Your SlideShare is downloading. ×
Kinderarbeid in de 19e eeuw
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Kinderarbeid in de 19e eeuw

882
views

Published on

Published in: Education

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
882
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
4
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. In de 19 e eeuw moesten kinderen werken in steenkoolmijnen, spinnerijen , weverijen, … Ze waren soms amper 6 jaar en werkten tot 12u per dag! Enkel een hongerloon kregen ze hiervoor maar dat hielp om wat voedsel te kopen. Een gezin in de 19 e eeuw bestond uit veel kinderen, wel 7 of 8, of nog meer. Vader werkte tot 16u per dag maar verdiende niet genoeg om zijn gezin te onderhouden. Het was loodzwaar en ongezond werk. In de mijnen moesten ze loodzware karretjes naar boven duwen.
  • 2. In de weverijen moest er ook hard gewerkt worden. Kinderen moesten onder weefgetouwen doorkuipen om losse draden op te rapen. Dit was een levensgevaarlijk werk want de schietspoel in de machine schoot razendsnel heen en weer. Er gebeurden dan ook dikwijls dodelijke ongevallen… Filmpje: fragment uit ‘Daens’:
  • 3. Wie niet vlug genoeg werkte, kreeg klappen. De kinderen werden ook vaak ziek; ze zaten immers de hele dag binnen, in ongezonde omstandigheden. Bovendien kregen ze zelden voldoende te eten. Op het platteland was het iets beter. De kinderen hadden bijna nooit vrije tijd, een dagje school was voor hen een feest, zelfs op zondag!
  • 4. De arbeidershuisjes waren heel klein. Toch moesten de arbeiders een hoge huur betalen. Er was vaak maar 1 kamer en daar woonden ze met een groot gezin. Het was er vaak vochtig en ongezond. Er was geen water, geen elektriciteit, geen toilet. Het krioelde er van de ratten, vanzelfsprekend werden heel wat mensen ziek. Wie ziek was, was meteen zijn werk kwijt. Was er dan niemand die daar iets aan deed?!
  • 5. Eén van de mensen die echt iets deed voor de arbeiders was een man uit Aalst, prister Adolf Daens. Als mens én priester was hij diep getroffen door de ellende van de arbeiders. Samen met zijn broer Pieter stichtte hij de Christene Volkspartij. Er bestond al een christelijke partij maar die stond aan de kant van de rijken. Er was ondertussen algemeen stemrecht, dit betekende dat ook de arbeiders mochten stemmen (en niet enkel de rijken zoals voordien!). Op 9 december 1894 werd Daens verkozen tot volksvertegenwoordiger. Nu kon hij echt iets doen!
  • 6. Overal in het land sprak Daens over de gewone man en zijn rechten. In het parlement stelde hij zijn eisen: -Minder uren werken -Een hoger loon -Meer vrije tijd -Betere en gezondere huizen -Afschaffen van kinderarbeid -Invoeren van algemene legerdienst (Rijke jongens konden zich vrij kopen als ze geloot werden.) Bisschop Stillemans keurde alles af wat Daens deed. Daens werd zelfs gestraft. Paus Leo XIII schreef een wereldbrief waarin hij respect vraagt voor de arbeiders en hun werk. Die brief heette Rerum Novarum…
  • 7. Priester Daens stierf op 14 juni 1907. Hij was toen 68 jaar en een gebroken man. Hij werd begraven met een mis van negen uur; een mis voor de armen: zonder muziek, zonder zang, … Maar met honderden waren ‘zijn’ arbeiders aanwezig. In 1957 werd Daens eindelijk in ere hersteld. Toen besefte men dat hij toch gelijk had! Hij kreeg een standbeeld te Aalst. Slaaf noch bedelaar mag de arbeider zijn. Hij moet een vrij en welvarend man wezen.

×