De 10 tijdvakken
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

De 10 tijdvakken

on

  • 32,707 views

Pour jan janus.

Pour jan janus.

Statistics

Views

Total Views
32,707
Views on SlideShare
32,522
Embed Views
185

Actions

Likes
3
Downloads
286
Comments
0

9 Embeds 185

http://leerpodium.nl 74
http://www.yurls.net 68
http://www.debontepael.yurls.net 15
http://debontepael.yurls.net 11
http://www.slideshare.net 5
http://www.groep6avd.yurls.net 5
https://twitter.com 4
http://groep6avd.yurls.net 2
http://www.yatedo.com 1
More...

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

De 10 tijdvakken Presentation Transcript

  • 1. TIJDVAK 1 Tijd van jagers en boeren Andere namen voor deze tijd: Prehistorie Het pictogram: Op de achtergrond een grotschildering van een jagersvolk. Op de voorgrond een pot van aardewerk. Die is van een boerenvolk. Aardewerk is door boeren uitgevonden. 1 Jagers-verzamelaars 2 Ontstaan van landbouw 3 Ontstaan van steden Dit tijdvak hoort bij de PREHISTORIE
  • 2. 1 JAGERS-VERZAMELAARS Jagers-verzamelaars geloofden in natuurgoden en in een leven na de dood. In grotten zijn schilderingen van dieren, mensen en wapens gevonden. Misschien waren die bedoeld om geluk bij de jacht af te smeken. Zo’n schildering zou dan magische krachten bezitten. De levenswijze van jagers-verzamelaars . De eerste mensen hielden zich in leven door te jagen en voedsel te verzamelen. Vrijwel al hun tijd ging daaraan op. Het is daarom logisch dat hun cultuur er geheel door gevormd werd. WAT WAREN KENMERKEN VAN DEZE CULTUUR? Omdat jagers-verzamelaars het wild volgden, hadden ze geen vaste woonplaatsen. Ze verbleven in eenvoudig te bouwen hutten. Een nomadisch bestaan dus.
  • 3. 2 HET ONTSTAAN VAN LANDBOUW Deze afbeelding geeft een voorbeeld van een boerendorp uit de nieuwe steentijd. De grote, relatief stevige boerderijen wijzen op permanente bewoning. Verder zijn akkers te zien die in het oerwoud zijn aangelegd door bomen te verbranden. Er is ook vee waar te nemen. Het ontstaan van landbouw en landbouw-samenlevingen . Landbouw ontstaat als mensen niet meer leven van wat de natuur toevallig opbrengt, maar daar zelf invloed op gaan uitoefenen door het aanplanten van bepaalde gewassen en het in gevangenschap houden van bepaalde dieren. Dit deed zich voor het eerst voor omstreeks 7000 v.C. in het Midden-Oosten. WAT ZIJN KENMERKEN VAN ZO’N LANDBOUWCULTUUR? Kenmerkend voor landbouwsamenlevingen is dat ze - in tegenstelling tot jagersculturen - vaste woonplaatsen kennen, en grotere groepen die een groter beroep doen op sociale organisatie en organisatie van de besluitvorming.
  • 4. 3 HET ONTSTAAN VAN STEDEN Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen. In gebieden waar grote rivieren stroomden ontstonden de eerste stedelijke gemeenschappen. Riviergebieden zijn vruchtbaar. De mensen die zich er vestigden, gebruikten het rivierwater voor irrigatie (bevloeiing van het land). Dat gebeurde in verschillende delen van de wereld: in het Midden-Oosten, in India en in China. Door de irrigatielandbouw namen de opbrengsten toe en groeide de bevolking geleidelijk. Dorpen groeiden uit tot steden. WAT IS EEN VOORBEELD VAN ZO’N VROEGE STEDELIJKE GEMEENSCHAP? Een goed voorbeeld is de stad Oer, gelegen in Mesopotamië, het stroomgebied van de Tigris en Eufraat (het tegenwoordige Irak). Het hoogtepunt van Oer lag omstreeks 2100 v.C., toen de stad enkele tienduizenden inwoners telde en het centrum was van de Soemerische beschaving. Oer was geheel ommuurd. In het midden van de stad stond een tempelcomplex, dat ook diende als bestuurscentrum. Er regeerden koningen die werden bijgestaan door priesters en ambtenaren. Voor een drukbevolkte stad als Oer was een geordend bestuur noodzakelijk.
  • 5. TIJDVAK 2 Tijd van Grieken en Romeinen Andere namen voor deze tijd: Oudheid Het pictogram: Op de achtergrond een Romeinse inscriptie in Latijnse letters. Op de voorgrond een Griekse tempel 4 De Griekse stadstaat 5 De klassieke stijl 6 Het Romeinse wereldrijk 7 Romeinen en Germanen 8 Jodendom en christendom Dit tijdvak hoort bij de OUDHEID
  • 6. 4 DE GRIEKSE STADSTAAT Een belangrijke Griekse staatsman was de Atheense legeraanvoerder Pericles, die in de vijfde eeuw voor Christus zo’n dertig jaar leiding gaf in Athene. Pericles roemde het democratisch staatsbestel, waar Athene haar rijkdom en vrijheid aan te danken zou hebben. Pericles hield goede redevoeringen. In een democratie, waar mensen overtuigd moeten worden, is dat een belangrijk voordeel. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat . De Grieken woonden in stadstaten met verschillende bestuursvormen: democratie, alleenheerschappij of aristocratie. De Grieken vroegen zich af welke bestuursvorm het best was. Ze dachten dus na over politiek. De Atheners kozen voor democratie. Het idee was dat het volk niet onderdanig moest zijn, maar moest meebeslissen. Mannen van de stadstaat moesten burgers zijn, deelnemers aan de politiek. Ze moesten zelf keuzes maken en niet zomaar van alles aannemen. Zo’n kritische houding pasten de Grieken ook op andere gebieden toe, zoals de geneeskunde en de filosofie. Zo ontwikkelde zich het wetenschappelijke denken. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN HET DENKEN IN DE GRIEKSE STADSTAAT? Een bekende Griekse wetenschapper was Archimedes (287 v.C.-212 v.C.). Hij voerde allerlei natuurwetenschappelijke experimenten uit. Dat leidde tot uitvindingen, zoals een brandspiegel waarmee vijandelijke schepen tegengehouden konden worden.
  • 7. 5 DE KLASSIEKE STIJL De Romeinen waren goed in het bouwen van koepels en bogen. Dat is technisch ingewikkeld. Aan de Griekse stijl voegden de Romeinen dus hun techniek toe. Hier zie je een Romeinse aquaduct in het zuiden van Frankrijk. Op veel plaatsen in Europa zijn zulke Romeinse bouwwerken te bewonderen. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur . In de bouw- en beeldhouwkunst ontwikkelden de Grieken een eigen stijl. De Romeinen namen deze stijl over en exporteerden hem via veroveringen naar andere delen van Europa. Na de val van Romeinse rijk bleef de Grieks-Romeinse vormentaal het voorbeeld voor bouwmeesters en kunstenaars. WAT ZIJN DE KENMERKEN VAN DE KLASSIEKE STIJL? Een Griekse tempel op het Italiaanse eiland Sicilië. Overal waar de Grieken kolonies stichtten, bouwden zij tempels voor hun goden. Kenmerkend zijn de zuilen en het driehoekige front bovenaan de gevel (het timpaan).
  • 8. 6 HET ROMEINSE WERELDRIJK Het schilderij is in 1656 gemaakt door de Nederlandse schilder Ferdinand Bol. In de Gouden Eeuw namen veel kunstenaars de klassieke cultuur als thema, niet alleen in Nederland maar in heel Europa. Bol’s schilderij kwam in het Amsterdamse stadhuis te hangen. Het was bedoeld als boodschap: de Romeinse gezant ging niet door de knieën voor de intimidatie van Pyrrhus. Zulk integer gedrag werd ook van Amsterdamse burgermeesters verwacht. Zo zie je hoe de Grieks-Romeinse cultuur doorwerkte in Europa. De groei van het Romeinse imperium , waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde. Op dit 17e-eeuwse schilderij zie je hoe de Griekse koning Pyrrhus een Romeinse gezant probeert te intimideren met een olifant. In 281 v.Chr. landde Pyrrhus op het Italiaanse schiereiland om de Griekse kolonies in hun strijd tegen de Romeinen bij te staan. Zes jaar later verliet hij Italië, waarna het hele schiereiland van Rome was. Rome ontstond rond 750 v.Chr. Door veroveringen groeide het dorpje in duizend jaar tijd uit tot een groot en machtig rijk. Overal waar de Romeinen kwamen voerden ze hun wetten en bestuur in. Overwonnen volken boden ze het Romeinse burgerrecht aan. Zo werden deze volken beïnvloed door de Romeinse cultuur, die op haar beurt weer sterk was beïnvloed door de cultuur van de Grieken. De Grieks-Romeinse cultuur werd de heersende cultuur in Europa. WAT IS EEN VOORBEELD VAN DE ROMEINSE EXPANSIE? WAARIN ZIE JE DE GRIEKS-ROMEINSE CULTUUR TERUG?
  • 9. 7 ROMEINEN EN GERMANEN Voorbeeldgebeurtenis: De Bataafse Opstand (69). Dit is een voorbeeld van confrontatie: de Bataven wilden vrijheid, verzetten zich tegen Romeinse overheersing. De Bataafse leider is ook een voorbeeld van overneming van de Romeinse cultuur. Hij was al jaren lang in dienst van het Romeinse leger en ook zijn naam was Romeins: Julius Civilis. De Bataven en Romeinen sloten weer vrede op een brug die in het midden was opgebroken. Dat zie je op de afbeelding. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa. De Romeinen stuitten op de Germanen in het huidige Nederland en Duitsland. Eerst probeerden ze het Germaanse gebied te veroveren. Toen dat niet lukte, maakten ze de Rijn tot grensrivier. Aan de grens woonden ook Germanen binnen het Rijk, zoals de Bataven in het tegenwoordige Nederland. Die Germanen namen veel van de Romeinen over, omdat hun eigen cultuur lager ontwikkeld was (ze kenden bijvoorbeeld geen schrift). WAT IS EEN VOORBEELD VAN EEN CONFRONTATIE EN EEN VOORBEELD VAN OVERNEMING VAN ROMEINSE CULTUUR? Voorbeeldverschijnsel: Religie. De Bataven vereerden Hercules Magusanus als belangrijkste god. Hercules was een Romeinse god, Magusanus een Germaanse. Ze werden gecombineerd tot één god. Er zijn resten van tempels opgegraven. De tempels zien er Romeins uit.
  • 10. 8 JODENDOM EN CHRISTENDOM Omstreeks het jaar 30 werd Jezus door de Romeinen, die toen over Palestina heersten, gekruisigd. Hij werd ervan beschuldigd een ‘valse messias’ zijn, een zogenaamde verlosser van de mensheid. Voor het christendom is deze kruisdood heel belangrijk. Door te sterven als zoon van God zou Jezus de straf voor de zonden van de mensen op zich hebben genomen. De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten. Vanaf ca 1200 v.C. leefde in Palestina het joodse volk. De joden geloofden in één god, die alléén met hen een verbond had gesloten. Andere volkeren in die tijd geloofden dat er heel veel goden waren. Omstreeks het begin van onze jaartelling predikte de joodse geestelijke leider Jezus Christus een nieuwe boodschap: God was er voor iedereen, niet alleen voor de joden. Zo ontstond uit het jodendom het christendom. De bijbel van de christenen bevat naast de joodse geschriften ook verhalen over Jezus. Nadat Jezus omstreeks het jaar 30 door de Romeinen gekruisigd was, verspreidde het christendom zich snel over het Romeinse rijk. Uiteindelijk werd heel Europa christelijk. WAT ZIJN BELANGRIJKE MOMENTEN IN DE ONTWIKKELING VAN JODEN- EN CHRISTENDOM? De joden geloven dat God zelf hun via de profeet Mozes allerlei wetten heeft gegeven. Tot die wetten behoren ‘tien geboden’. Die joodse regels zijn later ook door de christenen overgenomen. De wetten zouden omstreeks 1300 v.C. aan Mozes zijn gegeven op een bergtop in de Sinaï-woestijn.
  • 11. TIJDVAK 3 Tijd van monniken en ridders Andere namen voor deze tijd: Vroege Middeleeuwen Het pictogram: Op de achtergrond een zuil uit een romaanse kloostergang. Op de voorgrond een vroeg-middeleeuwse ridderhelm. 9 De kerstening van Europa 10 De islam 11 Hofstelsel en horigheid 12 Feodaliteit Dit tijdvak hoort bij de MIDDELEEUWEN
  • 12. 9 DE KERSTENING VAN EUROPA Een andere grote Frankische leider was Karel de Grote. Door veroveringen en een goed bestuur maakte Karel van het Frankische rijk een machtig rijk. In het jaar 800 werd hij in Rome door de paus tot keizer gekroond. Dat was een soort poging om het oude Romeinse rijk weer te herstellen. Met keizer Karel had het christendom weer een sterke leider. De verspreiding van het christendom in geheel Europa. Halverwege de 4e eeuw was het Romeinse rijk een christelijk rijk geworden. In die tijd werd het rijk steeds vaker geteisterd door binnenvallende Germaanse stammen. De Germanen waren niet christelijk. Het eerste Germaanse volk dat het christendom aannam waren de Franken. Dit volk veroverde de macht in een groot deel van Europa. Zo kwam het christendom ook bij andere Germaanse volken terecht. Er groeide een belangrijke band tussen de paus in Rome en de koningen van het Frankische rijk. WAT ZIJN BELANGRIJKE MOMENTEN IN DE KERSTENING VAN EUROPA? Een belangrijke leider van de Franken was Clovis (481-511). Hij breidde het Frankische rijk flink uit. Op dit schilderij (dat pas veel later gemaakt is) zie je hoe Clovis tot christen wordt gedoopt. Dat gebeurde in het jaar 496.
  • 13. 10 DE ISLAM In Mekka staat de Kaäba, het centrale heiligdom van de islam. In dit gebouw (het ‘huis van God’ volgens de moslims) bevindt zich een zwarte steen. Moslims geloven dat de engel Gabriël deze aan Abraham heeft gegeven. Door aanraking van de steen zou men gereinigd worden van zonden. Elk jaar gaan miljoenen moslims op pelgrimstocht naar Mekka en de zwarte steen. Het ontstaan en de verspreiding van de islam . In het begin van de zevende eeuw stichtte de Arabische koopman Mohammed de islam. Mohammed was vertrouwd met de godsdiensten van joden en christenen, die hij op zijn reizen ontmoette. Elementen uit die godsdiensten nam hij over in de islam, zoals het geloof in één god en het geloof in hemel en hel. Moslims geloven dat Mohammed boodschappen van God kreeg via de aartsengel Gabriël. Hij liet deze boodschappen opschrijven in de koran, het heilige boek van moslims. Daarin staan ook de leefregels die moslims moeten volgen om in het hiernamaals verder te kunnen leven. Na de dood van Mohammed in 632 veroverden de Arabieren delen van Afrika, Europa en Azië. De islam verspreidde zich zo over een deel van de wereld. WAT ZIJN KENMERKEN VAN DE ISLAM? HOE VERSPREIDDE DE ISLAM ZICH? Het Arabische rijk op zijn hoogtepunt. De veroveringen begonnen vanuit Medina, de stad waar Mohammed naar toe vluchtte toen hij uit Mekka werd verdreven. Na de veroveringen door de Arabieren ging de uitbreiding van de islam door in een zogenaamde ‘heilige oorlog’. Grote delen van Afrika en Midden-Azië werden voor het geloof gewonnen.
  • 14. 11 HOFSTELSEL EN HORIGHEID Deze afbeelding geeft een schematisch voorbeeld van een landgoed (‘domein’ of ‘hof’). Je ziet een dorp voor de horigen, akkers die ze helemaal zelf mochten hebben en akkers die van de heer waren (en die de horigen ook bewerkten!) De woeste grond om het dorp heen was ook van de heer. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid . De afbeelding is een goed voorbeeld van horigheid omdat hij rechts (horige) boeren toont die producten komen leveren aan de heer van het hof of domein. Je ziet onder andere een schaap. Horigen moesten niet alleen diensten voor hun heer verrichten, ze moesten ook op vastgestelde tijden producten leveren. De agrarisch-urbane cultuur in Europa verdween omdat het West-Romeinse Rijk ten onder ging. In dat rijk was stedelijk leven. In de nieuwe Germaanse rijken was dat er bijna niet. De Germanen waren eenvoudige boeren. HOE ORGANISEERDEN ZIJ HUN LANDBOUWSAMENLEVING?
  • 15. 12 FEODALITEIT Op deze afbeelding zweren een vazal en een leenheer elkaar trouw. De vazal wijst op het land dat hij van zijn heer in leen krijgt. De heer nam zijn hand en zei dan: “U bent mijn man”, waarop de vazal antwoordde met: “Ik ben uw man.” Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur. Op dit 11-eeuwse tapijt wordt de Engelse koning Harold afgebeeld met zijn vazallen. Links van hem ridders, die hem moesten bijstaan in de strijd, en rechts een bisschop, die moest waken over zijn zielenheil. Harold werd in 1066 verslagen door Willem van Normandië, de veroveraar van Engeland. In het Romeinse Rijk was een goed georganiseerd bestuur mogelijk door goede wegen, een sterk leger en een efficiënt ambtenarenapparaat. Door de invallen van de Germanen in het rijk verdwenen deze omstandigheden. De Germanen bestuurden hun gebied op feodale wijze. De koning (leenheer) gaf zijn land in leen aan edelen (vazallen), die hem in ruil moesten dienen. Op den duur gedroegen de edelen zich echter als onafhankelijke vorsten, die zich weinig aantrokken van hun leenheer. Het bestuur raakte nog meer gedecentraliseerd. WAT IS EEN VOORBEELD VAN FEODALE BESTUURLIJKE VERHOUDINGEN?
  • 16. TIJDVAK 4 Tijd van steden en staten Andere namen voor deze tijd: Hoge en Late Middeleeuwen 13 Opkomst van handel en ambacht 14 Steden met stadsrecht 15 Strijd tussen kerk en staat 16 De kruistochten 17 Het begin van staten Het pictogram: Op de achtergrond het interieur van een stedelijke kathedraal. Op de voorgrond een stadspoort, symbool van onafhankelijkheid van steden. Kerk en staat in de stad. Dit tijdvak hoort bij de MIDDELEEUWEN
  • 17. 13 OPKOMST HANDEL EN AMBACHT De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving. Na het jaar 1000 zorgden ontginningen en nieuwe technieken voor hogere landbouwopbrengsten. De bevolking groeide en omdat de grond meer opbracht, hoefde niet iedereen op het land te werken. Er kwamen meer handelaren en ambachtslieden. Zij gingen naar plekken waar ze hun producten goed konden verkopen: op kruispunten van wegen en rivieren, bij kastelen of kloosters. Marktplaatsen groeiden uit tot steden. Oude steden kwamen tot bloei. WAT IS EEN VOORBEELD VAN DE OPKOMST VAN HANDEL EN AMBACHT? De Vlaamse stad Ieper groeide in de 14e eeuw uit tot belangrijk centrum van textielnijverheid. Ieper lag aan een rivier waarover wol werd aangevoerd. In de opvallend grote lakenhal werd textiel opgeslagen en verhandeld.
  • 18. 14 STEDEN MET STADSRECHT Opkomst van de stedelijke burgerij en toenemende zelfstandigheid van steden. De stad Utrecht bijvoorbeeld. In deze oorkonde uit 1375 verleende bisschop Arnold van Hoorne van het Sticht Utrecht edelen en steden in zijn gebied allerlei voorrechten. Zo beloofde hij dat hij niet zonder hun toestemming oorlog zou voeren en belasting zou heffen. Ook de trotse burgers van Amersfoort en Rhenen drukten hun zegel in de plakken die aan de oorkonde hingen. In de late middeleeuwen bloeiden in West-Europa door handel de steden op. Officieel vielen steden onder het gezag van een heer (een graaf, bisschop of koning). Nu de steden rijker werden door handel, trad een zelfbewuste burgerij naar voren, die van de heer meer zelfbestuur vroeg. Een stad kreeg dan stadsrechten van de heer, die niet zoveel keus had, omdat hij financieel van de steden afhankelijk was. WAT IS EEN VOORBEELD VAN EEN STAD DIE OP DEZE MANIER ZELFSTANDIGER WERD?
  • 19. 15 STRIJD TUSSEN KERK EN STAAT In 1075 liet Gregorius VII uitspraken opschrijven die de macht van de paus moesten bevestigen. Een citaat uit deze Dictatus Papae: Dat hij [de paus] alleen over de keizerlijke machtssymbolen mag beschikken. Dat hij keizers kan afzetten. Dat hij de enige is wiens voeten gekust moeten worden door alle vorsten. Dat hij door niemand geoordeeld kan worden. Dat de bisschop van Rome zonder twijfel heilig is door de verdiensten van Sint-Pieter. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke of de geestelijke macht het primaat behoorde te hebben. Omstreeks 1100 waren de paus van Rome en de keizer van het Duitse rijk de twee machtigste leiders in Europa. Tussen die twee ontstond een strijd om de macht. Het conflict draaide om de benoeming van hoge geestelijken. De paus vond dat alléén de kerk dat mocht doen. Daarom verzette hij zich tegen de benoeming van bisschoppen door de keizer. Na een lange strijd kwam er een oplossing. De paus benoemde bisschoppen in hun geestelijke ambt; de keizer benoemde hen in hun wereldlijke ambt Zo werden kerk en staat meer van elkaar gescheiden. WELKE GEBEURTENISSEN EN PERSONEN SPEELDEN EEN ROL IN DEZE MACHTSSTRIJD? Een hele belangrijke rol speelde paus Gregorius VII (1073-1085). Hij stoorde zich vreselijk aan de benoeming van geestelijken door leken (niet-geestelijken, zoals de keizer). Hij vond dat kerk de hoogste macht in de wereld was. Koningen en keizers moesten zich daaraan onderwerpen.
  • 20. 16 DE KRUISTOCHTEN De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten . De afbeelding laat zien dat de christenen de kruistochten beschouwden als een ‘heilige oorlog’: een monnik loopt voorop, hij wijst de weg, hij geeft aan dat dit de wil van God is. Het teken van het kruis (van het christendom) wordt als wapen gevoerd. Het is ook een onderneming van de hele christenheid. Er zijn zelfs vrouwen onder de kruisvaarders afgebeeld. Toen de wereld in Europa na het jaar 1000 steeds geordender, rijker en ontwikkelder werd (zie 13, 14 en 15) ontstonden er mogelijkheden om ook kracht naar buiten toe te tonen. De grote rivaal van de christenen was de islamitische wereld. Vanaf 1096 ondernamen de christenen grote veldtochten om het door moslims beheerste ‘heilige land’ Palestina te veroveren. HOE DACHTEN DE EUROPEANEN OVER DEZE OORLOGEN?
  • 21. 17 HET BEGIN VAN STATEN Het begin van staatsvorming en centralisatie . Tussen 1337 en 1453 waren Engeland en Frankrijk met elkaar in oorlog. Door de overwinningen die de Fransen in deze Honderdjarige Oorlog boekten, kreeg hun land langzamerhand de vorm die het tegenwoordig heeft. De overwinning op de Engelsen bracht de Franse koning meer macht en mogelijkheden om de staat centraal te besturen. Door de Honderdjarige Oorlog nam het nationale saamhorigheidsgevoel onder de Fransen toe. Symbool daarvoor staat de Jeanne d’Arc, het eenvoudige boerenmeisje dat de Franse troepen in 1429 bij Orléans naar de overwinning leidde en Karel VII tot koning liet kronen. In de late middeleeuwen breidden vorsten hun macht uit. Ze probeerden hun onderdanen eenheid van bestuur en rechtspraak op te leggen. Dat deden ze vanuit één regeringscentrum en met behulp van ambtenaren. Door deze staatsvorming kregen onderdanen meer het gevoel dat ze bij elkaar hoorden, dat ze een natie vormden: een groep mensen met dezelfde oorsprong. WAT IS EEN VOORBEELD VAN DEZE STAATSVORMING?
  • 22. TIJDVAK 5 Tijd van ontdekkers en hervormers Andere namen voor deze tijd: Renaissancetijd 16e eeuw Het pictogram: Op de achtergrond een tekening van Leonardo da Vinci: de mens als volmaakt wezen. Op de voorgrond een schip van ontdekkers zoals Columbus 18 Ontdekkingsreizen 19 Mens- en wereldbeeld van de renaissance 20 Herleving van de Oudheid 21 De Reformatie 22 De Nederlandse Opstand Dit tijdvak hoort bij de VROEGMODERNE TIJD
  • 23. 18 ONTDEKKINGSREIZEN Het begin van de Europese overzeese expansie . In de loop van de 15e eeuw ontdekten de Europeanen zeeroutes naar Afrika, Azië en Amerika. Langs de kusten van deze werelddelen stichtten ze forten, van waaruit ze handel dreven met de plaatselijke bevolking. In Amerika beperkten de Europeanen zich niet tot handel aan de kust. Ze veroverden er gebieden die ze als vestigingsplaats of wingewest gingen exploiteren. Deze expansie ging ten koste van de oorspronkelijke bewoners, de Indianen, die niet tegen de Europese indringers opgewassen waren. WAT IS EEN VOORBEELD VAN EEN ONTDEKKINGSREIS UIT DEZE PERIODE? Op 8 juli 1497 begon de Portugese zeeofficier Vasco da Gama met vier schepen en 170 bemanningsleden een ontdekkingsreis naar India (zie kaart). Na de kaap te hebben gerond, maakte hij een stop in Malindi aan de Afrikaanse oostkust. Daar nam hij een Arabische gids aan boord, die hem navigeerde naar India, waar hij op 20 mei 1498 aankwam. In India wilde Da Gama handelscontracten sluiten met inheemse leiders, maar hij werd tegengewerkt door Arabische handelaren, die in hem een concurrent zagen. Het duurde enige jaren voordat de Portugezen in India vaste voet aan de grond kregen. Om te bewijzen dat hij er was geweest, nam Da Gama op zijn terugreis specerijen mee.
  • 24. 19 MENS- EN WERELDBEELD VAN DE RENAISSANCE Een voorbeeld is het uitbeelden van mensen. Links Maria met Jezus, geschilderd in 1305. Rechts hetzelfde tafereel, geschilderd door een renaissancekunstenaar in 1460. Maria en Jezus zijn veel natuurlijker afgebeeld, als ‘echte mensen’. Op de achtergrond zie je een ‘echte wereld’, door perspectief ruimtelijk weergegeven. Het veranderende mens - en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling. Aan het eind van de Middeleeuwen ontstond in rijke steden (het eerst in Italië) een grote opleving van kunst en wetenschap. De kritische, onderzoekende houding van Grieken en Romeinen werd weer aangenomen. Daarbij stond kennis van de mens en de wereld in het middelpunt van de belangstelling, meer dan kennis van godsdienst, zoals in de Middeleeuwen gebruikelijk was. Een mens kon op eigen kracht heel wat bereiken, zo werd gedacht. WAT IS HIERVAN EEN VOORBEELD IN DE RENAISSANCEKUNST?
  • 25. 20 HERLEVING VAN DE OUDHEID In Venetië staat dit ruiterbeeld van een 15e-eeuwse legeraanvoerder. Het lijkt precies op de ruiterbeelden die de Romeinen van hun keizers en legeraanvoerders maakten. Een voorbeeld is het kopiëren van de Grieks-Romeinse bouwkunst. Aan deze in 1567 gebouwde Italiaanse villa is dat goed te zien: zuilen, timpanen, een koepelvormig dak, beeldhouwwerk. De villa had bijna wel in de Oudheid gebouwd kunnen zijn. Een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid. Door de renaissance raakte de klassieke oudheid in Europa erg in de mode. De Grieken en Romeinen waren nooit helemaal verdwenen. De middeleeuwse geestelijken bestudeerden hun filosofie. Latijn bleef altijd de taal van kerk en wetenschap. Rond 1450 groeide de belangstelling ook bij burgers, vooral in steden in Noord-Italië. Deze steden waren rijk en onafhankelijk. Ze leken een beetje op stadstaten uit de oudheid. De burgers wilden net als de burgers in de Oudheid worden: politiek bewust, bezig met kunst en cultuur. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DE HERLEVING VAN DE OUDHEID?
  • 26. 21 DE REFORMATIE De afbeeldingen laten het verschil in uiterlijke stijl tussen katholiek en protestant zien. De katholieke kerk hecht aan uiterlijk vertoon in een rijk versierde kerk met veel beelden en altaren. De protestanten zijn tegen rijkdom in de kerk, heiligenbeelden en altaren. Voor hen gaat het alleen om de verkondiging van Gods Woord: de preek vanaf de preekstoel. Luther publiceerde 95 stellingen tegen de aflaathandel. Toen de paus en de Duitse keizer hem vroegen zijn geschriften tegen de rooms-katholieke kerk te herroepen, weigerde hij dat. Zo ontstond een nieuwe christelijke kerk: de protestanten. Veel Duitse vorsten kozen Luthers kant, en daarmee ook hun onderdanen. WAAROM ZIJN DE AFBEELDINGEN TYPEREND VOOR DE REFORMATIE? De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had. Tegen de rijkdom van de kerk en misstanden (zoals de handel in aflaatbrieven) ontstonden aan het eind van de Middeleeuwen protesten. Het bekendst is het optreden van de monnik Maarten Luther. WAT DEED HIJ IN 1517, WAARDOOR DE REFORMATIE OP GANG KWAM?
  • 27. 22 DE NEDERLANDSE OPSTAND Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat . De Nederlanden omvatten in de zestiende eeuw ongeveer het gebied van de huidige Benelux. Zij werden geregeerd door de katholieke vorst Filips II, die ook koning van Spanje was. De opstand tegen hem slaagde uiteindelijke alleen in de noordelijke provincies. Die stichtten een nieuwe Republiek: De zeven provincies die in 1579 een ‘nadere unie’ hadden gesloten. HOE HEETTE DIE UNIE EN WELKE GEWESTEN HOORDEN ERBIJ? Dat was de Unie van Utrecht. De gewesten waren Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Friesland en Groningen. Deze gewesten besloten de koning af te zetten. HOE HEETTE HET DOCUMENT WAARMEE ZE DAT DEDEN EN WAT STOND ERIN? Dat was het ‘Plakkaat van Verlating’ (1581). Er stond in dat een vorst er voor zijn volk is, en niet omgekeerd. Een vorst moet zijn volk rechtvaardig en redelijk regeren en mag hun rechten niet schenden. En als hij dat niet doet, mogen zijn onderdanen hem afzetten en een andere vorst kiezen. Het was de eerste keer in de Europese geschiedenis dat zo iets gezegd werd.
  • 28. TIJDVAK 6 Tijd van regenten en vorsten Andere namen voor deze tijd: Gouden Eeuw (Nederland) 17e eeuw Het pictogram: Op de achtergrond de Herengracht in Amsterdam, symbool voor de woonplaats van stedelijke burgers: de regenten. Op de voorgrond een koningskroon, symbool voor koninklijke macht van absolute vorsten buiten Nederland. 23 Het absolutisme 24 De Gouden Eeuw 25 Handelskapitalisme 26 De wetenschappelijke revolutie Dit tijdvak hoort bij de VROEGMODERNE TIJD
  • 29. 23 ABSOLUTISME Het streven van vorsten naar absolute macht . In de vroegmoderne tijd werden veel staten steeds centraler bestuurd. Vorsten waren de spil in dit centralisatieproces. Zij trokken steeds meer macht naar zich toe. Op den duur regeerde de vorst absoluut: zijn wil stond boven de wet. Er kwamen theorieën die dit absolutisme verdedigden. Zo zou de macht van de vorst door God gegeven zijn. De vorst hoefde aan niemand verantwoording af te leggen, behalve aan God. Hij stond boven de standen. Dat was de natuurlijke orde. Er verandering in willen brengen zou in strijd zijn met God’s wil. WAT IS EEN VOORBEELD VAN ZO’N THEORIE OVER DE ABSOLUTE MACHT VAN DE VORST? De afbeelding toont de titelpagina van het in 1660 gepubliceerde boek ‘Leviathan’ van de Engelsman Thomas Hobbes. In dat boek pleit Hobbes voor een sterk vorstelijk gezag om de burgers tegen zichzelf en tegen vijanden te beschermen. Als er geen gezag was, zouden de mensen elkaar ‘verslinden’: ‘de ene mens is voor de andere een wolf’. Deze theorie paste goed bij het absolutisme: de vorst moest gezag uitoefenen, de onderdanen moesten hem onvoorwaardelijk gehoorzamen. Anders zou het een chaos worden, meende Hobbes. Op de tekening zie je dat de vorst en zijn onderdanen één lichaam vormen. Daarmee wilde Hobbes zeggen dat ze niet zonder elkaar konden. Als de onderdanen hun vorst ongehoorzaam waren, dan zou het lichaam uit elkaar vallen. Ook de vorst kon niet helemáál buiten zijn volk om regeren. Hij moest erop toezien dat het zijn volk goed ging. Hoe welvarender zijn volk, hoe groter zijn macht.
  • 30. 24 DE GOUDEN EEUW De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek. In een tijd waarin Europa bijna alleen maar monarchieën kende, was Nederland een republiek. Bijzonder was dat de macht niet bij een centrale regering lag, maar bij de zeven gewesten. Bijzonder was ook dat het kleine land economisch sterker was dan de grotere mogendheden. Niet alleen met handel, ook met nijverheid, landbouw en visserij werd veel geld verdiend. Van dat geld werd een sterke militaire vloot opgebouwd. In de 17e eeuw bereikten de macht en de culturele bloei van de Republiek een hoogtepunt. Dat uitte zich in kunst en wetenschap, die op een heel hoog peil stonden. Met afgunst en verwondering keken buitenlanders naar de prestaties van dat kleine land. WAT IS EEN VOORBEELD VAN DE MACHT VAN DE NEDERLANDSE REPUBLIEK IN DE GOUDEN EEUW? De Republiek vocht verschillende oorlogen met Engeland uit om de heerschappij ter zee. In 1667 behaalde admiraal Michiel de Ruyter een spectaculaire overwinning: zijn vloot voer naar Chatham, een Engelse marinebasis in Kent, en vernietigde daar grote oorlogsbodems. De Royal Charles, het vlaggenschip van de Engelse marine, namen de Hollanders als trofee mee naar huis. De aanval op Britse bodem was gedurfd en liet de militaire macht van de Hollanders in de 17e eeuw zien. Op het schilderij zie je het Engelse vlaggenschip (Engelse vlag achterop) met de Nederlandse vlag in top. WAT IS EEN VOORBEELD VAN DE CULTURELE BLOEI IN DE REPUBLIEK? De beroemde grachtengordel van Amsterdam is in de 17e eeuw gegraven. De stad breidde zich toen snel uit, een teken van rijkdom en welvaart. Aan de grachten lieten rijke kooplieden mooie herenhuizen bouwen, die wat uitstraling betreft wel wat leken op paleizen.
  • 31. 25 HANDELSKAPITALISME In In 1600 werd door particulieren de Britse Oost-Indische Compagnie opgericht. Al snel werd de Compagnie een koninklijke onderneming, die het alleenrecht op handel met India verwierf. In de loop der tijd groeide de Compagnie uit tot de koloniale machthebber in India. Dat bleef ze tot 1858, toen ze werd overgenomen door de staat. Uit Amerika namen de Spanjaarden in de 16e eeuw een voedselgewas mee dat de Europeanen niet kenden: de aardappel. In de eeuwen daarna groeide de aardappel uit tot basisvoedsel in veel landen. Zelf introduceerden de Spanjaarden in Amerika het paard. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie . Door de ontdekkingsreizen kwamen Europeanen in contact met andere werelddelen en ontdekten ze producten die in Europa niet bekend waren. Het verkrijgen van die producten en het vervoer ervan naar Europa was kostbaar. Er was een vloot nodig met bekwame zeelui en soldaten om concurrenten op afstand te houden. Handelscompagnieën werden opgericht om dit mogelijk te maken. Zo ontstond een uitwisseling van producten tussen verschillende werelddelen. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DEZE UITWISSELING? Wat is een voorbeeld van handelskapitalisme?
  • 32. 26 DE WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE De wetenschappelijke revolutie . Antonie van Leeuwenhoek (1632-1723) ontdekte met een zelf in elkaar geknutselde microscoop micro-organismen in een druppel slootwater. Hij maakte tekeningen van het leven dat hij onder de loep nam, zoals rechts een insectenoog. Van Leeuwenhoek stond aan de basis van de bacteriologie. De Franse koning Lodewijk XIV wordt voorgesteld aan de leden van de door hem opgerichte Académie des Sciences. Je ziet verschillende hulpmiddelen van wetenschappen (welke?) uitgebeeld. Schilderij uit 1667. Door de nieuwe wetenschappelijke houding die in de renaissancetijd was ontstaan, werd er steeds vaker onderzoek gedaan met waarnemingen en proeven. Daardoor ging de wetenschap sterk vooruit. Steeds meer mensen dachten dat niet uit oude gezaghebbende boeken, maar door experiment en onderzoek veel geleerd kon worden. Vorsten en regeringen zagen het belang van wetenschap in. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DE WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE?
  • 33. TIJDVAK 7 Tijd van pruiken en revoluties Andere namen voor deze tijd: Eeuw van de Verlichting 18e eeuw Het pictogram: Op de achtergrond een proef met een elektriseermachine door gepruikte heren, leden van een wetenschappelijk genootschap: symbool voor Verlichting. Op de voorgrond de guillotine, symbool voor de Franse Revolutie. 27 De Verlichting 28 Verlicht absolutisme 29 Plantages en slavernij 30 Democratische revoluties Dit tijdvak hoort bij de VROEGMODERNE TIJD
  • 34. 27 DE VERLICHTING In 1772 kwam het laatste deel uit van de Encyclopédie van de Fransman Diderot (1713-1784). In totaal bevatte het werk 70.000 geïllustreerde artikelen over zeer uiteenlopende zaken, waar Diderot samen met anderen twintig jaar aan had gewerkt. Zijn doel was om het traditionele denken te doorbreken door zoveel mogelijk kennis bijeen te brengen. ‘Alle’ kennis verzameld en gedrukt beschikbaar: een hoogtepunt van de Verlichting. In 1791 hield het Amsterdamse genootschap Felix Meritis een proef met een elektriseermachine. Dat gebeurde in een soort theater met publiek. Dat is typerend voor de Verlichting: kennis verspreiden onder een breed publiek en erover discussiëren in een ‘genootschap’. Dit theater was daar speciaal voor gebouwd. Rationeel optimisme en een ‘ verlicht denken ’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek , economie en sociale verhoudingen . Door wetenschappelijke ontdekkingen in de 17e eeuw was gebleken dat de mens door eigen onderzoek de wereld om zich heen kon verklaren en er ook verbetering in aan kon brengen. In de 18e eeuw ging men zo ook over de samenleving denken. Mensen die hun verstand gebruikten, zouden vanzelf ‘het licht zien’: ze zouden er door kennis op vooruit gaan. Ze moesten dan wel de ruimte krijgen om zelfstandig na te kunnen denken. Alles wat dat in de weg stond – (bij)geloof, perscensuur, armoede, onderdrukking – moest bestreden worden. Deze manier van denken wordt Verlichting genoemd. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN VERLICHTERS EN VERLICHTE DENKBEELDEN?
  • 35. 28 VERLICHT ABSOLUTISME In Pruisen onder Frederik de Grote (1712-1786) ging het anders. Deze koning, hier in gesprek met Voltaire (rechts), beschouwde zichzelf als eerste dienaar van de staat. Een vorst moest een voorbeeld voor het volk zijn door hard te werken en sober te leven. Frederik nam moderne maatregelen op het gebied van godsdienstvrijheid, rechtspraak en economie. Op de afbeelding zie je Lodewijk XIV (1638-1715), hèt symbool van het ancien régime. Deze ‘zonnekoning’ vond dat hij het ‘goddelijk recht’ had om te regeren. Ook de standensamenleving was door God gewild. Lodewijk XIV leefde in de tijd vóór de Verlichting. Maar ook zijn opvolgers Lodewijk XV en XVI veranderden niets: zij bleven bij het oude, trokken zich niets aan van de kritiek. Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur eigentijdse verlichte wijze vorm te geven ( verlicht absolutisme ). Door de Verlichting groeide de kritiek op het absolutisme. Sommige vorsten die zich verdiepten in de ideeën van verlichte denkers trokken zich deze kritiek aan. Zij gingen ‘modern’ regeren, dat wil zeggen meer in dienst van staat en volk. Bij hen waren onderdanen er niet meer alleen voor de vorst, maar de vorst was er ook voor de onderdanen. WAT IS EEN VOORBEELD VAN EEN ANCIEN RÉGIME EN EEN VOORBEELD VAN VERLICHT ABSOLUTISME?
  • 36. 29 PLANTAGES EN SLAVERNIJ In 1627 werden op het Britse West-Indische eiland Barbados de eerste suikerplantages gevestigd. De bevolking van het eiland groeide van 100 000 naar 700 000 in 1820. Er werd toen 80 000 ton suiker per jaar geproduceerd. Ondanks de slavenarbeid waren de suikerplantages in de achttiende eeuw niet winstgevend te krijgen. De Engelsman William Wilberforce (1759-1833) spande zich in om de slavernij afgeschaft te krijgen. In geschriften en toespraken, als parlementslid en als vice-president van de in 1787 opgerichte Anti Slavery Society was hij actief. Het lukte hem niet de slavernij wettelijk afgeschaft te krijgen. Toen stelde hij zich kleinere doelen, zoals het afschaffen van de handel in slaven. In 1807 werd de handel in heel het Britse Rijk verboden. In augustus 1833 werd ook de slavernij zelf door Engeland afgeschaft, een maand na Wilberforce’s dood. Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden transatlantische slavenhandel en de opkomst van het abolitionisme . In Amerika stichtten Europeanen plantages waar producten konden worden verbouwd waar in Europa veel vraag naar was. Er werd gewerkt met slavenarbeid. De slaven werden aangevoerd uit Afrika, waar ze van inheemse slavenhandelaren werden gekocht. In de 17e en vooral de 18e eeuw werden enige miljoenen Afrikanen naar Amerika vervoerd. Hiertegen kwamen abolitionisten in het geweer. WAT IS EEN VOORBEELD VAN EEN PLANTAGEKOLONIE EN VAN ABOLITIONISME?
  • 37. In 1781 verscheen het pamflet ‘Aan het Volk van Nederland’, geschreven door de Overijsselse baron Joan Derk van der Capellen tot den Poll. In het pamflet wordt de bevolking opgeroepen zich te verzetten tegen de ‘tirannie’ van stadhouder Willem V, die de vrijheid van het volk zou hebben vertrapt. Alleen dat volk had volgens Van der Capellen het recht om het land te besturen, en niet een kliek van mannen die het landsbelang ondergeschikt maakten aan privé-belangen. ‘Aan het Volk van Nederland’ leidde ertoe dat de burgers zich gingen bewapenen en probeerden de macht over te nemen. 30 DEMOCRATISCHE REVOLUTIES In het eerste jaar van de Franse Revolutie (1789) werd de ‘Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger’ opgesteld. Daarin stonden grondrechten die ieder mens en iedere staatsburger zou moeten hebben: recht op vrije meningsuiting, vrijheid van godsdienst, recht op een eerlijk proces volgens gelijke wetten voor iedereen, bescherming tegen willekeurige arrestatie. Het streven naar deze grondrechten is typerend voor een democratische revolutie. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten , grondrechten en staatsburgerschap . In de tweede helft van de 18e eeuw vonden in Nederland, Amerika en Frankrijk democratische revoluties plaats. De burgerij wilde meer inspraak, en een grondwet om die inspraak te garanderen. De vorst moest de grondwet accepteren en ook de elementaire burgerrechten – zoals het recht op vrije meningsuiting. In feite ging het de burgerij om volwaardige participatie in de staat. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DEMOCRATISCHE REVOLUTIES?
  • 38. TIJDVAK 8 Tijd van burgers en stoommachines Andere namen voor deze tijd: Eeuw van de industrialisatie 19e eeuw Het pictogram: Op de achtergrond een grand café in een grote stad, symbolisch voor het leven van de rijkere burgerij (bourgeoisie). Op de voorgrond een fabriek, symbool voor de industrialisatie. 31 Politieke stromingen 32 Democratisering 33 De industriële revolutie 34 De sociale kwestie 35 Emancipatiebewegingen 36 Modern imperialisme Dit tijdvak hoort bij de MODERNE TIJD
  • 39. 31 POLITIEKE STROMINGEN De opkomst van de politiek - maatschappelijke stromingen nationalisme , liberalisme , socialisme , confessionalisme en feminisme . Omdat in de 19e eeuw de bevolking steeds meer betrokken raakte bij het bestuur, ontstonden ook politieke stromingen waarin verschillende meningen over dat bestuur werden georganiseerd. Liberalen voor persoonlijke vrijheid, socialisten voor gelijkheid en sociale rechtvaardigheid, feministen voor rechten van vrouwen – om maar enkele voorbeelden te noemen. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DE OPKOMST VAN DEZE STROMINGEN? Feministen streefden naar vrouwenkiesrecht. Ze richtten verenigingen op en hielden demonstraties. Uit de spotprent wordt duidelijk wat tegenstanders daarvan vonden. De vrouwen zouden hun moederlijke plichten verzaken. Het meisje vraagt haar moeder thuis te komen, maar haar moeder wil doorgaan met demonstreren. In Nederland kregen vrouwen in 1919 kiesrecht. Een voorbeeld van nationalisme is de stichting van het koninkrijk Italië in 1861. Italië was verdeeld in allerlei stadstaatjes en vorstendommetjes. Sommige daarvan behoorden tot de Habsburgse monarchie (Oostenrijk). Italiaanse nationalisten wilden één staat voor alle Italianen. Dat lukte uiteindelijk door handige diplomatie en oorlog tegen de Oostenrijkers. Venetië en Rome werden later bij het koninkrijk gevoegd. Op de foto zie je een standbeeld van Garibaldi, een held uit de Italiaanse eenwordingsstrijd.
  • 40. 32 DEMOCRATISERING In Nederland bestond halverwege de 19e eeuw censuskiesrecht: alleen burgers die een bepaald bedrag aan belasting betaalden mochten stemmen. Socialisten zeiden dat de kapitalisten het censuskiesrecht hanteerden om aan de macht te blijven. Hier zie je hoe arbeiders de kapitalistische burcht in proberen te nemen door het censusgewicht omhoog te trekken. Met ander woorden: ‘schaf het censuskiesrecht af, laat ons toe tot de macht’. Ook vrouwen organiseerden zich om kiesrecht te verwerven. In Engeland en de Verenigde Staten werden ze ‘suffragettes’ genoemd (‘suffrage’ = kiesrecht). Hier zie je Amerikaanse suffragettes die vrouwen oproepen om naar een kiesrechtbijeenkomst te gaan. In 1920 kregen Amerikaanse vrouwen kiesrecht. Voortschrijdende democratisering met deelname van steeds meer mannen en uiteindelijk ook vrouwen aan het politiek proces. Door democratische revoluties in het begin van de 19e eeuw werden grondwetten ingevoerd die steeds meer macht gaven aan parlementen. Die parlementen werden meestal door een heel klein aantal kiezers gekozen. Daartegen werd strijd gevoerd door groepen die algemeen kiesrecht wilden. Uiteindelijk kreeg iedereen kiesrecht, eerst mannen en niet veel later ook vrouwen. Burgers raakten ook op andere manieren meer bij de politiek betrokken: door actief te zijn in politieke bewegingen en partijen, of door zich massaal sterk te maken voor een bepaalde politiek zaak (handtekeningenacties, demonstraties, etc.). WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DIT DEMOCRATISERINGSPROCES?
  • 41. 33 DE INDUSTRIËLE REVOLUTIE Door de industrialisatie kon goedkoper geproduceerd worden, waardoor meer producten toegankelijk werden voor de grote massa, zoals katoenen kleding, die hier in een Engelse advertentie aan de man wordt gebracht. Engelse mijnbouwers gebruikten al vroeg in de 18e eeuw stoommachines om water op te pompen. De Schotse instrumentenmaker James Watt (1736-1819) verbeterde deze machines op een aantal punten, waardoor ze ook toepasbaar waren in de textielindustrie. Spin- en weefmachines gingen op stoom lopen. Er waren grote hallen nodig om de machines te plaatsen: fabrieken. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving . Eerst in Engeland (vanaf circa 1780) in andere Europese landen later, werden ambachtelijke productie en huisnijverheid vervangen door grootschalige gemechaniseerde productie. Deze industrialisatie veranderde de samenleving ingrijpend. Waar fabrieken kwamen, ontstonden grote steden. Op den duur woonden meer mensen in steden dan op het platteland. Er kwamen meer goede goedkope producten, dus meer consumptie. Zo ontstond de consumptiemaatschappij. WAARDOOR ONTSTOND DE INDUSTRIËLE REVOLUTIE? WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DE INDUSTRIËLE SAMENLEVING?
  • 42. 34 DE SOCIALE KWESTIE Discussies over de ‘ sociale kwestie ’. De burgerij in de 19e eeuw kreeg steeds meer oog voor sociale wantoestanden. Door de industrialisatie namen die soms in omvang toe: problemen in de steden, in de fabrieken, tussen lage en hoge klassen. De traditionele aanpak van zulke problemen was liefdadigheid door kerk en particulieren. Nu gingen regeringen zich er actief mee bemoeien. In de politiek ontstond discussie over de vraag hoever deze overheidsbemoeienis moest gaan. WAT IS EEN VOORBEELD VAN DE SOCIALE KWESTIE? Een voorbeeld was kinderarbeid. Zwaar, eentonig werk en lange werkdagen, stompten kinderen af. Op de afbeelding zie je kinderen werken in een steenbakkerij. In de tweede helft van de 19e eeuw groeiden de protesten tegen kinderarbeid. Onder invloed van liberale ‘verlichte’ denkbeelden was men onderwijs belangrijker gaan vinden. Kinderen moesten naar school, niet naar de fabriek. In 1874 nam het Nederlandse parlement het kinderwetje van Van Houten aan, dat kinderarbeid in fabrieken aan banden legde. Van Houten was een progressieve liberaal, die net als sociaal-democraten de problemen met wetgeving wilde oplossen. Meer conservatieve liberalen en confessionelen vonden dat de overheid niet zover moest gaan. Fabrikanten en arbeiders moesten er vooral zelf uitkomen.
  • 43. 35 EMANCIPATIEBEWEGINGEN / VERZUILING De opkomst van emancipatiebewegingen . Tot 1887 was het kiesrecht in Nederland beperkt. Daarom gaven ‘liberale heren’ - fabrikanten, bankiers, handelaren, advocaten - de toon aan in regering en parlement. Groepen die zich achtergesteld voelden, gingen zich organiseren om het beter te krijgen. Confessionelen wilden zoveel mogelijk vrijheid om hun geloof te belijden. Vrouwen wilden dezelfde rechten als mannen. Arbeiders wilden algemeen kiesrecht en verdeling van bezit. Uit deze emancipatiebewegingen kwamen de zuilen voort: bevolkingsgroepen die hun overtuiging in georganiseerd verband uitdragen. WAT IS EEN VOORBEELD VAN EEN EMANCIPATIEBEWEGING? Abraham Kuyper (1837-1920) was leider van de orthodox-protestantse beweging. Om het ‘ware geloof’ tegen de ‘ongelovige liberale staat’ te beschermen, en om zijn beweging sterk te maken, richtte hij in 1878 een eigen universiteit en een jaar later een politieke partij op. Dit was het begin van de emancipatie van othodox-protestanten. Protestanten en katholieken mochten wel eigen scholen beginnen, maar die werden niet door de staat gefinancieerd. Uit protest tegen deze ‘achterstelling’ deden de protestanten een beroep op de koning om de schoolwet terug te draaien. Ze verzamelden daarbij zoveel mogelijk handtekeningen.
  • 44. 36 MODERN IMPERIALISME De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie . Kenmerkend voor het Europese kolonialisme van de 16e en 17e eeuw was het drijven van handel aan kusten vanuit versterkte plaatsen. De binnenlanden lieten de Europeanen meestal ongemoeid. In de 19e eeuw kwam daar verandering in. De opkomende industrie schiep een vraag naar grondstoffen en afzetmarkten. De koloniale mogendheden veroverden gebieden die ze gingen exploiteren en besturen. Deze vorm van kolonialisme wordt ‘modern imperialisme’ genoemd. WAT IS EEN VOORBEELD VAN HET MODERNE IMPERIALISME? Op deze kaarten van Azië zie je wat er in de 19e eeuw gebeurt: Europese mogendheden, maar ook Japan, breidden hun invloed uit door inname van steeds meer territorium. In China zie je de vorming van een grote Britse en Russische ‘invloedssfeer’. De Fransen bezetten Indochina (Vietnam en aangrenzende landen). Brits Indië werd uitgebreid. Moderne stoomschepen onderhielden lijnverbindingen. In 1910 annexeerde Japan Korea. De Japanners wilden grondstoffen en arbeidskrachten voor hun snel groeiende industrie. Tegen de Koreaanse bevolking traden ze zeer hard op. Ze waren bepaald niet geliefd, zoals uit deze Koreaanse tekening blijkt. Links de gouverneur die de Japanners na de annexatie in Korea aanstelden.
  • 45. TIJDVAK 9 Tijd van de wereldoorlogen Andere namen voor deze tijd: Eerste helft van de 20e eeuw 37 Massaorganisatie 38 Totalitaire systemen 39 De economische wereldcrisis 40 Wereldoorlogen 41 De volkenmoord 42 De Duitse bezetting 43 Totale oorlog 44 Opkomst van nationalisme in koloniën Het pictogram: Op de achtergrond een demonstratie van werklozen in de jaren dertig, symbool voor de economische crisis. Op de voorgrond een tank, symbool voor de wereldoorlogen. Dit tijdvak hoort bij de MODERNE TIJD
  • 46. 37 MASSA-ORGANISATIE Ook de communisten in Rusland maakten propaganda op moderne wijze. Ze lieten speciale propagandatreinen door het immens grote land reizen. In wagons werd de Oktoberrevolutie nagespeeld door acteurs. Toespraken van Lenin werden via grammofoonplaten ten gehore gebracht. Zo werd de bevolking op de hoogte gebracht van de ideeën van het communisme. ‘ Heel Duitsland hoort de Führer met de volksontvanger.’ De nazi’s zetten de radio doelbewust in voor propagandadoeleinden. Ieder Duits gezin zou over een radiotoestel moeten beschikken. Op pleinen werden luidsprekers geplaatst zodat mensen zonder radio toch de toespraken van Hitler konden horen. Er was maar één zender: die van de NSDAP. Van vrije meningsuiting was geen sprake. De rol van moderne propaganda - en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie . Met de uitbreiding van de democratie in de 19e eeuw raakte de bevolking massaal bij de politiek betrokken. Politieke partijen maakten propaganda voor ideologieën. Er kwamen massaorganisaties, bijvoorbeeld vakbonden. Propaganda was geen nieuw verschijnsel, maar door nieuwe communicatiemiddelen konden wel veel meer mensen worden bereikt. Ook werd de propaganda door die nieuwe middelen intenser en verfijnder. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DEZE ONTWIKKELINGEN?
  • 47. 38 TOTALITAIRE SYSTEMEN Het fascisme vond oorlogvoeren de natuurlijke taak van de man en kinderen baren de natuurlijke taak van de vrouw. ‘Baren is voor de vrouw wat oorlog voeren voor de man is’, aldus Mussolini. En zoals soldaten door moedig gedrag aan het front eremedailles konden verdienen, kregen Italiaanse moeders die veel kinderen baarden ook een medaille. Een tekening gemaakt door een Russische Goelaggevangene. ‘Goelags’ waren kampen waar het communistische regime duizenden burgers gevangen hield. Zij werden beschuldigd van spionage voor het kapitalistische westen, of van het ondermijnen van de verworvenheden van de proletarische revolutie. Ze waren dus tegenstanders in ideologische zin. In de praktijk echter ging het vaak om onschuldige burgers, die als slaven te werk werden gesteld. Zo kwam het regime op goedkope wijze aan arbeidskrachten. Veel burgers kwamen in de Goelags om. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme / nationaal-socialisme . In 1917 namen communisten in Rusland de macht over. In Italië kwamen in 1922 de fascisten aan de macht, in Duitsland in 1933 de nationaal-socialisten. In deze drie landen werd de samenleving volledig gelijkgeschakeld aan de nieuwe ideologie: de politiek, de economie, de cultuur, het sociale leven. Geen burger ontkwam aan de effecten van deze revolutie. Die effecten waren overwegend rampzalig: onderdrukking, terreur en oorlog. WAT WAREN PRAKTISCHE TOEPASSINGEN VAN DEZE TOTALITAIRE IDEOLOGIEËN?
  • 48. 39 DE ECONOMISCHE WERELDCRISIS De crisis van het wereldkapitalisme . Op 24 oktober 1929 kelderden de aandelenkoersen op de beurs van New York. Beleggers verkochten in paniek hun aandelen. Bedrijven die van aandelen afhankelijk waren gingen failliet. In enkele jaren tijd werden miljoenen Amerikanen werkloos. Snel sloeg de crisis van de VS over naar andere delen van de wereld. Ook in Europa, met name in Duitsland, ontstond massale werkloosheid. WAT WAREN DE GEVOLGEN VAN DE CRISIS? WAT WAREN DE STRUCTURELE OORZAKEN? Een structurele oorzaak was het overspannen consumptiepatroon in de jaren twintig; met advertenties werden Amerikanen aangemoedigd om zoveel mogelijk te kopen, desnoods op afbetaling. Mensen kochten zelfs aandelen met geleend geld. Er ontstond een ‘zeepbeleconomie’: de uitgaven (consumptie) werden niet gedekt door echte inkomsten (productie). Eén speldenprik en de boel zou uit elkaar spatten. Dat was precies wat in 1929 gebeurde. Het meest directe gevolg was de enorme werkloosheid, die alle records brak. In Nederland waren er in 1936, op het hoogtepunt van de crisis, circa 600.000 werklozen. Dat was een kwart van de beroepsbevolking. Werklozen hoefden geen rijwielbelasting te betalen. Hier staan ze in de rij om een gratis fietsplaatje te halen.
  • 49. 40 WERELDOORLOGEN In Azië ontstond de Tweede Wereldoorlog door de oorlogszuchtige politiek van Japan, dat een groot Aziatisch rijk wilde zonder Europese inmenging. Op 7 december 1941 vielen Japanse bommenwerpers de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor aan. Een oorlog tegen de Verenigde Staten, die op het eind van de oorlog militair gesteund werden door de Sovjet-Unie, kon Japan niet aan. De economische en militaire reserves van de VS waren groter dan die van Japan. Op 28 juni 1914 werd een Oostenrijkse prins door een Servische nationalist in Sarajewo vermoord. Toen Oostenrijk als vergelding Servië de oorlog verklaarde, liep de zaak volledig uit de hand. Rusland nam het voor Servië op, en Duitsland voor Oostenrijk. In augustus was het oorlog. Door bondgenootschappen ontstond een wereldoorlog. Het voeren van twee wereldoorlogen . In de Eerste Wereldoorlog vochten Engeland, Frankrijk en Rusland tegen Duitsland en Oostenrijk. Na een uitputtende loopgravenoorlog, waarin geen van de partijen een doorbraak kon forceren, gaf de deelname van de Verenigde Staten aan de kant van de geallieerden in 1917 de doorslag. Duitsland en Oostenrijk gaven de oorlog op. In de Tweede Wereldoorlog veroverde Duitsland, geholpen door Italië, een groot deel van Europa. Japan nam grote delen van Azië in. Na een verwoestende oorlog werden deze drie landen verslagen door de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten en Engeland en hun bondgenoten. WAARDOOR ONTSTONDEN BEIDE OORLOGEN? EN WAT BESLISTE DE STRIJD? In Europa ontstond de Tweede Wereldoorlog door de oorlogszuchtige politiek van Duitsland en Italië. Beide landen wilden een groot rijk, waarin geen plaats was voor ‘inferieure’ volkeren en rassen. Toen Duitse troepen in 1939 Polen binnenvielen, zoals je op de afbeelding kunt zien, verklaarde Engeland Duitsland de oorlog. Toen Hitler in 1941 de Sovjet-Unie was binnengevallen, en in datzelfde jaar de Verenigde Staten de oorlog verklaarde, overspeelde hij zijn hand. Tegen zulke grootmachten was nazi-Duitsland niet opgewassen.
  • 50. 41 DE VOLKENMOORD Joden worden in Warschau opgepakt en naar de kampen vervoerd. De nazi’s isoleerden joden in aparte wijken, waarna ze hen naar de vernietigingskampen deporteerden. ‘ Duiters! Verweer U! Koop niet bij joden!’ Dat is de boodschap van deze nazi bij een joodse winkel die met een joodse Davidsster is beklad. De uitsluiting van joden uit het openbare leven begon met het boycotten van joodse winkels. Racisme en discriminatie die leidden tot genocide , in het bijzonder op de joden. Nadat de nazi’s in 1933 in Duitsland de macht hadden overgenomen, brachten zij hun rassenleer in de praktijk. Volgens deze leer was het Arische ras sterker en beter dan ‘rassen’ als zigeuners, Slaven, zwarten en joden. In de joden zagen de nazi’s een groot gevaar: door in de Duitse samenleving te integreren zouden joden het Duitse volk zwakker willen maken. Alleen uitroeiing van joden zou Duitsland van de ondergang redden. De nazi’s vervolgden de joden dan ook keihard, eerst in eigen land, en later in heel Europa. Uiteindelijk vermoordden ze zes miljoen joden in speciaal daarvoor ingerichte kampen. HOE VERLIEP HET PROCES DAT LEIDDE TOT DE VERNIETIGING VAN EUROPESE JODEN?
  • 51. Op 10 mei 1940 vielen de nazi’s Nederland binnen. Zij bleven er de baas tot 5 mei 1945. Met terreur en propaganda legden zij hun heerschappij op aan de Nederlandse bevolking en probeerden de samenleving gelijk te schakelen aan de nationaal-socialistische ideologie. Een klein deel van de bevolking werkte met hen samen. Een klein deel pleegde verzet. De meeste Nederlanders maakten geen keuze: zij probeerden in deze moeilijke tijd te overleven. Voor zo’n 110.00 Nederlandse joden lukte dat niet: zij werden uit Nederland weggevoerd en vergast in de vernietigingskampen. WAT WAREN VOORBEELDEN VAN COLLABORATIE EN VERZET? HOE VERLIEP DE ‘GELIJKSCHAKELING’? 42 DE DUITSE BEZETTING Duitse troepen trekken Amsterdam binnen, 15 mei 1940. De bevolking wacht af wat er gaat gebeuren. Het Amsterdamse bestuursapparaat (politie, ambtenaren, rechters) blijft functioneren, maar wordt onder strikte Duitse leiding geplaatst. Deze bestuurlijke gelijkschakeling vindt in heel Nederland plaats. Een vrouw die verdacht wordt van collaboratie met de nazi’s wordt bespot op bevrijdingsdag. Haar gezicht is ingesmeerd met schoensmeer en ze wordt gedwongen de Hitlergroet te brengen. Waarvan ze precies wordt beschuldigd is niet duidelijk. Misschien had ze een relatie met een nazi. De Duitse bezetting van Nederland.
  • 52. 43 TOTALE OORLOG In alle oorlogvoerende landen waren vrouwen betrokken bij de productie van oorlogsmaterieel. De mannen waren immers naar het front. De vrouw op de affiche was ‘Rosie the Riveter’, het Amerikaanse symbool voor de inzet van vrouwen. Vrouwen moesten, dat was de boodschap, een voorbeeld nemen aan de onvermoeibare en standvastige Rosie. In 1945 bombardeerden de Britten de Duitse stad Dresden. Naar schatting 35.000 mensen kwamen daarbij om. Dagenlang was de stad een grote vuurzee. Met zulke bombardementen hoopten de Britten te bereiken dat de Duitsers zich zouden overgeven. Ze zagen de aanval ook als vergelding van Duitse bombardementen op steden als Londen en Coventry. Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering. De Tweede Wereldoorlog was een totale oorlog. Niet alleen soldaten waren erbij betrokken, maar de hèle burgerbevolking. Op twee manieren: burgers hielden de oorlogseconomie draaiende en burgers waren slachtoffer van bombardementen op steden, onder andere met atoomwapens. Daarnaast werden miljoenen onschuldige burgers – vooral joden – vermoord. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DEZE ASPECTEN VAN TOTALE OORLOG?
  • 53. 44 OPKOMST VAN NATIONALISME IN KOLONIËN Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme . Inheemse nationalisten verzetten zich op geweldloze wijze tegen de Europese overheersers, bijvoorbeeld door te staken of door Europese producten te boycotten. Gewelddadig verzet was er ook: sabotageacties, gewapende opstanden, of regelrechte oorlog. Toen de Europeanen door de Japanners uit hun Aziatische kolonies werden verdreven, stegen de kansen voor de inheemse nationalisten. WAT IS EEN VOORBEELD VAN VERZET TEGEN HET EUROPESE IMPERIALISME? In 1926 kwamen Javaanse communisten in opstand tegen het Nederlandse gezag. Ze voerden sabotageacties uit, zoals het laten ontsporen van de trein tussen Bandung en Surabaya. Het Nederlandse leger wist de opstand neer te slaan en arresteerde duizenden opstandelingen.
  • 54. TIJDVAK 10 Tijd van televisie en computer Andere namen voor deze tijd: Tweede helft van de 20e eeuw 45 Dekolonisatie 46 Koude Oorlog 47 Europese eenwording 48 De ‘jaren zestig’ 49 Pluriforme samenlevingen Het pictogram: Op de achtergrond een ‘kaart’ met elektronische schakelingen uit een computer. Op de voorgrond een televisietoestel met in beeld een intercontinentale raket, symbool voor de wapenwedloop van de Koude Oorlog. Dit tijdvak hoort bij de MODERNE TIJD
  • 55. 45 DEKOLONISATIE In 1960 werd een groot aantal vooral Franse koloniën in Afrika onafhankelijk. Daarom wordt 1960 het ‘jaar van Afrika’ genoemd. De Fransen zagen in dat onafhankelijkheid onafwendbaar was, nadat ze zich daar een tijd lang tegen hadden verzet. De Britten waren al langer bezig met een geleidelijke dekolonisatie. Hun koloniën werden stap voor stap onafhankelijk in een reeks van jaren. De Franse wending gold niet voor Algerije. Dat land wilden ze voor altijd deel van Frankrijk laten blijven. Daarom werd in Algerije een bloedige oorlog uitgevochten. De Britse kolonie Nigeria werd in 1960 onafhankelijk. Dit grote West-Afrikaanse land telt verschillende volkeren, die door Britse kolonisatoren in één land waren samengebracht. Elk jaar vieren de Nigerianen hun onafhankelijkheid, niet alleen in eigen land, maar ook in Groot-Brittannië. In 2002 waren bij de viering in Londen drie bekende Nigeriaanse voetballers aanwezig. De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld. Na de Tweede Wereldoorlog werden de meeste kolonies onafhankelijk. Soms ging dat op vreedzame wijze, soms met geweld. Dit proces verliep in twee fasen. Tussen 1945 en 1960 werden de meeste Aziatische kolonies onafhankelijk en tussen 1960 tot 1975 de meeste Afrikaanse. Zo werd een eind gemaakt aan de Europese dominantie in de wereld. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN HET DEKOLONISATIEPROCES?
  • 56. 46 KOUDE OORLOG Een voorbeeld van een conflict uit de Koude Oorlog is de Korea-oorlog. In 1950 grepen de Verenigde Staten in Korea in. Daar dreigden communisten uit het noorden militair de overhand te krijgen. Na drie jaar oorlog bleef de strijd onbeslist. Er kwam een scheiding tussen het communistisch Noord-Korea en een kapitalistisch Zuid-Korea. Op de foto troost een Amerikaanse soldaat zijn kameraad, die treurt om een gesneuvelde vriend. De soldaat links noteert de doden en gewonden. De Verenigde Staten en hun Europese bondgenoten waren militair verenigd in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). De Sovjet-Unie en haar bondgenoten werkten samen in het Warschau Pact. Beide grootmachten hadden ook buiten Europa bondgenoten. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog raakte de wereld verdeeld in een kapitalistisch en een communistisch blok. Omdat de ideologische vijandschap tussen beide blokken groot was, hing een oorlog voortdurend in de lucht. Zover kwam het niet. Misschien wel doordat beide blokken over zoveel kernwapens beschikten, dat een oorlog het einde van de wereld kon betekenen. De wapenwedloop verkleinde de kans op oorlog. Toch was de angst voor een kernoorlog groot. WELKE LANDEN BEHOORDEN TOT DE BLOKKEN? WELKE CONFLICTEN WAREN ER?
  • 57. 47 EUROPESE EENWORDING Het begin van de Europese Unie was de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) van zes landen in 1957 (de Benelux, West-Duitsland, Frankrijk en Italië). Er kwamen steeds meer landen bij, eerst in West-Europa, maar na de val van het communisme ook in Oost-Europa. In 2004 kwamen werden tien vooral Oost-Europese landen lid, waardoor de Unie 25 landen ging tellen. Niet alleen de tegenstellingen van de Tweede Wereldoorlog, ook die van de Koude Oorlog waren nu opgeheven. Het Europese parlement wordt eens in de vijf jaar direct door de burgers van de lidstaten gekozen. Veel mensen denken dat het parlement helemaal geen macht heeft, maar dat is overdreven. Het parlement controleert het beleid van de Europese Commissie (het dagelijks bestuur van de Unie). Het moet ook de benoeming van de leden van de Commissie goedkeuren. De eenwording van Europa. Door de Tweede Wereldoorlog ontstond een beweging die zich sterk maakte voor Europese economische samenwerking. Zo zou er geen derde grote Europese oorlog meer kunnen komen. Bovendien stond men zo sterker tegenover de Sovjet-Unie. Naast de economische samenwerking met als doel één Europese markt kwam er ook meer politieke samenwerking. Daarbij speelde de vraag hoeveel zelfstandigheid een land moet afstaan aan ‘Europa’. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DE EUROPESE EENWORDING?
  • 58. 48 DE ‘JAREN ZESTIG’ De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal - culturele veranderingsprocessen. Na de Tweede Wereldoorlog ging het Europa en de Verenigde Staten lange tijd economisch voor de wind. De lonen stegen. Technische vernieuwingen vroegen hoog opgeleid personeel, waardoor meer in onderwijs werd geïnvesteerd. Er groeide een onafhankelijke jonge generatie op die geen oorlog of crisis had meegemaakt. Zij waren niet alleen maar blij en dankbaar met vrede en welvaart, maar wilden ook veranderingen, vooral in mentaliteit en normen en waarden. Iedereen moest zich vrij kunnen gedragen: geen taboes meer op het gebied van seks of religie. WAT ZIJN VOORBEELDEN VAN DE ‘JAREN ZESTIG’? De flower-powerbeweging kwam uit de Verenigde Staten naar Nederland overwaaien. Als iedereen vrij en liefdevol met elkaar om zou gaan, zo geloofden deze jongeren, dan zouden oorlog en geweld vanzelf verdwijnen. Bloemen in plaats van wapens. Feministen streden voor het recht op abortus (‘baas in eigen buik’). Het verst daarin gingen de Dolle Mina’s, die zich vernoemden naar de 19e-eeuwse feministe Wilhelmina Drucker.
  • 59. 49 PLURIFORME SAMENLEVINGEN De ontwikkeling van een pluriforme en multiculturele samenlevingen. Na de Tweede Wereldoorlog emigreerden meer mensen uit alle delen van de wereld naar West-Europa dan ooit tevoren. Inwoners uit voormalige kolonies emigreerden naar het voormalige moederland toen hun land onafhankelijk werd. Gastarbeiders kwamen werken in de snel groeiende industrie. In de jaren negentig kwamen ook steeds meer vluchtelingen om asiel te zoeken. De nieuwkomers brachten hun cultuur mee. De West-Europese samenleving werd pluriformer. WAT IS EEN VOORBEELD VAN DEZE ONTWIKKELING? In 2001 was 8% van de bevolking van het Verenigd Koninkrijk allochtoon (4,6 miljoen op een totale bevolking van bijna 59 miljoen). Aziaten zijn daarin de grootste groep. Het cirkeldiagram toont de aandelen van verschillende etnische groepen in de 4,6 miljoen Britse allochtonen. Groot-Brittannië kent een groot aantal niet-westerse culturen. Het land heeft overal in de wereld kolonies gehad. Toen India en Pakistan in 1947 onafhankelijk werden, zochten velen hun heil in Groot-Brittannië. In steden waar veel hindoes en moslims wonen, is het straatbeeld veranderd. Hier zie je een hindoe-festival in de straten van Londen.