Vaste planten in openbaar groen

1,330 views
1,108 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,330
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
6
Actions
Shares
0
Downloads
15
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Vaste planten in openbaar groen

  1. 1. Vaste plantenin openbaar groenVoor functionele en onderhoudsvriendelijke toepassingenIr. Margareth E.C.M. Hop
  2. 2. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n2 3InhoudsopgaveAl jarenlang valt op, dat in het Nederlandse openbaar groenerg weinig vaste planten worden gebruikt. Op verzoek vankwekers en met financiering van het Productschap Tuinbouw,heeft Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO) daaromonderzoek gedaan naar de oorzaken hiervan. Al snel bleek, dathet beperkte gebruik van vaste planten in elk geval niet werdveroorzaakt door een gebrek aan geschikte soorten. Daarvanzijn er genoeg. De oorzaak lijkt meer te liggen in de slechtereputatie die vaste planten hebben bij groenbeheerders. Zeworden veelal gezien als duur en veel onderhoud vragend. Dezereputatie was 25 jaar geleden misschien terecht, maar in detussentijd zijn er nieuwe beheermethoden ontwikkeld ennieuwe soorten in de praktijk uitgetest. Daarmee zijnonderhoudsarme beplantingen te maken, die zelfs goedkoperuitpakken dan een heestervak of gazon. Dat biedt veel nieuwemogelijkheden voor het gebruik.Net als andere groenelementen dragen vaste planten bij aande leefbaarheid en klimaatbestendigheid van steden. Dehoeveelheid variatie en biodiversiteit zijn een belangrijke maatvoor de kwaliteit en de belevingswaarde van groenelementen,wees Engels onderzoek uit. Vaste planten blinken uit juist opdeze twee aspecten. In de volgebouwde Nederlandse stedenkan de impact van openbaar groen vaak niet worden vergrootdoor het oppervlak uit te breiden. Dan kan een betaalbaremethode om de kwaliteit van de beschikbare groene ruimte teverhogen, dus veel betekenen. Een herwaardering van vasteplanten is daarom op zijn plaats.Deze brochure gaat in op allerlei aspecten van het werken metvaste planten. Wat zijn vaste planten, en wat doen ze voor destad? Op welke plaatsen zijn ze toe te passen, en hoe wordteen functioneel vasteplantenvak ingericht met planten enInleiding 3Een hernieuwde kennismaking met vaste planten 4Wat doen vaste planten voor de stad? 10Toepassingen van vaste planten 14Eigenschappen van vaste planten 22Ontwerpen met vaste planten 28Vasteplantenvakken aanleggen 32Onderhoud 36Financiën 38Organisatie 42Sortiment 44Literatuur 46Links 47plantencombinaties? Op welke planteigenschappen moetdaarbij worden gelet? Wat komt er kijken bij de modernemethodes van aanleg en onderhoud? En als laatste wordtingegaan op de financiële en organisatorische kant van hetwerken met vaste planten.Deze brochure is bedoeld voor iedereen met interesse inactuele kennis over het werken met functionele, onderhouds­vriendelijke vaste planten in het openbaar groen. Hopelijk ishet een stimulans om vaste planten vaker hun terechte plaatste laten innemen in de openbare ruimte.InleidingColofonIn opdracht van:Productschap Tuinbouwwww.tuinbouw.nlPlant Publicity Holland (PPH)www.pph.nlVereniging StadswerkAfdeling Groen, Natuur en Landschapwww.stadswerk.nlTekst:Ir Margareth E.C.M. HopPraktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO)Bloembollen, Boomkwekerij en FruitOnderdeel van Wageningen URMargareth.Hop@wur.nlwww.ppo.wur.nlBegeleidingscommissieRoel van Dijk, PPHPiet Bliek, StadswerkBert Griffioen, vasteplantenkwekerLaurens Lageschaar, vasteplantenkwekerJan de Jong, hovenierFotografie:PPO en anderenProductie:All-Round Communications - BoskoopHartelijk dank aan alle bedrijven, instanties, gemeenten encollega’s die hun medewerking verleenden aan het tot standkomen van deze brochure. Een speciaal woord van dank aanMatthijs Faber en Niels Dikker voor hun onderzoek naar definanciële aspecten van onderhoudsarme vaste planten.ISBN/EAN: 978-94-91127-02-1Eerste druk, januari 2011Openbaar groenkan wel wat kleur gebruiken.2 3Symphytum Waldsteinia
  3. 3. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n4 5Vaste planten zijn een plantengroep die nauwelijks eenintroductie nodig heeft. In particuliere tuinen zijn ze zeeralgemeen. Vroeger waren ook in parken regelmatig vaste­plantenborders te vinden, maar sinds de jaren ‘80 zijn dezevrijwel allemaal verdwenen. Want vaste planten in hetopenbaar groen werden op dezelfde manier behandeld als deplanten in particuliere tuinen: scheuren, aanbinden, onkruidbestrijden en uitgebloeide bloemen weghalen. Doorbezuinigingen was deze arbeid niet meer op te brengen. Voorveel beheerders van openbaar groen houdt hun ervaring metvaste planten op dat punt op: te duur, te kwetsbaar en tearbeidsintensief.Maar sinds die tijd hebben de ontwikkelingen in de vasteplanten niet stilgestaan. Sommige gemeenten zijn vasteplanten blijven gebruiken, maar met andere vormen vanbeheer. Er is veel onderzoek gedaan naar nieuwe manieren omvaste planten toe te passen, en kwekerijen hebben soorten enrassen geselecteerd die ook met weinig onderhoud floreren.Op dit moment worden vaste planten in plantenbakken of opA-locaties al wel gebruikt als alternatief voor eenjarig perkgoed,maar er is veel meer mogelijk. Vergeet dus de ouderwetseborders met hun eindeloze onderhoud: deze brochure gaatover functionele vaste planten voor het openbaar groen van de21e eeuw.Openbaar groen heeft in steden tegenwoordig een terugkerendprobleem: ruimtegebrek. Het ministerie van VROM heeft alsrichtlijn vastgesteld dat er 75 m2openbaar groen per woningaanwezig zou moeten zijn. Op veel plaatsen wordt dit nietgehaald, omdat het groen steeds het onderspit delft in deconcurrentie om ruimte met bebouwing (rood) en verkeer(grijs). Maar toch wil men graag openbaar groen hebben metvoldoende impact, omdat de bewoners hierom vragen. Ookwordt steeds beter bekend, hoe belangrijk groen is voor hetleefklimaat in steden. Zie hiervoor het hoofdstuk: “Wat doenvaste planten voor de stad” op pagina10. Voor een voldoendegroot oppervlak aan groen moeten we dus blijven ijveren.Daarnaast kan het effect van groen nog vergroot worden doorook aan de kwaliteit te werken. Een goede staat van onderhoudis daarvoor een eerste vereiste. Onderzoek van Fuller et al. (zieliteratuurlijst) toonde nog een kwaliteitskenmerk aan: hoegroter de biodiversiteit binnen een groenelement, hoe groterhet gunstige psychologische effect op de bezoekers. En dit isiets waarin vaste planten een belangrijke rol kunnen gaanspelen. Er zijn namelijk maar weinig groenelementen, waarinzoveel kleur, variatie en insectenleven voorkomt als in eenvasteplantenvak.Een hernieuwde kennismaking met vaste plantenOok voor de plantsoenendienst is afwisseling inbeplantingstypen belangrijk. Dit geeft meerplezier in het werk.A. te Brake, medewerker Ruimtelijk Beheer (Cluster groen), gemeente Oost-Gelre5
  4. 4. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n6 7Eigenschap Vaste Planten Eenjarigen Gazon HeestersRolVakbeplanting, bodem-bedekker, accentplantVak- en bakbeplanting,accentplantBodembedekkerVakbeplanting, bodem-bedekker, accentplantUiterlijk Veel blad en bloem Veel bloem, weinig blad Alleen bladVeel blad, bloei varieertper soortFunctioneel aanwezigVan vroege voorjaar toteind herfst, soms jaarrondVanaf circa mei tot eindebloeiJaarrond JaarrondWanneer gesloten gewas? Eerste zomer na aanplant Sluit meestal niet Eerste zomer na zaai Meestal na 2 jaarMeststofbehoefte Matig Hoog Matig MatigOnderhoudsfrequentie Laag (afmaaien) Hoog Hoog (maaien) Laag (snoei)Wat zijn vaste planten?Vaste planten zijn kruidachtige meerjarige gewassen, dieoverwinteren met hun wortels, en in het voorjaar weeruitlopen. Ze worden aangeplant als potplantje of wortelstok,en kunnen daarna jarenlang op hun plaats blijven staan.Vooralin de rol als bodembedekker blinken ze uit.In vergelijking met eenjarige planten hebben vaste plantenover het algemeen veel blad,waardoor onkruid goed onderdruktwordt. Ook lopen ze vaak al vroeg in het voorjaar uit, waardoorze de zaadonkruiden vóór zijn. Sommige soorten (Artemisia,Nepeta, Alchemilla) produceren zelfs natuurlijke stoffen dieonkruidkiemplantjes remmen. Ze vermeerderen zich meestalvegetatief, met bovengrondse of ondergrondse uitlopers.Daardoor groeien ze een vak goed dicht, en zaaien ze zich veelminder sterk uit op ongewenste plaatsen dan eenjarigen.Ook een klein gazon vergt vele maaibeurten per jaar.Van vasteplanten hoeven alleen de oude stengels één keer per jaargemaaid te worden.Tot de vaste planten worden ook halfheestertjes gerekend alsLavandula, Pachysandra en Vinca. Die lijken wat meer ophoutige gewassen, en ze groeien als jonge plant minder harddan kruidachtige vaste planten. Ze vormen niet al in de eerstezomer na aanplant een gesloten gewas. Veel halfheesters zijnechter wintergroen, waardoor ze een zeer waardevolleaanvulling op het kruidachtige bladverliezende sortimentvormen. Andere plantengroepen die soms apart wordengenoemd, maar ook tot de vaste planten behoren, zijn dePlanten met uitlopers worden ook wel collectief als“zodevormers” aangeduid. Een vak vaste planten kan in de eerstezomer al dichtgroeien en veel sierwaarde geven; iets dat bij houtigegewassen veel langer duurt. Vaste planten groeien minder sneldan eenjarigen en hebben daardoor minder voedingsstoffennodig. Als ondergroei onder houtige gewassen concurreren zedaarom minder sterk om voedingsstoffen dan eenjarigen enwordt de groei van bomen of heesters weinig geremd.Omdat veel soorten vanwege hun grote wortelgestel ook oprelatief arme of droge grond kunnen groeien, concurreren zezaadonkruiden op den duur weg.varens en siergrassen. Ook bloembollen zijn kruidachtig enmeerjarig. Bloembollen aangeduid met de term “voorverwildering” kunnen op dezelfde manier als vaste plantenworden ingezet, omdat ze jaar na jaar terugkomen. Door deovereenkomst in levenswijze kunnen vaste planten enbloembollen uitstekend gecombineerd worden.Vaste planten zijn op basis van de groeiwijze in vier groepente verdelen:• polvormige groeiers• zodevormers met bovengrondse uitlopers• zodevormers met ondergrondse uitlopers• halfheestersZodevormer met bovengrondse uitlopers (Geranium)Halfheester (Lavandula)Polvormige groeier (Hemerocallis)Zodevormer met ondergrondse uitlopers (Houttuynia)
  5. 5. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n8 9• Vasteplantenvakken vallen vaak uit Op plaatsen waar vasteplantenvakken uitvallen, blijkt datmeestal niet aan de kwaliteit van de planten zelf te liggen,maar aan de plantlocatie of aan een verkeerde combinatievan plant en locatie. Er zijn bijvoorbeeld schaduwplanten inde volle zon gezet. Of er is niets aan grondverbetering ende afwatering gedaan, waardoor de planten wekenlangmet hun wortels in het water staan. Het recept voor succesis steeds: de juiste plant op de juiste plaats.• Wijhebbenniemandmeermetverstandvanvasteplanten Dit is geen probleem. Er zijn verschillende gespecialiseerdebedrijven die kunnen adviseren over de beste plantkeuzeen de juiste plantvakvoorbereiding. Ook kunnen zij dekennis leveren over de beste manier om het vak teonderhouden. Het aanplanten en beheren van de plantenzelf vergt geen bijzondere apparatuur of vaardigheden.Veelmeer dan een maaier is meestal niet nodig. Een ontwerperkan bovendien de beplanting zo samenstellen, dat hetonderhoud weinig vakkennis vergt; bijvoorbeeld doordatalle planten in een vak hetzelfde type onderhoud nodighebben.Wat zijn vaste planten niet?Over vaste planten leeft helaas nog een aantal misvattingen.• Vaste planten zijn slap Er zijn wel slappe vaste planten, maar voor het openbaargroen zijn ook hele stevige beschikbaar. In Veenendaalstaat bijvoorbeeld een berm vol Aster ageratoides ‘Asran’.In de winter van ’09-’10 bleven de dode stengels zelfs met20 cm sneeuw erop keurig rechtop staan.Vaste planten zijnniet sterk genoeg om betreding te verhinderen, maar zeontmoedigen het wel.Waar een barrière gewenst is, kunnenze met heesters worden gecombineerd.• Vaste planten moet je om de 2-3 jaar scheuren Dat geldt alleen voor de typische tuinplanten. In de natuurstaan veel soorten immers ook jarenlang op dezelfde plekte bloeien. Alle soorten die voor openbaar groen geschiktzijn hebben dit niet nodig.• Een vasteplantenvak ziet er ’s winters niet uit Vaste planten gaan ’s winters in rust, maar dat wil nietzeggen dat er dan niets te zien is. Verschillende vasteplanten hebben wintergroen blad. Andere soorten hebbenstevige dorre stengels, waarvan de vorm ook in de winteraantrekkelijk is, vooral wanneer er rijp op ligt. Sommigesoorten komen bovendien al weer vroeg in het voorjaar op.Om te kunnen profiteren van een aantrekkelijkwinterhabitus, moeten de oude stengels pas aan het eindvan de winter worden weggehaald, en niet al in het najaar.Hiervan profiteren ook veel insecten, amfibieën en kleinezoogdieren, die tussen het oude loof overwinteren.Vaste planten hebben geen harde takken metstekels of doorns. Daarom blijft er minderzwerfvuil in hangen en hoeft er minder in gesnoeidte worden dan bij bodembedekkende heestersA. Suijkerbuijk, Ontwerper Groen/Verkeer, gemeente Bergen op ZoomWe laten het loof van de vaste planten in dewinter staan. Daarop hebben we nooit negatievereacties van bewoners gehad. Ze laten ons wélweten dat ze het leuk vinden dat er gedurendehet jaar steeds weer andere bloemen bloeien.A. Hoogenkamp, Opzichter/Beleidsmedewerker, gemeenteWestervoort
  6. 6. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n10 11GeluidsdempingAlle groenelementen dempen geluid en voorkomen hetweerkaatsen van geluid tussen gebouwen. Vaste plantenkunnen zonder het uitzicht te belemmeren vlak naast eenrijbaan worden gezet. Daar houden zij een deel van het geluidvan het wegverkeer meteen aan de bron tegen.BiodiversiteitVoor wilde planten en dieren in de stad kunnenvasteplantenvakken zeer waardevol zijn als leefgebied ofvoedselbron. Door meerdere soorten te gebruiken kunnenbeplantingen jaarrond aantrekkelijk zijn voor mens en dier.Daardoor heeft een vasteplantenvak voor de biodiversiteitmeer waarde dan een gazon, bomenlaan of heestervak, dieimmers veel minder divers van samenstelling zijn. Inheemsevaste planten krijgen de voorkeur in oeverbeplantingen en ingroene verbindingszones. Maar daarbuiten kunnen ook anderevaste planten worden gebruikt.Vasteplantenvakken zijn vooral voor insecten zeer aantrekkelijkals voedselbron en schuilplaats. Door het inzetten vandrachtplanten kunnen bijvoorbeeld honingbijen en vlinderseen steuntje in de rug krijgen. Maar ook vogels en kleinezoogdieren als egels vinden er voedsel en beschutting.Waterdieren kunnen tussen oeverbeplanting schuilen engebruiken dode stengels om in of tussen te overwinteren.Wat doen vaste planten voor de stad?Jarenlang is openbaar groen vooral beoordeeld op de kosten,maar de laatste jaren is er veel meer aandacht gekomen voorde baten. Daaronder worden alle functies van openbaar groenverstaan, die gunstig zijn voor mensen en hun leefomgeving.Hieronder worden de functies, die vaste planten vervullen voorsteden en hun bewoners, op een rij gezet en toegelicht.Verlaging van zomerse piektemperaturenIn steden is het in de zomer heter dan op het omringendeplatteland; dit wordt het “Urban Heat Island” effect genoemd.Het ontstaat, doordat verharding en bebouwing de zonne­straling absorberen en als warmte weer uitstralen. Groengebruikt de zonnestraling voor fotosynthese en het verdampenvan water, waardoor de omgevingstemperatuur minder hoogoploopt. Ook ’s nachts straalt beplanting minder warmte uitdan bebouwing, waardoor de stad beter kan afkoelen. Vasteplanten vormen in volume maar een klein deel van hetstadsgroen, waardoor hun aandeel in dit effect beperkt is. Maarze dragen er wel aan bij. Een minder hete stad in de zomerheeft gunstige effecten op de gezondheid van de bewoners ende productiviteit van werknemers, en verminderthet energie­gebruik - en de kosten - voor air­conditioning.RegenwaterafvoerGroenelementen laten een deel van hetopgevangen regenwater wegzakken in de bodem,waardoor de hemelwaterafvoer naar het rioolminder wordt belast, en een minder hogepiekberging nodig is. Ook verdampen ze een deelvan het opgevangen regenwater weer. Hoe groterhet groene oppervlak, hoe sterker dit effect.LuchtzuiveringGroeiende planten nemen CO2 op en produceren zuurstof. Zevangen fijn stof weg uit de lucht en kunnen aan hun bladvervuilende gassen adsorberen. Beplanting heeft ook effect opde luchtkwaliteit doordat het zomerse piektemperaturenverlaagt; er ontstaat dan minder smog. Deze effecten wordengrotendeels bepaald door het volume aan groen, maar hetluchtzuiverende effect hangt ook af van de plaatsing van debeplanting ten opzichte van de vervuilingsbron. Er is veel keusin vaste planten,en ze zijn ook in kleine plantvakken toepasbaar.Daarom zouden juist vaste planten gericht kunnen wordeningezet voor verbetering van de luchtkwaliteit op plaatsenwaar voor grotere groenelementen geen ruimte is. Tussenrijbaan en fietspad bijvoorbeeld, en in de randvakken van eenrotonde. Vooral het fijnstof dat opwervelt van de rijbaan zoudaardoor meteen kunnen worden opgevangen. Het gebruik vanvaste planten op groene gevels kan hierbij in de toekomst ookeen rol gaan spelen. Een groene gevel maakt de lucht schoner,maar laat ook toe dat de wind de vervuiling wegblaast.Verbena bonariensis
  7. 7. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n12 13Psychologische en sociale effectenDat groen een positief effect heeft op het welbevinden vanmensen, kan door onderzoek in de afgelopen jaren steeds betermet cijfers hard worden gemaakt. Groen (en water) in de buurtverhoogt huizenprijzen en creëert een goed vestigingsklimaatvoor bedrijven. Het is plezierig wonen en werken in een groeneomgeving, maar het is ook gezond. Patiënten herstellen snellermet uitzicht op groen, en goed ingericht groen nodigt jong enoud uit tot bewegen. Groen moet hierbij wel aan voorwaardenvoldoen, zoals een goede staat van onderhoud. Ook isaangetoond,dat een grotere biodiversiteit in een groenelementhet effect op het welbevinden sterker maakt. Hierin blinkenvaste planten uit, want er zijn maar weinig groenelementenwaarin zoveel variatie aangebracht kan worden als in eenOntwerpmogelijkhedenVaste planten zijn in talloze vormen en kleuren verkrijgbaar.Zelfs als alleen de soorten en cultivars worden gekozen die zichal bewezen hebben in het openbaar groen, zijn er nog altijdmeer dan honderd. (Zie pagina 44 voor een selectie). Bij hetkiezen van planten is het wel zeer belangrijk om de prioriteitenin de gaten te houden. Kies eerst planten die geschikt zijn voorde locatie en de beheerwijze. In de verdere keuze kan echter opallerlei verschillende aspecten de nadruk worden gelegd.Vasteplanten kunnen vormen en kleuren in de omgeving accentuerenof juist verdoezelen. Maar ook andere eigenschappen dan kleuren vorm van de planten kunnen een rol spelen, zoals de geur,eetbaarheid, bloeitijd of aaibaarheid. De cultuurhistorie vaneen plaats kan erdoor versterkt worden. In tegenstelling totdiep wortelende houtige gewassen kunnen vaste planten ookop archeologische vindplaatsen worden toegepast zonderschade aan bodemvondsten. Ook kan hun bloeitijd gekozenworden om aan te sluiten bij jaarlijkse gebeurtenissen,bijvoorbeeld een gedenkdag of het toeristenseizoen. In hetvolgende hoofdstuk worden allerlei toepassingsmogelijkhedenvan vaste planten toegelicht.vasteplantenvak. Bovendien lokt een vak vaste planten eenscala aan insecten en vogels. Het is daarmee een van deweinige manieren om ook met kleine plantvakken veel effectte verkrijgen.Goed verzorgde beplantingen met een hoge sierwaardeontmoedigen vandalisme en het dumpen van afval. In eenvasteplantenbedparkeertmengeenauto’s,ietsdatbijvoorbeeldin een gras-kruidenberm wel gebeurt. Mooi groen maakt hetprettig om buiten te zitten, wandelen of spelen. Dat komt desociale veiligheid ten goede. Vaste planten lenen zich primavoor bewonersparticipatie, omdat voor aanplant en onderhoudgeengrootmaterieelnodigis.Mededoorhunaantrekkingskrachtop insecten zijn vaste planten een aantrekkelijk hulpmiddelvoor natuureducatie.Kosten en batenEen vasteplantenvak vergt een investering bij aanleg en vooronderhoud (zie hoofdstuk Vasteplantenvakken aanleggen oppagina 32). Maar vaste planten hoeven niet meerdere malen perjaar vervangen te worden, zoals eenjarigen. Een volgroeid vakheeft lagere jaarlijkse onderhoudskosten dan een even grootgazon. En snoeiafval kan naar keuze in het vak blijven liggen, integenstelling tot een heestervak. Vaste planten verdienen deinvestering terug, vooral doordat ze onkruid goed onderdrukken,waardoor hun onderhoudsbehoefte laag is, en hun belevings­waarde groot. Een eenvoudig te berekenen financieel voordeel is,dat een groene omgeving de waarde van vastgoed, en dus vangemeentelijke belastingen doet stijgen. Andere nuttige effectenvan planten op het leefklimaat in de stad besparen geld. Door hetdempen van piektemperaturen wordt op airconditioning bespaarden de hemelwaterafvoer hoeft een minder hoge piekcapaciteit tehebben,alsregenwaterinhetgroenkanwegzakken.Doorschonerelucht hebben minder mensen luchtwegklachten.Al deze effectenzijn bewezen, maar het is lastig te berekenen hoeveel kostenopenbaar groen precies bespaart, en wat het aandeel van vasteplanten daarin is. Bovendien is het moeilijk om betrokken partijente vinden, die het bespaarde geld willen inzetten voor aanplant enonderhoud van groen.
  8. 8. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n14 15Begroeide murenGeschikt:Voor rechtstreeks op de muur: echte rotsplanten. Alsgevelpanelen van steenwol of kunststof met een watergeef­systeem worden geïnstalleerd, is een enorm scala aan vasteplanten bruikbaar.Voor deze toepassing worden op dit momentveel technische systemen uitgeprobeerd. Bij de beplantings­keuze moet vooral goed gelet worden op de hoeveelheid zondie de wand zal ontvangen.Begroeide dakenGeschikt: zonminnende lage planten, vetplanten. De beplantingwordt vaak toegepast in de vorm van kant en klare begroeidematten. Op intensieve groendaken, met een dikkeresubstraatlaag, kunnen veel meer soorten vaste planten wordeningezet.In voegen van plaveiselGeschikt: zeer lage en betredingstolerante planten, zeer dichtegroeiersPlantvakken vóór muren en gebouwenGeschikt: stevige hoge vaste planten (1 m of meer) tegen demuur met eventueel wat lagere planten ervoor.Toepassingen van vaste plantenOp dit moment zijn er veel gemeenten die vaste planten alleeninzetten op A-locaties, zoals borders en plantenbakken in hetcentrum. Vaste planten worden hier vaak gecombineerd meteenjarigen en rozen. Het eindbeeld moet representatief ennetjes zijn, liefst onkruidvrij en met een hoge sierwaarde. Doorop deze plaatsen te kiezen voor onderhoudsarme vaste plantenis het mogelijk om met minder onderhoud en het minder vaakvervangen van planten toch een hoge sierwaarde te realiseren.Er is een beperkt aantal gemeentes waar vaste planten alworden ingezet op de plaats waar ze vooral goed tot hun rechtkomen: in woonwijken. Het kan hierbij gaan om kleinschaligegroenelementen, maar vaste planten maken ook deel uit vanparken of oevers. Het gewenste eindbeeld is traditioneel encultuurlijk, maar een beperkte hoeveelheid onkruid is op veelplaatsen wel acceptabel.Vaste planten zijn vooral heel geschiktvoor de plaatsen waar natuurlijke processen, zoals verdringingvan onkruid, het gewenste eindbeeld opleveren. Daar kan debeplanting met zeer weinig onderhoud toe. Op plaatsen meteen hogere druk van zwerfvuil, hondenpoep of betreding ismeer menselijk ingrijpen noodzakelijk.Voor een gemeente met weinig ervaring met vaste planten zijnA-locaties en woonwijken goede plaatsen om te beginnen. Maargroenbeheerders die vertrouwen hebben gekregen in het func­tioneel toepassen van vaste planten,kunnen ook aan andere delenvan de stad denken. Bijvoorbeeld de entrees van sportvelden ofbedrijventerreinen kunnen met functionele vaste planten wordenverfraaid. De meest onderhoudsvriendelijke soorten zouden zelfsin het groen tussen wijken en aan de stadsrand gebruikt kunnenworden. Hier gaat het vooral om inheemse soorten vaste planten,die bijvoorbeeld tussen gras gezaaid zijn, die met eennatuurvriendelijk maaibeheer onderhouden kunnen worden.Met vaste planten kan veel meer gedaan worden dan hetaanleggen van een border in een park. Van sommige van dezetoepassingen zijn inmiddels al aardig wat voorbeelden tevinden, maar anderen worden nog zelden toegepast. De functievan de planten is meestal gekoppeld aan de locatie. Enkelevoorkomende toepassingen zijn:n vaste planten op of bij gebouwenn vaste planten als verkeersbegeleidingn vaste planten bij watern vaste planten in groenelementenn vaste planten voor speciale doelgroepenVaste planten op of bij gebouwenBloembakken en verhoogde vakkenGeschikt: planten met veel sierwaarde, goedeonkruidonderdrukking, droogtetolerantie, meerdere soortendie elkaar goed verdragen op een klein oppervlak. De plantenmoeten verder compact en stevig zijn.
  9. 9. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n16 17Strakke randenLangs paden en als begrenzing van formeel ingerichteplantvakken.Geschikt: stevige opgaande planten die polvormig groeien,geen uitlopers hebben en niet uitzaaien. Ze moeten uniformgoed dichtgroeien en eventueel zoals een haagje te snoeienzijn. Langs verharde paden is zouttolerantie nodig vanwege hetgebruik van strooizout.Verkeersbegeleiding (rand)De beplanting maakt de lijn van de weg goed zichtbaar, zonderhet uitzicht te blokkeren.Geschikt: stevig en (rij)windbestendig. Tolerantie voorstrooizout is nodig. Snel herstel na beschadiging is gewenst.Uitzaai is geen groot probleem in gesloten verharding, maarbovengrondse uitlopers en omgevallen stengels wel.Verkeersbegeleiding (vak in berm)Geschikt: goede bodembedekkers, niet hoger dan 70 cm (voorautoverkeer) tot 100 cm (voor fietsers en voetgangers). Debloemkleur mag opvallen, maar de beplanting moet niet tebont zijn, anders leidt het teveel af. Mag geen uitlopers makendie over de straat hangen. Doordat deze planten maar een keerper jaar met de bosmaaier gemaaid hoeven te worden, zijn zeveel onderhoudsvriendelijker dan de hagen die nu vaak in(midden)bermen worden toegepast.Vasteplantenvak op rotondesGeschikt:Vaste planten worden in de middelcirkel van rotondesvaak gebruikt in combinatie met bomen, heesters, hagen enbloembollen. Windbestendige, onderhoudsvriendelijke,droogtetolerante planten zijn geschikt. Zodevormers zijngeschikter dan polvormers. Giftigheid is geen bezwaar. Uitzaaimet zaden die door de wind verspreid worden is ongewenst.Zouttolerantie kan soms nodig zijn wegens strooizout, maardit is afhankelijk van de randafwerking van de rotonde. Hetgeschikte sortiment voor deze toepassing is enorm groot.Voorde randvakken van een rotonde kunnen dezelfde plantenworden gebruikt als die voor verkeersbegeleiding (vak in berm).Vaste planten bij waterOeverbeplanting en waterplantenGeschikt: water-, oever- en moerasplanten. Vanwege de reëlekans op zaadverspreiding worden langs watergangen metverbindingen naar elders vaak inheemse gewassen gebruikt.Vaste planten als verkeersbegeleidingOp hellingen en taludsGeschikt: lage bodembedekkers met veel uitlopers (boven- ofondergronds), droogtebestendig, windbestendig, geschikt voorvolle zon. Ze moeten zeer onderhoudsarm zijn, omdat er ophellingen meestal niet machinaal gewerkt kan worden.Losse randenBijvoorbeeld als begrenzing van grasvelden, heestervakken,speelplaatsjes, paden.Geschikt: stevige planten met een opvallende kleur of vorm,goed herstel na beschadiging, liefst niet geheel verdwijnend inde winter, mogen zich niet sterk horizontaal uitbreiden enweinig uitzaaien.SedumCaltha
  10. 10. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n18 19Vaste planten in groenelementenBoomspiegels van solitaire bomen of straatbomenOntmoedigt storten van zwerfvuil, honden uitlaten en fietsenstallen, beschermt tegen maaischade.Geschikt: Stevige planten voor (half) schaduw, (in bestrating)droogtebestendig, planten die tegen van de boom afdruipendwater bestand zijn. Houd bij de plantkeuze rekening met dehoeveelheid licht die de boom doorlaat.Onderbegroeiing van boomgroepen en grote heestervakkenGeschikt: Bodembedekkers (mogen ook lager dan 40 cm zijn),planten voor halfschaduw en schaduw, bosplanten, planten diebestand zijn tegen het afdruipende water van de bomen. Onderboomgroepen worden mengsels van bodembedekkers,eventueelmet stinzenbolletjes vaak toegepast. Naar deze toepassing is opdit moment veel vraag.Randen langs heestervakkenDe rand voorkomt inkijk en inloop in het heestervak. Heestersnaast paden hoeven minder vaak gesnoeid te worden met eenvasteplantenrand ervoor, waardoor de beheerkosten van deheesters lager worden.Geschikt: Dicht groeiende planten die zich met ondergrondseuitlopers langzaam horizontaal verspreiden en onderin niet kaalzijn.Voor volle zon of halfschaduw, liefst droogtetolerant.Onderin vakken rozen en andere middelhoge open heestersGeschikt:Lage bodembedekkers,planten die zon en halfschaduwverdragen, planten die niet te sterk concurrerend zijn voor deheesters, op een ander tijdstip aantrekkelijk dan de heesters, en/of mooi in combinatie ermee.Vaste planten tussen gras (hooilandjes)Geschikt: mengsels van vaste planten, vaak inheems. Moetenbestand zijn tegen enkele keren per jaar maaien. Ook plantendie van nature tussen gras groeien, zoals prairieplanten, kunnengebruikt worden.De voorbeelden hiervan zijn talloos.Informeernaar geschikte mengsels bij een zaadleverancier.Tussen bodembedekkende heesters als accentplantGeschikt: accentplanten, stevige polvormige groeiers voor vollezon, moeten concurrentie om vocht en meststoffen verdragen.Vasteplantenvak in overhoekjesGeschikt: Lage tot middelhoge planten (40-70 cm) die voorkleine oppervlakken geschikt zijn en weinig onderhoud vergen.Planten die wel dichtgroeien maar zich niet uitzaaien. Tussenparkeervakken planten zonder doorns of harde takken. Plantendie niet bros zijn en snel herstellen na schade.Hoog vasteplantenvakGeschikt: stevige hoge vaste planten. Omdat de oudegewasresten rond februari worden weggehaald, fungeert het vakdan enkele maanden niet als scherm. Het is dus alleen geschiktvoor plaatsen die vooral in de zomer beschutting of eenzichtscherm nodig hebben. Op andere plaatsen zouden de hogevaste planten met heesters gecombineerd kunnen worden.Omring hoge vaste planten met halfhoge planten tegen hetomvallen op plaatsen met veel wind.
  11. 11. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n20 2120 21Vaste planten voor speciale doelgroepenVasteplantenvak bij bijzondere plaatsen of monumentenGeschikt: planten met hoge sierwaarde, planten met eensymbolische betekenis, zoals witbloeiende en wintergroeneplanten bij een oorlogsmonument of begraafplaats. Plantenmet sierwaarde rond gedenkdagen. Op deze locaties kan vaakrelatief veel onderhoud worden gepleegd. Veel vaste plantenzijn dan ook geschikt.Kruidentuin,moestuinGeschikt: eetbare planten, keukenkruiden, medicinale kruiden,planten die bijvoorbeeld verfstoffen leveren.CollectietuinenIn deze tuinen wordt sortiment bij elkaar gebracht dat ofwelaan elkaar verwant is, ofwel uit hetzelfde gebied komt. Kangebruikt worden als educatieve tuin, bijvoorbeeld om detaxonomische indeling van planten uitte leggen.Met inheemse planten wordt het eenheemtuin. Ook een prairieplantentuin ofheidetuin valt in deze categorie.Healing garden,geurtuin,blindentuinEen tuin die het welzijn van patiënten,bewoners en bezoekers van tehuizenvergroot.Geschikt: planten met sierwaarde engeur, of die plezierig aanvoelen. Vooralplanten waarvan de geur een medicinale(bijvoorbeeld ontspannende) werkingzou hebben. Planten die vlinders lokkenen de jaargetijden accentueren. Niet-giftige en niet-allergeneplanten.Kindvriendelijke tuinBij scholen en speelplaatsen.Geschikt: Niet-giftige en niet-allergene planten. Kleurige,aaibare maar wel robuuste planten.Vlindertuin,drachtplantentuinGeschikt: Planten die nectar en pollen leveren, en samenjaarrond een aantrekkelijk voedselaanbod voor insectenleveren. Daarnaast ook voedselplanten voor rupsen. Voorimkers en als educatief groenelement.GrafbeplantingGeschikt: Lage soorten, lage onderhoudsbehoefte, liefstwintergroen.
  12. 12. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n22 23Hele hoge vaste planten worden alleen voor muren, midden ingrote vakken of als zichtscherm gebruikt. Ze moeten daarvoorwel zeer stevig blijven staan.Sluiting van de beplantingOm goed onkruid te onderdrukken is het belangrijk, dat deplanten zo snel mogelijk een gesloten gewas vormen, en dit dehele zomer in stand houden. Enkele factoren zijn hierbijbelangrijk. Er moet altijd een voldoende aantal planten per m2worden aangeplant, en dat aantal is vaak hoger dan wat inparticuliere tuinen gebruikelijk is; vaak wordt 10 planten/m2gebruikt (bij bodembedekkers uit een 9 cm pot).Kruidachtige vaste planten sluiten gewoonlijk al in hun eerstezomer, halfheesters niet altijd. De beste bodembedekkerskunnen overigens al 6 weken na aanplant gesloten zijn. Zode­vormende planten gaan in de loop der jaren door wortel­concurrentie onkruid beter onderdrukken, polvormendeplanten doen dat niet. Om goed te sluiten moeten de plantenwel rechtop blijven staan, daarom is stevigheid een belangrijkvereiste. Te slappe, breekbare of slecht herstellende plantenzijn ongeschikt voor het openbaar groen. De stevigheid vanvaste planten is over het algemeen niet voldoende ombetreding van het vak te verhinderen, al ontmoedigt hunaanwezigheid het wel.Eigenschappen van vaste plantenBij het maken van de keuze voor een bepaalde vaste plant, zijnverschillende planteigenschappen belangrijk. De sierwaarde,hoogte en de geschiktheid voor de locatie staan meestalbovenaan de lijst met selectiecriteria. Maar afhankelijk van hetdoel van de beplanting kunnen er nog extra eisen bijkomen.SierwaardeSierwaarde in het openbaar groen neemt niet precies dezelfdevorm aan als sierwaarde voor een particuliere tuin. De plantenmoeten kleurig zijn, maar niet uitnodigen tot vernielen ofplukken. Daarom zijn planten met veel kleine bloemen (Aster)geschikter dan planten met enkele grote bloemen (Pioen).Vooral de sierwaarde van mooie plantcombinaties is zeergeschikt, omdat die gewoonlijk heel lang aanwezig is.Verschillende bladgroottes, -vormen en -kleuren creërensamen een aantrekkelijk beeld.Planten met een lange bloeiduur,herfstkleur, wintergroen blad of een mooie winterhabituskunnen nog wat extra’s toevoegen. Een hoge sierwaarde vaneen beplanting levert zeer veel waardering van de bewoners op.Bovendien blijkt de sierwaarde in de praktijk planten tebeschermen tegen vandalisme.HoogteVoor een aantalfuncties van vasteplanten is de hoogtevan belang. Voor deonkruidonderdruk­king is dit een factorwaarmee in de praktijk vaak nog onvoldoende rekening wordtgehouden. Een vaste plant is pas goed onderdrukkend als hijminimaal 40 cm (op arme grond 30 cm) hoog wordt. Lagerevaste planten houden onkruid onvoldoende tegen, al groeienze nog zo goed dicht. Dit geldt vooral in de eerste jaren naaanplant; later wordt hun concurrentievermogen beter doorhun groeiende wortelgestel. De enige plaats waar lagereplanten onkruid wel voldoende beconcurreren, is opschaduwrijke plaatsen, zoals onder bomen of heesters, die zelfook een deel van het zonlicht tegenhouden.Een andere functie waarvoor de hoogte belangrijk is, is die vanverkeersbegeleiding. Voor de sociale- en verkeersveiligheid wilmen over de planten heen kunnen kijken. Dat houdt in datnaast autowegen de planten maximaal 60-70 cm mogenworden, en naast fiets- en wandelpaden 80-100 cm.Ik heb in het veld gezien dat de jongelui liever over de beplanting in de middenberm heen springen,dan dat ze erin gaan staan. Ook hoeken worden niet afgesneden, en je zult daarom weinig last hebbenvan olifantenpaden in de beplanting.P.Verhoog, Unitleider afd. Groen, gemeente LeidenBewoners hebben meer respect vooraantrekkelijke vasteplantenborders dan vooreen saaie groene bodembedekkerA. Suijkerbuijk, Ontwerper Groen/Verkeer, gemeente Bergen op ZoomAster ageratoides
  13. 13. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n24 25DuurzaamheidEen vasteplantenvak is pas voordelig als het circa 8-10 jaar kanblijven staan. Daarvoor zijn de winterhardheid, de gezondheiden de levensduur van de planten van belang. Er worden in depraktijk nog vrij vaak planten in openbaar groen toegepast dieeigenlijk onvoldoende winterhard zijn. De winterhardheid vanvaste planten is op verschillende plaatsen na te zoeken,bijvoorbeeld op www.plantscope.nl. Planten met een matigewinterhardheid zullen alleen in West-Nederland betrouwbaarde winter doorkomen, maar elders vallen ze te vaak weg. Maarhet warmere microklimaat in steden en de opwarming van hetklimaat maken dat ook zachte planten soms het risico van hetuitproberen wel waard zijn.Geheel ziektevrije planten worden in de praktijk nietnoodzakelijk gevonden. Zolang ze maar niet doodgaan of er erglelijk uitzien, dan doen wat vlekjes op het blad er niet veel toe.Om massale wegval te voorkomen, is het raadzaam om deafwatering goed op orde te hebben. Dat voorkomtverwelkingsziekten. Ook kunnen beter niet te veelwaardplanten van bijvoorbeeld taxuskever ofslakken met elkaar gecombineerd worden. Als erveel schimmelziektes als roest of meeldauwvoorkomen, is het verstandig om het maaisel vande planten af te voeren, en niet in het vak te latenliggen.De levensduur van vaste planten kan sterk variëren.Sommige soorten houden het na een jaar of drie alvoor gezien. Zij kunnen alleen worden toegepast inplantenmengsels waarin het niet erg is dat desoortensamenstelling in de loop der tijd verandert.De enige uitzondering hierop is, wanneer eennaar zijn natuurlijke habitat, dan naar wat in tuinboeken staat,want die geven vaak ook de marginaal geschikte standplaatsen.Alleen op een optimale standplaats voor de plant zal dezemaximaal onkruid beconcurreren en gezond vele jarenoverleven.kortlevende soort zich uitzaait als accentplant tussen eenpermanente bodembedekker. Verbena bonariensis doet ditbijvoorbeeld, en fungeert dan als een strooiplant, die steeds opandere plekken opkomt. Maar aangezien de best bruikbarebeplantingsconcepten een vaste plantensamenstelling hebben,zijn daarvoor langlevende soorten nodig. Gelukkig is ook daarinveel keus.Geschiktheid voor de locatie“De juiste plant op de juiste plaats” is het allerbelangrijksteprincipebijhetmakenvanonderhoudsarmevasteplantenvakken.Dit geldt in openbaar groen nog veel sterker dan bij hetontwerpen van particuliere tuinen. Daar lukt het meestal welom een plant die op een matig geschikte plaats staat in levenen toonbaar te houden. In het openbaar groen moeten deeisen strikt worden nageleefd: een plant die bij voorkeur inhalfschaduw groeit, kan niet in de volle zon worden gezet. Kijkvoor de favoriete standplaats van een plant liever in een floraStandplaatseigenschappen kunnen soms wel in het voordeelvan de plant worden verbeterd, bijvoorbeeld door storendelagen in de bodem te doorbreken of bemesting toe te passen.Sommige ingrepen moeten dan wel in latere jaren herhaaldworden, wat extra onderhoudswerk oplevert. Een anderemogelijkheid is, dat de ene locatie-eigenschap de anderecompenseert. Bijvoorbeeld een vochtminnende plant kan eendroge periode beter overleven als hij in de schaduw staat. Eneen plant van voedselarme grond heeft ook op voedselrijkere,maar droge grond een concurrentievoordeel ten opzichte vanhet onkruid.De belangrijkste standplaatseigenschappen zijn:• hoeveelheid licht• hoeveelheid vocht in de bodem (in zomer en winter)• grondsoort (en humusgehalte)• vruchtbaarheid bodem• pH van de bodem• hellingshoek en oriëntatie (noordhelling, zuidhelling)• grootte van het plantvak• aanwezigheid onkruiden, ziekten en plagen (van omringendeen vorige beplanting)Houd niet alleen rekening met de omstandigheden tijdens deaanplant, maar ook met te voorziene veranderingen daarin.Staat er bijvoorbeeld een jonge boom naast het vak, die in deloop der jaren steeds meer schaduw gaat werpen? Gaat degrond nog zakken?Het voordeel van vaste planten is dat erzowel geschikte soorten zijn voor zon als voorschaduwlocatiesP.Verhoog, Unitleider afd. Groen, gemeente LeidenNepeta verdraagt droogte
  14. 14. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n26 27Geschiktheid voor het gebruik en het beheerDe planten moeten niet alleen geschikt zijn voor de natuurlijkeomgeving waarin ze terechtkomen, maar ook goed passen inde leefomgeving van de mens. De beheerders spelen hierbijeen belangrijke rol: zij bepalen hoe streng de eisen zijn waaraande planten moeten voldoen. Ook kunnen zij kiezen of deplantkeuze worden aangepast, of de omgeving.• Zwerfvuil Vaste planten kunnen door hun sierwaarde het weggooienvan zwerfvuil ontmoedigen, maar alleen als de gebruiksdrukvan de plaats niet te hoog is.Vaste planten houden gemiddeldwel minder zwerfvuil vast dan heesters. Let ook specifiek opde brandbaarheid van dorre plantenresten, op plaatsen waarveel rokers buiten staan. Neem daar liever wintergroeneplanten.• Betreding Sommige vaste planten zijn bestand tegen lichte betreding.Zij kunnen tussen stapstenen of naast gazons wordentoegepast.• Strooizout Naast wegen en paden kan zouttolerantie nodig zijnvanwege strooizout, al is met een goede randafwerking vanhet plantvak het contact met zout vaak te voorkomen. Nietvan alle planten is de zouttolerantie al bekend. Een vuistregelis, dat wintergroene planten er gevoeliger voor zijn danbladverliezende.• Uitzaai tussen bestrating Bij het gebruik van planten naast bestrating, is het belangrijkof deze gesloten of open is. Bij bestrating met voegenmoeten geen planten worden gezet die zich uitzaaien, maarnaast asfalt is dat veel minder een probleem. Uitzaai kanook voorkomen worden door de planten na de bloei af temaaien, of steriele soorten te kiezen.• Giftigheid en eetbaarheid Van vaste planten in het openbaar groen wordt gewoonlijkniet gegeten, tenzij er een kruidentuintje met keukenkruidenvan wordt gemaakt. Eetbaarheid is daarom zelden eenvoordeel. Of giftigheid een probleem is hangt van de locatieaf. Midden op een rotonde of op een bedrijventerrein niet.Maar vlak bij een school of zorginstelling kan men zeergiftigeplantenbetervermijden.Zorgdatdeonderhoudsploegop de hoogte is van planten die bij aanraking schadelijk zijn.• Type uitlopers Onkruidbestrijding in een volgroeid vasteplantenvak gebeurtdoor wieden. In net geplante vakken wordt vaak nog welgeschoffeld, en dan is het beter om geen planten metbovengrondse uitlopers te gebruiken. Als die steedslosgeschoffeld worden, dan groeit het vak niet dicht. Maarwanneer tijdig wordt overgeschakeld op wieden, kunnen alletypen vaste plant worden gebruikt.• Winterhabitus Startende gemeentes en onervaren onderhoudsploegenkunnen beter niet beginnen met planten die in de wintervolledig onder de grond verdwijnen (zoals Hosta, Rodgersia).Dit voorkomt het per ongeluk verwijderen van de opkomendeplanten in het voorjaar.Om planten goed te kunnen plaatsen, is veel gedetailleerde informatie overhun eigenschappen nodig. Op pagina 44 staat een tabel met korte informatieover verschillende geschikte plantengeslachten. Zie verder de Internetlinksachter in deze brochure voor meer uitgebreide plantenportretten. Alsvoorbeeld een gedetailleerd plantenportret van:Rudbeckia fulgida ‘Goldsturm’ (Zonnehoed, familie Asteraceae)Blad: Vrij groot, lancetvormig, voelt ruw aan.Bloem: Donkergeel bloemhoofdje tot 12 cm doorsnee, met een bol donkerbruin hart. Bloeit eind juli - beginoktober. Bloeit zeer rijk.Hoogte: Blad 30-40 cm, bloem 50-80 cm.Winter: Uitstekend winterhard. Blad sterft af, maar de dorre stengels blijven stevig staan. Heeft een aantrekkelijkwintersilhouet doordat de bruine hartjes lang zichtbaar blijven.Verspreiding: Zodevormend met ondergrondse wortelstokken. Groeit matig snel in de breedte, verdringt buurplantenmeestal niet. Kan zich licht uitzaaien naast de moederplant.Licht: Voor volle zon, verdraagt schaduw gedurende een deel van de dag.Vocht: Staat bij voorkeur op grond die steeds voldoende vochtig is, maar verdraagt droge perioden in de zomergoed. Blijft op te droge grond lager en stoelt minder uit.Grondsoort: Elke grondsoort, mits deze voldoende vruchtbaar is.Zout: Strooizoutbestendig.Duurzaamheid: De plant is stevig en langlevend, krijgt geen meeldauw, valt incidenteel weg door bladvlekkenziekte.Giftigheid: Ongevaarlijk; wordt niet gegeten vanwege de vieze smaak, en is alleen bij consumptie van grotehoeveelheden giftig.Wordt ook door konijnen met rust gelaten.Gebruik: Vakbeplanting voor kleine tot middelgrote vakken, randbeplanting, accentplant, drachtplant.Aantal: Voor vakken 7-9 per m2.Onkruid: De bladmassa is dicht, maar niet erg hoog, dus deze cultivar is ongeschikt voor plaatsen met een hogeonkruiddruk. In latere jaren concurreren de wortelstokken van Rudbeckia het onkruid weg.Onderhoud: In het vroege voorjaar de oude gewasresten afmaaien.Sortiment: Van Rudbeckia bestaan ook hogere soorten (R. nitida, R. laciniata) en rassen met gevulde bloemen(R. laciniata ‘Goldquelle’). Deze laatste concurreert echter minder tegen onkruid.Combinaties: Bijvoorbeeld met siergrassen, prairieplanten en andere najaarsbloeiers.Details: ‘Goldsturm’ combineert een hoge sierwaarde met een robuuste groei. Op vruchtbare, vochtige grond isdit een breed inzetbare plant. Zeer geschikt om kleur in het najaar in een beplanting te brengen.
  15. 15. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n28 29Beplantingsconcepten, of de kunst van het vakkenvullenVoor een beplanting die als aantrekkelijk wordt ervaren, is ereen evenwicht nodig tussen ordening (niet te saai) en willekeur(niet te wild en ongecontroleerd). Met vaste planten zijnverschillende typen beplantingen te maken die deze tweeaspecten combineren. Maar openbaar groen wordt door degebruikers niet altijd in detail bekeken; men ziet vaak alleen hetkleurenpalet als men erlangs rijdt. Dit houdt in dat er op veelplaatsen met grotere vakken en minder menging van plantenkan worden gewerkt dan in particuliere tuinen, zonder dat hetsaai overkomt. Vanuit het beheer is nog een ander aspectbelangrijk: is de beplanting statisch of dynamisch? Eenstatische beplanting houdt in: er worden planten neergezet, dieelk jaar precies op die plek terugkomen. Bij een dynamischebeplanting wordt een mengsel neergezet, dat binnen het vakvan plaats mag veranderen. Ook kan de soortensamenstellingin de loop van de tijd verschuiven. In het openbaar groen zijnstatische beplantingen eenvoudiger te beheren, en er is mindervakkennis voor nodig dan voor dynamische.Rekening houdend met deze aspecten, zijn er de afgelopenjaren al vele beplantingsconcepten uitgetest in de praktijk. Opdit moment is er de meeste vraag naar beplantingen die weinigonderhoud vergen en waarbij in het beheer weinig mis kangaan, ongeacht wie het uitvoert. Dit zijn allemaal statischebeplantingen, die er geordend uitzien. Daaronder vallenbijvoorbeeld de monobeplanting, bodembedekkers metaccentplanten en grote groepen. Deze typen beplanting passengoed bij de huidige insteek van het beheer. Maar dat wil nietzeggen dat er alleen op deze manier met vaste planten gewerktkan worden. Vakkennis kan immers door ervaring en scholingworden vergroot, en de beschikbare onderhoudstijd hangt afvan de prioriteit van deze post op de begroting. De keuze voorhet type beheer wordt niet overal hetzelfde gemaakt. Uit eenenquête, uitgevoerd door Hermy in 2008, bleek dat inVlaanderen ook klassieke plantenborders nog vrij veel wordentoegepast. Dit is te omschrijven als een zeer gedetailleerdevorm van een plantenmozaïek. Deze worden bijvoorbeeld opA-locaties aangetroffen, waar wat meer tijd voor het beheerwordt uitgetrokken. Deze beplantingen vergen flink wat kennisvan het onderhoud van de planten. Maar omdat het typeonderhoud erg lijkt op vasteplantenonderhoud in particulieretuinen, zijn er veel hoveniers die over de juiste kennisbeschikken.Mengbeplantingen en plantengemeenschappen worden inNederland nog weinig toegepast, maar komen bijvoorbeeld inDuitsland en Engeland wel regelmatig voor.Dit zijn dynamischebeplantingen die weinig onderhoud vergen. Maar voor eengoed beheer is wel veel ecologische plantenkennis vereist. Debeheerder moet bijvoorbeeld de zaailingen van alle plantenherkennen, zodat er tijdig ingegrepen kan worden als er éénsoort teveel gaat overheersen.Op dit moment trekken vanwegede economie maar weinig gemeenten ecologisch geschooldeonderhoudsmensen aan. Maar mengbeplanting en planten­gemeenschappen kunnen heel waardevol zijn als afwisselingvan sterk geordende vakken. Het is zeker de moeite waard om,waar mogelijk, ook met deze beplantingstypen teexperimenteren.Ontwerpen met vaste plantenMet vaste planten kan men in beplantingen vele kanten op,afhankelijk van het gestelde doel. Om een vasteplantenvakgoed te laten functioneren, moet niet alleen gelet worden opde soortkeuze, maar ook op de manier waarop de soortenworden neergezet en gecombineerd om plantvakken te vullen.Daarnaast is van belang dat het ontwerp de functie van het vakondersteunt.Ontwerpen op functieBij de eigenschappen van de planten (pagina 22) zijn verschillendezaken genoemd, die van belang zijn bij het ontwerpen van eenonderhoudsvriendelijk vasteplantenvak. De plant moet passenbij de locatie waarop deze staat, en bij het gebruik van de locatie.Ontwerpen op eindbeeld en onderhoudsgemakMet welke combinaties een vasteplantenvak gevuld gaatworden is meestal niet vrij te kiezen. Niet alleen moet rekeninggehouden worden met het budget, maar ook met het gewensteeindbeeld en met het beheer waarmee dat bereikt wordt.Als inhet eindbeeld een beperkte hoeveelheid onkruid is toegestaan,kan de bestrijding deels aan de natuurlijke concurrentie van devaste planten worden overgelaten.De praktijk is, dat het onderhoud vaak uitgevoerd wordt dooronervaren medewerkers, met een beperkte sortimentskennisen weinig tijd. De ontwerper kan het de onderhoudsploeggemakkelijk maken door de juiste keuze van plantensoorten encombinaties. Planten neerzetten in blokken van één soort, metduidelijke grenzen daartussen maakt het onderhoud eenvoudig.Combineer buurplanten die elkaar niet wegconcurreren, zodatin één oogopslag duidelijk is welke plant er hoort te staan.Combineer planten die of allemaal wel, of allemaal nietgeschoffeld kunnen worden. Dus planten met ondergrondseuitlopers kunnen wel gemengd worden met polvormigegroeiers, maar niet met planten met bovengrondse uitlopers.Neem vooral planten die ook in de winter bovengrondszichtbaar blijven, zodat de jonge scheuten in het voorjaar nietper ongeluk als onkruid verwijderd worden.Ontwerpfouten kunnen voor problemen zorgen.Zo heb ik een hoek die te krap is ontworpen,vooral voor vrachtwagens. Die rijden dan ook weleens een hoek van de borders kapotP.Verhoog, Unitleider afd. Groen, gemeente LeidenWerken tussen mooie planten in plaats vansaaie heesters wordt door de werknemers in hetgroene onderhoud gewaardeerd.Dhr. Meerbeek, groenbedrijf Presikhaaf
  16. 16. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n30 31MonobeplantingHet vak wordt gevuld met slechts één soort, bij voorkeur eenlang bloeiende soort of plant met sierwaarde van blad enbloem. Dit wordt vaak toegepast in kleine vakken enbijvoorbeeld bij randbeplanting. Als er meerdere monoblokkennaast elkaar worden gezet, is de grens daartussen scherp.Daardoor is bij het onderhoud heel gemakkelijk te zien watwaar hoort te staan. Grote monoblokken kunnen veeluitstraling hebben, en passen goed bij strakke architectuur.Onderhoudsbehoefte: matig, wel soortafhankelijkKennisbehoefte: zeer laagBodembedekker met accentplantenIn een vak met een bodembedekker worden losse hogere plantenvan een polvormig groeiende soort gezet. Hiervoor wordt ookvaak een bolgewas of een heester gebruikt. Soms worden vakkenvan verschillende bodembedekkers naast elkaar neergezet, aldan niet met dezelfde accentplant. In dit iets speelsere conceptworden de grenslijnen tussen de vakken minder scherp getrokkendanineenmonobeplanting.Maarhetiswelbijnaeveneenvoudigte onderhouden en geeft een iets natuurlijker uitstraling.Onderhoudsbehoefte: laagKennisniveau: laagGrote groepenBestaat uit meerdere grote blokken van elk één soort naastelkaar, behalve met de vulling van elk blok wordt ook met devorm en combinatie van de blokken een esthetisch doelnagestreefd. De blokken kunnen allerlei vormen hebben, ooklijnvormig. De grenzen tussen de blokken zijn vrij strak, al is hetniet erg als buurplanten enigszins door elkaar weven. Dit typebeplanting is heel geschikt voor het vullen van grote vlakken,en wordt dan ook vaak in parken of op tuinshows gebruikt.Onderhoudsbehoefte: laagKennisniveau: laagPlantenmozaïekDit bestaat uit kleine vakjes (1-2 m2) van elk één soort, die alspuzzelstukken tegen elkaar aan worden gelegd. Sommigesoorten komen meerdere keren voor, en de grenzen tussen devakjes zijn meestal niet scherp. Het door elkaar weven van deplanten wordt soms bewust toegestaan. Het is eenvereenvoudigde versie van een klassieke vasteplantenborder,met minder soorten en grotere vakjes van elke individuelesoort.Onderhoudsbehoefte: laagKennisniveau: middelhoogMengbeplantingBij dit type beplanting worden meerdere soorten doorelkaar gebruikt, die als percentage van het mengsel wordenaangegeven. Ze worden niet op vaste plaatsen neergezet,maar willekeurig over de beschikbare ruimte verdeeld.Planten die op den duur verdwijnen, dominanter worden ofop een andere plaats in het vak gaan groeien wordengetolereerd.Onderhoudsbehoefte: laagKennisniveau: middelhoogPlantengemeenschapDit is een natuurlijk ogende verzameling planten (vaste planten eneenjarigen), waarbij elke plant zijn eigen plaats zoekt. Er wordenplanten gecombineerd met dezelfde standplaatseisen, alleen in­heemse soorten of gecombineerd met exoten.Voor het samenstel­len van combinaties wordt vaak de indeling op “Lebensbereiche”van Hansen en Stahl gebruikt (zie literatuurlijst). Een in Nederlandvoorkomend voorbeeld hiervan is een ingezaaid kruidenrijk gras­land. Vooral geschikt voor grote groenelementen waar statischebegroeiing geen vereiste is.Onderhoudsbehoefte: laagKennisniveau: hoog
  17. 17. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n32 33Het belang van een grondige onkruidbestrijding vooraf kan nietgenoeg benadrukt worden. De aanwezigheid van wortel­onkruiden als riet, brandnetel of zevenblad kan de aanleg vaneen succesvol vasteplantenvak zelfs onmogelijk maken. Maar alser minder of minder agressieve onkruiden staan, dan kan menhet vak door een goede bestrijding geschikt maken. Meestalwordt een nieuw vak alleen gespit. Bij veel onkruid kan hetworden diepgespit, of - als dat is toegestaan in de gemeente -chemisch bestreden. Als extreme maatregel bij zeer slechtegrond of erg hoge onkruiddruk kan de grond in het vak doorschone grond vervangen worden. Dit is echter zelden nodig. Kiesin dat geval liefst voor grond met 5-5,5% humus en een pH van5 tot 5,5, daarop zullen veel vaste planten het goed doen.Extra compost of ander humusrijk materiaal door de grondwerken is in de praktijk op veel plaatsen gunstig. In plaats vancompost wordt ook wormenmest of mollenmest gebruikt, ofchampost met turf. Elke beheerder lijkt hierin zijn eigenvoorkeur te hebben. Het opgebrachte materiaal moet echterwel doorgemengd worden, en niet in het plantgat wordengegeven. Bij GFT-compost moet het zoutgehalte in de gatenworden gehouden. Overdrijf de hoeveelheid opgebrachtemeststoffen niet. Dit jaagt de groei van de planten teveel op,waardoor ze slap worden en geen goed wortelgestelontwikkelen. De humus voor een goede bodemstructuur isminstens zo belangrijk als de voedingsstoffen.In plantvakken in de schaduw onder oudere bomen is hethumusgehalte van de grond vaak al geschikt voor vaste planten.Veel soorten slaan dan beter aan als de grond niet te veelverstoord wordt door bewerkingen. Dit kan echter niet altijd.Soms zit de grond vol boomwortels of is er nauwelijks eenhumuslaag, door het gebruik van bladblazers.PlanttijdstipGebruikelijk is het vroege voorjaar. Er kan echter ook in juniworden geplant, nadat de opgekomen onkruiden verwijderdzijn. In juni is watergeven na het planten wel vaker noodzakelijkdan in maart-april. Containerplanten kunnen ook later in hetjaar nog geplant worden - dat kan jaarrond mits het niet vriest.De kans is dan wel groot dat de beplanting dat jaar niet sluitvoor de winter invalt.Vasteplantenvakken aanleggenEr is een aantrekkelijk ontwerp gemaakt en een geschikteplantenlijst samengesteld, maar hoe gaat dat plantenvak nu eensucces worden? Het goed aanleggen van een vasteplantenvak isessentieel voor het functioneren ervan. Alleen als daar zorg aanwordt besteed, kan het onderhoud in de jaren erna laag zijn.PlantvakvoorbereidingDe basis van elk vak is het voorbereiden van de bodem.Als hetgoed is, is dit immers de laatste keer in de komende 8-10 jaardat er een bodembewerking zal worden uitgevoerd.De volgende problemen kunnen voorkomen:Probleem MaatregelSlechte ontwateringDoorbreek storende bodemlagen, bezanding zware grond, verhoog humusgehaltemet compostLage vruchtbaarheidCompost door de grond werken, langzaamwerkende meststof met niet te hogeN-waardeErg lage pH Bekalken, maar beter is zuurminnende planten te kiezen.Veel wortelonkruiden Rigoureus bestrijden, anders geen vaste planten neerzetten.Veel zaadonkruidenVals zaaibed (*) maken, daarna planten. Goede bodembedekkers concurrerenzaadonkruiden daarna wel weg.Aaltjes in de bodemEerst een zomer Tagetes (afrikaantje) in het vak zaaien, daarna vaste planten zetten.Bij wortellesieaaltjes eventueel Helenium als vaste plant kiezen.Dichte omringende beplantingSnoeien, om de vaste planten bij aanslag minder concurrentie om water en licht tegevenBouwpuin in de grondKan voor vaste planten geen kwaad, maar het is wel voorlopig de laatste gelegen­heid om het weg te kunnen halenSterk verstoorde grond (nieuwbouwlocatie)Bij voorkeur eerst een jaar braak of eenjarig bloemenmengsel inzaaien. Daarnaegaliseren, grondverbetering. Dan kunnen er vaste planten neergezet wordenLaagliggend vakZorg dat de grond in het vak 5 cm hoger ligt dan de bestrating ernaast (leg het vakbol). Dat voorkomt problemen door vollopen van het vak met water enwater+strooizout.(*) Bij een vals zaaibed bewerkt men de grond, laat zaadonkruiden opkomen, en bewerkt de grond meteen daarna nog een keer, om dit onkruid kwijt te raken.Hierdoor neemt de zaadvoorraad van onkruid in de bodem af.
  18. 18. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n34 35Aantal per vierkante meterDit aantal moet overeenkomen met het gekozen doel,bijvoorbeeld: aan het eind van de zomer een gesloten gewas.Voor de meeste bodembedekkende planten is dat 10 plantenper m2, bij afwijkende plantgroottes en potmaten varieert hettussen 7 en 11 planten/m2. Meer dan dat is niet nodig, wantmet dit aantal kan er goed onkruid bestreden worden, en heeftelke plant voldoende ruimte om een goed wortelgestel tevormen. Bezuinig vooral niet op het plantaantal per m2, wanteen laat sluitend gewas levert nog jarenlang extraonkruidproblemen op. Zorg dat de planten egaal over hun vakverspreid worden, zonder verschillen in plantdichtheid.PlantmateriaalVoor vakbeplanting worden meestal planten uit een vierkante9-cm pot geleverd, of soms gescheurde landplanten uit devoedselarm is, groeit er weinig onkruid in. In Nederland is het nieterg gebruikelijk om een mulchlaag toe te passen in eenvasteplantenvak, maar het kan wel goed werken. De eenvoudigstemanier is om het geklepelde maaisel van de planten aan het eindvan de winter in het vak te laten liggen. Dit heeft maar beperkteffect,omdatdelaagdiktemoeilijktesturenisenomdatonkruidenen sporen van schimmels er juist door verspreid worden.Meteen na de aanplant kan een organische mulchlaag van5-10 cm houtsnippers of boomschors worden aangebracht. Dithelpt onkruid onderdrukken, zolang de beplanting nog nietgesloten is. Na een paar jaar is deze laag verteerd, maar danzijn de vaste planten zelf inmiddels voldoende dicht. Bij dezemulches moet op enkele zaken gelet worden:• pas ze alleen toe bij polvormige groeiers en planten metondergrondse uitlopers. Bovengrondse uitlopers kunnendoor een mulchlaag juist niet goed vastwortelen.• een mulchlaag is geen vervanging van het grondigverwijderen van wortelonkruiden bij de aanleg van het vak.Het is een hulpmiddel voor de tijd daarna.• vanwege het verteren van de mulchlaag moet watlangzaamwerkende N-meststof door de grond wordengemengd, om de C/N verhouding in de grond niet teverstoren.Er kan ook permanent worden gemulcht met anorganischmateriaal, zoals lava, grind of gravel. Dit gebruikt men inDuitsland vaker dan in Nederland. Voor diep wortelendeplanten kan dit goed werken, omdat er een zeer drogebovenlaag ontstaat, waarin zaadonkruiden slecht kiemen. Eenmulchlaag kan veel handmatige onkruidbestrijding besparen,en is daarom de moeite van het uitproberen waard.vollegrond. Voor een snelle sluiting kunnen eventueel grotereplanten gebruikt worden. Het is belangrijk dat de planten nalevering zo kort mogelijk boven de grond staan, dan drogen zeniet uit. Zorg dat ze voldoende vochtig geplant worden en naaanplant water krijgen. Op specifieke locaties, zoals groenedaken, worden ook wel voorbegroeide plantenmatten gebruikt,die net als graszoden uitgerold worden en dan meteen eengroen resultaat geven. Vaste planten kunnen ook gezaaidworden,maar alleen in vakken waarin onkruiden geen probleemzijn. Het wordt vooral toegepast bij plantenmengsels enkruidenrijke grasvegetaties.MulchlaagBij mulchen wordt de bodem tussen planten bedekt met een laagvan bijvoorbeeld hout- of schorssnippers (organische mulch), lavaof grind (anorganische mulch). Doordat deze laag droog enWanneer vaste planten droog uit de potkomen bij aflevering worden ze meteen afgekeurd engaan ze terug naar de kweker. Ze horen vochtig tezijn, dat bevordert het aanslaanK.Torn Broers,Accountmanager buitenruimte,Van de Haar Groep (aannemingsbedrijf in de buitenruimte)Bezuinigen op het aantal plantenper vierkante meter werkt niet. Je gaat tochook niet bezuinigen op het aantal tegels pervierkante meter bestrating?L. Lageschaar, vasteplantenkweker
  19. 19. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n36 37te houden, waarbij er per beurt maar weinig tijd nodig is.Voorhet weghalen van onkruid is wieden de aangewezen methode.Verstoor de grond zo min mogelijk, dus niet schoffelen.Bijmesten is lang niet altijd nodig - vooral niet op plaatsenwaar honden uitgelaten worden.Als het wel nodig is, dan is hetbeste moment als de bolgewassen en vroege voorjaarsbloeiersnet uitgebloeid zijn. Dat zorgt voor een snelle sluiting van hetvak.Elke paar jaar moet bekeken worden of bodemverbeterendemaatregelen herhaald moeten worden, zoals bezanden,bekalken, compost opbrengen of de mulchlaag vernieuwen. Ditis echter op lang niet alle locaties nodig.Groot onderhoudAls planten na een jaar of 3 nog steeds niet goed dichtgegroeidzijn, dan is er iets aan de hand. Of de plant was niet goed voorde locatie, of de locatie is te slecht, of het beheer was nietgoed.Als het aan de planten lag,dan kunnen ze beter vervangenworden door een goed aangepaste soort.Er zijn locaties waar al 30 jaar zonder onderbreking vasteplanten staan, maar meestal is groot onderhoud eerder nodig.Niet zozeer vanwege de planten, maar omdat de grond verzaktis, of omdat de straat of het park anders ingericht wordt. Omoptimaal te profiteren van het lage onderhoud van een goedfunctionerend vak, is het goed om het wel minimaal 8-10 jaarte laten staan. Soms is een beplanting door het vervangen vaneen deel van de planten weer op te frissen en actueel te maken.Daarvoor worden meestal nieuwe planten aangekocht. Voorhet zelf scheuren van planten uit oude vakken om ze elders tehergebruiken zijn de arbeidskosten meestal te hoog.OnderhoudNa aanplantKort na aanplant is het belangrijk dat de beplanting zo snelmogelijk dichtgroeit en onkruid gaat onderdrukken. Het kannodig zijn om de beplanting water te geven, vooral als ze naastbomen of heesters staan. Zolang het bladerdek niet gesloten ismoet er regelmatig onkruid bestreden worden. Tussen jongepolvormers en planten met ondergrondse uitlopers kangeschoffeld worden, al heeft schrepelen of wieden ook in ditstadium de voorkeur. Bij schoffelen wordt immers steeds degrond losgemaakt, waardoor onkruidzaden een gespreid bedjevinden. Tussen planten met bovengrondse uitlopers kan, als zeuit beginnen te lopen alleen gewied worden, anders groeien deuitlopers niet vast.Vervang planten die doodgaan snel, zodat ergeen gaten in de beplanting ontstaan. Met de juiste plant opde juiste plaats is het uitvalspercentage laag; in een plantvak inLeiden bijvoorbeeld 4%. Bij heesters wordt in het eerste jaarwel met 10-15% uitval rekening gehouden. Maar het kan ookbij vaste planten hoger zijn als het vak slecht voorbereid is,door vandalisme of diefstal.Jaarlijks onderhoudDe belangrijkste onderhoudshandeling aan de planten zelf isde voorjaarsschoonmaak: het verwijderen van de dorregewasresten aan het eind van de winter.Wintergroene plantenhoeven alleen gecontroleerd te worden. Bij planten zonderstevige oude stengels kan volstaan worden met uitharken vande overtollige gewasresten. Planten waarvan de gewasrestennog staan kunnen afgemaaid worden. Hiervoor kunnen allerleiapparaten worden ingezet: klepelmaaier, heggenmaaier,bosmaaier met mesblad of (bij dunne stengels) draadkop. Eenapparaat dat het maaisel verhakselt en terug in de beplantingbrengt heeft het voordeel, dat er geen maaisel hoeft te wordenafgevoerd. Alleen wanneer de beplanting de zomer ervoor ziekis geweest, is het beter om maaisel wel af te voeren. Bij alleapparaten moet erop gelet worden dat de maaihoogte goed is,zodat de groeipunten van de planten niet beschadigd worden.Het kan ook goed werken om de planten pas als ze netopgekomen zijn in april af te maaien. Na het maaien ziet het ereven kaal uit, maar het levert enkele weken later al een zeerdicht en compact groeiend plantenvak op.Planten die zich niet mogen uitzaaien kunnen naar keuze na debloei een tweede keer worden teruggeknipt. Dat heeft als extravoordeel dat ze beter gaan uitstoelen en soms een tweede keerbloeien. De meeste soorten hebben geen tweede maaibeurtnodig.Hoe vaak er per jaar onkruid en zwerfafval moet wordenweggehaald is afhankelijk van de locatie. Bij een goedfunctionerend vasteplantenbed zal alleen onkruid langs derand groeien. Midden in een gesloten vak kan meestal volstaanworden met het uittrekken van een enkele hoge onkruidplantdie zich tussen de planten door heeft gedrongen. In de praktijkblijkt het het efficiëntst te werken, om de vakken regelmatig bijAls je wat laat bent met maaien, en je doethet pas in april als de planten al weer bloeien, geeft dat nietsvoor de planten. Geef ze wat mest erbij en ze lijken 2-3 wekenlater wel te exploderen. Vergeet alleen niet de omwonendenin te lichten, want die waarderen dat afmaaien van debloemen niet.P.Verhoog, Unitleider afd. Groen, gemeente Leiden
  20. 20. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n38 39Deze cijfers geven een realistisch voorbeeld van wat men kanverwachten van de investeringen voor een gemiddeld vak metmoderne onderhoudsvriendelijke vaste planten. Maar in depraktijk zijn hierop natuurlijk allerlei varianten mogelijk meteen eigen kostenplaatje, afhankelijk van het gebruik, het beheeren het gewenste eindbeeld.In de berekening is uitgegaan van een plantlocatie die - afgezienvan onkruid - schoon is opgeleverd. In de praktijk moetmisschien eerst oude beplanting worden verwijderd of moet erpuin uit de grond worden gehaald.Op een A-locatie wordt misschien vaker zwerfvuil weggehaalden ook in latere jaren watergegeven bij droogte.Afhankelijk vande grondsoort is jaarlijkse bemesting niet altijd nodig.Wanneerhet maaisel wordt geklepeld en in het vak blijft liggen, vervalteen deel van de stortkosten. Ook kan door toepassing vanvaste planten het onderhoud aan andere groenelementenverminderen. Wanneer een hoge heesterbeplanting langs eentrottoir een rand van 1 m vaste planten ervoor krijgt, hoevende heesters minder vaak gesnoeid te worden, aangezien ze nietover het pad hangen. Ook is er minder inkijk en minder schadedoor inloop in het heestervak.Bomen lopen minder maaischadeop, als er een boomspiegelbeplanting wordt aangebracht.Vaak wordt gezegd dat vaste planten niet gebruikt kunnenworden, omdat ze te duur zijn. Bij onderhoudsvriendelijke vasteplanten is dat echter niet zo. In vergelijking met veelgebruiktealternatieve beplantingen zijn ze op de lange duur zelfsgoedkoper! Faber en Dikker hebben doorgerekend wat decumulatieve kosten over een periode van 10 jaar zijn van 100m2vaste planten en het alternatief dat meestal wordt gebruikt:lage sierheesters. De periode van 10 jaar is gekozen, omdatvasteplantenvakken in de praktijk ongeveer zo lang meegaan.Veel soorten kunnen zelfs langer blijven staan, maar het vakwordt dan meestal om andere redenen gerenoveerd. Deafschrijvingsduur voor heesters is gewoonlijk 15-20 jaar.De blauwe lijn in de grafiek zijn de vaste planten. De rode enroze lijn zijn het duurste en goedkoopste typesierheesterbeplanting dat werd doorgerekend. De groenestippellijn geeft de kosten van een gazon.Enkele verschillen zijn in deze grafiek goed te zien. Deinvestering voor de aanleg van vaste planten is groter dan dievoor sierheesters, en ook de onderhoudskosten in de eerstejaren zijn hoger. Maar de zeer lage onderhoudskosten van eenvolgroeid vasteplantenvak maken, dat de totale kosten over 10jaar zelfs lager uitkomen dan bij alle doorgerekendeheesterbeplantingen. Sommige handelingen komen zowel bijheesters als vaste planten voor, zoals zwerfvuil en onkruidverwijderen. Het grootste verschil in onderhoudskosten zithem in het snoeien van heesters: dit kost aardig wat tijd en ermoeten stortkosten betaald worden voor het snoeiafval. Hetmaaien van vaste planten - zeker als het maaisel geklepeldwordt - kost veel minder tijd en geeft geen of weinig afval.FinanciënHet is niet zo eenvoudig om een goed financieel overzicht tekrijgen van het werken met onderhoudsarme vaste planten.Bestaande reken- en beheerprogramma’s kennen dit typegroen vaak niet. Veel software kent alleen werkpakketten diegebaseerd zijn op kengetallen van het IMAG (een voorlopervan het CROW) over onderhoudsvriendelijke vaste planten, endie zijn sterk verouderd. Hopelijk nemen de leveranciers involgende versies van hun programma’s wel recente cijfers overdeze plantengroep mee.In 2009 hebben studenten van Hogeschool van Hall-Larensteinde cijfers uit huidige rekenprogramma’s vergeleken met gegevensdie zij verkregen uit interviews met ervaren bedrijven engemeentes. (Rapport Faber en Dikker, zie literatuurlijst).Samengevat kwamen zij tot de volgende posten op de begroting:Aanleg van een vak• onkruidbestrijding (4 methoden werden doorgerekend)• vak 30-35 cm diep spitten• compost aanschaffen, verspreiden en doorfrezen• aanschaf vaste planten• lossen en uitleggen vaste planten• inplanten vaste plantenOnderhoud 1ejaar vanaf aanleg• mechanische onkruidbestrijding (circa 5 x schoffelen,schrepelen of wieden kort na aanplant, latere beurtenbestaan uit wieden)• zwerfvuil verwijderen en afvoeren• water geven (noodzaak sterk afhankelijk van het weer en delocatie)• inboeten, opnemen en uitvoeren• stortkosten afvalOnderhoud 2ejaar• mechanische onkruidbestrijding (circa 2-3 x wieden)• zwerfvuil verwijderen en afvoeren• afmaaien loof met bosmaaier (eind maart/begin april)• verzamelen en laden maaisel• bijmesten• inboeten, opnemen en uitvoeren• stortkostenOnderhoud 3et/m 10ejaar, jaarlijks• mechanische onkruidbestrijding (circa 2x per jaar wieden)• zwerfvuil verwijderen en afvoeren• afmaaien loof met bosmaaier• verzamelen en laden maaisel• bijmesten• stortkostenBenodigde investering voor aanleg + onderhoud extensievevaste planten (Prijspeil 2009)kosten per 100 m2Aanleg (4 mogelijkheden)aanleg, chemische onkruidbestrijding € 1570.-aanleg, mechanische onkruidbestrijding € 1590.-aanleg, diepspitten t.b.v. onkruidbestrijding € 1590.-aanleg, vervangen grond t.b.v. onkruidbestrijding € 2790.-Onderhoudonderhoud 1ejaar € 510.-onderhoud 2ejaar € 250.-onderhoud 3et/m 10ejaar (jaarlijks) € 95.-subtotaal onderhoud € 1520.-Aanleg + onderhoud (over 10 jaar) € 3090,- / 4310,-400030002000100001 2 3 4 5 6 7 8 9 10TOTALE KOSTENkostenineuro’sjaren
  21. 21. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n40 41Een andere alternatieve beplanting is een gazon. In vergelijkingmet een vasteplantenvak is dit veel goedkoper in aanleg. Maardoor de vele maaibeurten per jaar, komt een gelijk oppervlakgazon na circa 7 jaar even duur uit als een vasteplantenvak, enwordt daarna zelfs duurder.Een vasteplantenvak vergt een wat hogere investering bij deaanleg dan heesters (circa 2700 versus 2300 €/100 m2) Dekosten van de aanleg van een vasteplantenvak zitten voorongeveer 40% in de aanschaf van plantmateriaal, 40% in hetplantklaar maken van het vak en voor 20% in het aanplantwerk.Het combineren van een bodembedekker met vasteaccentplanten is iets goedkoper dan de combinatie met hogebloembollen als accent, zowel in aanschaf als in onderhoud.Op sierwaarde is een vasteplantenbed te vergelijken met eenklassiek rozenperk of een wisselvak met perkgoed. De vasteplanten zijn echter flink goedkoper, omdat er maar één keerplantmateriaal hoeft te worden gekocht, er minder onkruidhoeft te worden weggehaald, en maaisel naar keuze in het vakkan blijven liggen.De cijfers voor vaste planten zijn gebaseerd op een gemiddeldevan wat er in de praktijk onder onderhoudsvriendelijke vasteplanten werd verstaan bij verschillende gemeentes. Maar deexperts melden dat het nog goedkoper kan. Bijvoorbeeld doorhet gebruik van een mulchlaag is men er al in geslaagd omvasteplantenvakken te maken, die in onderhoudskostenvergelijkbaar zijn met bos- en haagplantsoen.De financiën blijken dus helemaal geen struikelblok te hoevenzijn bij het toepassen van vaste planten. Het is een investeringdie op de lange duur net zo betaalbaar of zelfs goedkoper isdan de alternatieven, en vaste planten hebben een veel hogerebelevingswaarde voor de bewoners.Er moet hierbij wel één kanttekening geplaatst worden. Ditkostenplaatje is gebaseerd op beplantingen waarbij alles goedgaat. Het plantvak is goed voorbereid en de juiste plant staatop de juiste plaats. Maar correctie van fouten die hieringemaakt worden, is de factor die de kosten kan laten oplopen.Het hebben of inhuren van mensen met de juiste vakkennis isdaarom zeer belangrijk. Het is niet verstandig om op deaanlegkosten te bezuinigen. Te weinig planten per vierkantemeter zetten, of een probleem met de afwatering nietverhelpen levert gegarandeerd hogere kosten op in latere jaren.Omdat het lang duurt voor de aanloopkosten dooronderhoudsbesparing zijn gecompenseerd, is het belangrijk omcontinuïteit in de organisatie te hebben, vooral voor hetonderhoud. Dat is niet altijd mogelijk door de regels rondaanbestedingen, maar dan is het zaak dat een coördinator -vaakvandegemeente-zorgtvoorvoldoendekennisuitwisselingtussen de betrokken partijen.Met deze moderne onderhoudsvriendelijkevaste planten bespaar ik aanzienlijk oparbeidskosten, vergeleken met de vaste plantendie we vroeger gebruiktenP.Verhoog, Unitleider afd. Groen, gemeente LeidenWij gebruiken veel vaste planten als rand-beplanting langs heesters. Dat drukt het onderhoudvan de heesters en camoufleert onkruid en zwerfafval.Zo levert het combineren van vaste planten met anderebeheergroepen mogelijk een kostenbesparing opA. te Brake, medewerker Ruimtelijk Beheer (Cluster groen), gemeente Oost-Gelre41De aanleg van eenvasteplantenborder, plusde grondleverantie engrondbewerking isgespecialiseerd werk.Onze ervaring is, dat jedat binnen een civiel werkbeter aan een erkendhoveniersbedrijf kuntopdragen via een groen­bestek, dan dat hetmeegenomen wordt doorde civiele aannemer.P.Bliek, procesmanager Groen,Water enSpeelvoorzieningen gemeente Schiedam.40
  22. 22. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n42 43Starten met vaste plantenGemeentes die kleinschalig willen uitproberen of het werkenmet vaste planten wat voor hen is, zouden kunnen beginnenmet een bedrijf uit te zoeken om een rotonde of andere kleinezichtlocatie te beplanten. Een echte praktijksituatie, niet tegroot qua oppervlak, die door veel mensen bekeken wordt.Beoordeel de proeflocatie niet alleen in het eerste jaar.Bedrijven die een rotonde willen volplanten in ruil voor eenreclamebord zijn er genoeg, maar alleen bij vakkundigebedrijven functioneert de beplanting ook na een paar jaar nognaar wens. Als dit goed bevalt, komen allerlei andere plaatsenook in aanmerking voor beplanting. Om ervaring op te doen, ishet goed om met een beperkt aantal geschikte soorten tebeginnen. Geleidelijk kunnen steeds meer soorten wordenuitgeprobeerd, tot duidelijk is welk sortiment het op deplaatselijke grondsoort bij uitstek goed doet. Ook krijgt deonderhoudsploeg op deze manier de kans, om de fijne kneepjesvan het werken met deze planten te leren kennen.ContinuïteitVoor het goed werken met vaste planten is het belangrijk dater continuïteit in de organisatie is, voor een periode van zeker8 tot 10 jaar. Dit is het gemakkelijkst te realiseren voorgemeentes die bijvoorbeeld een eigen ontwerpafdeling, ofonderhoudsdienst hebben. Het kan ook geregeld worden, doorjarenlang met dezelfde bedrijven samen te werken voorontwerp, levering, aanleg en onderhoud. Voor die bedrijven ishet immers in hun eigen belang dat zij opgedane ervaringen uithet verleden gebruiken voor nieuwe beplantingen en vakkundigonderhoud.Vaste mensen zijn gewenst, maar dit is in de praktijk niet altijdte realiseren, vanwege de aanbestedingsprocedures. In datgeval is er voor gemeentes nog een manier om goed met vasteplanten te werken: het aanstellen van een coördinator. Dit iseen persoon (of afdeling) die de schakel is tussen alle betrokkenpartijen. Hij (of zij) praat met de bewoners en hetgemeentebestuur en stuurt ontwerp, aanleg en onderhoudaan.In dit geval is de coördinator de constante factor gedurendede levensduur van een vasteplantenvak. Leveranciers enonderhoudsploegen kunnen tussentijds wisselen, maar decoördinator kan ervoor zorgen dat ervaring niet verloren gaat.Het blijkt vooral erg nuttig te zijn, om de verschillendebetrokken partijen met elkaar in contact te brengen, om vanelkaars ervaringen te leren. Ook is het de moeite waard omkennis tussen gemeentes uit te wisselen. Een coördinator kande nodige basiskennis over vaste planten verkrijgen doorervaring, of in de vorm van cursussen en groene opleidingen.Maar nog belangrijker is, dat een coördinator zich betrokkenvoelt bij vaste planten, en bereid is zich er langdurig voor in tezetten.Als u specialisten in dienst heeft, vaste bedrijven inhuurt, ofeen coördinator aanstelt met animo voor vaste planten, is decontinuïteit gegarandeerd. Dan kan elke gemeente succesvolwerken met vaste planten in het openbaar groen.OrganisatieGemeentes moeten tegenwoordig met zeer veel rand­voorwaarden rekening houden bij het vormgeven van hetopenbaar groen. De ruimte - vooral financieel - om zelf teexperimenteren met een relatief onbekende groep als de vasteplanten is niet groot. Maar wie de roep om meer kleur envariatie vanuit de samenleving wil beantwoorden, kan juist inhet gebruik van vaste planten een oplossing vinden. Ze zijnimmers mooi, functioneel en betaalbaar, mits ze juist wordentoegepast. Daarvoor hebben gemeentes dan wel kant-en-klarekennis over geschikt sortiment en de correcte wijze vantoepassing nodig.Ontwerpbureaus, kwekers en groene onderhoudsbedrijvenproberen steeds meer een combinatie van planten, kennis endiensten te leveren. Die kennis wordt door de bedrijven zelfverzameld, maar ook door onderzoeksinstituten en het groeneonderwijs. Sommige bedrijven zijn goed op de hoogte van despecifieke problemen en werkmethoden in het openbaar groen,waardoor ze waardevolle samenwerkingspartners voorgemeentes zijn. Het blijkt goed te werken, als verschillendespecialisten vaker samenwerken en kennis combineren.Vasteplantenkwekers werken bijvoorbeeld samen met eenontwerper en met een hoveniersbedrijf dat het onderhouddoet. Op die manier kunnen zij gemeentes een totaalpakketbieden, dat ontwerp, aanleg en onderhoud omvat, tegen eenvan te voren overeengekomen tarief. De gemeente hoeft danalleen dan de randvoorwaarden - bijvoorbeeld in eenbeeldbestek - vast te leggen, en de bedrijvencombinatie levertde kennis van planten en onderhoud.KwaliteitMaar hoe zijn goede bedrijven te herkennen? Er is geenkeurmerk voor het werken met vaste planten in het openbaargroen. Een bedrijf met veel ervaring met vaste planten inparticuliere tuinen, is niet automatisch ook goed met vasteplanten in openbaar groen. Daarom is de beste methode ombedrijven met de juiste vakkennis te vinden: het bezoeken vanhun eerdere projecten. Openbare beplantingen van minstens 3jaar oud, die nog steeds functioneel, aantrekkelijk enonderhoudsarm zijn, zijn een goed bewijs van vakmanschap.Beoordeel vooral echte praktijklocaties, niet alleen eenvoorbeeldbeplanting op de kwekerij.Het geeft plezier in je werk,als je je vakkennis kunt gebruiken.P. Bliek, procesmanager Groen,Water en Speelvoorzieningen, gemeente Schiedam.
  23. 23. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n44 45Sortiment Met de planten die hieronder genoemd worden zijn goede ervaringen in het openbaar groen behaald.Niet alle planten kunnen overal; kies daarom steeds de juiste plant op de juiste plaats. Informeer bijleveranciers naar de beste cultivars uit deze geslachten en naar andere geschikt bevonden planten.Plantengeslacht Type Hoogte (cm) Bloemkleur Licht Water Grond Winterhardheid Strooizoutbestendigheid GebruikAlchemilla zode(b) 30-50 groen z, hs normaal, goede afwatering klei, zand goed matig vakkenAchillea zode(o) 25-70 wit, roze, geel z normaal tot droog zand, klei, liefst kalkrijk goed ? accent, mengselAnemone (herfstbloeiers) zode(o) 60-120 wit, roze hs vochtig, goede afwatering voedselrijk, humusrijk goed slecht vakkenArtemisia zone(o) 20-90 grijs z droog zand, kalkrijk goed ? vakken, randenAster ageratoides zode(o) 50-120 wit, lila z, (hs) normaal, goede afwatering zand, klei, veen goed vrij goed vakken, randenAstilbe chinensis zode(o) 20-60 paarsroze hs, (z) normaal tot nat voedselrijk, humusrijk, kleiig goed slecht vakkenBergenia zode(b) wintergroen 20-50 roze, wit z, hs, s normaal humusrijk goed ? mengsel, accentBrunnera zode(o) 20-50 blauw, wit hs normaal humusrijk goed vrij goed vakkenCarex morrowii pol wintergroen 40-50 groen hs, s normaal, goede afwatering humusrijk, liefst kleiig goed matig schaduwvakken, randenEpimedium zode(o) half wintergroen 25-40 wit, geel, roze hs, s normaal vochtig humusrijk, klei, zand goed of matig waarschijnlijk slecht schaduwvakken, randenEupatorium pol 120-200 wit, roze z, hs normaal, goede afwatering voedselrijk goed waarschijnlijk slecht accentGeranium zode(b) 25-60 wit, roze, paars z, hs, (s) normaal, goede afwatering bijna alle, ook voedselarm goed ? vakken, randenHemerocallis pol 40-80 geel, rood, roze z, hs normaal tot iets droog voedselrijk, o.a. (zware) klei, zand goed goed accent, mengsel, randenHosta pol 40-120 wit, paars hs, s normaal tot vrij nat humusrijk, klei, zand goed goed accent, schaduwvakkenHouttuynia zode(o) 20-40 wit z, hs normaal tot nat klei, zand goed ? vakkenKalimeris zode(o) 50-90 wit, paars z, hs normaal, goede afwatering alle goed ? vakkenLamium, Lamiastrum zode(o) wintergroen 10-25 wit, paars, geel hs normaal kalkrijk, voedselrijk goed ? schaduwvakken, mengselLiriope zode(o) 10-25 paars, wit z, hs, s normaal tot droog humusrijk goed ? randen, vakjesLuzula zode(o) 25-40 bruin hs, s normaal humusrijk goed ? schaduwvakkenMiscanthus pol 80-250 zilverwit z normaal voedselrijk goed matig accentNepeta zode(o) of pol 30-120 paars, wit z normaal tot droog, goede afwatering alle behalve zware klei goed goed vakken, randenPachysandra halfheester, zode(o+b), wintergroen 15-30 wit hs, s vochtig humusrijk goed slecht schaduwvakkenPersicaria amplexicaulis zode(o) 80-120 rozerood, wit z, hs vochtig tot nat voldoende voedselrijk goed ? vakkenRudbeckia zode(o) 50-80 geel z, hs normaal voldoende voedselrijk goed goed vakken, accent, randenSedum spectabile en verwanten pol 40-60 rozerood, wit z normaal tot droog, goede afwatering zand, klei met grind, laag humusgehalte goed matig vakken, accentSymphytum zode(o) 20-40 wit, roze, blauw hs, s normaal veel, liefst humeuze klei goed slecht vakkenTellima zode(o) 40-70 groen, roze hs, s normaal humusrijk goed goed schaduwvakkenVerbena bonariensis pol, zaait 90-120 paars z normaal tot droog voldoende voedselrijk matig matig accentVinca zode(b) wintergroen, halfheester 10-15 paars, roze, wit z, hs, s normaal tot droog humusrijk, klei goed ? schaduwvakken, mengselsWaldsteinia zode(o+b) wintergroen 15-30 geel hs, s normaal, goede afwatering humusrijk, ook voedselarm goed matig schaduwvakkenPlanttype:Zode(o) = zodevormer met ondergrondse uitlopersZode(b) = zodevormer met bovengrondse uitlopersPol = polvormer, groeit weinig of langzaam in de breedteLicht:Z = Volle zonHs = Halfschaduw, dus alleen ochtendzon of avondzon, of de hele dag in de lichte schaduw (van een transparante boomkroon).S = SchaduwBergeniaSedumGeraniumHemerocallis
  24. 24. Va s t e p l a n t e n i n o p e n b a a r g ro e n46 47Literatuur LinksFaber, M; Dikker N.C.V. (2009)Moderne extensieve vaste plantenAfstudeerverslag van Hall-Larenstein;als PDF verkrijgbaar op www.tuinenlandschap.nl(zie dossier “Vaste planten in openbaar groen”bij “Afstudeeronderzoek” en “Rekenprogramma”)Fiers, E.; Hermy, M (2009)Vaste planten voor openbaar groen in Vlaanderen:gebruik, aanbod, duurzaamheid en beplantingsconceptenOnderzoeksrapport in opdracht van Agentschap voor natuuren bos (Vlaamse Gemeenschap)Uitgevoerd door afdeling Bos, Natuur en Landschap(KU Leuven)Fuller, R.A. et al (2007)Psychological benefits of greenspace increase withbiodiversityBiology Letters (3) p. 390-394Hansen, R. Stahl, F. (1981)Die Stauden und ihre LebensbereicheUlmer, StuttgartHop, M.E.C.M. (2008)Vaste planten in Nederlands openbaar groen,extensief beheer in de praktijkPPO rapport nr. 425,Wageningen URRapport en PDF op te vragen via: www.ppo.wur.nl,“publicaties”,“rapporten bomen”, rapport 425.Hop, M.E.C.M. (2008)• Goede voorbereiding meer dan het halve werk. Tuin en Landschap 30(6). - p. 52 - 53• De tien meest betrouwbare soorten:vaste planten in het openbaar groen Tuin en Landschap 30 (9). - p. 12 - 14.• Effectief ontwerp met onkruidonderdrukkers:vaste planten in openbaar groen Tuin en Landschap 30 (11). - p. 36 - 38.• Bundel versnipperde plantenkennis in gemeentegroen Tuin en Landschap 30 (14). - p. 15 - 16.Hop, M.E.C.M. (2008)Openbaar groen vraagt om kleur van vaste plantenGroen: vakblad voor groen in stad en landschap 64 (6).p. 32 - 35.Dossier “Vaste planten in openbaar groen”op www.tuinenlandschap.nl, onder “Sortiment”.Eigenschappen van planten:www.tuinenlandschap.nl,zoek op “Tien vaste planten voor het openbaar groen”www.openbaargroen.be,kijk bij “Vaste planten”,“Vaste-plantenfiches”.www.plantscope.nlDatabase met plantgegevens en foto’s van sierteeltgewassenFuncties van planten:www.degroenestad.nlwww.groenendestad.nlAchillea Geranium Alchemilla Heuchera, Geranium Hosta Pachysandra Veronicastrum,Achillea
  25. 25. www.degroenestad.nlVaste planten maken hun comeback in het openbaar groen. Ze zijn nog netzo mooi en gevarieerd als vroeger, maar tegenwoordig ook functioneel enonderhoudsarm. Dit kan door het gebruik van in de praktijk uitgeteste soortenen een uitgekiende beheerwijze. Kies voor kleur in plaats van groen, en datvoor een zelfde of lager budget. Geen ruimte voor extra openbaar groen?Verbeter de leefbaarheid van steden door de kwaliteits­impuls van:onderhoudsarme vaste planten in het openbaar groen.

×