1 Ba T Pc Coppieters Ronald

  • 440 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
440
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
4
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1.  
  • 2. ADHD
    • Attention-Deficit / Hyperactivity Disorder.
    • Aandachtstekort met hyperactiviteit.
    • 4 Types onderscheidbaar:
      • Het gecombineerde type aandachtsstoornis en hyperactiviteit.
      • Het overwegend onoplettend type.
      • Het overwegend hyperactief-impulsieve type.
      • De niet anders omschreven vorm van aandachts- en hyperactiviteitsproblemen.
        • Vb. Pertinent faalangstgevoel, stemmingsstoornis, leermoeilijkheden, ... [Cverte P., 1999]
  • 3. DSM-IV Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
  • 4. Diagnostisch criteria (uit DSM-IV*)
    • Aandachtsproblemen:
      • Vaak niet goed op details letten.
      • Vaak moeite om aandacht bij een taak of spel te houden.
      • Vaak niet luisteren.
      • Moeite om instructies op te volgen.
      • Moeite om taken en activiteiten te organiseren.
      • Vaak dingen kwijt raken die ze nodig hebben.
      • Vaak afgeleid door uitwendige prikkels (vb. Vlieg op venster)
      • Vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden. [DSM-IV, 1994]
  • 5. Diagnostisch criteria (uit DSM-IV*)
    • Hyperactiviteit
      • Vaak onrustig bewegen (vb. Met stoel wiebelen)
      • Situaties rechtstaan waar wordt verwacht dat men blijft zitten.
      • Rondrennen in situaties waar het niet gepast is.
      • Moeite om zich rustig bezig te houden.
      • Vaak in volle actie zijn ‘alsof men aangedreven wordt door een motor’.
      • Vaak buitensporig veel praten. [DSM-IV, 1994]
  • 6. Diagnostisch criteria (uit DSM-IV*)
    • Impulsiviteit
      • Vaak het antwoord op vragen eruit gooien voor die vragen afgemaakt zijn.
      • Moeite hebben om zijn/haar beurt af te wachten.
      • Anderen vaak onderbreken of storen, in de rede vallen, zich bemoeien. [DSM-IV, 1994]
  • 7. Frequentie van voorkomen
    • 3% van de kinderen.
    • Aantal consultaties neemt jaarlijks toe.
      •  eerder door een verhoogde alertheid van scholen, ouders en begeleidingscentra dan in de richting van een stijging van de prevalentie.* [Cverte P., 1999]
    * Totaal aantal mensen met een ziekte, handicap of aandoening dat op een gegeven tijdstip in de bevolking aanwezig is; frequentie waarmee een bepaalde eigenschap in een bepaalde groep aanwezig is. [THESAURUSZORGENWELZIJN, 2008]
  • 8. Leeftijd
    • Op erg jonge leeftijd.
    • Het betreft hier vooral de 1 e graad (overgang kleuter-naar lager onderwijs) en het 5 e leerjaar lager onderwijs en ook het 1 e jaar secundair onderwijs [Cverte P., 1999]
    • Al voor het zevende levensjaar moet er al sprake zijn geweest van symptomen op het gebied van overbeweeglijkheid, impulsiviteit of gestoorde aandacht. [DSM-IV, 2008]
  • 9. Symptomen
    • ADHD-kinderen zelf zullen weinig hinder ondervinden van hun symptomen.
    • Innerlijke beleving kan geremd zijn.
    • Vooral omgeving die klachten aanbrengt.
      •  ‘ onhandelbaarheid’ en ‘slechte
      • resultaten’ [Cverte P., 1999]
  • 10. Behandeling
    • Medicatie
      • Rilatine
      • Tegretol
      • Cloridine (=bloeddrukverlagend middel) [Cverte P., 1999]
        • Rilatine & Tegretol: Ritalin vermindert de tekenen van hyperactiviteit zoals onoplettendheid, impulsief gedrag, verhoogde bewegingsdrift en verstoord sociaal gedrag. [HULPGIDS, 2003]
  • 11. Meer dan medicatie alleen
    • Gedragstherapeutische begeleiding
      •  moet goede anamnese* gebeuren
    • Hulp op school, opvang thuis zijn cruciaal.
    • Rustige omgeving creëren om te verhinderen dat het een leven gaat leiden met teveel negatieve ervaringen.
    * Voorgeschiedenis van een ziekte; wat de patiënt bij het onderzoek over het ontstaan van de ziekte, vroegere ziekten en dergelijke aan de arts kan meedelen. [THESAURUSZORENWELZIJN, 2008]
  • 12. ZIT STIL
    • Centrum ZitStil geeft informatie, vorming, training, ondersteuning en onderneemt maatschappelijke actie om alle personen die geconfronteerd worden met ADHD, optimaal te laten functioneren zodat de gevolgen van de ontwikkelingsstoornis maximaal beheerst kunnen worden. [ZIT STIL, 2008]
  • 13. Gebruikte bronnen
    • CVERLE P., ADHD : Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (Wat met psychische stoornissen op school, Caleidoscoop, 03-11-1999, p.30-35 artikel
    • THESAURUSZORGENWELZIJN, http://www.thesauruszorgenwelzijn.nl/ , 2 december 2008
    • HULPGIDS, Medicijnsoorten, http://www.hulpgids.nl/medicijnen/medicijnsoorten/ , augustus 2003
    • ZIT STIL, Centrum ZitStil , http://www.zitstil.be/ , 2 december 2008
    • DSM-IV, Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders , 1994