Opdrachten | Kennisbasis Ict
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Opdrachten | Kennisbasis Ict

on

  • 1,069 views

Opdrachten Behorende Bij De Kennisbasis Ict

Opdrachten Behorende Bij De Kennisbasis Ict

Statistics

Views

Total Views
1,069
Views on SlideShare
1,069
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
7
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Opdrachten | Kennisbasis Ict Opdrachten | Kennisbasis Ict Document Transcript

  • Opdrachten
behorende
bij
de
Kennisbasis
ICT
(ADEF)
Deze
opdrachten
kunnen
uitgevoerd
worden
binnen
het
project
Samen
Opleiden
en
leiden
de
student
toe
naar
de
kennisbasis
ICT
van
ADEF
Naam:
 
 Erik
Bolhuis,
Diane
van
der
Linden‐Koomen,
Henk
Orsel,
Dick
Smit
en
Sierd
Smit
Datum:

 februari
2009
Versie:
 
 1.1
Inhoudsopgave
Inhoud
Inhoudsopgave........................................................................................................................................1
Jaar
1:
Een
verkenning
wat
ICT
als
onderdeel
kan
betekenen
voor
mijn
lesgeven.................................3
 Opdracht
1:
Visie
op
ICT
in
de
school..................................................................................................3
 Opdracht
2:
Digitaal
onderwijsleermateriaal ......................................................................................3
 Opdracht
3:
Digitale
presentatie .........................................................................................................3
 Opdracht
4:
Regels
voor
computergebruik .........................................................................................4
 Opdracht
5:
Leerling
opdracht
internet
zoekopdracht .......................................................................4
 Opdracht
6:
Het
goede
antwoord .......................................................................................................5
 Opdracht
7:
Een
digitale
toets.............................................................................................................5
 Opdracht
8:
Ontwikkelen
van
digitaal
onderwijsleermateriaal:
wat
kan
en
wat
mag? ......................5
Jaar
2: ......................................................................................................................................................5
 Opdracht
1:
Digitaal
onderwijsleermateriaal ......................................................................................5
 Opdracht
2:
Hoe
communiceer
ik
met
mijn
leerlingen? .....................................................................6
 Opdracht
3:
Hou
je
commentaar
voor
je.. ..........................................................................................6
 Opdracht
4:
Niveaudifferentiatie ........................................................................................................7
 Opdracht
5:
Digitaal
toetsen ...............................................................................................................7
Jaar
3 .......................................................................................................................................................8
 Opdracht
1:
Digitaal
onderwijsleermateriaal ......................................................................................8
 Opdracht
2:
Lessen
als
onderdeel
in
een
elektronische
leeromgeving...............................................8
 Opdracht
3:
remediërende
software ..................................................................................................9
 Opdracht
4:
Digitale
schoolbord,
meer
dan
alleen
een
frontaal
lesgeven..........................................9
Jaar
4 .......................................................................................................................................................9

 
 1

  • 


 
 2

  • 
Jaar
1:
Een
verkenning
wat
ICT
als
onderdeel
kan
betekenen
voor
mijn
lesgeven.

Opdracht
1:
Visie
op
ICT
in
de
school
De
student
beschrijft
de
wijze
waarop
ICT
in
de
school
wordt
ingezet.
Onderdelen
van
deze
beschrijving
zijn:
 • Visie
van
de
school
op
leren
en
leren
met
behulp
van
ICT
 • Beschrijvingen
van
de
aanwezige
hardware
in
de
school
 • Beschrijving
van
de
aanwezige
software
op
de
school
 • Gebruik
van
ICT
in
de
klassen
(wat
wordt
gebruikt
en
met
welk
doel?)
 • ICT‐vaardigheden
van
de
collega’s
 • Professionalisering
van
de
collega’s
Om
de
school
te
beschrijven
gebruikt
de
student
de
theorie
van
Itzkan.
Opbrengst:
Een
verslag
van
maximaal
2
A4
over
de
visie
van
de
school,
beschrijving
van
het
gebruik
van
ICT
in
de
school
(hard‐
en
software),
wat
er
gebruikt
wordt
in
de
klassen,
hoe
vaardig
collega’s
zijn
en
hoe
collega’s
zich
professionaliseren.
Opdracht
2:
Digitaal
onderwijsleermateriaal
De
student
ontwikkelt
voor
zijn
lessen
digitaal
onderwijsleermateriaal.
 a) De
student
ontwikkelt
een
digitale

les,
voert
hem
uit
en
vraagt
feedback
van
leerlingen.
De
 les
wordt
op
school
opgeslagen
op
de
daarvoor
bedoelde
ruimte
en
collega’s
van
de
 vakgroep
worden
uitgenodigd
het
materiaal
te
gebruiken.
 b) De
student
ondersteunt
zijn
les
met
digitaal
onderwijsleermateriaal,
bestaande
uit:
 videofragmenten
(YouTube,
Teleblik,
o.i.d.),
fotomateriaal,
audio
en
digitale
krantenartikelen
 eventueel
aangevuld
met
applets
en
andere
animaties.
Dit
digitaal
onderwijsleermateriaal

 wordt
gebruikt
als
onderdeel
in
je
powerpoint
(embedded).
De
powerpoint
wordt
op
school
 opgeslagen
op
de
daarvoor
bedoelde
ruimte
en
collega’s
van
de
vakgroep
worden
 uitgenodigd
het
materiaal
te
gebruiken.
Opbrengst:
Een
digitale
les,
met
daarbij
opgeslagen
de
feedback
die
je
gekregen
hebt.
Daarnaast
een
les
waarin
digitaal
onderwijsleermateriaal
in
de
vorm
van
een
powerpoint
is
gebruikt,
met
daarin
video‐,
foto
en/of
krantenfragmenten.
Zowel
de
webquets
als
de
powerpoint
is
lokaal
op
de
school
opgeslagen
en
de
collega’s
zijn
uitgenodigd
hier
gebruik
van
te
maken.
Opdracht
3:
Digitale
presentatie
De
student
presenteert
een
powerpoint
of
keynote
in
het
klaslokaal.
 a) De
bij
opdracht
twee
ontwikkelde
powerpoint
of
keynote
wordt
in
de
klas
op
beamer
en/of
 een
digitaal
schoolbord
gepresenteerd.
Waarbij:


 
 3
 View slide
  • a. De
daarvoor
benodigde
apparatuur

wordt
goed
klaargezet.
Voorafgaand
aan
de
les
 wordt
de
apparatuur
getest.

 b. Voor
het
geval
dat
de
apparatuur
niet
werkt
heb
je
een
fallbackscenario
achter
de
 hand.

 c. Het
presenteren
gebeurt
als
ondersteuning
van
je
les;
het
vult
je
uitleg
aan.
 d. Het
presenteren
gebeurt
op
een
goede
wijze:
de
klas
wordt
tijdens
de
presentatie
 niet
uit
het
oog
verloren.
Opbrengst:
Een
gegeven
les
waarin
gebruik
gemaakt
is
van
digitale
middelen
(beamer
of
digitale
schoolbord)
en
feedback
van
je
vakcoach.
Opdracht
4:
Regels
voor
computergebruik
Achterhaal
de
regels
die
binnen
de
school
gesteld
zijn
ten
aanzien
van
het
computergebruik
 a) Omschrijf
de
regels
die
gebruikt
worden
 b) Interview
een
groepje
leerlingen
en
twee
docenten
en
bevraag
hun
over
het
gebruik
van
 deze
regels
(zien
zij
de
regels
als
rechtvaardig,
worden
de
regels
gehandhaafd,
staat
het
 gebruik
van
het
leren
in
de
weg
of
juist
niet).
 c) Reflecteer
hierop
en
trek
conclusies
over
hoe
jij
ICT
gaat
gebruiken
in
je
lessen
en
welke
 consequenties
de
ICT‐regels
hierop
hebben.
Opbrengst:
Verslag
van
gehouden
interviews
met
leerlingen
en
docenten.
Reflecteer
hierop
en
trek
hieruit
conclusies
als
je
gebruik
gaat
maken
van
ICT
in
je
lessen.
Opdracht
5:
Leerling
opdracht
internet
zoekopdracht
Hoe
zoekvaardig
zijn
je
leerlingen?
Ontwikkel
als
onderdeel
van
een
les
een
zoekopdracht.
Deze
zoekopdracht
vindt
plaats
op
Internet.
Afhankelijk
van
de
voorkennis
van
de
klas
(hebben
ze
veel/weinig
zoekvaardigheden
op
internet,
is
wat
je
vraagt
makkelijk/moeilijk
te
vinden)
geef
je
ze
een
meer
open
of
juist
een
gesloten
opdracht1.
Vraag
leerlingen
op
te
schrijven
hoe
ze
gezocht
hebben,
wat
de
antwoorden
zijn
en
hoe
ze
de
antwoorden
beoordelen
en
waarom.
 a) Geef
de
zoekopdracht
in
een
les
 b) Kom
op
de
zoekopdracht
terug
 c) Bespreek
met
leerlingen
de
antwoorden
 d) Bespreek
met
de
leerlingen
de
waarde
van
de
gevonden
antwoorden
en
de
wijze
waarop
je
 dit
beoordeelt
 e) Bespreek
met
leerlingen
de
wijze
waarop
ze
gezocht
hebben.
 f) Geef
waar
nodig
zoektips
en
zoekstrategieën.
Opbrengst:
Een
gegeven
les,
waarin
informatiezoekvaardigheden
aan
bod
zijn
gekomen,
en
besproken.
De
les
is
van
feedback
voorzien
door
je
vakcoach.





























































1 
Open
opdracht
is:
je
geeft
op
waar
ze
naar
moeten
zoeken,
gesloten
opdracht
is
dat
je
of
zoektermen
geeft
of
vindplaatsen,
zoals
portals
etc.

 
 4
 View slide
  • Opdracht
6:
Het
goede
antwoord
Laat
leerlingen
een
kleine
opdracht
digitaal
maken
en
inleveren
(via
mail
of
nog
liever
via
de
ELO)
en
beoordeel
de
ingestuurde
opdrachten
op
plagiaat
(bijvoorbeeld
met
antiplagiaat
software
of
met
behulp
van
Google).
Beoordeel
de
opdrachten
en
bespreek
met
leerlingen
de
opdrachten
en
ook
de
wijze
waarop
ze
gebruik
gemaakt
hebben
van
internet
en
het
overschrijven
van
bronnen.
Opbrengst:
Digitaal
ingezonden
werkstukken
met
een
uitspraak
over
de
mate
waarin
de
opdrachten
origineel
zijn.
Opdracht
7:
Een
digitale
toets
Maak
van
een
toets
die
je
vakcoach
gemaakt
hebt
een
digitale
versie2.
 a) Vraag
aan
je
vakcoach
een
toets
die
hij/zij
onlangs
heeft
afgenomen
of
gaat
afnemen.
 b) Jij
maakt
van
de
toets
een
digitale
versie
 c) Jij
vraagt
aan
je
vakcoach
naar
feedback
over
de
gemaakte
toets.
Opbrengst:
Een
digitale
toets.
Opdracht
8:
Ontwikkelen
van
digitaal
onderwijsleermateriaal:
wat
kan
en
wat
mag?
Doe
een
oproep
(binnen
de
vakgroep,
docententeam)
aan
je
collega’s
waarin
je
ze
oproept
om
op
basis
van
lessen
en
onderwerpen
die
ze
geven
binnen
de
school
jij
ondersteunend
digitaal
onderwijsleermateriaal
ontwikkelt.
Je
ontwikkelt
voor
tenminste
vijf
collega’s
digitaal
onderwijsleermateriaal.
Je
maakt
hiervoor
gebruik
van
o.a.
VO‐content
en
wikiwijs.
Het
materiaal
wordt
ontwikkeld
en
aangeboden
aan
je
collega’s.
Je
vraagt
feedback
en
stelt
eventueel
bij.
Je
zoekt
uit
wat
de
onmogelijkheden
zijn
van
het
materiaal
in
verband
met
de
auteursrechten
(Zie
www.kennisnet.nl)
en
geeft
dit
aan
de
docent
aan,
bij
het
overhandigen
van
het
digitale
onderwijsleermateriaal.
Opbrengst:
Voor
tenminste
vijf
collega’s
ontwikkelde
digitaal
onderwijsleermateriaal,
plus
vijf
maal
feedback
van
de
collega’s
die
de
opdracht
aan
jou
gegeven
hebt.
Dit
digitaal
onderwijsleermateriaal
geeft
ook
regels
aan
van
gebruik
t.a.v.
auteursrechten.
Jaar
2:
De
beginnende
digitale
docent
Opdracht
1:
Digitaal
onderwijsleermateriaal
Je
ontwikkelt
voor
tien
van
zijn
lessen
digitaal
onderwijsleermateriaal.
 a) Een
van
de
lessen
bestaat
uit
een
Webquest.
Je
voert
hem
uit
en
vraagt
feedback
van
 leerlingen.
De
webquest
wordt
op
school
opgeslagen
op
de
daarvoor
bedoelde
ruimte
en
 collega’s
van
de
vakgroep
worden
uitgenodigd
het
materiaal
te
gebruiken.
 b) Daarnaast
gebruik
je
digitaal
onderwijsleermateriaal,
bestaande
uit:
videofragmenten
 (YouTube,
Teleblik,
o.i.d.),
digitale
krantenartikelen
eventueel
aangevuld
met
applets
en
 andere
animaties.
Dit
digitaal
onderwijsleermateriaal

wordt
gebruikt
als
onderdeel
in
je
 powerpoint
(embedded).
De
powerpoint
wordt
op
school
opgeslagen
op
de
daarvoor





























































2 

De
toets
hoeft
in
jaar
1
nog
niet
klaargezet
en
afgenomen
worden.

 
 5

  • bedoelde
ruimte
en
collega’s
van
de
vakgroep
worden
uitgenodigd
het
materiaal
te
 gebruiken.
 c) Maak
een
digitaal
evaluatieformulier
en
beoordeel
de
(delen
van
de)
lessen
waarin
digitaal
 onderwijsmateriaal
is
gebruikt
op:
 a. Presentatietechnieken
en
let
daarbij
op:
 i. Hoeveelheid
tekst
 ii. Gebruik
van
visuele
middelen
(video,
plaatjes):
in
hoeverre
versterkt
het
 jouw
verhaal?
 iii. Vormgeving
van
de
presentatie,
zoals
kleurgebruik,
gebruik
combinatie
tekst
 –
visueel,
gebruik
animaties
 b. Presentatievaardigheden
van
jou
 c. Onderwijskundige
inbedding
in
de
les
 d. Mogelijkheden
van
differentiatie
(Doet
het
materiaal
een
beroep
op
verschillende
 leerstijlen,
zijn
er
mogelijkheden
tot
niveaudifferentiatie)
 e. Optimaal
gebruik
van
het
digitale
schoolbord
(maakt
gebruik
van
specifieke
functies
 van
het
digitale
schoolbord
om
het
leerproces
van
leerlingen
te
optimaliseren).
 d) Nodig
leerlingen
en
de
vakcoach
digitaal
het
gebruik
van
digitale
leermiddelen
te
scoren
 e) Reflecteer
op
het
gebruik
van
digitale
onderwijsleermiddelen
en
pas
ze
op
basis
van
de
 uitkomsten
van
de
evaluaties
ze
aan.
Opbrengst:
10
gegeven
en
door
de
vakcoach
becommentarieerde
lessen,
waarin
gebruik
is
gemaakt
van
digitaal
onderwijsleermateriaal.
Dit
materiaal
is
beoordeeld
en
eventueel
bijgesteld.
Het
materiaal
is
lokaal
opgeslagen
en
collega’s
zijn
uitgenodigd
om
hier
gebruik
van
te
maken.
Opdracht
2:
Hoe
communiceer
ik
met
mijn
leerlingen?
Je
maakt
gebruik
van
ICT
als
communicatiemiddel
met
je
leerlingen.
Maar
een
kort
verslag
van
de
manier
waarop
de
school
gebruik
maakt
van
ICT
als
middel
om
met
de
leerlingen
te
communiceren
(Mail,
binnen
de
ELO,
leerlingenvolgsysteem,
Hyves,
Quickmail,
skype,
etc)?
Doe
zelf
hiermee
ook
ervaring
op,
zowel
één
op
één
verkeer
als
met
groepen
tegelijk.
Reflecteer
hierop
en
maak
daarvan
een
kortverslag.
Opbrengst:
Een
verslag
van
de
manier
waarop
in
de
school
gebruik
gemaakt
wordt
van
ICT
om
leerlingen
te
communiceren.
Ook
wordt
in
het
verslag
opgenomen
hoe
jij
met
leerlingen
hebt
gecommuniceerd
en
een
reflectie
daarop.
Opdracht
3:
Hou
je
commentaar
voor
je..
Laat
leerlingen
hun
opdracht
digitaal
inzenden
en
maak
gebruik
van
de
functie
‘opmerkingen
en
wijzigingen
bijhouden’3
om
de
opdracht
van
commentaar
te
voorzien.

Laat
in
één
van
je
lessen
een
groepsopdracht
maken.
Deze
opdrachten
zenden
leerlingen
in.
De
opdrachten
wordt
beoordeeld
op
plagiaat.
Daarnaast
worden
de
opdrachten
beoordeeld.
Dit
doe
je
met
gebruik
van
de
functies
in
Word
(Opmerkingen
en
Wijzigingen
bijhouden).
Je
geeft
de
werkstukken
terug
aan
de
leerlingen,
en
bespreekt
dit
eventueel
mondeling
na.
Je
vraagt
je
vakcoach
de
opmerkingen
die
je
gemaakt
hebt
van
feedback
te
voorzien.






























































3 
In
word
of
beter
nog
in
de
elektronische
leeromgeving

 
 6

  • Opbrengst:
Nagekeken
en
beoordeelde
opdrachten,
waarin
de
commentaar
die
jij
gegeven
hebt
aan
de
leerlingen,
door
de
vakcoach
van
feedback
zijn
voorzien.
Opdracht
4:
Niveaudifferentiatie
Zoek
in
je
vakgebied
een
aantal
software
pakketten
op
en/of
web
2.0
toepassingen
en/of
digitaal
onderwijsleermateriaal
waarmee
je
in
staat
bent
om
van
niveau
te
differentiëren.
 1. Bedenk
een
lesonderwerp.
Zoek
hierbij
aanvullend
ICT‐materiaal.
Dit
materiaal
selecteer
je
 op
basis
van:
 a. Materiaal
wat
geschikt
is
voor
leerlingen
die
iets
meer
of
juist
iets
minder
kunnen
 b. Materiaal
wat
tegemoet
komt
aan
een
verschillende
leerstijl
 c. Materiaal
wat
geschikt
is
voor
dyslectische
kinderen
 2. Zet
dit
materiaal
is
in
een
les.
Dit
kan
zijn
in
je
eigen
les,
maar
het
kan
ook
zijn
dat
je
met
een
 groepje
leerlingen
buiten
de
les
om
dit
gebruikt.
 3. Maak
verslag
van
je
ervaringen.
Opbrengst:
Overzicht
van
remediërend
materiaal
en
een
verslag
over
het
gebruik
hiervan.
Opdracht
5:
Digitaal
toetsen
Maak
van
een
digitale
toets
ten
behoeve
van
één
van
je
lessen.
Maak
hiervan
een
formatieve4‐
en
een
summatieve5
versie.
 a) Neem
de
formatieve
versie
af
aan
het
begin
van
een
les
of
een
lessenserie.

 b) Stel
op
basis
van
de
uitkomsten
je
lesopbouw
bij
 c) Neem
aan
het
eind
van
de
les
of
lessenserie
de
summatieve
versie
af
 d) Bespreek
met
de
leerlingen
de
toets
en
de
wijze
waarop
er
getoetst
is
 e) Maak
een
kort
verslag
van
je
leerervaringen.
Opbrengst:
Een
gegeven
digitale
toets.





























































4 
Formatieve
toets
is
een
toets
die
vooraf
meet
wat
leerlingen
al
weten;
het
is
nog
niet
voor
een
eindcijfer
5 
Summatieve
toets
is
een
toets
die
aan
het
eind
meet
wat
leerlingen
weten
en
is
vaak
voor
een
cijfer.

 
 7

  • 
Jaar
3
ICT
en
je
leerlingen
Opdracht
1:
Digitaal
onderwijsleermateriaal
Je
ontwikkelt
voor
tien
van
zijn
lessen
digitaal
onderwijsleermateriaal.
 a) Je
maakt
in
tien
lessen
gebruik
van
eigen
gemaakt
of
zelf
gearrangeerd
digitaal
 onderwijsleermateriaal.

 b) Maak
een
digitaal
evaluatieformulier
en
beoordeel
de
(delen
van
de)
lessen
waarin
digitaal
 onderwijsmateriaal
is
gebruikt
op:
 a. Presentatietechnieken
en
let
daarbij
op:
 i. Hoeveelheid
tekst
 ii. Gebruik
van
visuele
middelen
(video,
plaatjes):
in
hoeverre
versterkt
het
 jouw
verhaal?
 iii. Vormgeving
van
de
presentatie,
zoals
kleurgebruik,
gebruik
combinatie
tekst
 –
visueel,
gebruik
animaties
 b. Presentatievaardigheden
van
jou
 c. Onderwijskundige
inbedding
in
de
les
 d. Mogelijkheden
van
differentiatie
(Doet
het
materiaal
een
beroep
op
verschillende
 leerstijlen,
zijn
er
mogelijkheden
tot
niveaudifferentiatie)
 e. Optimaal
gebruik
van
het
digitale
schoolbord
(maakt
gebruik
van
specifieke
functies
 van
het
digitale
schoolbord
om
het
leerproces
van
leerlingen
te
optimaliseren).
 c) Nodig
leerlingen
en
de
vakcoach
digitaal
het
gebruik
van
digitale
leermiddelen
te
scoren
 d) Reflecteer
op
het
gebruik
van
digitale
onderwijsleermiddelen
en
pas
ze
op
basis
van
de
 uitkomsten
van
de
evaluaties
ze
aan.
 e) Maak
een
onderwijskundige
verantwoording
waarom
juist
deze
digitale
middelen
hier
 gebruikt
en
koppel
dit
aan
de
evaluaties
van
leerlingen
en
de
vakcoach.
 f) Het
ontwikkelde
materiaal
is
geschikt
om
in
te
zetten
in
en
buiten
de
school.
Het
voldoet
aan
 technische‐,
auteursrechtelijke‐
en
onderwijskundige
normen
en
is
adequaat
vormgegeven.
 Het
wordt
ter
distributie
aangeboden
aan
de
‘gemeenschap’.
 g) Laat
in
het
verslag
zien
dat
je
in
staat
bent
met
onverwachte
mislukkingen/falen
van
soft‐
en
 hardware
om
te
gaan.
Opbrengst:
10
gegeven
en
door
de
vakcoach
becommentarieerde
lessen,
waarin
gebruik
is
gemaakt
van
digitaal
onderwijsleermateriaal.
Dit
materiaal
is
beoordeeld
en
eventueel
bijgesteld.
Het
materiaal
is
lokaal
opgeslagen
en
collega’s
binnen
en
buiten
de
school
kunnen
gebruik
van
maken.
Opdracht
2:
Lessen
als
onderdeel
in
een
elektronische
leeromgeving
Opdracht
2
kan
ook
als
onderdeel
van
opdracht
1
gedaan
worden,
maar
kan
ook
los
gedaan
worden.
Je
maakt
voor
een
aantal
lessen
(minimaal
5)
een
lesplanner
en
zet
deze
in
de
elektronische
leeromgeving.
Ten
behoeve
van
elke
aparte
les
maak
je
digitaal
lesmateriaal,
waarmee
leerlingen
als
voorbereiding
op
de
les
aan
de
slag
kunnen
gaan
en
na
de
les
kunnen
verwerken.
Hierbij
maak
je
tenminste
eenmaal
gebruik
van
digitale
chat
en/of
digitale
whiteboard,
waarbij
leerlingen
vanuit
huis
synchroon
les
krijgen
van
jou
als
docent.
In
de
les
zelf
integreer
je
het
werk
dat
leerlingen
gedaan

 
 8

  • hebben
als
voorwerk
op
de
les
in
de
les
zelf.
Ook
in
de
zelfde
les
maak
je
gebruik
van
digitaal
onderwijsleermateriaal.
Een
onderdeel
van
de
lessenserie
is
begintoets,
waarin
een
leerling
kan
toetsen
wat
zijn
beginniveau
is.
Deze
toets
is
een
zelfbeoordelende
toets.
Het
beginniveau
uit
de
toets
gebruik
jij
om
je
lessen
af
te
stemmen.
Aan
het
eind
toets
je
digitaal
de
lessen.
Ook
maak
je
in
één
van
de
lessen
gebruik
van
digitale
stemkastjes.
Naast
de
digitale
toets,
werk
je
ook
met
een
digitaal
leerling‐portfolio,
wat
ook
door
jou
via
de
elektronische
leeromgeving
wordt
beoordeeld.
De
lessen
zijn
voorzien
van
allerlei
interessante
links,
waarmee
leerlingen
verder
kunnen
leren.
Tenminste
eenmaal
geef
je
een
keer
een
zoekopdracht
op,
waarin
in
een
les
op
wordt
teruggekomen.
Hierin
bespreek
je
niet
alleen
de
gevonden
antwoorden,
maar
ook
de
waarde
van
gevonden
antwoorden
(en
hoe
dat
beoordeeld
wordt)

als
ook
de
wijze
waarop
er
gezocht
is.
Tijdens
de
lessen
hou
je
de
omgangsregels
van
de
leerlingen
op
internet
in
de
gaten
en
spreekt
ze
daar
desgewenst
op
aan.
Laat
in
je
lessen
zien
dat
je
in
staat
bent
om
met
onverwachte
mislukkingen
en
falen
van
soft‐
en
hardware
om
te
gaan,
door
alternatieve
scenario’s
(fallback
scenario’s)
achter
de
handen
te
hebben.
Laat
in
je
lessen
tevens
zien
dat
je
zicht
hebt
op
gebruik
van
leerlingen
van
de
elektronische
leeromgeving,
door
gebruik
te
maken
van
statische
mogelijkheden
die
het
programma
biedt
en
biedt
leerlingen
die
‘lurken’6
kansen
om
weer
mee
te
doen.

Om
deze
lessen
te
evalueren
laat
je
leerlingen
een
weblog
bijhouden.
Daarin
schrijven
de
leerlingen
hun
leerervaringen
op
met
deze
(nieuwe)
onderwijsleermaterialen.
Stel
op
basis
van
deze
opmerkingen
de
lessenserie
bij.
Opbrengst:
Een
rijk
digitale
lessenserie,
door
leerlingen
van
opmerkingen
voorzien.
Opdracht
3:
remediërende
software
Analyseer
de
methode
en
de
daarbij
gebruikte
software
en
2.0
software.
Maak
op
basis
van
een
verkenning
van
andere
vaksoftware
(en
web
2.0
software)
een
voorstel
aan
de
vakgroep
voor
aanschaf
en
gebruik.
Vraag
daarbij
van
één
programma
een
demo‐versie
aan
en
gebruik
deze
in
de
klas.
Maak
te
benhoeve
van
de
vakgroep
een
presentatie
waarin
je
bevindingen
toont,
zowel
van
de
software
die
ingezet
kan
worden
als
van
de
ervaringen
van
één
pakket.
Opbrengst:
Presentatie
over
additionele
software
en
2.0‐software
ten
behoeve
van
de
vakgroep.
Opdracht
4:
Digitale
les,
meer
dan
alleen
een
frontaal
lesgeven
Opdracht
4
kan
in
samenhang
met
opdracht
2
en/of
3
gemaakt
worden.
Maak
een
tweetal
digitale
lessen
waarin
de
leerlingen
aangezet
worden
tot
interactief
samenwerkend
leren.


Opbrengst:
Een
tweetal
interactieve
lessen,
waarin
gebruik
gemaakt
wordt
van
samenwerkend
leren
Opdracht
5:
Digitaal
op
pad
Je
bereid
voor
en
geeft
een
les,
waarbij
je
met
behulp
van
pda,
gps
en/of
smartphone
een
excursie
hebt
uitgezet,
waarbij
je
jouw
leerlingen
vanuit
een
centraal
punt
digitaal
kunt
volgen,
bereikbaar
voor
vragen
en
ondersteuning.
De
uitkomst
presenteer
je
op
een
bijeenkomst
van
de
vakgroep.





























































6 
Lurkers
zijn
leerlingen
die
niet
actief
meedoen.

 
 9

  • Opbrengst:
een
digitale
excurise

 
 10

  • 
Jaar
4:
Zelfstandig
geïntegreerd
ICT
gebruikmaken
in
je
lessen
Al
de
lessen
die
jij
aan
de
klassen
geeft
zijn
een
onderdeel
in
de
elektronische
leeromgeving.
Zo
staat
er
voor
het
(half)
jaar
een
leerstofplanner.
Hierin
is
per
les
aangegeven
wat
er
gedaan
moet
worden
als
voorbereiding
op
de
les,
wat
er
op
de
les
gedaan
moet
worden,
welke
lessen
mogelijkheden
bieden
voor
herhaling
en/of
verrijking.
Ook
maak
je
gebruik
van
onderdelen
waarin
leerlingen
digitaal
moeten
samenwerken.
Ook
maak
je
gebruik
van
peer‐feedback
om
de
resultaten
van
het
leren
te
optimaliseren.
Per
onderwerp
staan
digitale
onderwijsleermaterialen.
Dit
zijn
materialen
waarmee
de
leerling
kan
leren,
maar
ook
kan
herhalen
en
verdiepen.
Per
lessenserie
maak
je
gebruik
van
zelfbeoordelende
diagnostische
toetsen
(formatief)
en
je
maakt
zeker
eenmaal
gebruik
van
een
digitale
toets.
Ook
maak
je
een
keer
gebruik
van
een
digitaal
leerling‐portfolio.
Al
je
cijfers
voer
jij
in
in
het
digitaal
cijfersysteem
van
de
school.
Je
houdt
een
digitaal
leerlingvolgsysteem
bij
en
gebruikt
dit
in
je
contacten
met
ouders,
collega’s
en
professionals
buiten
de
school.
Tijdens
je
lessen
ben
jij
je
bewust
van
de
negatieve
gevolgen
van
gebruik
van
ICT
tussen
leerlingen
(pestgedrag)
en
ben
je
in
staat
om
dit
bespreekbaar
te
maken
en
een
halt
toe
te
roepen.
Je
laat
tevens
in
je
(digitale‐
en
niet‐digitale)
uitlatingen
zien
dat
je
door
hebt
wanneer
je
wel
en
wanneer
je
geen
gebruik
moet
maken
van
ICT.
Dit
geldt
voor
gesprekken
tussen
jij
en
je
leerlingen,
tussen
jij
en
ouders,
jij
en
collega’s
en
het
contact
wat
jij
onderhoudt
met
mensen
buiten
de
school.
Je
weet
wanneer
je
wel
en
wanneer
geen
gebruik
kunt
maken
van
face‐to‐face‐
gesprekke,
gebruik
van
telefoon,
gebruik
van
skype,
gebruik
van
Hyves,
sms,
email.
Etc.
Jij
bent
in
staat
om
het
gebruik
van
ICT
in
je
lessen
te
evalueren,
bij
te
stellen.
Op
basis
hiervan
–
maar
ook
op
basis
van
recente
literatuur
kun
jij
je
verantwoorden
en
ben
je
in
staat
om
je
collega’s
hiervan
met
behulp
van
een
presentatie
het
gesprek
hierover
aan
te
gaan.



 
 11