• Like
  • Save
Tekstformats
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

Published

Overzicht van de tientallen journalistieke tekstformats, met voorbeelden.

Overzicht van de tientallen journalistieke tekstformats, met voorbeelden.

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
335
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. TEKSTFORMATS een overzicht Hans FaelensJansen & Janssen Customer Media www.jaja.be 1
  • 2. TekstformatsEen redacteur schrijft over een onderwerpop basis van bronnen een of meer tekstenmet beeld en opmaak en eventueelbijbehoren. Op al die elementen kunnen we spelen, en zo krijgen we verschillende journalistieke genres. 2
  • 3. 1 Variëren op onderwerp 3
  • 4. Variëren op onderwerpWe variëren op diepte, emotie en subjectiviteit van het onderwerp1.  Nieuwsbericht Een flatgebouw in Brussel is gisteren afgebrand2.  Achtergrondverhaal Gericht op emotie, bv. de buren zijn geschrokken, vader vindt dochter niet3.  Portret Held van de dag, bv. brandweerman die kindje uit vlammen gered heeft4.  Nieuwsanalyse Objectief, gericht op ratio, bv. waarom zijn er zoveel branden met butaangasflessen?5.  Commentaar, column, cartoon, fotoverhaal Subjectief: hoog tijd dat we iets aan veiligheid butaangasflessen doen! 4
  • 5. Nieuwsbericht: raid op hulpkonvooi 5
  • 6. Achtergrondverhaal: de opvarenden 6
  • 7. Analyse (van blokkade) 7
  • 8. Commentaar 8
  • 9. 2 Variëren op de redacteur 9
  • 10. De redacteur kan zich opverschillende manieren opstellen1.  Onzichtbaar In een neutraal, redactioneel geschreven nieuwsbericht: er is een opleiding.2.  Verbaal zichtbaar als getuige In de observatieve reportage: redacteur woont opleiding bij en rapporteert3.  Verbaal zichtbaar als participant In de participatieve reportage: redacteur neemt zelf deel aan opleiding en rapporteert4.  Visueel zichtbaar Met foto’s bij het artikel waarop redacteur actief meedoet aan de opleiding 10
  • 11. Auteur zichtbaar als participant 11
  • 12. Auteur visueel zichtbaar 12
  • 13. De traditionele redacteur kanworden vervangen door:1.  Iemand uit de doelgroep Bv. een van de deelnemers schrijft een dagboek over de opleiding die ze volgt.2.  Iemand met rationeel gezag: specialist, grote baas, enz. Bv. grote baas zegt in een interview hoe belangrijk zij die opleiding vindt3.  Iemand met emotioneel gezag: een BV, enz. Een BV die met de organisatie verbonden is, doet bij wijze van proef de opleiding en schrijft er een stuk over, of met foto-impressie, enz. 13
  • 14. Cosmo: reis met 3 budgetten 14
  • 15. De Standaard: 5 vragen voor 50 Belgen 15
  • 16. Landgenoten: biechtstoel 16
  • 17. Omtrent: de leeskoffer van … 17
  • 18. De Standaard Magazine: de beautygeheimen van 18
  • 19. De Standaard Magazine: aan tafel 19
  • 20. Cosmo: BV winkelt 20
  • 21. Maguza: menselijke verhalen 21
  • 22. Vacature: gelegenheidsredacteur 22
  • 23. Elle: hond als verteller 23
  • 24. 3 Variëren in de opmaak 24
  • 25. Visuele structuren trekken binnen1.  Infografiek, cartoon, foto, illustratie Beeld zegt meer dan duizend woorden: maar wees helder en geef bijna altijd toelichting in woord.2.  Gepaste aantal instappers Afhankelijk van onderwerp en doelgroep: rubriektitel, titel, subtitel, intro, tweede intro, tussenkoppen, meer info, streamers, kaders, bijschriften, enz.3.  Visualiseren van logische structuur of vanuit visueel element –  Met getallen of alfabet: 7 tips om, 14 manieren om, rijk in 39 stappen, van a tot z –  Contrast en opsomming: pro&contra, forum met drie mensen die elkaar aanvullen, estafette telkens iets doorgeven (bv. mensen die elkaar tegenkomen), het bureau van enz. –  Dagboekformules: periode van een uur-dag-week-maand-jaar, van dagboek over logboek tot opbellen, sms, mail enz. –  Checklists en testjes –  Enz. 25
  • 26. Omtrent: in beeld 26
  • 27. Varia: infografiek kaderledenstudie 27
  • 28. Maguza: veiligheid 28
  • 29. Maguza: technologie 29
  • 30. Maguza: technologie 30
  • 31. Maguza: tips 31
  • 32. Cosmo: 10 plannen 32
  • 33. De Standaard Magazine: 1 model, 4 gezichten 33
  • 34. De Standaard Magazine: test 34
  • 35. Cosmo: SOA test 35
  • 36. Red: gelukkig (1+2) 36
  • 37. Red: gelukkig (3) 37
  • 38. Red: witte stijlen 38
  • 39. Red: contrast doen/niet doen 39
  • 40. Red: leven/werk 40
  • 41. Vacture: dagboek 41
  • 42. Moi! 42
  • 43. Puls 43
  • 44. Flair: voor & na 44
  • 45. Flair: dagboek 45
  • 46. 4 Variëren op de bron 46
  • 47. Variëren op de bron1.  Gesproken bronnen: verschillende mogelijkheden –  Bron niet aan het woord laten: redactioneel artikel (als de feiten zonder bron belangrijk zijn) –  Bron af en toe citeren: gemengd redactioneel/citaat -> is het meest voorkomende tekstgenre (sterke combinatie zakelijke feiten + kleur of subjectiviteit in citaat) –  Bron in vraag-en-antwoord: interview (als de persoonlijkheid belangrijkst is, wegens gezag of identificatiekracht voor de lezer) –  Meerdere bronnen aan het woord: bv. een debat, of 3 getuigenissen, of pro&contra, enz. –  Bron in monoloog aan het woord laten en zelf zwijgen: zogeheten ‘full quote’ (voor emotionele getuigenissen, let op: moeilijk om te schrijven, vergt veel empathie) 47
  • 48. Variëren op de bron2.  Secundaire bronnen Als de primaire bron niet wil of kan: interview met pas aangetreden grote baas niet mogelijk? Interview zijn of haar gezin, of vroegere medewerkers, of vrienden, enz. Cf. in publiekspers: portret op basis van interviews met de vijanden van de geportretteerde.3.  Andere dan gesproken bronnen –  Geschreven bronnen: vroegere artikels, jaarverslagen, nota’s, maar ook: oude correspondentie, enz. –  Visuele bronnen: fotoarchief, filmpjes op het net, enz. –  Zelf tests of onderzoek doen: enquêtes of rondvraag organiseren, eventueel online (cf. oa polls), of bv. zelf een leugentest met een leugendetector doen, of hartslagmeter vergelijken man en vrouw bij een opwindende film en dan visueel voorstellen, enz. 48
  • 49. Punch: kwartet 49
  • 50. Flair: 3 getuigen over Sinterklaas 50
  • 51. Landgenoten 22-23 51
  • 52. Red: plakboek 52
  • 53. Moment: full quote 53
  • 54. 4 Variëren op bijbehoren 54
  • 55. Variëren op bijbehorenExtra’s die je biedt:1.  Meer info: white book, website, foto’s, persoon aan telefoon, enz2.  Interactie: discussie op forum of poll, uitnodiging om naar evenement te komen, enz.3.  Gadgets: –  Op de cover gekleefd om meegegeven in de krimpfolie –  Ingeniet in het blad –  Te winnen als de lezer antwoordt, enz. 55
  • 56. Dixit: forum 56