20090629 Kwadratuurcirkel

1,734 views
1,683 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,734
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
723
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

20090629 Kwadratuurcirkel

  1. 1. Synergie² 2010<br />dr. Marc Jacobs<br />
  2. 2. Cultureel-erfgoedfora, in het kader van het cultureel-erfgoeddecreet<br />(Stads)musea²? <br />Erfgoedcellen²?...<br />Synergie², met publieksgerichte performance...<br />
  3. 3. Wat is synergie?<br />“a combined effect … that exceeds the sum of individual effects”<br /> ( Oxford dictionary)<br />
  4. 4. Synergie : samenwerking<br />1+1 = meer dan 2<br />Kwadraat : verwijst naar combinatie met subsidiariteit tussen Vlaamse en lokale niveau, vanuit perspectief Vlaamse Gemeenschap<br />Horizontaal + vertikaal (en daar weer horizontaal)<br />http://www.motivatedentrepreneur.com/i/uploads/synergy_large.gif<br />
  5. 5. 1) De “21ste-eeuw”: de Lage Landen-toets<br />Het convenant als beleidsinstrument: poldermodelfähig <br />Uitdagingen voor cultureel-erfgoedsector: voorstuwende achterstand in Vlaanderen<br /> “De toekomst zal uitwijzen hoe het poldermodel in Vlaanderen uitpakt. Binnen het Vlaams cultureel regiem versterkt het streven naar een ‘beter bestuur’ alvast de tendens tot een kennisgebaseerde beleidsvoering.(R. Laermans, 2002)<br />
  6. 6. Cultuur als confrontatie(1999):VanderPloeg<br /> “De musea zijn erin geslaagd hun aantrekkingskracht op het publiek te behouden en zelfs te vergroten. Publiekswervende tentoonstellingen spelen hierin een belangrijke rol. Het museumbezoek past beter in het vrijetijdsgedrag, waarin minder tijd aan steeds meer bezigheden wordt besteed en waarin het zelf kunnen bepalen van tijdstip en duur een belangrijke factor is. Ook de belangstelling voor monumenten, archeologie en archieven is gegroeid. Naast dit succes is er ook een probleem: uitdijende museumdepots, een snel groeiende lijst van beschermde gebouwen en complexen, een explosieve groei van het aantal archeologische vondsten en vele kilometers te bewaren archieven. De kosten van onderzoek, behoud, restauratie en opslag nemen evenredig toe. Met uitzondering van monumentale gebouwen en veel archiefmateriaal, is van al deze rijkdom maar een klein deel zichtbaar voor het publiek.(…) De voormalig directeur van het Rijksmuseum, Henk van Os, stelde onlangs dat het probleem helemaal niet is ‘dat maar vijf procent zichtbaar is, maar dat dat bijna overal steeds dezelfde vijf procent is’. Het probleem zit veeleer in ‘fantasieloze programmering, onaantrekkelijke public relations of gewoon gebrek aan lef, waardoor de museummensen die depots niet optimaal gebruiken en het publiek uitblijft.’ Het verzamelen en bewaren vanuit het streven naar volledigheid is allang onhoudbaar gebleken. Maar de relatie tussen het bewaren en alle andere museale functies is nog vaak ver te zoeken. Vooral het bewaren om te tonen verdient meer aandacht. De vraag wat een voorwerp van kunst en geschiedenis kan betekenen voor welk publiek en hoe die betekenis kan worden overgedragen, moet opnieuw worden gesteld.”(9-10)<br />
  7. 7. Cultuur als confrontatie(1999): Vander Ploeg<br /> … het conserveren en restaureren van cultuurhistorische voorwerpen om deze geschikt te maken voor het intensieve gebruik dat in dit verband is te verwachten. Ook mag worden verwacht dat de musea die in elkaars buurt zitten of anderszins met elkaar te maken hebben, een gemeenschappelijke museale visie op collecties, bruikleen, opwaardering, tentoonstellingen en promotie en marketing ontwikkelen. Zo verwacht ik veel van de gemeenschappelijke visie van het Rijksmuseum, het Van Goghmuseum en het Stedelijk Museum…(p. 57)<br />
  8. 8. Cultuur als confrontatie(1999):VanderPloeg<br />“Om in het cultuurbeleid iets te bereiken, hebben bestuurders met cultuur in hun portefeuille elkaar nodig. Samen staan we sterk was dan ook een belangrijk motto van de convenant-besprekingen die bij de voorbereiding van de vorige cultuurnota op gang zijn gekomen (…) Dat gaat echter niet vanzelf. We zullen ons anders moeten opstellen: opener, meer bereid tot samenwerking, minder gefocust op financiële afspraken en meer op onze cultuurpolitieke ambities. Daarbij moet het mogelijk zijn om over elkaars culturele instellingen te spreken. Dus bijvoorbeeld van mijn kant over gemeentelijke en provinciale kunstmusea en van de kant van de wethouder over rijksmusea… (p. 66)<br />Praktijk: landelijk niveau – 3 kunststeden - landsdelen<br />
  9. 9.
  10. 10. “Het convenant is een beleidsinstrument dat informeel van karakter is, ziet op een duidelijk afgebakende doelgroep waarbij over het algemeen sprake is van wederkerigheid. Bij een convenant maakt de overheid gebruik van horizontale verhoudingen met de betreffende doelgroep(en). Zij dwingt gedragsveranderingen niet af door het opleggen via wet of anderszins van ge- of verboden, maar komt met een bepaalde doelgroep op basis van min of meer gelijkwaardige verhoudingen tot afspraken.. Deze afspraken zijn vrijwel altijd stimulerend bedoeld, waarbij echter ook sancties op het niet naleven van de afspraken opgenomen kunnen zijn (en er dus ook sprake is van enige mate van repressie). Een convenant is vooral een effector van beleid, maar via een convenant verkrijgt de overheid vaak ook veel nuttige informatie voor de beleidsvorming zodat het instrument ook kan worden benut als detector (aan het opstellen van een convenant gaat vaak ook langdurig en intensief overleg vooraf, dat de overheid goed zicht verschaft op de specifieke problematiek). Het wederkerige karakter van het convenant komt tot uiting in het feit dat een convenant vaak aan alle ondertekende partijen bepaalde taken opdraagt en voor alle partijen doelen stelt.”<br />Multi-levelgovernance --- afspraken ---- netwerken<br />
  11. 11. 2. De groene fase (eeuwwisseling)<br />Eind 20ste eeuw: tijdperk van museumdecreet Antwerpen – Brugge – Gent … <br />Pascal Gielen, Kleine dramaturgie voor een artefactenstoet. Omtrent ‘Gent cultuurstad’, Gent, Stad Gent, 2000.<br />Vanaf 1994 vergaderen museumdirecteurs van Gent regelmatig, in pogingen om visies uit te wisselen en beleidsvoorbereidend te werken. <br />In 1997 werd er een “Actieplan Synergie 2000, nieuwe museale wegen voor Gent” opgemaakt. De aanleiding was het probleem van het voorbestaan van het Bijlokemuseum: deconstructie en profilering. <br />Er werd gekozen voor een forse vlucht vooruit, voor Bijloke als Moedermuseum, een draaischijf voor bezoekers en museumstukken. STAdsMuseum, studiecollecties, tentoonstelling, toeristenknooppunt (voor boot, auto, fiets en bus) en een werking naar de bevolking van Gent toe.<br />
  12. 12. . <br />Centrale vragen van het synergie-onderzoek/ groene boekje waren: Hoe kunnen we artefacten terug doen spreken voor een groot deel van de bevolking? Hoe kunnen we er meer van maken dan een commercieel gebruik om toeristen te trekken en te bevredigen? Hoe kunnen we meer in beeld brengen dan alleen de publiekefähige stukken? Hoe kan er ruimer worden geaan. <br />de diagnose dat er in 2000 een belangrijk probleem was in de museumwereld (voortbordurend op publicaties van onder andere Marc Guillaume en Michel de Certeau):<br /> “Bewaringsinstellingen leggen hun artefacten dus het zwijgen op, met als enige doel zélf tot een institutionele rust te komen. Deze evolutie kunnen we duiden als een verschuiving van middel naar doel. Terwijl de musea moeten bewaren als middel om artefacten voortdurend terug tot het heden te laten spreken, gaan ze daarentegen het conserveren als doel op zich articuleren (…)”<br />
  13. 13. Bruno Latour: artefacten als “quasi-subjecten die hun betekenis opdringen. : “Dit vraagt om de rearticulatie van objecten als cruciale schakels in maatschappelijke netwerken (…) Onder andere musea en archieven hebben de verantwoordelijkheid om artefacten en documenten uit heden en verleden terug een stem te geven. Ze moeten zorgen voor de proliferatie van deze quasi-subjecten.”<br />Daarvoor zijn twee processen nodig. <br /> 1) De artefacten moeten op een creatieve manier geordend kunnen worden.<br /> 2) Er moet een meerduidige omgang met dat object door het publiek mogelijk gemaakt worden. Loslaten is de boodschap. <br />
  14. 14. “Vanuit dit oogpunt wordt roerend erfgoed de facto onroerend, aangezien het een verlengstuk van een infrastructuur wordt (…) . Bewaren, in reserve houden, is iets terzijde houden in een poging het te onttrekken aan de reële en symbolische gevolgen van de tijd, wat geldt voor voorwerpen uit een min of meer ver verleden, maar ook voor dingen die de ‘bewaarde voorwerpen’ van de toekomst zullen zijn en die bijgevolg van nu af aan als voorwerpen uit het verleden behandeld moeten worden.’<br />
  15. 15.  <br />“De eerste pool is gehorig aan de vooropgestelde strategie en bezoekt de voorziene plaatsen (…), terwijl de tweede pool via tacktieken een alternatief parcours aflegt doorheen een onafgelijnde ruimte. De klassieke museologie, maar ook het klassieke stadstoerisme speelt hoofdzakelijk in op de eerste bezoekerspool. Ons plan wil echter meer ruimte scheppen voor individuele trajecten, zonder dat het eerste ‘bezoekersmodel’ wordt opgegeven.”<br />. <br /> Waar men naar toe wil is een maximale combinatie van (bewegings)ruimte en taktisch handelen. Objecten kan men op andere plekken in de stad tegenkomen.(GIELEN, p. 39).<br />
  16. 16. Van Synergie 2000 naar Gent Cultuurstad<br />“vlakke synergie” : horizontale synergie (met een minimale bovenstructuur). <br /> “De synergie moet een – inefficiënte en overigens vrij dure- situatie tegengaan waarbij elk museum apart over alle expertise en infrastructuur beschikt. Nieuwe functies of specialisaties worden daarentegen beter aan één museum toegewezen, waarbij de betrokken museumdirecteur (in overleg met de partners van het samenwerkingsverband) instaat voor de opvolging. We denken concreet aan museumfotografie, beleidsvoorbereidend onderzoek, de functies van een cultureel bezoekerscentrum, de vormgeving, de publiekswerking (…) Dankzij de samenwerking krijgen de betrokken werknemers eveneens de mogelijkheid om zowel een diepgaandere als bredere expertise op te bouwen”<br /> “een functioneel gedifferentieerde museumwerking. Hieronder verstaan we dat elk museum zijn specifieke functies zal blijven vervullen én dit beter zal doen (…) Dit leidt uiteindelijk tot een flexibelere en rationelere museumwerking en tegelijkertijd tot een dynamische omgang met artefacten.” (GIELEN, p. 69-70).<br />
  17. 17. “Door de artefacten uit hun eenduidige historiserende betekeniseconomie te trekken, worden permanent connotaties gedeconstrueerd en nieuwe geherconstrueerd. Het afgeronde verhaal of de vaste plot verliest dan de laatste ontologische greep. Verhalen gaan met andere woorden een eigen leven leiden, die losslaan van het concrete object. Dit losweken van een materieel lichaam maakt het culturele erfgoed echter nog beweeglijker (…) Daarenboven zijn de verschillende vertelmogelijkheden combineerbaar” (GIELEN, p. 80).<br />
  18. 18. “Wat zou binnen enkele jaren bijvoorbeeld de combinatie tussen Gent in ‘de zeventiende eeuw’ en “eetgelegenheden’ geven? Of,’Het Gravensteen’ en ‘Jan Fabre’? Of, ‘eetgelegenheden’ en “Panamarenko”?) De bezoeker kan zoveel verhaallijnen aansnijden als hij zelf nodig acht. Het aanbod van de Bijlokesite kan de ‘kijker’ dus eveneens mentaal voorbereiden op een meer tactisch gebruik van de stad waarin hij later afzakt. Het kan nu nog vergezocht lijken, maar de technologie hiervoor bestaat al. Het zal niet dé oplossing worden, net zomin als internet dat is. Wel is het de richting waarin dingen zullen gaan.”(GIELEN, p. 97)<br />
  19. 19. In de epiloog wordt dan hulp van hogerop ingeroepen: de stedelijke en vooral Vlaamse overheid. De analyse luidde dat het museumdecreet niet ver genoeg rijkte en onvoldoende middelen bood om roerend erfgoed te herschikken. <br /> “Daarom sluit ‘Gent Cultuurstad’ zich aan bij een erfgoedconvenantregeling tussen de kunststeden en de Vlaamse overheid. Die zal in de toekomst de voorgestelde beweging in het patrimonium mogelijk maken. Voor Gent biedt dit de mogelijkheid tot een scherpere profilering als stad van kennis en cultuur”<br />
  20. 20. “probleem” van het museumdecreet<br />“Het wil wel de netwerking stimuleren, maar drijft tegelijkertijd de expertise terug in de hokjes van de instellingen” (lees musea).<br />Want de regeling is, aldus Gielen, alleen bedoeld voor instituties, namelijk musea. “Het plaatst zijn vraagstelling niet in een breder kader, met name de structurele verantwoordelijkheid van die instellingen: de bescherming en goede ontsluiting van het roerend culturele erfgoed. Het decreet denkt dus in termen van welomlijnde organisaties en te weinig in termen van de mogelijkheden en noden van erfgoed.” <br />Een gebrek aan reflectie over de plaats van erfgoed binnen de maatschappij”<br />Het voorstel is niet alleen het museumlandschap te herschikken, maar ook het erfgoed in Vlaanderen te (re)organiseren en vooral een beschermingregeling voor roerend erfgoed dat nog niet in instellingen omkaderd is uit te werken (zie het topstukkendecreet). Sommige stukken moeten uit veiligheidsoverwegingen uit hun omgeving gehaald worden en andere moeten net weer geïntegreerd kunnen worden. (p. 55.)<br />SUBSIDARITEIT - NETWERKEN<br />
  21. 21. Vanuit de Gentse musea<br />“Gezien een groot deel van het cultureel erfgoed zich buiten de muren van de musea bevindt – bijvoorbeeld in kloosters, O.C.M.W.s, archieven, privé-collecties, …- zal er een regeling moeten komen die een bredere visie op ‘museale’ functies ontwikkelt (…) De regulering omtrent erfgoedconvenanten moet dus zorgen voor een andersoortig geïntegreerd beleid dan het museumdecreet op dit moment beoogt. Het potentieel van artefacten staat voor ons namelijk centraal en minder de (eventueel wettelijk afgebakende) lokaties of instellingen waar ze zich bevinden (…) De musea streven ernaar om in de toekomst mee de verantwoordelijkheid te dragen voor de goede ontsluiting van dit extra-museaal erfgoed.”GIELEN, p. 57.<br />
  22. 22. “De oprichting van een historisch museum kadert in de veel bredere problematiek van de Antwerpse musea. En dan hebben we het zowel over gebouwen als collecties.” NAUWELAERS (M.), Het museum aan de stroom : een nieuw stadsmuseum in Antwerpen, in : THIELEMANS, Geheugen, pp. 49-60, p. 5<br />THIELEMANS (S.), Gent. Synergie 2000: een perspectief voor de Bijloke-DeBijloke in perspectief, in: THIELEMANS (S.)(red.), Het geheugen van een stad. Vierstedenworkshop stadsmusea. Gent-Bijlokemuseum 23-24 november 2000, Gent, Gent-cultuurstad, 2000, pp. 11-21. <br />
  23. 23. Thielemans<br /> <br />de “traditionele volgorde” van behoud en beheer – ontsluiting voor publiek – (voor zover men er geraakt) maatschappelijk draagvlak kan omgekeerd worden<br />actualiteit en samenwerking zijn belangrijk.<br />Objecten, documenten en andere overblijfselen worden als “dragers van ons geheugen” benaderd<br />(en impliciet internationale inspiratie en toetsing)<br /> <br />Wat was er daarbij nodig? Wat ontbrak en ontbreekt er in de bestaande musea? “Een algemene ‘toonzaal’ en ‘discussieforum’ ontbreken. Met andere woorden een plaats waar de historische stadscollectie voortdurend wordt geactiveerd en het verspreide erfgoed in steeds wisselende verbanden wordt samengebracht<br />
  24. 24. Suggesties in het oranje boekje<br />Een tweede probleem was het laten samenwerken van musea. In Gent was er het synergieproject en in Antwerpen de coördinatie musea, een functie die Thielemans zelf zou waarnemen vanaf 200X. <br />Een derde issue was het concept “identiteit” en het besef dat men een identiteitsfabriek aan het maken was. In het oranje boekje stond het als volgt: “Het begrip ‘culturele biografie’ wijst ook veel beter op het meerduidige en evoluerende karakter van de verhalen binnen de stedelijke context dan het statische begrip ‘identiteit’”.<br />het woord stadsmuseum los te weken uit het museumveld, erfgoedbreed en met een breed publieksbereik aan te koppelen. “Daarom lijkt een andere naam of ‘ondertitel’ aangewezen…het centrum van kennis en cultuur”.THIELEMANS, Nabeschouwing, p. 112.<br />
  25. 25. Bijkomende verhaallijnen<br /><ul><li>De VVSG-connectie en het lokaal cultuurbeleid
  26. 26. Subsidiariteit / kerntakendebat/ van experiment naar decretaal
  27. 27. Alles kan beter : Vlaamse discoursvorming over cultuurbeleid-beleidscultuur-bestuurlijk beleid</li></ul>GIELEN (P.), Esthetica voor beslissers. Aanzet tot een debat over een reflexief cultuurbeleid, Brussel, Lannoo en Administratie Cultuur, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, 2001<br />
  28. 28. “Voor de volledigheid moet aan het kunsten- en sociaal-cultureel beleid nog een nieuw en derde beleidsterrein worden toegevoegd.[M.J.: sic!]: het roerend cultureel erfgoed!. Daarover bestaat in Vlaanderen nauwelijks een vertoog (…) Interessante beleidsverhalen over artefacten zijn bijgevolg in Vlaanderen niet op een consistente manier gebundeld en er is niet over gereflecteerd (…) Het vrijwel ontbreken van een vertoog over roerend cultureel erfgoed en een te weinig publiek sociaal-cultureel discours komen daarmee tegenover een soms sterk mediatiek, naar sectoraal versnipperd, kunstenvertoog te staan. Het probleem is dat een cultuurminister daardoor over te weinig voedingsbodems beschikt om zijn eigen betoog, in bijvoorbeeld beleidsnota’s, vorm te kunnen geven.”GIELEN, Esthetica, p. 80.<br />
  29. 29. Nog extra-verhaallijnen en invloeden: Consulenten, volkscultuur en cultural brokers.<br />  Vlaamse netwerking / kennisproductie /expertiseuitwisseling/ relevantie<br />. Museale consulenten van de provincies en van de Vlaamse gemeenschap / Culturele Biografie Vlaanderen / erfgoedweekend/erfgoeddag/interstedelijke projecten<br /> <br />“Volkscultuur”: immaterieel cultureel erfgoed/alledaagse historische cultuur/cultuur van alledag/etnologie/vrijwilligers/verenigingen <br /> Archieven komen mee kleuren : ander paradigma!/andere gebruikers<br />
  30. 30. “herdruk kleine dramaturgie voor een artefactenstoet” in cultureel goed<br />“De Franse denker Marc Guillaume nagelt onze moderne erfgoedinstellingen nogal grotesk aan de schandpaal. Archieven en musea zouden een strategisch accumulatiepolitiek voeren waardoor zich een levenloze restantenbelt opstapelt. Die aanpak leidt alleen maar tot een musealisering van wat was, en daarmee meteen ook van wat is (…) Archieven en musea zijn voor Guillaume dan ook alleen maar ‘historiseringsmachines’ die objecten neutraliseren door ze in een ver, onbereikbaar verleden te positioneren”. <br /> <br />“Dat vraagt weliswaar om de herpositionering van historische documenten en objecten als centrale schakels in maatschappelijke netwerkfiguraties Enkele via deze herintrede krijgen ze de potentie om de sociale werkelijkheid weer mee te bepalen. Archieven, musea en andere erfgoedactivisten hebben als bemiddelaars bijgevolg de taak om relevante verledens weer een stem te geven.” (LAERMANS en GIELENS, p. 180.)<br />
  31. 31. 4. Cultureel-erfgoedfora, in het cultureel-erfgoeddecreet<br />Het decreet van 23 mei 2008 houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid<br />Het decreet houdende wijziging van het Cultureel-erfgoeddecreet van 23 mei 2008, wat betreft de indeling van musea en culturele archiefinstellingen en de interbestuurlijke samenwerking: op 28 april 2009 in het Belgisch Staatsblad<br />Gecördineerd: http://www.kunstenenerfgoed.be/ake/view/nl/1386549-Decreet.html<br />
  32. 32. Operationele definitie --- “in het kader van”/ <br />“for the purposes of thisconvention”<br />Bvb. UNESCO-conventie van 2003<br />Bvb. conventie van Faro (2005)<br />Doelstellingen van de conventies en <br />operationele definities voor de doelstellingen van de conventie<br />Historisch – continuïteit – voortbouwend…<br />Bredere context van interbestuurlijke verhoudingen/governance/glokaliteit en beleid<br />
  33. 33. Council of EuropeFrameworkConventionon the Value of Cultural Heritagefor Society<br />Section I – Aims, definitions and principles<br />Article 1 – Aims of the Convention<br />The Parties to this Convention agree to:<br />a recognise that rights relating to cultural heritage are inherent in the right to participate in cultural life, as defined in the Universal Declaration of Human Rights;<br />b recognise individual and collective responsibility towards cultural heritage;<br />c emphasise that the conservation of cultural heritage and its sustainable use have human development and quality of life as their goal;<br />d take the necessary steps to apply the provisions of this Convention concerning:<br />– the role of cultural heritage in the construction of a peaceful and democratic society, and in the processes of sustainable development and the promotion of cultural diversity;<br />- greater synergy of competencies among all the public, institutional and private actors concerned.<br />Article 2 – Definitions<br />For the purposes of this Convention,<br />a cultural heritage is a group of resources inherited from the past which people identify, independently of ownership, as a reflection and expression of their constantly evolving values, beliefs, knowledge and traditions. It includes all aspects of the environment resulting from the interaction between people and places through time;<br />b a heritage community consists of people who value specific aspects of cultural heritage which they wish, within the framework of public action, to sustain and transmit to future generations.<br />
  34. 34. Council of EuropeFrameworkConventionon the Value of Cultural Heritagefor Society<br />Article 8 – Environment, heritage and quality of life<br />The Parties undertake to utilise all heritage aspects of the cultural environment to:<br />a enrich the processes of economic, political, social and cultural developmentand land-use planning, resorting to cultural heritage impact assessments and adopting mitigation strategies where necessary;<br />b promote an integrated approach to policies concerning cultural, biological, geological and landscape diversity to achieve a balance between these elements;<br />c reinforce social cohesion by fostering a sense of shared responsibility towards the places in which peoplelive;<br />d promote the objective of quality in contemporary additions to the environment without endangeringitsculturalvalues.<br />
  35. 35.
  36. 36. Pro memorie:<br />Artikel 3. §1. Dit decreet heeft tot doel:<br />1° een cultureel-erfgoedbeleid uit te bouwen, namelijk vanuit een geïntegreerde aanpak een kwaliteitsvolle en duurzame zorg voor en ontsluiting van het cultureel erfgoed te stimuleren;<br />2° een netwerk van erfgoedorganisaties tot stand te brengen om de cultureelerfgoedbeleving bij burgers te cultiveren, te representeren, te erkennen en te valoriseren;<br />3° een verdere ontwikkeling van de verschillende “cultureel-erfgoedpraktijken” [onder meer M.J.], de museologie, de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer, de informatie- en bibliotheekwetenschap en de etnologie te stimuleren;<br />4° binnen het cultureel-erfgoedbeleid de nodige aandacht voor interculturaliteitte ontwikkelen.<br />
  37. 37. Waar staat het woord “cultureel-erfgoedforum”?<br />(niet in artikel 2)<br />In artikel 67 (met definitie)<br />In artikel 71 (Vlaamse overheid beslist over subsidie) en 119 (maar beperkt tot 4 tot 2014) over de financiën<br />
  38. 38. Hoofdstuk IV. Het subsidiëren van de Vlaamse Gemeenschapscommissie,provincie- en gemeentebesturen met het oog op het realiseren van eencomplementair cultureel-erfgoedbeleid<br />Afdeling II. Het subsidiëren van het lokale cultureel-erfgoedbeleid door een cultureel-erfgoedconvenantte sluiten<br />Artikel 67. <br />§1. De Vlaamse Regering kan een jaarlijkse werkingssubsidie voor de uitvoering van een geïntegreerd en integraal lokaal cultureel-erfgoedbeleidtoekennen aan:<br />1° gemeentelijke overheden, zijnde gemeenten of rechtspersonen, die rechtstreeks of onrechtstreeks onder determinerende invloed staan van een gemeente;<br />2° intergemeentelijk samenwerkingsverbanden van omliggende gemeenten;<br />3° de Vlaamse Gemeenschapscommissie.<br />
  39. 39. §2. De werkingssubsidie wordt toegekend voor:<br />1° de werking van de cultureel-erfgoedcel die het lokale cultureel-erfgoedvelddoor projectmatig werken en door de uitwisseling van kennis en expertise versterkt en mede het maatschappelijk draagvlak voor het cultureel erfgoed vergroot;<br />2° de uitbouw van een Cultureel-erfgoedforum als de Vlaamse Regering een beslissing heeft genomen als vermeld in artikel 71, 2°;<br />3° de ondersteuning van de lokale cultureel-erfgoedactoren door logistieke, financiële en personele middelen te verstrekken.<br />Specifieke onderdelen van een Cultureel-erfgoedforum kunnen een kwaliteitslabel als vermeld in artikel 13 toegekend krijgen wanneer ze voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 10.<br />
  40. 40. Een Cultureel-erfgoedforum is een cultureel-erfgoedorganisatie:<br />a) waar een integraal en geïntegreerd cultureel-erfgoedbeleid naar voor komt. Integraal betekent dat er met alle aspecten van de zorg voor en de ontsluiting van het cultureel erfgoed rekening wordt gehouden. Geïntegreerd betekent dat de omgang met het cultureel erfgoed verankerd is in andere beleidsdomeinen;<br />b) die het verhaal van de stad, gemeente of streek vertelt en aldus lokaal verankerd is. De cultureel-erfgoedorganisatie maakt daarvoor gebruik van het cultureel erfgoed dat op het grondgebied van de stad, gemeente of streek wordt bewaard en neemt daarvoor een verantwoordelijkheid op;<br />c) die in haar werking onder meer gebruikmaakt van de verschillende cultureelerfgoedpraktijken, de museologie, de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer, de informatie- en bibliotheekwetenschap en de etnologie.<br />
  41. 41. Artikel 71. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarin de aanvraag is ingediend op basis van de criteria, vermeld in artikel 70,<br />§1: 1° aan welke gemeentelijke overheden als vermeld in artikel 67, §1, 1°, en intergemeentelijk samenwerkingsverbanden als vermeld in artikel 67, §1, 2°, een werkingssubsidie wordt toegekend voor de uitvoering van het geïntegreerde en integrale lokale cultureel-erfgoedbeleid. De Vlaamse Regering bepaalt eveneens het bedrag van de werkingssubsidie;<br />2° voor welke gemeentelijke overheden of intergemeentelijk samenwerkingsverband de uitbouw van een Cultureel-erfgoedforum vervat wordt in de werkingssubsidie;<br />3° over het bedrag van de werkingssubsidie die wordt toegekend aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie voor de uitvoering van het geïntegreerde en integrale lokale cultureel-erfgoedbeleidmet betrekking tot het cultureel erfgoed in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstaden of de uitbouw van een Cultureel-erfgoedforum vervat wordt in deze werkingssubsidie.<br />
  42. 42. Artikel 119. <br /> In afwijking van artikel 71, 2°, kan de Vlaamse Regering voor de eerste beleidsperiode die start op 1 januari 2009 en eindigt op 31 december 2014 enkel<br /> beslissen dat voor de steden Antwerpen, Brugge en Gent een extra subsidie voor de uitbouw van een Cultureel-erfgoedforum toegevoegd wordt aan de werkingssubsidie. <br /> In afwijking van artikel 71, 3°, kan de Vlaamse Regering in 2008 beslissen dat, voor de beleidsperiode die eindigt op 31 december 2011, aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie een extra subsidie voor de uitbouw van een Cultureelerfgoedforum als vermeld in artikel 67, §2, eerste lid, 2°, en voor de ontwikkeling van een regionaal depotbeleid vermeld in artikel 67, §3, tweede lid, toegevoegd wordt aan de werkingssubsidie. Hiervoor dient de Vlaamse Gemeenschapscommissie uiterlijk op 31 december 2008 een addendum in bij het cultureel-erfgoedbeleidsplan 2007 – 2011.<br /> De Vlaamse Regering neemt uiterlijk op 31 maart 2009 een beslissing over de hoogte van de extra subsidie voor de uitbouw van een cultureel-erfgoedforum en de ontwikkeling van een regionaal depotbeleid voor het tweetalige gebied Brussel-<br /> Hoofdstad.<br />
  43. 43. Met het derde spoor – een cultureel erfgoedforum – speelt het beleid in op recente ontwikkelingen in het cultureel-erfgoedveld. De groeiende aandacht voor de geschiedenis of geschiedenissen, voor de verhalen in de stad, gemeente of streek, de groei van de thematiserende historische kijk op de werkelijkheid leiden tot een nieuw soort werking. In sommige steden wordt deze werking gedragen of gecoördineerd door een stadsmuseum of een historisch museum, in andere door een erfgoedcentrum. Wat ze overal gemeen hebben is dat ze verankerd zijn in het lokale cultureel-erfgoedveld, vertrekken vanuit het verhaal van de stad, gemeente of streek en hiervoor putten uit het cultureel erfgoed dat op het grondgebied van de stad aanwezig is (we spreken hierbij dan over bijvoorbeeld de Collectie Gent, de Collectie Antwerpen … ). Er wordt maximaal ingezet op een geïntegreerd en integraal cultureel-erfgoedbeleid. Vanuit innovatieve concepten worden diverse erfgoedcollecties en –praktijken (museologie, archiefwetenschap, etnologie, enz.) met elkaar in verbinding gebracht. omwille van deze brede werking noemen we een dergelijke organisatie een cultureel-erfgoedforum. <br />
  44. 44. Zo’n forum hoeft niet noodzakelijk vanuit een museumcontext ontwikkeld te worden. Het kan evengoed vanuit een archiefcontext of streekhuis naar voor komen. Zo&apos;n forum is niet noodzakelijk gebonden aan 1 vaste plaats of verschillende vaste plekken. Zo’n forum is een cultureel-erfgoedorganisatie met als kerntaak de zorg voor en de ontsluiting van het cultureel erfgoed. Een forum functioneert als een netwerk van collectiebeherende en andere cultureel-erfgoedorganisaties die dezelfde doelstelling, namelijk vanuit een geïntegreerde en integrale werking het verhaal van de stad of streek vertellen, nastreven. De collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisaties die binnen dit netwerk functioneren en dus deel uitmaken van het cultureel-erfgoedforum kunnen als ze voldoen aan de voorwaarden voor het krijgen van het kwaliteitslabel erkend worden. Daarvoor moeten ze binnen hun eigen individuele werking de vier basisfuncties op een kwaliteitsvolle manier uitoefenen. <br />
  45. 45. §2 bepaalt dat de werkingssubsidie kan toegekend worden voor drie onderscheiden sporen. De drie sporen zijn in volgorde van belangrijkheid weergegeven.<br />Het eerste spoor is het verder zetten van het huidige beleid dat met het sluiten van cultureel-erfgoedconvenants werd opgestart. Samenwerking en uitwisseling van kennis en expertise vormen de basis voor een onderbouwd lokaal cultureel-erfgoedbeleid. De cultureel-erfgoedcel treedt hierbij op als coördinator en is zo een instrument in het bereiken van de beleidsdoelstellingen.<br />
  46. 46. De werkingssubsidie kan ook ingezet worden voor een tweede spoor, de uitbouw van een Cultureel-erfgoedforum. Hiervoor is een duidelijk beslissing nodig van de Vlaamse Regering. Zo’n forum kan naast de werking van de cultureel-erfgoedcel worden ontwikkeld en meer focussen op publiekswerking zonder echter de integrale benadering verloren te laten gaan.<br />Met het derde spoor wil de Vlaamse Regering de lokale besturen bijtreden om hun verantwoordelijkheid, die is ontstaan door een complementair beleid, op te kunnen nemen. De subsidies van de Vlaamse Gemeenschap die hiervoor worden ingezet zijn een aanvulling op de eigen inspanningen van de gemeente, het intergemeentelijk samenwerkingsverband of de VGC. Zo wordt de subsidiëring van erkende musea, ingedeeld bij het basisniveau geïntegreerd in het lokale cultureel-erfgoedbeleid – zoals oorspronkelijk ook bij het Museumdecreet (1997) was voorzien.<br />
  47. 47. Een Cultureel-erfgoedforum is een cultureel-erfgoedorganisatie:<br />a) waar een integraal en geïntegreerd cultureel-erfgoedbeleid naar voor komt. Integraal betekent dat er met alle aspecten van de zorg voor en de ontsluiting van het cultureel erfgoed rekening wordt gehouden. Geïntegreerd betekent dat de omgang met het cultureel erfgoed verankerd is in andere beleidsdomeinen;<br />b) die “het verhaal van de stad, gemeente of streek” vertelt” en aldus lokaal verankerd is. De cultureel-erfgoedorganisatie maakt daarvoor gebruik van het cultureel erfgoed dat op het grondgebied van de stad, gemeente of streek wordt bewaard en neemt daarvoor een verantwoordelijkheid op;<br />c) die in haar werking onder meer gebruikmaakt van de verschillende cultureelerfgoedpraktijken, de museologie, de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer, de informatie- en bibliotheekwetenschap en de etnologie.<br />
  48. 48. “Door de artefacten uit hun eenduidige historiserende betekeniseconomie te trekken, worden permanent connotaties gedeconstrueerd en nieuwe geherconstrueerd. Het afgeronde verhaal of de vaste plot verliest dan de laatste ontologische greep. Verhalen gaan met andere woorden een eigen leven leiden, die losslaan van het concrete object. Dit losweken van een materieel lichaam maakt het culturele erfgoed echter nog beweeglijker (…) Daarenboven zijn de verschillende vertelmogelijkheden combineerbaar” (GIELEN, p. 80).<br />
  49. 49. Cultureel-erfgoedfora, in het kader van het cultureel-erfgoeddecreet<br />(Stads)musea²? <br />Erfgoedcellen²?...<br />Alle modules van cultureel-erfgoeddecreet<br />Complementair, meer dan subsidiariteit<br />Synergie², met publieksgerichte performance...<br />
  50. 50. Synergie²:<br />Artikel 3. §1. Dit decreet heeft tot doel:<br />1° een cultureel-erfgoedbeleid uit te bouwen, namelijk vanuit een geïntegreerde aanpak een kwaliteitsvolle en duurzame zorg voor en ontsluiting van het cultureel erfgoed te stimuleren;<br />2° een netwerk van erfgoedorganisaties tot stand te brengen om de cultureelerfgoedbeleving bij burgers te cultiveren, te representeren, te erkennen en te valoriseren;<br />3° een verdere ontwikkeling van de verschillende “cultureel-erfgoedpraktijken” [onder meer M.J.], de museologie, de archiefwetenschap en het hedendaags documentenbeheer, de informatie- en bibliotheekwetenschap en de etnologie te stimuleren;<br />4° binnen het cultureel-erfgoedbeleid de nodige aandacht voor interculturaliteitte ontwikkelen.<br />

×