Your SlideShare is downloading. ×
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Opdracht Tot Doelgroep.Ppt
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Opdracht Tot Doelgroep.Ppt

1,579

Published on

Published in: Travel, Business
0 Comments
2 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
1,579
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
2
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Van idee tot pitch Opdracht tot doelgroep
  • 2. Concept ontwikkeling
    • Een sterk concept vervult een duidelijke behoefte
    • Jij wilt een verhaal vertellen;
    • Je doelgroep wil iets gaan beleven;
    • Jij gaat dat mogelijk maken.
  • 3. Conceptualiseren
    • Het conceptualiseren is een creatief proces dat leidt tot een concept (samenhangend idee) voor het te ontwikkelen product, campagne of format.
    • De uitgangspunten uit de definitiefase zijn in het concept terug te vinden.
    • Het is belangrijk om niet het eerste idee meteen als het beste te zien.
  • 4. Conceptualiseren
    • Via creatieve technieken en bij voorkeur met meerdere personen zijn alternatieve concepten te bedenken (divergeren).
    • Uiteindelijk valt dan uit de alternatieven een keuze te maken die het meest past bij de eisen die voortvloeien uit de definitiefase (convergeren).
    • Dit concept moet niet alleen in woorden op papier komen, maar liefst ook visueel, waarbij de opdrachtgever het kan toetsen.
  • 5. Definities van concept:
    • Concept als aanduiding voor samenhang van dingen
    • Concept als methode, aanpak, stijl(figuur)
    • Concept als gedachte, idee, visie of opinie over iets
    • Definitie uit de VanDale:
    • con·cept (het ~, ~en)
    • 1 Ontwerp, voorlopige formulering van een wet, een brief enz. => kladje, praatstuk
    • 2 Wijsgerig begrip
    • 3 Ter aanduiding dat het door het tweede lid genoemde voorlopig geformuleerd is
  • 6. Concept
    • Een concept is niet hetzelfde als een idee.
    • Waarbij een idee één enkel denkbeeld is, bevat een concept meerdere denkbeelden en ideeën
  • 7. Verhaal = Concept
    • verhaal
    • concept
    • doelgroep/volggroep
    • beleving
    • content
    • mediamix
    • Techniek /productie
    • uitzenden/uitgeven
    • doelgroep/volggroep
    • verhaal
    • concept
    • beleving
    • content
    • mediamix
    • Techniek /productie
    • uitzenden/uitgeven
  • 8. De stappen…
  • 9.  
  • 10.  
  • 11.  
  • 12.  
  • 13.  
  • 14.  
  • 15. Communicatie
  • 16. Communicatie
    • Bij communicatie is er sprake van een zender en een ontvanger; meestal van een groep ontvangers.
    • Bij een-op-eencommunicatie is het eenvoudiger om je boodschap over te brengen.
  • 17. Communicatie
    • Bij het communiceren over je aanbod is het praktisch gezien bijna altijd onmogelijk om een-op-eencommunicatie te hebben.
    • Er is dus sprake van een zender en van meerdere ontvangers.
    • Al die ontvangers zijn unieke mensen, ze hebben allemaal gisteren iets anders meegemaakt, kennen jou en jouw aanbod op een eigen manier, hebben hun eigen voorkeuren en weerstanden.
  • 18. Communicatie
    • Vindt de communicatie plaats via beelden, dan heet deze vorm visualisatie;
      • diagrammen,
      • pictogrammen
      • Kaarten
  • 19. Acquisitie
  • 20. Acquisitie
    • Opdrachten werven
    • Werken aan bestaande opdrachten maar ook vooruit denken in de toekomst of je bezig houden met het werven van opdrachten/klanten
    • Methoden; netwerken, huisstijl, website…
  • 21. Acquisitie methoden
    • Netwerken; nieuwe contacten
    • Huisstijl
    • Website/weblog
    • Online pr
    • Bestaande contacten
    • Portfolio
  • 22. Offerte
  • 23. Offerte
    • Vrijblijvend of definitief
    • Vrijblijvend; “om opdrachtgever een idee te geven hoeveel iets kost”
    • Is indicatie van een bedrag  zet erbij dat het een indicatieve strekking heeft, zodat je er niet gebonden aan bent.
  • 24. Offerte
    • Definitief; beide partijen zijn gebonden aan een kostprijs indien opdrachtgever akkoord gaat.
  • 25. Offerte
    • Gebruikelijk reactie termijn is 30 dagen
    • Alle afspraken worden mondeling vastgelegd. Tips: leg hierin ook mondelingen vast en laat het ondertekenen!
  • 26. Offerte inhoud
    • Naam opdrachtgever
    • Heldere omschrijving van de opdracht
    • Plan van Aanpak
    • Planning / Fases
    • Kostenberekening (Honorarium)
    • Betalingstermijn en regeling
    • Handtekening opdachtgever
  • 27. Honorarium
  • 28. Honorarium
    • Uurtarief
    • Bestede uren (vaak schatting)
    • Tijdsoverschrijving; breng je die wel of niet in rekening
    • Nacalculatie; voor grotere opdrachten wordt uitlooptjd /kosten gereserveerd. Indien je hier gebruik van moet maken, dan pas wordt dit in rekening gebracht.
  • 29. Honorarium
    • Hoogte tarief; verschilt per bureau/klant/ervaring
    • Starttarief HBO-er gemiddeld; 50 euro
  • 30. Declareerbare uren
    • Uren waarvoor je voor een opdrachtgever aan het werk bent; maar…
    • … voorbereiden van offerte, afspraken met accountants, vakantiedagen, studietijd… dienen ook betaald te worden.
    • Niemand betaald deze uren, maar je hebt deze uren wel nodig voor uitoefening van je beroep. (feitelijk moeten je klanten dit voor je gaan betalen)
  • 31. Uurtarief
    • Uurtarief niet tussentijds verlagen ook niet als opdrachtgever daarop aandringt. Dit doet een kapper/taxi tenslotte ook niet.
    • Je kunt wel voorstellen om op het eindbedrag een x% korting te geven of het aantal uren te vermindering op de rekening.
  • 32. Briefing
  • 33. Briefings
    • Marketingbriefing
    • Communicatie- en reclamebriefing
    • Inhoudsbriefing
  • 34. Marketingbriefing
    • Geeft achtergrondinformatie over alle elementen van de marketingmix.
    • Bijvoorbeeld gegevens over de aanbieder en over de markt, over het aanbod en de prijs.
    • Bevat veel feiten en cijfers en is per definitie een momentopname.
  • 35. Communicatie of reclamebriefing
    • Geeft de reclamestrategie voor het totale communicatiepakket, is richtinggevend.
    • Vertelt over de vormen van communicatie vanuit de aanbieder, over de communicatie-doelen en -doelgroepen, over de gewenste resultaten en de do’s en don’t’s in de organisatie.
    • Bevat ook veel feiten en cijfers. Heeft een overkoepelende functie.
  • 36. Inhoudsbriefing
    • Is een toespitsing van de reclamebriefing, geeft aan wat de uiting moet overbrengen, wat de inhoud van de communicatie moet zijn.
    • Is voorschrijvend en dwingend.
  • 37. Briefing
    • In een briefing staat:
      • De communicatiestrategie,
      • de achtergrondgegevens over het product/bedrijf/dienst,
      • merkindentiteit,
      • positionering,
      • Gebruikers/doelgroep,
      • concurrentie
      • vroegere campagnes
  • 38. Briefing…
    • 1. Inleiding   
      • Beschrijf de aanleiding, het probleem, de huidige situatie en de gewenste situatie. 
    • 2. De eigen organisatie   
      • Beschrijf uw organisatie: omvang, missie, visie, (communicatie)strategie, (communicatie)beleid, ontwikkelingen, trends, structuur, cultuur, identiteit, imago, sterktes en zwaktes, producten en diensten.  
    • 3. Communicatieopdracht   
      • Beschrijf welke concrete strategische, adviserende en/of uitvoerende activiteiten u van het bureau verlangt. Wat moet het bureau voor u maken of doen binnen welke periode? 
    • 4. Communicatiedoelstelling   
      • Beschrijf wat u wilt bereiken bij uw doelgroep. Dit formuleert u in termen van het (be)vestigen, versterken of veranderen van kennis, houding of gedrag.  
  • 39. Briefing…
    • 5. Doelgroep  
      • Beschrijf de kenmerken van de doelgroepen zoals geslacht, leeftijd, welstand en andere socio-economische en demografische kenmerken. Maar ook: kennisniveau, interesses, verlangens en mediagedrag. 
    • 6. Kernboodschap 
      • Beschrijf de kern van het verhaal dat u aan de doelgroep wilt overbrengen. Dit wordt ook wel de propositie genoemd. Geef ook aan wat de ‘tone of voice’ moet zijn. 
    • 7. Onderbouwing  
      • Draag bewijsvoering aan voor de (kern)boodschap. Hoe relevant, geloofwaardig, overtuigend en onderscheidend is uw boodschap?   
    • 8.  Presentatie  
      • Beschrijf hoe u wilt dat het bureau de adviezen en voorstellen aan u presenteert. Wilt u een adviesrapport, een beschrijving van een concept, teksten, schetsen, een dummy of een storyboard? Een ruwe opzet of een volledig uitgewerkt voorstel? En wat zijn de specificaties wat betreft formaat, kleur en dergelijke?  
  • 40. Briefing…
    • 9. Randvoorwaarden  
      • Beschrijf de aanwezige randvoorwaarden (zoals huisstijl), beperkingen en gevoeligheden. 
    • 10. Eisen aan de resultaten  
      • Beschrijf waar het eindresultaat aan moet voldoen. 
    • 11. Timing, rapportage en budget  
      • Beschrijf de planning, de wijze van rapporteren en het beschikbare budget. Zorg voor een heldere deadline. 
    • 12. Contactpersoon   
      • Geef aan wie de verantwoordelijke contactpersoon is binnen uw organisatie en waar deze bereikbaar is.
  • 41. Briefing
    • De briefing moet bij voorkeur kort en bondig zijn en de creatievelingen op het goede spoor zetten.
    • Vanuit deze briefing gaan creatieve teams aan de slag.
    • De functies van een briefing zijn: Informeren, Inspirerend en Controleren.
    • De briefing is uitgesproken, expliciet, informatiedicht.
  • 42. Meerdere briefings
    • Elk communicatiemiddel dat je inzet behelst een communicatie-uiting op zich.
    • In elke afzonderlijke communicatie-uiting richt je je tot een specifieke doelgroep met een specifieke boodschap.
    • Elke communicatie-uiting vraagt daarom om een eigen briefing.
  • 43. Opdracht Analyseren briefing
  • 44. Media neutraal denken
  • 45. Media neutraal denken
    • Het is belangrijk dat je vanuit je concept het verhaal verteld.
    • Je zult dus media neutraal moeten denken wanneer je begint met de brainstorm fase. 
    • Daarin moet je jezelf een aantal vragen gaan stellen
  • 46. Media neutraal denken
    • Welk type belevenis of behoefte heeft je volggroep?
    • Met welke communicatie media kun je hen bereiken? Hoe kun je bestaande content hergebruiken?
    • Welk medium past het beste bij je verhaal, je concept en je doelgroep?
  • 47. Media neutraal denken
    • Wat wil je bereiken met het crossmediaal inzetten van je concept?
    • Welke belevenis/behoefte wil je ondersteunen door crossmedia te gebruiken?
    • Wat zijn leuke, nieuwe, innovatieve manieren om te communiceren met je doelgroep?
    • wat verwacht je doelgroep van het crossmediaal concept?
  • 48. Bron: PQR Amsterdam (2004) Motivaties om televisie te kijken.
  • 49. Bron: Klimmt, C. & Vorderer, P. (2003) Mediapsychology ‘is not yet there’ . Introducing theories on media entertainment to the presence debate.
  • 50. Media inzet
    • Weblog, mailing, belactie, advertentie, tv-commercial, radiocommercial, banner, posters, papieren nieuwsbrief, digitaal discussieplatform, weblog, social networking, persbericht, instant messenger, online media, persconferentie, tentoonstelling, bijeenkomst, lezing, enzovoorts.
  • 51.  
  • 52. Campagne concept
    • Het campagneconcept is de vertaling van de beleidsdoelstellingen naar een communicatiestrategie en de creatieve uitwerking daarvan in spotjes, advertenties en andere campagnemiddelen.
    • Belangrijk is de wijze waarop het onderwerp en de specifieke boodschap met een bepaalde vormgeving onder de aandacht van de doelgroep worden gebracht.
  • 53. Media inzet
    • De media-inzet zijn de media en middelen die worden ingezet om er voor te zorgen dat het publiek de campagne te zien en te horen krijgt (televisie, radio, dagbladen, tijdschriften etc.).
    • De keuzes ten aanzien van welke media en middelen worden ingezet, gedurende welke periode en met welke frequentie, zijn bepalend voor de mate waarin personen de campagne te zien of te horen krijgen.
  • 54. Media inzet + concept = communicatiekracht
  • 55. Media inzet + concept = communicatiekracht
    • Media-inzet en concept zijn bepalend voor de communicatiekracht van de campagne, de mate waarin de campagneboodschap goed overkomt.
    • Om effecten te realiseren, moet de communicatieve werking van een campagne goed zijn.
    • Kortom: de doelgroep moet de campagne/boodschap zien, onthouden, begrijpen en op de juiste manier waarderen.
  • 56. Doelgroep
  • 57. Doelgroep
    • De doelgroep(en) is een deel van een groep mensen waarbij een gedragsverandering tot stand moet komen, vaak wordt deze term gebruikt bij campagnes en formats.
    • Wordt nu ook de volggroep genoemd.
  • 58. Doelgroep
    • De doelgroep(en) is een groep mensen die een aantal gemeenschappelijk kenmerken hebben.
    • In de marketing kunnen doelgroep(en)en onder meer gedefinieerd worden in termen van leeftijd, geslacht, uitgavenpatroon, opleidingsniveau of rijkdom.
    • In de politiek spelen ook kenmerken als levensovertuiging of maatschappelijke positie vaak een rol.
  • 59. Doelgroep
    • De VanDale kenmerkt het alsvolgt:
    • doel·groep (de ~) groep waarop een initiatief gericht is.
  • 60. Doelgroep
    • Welke groep(en) wil je met het concept bereiken?
    • Komt de doelgroep(en) uit een specifieke (bevolkings)groep?
    • Hoe groot is de doelgroep(en)?
    • Wat is de gemiddelde leeftijd van de doelgroep(en)?
    • Wat is het gemiddelde opleidingsniveau?
  • 61. Communicatie doelgroepen
    • Het betekent dat je de communicatiedoelgroepen moet afbakenen op voor jou relevante kenmerken.
    • Het is onmogelijk één en dezelfde brief te schrijven voor de zeer trouwe klanten en voor mensen die jouw aanbod nog niet eens kennen.
    • Het betekent dat je je zo specifiek mogelijk richt tot de mensen binnen de vastgestelde doelgroep.
    • En dus zul je in hun huid moeten kruipen, moet je je in hen kunnen verplaatsen, moet je ze kennen.
    • Niet als groep, maar als mensen. De briefing geeft daarvoor een leidraad.
  • 62. Opdracht Analyse doelgroep

×