• Save
Veranderingen Bestuur Nederland
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share

Veranderingen Bestuur Nederland

  • 1,841 views
Uploaded on

Het bestuur van Nederland

Het bestuur van Nederland

More in: Education
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,841
On Slideshare
1,826
From Embeds
15
Number of Embeds
1

Actions

Shares
Downloads
0
Comments
0
Likes
0

Embeds 15

http://www.slideshare.net 15

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. Staatsinrichting van Nederland
  • 2. In 1813 wordt er besloten dat er een nieuw koninkrijk moet komen in de Lage Landen. Dit gebied wordt het ‘ koninkrijk der Nederlanden’
  • 3. Willem Frederik van Oranje Nassau wordt de nieuwe koning der Nederlanden
  • 4. Hij wordt koning van een constitutionele monarchie, een koninkrijk met een grondwet (alhoewel die grondwet in 1813 nog niet veel voorstelde).
  • 5. Willem I is ook opperbevelhebber van het leger en de vloot. Zijn bijnaam is ook wel ‘koning-koopman’ omdat hij een prachtig plan om zijn koninkrijk te doen opbloeien. De koloniën leveren grondstoffen. Deze worden verscheept door de Noordelijke Nederlanden. Vervolgens verwerkt door de fabrieken van de Zuidelijke Nederlanden Tenslotte verscheept en verkocht door de Noordelijke Nederlanden (het liefst aan de koloniën).
  • 6. In 1830 wordt België onafhankelijk. Dit was een grote aderlating voor het koninkrijk. België bezat ALLE industrie (dit was ook in de tussenliggende jaren daar verder uitgebreid). Terwijl de Noordelijke Nederlanden voornamelijk handelsschepen bezat.
  • 7. 1848: Invoering van het parlementaire stelsel (dus een volksvertegenwoordiging die door middel van verkiezingen gevormd wordt). Dit alles kon alleen samen met een nieuwe grondwet. Deze was geschreven door Thorbecke. Koning Willem II kon niet anders dan akkoord gaan maar wist er nog wel een voordeel uit te halen.
  • 8. Voor 1848 moesten ministers verantwoording afleggen aan de koning. Na 1848 hoeven zij dat niet meer aan de koning te doen maar moet dat aan het parlement. Dit noemt men ministeriele verantwoordelijkheid Omdat de koning nu buitenspel staat, krijgt deze in ruil daarvoor onschendbaarheid.
  • 9. Het census kiesrecht bracht niet zoveel veranderingen met zich mee. Alleen rijke mannen voldeden aan de eisen om te mogen stemmen. Hierdoor zaten altijd dezelfde ( liberale ) vertegenwoordigers in de Tweede Kamer (en dus nooit een vertegenwoordiger voor de arbeidersklasse).
  • 10. Respectievelijk in 1917 en 1919 krijgen mannen en vrouwen stemrecht. Vanaf dat moment is Nederland een parlementaire democratie geworden. Nederland is daarmee in naam een parlementaire constitutionele monarchie geworden (net als België, Luxemburg, Zweden, Noorwegen, Groot Brittannië en Spanje).
  • 11. In onze parlementaire, constitutionele monarchie kiest de bevolking om de vier jaar een nieuwe ‘volksvertegenwoordiging’. In Nederland noemen wij de volksvertegenwoordiging ook wel de Tweede Kamer . Daarnaast kiezen de burgers met stemrecht ook om de vier jaar de leden van de Provinciale Staten. Vanuit de Provinciale Staten worden de leden van de Eerste Kamer gekozen.
  • 12.   Verschil Tweede en Eerste Kamer stelt zich als regel terughoudend op kan een kabinet ten val brengen geen eigen medewerkers eigen medewerkers lidmaatschap is een bijbaan lidmaatschap is een hoofdfunctie vergadert 1 dag per week vergadert 3 a 4 dagen per week spreekt vrijwel alleen over wetsvoorstellen spreekt over alle beleidsonderwerpen mag alleen het eindresultaat beoordelen mag wetsvoorstellen wijzigen indirect gekozen rechtstreeks gekozen Eerste Kamer Tweede Kamer
  • 13.  
  • 14. In de Tweede Kamer zijn 150 zetels. Een zetel is een ander woord voor een stoel. Er zijn dus in totaal 150 stoelen (exclusief de stoelen van de ministers, voorzitter en notulisten). Je kunt niet met twee personen op één stoel zitten dus er is ook maar plek voor 150 mensen.
  • 15. De fabrikant: 'De vorige maand heb je vijf volle dagen vrij gehad om te bevallen, nou moet je al weer een dag weg om het jong onder den grond te stoppen, waar gaat het op die manier met mijn zaken heen?' Vanaf de 19e eeuw neemt de industrialisatie in Nederland sterk toe. De lagere klassen moeten heel hard en veel werken. Ze woonden in slechte huizen. Vaak hadden ze te weinig en ongezond eten. Er waren groepen die iets wilden doen aan het lot van de arbeiders, ook wel de sociale kwestie genoemd. Dat waren de socialisten.
  • 16. Wat wilden de socialisten vooral aanpakken? Kinderarbeid: Je ziet op de bovenstaande afbeelding hoe de kinderen massaal de mond van de fabriek ingejaagd worden. Ze gaan hun dood tegemoet. Voor veel gezinnen was het noodzakelijk dat hun kinderen in de fabriek werkten en op die manier voor wat extra geld zorgden.
  • 17. Lange werktijden: Op de afbeelding zie je een fabrieksdirecteur handenwringend kijken naar de arbeiders op de achtergrond. Deze arbeiders worden met zweepslagen aan het werkgehouden. Het kostte de fabrieksdirecteur geld wanneer de fabriek stil stond. Het was dus belangrijk dat mensen lange diensten draaiden en zo min mogelijk pauzes hadden. Dit betekende voor de arbeiders dat ze van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds in de fabrieken stonden. (En dat alles natuurlijk voor een zo laag mogelijk loon).
  • 18. Slechte arbeidsomstandigheden: De meeste arbeiders werkten onder zeer zware en smerige arbeidsomstandigheden. Het werk wat ze moesten doen was vaak loodzwaar en als je in de fabriek werkte was er ook geen frisse lucht of daglicht. Als je pech had werd je op de werkvloer ook nog geslagen wanneer je niet hard genoeg doorwerkt. Op de afbeelding zie je een arbeider die de treinen tegenhoudt. Deze afbeelding is van de spoorwegstaking in 1903.
  • 19.  
  • 20.  
  • 21. Confessie is een ander woord voor geloof De confessionelen vonden het geloof dus belangrijk voor de politiek (de Christen Unie is dus een confessionele partij). De katholieken en protestanten werkten samen om hun doel te bereiken: gelijkstelling van het openbaar en het bijzonder onderwijs. Op de afbeelding zie je een moeder die moeite heeft de juiste school voor haar kinderen te kiezen. Een Openbare school was gratis maar dan had ze nog steeds geen eten. Bij een Bijzondere school zou gratis brood krijgen maar moest ze de school betalen… 'Nou moedertje, je weet het wel goed, nietwaar? Stuur je ze naar de zondige 'openbare', dan is  de Hel onvermijdelijk het einde. Zend je ze echter naar onze broeder-school, dan beërf je den Hemel en .... nou ja.... en elke week een kop bruine boonen met twee roggebrooden.'
  • 22. De strijd van de confessionelen met de andere partijen (liberalen en socialisten) om de financiële gelijkstelling van het bijzonder en openbaar onderwijs noemt men ook wel de schoolstrijd. De confessionelen: “Het is oneerlijk dat bijzondere scholen, die soms nog beter zijn dan openbare scholen, geen cent van de overheid krijgen. Terwijl openbare scholen juist wel geld krijgen van de regering”. De socialisten en liberalen: “De overheid moet er alles aan doen om kerk en staat van elkaar gescheiden te houden. De overheid moet dus geen bijzondere scholen gaan betalen”.
  • 23. Pacificatie van 1917 In 1917 komt er een einde aan de schoolstrijd. Beide partijen, de confessionelen aan de ene kant en de liberalen en socialisten aan de andere kant werden alle twee tevreden gesteld. Ze hebben eigenlijk gewoon een deal gesloten met elkaar. Algemeen kiesrecht voor mannen : Vooral de socialisten hadden hiermee hun buit binnen. Vanaf 1917 mochten alle mannen stemmen. Vrouwen kregen voorlopig alleen passief kiesrecht. + Gelijkstelling openbaar en bijzonder onderwijs: De confessionelen kregen ook hun zin. Doordat er Algemeen kiesrecht kwam stemden de socialisten en liberalen ermee in om dan ook de gelijkstelling te regelen. Voor wat hoort wat. + Evenredige Vertegenwoordiging: In plaats van het ‘districtenstelsel’ een eerlijker systeem waarbij het aantal stemmen bepaald hoeveel zetels je krijgt in de Tweede Kamer.
  • 24.  
  • 25. Op de bovenstaande afbeelding zie je Alleta Jacobs in verschillende situaties afgebeeld. Linksboven schrijft zij haar brief om toegang tot een studie te krijgen. Rechtsonder: De Tweede Feministische Golf , waarbij vrouwen opkomen voor meer gelijkheid in de maatschappij. De abortuswet in 1981 was het einde van de Tweede Feministische Golf.
  • 26. In het schema hiernaast zie je de route die een wet moet doorlopen. Een Tweede Kamerlid komt met een wetsontwerp Een minister krijgt advies over het wetsontwerp en doet een wetsvoorstel Dit wordt behandeld door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer kijkt of het mag volgens de grondwet. Daarna moet de wet ondertekent worden om uitgevoerd te kunnen worden. De minister van Justitie tekent de wet ook omdat deze minister de wet moet handhaven (de politieagenten en rechters).
  • 27.