Opvallend is        wel dat z...
Joannes had 11 kinderen. Zijn overlijden wordt vermeld in het werk van Edgard Huylebroeck. Niet ten onrechtevond hij er de...
De armoede neemt duidelijk toe naarmate de 19e eeuw vordert. In vergelijking met de rest van de eeuw, viel het metde algem...
http://www.ariadnedatabank.be/~ariadne/ariadne/pubgdb/fambel87.php vermeldt op basis van de gegevens van 1987:0 x Strijpen...
Aloïs                                                                 Er ontbreekt er eentje in de rij : onze grootvader. ...
In Het Nieuwsblad van 2/9/2005 vond ik volgend artikel over deze vorm van seizoenarbeid die destijds zo typisch wasvoor on...
Over het algemeen werden de lonen van de seizoenarbeiders in Frankrijk berekend per prestatie. Dit verklaart de hogeverlon...
tijdens de crisis van 1880-1895 een groei waarnemen van het aantal loonarbeiders. Wanneer we het aantalloonarbeiders tijde...
De Kantebenen                                                    Nu we het toch over bijnamen hebben : Ook de Adriaenskens...
Was Maasse, zeven jaar na het overlijden van haar jongste, zwanger ? Pleegde ze een abortus ? Heel waarschijnlijkwel, maar...
Vader blijft thuis. Maar op een nacht omsingelen de Duitsers de kleine wijk en wordt hij “van zijn bed gelicht”.“Verraden ...
Grootvader werd vooral getekend door zijn voortvarendheid. Met een vloek en een slag op tafel of tussen pot en pintbeslist...
ons huis. Op speelgoed, schoolreizen en kleding werd enorm bespaard. Voor eten daartegenover, was er altijd geld.Al kwam e...
4. Marlies en Mieke zijn beperkt politiek actief bij De Groenen.De meisjes Adriaens zijn “verzorgsters” : Linda baat een b...
TO BORREKENT OR NOT TO BORREKENTOp een kaart van Denderhoutem uit 1850, met vermelding van alle eigenaars van woningen, vi...
Op het risico af dat ik zie wat ik wil zien, stel ik vast :    1. De familie komt uit HERLINCKHOVE en schuift op naar de B...
Rachel Adriaens en kleindochter, Irma Adriaens, Julienne de Dier(echtg Albert Adriaens),Albert Ghysels (echtg Rachel Adria...
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Adriaens-boek
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Adriaens-boek

5,158

Published on

Geschiedenis van de familie Adriaens - De Pauw uit Erembodegem-Terjoden, aangevuld met stambomen van de families Adriaens (Aaigem, Herlinkhove, Denderhoutem, Erembodegem), De Schrijver (Okegem, Denderhoutem, Kerksken), De Pauw (Denderhoutem, Kerksken) en Van Herreweghe (Galmaarden, Denderhoutem). Bevat tevens veel nuttige informatie over de geschiedenis van Oost Vlaanderen, België.

Het boek is te koop bij LULU.COM (Amerikaans Formaat) en UNIBOOK.COM (A4)

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
5,158
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
10
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Adriaens-boek "

  1. 1. IK BEN DENDERHOUTEMIK BEN ADRIAENS Verslag van een ontdekkingsreis in het verleden Door Eddy Adriaens
  2. 2. 2
  3. 3. INHOUDDe geboorte van een familienaam 4De geschiedenis van een familie 8 De pest 8 Onze bakermat 10 De kerkmeester 12 What’s in a name 13 De Cholera 14 Petjen Gust 14 Aloïs 16 De Fransmannen 16 Loon- en seizoenarbeid 17 De Kantebenen 19 Wij 23 To Borrekent or not to Borrekent ? 25Denderhoutem 28Herlinkhove 29Haaltert 29Erembodegem 31Onze gewesten 1600 – 1830 33De leprozerie van Sint Amands 37Adriaan als pestheilige 38Ravels: rampen, onlusten en epidemieën 39Zuidoost Vlaanderen in de 19eeuw 43Onze Adriaens familiestamboom 45 Dierik Adriaens (+- °1560) 45 Joannes Adriaens (+- °1640) 51 Gekende voorouders 62 Gekende afstammelingen van Joannes 84Ariadne online : Adriaensen per gemeente in 1997 115De oorsprong van onze namenschat 120Verdwijnen er familienamen ? 121Populairste voornamen in Nederland 1870 – 1947 122Andere stambomen die terugvoeren tot “onze” Egidius 123Daens 137Stamboom van de familie Rogier De Pauw (° ca 1535) 145Gekende afstammelingen van Rogier De Pauw 155De Naam De Schrijver of De Schryver 264Stamboom van de familie De Schrijver van 1550 tot nu 265Cyprianus Cornelius De Schrijver 284De vergeten archieven 289Een droef verhaal 295Een Adriaens in Nederland in de 16e eeuw ? 296Adriaensen in Duitsland in de 17e eeuw 297Een vreemde naam : De familie D’Este 299Wat doet een baljuw ? 302Een stukje geschiedenis 304Besluit (Er is geen einde) 317 3
  4. 4. DE GEBOORTE VAN EEN FAMILIENAAM De oudste vermeldingen van de (voor)naam Adrianus of Hadrianus in dit deel van Europa, dateren uit de periode van de Romeinse bezetting, toen keizer Adrianus in het noorden van Engeland de beroemde muur liet bouwen die het land moest verdedigen tegen invallen van de Schotten. Het geslacht van keizer Adrianus was uitkomstig uit een stad uit Noord Italië, tegen Venetië, die Atria noemde. De stad werd voor de Romeinse tijd door de Etrusken gesticht, die haar Adria noemden. Het is deze stad die haar naam gaf aan de Adriatische Zee. Omgekeerd zou ze haar naam ook zelf aan die zee te danken hebben, want “Ater” betekent “donker”, “dofzwart” en verwijst naar het donkere zand dat men ter plekke vond.In de vierde eeuw onderscheidt een Romeinse Officier met dezelfde naam zich, doordat hij weigerde 23 Christenennaar de martelkamer te brengen en zich bij hen aansloot. De man werd gemarteld en in Nicodemia terechtgesteld.Meteen verdiende de naam zich een plaatsje in de Katholieke Heiligenkalender en was het voortbestaan van de naamverzekerd.Wij vieren Sint Adriaan als patroon van de soldaten, (voeger: ridders), smeden,boden, bierbrouwers, slagers en gevangenisbewaarders. Hij wordt aanroepentegen een plotselinge dood, onvruchtbaarheid en de pest. Tijdens de pestjarenwaren er grote begankenissen naar Sint-Adriaan, de patroonheilige vanHoutvenne. Vroeger echter ook van onder meer Geraardsbergen en Ravels-Eel.Destijds waren er naast Geraardsbergen en Ravels ook belangrijkebedevaartplaatsen in Haacht en in Naaldwijk (Nederland). Elsene heeft tot opvandaag een Sint Adriaan kerk.De Sint-Adriaansabdij in Geraardsbergen was tijdens de late middeleeuwen eenEuropees vermaarde bedevaartsplaats waar vele tienduizenden pelgrims derelieken van Sint-Adriaan kwamen vereren. In bepaalde gevallen was debedevaart zelfs een opgelegde boete-bedevaart. Vooral na 1425 kende ditbedevaartsoord een grote ontplooiing. In zoverre zelfs dat Geraardsbergen oplandkaarten uit die tijd regelmatig aangeduid werd als “Sint Adriaan”.Over de verering in Ravels schrijft de auteur Jan van de Velde in 1742:"Ravelsheeft Sint-Adriaan tot zijn patroon, die aldaar zeer tegen de pestziekte in eere is..." Het is geen wonder dat devoornaam Adrianus in haast elk gezin van Ravels aan een zoon werd gegeven. Ook Weelde en Poppel volgden ditvoorbeeld. Maar al vroeger was de naam zeer populair. Zes pausen kozen “Adrianus” als paus-naam. De laatste, Adriaan Floriszoon Boeyens (1459-1523) is de enige Nederlander die ooit Paus werd: Hij werd geboren in Utrecht en studeerde in Zwolle en Leuven. Voordat hij paus was, was hij opvoeder van Keizer Karel en regeerde hij een tijd (tegen zijn zin) over Spanje. Ook Adrianus VI werd heilig verklaard. Evenals Adriaan van Hilvarenbeek, een katholiek pastoor die in 1572 door de geuzen vermoord werd (zie “de martelaren van Gorkum”).Onze naam, Adriaens, betekent : filius Adriaen, zoon (of dochter) van Adriaen. In elk namen-woordenboek zal je danook deze betekenis als uitleg voor onze familienaam vinden. Een speurtocht in het verleden wordt dan meteen eenspeurtocht naar stamvader Adriaen of Adriaens, want : jawel, het latijnse Adrianus werd ook wel eens als voornaamveranderd in Adriaens in plaats van in Adriaen.4
  5. 5. Toch kunnen er andere redenen zijn waarom iemand “Adriaens” gaat heten.“Adriaens” als patroniem.Tijdens het grasduinen in stambomen viel mij op dat de filius-vorm in de zestiende eeuw hoofdzakelijk als eenbijkomende naam gebruikt werd, die toeliet de personen met meer precisie te benoemen. Typerend is bijvoorbeelddat in lijsten van plaatselijk voorkomende geslachten, bij personen die “alleen maar” met “Adriaens” aangeduidworden, vermeld wordt dat men niet weet tot welke familie zij behoren.Voorbeeld uit de lijst "Opwijkse geslachten" :de Block. Te Opwijk reeds in de 14e eeuw; een tak kreeg den bijnaam de Cooman. — Goessin, L. ca. 1370; — Joes f. Henrics, L.1430, leengoed te Neervelde, dat in 1513 op Adriaen f. Joes, en, in 1549, op Jan f. Adriaens vererfde; —-->>> "Jan filius Adriaens" : echte familienaam = De Block“Adriaens” wordt dus niet als een familienaam, maar eerder als een roepnaam gebruikt.Roepnamen, waaruit in een later stadium de familienamen voortvloeiden, ontstonden bij gewone mensen vanaf hetjaar duizend. Je moet er rekening mee houden dat er voor kristenen - hetzij katholiek, hetzij protestants -, in demiddeleeuwen eigenlijk heel weinig variatie in de voornamen was : vanaf het begin van het 2e milleneum worden deGermaanse namen geweerd. Mettertijd groeit de regel dat een voornaam moet uit de bijbel komen. Meer zelfs: als jeeen naam gaf, zag de pastoor erop toe dat er al een heilige was met dezelfde naam. Omdat bovendien lokaal in elketijd een aantal heiligen zeer populair waren, liepen er al gauw een massa mensen met dezelfde naam rond.In de dertiende eeuw hadden de meeste mensen reeds een “roepnaam”, vaak de voornaam van de vader. Je kan datvergelijken met een familienaam. Alleen bestond de regel toen nog niet dat je als kind automatisch de roepnaam vanje vader overnam. Vaak bleef zo’n roepnaam dus slechts één generatie in voege.In heel veel gevallen was alleen de toevoeging van een vaders- of moedernaam nog niet voldoende. Vooral bijmensen die nog geen achternaam hadden, verzon men bij het opmaken van officiële documenten ter plekke eennadere aanduiding die verwarring met andere naamdragers kon voorkomen. Jan Adriaens werd dan bij voorbeeld inde stukken opgenomen als Jan Adriaens Dieriks omdat zijn grootvader Dierik heette. Of hij werd Jan Adriaens vanAelst genoemd omdat zijn vader uit Aalst kwam, of Jan Adriaens Temmermans omdat zijn vader de dorpstimmermanwas en er in het dorp geen tweede timmerman (met dezelfde voornaam) woonde.Bij kinderen uit gezinnen die in voorbije jaren op diezelfde wijze al een achternaam (of beter een nadere aanduidingter indentificatie) bezaten was het wat eenvoudiger die werden dan verder met die achternaam aangeduid.Bijvoobeeld : Jan Adriaens De Pauw, of Jan De Pauw f. Adriaens. (f. = filius, “zoon van”)Bij meisjes, vrouwen en echtgenotes ging het allemaal nog iets ingewikkelder. Die konden als nadere aanduiding denaam van de (groot)vader, van de (groot)moeder of van de echtgenoot meekrijgen. De echtgenote van meneer Jansengaat in veel gevallen door het leven als mevrouw Jansen en alleen in meer officiële stukken werd haar achternaamaangevuld met haar meisjesnaam.Wanneer de pastoor bij het invullen van de doopregisters (verplicht vanaf het einde van de zestiende eeuw) vanmening was dat een enkele voornaam niet specifiek genoeg was omdat er in die parochie al meer mensen met dienaam rondliepen dan werd ook de naam van de vader of opa erbij genoemd, bijvoorbeeld: Jan Adriani Adriaens.Het zijn vooral deze doopboeken geweest die uiteindelijk bij de invoering van de burgerlijke stand de officiëleachternamen hebben opgeleverd. Voordien had men dus een roepnaam samen met ofwel in het geheel geenachternaam ofwel als nadere aanduiding een vadersnaam (patroniem), een moedernaam (matroniem), een vaders- ofmoedernaam samen met een aanduiding van de plaats van herkomst (loconiem of toponiem), een vaders- ofmoedernaam samen met een eerder ontstane nadere aanduiding, zoals Temmermans, of een roepnaam samen met denaam van de echtgenoot (androniem).De lering die uit al het bovenstaande getrokken kan worden is dat men in de periode vóór 1600, toen de Kerk dekerkelijke registers invoerden, bij mannen die in officiële documenten twee of meer (voor)namen hebben, erdoorgaans van mag uitgaan dat de tweede (voor)naam de voornaam of roepnaam van de vader of de grootvader is. Datis te meer aannemelijk als die tweede naam een genitief is, d.w.z. eindigt met een verbuigings-s of in het Latiijn bijmansnamen eindigt op "i" of "is". 5
  6. 6. Op het ogenblik dat de Kerk met een vaste familienaam werkt, ligt het niet voor de hand dat voor een roepnaam alsAdriaens gekozen wordt. Immers, precies omdat “Adriaen” een ongemeen populaire voornaam was, is hij niet goedgeschikt voor het beoogde doel : Welke eigenheid of betekenis heeft een familienaam wanneer die naar Jan enAlleman verwijst ? En geloof me vrij : in de 16e eeuw krioelt het in onze streken van de mannen die “Adriaen”noemen.“Adriaens” als loconiemAdriaens kan evenwel ook een andere betekenis hebben, waardoor de naam in sommige streken wél betekenis krijgtals familienaam. Met name : als verwijzing naar de plaats van afkomst. Het gebruik van Adriaens als loconiem vindje vooral rond Haacht, waar een wijk bestaat met de naam Sint Adriaen. In sommige oude documenten vind je daarde vermelding “Van Adriaen” – of dus : “Adriaens” als plaatsaanduiding.Misschien is er dus in ons geval een stamvader “Adriaen” geweest. Maar misschien ook niet : misschien verwijstonze naam naar Geraardsbergen, die op oude kaarten toch ook gewoon “St Adriaen” genoemd werd, of naar SintAdriaan in Haacht. Zekerheid hieromtrent zullen we wel nooit hebben.Geraardsbergen lijkt echter tamelijk onwaarschijnlijk: 1. Geenenkel voorbeeld gevonden 2. De band tussen Denderhoutem en Geraardsbergen was zo groot (kerkelijk hing Denderhoutem af van de Sint Adriaens abdij in Geraardsbergen. Vele burgers waren buitenpoorters van Geraardsbergen) dat een verwijzing naar Geraardsbergen als plaats van oorsprong weinig zinvol was.Haacht dan ?Maar wat komt Haacht hier eigenlijk doen in ons verhaal ? Goed : er was een Sint Adriaens dorp of wijk – die is ernog trouwens -. Maar wellicht vind je met een beetje speurwerk ook een wijk met die naam in andere streken ?Haacht is voor ons echter om een andere reden van groot belang en wel in verband met een heel bijzonderemerkwaardigheid met betrekking tot onze naam. De spreiding van de naam leert ons dat er twee duidelijke kernenbestaan, van waaruit de naam zich verspreid heeft : Denderhoutem en het Leuvense. Kan het dan toeval zijn dat deheren van Denderhoutem uit het juist ten noorden van Leuven gelegen Rotselaar kwamen ?Van alle plekken in Vlaanderen zijn het juist de twee gebieden van de heren van Rotselaar waar de naammeest voorkomt. Dit ondanks het feit dat de twee gebieden ruim 50 km uit mekaar liggen. “Twee dagen ver”in die tijd. Zéér merkwaardig als je het mij vraagt.Afgaande op het beperkte aantal Adriaensjes is het maar een kleine gok te stellen dat er waarschijnlijk maar éénstamvader aan de basis ligt van de Adriaensjes in Denderhoutem en deze in Leuven. Of onze stamvader dan uitDenderhoutem kwam, dan wel uit het Leuvense is moeilijk te beantwoorden : de naam komt ongeveer even vaak voorin beide streken.Als je het mij vraagt, is er meer kans dat de heren van Rotselaar een van hun mensen naar Denderhoutem stuurden,dan omgekeerd. Bovendien zagen wij al dat in de streek van Haacht “Adriaens” als toponiem gebruikt werd, wat denaam extra zinvol maakte. Ten slotte zagen wij dat de Adriaenskens uit de 16e eeuw in Denderhoutem meier enschepen waren … dank zij hun relaties met de heren van Rotselaar? Met wat we tot nu toe weten blijft het hoe danook koffiedik kijken.Waren / zijn wij de enige Adriaensen ?In de middeleeuwen alvast niet : de naam komt regelmatig voor in stambomen en geschriften vanaf de 15e eeuw.Onder meer in Brugge en Gent. Veel meer nog in Nederland dan bij ons. Maar zoals hierboven uitgelegd, kan je indie tijd nog niet van een echte familienaam spreken.6
  7. 7. Vanaf de 16e eeuw vinden wij vermeldingen van onze naam, verspreid over gans Vlaanderen : In alle grote steden :Brugge, Gent, Antwerpen. Maar ook in kleinere woonkernen : Asse, Zemst, Londerzele, Weelde, Ravels, Genk,Roeselare, ….Onze naam kan dus perfect op verschillende plaatsen ontstaan zijn. Ondanks de uitleg hierboven kan de roepnaamhier of daar toch specifiek genoeg geweest zijn om als basis voor een definitieve familienaam in aanmerking tekomen. Of een “Adriaen” kan zich dermate verdienstelijk gemaakt hebben in zijn lokale gemeenschap dat zijnnakomelingen de verwijzing naar hem als bijzonder eervol aanzagen en wensten te behouden. Wie zal ’t nog zeggen?Hoe dan ook : wij moeten er rekening mee houden dat sommige “Adriaensjes” wellicht helemaal geen familie van onszijn. Ik maak mij evenwel dik, dat dit voor de meeste wél zo is : We hebben een naam die minstens sinds pakweg1550 op twee gescheiden plaatsen wortelt. Op die 500 jaar zijn we, afgerond, vertrekkend van minstens 2familievaders naar 1500 nu levende Adriaensjes geraakt. Als er per gezin gemiddeld 2 Adriaensjes leven, betekentdit: momenteel ca 750 gezinnen verspreid over gans België, vooral Vlaanderen. Dat aantal lijkt mij zó klein dat ik hetheel waarschijnlijk vind dat (bijna) alle nu levende naamgenoten van dezelfde stamouders afstammen.Jeffrey en Sam Adriaens, 2007 7
  8. 8. DE GESCHIEDENIS VAN ONZE FAMILIEIk heb mij in het overnemen van stamboomgegevens beperkt tot de rechte lijn, waarbij ik bovendien het geluk had datonze familie altijd in Denderhoutem is blijven wonen. De ontbrekende schakel tussen Dierik Adriaens (geboren rond1560, vader van Joannes die in 1611 in Denderhoutem trouwde met De Greve Jozyne) en Joannes (geboren rond 1640en in 1709 woonachtig in Herlinckhove) is zeer vervelend.De bovenvermelde Joannes, (1587 – 1646), zoon van Dierik, is schepen in Denderhoutem, tot een paar jaar voor zijndood op 59-jarige leeftijd.De PestIn de gezinnen van zijn kinderen, gebeurt iets merkwaardigs : * Twee van de zeven sterven jong (Joannes en Joannes) * Drie sterven in 1668 en nog drie in : 1669 (pestjaren !) * De twee overige (Elisabeth en Livinus) verdwijnen : nooit gestorven in Denderhoutem. Minstens in 1661 en 1662 was Livinus nochtans meier van Denderhoutem. Had die in Denderhoutem gewoond bij zijn overlijden, dat zou zeker vermeld zijn ! * Moet je eens kijken naar de rest van het gezin : van al wie vetjes staat is geen overlijden in Denderhoutem gekend. Bij de mensen waar dat wel gekend is, valt op dat, na de pestjaren 1668- 1669, het eerste overlijden 20 jaar op zich laat wachten.1 Adriaens, Elisabeth, geboren 15/3/1613 - overleden: ???2 Adriaens, Livinus, geboren 14/8/1614, meier in 1661 & 1662 - overleden: ??? Zijn echtgenote overleed op 8/10/1668 Adriaens, Judocus, geboren 4/4/1640 (TWEELING !) - overleden: ??? trouwt en heeft 1 kind, Elisabeth, die in Denderhoutem sterft in 1681 Adriaens, Nicolaus, geboren 4/1/1640 - overleden: ??? Adriaens, Judoca, geboren maart 1643 - overleden: ??? Adriaens, Maria, geboren 13/9/1646 - overleden: ???3 Adriaens, Joannes, geboren februari 1617 en tussen 25/8/1619 en 21/11/1621 overleden4 Adriaens Theodorus, geboren 25/8/1619 en overleden 21/1/1668 Zijn echtgenote is geboren in 1619 Adriaens, Joannes, geboren februari 1640, waarsch overleden voor 1653 – waar ?? Adriaens, Judoca, geboren 6/10/1642 en overleden 18/3/1694 trouwt en heeft 1 kind, Catharina de Putter, °1670, overleden in Denderhoutem in 1748, Adriaens, Judocus, geboren 1/1/1645 - overleden: ??? Adriaens, Maria, geboren 10/2/1647 en overleden 3/6/1710 trouwt en krijgt 8 kinderen met haar echtgenoot, Petrus Gorteman Adriaens, Adriana, geboren 7/3/1650 en overleden 16/4/1687 Trouwt en krijgt 4 kinderen met echtgenoot De Putter Adriaens, Joannes, geboren 12/2/1653 -> nageslacht geboren in Denderhoutem Adriaens, Cornelius, geboren 12/4/1656 - overleden: ??? Adriaens, Petronella, geboren 1659, overleden 11/10/1702 Trouwt en heeft 6 kinderen “Mylief”, hertrouwt en heeft nog 3 k. Van Rossen. Adriaens, Laurentius, geboren 6/3/1662 - overleden: ???5 Adriaens, Joannes, geboren 21/11/1621 en overleden 11/6/16226 Adriaens, Cornelia, geboren 1623 en overleden in 1668 Adriaens, Stephanus, geboren 15/1/1652 + 3 kinderen met echtgenoot Lievens + 1 jong gestorven kind met echtgenoot Andries7 Adriaens, Adrianus, geboren 29/5/1629 en overleden 6/12/1669 Zijn echtgenote is overleden op 20/12/1668 Adriaens, Catharina, geboren 6/8/1651 en overleden 6/12/1669 Adriaens, Justus, geboren 10/5/1654, weesje vanaf zijn 15 jaar - overleden: ???8
  9. 9. Adriaens, Joanna, geboren 28/01/1657, weesje vanaf haar 12 jaar - overleden: ??? Adriaens, Cornelia, geboren 22/12/1658, weesje vanaf haar 10 jaar geboren 22/12/1658 en overleden 18/4/1750 huwt eerst met Van den Haute Joannes, geen kinderen, daarna met Jacobus De Dier, 4 kinderen. Adriaens, Maria, geboren 2/11/1661, weesje op 8 jaar, en overleden op 5/3/1674 Adriaens, Petronella, geboren op 2/8/1666, weesje vanaf haar 2 jr - overleden: ? huwt met Praet Egidius. Ze hebben 8 kinderen Adriaens, Petrus, geboren 2/8/1666, tweeling! - weesje vanaf 2 jr - overleden: ?Bij heel veel mensen ontbreekt de datum van overlijden. In recentere parochielijsten is dat normaal: mensen stervendezer dagen vaak in een rusthuis of kliniek buiten de eigen parochie. Maar in de 17e eeuw?? Kunnen in die tijdzoveel mensen buiten Denderhoutem overleden zijn?Misschien werd aanvankelijk in de kerkelijke registers minder aandacht gegeven aan het overlijden van een persoon,of was de administratie in Denderhoutem tijdelijk zo ontredderd als gevolg van pest en oorlog dat de overlijdens nietmeer correct konden bijgehouden en ingeschreven worden ?Ik denk het niet : 1. De bevolking daalde tussen 1650 en 1700 van 1200 tot 1000 inwoners. Dat moet beheersbaar geweest zijn. 2. Ontreddering? De geboortes en huwelijken werden blijkbaar wel nauwgezet ingeschreven !!Trokken die mensen dan allemaal weg ? En indien dit het geval is: waar trokken ze dan naartoe ?Er vertrekken altijd aan gezinnen uit een dorp : in iedere generatie vind je een aantal mensen terug, waarvan inDenderhoutem enkel de geboortedatum gekend is. De man trouwde immers in de parochie van zijn vrouw. Als hijdan ook naar ginder ging wonen, was er in Denderhoutem geen enkele link meer.Administratief toch niet. Want familiaal blijft er meestal wel een band. Dat heeft tot gevolg dat later sommigenterugkeren naar Denderhoutem. Bijvoorbeeld om er in familiekring te sterven. Of hun kinderen keren weer : ze lerenin Denderhoutem op een huwelijksfeest of kermis hun aanstaande echtgeno(o)t(e) kennen en komen terug om er tetrouwen en zich misschien zelfs opnieuw in Denderhoutem te vestigen.Zo krijg je in de registers van Denderhoutem een glimps van linken met andere “Adriaenskens”-woonplaatsen :(° = ginder geboren, x = ginder gehuwd, + = ginder overleden) * Belgie, Ant., Schoten [1944] 1× * Belgie, O.-Vl., Aaigem [1747 - 1954] 1°, 3× , 1+ * Belgie, O.-Vl., Aalst [1953 - 1997] 7+ * Belgie, O.-Vl., Denderhoutem [1611 - 2001] 233°, 105× , 145+ * Belgie, O.-Vl., Denderleeuw [1810 - 1944] 1× , 1+ * Belgie, O.-Vl., Denderwindeke [1966] 1× * Belgie, O.-Vl., Erembodegem [1874] 1+ * Belgie, O.-Vl., Gent [1970 - 1992] 2+ * Belgie, O.-Vl., Haaltert [1989] 1+ * Belgie, O.-Vl., Herlinckhove [1730 - 1803] 15°, 1× , 4+ * Belgie, O.-Vl., Iddergem [1692 - 1953] 1× , 1+ * Belgie, O.-Vl., Kerksken [1746 - 1936] 2× , 2+ * Belgie, O.-Vl., Lebeke [1950] 1+ * Belgie, O.-Vl., Nederhasselt [1818 - 1844] 1×, 1+ * Belgie, O.-Vl., Ninove [1786 - 1991] 1°, 9+ * Belgie, O.-Vl., Outer [1886 - 1920] 4°, 2× * Belgie, O.-Vl., Overboelare [1968] 1+ * Belgie, O.-Vl., Zottegem [1980] 1+ * Belgie, Vl.-Brab., Grimbergen [1971] 1+ * Belgie, Vl.-Brab., Liedekerke [1964] 1+ * USA, MI, Macomb Co., Warren [1975] 1+ 9
  10. 10. De Bakermat van onze familieIk heb Herlinckhove in het vetjes gezet.Niet alleen valt op dat de verwijzingen in de registers van Denderhoutem vooral betrekking hebben op mensen diedaar na 1730 zijn geboren. Maar Herlinckhove is ook voor iets anders belangrijk : hier woont in 1709 het gezin Jan(Joannes) Adriaens – Jacquelen (Jacqueline) Cobbaert met vier kinderen: Petrus, Joannes, Egidus en Petronella.Zij vormen meteen het enige gezin Adriaens in Herlinckhove (destijds 30 huizen “groot”) en woonden waarschijnlijkaan de baan Denderhoutem – Lebeke, want bij de telling worden zij als laatste vernoemt. Rekening houdend met devorm van Herlinckhove, een ovaal die begint en eindigt aan deze baan, lijkt het voor de hand liggend dat de teller aanhet eerste huis begon, zijn ronde deed en aan het laatste huis, bij Jan Adriaens, zijn laatste notities maakte.Jan is meteen de oudste Adriaens van wie wij met zekerheid weten dat wij van hem afstammen.Zijn zoon, Egidius Adriaens, trouwt in 1693 in Denderhoutem en komt naar Denderhoutem wonen. Dank zij dezeverhuis en het feit dat de nazaten van onze lijn ook allen in Denderhoutem blijven wonen, .kunnen we vandaar destamboom gemakkelijk volgen tot bij ons.Voorvader Gillis is actief in de politiek : tussen 1711 en 1744 is hij minstens 14 jaar schepen van Denderhoutem enéén jaar pointer. De pointer is de man die op de gemeente de belastingen vaststelt.Het valt dus op dat Gillis, net als de Adriaenskens uit de oudst gevonden generaties, een ontwikkeld man is die op degemeente enig aanzien en vertrouwen geniet.Hij huwt twee keer en krijgt maar liefst 17 kinderen !!!Tot in vader’s jeugd bleven er naast de Adriaenskens van Denderhoutem ook een familie Adriaens in Herlinckhovewonen. Vader beschouwde deze “Adriaenskens” als “een andere stam, die geen familie was”.Thans kunnen wij met zekerheid zeggen dat hij mis was : zijn verste met zekerheid gekende voorvader kwam vandaar !Spijtig genoeg is het heel moeilijk om in Herlinckhove verder terug te gaan in de tijd: bestuursmatig hingHerlinckhove niet van Denderhoutem af, maar vormde het samen met het Herlinckhove van Ninove (dat uitmondt opde Aalsterse steenweg, bijna aan het begin van de baan naar Outer, waar nu plastiekcentrale Adriaens is), een paarhuizen in Outer en het gehucht “Waalhoven” van Aspelare (zijstraat van de Geraardsbergse steenweg op de grensmet Nederhasselt) een afzonderlijke heerlijkheid. Daar de heerlijkheid over geen eigen kerk beschikte, gebeurdenliturgische vieringen in Denderhoutem, Aspelare, Ninove of Outer, waar ze blijkbaar niet in de eigen registersopgenomen werden. We hangen dus voor informatie over de Adriaensjes van Herlinckhove voorlopig nagenoegvolledig af van de vermeldingen in de kerkregisters van Denderhoutem en van een “toevallige” vondst, zoals detelling van graanvoorraad in 1709.Merkwaardig : Adrianus, zoon van Petrus, geeft zijn kinderen vrijwel allemaal exact dezelfde namen als deze vanzijn nonkel, onze voorvader Egidius. Alleen laat hij de namen vaak voorafgaan door de naam van zijn vader, Petrus,of van zijn schoonvader, Franciscus Scheerlinck. Waarschijnlijk om het onderscheid te maken met de kinderen vanEgidius. Wij krijgen zo : Petrus-Joannes, Petrus-Franciscus en Anna-Maria-Francisca.Was voorvader Joannes familie van de familie Dierik Adriaens, die met zijn gezin de enige Adriaensjes waren inDenderhoutem bij de aanvang van het parochieregister?Zonder bewijzen is er nooit 100% zekerheid, maar als we naar de voornamen kijken diezowel in Herlinckhove als inDenderhoutem gebruikt werden, wijst alles zeer sterk in die richting. Zelfs als we er rekening mee houden dat de kerkin die tijd er heel streng op toezag dat alle gebruikte voornamen uit de bijbel kwamen, waardoor de keuze enormbeperkt was. Bovendien is er een streek- en tijdsgebonden voorkeur voor bepaalde namen (parochieheiligen,populaire “bedevaart”-heiligen, namen van bekende kerkelijke of politieke figuren, ….) , die ertoe leidt dat men inDenderhoutem steeds weer dezelfde voornamen ziet opduiken.Toch waren er binnen de gezinnen tradities, die maakten dat bepaalde namen frequenter in één gezin voorkwamen danbij andere gezinnen: De gewoonte dat vaders hun naam doorgaven, vaak met één generatie tussen bv. Maar ooknonkels en tantes, want de dooppeters en –meters hadden inspraak in de naamkeuze van hun doopkinderen.10
  11. 11. Als in een familielijn nieuwe namen opduiken, is dat niet zelden omdat de dooppeter of –meter uit de familie van demoeder komen en namen uit hun familie binnensluizen.Vergelijken we de voornamen van de kinderen van Egidius Adriaens uit Herlinckhove met deze van de stam vanDenderhoutem, dan stellen we vast :Maria ook dochter van Livinus en van AdrianusJoanna Adrianus had een Joanna; Dierik, Joannes, Theodorus en Judocus hadden een JoannesPetronella Adrianus en Joannes fs Theodorus hadden zowel een zoon Petrus als een dochter, Petronella. Judocus fs Theodurus had een dochter Petronella net als Theodorus zelfPetrus zie bovenJoannes zie bovenCatharina Adrianus zijn 1e dochter noemde CatharinaJacoba nieuwJudocus Joannes, Theodorus en Livinus hadden alle drie een zoon JudocusJudoca zie boven. Ook Theodorus en Livinus hadden zowel een Judocus als een JudocaJoannes zie bovenPetronella zie bovenLivina zo noemde LivinusAnna-Catharina de combinatie is nieuw, maar -> zie boven voor CatharinaCarolina nieuwAdrianus Zo noemde Adrianus, Joannes had een dochter Adriana, Theodorus trouwens ook al.Joanna-Petronella = is Joanna + PetronellaAdriana zie bovenEgidius had 17 kinderen. De overeenkomst met de namen van zijn kinderen met deze van de eerste Adriaenskens isgewoonweg verbluffend. Alleen Jacoba en Carolina zijn nieuwe namen in de familie. - Joannes fs Theodorus had trouwens zelf ook al een zoon die Egidius heette, geboren in 1691 maar in 1693 al overleden. Mogelijks was onze voorvader daar dooppeter van ??We kunnen de zaak ook omkeren en vanuit de familie Adriaens uit Denderhoutem vertrekken voor onze vergelijking. - Dan stellen we vast dat alleen Justus, Cornelius / Cornelia, Theodorus, Josyna, Franciscus, Laurentius en Nicolaus komen niet voorkomen in het gezin van Egidius. Alle andere namen zijn gewoon identiek ! - De naam Franciscus (Francisca) zal trouwens later terugkeren bij de zoon van Egidus, Joannes, en bij zijn kleinzoon, Egidius. - Ook de naam Cornelius zal terugkeren bij kleinzoon Egidius.Op basis van al het voorgaande kunnen we dus met vrij grote waarschijnlijkheid samenvatten : 1. Tegen het einde van de 16e eeuw, woonde in Denderhoutem één familie, met familienaam Adriaens, met name de familie Joannes Adriaens. 2. Joannes is de zoon van Dierik. Het is helemaal niet zeker dat die Dierik zelf ook in Denderhoutem woonde: waarschijnlijk hadden er dan naast Joannes nog andere afstammelingen in Denderhoutem geregistreerd geweest bj de aanvang van de parochieregisters. Mogelijks woonde Dierik in Herlinckhove, want ook daar woont een gezin Adriaens. 3. Joannes Adriaens en afstammelingen waren goede burgers die, in de 2 generaties waarvan we iets weten, een schepen en een meier leverden. 4. De familie werd hard getroffen door de pest van 1668-1669. Minstens zes familieleden overleden, sommigen verlieten blijkbaar in die tijd Denderhoutem. 5. Op het einde van de 17e eeuw (1693) trouwt Egidius Adriaens uit Herlinckhove in Denderhoutem. Zijn vader, Joannes, is onze oudste, met zekerheid gekende stamvader. Doordat Egidius in Denderhoutem komt wonen en de afstammelingen waaruit wij voortspruiten daar sindsdien altijd blijven wonen zijn, kunnen we de lijn vanaf Joannes feilloos naar ons doortrekken. 6. Joannes, geboren rond 1640, is heel waarschijnlijk nauw verwant aan de eerste familie Adriaens van Denderhoutem. Mogelijks is ook hij een afstammeling van Dierik Adriaens, geboren rond 1560, die in dat 11
  12. 12. geval waarschijnlijk zijn overgrootvader was. Hier is tot op heden evenwel geen bewijs voor. Opvallend is wel dat zowel de vier kinderen van Joannes die ons bekend zijn, als de kinderen van zijn kinderen bijna allemaal dezelfde namen dragen als deze die ook voorkomen in familie Adriaens van Denderhoutem. 7. Egidius wijkt uit naar Denderhoutem en de afstammelingen waarvan wij voortspruiten, blijven daar generatie na generatie wonen. Maar ook in Herlinckhove groeit er een Adriaensen-stam, met name vooral afstammelingen van broer Petrus, de stamvader van de meeste Adriaensjes uit Herlinckhove. Ook hier valt de trouw aan de oorspronkelijke voornamen op. Pas in de 19e eeuw zien we hier verandering in komen. 8. Kantekening in verband met de trouw aan de voornamen: Heel merkwaardig: nooit keert de naam terug van de oudst gekende Adriaens, dus geen Dierik, Dirck, Diederik … Adriaens. Never. Voor zover voornamen belangrijk zijn qua betekenis: Dierik is een Germaanse naam en betekent “machtig (rijk) in het volk (Diet)”. De kerkelijke registers werden opgestart om de mensen te verplichten hun katholicisme te bevestigen. De hield niet van Germaanse namen: voornamen dienden uit de bijbel te komen. Mogelijks werd de naam Dierik dus geweigerd door de pastoors. Denderhoutem, het gehucht Lebeke, met - geel omcirkeld - : HerlinkhoveDe kerkmeesterIn 1712 wordt het 10e kind van Egidius geboren : Joannes. Hij is onze volgende voorvader.Uit het werk van Edgard Huylebroeck, “Denderhoutem door de eeuwen heen”, weten wij dat JAN ADRIAENS, echtgJoanna van Huylenbroeck, in 1766 vermeld wordt als kerkmeester.Dat het wel degelijk om onze Joannes gaat, weten wij omdat die inderdaad op 26/5/1736 trouwde met HuylenbroeckJoanna-Catharina.Kerkmeester is als gegeven niet veel, maar het vertelt toch een en ander. Om kerkmeester te worden moet je eerst lidworden van de kerkfabriek (al noemde dat toen nog niet zo). Vervolgens word je voorzitter van die kerkfabriek, metverantwoordelijkheid over de inkomsten, uitgaven en rekeningen van de kerk.De kerk was destijds als instituut veel belangrijker dan nu. De kerkmeester was op het dorp dan ook een man vanaanzien. Hij kon lezen, schrijven en rekenen en genoot het vertrouwen van de geestelijke overheid en van de ledenvan de kerkraad.12
  13. 13. Joannes had 11 kinderen. Zijn overlijden wordt vermeld in het werk van Edgard Huylebroeck. Niet ten onrechtevond hij er de vermelding bij : “groot kroost”.Zijn tweede kind, Egidius zet de rij van directe voorvaderen verder.Egidius leeft van 1739 tot 1811. Zijn vrouw, Joanna Raes, van 1743 tot 1817.Hij krijgt met haar 9 kinderen, waarvan maar 3 jongens.What’s in a name ?Het is evenwel geen van de jongens, maar wel de jongste dochter die de naam doorgeeft in onze lijn.Adriaens Francisca, geboren 11/4/1785 en overleden 19/4/1853 trouwt twee keer : op 23/7/1811 met de 13 jaar oudereFranciscus Callebaut, die het jaar nadien reeds overlijdt. Met hem heeft ze geen kinderen. Met haar volgende man,Van Landuyt Josephus, met wie ze trouwt op 24/6/1814, op 29 jarige leeftijd, zal ze er zeven hebben. Allemaal VanLanduytjes natuurlijk. Josephus was al eens eerder getrouwd, met Praet Catherina, met wie hij ook drie kinderen had.Hij was 20 jaar ouder dan Francisca. Zij was 17 jaar ouder dan zijn oudste dochter …Onze volgende voorvader, Joannes-Baptiste Adriaens, is een natuurlijk kind. In de parochieregister staat duidelijkvermeld: “onwettig kind” Hij werd twee jaar voor haar eerste huwelijk geboren, namelijk op 28/1/1809. Franciscawas toen 24 jaar oud.Laat ons even stilstaan bij de gebeurtenissen die plaats vonden in de streek tijdens het leven van Francisca :Jaar aantal inw jaar gebeurtenis1750 + 2500 1768 : Oostenrijks bewind, hongersnood, oproer1785 FRANCISCA WORDT GEBOREN1797 + 2200 1792 : Frankrijk verklaart oorlog aan Oostenrijk, bezet ons land - opnieuw hongersnood1800 2632 1798 : boerenkrijg (ook vooraanstaande Denderhoutemenaars worden gezocht door Fransen)1809 Joannes-Baptiste wordt geboren 1815 : Napoleon verslagen in Waterloo 1830 : België onafhankelijk, 1831 : Fransen verjagen Hollanders 1832 : cholera epidemie 1849 : cholera epidemie1850 + 3500 1866 : cholera epidemie1853 FRANCISCA OVERLIJDTPercent behoeftigen tegenover de Oost-Vlaamse bevolking. Steden Platteland Totaal 1842 17,0 13,1 14,2 1843 17,2 14,1 14,9 1801 13,0 10,1 10,6 1844 17,8 14,5 15,2 1818 14,5 9,6 10,8 1845 20,4 21,6 21,2 1836 18,5 10,6 12,7 1846 23,6 28,3 27,2 1837 17,9 10,7 12,5 1847 24,6 29,5 28,3 1838 16,7 10,9 12,3 1848 24,9 26,9 26,2 1839 17,8 11,3 12,8 1849 21,8 25,9 24,3 1840 17,8 11,8 13,2 1850 20,6 23,6 22,6 1841 18,0 12,3 13,8 13
  14. 14. De armoede neemt duidelijk toe naarmate de 19e eeuw vordert. In vergelijking met de rest van de eeuw, viel het metde algemene levensstandaard tijdens de eerste levensjaren van Francisca dus al bij al nog mee. Maar enigerelativering is hier wel op zijn plaats : Van “welvaart” is er geen sprake : er was een ernstige hongersnood in 1792en de ganse tijd zetten de Fransen de streek in vuur en vlam. De Boerenkrijg leeft nog steeds in het collectiefgeheugen.Wij kunnen deze informatie alleen als achtergrond schetsen. Naar de preciese invloed der gebeurtenissen op het levenvan Francisca, hebben wij het raden.De keuze van de naam van haar Joannes Baptiste laat vermoeden dat zij die zonder inspraak van de vader heeftbepaald : haar grootvader noemde Joannes, ze had een oom die Joannes-Baptiste noemde, een zus die Joanna-Marienoemde en een broer die Joannes-Josephus noemde, enz… Algemeen was de naam in die tijd trouwens zeer veelvoorkomend in de streek.Concreet vertelt dat allemaal weinig over de vader, natuurlijk : Franske Callebaut lijkt weinig waarschijnlijk. Eengetrouwde man uit het dorp dan ? een Frans soldaat ? een jongen die sneuvelde ? Geen die’t nog vertellen zal.Feit is : had de vader het kind erkend, dan hadden wij nu allemaal een andere familienaam gehad(Tenzij ’t hier om een incestje ging natuurlijk – Foei !)De Cholera – jarenDe belangrijkse epidemieën :1832 : cholera epidemie1849 : cholera epidemie1866 : cholera epidemieZonder in detail te gaan, kunnen we stellen dat de familie die moeilijke jaren blijkbaar vrij goed doorkwam.Joannes-Baptiste zelf zal 70 jaar worden. Hij trouwt in 1856. Niks te vroeg, want hij is dan 47 jaar, met WynantIsabella, 31 jaar oud, of dus 16 jaar jonger dan hij.Isabella brengt twee kinderen mee die haar naam dragen en door Joannes-Baptiste naar alle waarschijnlijkheidgewettigd worden, want in de kerkelijke registers staan ze vermeld als :Adriaens, Constant Wijnant (°1849) en Adriaens, Antonia Wijnant (°1852 - + 1876).Petjen Gust, de grootvader van vader Omer :De eerste zoon van Joannes-Baptiste met Isabella, Augustus, geboren op 6 December 1856 zal de grootvader vanonze vader, Omer Adriaens, worden. Na Augustus volgen nog : Dominicus (Damien) (4/3/1859 - ), Ludovica(Louisa) (14/9/1897 - ), Carolus-Ludovicus (Charles) (5/1/1864 – 30/31934) en Amandus (15/6/1867 – 26/9/1956).Zo ver rijken de verste herinneringen van vader nog : hij wist dat er “twee soorten kinderen waren” in het huwelijkvan zijn overgrootvader. “En dat het niet ging tussen die twee soorten.” Het gevolg daarvan was dat hij blijkbaar nieteens op de hoogte was van de namen van Constant en Antonia., wel van de andere.Vraag is : als het kerkelijk register voor die mensen als familienaam “Adriaens, Wynant” vermeldt : was hun officiëlenaam dan Wynant of Adriaens ? Spijtig genoeg is Constant niet in Denderhoutem getrouwd of overleden, zodat heteen van de vele open vraagtekens op deze speurtocht blijft.Maar, so what ? What is in a name ?Want, van namen gesproken : “Petjen Gust” trouwt op 4 April 1883 met Maria-Clementina (Clémence) Strijpens,dochter van Joannes-Jacobus Strijpens uit Aalst (°Aalst, 9/7/1806, + Denderhoutem 30/11/1878). Diens vader,Joannes-Franciscus was op 28/5/1806 in Aalst overleden. Clémence had zes broers en een zus … en een naam dietoen al zeer zeldzaam was en dat nu nog is :14
  15. 15. http://www.ariadnedatabank.be/~ariadne/ariadne/pubgdb/fambel87.php vermeldt op basis van de gegevens van 1987:0 x Strijpens en 29 keer Strypens5 STRYPENS Aalst (Alost) [ arr. Aalst (Alost) P. Oost-Vl. ]9 STRYPENS Denderleeuw [ arr. Aalst (Alost) P. Oost-Vl. ]5 STRYPENS Haaltert [ arr. Aalst (Alost) P. Oost-Vl. ]5 STRYPENS La Louviere [ arr. Soignies (Zinnik) P. Hainaut ]5 STRYPENS Liedekerke [ arr. Halle-Vilvoorde (Hal-Vilvorde) P. Brabant ]Totaal voor het land : 29www.familienamen.be vermeldt op basis van de gegevens van 1998: 8 x Strijpens (2 in het Leuvense, 6 in 3 verschillende gemeenten rond Aalst), en42 x Strypens : +- 25 hier, +- 10 op 2 plaatsen in Wallonië en +- 5 in het Gentsewww.familienamen.nl vindt géén van beide namen terug in Nederland.Er bestaat een dorpje Strijpen, deelgemeente van Zottegem. In Nederland, omgeving van Eindhoven zijn er tweedorpjes die “Strijp” noemen. De betekenis van de naam zelf vormt geen probleem : “een streep grond” is nog steedsde manier waarop in de volksmond af en toe een klein lapje grond aangeduid wordt.Van Petjen Gust wist vader te vertellen dat hij op den Borrekent woonde en er wat groenten en vruchten verbouwde.Regelmatig trok hij met de handkar naar Aalst om er op de markt groenten en fruit te verkopen.Hij overleefde zijn vrouw en trok op latere leeftijd in bij zijn zoon Charles, die een voedingswinkel uitbaatte en caféhield op het Dorp in Denderhoutem.Nonkel Miel vertelde dan weer dat Petjen Gust niet de eerste de beste was : in het gemeentearchief had hij eenoverzicht gevonden van het aantal stemmen per inwoner. Inderdaad was het algemeen meervoudig stemrecht inBelgië ingevoerd in 1893. Het gaf elke man van ten minste 25 jaar een stem, accijnsbetalers en mannen in het bezitvan bekwaamheidsattesten bekwamen nog 1 of 2 bijkomende stemmen. (Dit stelsel stond aan het begin van deuitbouw van een democratie die naam waardig : het zorgde ervoor dat het aantal kiezers van 46.000 in 1830 steeg tot1.370.000 in 1893. Petjen Gust zou vier (?!) stemmen gehad hebben.)Uit de stamboom blijkt dat het gezin niet van tegenslagen gespaard bleef :Adriaens, Maria-Celesta, 24 August 1889 - 10 November 1899 - 10 jrAdriaens, Petrus-Josephus, 9 October 1894 - 2 December 1899 - 5 jrOp drie weken tijd sterven twee kinderen, één 5 jaar, één 10 jaar, oud.Als ik dit lees, spookt een oud verhaal door mijn hoofd : over een kindje dat in het water viel en een broertje of zusjedat probeerde het te redden en uiteindelijk ook de dood vond. Maar zekerheid is er niet. Dus noteer ik dit voorlopigvoor mezelf, in de hoop dat ik ooit nog bevestiging krijg.De overige kinderen groeien op in goede gezondheid :Tante ‘Del zal 96 jaar worden, Gustaaf 89, Kamiel 93, Delphine 70, Jan-Baptist 82, Charles 90.Van Amand weet ik het niet.Conclusie : alle wereldoorlogen ten spijt leven onze Adriaensjes langer dan ooit tevoren.Hier raken we trouwens een belangrijk punt : vanaf nu sterven de mensen minder en minder thuis. Vooral na 1945begint de bouw van Rust- en Verzorgingshuizen. Maar vooral : zieke mensen worden voortaan naar de kliniekgevoerd. De mensen worden ook mobieler. Ze leren hun lief aan de hogeschool of unief kennen of vinden werk ineen ander deel van het land, of zelfs in het buitenland. In de parochieregisters valt op dat meer en meer de datum vanoverlijden ontbreekt. Naar het einde van de twintigste eeuw doet ook een ander element zijn intrede : niet iedereenwordt nog met een kerkelijke dienst begraven. Maar voor naarstige speurders niet getreurd : sinds Napoleon bestaaner ook burgerlijke registers die bij vertrek vermelden waarheen iemand verhuist, of waar hij overlijdt … Zo ver reiktmijn ijver evenwel niet. 15
  16. 16. Aloïs Er ontbreekt er eentje in de rij : onze grootvader. Voor ons de eerste Adriaens die ook echt een gezicht krijgt. Op foto’s zien we een knappe man. In levende lijve hebben wij hem nooit mogen kennen, want hij kent een noodlottig einde lang voor onze generatie geboren wordt. Aanvankelijk blijven Aloïs, Charles, Jan-Baptist, Amand, Gustaaf en Kamiel dicht bij elkaar in den Borrekent wonen. Aloïs, de oudste, is de eerste die vertrekt: hij koopt een huisje op “Den Drouk”, De Driehoek dus, thans Sint Annaweg. Dit kleine wijkje telde rond 1830 11 huizen. Nu, bijna 80 jaar later, staan er een vijftiental. Uit mijn jeugdjaren herinner ik me dat de wijk eind der vijftiger jaren een ietwat troosteloze aanblik bood : een slecht onderhouden straat die overging in een veldpaadje; een boerderij en wat huisjes langs één kant van de straat, een rij kleine arbeiderswoningen op de tegenoverliggende kant. Het huisje van Aloïs was in 1935 of 1936 volledig uitgebrand en vervangen door “den thuis” van onze vader : een meter of vijf, zes breed aan de straat had tante Rachel het later achteraan uitgebreid met een veranda om meer ruimte te creëren. Daarachter was een lange, smalle moestuin van waaruit men uitkeek over de velden naar de Dwarsstraat en den Borrekent. Toen reeds, eind jaren 1950 dus, lag het voetbalplein van Denderhoutem centraal tussen die drie woonkernen. Naast de Driehoekstraat (Sint Annaweg), destijds een kasseibaan van een meter of vier breed, verbondenvooral veldwegeltjes den Drouk met de rest van Denderhoutem. Enkel het Pastorijstraatje was verhard met tegels ensloot aan op andere smalle baantjes die achter het Dorp door naar De Molenstraat liepen en op hun beurt aftakkingenhadden naar onder meer Den Borrekent toe.Uit de dorpskaart van 1830 leren we dat er destijds volgende beroepen op “Den Drouk” voorkwamen : landbouwer,handelaar, kuiper, schaapherder. Toen Aloïs er een kleine honderd jaar later ging wonen, zal hij waarschijnlijk als“landbouwer” of “handelaar” te boek gestaan hebben : Naast het obligate moestuintje voorzag een handeltje inzuivelproducten in het onderhoud van zijn gezin. Vader deed daar nogal geringschattend over : “Hij ging bij deboeren wat eieren en melk bedelen en ging die dan op de markten in het omliggende verkopen”. Veel moet hetalleszins niet opgebracht hebben, want tussendoor werkte Aloïs als losse arbeider in de omliggende steenbakkerijen,vooral als steenperser. Ook trok hij minstens een vijftal keren te voet mee naar Frankrijk om te gaan helpen met debietenproductie. … Maar in die tijd was dat geen uitzondering : een zeer groot deel van de inwoners vanDenderhoutem combineerde het werk op hun boerderijtje met seizoenswerk en losse werkopdrachten in dienst vanlokale fabrikanten of aannemers.16
  17. 17. In Het Nieuwsblad van 2/9/2005 vond ik volgend artikel over deze vorm van seizoenarbeid die destijds zo typisch wasvoor onze streek :De Fransman krijgt een standbeeld - Seizoenarbeiders gehuldigd met groots volksfeestHELDERGEM - Zaterdag 3 september krijgt Heldergem als vierde deelgemeente van groot-Haaltert ook een beeld.Ontslagnemend burgemeester Valentine Tas schenkt persoonlijk het beeld van de seizoenarbeider - in devolksmond De Fransman genoemd - aan de gemeente. Alle verenigingen helpen mee om er een groot dorpsfeestvan te maken.Het kleine Heldergem stond in de vorige eeuw bekend als Fransmansdorp . Omdat er nauwelijks industrie waszagen de mannen zich verplicht seizoenarbeid te gaan verrichten in Frankrijk. Een eerste ploeg vertrok al rondPinksteren voor het uitdunnen van de bieten. Later was er de graanoogst, vervolgens het rooien van de bieten ensoms volgde nog het werk in de distilleerderij of in de suikerfabriek. Het was hard labeur, maar voor velen was heteen noodzaak om het gezin op een behoorlijke manier te laten overleven.Als hommage aan die mensen komt er nu een standbeeld van de seizoenarbeider. Heldergem is daar fier op en isbereid mee te werken om van de inhuldiging een grandioos feest te maken. ,,We hebben ook een speciale editie vande Gazet van Heldergem uitgegeven", vertelt William Minnaert van de dorpsraad. ,,De Heemkundige Kring vanHaaltert en vooral Heldergemnaar Roger De Troyer verrichtten enorm veel opzoekingswerk en schetsten een mooibeeld van het werk van de Fransmannen ."Unieke koetsen,,Als Heldergemnaren zijn we enthousiast over het bronzen beeld dat door kunstenaar Herman De Somer werdgemaakt. We zagen nog maar het ontwerp. Het is realistisch maar mooi. We vonden tal van mensen bereid om ereen feest rond te bouwen. Niet alleen de verenigingen van Heldergem, maar ook de Kerkskense Sint-Martensruiters, de harmonie van Denderhoutem en het strijdkoor Dwarsbalk uit Haaltert. En natuurlijk ookwaarnemend burgemeester Willy Michiels, die als peter van het beeld fungeert en met enkele unieke koetsen uitzijn ruime collectie de stoet gestalte zal geven. Nog een drietal echte Fransmannen zullen meegevoerd worden.Robert Van Snick, Maurice Vijverman en Joris Verbeken hebben de campagnes nog meegemaakt, al trokken er nade Tweede Wereldoorlog steeds minder arbeiders de grens over. Aansluitend zijn er verschillende activiteiten zoalseen gezellig samenzijn met streekbieren en gerechten, filmvoorstellingen van de Godverdommes, een expo overseizoenarbeid en emigratie en nog veel meer", besluit Minnaert.Ulrich HERREMANS,Als achtergrondinformatie is ook volgende tekst zeer interessant :Uittreksel uit :Loonarbeid tijdens de overgang van traditionele naar moderne landbouw.Een sociaal-economische studie van de landarbeiders in Oost- en West-Vlaanderen tijdens de eerste helft van de 20eeeuw. - MARTINA DE MOOR - Universiteit van Gent… De hoogte van de lonen voor seizoenarbeiders in Frankrijk, heeft ongetwijfeld ook voor een pull gezorgd. InRollegem is er volgens de resultaten van de Enquête sur le travail agricole uitwijking naar Frankrijk, waar 150 tot175 fr. in de industrie te verdienen viel. Voor de comice Bottelare werd genoteerd dat de werklieden in die regio naarFrankrijk trokken omdat “Fransche boeren …1350 fr. voor drie maanden met kost en inwoon” betaalden, terwijl in degemeenten van de comice zelf mannen en vrouwen respectievelijk slechts 100 tot 125 fr. en 45 tot 60 fr. per maandinclusief “mondbehoeften en inwoon” ontvingen. 17
  18. 18. Over het algemeen werden de lonen van de seizoenarbeiders in Frankrijk berekend per prestatie. Dit verklaart de hogeverloningmaar tevens het uitputtende karakter van de arbeid. De dag duurde immers vaak van 3 uur ‘s morgens tot 8.30 of9.00u ‘s avonds, gedurende de 8 tot 15 dagen tijdens de oogstperiode. De betaling per prestatie bood in Frankrijkbovendien het voordeel dat de oogst sneller ging omdat er minder bieten per hectare geplant waren. Het rooien enladen van de bieten leverde 75 à 90 fr. per ha op. Het binnenhalen van het graan kon volgens de gegevens van E.Ronse in 1913 30 à 35 fr. per ha opleveren voor een opstaande oogst, 40 à 60 fr.voor een halfopstaande oogst en 60 à90 fr. voor een totaal platgeslagen oogst. De staat van het graan bepaalde tevens het aantal arbeiders nodig perhectare; indien het helemaal platgeslagen was, konden er geen pikmachines ingezet worden. Het rooien en rapen vande aardappels werd 70 à 80 fr. per ha betaald. De lonen van de dagloners varieerden naargelang van de streek van 2,25fr. tot 3,75 fr. voor lichte arbeid; van 3 fr. tot 4,25 fr. voor zware arbeid, wat neerkwam op ongeveer het drievoudigevan de lonen in West-Vlaanderen. Het totale bedrag dat een seizoenarbeider naar huis bracht, varieerde en wasafhankelijk van het bedrag dat ter plaatse reeds geconsumeerd werd. E. Ronse geeft voor 1913 een bedrag tussen 800en 1.000 fr. per jaar op.In de enquête werd ook een aantal keren gewezen op de voordelige wisselkoers die de seizoenarbeiders eenbijkomend voordeel opleverde in vergelijking met werkenin eigen streek. De sterke inkomensverschillen wordenbevestigd door een vergelijking vande inkomens van de landbouwers, landarbeiders en industriearbeiders op nationaal niveau door J. Blomme. Vanaf1895 tot 1929 stelt Blomme een constante daling vast van het landarbeidersinkomen ten opzichte van dat van delandbouwers (zie tabel 4). Na een fikse daling tussen 1929 en 1934 neemt het landarbeidersinkomen vanaf 1934weerom toe. Ten opzichte van het inkomenvan de industriearbeider zien we een gelijkschakeling in 1921, waarna het echter weer daalde tot slechts 3/4 ervan(kolom F). Het inkomen van delandarbeider stijgt echter op geen enkel moment uit boven dat van de tweeanderecategorieën.Wanneer we de verschillen tussen het jaarlijks inkomen van landbouwers, van loonarbeiders in de landbouw en vanloonarbeiders in de industrie onderzoeken, stellen we een duidelijke discrepantie vast tussen het inkomenvan deloonarbeider in de landbouw ten opzichte van beide andere groepen (zie tabel 4). In absolute cijfers zien we eenafname van de inkomens tussen 1880 voor alle landarbeiders maar een toename voor de industriearbeiders.Delandbouwcrisis speelde de landarbeiders en vooral de landbouwers parten. Van de eerste landbouwcrisis ondervondende industriearbeiders geen inkomensverlies, terwijl de algemene economische recessie van de jaren dertig hetlandbouwersinkomen deed afnemen met 2/5 terwijl het inkomen van de industriearbeiders met minder dan 1/5 afnam(periode 1929-1934).Na 1895 en tot 1929 volgde voor alle groepen een sterke absolute inkomensverhoging. Deze toename bleek voor deindustrie-arbeiders het kleinste te zijn, namelijk een toename met een factor 11. Voor de landbouwers bedroeg ditfactor 19. Voor de loonarbeiders situeerde deze toename zich tussen die van de industriearbeiders en de landbouwers.Het verschil tussen het inkomen van een landbouwer en dit van een industriearbeider kon van groot belang zijn voorde loonarbeider die zijn situatie wenst te verbeteren en zo voor de keuze stond een eigen bedrijf te. starten, uit tebreiden tot hoofdberoep of elders een inkomen te zoeken (kolom C). Tot voor de Eerste Wereldoorlog was hetinkomen van de industriearbeider een stuk aantrekkelijker dan dat van de landbouwer. Het hoge inkomen van delandbouwers na de oorlog heeft ongetwijfeld te maken met de financiële voordelen die de Eerste Wereldoorlog henopleverde.Vanaf 1929 tot 1934 worden de rollen echter omgedraaid waarna het verschil weer meer in het voordeel van deindustriearbeider begon te spelen. J. Blomme wijst erop dat er in de gunstige periodes weinig redenen waren voor eenlandbouwer om zijn bedrijf op te geven. Naast economische redenen, speelde ook de hoge status die een landbouwervóór de Tweede Wereldoorlog genoot daarbij een rol. Het inkomensverlies tijdens de landbouwcrisis zette echter nietaan tot het opgeven van het bedrijf omdat de houders van een bedrijf immers steeds konden terugvallen op een zekerevorm van zelfvoorziening.Het inkomen van de loonarbeiders fluctueerde minder sterk dan dat van de landbouwers. Tijdens de gunstigerperiodes groeide hun inkomen slechts zeer beperkt aan, maar tijdens de crisissen daalde het ook minder sterk.Blomme leidt hieruit af dat het landarbeidersloon vrij stabiel was, weinig onderhevig aan conjunctuurschommelingen.Men kan hier eveneens uit afleiden dat loonarbeid tijdens de gunstige periodes een relatief minder voordelige vormvan nkomsten was dan de verdiensten uit een eigen bedrijfje, en vice versa. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we18
  19. 19. tijdens de crisis van 1880-1895 een groei waarnemen van het aantal loonarbeiders. Wanneer we het aantalloonarbeiders tijdens de crisis van de jaren dertig bekijken (tussen 1929 en 1937), vinden we op nationaal niveau eendaling van 18.269 arbeidseenheden, een kleinere terugval in vergelijking met de andere jaren. Voor de provincieOost-Vlaanderen is de terugval tussen 1929 en 1937 in vergelijking met de andere jaren vrij beperkt, namelijk 329loonarbeiders. In de provincie West-Vlaanderen is deze terugval groter (427 loon-arbeiders) maar niettemin nogsteeds veel kleiner dan de andere jaren. De discrepantie tussen enerzijds de inkomensstijging van de loonarbeider enanderzijds deze van zijn werkgever in gunstige periodes zette mogelijk aan tot verandering van job. In crisis-periodesviel vooral de beperktere daling op van het landarbeidersinkomen ten opzichte van dat van de landbouwer, wat invergelijking met de gunstige periodes tot een kleinere afname van het aantal landarbeiders geleid heeft.Hoe dan ook : Aloïs trouwde Clementia Van Herreweghe, in het Frans : Clémence, of in het dialect : “Maasse”,dochter van Van Herreweghe Franciscus en De Nul Philomena, “Fie”. Een eeuw eerder, op 15/4/1776, was eenvoorouder van haar moeder, De Nul Joannes, in Kerksken op dezelfde dag overleden als zijn vrouw, De ZadeleerCatharina. Dat zullen zij wellicht nooit geweten hebben. Fie zelf overleed op 24/2/1897. Een paar jaar later(6/11/1905) hertrouwde Franciscus met Van Rossen Maria-Catharina (4/5/1859 – 3/12/1949), die zelf al twee keerweduwe geworden was. Vreemd : voor vader bleef “Fie” altijd de enige grootmoeder langs moeders zijde. Nooit ofte nooit kwam Maria-Catharina ter sprake. Dit ondanks het feit dat Maria Catharina blijkbaar altijd in Denderhoutemis blijven wonen, want : er overleed toen vader reeds 26 jaar oud was. Maasse’s vader kwam uit Erembodegem, waar hij op 3/9/1851 geboren was als zoon van Fredericus en De Troch Rosa. Met zijn Fie had hij vijf kinderen : Maria-Clementina (°23/2/1881 in Denderhoutem – +31/8/1882 in Erembodegem), Maria- Seraphina (“Delphine” !), Maria- Marcellina (Marceline), Joannes- Albertus (Albert) en Clementia. Van de Van Herreweghes weten wij dat zij uit een zeer oude familie komen : reeds in de 14e eeuw woont Gheert Vanden Herweghe (1384- 1460) in Galmaarden. Zijn zoon Peeter wordt er kerkmeester en later meier. Een kleinzoon van Peeter, Bartholomeus, is eerst schepen te Galmaarden en later baljuw van Steenhuize. Van daaruit waaiert defamilie uit : kleinzoon Jan trouw in 1632 te Aspelare. Diens zoon, ook Jan, schrijft niet langer “Van den Herweghe”of “Van den Herreweghe”, maar alleen nog “Van Herreweghe”. Een kleinzoon van Jan, Joos (1718-1797) trouwt in1745 met Catharina Troch in Haaltert. Hun hoeve stond er aan de Bruul. Een zoon van Joos, Louis (1803 -1887)komt naar Denderhoutem wonen, waar hij trouwt met Petronella De Nul in 1835.De juiste relatie tussen Louis Van Herreweghe – Petronella De Nul enerzijds en Franciscus van Herreweghe –Philomena De Nul anderzijds, kon ik niet achterhalen, maar het ligt er vingerdik op dat het om dezelfde families gaat.Vader vertelde wel eens dat ze zijn grootouders langs moeder’s kant “De Hollanders” noemden. “Omdat hun dialectafwijkend was”, dacht hij. Als kind reeds dacht hij dat er ook een link naar Nederland was. Maybe. Maar waarschijn-lijker is dat de bijnaam ofwel van een familietrekje werd afgeleid (“gierigaards” ? “geslepen handelaars ?”) of dat defamilie de naam ergens anders kreeg opgeplakt. Zo noemde men in Nederhasselt destijds de inwoners van het laagstgelegen deel van het dorp “de hollanders”. 19
  20. 20. De Kantebenen Nu we het toch over bijnamen hebben : Ook de Adriaenskens hadder er één : “De Kantebenen”. Volgens vader sloeg de uitdrukking op “opvallende jukbeenderen”. Dat heb ik evenwel bij géén Adriaensje ooit opgemerkt. Een andere mogelijke verklaring is dat de familie van gestel nogal aan de magere kant is en, vooral in de jeugdjaren, nogal wat leden door “scherpe” benen gekenmerkt worden. Op te merken valt ook dat “Kantebeen” in Nederland een bestaande familienaam is. In 1993 waren er 13 telefoonaansluitingen op die naam. Bij de volkstelling van 1947 leefden er 31 Kantebenen in Nederland, vooral in Zuid Holland (23) en Amsterdam (5). … In België komt de naam helemaal niet voor. In het Engels spreekt men van een aitchbone (= “H-been”) of edgebone en bedoelt men daarmee dan : “The bone of the rump – especially from cattle; also, the cut of beef surrounding this bone. In het Nederlands zou dat dan het stuitbeen zijn of staartstuk, ook het stuk rundsvlees rond dat been. Zeg maar de “côte à l’os” (al is dat eigenlijk het T-bone). Tja … of dat ons veel verder helpt ?Maar, keren we terug naar “Wischj en Maasse”. Met hun vijf kinderen, Elisabeth, Rachel, Albert, Omer en Irma,(Marcellus op 7/7/1927 was immers in zijn eerste levensjaar op 6/12 reeds overleden), wonen ze dus op den Drouk.Het zijn woelige tijden met sociale onderdrukking, met een oppermachtige kerk en haar politieke arm (“de partij vande bokken”), de economische crisis … Vader Wischj was steeds een brave, conservatieve katholiek geweest. Maarzijn Denderhoutem ligt in het oog van de storm : Denderhoutem, Outer, Aspelare : hier is de kern van het Daensisme.Hier heerst een dynamische sfeer die mensen doet geloven dat de dingen kunnen en moéten veranderen.In het begin van de jaren dertig bekent ook vader Wischj zich tot het Daensisme. In de zalen van het dorp gaat hijluisteren naar advokaat De Backer en andere sociaal bewogen sprekers. Na de vergaderingen en na dezondagdiensten doet hij iets dat hij vroeger nooit deed : hij begint zich te interesseren voor de politiek, neemt deel aande gesprekken … en blijft al eens plakken.Moeder Maasse is er niet mee opgezet. In tegenstelling tot wat wij nu weten, wist zij waarschijnlijk niets van de roldie de Adriaensjes in het begin van de 17e en van de 18e eeuw op hun dorp gespeeld hebben.Onze familie is altijd politiek actief geweest in Denderhoutem. Het valt evenwel op dat de stroom vermeldingen vanonze voorvaders in de gemeentelijke archieven abrupt stopt in 1766. De grootvader van Francisca is dan kerkmeester.Daarna wordt het wachten tot 1921, wanneer Petrus Adriaens opnieuw een schepenambt bekleedt. Maar Petrus is algeen rechtstreekse voorvader meer.Vader herinnert zich hoe hij, een jaar of negen oud, erop uit gestuurd werd om zijn vader naar huis te halen. Omdathet eten klaar was ? Omdat er nog werk wachtte ? Omdat vader Wischj niet van stoppen wist ? Feit is: vader vondhet helemaal niet leuk om zijn vader uit café te gaan halen.Voor het overige blijven de vragen onbeantwoord, want plots gebeurt een drama : Aloïs krijgt “het vuur in den buik”.De dokter stelt eerst een verkeerde diagnose en wanneer hij een paar dagen later dringend opgeroepen wordt, weigerthij eerst zich te verplaatsen. Naar vader denkt: “omdat de eerdere rekening nog niet betaald was”. Tegen dat hij tochaan het ziekenbed verschijnt, baat zijn aanwezigheid niet meer : Aloïs sterft aan een gesprongen appendicitis.Als Aloïs begraven wordt, is zijn vrouw niet in de kerk : Maasse ligt zelf doodziek te bed. “Sinds de dood van vaderheeft ze geen brijzel meer gegeten” vertelt vader.Eén ding is zeker : het is niét de honger die haar, op 45 jarige leeftijd, amper drie weken na haar man zal doenoverlijden. Ze werd nog overgebracht naar het sanatorium in Lemberge (Merelbeke). Maar de dokters staanmachteloos. Tijdens een bezoek aan zijn doodzieke moeder, maakt vader mee dat de zuster-verpleegster onder delakens voelt en gelaten het hoofd schud : moeder blijft bloeden !20
  21. 21. Was Maasse, zeven jaar na het overlijden van haar jongste, zwanger ? Pleegde ze een abortus ? Heel waarschijnlijkwel, maar aan de kinderen kon dat bezwaarlijk zo uitgelegd worden. Dus ontstond er een ander verhaal: na haaroverlijden komen gemeente-arbeiders de waterputop de wijk ontsmetten met ongebluste kalk. …“Na de cholera-epidemieën gebeurde dat af entoe, met àlle waterputten” wordt terechtopgemerkt. Feit is dat vader, toen elf jaar oud,een samenhang zag. Maar tegelijkertijd blijft ervoor eeuwig achter ieder mogelijk antwoord eenvraagteken en een bedenking: Wellicht dronkenbeiden besmet water ? … Maar pompte niet ieder-een op het gehucht aan dezelfde waterpomp ? Enwaarom werden de kinderen dan niet onderzocht? … Of vergaten ze dit ?Engeltjesmakerij of niet, vader en moeder werdenplots, bijna tegelijkertijd weggerukt uit het leven van de kinderen.: Liesken, 17 jaar oud, krijgt de verantwoorde-lijkheid voor de opvoeding van haar jongere broers en zussen. De burgemeester stak zijn kop even binnen, mijnheerpastoor werd een regelmatige bezoeker – en het leven ging verder.Maar nog binnen het jaar worden “de weesjes” getroffen door een tweede ramp : de gezinswoning brandt totaal uit.Met het geld van de verzekering wordt ter plaatse een nieuwe woning gebouwd. Groter en mooier, want het oudehuisje was zeer bescheiden. Vele jaren later zal Rachel, die de woning overhield, opmerken dat de brand eigenlijk eenzeer goede zaak geweest was.Omer Vanuit hun nieuwe woning trekt vader Omer vanaf zijn 14 jaar dagelijks naar Aalst om er te werken. Als metser – diender. Hij werkt bij een paar bazen, maar het metselen gaat hem niet echt goed af. In Terjoden vindt hij werk als arbeider op de steenkapperij. En, wanneer schoonbroer Emiel hem vertelt dat er veel meer te verdienen valt in Brussel, wordt hij pendelaar. Hij werkt in Brussel als draaier, zandstraler en lasser. Om het zo ver te brengen heeft hij na zijn uren vakschool gevolgd. Terwijl hij bij Sabelma werkt en als convoyeur meerijdt om overal in België frigotogen te plaatsen in cafés, begint hij opnieuw te studeren. Schriftelijke cursussen nu, waarmee hij het tot niveau Lager Middelbaar brengt en binnengeraakt in het Ministerie van Financiën. Rond 1964 slaagt hij in een wervingsexamen van de Algemene Spaar en Lijfrentekas (“de ASLK”, inmiddels opgegaan in FORTIS Bank).Hij werkt er als klasseerder-copiist en studeert inmiddels koppigverder. Klerk worden is zijn doel, niveau Hoger Middelbaar bereiken. Maar na een aantal mislukte examens staakthij einde van de zestiger jaren zijn pogingen om nog hogerop te komen. Tot zijn 65 jaar zal hij bij de ASLK blijvenwerken.Maar we lopen te vlug nu. We moeten terug. Minstens tot 1942. Op dat ogenblik is vader 19 jaar. Zijn jaar, 1923,werd vrijgesteld van militaire dienstplicht. In moeilijke omstandigheden zorgt hij thuis, samen met zijn broer enzussen voor een inkomen. Maar het is gevaarlijk om als jonge man in het bezette België te leven en te werken : DeDuitsers zoeken arbeidskrachten en organiseren af en toe razzia’s om jonge mannen te kunnen “opeisen” en naarDuitsland af te voeren.Nonkel Albert neemt het zekere voor het onzekere en vertrekt vrijwillig naar Duitsland. Hij heeft zo het vooruitzichtop een leefbare werkomgeving, een stabiele betrekking en een hoger loon dan wat hij in België zou kunnen verdienen. 21
  22. 22. Vader blijft thuis. Maar op een nacht omsingelen de Duitsers de kleine wijk en wordt hij “van zijn bed gelicht”.“Verraden door zijn eigen kozijn” vertelde moeder er altijd sarcastisch bij. Voor vader is het op dat ogenblik eengroot geluk dat zijn broer reeds in Duitsland werkt. Hij wordt naar hetzelfde Arbeitslager gevoerd, in FreckenhorstHoetmar (nabij Münster), waar hij op een boerderij wordt ondergebracht en tewerkgesteld wordt als spoorweg-arbeider. Hij werkt er samen met zijn broer onder Duits toezicht in een ploeg waarin onder meer ook een aantalHongaren en Russen tewerk gesteld zijn. Het werk is hard, maar doenbaar. “Maar we zouden het geen van allenuitgehouden hebben zonder de steun van de plaatselijke bevolking” vertelt vader. Vooral met de dochter van delokale bakker, Ulla Mense, komt hij goed overeen.Tegen het einde van de oorlog beleven ze nog een hachelijke periode : Amerikaanse en Engelse vliegtuigen hebbenhet vooral op de spoorweginfrastructuur gemunt. Meer dan eens moeten de arbeiders laten vallen wat valt enwegduiken in de spoorwegberm. Vader en Albert overleven het avontuur en keren na de oorlog terug naar huis. Alsjonge mensen, in de bloei van hun leven, vinden ze al snel werk. Hun eerste werk zal een job als “lader en losser”zijn voor het Amerikaans leger.Op een huwelijksfeest ontmoet vader een textielarbeidster uit Kerksken : Françoise De Pauw. Hoewel Françoise inKerksken woont, zijn zowel de familie van haar vader als die van haar moeder afkomstig uit Denderhoutem. Hetwordt een vrij lange verloving, want vooral samen met haar oudere zus, Florine, heeft Françoise zich voorgenomenniet te trouwen zolang het huisje niet afbetaald is dat haar ouders op Terlicht, Kerksken, kochten. Uiteindelijktrouwen de twee op 17 november 1951.Moeder Françoise komt uit een militant Daensistisch gezin. Eentje dat politiek op een heel andere manier ervaart dande weesjes.Laat ons eerst de sfeer bij de weesjes eens proeven : Zij komen uit een oorpronkelijk conservatief katholiek gezin.Als minderjarige kinderen samen moeten ze wel heel braaf zijn, willen ze niet het risico lopen om in een weeshuis tebelanden. De pastoor is er vriend aan huis. Zij worden grootgebracht met de idealen van Cardijn en groeien op totvoorzichtige, plichtsbewuste, kerkelijke en sociaal voelende mensen die vanuit de jeugdbeweging haast vanzelf deoverstap maken naar de Christelijke Arbeidersbeweging en daar ook hun ganse aktieve leven zullen lid van blijven.Bij alle leden van het gezin is me steeds opgevallen hoe veel belang ze hechten aan het naleven van regels en wetten.Hoe zeer ze zich bewust zijn van klassenverschillen : als arbeider ga je niet om met een dokter, tenzij om je te latenonderzoeken. Je moet je plaats kennen in de wereld … Het zijn ook angsthazen. Als vader aan een eigen huisjegeraakt, is het omdat moeder en tante Florine achter zijn rug om afspreken dat tante Florine het huisje zal aankopen,want vader durft aanvankelijk de stap niet te zetten. Korte tijd later al kopen vader en moeder het huisje vervolgensvan tante Florine over. Dubbele kosten en voor tante Florine met het nadelig neveneffect dat ze later, als ze zelf eenhuis bouwt, geen bouwpremie krijgt omdat het niet haar eerste huis is …Jaren later berekent moeder dat ze met haar groot gezin voordelig naar een ruimere, nieuwe woning kan. Vader durftopnieuw niet en het kroostrijk gezin blijft in de oorspronkelijke, inmiddels veel te kleine woning wonen … Het isalsof er een collectieve angst heerst bij de Adriaensjes. Als gevolg van het gezinsdrama ? Ik weet het niet, maargezien de leeftijd die ze toen reeds hadden, denk ik dat er meer aan de hand is. Opvallend is bijvoorbeeld dat ookEdgar Huylebroeck in zijn werk over Denderhoutem maar één zaak weet te vertellen over de Kantebenen van degeneratie voor vader: dat ook deze zeer braaf waren. Ergens voelt het alsof er vroeger erge zaken gebeurden in defamilie. Zaken zo erg dat ze in het collectief onderbewuste een plaatsje kregen : Door te knikken en braaf te zijn, zooverleef je. Hoogmoed wordt gestraft !Bij moeder lagen de zaken lichtjes anders. Grootvader was een zeer eenvoudig man. Als schoenmaker verdiende hijeen karig loontje, waarmee het gezin nauwelijks rondkwam. Naast de akker moesten losse jobs er voor zorgen dat deeindjes konden aan mekaar geknoopt worden. Hij maakte klompen, hij was een goed straatlegger (kasseilegger) enook hij trok meerdere keren naar Frankrijk om ginds seizoenarbeid te doen. Grootmoeder hield daarnaast thuis eenwinkeltje in voedingswaren open en vroeger hielden ze tezelfdertijd ook nog eens café (“Den Eik, Terlicht, Kerksken)Dat deden grootvader’s ouders de generatie daarvoor ook al. Met dat verschil dat die een ruimer inkomen uit hunlandbouwaktiviteiten verwierven, want ze hadden een boerderij waarop met verschillende paarden gewerkt werd.Grootvader had twee roepnamen: “Trien’s Jef”, naar zijn grootmoeder Catharina en “Jef van de Manken Haan”, naarde naam van het café van zijn ouders ? - Of werd met “De manken haan” naar zijn vader verwezen?22
  23. 23. Grootvader werd vooral getekend door zijn voortvarendheid. Met een vloek en een slag op tafel of tussen pot en pintbesliste hij zaken waar hij beter eerst rustig zou over overlegd hebben. Zo bouwde hij onder meer een mooi, ruimhuis om dan achteraf te moeten vaststellen dat hij aan geen lening geraakte. De oorlog, de crisis … er was altijd weleen goed klinkende reden, maar feit is : zonder de inzet van tante Florine en ook van moeder Françoise, zou hij inarmoede gestorven zijn.Die voortvarendheid maakte dat het gezin op een bepaald ogenblik ook bijna uitgeweken was naar Amerika. Dereismanden waren reeds gekocht. Maar toen liet hij zich overhalen om toch in België te blijven wonen.Grootmoeder’s zuster, Celine, vertrok trouwens wel, en bouwde in Californië een mooie toekomst op.Grootvader had door ervaringen in zijn leven een haat ontwikkelt tegen de Franssprekende gezagsdragers. DeBelgische staat is voor hem altijd ergens het België van de eerste wereldoorlog gebleven : Vlaamse soldaten, Vlaamswerkvolk, misbruikt en uitgebuit door Franstalige bazen. Het Daensisme paste hem als een tweede huid. Tot kortvoor zijn dood zou hij het lijflied der Daensisten zingen. “Daensist tot in de kist”. … en Vlaming. Hoe pijnlijker devernedering, hoe sterker zijn nationalisme. Een tijd lang was een fusie van Vlaanderen met Nederland zijn ideaal.Later vooral een sterk en zelfstandig Vlaanderen. In België als het moest. Zonder de Walen als het kon.Hij was een man die zijn mening ook niet onder stoelen of banken verstopte. Zelfs niet tijdens de oorlog. Bij mijthuis hangt nog steeds een schildje “Omdat ik Vlaming ben”, uit hout gekerfd in de gevangenis in Gent, waar hij 1jaar doorbracht na zijn veroordeling “voor collaboratie” vermoeden wij, want hij was lid van de zwarte brigade.“Omdat hij tegen het Belgisch leger een proces had aangespannen toen bleek dat een deel van de eigendommen vanzijn in Frankrijk tijdens de oorlog door verdrinking omgekomen zoon, spoorloos verdwenen waren.” Wat ook depreciese reden was, het heeft hem geen ene moer veranderd, in tegendeel wellicht … want hoe kon de Belgische Staatbeter bewijzen dat ze repressief was en tégen de Vlaamse zaak dan door hem en gelijkdenkenden op te sluiten?Moeder Françoise ging niet akkoord met de manier van zijn van haar vader. Ze had veel meer bewondering voor haarmoeder, Maria Prudentia De Schryver, die in alle stilte en met grote wijsheid, ondanks haar horrelvoet, de échte steunen toeverlaat was voor alle andere familieleden, grootvader inbegrepen. Toch heeft ze altijd een stuk van dat vuur vanhem in zich gedragen. Als kind al schreef ze gedichtjes over Vlaanderen en gans haar leven heeft ze iets militantsover zich gehad. “Een kreupele gaat nog”, was haar standaardantwoord wanneer wij wilden opgeven.In tegenstelling tot vaders totale respect voor regels en zijn angst om op te vallen door afwijkend gedrag, gold voormoeder vooral de eigen verantwoordelijkheid : “als iedereen in een gracht springt, moet je er daarom nog niet zelf inspringen” …Uit dat mengsel werden wij geboren …WijWij, dat zijn Linda, ikzelf : Edgard (Eddy), Marlies, Marleen, Peter, Maria (Mieke) en Walter. Onze “gelijkmaker”,Herman werd in 1964 te vroeg geboren en overleed al na een paar dagen.Vader en moeder begonnen hun huwelijk met bijna niets : tot korte tijd voor het huwelijk ging hun loon thuis in depot. Omdat vader in 1951 reeds in Brussel werkte, huurden zij een huisje in de Visserstraat te Denderleeuw, niet vervan het station. Daar werd in augustus 1952 Linda geboren. Het jaar nadien verhuisden ze naar Terjoden, naar deNinovestraat, dicht bij De Dries waar moeder een deel van haar jeugd had doorgebracht. Daar werd ik geboren. Ookdit huis beviel hen niet. Vooral niet toen bleek dat de kelder bij elk onweer onder water liep en dat de huisbaas de wilof de middelen niet had om daar iets aan te doen.Zoals reeds vermeld schakelde moeder haar zuster, Florine in, om een huisje aan de Geraardsbergsesteenweg tekunnen kopen tegen vader’s zin in. Daar werden alle andere kinderen geboren. Het gezin bleef er wonen tot moederop 31/12/2006 plots overleed. Tegen die tijd waren de kinderen allemaal al geruime tijd gehuwd. Vader was ernstigziek geworden en verbleef reeds geruime tijd bij dochter Marleen. Deze had in Kerksken het huis dat tante Florinegebouwd had op de plek waar vroeger haar ouders woonden, overgekocht volledig laten renoveren.Vader heeft zich pas laat in zijn leven financieel “gerust” gevoeld. Zijn eerste zorg was dan ook : de lening van hethuisje zo vlug mogelijk terugbetalen. Met vele overuren en inspanningen slaagde hij daarin op acht jaar tijd.Achteraf gezien kan je stellen dat hij er beter wat langer over gedaan had en wat meer tijd en geld besteed had aan deaangename dingen des levens. Met andere woorden : élke frank ging in mijn prille kindertijd naar de afbetaling van 23
  24. 24. ons huis. Op speelgoed, schoolreizen en kleding werd enorm bespaard. Voor eten daartegenover, was er altijd geld.Al kwam er bijvoorbeeld slechts zeer uitzonderlijk biefstuk op tafel.Nadien veranderde dit langzaam. Vooral sinds vader in de ASLK aan het werk geraakt was, verbeterde de levens-standaard van onze familie aanzienlijk. Een fiets hoefde niet langer het afdankertje van iemand anders te zijn en, metenige vertraging tegenover de meeste andere gezinnen dook ook bij ons thuis enig comfort op : een draagbaarradiootje, een platenspeler, een bandopnemer, een T.V. en nog later zowaar ook een auto. Halverwege de jarenzeventig, nadat moeder jarenlang vruchteloos geprobeerd had vader te overhalen om te verhuizen naar eennieuwbouw-woning, werden er in de woning ook belangrijke verbouwingswerken uitgevoerd.Vader en moeder waren aktief in de Christelijke Arbeidersbeweging (KWB en KAV) en een tijdlang lid van hetDavidsfonds.Als hen evenwel iets onderscheidde van de gemiddelde dorpsgenoot, was het hun haast fundamentalistischegeloofsbelevenis. Heel lang werd bij ons thuis elke avond de paternoster gebeden, vaak gevolgd door “de vier aktendes geloofs” (akte van geloof, hoop, liefde en berouw) en een litanie (gebed ter bekoming van een genezing of andereweldaad) of een paar godsdienstige liederen. Vele jaren lang vertrok vader élke dag té vroeg naar het werk, zodat hijeerst naar de mis kon gaan. “Geloof” was de sleutel die thuis op alle deuren paste : wijwater tegen blikseminslag,bidden op de knieën als straf, heiligen aanroepen ter genezing, bidden uit dankbaarheid voor wat bekomen werd … erkwam geen einde aan.Het duurde tot een eind in de jaren zeventig voor er, de familiefeesten en een sporadische fles kinawijn uitgezonderd,bier of andere alcoholische dranken thuis toegelaten werden. Ook op vlak van “drinkgeld” voor de kinderen waren zeuitermate karig. Als kind mochten we 1 fr per week besteden. Destijds genoeg voor een “brokkelpak” (een papierenzak met afval van koeken) of één chick uit de chickenbak. Toen ik, als tienjarige op internaat gestuurd werd, kreeg ik20 fr mee per drie weken. Eén flesje limonade of een frisko kostten toen op school 5 fr. Van zodra ik begon te roken,heeft mijn drinkgeld nooit volstaan om mijn sigaretten te betalen. Als ik op café ging, kon ik meestal welgeteld éénpintje per week kopen en op kermissen bestond onze hoofdaktiviteit in … toekijken. Gelukkig voor de jongerekinderen werden onze ouders mettertijd wat vrijgeviger.Op schoolgebied werd de lat aanvankelijk zeer hoog gelegd : 7/10 op één post op mijn rapport stond geruime tijdgelijk aan een verbanning naar de slaapkamer gedurende het grootste deel van de zaterdagnamiddag. Het beoogdedoel was officieel : mij aanzetten om te leren. In werkelijkheid voelde ik mij vaak stiefmoederlijk behandeld invergelijking met de meisjes, waarvoor heel wat meer tolerantie betoond werd. De echte reden van mijn verbanning,vond ik, was vooral: de rust in huis verzekeren. Geen wonder dat ik mettertijd ging rebelleren en mijn vrije tijd alskind bij voorkeur op straat, in de velden of op de nabije steenkapperij doorbracht.Als er al een taboe bij ons thuis heerste, was het : SEX. Zelfs wanneer de meisjes niet op hun kamer waren, gold voormij een absoluut verbod om hun kamer te betreden. Toen ik als twaalf jarige naar vaders zin te goed opschoot meteen schoolvriendinnetje van Marlies, werd het meisje prompt aan de deur gezet en werden haar ouders ingelicht overhaar wel zeer verderflijk gedrag. Dit hoewel wij enkel dachten aan samen spelen en er zelfs nooit een enkel kusjetussen ons uitgewisseld was. Ouder wordend werden om dezelfde reden mijn vrienden thuis geweerd : met al diemeisjes in huis kon je immers niet voorzichtig genoeg zijn. Het was een bevreemdende en vervreemdende bedoening.Nooit heb ik me kunnen ontdoen van de gedachte dat er ergens een bijzonder schokkende ervaring ten grondslag ligtaan een dermate overdreven bezorgdheid. Misschien moeten we daarvoor wel terug naar Francisca ?Als ik, vijftiger nu, naar mijn broers en zusters kijk, zie ik de sporen van onze opvoeding :1. In een toenemend seculiere wereld, kozen Linda en Marleen voor een meer fundamentalistische geloofsbeleving en werden protestant.2. Marlies trok als ontwikkelingshelpster naar Chili en leefde er bijna 13 jaar in een krottenwijk aan de rand van Santiago, waar zij een socio- educatief project opstartte dat wij nu, dertig jaar na haar vertrek, nog steeds steunen.3. In haar spoor werkten ook Peter en Walter geruime tijd in Chili. Beiden huwden met een Chileense en zorgden voor prachtige kinderen. Minstens vijfhonderd jaar lang putten wij bijna uitsluitend uit het genetisch materiaal van Denderhoutem. Als Sam (Walter Junior) en/of Jeffrey onze naam doorgeven aan volgende generaties, zullen zij deze op hun beurt met een goeie scheut “vers bloed” versterken.24
  25. 25. 4. Marlies en Mieke zijn beperkt politiek actief bij De Groenen.De meisjes Adriaens zijn “verzorgsters” : Linda baat een bijbel-boekenwinkeltje uit en is actief in haargeloofsgemeenschap. Marlies en Marleen werden verpleegster. De eerste runt een crèche en heeft zich ontfermdover Walter’s dochtertje, Deborah, die met een handicap ter wereld kwam. De tweede is voor de halve wereld“moeke”. Naast haar eigen kinderen nam ze een pleegzoon op in haar gezin en ontfermde zich meerdere keren overkinderen of jonge mensen die in hun eigen gezin niet de geborgenheid en liefde vonden die ze nodig hebben. Eenaantal jaren had ze haar handen vol in haar eigen kleine “privé-kliniekje” : ze zegde haar werk als verpleeg-ster opom voor vader en tante Florine te zorgen.Weinig mensen hechten zoveel belang aan het bezoeken, aanmoedigen en beschermen van ouderen en zieken alsMieke, die daarnaast ook de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van Walter’s jongste zoon, Jeffrey, op zich nam.De jongens zijn “familie-mannen” : Wij zien het als onze taak zekerheid en stabiliteit te verzekeren in onze gezinnenen doen dit met inzicht, begrip en verdraagzaamheid. Het is hierbij schrijnend dat juist Walter, die van alle jongensnog het meest waarde hechtte aan zijn gezin, zijn gezinnetje zag uiteenvallen en door een combinatie vanomstandigheden (zwakke rug, ongeval, mislukking van een pogingom als zelfstandige in zijn levensonder-houd tevoorzien) van een invaliditeits-vergoeding moet leven en de zorg voor zijn kinderen moest afstaan aan zijn zussen. Linda, Walter, Marlies, Eddy, moeder Françoise, Peter, Mieke, Marleen.Va,Tamaraenmoe 25
  26. 26. TO BORREKENT OR NOT TO BORREKENTOp een kaart van Denderhoutem uit 1850, met vermelding van alle eigenaars van woningen, vinden we géénAdriaensjes. Merkwaardig toch : op dit ogenblik, october 2007, zijn er 21 Adriaensjes in Denderhoutem met eenvaste telefoonlijn. Volgens de website www.familienamen.be waren er In Groot Haaltert in 1998 67. Op basis vanmijn “telefoongids-onderzoek” wonen er daarvan ca 35 in Denderhoutem, ca 15 in Kerksken. De rest zit verspreidover Haaltert zelf, Heldergem en Haaltert-Terjoden. In Ninove zouden er een 50-tal wonen, in Aalst 20, in Dender-leeuw ca 15, in Roosdaal ca 10 en in Zottegem een 20-tal. In de andere omliggende gemeenten spreken wij telkensvan een tot een paar telefoonaansluitingen.Het belang van Denderhoutem (inclusief Herlinkhove) wordt hierdoor nog maar eens ten overvloede bewezen.Maar waar zaten die Adriaensjes hun overgrootouders dan in 1850 ? Petje Gust woonde er zeker, maar die is pas in1883 gehuwd. We kunnen bijna niet anders dan besluiten dat diens vader, Joannes-Baptiste, geboren in 1809 engehuwd in 1856 destijds nog “buiten het bereik van de kaart van Denderhoutem” woonde. Met andere woorden :ofwel in Herlinckhove ofwel daar dicht bij. (De Knipperhoek ?) De kaart in kwestie stopt immers aan de Dwarsstraat.Mogelijks verhuisde Joannes-Baptiste naar den Borrekent na zijn huwelijk (1856)Vader Omer groeide op in Denderhoutem, op “Den Draak”, De Driehoekstraat, Nu Sint Annaweg.Zijn vader had daar een huisje gekocht. Oorspronkelijk kwam vader echter van “De Borrekent”, vroeger “DenBorreken”, waar zijn vader, Alois en diens broers broederlijk naast mekaar woonden. “De familie woonde daar almeerdere generaties” dacht vader.Dat in de Borrekent verschillende Adriaensjes naast mekaar woonden, laat inderdaad veronderstellen dat er degeneratie daarvoor (Augustus Adriaens – Strijpens) ter plekke een grotere eigendom was. Tot op de dag van vandaagwonen een familie Strijpens en twee families Adriaens in den Borrekent …Er is inderdaad een zeer interessante bijkomstige toevalligheid die de mogelijkheid lijkt te ondersteunen dat de eersteAdriaens in den Borrekent Joannes-Baptiste was :In het kader van mijn telefoongidsen-onderzoek, ging ik namelijk na waar op dit ogenblik de families van onzevoorouders, vaders en moeders, wonen. Als je het resultaat hiervan chronologisch rangschikt, komt een duidelijkpatroon te voorschijn :a/ De AdriaensenTerlinden (5), Lebeke (4), Vossel (2), Borrekent (2), Nieuwstraat (2), Dorp (2), Sannastraat (1), Koemeersstraat (1),Zonnestraat (1), Ankerstraat (1), De Poel (1), Anderenbroek (1)b/ De voor-moeders1.a. fam Egidius Adriaens – Lobyn : Herlinckhove en in de Dwarsstraat.1.b. fam Egidius Adriaens – Van Vaerenbergh : Herlinckhove, Bareelstraat, Terlinden, Nieuwstraat, Vossel, Koekelberg, Vondelen, Eigenstraat,2.-. fam Joannes Adriaens - Huylenbroeck : Borrekent en Ninoofse steenweg3.-. fam Egidius Adriaens – Raes : Lebeke, Knipperhoek, Veldeken, Bareelstraat, Terlinden, Vossel, Dries, Dwarsstraat, Borrekent, Zonnestraat, Dorp, Iddergemsesteenweg, Vondelen, Hoekstraat, Koemeersstraat, Eigenstraat, Advokaat de Backerstraat, Pastorijweg.4.a. fam Francisca Adriaens – Callebaut : Herlinckhove, Dwarsstraat, Dries, Nieuwstraat, Koemeersstraat, Vondelen, Anderenbroek.4.b. fam Francisca Adriaens – Van Landuyt : Knipperhoek 535.-. fam Joannes Baptiste – Wijnant : Dwarsstraat, Borrekent, Veldstraat, Dorp, Molenstraat, Iddergemsesteenweg, Anderenbroek6.-. fam Augustus Adriaens – Strijpens : Borrekent7.-. fam Aloysius Adriaens – Van Herreweghe : Dwarsstraat, Borrekent, Dorp, Iddergemsesteenweg26
  27. 27. Op het risico af dat ik zie wat ik wil zien, stel ik vast : 1. De familie komt uit HERLINCKHOVE en schuift op naar de BORREKENT via de DWARSSTRAAT 2. Sommige voormoeder-families komen verspreid over gans Denderhoutem voor, maar er is een opvallende concentratie in het Zuiden en Oosten : langs de assen Herlinckhove –Dwarsstraat – Dries – Borrekent en Herlinckhove – Knipperhoek – Nieuwstraat – Dorp. Ook valt de oververtegenwoordiging van de zuidelijke woonkernen op : Terlinden, Vossel, Ninoofsesteenweg, Bareelstraat 3. De familie Huylenbroeck woont in de “Bovenste Borrekent” – in de tijd van Joannes stonden daar nog geen huizen. De Borrekent wordt pas “vaste stek” vanaf Joannes Baptiste 4. De famile Wynant is een constante op oude kaarten en geschriften in Denderhoutem. Mogelijks was Joannes Baptiste destijds “goed getrouwd” ? 5. Francisca heeft zich mogelijks “teruggeplooid” op haar basis in Herlinckhove : met haar stopt de expansie en keren we terug naar de omgeving van Herlinckhove. Na haar gaat het via de Dwarsstraat terug naar den Borrekent. 6. Geen enkele Adriaens meer in Herlinckhove. Voor de rest is de tekening volledig gelijklopend met die van de voormoeder-families: klemtoon in het Zuiden, van Lebeke tot het Dorp (Lebeke, Sannastraat, Terlinden, Vossel, Nieuwstraat en Dorp). Nog twee “overblijvers” in den Borrekent.We kunnen nog wijzen op de relatief grote aantallen “Adriaensen” in Kerksken, Iddergem en Denderleeuw :De as Dries – (Dwarsstraat) – Borrekent vormt de verbinding tussen Kerksken en Iddergem / Denderleeuw. Met detoename van het pendelverkeer lijkt het logisch dat Adriaensen opschuiven naar het station van Denderleeuw toe, ofnaar de verbindingsweg Geraardsbergen- Aalst.Een kanttekening bij de keuze van woonplaats in den Borrekent : oude kaarten tonen aan dat er vroeger enkel huizenstonden ter hoogte van het kruispunt met de Dwarsstraat. Diezelfde Dwarsstraat heeft een zijstraat die naar deDriehoekstraat leidt. Den Borrekent vormde daar een klein eigen gehuchtje. Dat dit precies op die plaats gebeurde, isniet verwonderlijk : vanaf deDwarsstraat is het de ganse tijd bergop in beide richtingen : uitgesproken naar De Driestoe, iets minder in de richting van de Molenstraat.Dat verklaart meteen de naam van de plek zelf : “Borreken”, later “Borrekent”, komt van het Keltisch “burre” of“borre”, wat bron betekent. Omwille van de genoemde topografische reden moeten we niet twijfelen : de mensen diezich hier kwamen vestigen deden dat rond de plaatstelijke bron(nen).De Engelse woorden “burrow” (hol) en ”to bury” (begraven), hebben dezelfde oorsprong. Tamara Adriaens David Rimbaut 2006 27
  28. 28. Rachel Adriaens en kleindochter, Irma Adriaens, Julienne de Dier(echtg Albert Adriaens),Albert Ghysels (echtg Rachel Adriaens), Julienne en Albert Adriaens. (Foto’s 2002).Hieronder: Omer Adriaens en Françoise De Pauw in 200228

×