Tekst en toelichting Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 10 (bestuurlijk toezicht)
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Tekst en toelichting Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 10 (bestuurlijk toezicht)

on

  • 1,967 views

Toelichting op de artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inzake bestuurlijk toezicht (goedkeuring, schorsing en vernietging)

Toelichting op de artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inzake bestuurlijk toezicht (goedkeuring, schorsing en vernietging)

Statistics

Views

Total Views
1,967
Views on SlideShare
1,967
Embed Views
0

Actions

Likes
0
Downloads
1
Comments
0

0 Embeds 0

No embeds

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Tekst en toelichting Algemene wet bestuursrecht, hoofdstuk 10 (bestuurlijk toezicht) Document Transcript

  • 1. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:25 en 10:26 Art. 10:25 In deze wet wordt verstaan onder goedkeuring: de voor de inwerkingtre- Goedkeuring, be- ding van een besluit van een bestuursorgaan vereiste toestemming van een gripsbepaling ander bestuursorgaan. Art. 10:26 Besluiten kunnen slechts aan goedkeuring worden onderworpen in bij of Wettelijke basis krachtens de wet bepaalde gevallen.. '" Commentaar door: Mr. dr. eN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01-12-2009 B Art. 10:25 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Art. 10:26 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:25 en 10:26 - 1 , t'
  • 2. Art. 10:25 en 10:26 Hoofdstuk 10 Awb c Inhoudspgave Cl Wanneer is sprake van goedkeuring C2 De aard van de rechtsfiguur is van belang C3 De goedkeuring is een besluit CA Wettelijke grondslag C.I Wanneer is sprake van goedkeuring Definitie Drie elementen zijn van belang. Er moet sprake zijn van een besluit als be- doeld in art. 1:3 lid 1 Awb. Het besluit is dus reeds genomen en kan niet met de goedkeuring worden aangepast (ABRvS 7 december 2005, AB Kort 2006/ 4). De inwerkingtreding van het besluit vereist toestemming door een be- stuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 Awb. C.2 De aard van de rechtsfiguur is leidend Materieel begrip Artikel 10:25 kent een materiële omschrijving. Maatgevend voor het van toe- passing zijn van afdeling 10.2.1 is of een rechtsfiguur voldoet aan de elementen van de begripsomschrijving van artikel 10:25 Awb (Kamerstukken II 1993/ 94,23700, nr. 3 (MvT), p. 184). Hieruit volgt dat enerzijds een figuur die in een bijzondere wet wordt aangeduid met de term "goedkeuring" geen goed- keuring hoeft te zijn als bedoeld in de Awb en anderzijds een instrument dat op andere wijze wordt aangeduid, wel als zodanig kan worden aangemerkt. C.3 De goedkeuring is een besluit ( Een beslissing van een bestuursorgaan betreffende goedkeuring van een be- sluit is een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb (MvT, p. 185). Alle vereisten die worden gesteld aan een besluit zijn dus ook in dit geval van toepassing. Als uitdrukkelijk in een bijzondere wet is geregeld dat de daarin geregelde goedkeuring geen besluit is in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb dan is daardoor ook geen sprake van goedkeuring als bedoeld in art. 10:25 Awb. C.4 Wettelijke grondslag Uit art. 10:26 volgt dat iedere goedkeuringsbepaling een formeelwettelijke basis kent. De wettelijk toegekende bevoegdheid tot goedkeuring van een be- paald besluit betekent dan ook niet dat de intrekking van dat besluit aan 10:25 en 10:26 - 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR , t'
  • 3. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:25 en 10:26 goedkeuring onderhevig is. Daartoe is immers een aparte wettelijke grondslag nodig. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:25 en 10:26 - 3 , t'
  • 4. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:27 Art. 10:27 De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht Onthouden goed. of op een grond, neergelegd in de wet waarin of krachtens welke de goed- keuring keuring is voorgeschreven. Commentaar door: Mr. dr. CN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01-12-2009 A Dit artikel behandelt het onthouden van goedkeuring. Er zijn twee gronden: strijd met het recht of een grond die is neergelegd in een bijzondere wet. Om- dat terughoudendheid bij bestuurlijk toezicht voorop dient te staan, maar de wetgever niet heeft gekozen voor een algemene bepaling dienaangaande, wordt met deze bepaling aan de bijzondere wetgever gelaten op welke wijze invulling wordt gegeven aan die terughoudendheid (Kamerstukken II 1993/ 94, 23 700, nr. 3 (MvT), p. 187). De bijzondere toetsingsgronden zijn veelal een afgeleide van de grond "strijd met het algemeen belang". B datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening hekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:27 - 1 t, .
  • 5. Art. 10:27 Hoofdstul( 10 Awb c Inhoudspgave CL Geen verplichting tot onthouding C2 Toetsingsgronden C2.1 Strijd met het recht C2.2 Algemeen belang of bijzondere toetsingsgronden C2.3 Bijzondere toetsingsgronden C3 Beleidsregels aangaande toezichtuitoefening C.I Geen verplichting tot onthouding Facultatief Art. 10:27 spreekt uitdrukkelijk van een bevoegdheid ("kan"). Indien zich een van de toetsingsgronden voordoet bestaat voor het toezichthoudende be- stuursorgaan dan ook geen verplichting tot onthouding van de goedkeuring. Bij een beperkte vorm van "strijd met het recht" (bijvoorbeeld een vormvoor- schrift) kan worden afgezien van onthouding (MvT, p. 188). C.2 Toetsingsgronden Onthouding van goedkeuring kan slechts plaatsvinden op grond van een in de wet opgenomen toetsingsgrond. De Awb kent zelf één specifieke toetsings- grond: "strijd met het recht". Daarnaast geeft het een expliciete mogelijkheid voor de bijzondere wetgeving om een toetsingsgrond hierbij aan te vullen. Goedkeuring mag niet worden onthouden voor een ander doel dan ter be- scherming waarvan het vereiste van goedkeuring is gesteld. C2.1 Strijd met het recht ( Geschreven en on- Was vroeger nog sprake van "strijd met de wet", met de derde tranche van de geschreven recht Awb is gekozen voor het bredere "strijd met het recht". Zodoende is niet al- leen het geschreven recht (waaronder de wet) onderwerp van beoordeling bij deze toetsingsgrond maar ook het ongeschreven recht. C2.2 Algemeen belang of bijzondere toetsingsgronden Bij toetsing aan strijd met "het algemeen belang" kan het toezichthoudende bestuursorgaan niet volstaan met de enkele mededeling dat het een besluit niet geheel op die wijze zou nemen. De bezwaren dienen overwegend te zijn (MvT, p. 187). De meer bijzondere toetsingsgronden - zoals het belang van de volksgezondheid of van de stadsvernieuwing - vormen veelal een afgeleide 10:27 - 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR . t' .
  • 6. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:27 van het "algemene belang". Telkens komt naar voren dat het meer decentrale belang niet, maar een andere belang wel aan goedkeuring in de weg staat, ter- wijl de taakuitoefening waaraan goedkeuring moet worden verleend juist dat meer decentrale belang primair in ogenschouw moet nemen. C.3 Beleidsregels aangaande toezichtuitoefening Het staat de toezichthouder vrij beleidsregels op te stellen aangaande zijn be- voegdheidsuitoefening. In dat kader zij onder meer verwezen naar het "Ge- meenschappelijk Financieel toezichtkader, Zichtbaar toezicht" van februari 2008 waarin het financieel toezicht op de provincies en gemeente - zoals uit- geoefend door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie, resp. gedeputeerde staten - nader wordt ingekaderd. Het is dan ook aan te be- velen dat onderzoek wordt gedaan naar het bestaan van beleidsregels. D D.I Publicatiegebrek zonder benadeling belanghebbende. Geen plicht tot onthouding van goedkeuring. ABRS 21 februari 2006, AB 2006/276, m.nt. J. Robbe: dat de kennisgeving van een ontwerpplan in strijd met art. 3:12 lid 1 Awb niet voorafgaand aan de terinzagelegging heeft plaatsgevonden, dient er niet toe te leiden dat goedkeuring aan het plan onthouden had moeten worden. Be- langhebbenden zijn - met het oog op de indiening van de zienswijzen - niet benadeeld door het feit dat de kennisgeving heeft plaatsgevonden op de eerste dag van de terinzagelegging. D.2 WRO versus Wro. Geen belang bij de beoordeling van het be- roep ten aanzien van de motivering van het besluit tot ont- houding van goedkeuring. Bezwaren komen aan de orde bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. ABRS 12 augustus, zaaknr. 2009200708124/1: Art. 30 lid 1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verplichtte de ge- meenteraad, indien GS goedkeuring had onthouden, voor dat deel een nieuw plan vast te stellen, waarbij de eerdere uitspraak van de Afdeling in acht werd genomen. In jurisprudentie onder de WRO oordeelde de Afdeling dat niet slechts de onthouding van goedkeuring zelf, maar ook de hieraan ten grond- slag liggende motivering in de beroepsprocedure ter beoordeling kon staan. Daarbij was het procesbelang gelegen in de verplichting het besluit van het college in acht te nemen bij het artikel 30-plan. Met de wet ruimtelijke orde- ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:27 - 3 t, .
  • 7. Art. 10:27 Hoofdstul( 10 Awb ning (hierna: Wro), die per 1 juli 2008 in werking is getreden, is niet in een der- gelijke plicht voor de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmings- plan ex. Art. 3.1 Wro voorzien. Gelet daarop is het belang bij de beoordeling van het beroep voor zover dat gericht is tegen de aan een besluit tot onthou- ding van goedkeuring ten grondslag liggende motivering, ingaande 1 juli 2008, komen te vervallen. Dit impliceert volgens de Afdeling dat de bezwaren omtrent de toekenning van een niet-agrarische bedrijfsbestemming aan de or- de kunnen komen bij de totstandkoming van het bestemmingsplan onder de Wro. Sluis, eN. van der, In wederzijdse afhankelijkheid. Nationaal bestuurlijk toezicht in Europees perspectief, Nijmegen: Wolf legal publishers 2007. Wijk, H.D. van/Konijnenbelt, W. en Male, R. van, Hoofdstukken van be- stuursrecht, Elsevier Juridisch: Den Haag 2008, p. 506-507. 10:27 - 4 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 ~. APRIL 2010 ABR t' .
  • 8. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:28 Art. 10:28 Aan een besluit waarover een rechter uitspraak heeft gedaan of waarbij een Rechterlijke uit. in kracht van gewijsde gegane uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd, spraak kan geen goedkeuring worden onthouden op rechtsgronden welke in strijd zijn met die waarop de uitspraak steunt of mede steunt. Commentaar door: Mr. dr. CN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot Ol - 12-2009 B datuin van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 c C.I Respecteren van een rechterlijk oordeel Artikel 10:28 van de Awb bepaalt dat aan een besluit waarover een rechter uit- Voorrang van de spraak heeft gedaan of waarbij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak rechter van de rechter wordt uitgevoerd, geen goedkeuring kan worden onthouden op rechtsgronden welke in strijd zijn met die waarop de uitspraak steunt of mede steunt. Dit artikel is opgenomen omdat bij rechtsoordelen het oordeel van de rechter dient te prevaleren boven dat van het bestuur (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 188). ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:28 - 1 t,
  • 9. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:29 en 10:30 Art. 10:29 I. Een besluit kan alleen dan gedeeltelijk worden goedgekeurd, indien ge- Gedeeltelijke deeltelijke inwerkingtreding strookt met aard en inhoud van het besluit. goedkeuring 2. De goedkeuring kan noch voor bepaalde tijd of onder voorwaarden worden verleend, noch worden ingetrokken. Art. 10:30 i. Gedeeltelijke goedkeuring of onthouding van goedkeuring vindt niet Overleg over ge- plaats dan nadat aan het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen, gele- deeltelijke goed. genheid tot overleg is geboden. keuring 2. De motivering van het goedkeuringsbesluit verwijst naar hetgeen in het overleg aan de orde is gekomen. Commentaar door: Mr. dr. CN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot Ol - 12-2009 A Deze bepalingen zien op de gedeeltelijke, tijdelijke, voorwaardelijke goedkeu- ring of de intrekking daarvan, alsook de procedure die gevolgd moet worden. De mogelijkheid van een gedeeltelijke goedkeuring is expliciet een uitzonde- ring. Er bestaat immers het risico dat het goed te keuren besluit een wijziging ondergaat vanwege een gedeeltelijke goedkeuring. Expliciet wordt dan ook bepaald dat een gedeeltelijke inwerkingtreding moet stroken met de aard en inhoud van het besluit (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3 (MvT), p. 188). Het vereiste overleg en de verwijzing naar de inhoud daarvan in het goedkelringsbesluit dienen tot zorgvuldigheid. Met het criterium "aard en in- houd van het besluit" volgt de wetgever de vaste lijn in de jurisprudentie (zie bijvoorbeeld KB 28 februari 1972, AB 1972/164). Een goedkeuring voor een bepaalde tijd, onder bepaalde voorwaarden alsook het intrekken van een goedkeuring kan is niet toegestaan. De mogelijkheid tot gedeeltelijke goed- keuring en het verplichte vooroverleg bestond reeds in de organieke wetge- ving (zie bijvoorbeeld Kamerstukken IJ 1985/86, 19 403, nr. 3, p. 24-25). ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:29 en 10:30 - 1 , t'
  • 10. Art. 10:29 en 10:30 Hoofdstuk 10 Awb B Art. 10:29 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Art. 10:30 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 c Inhoudspgave C.1 Gedeeltelijke goedkeuring is toegestaan C.1.1 Aard en inhoud van het besluit C.1.2 Processuele waarborgen C.1.2.1 Overleg C.1.2.2 Kenbaarheid van te onderscheiden delen C.2 Onder voOrwaarden, voor bepaalde tijd of intrekken is niet toegestaan C.I Gedeeltelijke goedkeuring is toegestaan Het kan wenselijk zijn om tot een gedeeltelijke goedkeuring over te (kunnen) gaan. Zonder dat het gehele besluit wordt geconfronteerd met een - in de ogen van het toezichthoudende orgaan - gemankeerd onderdeel, kan een "juist" gedeelte dan immers toch in werking treden. C.1.1 Aard en inhoud van het besluit Een besluit dient zich wel te lenen voor een gedeeltelijke goedkeuring. Om dat te bepalen geeft de wetgever aan dat gedeeltelijke inwerkingtreding dient te stroken met de aard en inhoud van het goed te keuren besluit. Niet ieder be- 10:29 en 10:30 - 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR t, .
  • 11. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:29 en 10:30 sluit kan immers slechts gedeeltelijk in werking treden. Gevallen waarbij ge- deeltelijke inwerkingtreding strookt met de aard en inhoud van het besluit, zijn bijvoorbeeld een zelfstandige delen van bestemmingsplannen (MvT, p. 189). C.l.2 Processuele waarborgen C.l.2.1 Overleg Mede gelet op het onder A genoemde risico, kent de figuur van gedeeltelijke Plicht tot overleg goedkeuring de plicht tot voorafgaand overleg. Deze plicht geldt ook in het geval dat goedkeuring wordt onthouden. Deze verplichting is aan te merken als een eis van zorgvuldigheid (MvT, p. 190 en Kamerstukken II 1994/95, 23 700, nr. 5, p. 101). Er bestaan geen vormvoorschriften voor dit overleg. Het overleg dient niet op Vormvrij een bepaald niveau plaats te vinden. Een schriftelijk verslag hoeft ook niet te worden opgemaakt en telefonisch overleg is eveneens mogelijk. Art. 10:30 lid 2 bepaalt dat het goedkeuringsbesluit melding maakt van dit Motivering van overleg en verwijst daarnaar. Met deze eis wordt acht geslagen op een "extra goedkeuringsbe- zorgvuldige motivering" bij gehele of gedeeltelijke onthouding van goedkeu- sluit ring (Kamerstukken II 1994/95, 23 700, nr. 17). C.l.2.2 Kenbaarheid van te onderscheiden delen Het goedkeuringsbesluit is aan de algemene eisen die aan een besluit worden Motivering van gesteld gehouden. Een gedegen motivering leidt, bij een besluit waarin tot ge- goedkeuringsbe- deeltelijke goedkeuring wordt overgegaan, tot duidelijkheid over de goedge- sluit keurde onderdelen en de onderdelen waaraan goedkeuring is onthouden. C.2 Onder voorwaarden, voor bepaalde tijd of intrekken is niet toegestaan Gelet op de gewenste terughoudendheid bij bestuurlijk toezicht in het alge- meen en de aard van de figuur "goedkeuring" in het bijzonder, volgt dat goed- keuring onder voorwaarden of voor bepaalde tijd niet mogelijk of wenselijk is. Dit geldt evenzeer voor het intrekken van een reeds vergeven goedkeuring. Met het verbod tot intrekken van goedkeuring voorkomt de wetgever dat de Geen p~rmanent toezichthouder permanent toezicht kan uitoefenen, hetgeen strijdig zou zijn toezicht met het karakter van het goedkeuringsrecht (MvT, p. 190). ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:29 en 10:30 - 3 . t'
  • 12. Art. 10:29 en 10:30 Hoofdstul( 10 Awb D D.I Overleg op bestuurlijk en ambtelijk niveau is mogelijk. "Daadwerkelijk" overleg is niet vereist. Ook een verslag is niet vereist, nu in het besluit naar overleg wordt verwezen. ABRS 20 november 2000, "JB" 200116: Het onthouden van goedkeuring door GS aan een plan is voorafgegaan door telefonisch overleg op ambtelijk niveau. Van onbevoegdheid tot het voeren van ambtelijk overleg kan geen sprake zijn. De Afdeling leest in de MvT dat er geen plicht bestaat voor "daadwerkelijk overleg". Het ontbreken van een verslag van het overleg leidt niet tot strijd met art. 10:30 nu het goedkeurings- besluit in de motivering melding maakt van hetgeen dat in het overleg aan de orde is gekomen. D.2 Het dictum van het goedkeuringsbesluit onduidelijk inzake de planonderdelen waaraan goedkeuring is onthouden. Strijd met rechtszekerheid. Zie bijvoorbeeld ABRS 7 augustus 2002, "JB" 20021295: GS keuren een bestemmingsplan gedeeltelijk goed. In het dictum ontbreekt een planvoorschrift en er is niet uit af te leiden waar de begrenzing ligt van het plangedeelte waarop de onthouding van goedkeuring betrekking heeft. De rode belijning op de plankaart wordt niet in het dictum genoemd zodat daar geen betekenis aan wordt toegekend. Het bestreden besluit wordt vernie- tigd op grond van strijd met het beginsel van de rechtszekerheid. D.3 Een goedkeuringsbesluit waaruit blijkt dat andere maatrege- len nog noodzakelijk zijn, is aan te merken als een goedkeu- ring onder voorwaarden en geen nadere motivering. ABRS 26 juni 2002, AB 20021397, m.nt. JSt: GS keuren een bestemmingsplan goed waarbij uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat bepaalde voorwaarden en condities onlosmakelijk met de goedkeuring zijn verbonden. Hieruit volgt dat GS op voorhand wist dat aanvullende maat- regelen noodzakelijk waren. Dit kan volgens de Afdeling dan ook niet als na~ dere onderbouwing en motivering worden aangemerkt, maar is een goedkeu- ring onder voorwaarden. Een dergelijke goedkeuring is niet mogelijk gelet op art. 10:29 lid 2 Awb. 10:29 en 10:30 - 4 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR , t'
  • 13. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:29 en 10:30 D.4 Intrekken van goedkeuring is niet mogelijk. Een verzoek daartoe moet worden afgewezen. ABRS 26 juni 2000, AB 20001407, m.nt. AvH: GS heeft een dijkversterkingsplan goedgekeurd. Een belangenvereniging dient een verzoek om intrekking van de goedkeuring in. De Afdeling overweegt nu, ingevolge art. 10:29 lid 2 Awb, intrekken van goedkeuring niet mogelijk is, GS het verzoek moet afwijzen. D.5 Een "beperktere" goedkeuring die volgt op een eerdere goedkeuring is aan te merken als een gedeeltelijke intrekking en vervanging. ABRS 30kw)juni 2004, "JB" 20041290: GS heeft een besluit omtrent goedkeuring van een bestemmingsplan toege- zonden aan de gemeenteraad. De volgende dag volgt een besluit tot onthou- ding van goedkeuring aan een bepaald onderdeel van de planvoorschriften. Dit is geen herstel van een verschrijving, maar een tweede besluit omtrent goedkeuring, inhoudende een gedeeltelijke intrekking en vervanging zodat strijd optreedt met art. 10:29 lid 2. D.6 Geen bevoegdheid tot intrekking onherroepelijk besluit tot instemming. Gewijzigde feiten en omstandigheden kunnen niet leiden tot intrekken van instemming. ABRS 11 september 2002, "JB" 20021322: Bij goedkeuring van een saneringsplan kunnen gewijzigde feiten en omstan- digheden leiden tot het indienen van een nieuw plan. Zij kunnen echter niet leiden tot het intrekken van de instemming met het oorspronkelijke plan. Sluis, eN. van der, In wederzijdse afhankelijkheid. Nationaal bestuurlijk toezicht in Europees perspectief, Nijmegen: Wolf legal publishers 2007. Wijk, H.D. van/Konijnenbelt, W. en Male, R. van, Hoofdstukken van be- stuursrecht, Elsevier Juridisch: Den Haag 2008. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:29 en 10:30 - 5 , t'
  • 14. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:31 Art. 10:31 i. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt het besluit om- Termijn trent goedkeuring binnen dertien weken na de verzending ter goedkeuring bekend gemaakt aan het bestuursorgaan dat het aan goedkeuring onder- worpen besluit heeft genomen. 2. Het nemen van het besluit omtrent goedkeuring kan eenmaal voor ten hoogste dertien weken worden verdaagd. 3. In afwijking van het tweede lid kan het nemen van het besluit omtrent goedkeuring eenmaal voor ten hoogste zes maanden worden verdaagd in- dien inzake dat besluit advies van een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 is vereist. 4. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, is paragraaf 4.1..3 van overeenkomstige toepassing. Commentaar door: Mr. dr. eN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01 - 12-2009 A Deze bepaling is meer procedureel van aard en geeft een aantal algemene re- dat de "onder toezicht gestelde" in betrekkelijk korte tijd gels. Van belang is weet waar hij aan toe is (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3 (MvT), p. 191-192). Vandaar dat de wetgever de toezichthouder op termijn heeft ge- steld. Het goedkeuringsbesluit moet binnen dertien weken bekendgemaakt worden en wordt daarna - in beginsel- geacht te zijn genomen. Voor uitzon- deringen heeft de wetgever oog, door de mogelijkheid te introduceren dat het besluit omtrent goedkeuring wordt verdaagd voor ten hoogste dertien we- ken of (indien een advies van een adviseur als bedoeld in art. 3:5 Awb is ver- eist) zes maanden. Ook kunnen bijzondere wetten uitzonderingen introduce- ren. B datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 28-12-2009 Wijziging 12-11-2009 5tb 2009, 503 31579 5tb 2009, 505 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:31 - 1 , t'
  • 15. Art. 10:31 Hoofdstul( 10 Awb c Inhoudspgave C. 1 Verzending is bepalend C.L1 Zekerheid door termijnen C.L2 Verdagingsmogelijkheden C.2 Bijzondere wettelijke voorschriften C.3 Dienstenwet en Wet dwangsom C.I Verzending is bepalend ( Exact tijdstip be- De datum van verzending van het goed te keuren besluit staat centraal en is kend bepalend voor de aanvang van de termijn van dertien weken. Dit biedt de on- der toezicht gestelde de nodige zekerheid, die de toezichthouder niet per defi- nitie nodig heeft in deze relatie. C.l.1 Zekerheid door termijhen Algemene regel Vanwege de zorgvuldigheid en rechtszekerheid bij de goedkeuring, is het stel- len van termijnen van groot belang. Het bestuursorgaan dat het besluit - dat goedgekeurd moet worden - neemt, maar ook eventuele belanghebbenden, moeten kunnen inschatten wanneer het besluit daadwerkelijk in werking treedt. Fictieve goedkeu. Na deze termijn (of de verdagingstermijn) wordt de goedkeuring geacht te zijn ring gegeven. C.l.2 Verdagingsmogelijkheden Verdaging zonder De algemene wetgever heeft oog gehad voor de bijzonderheid van individuele motivering gevallen door enerzijds verdaging mogelijk te maken. De eis van motivering voor de verdaging, zoals we die bijvoorbeeld kennen in art. 6 lid 2 van de Wet openbaarheid van bestuur, ontbreekt. De uiterste verdagingstermijn be- draagt dertien weken. De toezichthouder kan ook een kortere termijn bepa- len. Bij het inschakelen van een wettelijk adviseur zoals bedoeld in art. 3:5 Awb kan de verdaging langer dan dertien weken zijn. C.2 Bijzondere wettelijke voorschriften Afwijking is moge. Dat de algemene wetgever oog heeft voor de bijzonderheid van individuele ge- lijk vallen, blijkt voorts uit de expliciet geboden mogelijkheid aan de bijzondere wetgever om af te wijken van deze algemene "procedurebepaling". In bijzon- 10:31 - 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR , t'
  • 16. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:31 dere wetgeving kan ook worden afgeweken van de regel dat goedkeuring, na de afloop van de termijn, wordt geacht te zijn gegeven (MvT, p. 191). C.3 Dienstenwet en Wet dwangsom Met de Dienstenwet (Stb. 2009, 503, p. 19) wordt het vierde lid aangepast. In Lex silencio positi- dat geval wordt paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van vo overeenkomstige toepassing verklaard, tenzij een wettelijk voorschrift anders bepaald. De regel blijft zodoende dat een goedkeuring "vanzelf" tot stand komt. D D.I Het niet uitdrukkelijk afwijken van art. 10:31 leidt tot het van toepassing zijn van de algemene bepaling in de Awb. AbRvS 18 juli 2001, AB 2002/184, m.nt. J. Robbe, BR 2001, p. 970- 976, m.nt. H.j de Vries: De Wet op de Ruimtelijke Ordening kende een bevoegdheid toe aan GS tot plaatsvervangende planvaststelling als de gemeenteraad niet of niet tijdig ge- volg geeft aan een aanwijzing inhoudende vaststelling of wijziging van een be- stemmingsplan. De aanwijzing vervalt als GS niet binnen een jaar overgaan tot deze plaatsvervanging. Nu de wetgever heeft nagelaten art. 28 lid 2 en 3 WRO niet van overeenkomstige toepassing te verklaren op deze indeplaats- tredingsprocedure, is er geen termijn gesteld waarbinnen de minister omtrent de goedkeuring van een door GS vastgesteld bestemmingsplan moet beslissen. Ook zijn er logischerwijs geen rechtsgevolgen te verbinden aan overschrij- ding. Derhalve wordt teruggevallen op de algemene bepalingen van de Awb. Sluis, eN. van der, In wederzijdse afhankelijkheid. Nationaal bestuurlijk toezicht in Europees perspectief, Nijmegen: Wolf legal publishers 2007. Wijk, H.D. van/Konijnenbelt, W. en Male, R. van, Hoofdstukken van be- stuursrecht, Elsevier Juridisch: Den Haag 2008. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:31 - 3 , t'
  • 17. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:32 Art. 10:32 I. Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing indien voor het nemen Reikwijdte van een besluit door een bestuursorgaan de toestemming van een ander be- stuursorgaan is vereist. 2. Bij de toestemming kan een termijn worden gesteld waarbinnen het be- sluit dient te worden genomen. Commentaar door: Mr. dr. CN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01 - 12-2009 B datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 c C.i Algemeen De gehele afdeling 10.2.1 is ingevolge art. 10:32 ook van toepassing op de situ- Goedkeuring = atie dat niet voor de inwerkingtreding van een besluit toestemming van een verklaring van ander bestuursorgaan is vereist (goedkeuring zoals omschreven in art. 10:25 geen bezwaar Awb), maar ook in gevallen dat voor het nemen van een besluit reeds toestem- ming van een ander bestuursorgaan is vereist. De hier omschreven rechtsfi- guur wordt wel aangeduid als de verklaring van geen bezwaar. Van een onder- scheid tussen deze figuur en goedkeuring is geen sprake meer (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 193). C. 2 Termijn voor nemen besluit De toezichthouder kan een opdracht geven tot het nemen van het besluit Opdracht van toe. waarmee is ingestemd binnen een bepaalde termijn. Verloopt deze termijn, zichthouder dan vervalt de toestemming. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:32 - 1 , t'
  • 18. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:33 t/m 10:35 en 10:41 Art. 10:33 Deze afdeling is van toepassing indien een bestuursorgaan bevoegd is buiten Spontane vernieti. administratief beroep een besluit van een ander bestuursorgaan te vernieti- ging gen. Art. 10:34 De vernietigingsbevoegdheid kan slechts. worden verleend bij de wet. Wettelijke basis Art. 10:35 meen belang. ging Vernietiging kan alleen geschieden wegens strijd met het recht of het alge- Gronden vernieti. Art. 10:41 I. Vernietiging vindt niet plaats dan nadat aan het bestuursorgaan dat het Overleg besluit heeft genomen, gelegenheid tot overleg is geboden. 2. De motivering van het vernietigingsbesluit verwijst naar hetgeen in het overleg aan de orde is gekomen. Commentaar door: Mr. dr. CN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01 - 12-2009 A Afdeling 10.2.2 ziet op de spontane vernietiging. Het gaat bij vernietiging om een bevoegdheid van een bestuursorgaan om een besluit van een ander be- stuursorgaan te vernietigen. Dat gebeurt eveneens in de vorm van een besluit. Er is sprake van bestuurlijk toezicht zonder aanvullende rechtsbescherming. Een definitiebepaling ontbreekt. Enkel een formele wet kan een basis bieden voor een vernietigingsbevoegdheid. Dit geeft ook uitdrukking aan de ver- strekkendheid van deze bevoegdheid. Mede gelet daarop wordt ook veelal ge- sproken van een instrument dat slechts als "uitimum remedium" kan gelden (Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3 (MvT), p. 194; Kamerstukken II 2005106, 30 300 VII, nr. 75 (het beleidskader), p. 6). Het "uitputtingsbe- ginse1" brengt met zich dat alle andere wegen bewandeld moeten zijn, alvo- rens tot vernietiging kan worden overgegaan. Hieronder valt uitdrukkelijk het vooroverleg (waarnaar verwezen dient te worden in het vernietigingsbe- sluit). Uiteindelijk kan vernietiging pas op goede gronden worden toegepast, ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:33 t/m 10:35 en 10:41 - 1 . t' .
  • 19. Art. 10:33 t/m 10:35 en 10:41 Hoofdstuk 10 Awb indien sprake is van constitutionele misstanden. De wetgever heeft dat gevan- gen in een tweetal gronden, welke limitatief zijn bedoeld: "strijd met het recht" of "het algemeen belang". B Art. 10:33 datum van terug- betreft ontstaanshron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Art. 10:34 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Art. 10:35 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Art. 10:41 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 10:33 tfm 10:35 en 10:41- 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR t,
  • 20. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:33 t/m 10:35 en 10:41 c Inhoudsopgave C.1 Toetsingsgronden C.L1 Strijd met het recht C.L2 Strijd met het algemeen belang C.2 Overleg en motivering C.I Toetsingsgronden De wetgever heeft met de woorden "kan alleen" wilen duiden dat er sprake is Limitatief van een limitatieve opsomming van toetsingsgronden. C.l.l Strijd met het recht Was vroeger nog sprake van "strijd met de wet", met de derde tranche van de Geschreven en on. Awb is gekozen voor het bredere "strijd met de wet". Zodoende is niet alleen geschreven recht het geschreven recht (waaronder de wet) onderwerp van beoordeling bij deze toetsingsgrond maar ook het ongeschreven recht. Onder strijd met de wet wordt verstaan strijd met de Grondwet en alle regels die krachtens de Grond- wet een hogere status hebben, strijd met wetten in formele en materiële zin en strijd met het Europese recht. Strijd met het recht leidt niet per definitie tot vernietiging. Er dient sprake te zijn van een inbreuk op de constitutionele verhoudingen (het beleidskader, p. 8). C.l.2 Strijd met het algemeen belang Bij toetsing aan strijd met "het algemeen belang" kan het toezichthoudende Overwegende be- bestuursorgaan niet volstaan met de enkele mededeling dat het een besluit zwaren niet geheel op die wijze zou nemen. De bezwaren dienen overwegend te zijn. Het begrip algemeen belang moet worden "ingevuld" of "ingekleurd" door de toezichthouder. Daarvoor is gekozen omdat bij een dergelijk "uiterste red- middel" veelal sprake is van onvoorziene omstandigheden. Een extra motive- ringseis, naast de algemeen geldende motiveringseis, bleek niet nodig (MvT, p.194). Er is onder meer sprake van "strijd met het algemeen belang" in het geval dat Open opsomming een bevoegdheid wordt geclaimd die impliciet aan een hoger orgaan is toever- van voorbeelden trouwd; de uitoefening van een bevoegdheid leidt tot doorkruising van een hoger belang; de bevoegdheidsuitoefening indruist tegen de belangen van de burger (het beleidskader, p. 9-10). Er kan geen sprake zijn van een limitatieve lijst van voorbeelden en gevallen. Met deze toetsingsgrond heeft de wetgever ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:33 r/m 10:35 en 10:41 - 3 . t'
  • 21. Art. 10:33 t/m 10:35 en 10:41 Hoofdstul( 10 Awb immers bewust gekozen voor een eigen beoordelingsruimte voor de toezicht- houder. C.2 Overleg en motivering Evenals bij de onthouding van goedkeuring, dient ingevolge art. 10:41 lid 1 Awb eerst overleg te zijn aangeboden aan het bestuursorgaan waarvan het be- sluit eventueel wordt vernietigd. Ook hier is in lid 2 de plicht opgenomen dat de motivering van het vernietigingsbesluit moet verwijzen naar dit overleg. Het onderzoek, dat moet uitwijzen of er een reden is tot vernietiging, is be- gonnen. Indien de toezichthouder gedurende het overleg het besluit wil schor- ( sen, moet worden teruggegrepen op de bevoegdheid van art. 10:43 Awb. D D.I Vernietiging op grond van rechtmatigheids- en doelmatig- heidsoverwegingen mogelijk. Geen onverkorte toepassing formele rechtskracht. ABRS 1 maart 2001, ((JB" 2001193, m.nt. EvdL: Dat een goedkeuring wordt vernietigd, betekent niet vanzelf dat een verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen. Een vernietiging op doelmatigheids- overwegingen, is niet per definitie in strijd met het (on)geschreven recht. D.2 Vernietigingsbevoegdheid gaat gepaard met ruime mate van beleidsvrijheid. Terughoudende rechterlijke toetsing. ABRS 25 september 2002, AB 20021402, m.nt. AvH, JB 2002/331, Gst. 7176, 3, m.nt. JT: ( De Afdeling stelt juist dat de rechter met grote terughoudendheid moet toet- sten gelet op de grote mate van beleidsvrijheid waarvan sprake is bij het uitoe- fenen van de bevoegdheid zoals neergelegd in art. 10:35 van de Awb. Het be- stuurlijk karakter van het toezicht leidt derhalve tot een beperkte rechterlijke toetsing. D.3 Vergunning wilens en wetens onrechtmatig verleend en ver- gunninghouder kon daarvan weten. ABRS 20 november 2002, AB 200311 en 200312, m.nt. dG: Een bouwvergunning die formele rechtskracht heeft gekregen, kan worden vernietigd nu sprake is van een onrechtmatige bouwvergunning. De vergun- ninghouder heeft de onrechtmatigheid wel moeten weten of daarvan hebben 10:33 t/m 10:35 en 10:41- 4 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR . t'
  • 22. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:33 t/m 10:35 en 10:41 kunnen weten. Deze omstandigheden leiden tot strijd met een goede ruimte- lijke ordening, wat weer een inbreuk op de rechtsorde oplevert. Dit rechtvaar- digt corrigerend optreden op grond van het algemene belang. D.4 Gemeentelijke verordening deels vernietigd vanwege strijd met het recht. ABRS 27 juni 2007, LJN BA8144: Door een goedkeuringsvereiste in een gemeentelijke verordening wordt de, door de wetgever gedachte onafhankelijkheid van een gemeentelijke rekenka- mercommissie, belemmerd in zijn functioneren. Zodoende trekt de gemeente- raad een bevoegdheid aan zich, die de wetgever aan de rekenkamercommissie heeft toevertrouwd. Terechte vernietiging. D.5 Motiveringseis leidt in ieder geval tot een begrijpelijke en vol- ledige uiteenzetting van de gronden voor vernietiging. Dit geldt in meerdere mate voor de vernietiging van procesbe- sluiten. Ter zitting aangevoerde gronden van motivering kun- nen niet worden meegenomen, althans onderstreept de ondeugdelijkheid. ABRS 22 april 2009, "JB" 20091144, m.nt. Broeksteeg: Bij KB werden besluiten van een aantal bestuursorganen tot het voeren van een rechtsgeding tegen Landsbanki vernietigd. Het vernietigingsbesluit ont- beert een volledige en begrijpelijke motivering inzake de gronden van vernie- tiging. Omdat het hier om procesbesluiten gaat, kent de Afdeling deze eis in- zake de motivering nog meer gewicht toe. Vernietiging leidt immers tot het niet ontvangen kunnen worden bij de burgerlijke rechter wegens het ontbre- ken van machtigingen. De nadere motivering ter zitting onderstreept de ken- nelijk onvolledigheid, onjuistheid en onbegrijpelijkheid van de motviering. De lijkt een afwijking van de gebruikelijke marginale toetsing van de Afdeling van de belangenafweging bij vernietiging. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:33 t/m 10:35 en 10:41 - 5 , J'
  • 23. Art. 10:33 t/m 10:35 en 10:41 Hoofdstuk 10 Awb D.6 Strijd met de wet alleen mogelijk bij rechtstreeks strijd met de wet. Het naleven van internationale afspraken is als alge- meen belang aan te merken. Nakoming wordt niet onmoge- lijk gemaakt. ABRS 23 januari 2008, AB 20081113, m.nt. J.jJ. SiUen; Gst. 2008, 21, m.nt. J.M.H.F. Teunissen; ((JB" 2008146, m.nt. J.L.W. Broek- steeg: Een wijziging van een provinciale verordening, leidende tot een verbod op het hanteren van bepaalde apparatuur en de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffng daarvoor, leidt niet rechtstreeks tot een doorkruising van art. 40 WRO. Het verlenen van een vrijstelling op grond van art. 40 wordt moge- lijk (enkel) bemoeilijkt door de wijziging van de verordening. Dit leidt niet tot strijd met de wet. Ook het nakomen van NAVO-afspraken, mogelijk een algemeen belang dat gediend moet worden, wordt niet onmogelijk gemaakt nu een ontheffng kan worden aangevraagd. Ook van strijd met het algemeen belang is dus geen sprake. Sluis, C.N. van der, In wederzijdse afhankelijkheid. Nationaal bestuurlijk toezicht in Europees perspectief, Nijmegen: Wolf legal publishers 2007. Wijk, H.D.van/Konijnenbelt, W. en Male, R. van, Hoofdstukken van be- stuursrecht, Elsevier Juridisch: Den Haag 2008. 10:33 t/m 10:35 en 10:41 - 6 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR t , ,
  • 24. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:36 t/m 10:38 Art. 10:36 Een besluit kan alleen dan gedeeltelijk worden vernietigd, indien gedeeltelij- Gedeeltelijke ver. ke instandhouding strookt met aard en inhoud van het besluit. nietiging Art. 10:37 Een besluit waarover de rechter uitspraak heeft gedaan of waarbij een in Rechterlijke uit- kracht van gewijsde gegane uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd, spraak kan niet worden vernietigd op rechtsgronden welke in strijd zijn met die waarop de uitspraak steunt of mede steunt. Art. 10:38 i. Een besluit dat nog goedkeuring behoeft, kan niet worden vernietigd. Geen vernietiging 2. Een besluit waartegen bezwaar of beroep openstaat of aanhangig is, kan niet worden vernietigd. Commentaar door: Mr. dr. CN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01 -12-2009 A Deze bepalingen zien op de gedeeltelijke vernietiging, de voorrang van een rechterlijk oordeel en de relatie tot goedkeuring, bezwaar en beroep. De mo- gelijkheid van een gedeeltelijke vernietiging is expliciet een uitzondering en is mogelijk gemaakt met het oog op de praktijk. Er is sprake van een uitzonde- ring omdat het risico bestaat dat het besluit een wijziging ondergaat vanwege een gedeeltelijke vernietiging. De gedeeltelijke instandhouding moet dan ook stroken met de aard en inhoud van het besluit (Kamerstukken 1I 1993/94, 23 700, nr. 3 (MvT), p 194). Artikel 10:37 bepaalt dat aan een besluit waar- over een rechter uitspraak heeft gedaan of waarbij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd, geen goedkeuring kan worden onthouden op rechtsgronden welke in strijd zijn met die waarop de uitspraak steunt of mede steunt. Dit artikel is opgenomen omdat bij rechts- oordelen het oordeel van de rechter dient te prevaleren boven dat van het be- stuur. Art. 10:38 tot slot regelt de verhouding tot de figuren goedkeuring, be- zwaar en beroep. Als een besluit nog goedkeuring behoeft, of indien daar nog bezwaar dan wel beroep tegen nog openstaat of aanhangig is, kan het niet worden vernietigd. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:36 tiro 10:38 - 1 , t'
  • 25. Art. 10:36 t/m 10:38 Hoofdstuk 10 Awb B Art. 10:36 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Art. 10:37 ( datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstnkken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Art. 10:38 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 c Inhoudsopgave CL Gedeeltelijke vernietiging is toegestaan Ci.1 Aard en inhoud van het besluit Ci.2 Parallel met goedkeuring? CU Tijdelijk is schorsing C2 Voorrang van de rechter C3 Preventief voor repressief toezicht C.I Gedeeltelijke vernietiging is toegestaan Het kan wenselijk zijn om tot een gedeeltelijke vernietiging over te (kunnen) gaan. Zonder dat het gehele besluit wordt geconfronteerd met een - in de 10:36 t/m 10:38 - 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR , t' .
  • 26. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:36 t/m 10:38 ogen van het toezichthoudende orgaan - gemankeerd onderdeel, kan een "juist" gedeelte dan immers toch in werking treden. C.l.1 Aard en inhoud van het besluit Een besluit dient zich wel te lenen voor een gedeeltelijke instandhouding. Om dat te bepalen geeft de wetgever aan dat gedeeltelijke instandhouding moet stroken met de aard en inhoud van het besluit. Niet ieder besluit kan immers slechts gedeeltelijk stand houden. Gevallen waar aan gedacht kan worden, dat dit wel het geval is, zijn bijvoorbeeld gemeentelijke verordeningen (MvT, p.194). C.l.2 Parallel met goedkeuring? In vergelijking met de tegenhanger bij goedkeuring (10:29) is voor vernieti- ging geen tweede lid opgenomen. Toch mag worden aangenomen dat vernieti- ging onder voorwaarden niet is toegestaan. C.l.3 Tijdelijk is schorsing Dat de wetgever geen expliciete bepaling heeft opgenomen in afdeling 10.2.2 Schorsing ten aanzien van een vernietiging voor bepaalde tijd is vanzelfsprekend. Een tij- delijke vernietiging is immers synoniem voor schorsing. Dit heeft een aparte regeling gekregen in afdeling 10.2.3. C.2 Voorrang van de rechter Wederom is de regeling hier in zekere mate afwijkend in vergelijking tot de be- palingen voor goedkeuring (10:28). Ten aanzien van vernietiging is sprake van een ruimere strekking, aangezien de termijn waarbinnen vernietigd kan worden in beginsel (behoudens schorsing) onbeperkt is. C.3 Preventief voor repressief toezicht Voor de gevallen dat preventief toezicht in de vorm van goedkeuring nog mo- gelijk is, kan geen sprake van vernietiging zijn. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:36 t/m 10:38 - 3 , t'
  • 27. Art. 10:36 t/m 10:38 Hoofdstul( 10 Awb D D.I De gang naar de burgerlijke rechter staat niet aan vernieti- ging in de weg. ABRS 25 september 2002, AB 20021402: De gang naar de burgerlijke rechter is uitdrukkelijk niet een voorliggende voorziening ten opzichte van de vernietiging. Art. 10:38 regelt expliciet uit- sluiting van besluiten die nog goedkeuring behoeven dan wel besluiten waar bezwaar of beroep tegen openstaat of aanhangig is. Sluis, eN. van der, In wederzijdse afhankelijkheid. Nationaal bestuurlijk toezicht in Europees perspectief, Nijmegen: Wolf legal publishers 2007. Wijk, H.D. van/Konijnenbelt, W. en Male, R. van, Hoofdstukken van be- stuursrecht, Elsevier Juridisch: Den Haag 2008. ( 10:36 t/m 10:38 - 4 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR , t'
  • 28. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:39 en 10:40 Art. 10:39 I. Een besluit tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshande- Privaatrechtelijke ling kan niet worden vernietigd, indien dertien weken zijn verstreken nadat rechtshandeling het is bekendgemaakt. 2. Indien binnen de termijn genoemd in het eerste lid overeenkomstig ar- tikel 10:43 schorsing heeft plaatsgevonden, blijft vernietiging binnen de duur van de schorsing mogelijk. 3. Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid aan goedkeuring is onder- worpen, vangt de in het eerste lid genoemde termijn aan nadat het goed- keuringsbesluit is bekendgemaakt. Op het goedkeuringsbesluit zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing. Art. 10:40 Een besluit dat overeenkomstig artikel 10:43 is geschorst, kan, nadat de Geen vernietiging schorsing is geëindigd, niet meer worden vernietigd. na schorsing Commentaar door: Mr. dr. eN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01 - 12-2009 A Deze bepalingen regelen andere gevallen, naast de in art. 10:38 genoemde ge- vallen, waarin geen vernietiging (vanaf een bepaald tijdstip) mogelijk is: bij besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke handelingen en na het eind van een schorsing. Het betreft uitdrukkelijk alleen deze besluiten (Kamer- stukken II 1993/94, 23 700, nr. 3 (MvT), p. 195). Het motief voor beide geval- len is gelegen in de vereisten van rechtszekerheid. ABR AANVULLING 17 ~ APRIL 2010 10:39 en 10:40 - 1 , t' .
  • 29. Art. 10:39 en 10:40 Hoofdstuk 10 Awb B Art. 10:39 datuin van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking Aanhangig 32157 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Wijziging 06-11-1997 5tb 1997, 510 25280 5tb 1997, 581 ( Art. 10:40 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 c Inhoudspgave CL Algemeen C2 Reikwijdte C3 Schorsing CA Aanvang termijn CS Afloop van de schorsing C.I Algemeen Dertien weken na bekendmaking van een besluit tot het verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling kan dat besluit niet (meer) worden vernie- tigd. Het eind van de schorsing maakt dat van vernietiging geen sprake meer kan zijn. C.2 Reikwijdte Besluiten "tot" Gesproken wordt van besluiten "tot" het verrichten van privaatrechtelijke handelingen. Dit leidt tot de conclusie dat andere besluiten aangaande pri- 10:39 en 10:40 - 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR . t'
  • 30. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:39 en 10:40 vaatrechtelijke handelingen, zoals besluiten houdende algemene regels inzake het verrichten van dergelijke handelingen of delegatiebesluiten niet vallen on- der de reikwijdte van deze bepaling. C.3 Relatie tot schorsing Binnen de termijn van dertien weken kan schorsing hebben plaatsgevonden. Duur termijn Vernietiging blijft in een dergelijk geval mogelijk binnen de duur van de schor- sing. C.4 Relatie tot schorsing In geval van een besluit dat aan goedkeuring is onderworpen, wordt de aan- Aanvang termijn vang van de dertien-weken-termijn opgeschort. De bekendmaking van het goedkeuringsbesluit is in dat geval bepalend. C.5 Afloop van de schorsing Nu de schorsing is bedoeld om na te gaan of er reden is voor vernietiging, kan Aard van schorsing een negatief antwoord op die vraag nooit later worden herroepen. Een vernie- tiging met terugwerkende kracht tot het einde van de schorsing is dan ook niet mogelijk (MvT, p. 196). ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:39 en 10:40 - 3 , t'
  • 31. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:42 Art. 10:42 I. Vernietiging van een besluit strekt zich uit tot alle rechtsgevolgen waar- Gevolgen vernieti. op het was gericht. ging 2. In het vernietigingsbesluit kan worden bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel of ten dele in stand blijven. 3. Indien een besluit tot het aangaan van een overeenkomst wordt vernie- tigd, wordt de overeenkomst, zo zij reeds is aangegaan en voor zover bij het vernietigingsbesluit niet anders is bepaald, niet of niet verder uitge- voerd, onverminderd het recht van de wederpartij op schadevergoeding. Commentaar door: Mr. dr. CN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01 - 12-2009 A Deze bepaling ziet expliciet op de gevolgen van een vernietiging. Enkel de rechtsgevolgen worden geraakt. De mogelijkheid wordt geboden, gelet op praktische wensen of bezwaren, om de rechtsgevolgen geheel of ten dele in stand te laten. In beginsel heeft het besluit terugwerkende kracht (Kamerstuk- ken II 1993/94, 23 700, nr. 3 (MvT), p. 196). Een reeds aangegane overeen- komst wordt niet of niet verder uitgevoerd, waarbij het recht op schadever- goeding indien van toepassing uiteraard onverminderd blijft bestaan. B datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 c Inhoudsopgave CL Rechtsgevolgen C2 Overeenkomsten ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:42 -1 , t'
  • 32. Art. 10:42 Hoofdstuk 10 Awb C.i Rechtsgevolgen Geen feitelijke ge. Dat de wetgever uitdrukkelijk spreekt van rechtsgevolgen, maakt dat feitelij- volgen ke gevolgen niet (kunnen) worden geraakt. In beginsel werkt het vernieti- gingsbesluit "ex tunc", tot het tijdstip dus waarop het besluit tot stand is ge- komen. C.2 Overeenkomsten Geen gebonden. Zonder het bepaalde in lid 3 zou een bestuursorgaan, ondanks het vernieti- heid door over. gingsbesluit, alsnog gebonden blijven aan een overeenkomst. Eventueel kan eenkomst het goedkeuringsbesluit wel bepalen dat de verplichting tot nakoming blijft bestaan. D D.I Vernietiging van een besluit tot goedkeuring (van een be- stemmingsplan) heeft géén terugwerkende kracht. ABRS 21 december 1999, AB 2000178, m.nt. dG, "JB" 2000/12, Gst. 200017112,3: In afwijking van artikel 8:72, tweede lid, van de Awb heeft de vernietiging van een besluit tot goedkeuring van een bestemmingsplan geen terugwerkende kracht. Dit is het geval als het bestemmingsplan al voorlopig van kracht was op het tijdstip van de beslissing op bezwaar (inzake een bouwvergunning). D.2 Bevoegdheid tot het (deels) in stand laten van de rechtsge- volgen terecht niet gebruikt. ( ABRS 20 november 2002, AB 200311 en 200312, m.nt. dG: Zwaarwegende belangen, waarvan sprake moet zijn alvorens tot vernietiging over te gaan, prevaleren aan de (financiële) belangen van betrokkene, zeker nu deze wist of behoorde te weten dat er sprake was van een onrechtmatige bouwvergunning. De belangen zijn gediend door de mogelijkheid tot (eventu- ele) aanspraak op schadevergoeding bij het bestuursorgaan waarvan het be- sluit is vernietigd. Ook dat financiële belang van dat bestuursorgaan behoeft niet als doorslaggevend te worden aangemerkt voor een andere afweging van belangen. Voor het gebruik maken van de bevoegdheid om tot het (geheel of ten dele) in stand laten van de rechtsgevolgen was dan ook geen aanleiding. 10:42 - 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR , t'
  • 33. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:42 Sluis, CN. van der, In wederzijdse afhankelijkheid. Nationaal bestuurlijk toezicht in Europees perspectief, Nijmegen: Wolf legal publishers 2007. Wijk, H.D. van/Konijnenbelt, W. en Male, R. van, Hoofdstukken van be- stuursrecht, Elsevier Juridisch: Den Haag 2008. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:42 - 3 , t'
  • 34. Hoofdstuk 10 Awb Art. 10:43 t/m 10:45 Art. 10:43 Hangende het onderzoek of er reden is tot vernietiging over te gaan, kan Schorsing een besluit door het tot vernietiging bevoegde bestuursorgaan worden ge- schorst. Art. 10:44 I. Het besluit tot schorsing bepaalt de duur hiervan. Duur 2. De schorsing van een besluit kan eenmaal worden verlengd. Verlenging 3. De schorsing kan ook na verlenging niet langer duren dan een jaar. 4. Indien bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld tegen het geschorste besluit, duurt de schorsing evenwel voort tot dertien weken nadat op het bezwaar of beroep onherroepelijk is beslist. 5. De schorsing kan worden opgeheven. Art. 10:45 Op het besluit inzake schorsing zijn de artikelen 10:36, 10:37, 10:38, eerste lid, 10:39, eerste en derde lid, en 10:42, derde lid, van overeenkomstige toe- passing. Commentaar door: Mr. dr. CN. van der Sluis Dit commentaar is bijgewerkt tot 01-12-2009 A De bepalingen over schorsing in de Awb zijn opgenomen in een aparte afde- ling, te weten 10.2.3 (artikelen 10:43 tot en met 10:45). Schorsing is onlosma- kelijk verbonden met vernietiging. Zonder vernietigingsbevoegdheid komt het bestuursorgaan geen schorsingsbevoegdheid toe. De schorsing is altijd in het leven geroepen om onderzoek te doen of er reden is om tot vernietiging over te gaan. Schorsing leidt niet per definitie tot vernietiging, dat moet het onderzoek immers uitwijzen. Vernietiging volgt niet per definitie op schor- sing. De toezichthouder dient de duur van de schorsing vooraf te bepalen en kan deze eenmaal verlengen. De maximale duur is evenwel gesteld op één jaar. Bezwaar en beroep maken de uiterste termijn van schorsing dertien we- ken na onherroepelijk worden van de beslissing op bezwaar of beroep langer. Een aantal bepalingen inzake vernietiging wordt tot slot van overeenkomstige toepassing verklaard. Dit betekent dat de overige bepalingen expliciet geen rol spelen bij schorsing. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:43 t/m 10:45 - 1 , t'
  • 35. Art. 10:43 t/m 10:45 Hoofdstuk 10 Awb B Art. 10:43 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Art. 10:44 ( datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 Wijziging 06-11-1997 5tb 1997, 510 25280 5tb 1997, 581 Art. 10:45 datum van terug- betreft ontstaansbron inwerking- inwerking- werkende treding treding kracht ondertekening bekendmaking kamerstukken bekendmaking 01-01-1998 Nieuw 20-06-1996 5tb 1996, 333 23700 5tb 1997, 581 c ( Inhoudsopgave Cl Relatie met vernietiging C2 Schorsing niet vanzelfsprekend C3 Bestuurs (proces) recht CA Termijnen CS Vernietigingsbepalingen C.i Relatie met vernietiging Accessoir Art. 10:43 bepaalt dat de bevoegdheid tot schorsing voortvloeit uit het be- staan van een vernietigingsbevoegdheid. De bijzondere wet behoeft de schor- 10:43 t/m 10:45 - 2 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR . t'
  • 36. Hoofdstul( 10 Awb Art. 10:43 t/m 10:45 singsbevoegdheid dan ook niet expliciet te vermelden. De schorsing is naar zijn aard een tijdelijke maatregel om onmiddellijke werking van het te schor- sen besluit te stuiten. Schorsing is daarmee een accessoir middel en geen zelf" standig instrument van toezicht op bestuursorganen (Kamerstukken II 19931 94,23700, nr. 3 (MvT), p. 197). C.2 Schorsing niet van zelfsprekend Een onderzoek of er een reden is tot vernietiging is niet in alle gevallen nood- Directe vernieti. zakelijk. Schorsing behoeft dan niet te worden ingezet. ging In de situatie dat een besluit nog niet in werking is getreden, kan niet van een Besluit nog niet in aanleiding tot schorsing worden gesproken (MvT, p. 198). werking C.3 Bestuurs(proces)recht Het schorsingsbesluit is een besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb zodat alle eisen Besluit die_daaraan zijn gesteld van toepassing zijn. Zeker een gedegen motivering is van belang, nu schorsing de werking van het geschorste besluit onmiddellijk stuit. uitgesloten. roep De mogelijkheden van bezwaar en beroep zijn ingevolge art. 8:4 sub a Awb Bezwaar en be- C.4 Termijnen Het besluit tot schorsing bepaalt, aldus art. 10:44, de duur van de schorsing. Afwijkend ten op- Het tweede lid bepaalt dat de schorsing van een besluit eenmaal kan worden zichte van goed. verlengd. De schorsing mag niet langer duren dan één jaar, korter uiteraard keuring wel (MvT, p. 197). Hierbij wordt afgeweken van de termijnen betreffende goedkeuring (dertien weken). Een dergelijke korte periode is niet in alle situ- aties werkbaar gelet op de noodzakelijke procedurele stappen en het beno- digde overleg (Kamerstukken II 1994/95, 23 700, nr. 5, p. 103). Is er een ver- zoek om een administratiefrechtelijke voorziening aanhangig, dan duurt de schorsing, tenzij eerder opgeheven, maximaal dertien weken na het onherroe- pelijk worden van de beslissing op dat verzoek (vierde lid). De mogelijkheid tot het opheffen van de schorsing is opgenomen in lid 5. Niet alleen de rechter- lijke voorziening kan aanleiding geven tot het opheffen van de schorsing (MvT, p. .198). Ook het onderzoek en overleg dat volgt na het schorsingsbe- sluit van de toezichthouder kan de toezichthouder doen besluiten niet tot ver- nietiging over te gaan. ABR AANVULLING 17 - APRIL 2010 10:43 t/m 10:45 - 3 , t' .
  • 37. Art. 10:43 t/m 10:45 Hoofdstul( 10 Awb C.5 Vernietigingsbepalingen van overeenkomstige toepassing Het van overeenkomstige toepassing verklaren van een aantal bevoegdheden uit afdeling 10.2.2 betekent vanzelf dat de overige bepalingen daaruit niet van toepassing zijn. Gedeeltelijke Gedeeltelijke schorsing is mogelijk indien gedeeltelijke instandhouding schorsing strookt met aard en inhoud van het besluit. (Rechterlijk oordeelEen besluit waarover een rechter uitspraak heeft gedaan of waarbij een in kracht van gewijsde gegane uitspraak wordt uitgevoerd, kan niet worden geschorst op rechtsgronden welke in strijd zijn met die waar- op de uitspraak steunt of mede steunt. ( Geen schorsing Een besluit dat nog goedkeuring behoeft, kan niet worden geschorst. Privaatrechtelijke Een besluit tot het verrichten van een handeling naar burgerlijk recht kan niet rechtshandelingen worden geschorst indien dertien weken zijn verstreken sinds het is bekendge- maakt. Overeenkomst Bij een schorsing van een besluit tot het aangaan van een overeenkomst, wordt de overeenkomst niet (verder) uitgevoerd, zo zij reeds is aangegaan en voor zover bij het schorsingsbesluit niet anders is bepaald. Een en ander geldt ook hìer onverminderd het recht van de wederpartij op schadevergoeding. D D.I Bezwaar en beroep en de mogelijkheid tot schorsing ABRS 20 november 2002, Gst. 2003, 12: Het niet benutten van de bezwaarmogelijkheid tegen de verlening van de bouwvergunning maakt het gebruik van het instrument van vernietiging en schorsing niet onmogelijk. Uit het wettelijk stelsel vloeit voort dat het instru- ment van schorsing en spontane vernietiging kan worden gebruikt naast en ( na een mogelijke procedure bij de bestuursrechter. Sluis, CN. van der, In wederzijdse afhankelijkheid. Nationaal bestuurlijk toezicht in Europees perspectief, Nijmegen: Wolf legal publishers 2007. Wijk, H.D. van/Konijnenbe1t, W. en Male, R. van, Hoofdstukken van be- stuursrecht, Elsevier Juridisch: Den Haag 2008. 10:43 t/m 10:45 - 4 HOOFDSTUK 10 AANVULLING 17 - APRIL 2010 ABR t'