1Hogeschool Zeeland 2012/2013Opleiding: CT/AET Class: AE2, CT2Course Fluid Dynamics 5 June 2013Code: CU03287/CU06997 Time:...
2Een waterloop heeft een bodembreedte van 3 m en taluds van 1:2. De waterdiepte is1,3 m. De waterloop heeft een lengte van...
3Question 4In the picture above you see a sewer pipe designed for the discharge of rainfall directlyto surface water. The ...
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Cu06997 exam5jun2013

763

Published on

Exam FD

Published in: Entertainment & Humor
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
763
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Cu06997 exam5jun2013"

  1. 1. 1Hogeschool Zeeland 2012/2013Opleiding: CT/AET Class: AE2, CT2Course Fluid Dynamics 5 June 2013Code: CU03287/CU06997 Time: 13:00 – 14:30 hourDocent: Mass Pages: 3Use of book, formula sheet and calculator allowed.Use of notes is not allowed. Exam paper has to be handed in1 2a 2b 2c 2d 3a 3b 3c 4a 4b 4c 4d10 10 10 10 5 5 10 10 10 10 5 5Question 1In the picture you see a lock gate with at the left side freshwater and at the right sidesaltwater. Suppose the gate is free to turn, in which direction will the gate turn, to theleft or to the right? Make your argument based on a calculation.In bovenstaand prentje is een sluisdeur getekend, met aan de linkerzijde zoetwater enaan de rechterzijde zoutwater. Stel dat de sluisdeur vrij kan draaien, zal de deur naarlinks of naar rechts open draaien. Antwoord onderbouwen met een berekening.Question 2An open channel has a width at the bottom of 3 m, a slope on both sides of 1:2. Waterdepth is 1,3 m.The length of the channel is 4 km. Manning’s roughness coefficient n is0,023 s/m1/3. At the end of the channel (downstream) a short crested weir is situated.(Width of the weir is 4,5 m, runoff coefficient m=1,8 m1/2/s). The water depthdownstream of the weir is 0,8 m The discharge is 5,1 m3/s. The discharge does notchange over the length of the channel.a. Calculate the bed slope of the channel. What is the difference in bottom heightbetween beginning and end of the channel.b. Calculate froudes number. Indicate if the flow in the channel is sub-critical orsuper-critical. As width you can use the average width of the channel. Give acomputation.c. Calculate the level of the crest related to the bottom level of the channel. Assumethe weir has a free flow.d. Check if the weir has a free flow. Give a motivation.3,9m3,8 mfresh saltLock gate, width = 4 , Sluisdeur, breedte = 4m
  2. 2. 2Een waterloop heeft een bodembreedte van 3 m en taluds van 1:2. De waterdiepte is1,3 m. De waterloop heeft een lengte van 4 km. De waterloop wordt goedonderhouden, als ruwheidsfaktor volgens Manning kan aangehouden worden 0,023s/m1/3. Aan het eind van de waterloop (benedenstrooms) is een stuw (korte overlaat,breedte stuw is 4,5 m, runoff coefficient =1,8 m1/2/s) aanwezig, de waterdiepte achterde stuw is 0,8 m Met de stuw wordt een debiet gemeten van 5,1 m3/s. Het debiet blijftover de gehele 4 km gelijk.a. Wat zal het verschil in bodemhoogte zijn tussen begin en eind van de waterloop. .b. Bereken het getal van Froude. Hebben we in de watergang te maken met stromendof schietend water. Tip Je mag uitgaan van de gemiddelde breedtec. Bereken de hoogte van de stuw, gemeten vanaf de bodem. Je mag aannemen dat destuw volkomen is.d. Controleer of de stuw een volkomen overlaat is. Geef onderbouwing.Question 3In a channel the culvert above is situated,  = 0,6 and  = 0,025, fresh watera. Calculate the value of totalb. Calculate the water level upstream of the culvert.c. Make a sketch of the energy and pressure line. Include the valuesDe duiker is de verbinding tussen twee watergangen. Aanvullende gegevens zijn,  =0,60 en  = 0,025, zoet watera. Wat wordt de waarde van totaal ?b. Wat wordt de waterstand bovenstrooms van de duiker?c. Teken de energielijn en druklijn , inclusief getallenChannel u=0,3 m/sUpstreamWL ??? DownstreamWL +2,0 m NAPL= 45 m3 m wide, 2 m high, u = 1,4 m/s Channel u=0,5 m/s
  3. 3. 3Question 4In the picture above you see a sewer pipe designed for the discharge of rainfall directlyto surface water. The water level surface water is +2 m, the velocity is low. The waterlevel in the manhole is +2,95 m. The equivalent roughness k is 1 mma. Calculate the discharge in the sewer pipe. Assume the flow is turbulent.b. Check if the flow is turbulent.c. Suppose the intensity of the rainfall is 60 l/s.ha. Calculate the paved area which isconnected to the sewer. As discharge use the result from question a.d. Explain why the design of this sewer is actually bad.Bij een gescheiden rioolstelsel is er een afzonderlijk riool voor de afvoer van hetregenwater. In het bovenstaande schets is een dergelijke regenwaterriool getekend.Het regenwater wordt direct op oppervlaktewater (=watergang) geloosd. Dewaterstand in de watergang bedraagt +2 m, de stroomsnelheid is laag. In deinspectieput wordt een waterstand gemeten van +2,95 m. De k-waarde van de buis is 1mm.a. Bereken het debiet door de buis. Ga uit van turbulent stromend water.b. Controleer of de waterstroming turbulent is.c. Als neerslagintensiteit wordt uitgegaan van 60 l/s.ha. Wat is op basis van hetdebiet gevonden bij a het aangesloten verharde oppervlak.d. Eigenlijk is het ontwerp van het riool slecht, verklaar waarom.Good Luck and Keep CoolWater level + 2 mSurface level +3 mRainfall, discharge???60 mD=500 mmManhole(inspectieput)

×