Interview Hans van Driel, in Intellectueel Kapitaal, december 2011
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Interview Hans van Driel, in Intellectueel Kapitaal, december 2011

on

  • 1,290 views

Digitaal tijdschrift, bestemd voor informatiespecialisten, interviewt Hans van Driel over Samenleven 3.0

Digitaal tijdschrift, bestemd voor informatiespecialisten, interviewt Hans van Driel over Samenleven 3.0

Statistics

Views

Total Views
1,290
Views on SlideShare
948
Embed Views
342

Actions

Likes
0
Downloads
5
Comments
0

4 Embeds 342

http://www.scoop.it 324
http://www.linkedin.com 11
https://www.linkedin.com 5
https://twitter.com 2

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Interview Hans van Driel, in Intellectueel Kapitaal, december 2011 Interview Hans van Driel, in Intellectueel Kapitaal, december 2011 Document Transcript

  • Henk Verbooy Niks web 3.0, samenleven 3.0! De techniek gaat steeds sneller. We halen haar niet meer in, en kunnen niet meer alles bijhouden. Maar moet dat? vraagt Hans van Driel zich af. De hoofddocent Media & Cultuur van de Universiteit van Tilburg leeft steeds meer 3.0. “Ja, ik mis dingen. So what!” W at is web 3.0? Volgens van een organisatie. Met functionaliteit als in- Wikipedia is het de der- teractiviteit, uploaden van bestanden en video’s de fase in de ontwikke- afspelen was de tweede fase van het web bereikt: ling van het internet. web 2.0. Nu staan we aan de vooravond van web Daarmee slaat meteen 3.0, de derde fase van het web. Of… de verwarring toe. Is het web synoniem met in- ternet? Ik weet niet beter dan dat met ‘het web’ “Het web is aan het verdwijnen”, zegt Hans van het World Wide Web (WWW) wordt bedoeld; Driel, vice-decaan onderwijs en universitair sinds begin jaren negentig onderdeel van inter- hoofddocent Media & Cultuur aan de Universi- net, dat op zijn beurt dateert uit de jaren zestig. teit van Tilburg. “Het World Wide Web is veel Internet was aanvankelijk ontwikkeld voor het 1.0 en een beetje 2.0. Je moet naar het web toe, Amerikaanse ministerie van Defensie; universi- het komt niet naar je toe. Het web presenteert, teiten en overheidsinstellingen in verschillende het web stelt tentoon – en zal als informatiebron westerse landen gingen er in de jaren tachtig ge- ook zeker blijven bestaan – maar is wel achter- bruik van maken. Met web 1.0, de eerste fase van haald. Het daadwerkelijk samen leven gaan we het world wide web, kwam internet rond 1995 doen buiten het web. Maar niet buiten internet! binnen het bereik van het bedrijfsleven en ver- Web 3.0 is daarom eigenlijk een contradictie. In volgens het grote publiek. In de beginjaren was mijn beleving kan web 3.0 niet bestaan. Wel in- een website niet veel meer dan een uithangbord ternet 3.0.”IK 201107
  • FOTOGRAFIE DANIËLLE VAN DER SCHANS Internet 3.0 staat voor de verwevenheid van in- Eind november schreef de Volkskrant dat ICT-be- ternet met de maatschappij, met ons leven? drijf Atos e-mail in de ban doet: “Negentig pro- Ja, we kunnen het daarom beter hebben over cent van de mailtjes is tijdverlies, aldus de top samenleven 3.0: netwerken, sociale media, apps, van het bedrijf. Atos-werknemers moeten weer the internet of things… Het web, als onderdeel met elkaar leren praten, zodat de e-mail binnen van internet, raakt daarbij op de achtergrond. anderhalf jaar kan worden afgeschaft.” Web was tien jaar lang synoniem voor internet. Verbieden vind ik nou weer echt een 1.0-actie. Het had ook heel veel functies van internet. Nu krijgt het web steeds meer een etalagefunctie Je zult toch binnen een bedrijf moeten voorschrij- terwijl heel veel andere functionaliteit wordt ven via welke kanalen mensen met elkaar com- overgenomen door andere digitale media. Ver- municeren? gelijk het maar met e-mail. Dat werd met de Waarom? Dat is wel heel 1.0 gedacht. De uni- komst van het web, rond 1995, populair bij het versiteit wil intern communiceren via Yammer. grote publiek. Nu zie je dat de functionaliteit van Om dat voor elkaar te krijgen, kun je kiezen uit e-mail langzamerhand divergeert naar andere een paar strategieën. De 1.0-strategie is dat je media. Zo gebruik ik in veel gevallen Twitter in door de automatiseringsafdeling op iedere pc plaats van e-mail, en gebruik ik Yammer voor van de werknemer het icoon van Yammer plaatst de interne communicatie. en verbiedt dat iedereen nog communiceert via
  • e-mail. Nou, dat kon je misschien vijftig jaar ge-leden doen, maar in deze tijd is dat volstrekt ab-surd. Dus je begint gewoon met Yammer en jezorgt ervoor dat ook mensen van het bestuurYammer gebruiken om mededelingen te doen.Dat is de manier waar we hier voor gekozenhebben. Dan merk je dat het een inktvlek wordt,omdat mensen anders informatie gaan missen.Dan wordt het vanzelf belangrijk.Het blijft even dwingend. Als het bestuur zijn me-dedelingen via Yammer verstuurt, dan heb je –als je kennis van die mededelingen wilt nemen –geen andere keus dan ook Yammer te gebruiken.Het is niet zo dat nooit iets dwingend is. Alles isdwingend; jouw lichaam dwingt je ook om teeten en adem te halen. Het gaat mij er om of jezelf er het belang van inziet iets te doen of te la- Het zijn keuzes die mogelijk worden gemaaktten. door de technologie.Dingen ontstaan, en afhankelijk van het belang Dat is wel wat ongenuanceerd, maar ik kan niet– jouw belang − kies je ergens voor. Op deze ontkennen dat de digitalisering het aantal mo-universiteit hebben we bijvoorbeeld de digitale gelijkheden ernstig heeft uitgebreid. Internet enleeromgeving Blackboard. Dat is een verschrik- digitalisering hebben echt een revolutie teweegking: te Amerikaans, en totaal niet aansluitend gebracht.bij de belevingswereld van de studenten. In decursus Mediawijsheid hebben we ervoor geko- Ik citeer techniekfilosoof Steven Dorrestijn: “Tech-zen Blackboard niet meer te gebruiken. We wil- niek doet meer dan tegemoetkomen aan bestaan-len alleen nog media gebruiken waarvan stu- de behoeften. Zo gauw wij nieuwe producten ofdenten in hun normale leven ook gebruikma- apparaten gebruiken, veranderen die behoeften.ken: Google Docs, Facebook, Yammer… Black- En veranderen wij zelf.” Is dat niet wat nu gebeurtboard wordt ingeruild voor de persoonlijke met internet? En ook in een heel snel tempo?leeromgeving van de student, zodat de leerom- Ik heb ooit als gedachte-experiment de ontwik-geving met de student meegroeit en hij er ook keling van de mens in 24 uur gepropt, van mid-na de universiteit gewoon mee door kan gaan. dernacht tot middernacht. Het begint dan met
  • de eerste mens die rechtop gaat staan, en nu, ladekast, een soort Windows Explorer. Met map-vandaag, is het weer middernacht. Het schrift is pen waarin je papiertjes – geheugen – opborg.ontstaan om acht minuten voor middernacht, Dat past helemaal in die schriftcultuur, dieen de digitalisering om één seconde voor mid- 1.0-cultuur. Nu wordt het geheugen gezien alsdernacht. Dus ja, het gaat sneller en sneller. een netwerk, met allemaal knooppunten, en dieVooral nieuwe media – fotografie, radio, televi- knooppunten onderhouden wisselende relaties.sie, computer, internet, et cetera – volgen elkaar De metafoor is veranderd, maar de blik, de bril,steeds sneller op. Je vraagt je af hoe we dat al- is dezelfde.lemaal hebben kunnen bijhouden. Nou, dat kon- Dus ja, de techniek gaat steeds sneller en we ha-den en kunnen we omdat we veranderen, me- len haar niet meer in. Moet dat? In de 1.0-situa-de onder invloed van die technologie. tie willen we vooral grip houden op alles. Het gaat om controle. Daarin past dat je alles wiltEn veranderen we genoeg? Ik heb nou juist de in- bijhouden. De 3.0-situatie is veel meer loslaten,druk dat de kloof tussen wat technisch mogelijk is steeds meer ‘wat maakt het uit’. De goedeis en het gebruik dat wij van de technische mo- 3.0-vraag is dan ook ‘so what?’.gelijkheden maken, steeds groter wordt.Het ligt er aan op welk abstractieniveau je daar So what? Als ik op zoek ben naar informatie wilnaar kijkt. Wat ik een mooie metafoor vind is ik zekerheid. Google, bijvoorbeeld, is een prach-dat je de 1.0-situatie, dus vóór de digitalisering, tig medium. Maar als wij nu, ieder achter onzekoppelt aan de schriftcultuur. Die situatie ver- eigen laptop, dezelfde zoekvraag invoeren, krij-toont ook alle kenmerken van het schrift. Inter- gen we verschillende resultaten. Google past zichnet is dan veel meer een metafoor voor de 3.0-si- aan; aan jou, aan mij. Google geeft mij antwoordtuatie. Als je het op dat niveau bekijkt, dan zie je en houdt rekening met wat het van mij weet.dat onze blik op de wereld niet meer is dan een Pak een encyclopedie uit de jaren zestig en zoekbril waardoor we naar die wereld kijken. En dat het lemma homoseksualiteit op. De beschrijvingdie blik op de wereld radicaal beïnvloed is door van dat lemma is het perspectief van een geleer-die schriftcultuur: hiërarchisch, vaste relaties, de meneer, namelijk wat hij over homoseksua-mechanistisch. Het probleem is die bril, terwijl liteit denkt te weten. Wat daar staat, geldt allanger ook een andere bril mogelijk is, namelijk een niet meer. Kijk wat tot in de jaren tachtig in debril waarmee we de wereld niet als een hiërar- Van Dale bij ‘volleybal’ stond: “Door twee ploe-chie zien, maar als een associatief vlak. Die ou- gen van zes spelers gespeeld balspel waarmeederwetse bril veroorzaakt de kloof tussen ons zelfs grote mensen zich wel vermaken, bestaan-en de technologie. de in het heen en weer slaan van een bal overHeel lang werd het geheugen voorgesteld als een een net”. Het idee dat in een 3.0-situatie infor-
  • matie onbetrouwbaarder is dan in de 1.0-situa- En de betrouwbaarheid van de informatie…?tie is echt flauwekul. Is belangrijk, maar op een andere manier dan de meeste mensen denken. Het bepalen van deIs het in een 3.0-situatie dan in ieder geval niet betrouwbaarheid van individuele bronnen is on-veel makkelijker om een schijnwerkelijkheid voor begonnen werk. De problematiek van betrouw-te spiegelen? baarheid vind ik interessanter dan bijvoorbeeldZeker. Wat is daar mis mee? betrouwbaarheidsprogramma’s en spelletjes die door bibliotheken worden ontwikkeld. Die gaanIk wil geen schijnwerkelijkheid. Ik wil waarheid. allemaal uit van de premisse ‘je hebt betrouw-Maar dat is 1.0. Geef mij maar eens aan wat baar en je hebt onbetrouwbaar’. En ze hebbenwaarheid is. Waarheid is afhankelijk van de ge- lijstjes. Dat is de 1.0-wereld: het is waar of on-meenschap waar je je in bevindt, van de tijd, de waar, lelijk of mooi, goed of kwaad…cultuur, van de ander. Waarheid verandert. Enjouw waarheid hoeft niet per se mijn waarheidte zijn. Er zijn meerdere waarheden. In samen- Mediawijsheidleven 3.0 stel je jezelf ook niet de vraag ‘wie ben “Ik erger me behoorlijk aan de dominees in hetik’, maar ‘wie zijn ik’. mediawijsheidlandschap. Waar ik mediawijsheidDezelfde informatie komt allang niet meer bij tegenkom, is het bijna altijd het opgeheven vin-alle mensen terecht. In een 1.0-situatie was dat gertje. Het is bijna altijd: ‘Pas op, we moeten be-vaak wel het geval. Iedereen praatte op maan- schermd worden tegen…’. Ik zeg niet dat er geendag over Keek op de Week van Van Kooten en De gevaren bestaan. Ik ben wel een vooruitgangs-Bie, om maar een voorbeeld te noemen. Maar optimist, maar ik ben niet blind. In de cursus dieinformatie is diverser en gefragmenteerder ge- wij nu voorbereiden is bijvoorbeeld privacy welworden. Nu zijn er veel meer media en kanalen een onderdeel, maar privacy is ook een heel be-waar we uit kunnen kiezen of waar we ons niet trekkelijk onderwerp. Het gaat vooral om moge-of nauwelijks aan kunnen onttrekken. Daarnaast lijkheden, over gebruik, bij onderzoek, bij het de-heb je vanuit 3.0 ook niet meer de behoefte om len van kennis. Dat is een heel ander perspec-al die informatie overal vandaan te halen. Toen tief op mediawijsheid dan wat ik elders zie.”ik met Twitter begon, meende ik dat ik wat mis-te als ik niet steeds op mijn timeline keek. Datis een ernstige 1.0-gedachte. Naarmate ik zelf De realiteit is dat ik mijn wereldbeeld heb op-meer 3.0 word, werk ik ook aan mijn eigen ge- gebouwd op basis van de bronnen die ik raad-drag. Ik ben mij ervan bewust dat ik dingen mis. pleeg. Ik lees een krant, ik lees er geen tien. IkSo what? ga naar bepaalde – en meestal dezelfde – web-
  • drijfsbibliotheek. Onze universiteitsbibliotheek is onlangs nog geüpgraded; ik denk dat er nog tien boekenkasten staan. En verder zijn er voor- al werkplekken, wordt het samenwerken bevor- derd, en omarmen we het seats2meet-principe, zodat je weet welke kennis – in de zin van know- ledge – er op een bepaald tijdstip aanwezig is. De bibliotheek wordt vooral een plek van ver- binding. En de bibliothecaris… Daar is een beter, digitaal alternatief voor. Dus in de vorm van intelligente software op inter- net, een agent. Nu we toch vooruitkijken: Wat er komt na 3.0? In mijn science fiction-gedachten zijn we dansites. Op televisie kijk ik naar de actualiteiten- 24 uur per dag online en is alle apparatuur, ookprogramma’s die mijn voorkeur hebben. Het de mobiele, verdwenen en geïntegreerd in degaat er dus meer om hoe je tot meningen en oor- voorwerpen om ons heen. Vlakken bijvoorbeeld,delen bent gekomen. Daarbij is niet de vraag of zoals tafels, zijn tevens touch screens die viade bronnen die je gebruikt betrouwbaar zijn, spraakherkenning aangestuurd worden. De vol-maar welke bronnen dat zijn, wat ze gemeen gende stap is dan een chip in onze hersenen,hebben; met andere woorden, hoe je tot een be- waardoor ook die geïntegreerde apparatuur ver-paald oordeel bent gekomen. Het is dus veel dwijnt.meer procesmatig dan dat je a priori oordeelt Als je terugkijkt in de geschiedenis, dan móetover de betrouwbaarheid van bronnen. dit het resultaat zijn. Alle media zijn ooit robuust begonnen, er is altijd gestreefd naar miniaturi-Hoe moet een bibliothecaris hiermee omgaan. sering, mobiliteit, combinatie van functionali-Wat moet er veranderen in zijn vak, in zijn ma- teit en integratie van technologie. De ultiemenier van werken? stap is dan een chip in onze hersenen.Ik kan me niet voorstellen dat er over tien jaarnog een bibliotheek is: geen openbare biblio-theek, geen universiteitsbibliotheek, geen be-