• Like
  • Save
Grip Op Bag Deel 1 Wet En Regelgeving
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

Grip Op Bag Deel 1 Wet En Regelgeving

  • 2,321 views
Published

De cursus wet en regelgeving van 17 december 2009

De cursus wet en regelgeving van 17 december 2009

Published in Education
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
2,321
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide
  • Deze workshop behandelt de Wet BAG die voorziet in een basisregistratie met gegevens over adressen (de basisregistratie adressen) en een basisregistratie met gegevens over enkele met gebouwen samenhangende objecten (de basisregistratie gebouwen). Beide basisregistraties vervullen, naast de relaties met de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: GBA) en het handelsregister, een belangrijke rol binnen de informatievoorziening over ruimtelijke objecten (geo-informatie) in Nederland. Zij sluiten daarbij aan op andere basisregistraties die tot het domein van de geo-informatie gerekend kunnen worden: de basisregistratie kadaster en de basisregistratie topografie. De basisregistraties adressen en gebouwen kennen daarnaast ook onderling een sterke verwevenheid op zowel inhoudelijke, technische als organisatorische aspecten. Zo worden adressen in de basisregistratie adressen opgevat als een eigenschap van objecten die in de basisregistratie gebouwen worden geregistreerd. De benodigde technische voorzieningen voor ontsluiting van de in de basisregistraties opgenomen gegevens zijn identiek. Het beheer van beide basisregistraties is bovendien belegd bij de gemeenten, alwaar beide basisregistraties ook nu al in toenemende mate binnen één organisatieonderdeel worden bijgehouden. Vanwege deze onderlinge verwevenheid is ervoor gekozen beide basisregistraties in één wet op te nemen. Hoofdstuk van de Wet bevat de algemene bepalingen. In hoofdstuk 2 van de Wet worden, de verantwoordelijkheden met betrekking tot de basisregistraties adressen en gebouwen geschetst, alsmede de op basis daarvan gedachte beheerstructuur. Op de inhoud van de registraties beide basisregistraties, zoals de definiëring van registreerbare objecten en het adresbegrip, de methode van registratie en de relatie met andere basisregistraties wordt in hoofdstuk 3 van de wet ingegaan. Hoofdstuk 4 vormt de grondslag voor Landelijke Voorziening en regelt het overleg en het verkeer tussen brondhouders en de landelijke voorziening. Hoofdstuk 5 regelt het verplicht gebruik van de basisregistraties en van eenmalige inwinning van gegevens in het wetsvoorstel zijn geregeld. Voorts wordt onder meer aandacht besteed aan de op afnemers rustende plicht tot terugmelden aan burgemeester en wethouders van vermoede onjuistheden in de adressen- of gebouwenregistratie. Hoofdstuk 6 bevat regels met betrekking tot de wijziging van de in de registraties opgenomen gegevens en de rechten van burgers, met betrekking tot de inhoud van de registraties. Hoofdstuk 7 toezicht en de controle handelt over instrumenten van toezicht (de verplichte audits) op de registratiehouders. Hoofdstuk 8 bevat de slotbepalingen. Welke instanties bij de totstandkoming van het wetsvoorstel waren betrokken en de gevolgen van het wetsvoorstel zijn beschreven in de memorie van toelichting op de wet. Tijdens deze workshop zullen wij ingaan op alle bovengenoemde aspecten van de Wet en de genoemde memorie van toelichting. Ook komen het Besluit BAG en de Regeling BAG aan bod. Wij wensen u veel succes bij het vergaren van de kennis die noodzakelijk is voor het bijhouden van de BAG. Het team
  • OFELON GROEP 4 december 2008 Workshop GBA als Basisregistratie Er mag gelachen worden ;-)
  • Uw persoonlijke website voor overheidszaken MijnOverheid.nl is uw persoonlijke website voor overheidszaken. U kunt hier zien hoe u bent geregistreerd bij de overheid, berichten van de overheid ontvangen en uw zaken met de overheid regelen. MijnOverheid.nl is gratis en veilig. Berichtenbox Met de berichtenbox hebt u een eigen postbus voor berichten van de overheid. Op dit moment is het alleen mogelijk om berichten te ontvangen. Producten en diensten Steeds meer producten en diensten van overheidsorganisaties zijn hier eenvoudig te vinden. Persoonlijke gegevens Hier ziet u hoe u bent geregistreerd bij overheid. U heeft inzage in de gegevens van de gemeenschappelijke basisadministratie persoonsgegevens. Spoedig volgen gegevens over werk en inkomen (CWI/UWV), uw huis (Kadaster) of uw auto (RDW). Lopende zaken Direct uw zaken met de overheid regelen. Via Lopende zaken kunt u bijvoorbeeld de afhandeling van een vergunningaanvraag volgen. MijnOverheid.nl is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De uitvoering van het project is in handen van het programma PIP (Persoonlijke Internetpagina) van de stichting ICTU. MijnOverheid.nl wordt in nauwe samenwerking ontwikkeld met: 1. Gemeente Den Haag 7. Gemeente Voorst 2. Gemeente Enschede 8. De Belastingdienst 3. Gemeente Dordrecht 9. Kadaster 4. UWV 10. SVB 5. CWI 11. IB-Groep 6. Gemeente Assen 12. Regelhulp 13. Donorregister
  • Uw persoonlijke website voor overheidszaken MijnOverheid.nl is uw persoonlijke website voor overheidszaken. U kunt hier zien hoe u bent geregistreerd bij de overheid, berichten van de overheid ontvangen en uw zaken met de overheid regelen. MijnOverheid.nl is gratis en veilig. Berichtenbox Met de berichtenbox hebt u een eigen postbus voor berichten van de overheid. Op dit moment is het alleen mogelijk om berichten te ontvangen. Producten en diensten Steeds meer producten en diensten van overheidsorganisaties zijn hier eenvoudig te vinden. Persoonlijke gegevens Hier ziet u hoe u bent geregistreerd bij overheid. U heeft inzage in de gegevens van de gemeenschappelijke basisadministratie persoonsgegevens. Spoedig volgen gegevens over werk en inkomen (CWI/UWV), uw huis (Kadaster) of uw auto (RDW). Lopende zaken Direct uw zaken met de overheid regelen. Via Lopende zaken kunt u bijvoorbeeld de afhandeling van een vergunningaanvraag volgen. MijnOverheid.nl is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De uitvoering van het project is in handen van het programma PIP (Persoonlijke Internetpagina) van de stichting ICTU. MijnOverheid.nl wordt in nauwe samenwerking ontwikkeld met: 1. Gemeente Den Haag 7. Gemeente Voorst 2. Gemeente Enschede 8. De Belastingdienst 3. Gemeente Dordrecht 9. Kadaster 4. UWV 10. SVB 5. CWI 11. IB-Groep 6. Gemeente Assen 12. Regelhulp 13. Donorregister
  • OFELON GROEP Workshop GBA als Basisregistratie Beleid versus uitvoering De gemeente ontwikkelt visies en beleid, zodat ook de toekomst van de gemeente gegarandeerd kan worden Bij de uitvoering van het beleid zijn het particulier initiatief, de ondernemers, de VVV en het culturele veld nauw betrokken. Gemeente en uitvoerende organisaties hebben elkaar nodig. Beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering komen in gezamenlijk overleg tot stand, met in achtneming van elkaars verantwoordelijkheid. Maar de uitvoering geschiedt door private partijen of semi-publiekrechtelijke instellingen waar de gemeente toezicht op houdt. Omstandigheid waarmee rekening te houden is De gemeente stelt (financiële) middelen ter beschikking die anderen moeten aanwenden. Zij voeren uit en zij moeten zorgen voor een doelmatige en doeltreffende bedrijfsvoering. De maatlat zijn niet de processen (bedrijfsvoering) die uitgevoerd worden maar de effecten die door de private partijen gesorteerd worden. De uitdaging Het vormgeven van deze andere Overheid zal vormgegeven worden met behulp van de basisregistraties en een hele hoop andere zaken.
  • OFELON GROEP Workshop GBA als Basisregistratie In maart 2000 spraken de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie af dat ze de Unie tegen 2010 zouden omvormen tot de meest competitieve kenniseconomie ter wereld. Ze zouden dat doen aan de hand van enkele concrete doelstellingen; merkpunten als het ware. Een van die doelstellingen was als tegenwicht tegen de Microsoft overheersing Open Standaarden en Open Source Software te gaan stimuleren. Vanaf 2003 tot 2005 stimuleerde het programma OSOSS – uitgevoerd door stichting ICTU in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Economische Zaken – Open Software” voor een brede doelgroep van overheidsorganisaties in het toepassen van open standaarden in hun informatie- systemen en informeerde hen over de mogelijkheden van open source software. In 2006 is het College en het Forum Standaardisatie ingesteld om duidelijk te maken welke standaarden door (semi-)publieke instellingen (bij voorkeur) gebruikt worden in hun communicatie onderling en met burgers en bedrijven. Het programma OSOSS werd verlengd tot 31 december 2007, waarbij het accent is komen te liggen op het (stimuleren van het) toepassen van open source software door overheidsorganisaties in hun informatiesystemen. Het Kabinet wil in deze kabinetsperiode een aantal doelen bereiken, zoals een goede participatie van burgers,duurzaamheid van informatie en innovatie, en een administratieve lastenvermindering onder andere door eenmalige gegevensverstrekking. Om deze doelen ook op een efficiënte wijze te realiseren, spoort het Kabinet partijen aan om de genoemde doelen te (helpen) verwezenlijken doordat de ‘open’ overheidsorganisaties vragen hun ICT-leveranciers met nadruk rekening te houden met deze wensen. Deze “open” overheden willen als gebruiker van ICT-systemen voldoende vrijheid kunnen houden en adequaat verantwoording kunnen afleggen over beleid en uitvoering. Interoperabiliteit tussen bedrijven en overheden en burgers en overheden en overheden onderling is een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van het maatschappelijke doel: de meest competitieve kenniseconomie van de wereld te worden. Interoperabiliteit, tussen bedrijven en overheden en burgers en overheden en overheden onderling wordt gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor het bereiken van deze maatschappelijke doelen. Het Kabinet spreekt van interoperabiliteit als het vermogen van (informatie)systemen om op elektronische wijze gegevens en informatie te kunnen uitwisselen binnen en tussen organisaties. Interoperabiliteit is een essentiële randvoorwaarde voor een toekomstvaste ontwikkeling van diensten en toepassingen die door en met ICT in brede zin mogelijk worden gemaakt. De Tweede Kamer heeft aangegeven met het oog op de maatschappelijk doelen die in Lissabon gesteld zijn het gebruik van open standaarden en open source software door de overheid en de (semi-) publieke sectoren belangrijk te vinden. Daarom heeft de Tweede Kamer het Kabinet gevraagd hiervoor een plan op te stellen. Onderdeel van het NUP Bronnen: http://www.ez.nl/content.jsp?objectid=153180 http://appz.ez.nl/publicaties/pdfs/07ET14l.pdf
  • OFELON GROEP Workshop GBA als Basisregistratie Inleiding Stroomlijnen van basisgegevens in het openbaar bestuur is één van de onontkoombare voorwaarden om als overheid de voorgenomen bestuurs- en beleidsdoeleinden efficiënt uit te voeren. Huidige bestuurs- en beleidsdoeleinden zijn bijvoorbeeld moderne dienstverlening, administratieve lastenverlichting, stringente fraudebestrijding, adequate handhaving, efficiënte besteding van gemeenschaps gelden, afname van bestuurlijke drukte en een goede bepaling, uitvoering en evaluatie van beleid. Om deze doeleinden te bereiken is het voorhanden hebben van actuele, complete en betrouwbare basisgegevens van essentieel belang. Het stroomlijnen van basisgegevens binnen het openbaar bestuur vraagt extra aandacht van vooral gemeentelijke bestuurders. Stroomlijnen basisgegevens Het stroomlijnen van basisgegevens geen ICT-aangelegenheid, maar een organisatievraagstuk bij uitstek. Bij wet worden voor vitale en veelvuldig gebruikte gegevens basisregistraties aangewezen. Van deze basisregistraties moeten alle bestuursorganen verplicht gebruik maken. Overheidsinstanties hebben dus niet langer de vrijheid om zelf gegevens (o.a. bij burgers en bedrijven) te verzamelen en te registreren, wanneer deze gegevens in een basisregistratie beschikbaar zijn of spoedig beschikbaar komen. De gevolgen van dit ingezette beleid moet zijn, dat voortaan interbestuurlijk en dus ook binnengemeentelijk (college van B&W) vooraf de expliciete bewijslast moet worden geleverd dat aan het opnieuw inwinnen van informatie bij burgers, bedrijven en instellingen niet valt te ontkomen.
  • De meest gevraagde en gebruikte gegevens worden verzameld in een aantal registraties: Een toelichting op de het stelsel is te vinden in de brochure “Stelselmatig” die regelmatig wordt geactualiseerd. 1. Gemeentelijke basisadministratie (GBA) Bevat de persoonsgegevens van alle ingezetenen 2. Handelsregister (HR) Bevat alle bedrijven, stichtingen, verenigingen en (publiekrechtelijke) instellingen 3. Basisregistratie Kadaster (BRK) Bevat alle percelen en hun eigenaren 4. Basisregistratie Topografie (BRT) In deze registratie is heel Nederland is in kaart gebracht en bevat de geometrische gegevens van objecten met beschrijvende kenmerken; 5. Basisregistratie Adressen (BRA) Alle adressen in Nederland staan hierin. 6. Basis Gebouwen Registratie (BGR) Alle gebouwen staan in de BGR met geometrische gegevens (coördinaten van de locatie). 7. Kentekenregistratie Gegevens over het kenteken en het voertuig, gekoppeld aan de persoonsgegevens van de houder van het voertuig worden in deze registratie bijgehouden; 8. Polisadministratie Bevat alle inkomstenverhoudingen in Nederland. De polisadministratie is eigendom van het UWV. Hieronder vallen dus arbeidsverhoudingen tussen werknemers en werkgevers, maar ook bijvoorbeeld uitkeringen en pensioenen; 9. Basisregistratie Inkomen (BRI) Bevat van burgers (natuurlijke personen) gegevens als: het verzamelinkomen (of als dat er niet is, het belastbare jaarloon en Identificerende gegevens over de burger, waaronder het burgerservicenummer; 10. Basisregistratie WOZ De gegevens over Waardering onroerende zaken (WOZ) worden gebruikt door onder andere gemeenten, waterschappen, Belastingdienst en Centraal Bureau voor de Statistiek 11. Registratie van niet-ingezetenen (RNI) De RNI zou een aantal gemeenschappelijke basisgegevens van niet-ingezetenen gestandaardiseerd en eenduidig vastleggen in één registratie. 12. Basisregistratie GrootschaligeTopografie (voorheen GBKN) Onderzocht wordt of de BGT de standaard en basis voor topografische bestanden in Nederland kan worden. 13 Basisregistratie Ondergrond (BRON) Moet uniforme data over de ondergrond in kaart brengen.
  • Referentiemodel Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens De invoering van een overheidsbreed stelsel van basisregistraties is één van de meest ingrijpende ontwikkelingen waarmee gemeenten de komende jaren te maken krijgen. Het referentie model ‘Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens’ (RSGB) biedt gemeenten en hun leveranciers houvast bij het invoeren en het gebruiken van deze gegevens. Dit objectenmodel voor de gemeentelijke basisgegevens presenteert de samenhang tussen basisregistraties op een logische wijze. Maar gemeenten hebben meer gegevens nodig voor hun werkprocessen dan nu in de landelijke basisregistraties beschikbaar zijn. Het stelsel voor de gemeente is dan ook ‘rijker’ dan het landelijke stelsel. Dit referentiemodel is onderdeel van de Referentiearchitectuur elektronische gemeente (RefaG). De inhoud is in lijn met de Nederlandse OverheidsReferentieArchitectuur (NORA). Het referentiemodel draagt er aan bij dat gemeenten en daarmee samenwerkende organisaties in staat zijn om de kern van hun gegevenshuishouding, de basisgegevens, in samenhang eenmalig te onderhouden en meervoudig te gebruiken bij de uitoefening van hun taken. Stroomlijning processen Het stroomlijnen van de processen voor het beheer van deze gegevens biedt kansen voor efficiencyverbetering. Meervoudig gebruik van gegevens, waarbij vertrouwd kan worden op de kwaliteit van deze gegevens, is bijvoorbeeld van groot belang voor een goede dienstverlening. Verder vormt het referentiemodel de grondslag voor de doorontwikkeling van de berichtstandaard StUF-Basisgegevens. Leveranciers baseren hun software op deze standaard, zodat uitwisselbaarheid van basisgegevens wordt bereikt. Tot slot waarborgt het referentiemodel de uitwisseling van basisgegevens met het landelijk stelsel van basisregistraties en het benutten van dit stelsel in de gemeentelijke informatievoorziening. Invoering Het was de bedoeling om het referentiemodel in de periode 2007 – 2009 geleidelijk in te voeren. EGEM verwachtte dat leveranciers in die tijd hun software zouden aanpassen aan de basisregistraties. Gedurende de periode van invoering zullen StUF op basis van het GFO-Basisgegevens en StUF op basis van het RSGB naast elkaar bestaan, zodat een geleidelijke overgang mogelijk is. EGEM raadt gemeenten nadrukkelijk aan om de ontwikkeling van hun informatievoorziening te baseren op dit referentiemodel en niet alleen uit te gaan van één of meer (catalogi van) landelijke basisregistraties. Hierdoor kunnen gemeenten aansluiten bij het landelijk stelsel én wordt hun eigen informatievoorziening optimaal bedient. Het RSGB vult namelijk de gegevens uit het landelijke stelsel aan met gegevens die voor de gemeentelijke processen cruciaal zijn, maar niet in het landelijk stelsel worden geregistreerd. In relatie tot de invoering van de GBA is hier van belang om goed te onderkennen dat het gegevensmodel van het RSGB gebaseerd is op LO4!!!!!!! waarover verderop meer.
  • Kernbasisregistraties De term ‘kernbasisregistratie’ is een door gemeenten gekozen naam voor de groep van basisregistraties, omdat deze registraties het fundament (harde kern) zijn onder het stelsel van basisregistraties. Deze kernbasisregistraties moeten permanent met extra zorg en aandacht worden omgeven . Zij bevatten basisgegevens die vrijwel altijd bij het oplossen van bestuurlijke vraagstukken nodig zijn en bovendien ook op grote schaal door andere basisregistraties worden gebruikt. De kern van het stelsel 1. de gegevens van onroerende zaken (BRK: basisregistratie Kadaster), 2. ruimtelijke objectgegevens (GBKN: grootschalige basiskaart en BRT: kleinschalige topografische kaart), 3. persoonsgegevens (GBA : gemeentelijke basisadministratie), 4. niet-natuurlijke persoonsgegevens (BR-NHR: nieuw handels register), 5. gebouwgegevens (BGR: ba-sisgebouwen register) en 6. adresgegevens (BRA: basisregistratie adressen). De basisregistraties waarvan de gemeente de bronhouder is zijn onderstreept. De gemeenten zijn dus bronhouder van 4 kernbasisregistraties. Een bronhouder moet zijn basisregistratie: a.) opzetten en actueel onderhouden in termen van het verzamelen, bewerken, registreren en verstrekken van gegevens; b.) onderhouden van een register met brondocumenten c.) verstrekken aan de landelijke voorziening d.) afhandelen van klachten, foutmeldingen en verzoeken over basisregistratie. Kwaliteitsbewaking De basisregistraties worden (periodiek) gecontroleerd of zij op de juiste wijze actueel worden onderhouden. Er zijn twee controlemogelijkheden: 1.) door middel van audits en 2.) aan de hand van terugmelding van vermeende fouten. OFELON GROEP 4 december 2008 Workshop GBA als Basisregistratie
  • OFELON GROEP Workshop GBA als Basisregistratie Unieke identificaties Elke basisregistratie bevat een ‘object van registratie’. Dat object krijgt een unieke identificatiecode. De unieke identificatiecode van drie posities, een korte omschrijving van deze code en de verkorte naam van basisregistratie waar deze code betrekking op heeft. Onderstaand een beschrijving van de relaties tussen de zes: 1. Relatie tussen verblijfobject en adres Deze relatie wordt gelegd door het identificerende gegeven van het adresseerbaar object (code AON) te koppelen aan het identificerend gegeven van het adres (code INA) Deze koppeling wordt gelegd en actueel onderhouden door gemeenten. 2. Relatie tussen bedrijf/instelling en verblijfsobject Deze relatie wordt gelegd door het identificerend gegeven van het bedrijf (code KVK) te koppelen aan het identificerend gegeven van het adresseerbare object (code AON). Deze relatie wordt de eerste keer door de notaris (in notariële stukken) gelegd en daarna actueel onderhouden door de Kamers van Koophandel. 3. Relatie tussen natuurlijke persoon en verblijfsobject Deze relatie wordt gelegd door het identificerend gegeven van een persoon (code BSN) te koppelen aan het identificerend gegeven van het adresseerbaar object (code AON). Deze relatie wordt door de gemeente gelegd en daarna ook actueel onderhouden. 4. Relatie tussen natuurlijk persoon en kadastraal perceel Deze relatie wordt gelegd door het identificerend gegeven van een persoon (code BSN) te koppelen aan het identificerend gegeven van een kadastraal perceel (code KPN). Deze koppeling wordt de eerste keer gelegd door het notariaat (in de notariële stukken) en daarna actueel onderhouden door het Kadaster. 5. Relatie tussen natuurlijk persoon en bedrijf/instelling Deze relatie wordt gelegd door het identificerend gegeven van een persoon (code BSN) te koppelen aan het identificerend gegeven van een bedrijf/instelling (code KVK). Deze koppeling wordt de eerste keer gelegd door de notaris (in de notariële stukken) en daarna actueel onderhouden door de Kamer van Koophandel. 6.Relatie tussen bedrijf/instelling en kadastraal perceel Deze relatie wordt gelegd door het identificerend gegeven van een bedrijf/instelling (code KVK) te koppelen aan het identificerend gegeven van een kadastraal perceel (code KPN). Deze koppeling wordt de eerste keer door de notaris (in de notariële stukken) gelegd en wordt daarna actueel onderhouden door het Kadaster. 7. Relatie tussen kadastraal perceel en grootschalig topografisch object Deze relatie wordt gelegd door het identificerend gegeven van een kadastraal perceel (code KPN) langs geometrische weg te koppelen aan het identificerend gegeven van een ruimtelijk object (code IOR). Deze koppeling wordt gelegd en actueel onderhouden door het Kadaster. 8. Relatie tussen grootschalig topografisch object en gebouw Deze relatie wordt gelegd door het identificerend gegeven van het ruimtelijk object code (IOR) al dan niet via geometrische weg te koppelen aan het identificerend gegeven van het adresseerbaar object (code AON). Deze koppeling wordt gelegd en actueel onderhouden door de gemeenten. 9. Relatie tussen kadastraal perceel en verblijfsobject/pand Deze relatie wordt gelegd door het identificerend gegeven van het kadastraal perceel (code KPN) te koppelen aan het identificerend gegeven van het adresseerbaar object (code AON). Deze relatie wordt de eerste keer door de notaris gelegd (in notariële stukken) en daarna, vooralsnog, actueel onderhouden door het Kadaster.
  • OFELON GROEP 4 december 2008 Workshop GBA als Basisregistratie
  • OFELON GROEP 4 december 2008 Workshop GBA als Basisregistratie De overheid wil een betere dienstverlening en betere handhaving van beleidsuitvoering, daarvoor zijn diverse aanpassingen in de gegevenshuishouding van de overheid noodzakelijk. Dit heeft in 1998 geleid tot het opzetten van het programma Stroomlijning Basisgegevens. De algemene doelstelling van het programma is een verbetering van de gegevenshuishouding binnen de overheid door een impuls te geven aan de totstandkoming van een stelsel van zogenaamde «basisregistraties met authentieke gegevens». Hiermee wordt beoogd te komen tot een eenmalige inwinning van gegevens en het hergebruik van deze gegevens door de overheid, onder het motto de overheid vraagt niet naar de bekende weg. Een basisregistratie met authentieke gegevens is gedefinieerd als «een kwalitatief hoogwaardig en met expliciete garanties voor de borging van die kwaliteit omkleed bestand van, gezien het geheel van wettelijke taken, vitale en/of veelvuldig en om uiteenlopende redenen benodigde gegevens over personen, instellingen, zaken, verrichtingen of gebeurtenissen, dat bij wet als de enig officieel erkende registratie voor de betreffende gegevens is aangemerkt en dat in het gehele land verplicht wordt gebruikt door alle overheidsinstanties, alsook zo mogelijk door private organisaties, tenzij dat gebruik om zwaarwegende redenen expliciet is uitgesloten» (Kamerstukken II 2001/02, 26 387, nr. 11). In 2003 zijn door het kabinet de kenmerken van en de eisen waaraan een basisregistratie moet voldoen opgesteld. De BAG voldoet geheel aan deze eisen. Naast deze specifieke eisen die aan basisregistraties worden gesteld, gelden ten aanzien van registraties in zijn algemeenheid eisen betreffende beveiliging, bescherming van persoonsgegevens, aansluiting op een netwerk voor elektronisch berichtenverkeer en dergelijke. Enkele basisregistraties met authentieke gegevens kenmerken zich door een groot aantal hergebruikende partijen afkomstig uit verschillende sectoren. Dit zijn de registraties van objecten die fundamenteel geacht worden voor de inrichting van het stelsel, omdat zij een duurzame relatie met de overheid hebben en de overheid kennis moet hebben van deze objecten om het land te kunnen besturen. Het gaat hierbij om basisregistraties ten aanzien van natuurlijke personen, rechtspersonen en ondernemingen, kleinschalige topografische kaarten, kadastrale percelen, panden en verblijfsobjecten en adressen. Aanleiding tot het wetsvoorstel Stroomlijning Basisgegevens maandag 27 juli 2009
  • Beschrijving algemeen deel memorie van toelichting In het algemeen deel van de memorie van toelichting worden allereerst, de verantwoordelijkheden met betrekking tot de basisregistraties adressen en gebouwen geschetst, alsmede de op basis daarvan gedachte beheerstructuur. Vervolgens wordt in de hoofdstukken 3, 4 en 5 ingegaan op de inhoudelijke aspecten van beide basisregistraties, zoals de definiëring van registreerbare objecten en het adresbegrip, de methode van registratie en de relatie met andere basisregistraties. In hoofdstuk 6 wordt beschreven hoe de belangrijke principes van verplicht gebruik van de basisregistraties en van eenmalige inwinning van gegevens in het wetsvoorstel zijn geregeld. Voorts wordt onder meer aandacht besteed aan de op afnemers rustende plicht tot terugmelden aan burgemeester en wethouders van vermoede onjuistheden in de adressen- of gebouwenregistratie. Rechten van burgers, met betrekking tot de inhoud van de registratie, worden besproken in hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 handelt over instrumenten van toezicht op de registratiehouders. Tenslotte worden in hoofdstuk 9 de gevolgen van het wetsvoorstel beschreven en in hoofdstuk 10 is aangegeven welke instanties bij de totstandkoming van het wetsvoorstel zijn betrokken.
  • Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. adres: door het bevoegde gemeentelijke orgaan aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats; b. adressenregister: gemeentelijk register dat brondocumenten met betrekking tot woonplaatsen, openbare ruimten en nummeraanduidingen en feitelijk gebruik van een benaming of aanduiding als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, bevat; c. adressenregistratie: gemeentelijke registratie van alle woonplaatsen, openbare ruimten en nummeraanduidingen en feitelijk gebruik van een benaming of aanduiding als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, op het grondgebied van de gemeente; d. authentiek gegeven: in een basisregistratie opgenomen gegeven dat bij of krachtens de wet als authentiek is aangemerkt; e. basisregistratie: verzameling gegevens waarvan bij wet is bepaald dat deze een basisregistratie vormt; f. brondocument: document waarin rechtsfeiten en andere voor de registraties relevante feiten zijn neergelegd; g. Dienst: Dienst voor het kadaster en de openbare registers, genoemd in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster; h. gebouwenregister: gemeentelijk register dat brondocumenten met betrekking tot panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen en feitelijk gebruik van een terrein of plaats in het water als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 2° respectievelijk 3°, bevat; i. gebouwenregistratie: gemeentelijke registratie van alle panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen en feitelijk gebruik van een terrein of plaats in het water als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 2° respectievelijk 3°, op het grondgebied van de gemeente; j. landelijke voorziening: landelijke voorziening als bedoeld in artikel 26; k. ligplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen plaats in het water al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig; l. nummeraanduiding: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats; m.Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; n. openbare ruimte: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen; o. pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundigconstructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; p. standplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte; q. verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is; r. woonplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen gedeelte van het grondgebied van de gemeenteen van een naam voorzien.
  • Artikel 2 In iedere gemeente komt een basisregistratie adressen en een basisregistratie gebouwen. Beide basisregistraties bestaan uit een register en een geautomatiseerde registratie. In het register worden de brondocumenten ingeschreven die ten grondslag liggen aan de in de daaraan gekoppelde registratie opgenomen gegevens. De basisregistratie adressen en de basisregistratie gebouwen worden belegd bij de gemeenten omdat hiermee op een maximale wijze invulling wordt gegeven aan het begrip bronbeheer, zoals dat een van de uitgangspunten is binnen het overheidsbeleid ten aanzien van informatievoorziening in de afgelopen decennia. Gemeenten zijn namelijk de belangrijkste bron van besluiten die ten grondslag liggen aan de opneming of wijziging van gegevens over objecten in de basisregistratie adressen (woonplaatsbesluiten, straatnaambesluiten en huisnummerbesluiten) en de basisregistratie gebouwen (bouwvergunningen en besluiten tot het benoemen van standplaatsen en ligplaatsen).
  • Artikel 3 Het doel van de basisregistraties adressen en gebouwen is het aan eenieder beschikbaar stellen van de in die basisregistraties op grond van de voorgestelde Wet basisregistraties adressen en gebouwen beschikbare gegevens over adressen en gebouwen. Voor het goed kunnen vervullen van publiekrechtelijke taken is het voor bestuursorganen bijvoorbeeld essentieel dat zij kunnen beschikken over betrouwbare gegevens. De basisregistraties adressen en gebouwen zullen de betrouwbare algemene gegevens over adressen en gebouwen bevatten. De doelomschrijving in dit artikel is onder andere van belang voor de toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp). Zoals in hoofdstuk 7 van het algemeen deel van de memorie van toelichting is aangegeven kunnen de in de basisregistraties opgenomen gegevens in principe niet worden gekwalificeerd als persoonsgegevens. Omdat de in de basisregistraties opgenomen gegevens in de handen van afnemers «van kleur kunnen verschieten» tot persoonsgegevens is in dit wetsvoorstel een aantal bepalingen opgenomen terzake. De bepalingen vloeien voort uit het beginsel van doelbinding. Op grond van dit beginsel dienen persoonsgegevens te worden verkregen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden en dienen zij vervolgens niet te worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met die doeleinden. Voor een wettelijke regeling van een openbaar register brengt het beginsel met zich mee dat die regeling een welbepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doeleinde dient te bevatten. Vervolgens dient de wijze waarop gegevens worden verstrekt overeen te stemmen met dit doeleinde. De doelspecificatie zoals opgenomen in artikel 3 van het wetsvoorstel biedt de vereiste doelomschrijving. Aanleiding tot het wetsvoorstel
  • 7.1 Bescherming van persoonsgegevens De in de basisregistraties adressen en gebouwen opgenomen gegevens met betrekking tot adressen en gebouwen zijn in principe niet te kwalificeren als persoonsgegevens in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens, aangezien deze gegevens op zichzelf niet zijn te herleiden tot identificeerbare personen. Bij gebruik door afnemers zal echter veelal koppeling met andere gegevens plaatsvinden, waarmee de gegevens uit de basisregistraties adressen en gebouwen alsnog als persoonsgegevens zijn aan te merken. (red: ook interne afnemers zijn, overeenkomstig de GBA-wetgeving, aan te merken als afnemers in de zin van deze wet). Degene die de gegevens verstrekt, zal zich met het oog daarop moeten afvragen of de gegevens in de handen van de afnemer moeten worden aangemerkt als gegevens die herleidbaar zijn tot een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon. Indien de verstrekker ervan uit mag gaan dat de afnemer de gegevens in combinatie met andere gegevens kan herleiden tot een natuurlijk persoon, kan namelijk – op grond van de geschiedenis van totstandkoming van de Wet bescherming persoonsgegevens (Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 48–49) – worden gesteld dat de gegevens «van kleur verschieten» en in dat geval wél als persoonsgegevens zouden moeten worden aangemerkt. De verstrekker (red: B&W) is dan, aangezien verstrekking van gegevens een vorm van verwerken is, voor deze gegevens in beginsel als verantwoordelijke in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens aan te merken en deze moet dan voor deze gegevens aan de verplichtingen van die wet voldoen. Het wetsvoorstel regelt in dit verband de zogeheten doelbinding voor verwerking van adressen- en gebouwengegevens. Aangezien de basisregistraties adressen en gebouwen openbaar zijn, behoeft er voor eventuele betrokkenen geen afzonderlijk recht te bestaan om inzage te hebben in hun betreffende persoonsgegevens (daargelaten dat de basisregistraties adressen en gebouwen geen eigenlijke persoonsgegevens bevatten en daarmee niet steeds eenvoudig kan worden vastgesteld wie betrokkene is). Om die reden is bepaald dat artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens niet van toepassing is. Voor de mogelijkheid van verzoeken om correctie van in de registraties opgenomen gegevens bevat het wetsvoorstel een eigen regeling. Bijgevolg is evenmin het in artikel 36 van de Wet bescherming persoonsgegevens geregelde inzake het correctierecht van toepassing. Overigens wordt er vanuit gegaan dat voor de verstrekker van gegevens in elk geval – op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel – een waarschuwingsplicht geldt. De verstrekker moet de afnemer ervan op de hoogte stellen dat indien de gegevens uit de basisregistraties adressen en gebouwen – al dan niet in combinatie met andere gegevens – kunnen worden herleid tot een natuurlijk persoon, daarmee sprake is van een verwerking van persoonsgegevens en dat deze verwerking onderworpen is aan de daarvoor geldende normen die uit de wetgeving voortvloeien.
  • Artikel 4 eerste lid Om iedere onduidelijkheid weg te nemen over de vraag wie er op grond van de Wbp verantwoordelijk is voor de gegevens die in de basisregistraties zijn opgenomen worden in dit artikel burgemeester en wethouders respectievelijk het bestuur van de Dienst aangemerkt als Verantwoordelijke. Omdat zowel door burgemeester en wethouders als door de Dienst aan eenieder inzage wordt verleend in de gegevens en die gegevens worden geleverd aan bestuursorganen worden zowel burgemeester en wethouders als het bestuur van de Dienst aangemerkt als verantwoordelijke. tweede lid Artikel 35 van de Wbp bevat een informatierecht voor diegenen over wie persoonsgegevens worden gehouden in een registratie. Dit artikel wordt in het wetsvoorstel niet van toepassing verklaard, omdat de basisregistraties adressen en gebouwen naar hun aard openbaar zijn. Zo er al persoonsgegevens zijn opgenomen in de basisregistraties adressen en gebouwen is het niet nodig en voor burgemeester en wethouders onredelijk bezwarend om een apart informatierecht op te nemen. derde lid De Wbp legt beperkingen op aan houders van persoonsgegevens ten aanzien van het verstrekken van dergelijke gegevens aan derden. In hetvoorgestelde derde lid wordt bepaald dat indien gegevens uit de basisregistraties adressen en gebouwen kunnen worden herleid tot een natuurlijk persoon de verstrekking van die gegevens aan dezelfde eisen is gebonden als het verstrekken van persoonsgegevens volgens de Wbp.
  • Artikel 5 Met deze bepaling wordt voorkomen dat ten aanzien van militaire objecten gegevens in de registratie worden opgenomen terwijl dit niet wenselijk is. Normale kantoorruimten en (delen van) kazernes die aan de openbare weg liggen, vallen in beginsel niet onder deze uitzondering. Het gaat uitsluitend om die objecten die wel in aanmerking zouden komen voor registratie, maar waarvan de Minister van Defensie aangeeft dat registratie niet wenselijk is.
  • Artikel 6 Om het samenstel van de basisregistraties adressen en gebouwen te kunnen laten functioneren is het noodzakelijk dat in alle gemeenten de in dit voorgestelde artikel genoemde besluiten worden genomen. Zonder dergelijke besluiten kan de noodzakelijke landelijke uniformiteit van de inhoud van de basisregistratie niet gewaarborgd zijn. Het grondgebied van de gemeente waarop een object is gelegen is bepalend voor de vraag binnen welke gemeente een object wordt geregistreerd. In die gevallen dat een pand of verblijfsobject is gelegen op de grens van twee of meer gemeenten, wordt het betreffende pand of verblijfsobject geregistreerd in die gemeente op wier grondgebied het grootste gedeelte van het pand is gelegen. De taak om deze besluiten te nemen wordt neergelegd bij de gemeenteraad. De gemeenteraad kan deze bevoegdheden desgewenst delegeren aan bijvoorbeeld burgemeester en wethouders (artikel 156 van de Gemeentewet). derde lid Om de uniformiteit te waarborgen is het noodzakelijk regels te geven omtrent de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen enligplaatsen. Door de grote variëteit aan bouwvormen die er bestaan is het namelijk onmogelijk om een sluitende definitie op te stellen van de genoemde begrippen. Door middel van een objectenhandboek kan daarom voor meervoudig voorkomende bouwvormen worden aangegeven hoe de feitelijke afbakening moet plaatsvinden. In een dergelijk objectenhandboek wordt bijvoorbeeld vastgelegd dat een eengezinswoning in rijtjesbouw dient te worden aangemerkt als één pand waarbinnen éé verblijfsobject is gelegen. Een flatgebouw bestaande uit galerijen met meerdere woningen, wordt bijvoorbeeld aangeduid als één pand waarbinnen elke woning wordt aangemerkt als 鳬 n verblijfsobject. In het voorgestelde derde lid wordt voorzien in de grondslag om die regels bij algemene maatregel van bestuur te geven. De afbakening en benoeming van de objecten is overigens een administratief proces, dat volledig losstaat van de feitelijk bestaande eigendoms- en gebruiksverhoudingen ten aanzien van een object.
  • Artikel 7 Om de geometrie (kaartmateriaal) van panden of verblijfsobjecten in de gebouwenregistratie te kunnen opnemen, zullen metingen gedaan moeten worden. Omdat de metingen de nodige inspanningen met zich meebrengen, wordt voorgesteld de termijn voor opneming van deze geometrie in de gebouwenregistratie zes maanden na het gereedkomen van het pand of verblijfsobject – bijvoorbeeld de oplevering van een huis of kantoorpand – of na de realisatie van een wijziging – bijvoorbeeld de aanbouw van een serre – te laten zijn. Deze bepaling sluit in belangrijke mate aan op de reeds bestaande praktijk van mutatiesignalering door gemeenten ten behoeve van de vervaardiging van de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN). Gemeenten kunnen de werkzaamheden in het kader van dit artikel dan ook in dat verband uitvoeren. Nieuw ten opzichte van de bestaande praktijk is dat in dit artikel expliciet de verantwoordelijkheid voor het beschikbaar komen van de geometrie en de opneming daarvan in de gebouwenregistratie aan burgemeester en wethouderswordt opgedragen. Hiermee wordt recht gedaan aan de in het algemeen deel van de memorie van toelichting beschreven objectbenadering die centraal staat binnen de in dit wetsvoorstel beschreven registraties. Om duidelijkheid te verschaffen aan de afnemers van de registratie omtrent de kwaliteit van de geometrie is bovendien expliciet een termijn gesteld voor inmeting en opneming van de gegevens. De termijn van zes maanden is de uiterste termijn. Het verdient de voorkeur inmeting en opneming in de registratie zo snel als redelijkerwijs mogelijk is, te doen plaatsvinden. Aan het verstrijken van de genoemde termijn zijn overigens geen rechtsgevolgen verbonden.
  • 8.2 Handhaving In de wet is geen instrumentarium opgenomen voor handhaving van het verplichte gebruik van authentieke gegevens door bestuursorganen en de terugmeldplicht. Toezicht en sancties op het niet naleven van dergelijke verplichtingen zijn niet gebruikelijk in de bestuurlijke verhoudingen. Bovendien voorziet het stelsel van basisregistraties in feite in zijn eigen naleving, doordat afnemers van de basisregistraties alle belang hebben bij juiste gegevens en daarom bereid zullen zijn om eventuele onjuistheden terug te melden aan de registratiehouders. Voorts zal naar verwachting het gebruik van de basisregistratie voor publiekrechtelijk handelen, als zorgvuldigheidsnorm een rol gaan spelen bij rechterlijke toetsing van dat handelen. Gezien het grote belang van goed functionerende basisregistraties adressen en gebouwen zal de Minister van VROM de nodige voorzieningen kunnen treffen indien burgemeester en wethouders in ernstige mate tekort schieten. Van zodanige situatie kan bijvoorbeeld sprake zijn indien basale processen in het kader van de publieke taakuitoefening door het ontbreken van een (bruikbare) registratie slechts kunnen worden uitgevoerd met voor elk besluit of elke handeling herhaalde opvraging van in de basisregistraties adressen en gebouwen thuishorende gegevens bij burgers en bedrijven. In dit verband kunnen ook de nader uit te werken kwaliteitseisen voor aansluiting op de landelijke voorziening een rol spelen.
  • Artikel 8 Om de geometrie, bedoeld in artikel 7 van het wetsvoorstel, te kunnen opnemen, zullen metingen gedaan moeten worden. Die metingen zullen soms ook gedaan moeten worden op privé-terrein. Daartoe is het nodig dat de ambtenaren die die metingen doen de bevoegdheid hebben om die terreinen te betreden, ook als de rechthebbende niet wenst mee te werken. Dit artikel voorziet daarin. De inhoud van de bepalingen is gelijk aan hetgeen de Kadasterwet regelt voor metingen in het kader van de uitvoering van die wet. De Wet bescherming staatsgeheimen is uiteraard onverkort van toepassing ten aanzien van het in dit artikel bepaalde
  • 4.2 De registers Het adressen- respectievelijk gebouwenregister is een verzameling volgtijdelijk verwerkte authentieke documenten , al dan niet in geautomatiseerde vorm, waarin rechtsfeiten en andere relevante feiten zijn neergelegd, die ten grondslag liggen aan in de adressen- respectievelijk de gebouwenregistratie opgenomen gegevens. Onder authentieke documenten worden daarbij zowel originele rechtsgeldige documenten als gewaarmerkte kopieën van dergelijke documenten verstaan. Het register behoeft geen daadwerkelijk fysiek afzonderlijk register te zijn. Als bronregister kan ook (een deel van) een bestaand archief of register worden aangewezen. Da t register of archief dient dan wel t e voldoen aan alle eisen die worden gesteld aan een adressen- respectievelijk gebouwenregister, zoals eisen ten aanzien van unieke nummering, toegankelijkheid en ontsluiting van de daarin aanwezige documenten. (red: de Regeling Basis Gebouwen Registratie (2006) Versie 4.0 (februari 2006) bevat de nadere uitwerking van bedoelde eisen) Om de inhoud van het register eenduidig te definiëren worden beperkingen gesteld aan de soorten documenten die in het register worden ingeschreven en daarmee als brondocument dienen. Een limitatieve opsomming zal bij algemene maatregel van bestuur worden gegeven (zie artikel 10 van het wetsvoorstel). Het kan voorkomen dat een overheidsorganisatie daarnaast andere (authentieke) documenten betreffende een object in haar gegevensverzameling heeft. Deze documenten kunnen dan geen deel uitmaken van het adressenrespectievelijk gebouwenregister en zijn geen brondocument voor de respectieve registraties. Inschrijfbare documenten in gebouwenregister genoemd in de Regeling BGR (2006) : a. Bouwvergunning ex art. 40 Woningwet; b. Lichte bouwvergunning ex art. 43 Woningwet; c. Melding bouwwerk ex art. 42 Woningwet, zoals deze van toepassing was tot 1 januari 2003; d. Melding start bouw van een bouwwerk; e. Gereedmelding van de bouw van een bouwwerk; f. Onbewoonbaar verklaring ex art. 29 Woningwet; g. Sloopvergunning ingevolge een gemeentelijke bouwverordening; h. Vergunning woningonttrekking ingevolge de Huisvestingswet; i. Vergunning woningsamenvoeging ingevolge de Huisvestingswet; j. Vergunning woningsplitsing ex art. 56a Woningwet 1962; k. Woonvergunning ex art. 60 Woningwet; l. Gebruiksvergunning verleend ingevolge een gemeentelijke verordening; m. Proces verbaal van bevindingen opgesteld door een daartoe door de houder als zodanig aangewezen inspecteur, belast met het in het terrein constateren van mutaties die gevolgen hebben voor de gegevens die zijn vastgelegd in de gebouwenregistratie; n. Documenten opgesteld door een daartoe door de houder als zodanig aangewezen ambtenaar, waarin ambtshalve correcties zijn opgenomen; o. Grootschalig kaartmateriaal waarop een geometrische weergave van het object is aangebracht op een ondergrond waarin punten zijn opgenomen in het stelsel van Rijksdriehoeksmeting; p. Rechterlijke uitspraken die hebben geleid tot vernietiging van vergunningen, besluiten en documenten als bedoeld onder sub a. tot en met sub n.
  • Artikel 9 De registers vormen de onderlegger van de registraties. De in de registraties opgenomen gegevens moeten herleidbaar zijn tot een of meer in de registers opgenomen brondocumenten. Als er twijfel ontstaat over een gegeven in een registratie, moeten burgemeester en wethouders de brondocumenten kunnen raadplegen teneinde uitsluitsel te kunnen geven over het betrokken gegeven. Hoewel de registers naar verwachting niet veel vuldig geraadpleegd zullen hoeven te worden, moeten ze wel voor raadpleging beschikbaar zijn.
  • Fase III 1.. Uitrol van de TMV 2. Monitoring invoering 3. evaluatie, rapportage en afsluiting project. 4. Overdracht beheer van de voorzieningen aan de verantwoordelijke informatiebeheerder. Burgerzaken is verantwoordelijk voor de invoering van de GBA als binnengemeentelijke basisregistratie. Dit brengt mee dat de informatiebeheerder op de hoogte dient te blijven van de voortgang van deze invoering. De informatiebeheerder zal vervolgens, naar analogie van, respectievelijk conform, de GBA audit-eisen management en bestuur informeren over de voortgang en het gebruik van de GBA, zodat zij zo nodig kunnen bijsturen. Voor wat betreft de monitoring kan worden aangesloten bij de beschrijving van de fasen van de invoering. Mogelijke ijkmomenten voor deze monitoring zijn onder meer: 1. Het moment waarop de gemeenten als afnemer over een GABA-aansluiting beschikt. 2. Realisering van een aansluiting op GBA-V. 3. Realisering van een aansluiting op de TMV. 4. Oplevering project.
  • Artikel 10 eerste lid Als brondocument kunnen onder meer dienen: straatnaambesluiten, bouwvergunningen en besluiten tot aanwijzing van stand- of ligplaatsen alsmede processen-verbaal. Kenmerkend voor brondocumenten is in elk geval dat ze aan bepaalde formele vereisten voldoen, zoals vaststelling door een bevoegd orgaan. Omwille van eenduidige definitie van de inhoud van het register, is echter tevens nodig dat door limitatieve opsomming beperkingen worden gesteld aan de soorten documenten die als brondocument dienen. Voorgesteld wordt om de brondocumenten die aan de adressenregistratie en de gebouwenregistratie ten grondslag kunnen liggen, behoudens het in het artikel genoemde proces-verbaal, aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur. Door de brondocumenten bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, kan betrekkelijk eenvoudig worden ingespeeld op bijvoorbeeld nieuwe of wijzigingen in bestaande vergunning- of ontheffingstelsels. tweede lid De in dit lid neergelegde verplichting houdt in dat burgemeester en wethouders ieder brondocument, bijvoorbeeld een straatnaambesluit in geval van een nieuw aangelegde straat, inschrijven in de registers. Voor de bij de inwerkingtreding van de voorgestelde Wet basisregistraties adressen en gebouwen reeds bestaande brondocumenten zal bij invoeringswetgeving de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden ingeschreven worden vastgelegd.
  • Artikelen 7 en 8 In de artikelen 7 en 8 van het besluit worden, ter uitvoering van artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet, brondocumenten aangewezen die in het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister moeten worden ingeschreven. Zoals in paragraaf 2.2 van het algemeen deel van deze toelichting reeds is uiteengezet, gaat het hier om documenten waarin bij uitstek de relevante feiten zijn neergelegd die ten grondslag liggen aan de in de adressenregistratie en de gebouwenregistratie op te nemen gegevens. Het betreft hier geen uitputtende opsomming; naast de in de artikelen 7 en 8 van het besluit aangewezen documenten zijn in de artikelen 10, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en 45b van de wet zelf respectievelijk een proces-verbaal van constatering van een aantal voor de basisregistraties adressen en gebouwen van belang zijnde feitelijke situaties alsmede de zogenoemde formaliseringsbeslissing als brondocument aangewezen. Artikel 7 Artikel 7 van het besluit heeft betrekking op de aanwijzing van brondocumenten die in het adressenregister moeten worden ingeschreven. In de onderdelen a tot en met c van dit artikel zijn als brondocument aangewezen respectievelijk een beslissing tot indeling van het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen, alsmede de wijziging of intrekking daarvan, een beslissing tot vaststelling van een openbare ruimte, alsmede de wijziging of intrekking daarvan, en een beslissing tot toekenning van een nummeraanduiding, alsmede de wijziging of intrekking daarvan. Woonplaats, openbare ruimte en nummeraan-duiding zijn de drie objecttypen die in de adressenregistratie worden geregistreerd. De grondslag voor het nemen van de hiervoor genoemde beslissingen is vervat in artikel 6, eerste lid, van de wet. Op grond van artikel 21, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de wet moet als niet-authentiek gegeven met betrekking tot een nummeraanduiding de daaraan toegekende postcode in de adressenregistratie worden opgenomen. Om die reden is in artikel 7, onderdeel d, van het besluit als brondocument aangewezen een document waaruit blijkt welke postcode door de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van postcodes is toegekend aan een nummeraanduiding. Artikel 7, onderdeel e, van het besluit wijst als brondocument aan een rechterlijke uitspraak strekkende tot vernietiging, herroeping, intrekking of wijziging van een in het adressenregister ingeschreven brondocument. Op grond van artikel 12, aanhef en onderdeel b, van de wet dient een in een brondocument opgenomen uitspraak binnen vier werkdagen na het onherroepelijk worden van die uitspraak in het adressenregister te worden ingeschreven. Eerst met het onherroepelijk worden van de uitspraak in de situaties als in artikel 7, onderdeel e, van het besluit omschreven is immers de geldigheid van de uit het brondocument waarop de uitspraak betrekking heeft voortvloeiende gegevens definitief beëindigd.
  • Artikel 7 (vervolg) Artikel 7, onderdeel f, onder 1° en 2°, van het besluit wijst als brondocument een tweetal ambtelijke verklaringen aan. Op de achtergrond daarvan is in paragraaf 2.2 van het algemeen deel van deze toelichting reeds ingegaan. In de eerste plaats betreft het hier een schriftelijke verklaring van een daartoe aangewezen ambtenaar, strekkende tot een ambtshalve correctie van een of meer op grond van een ander brondocument in de adressenregistratie opgenomen gegevens. Gedoeld wordt hier op een verklaring waarmee een typefout kan worden hersteld, bijvoorbeeld als «Hofdstraat» in plaats van «Hoofdstraat» in de adressenregistratie is ingevoerd. Verder gaat het hier om een schriftelijke verklaring van een daartoe aangewezen ambtenaar, strekkende tot een wijziging of opneming in het belang van een goede registratie van een of meer gegevens in de adressenregistratie die niet voortvloeit uit een ander brondocument. Het betreft hier een restcategorie van gevallen. In de praktijk kunnen zich situaties voordoen waarin in het belang van een goede registratie wijziging of opneming van een of meer gegevens in de adressenregistratie wenselijk is, terwijl daarvoor een brondocument ontbreekt. Dit kan met name aan de orde zijn bij procesgegevens; voor de wijziging of opneming van een gegeven met betrekking tot de feitelijke situatie zal in beginsel altijd een brondocument voorhanden zijn. Een voorbeeld van een dergelijk procesgegeven is de aanduiding dat de opneming van een object in de adressenregistratie is gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet. Indien uit onderzoek is gebleken dat voor het desbetreffende object inderdaad geen regulier brondocument voorhanden is, en dit er, omdat geen nadere besluitvorming is vereist, ook niet zal komen, is het raadzaam om voornoemde aanduiding niet langer geldig te laten zijn, omdat hierdoor de in artikel 35, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de wet vervatte uitzondering op de verplichting tot gebruik van de gegevens met betrekking tot het object wordt opgeheven. Een in te schrijven brondocument waarmee dit kan worden bewerkstelligd, is er echter niet. In zo’n situatie kan worden gebruikgemaakt van een ambtelijke verklaring als hier bedoeld.
  • Artikel 8 Artikel 8 van het besluit heeft betrekking op de aanwijzing van brondocumenten die in het gebouwenregister moeten worden ingeschreven. In de onderdelen a tot en met d van dit artikel is een aantal documenten als brondocument aangewezen die van belang zijn voor de met betrekking tot een pand of verblijfsobject in de gebouwenregistratie op te nemen gegevens. Het betreft hier respectievelijk een beslissing tot verlening van een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming voor het bouwen, veranderen of slopen van een pand of verblijfsobject, alsmede de wijziging of intrekking daarvan, een schriftelijke reactie van een bestuursorgaan naar aanleiding van een melding of kennisgeving waardoor het vereiste van een vergunning of toestemming voor het bouwen, veranderen of slopen van een pand of verblijfsobject wordt opgeheven, een schriftelijke melding of kennisgeving van de aanvang en het gereedkomen van bouw- of sloopwerkzaamheden met betrekking tot een pand of verblijfsobject, en een beslissing tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, of 33 van de Huisvestingswet, alsmede de wijziging of intrekking daarvan. Bij dit laatste onderdeel betreft het respectievelijk een vergunning om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, een vergunning om een woonruimte met andere woonruimte samen te voegen, een vergunning om een woonruimte van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten en een vergunning tot het splitsen van een gebouw in appartementsrechten die de bevoegdheid tot het gebruik van een of meer gedeelten van dat gebouw als woonruimte omvatten. Artikel 8, onderdelen e en f, van het besluit wijst respectievelijk een beslissing tot vaststelling van een standplaats, alsmede de wijziging of intrekking daarvan, en een beslissing tot vaststelling van een ligplaats, alsmede de wijziging of intrekking daarvan, als brondocument aan. Standplaats en ligplaats zijn de twee objecttypen die naast de objecttypen pand en verblijfsobject in de gebouwenregistratie worden geregistreerd. De grondslag voor het nemen van de hiervoor genoemde beslissingen is vervat in artikel 6, tweede lid, van de wet. Een pand of verblijfsobject wordt als zodanig niet bij een beslissing van het bevoegd gezag vastgesteld. De aanwezigheid van een pand of verblijfsobject kan voortvloeien uit een bouwvergunning, maar het kan ook gaan om een bouwvergunningsvrij of een illegaal gebouwd object. Artikel 8, onderdeel g, van het besluit wijst als brondocument aan een document waarin de geometrie van een pand of verblijfsobject is vastgelegd in overeenstemming met de krachtens artikel 17, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de wet gegeven definitie van het desbetreffende gegeven. De geometrie van een pand en verblijfsobject moet op grond van artikel 22, eerste lid, aanhef en onderdeel b, respectievelijk artikel 23, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de wet in de gebouwenregistratie worden opgenomen. Teneinde dit mogelijk te maken dient die geometrie in overeenstemming met de krachtens artikel 17, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de wet bij ministeriële regeling gegeven definitie van dat gegeven te worden vastgelegd. Omdat, zoals hiervoor reeds vermeld, een pand of verblijfsobject, anders dan een woonplaats, standplaats of ligplaats, niet als zodanig bij een beslissing van het bevoegd gezag wordt vastgesteld, moet het vastleggen van de geometrie bij een afzonderlijk document gebeuren. Dit betreft het in artikel 8, onderdeel g, van het besluit bedoelde document. Op grond van artikel 7 van de wet geldt een termijn van maximaal zes maanden nadat een pand respectievelijk verblijfsobject gereed is gekomen dan wel een wijziging daarvan is gerealiseerd om de definitieve geometrie van panden en verblijfsobjecten in de gebouwenregistratie op te nemen. Deze termijn biedt de ruimte om ten aanzien van de verschillende panden en verblijfsobjecten die in een periode van zes maanden moeten worden ingemeten één verzameldocument te maken. Dit document mag vanzelfsprekend ook de vorm hebben van een digitaal (meet)bestand. Indien sprake is van een verzameldocument als hiervoor bedoeld, moet dat document uiteraard wel de geometrie van elk pand of verblijfsobject afzonderlijk bevatten en kan niet worden volstaan met de geometrie van een heel huizenblok of reeks gebouwen weer te geven zonder dat de tussenscheiding tussen die huizen of gebouwen is ingetekend.
  • Artikel 11 eerste lid De voorschriften in dit artikel richten zich op het borgen van een aantal minimale inhoudelijke eisen aan de in het adressenrespectievelijk het gebouwenregister op te nemen brondocumenten. Deze eisen worden gesteld om de beheerder van de adressenregistratie en de gebouwenregistratie in de gelegenheid te stellen om zijn taak goed uit te oefenen. Hiertoe is het onder meer noodzakelijk om te kunnen beoordelen wat de betekenis van gegevens in een brondocument is ten behoeve van de registraties. Dit vraagt in ieder geval om inzicht in de rechtsgrond van een document en de datum waarop een in het brondocument opgenomen besluit is genomen. Om gegevens over de specifieke in de adressenregistratie en de gebouwenregistratie opgenomen objecten uit de brondocumenten te kunnen overnemen, kan het noodzakelijk blijken nadere eisen te stellen aan de inhoud van dergelijke brondocumenten. tweede lid In het voorgestelde tweede lid wordt voorzien in de bevoegdheid om die regels bij algemene maatregel van bestuur te geven. Om te kunnen vaststellen bij welk verblijfsobject een bepaalde nummeraanduiding behoort is het bijvoorbeeld wenselijk ten aanzien van een nummeraanduidingsbesluit de eis te stellen dat daaraan een kaartje van de positionering van het verblijfsobject is toegevoegd.
  • Artikel 12 Het adressenregister en het gebouwenregister vormen de onderlegger voor de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie. Met het oog op de betrouwbaarheid en de actualiteit van de adressenregistratie en de gebouwenregistratie is het van belang dat een brondocument zo spoedig mogelijk na de totstandkoming van dat bron- document in het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister wordt ingeschreven. De voorgestelde termijn waarbinnen een brondocument uiterlijk moet zijn ingeschreven bedraagt vier werkdagen na de inwerkingtreding van het in het brondocument opgenomen besluit, het onherroepelijk worden van de in het brondocument opgenomen uitspraak of de vaststelling van het brondocument, indien het brondocument geen besluit of uitspraak bevat. De voorgestelde termijn van vier werkdagen geeft burgemeester en wethouders voldoende tijd om de inschrijving te realiseren en is niet zo lang dat daar problemen van te verwachten zijn. Deze termijn is overigens een termijn van orde. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat het opnemen van een brondocument in het adressenregister of het gebouwenregister niet van invloed is op de bekendmaking of inwerkingtreding van een in dat brondocument vervat besluit of op bezwaar- of beroepstermijnen.
  • Artikel 13 Vanwege de werkingssfeer van authentieke gegevens is het noodzakelijk dat achteraf altijd kan worden beoordeeld op welke grond een authentiek gegeven in de adressenrespectievelijk de gebouwenregistratie is opgenomen. Hiermee wordt de transparantie van de registratie en de controleerbaarheid van de juiste bijhouding ervan bevorderd. Om dit mogelijk te maken is het onwenselijk eenmaal in het adressen- respectievelijk gebouwenregister opgenomen brondocumenten daaruit te verwijderen. Met het voorgestelde artikel 13 wordt dit geborgd. Uiteraard is de dagtekening van het besluit, van de definitieve rechterlijke uitspraak dan wel van het brondocument zelf bepalend voor de rangorde van brondocumenten. De gegevens die zijn opgenomen in het jongste brondocument zijn steeds de «juiste» gegevens, ongeacht de volgorde van inschrijving.
  • Artikel 17 eerste lid onderdeel a Voor een goede uitvoering van de adressen- en gebouwenregistraties kan het wenselijk zijn daarin aanvullende niet-authentieke gegevens op te nemen. Hierbij kan worden gedacht aan gegevens die zijn benodigd voor het goed kunnen functioneren van de systemen waarmee die registraties worden beheerd en aan gegevens die voor het samenhangend functioneren van een stelsel van basisregistraties noodzakelijk worden geacht. Voorts kan worden gedacht aan een indicatie «geheim» of aanduiding van de aanleiding tot een mutatie. Uit de praktijk moet blijken of behoefte bestaat aan aanvullende niet-authentieke gegevens. Door de mogelijkheid te bieden deze gegevens aan te wijzen bij algemene maatregel van bestuur, is het niet noodzakelijk voor dit soort beperkte wijzigingen de wet te wijzigen. Een toelichting op reeds wettelijk aangewezen niet-authentieke gegevens wordt hierna, in de toelichting op de artikelen 19 tot en met 21, gegeven. onderdeel b De werking van de basisregistraties adressen en gebouwen is afhankelijk van een zorgvuldige en eenduidige bijhouding van de diverse gemeentelijke adressenregistraties en gebouwenregistraties. Om dit te waarborgen kan het noodzakelijk zijn dat er ten aanzien van de bijhouding landelijke regels worden gegeven. Daarom wordt in het voorgestelde onderdeel b voorzien in een grondslag om die regels bij algemene maatregel van bestuur te geven. tweede lid Om de werking van het stelsel en de voor de koppeling aan de landelijke voorziening vereiste uniformiteit te waarborgen is het noodzakelijk dat alle adressenregistraties en gebouwenregistraties op dezelfde wijze als elektronisch systeem worden opgebouwd. Daarom wordt in het voorgestelde tweede lid bepaald dat bij ministeriële regeling een systeembeschrijving voor de adressenregistratie en de gebouwenregistratie wordt vastgesteld. Deze systeembeschrijving bestaat in ieder geval uit een catalogus met gegevensdefinities van de in paragraaf 2 en 3 van dit hoofdstuk genoemde gegevens alsmede uit een specificatie van de berichten tenbehoeve van elektronisch berichtenverkeer. Voorts kan worden gedacht aan (andere) eisen ten aanzien van functionaliteit, beveiliging en autorisatie van raadpleging.
  • 3.2 De geregistreerde objecten en eigenschappen (vervolg) Bijzondere aandacht bestaat hierbij ook voor de geometrie van de verschillende objecten. Geometrie is feitelijk niets meer en niets minder dan de afbeelding van het fysieke object in een model van punten, lijnen en vlakken (de kaart). Ook geometrie is daarmee een van de eigenschap pen van het feitelijke object . Geometrie heeft echter nog wel een belangrijke andere component. Omdat geometrie wordt afgebeeld op basis van dezelfde referentie – «getekend op hetzelfde ruitjespapier» – kan de geometrie van twee objecten met elkaar in verband worden gebracht. (red: zonder het hulpmiddel “Kadastrale kaart” waarop de perceelbegrenzing is aangegeven is dit echter niet mogelijk.) Zonder dat met gegevens wordt vastgelegd hoe twee objecten zich tot elkaar verhouden kan dan toch de samenhang tussen deze objecten worden gezien. Daarnaast wordt een beperkt aantal meer beschrijvende gegevens van deze objecten bijgehouden, zoals het oorspronkelijke bouwjaar van een pand en de oppervlakte van een verblijfsobject. Het aantal gegevens is beperkt gehouden omdat met de basisregistratie gebouwen bovenal wordt beoogd een uniform gebouwbegrip te introduceren. Ter bevordering van een tijdige implementatie van de registratie wordt het daarbij niet wenselijk geacht een te brede gegevensset te implementeren. De huidige gegevensset is in het kader van de eerder genoemde proefprojecten vastgesteld. Naast de identificerende en beschrijvende gegevens zijn ook een aantal gegevens opgenomen waarmee wordt beoogd een goede werking van de registratie te verkrijgen. Daarnaast kent de basisregistratie gebouwen een relatie met de basisregistratie adressen, waarin de adressen worden geregistreerd die aan de in de basisregistratie gebouwen opgenomen adresseerbare objecten (verblijfsobject, standplaats en ligplaats)kunnen worden toegekend. De basisregistratie adressen is een registratie van alle woonplaatsen, openbare ruimten en nummeraanduidingen in Nederland. Openbare ruimten is daarbij het verzamelbegrip voor onder meer straten, pleinen, wateren en plantsoenen. De aanduiding «openbaar» in het kader van dit wetsvoorstel heeft geen relatie met het al dan niet openbare karakter dat bijvoorbeeld wegen hebben in het kader van andere wetten. Met het begrip nummeraanduidingen wordt het samenstel van huisnummer, huisletter en huisnummertoevoeging bedoeld. De registratie is daarmee vooral een overzichtstabel van alle officiële adressen die zijn toegekend aan objecten, waarvan is vastgesteld dat hieraan een adres kán worden toegekend. Ook van adressen worden identificerende, beschrijvende en meer administratieve gegevens bijgehouden. Van de in de basisregistratie adressen opgenomen objecten wordt alleen van de woonplaatsen ook de geometrie geregistreerd. De nummeraanduidingen worden immers als eigenschap van een aantal adresseerbare objecten opgevat. De geometrie van deze objecten wordt in de betreffende objectenregistratie – de basisregistratie gebouwen – bijgehouden. De geometrie van openbare ruimten behoeft vooralsnog niet te worden opgenomen in de basisregistratie adressen. Daarmee wordt in de eerste plaats beoogd de implementatie van de basisregistratie adressen te vereenvoudigen. Daarnaast is het geenszins de bedoeling om door middel van de basisregistratie adressen feitelijk een wegenregistratie in te stellen. (red: Op basis van de Wegenwet is elke gemeente in Nederland verplicht te beschikken over een wegenlegger. Hierin is reeds de digitale verwerking van de verzamelde gegevens zowel administratief als grafisch geregeld.) De basisregistratie adressen is primair een registratie van geformaliseerde benamingen. Het staat gemeenten overigens vrij om buiten de basisregistratie adressen de geometrie van openbare ruimten in eigen registraties op te nemen. Vanwege de geringe omvang, het te verwachten beperkte aantal mutaties in woonplaatsen en het ontbreken van een andere natuurlijke basis om te komen tot een registratie van woonplaatsen, is besloten ten aanzien van woonplaatsen wel de geometrie te registreren . Woonplaatsen kunnen binnen de basisregistratie adressen feitelijk worden aangemerkt als objecten bezien vanuit een objectenbenadering.
  • Artikel 32 eerste lid Het voorgestelde eerste lid geeft invulling aan het in artikel 3 van de wet neergelegde doel van de basisregistraties adressen en gebouwen. Dat doel is het aan eenieder beschikbaar stellen van de gegevens over adressen en gebouwen die in de basisregistraties zijn opgenomen. Op grond van het voorgestelde eerste lid verlenen zowel burgemeester en wethouders als de Dienst inzage in de gegevens. Het is naar keuze van degene die inzage wil of hij naar de gemeente of naar de landelijke voor ziening gaat. Burgemeester en wethouders verlenen uiteraard alleen inzage in de door hen gehouden adressen- en gebouwenregistraties, dus alleen in de gegevens omtrent de binnen hun gemeente gelegen nummeraanduidingen, verblijfsobjecten en dergelijke. Het bepaalde in dit wetsvoorstel moet worden gezien als een bijzondere en uitputtende regeling van de openbaarheid van deze bij de overheid berustende informatie. Daarom is de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) niet van toepassing op de gegevens die krachtens de voorgestelde Wet basisregistraties adressen en gebouwen in de basisregistraties adressen en gebouwen zijn opgenomen. Het doel van dit wetsvoorstel is om eenieder inzage te verlenen in de in de basisregistraties adressen en gebouwen opgenomen gegevens, volgens de daarover in dit wetsvoorstel gegeven regels. Daarmee is de openbaarheid uitputtend geregeld en is invulling gegeven aan de in artikel 2 van de Wob opgenomen zinsnede «onverminderd het elders bij wet bepaalde». tweede lid Desalniettemin is artikel 10 van de Wob van overeenkomstige toepassing verklaart op het verlenen van inzage in de adressen- en gebouwenregistraties en de landelijke voorziening en het verstrekken van gegevens uit die registraties en de landelijke voorziening. Dat betekent dat inzage in de in de basisregistraties opgenomen gegevens wordt geweigerd indien die gegevens: de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen, de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden, bedrijfs- en fabricagegegevens betreffen, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld, of persoonsgegevens betreffen, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer (artikel 10, eerste lid, van de Wob). Bovendien wordt de inzage geweigerd als het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties, de economische of financiële belangen van de Staat, van andere publiekrechtelijke lichamen en van de in artikel 1a, onderdelen c en d, van de Wob bedoelde bestuursorganen, de opsporing en vervolging van strafbare feiten, inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, en het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van natuurlijke personen of rechtspersonen (artikel 10, tweede lid, van de Wob). In de genoemde gevallen kan het belang van het geen inzage leveren zwaarder wegen dan het belang dat degene die om inzage vraagt heeft bij die inzage. Te denken valt aan de gegevens van het pand waarin de rechtbank Amsterdam haar extra beveiligde zittingszaal heeft gehuisvest. vierde lid Naast belangen van privacybescherming kunnen belangen als bedoeld in artikel 10 van de Wob vragen om een nadere regeling van inzage in en levering van gegevens. Een en ander is mede afhankelijk van technische keuzes en kan samenhangen met de op grond van artikel 17, tweede lid, van het wetsvoorstel vast te stellen systeembeschrijving. Naast eventuele beperkingen aan inzage en levering, kan het – bijvoorbeeld naar aanleiding van uitkomsten van overleg met de afnemers – wenselijk zijn om nadere algemene regels te geven voor inzage en levering. Alsdan bieden deze bepalingen daarvoor een basis, zodat aanpassing van de wet niet nodig is. Voor wat betreft het laatste kan worden gedacht aan termijnen voor en de wijze van leveren.
  • Artikel 33 , onderdeel a Het auteursrecht ten aanzien van de postcode is, op de wijze die is voorgeschreven in artikel 15b van de Auteurswet 1912, uitdrukkelijk voorbehouden. De verstrekking van de postcode vanuit de adressenregistratie doet dus niets af aan het auteursrecht van Koninklijke TNT Post BV. Artikel 34 Dit voorgestelde artikel biedt een grondslag om tarieven vast te kunnen stellen voor het verlenen van inzage en het verstrekken van gegevens door de Dienst. De tarieven kunnen verschillend worden vastgesteld voor het verlenen van inzage en het leveren van gegevens. Voorts kan gedifferentieerd worden naar de aard van het beoogde gebruik van de gegevens. Voor een afnemer die de gegevens voor commerciële doeleinden wil verwerven, kan bijvoorbeeld een hoger tarief vastgesteld worden. Binnen een bepaalde categorie van gebruik zal – conform richtlijn nr. 2003/98 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie (PbEU L 345) – geen onderscheid gemaakt worden tussen afnemers.
  • Artikel 35 Dit voorgestelde artikel regelt het verplichte gebruik van de authentieke gegevens krachtens de voorgestelde Wet basisregistraties adressen en gebouwen, die zijn opgenomen in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie. Bestuursorganen zijn verplicht deze gegevens te gebruiken. Een bestuursorgaan dat deze authentieke gegevens gebruikt voldoet, gelet op de kwaliteitsborging van deze gegevens, in het algemeen aan het zorgvuldigheidsbeginsel, dat is neergelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. In paragraaf 6.2 van deze memorie van toelichting is reeds ingegaan op de aard van de gebruiksverplichting. Onderzoek van authentieke gegevens is overigens niet verboden mits het burgers en bedrijven niet raakt en kan leiden tot een terugmelding op grond van het voorgestelde artikel 37 indien er gerede twijfel bestaat of de gegevens juist zijn. tweede lid Dit voorgestelde lid bevat enkele uitzonderingen op het verplichte gebruik van de in de registraties opgenomen gegevens. Van verplicht gebruik kan volgens het wetsvoorstel geen sprake zijn indien bij het authentiek gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst. Die aantekening kan zijn oorzaak vinden in een melding van een bestuursorgaan, in een verzoek van een belanghebbende of in de bevindingen van burgemeester en wethouders. Daarnaast is het verplicht gebruik volgens het wetsvoorstel niet aan de orde indien het betreffende bestuursorgaan een melding als bedoeld in artikel 36 heeft gedaan. Ook bij wettelijk voorschrift (formele wet, algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling, provinciale of gemeentelijke verordening) kan een uitzondering worden gemaakt op het verplicht gebruik. Naast de hiervoor toegelichte uitzonderingen zijn er ook uitzonderingen mogelijk op grond van bindende besluiten van internationale organisaties (bijvoorbeeld de Europese Unie) of een verdrag. De bindende besluiten van internationaalrechtelijke organisaties of verdragsrechtelijke bepalingen gaan in de Nederlandse rechtsorde in geval van strijd boven het bij wet geregelde. Dat behoeft derhalve geen regeling.
  • Artikel 36 Een van de doelstellingen van het stelsel van basisregistraties is dat de overheid niet moet vragen naar de bekende weg. Indien de overheid authentieke gegevens heeft geregistreerd van een burger of bedrijf moet zij niet opnieuw bij een andere gelegenheid om diezelfde gegevens vragen. Voorgesteld wordt om op dit uitgangspunt een aantal uitzonderingen te maken, die in dit voorgestelde artikel zijn neergelegd. De in het voorgestelde onderdeel e neergelegde uitzondering betreft de identificatie van een object waarvan de gegevens in de gebouwenregistratie zijn opgenomen. Bij de aanvraag van bijvoorbeeld een bouwvergunning kan de gemeente beschikken over alle vereiste gegevens op basis van de gebouwenregistratie. De gemeente moet daartoe echter wel weten over welk object het gaat. Daartoe zal de aanvrager ten minste één identificerend gegeven moeten opgeven, bijvoorbeeld het adres of het identificatienummer van het betrokken object uit de gebouwenregistratie.
  • OFELON GROEP Workshop GBA als Basisregistratie
  • 8.1 Kwaliteitstoezicht Vanwege het bestaan van diverse kwaliteitswaarborgen wordt van de basisregistraties adressen en gebouwen een hoog kwaliteitsniveau verwacht. De kwaliteit zal blijken in de diverse overheidsprocessen waar- voor deze basisregistraties worden gebruikt, maar uit het verloop van die processen alleen kan geen meetbare kwaliteit worden afgeleid. Om het kwaliteitsniveau te bewaken en burgemeester en wethouders bij te staan in hun kwaliteitszorg, voorziet de wet in een driejaarlijkse zogeheten audit . Een dergelijke periodieke audit is een instrument dat bijvoorbeeld ook in het kader van de GBA wordt gebruikt. De wijze van onderzoek en de te hanteren toetsingsmaatstaven in het kader van deze audit worden bij algemene maatregel van bestuur geregeld.
  • Artikel 42 eerste lid Voor de kwaliteitsborging van de basisregistraties adressen en gebouwen is niet alleen een regeling voor terugmelding en correctie van de in de adressenregistraties en de gebouwenregistraties opgenomen authentieke gegevens van belang. Ook een periodieke toets op de kwaliteit van het beheer door burgemeester en wethouders van zowel de registers als de registraties kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Daarom is – naar analogie van de in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens opgenomen audit – voorgesteld om te voorzien in een driejaarlijkse audit door door de Minister van VROM aangewezen auditoren. tweede lid De Minister van VROM zal bedrijven die beschikken over een erkenning van de Raad voor accreditatie aanwijzen voor het uitvoeren van de audit. Het is de bedoeling zoveel mogelijk de bedrijven aan te wijzen die door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn aangewezen om de in het kader van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens voorgeschreven audit uit te voeren. Uiteraard zullen die bedrijven dan wel over de vereiste kennis moeten kunnen beschikken. De aanwijzing zal worden gepubliceerd in de Staatscourant. Gemeenten kunnen uit de lijst met aangewezen bedrijven vrijelijk een bedrijf kiezen dat de audit uit zal voeren. derde lid Voorgesteld wordt om de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen onderdelen van de controleresultaten aan de Minister van VROM te laten toezenden. Het rapport van de audit wordt uitgebracht aan burgemeester en wethouders, de opdrachtgevers. Vanwege de systeemverantwoordelijkheid van de Minister van VROM is het echter wenselijk dat de Minister – in ieder geval een samenvatting van – de resultaten van de audit ontvangt. Ten behoeve van de inzichtelijkheid voor eenieder van het functioneren van het stelsel wordt voorgesteld om de resultaten van de audit bij het Ministerie van VROM ter inzage te leggen. vierde lid Omdat het niet redelijk wordt geacht dat de kosten van de audit volledig voor rekening van de gemeenten blijven wordt voorgesteld te voorzien in een grondslag om bij ministeriële regeling regels te geven in welke mate de kosten worden vergoed. Te denken valt daarbij aan een bepaald percentage of over de vergoeding van bepaalde kostensoorten.
  • Red: Spreekt voor zich
  • Artikel 44, eerste lid Om de audit mogelijk te maken wordt voorgesteld de bedrijven die aangewezen zijn om de audit uit te voeren toegang te geven tot de registers en de registraties. Uiteraard geldt die toegang alleen voor het bedrijf dat van burgemeester en wethouders de opdracht heeft gekregen de audit uit te voeren en alleen ten behoeve van en voor de duur van die audit.
  • Artikel 45 Het uitgangspunt van deze wet is dat gemeenten de hun opgedragen taken naar behoren vervullen. Er is ook geen reden om daar aan te twijfelen. Omdat de Minister van VROM verantwoordelijk is voor het stelsel van de in dit wetsvoorstel geregelde basisregistraties is het desalniettemin gewenst dat hij de mogelijkheid heeft in te grijpen als gemeenten hun taken niet adequaat uitvoeren.
  • Fase III 1.. Uitrol van de TMV 2. Monitoring invoering 3. evaluatie, rapportage en afsluiting project. 4. Overdracht beheer van de voorzieningen aan de verantwoordelijke informatiebeheerder. Burgerzaken is verantwoordelijk voor de invoering van de GBA als binnengemeentelijke basisregistratie. Dit brengt mee dat de informatiebeheerder op de hoogte dient te blijven van de voortgang van deze invoering. De informatiebeheerder zal vervolgens, naar analogie van, respectievelijk conform, de GBA audit-eisen management en bestuur informeren over de voortgang en het gebruik van de GBA, zodat zij zo nodig kunnen bijsturen. Voor wat betreft de monitoring kan worden aangesloten bij de beschrijving van de fasen van de invoering. Mogelijke ijkmomenten voor deze monitoring zijn onder meer: 1. Het moment waarop de gemeenten als afnemer over een GABA-aansluiting beschikt. 2. Realisering van een aansluiting op GBA-V. 3. Realisering van een aansluiting op de TMV. 4. Oplevering project.
  • Artikel 14 eerste lid Burgemeester en wethouders zijn als houder van de adressenregistratie en de gebouwenregistratie verantwoordelijk voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van die registraties. Dat houdt tevens in dat de adressenregistratie en de gebouwenregistratie raadpleegbaar moeten zijn Dat zit begrepen in de eis van beschikbaarheid. In het voorgestelde eerste lid wordt die zorgplicht neergelegd. tweede lid Om de werking van het stelsel en de voor de koppeling aan de landelijke voorziening vereiste uniformiteit te waarborgen kan het noodzakelijk zijn dat er regels worden gegeven omtrent de beschikbaarheid, de betrouwbaarheid, de werking en de beveiliging van de adressenregistratie en de gebouwenregistratie. Daarom wordt in het voorgestelde tweede lid voorzien in de bevoegdheid om die regels bij algemene maatregel van bestuur te geven.
  • Artikel 15 De in de adressen- of gebouwenregistraties opgenomen gegevens kunnen uitsluitend gebaseerd zijn op in de adressenonderscheidenlijk gebouwenregisters ingeschreven brondocumenten. Voor een goede werking van de registraties moeten afnemers er op kunnen vertrouwen dat de gegevens in de registraties overeenstemmen met de in de registers ingeschreven brondocumenten. Daartoe wordt voorgesteld in dit artikel een zorgplicht ter zake op te nemen voor burgemeester en wethouders. Deze zorgplicht ziet onder meer ook op eigen controle en eventuele ambtshalve correctie van in de adressenregistratie of de gebouwenregistratie opgenomen gegevens.
  • Artikel 16 Met het oog op de betrouwbaarheid en de actualiteit van de adressenregistratie en de gebouwenregistratie is het van belang dat de in een brondocument opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk na de inschrijving van dat brondocument in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie worden verwerkt. De voorgestelde termijn waarbinnen die gegevens uiterlijk moeten zijn verwerkt bedraagt vier werkdagen na de dagtekening van het in het brondocument opgenomen besluit of de daarin opgenomen onherroepelijke uitspraak of de datum van vaststelling van het brondocument indien dat geen besluit of uitspraak bevat. Binnen die vier werkdagen moet het brondocument dus eerst zijn ingeschreven in de registers (zie artikel 12 van het wetsvoorstel) en vervolgens worden verwerkt in de registraties. Aan overschrijding van deze termijn zijn overigens geen rechtsgevolgen verbonden.
  • Fase III 1.. Uitrol van de TMV 2. Monitoring invoering 3. evaluatie, rapportage en afsluiting project. 4. Overdracht beheer van de voorzieningen aan de verantwoordelijke informatiebeheerder. Burgerzaken is verantwoordelijk voor de invoering van de GBA als binnengemeentelijke basisregistratie. Dit brengt mee dat de informatiebeheerder op de hoogte dient te blijven van de voortgang van deze invoering. De informatiebeheerder zal vervolgens, naar analogie van, respectievelijk conform, de GBA audit-eisen management en bestuur informeren over de voortgang en het gebruik van de GBA, zodat zij zo nodig kunnen bijsturen. Voor wat betreft de monitoring kan worden aangesloten bij de beschrijving van de fasen van de invoering. Mogelijke ijkmomenten voor deze monitoring zijn onder meer: 1. Het moment waarop de gemeenten als afnemer over een GABA-aansluiting beschikt. 2. Realisering van een aansluiting op GBA-V. 3. Realisering van een aansluiting op de TMV. 4. Oplevering project.
  • Relatie BAG-WOZ - een verblijfsobject ligt altijd binnen één of meer panden; - niet in elk pand liggen één of meer verblijfsobjecten (met name bijgebouwen worden vastgelegd als pand zonder verblijfsobject); - het (verplicht) gebruik van BAG-objecten binnen de WOZ heeft tot gevolg dat waar mogelijk de aanduiding van een WOZ-object wordt afgeleid van een adres in de BAG. Dit gebeurt (net als bijvoorbeeld in de GBA) door te verwijzen naar het verblijfsobject waaraan dit adres is toegekend ("heeft aanduiding van"). Niet altijd behoort het BAG- object waarvan het adres wordt gebruikt ook zelf tot het WOZ-object (bijvoorbeeld: windmolen achter boerderij Dorpsstraat 10); - het (verplicht) gebruik van BAG-objecten binnen de WOZ heeft tot gevolg dat in de WOZ-administratie (Basisregistratie WOZ) bij elk WOZ-object wordt vastgelegd welk verblijfsobject tot het WOZ-object behoort ("is verbonden met"); - de Basisregistratie WOZ bevat in beginsel alleen de waarde plus de relaties naar andere basisregistraties om aan te duiden welk object is betrokken en wie de belanghebbenden zijn. De Basisregistratie WOZ bevat geen objectkenmerken over de getaxeerde objecten. Om die reden zijn WOZ-deelobjecten ook niet relevant binnen de Basisregistratie WOZ; - binnen de gemeentelijke WOZ-administratie ligt voor elk WOZ-object één of meer WOZ-deelobjecten vast; - een WOZ-deelobject kan gekoppeld zijn aan maximaal één BAG object (verblijfsobject, standplaats, ligplaats of pand). Wanneer een verblijfsobject is gekoppeld aan een WOZ-deelobject, zijn indirect één of meer panden gekoppeld aan dit WOZ-deelobject door de relaties die in de BAG zijn gelegd. - elk verblijfsobject (en standplaats en ligplaats) zal gekoppeld zijn aan tenminste één WOZ-deelobject; - een pand wordt alleen aan een WOZ-deelobject gekoppeld, wanneer tot het pand geen verblijfsobjecten behoren of wanneer het WOZ-object alleen betrekking heeft op een deel van het pand waarin geen verblijfsobjecten voorkomen; - een WOZ-deelobject dat niet is gekoppeld aan een BAG-object, kan binnen de gemeente gekoppeld zijn aan een "overig gebouwd object" of een "overig terrein". De definitie van deze "overige gebouwde objecten" en "overige terreinen" is vastgelegd in het Referentiemodel voor het Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens; - bij een WOZ-deelobject worden (nagenoeg) altijd grootte (gebruiksoppervlakte / inhoud) en bouwjaar vastgelegd. Indien een WOZ-deelobject één op één overeenkomt met een verblijfsobject en/of pand dan worden de geregistreerde kenmerken (bouwjaar, gebruiksoppervlakte) overgenomen. Indien een verblijfsobject behoort tot meerdere WOZ-deelobjecten dan zal de optelling van deze WOZ-deelobjecten consistent moeten zijn met de gebruiksoppervlakte van het verblijfsobject. Dit geldt op overeenkomstige wijze voor "overige gebouwde objecten" en "overige terreinen". Indien een WOZ-deelobject bestaat uit bijvoorbeeld een latere aanbouw bij een pand dan kan het bouwjaar van deze aanbouw afwijken van het bouwjaar van het pand; - voor de structuur van de vastlegging van vastgoedgegevens in de WOZ-registratie is het Referentiemodel voor het stelsel van gemeentelijke basisgegevens (RSGB) het uitgangspunt; - de relatie van een WOZ-object met een "overig gebouwd object" of een "overig terrein" wordt niet opgenomen in de landelijke Basisregistratie WOZ, omdat de afnemers van de Basisregistratie WOZ deze "overige gebouwde objecten" en "overige terreinen" niet kennen; - de geometrie (plaats op de kaart) van een WOZ-object volgt meestal de kadastrale grenzen. Wanneer een WOZ-object bestaat uit een deel van een kadastraal perceel, kan vaak de geometrie van een pand worden gebruikt om het kadastrale perceel op de kaart te splitsen; - de gemeentelijke vastlegging in onder meer de WOZ-administratie geschiedt conform het RSGB. De vertaalslag naar de Basisregistratie WOZ gebeurt automatisch door het systeem dat communiceert met de Landelijke voorziening WOZ. De structuur van de Basisregistratie WOZ vergt dus geen extra vastlegging van gegevens g
  • Artikel 35 Dit voorgestelde artikel regelt het verplichte gebruik van de authentieke gegevens krachtens de voorgestelde Wet basisregistraties adressen en gebouwen, die zijn opgenomen in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie. Bestuursorganen zijn verplicht deze gegevens te gebruiken. Een bestuursorgaan dat deze authentieke gegevens gebruikt voldoet, gelet op de kwaliteitsborging van deze gegevens, in het algemeen aan het zorgvuldigheidsbeginsel, dat is neergelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. In paragraaf 6.2 van deze memorie van toelichting is reeds ingegaan op de aard van de gebruiksverplichting. Onderzoek van authentieke gegevens is overigens niet verboden mits het burgers en bedrijven niet raakt en kan leiden tot een terugmelding op grond van het voorgestelde artikel 37 indien er gerede twijfel bestaat of de gegevens juist zijn. tweede lid Dit voorgestelde lid bevat enkele uitzonderingen op het verplichte gebruik van de in de registraties opgenomen gegevens. Van verplicht gebruik kan volgens het wetsvoorstel geen sprake zijn indien bij het authentiek gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst. Die aantekening kan zijn oorzaak vinden in een melding van een bestuursorgaan, in een verzoek van een belanghebbende of in de bevindingen van burgemeester en wethouders. Daarnaast is het verplicht gebruik volgens het wetsvoorstel niet aan de orde indien het betreffende bestuursorgaan een melding als bedoeld in artikel 36 heeft gedaan. Ook bij wettelijk voorschrift (formele wet, algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling, provinciale of gemeentelijke verordening) kan een uitzondering worden gemaakt op het verplicht gebruik. Naast de hiervoor toegelichte uitzonderingen zijn er ook uitzonderingen mogelijk op grond van bindende besluiten van internationale organisaties (bijvoorbeeld de Europese Unie) of een verdrag. De bindende besluiten van internationaalrechtelijke organisaties of verdragsrechtelijke bepalingen gaan in de Nederlandse rechtsorde in geval van strijd boven het bij wet geregelde. Dat behoeft derhalve geen regeling.
  • Artikel 35 Dit voorgestelde artikel regelt het verplichte gebruik van de authentieke gegevens krachtens de voorgestelde Wet basisregistraties adressen en gebouwen, die zijn opgenomen in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie. Bestuursorganen zijn verplicht deze gegevens te gebruiken. Een bestuursorgaan dat deze authentieke gegevens gebruikt voldoet, gelet op de kwaliteitsborging van deze gegevens, in het algemeen aan het zorgvuldigheidsbeginsel, dat is neergelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. In paragraaf 6.2 van deze memorie van toelichting is reeds ingegaan op de aard van de gebruiksverplichting. Onderzoek van authentieke gegevens is overigens niet verboden mits het burgers en bedrijven niet raakt en kan leiden tot een terugmelding op grond van het voorgestelde artikel 37 indien er gerede twijfel bestaat of de gegevens juist zijn. tweede lid Dit voorgestelde lid bevat enkele uitzonderingen op het verplichte gebruik van de in de registraties opgenomen gegevens. Van verplicht gebruik kan volgens het wetsvoorstel geen sprake zijn indien bij het authentiek gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst. Die aantekening kan zijn oorzaak vinden in een melding van een bestuursorgaan, in een verzoek van een belanghebbende of in de bevindingen van burgemeester en wethouders. Daarnaast is het verplicht gebruik volgens het wetsvoorstel niet aan de orde indien het betreffende bestuursorgaan een melding als bedoeld in artikel 36 heeft gedaan. Ook bij wettelijk voorschrift (formele wet, algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling, provinciale of gemeentelijke verordening) kan een uitzondering worden gemaakt op het verplicht gebruik. Naast de hiervoor toegelichte uitzonderingen zijn er ook uitzonderingen mogelijk op grond van bindende besluiten van internationale organisaties (bijvoorbeeld de Europese Unie) of een verdrag. De bindende besluiten van internationaalrechtelijke organisaties of verdragsrechtelijke bepalingen gaan in de Nederlandse rechtsorde in geval van strijd boven het bij wet geregelde. Dat behoeft derhalve geen regeling.
  • Artikel 35 Dit voorgestelde artikel regelt het verplichte gebruik van de authentieke gegevens krachtens de voorgestelde Wet basisregistraties adressen en gebouwen, die zijn opgenomen in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie. Bestuursorganen zijn verplicht deze gegevens te gebruiken. Een bestuursorgaan dat deze authentieke gegevens gebruikt voldoet, gelet op de kwaliteitsborging van deze gegevens, in het algemeen aan het zorgvuldigheidsbeginsel, dat is neergelegd in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. In paragraaf 6.2 van deze memorie van toelichting is reeds ingegaan op de aard van de gebruiksverplichting. Onderzoek van authentieke gegevens is overigens niet verboden mits het burgers en bedrijven niet raakt en kan leiden tot een terugmelding op grond van het voorgestelde artikel 37 indien er gerede twijfel bestaat of de gegevens juist zijn. tweede lid Dit voorgestelde lid bevat enkele uitzonderingen op het verplichte gebruik van de in de registraties opgenomen gegevens. Van verplicht gebruik kan volgens het wetsvoorstel geen sprake zijn indien bij het authentiek gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst. Die aantekening kan zijn oorzaak vinden in een melding van een bestuursorgaan, in een verzoek van een belanghebbende of in de bevindingen van burgemeester en wethouders. Daarnaast is het verplicht gebruik volgens het wetsvoorstel niet aan de orde indien het betreffende bestuursorgaan een melding als bedoeld in artikel 36 heeft gedaan. Ook bij wettelijk voorschrift (formele wet, algemene maatregel van bestuur, ministeriële regeling, provinciale of gemeentelijke verordening) kan een uitzondering worden gemaakt op het verplicht gebruik. Naast de hiervoor toegelichte uitzonderingen zijn er ook uitzonderingen mogelijk op grond van bindende besluiten van internationale organisaties (bijvoorbeeld de Europese Unie) of een verdrag. De bindende besluiten van internationaalrechtelijke organisaties of verdragsrechtelijke bepalingen gaan in de Nederlandse rechtsorde in geval van strijd boven het bij wet geregelde. Dat behoeft derhalve geen regeling.
  • De catalogus BAG beschrijft per object (“objecttype”) de gegevens (“attribuutsoorten”) die krachtens de artikelen 19 tot en met 25 van de wet in de adressenregistratie en gebouwen-registratie moeten worden opgenomen en definieert deze gegevens. Onderdeel van de gegevensdefinities vormen de zogenaamde “domeinen”, die een omschrijving geven van de waarden die een gegeven kan aannemen. De Catalogus BAG is niet bedoeld als grondslag voor een databasestructuur. Daarom heeft geen volledige uitnormalisering plaatsgevonden. Dit betekent dat meervoudige relaties tussen objecttypen kunnen voorkomen. Ook meervoudig voorkomende attribuutsoorten zijn niet verder uitgenormaliseerd. Ten behoeve van de opbouw van de database kunnen derhalve aanvullende (hulp)objecttypen (zoals relatie-objecttypen) worden gedefinieerd. De Catalogus BAG is gebaseerd op een in het kader van een stelsel van basisregistraties ontwikkeld model. Daarbij worden objecttypen, attribuutsoorten en domeinen afzonderlijk van elkaar beschreven. Om het zoeken te vereenvoudigen staan de objecttypen alfabetisch geordend voor achtereenvolgens de adressenregistratie en de gebouwenregistratie. Voor elk objecttype zijn de attribuutsoorten vervolgens geordend op de code van het attribuutsoort. De in de Catalogus BAG gebruikte codering is uitsluitend bedoeld voor gebruik binnen deze Catalogus. Bij de attribuutsoorten wordt de zogenaamde XML-tag genoemd. Deze is van belang voor het berichtenverkeer dat is gedefinieerd in het kader van het gebruik van de basisregistratie. De indicatie materiële historie geeft aan of de basisregistratie op verzoek al of niet de materiële historie (wanneer is een verandering opgetreden in de werkelijkheid) kan leveren. De indicatie formele historie geeft aan of de basisregistratie op verzoek al of niet de formele historie (wanneer is in de administratie een verandering bekend en verwerkt) kan leveren. Door middel van het begrip kardinaliteit wordt bij elk attribuut vastgelegd of het betreffende attribuut al dan niet een waarde dient te bevatten. Hierbij betekent een aanduiding 1-1 dat een waarde verplicht is. Een aanduiding 0-1 betekent dat niet altijd een waarde hoeft te worden opgenomen.
  • Verplicht gebruik BAG Sinds 1juli 2009 zijn alle gemeenten in Nederland wettelijk verplicht om een basisregistratie adressen (BRA) en een basisregistratie gebouwen (BGR) te hebben ingevoerd. Gemeenten zijn bronhouder van de gebouw- en adresgegevens en alle bestuursorganen moeten vanaf medio 2011 verplicht gebruik gaan maken van deze gegevens bij de uitvoering van publiekrechtelijke taken. BAG: Afnemers Gemeenten zijn bronhouder van de BAG maar zullen net als alle andere bestuursorganen vanaf medio 2011 verplicht zijn om de gegevens uit de basisregistratie adressen (BRA) en de basisregistratie gebouwen (BGR) te gebruiken bij de uitvoering van hun publiekrechtelijk taken. Het afnemen van de BAG is een uitwerking van het verplichte gebruik en eenmalige inwinning van het stelsel van basisregistraties. Het afnemen van de BAG is primair de verantwoordelijkheid van de afnemers. Het projectteam BAG ondersteunt en stimuleert hen daarbij en wil voorkomen dat gemeenten 443 keer het wiel moeten uitvinden. Daartoe ontwikkelt het projectteam BAG handreikingen en hulpmiddelen om duidelijk te maken wat er moet gebeuren, belemmeringen weg te nemen en het afnemen eenvoudiger te maken. Realisatie BAG-gebruik De realisatie van het binnengemeentelijk gebruik van de BAG kent vele afhankelijkheden. De belangrijkste zijn: Invoering LO 3.7 ihkv GBA als basisregistratie waarmee het gebruik van de BAG door de GBA wordt gereguleerd en gefaciliteerd. En tevens de doorlevering van de BAG gegevens aan de (binnengemeentelijke) afnemers van de GBA wordt geregeld. Invoering WOZ als basisregistratie waarin het gebruik van de BAG bij de WOZ is geregeld Invoering WABO waarmee de vergunningverleningprocessen afgestemd kunnen worden op het gebruik en het beheer van de BAG. Invoering van raadpleegfunctionaliteit zoals een geoviewer voor taken waar geauto- matiseerde koppeling niet lonend is. De realisatie van de binnengemeentelijke uitwisselingen dient bij voorkeur op basis van standaarden plaats te vinden. Daartoe is er een afhankelijkheid van STUF-BAG gebaseerd op het RSGB. Invoering van distributievoorzieningen zoals een gegevensmagazijn en een midoffice broker die de ontsluiting van de BAG regelt naar alle andere gemeentelijke taken.
  • 1.4. Adresseerbaar object Naam objecttype ADRESSEERBAAR OBJECT Mnemonic objecttype AOT Herkomst objecttype BGR Code objecttype - Definitie objecttype Een VERBLIJFSOBJECT, STANDPLAATS of LIGPLAATS Herkomst definitie EGEM objecttype Datum opname 1 maart 2009 objecttype Toelichting objecttype Het betreft de generalisatie van genoemde objecttypen. Daarmee wordtaangesloten bij deze in de BAG gehanteerde terminologie cq. groepering. Het objecttype is enkel en alleen opgenomen als referentie naar de BAG en kent geen andere attribuut- en relatiesoorten dan de attribuut- en relatiesoorten van de specialisaties. Unieke aanduiding De unieke aanduidingen van de specialisaties van dit objecttype. objecttype
  • XXXX
  • 6.3 Terugmeldplicht Eén van de procedures binnen het van basisregistraties geëiste wettelijke regime van kwaliteitsborging , is een wettelijke regeling van een procedure van terugmelding . Deze houdt in dat, indien een afnemer twijfelt aan de juistheid van een gegeven in een basisregistratie, deze de plicht heeft om dit te melden aan de houder van die basisregistratie. De houder heeft vervolgens de plicht zulke meldingen adequaat te onderzoeken en zo nodig de gegevens te corrigeren . Door afnemers te verplichten om mogelijke onjuistheden terug te melden aan de verantwoordelijke, verkrijgt de basisregistratie een «zelfreinigende werking» . De verplichting tot terugmelden geldt overigens uitsluitend voor bestuursorganen. De terugmeldplicht geldt indien de afnemer gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de basisregistratie adressen of gebouwen opgenomen gegeven. Van gerede twijfel zal in elk geval sprake zijn als de afnemer tot de conclusie komt dat aannemelijk is dat een terugmelding tot een wijziging van gegevens zal leiden . Aangezien de gegevens in de basisregistraties adressen en gebouwen gebaseerd zijn op authentieke brondocumenten, zal er in beginsel voldoende twijfel zijn om een terugmelding te rechtvaardigen als aannemelijk is dat de vermelde bron van het gegeven onjuist is of als er een bron aanwezig is met een hogere rangorde dan de in de registratie genoemde bron. Voorts kan een door een aanvrager van een besluit gedane opgave die afwijkt van de geregistreerde gegevens en waarvan de juistheid aannemelijk voorkomt aanleiding zijn tot een terugmelding. Echter, indien de afwijkende opgave op zichzelf niet leidt tot gerede twijfel omtrent de juistheid van de geregistreerde gegevens kan de afnemer aan wie die opgave is gedaan de belanghebbende verwijzen naar burgemeester en wethouders (de houders van de adressen- en gebouwenregistraties), alwaar de belanghebbende kan verzoek en om correctie van de registratie (zie ook paragraaf 7.2). Ook een door de afnemer van gegevens op andere wijze geconstateerde frictie tussen hem bekende feiten en gegevens uit de basisregistratie adressen of de basisregistratie gebouwen kan reden zijn voor terugmelding. Burgemeester en wethouders dienen binnen 2 dagen te reageren op een terugmelding. In deze termijn is verdisconteerd dat een terugmelding via de landelijke voorziening kan worden gedaan en dat niet elke gemeente een continue online-verbinding met die landelijke voorziening behoeft te hebben. De reactie van burgemeester en wethouders binnen de genoemde termijn kan, in eenvoudige gevallen waarin nauwelijks nader onderzoek nodig is, inhouden dat het gegeven wordt gewijzigd. Het kan ook zijn dat burgemeester en wethouders binnen de genoemde termijn vaststellen dat er kennelijk geen reden bestaat tot wijziging of onderzoek naar de juistheid van het gegeven in de adressenof gebouwenregistratie. Dit laatste kan zich voordoen indien reeds onderzoek is verricht na een eerdere terugmelding en sindsdien niet is gebleken van nieuwe feiten. Denkbaar is bijvoorbeeld dat een straatnaam met een bijzondere schrijfwijze kan leiden tot geregelde terugmeldingen vanwege twijfel omtrent de juistheid daarvan en in zo’n geval behoeft een op die twijfel gebaseerde terugmelding niet telkens opnieuw tot onderzoek te leiden. In andere gevallen ( red: in gevallen waarin wel twijfel bij de registratiehouder ontstaat omtrent de juistheid van de opgenomen gegevens ) zullen burgemeester en wethouders het gegeven in onderzoek moeten plaatsen . Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven omtrent de wijze van terugmelden. Daarbij kan tevens worden geregeld dat de terugmeldplicht voor bepaalde bestuursorganen of in bepaalde gevallen niet geldt.
  • Artikel 36 Een van de doelstellingen van het stelsel van basisregistraties is dat de overheid niet moet vragen naar de bekende weg. Indien de overheid authentieke gegevens heeft geregistreerd van een burger of bedrijf moet zij niet opnieuw bij een andere gelegenheid om diezelfde gegevens vragen. Voorgesteld wordt om op dit uitgangspunt een aantal uitzonderingen te maken, die in dit voorgestelde artikel zijn neergelegd. De in het voorgestelde onderdeel e neergelegde uitzondering betreft de identificatie van een object waarvan de gegevens in de gebouwenregistratie zijn opgenomen. Bij de aanvraag van bijvoorbeeld een bouwvergunning kan de gemeente beschikken over alle vereiste gegevens op basis van de gebouwenregistratie. De gemeente moet daartoe echter wel weten over welk object het gaat. Daartoe zal de aanvrager ten minste één identificerend gegeven moeten opgeven, bijvoorbeeld het adres of het identificatienummer van het betrokken object uit de gebouwenregistratie.
  • Artikel 37 eerste en tweede lid In paragraaf 6.3 van het algemeen deel van deze memorie van toelichting is het belang van een verplichte terugmelding door bestuursorganen voor de kwaliteit van de adressenregistraties en de gebouwenregistraties reeds aangegeven. Daarom wordt voorgesteld bestuursorganen die gerede twijfel hebben bij de juistheid van een in de adressenregistratie of de gebouwenregistratie opgenomen authentiek gegeven of de juistheid van het ontbreken van een authentiek gegeven in een of beide van die registraties te verplichten om daarvan onder opgaaf van redenen melding te doen. Dat geldt ook voor die gevallen waarin volgens een bestuursorgaan een bepaald object (pand, verblijfobject, standplaats of ligplaats) volledig ontbreekt in de gebouwenregistratie. Afhankelijk van de vraag of het bestuursorgaan het gegeven heeft verkregen van de Dienst of van burgemeester en wethouders moet de melding worden gedaan aan de Dienst respectievelijk aan burgemeester en wethouders. De melding kan zowel een aangetroffen authentiek gegeven betreffen als een niet aangetroffen authentiek gegeven. Het belang van een melding van fouten in een als authentiek aangemerkt gegeven in de adressenregistratie of de gebouwenregistratie staat buiten kijf. Maar ook als het bestuursorgaan uit eigen informatie weet heeft van een gegeven dat niet in de adressenregistratie of de gebouwenregistratie is opgenomen maar daar wel als authentiek gegeven in zou moeten zijn opgenomen, is het in het belang van de werking van de registraties dat het bestuursorgaan daar melding van doet. In dat geval blijken de registraties niet compleet te zijn. derde lid In het kader van de uitoefening van sommige bestaande en eventuele nieuwe overheidstaken kan het wenselijk zijn dat eigen wetenschap of een vermoeden omtrent onjuistheid van een gegeven in de adressen- of gebouwenregistratie, niet onmiddellijk een terugmeldplicht in het leven roept. Hierbij kan worden gedacht aan gevallen waarin een overheidsinstantie beperkt is in wettelijke mogelijkheden tot gebruik van wetenschap (zoals het Centraal bureau voor de statistiek). Voorts kan worden gedacht aan gevallen waarin sprake is van onderzoek naar strafbare feiten, waarbij het onwenselijk kan zijn dat het bestaan van twijfel omtrent de juistheid van bepaalde gegevens naar buiten wordt gebracht. Daarom wordt voorgesteld om bij algemene maatregel van bestuur beperkingen aan de terugmeldplicht te kunnen stellen. Dergelijke mogelijkheden tot beperking zijn eveneens voorzien in wetsvoorstellen tot wijziging van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Kamerstukken II 2005/06, 30 514, nr. 2) en tot wijziging van de Kadasterwet (Kamerstukken II 2005/06, 30 544, nr. 2).
  • Inschrijven en Terugmelden De ambtenaar burgerzaken moet vaststellen of het adres dat de burger opgeeft, voorkomt in de BAG en de adresgegevens van de BAG overnemen op de persoonslijst. Komt het adres dat de burger opgeeft niet voor in de BAG, dan zal de ambtenaar burgerzaken de persoon inschrijven op het opgegeven adres en de persoonslijst vervolgens direct in onderzoek plaatsen. Er moet dan een terugmelding worden gedaan aan de bronhouder van de BAG die uitsluitsel moet geven over de juistheid van het adres. Afhankelijk van het resultaat van het BAG-onderzoek zal er een vervolgactie genomen moeten worden. Signalen uit de BAG verwerken De BAG zal gedurende de levenscyclus van openbare ruimten, gebouwen en verblijfsobjecten belangrijke signalen voor de GBA genereren. Deze signalen kunnen consequenties hebben voor inschrijvingen in de GBA en voor de adressen in de GBA. Denk bijvoorbeeld aan wijzigingen in adresgegevens in de BAG als gevolg van infrastructurele wijzigingen, maar ook aan het verlenen van een sloopvergunning, gereedmelding van de sloop enzovoorts. De eerstgenoemde signalen (infra-structurele wijziging) zullen bij voorkeur geautomatiseerd in de GBA verwerkt moeten worden. De ambtenaar Burgerzaken zal de genoemde signalen moeten opvangen en nagaan of er actie ondernomen moet worden en of er gevolgen zijn voor de in de GBA opgenomen gegevens.
  • Artikel 38 In paragraaf 7.2 van het algemeen deel van deze memorie van toelichting is reeds een algemene toelichting op het voorgestelde correctierecht voor belanghebbenden gegeven. Naast het belang dat belanghebbenden zelf kunnen hebben bij het corrigeren van foutieve authentieke gegevens dan wel het opnemen van ten onrechte ontbrekende authentieke gegevens draagt dit recht uiteraard ook bij aan de kwaliteit van de adressenregistraties en de gebouwenregistraties. Omdat het niet aannemelijk is dat belanghebbenden bij de landelijke voorziening om inzage zullen verzoeken, wordt voorgesteld belanghebbenden het recht te geven bij burgemeester en wethouders – de houders van de adressenregistratie en de gebouwenregistratie – een correctieverzoek te doen.
  • Artikel 39 eerste lid Het heeft de voorkeur dat burgemeester en wethouders na ontvangst van de melding of het verzoek direct besluiten over de wijziging of de opneming van het gegeven. Dat kan dus betekenen dat zij besluiten het gegeven te wijzigen dan wel in de registraties op te nemen, maar ook dat zij besluiten dat gegeven niet te wijzigen dan wel niet op te nemen. tweede lid Het is zeer wel denkbaar dat burgemeester en wethouders niet direct kunnen besluiten over de wijziging of de opneming. Bijvoorbeeld omdat zij onderzoek moeten doen naar het gegeven. Voor die gevallen wordt voorgesteld dat burgemeester en wethouders, als zij niet binnen twee dagen hebben besloten over de wijziging of opneming van het gegeven, bij het gegeven de aantekening «in onderzoek» plaatsen. Die aantekening betekent voor afnemers dat er twijfels bestaan over het betreffende gegeven en ontslaat bestuursorganen van de verplichting om dat gegeven te gebruiken (artikel 35, tweede lid, onderdeel a, van het wetsvoorstel). derde lid Indien burgemeester en wethouders niet direct kunnen besluiten over de wijziging of de opneming dienen zij op grond van het voorgestelde derde lid het betreffende authentieke gegeven te onderzoeken. Dat onderzoek moet zo spoedig mogelijk worden verricht. De uiterste termijn voor het onderzoek is zes maanden . Aan overschrijding van deze termijn verbindt het wetsvoorstel geen rechtsgevolg. (Red: de rechtsgevolgen zijn opgenomen in de Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen – 4e tranche AWB –.van 6 maanden binnen 2 weken een besluit te nemen. Het geen gevolg geven aan dit verzoek kan een maximaal uit te keren schadevergoeding van 1260 euro zijn.) Belanghebbenden kunnen de gemeente verzoeken om na het verlopen van de termijn). Deze periode van zes maanden is noodzakelijk in het geval (landmeetkundige) inmeting van het object dient plaats te vinden. In alle andere gevallen zal het onderzoek in het algemeen eerder afgerond kunnen zijn.
  • Artikel 40 Voorgesteld wordt om burgemeester en wethouders te verplichten zodra zij hebben besloten over wijziging van een gegeven waarbij de aantekening «in onderzoek» is geplaatst, die aantekening te verwijderen. Daarmee wordt voor afnemers duidelijk dat het gegeven zoals dat is opgenomen in de desbetreffende registratie naar het oordeel van burgemeester en wethouders juist is en «herleeft» voor bestuursorganen de verplichting om dat gegeven te gebruiken.
  • Artikel 41 eerste lid Voor een toelichting omtrent de rechtsbescherming wordt verwezen naar paragraaf 7.3 van het algemeen deel van deze memorie van toelichting. tweede lid Voorgesteld wordt dat burgemeester en wethouders indien er bezwaar wordt aangetekend of beroep wordt ingesteld bij het betwiste gegeven de aantekening «in onderzoek» plaatsen. Als de juistheid van het gegeven ter discussie wordt gesteld, is het niet wenselijk dat afnemers daar geheel onkundig van blijven en dat het verplicht gebruik door bestuursorganen van kracht blijft. derde lid Voorgesteld wordt om burgemeester en wethouders te verplichten om de aantekening «in onderzoek» te verwijderen zodra op het bezwaar of het beroep onherroepelijk is beslist. Dat betekent dus dat de aantekening «in onderzoek» wordt verwijderd als hetzij op het bezwaar is beslist en de beroepstermijn is verstreken hetzij door de rechter op het beroep is beslist en er geen rechtsgang meer open staat. Met het verwijderen van de aantekening wordt voor afnemers duidelijk dat het gegeven zoals dat is opgenomen in de betreffende registratie juist is en «herleeft» voor bestuursorganen de verplichting om dat gegeven te gebruiken.
  • Waarom moet worden teruggemeld? Als alle afnemers terugmelden aan de GBA en/of de BAG -in het geval van gerede twijfel over de juistheid van een gegeven- dan zal de GBA uitgroeien tot een zeer betrouwbare en actuele registratie. Door het overheidsbrede verplichte gebruik en het terugmelden zal de kwaliteit van basisregistratie GBA beter zijn dan iedere afzonderlijke bestand met persoonsgegevens. Door het brede gebruik zullen ook meer signalen van mogelijke onjuistheden naar voren komen. Hierdoor kan een optimale zelfreinigende werking ontstaan. Mits natuurlijk alle afnemers onjuistheden terugmelden aan de houder van de betreffende persoonsgegevens. En mits vervolgens de registratiehouder deze teruggemelde gegevens snel en adequaat onderzoekt en afhandelt.
  • Terugmelden Digimelding, Alle terugmeldvoorzieningen ontvangen hun signaleringen via het mailprogramma voor basisregistraties: Digimelding (voorheen TerugMeldFaciliteit, TMF). Digimelding moet gaan bijdragen aan het zuiver houden van de gegevens in de basisregistraties. Indien een afnemer vermoedt dat bepaalde gegevens uit een basisregistratie niet juist zijn, moet hij dat met de Digimelding eenmalig en efficiënt terug kunnen melden. Doordat hiervoor één faciliteit wordt ontwikkeld wordt voorkomen dat er voor een wijziging verschillende terugmeldingen moet worden gedaan. Ofschoon in het NUP is afgesproken dat bestuurslagen (dus zowel aanbieders als afnemers) per 1-1-2010 gebruik maken van Digimelding. is deze voorziening nu nog nog niet beschikbaar. Er wordt hardt aan gewerkt en uiteindelijk zal deze voorziening, net als de Gemeenschappelijke Machtigings- en vertegenwoordigings-voorziening (GMV) beschikbaar zijn om ingezet te worden voor de doelen waarvoor ze ontwikkeld worden. Digimelding draagt bij aan een zo foutloos mogelijke basisregistratie en zorgt voor een verlaging van de administratieve lastendruk voor burgers en bedrijven, doordat de gegevens die eenmalig verstrekt worden meervoudig gebruikt kunnen worden. Daarnaast draagt het bij aan een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering bij en tussen de diverse overheden en kan het ingezet worden bij fraudebestrijding. Het gebruik van Digimelding is niet wettelijk verplicht, ook andere manieren van terugmelden zijn toegestaan. Gezien de wettelijke verplichting voor het gebruik van basisregistraties en de koppeling met de basisregistraties van Digimelden ligt het echter wel voor de hand dat deze gemeenschappelijk faciliteit hiervoor wordt gebruikt. De verplichte terugmelding op authentieke gegevens in de GBA. De wet GBA (artikel 62) bepaalt dat alle afnemers, die vind gerede twijfel hebben aan de juistheid van authentieke gegevens, moeten terugmelden aan de GBA. Deze plicht gaat samen met het verplichte gebruik. Natuurlijk is de afnemer die terugmeldt, niet langer verplicht het gegeven in de GBA te gebruiken, omdat de afnemer immers twijfelt aan de juistheid. Anderzijds zorgt de verplichte terugmelding, samen met de plicht tot onderzoek voor de gemeente die de GBA bijhoudt, dat de kwaliteit van de authentieke gegevens hoog blijft. Zo helpen overheidsinstanties elkaar. De procedures en de voorzieningen voor de terugmelding worden beschreven in (de toelichting bij) de wijziging in het besluit GBA en het Logisch Ontwerp GBA (versie 3.5). Hierin vindt u meer informatie over de technische ondersteuning in de vorm van de terugmeldvoorziening (TMV). Deze zal ervoor gaan zorgen dat terugmeldingen door afnemers eenvoudig kunnen plaatsvinden en vervolgens bij de juiste gemeente terecht komen. Verder zal de TMV informatie bevatten over actuele en historische terugmeldingen. Inzicht in de technische specificaties van de TMV, de webservice en de -applicatie wordt verschaft via documenten op www.bprbzk.nl. Met het Stappenschema Terugmeldplicht kan een afnemer achterhalen of terugmelding verplicht is. De TMV is, in tegenstelling tot Digimelden, reeds beschikbaar en kan door afnemers al gebruikt worden. De TMV is enerzijds omtwikkeld omdat de huidige GBA, die nog enkele jaren zal moeten meegaan, met verouderde technologie is gebouwd en geen internettoepassing is en anderzijds omdat de het agentschap BPR als beheerder van de GBA een instrument behoeft om zijn toezichthoudende en coördinerende rol te kunnen vervullen.
  • Terugmelden Digimelding, Alle terugmeldvoorzieningen ontvangen hun signaleringen via het mailprogramma voor basisregistraties: Digimelding (voorheen TerugMeldFaciliteit, TMF). Digimelding moet gaan bijdragen aan het zuiver houden van de gegevens in de basisregistraties. Indien een afnemer vermoedt dat bepaalde gegevens uit een basisregistratie niet juist zijn, moet hij dat met de Digimelding eenmalig en efficiënt terug kunnen melden. Doordat hiervoor één faciliteit wordt ontwikkeld wordt voorkomen dat er voor een wijziging verschillende terugmeldingen moet worden gedaan. Ofschoon in het NUP is afgesproken dat bestuurslagen (dus zowel aanbieders als afnemers) per 1-1-2010 gebruik maken van Digimelding. is deze voorziening nu nog nog niet beschikbaar. Er wordt hardt aan gewerkt en uiteindelijk zal deze voorziening, net als de Gemeenschappelijke Machtigings- en vertegenwoordigings-voorziening (GMV) beschikbaar zijn om ingezet te worden voor de doelen waarvoor ze ontwikkeld worden. Digimelding draagt bij aan een zo foutloos mogelijke basisregistratie en zorgt voor een verlaging van de administratieve lastendruk voor burgers en bedrijven, doordat de gegevens die eenmalig verstrekt worden meervoudig gebruikt kunnen worden. Daarnaast draagt het bij aan een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering bij en tussen de diverse overheden en kan het ingezet worden bij fraudebestrijding. Het gebruik van Digimelding is niet wettelijk verplicht, ook andere manieren van terugmelden zijn toegestaan. Gezien de wettelijke verplichting voor het gebruik van basisregistraties en de koppeling met de basisregistraties van Digimelden ligt het echter wel voor de hand dat deze gemeenschappelijk faciliteit hiervoor wordt gebruikt. De verplichte terugmelding op authentieke gegevens in de GBA. De wet GBA (artikel 62) bepaalt dat alle afnemers, die vind gerede twijfel hebben aan de juistheid van authentieke gegevens, moeten terugmelden aan de GBA. Deze plicht gaat samen met het verplichte gebruik. Natuurlijk is de afnemer die terugmeldt, niet langer verplicht het gegeven in de GBA te gebruiken, omdat de afnemer immers twijfelt aan de juistheid. Anderzijds zorgt de verplichte terugmelding, samen met de plicht tot onderzoek voor de gemeente die de GBA bijhoudt, dat de kwaliteit van de authentieke gegevens hoog blijft. Zo helpen overheidsinstanties elkaar. De procedures en de voorzieningen voor de terugmelding worden beschreven in (de toelichting bij) de wijziging in het besluit GBA en het Logisch Ontwerp GBA (versie 3.5). Hierin vindt u meer informatie over de technische ondersteuning in de vorm van de terugmeldvoorziening (TMV). Deze zal ervoor gaan zorgen dat terugmeldingen door afnemers eenvoudig kunnen plaatsvinden en vervolgens bij de juiste gemeente terecht komen. Verder zal de TMV informatie bevatten over actuele en historische terugmeldingen. Inzicht in de technische specificaties van de TMV, de webservice en de -applicatie wordt verschaft via documenten op www.bprbzk.nl. Met het Stappenschema Terugmeldplicht kan een afnemer achterhalen of terugmelding verplicht is. De TMV is, in tegenstelling tot Digimelden, reeds beschikbaar en kan door afnemers al gebruikt worden. De TMV is enerzijds omtwikkeld omdat de huidige GBA, die nog enkele jaren zal moeten meegaan, met verouderde technologie is gebouwd en geen internettoepassing is en anderzijds omdat de het agentschap BPR als beheerder van de GBA een instrument behoeft om zijn toezichthoudende en coördinerende rol te kunnen vervullen.
  • Verplichte Terugmelding BAG Bestuursorganen worden, na het inwerking treden van de wet BAG, verplicht gebruik te maken van de basisregistraties voor adressen en gebouwen (BAG) bij het uitvoeren van hun publieke taak. Hiermee is het niet meer toegestaan om deze gegevens zelfstandig in te winnen. Indien bestuursorganen bij gebruik van de BAG gegevens gerede twijfel hebben aan de juistheid hiervan, moeten ze dit terugmelden aan de betreffende registerhouder. Het terugmeldproces is binnen de BAG tot op heden zeer beperkt uitgewerkt. Bij de verdere ontwikkeling van de landelijke voorziening BAG moet helderheid ontstaan hoe het terugmeldproces in de praktijk zal gaan verlopen. Alle inspanningen zijn nu nog gericht op de aansluiting van de BAG op de landelijke voorziening. De artikelen omtrent verplicht gebruik zijn dan ook nog niet inwerking getreden. Dat betekent echter niet dat gemeenten daardoor achterover kunnen leunen en wachten op de wetgever. Voor 1 juli 2011 moet de BAG in de GBA geïmplementeerd zijn en moet ook het terugmeldproces vormgegeven zijn. De Wet BAG § 2. Gebruik van gegevens Artikel 35 Indien een bestuursorgaan bij het vervullen van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie beschikbaar is, gebruikt het dat authentieke gegeven. Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; b. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; c. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of d. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid.
  • Verplicht gebruik BAG • NHR: Handelsregister zal voor adresinformatie van v estigingen gekoppeld worden met het BAG • Basisregistratie Topografie: De BRT wordt de registratie van alle topografische kaarten met een schaal van 1:10.000 en moet gebruik maken van de geometrische gegevens van de Basisregistratie voor gebouwen voor het in kaart brengen van de locaties van gebouwen in Nederland. • Basisregistratie Kadaster: De BRK is de registratie van de kadastrale gegevens en moet gebruik maken van de gegevens van de Basisregistraties voor Adressen en Gebouwen. • LVO Omgevingsvergunning: De omgevingsvergunning moet gebruik maken van de gegevens uit de BAG. Wacht op beschikbaarheid. Is geen showstopper voor eerste versie LVO. • GBKN: Gegevens: pandcontouren, gebouwcontouren, straatnamen, huisnummers, • GBA: Persoonsgegevens (authentieke gegevens) Artikel 37 en 39 Wet BAG Artikel 37 Een bestuursorgaan dat gegevens heeft verkregen uit de landelijke voorziening en gerede twijfel heeft over de juistheid van een in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie opgenomen authentiek gegeven of het ontbreken van een authentiek gegeven in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan de Dienst. De Dienst stuurt de melding binnen een werkdag door aan burgemeester en wethouders die de betrokken registratie houden. Een bestuursorgaan dat gegevens heeft verkregen van burgemeester en wethouders en gerede twijfel heeft over de juistheid van een in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie opgenomen authentiek gegeven, of het ontbreken van een authentiek gegeven in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie, doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan burgemeester en wethouders. Wet BAG Artikel 39 Na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 37 of een verzoek als bedoeld in artikel 38 besluiten burgemeester en wethouders over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven. Indien burgemeester en wethouders niet binnen twee werkdagen na de melding, bedoeld in artikel 37, respectievelijk het verzoek, bedoeld in artikel 38, hebben besloten over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven plaatsen zij in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie bij dat gegeven de aantekening «in onderzoek».
  • Partijen In hoofdlijn zijn de volgende partijen betrokken bij het proces van terugmelden van de BAG: Afnemers zijn de bestuursorganen die verplicht zijn gebruik te maken van de BAG. Terugmelder is de afnemer die gerede twijfel heeft geuit over de juistheid van een gegeven uit de BAG. Gebruikers zijn afnemers die niet verplicht zijn gebruik te maken van de BAG. De landelijke voorziening BAG die de terugmelding van de terugmelder doorgeeft aan de registerhouder. Registerhouder is de bronhoudende gemeente die de terugmelding onderzoekt en mogelijk als gevolg daarvan gegevens wijzigt. Proces Het proces van terugmelden in de BAG kent in hoofdlijn de volgende onderdelen: Het signaleren van een mogelijk onjuist gegeven waarvan melding wordt gemaakt door een afnemer Het doorsturen van terugmelding aan de registerhouder via de landelijke voorziening BAG Het filteren van direct af te handelen (on)juiste terugmeldingen en het in onderzoek nemen van een terugmelding Correctie van het gegeven als uit onderzoek is gebleken dat het gegeven onjuist is en het afsluiten terugmelding als het onderzoek is uitgevoerd
  • Wanneer terugmelden? Als er sprake is van gerede twijfel. Van gerede twijfel over de juistheid van authentieke gegevens die in de GBA of BAG zijn opgenomen, kan het geval zijn, indien: een medewerker over afwijkende informatie beschikt naar aanleiding van een onderzoek of controle in het kader van de taakvervulling. een medewerker twijfelt aan de identiteit van een ingeschrevene. een burger zelf aangeeft dat er iets niet klopt (Voorbeeld: een burger is verhuisd maar heeft dit nog niet doorgegeven. Deze burger moet dan naar Burgerzaken worden gestuurd. Er wordt dan geen terugmelding gedaan. Indien de medewerker vermoedt dat een burger mogelijk niet naar Burgerzaken zal gaan dan moet wel een terugmelding worden gedaan). Moet bij gerede twijfel altijd worden teruggemeld Belangrijke vraag is: Wat is de aanleiding voor de gerede twijfel? Komt die twijfel voort uit eigen onderzoek (dus buiten de burger om), dan zijn afnemers altijd verplicht om terug te melden. ndien de burger in het contact met de afnemer meldt dat een gegeven niet juist is (adreswijziging,melding gegevens onjuist, formulier met andere gegevens), dan verwijst de afnemer de burger door naar burgerzaken en meldt hij dus in principe niets terug. Immers, de burger heeft de plicht om wijzigingen van zijn gegevens door te geven aan de registratiehouder.
  • Wanneer moet een afnemer het aanvraagproces stoppen of gewoon doorgaan? Er zijn verschillende keuzemogelijkheden ten aanzien van het aanvraagproces. De verschillende mogelijkheden zijn als volgt: Uitstellen In gevallen waarin een authentiek gegeven in de GBA in onderzoek is genomen, kan de medewerker een door een ingeschrevene verzochte behandeling uitstellen. Dit gebeurt in die gevallen waarin zekerheid over het gegeven van belang is voor de verdere behandeling. De afnemers zullen zelf moeten bepalen wanneer dit het geval is. De behandeling kan worden uitgesteld totdat het onderzoek binnen de GBA is afgerond en eventueel het gegeven in de GBA is aangepast. Wanneer een bepaald gegeven niet van belang is voor het nemen van een besluit en de verdere afhandeling dan kan het proces doorgang vinden. Uitstellen en de burger naar Burgerzaken sturen In bepaalde situaties zal een burger eerst naar Burgerzaken worden gestuurd om zijn persoonsgegevens op orde te brengen. Het gaat dan om situaties waarin de burger zelf in gebreke is gebleven. Het proces wordt stopgezet of uitgesteld. Er wordt dan geen terugmelding gedaan. Uitstellen én terugmelden Echter als een medewerker een aanwijzing heeft dat deze persoon onvoldoende belang heeft om zich daarvoor bij de GBA te vervoegen dan dient hij of zij zo spoedig mogelijk een terugmelding aan de GBA te doen. Toch in behandeling nemen Is een uitstel niet of niet langer mogelijk dan wel onevenredig nadelig voor de ingeschrevene, dan dient de afnemer op basis van de gegevens die op dat moment beschikbaar zijn een besluit te nemen of andere handeling te verrichten. De burger wordt niet naar Burgerzaken gestuurd. Er moet zonodig wel worden teruggemeld (indien afwijkende gegevens in plaats van GBA-gegevens worden gebruikt).
  • Handelingsvrijheid afnemer bij in onderzoek Wat moet een medewerker doen als een gegeven in onderzoek staat In geval van een onderzoek zijn er twee opties: 1. de medewerker kan de behandeling opschorten en de uitkomst van het onderzoek naar het gegeven afwachten. Wanneer? In gevallen waarin een authentiek gegeven in de GBA in onderzoek is en waarin zekerheid over het gegeven van belang is voor de handeling. Hoelang? Totdat het onderzoek binnen de GBA is afgerond en mogelijk het gegeven in de GBA is aangepast. 2. Ondanks het onderzoek kan het toch nodig om het proces af te handelen. Daarbij kan de medewerker: (a) het gegeven in onderzoek uit de GBA toch gebruiken of (b) gegevens gebruiken of mede gebruiken, die afkomstig zijn uit andere bronnen, zoals de ingeschrevene zelf. Wanneer toch het proces afhandelen? Als uitstel niet of niet langer mogelijk is dan wel onevenredig nadelig is voor de ingeschrevene, dan dient de afnemer op basis van de gegevens die op dat moment beschikbaar zijn een besluit te nemen of een andere handeling te verrichten. Het feit dat een gegeven in onderzoek staat in de GBA en daarom de afnemer niet verplicht is het authentieke gegeven te gebruiken, brengt mee dat de burger zich niet kan beroepen op zijn recht op eenmalige gegevensverstrekking. De afnemer mag met andere woorden, de burger om nadere informatie vragen en deze informatie laten meewegen bij de uitvoering van de publiekrechtelijke taak.
  • Situatie 2: Een medewerker twijfelt aan de juistheid In principe worden de authentieke gegevens in de GBA verplicht gebruikt bij de uitvoering van publiekrechtelijke taken. Een afnemer mag er namelijk vanuit gaan dat deze gegevens juist zijn. Heeft een medewerker echter zelf in een concreet geval gerede twijfel aan de juistheid van een of meer authentieke gegevens dan kan hij of zij natuurlijk andere gegevens gebruiken of mede gebruiken. Een medewerker is dan wel verplicht om de twijfel aan de juistheid terug te melden aan de GBA, zodat de registratiehouder onderzoek naar de juistheid van het gegeven kan (en moet) doen Handelingsvrijheid afnemer bij gerede twijfel Wat doet een medewerker bij gerede twijfel? In de volgende situaties kan sprake zijn van twijfel aan de juistheid van een gegeven: • op basis van een onderzoek dat de betreffende organisatie heeft uitgevoerd • in het geval dat een burger zelf aangeeft dat er iets niet klopt • wanneer de afnemer geen actuele gegevens uit de GBA gebruikt. Als gevolg van een onderzoek Bestuursorganen voeren vrij regelmatig onderzoeken of controles uit. Zo voeren gemeenten adrescontroles uit in het kader van bijvoorbeeld bestrijding van onrechtmatige bewoning. Uit zo’n onderzoek kan naar voren komen dat bepaalde gegevens in de GBA mogelijk niet kloppen. Ook kan de burger bijvoorbeeld van mening verschillen met Burgerzaken over de op te nemen gegevens en kan het voorkomen dat de burger aan zijn verplichting, (om de gewenste/noodzakelijke brondocumenten te overleggen) niet kan voldoen. Hoe te handelen? In dit geval vervalt het principe van verplicht gebruik en kan het bestuursorgaan de gegevens gebruiken die in het onderzoek naar voren zijn gekomen of het besluit nemen om een handeling uit te stellen in afwachting van een eventuele correctie van de gegevens in de GBA. Uiteraard moet het niet kloppende gegeven verplicht worden teruggemeld. In geval van mededeling door de burger Er kunnen zich ook situaties voordoen dat een burger aangeeft dat er iets niet klopt in de GBA. Bijvoorbeeld als de aanvrager een ander adres opgeeft dan waarop hij of zij staat ingeschreven volgens de informatie op het beeldscherm (dat uit de GBA komt!). Hoe te handelen? Wordt behandeld bij de rechten en plichten van de burgers.
  • Situatie 4: Strijdigheid met goede taakvervulling Het zonder meer moeten gebruiken van de authentieke gegevens in de GBA kan op gespannen voet staat met een goede vervulling van een of meer taken door de afnemer. In een dergelijk geval kan de afnemer gebruik maken van andere gegevens, die afkomstig zijn uit andere bronnen, zoals van de ingeschrevene zelf. In dergelijke gevallen behoeft er geen sprake te zijn van een situatie waarin bij het gegeven een aantekening is geplaatst, de afnemer wegens gerede twijfel over de juistheid van het gegeven een terugmelding heeft gedaan of sprake is van een ander afwijkend wettelijk voorschrift. Het gaat dus om specifieke gevallen waarin het zonder meer moeten gebruiken van de authentieke gegevens in de GBA op gespannen voet staat met een goede vervulling van een of meer taken door de afnemer. Wanneer is sprake van bijzondere omstandigheden? De beantwoording van de vraag of er een bijzondere situatie aanwezig is die het gebruik van authentieke gegevens in de GBA in de weg staat, hangt niet af van een door de afnemer zelf gevoelde noodzaak. Het gaat erom dat de afwijking van het verplicht gebruik voort moet vloeien uit een behoorlijke taakuitoefening door de afnemer. Hiervan kan sprake zijn in de volgende gevallen: Identiteit Een medewerker heeft nadere gegevens van de ingeschrevene zelf of uit andere bronnen nodig voor een deugdelijke identiteitsvaststelling. Fraudebestrijding en fraudepreventie Een medewerker moet andere bronnen dan de GBA, waaronder de ingeschrevene zelf of de bronregisters van de GBA, raadplegen en gebruiken in het kader van fraudebestrijding en fraudepreventie. Opsporing, vervolging, e.d. Het is voor een medewerker onmogelijk of onwenselijk uitsluitend te vertrouwen op de authentieke gegevens in de GBA bij handelingen op het gebied van onderzoek, controle en handhaving en op het terrein van de opsporing en vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Bij spoed, calamiteiten, rampen Het is voor een medewerker onmogelijk of onwenselijk om zijn handelingen afhankelijk te stellen van de authentieke gegevens in de GBA in gevallen van spoed, bijvoorbeeld bij een dreiging of een daadwerkelijke calamiteit, zoals rampen en zware ongevallen. Vanwege bijzonderheden in de bijhouding van de gegevens in de GBA Voor een medewerker kan in bijzondere gevallen het zonder meer gebruiken van de gegevens in de GBA op gespannen voet komen te staan met een goede taakvervulling, gelet op de wijze waarop gegevens bijgehouden moeten worden in de GBA. Een bekend voorbeeld is de datum van een adreswijziging, waarbij de datum een uitzonderingsgeval kan zijn. Voorbeeld: wat is de feitelijke verhuisdatum? Het kan voorkomen dat alle gegevens in de GBA over een persoon juist zijn, maar dat alleen de verhuisdatum afwijkt van de feitelijke verhuisdatum. In deze uitzonderingssituatie heeft een medewerker van een afnemer van GBA-gegevens dan de mogelijkheid ervoor te kiezen uit te gaan van een door hem geconstateerde feitelijke verhuisdatum in het belang van een goede vervulling van zijn taken.
  • Beperkingen Bij het uitwerken van dit terugmeldproces zijn twee inperkingen gemaakt. Ten eerste is het binnengemeentelijke terugmelden niet meegenomen, omdat dit primair tot de verantwoordelijkheid van gemeente behoort. Het project BAG zal nog nader bekijken op welke wijze hierbij ondersteuning kan worden gegeven. Ten tweede is er in het stelsel van basisregistraties op korte termijn sprake van het meeleveren van de BAG gegevens via andere basisregistraties. Dit heeft ook gevolgen voor het terugmelden. Dit wordt gezien als een stelselvraagstuk en zal nader uitgewerkt worden in de nota ‘Stelselmatig’ dat als 'levend' document wordt bijgehouden door de VNG. 'Levend' betekent dat: het document zal worden bijgesteld naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en nieuwe inzichten er aanvullingen op de nota verschijnen met uitleg over en uitwerking van bepaalde onderdelen van het stelsel van basisregistraties als meer duidelijkheid ontstaan is omtrent 'witte vlekken'. Voor voorgaande twee beperkingen is wel de volgende hoofdlijn te benoemen: de afnemer die gegevens haalt bij een bepaalde bron, zal ook bij die bron zijn terugmelding kenbaar maken . Hieronder vier uitwerkingen in dit kader: Als een afnemer persoonsgegevens bij de GBA bevraagt en daarbij een adres krijgt meegeleverd, zal deze bij twijfel over de juistheid van dat adres richting de GBA terugmelden. Als een binnengemeentelijke afnemer de eigen gemeentelijke BAG-gegevens in de eigen gemeente afneemt, zal deze bij twijfel over de juistheid van dat gegeven ook binnengemeentelijk terugmelden. Als een afnemer bij een specifieke gemeente zijn BAG-gegevens afneemt, zal deze bij twijfel over de juistheid van dat gegeven zijn terugmelding aan die gemeente kenbaar maken. Als een binnengemeentelijke afnemer gegevens afneemt via de landelijke voorziening BAG, zal deze bij twijfel over de juistheid van dat gegeven zijn terugmelding bij de landelijke voorziening BAG kenbaar maken.
  • De betekenis voor de BAG-beheerder De BAG-beheerder heeft een belangrijke rol om ervoor te zorgen dat het gebruik van de BAG binnen gemeenten vorm krijgt. Ook de Wet BAG voorziet in een steun in de rug om voor het verplichte gebruik van de BAG door alle (binnengemeentelijke) afnemers te verplichten (artikel 35 wet BAG) om gegevens die zij gebruiken en die uit de BAG kunnen worden betrokken, uit de BAG te halen.
  • Kan een nieuwe terugmelding een eerder gedane terugmelding overschrijven? Dit is inderdaad mogelijk. Stel dat een medewerker een terugmelding doet dat burger X niet op adres A woont maar op B dan zou het kunnen gebeuren dat de medewerker er na een paar weken achterkomt dat deze persoon op adres C woont. Deze medewerker doet een nieuwe terugmelding en geeft door dat burger X op adres C woont. De vorige melding over adres B wordt dan overschreven in de TMV. TMV is dus simpel en robuust. TMV meldt niet spontaan de status van het onderzoek, onderzoek is afgerond en wat het resultaat is van het onderzoek. Afnemers met een afnemersindicatie krijgen het gewijzigde gegeven automatisch. Ad hoc bevragers zien bij de volgende bevraging de eventuele wijziging van het gegeven. Op termijn zal worden beoordeeld of er noodzaak bestaat tot uitbreiding van de functionaliteiten van de TMV (hangt ook samen met de modernisering van de GBA)
  • De bestuurlijke boete in de Huisvestingswet Een complicerende factor is het gegeven dat in de huisvestingswet met in de invoering van de 4e tranche de mogelijkheid geboden wordt voor het opleggen van een bestuurlijke boete. Gemeenten krijgen de mogelijkheid een boete op te leggen voor het in gebruik nemen en in gebruik geven van een vergunningplichtige woning zonder huisvestingsvergunning. Maar nog belangrijker is dat gemeenten ook een boete kunnen opleggen voor: – het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de woningmarkt, – het samenvoegen van woonruimte, – het omzetten in onzelfstandige woonruimte. Het gaat dan bijvoorbeeld om: – illegale doorverhuur, – overbewoning, – illegale pensions of beddenverhuur (waarin bijvoorbeeld seizoensarbeiders worden ondergebracht), – onrechtmatig gebruik van een woning voor hennepteelt, prostitutie of drugshande l De wetgever acht gemeenten zeer wel in staat om met de hen ter beschikking staande instrumenten (BAG en GBA) de handhaving ter hand te nemen. Wat ontbrak was een effectieve sanctiemogelijkheid met afschrikwekkend karakter. Door de wijziging van artikel 84 van de Huisvestingswet is het nu mogelijk om een bestuurlijke boete in te voeren. De afdeling RO is hier bij ledenbrief van de VNG van 24 juni 2009 over geïnformeerd. Het instrument bestuurlijke boete kan ingezet worden door een artikel toe te voegen aan de gemeentelijke of regionale Huisvestingsverordening. Indien de gemeete kiest voor een bestuurlijke boete in de Huisvestingsverordening dienen vooraf een aantal afwegingen gemaakt te worden: – Hoe wordt de samenwerking tussen burgerzaken de BAG-beheerder en de RO afdeling vormgegeven? – Welk instrument wordt ingezet voor de bewaking van de processen? – Wie legt de boete op? – Wat is de hoogte van de boete voor de verschillende overtredingen – Hoe worden recidive bijgehouden om herhaalde overtredingen zwaarder te beboeten – Wordt de bedrijfsmatige exploitatie van woonruimte zwaarder beboet dan onrechtmatige bewoning? In de ledenbrief van 24 juni 2009 wordt uitvoeriger ingegaan op het onderwerp en worden modelbepalingen
  • De bestuurlijke boete in de Huisvestingswet Een complicerende factor is het gegeven dat in de huisvestingswet met in de invoering van de 4e tranche de mogelijkheid geboden wordt voor het opleggen van een bestuurlijke boete. Gemeenten krijgen de mogelijkheid een boete op te leggen voor het in gebruik nemen en in gebruik geven van een vergunningplichtige woning zonder huisvestingsvergunning. Maar nog belangrijker is dat gemeenten ook een boete kunnen opleggen voor: – het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de woningmarkt, – het samenvoegen van woonruimte, – het omzetten in onzelfstandige woonruimte. Het gaat dan bijvoorbeeld om: – illegale doorverhuur, – overbewoning, – illegale pensions of beddenverhuur (waarin bijvoorbeeld seizoensarbeiders worden ondergebracht), – onrechtmatig gebruik van een woning voor hennepteelt, prostitutie of drugshande l De wetgever acht gemeenten zeer wel in staat om met de hen ter beschikking staande instrumenten (BAG en GBA) de handhaving ter hand te nemen. Wat ontbrak was een effectieve sanctiemogelijkheid met afschrikwekkend karakter. Door de wijziging van artikel 84 van de Huisvestingswet is het nu mogelijk om een bestuurlijke boete in te voeren. De afdeling RO is hier bij ledenbrief van de VNG van 24 juni 2009 over geïnformeerd. Het instrument bestuurlijke boete kan ingezet worden door een artikel toe te voegen aan de gemeentelijke of regionale Huisvestingsverordening. Indien de gemeete kiest voor een bestuurlijke boete in de Huisvestingsverordening dienen vooraf een aantal afwegingen gemaakt te worden: – Hoe wordt de samenwerking tussen burgerzaken de BAG-beheerder en de RO afdeling vormgegeven? – Welk instrument wordt ingezet voor de bewaking van de processen? – Wie legt de boete op? – Wat is de hoogte van de boete voor de verschillende overtredingen – Hoe worden recidive bijgehouden om herhaalde overtredingen zwaarder te beboeten – Wordt de bedrijfsmatige exploitatie van woonruimte zwaarder beboet dan onrechtmatige bewoning? In de ledenbrief van 24 juni 2009 wordt uitvoeriger ingegaan op het onderwerp en worden modelbepalingen
  • OFELON GROEP Workshop GBA als Basisregistratie
  • De situatie die ondersteund wordt met de dunne mid-office De eerstvolgende stap in het verbeteren van de dienstverlening is de stap dat deze als het ware via één loket worden afgehandeld. Hiermee wordt bedoeld dat de gemeente een verzoek van een burger in al zijn aspecten overziet en de noodzaak of het nut van gerelateerde voorzieningen en producten kan beoordelen, het hele afhandelingsproces in gang zet, bewaakt en over de voortgang mededeling kan doen aan de burge r. Vooral deze laatste doelstelling is van groot belang voor de klant. Het eenmalig opvragen van gegevens van de burger vereist het hergebruik van eenmaal vastgelegde gegevens en dus van registraties waarvan iedere schakel in het proces gebruik kan maken. Om dit mogelijk te maken dienen in totaal 122 gegevens opgenomen te worden in het gegevensmagazijn c.q. Het zakenmagazijn. Hierdoor wordt het mogelijk om de status van een aanvraag elektronisch kenbaar te maken voor de burger. Een noodzakelijke voorwaarde voor stroomlijning van de dienstverlening is dat de gemeente zijn producten (dienstverlening) definieert, dienstverleningsprocessen doorlicht en inricht op maximale effectiviteit en efficiency. Dunne midoffice De dunne midoffice bestaat onder andere uit een gegevensmakelaar (broker): een soort doorgeefluik tussen front- en backoffice. Het is voornamelijk een technische voorziening die d.m.v. elektronisch berichtenverkeer uitwisseling van gegevens tussen frontoffice- en backofficesystemen mogelijk maakt. In het kader van elektronische dienstverlening kun je dan denken aan vanuit elektronische formulieren verkregen gegevens die via de broker (midoffice) doorgestuurd worden naar de backoffice. Zo kan een burger een aanvraag voor een parkeervergunning invullen via de website van de gemeente, waarna deze gegevens via de midoffice automatisch doorgestuurd worden naar de betreffende backofficeapplicatie. Voor de communicatie tussen de midoffice en de backofficeapplicaties dienen de adapters (ook wel stekkers of connectors genoemd). Een adapter is een stukje software dat zorgt voor de informatieoverdracht tussen de midoffice en de backofficeappliatie. Voor de ontwikkeling van deze adapters is natuurlijk de medewerking nodig van de leverancier van het backofficesysteem. Vooralsnog zijn adapters in beperkte mate beschikbaar. In plaats van echte adapters worden ook wel alternatieve adapters gebruikt: de gegevens uit de frontoffice worden dan uitgeprint of geraadpleegd in een webinterface, waarna ze handmatig overgetypt worden. Dit is uiteraard niet erg efficiënt en ook nog foutgevoelig maar wel de oplossing die het meest voor de hand ligt als geambineerd wordt dat snel elektronische dienstverlening wordt aangeboden. Daarnaast bevat de dunne midoffice nog een gegevensmagazijn en een zakenmagazijn. In het gegevensmagazijn bevinden zich ‘koude’ data: gegevens die alleen te raadplegen zijn (zoals een kopie van de GBA die, na authenticatie via DigiD, zorgt voor de invulling van reeds bekende gegevens op een elektronisch formulier). In het zakenmagazijn bevinden zich ‘warme’ data: hier wordt niet alleen maar geraadpleegd, maar ook geschreven en gemuteerd.
  • Het GFO-zaken als beschrijving van de (dunne) midoffice Wat is een Zaak? Het GFO-Zaken geeft antwoord op de vraag, om welke gegevens – sleutelgegevens – het dan tenminste gaat en definieert deze gegevens. Daarmee wordt een belangrijk richtsnoer gegeven aan procesontwerpers en softwareontwikkelaars. Een “zaak” is in het GFO ZAKEN gedefinieerd als: een samenhangende hoeveelheid werk met een gedefinieerde aanleiding en een gedefinieerd resultaat, waarvan kwaliteit en doorlooptijd bewaakt moeten worden. Een zaak kan extern worden geïnitieerd door een burger of door een organisatie of bedrijf. Voorbeelden zijn: - het behandelen van een aanvraag van een vergunning of een uitkering, - het verstrekken van een paspoort, - het afhandelen van een melding of een klacht, - het verstrekken van informatie op aanvraag. Een zaak kan ook intern worden geïnitieerd, door de gemeente zelf dus. Voorbeelden zijn: - het controleren van een café op het naleven van voorwaarden voor vergunningverlening, - het verzamelen van informatie ten behoeve van het opstellen van een risicokaart, - het controleren van een woning op bewoning conform de inschrijving in het GBA, - het verzamelen van informatie om beleid te evalueren. De functie van het GFO ZAKEN Het GFO ZAKEN bevat de basiskenmerken van een zaak en de relevante sleutels om in de organisatieonderdelen van de gemeente en de daar gebruikte informatiesystemen (ICT, archief, dossiers) de detailinformatie van een zaak terug te vinden.
  • De plaats van de GBA in het moderne e-dienstverleningsconcept In het toekomstige concept e-dienstverlening wordt de identiteit van de klant vastgesteld met behulp van Digid en worden de formulieren van de webiste vooringevuld met behulp van het van Digid ontvangen burgerservicenummer. Niet de Mid-office maar de web-applicatie beschikt hiertoe over de nodige intelligentie. Om dit mogelijk te maken dienen na 1 januari 2010 niet alleen de inwoners van de eigen, maar ook de CORRECTE persoonsgegevens van alle in de GBA opgenomen inwoners van andere gemeenten, die al op de een of andere wijze een relatie hebben met de gemeente als belastingplichtige, vergunningaanvrager, bezwaarmaker etc., opgenomen te zijn in het gegevensmagazijn . Actueel houden van gegevens van niet inwoners De gegevens van de niet-inwoners worden in het gegevensmagazijn aktueel gehouden doordat elke gemeente na 2010 bij Wet zowel registratiehouder als AFNEMER is van de GBA. Als afnemer plaatst de gemeente met behulp van de VOA “afnemersindicaties” (vlaggetjes) bij de desbetreffende burgers zodat alle wijzigingen in de burgerlijke staat van de burger automatisch worden geactualiseerd. Is de burger niet bekend in het gegevensmagazijn dan zoekt de web-applicatie in de GBA-V en wordt het formulier gevuld met de gegevens van de GBA-V. De gegevens van de GBA-V worden in het gegevensmagazijn opgenomen en voorzien van een “datum en tijdstip registratie”. Omdat, zoals we verderop zullen zien, de afnemers-indicatie geplaatst moet worden met behulp van de VOA zal vervolgens de “behandelend ambtenaar” of een administratieve kracht die daartoe is aangewezen, afnemersaantekening moeten plaatsen zodat de opgenomen gegevens actueel blijven. Inhoud gegevensmagazijn Omdat uiteindelijk alle producten die de gemeente verstrekt/aanbiedt elektronisch aangevraagd moeten kunnen worden zal een gegevensmagazijn beschikbaar moeten zijn waarin (naar de stand van vandaag) 637 data-elementen (attributen) worden opgenomen en bijgehouden!!! Daarnaast zal de functionaliteit van de dunne midoffice uitgebreid moeten worden. We spreken dan over de dikke mid-office. Dikke midoffice De dikke midoffice is niet alleen maar een doorgeefluik tussen front- en backoffice maar ok de appliacitie voor bepaalde eenvoudige producten en processen. Deze worden dan van de backoffice naar de midoffice overgeheveld. De processen die overgeheveld worden van de backoffice naar de dikke midoffice zijn vaak relatief eenvoudige processen. De taken die uitgevoerd werden met het backofficesysteem worden dan dus uitgevoerd met generieke midofficecomponenten. De dikke midoffice wordt ingezet voor de administratieve afhandeling, registratie en opslag van een aantal gemeentelijke producten. Het zakenmagazijn speelt een cruciale rol: het is de centrale opslag voor ontvangen en verstuurde documenten, statusinformatie m.b.t. zaken en allerlei administratieve gegevens die betrekking hebben op die zaken.
  • Referentiemodel Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens De invoering van een overheidsbreed stelsel van basisregistraties is één van de meest ingrijpende ontwikkelingen waarmee gemeenten de komende jaren te maken krijgen. Het referentie model ‘Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens’ (RSGB) biedt gemeenten en hun leveranciers houvast bij het invoeren en het gebruiken van deze gegevens. Dit objectenmodel voor de gemeentelijke basisgegevens presenteert de samenhang tussen basisregistraties op een logische wijze. Maar gemeenten hebben meer gegevens nodig voor hun werkprocessen dan nu in de landelijke basisregistraties beschikbaar zijn. Het stelsel voor de gemeente is dan ook ‘rijker’ dan het landelijke stelsel. Dit referentiemodel is onderdeel van de Referentiearchitectuur elektronische gemeente (RefaG). De inhoud is in lijn met de Nederlandse OverheidsReferentieArchitectuur (NORA). Het referentiemodel draagt er aan bij dat gemeenten en daarmee samenwerkende organisaties in staat zijn om de kern van hun gegevenshuishouding, de basisgegevens, in samenhang eenmalig te onderhouden en meervoudig te gebruiken bij de uitoefening van hun taken. Stroomlijning processen Het stroomlijnen van de processen voor het beheer van deze gegevens biedt kansen voor efficiencyverbetering. Meervoudig gebruik van gegevens, waarbij vertrouwd kan worden op de kwaliteit van deze gegevens, is bijvoorbeeld van groot belang voor een goede dienstverlening. Verder vormt het referentiemodel de grondslag voor de doorontwikkeling van de berichtstandaard StUF-Basisgegevens. Leveranciers baseren hun software op deze standaard, zodat uitwisselbaarheid van basisgegevens wordt bereikt. Tot slot waarborgt het referentiemodel de uitwisseling van basisgegevens met het landelijk stelsel van basisregistraties en het benutten van dit stelsel in de gemeentelijke informatievoorziening. Invoering Het was de bedoeling om het referentiemodel in de periode 2007 – 2009 geleidelijk in te voeren. EGEM verwachtte dat leveranciers in die tijd hun software zouden aanpassen aan de basisregistraties. Gedurende de periode van invoering zullen StUF op basis van het GFO-Basisgegevens en StUF op basis van het RSGB naast elkaar bestaan, zodat een geleidelijke overgang mogelijk is. EGEM raadt gemeenten nadrukkelijk aan om de ontwikkeling van hun informatievoorziening te baseren op dit referentiemodel en niet alleen uit te gaan van één of meer (catalogi van) landelijke basisregistraties. Hierdoor kunnen gemeenten aansluiten bij het landelijk stelsel én wordt hun eigen informatievoorziening optimaal bedient. Het RSGB vult namelijk de gegevens uit het landelijke stelsel aan met gegevens die voor de gemeentelijke processen cruciaal zijn, maar niet in het landelijk stelsel worden geregistreerd. In relatie tot de invoering van de GBA is hier van belang om goed te onderkennen dat het gegevensmodel van het RSGB gebaseerd is op LO4!!!!!!! waarover verderop meer.

Transcript

  • 1. Wet en Regelgeving Basisregistratie Adressen en Gebouwen Stroomlijning Basisgegevens 25 januari 2010
  • 2. en waar gaan we naar toe? nu en in de toekomst? de driejaarlijkse audit wat is een kwaliteitsssysteem en hoe implementeer ik dat? wanneer en hoe LO 3.7 GBA realiseren de plichten en de rechten van de afnemers De bijhouding van de BAG (incl. bestuurlijke boete huisvestingswet 22-01-10 Dagindeling 09:15 - 09:30 INVENTARISATIE VERWACHTINGEN 09:30 – 10:00 WAAROM OOK ALWEER 10:15 - 10:45 WET EN REGELGEVING 10:45 - 11:00 koffiebreak 11:00 - 11:45 TOEZICHT EN CONTROLE 11:45 - 12:30 KWALITEITSSYTEEM 12:30 - 13:30 lunch 13:30 - 14:00 KOPPELEN GBA/WOZ 14:00 - 15:00 TERUGMELDEN 15:00 - 15:15 koffie 15:15 - 16:00 de WABO en de BAG 16:00 – 16:15 Niet beantwoorde vragen 16:15 Afsluiting AGENDA
  • 3. WAAROM OOK ALWEER? HOE? (methodiek) Einddoel Andere Overheid
  • 4. een volledig werkende P ersoonlijke I nternet P agina PIP Einddoel Andere Overheid
  • 5. CONCLUSIE: De veranderende wereld vraagt om een nieuw soort overheid : De Andere Overheid 22-01-10
  • 6. De ambitie van 'Lissabon': (De bijzondere Europese Raad in Lissabon van 23-24 maart 2000) ‏ de EU is meest concurrerende kenniseconomie in 2010 Ministerie van Economische Zaken richtnaam: Persbericht Nummer: 479 Datum: 23-2-04 gezamenlijk persbericht van de ministeries van Economische Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen . Europese & landelijke politieke ambities > 1998 Beleid kabinet gericht op beter presteren met ICT 22-01-10
  • 7. Het stelsel van Basisregistraties Programma Ander Overheid 22-01-10
  • 8. ? De Basisregistratie Voertuigen (Kentekenregister RDW) De Basisregistratie Inkomen (BRI)) Registratie Niet- Ingezetenen (RNI)‏ Basisregistratie Ondergrond Nederland (BRON)‏ De Basisregistratie Lonen, Arbeidsverhoudingen en Uitkeringsverhoudingen (BLAU)‏ De Gemeentelijke Basis Administratie Persoonsgegevens De Basisregistraties Adressen (BRA). De Basisregistraties Gebouwen (BGR). Grootschalige Basis Kaart Nederland (GBKN) De Basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ) Basisregistratie Kadaster Basisregistratie Topografie met alle percelen, (de kadastrale kaart)‏ Het Handelsregister KvK (alle bedrijven en instellingen)‏ 01-07-2009 Verplicht gebruik 31-12-2009 ? ? Verplicht BEHEER & GEBRUIK!!!!! Verplicht gebruik
  • 9. Totaal 637 data-elementen Referentiemodel Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens
  • 10. Natuurlijke personen (GBA) Niet natuurlijke personen (NHR) Eigendoms gegevens (BRK) Ruimtelijke objecten (GBKN) Gebouwen (BGR) Adressen (BRA) De kern van het stelsel 22-01-10
  • 11. Stelselcatalogus Stelselmatig Nummerstelsel vormt de brug tussen de registraties: Programma Ander Overheid Verplicht gebruik 22-01-10
  • 12. De kern van het stelsel 22-01-10 BBN-KPN INA-AON BSN-AON Stand- en ligplaatsen verblijfsobjecten FN -AON fin kpn bsn fin KPN IOR KPN AON AON GTN Natuurlijke personen (GBA) Niet natuurlijke personen (NHR) Eigendoms gegevens (BRK) Ruimtelijke objecten Gebouwen (BGR) Adressen (BRA) BRT GBKN
  • 13. Aanleiding tot het wetsvoorstel Stroomlijning Basisgegevens vrijdag 22 januari 2010 http://video.google.com/videoplay?docid=3015480193747219842 22-01-10
  • 14. Inhoud van het algemeen deel 2. Verantwoordelijkheden en structuur het Beheer
  • 15. Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. adres b. adressenregister c. adressenregistratie d. authentiek gegeven e. basisregistratie f. brondocument g. Dienst h. gebouwenregister i. gebouwenregistratie j. landelijke voorziening k. ligplaats l. nummeraanduiding m. Onze Minister n. openbare ruimte o. pand p. standplaats q. verblijfsobject r. woonplaats   '39 ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 16. adressenregister gebouwenregister 1d. authentiek gegeven Artikel 2 Burgemeester en wethouders houden: a. een basisregistratie adressen, bestaande uit een adressenregister en een geautomatiseerde adressenregistratie, en b. een basisregistratie gebouwen, bestaande uit een gebouwenregister en een geautomatiseerde gebouwenregistratie. HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 17. aan eenieder Artikel 3 De basisregistraties, bedoeld in artikel 2, worden gehouden met als doel het aan eenieder beschikbaar stellen van de bij of krachtens deze wet in die basisregistraties opgenomen gegevens over adressen en gebouwen. HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 18. Bescherming van persoonsgegevens HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 19. verantwoordelijke in de zin van artikel 1, Geen protocol-verplichting Verplichting tot bescherming van persoonlijke levenssfeer!! Artikel 4 1. Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van deze wet zijn burgemeester en wethouders respectievelijk is het bestuur van de Dienst, ieder voor zover die verwerking onder hun respectievelijk zijn verantwoordelijkheid plaatsvindt, verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens. 2. Artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens is niet van toepassing. 3. Gegevens uit de basisregistraties, bedoeld in artikel 2, die kunnen worden herleid tot een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon worden slechts verstrekt indien dit voortvloeit uit het doel, genoemd in artikel 3, en de afnemer bevoegd is die gegevens te verwerken op één van de gronden, genoemd in artikel 8, onderdelen a en c tot en met f, van de Wet bescherming persoonsgegevens. HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 20. Normale kantoorruimten en (delen van) kazernes die aan de openbare weg liggen, vallen in beginsel niet onder deze uitzondering. Artikel 5 In de basisregistratie gebouwen worden geen gegevens opgenomen met betrekking tot panden, verblijfsobjecten, standplaatsen of ligplaatsen die in gebruik zijn bij de krijgsmacht of bij een krijgsmacht van een bondgenootschappelijke mogendheid, voor zover tegen het opnemen van die gegevens naar het oordeel van Onze Minister van Defensie bezwaar bestaat. HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 21. Delegatie en Mandaat VERORDENINGEN a BAG- Verordening Straatnaam- en huisnummering – beheerreglement – Beleidsregels – verstrekking straatnaamgeving en nummering – legesrechten – terugmelding – informatiebeveiliging Waarborging Volledigheid BAG Artikel 6 1. De gemeenteraad deelt het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen in, stelt de openbare ruimten vast en kent nummeraanduidingen toe aan de op het grondgebied van de gemeente gelegen verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen. 2. De gemeenteraad stelt de standplaatsen en de ligplaatsen vast. 3. De gemeenteraad stelt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen vast. 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven ten aanzien van de indeling, de vaststelling en de toekenning, bedoeld in het eerste en tweede lid, en kunnen regels worden gegeven ten aanzien van de afbakening, bedoeld in het derde lid. Artikel 6a Burgemeester en wethouders dragen er in het belang van een goede registratie zorg voor dat van elke feitelijke situatie waarvan een krachtens artikel 10 aangewezen brondocument kan worden opgemaakt dat een constatering of verklaring van een daartoe aangewezen ambtenaar behelst, een zodanig brondocument wordt opgemaakt. HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 22. Artikel 7 Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de definitieve geometrie van panden en verblijfsobjecten binnen zes maanden nadat het pand respectievelijk het verblijfsobject gereed is gekomen dan wel een wijziging daarvan is gerealiseerd beschikbaar is en in de gebouwenregistratie is opgenomen. HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 23. Handhaving HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 24. Artikel 8 1. De door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren die zijn belast met de vaststelling van de geometrie, bedoeld in artikel 7, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur en andere hulpmiddelen, elke plaats te betreden, onverminderd artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden, en daar waarnemingen of metingen te verrichten, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van hun taak. 2. De eigenaar, de beperkt gerechtigde en de gebruiker van een pand of een verblijfsobject zijn verplicht aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, binnen de door dezen gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die dezen redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat toegang slechts wordt verleend tussen acht uur ’s morgens en zes uur ’s avonds en dat die niet behoeft te worden verleend op zaterdagen,zondagen en algemeen erkende feestdagen. 3. Indien de toegang wordt geweigerd, verschaffen de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zich zo nodig toegang met behulp van de sterke arm. Indien het verrichten van de handelingen, bedoeld in het eerste lid, niet wordt toegestaan zijn de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, bevoegd het verrichten van die handelingen zo nodig met behulp van de sterke arm mogelijk te maken. 4. De schade die uit de toepassing van het eerste lid voortvloeit, wordt door burgemeester en wethouders op verzoek vergoed. De vordering tot schadevergoeding staat ter kennisneming van de kantonrechter bij de rechtbank van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open. HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 25. De registers 4. De administratiemethodiek
  • 26. Artikel 9 1. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat het adressenregister en het gebouwenregister zodanig worden opgezet dat de inhoud daarvan duurzaam kan worden bewaard en te allen tijde binnen een redelijke termijn raadpleegbaar en beschikbaar is. 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent de administratieve inrichting van het adressenregister en het gebouwenregister. HOOFDSTUK 2 DE REGISTERS
  • 27. Archiefwet Archiefbesluit Beleidsregels AWB art. 2.16 Digitaal versus Analoog Regeling duurzaamheid archief- bescheiden hyperlink HOOFDSTUK 2 DE REGISTERS
  • 28. Artikel 10 1. In het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister worden als brondocument ingeschreven: a. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen documenten; b. een door een daartoe aangewezen ambtenaar opgemaakt procesverbaal van constatering van: 1°. een feitelijk gebruik van een benaming of aanduiding van een woonplaats, openbare ruimte of verblijfsobject, niet zijnde een adres of deel van een adres in de zin van deze wet; 2°. een feitelijk gebruik van een terrein of gedeelte daarvan voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte, niet zijnde een standplaats in de zin van deze wet; 3°. een feitelijk gebruik van een plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of gedeelte daarvan, voor het permanent afmeren van een vaartuig, niet zijnde een ligplaats in de zin van deze wet; 4°. een pand, ten aanzien waarvan een krachtens onderdeel a aangewezen brondocument ontbreekt; 5°. een verblijfsobject, of zodanig gebruik van een ruimte dat deze feitelijk met een verblijfsobject kan worden gelijkgesteld, ten aanzien waarvan een krachtens onderdeel a aangewezen brondocument ontbreekt. 2. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inschrijving in het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister van de in het eerstelid genoemde brondocumenten. HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN
  • 29. Artikel 7 Krachtens artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden als brondocument voor het adressenregister aangewezen: a. een beslissing tot indeling van het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; b. een beslissing tot vaststelling van een openbare ruimte, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; c. een beslissing tot toekenning van een nummeraanduiding, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; d. een document waaruit blijkt welke postcode door de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van postcodes is toegekend aan een nummeraanduiding; e. een rechterlijke uitspraak strekkende tot vernietiging, herroeping, intrekking of wijziging van een in het adressenregister ingeschreven brondocument, en f. een schriftelijke verklaring van een daartoe aangewezen ambtenaar, strekkende tot: 1°. een ambtshalve correctie van een of meer op grond van een ander brondocument in de adressenregistratie opgenomen gegevens, of 2°. een wijziging of opneming in het belang van een goede registratie van een of meer gegevens in de adressenregistratie die niet voortvloeit uit een ander brondocument. Besluit BAG HOOFDSTUK 2. DE REGISTERS
  • 30. Artikel 7 Krachtens artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden als brondocument voor het adressenregister aangewezen: a. een beslissing tot indeling van het grondgebied van de gemeente in een of meer woonplaatsen, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; b. een beslissing tot vaststelling van een openbare ruimte, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; c. een beslissing tot toekenning van een nummeraanduiding, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; d. een document waaruit blijkt welke postcode door de organisatie die verantwoordelijk is voor de uitgifte van postcodes is toegekend aan een nummeraanduiding; e. een rechterlijke uitspraak strekkende tot vernietiging, herroeping, intrekking of wijziging van een in het adressenregister ingeschreven brondocument, en f. een schriftelijke verklaring van een daartoe aangewezen ambtenaar, strekkende tot: 1°. een ambtshalve correctie van een of meer op grond van een ander brondocument in de adressenregistratie opgenomen gegevens, of 2°. een wijziging of opneming in het belang van een goede registratie van een of meer gegevens in de adressenregistratie die niet voortvloeit uit een ander brondocument. Besluit BAG HOOFDSTUK 2. DE REGISTERS
  • 31. Artikel 8 Krachtens artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de wet worden als brondocument voor het gebouwenregister aangewezen: a. een beslissing tot verlening van een vergunning of andere publiekrechtelijke toestemming voor het bouwen, veranderen of slopen van een pand of verblijfsobject, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; b. een schriftelijke reactie van een bestuursorgaan naar aanleiding van een melding of kennisgeving waardoor het vereiste van een vergunning of toestemming, bedoeld in onderdeel a, wordt opgeheven; c. een schriftelijke melding of kennisgeving van de aanvang en het gereedkomen van bouw- of sloopwerkzaamheden met betrekking tot een pand of verblijfsobject; d. een beslissing tot verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, of 33 van de Huisvestingswet, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; e. een beslissing tot vaststelling van een standplaats, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; f. een beslissing tot vaststelling van een ligplaats, alsmede de wijziging of intrekking daarvan; Besluit BAG HOOFDSTUK 2. DE REGISTERS
  • 32. Vormvereisten vergelijkbaar met Wkpb Artikel 11 1. Een krachtens artikel 10 aangewezen brondocument dat in het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister wordt ingeschreven vermeldt in ieder geval: a. een aanduiding van de rechtsgrond waarop het is gebaseerd, en b. de data, bedoeld in artikel 12, onderdeel a of c. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het goed functioneren van de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie nadere regels worden gegeven ten aanzien van krachtens artikel 10 aangewezen brondocumenten. Artikel
  • 33. Artikel 12 Inschrijving van een krachtens artikel 10 aangewezen brondocument in het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister vindt plaats binnen vier werkdagen na: a. de dagtekening van het in dat brondocument opgenomen besluit, b. de dag waarop de in dat brondocument opgenomen uitspraak onherroepelijk is geworden, of c. de dagtekening van het brondocument indien dat brondocument geen besluit of uitspraak bevat. Artikel
  • 34. Artikel 13 Een krachtens artikel 10 aangewezen brondocument dat is ingeschreven, wordt niet uit het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister verwijderd. Artikel hyperlink
  • 35. Artikel 17 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen: a. andere dan de in deze wet genoemde niet-authentieke gegevens worden aangewezen die in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie worden opgenomen, en b. regels worden gegeven met betrekking tot de bijhouding van de adressenregistratie en de gebouwenregistratie. 2. Bij ministeriële regeling wordt voor de adressenregistratie en de gebouwen- registratie een systeembeschrijving vastgelegd, die in ieder geval omvat: a. de gegevensdefinities van de in paragraaf 2 en 3 van dit hoofdstuk genoemde gegevens, en b. de beschrijving van het koppelvlak met de landelijke voorziening ten behoeve van het elektronisch berichtenverkeer met die voorziening. HOOFDSTUK 3 DE REGISTRATIES
  • 36. Toegang, rechten, gebruik 5. INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS
  • 37. BEPERKING Artikel 32 1. Op verzoek: a. verlenen burgemeester en wethouders eenieder inzage in het adressenregister, het gebouwenregister, de adressenregistratie en de gebouwenregistratie, alsmede verstrekken zij aan eenieder de in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie opgenomen gegevens; b. verleent de Dienst eenieder inzage in de landelijke voorziening en verstrekt de Dienst aan eenieder de daarin opgenomen gegevens. 2. Artikel 10, eerste en tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing op de inzage in en het verstrekken van gegevens, bedoeld in het eerste lid. 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen tot wie de gegevens die zijn opgenomen in de basisregistraties, bedoeld in artikel 2, herleidbaar zijn voor daarbij aangewezen gegevens of categorieën van gegevens beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid. 4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent de inzage in en het verstrekken van gegevens als bedoeld in het eerste lid. HOOFDSTUK 5 INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS § 1. Inzage en verstrekking van gegevens
  • 38. Gemeenteleges regelen in beheerverordening Artikel 33 Bij verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 32, eerste lid: a. is het auteursrecht voorbehouden, en b. zijn de rechten, bedoeld in artikel 2 van de Databankenwet, voorbehouden aan burgemeester en wethouders onderscheidenlijk de Dienst. Artikel 34 1. Bij ministeriële regeling kunnen tarieven worden vastgesteld voor het verlenen van inzage in de landelijke voorziening en het verstrekken van de in de landelijke voorziening opgenomen gegevens. 2. De tarieven, bedoeld in het eerste lid, kunnen verschillend worden vastgesteld voor: a. verschillende gegevens, en b. niet-commercieel en commercieel gebruik van die gegevens. HOOFDSTUK 5 INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS
  • 39. Artikel 35 1. Indien een bestuursorgaan bij het vervullen van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie beschikbaar is, gebruikt het dat authentieke gegeven. 2. Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding is geplaatst dat de opneming is gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b; b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid. HOOFDSTUK 5 INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS § 2. Gebruik van gegevens
  • 40. Artikel 36 Degene aan wie door een bestuursorgaan gevraagd wordt om een gegeven te verstrekken dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie beschikbaar is, behoeft dat gegeven niet te verstrekken behoudens: a. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding is geplaatst dat de opneming is gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b;. b. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. in geval van opsporing of onderzoek naar overtreding van een wettelijk voorschrift of van controle op de naleving van een wettelijk voorschrift; d. in geval van dreiging van, of het zich voordoen van, een oproerige beweging, wanordelijkheden, verstoring van de openbare orde, rampen of zware ongevallen; e. ingeval bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of f. ingeval het desbetreffende authentieke gegeven noodzakelijk is voor de identificatie van een object. HOOFDSTUK 5 INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS
  • 41. 22-01-10
  • 42. Kwaliteitstoezicht 8. Toezicht en handhaving
  • 43. Artikel 42 1. Burgemeester en wethouders laten eens per drie jaar de uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde controleren door een van de krachtens het tweede lid aangewezen bedrijven. 2. Onze Minister wijst de bedrijven aan die bevoegd zijn de controle, bedoeld in het eerste lid, uit te voeren. De aanwijzing wordt gepubliceerd in de Staatscourant. 3. Burgemeester en wethouders zenden aan Onze Minister een afschrift van de controle- resultaten. Onze Minister maakt deze controleresultaten openbaar door terinzage- legging daarvan bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent de elementen van de controle, bedoeld in het eerste lid. 5. Bij ministeriële regeling: a. worden regels gegeven omtrent de wijze van uitvoering van de controle, bedoeld in het eerste lid; b. wordt bepaald welke kosten van die controle aan de betrokken gemeente worden vergoed; c. worden criteria gegeven voor de aanwijzing van bedrijven ingevolge het tweede lid, en d. kunnen eisen worden gesteld omtrent de uitvoering van de verplichting, bedoeld in het derde lid, eerste volzin. HOOFDSTUK 7 TOEZICHT EN CONTROLE
  • 44. Artikel 43 1. Indien uit de controle, bedoeld in artikel 42, eerste lid, blijkt dat niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze wet bepaalde, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor om daaraan alsnog te voldoen en laten zij binnen een jaar een hernieuwde controle uitvoeren op die onderdelen die bij de eerste controle niet voldeden. 2. De kosten van een hernieuwde controle als bedoeld in het eerste lid worden niet vergoed aan de betrokken gemeente. 3. Bij ministeriële regeling worden regels gegeven omtrent de wijze van uitvoering van de hernieuwde controle, bedoeld in het eerste lid. HOOFDSTUK 7 TOEZICHT EN CONTROLE
  • 45. Artikel 44 De krachtens artikel 42, tweede lid, aangewezen bedrijven hebben ten behoeve van een controle als bedoeld in artikel 42, eerste lid, respectievelijk artikel 43, eerste lid, toegang tot de registers en de registraties, bedoeld in artikel 2. Burgemeester en wethouders verlenen hiertoe de nodige medewerking. HOOFDSTUK 7 TOEZICHT EN CONTROLE
  • 46. Artikel 45 1. Indien burgemeester en wethouders naar het oordeel van Onze Minister een of meer van hun taken krachtens deze wet ernstig verwaarlozen kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen namens burgemeester en wethouders en ten laste van de gemeente. 2. De in het eerste lid bedoelde voorzieningen worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, niet getroffen dan nadat burgemeester en wethouders in de gelegenheid zijn gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen termijn alsnog hun taak naar behoren uit te voeren. 3. Onze Minister stelt beide Kamers der Staten-Generaal onverwijld in kennis van door hem getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. HOOFDSTUK 7 TOEZICHT EN CONTROLE
  • 47. Het Wkpb-register Digitaal versus Analoog Regeling duurzaamheid archief- bescheiden kwaliteitssysteem
  • 48. Backup, restore, herstel, toegang Processen Artikel 14 1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie. 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent de technische en administratieve inrichting van de adressenregistratie en de Gebouwenregistratie. Artikel 14a Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de verwerking van de gegevens opgenomen in een in het adressenregister of het gebouwen- register ingeschreven brondocument in de adressenregistratie respectie- velijk de gebouwenregistratie. HOOFDSTUK 3 DE REGISTRATIES § 1. Algemeen
  • 49. Processen Artikel 15 Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de weergave van een krachtens deze wet in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie opgenomen authentiek gegeven overeenstemt met dat gegeven als opgenomen in het desbetreffende in het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister ingeschreven brondocument. HOOFDSTUK 3 DE REGISTRATIES
  • 50. Processen Artikel 16 Verwerking van de gegevens opgenomen in een in het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister ingeschreven brondocument in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie vindt plaats binnen vier werkdagen na: a. de dagtekening van het in dat brondocument opgenomen besluit, b. de dag waarop de in dat brondocument opgenomen uitspraak onherroepelijk is geworden, of c. de dagtekening van het brondocument indien dat brondocument geen besluit of uitspraak bevat. HOOFDSTUK 3 DE REGISTRATIES
  • 51. Kwaliteitssysteem kaderstellend informatiebeleid
  • 52. SPRINT Quick scan bedrijfsrisico’s van applicaties en administraties Bron: zbc.nu Kwaliteitssysteem
  • 53.
    • Het uitvoeren van een volledige risico analyse of een afhankelijkheids- en kwetsbaarheidsanalyse is vaak een tijdrovend gebeuren.
    • 54. Deze presentatie beschrijft een methode om op snelle en gestructureerde wijze vast te stellen of een volledige analyse noodzakelijk is.
    • 55. De methode heet ‘Sprint’ en is ontwikkeld door het European Security Forum (ESF).
    Kwaliteitssysteem
  • 56. Wat is SPRINT Methode om snel bedrijfsrisico’s van applicaties in kaart te brengen en op basis hiervan vervolgens te kiezen voor:
      • het vaststellen van dreigingen, kwetsbaarheden en eisen
      • 57. het uitvoeren van een volledige risico analyse
      • 58. stoppen
    Kwaliteitssysteem
  • 59. Wat is SPRINT
      • Toepasbaar op nieuw te bouwen en bestaande applicaties.
      • 60. Dient uitgevoerd te worden door de registrator samen met het afdelingshoofd.
      • 61. Is een product van het European Security Forum (ESF).
      • 62. Wordt ondersteund door standaard vragenlijsten.
    Kwaliteitssysteem
  • 63. Gemiddelde inspanning betrokkenen Fase Hoofd verantwoordelijke eenheid Beveiligings- functionaris 1. Bepalen bedrijfsrisico's 1 -1,5 uur 0,5 dag 2. Bepalen dreigingen Kwetsbaarheid en eisen 3-4 uur 0,5 dag 3. Opstellen actieplan 0,5 – 1 uur 1 dag Kwaliteitssysteem
  • 64. Toepassingsgebied Fase 1 Beoordeel de bedrijfsrisico’s voor de applicatie Classificeer de applicatie Kritisch Belangrijk Standaard Beëindig Sprint. Slechts toetsen of aan basisbeveiligings- niveau wordt voldaan Beëindig Sprint en voer een volledige risico analyse uit Fase 2 Bepaal dreigingen, kwetsbaarheden en eisen Fase 3 Stel actieplan op Hoog risico Laag risico Gemiddeld risico Kwaliteitssysteem
  • 65. Lunchpauze Bedrijfsrestaurant
  • 66.
      Terugblik ochtendprogramma 13:30 - 14:00 KOPPELEN GBA/WOZ 14:00 - 15:00 TERUGMELDEN 15:00 - 15:15 koffie 15:15 - 16:00 de WABO en de BAG 16:00 – 16:15 Niet beantwoorde vragen 16:15 Afsluiting
    Middagprogramma
  • 67. De koppelingen
  • 68. Artikel 35 1. Indien een bestuursorgaan bij het vervullen van zijn publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie beschikbaar is, gebruikt het dat authentieke gegeven . 2. Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval: a. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding is geplaatst dat de opneming is gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b; b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37; d. het door toepassing van het eerste lid zijn publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het eerste lid. HOOFDSTUK 5 INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS § 2. Gebruik van gegevens
  • 69. 1. een verblijfsobject ligt altijd binnen één of meer panden; 2. niet in elk pand liggen één of meer verblijfsobjecten 3. adres waar mogelijk afgeleid in ("heeft aanduiding van") 4. bij elk WOZ-object wordt vastgelegd welk verblijfsobject tot het WOZ-object behoort ("is verbonden met"); 5. een WOZ-deelobject kan gekoppeld zijn aan maximaal één BAG object (verblijfsobject, standplaats, ligplaats of pand). 6. een pand wordt alleen aan een WOZ-deelobject gekoppeld, wanneer tot het pand geen verblijfsobjecten behoren of wanneer het WOZ-object alleen betrekking heeft op een deel van het pand waarin geen verblijfsobjecten voorkomen; ("is verbonden met") 7. I ndien een WOZ-deelobject één op één overeenkomt m et een verblijfsobject en/of pand dan worden de geregistreerde kenmerken bouwjaar, gebruiksoppervlakte) overgenomen. 8. Verblijfsobject behoort tot meerdere WOZ-deelobjecten = optelling van deze WOZ-deelobjecten consistent met de gebruiksoppervlakte van het verblijfsobject. Dit geldt op overeenkomstige wijze voor "overige gebouwde objecten" en "overige terreinen". WOZ-deelobject = llatere aanbouw bij een pand dan kan het bouwjaar van deze aanbouw afwijken van het bouwjaar van het pand; HOOFDSTUK 5 INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS WOZ
  • 70. 1. voor de structuur van de vastlegging van vastgoedgegevens in de WOZ-registratie is het Referentiemodel voor het stelsel van gemeentelijke basisgegevens (RSGB) het uitgangspunt; 2. een WOZ-deelobject dat niet is gekoppeld aan een BAG-object, kan binnen de gemeente gekoppeld zijn aan een "overig gebouwd object" of een "overig terrein". De definitie van deze "overige gebouwde objecten" en "overige terreinen" is vastgelegd in het RSGB Referentiemodel voor het Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens; 3. de relatie van een WOZ-object met een "overig gebouwd object" of een "overig terrein" wordt niet opgenomen in de landelijke Basisregistratie WOZ, omdat de afnemers deze niet kennen; 4. Wanneer een WOZ-object bestaat uit een deel van een kadastraal perceel, kan vaak de geometrie van een pand worden gebruikt om het kadastrale perceel op de kaart te splitsen; 5. de gemeentelijke vastlegging geschiedt conform het RSGB. De vertaalslag naar de Basisregistratie WOZ gebeurt automatisch door het systeem dat communiceert met de Landelijke voorziening WOZ. De structuur van de Basisregistratie WOZ vergt dus geen extra vastlegging van gegevens. HOOFDSTUK 5 INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS WOZ
  • 71. Verplicht gebruik BAG
  • 72.
    • Waarom?
    • 73. Hoe?
    • 74. BAG-elementen in LO 3.7
    • 75. Gefaseerde vulling LO 3.7
    • 76. Gevolgen voor burgerzaken
    • 77. Begeleiding vanuit BPR en BAG
    • 78. Stappenplan voor gemeente
    Verplicht gebruik BAG
  • 79. Waarom?
    • Onderdeel van vorming stelsel van basisregistraties
    • 80. – in de GBA geen eigen adressen meer opnemen, adressen
    • 81. komen uit de BAG
    • 82. Gebruik van de BAG in GBA leidt tot terugmeldingen BAG
    • 83. – verhoogt de kwaliteit van beide registraties
    • 84. Doorlevering van adresgegevens BAG door de GBA aan haar
    • 85. – Afnemers landelijk en binnengemeentelijk
    Verplicht gebruik BAG
  • 86. Verplicht gebruik BAG – 01juli 2009 – 01 juli 2011 BAG: Afnemers (GBA = nummer één) Realisatie BAG-gebruik – Invoering LO 3.7 doorlevering BAG gegevens binnengemeentelijke afnemers GBA – Invoering WOZ als basisregistratie – Invoering WABO – Invoering van raadpleegfunctionaliteit geoviewer Verplicht gebruik BAG
  • 87. Verplicht gebruik BAG
  • 88. BAG elementen in LO 3.7 Bestaande adreselementen in de GBA blijven bestaan, maar waarde moet uiterlijk per 1-7-2011 ontleend worden aan de BAG Huisnummer, Huisletter, Huisnummertoevoeging, Postcode, (Verkorte) straatnaam LO 3.7 zal in werking treden per 1-11-2009 Persoonslijst in de GBA zal worden uitgebreid met: – Naam openbare ruimte (ofwel volledige straatnaam) – Woonplaatsnaam – Identificatiecode verblijfsplaats – Identificatiecode nummeraanduiding (adresseerbaar object) RSGB Verplicht gebruik BAG
  • 89. Verplicht gebruik BAG
  • 90. STAPPENSCHEMA VERPLICHT GEBRUIK
  • 91. Als de koppeling van de GBA met de BAG een feit is, zullen bij elk adres de Identificatiecode verblijfplaats en de identificatiecode nummeraanduiding voorkomen. Hiermee is vastgelegd dat de adresgegevens aan de BAG ontleend zijn. In die gevallen dat een adres in de GBA niet aan de BAG ontleend is, komen deze codes niet voor. Verplicht gebruik BAG
  • 92. 1 november 2009 - invoering LO 3.7 1 november 2009 tot 1 juli 2011 - gemeenten vullen de nieuwe rubrieken in het GBA Gemeente bepaalt zelf wanneer zij daar aan toe is (na 1-11-2009):
    • Bronhouderschap BAG klaar
    • 93. Aansluiten op LV-BAG
    • 94. Melden aan agentschap BPR datum vulling
    • 95. Kort na aansluiting LV-BAG nieuwe rubrieken GBA vullen
    • 96. Dagelijks BAG-mutaties in GBA verwerken
    Impact Verplicht gebruik
  • 97. Gevolgen voor burgerzaken Invoering LO 3.7 heeft impact op het werk van Burgerzaken op de volgende punten: • Bij nieuwe inschrijving in GBA adresverificatie in de BAG • Terugmelden bij gerede twijfel over juistheid van adres aan de eigen BAG-beheerder • Dagelijks verwerken mutaties BAG in de GBA Impact Verplicht gebruik
  • 98. Voorzet voor stappenplan: Project inrichten: richt het project in zoals dat in uw gemeente gebruikelijk is. Het projectteam bestaat logischerwijs uit de BAG beheerder, de GBA beheerder, I&A coordinator en rapporteert aan ? Stappen: 1. Opschonen gegevens: werk zoveel mogelijk afwijkingen van BAG adressen in de GBA weg voor de koppeling/vulling. Hanteer daarbij de regulier procedures voor infrastructurele correcties en Wijzigingen. 2. Aanpassen systemen: voer naast GBA LO3.7, eventueel noodzakelijke upgrades van gemeentebrede voorzieningen en BAG applicaties door. Gebruik hiervoor het overzicht dat onstaan is tijdens de inventarisatie van de applicaties voor de implementatie van de GBA als basisragistratie Impact Verplicht gebruik
  • 99. 3. Werkprocessen burgerzaken bekijken: bepaal hoe u in de werkprocessen rond inschrijvingen om wil gaan in het geval het opgegeven adres niet overeenkomt met de BAG (terugmelding). Gebruik het model van Ofelon als referentie 4. Vullen nieuwe elementen in de GBA: Voer een proefvulling uit op een kopie GBA-bestand. Controleer proefvulling en vul de GBA rubrieken met de BAG gegevens Impact Verplicht gebruik
  • 100. 5. Inregelen gegevensbeheer: maak afspraken over de verantwoordelijkheden rond m.b.t. het afhandelen van terugmeldingen. 6. Sluit het project af: en draag de resultaten over aan het reguliere I&A- en gegevensbeheer in uw gemeente . Impact Verplicht gebruik
  • 101. Terugmeldplicht
    • 6. Het gebruik van de basisregistraties
  • 102. Artikel 36 Degene aan wie door een bestuursorgaan gevraagd wordt om een gegeven te verstrekken dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie beschikbaar is, behoeft dat gegeven niet te verstrekken behoudens: a. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding is geplaatst dat de opneming is gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b;. b. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst; c. in geval van opsporing of onderzoek naar overtreding van een wettelijk voorschrift of van controle op de naleving van een wettelijk voorschrift; d. in geval van dreiging van, of het zich voordoen van, een oproerige beweging, wanordelijkheden, verstoring van de openbare orde, rampen of zware ongevallen; e. ingeval bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of f. ingeval het desbetreffende authentieke gegeven noodzakelijk is voor de identificatie van een object. HOOFDSTUK 5 INZAGE, VERSTREKKING EN GEBRUIK VAN GEGEVENS
  • 103. Artikel 37 1. Een bestuursorgaan dat gegevens heeft verkregen uit de landelijke voorziening en gerede twijfel heeft over de juistheid van een in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie opgenomen authentiek gegeven of het ontbreken van een authentiek gegeven in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan de Dienst. De Dienst stuurt de melding binnen een werkdag door aan burgemeester en wethouders die de betrokken registratie houden. 2. Een bestuursorgaan dat gegevens heeft verkregen van burgemeester en wethouders en gerede twijfel heeft over de juistheid van een in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie opgenomen authentiek gegeven, of het ontbreken van een authentiek gegeven in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie, doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan burgemeester en wethouders. 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven omtrent: a. de gevallen waarin een melding als bedoeld in het eerste of tweede lid niet hoeft te worden gedaan, en b. een beperking van de kring van bestuursorganen die verplicht zijn toepassing te geven aan het eerste of tweede lid. HOOFDSTUK 6 WIJZIGING VAN DE IN DE REGISTRATIES OPGENOMEN GEGEVENS
  • 104. Verzoeken van derden Artikel 38 t/m 41 Melding of waarneming afzien van bouw Melding of waarneming afzien van bouw Hernummeren adresseerbaar object Terugmelden
  • 105. Artikel 38 De belanghebbende die gerede twijfel heeft over de juistheid van een in een adressen- registratie respectievelijk een gebouwenregistratie opgenomen authentiek gegeven of het ontbreken van een authentiek gegeven in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie kan burgemeester en wethouders onder opgaaf van redenen verzoeken dat gegeven te wijzigen respectievelijk op te nemen in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie. HOOFDSTUK 6 WIJZIGING VAN DE IN DE REGISTRATIES OPGENOMEN GEGEVENS
  • 106. Artikel 39 1. Na ontvangst van een melding als bedoeld in artikel 37 of een verzoek als bedoeld in artikel 38 besluiten burgemeester en wethouders over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven. 2. Indien burgemeester en wethouders niet binnen twee werkdagen na de melding, bedoeld in artikel 37, respectievelijk het verzoek, bedoeld in artikel 38, hebben besloten over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven plaatsen zij in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie bij dat gegeven de aantekening «in onderzoek». 3. Burgemeester en wethouders onderzoeken het desbetreffende authentieke gegeven en nemen zo spoedig mogelijk doch niet later dan zes maanden na ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 37, respectievelijk het verzoek, bedoeld in artikel 38, een beslissing omtrent wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende Authentieke gegeven. HOOFDSTUK 6 WIJZIGING VAN DE IN DE REGISTRATIES OPGENOMEN GEGEVENS
  • 107. Artikel 40 1. Op het moment dat burgemeester en wethouders hebben beslist over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven verwijderen zij de aantekening «in onderzoek» uit de adressenregistratie respectievelijk de Gebouwenregistratie. 2. Burgemeester en wethouders maken hun beslissing over wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven onverwijld bekend aan het bestuursorgaan dat de melding, bedoeld in artikel 37, heeft gedaan respectievelijk de belanghebbende die het verzoek, bedoeld in artikel 38, heeft gedaan. HOOFDSTUK 6 WIJZIGING VAN DE IN DE REGISTRATIES OPGENOMEN GEGEVENS
  • 108. Artikel 41 1. De beslissing van burgemeester en wethouders over wijziging respectievelijk opneming van een gegeven naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 38 is een besluit. 2. Indien tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid bezwaar wordt aangetekend of beroep wordt ingesteld plaatsen burgemeester en wethouders in de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie bij dat gegeven de aantekening «in onderzoek». 3. Zodra op het bezwaar respectievelijk het beroep onherroepelijk is beslist, wijzigen burgemeester en wethouders indien nodig het gegeven respectievelijk nemen zij dat gegeven op en verwijderen zij de aantekening «in onderzoek» bij dat ge geven. HOOFDSTUK 6 WIJZIGING VAN DE IN DE REGISTRATIES OPGENOMEN GEGEVENS
  • 109. Waarom moet worden teruggemeld? Kwaliteitsimpuls en zelfreinigend vermogen Waarom terugmelden?
  • 110. Digimelding (voorheen TerugMeldFaciliteit, TMF). Verplichte terugmelding GBA = TMV TERUGMELDEN BAG
  • 111. 1. Is Digimelden voor afnemers en registratiehouders per 01-01-2010 beschikbaar (doelstelling NUP)? Antwoord: Digimelding is in beheer bij GBO.Overheid. Momenteel lopen er 2 pilots voor terugmelden, één voor de GBA en één voor de BAG. De verwachting is dat deze 2 pilots in januari worden afgerond. Feitelijk terugmelding kan dus in de loop van januari 2010. 2. Is de koppeling tussen Digimelden en de Terugmeldvoorziening GBA al gerealiseerd? Antwoord: Zie 1. 3. Komt er voor de bewaking van het proces een terugmeldvoorziening voor de BAG overeenkomstig de GBA functionaliteit? Antwoord: Ja, er komt conform afspraken een proces, of dat overeenkomstig de GBA functionaliteit is zou uitgezocht moeten worden. 4. Is/komt er een demo omgeving waar o.a. voor cursusdoeleinden gebruik van kan worden gemaakt?? Antwoord: Het portaal van Digimelding wordt altijd ingericht in het domein van de klant zelf. Er zijn geen plannen voor een demo omgeving. Digimelden
  • 112. Bestuursorganen worden verplicht gebruik publieke taak. Het terugmeldproces BAG is nog beperkt uitgewerkt. Ontwikkeling landelijke voorziening BAG staat voorop. Nu gericht op aansluiting BAG. Gebruik van gegevens Artikel 35 Bestuursorgaan ander gegeven ingeval: a. «in onderzoek» is geplaatst; b. melding artikel 37; c. frustratie uitvoering publiekrechtelijke taak d. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald Verplichte Terugmelding BAG
  • 113. Artikel 39 Reactie binnen twee werkdagen Aandacht voor 08.84.10 Verplicht gebruik BAG
  • 114. Partijen: – Afnemers – Terugmelder – Gebruikers – Landelijke voorziening BAG – Registerhouder Proces: – S ignaleren – D oorsturen – Filteren – In onderzoek nemen – Correctie Partijen & proces
  • 115. Wanneer terugmelden?
  • 116. Aanvraagproces stoppen of gewoon doorgaan? 1. Uitstellen 2. Uitstellen en de burger naar Burgerzaken sturen 3. Uitstellen én terugmelden 4. Toch in behandeling nemen KEUZEMOGELIJKHEDEN AFNEMER
  • 117. Handelingsvrijheid afnemer bij in onderzoek 1. behandeling opschorten uitkomst onderzoek afwachten. 2. proces af handelen. (a) BAG/GBA gegeven gebruiken (b) gegevens andere bronnen gebruiken of mede gebruiken Wanneer toch het proces afhandelen? Uitstel niet of niet langer mogelijk of onevenredig nadelig MAAR:geen recht op eenmalige gegevensverstrekking. Burger mag om nadere informatie gevraagd worden en deze informatie mag meewegen bij de uitvoering van de publiekrechtelijke taak. ge gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek gegeven in onderzoek
  • 118. Handelingsvrijheid afnemer bij gerede twijfel In de volgende situaties kan sprake zijn van twijfel aan de juistheid van een gegeven: • op basis van een onderzoek dat de betreffende organisatie heeft uitgevoerd • in het geval dat een burger zelf aangeeft dat er iets niet klopt • wanneer de afnemer geen actuele gegevens uit de GBA gebruikt. Gerede twijfel
  • 119. Wanneer is sprake van bijzondere omstandigheden?
    • Identiteit
    • 120. Fraudebestrijding en fraudepreventie
    • 121. Opsporing, vervolging, e.d.
    • 122. Bij spoed, calamiteiten, rampen
    • 123. Vanwege bijzonderheden in bijhouding GBA
    Strijdigheid taakvervulling
  • 124. 1. Niet meegenomen binnengemeentelijke terugmelden 2. Meeleveren BAG gegevens via andere basisregistraties. Hoofdlijn: Bij bron terugmelden Berkingen terugmelden
  • 125. 1. BAG proces optimaliseren 2. Integriteit bewaken 3. Kwaliteitsproces inrichten (NEN 27002) 4. Binnengemeentelijk gebruik entameren en vorm geven 5. Terugmeldproces inrichten Betekenis Bag-beheerder
  • 126. Kan een nieuwe terugmelding een eerder gedane terugmelding overschrijven? JA!!! TMV is simpel en robuust. TMV meldt niet spontaan de status van het onderzoek, Onderzoek is afgerond en wat het resultaat is van het onderzoek. Afnemersindicatie Ad hoc Het terugmeldproces en deTMV?
  • 127. 4e tranche AWB De bestuurlijke boete in de Huisvestingswet 1. In gebruik nemen en in gebruik geven van een vergunningplichtige woning zonder huisvestingsvergunning Nog belangrijker de boete voor: 2. Zonder vergunning onttrekken woonruimte 3. Het samenvoegen van woonruimte 4. Het omzetten in onzelfstandige woonruimte. Het gaat dan bijvoorbeeld om: - illegale doorverhuur, – overbewoning, – illegale pensions of beddenverhuur (seizoensarbeiders), – onrechtmatig gebruik hennepteelt, prostitutie of drugshandel Bestuurlijke boete
  • 128. 4e tranche AWB De bestuurlijke boete in de Huisvestingswet Samenwerking Burgerzaken, de BAG-beheerder en RO afdeling – Welk instrumenten voor bewaking processen? – Wie legt de boete op? – Wat is de hoogte van de boete voor de verschillende overtredingen – Hoe worden recidive bijgehouden? – Bedrijfsmatige exploitatie woonruimte zwaarder beboeten? Bestuurlijke boete
  • 129. 07-12-09
  • 130. GripopBAG
  • 131. MidOffice statuswijziging De gemeente ontvangt de aanvraag op papier. 1. volledigheidstoets Het is een check op de volledigheid van de basale gegevens: – zijn de juiste NAW gegevens ingevuld, – de handtekeningen gezet – zitten de vereiste bijlagen erbij? Als dit ter plekke herstelt kan worden, gebeurt dat. Zo niet: – keuze de aanvraag eerst te vervolmaken – aanvraag in dienen = herstelverzoek Zodra de aanvraag in ontvangst genomen wordt, wordt een ontvangstbewijs gegeven en start de wettelijke termijn. De beslistermijn voor een reguliere procedure is acht weken, met een eenmalige verlengingsmogelijkheid van zes weken. Na overschrijding van de (eventueel verlengde) beslistermijn is de vergunning van rechtswege verleend (fatale termijn: Lex Silencio). Na overschrijding en twee weken na de ingebreke stelling heeft de burger bovendien recht op een schadevergoeding (‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ is op 1 oktober 2009 in werking getreden). Zaken Geg.Mag. Aangifte of aanvraag Één mutatieregel!! ontvangst-bevestiging Gemeenteperspectief maximaal gebruik Omgevingsloket Gemeenteperspectief minimaal gebruik Omgevingsloket burger
  • 132. Totaal 122 data-elementen EGEM GFO-zaken
  • 133. MidOffice statuswijziging Zaken Geg.Mag. Aangifte of aanvraag GBA-V ontvangst-bevestiging Gemeenteperspectief maximaal gebruik Omgevingsloket Aangifte of aanvraag VOA ?? burger bedrijf
  • 134. Totaal 637 data-elementen Referentiemodel Stelsel van Gemeentelijke Basisgegevens
  • 135. Handboek
  • 136. Vragen en evaluatie