• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Lezing Hogeschool Rotterdam November 2009
 

Lezing Hogeschool Rotterdam November 2009

on

  • 748 views

Is de jongere generatie zo anders dan oudere generaties? Moeten we daarom het onderwijs veranderen? Zitten we dan nu op de juiste weg? Als we het leren van jongeren echt willen begrijpen is het zinvol ...

Is de jongere generatie zo anders dan oudere generaties? Moeten we daarom het onderwijs veranderen? Zitten we dan nu op de juiste weg? Als we het leren van jongeren echt willen begrijpen is het zinvol leren te kijken vanuit hun hele levensverhaal en de veranderingen die daarin voor jongeren gaande zijn. Dan blijkt dat het onderwijs beter kan focussen op een pedagogische benaderingswijze dan op nieuwe didactische concepten

Statistics

Views

Total Views
748
Views on SlideShare
505
Embed Views
243

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

3 Embeds 243

http://natplaza.wordpress.com 241
http://www.lmodules.com 1
http://www.slideshare.net 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment
  • Wat hebben die veranderingen in jeugd- en levensloop nu met leren te maken? Ook op leergebied is van alles aan de hand. Daar ga ik kort op in. Ik laat dan zien hoe veranderingen in leren en levenslopen op elkaar ingrijpen. En: hoe ‘cultuur’ (instituties, sociale herkomst etc..) daar op van invloed zijn: instituties dwingen zaken af, maken dingen (on)mogelijk, ongelijke kansen naar milieu en soort netwerk waar je in zit.
  • Allereerst zijn nieuwe media niet alleen het domein van en voor jongeren. Vele diensten die op Internet en mobiele platforms geboden worden zijn in de markt gezet door oudere generaties . Het zijn leden van oudere generaties die de ontplooiingskansen van jongeren accommoderen. Dat was al zo bij de zogenaamde culturele revolutie van de jaren zestig in de vorige eeuw, die volgens de historicus James Kennedy geleid werd door oude mannen die zowel de ideologische munitie leverden als de universiteiten hervormden. Nu is het niet veel anders. Oudere generaties spelen een cruciale rol bij innovaties, ook die in de nieuwe media. Het punt dat ik wil maken is dat de ruimte van de nieuwe media geen geheel ‘vrije, jeugdculturele’ ruimte is die niet voor-georganiseerd is. Veel tools en dus veel manieren om met die tools om te gaan zijn weldegelijk vooraf gegeven. ZIE OOK LAATSTE ONDERZOEK DOOR KENNISNET GEPUBLICEERD: WEB 2.0 BLIJKT BIJ VEEL JONGEREN ONBEKEND, ZE GEBRUIKEN HET NAUWELIJKS LAAT STAAN ALS LEERMIDDEL. Voorts zijn het zeker niet alleen jonge generaties die al multi-taskend door het medialandschap trekken. In menig kantoor, op de weg, in de privé-sfeer spelen nieuwe media inmiddels voor alle generaties een onontbeerlijke rol . Zeker zitten er meer jongeren te msn-en, maar er zitten evenveel ouderen te alex-en of te expedia-en. Het is, kortom, wat over-stated om te beweren dat het vooral de jonge generatie is die over digitale bekwaamheden beschikt. Onderzoek vergelijkt vaak te weinig jongeren met oudere generaties of eerdere generaties jongeren: dus pas op met je uitspraken! Of toch niet? Zie filmpje! Kortom: gevaar van mystificering jongeren waardoor beeld te positief of negatief wordt en kloof dreigt terwijl jongeren in heel veel opzichten meer dan ooit weer op oudere generatie lijken en hun ouders als beste vriend hebben, maar daarover later meer.
  • Dan is het de vraag of men een hele generatie over één kam kan scheren. Uit het laatste jaarboek ‘ICT en Samenleving’, getiteld ‘De Digitale Generatie’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (De Haan en Van ’t Hof, 2006) blijkt dat jongeren niet allemaal op dezelfde manier actief zijn in de digitale wereld. Ook Hiteq bevestigt dit beeld: vmbo-ers en mbo-ers blijken in nagenoeg alle opzichten juist helemaal niet te voldoen aan de zogenaamde Generatie Einstein kenmerken (die lijken op mijn Nieuwe Leerders: een heel specifieke groep binnen jongere generaties). Jongens bij voorbeeld zijn veel intensiever en diverser actief dan meisjes. Bovendien zijn zij minder gericht op de eigen groep bekenden. Hoger opgeleiden gebruiken de nieuwe media ook op een diversere manier. Juist zij ontwikkelen al doende meer ICT-vaardigheden. Bovendien zijn in virtuele vriendennetwerken vooral jongeren actief die in het echte leven ook een rijk sociaal leven hebben. Ze gaan ook pas virtueel netwerken (bij voorbeeld bij Hyves) als ze weten dat echte vrienden, de vrienden in meatspace, hun daar, in cyberspace, als vriend willen aanmerken. Niets zo erg als geen vrienden hebben op Hyves en zichtbaar voor iedereen in isolement te verkeren. Populaire jongeren worden hooguit populairder, onpopulaire jongeren alleen maar minder populair. Het OFFLINE NETWERK WEERSPIEGELT ZICH NIET ALLEEN ONLINE, MAAR LEVERT OOK DE DRUK OM ONLINE te zijn. Jongeren worden door hun netwerken ingeleid in nieuwe toepassingen. Daardoor worden bepaalde toepassingen ook zo snel door jongeren overgenomen en kunnen ze even snel weer ‘uit’ raken. Kortom: de virtuele wereld is tot op grote hoogte een afspiegeling van de (ongelijke) verhoudingen in de fysieke wereld.
  • Young people use internet especially for communication: to learn who they are, who they want to be by mirroring themselves with other peers.
  • De afgelopen decennia heeft de jeugdfase een andere inhoud gekregen. Moderniteit: er ontstaat een aparte, van de volwassenwereld afgebakende jeugdruimte : een door school en jeugdbeweging ‘geïnstitutionaliseerde’ ruimte: volwassenen creëren deze ruimte, voor jongens en meisjes, voor lageren en hogere sociale milieus, en typisch voor Nederland: voor verschillende levensbeschouwingen aparte ruimtes. Juist door afscheiding van volwassenwereld ontstond mogelijkheid voor ontstaan van aparte jeugdcultuur! Opkomst massaconsumptieindustrie vanaf ongeveer 1955: deze ‘industrie’ creëert steeds meer deze ruimte: jongeren krijgen hierdoor wel meer vrijheid zelf hun keuzes te maken uit het aanbod van deze industrie: het aanbod wordt steeds groter en steeds meer voor iedereen gelijk toegankelijk. Jongeren hebben ook meer mogelijkheden hier gebruik van te maken . Door de jaren heen beschikken jongeren over meer geld en meer eigen privacy en de voor iedereen toegankelijke nieuwe media betekenen een extra sprong voorwaarts in deze kansen. Postmoderniteit: zelf ‘zappen’ tussen verschillende soorten aanbod, om zo je eigen identiteit bij elkaar te ‘mixen’. De machtsbalans tussen ouderen en jongeren is bovendien gelijker geworden, waardoor jongeren volop hun vrijheid kunnen onderhandelen. Postmoderniteit: ook ouderen betreden steeds vaker (met hun kinderen) het jeugddomein. Opkomst massaonderwijs: het jeugddomein kan ook steeds vroeger betreden en steeds langer, zo niet eeuwig, verkend worden. Postmoderniteit: jong zijn is de norm: kind of volwassen zijn moet zoveel mogelijk ‘vermeden’ worden. Jongeren hebben door dit alles steeds meer mogelijkheden gekregen om van elkaar te leren en ‘jeugdcultureel’ leerkapitaal te ontwikkelen. ‘Bijblijven in het jeugddomein’ is voor veel jongeren ‘core business’. ‘ Leren’ is niet het belangrijkste doel op dit terrein, maar het vindt er uiteraard wel plaats. Sterker, het jeugddomein wordt omgekeerd steeds meer als voorbeeld gezien van een ideale leer-‘school’. Meer en meer krijgen jongeren te horen dat ze in dat jeugddomein zoveel mogelijk moeten leren , juist omdat het daar zo makkelijk gaat en leren op school alleen niet genoeg meer zou zijn. De nieuwe eisen aan jongeren horen bij het idioom van de kennissamenleving: niet alleen levenslang, maar ook levensbreed leren, veranderbaar en leergierig (employable) zijn en flexibel kunnen reageren op nieuwe ontwikkelingen, precies zoals in het echte leven van de ideale jongere.
  • Underlying processes in society Individualisation: declining influence of sociale structure Flexibilisation: knowledge society forces to stay flexible
  • Paradox of choice: the more you can choose the more difficult it is to choose and the less satisfying the result. A lot of choices: scared to overlook opportunities, to miss something, to make the wrong choice or take a irreversible path. Important to stay ‘in touch’, to monitor all possibilities: to keep on learning Minder optimistisch: Lasch zei het b.v. al in 1979: er is steeds meer voor meer mensen mogelijk, tegelijk zullen er altijd mensen zijn die beter, mooier, succesvoller etc zijn. Jonge mensen zoeken de oplossing in: zichzelf heel belangrijk gaan vinden, geloven dat ze heel goed en tevreden zijn. Daaronder ligt echter grote onzekerheid en besef dat niet alles lukt en dat er wel degelijk ook externe belemmeringen zijn. Gevolg: >> leegte, depressie etc.. Oplossing: continu op zoek naar prikkels, sensaties…
  • Rational choices impossible in the case of life course choices You do not know all alternatives: you can not experience all alternatives You can not predict all consequences You can not balance all advantages and disadvantages You can not make a strict hierarchy of goals: in life more things are even important
  • Mijn studenten: meesten hebben voorkeur voor standaardlevensloop, daarnaast willlen ze ook….: en en is het sinds de jaren tachtig. Zie ook bij leefstijlen: de meesten scharen zich achter moderne burgerij…….
  • In mijn proefschrift heb ik bovenstaand kader ontwikkeld om leerbiografieën in kaart te brengen. Ik heb dit nu geoperationaliseerd in een vragenlijst die ik nu als pilot onder ongeveer 100 studenten heb getest.
  • Kleine hechte schil soulmates : fungeren als klankbord, ontdekken ze mee wat hen tot gelijkgestemden maakt, fungeren als bondgenoot om tips toe te spelen en steeds meer juiste mensen uit juiste circuit te ontmoeten. STEUNPOTENTIEEL Grote losse schillen: heterogene groepen uit allerlei milieus, sectoren, informeel: leveren GROOT EN HETEROGEEN INFORMATIEPOTENTIEEL
  • Natuurlijk moeten we nieuwe middelen voor en manieren van leren binnen de school halen, omdat ze zoveel eindeloze mogelijkheden bieden die we – ook als leraren niet – niet meer kunnen en mogen missen. Het blijven echter middelen waar we bovendien niet alle heil van mogen verwachten. Het binnenhalen van peer- en e-learning uit het jeugddomein in het onderwijs verandert de betekenis van deze vormen van leren en levert daardoor waarschijnlijk ook niet de te verwachten baten. Enerzijds omdat de school deze vormen van leren weer gaat voorstructureren, waardoor ze niet meer het ‘eigen ding’ van jongeren zijn. Anderzijds omdat nieuwe, maar wel verplichte vormen al gauw een ritueel trucje worden. School blijft school en jongeren weten dat ze ook bij deze ‘leuke’ vormen afgerekend worden op formele eisen. Waarom is school nog interessant als je daar hetzelfde moet doen als in je vrije tijd, maar dan met de vervelende bijkomstigheid dat er voorwaarden en eisen gesteld worden?
  • Levensloopkeuzes worden dan ook gemaakt op basis van ervaringen: ervaringen worden bepaald door de culturele context waarin jij je bevindt. Iedereen komt uit en zit nu in verschillende contexten: heeft dus verschillende ervaringen: de een heeft daardoor meer kansen dan de ander.
  • reflexief: voortdurend bezinnen op wie je bent en wie je wilt zijn, dus ook dynamisch: keuzes zijn niet onherzienbaar narratief: dat geef je weer als verhaal met alle bijbehorende stijlmiddelen (plot, lokatie, hoofdpersonen etc..), dus ook: esthethisch: metaforen, beelden gebruik je want je wilt vooral een ‘mooi’ verhaal vertellen cultureel: je kunt alleen modellen gebruiken die voorhanden zijn, alleen doen wat in onze cultuur mogelijk is. Dominante plot is nu b.v.: iedereen bepaalt zijn eigen leven.En omgekeerd: gesitueerd: de betekenis die de wereld voor jou heeft is onderdeel van je identiteit. Hiermee is een identiteit ook altijd moreel: identiteit betekent ook committment aan bepaalde waarden emotioneel: reflecteren begint vaak vanuit negatieve emotie: onzekerheid, een situatie niet meer accepteren. Juist vanuit het ervaren gevoel vloeien vaak als vanzelf keuzes of worden keuzes afgedwongen. Kortom: turning points zijn emotionele grenservaringen die tot herbezinning levensverhaal aanzetten. Je kunt niet terugvallen op routines, maar je wilt wel je coherente levensverhaal blijven houden: je moet balans dus herstellen tussen je emoties en cognities: dat doe je door je levensverhaal opnieuw te vertellen, door nieuwe beschikbare concepten te gebruiken: zaken dus opnieuw betekenis te geven waardoor gevoel ontstaat van ‘inzicht’: emotie moet dus betekenisvolle plaats krijgen in eigen levensverhaal. Dat vereist interne en externe dialoog: welke beschikbare concepten passen bij de ervaring, welke ervaar jij en je omgeving als betekenisvol? Zo geef je dus ‘zin’ aan ervaring: een hoogst intuïtief, niet rationeel proces. dialogisch: het verhaal is gericht op jezelf maar ook op anderen: je probeert te anticiperen op voor jou belangrijke anderen: deze ‘stemmen’ klinken ook in je eigen hoofd door.
  • In mijn proefschrift heb ik bovenstaand kader ontwikkeld om leerbiografieën in kaart te brengen. Ik heb dit nu geoperationaliseerd in een vragenlijst die ik nu als pilot onder ongeveer 100 studenten heb getest.

Lezing Hogeschool Rotterdam November 2009 Lezing Hogeschool Rotterdam November 2009 Presentation Transcript

  • Lezing november 2009 www.isabellediepstraten.nl
  • Wat ga ik doen?
    • Jongeren en onderwijs: 3 scripts in omloop: n@tgeneratie, kennissamenleving, keuzebiografie
    • Wat kenmerkt degenen die goed kunnen omgaan met keuzebiografie en kennissamenleving?
    • Bepalend: sociaal bepaalde ervaringen die mensen in hun leven opdoen
    • Betekenis voor onderwijs:
    • Hoe pas je onderwijs nu aan? Meer nadruk nodig op pedagogische visie
    • [Belang van aandacht voor biografie]
  • Wat is belangrijk voor jongeren?
    • Verschillende filmscripts in omloop
    • Populaire script n@tgeneratie
    • Script onderwijsvernieuwing in kennissamenleving
    • Jeugdsociologisch script over keuzebiografie
  • Toelichting ict-wensen vanuit 3 filmscripts
    • Veranderingen in onderwijs en ICT vaak GELEGITIMEERD vanuit ‘aansluiting bij [email_address] ’
    • Maar: GEREDENEERD vanuit onderwijskundig discours
    • NIEUWE INZICHTEN LEVERT
    • biografisch perspectief jongeren zelf centraal stellen: jeugdsociologisch discours
  • FOCUS = relatie leren, loopbanen, biografie
    • Opvallend bij script N@tgeneratie en bij script kennissamenleving:
    • Onderzoek naar leren: leerstijl, leerconcepten, persoonlijkheid
    • Onderzoek naar loopbanen: kernkwaliteiten, ware kern, eigen missie en passie
    • Dus focus op psychologische factoren van individuen
    • Mijn verhaal:
    • Je kan leren en loopbanen alleen begrijpen door iemands totale biografie te bekijken: tijd, plaats, sociale netwerken zijn dan belangrijke factoren
  • Het script van kennissamenleving en onderwijsvernieuwing Leren op school: >>> betekenis
    • > druk langer doorleren: > verlenging jeugdfase
    • (hoog) diploma absolute voorwaarde
    • Al jong lange termijn keuzes maken terwijl keuzemogelijkheden>>
    • suggestie van gelijke kansen
    • (hoe jonger hoe bepalender milieu)
  • Het script van kennissamenleving en onderwijsvernieuwing Leren op school: <<< betekenis
    • Kennissamenleving: diploma niet voldoende, levenslang leren nodig
    • Kennissamenleving: andere kennis (soft skills), gecreëerd in andere contexten (communities of practice) levensbreed leren nodig
    • Het nieuwe leren de oplosssing? http :// nl.youtube.com / watch ?v=7ReeZmp6MqA nieuwe leren toobgom
  • Beleid gelegitimeerd vanuit het populaire script: net(werk)generatie? We moeten onderwijs vernieuwen omdat jongeren zo anders zijn………………… Twee denkfouten…………….
    • Oudere generaties zetten nieuwe ict in de markt (zie ook 2.0)
    • Niemand kan meer zonder ict
    • http :// video.google.nl / videoplay ? docid =-2102104544004622946&q=label%3Ablonde+ secretary
    • The Nielsen Company 2009: Keep your eye on the averages, keep your head on your shoulders, and before you rewire your system, remind yourself: Teens are people, too.
    ** Wie is de netgeneratie?
  • ** Een andere online wereld?
  • The n@t generation: wat en waarom doen ze online????? http://www.youtube.com/watch?v=Q06xFf6Xe8o A social network for two
  • Jeugdsociologisch script Keuzebiografie = continue zoektocht identiteit
    • ICT nieuw middel om identiteit vorm te geven
    • 3 kernbegrippen daarbij:
      • authenticiteit
      • interactiviteit
      • personalisering van ervaringen
    • Oorzaak: veranderingen in jeugdwereld en in levensloop
  • Veranderingen jeugddomein De school creëerde de jeugdwereld Daarna: jeugdperiode steeds langer, jeugdruimte steeds groter en steeds losser van volwassenen LEREN IN JEUGDDOMEIN Buiten en binnen school: STEEDS LANGER, STEEDS MEER, STEEDS VRIJER
  • Op zoek naar unieke identiteit…. Vooral sinds opkomst keuzebiografie
    • Keuzebiografie: sociale klasse en gender bepalen niet meer jouw levenspad
    • Meer levenspaden zijn mogelijk, open einde, omkeerbaar
    • Creatie van je eigen unieke pad is meest belangrijke levenstaak
  • Maar: wat is het juiste pad?  Onzekerheid en risico http://www.youtube.com/watch?v=QXtOdSgf6Ic&feature=related Shibuya crossings lost in translation
  • Nieuwe normen Leven = keuzes maken = druk en stress = vereist life long learning http://www.youtube.com/watch?v=FXu9Jbp3Yj0
  • Keuzebiografie, individualisering = cultureel proces
    • Maar…..
    • Perceptie: alles is je eigen keuze
    • Verkeerde keuze = persoonlijk falen
    • We zien het niet meer als cultureel proces
    • Een cultureel proces is een psychologisch probleem geworden
  • Hoe maak je levensloop keuzen?
    • Perceptie: mijn innerlijke kern zou mijn gids moeten zijn
    • Maar zo’n innerlijke kern bestaat die wel? Kun je die via introspectie ontdekken?
    • Identiteit = continu ‘under construction’
    • Identiteit = verschillend in verschillende contexten
    • Zoeken naar je identiteit helpt dan niet zo veel
  • Levensloopkeuzen: rationele keuze ook geen optie http://www.youtube.com/watch?v=T3g9nTOV9KM Choose life trainspotting johneutah
    • Onze levenskeuzen zijn gebaseerd op ervaringen
    • Ervaringen zijn bepaald door onze sociale netwerken en instituties (b.v. onderwijs) en de naar tijd en plaats verschillen daarin
    • Levenskeuzen zijn door en door sociaal proces
  • We are all individuals? http://www.youtube.com/watch?v=qANMjwLmo6Y Monty Python’s Life of Brian eishice
  • Learning (careers) and biographies type and resources of BIOGRAPHY= SOCIAL BACKGROUND 1.TRAJECTORIES school, leisure gender jobs 2.VISIONS ON LIFE: LIFE STYLE learning, working , future 3.SELF EVALUATION type and resources of SOCIAL NETWORKS 1900 TIME: generation culture  2000 Place: national, regional culture
  • BLOK 2 Wie redden zich straks het beste?
    • nieuwe leerders
    • ≠ nieuw generatie leerders, maar
    • kunnen heel goed met keuzebiografie omgaan: echt hun eigen leven vormgeven
    • én zich goed redden in flexibele kennissamenleving
    • Een voorbeeld
    • http://nl.youtube.com/watch?v=NtxiZADnnqo : creëer je eigen leeromgeving Joris Methorst the projectnetwork
  • Nieuwe leerder: leren veel verschillende soorten dingen in grote heterogene netwerken waarbij geen scheiding is tussen leren/werken/vrije tijd en toekomst open is, gericht op: steeds nieuwe ervaringen opdoen Een nieuwe leerder
  • KORTOM
      • Niet hele nieuwe generatie bestaat uit nieuwe leerders
    • Wel geldt voor iedereen: >>> mogelijkheden voor leren buiten school schoolse kennis betekenislozer in vergelijking tot wat er buiten school allemaal te leren valt
    • Sociale netwerk: bepalend voor wat en hoeveel jongeren buiten school kunnen leren
    • ICT: vergroot nog meer deze mogelijkheden
  • Blok 3 Wat dan met onderwijs?
    • Toch via ICT inzet? Want….
    • Meer motivatie om te leren?
    • Beter leren?
  • Gewenste ICT op school en werk
    • Jongere generaties verwachten
    • toegang tot eigen toepassingen: dat wat je kent/thuis hebt, moet beschikbaar zijn (soft- en hardware)
    • applicaties die altijd en overal en snel werken
    • zoals je al gewend bent (b.v. nu een Windows XP of Vista omgeving): geen nieuwe (moeilijke) dingen!
    • gratis
    • instant, just in time informatie die snel te vinden is
  • ICT in vrije tijd
    • sterk verbonden met (communiceren over) je identiteit
    • dus: je wil applicaties aanpassen aan eigen stijl
    • dus: gevoelig voor mode, groepsdruk etc.
    • gevoelig voor inmenging van buitenstaanders zoals de school of de werkgever
  • Gewenste ICT-investeringen
    • Kortom:
    • Wat je voor je plezier gebruikt ga je niet voor je plezier verplicht gebruiken (hyves b.v., filmpjes maken)
    • Omgekeerd: aan studie of werk gerelateerde applicaties gebruik je alleen als dat voor studie of werk moet
  • **Need I say more?
  • Onderwijsvernieuwing: wat werkt niet
    • jeugddomein en peerlearning inkapselen in schooldomein: vergaming, in groepjes van elkaar leren:
    • formaliseren verandert de betekenis
    • het is geen jeugdcultureel leren meer, maar
      • voorgestructureerd iets
      • al gauw nieuw trucje: iets dat dit keer nu eenmaal nodig is om op school studiepunten te halen
  • Wat werkt wel?
    • Het is meer een kwestie van pedagogiek dan van didactiek
  • Accepteer kenmerken van formeel leren
    • Doel schoolwereld dus onvergelijkbaar met doel van jeugdculturele wereld: je identiteit vormen, tonen, laten waarderen
    • Jongeren verwachten dat school iets anders is dan eigen wereld: waarom komen ze anders?
    • School is formeel, eindigt, dus eindstreep halen is en blijft ultieme doel van school
    • tenminste: zolang school als biografisch relevant wordt ervaren (een waardevolle bijdrage aan vormgeving van de eigen levensloop)
  • Accepteer kenmerken van formeel leren
    • Je kunt niet en wilt niet ‘geheel vrij’ leervragen maken over iets wat je niet kent, wat nog geen betekenis heeft.
    • Andersom: in opdracht… dan is het nooit 100% leuk
    • Bovendien: soort didactiek en vooral soort toetsing bepaalt grotendeels het leergedrag van mensen, roept dat op…..
    • Herken je kenmerken van formele organisaties (personeelskamer??)
    • En bedenk: een verplicht fotoboek van je vakantie………..
  • Meerwaarde school Is dus: Bruggen naar nieuwe werelden die je niet zelf buiten school vindt: via medestudenten, docenten en leerstof Maar bovendien: school moet leren betekenis te geven aan al die nieuwe ervaringen
  • Ervaringen belangrijk
    • Dit alles neemt niet weg dat je hierbij ook principes nieuwe didactiek kunt/moet gebruiken, maar dan wel:
    • Let them explore ‘new worlds’ in their own way
    • Let them experiment: do not think in fixed plans
    • Focus at their curiosity: not on their ‘problems’ and ‘necessary life course steps’
    • Talk about their biography: let them practise to (re)tell their life story
  • Naast bridging is bonding nodig Sociale binding is dé voorwaarde voor schools leren
  • SAMENGEVAT
    • Zorg voor veel verschillende werelden:
    • Een wereld in een wereld (heterogene populatie)
    • De wereld in de school: hybride functies gebouw
    • De school zelf de wereld in
    • Zorg voor een betekenis/bezinningsruimte
    • Docenten die verschillende ervaringen betekenis kunnen geven
    • Zorg voor een sociale bindingsruimte:
    • Eigen honk
    • Eigenaarschap over inrichting van een eigen ruimte
    • Een podium: om de buitenwereld te tonen dat je samen iets goeds kunt neerzetten
  • Leerder en leerbiografie centraal Hoe en waarom aandacht aan biografie te besteden?
  • Leerder en leerbiografie centraal
    • Paradox: juist in tijden van individualisering en keuzebiografie is besef invloed sociaal-culturele omgeving nodig.
    • Daardoor krijg je zicht op je handelingsmogelijkheden.
    • Dit proces vergt: biografische reflectie, actieve exploratie en netwerken.
  • Keuzebiografie: steeds opnieuw je eigen levensverhaal vertellen: dát is de enige coherentie:
    • Het vertellen van je verhaal
    • is een proces:
    • reflexief
    • narratief
    • cultureel
    • emotioneel
    • dialogisch
    • Toch: probeer ik nu de inzet van een instrument:
    • Tool om biografie in kaart te brengen: is dus altijd een momentopname
    • Het is voortal tool voor begeleider………..: praatpapier
    • Niet zo in te zetten: didactisering tool dan nodig
  • Tool leerbiografie: verschillende onderdelen
    • Een biografie bestaat uit:
    • Afgelegde trajecten op verschillende levensterreinen
    • Visies op trajecten en terreinen
    • Terugblik op je leven
    • Dit is afhankelijk van:
    • Vroegere en huidge sociale netwerken en hun sociaal, cultureel, economisch kapitaal
    • Dit is altijd:
    • Naar plaats en tijd gekleurd
  • Learning (careers) and biographies type and resources of BIOGRAPHY= SOCIAL BACKGROUND 1.TRAJECTORIES school, leisure gender jobs 2.VISIONS ON LIFE: LIFE STYLE learning, working , future 3.SELF EVALUATION type and resources of SOCIAL NETWORKS 1900 TIME: generation culture  2000 Place: national, regional culture