Your SlideShare is downloading. ×
 Geert Driessen & Hans van Gennip (2009) Tagging in het onderwijs
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Geert Driessen & Hans van Gennip (2009) Tagging in het onderwijs

852
views

Published on

Onderzoek naar het gebruik van tags in het onderwijs

Onderzoek naar het gebruik van tags in het onderwijs

Published in: Education

0 Comments
1 Like
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

No Downloads
Views
Total Views
852
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
1
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Het ITS maakt deel uit van de Radboud Universiteit Nijmegen‘Tagging’ in het Geert Driessen | Hans van Gennip Leraren en leerlingen helpenonderwijs zoeken op het web
  • 2. ‘Tagging’ in het onderwijsLeraren en leerlingen helpen zoeken op het webGeert Driessen | Hans van GennipJanuari 2009
  • 3. Dit onderzoek is in opdracht van Kennisnet SURFNet uitgevoerd en gefinancierd.De particuliere prijs van deze uitgave is € 8,-.Deze uitgave is te bestellen bij het ITS, 024 - 365 35 00.CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK DEN HAAGDriessen, Geert.‘Tagging’ in het onderwijs. Leraren en leerlingen helpen zoeken op het web / GeertDriessen & Hans van Gennip - Nijmegen: ITSISBN 978 - 90 - 5554 - 364 - 9NUR 840Projectnummer: 34000310© 2009 ITS / KennisnetUit deze uitgave mag niets worden verveelvoudigd (waaronder begrepen het opslaan in een geautomati-seerd gegevensbestand) of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, behoudens in geval de verveel-voudiging van de inhoud van deze uitgave plaatsvindt onder de licentie ‘naamsvermelding, niet-commercieel, geen afgeleide werken’ als gehanteerd door Creative Commons.Naamsvermelding – NietCommercieel – GeenAfgeleideWerken 2.5 Nederland.De gebruiker mag:• Het werk kopiëren, verspreiden, tonen en op- en uitvoeren onder de volgende voorwaarden: - Naamsvermelding. De gebruiker dient bij het werk de naam van Kennisnet te vermelden. - Niet-commercieel. De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken. - Geen Afgeleide werken. De gebruiker mag het werk niet bewerken.• Bij hergebruik of verspreiding dient de gebruiker de licentievoorwaarden van dit werk kenbaar te maken aan derden.• De gebruiker mag uitsluitend afstand doen van een of meerdere van deze voorwaarden met vooraf- gaande toestemming van Kennisnet.Het voorafgaande laat de wettelijke beperkingen op de intellectuele eigendomsrechten onverlet.
  • 4. Inhoud1 Achtergronden, vraagstelling en onderzoeksopzet 1 1.1 Achtergronden 1 1.2 Vraagstelling 2 1.3 Onderzoeksopzet 2 1.3.1 Literatuur/webstudie 2 1.3.2 Ontwikkeling gespreksleidraden 2 1.3.3 Gesprekken met leraren en leerlingen 5 1.3.4 Analyse en rapportage 5 1.4 Leeswijzer 62 Social tagging: een literatuur- en webverkenning 7 2.1 Inleiding 7 2.2 Toename informatie(beheer)bronnen 7 2.3 Voor- en nadelen social tagging 9 2.4 Naar meer uniformiteit en structuur 9 2.5 Verbetering van het systeem, scholing van gebruikers 11 2.6 Conclusies 123 Tagging in de onderwijspraktijk: ervaringen en wensen 13 3.1 Inleiding 13 3.2 ICT op de onderzochte scholen 13 3.3 Zoeken naar content op het web 15 3.3.1 Leraren 15 3.3.2 Leerlingen/studenten 16 3.4 Het gebruik van tags bij het zoeken naar content 16 3.4.1 Leraren 16 3.4.2 Leerlingen/studenten 17 3.5 Plaatsen van content op het web 17 3.5.1 Leraren 17 3.5.2 Leerlingen/studenten 19 3.6 Het toevoegen van tags bij het plaatsen op het web 19 3.6.1 Leraren 19 3.6.2 Leerlingen/studenten 20
  • 5. 3.7 Verplichtingen en afspraken bij het toevoegen van tags 21 3.7.1 Leraren 21 3.7.2 Leerlingen/studenten 22 3.8 Verbetering van het systeem 23 3.8.1 Leraren 23 3.8.2 Leerlingen/studenten 25 3.9 Scholing van de gebruikers 25 3.9.1 Leraren 26 3.9.2 Leerlingen/studenten 26 3.10 Tagging in een ruimere onderwijscontext 274 Conclusies en aanbevelingen 29 4.1 Inleiding 29 4.2 Samenvatting en conclusies 29 4.3 Verleiden: beïnvloedbare factoren 31 4.4 Aanbevelingen 33Referenties 35Bijlagen 37Geraadpleegde websites 39Figuren 41Tags volgens Wordle 68Tags volgens TagCrowd 69
  • 6. 1 Achtergronden, vraagstelling en onderzoeksopzet1.1 AchtergrondenIn het onderwijs neemt het inter- en intranet een steeds prominentere plaats in. Op eengroeiend aantal scholen zijn leraren en leerlingen al continu via hun eigen (mi-ni)laptop online om leermateriaal te raadplegen, bestanden uit te wisselen en informa-tie te delen. Deels gebeurt dat binnen het eigen, besloten communicatieplatform, deelsbinnen het openbare, voor iedereen toegankelijke web.De exponentiële groei van uiteenlopende soorten informatie op het web is er de oor-zaak van dat gebruikers vaak door de bomen het bos niet meer zien. Teneinde hetzoeken te vergemakkelijken zijn er allerlei applicaties (in casu zoekmachines) ont-wikkeld die enige steun kunnen bieden, de bekendste is waarschijnlijk wel Google.Via het gebruik van zoektermen (Engels: ‘tags’) gaan leraren en leerlingen op zoeknaar de informatie die ze nodig hebben. In hoeverre ze daarbij succesvol zijn, zowelin termen van efficiënte als effectiviteit, hangt enerzijds af van hun (eigen) bedreven-heid in het bedenken en inzetten van (combinaties van) zoektermen. Anderzijds zijnze echter ook afhankelijk van de wijze waarop het materiaal waarnaar ze op zoek zijnop het web is opgeslagen en of er door degenen die het geplaatst hebben ook socialemetadata in de vorm van tags zijn toegevoegd. Toegepast op de onderwijspraktijkbetekent dit dus dat leraren en leerlingen zowel een belangrijke rol spelen als gebrui-ker, maar ook als leverancier van tags. Onderzoek heeft laten zien dat dergelijkemetadata in de praktijk als zeer nuttig worden ervaren (Grootveld, 2008). Met nameleraren basis- en voortgezet onderwijs geven aan het op prijs te stellen adequaat teworden ondersteund in hun zoektocht naar digitale leermaterialen. Zoals opgemerkt,veronderstelt zoeken met behulp van tags plaatsen van tags. Dit laatste vindt voor-alsnog echter nog vrij weinig plaats.Gegeven het belang van het gebruik van tags bij het zoeken naar informatie op hetweb heeft de Stichting Kennisnet het ITS daarom verzocht een kwalitatief onderzoekte verrichten naar de mogelijkheden die er zijn om gebruikers te verleiden tot hetplaatsen van tags. Hierna gaan we in op de wijze waarop dit onderzoek is opgezet enuitgevoerd.11 Op sommige punten is bij de uitvoering van het onderzoek onder meer ten gevolge van voortschrijdend inzicht afgeweken van de oorspronkelijk voorgestelde opzet. In het voorliggende verslag rapporteren we over de uiteindelijke uitvoering. ‘Tagging’ in het onderwijs 1
  • 7. 1.2 VraagstellingDe centrale onderzoeksvraag luidt: ‘Hoe maak je het gebruikers zo gemakkelijk,aantrekkelijk en simpel mogelijk om tags te plaatsen?’ Hierbij geldt dat gebruikersdienen te worden verleid door de gebruikersinterface. Een nadere uitwerking van dezevraag leidt tot de volgende deelvragen:1. Hoe past tagging in de workflow van de doelgroep?2. Hoe kan de kwaliteit positief beïnvloed worden?3. Welke representatie spreekt de doelgroep het meeste aan?Het onderzoek richt zich op leraren en leerlingen/studenten op drie onderwijsniveaus:het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. De lerarenbasis- en voortgezet onderwijs staan daarbij centraal.1.3 OnderzoeksopzetHet onderzoek is kwalitatief van aard en heeft een ontwikkelingsgericht karakter. Devolgende op elkaar voortbouwende fasen kunnen worden onderscheiden:1. literatuur/webstudie;2. ontwikkeling gespreksleidraden;3. gesprekken met leraren en leerlingen;4. analyse en rapportage.Deze activiteiten worden hierna uitgewerkt.1.3.1 Literatuur/webstudieVoor een eerste inventarisatie van factoren die het gebruik van tagging kunnen beïn-vloeden, is een summiere literatuurstudie verricht en heeft een verkenning plaatsge-vonden van websites die werken met tags.1.3.2 Ontwikkeling gespreksleidradenDe literatuurstudie mondde uit in een opzet en leidraden voor de gesprekken metleraren en met leerlingen. In het onderzoek gaat het om het verleiden van makers ofgebruikers om tags te plaatsen bij ‘content’ op het web; aangezien het enige disciplineen moeite vereist om dergelijke sleutelwoorden toe te voegen zal dat niet altijd van-zelfsprekend zijn.2 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 8. Uit de onderzoeksliteratuur zijn factoren bekend die bepalen of mensen ICT gaangebruiken. Het gepercipieerde nut en de ervaren voordelen van ICT blijken doorslag-gevend te zijn om leraren te verlokken tot het gebruik van de computer in hun onder-wijs. Het gebruik van innovatieve technologieën in het onderwijs blijkt vooral geba-seerd te zijn op de directe relevantie ervan voor de dagelijkse organisatie enactiviteiten van leraren en leerlingen (Mooij, 2007, 2008; Van Gennip, Van Rens &Mooij, 2008). Collis & Moonen (2001) stellen in hun zogenoemde 4 E-model dat dekans dat iemand gebruik gaat maken van een nieuwe technologie afhankelijk is van:• de omgeving (‘the Environmental context’),• de perceptie van de effectiviteit (‘the individual’s perception of educational Effec- tiveness’);• het gebruiksgemak (‘Ease of use’);• de persoonlijke betrokkenheid bij de technologie (‘sense of personal Engagement with the technology’).Dit 4 E-model kan ook diensten bewijzen om de factoren op het spoor te komen dievan invloed zijn op de actiebereidheid van leraren en leerlingen om tags te plaatsenbij content. Binnen de categorie ‘omgeving’ maken we onderscheid in de ICT-omgeving en de schoolomgeving. Bij ICT-omgeving valt vooral te denken aan deinterface waarmee tags worden geplaatst en waarmee kan worden gezocht. Het gaathier om de kenmerken van websites die in de praktijk het daadwerkelijk plaatsen ofgebruik van tagging bevorderen (Clark & Estes, 1999). Bij de schoolomgeving gaathet onder meer over het belang voor de individuele persoon in zijn of haar rol alsleraar of leerling en de inrichting van onderwijsleerprocessen. Voor de categorieën‘perceptie van effectiviteit’ en ‘gebruiksgemak’ is het zinvol onderscheid te makentussen twee perspectieven, enerzijds het gebruik van tags die de handvatten biedenom doelgericht te kunnen zoeken en anderzijds de activiteiten om tags te kunnenplaatsen. Essentieel hierbij zijn kenmerken die de dagelijkse praktijk van het werkenvan leraren met leerlingen faciliteren (Blumenfeld, Fishman, Krajcik, Marx & Solo-way, 2000) en die tevens de organisatie van meer individuele of kleine groepsgerichteleerprocessen ondersteunen (Gustafson, 2002).We nemen de vier categorieën van het 4 E-model als vertrekpunt om factoren op hetspoor te komen die het gedrag van leraren en leerlingen beïnvloeden met betrekkingtot het plaatsen van tags. Voor leerlingen kan de mix van te beïnvloeden factoren eranders uitzien dan voor leraren, gezien hun andere belangen en rol in het onderwijs-leerproces. Daarom hebben we aangepaste leidraden voor leraren en voor leerlingenontwikkeld; de gesprekken zijn ook per respondentcategorie afzonderlijk gevoerd. Degespreksleidraden zijn in de vorm van PowerPoint-presentaties gegoten; deze bevat-ten afwisselend voorbeelden van websites en applicaties en vragen. ‘Tagging’ in het onderwijs 3
  • 9. In Tabel 1 presenteren we op basis van het 4 E-model en een literatuurverkenning(Van Gennip, Mooij & Polman, 2008) een overzicht van mogelijk relevante factorenbij het zoeken met tags en plaatsen van tags.Tabel 1 - Mogelijk relevante factoren waarmee leraren en leerlingen te verleiden zijnom tags te gebruiken Aspecten Mogelijk te beïnvloeden factorenOmgeving ICT- • Gebruikte applicatie / website voor tagging.(Environment) omgeving • Functionaliteiten van de gebruikersinterface. • Representatie (content, tags) op de gebruikersinterface. School- • Onderwijskundige kenmerken en visie van de school. omgeving • Normen en gedragsregels in de groep (‘je past tags gewoon toe’). • Inrichting van het onderwijsleerproces (flexibel, geïndividuali- seerd).Perceptie van Bij zoeken • Werkt het voor mezelf? Werkt het voor anderen?effectiviteit van • Gaat het zoeken snel?(Effectiveness) content • Is er een waardering / rating van het leermateriaal? • Wordt het gewenste resultaat gevonden? Bij plaatsen • Voegen tags inhoudelijk iets toe? Toegevoegde waarde voor van tags anderen? • Weegt de inspanning op tegen de baten?Gemak in het Bij zoeken • Welke tags (beschrijvend, inhoudelijk) zijn onmisbaar voor hetgebruik van content vinden van digitaal leermateriaal?(Ease of use) • Zijn de tags intuïtief duidelijk voor degene die zoekt? • Procedures bij het zoeken? • Hoeveel tijd kost het zoeken? Ervaren tijdwinst. Bijplaatsen van • Past het in workflow van leraren en leerlingen? Procedures bij het tags plaatsen van tags. • Is de representatie van tags handig? • Te gebruiken varianten van tags: vrije, informele tags; gecontro- leerde vocabulaire, automatisch gegenereerde tags; vaste metada- ta. • Is er verschil in soort content (muziek, video, leermiddel)? • Gemak waarmee de content zelf inhoudelijk te typeren is (moei- lijkheidsgraad, eenduidigheid, kwaliteit inhoud).Betrokkenheid • Houding ten opzichte van ICT.bij de technolo- • Eerdere ervaring met tagging.gie (Engage- • Houding om content te delen of juist af te schermen.ment) • Betrokkenheid bij toekomstige gebruikers van content. • Is er een match tussen de houding en betrokkenheid van leerlin- gen met die van de leraar?4 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 10. 1.3.3 Gesprekken met leraren en leerlingenOm te achterhalen hoe leraren en leerlingen zijn te verleiden tot het plaatsen van tags,zijn gesprekken met hen zijn gevoerd. Oorspronkelijk had de opdrachtgever als res-pondenten de zogenoemde breedbandscholen in gedachte, dat wil zeggen scholen dieeen voortrekkersrol spelen bij de ontwikkeling en disseminatie van nieuwe breed-bandtoepassingen. Pogingen van de opdrachtgever om deze scholen tot medewerkingte bewegen, hadden echter geen resultaat. Om die reden heeft het ITS uiteindelijk zelfscholen uit haar eigen netwerk gerekruteerd. Bij dit kwalitatieve onderzoek is geenrepresentativiteit nagestreefd; het gaat er immers om in kaart te brengen welke facto-ren ter zake doen. Bij de selectie van leraren en leerlingen is daarom variatie in hetgebruik van internet en tagging in de dagelijkse workflow relevant. Kenmerkenwaarmee zoveel mogelijk rekening is gehouden bij de selectie waren: onderwijsni-veau (basisonderwijs, voortgezet onderwijs, mbo in casu roc); sekse (man-vrouw,jongen-meisje); onderwijstype VO (vmbo-havo-vwo).Er zijn zowel individuele dieptegesprekken met leraren (4) als groepsgesprekken metleraren en met leerlingen (11) gevoerd. De informatie die werd verkregen via dedieptegesprekken is ook gebruikt om de gespreksleidraad voor de groepsgesprekkenbij te stellen. De dieptegesprekken duurden tot twee uur, de groepsgesprekken driekwartier tot een uur. In totaal hebben er 15 sessies plaatsgevonden en is er met 53personen gesproken (20 leraren en 33 leerlingen) van 10 schoollocaties (2 basisscho-len, 6 VO-scholen en 2 roc’s).Tijdens de gesprekken zijn de gespreksleidraden in de vorm van PowerPoint-presentaties aan de respondenten getoond (via laptop, pc en/of beamer). Daarbij isingegaan op het wat, hoe, waarom, en het gepercipieerde nut van tagging. In de pre-sentatie waren ook concrete varianten van tags en procedures voor het plaatsen vantags opgenomen, waarbij de gespreksdeelnemers om een oordeel is gevraagd (kwali-teit, aantrekkelijkheid, gemak). Er is geïnformeerd naar de ervaring die leraren enleerlingen al hebben met tags, hoe ze daarbij al dan niet te werk gaan en wat hunblokkades zijn. Verder is ingegaan op (de kenmerken van) de websites die men in deschool gebruikt voor tagging, en welke voorstellen voor verbetering men daarbij heeft(Wilson, 1999).1.3.4 Analyse en rapportageVan elk individueel en groepsgesprek is een beknopt werkverslag gemaakt. Vervol-gens is op basis van deze verslagen een antwoord gegeven op de drie inhoudelijkeonderzoeksvragen: 1. Hoe past taggen in de workflow van onze doelgroep? 2. Hoe ‘Tagging’ in het onderwijs 5
  • 11. kan de kwaliteit positief beïnvloed worden? 3. Welke representatie spreekt de doel-groep het meeste aan?). Deze antwoorden leidden tot concrete aanbevelingen overhoe leraren en leerlingen te triggeren zijn om tags te gebruiken.1.4 LeeswijzerHierna volgen nog drie hoofdstukken. In hoofdstuk 2 geven we allereerst een samen-vatting van de resultaten van de verkennende literatuurstudie en websearch. InHoofdstuk 3 presenteren we vervolgens de resultaten van het onderzoek onder lerarenen leerlingen. Het rapport wordt qua verslaglegging afgesloten met hoofdstuk 4,waarin de belangrijkste conclusies worden getrokken en enkele aanbevelingen wor-den gedaan.In het rapport wordt voortdurend verwezen naar webpagina’s (zoekmachines, socialsites, applicaties). Om het leesproces niet te zeer te verstoren zijn screenshots vandeze sites niet in de tekst zelf, maar op het eind van het rapport in een bijlage bijelkaar geplaatst.Voor het onderzoek is een groot aantal websites geraadpleegd. In de bijlage hebbenwe voor het merendeel van deze sites de links bij elkaar gezet.Het onderzoek richt zich op tagging. Het spreekt voor zich dat we dan ook de belang-rijkste tags van de voorliggende rapportage vermelden. We hebben daarvoor gebruikgemaakt van tag clouds (zie hoofdstuk 2). In de laatste bijlage presenteren we afslui-tend de tags die door twee tag cloud applicaties met als input de inhoud van dit rap-port zijn gegenereerd.6 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 12. 2 Social tagging: een literatuur- en webverkenning2.1 InleidingIn dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van een literatuur- en webverkenningrond het onderwerp ‘social bookmarking’ en ‘social tagging’. We gaan kort in op deachtergronden van het taggen, de voor- en nadelen van social tagging, de behoefteaan meer structuur en efficiëntie bij het zoeken op het web en de pogingen om daarlangs twee lijnen een bijdrage aan te leveren.De ontwikkelingen op het internet vinden in een ongekend tempo plaats. Deze litera-tuur/webstudie is uitgevoerd in de herfst van 2008. Na voltooiing ervan enkele maan-den later merkten we dat een aantal sites en tools met name wat betreft het taggen alweer veranderd waren. Hetgeen hier beschreven is betreft dus een momentopname.In dit en het volgende hoofdstuk illustreren we ons betoog regelmatig met voorbeel-den van sites/programma’s in de vorm van screenshots. Ter wille van de leesbaarheidhebben we deze figuren in een bijlage bij elkaar gezet. De figuren die onderdeel uit-maakten van de gespreksleidraad/PowerPoint-presentatie zijn met een asterisk ge-markeerd.2.2 Toename informatie(beheer)bronnenDe hoeveelheid informatiebronnen (zoals documenten, foto’s, films, muziek) - en dusonderwijs/leermateriaal - op internet groeit exponentieel. Om hier enige structuur inaan te brengen en het zoeken te vergemakkelijken, wordt via twee lijnen gewerkt.Traditioneel worden vaak metadata in de HTML-code op een webpagina opgenomen.Dit betreft beschrijvende karakteristieken (bijvoorbeeld auteur, onderwerp, inhoud)die door experts (bijvoorbeeld bibliothecarissen) volgens een vast protocol wordentoegekend, in casu geclassificeerd. Via dergelijke metadata kunnen zoekmachinesefficiënter naar informatie zoeken. Een belangrijk nadeel van deze vrij formele bena-dering is dat degenen die de metadata toevoegen vaak geen inhoudelijke experts zijn.Vandaar dat er de laatste jaren steeds meer door gebruikers zelf descriptoren (ofwel‘tags’) aan informatiebronnen en webpagina’s worden toegevoegd. Deze informele,bottom-up benadering geeft gebruikers alle vrijheid in het bedenken van tags. Omdatdeze gebruikers vaak zelf (inhoudelijke) experts zijn, leidt dat in principe tot betere ‘Tagging’ in het onderwijs 7
  • 13. descriptoren en gerichtere zoekacties. Gebrek aan uniformiteit (bijvoorbeeld quaschrijfwijze) is echter een belangrijk nadeel, omdat daardoor de kans groter wordt datiets juist niet gevonden wordt. Om die redenen worden er recentelijk compromissenvoorgesteld, waarbij toch enige restricties en samenhang en structuur in het taggenwordt aangebracht (Webb e.a., 2005).Social tagging vindt doorgaans plaats in het kader van social bookmarking, ofwel hetonline beheren van webpagina’s (Janssen, 2007a). Daarvoor is een snel groeiendaantal tools/sites ontwikkeld, zoals Hyves, Yahoo!, Delicious en Furl (algemeen),Connotea (wetenschap), Flickr (foto’s), YouTube (filmpjes), en Last.fm (muziek).Met behulp van deze tools kunnen (verwijzingen naar) informatiebronnen wordenopgeslagen (lokaal of centraal), georganiseerd/gerubriceerd en gedeeld met anderen(Janssen, 2007b; Rox, 2005). Het gaat hier om een uitgesproken sociale activiteit,waardoor enerzijds kennisnetwerken ontstaan (via het linken van informatie uit aller-lei bronnen) en anderzijds kennissennetwerken (via het linken van gebruikers metdezelfde informatie-interesses).Om het zoekproces te vergemakkelijken en te versnellen stimuleren de meeste socialbookmarking services (voor een overzicht zie de tagging Startpagina: informatie-dienstverlening-tagging.startpagina.nl) gebruikers hun bookmarks via informele‘user-defined tags’ (ook wel: labels, trefwoorden, sleutelwoorden, zoektermen) teorganiseren, in plaats van via de traditionele systemen met voorgegeven mappen entrefwoorden. Sommige services maken gebruik van beide opties. Het is soms ookmogelijk de bookmarks te bekijken die (inhoudelijk) gerelateerd zijn aan een bepaal-de tag; die tag bevat dan ook weer informatie over de gebruikers die daar mee bezigzijn (bijvoorbeeld Connotea; zie Figuur 1a-d). Via een dergelijke sneeuwbal methodekan op eenvoudige wijze zowel het kennis- als kennissennetwerk drastisch uitgebreidworden. Vooralsnog is echter de hiërarchische benadering van top-down taxonomieënstandaard. Een voorbeeld daarvan is Yahoo!, dat gebruik maakt van een vaste hiërar-chie waarbij een set tags en één sorteervolgorde zijn voorgegeven (Figuur 2a-c).Bij de meeste van dergelijke sites/tools dient eerst een eigen account of ‘library’ teworden aangemaakt. Vervolgens kunnen bookmarks naar webpages met bijvoorbeelddocumenten of foto’s worden opgeslagen en van tags worden voorzien. Ook kaneigen materiaal zoals foto’s of filmpjes worden geüpload en kunnen er gas aan wor-den toegevoegd. Daarbij bestaan meestal drie opties:• de bookmarks/webpages zijn openbaar (voor iedereen toegankelijk);• ze zijn alleen toegankelijk voor de betreffende gebruiker zelf (persoonlijk);• ze zijn toegankelijk voor een specifieke groep of specifieke groepen gebruikers of netwerken.8 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 14. 2.3 Voor- en nadelen social taggingEen voordeel van social tagging (net als social bookmarking) is dat het gedaan wordtdoor mensen die bekend zijn met de inhoud, dit in tegenstelling tot (traditionele) web-spiders die louter door wiskundige algoritmes (dat wil zeggen zonder kennis van deinhoud) worden gestuurd.Door onder meer Melenhorst, Grootveld & Van Setten (2004) worden de volgende(hypothetische) voordelen voor social tagging genoemd:• lage kosten;• geen technische kennis nodig;• een rijke woordenschat die breed wordt gedragen door en begrijpelijk is voor de gebruikersgroep (bottom-up);• de mogelijkheid snel te reageren op ontwikkelingen en veranderingen in inhoud en taal (dynamisch);• flexibiliteit qua inhoudelijke structurering;• vergemakkelijken het vinden van inhoudelijke informatie.Nadelen hebben vooral te maken met het feit dat er meestal geen standaard ‘key-words’ worden gebruikt, waardoor er problemen ontstaan ten gevolge van verschillenin de manier van spellen van tags (bijvoorbeeld enkelvoud/meervoud, hoofdlet-ters/kleine letters, vervoegingen, taalkeuze), doordat tags uiteenlopende betekenissenhebben (homoniemen), door het ontbreken van diepgang/specificiteit/niveau, dooridiosyncratisch gebruik van de syntax, en door het gebrek aan structuur en ordening.Een ander nadeel is via dergelijke metadata ook spam kan worden toegevoegd, waar-door zoekers op sites terechtkomen waar ze misschien juist niet willen komen (bij-voorbeeld de concurrent of porno). Het mogelijke resultaat is een onbetrouwbaar eninconsistent systeem, dat tot vertraging van het zoekproces en verwarring wat betreftde resultaten kan leiden.2.4 Naar meer uniformiteit en structuurIn de loop van de tijd ontstaat er binnen gebruikersgroepen vaak enige consensus overhet gebruik van tags en ontwikkelt zich een ‘folksonomy’ - een samentrekking vanfolk en taxonomy, alhoewel dit begrip eigenlijk weinig heeft van een taxonomieomdat er geen hiërarchie in zit (Kroski, 2005). Het betreft het gezamenlijk creëren enmanagen van tags om webinhoud te annoteren en categoriseren. Evident is dat zowel(vaste, formele) taxonomieën, als (flexibele, informele) folksonomies elk hun voor-en nadelen kennen. Een experiment van Melenhorst, Grootveld & Van Setten (2004)laat zien dat het werken met social tags tot een op zijn minst even effectief zoekpro-ces leidt als het gebruiken van via professioneel of automatisch gegenereerde metada- ‘Tagging’ in het onderwijs 9
  • 15. ta. Van belang is trouwens dat uit onderzoek blijkt dat het aantal nieuwe tags rond eenbepaald onderwerp in de loop van de tijd vanzelf terugloopt en er een min-of-meerstabiel systeem ontstaat. Dit neemt niet weg dat het gebruik van tags door degenendie informatie op het internet plaatsen dan wel ze gebruiken, aanzienlijk verbeterdkan worden. Een optie is een ‘collabulary’, die kan worden gezien als een compromiswaarbij een team van classificatie-experts samenwerkt met inhoudelijk deskundigegebruikers om te komen tot rijke, maar tevens inhoudelijk systematisch geordendetag-systemen. Beheerders van folksonomy sites zouden een consortium kunnen vor-men dat algemene aanbevelingen ten aanzien van tagging geeftSocial tagging leidt al gauw tot zeer grote aantallen tags. Om daar enige structuur inaan te brengen zijn tools beschikbaar die samenhangen tussen tags weergeven. Toolsals Wordle, TagCrowd en Tag Cloud Generator visualiseren de frequentie of popula-riteit van tags in de vorm van ‘tag clouds’; tags die vaak voorkomen worden daarbijgroter en prominenter afgebeeld dan tags die minder vaak voorkomen. Wordle gene-reert alleen een tag cloud (zie Figuur 3a-b); Tag Cloud Generator geeft een overzichtvan de meeste frequente woorden (tags), produceert een tag cloud en genereert deHTML-code voor opname in de website (Figuur 4a-c). TagCrowd kent daarenbovennog de mogelijkheid om een taal te kiezen, frequenties af te drukken, het minimum enmaximum aantal woorden op te geven, bepaalde woorden uit te sluiten, en woorden tegroeperen (Figuur 5a-c).Momenteel is er een ontwikkeling gaande (‘second generation tag clouds’; Lamantia,2006) waarbij het accent niet zozeer op de vorm en visualisering sec ligt (bijvoor-beeld de AquaBrowser op bibliotheek.nl; zie Figuur 6), maar meer op de inhoud enop mogelijkheden om zelf op uiteenlopende wijzen interactief binnen de data te navi-geren, er mee te manipuleren en verbanden te leggen. Dat gebeurt dan door vergelij-kingen tussen verschillende clouds te maken, door lagen aan te brengen in de data, inte zoomen op (groepen van) tags, of met filters te werken.Een voorbeeld van een systeem met de mogelijkheid om tags te ordenen is Delicious(zie Figuur 7a en b). Via de optie bundle up (of: tag bundles; tagging of tags) kunnentaxonomisten met een onderliggende folksonomy werken, waardoor een structuur kanworden toegevoegd zonder dat de classificatie-experts en inhoudelijke gebruikersdirect moeten samenwerken (vgl. Hammond e.a., 2005). Binnen Delicious kan ookeen filter worden toegepast (tag.alicio.us) wat met name filtert op tijd. Ook kent Deli-cious een eigen tag cloud variant (extisp.icio.us) en een classificatiesysteem (face-tious) dat tags rubriceert (zoals ‘per plaats’ of ‘per kenmerk’) (vgl. Planetozh, 2004).Een andere mogelijke oplossing is een ‘taxonomy-directed-folksonomy’, waarbij viade user interface suggesties worden gedaan voor het gebruik van tags uit een formeletaxonomie, maar die ook ruimte laat voor gebruikers om hun eigen tags toe te voegen.10 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 16. 2.5 Verbetering van het systeem, scholing van gebruikersTeneinde het zoeken op het web effectiever en efficiënter te maken, stellen Guy &Tonkin (2006) een tweeweg oplossing voor:• enerzijds wordt het systeem/de tool verbeterd, waardoor beter(e) tags kunnen wor- den toegevoegd;• anderzijds worden de gebruikers geschoold in het werken met tags (‘tag literacy’ of ‘tag etiquette’).In dit verband dient overigens te worden aangetekend dat er qua zoekstrategie inprincipe een verschil bestaat tussen het (exploratief) browsen om interessante infor-matie op het spoor te komen en het gericht zoeken om relevante documenten te vin-den (Mathes, 2004).Pind (2005) geeft verschillende suggesties om het taggen te verbeteren via het aan-brengen van aanpassingen in het systeem:• het systeem geeft tag-suggesties;• het systeem zoekt automatisch synoniemen;• het systeem helpt dezelfde tags te gebruiken die anderen gebruiken;• het systeem ontwikkelt een hiërarchie op basis van de tags;• het systeem is zo ingericht dat het gemakkelijk is tags aan te passen die aan oudere inhouden zijn gekoppeld.Op het moment van publicatie van het artikel (2005) werd volgens Pind alleen delaatste optie grootschalig toegepast, waarschijnlijk omdat de gemakkelijkste is. In detussentijd zijn echter de andere suggesties ook geïmplementeerd (bijvoorbeeld inConnotea; zie Figuur 1a-d).Volgens Noruzi (2007) zou een ‘folksonomy-based’ systeem een thesaurus moetengebruiken:• om zo het gebruik van termen binnen een bepaald subject te standaardiseren (‘pre- ferred terms’; ‘controlled vocabulary’);• om nieuwe concepten op het spoor te komen op een wijze die zinvol is voor de gebruikers;• om te voorzien in een geclassificeerde hiërarchie, zodat de search systematisch versmald of verbreed kan worden;• om een keuze te kunnen maken tussen enkelvoud en meervoud;• om typefouten te corrigeren;• om te voorzien in een gids voor folksonomy gebruikers en zoekers waarbinnen ze de juiste term kunnen kiezen voor een inhoudelijke search;• om te voorzien in een gids voor termen die op andere manieren gerelateerd zijn aan elke tag. ‘Tagging’ in het onderwijs 11
  • 17. Onderzoek laat zien dat er een trend tot convergentie is in het toekennen van tags.Scholing van gebruikers kan volgens Guy & Tonkin (2006) dit proces versnellen. Uithun onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat 40 procent van de Flickr tags en 28 procent vande Delicious tags spelfouten bevat. Ook komt uit dat onderzoek naar voren dat bijna90 procent van de tags zelfstandige naamwoorden zijn. Binnen Delicious wordencirca 10 procent van de tags gevormd door losse woorden via een of ander tekensamen te voegen, bijvoorbeeld een / of -. Binnen Delicious bestaat daar echter eenconventie voor, namelijk via het underscore-teken ( _ ) woorden koppelen of doormeerdere woorden tussen aanhalingstekens te zetten. Beide voorbeelden duiden er opdat het met enige sturing en controle (‘tag literacy’ of ‘tag etiquette’) mogelijk moetzijn het aantal verschillende tags drastisch terug te brengen en daardoor het zoekpro-ces te versnellen.Mejias (2005) en anderen geven een aantal suggesties gericht op het ‘scholen’ vangebruikers:• gebruik meervoud in plaats van enkelvoud;• gebruik geen hoofdletters;• groepeer woorden door ze met een underscore te verbinden;• volg tag conventies die anderen ook gebruiken;• voeg synoniemen toe;• meer tags zijn altijd beter;• persoonlijke tags zijn prima, maar voeg ook altijd generieke tags toe;• als de applicatie het mogelijk maakt, verbeter dan oude tags.Voorgesteld wordt dat de beheerders van folksonomy sites een consortium vormendat algemene aanbevelingen ten aanzien van taggen geven.2.6 ConclusiesDe voorafgaande verkenning heeft een aantal inzichten opgeleverd over de concreteondersteuningsmogelijkheden bij het proces van tagging en over de representatie vantags in de ICT-omgeving. De voornaamste varianten zullen tijdens het onderzoekvoorgelegd worden aan leraren en leerlingen.Verder is duidelijk geworden dat niet alleen factoren aan de systeemkant (webtools)aandacht verdienen, maar dat ook de gebruiker (wensen, typische handelwijzen,schoolcontext) in beeld moet komen. Bij taggen gaat het – zoals bij alle ICT-toepassingen – om het samenspel tussen mensen en het systeem. Wil men optimalise-ren, dan is een tweezijdige benadering gewenst.12 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 18. 3 Tagging in de onderwijspraktijk: ervaringen en wensen3.1 InleidingIn dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van het empirische onderzoek onder 20leraren en 33 leerlingen/studenten van een aantal basisscholen, VO-scholen en roc’s.In hoofdstuk 1 hebben we het zogenoemde 4 E-model gepresenteerd, met als onder-liggende factoren: de omgeving, de perceptie van de effectiviteit, het gebruiksgemak,en de betrokkenheid bij de technologie. Daarbinnen zijn nog twee perspectievenonderscheiden, namelijk het gebruik van tags bij het zoeken naar informatie en bij hetzelf plaatsen van tags bij content. Bij het ontwerp van de gespreksleidraad is dit mo-del als vertrekpunt genomen. Bij de beschrijving van de onderzoeksresultaten hiernahebben we ook enkele elementen uit het model overgenomen. Omdat er ten aanzienvan sommige aspecten verschillen zijn tussen leraren en leerlingen/studenten hebbenwe daar, wanneer zich dat voordeed, bij de presentatie van de bevindingen een onder-scheid in gemaakt. Dat geldt eveneens bij verschillen tussen de drie onderscheidenonderwijsniveaus.Achtereenvolgens gaan we in de volgende paragrafen in op:• de ICT-omgeving op de onderzoeksscholen;• het zoeken naar informatie op het web en het gebruik van tags daarbij;• het plaatsen van content op het web en het gebruik van tags;• meningen, voorkeuren en suggesties in relatie tot het gebruik van tags;• mogelijke verbeteringen via aanpassing van het systeem en scholing van gebrui- kers.3.2 ICT op de onderzochte scholenAlle bij het onderzoek betrokken scholen zijn op een of andere wijze met ICT in hunonderwijs bezig. De fase waarin ze zich bevinden en de intensiteit waarmee zij - deleraren en leerlingen - er gebruik van maken varieert echter sterk. Ook zijn er groteverschillen wat betreft de mogelijkheden tot daadwerkelijk interactief gebruik, dat wilzeggen het uitwisselen van informatie en bestanden tussen het systeem (in casu deleraren) en de leerlingen. Er treden bij dit alles niet alleen verschillen op tussen scho-len, maar ook binnen scholen tussen leraren onderling en tussen afdelingen/secties.Enkele kenmerken van de onderzochte scholen presenteren we hierna. ‘Tagging’ in het onderwijs 13
  • 19. BasisscholenEén van de basisscholen werkt veelal met een Digibord, de ander heeft enkele pc’s inde klas staan. Ze werken beide met een zoek- en uitleensysteem voor de schoolmedia-theek, ontwikkeld door de openbare bibliotheken (Educat-B). Daarmee kan binnen deeigen mediatheek worden gezocht, maar er kan ook worden doorgezocht op internet;er is daarbij een rechtstreekse verbinding met Davindi en de webcatalogus van delocale bibliotheek. Bepaalde sites (zoals Google) zijn afgeschermd. Het gaat hierlouter om het zoeken naar informatie en niet om het zelf plaatsen van informatie. Datgeldt zowel voor de leraren als leerlingen.VO-scholenDe bij het onderzoek betrokken VO-scholen zijn al veel verder; zij werken in eenelektronische leeromgeving (ELO; bijvoorbeeld Montiplaza, TeleTOP, Moodle),alhoewel die niet overal even goed functioneert, dan wel dat alle functionaliteitenworden benut. Op één school wordt de ELO voornamelijk gebruikt om de leerlingente informeren (eenrichtingsverkeer), op een andere is wel sprake van (enige) interac-tie. Op die laatstgenoemde school hebben leraren hun lesmethode op de ELO (perhoofdstuk) uitgebreid met zelfontwikkeld aanvullend materiaal en/of internetlinksnaar materiaal op het internet, samenwerkingsverbanden van leerlingen worden aan-gemaakt en leerlingen werken samen aan materiaal (bijvoorbeeld werkstukken) die zeop de ELO zetten en die voor de betrokkenen bereikbaar zijn. Leerlingen hebbendoorgaans toegang tot internet, alhoewel één school aangeeft sommige sites (zoalsHyves and YouTube) te hebben afgeschermd (zonder veel succes overigens). Op éénschool beschikken de leerlingen over minilaptops, die ze tijdens de les in de klas endaarbuiten kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor het opzoeken van informatie.Roc’sDe aan het onderzoek deelnemende roc’s op hun beurt zijn nog weer verder; beidewerken met een ELO (CoFlex, N@tschool!, SharePoint). Eén roc, althans de bezoch-te afdeling Techniek, werkt al helemaal digitaal. De studenten daar hebben geenpapieren boeken meer: alle leermiddelen staan op de ELO (de school heeft daarvooreen licentie van de uitgever). De studenten beschikken allen over een laptop die zesteeds bij zich hebben. Het maken en inleveren van huiswerk en werkstukken vindtook allemaal via de ELO plaats.14 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 20. 3.3 Zoeken naar content op het web3.3.1 LerarenWat betreft het zoeken naar content op het web zijn er duidelijke verschillen naaronderwijsniveau. In het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs wordtdat meer gedaan dan in het basisonderwijs.BasisscholenEén van de basisscholen geeft als verklaring voor het geringe gebruik van internet datde gebruikte methoden in voldoende materiaal (of verwijzingen daarnaar, bijvoor-beeld op het web) voorzien en dat er voor de leraren daarom geen noodzaak of be-hoefte is om daarnaast nog extra materiaal op het internet te zoeken. Een en anderhangt volgens hen ook af van de (onderwijs)ervaring en kennis van de leraren en hetniveau (in casu de leeftijdsgroep) van de leerlingen. Er wordt door de betreffendeleraren daarom slechts enkele keren per maand naar informatie op het web gezocht.De andere basisschool is in dit opzicht veel actiever: de betreffende leraar zoekt bijnadagelijks op het internet naar materiaal. Gebruikte sites zijn: Google, Leerwereld.nu,Topondernemers, Schooltv, Beeldbank en Kennisnet.VO-scholenDe leraren binnen het voortgezet onderwijs zoeken allen ten minste een paar keer perweek tot elke dag op het internet (ook degenen met een parttime-aanstelling). Si-tes/programma’s zijn: Kennisnet (één leraar is lid van een community), Google, Web-Quest (thema’s, projecten), ThinkQuest (wedstrijd websites bouwen), Davindi, Di-dactief.nl (media), Scholieren.com, YouTube, Wikipedia, Hot Potatoes (lesmateriaalin de vorm van quizzen, puzzels, etcetera), encyclopedieën, digitale kranten, sites vanNederlandse en buitenlandse universiteiten, en sites van uitgeverijen. Het gaat door-gaans om het zoeken naar (specifiek) aanvullend leermateriaal en recent materiaalmet als doel bij de dagelijkse actualiteiten te kunnen aansluiten. Een leraar geeft aandat het soms lastig is iets te vinden omdat het leermateriaal vaak van een te hoogniveau is; het is niet afgestemd op de specifieke doelgroep, in dit geval de onderbouwhavo/vwo. Deze leraar komt daarom regelmatig op pagina’s die uiteindelijk niet rele-vant blijken te zijn; dit is lastig en kost veel tijd.Roc’sDe leraren van de roc’s zoeken (bijna) elke dag op het internet. De meest gebruiktesites/programma’s zijn Google, Davindi, Alta Vista, Kennisnet, Startpagina en Zoek-snoek (bedrijven en producten). ‘Tagging’ in het onderwijs 15
  • 21. 3.3.2 Leerlingen/studentenBasisscholenDe leerlingen van de basisscholen zoeken meestal een paar keer per week tot elke dagop het internet. Ze gebruiken daarbij sites/programma’s als Topondernemers, Leerwe-reld.nu, Kennisnet, Davindi, Scholieren.com, Wikipedia, Wikikids, Wikimedia, Tele-blik, Zoeken.nl. Ook gebruiken ze Google, maar niet zoveel omdat ze via Google bijallerlei ‘rare’ (zoals ze dat zelf aanduiden) sites uitkomen, met name pornosites.VO-scholenVerreweg de meeste leerlingen van de VO-scholen zoeken elke dag op het web. Si-tes/programma’s zijn Google, Wikipedia, Scholieren.com, YouTube, Huiswerkservi-ce.nl, Hyves, Samenvattingen.nl en de eigen schoolsite. Een leerling gebruikt thuisBabylon (woordenboek, vertaal- en informatieprogramma).Roc’sDe studenten van het roc zoeken allemaal elke dag op het web. Dat doen ze met be-hulp van sites/programma’s als Google, Davindi, online woordenboeken, Bouwon-derwijs.net, YouTube en Hyves.3.4 Het gebruik van tags bij het zoeken naar content3.4.1 LerarenWelke en hoeveel tags worden gebruikt, hangt af van het doel van de search. Dit isiets wat door alle leraren van alle onderwijsniveaus wordt benadrukt. Als het gaat omhet gericht zoeken naar informatie over een bepaald onderwerp, dan volstaan meestaléén of twee (specifieke) tags en vindt men vrij snel wat men zoekt. Als het daarente-gen gaat om het (exploratief) verkennen van een onderwerp (‘surfen op het web’),dan verloopt de zoektocht sterk associatief en wordt van de ene naar de ander sitedoorgeklikt, al dan niet ondersteund met één of meer aanvullende tags.Zoektermen worden door alle leraren bijna altijd gewoon in een ‘text field’ ingetikt;dat vindt men het gemakkelijkst. In de getoonde PowerPoint-presentatie waren enkelevoorbeelden van sites/programma’s opgenomen, namelijk Bibliotheek.nl (Figuur 6),Scholieren.com (Figuur 8), Hyves (Figuur 9) en YouTube (Figuur 10a). Bijna alleleraren kennen Scholieren.com, Hyves en YouTube; Bibliotheek.nl kent echter geenvan hen. Scholieren.com en Hyves biedt behalve het intikken van tags in een textfield de mogelijkheid om via een tag cloud zoektermen te selecteren. Geen van deleraren vindt dit handig. Redenen die worden genoemd zijn dat de afwisseling van16 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 22. groot en klein weergegeven woorden het geheel erg onrustig maakt; daarnaast is hetniet handig dat de hele lijst met tags moet worden doorlopen om te kijken of de tagdie belangrijk wordt gevonden erbij zit. De AquaBrowser van Bibliotheek.nl kan henook niet bekoren. Die ziet er op zich aantrekkelijk uit, maar een groot aantal tags isniet relevant. De betreffende tags bevatten alleen dezelfde letters of woorddelen, maarhebben inhoudelijk geen enkele relatie met het onderwerp waarnaar gezocht wordt.Een dergelijke visualisering heeft alleen zin als er ook een echt semantisch verbandtussen de tags in de figuur bestaat.3.4.2 Leerlingen/studentenDe zoekstrategie van de leerlingen/studenten is identiek aan die van de leraren. Zetikken een trefwoord of enkele trefwoorden in in een text field. Meestal beginnen zemet één zoekterm. Ze willen niet teveel woorden intypen; dat kost alleen maar meertijd. Als dan de informatie niet goed of specifiek genoeg is, gebruiken ze meer ofandere woorden (synoniemen) of combinaties (tussen aanhalingstekens). Deze woor-den worden ingetypt; soms staan ze al bij de veel gebruikte termen. Bij sites alsWikipedia wordt vaak ook doorgeklikt via links die daar staan, van site naar site.Ook in de PowerPoint-presentatie voor de scholieren waren de sites Scholieren.com,YouTube en Hyves; Bibliotheek.nl afgebeeld. De leerlingen van de VO-scholen ken-nen Scholieren.com, YouTube en Hyves; Bibliotheek.nl kennen ze echter niet. De tagcloud van Scholieren.com gebruiken ze niet. Die tag cloud geeft namelijk alleen demeest gezochte auteurs/titels (die iedereen zoekt) en daar zijn ze juist niet naar opzoek. Bovendien kost het veel tijd iets in een tag cloud op te zoeken, omdat dan eerstalles moet worden doorgelezen. Want een voorwaarde is dat er juist die tags instaandie men nodig heeft, en dat is maar de vraag. De AquaBrowser van Bibliotheek.nlvinden ze er wel leuk uitzien, maar is niet functioneel; de meeste van de getoondewoorden hebben namelijk inhoudelijk niets met het onderwerp te maken.3.5 Plaatsen van content op het web3.5.1 LerarenBasisscholenEen van de leraren in het basisonderwijs is tevens ICT-coördinator en onderhoudt deeigen schoolwebsite. De leraar van de andere school zet sporadisch iets op het web,soms een video; hij heeft wel een eigen (privé)weblog en gebruikt Hyves, YouTubeen Flickr. Een deel staat open voor iedereen, een deel niet. ‘Tagging’ in het onderwijs 17
  • 23. VO-scholenDe leraren van de VO-scholen plaatsen bijna allemaal regelmatig materiaal op inter-net. Een lerares is lid van de economie community van Kennisnet (De DigitaleSchool). Ze zet regelmatig materiaal dat ze zelf heeft ontwikkeld op het web; in hetbegin kreeg ze daar een boekenbon voor, wat wel een leuke attentie was. Het materi-aal bestaat uit PowerPoints over onderwerpen die niet of niet adequaat in de methodeaan bod komen. Het betreft dus aanvullend materiaal bij de gehanteerde lesmethode.Dit materiaal kan dan door collega’s van haar community worden gebruikt in hunlessen. In principe is het materiaal alleen voor community-leden toegankelijk, maarze heeft gemerkt dat sommige van die leden het materiaal weer doorgeven naar ande-ren en dat uitgevers de link naar haar materiaal op hun site zetten.2 De community-leden zetten het materiaal meestal wel op hun schoolinterne sites, zoals Blackboard,TeleTOP of Brainbox, zodat leerlingen er ook mee kunnen werken (bijvoorbeeld inhet computerlokaal). Ze vindt het heel belangrijk dat deze informatie gemakkelijkwordt gevonden (door deze collega’s), omdat ze zelf merkt bij haar zoeken hoe be-langrijk dat is. Ze zegt dat ze verzuipt in de hits en vaak is het niet wat ze zoek, is hetverouderd materiaal en staan er fouten in.Een andere lerares (aardrijkskunde) zet heel veel dingen op internet, maar alleenbinnen de eigen ELO (TeleTOP). Ze heeft daarbinnen een eigen site, per klas. Haarvaksectie collega’s kunnen daar ook bij (‘read only’), maar dat verschilt binnen deschool per sectie. Haar site volgt qua opzet de indeling van de gebruikte methode, datwil zeggen is opgedeeld in (inhoudelijke) hoofdstukken. Op die site zet ze veel linksnaar ondersteunend leermateriaal, bijvoorbeeld PowerPoints of filmpjes van YouTu-be. Nadeel daarvan is wel dat ze die links steeds moet blijven checken, omdat zesoms verdwijnen (‘link rot’).Een leraar filosofie zet regelmatig materiaal op de ELO, bijvoorbeeld krantenartike-len en eindexamenmateriaal. Het gaat om een besloten site die open staat voor zijnleerlingen. Het is erg belangrijk dat zij dit materiaal gemakkelijk vinden. Daarvoororganiseert hij het materiaal via een mappen-structuur.Op een van de scholen is de ELO in opbouw. Daar worden regelmatig PowerPointsuit de lesmethodes op geplaatst, maar ook links naar relevante websites en filmpjes.Het is de bedoeling dat uiteindelijk het materiaal zelf op de eigen (media)server wordtgeplaatst in plaats van alleen de links, dit om het gevaar van link rot te voorkomen.2 In principe kan overigens iedereen lid worden van een community en daarmee toegang krijgen tot al het materiaal, ook leerlingen.18 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 24. Roc’sDe lerares van het ene roc zet zelf geen materiaal op het web, maar ze ziet wel dat erop haar school een ontwikkeling gaande is waarbij het onderwijs steeds meer eendigitaal karakter krijgt. De leraren van het andere roc zetten vaak dingen op de ELO,zowel links als materiaal. Het gaat altijd om een besloten omgeving, de eigen ELO.3.5.2 Leerlingen/studentenBasisscholenEnkele leerlingen van de ene basisschool zetten heel soms materiaal op het web. Eenleerling heeft een eigen site, een ander is lid van Hyves. De leerlingen van de anderebasisschool plaatsen meer op het web, via Hyves, www.punt.nl (eigen weblog/site),YouTube en www.mijngastenboek.nl.VO-scholenDe leerlingen van de VO-scholen zetten bijna allemaal wel dingen van zichzelf op hetweb: muziek, video’s, foto’s, een persoonlijk profiel. Sites/programma’s zijn Hyves,YouTube, Picasa (foto’s), Facebook en Mijnalbum.nl (foto’s). Enkele leerlingenhebben een eigen website. Ook zetten leerlingen materiaal op de ELO (Moodle), metname materiaal voor een werkstuk dat bedoeld is voor andere leerlingen waarmee zesamenwerken.Roc’sDe afdeling Techniek van één van de roc’s uit het onderzoek is helemaal digitaalingericht. De betreffende studenten gebruiken allen intensief de ELO; ze zetten hunwerk op CoFlex en houden daar hun digitaal portfolio ook bij. Daarnaast gebruiken zevoor het privé-domein ook vaak Hyves, Partyflock, PictureTrail en YouTube.3.6 Het toevoegen van tags bij het plaatsen op het web3.6.1 LerarenUit de gesprekken met de leraren blijkt dat slechts een enkeling zich bewust is van defunctie van het zelf toevoegen van tags aan content die op het web geplaatst wordt.Wanneer hen duidelijk is geworden dat door tags toe te voegen content in principegemakkelijker gevonden kan worden, onderstrepen ze het belang van tagging. Tochdient daarbij volgens hen een onderscheid te worden gemaakt naar het specifieke doelvan het plaatsen van content op het web. Daarbij onderscheiden ze verschillendesituaties. Voor materiaal op open, wereldwijde sites als YouTube is het belangrijk ‘Tagging’ in het onderwijs 19
  • 25. zoveel mogelijk kijkers/bezoekers te trekken. Het aantal kijkers wordt expliciet bijge-houden op dergelijke openbare sites. Goede, treffende tags zijn in dat geval daaromook van essentieel belang. Voor sites die niet voor iedereen openstaan, ligt dat anders.Bij een aantal sites kan worden aangegeven voor wie geüpload materiaal toegankelijkmoet zijn: voor iedereen, voor een selecte groep van ‘vrienden’ (die je zelf kunt kie-zen, zoals bij Hyves), of uitsluitend voor de uploader zelf. Meestal vereisen dergelijkesites dat je eerst lid wordt van een ‘community’ of vriendenkring. Bij dit soort (beslo-ten) sites is het zoeken op onderwerp en het gebruik van tags volgend de betreffendeleraren minder van belang. Degenen voor wie het materiaal bedoeld is, zijn vakerbekenden waarmee expliciet gecommuniceerd wordt over het geüploade materiaal.Een specifieke variant van een dergelijke besloten community is de ELO. Daar heb-ben in principe alleen de (systeem)beheerders, leraren en/of leerlingen toegang (read-only, dan wel met schrijfrechten). Binnen een dergelijke onderwijsomgeving is hetechter weer juist wel heel belangrijk dat leerlingen (en ook leraren) snel vinden watze zoeken.In het algemeen worden door de leraren geen tags toegevoegd. Een leraar van eenbasisschool voegt wel tags toe aan zijn privé-weblog. Een lerares VO zegt dat ze geentags plaatst, maar later blijkt dat ze dat eigenlijk wel doet bij De Digitale School. Opdie site worden dat echter ‘thema’s’ genoemd. Daar kunnen in een text field tagsworden ingevuld of worden overgenomen uit een tag cloud (zie Figuur 11a). De lera-res vindt die tag cloud echter veel te groot en het vergt een tijd zoeken om de juistetag te vinden - als die er al bij staat. Daarom maakt ze geen gebruik van de tag cloud.Een andere lerares van een VO-school gebruikt geen tags, maar sorteert datgene watze in de ELO zet naar onderwerp in aparte mappen (analoog aan de structuur van degebruikte methode). De leraren van een van de roc’s gebruiken geen tags, maar voe-gen wel een projectomschrijving toe.3.6.2 Leerlingen/studentenDe meeste leerlingen plaatsen soms wel tags, voornamelijk als het gaat om YouTube- waarbij dat verplicht is. Net als bij de leraren, blijkt dat ze zich niet zo bewust zijnvan de functie van tagging voor het zoeken naar materiaal. Als daarop een toelichtingis gegeven, staan ze er allemaal wel achter. Wel tekenen ze daarbij aan dat het toe-voegen van tags niet altijd even relevant is. Als je wat plaatst op een site voor vrien-den (zoals Hyves), zijn tags volgens hen overbodig; die vrienden vinden het toch wel.Ook wijzen ze op het vele werk dat taggen met zich mee kan brengen als je veel20 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 26. materiaal plaatst. Als je bijvoorbeeld een serie foto’s op Flickr zet, zou je bij elk vandie foto’s tags toe moeten voegen.33.7 Verplichtingen en afspraken bij het toevoegen van tags3.7.1 LerarenBij sommige sites bestaat bij het plaatsen van materiaal op het web de verplichting tothet toevoegen van tags. YouTube is daar een voorbeeld van (zie Figuur 10b)4, maarook wanneer een leraar bij De Digitale School materiaal uploadt dient dat via hetaanvinken van allerlei categorieën gerubriceerd te worden (Figuur 11b) en dienentags te worden toegevoegd (Figuur 11a). De meeste leraren staan achter een dergelij-ke verplichting: het is immers in het belang van collega’s en leerlingen/studenten datzo het materiaal gemakkelijk gevonden kan worden. Toch zijn er ook voorbehouden.De zin van het taggen hangt af van hoe ‘treffend’ de toegevoegde tags zijn; dus eenverplichting alleen is misschien niet voldoende. Ook hangt het van het doel van hetplaatsen van materiaal af: wie wil men bereiken en waarom? Soms kan taggen daar-om overbodig zijn. Sommige leraren zijn tegen een verplichting tot taggen. Zij zijnvan mening dat het wezen van internet juist vrijheid is, en daar moet men niet aanko-men. Een leraar merkt op dat je niet aan de vrijheid van de gebruiker moet komen,maar dat het achterliggende programma maar intelligenter moet worden gemaakt ofworden geoptimaliseerd.Tags kunnen uiteenlopende verschijningsvormen krijgen, bijvoorbeeld enkel-voud/meervoud, hoofdletters/kleine letters en synoniemen/homoniemen. Daarnaastkan het een probleem zijn in welke taal ze worden ingevuld, Nederlands of Engels.Over het maken van afspraken over dit soort aspecten van taggen zijn de leraren sterkverdeeld. Het kan handig zijn, maar het is volgens hen ook lastig te implementeren.Het hangt toch veelal van de specifieke situatie af: niet alles kan worden gestandaar-diseerd. Misschien dat het programma dat voor een deel - op de achtergrond - kandoen? Het kan trouwens ook verwarrend zijn bij het invullen of het juist omslachtigermaken. Soms kan het volgens de leraren immers relevant of functioneel zijn ietsanders te doen dan wat die afspraken voorschrijven. Daarom is het belangrijk eenevenwicht te vinden. Het zal naar hun idee sowieso lastig zijn ervoor te zorgen datiedereen zich aan eventuele afspraken houdt, want wie controleert dat en welke sanc-3 Bij dit type programma’s bestaat overigens soms de mogelijkheid om (dezelfde) tags aan een hele serie foto’s tegelijk toe te voegen.4 Aan die verplichting kan overigens gemakkelijk onderuit worden gekomen; er kan namelijk volstaan worden met het ingeven van een paar spaties. ‘Tagging’ in het onderwijs 21
  • 27. ties zijn er? Wat in ieder geval wel mogelijk is dat leraren en leerlingen binnen eenschool afspraken maken, met name in het kader van de ELO. Wellicht dat een aantaldingen in het programma kunnen worden ingebouwd? Maar ook over eventuele af-spraken binnen een ELO is men het niet eens. Een van de leraren ziet daar niets in; hijis van mening dat het materiaal gewoon goed gestructureerd moet worden in logischgeordende mappen, dan vindt men het vanzelf.3.7.2 Leerlingen/studentenOver een eventuele verplichting tot het toevoegen van tags zijn de meningen ver-deeld. Sommige leerlingen vinden het wel handig, anderen maakt het niet uit dat tedoen, maar er zijn er ook die een verplichting wel erg ver vinden gaan of er zelfs optegen zijn. Een voordeel dat een aantal van hen noemt, is dat je zo gemakkelijk iets(terug) kunt vinden; ook kun je er je eigen site en materiaal mee promoten. Nadelenzijn echter dat het veel tijd kost en veel moeite is. Je moet namelijk soms goed na-denken over een passend trefwoord en dat kost extra tijd. Bovendien kan men ookonzin intypen, waardoor het vinden niet gemakkelijker wordt. Lang niet alle tags zijnimmers goed. Soms worden ook met opzet verkeerde tags toegevoegd (zoals ‘sex’ en‘porno’, maar ook reclame voor een eigen bedrijf) om meer bezoekers te lokken. Ookhoeft niet altijd iedereen iets gemakkelijk te kunnen vinden; soms wil men juist eigenmateriaal afschermen, bijvoorbeeld als het om persoonlijke dingen (zoals namen) gaatdie niet bedoeld zijn voor iedereen.Afspraken maken over het aantal en de schrijfwijze van tags is volgens een aantalleerlingen misschien wel handig, maar tegelijkertijd ook lastig in te voeren en tecontroleren. Bovendien tast het het vrije en open karakter van het internet aan: ‘Hetleuke van internet is nu juist dat er helemaal geen regels gelden.’ Dit neemt niet wegdat enige standaardisatie zinvol zou kunnen zijn, maar dat hangt weer af van de doel-groep. Is het materiaal bedoeld voor je eigen vrienden- of schoolgroepje, dan hoef jeer niet zoveel te gebruiken, maar als het doel is zoveel mogelijk bezoekers te trekkendan moet je wel zorgen dat je goede tags bedenkt. Enkele leerlingen vinden dat hetaantal tags beperkt zou moeten worden, bijvoorbeeld tot maximaal vijf. Wellicht datenige standaardisatie in de applicatie zou kunnen worden ingebouwd? Een leerlinglijkt te veel standaardisatie juist niet effectief. Alles wordt dan immers snel hetzelfdeen te algemeen. ‘Je krijgt dan veel te veel hits en verzuipt.’ Als er al afspraken moe-ten worden gemaakt, dan niet te veel. Het maken van afspraken zorgt er misschienvoor dat het alleen maar ingewikkelder wordt. Bovendien: verkeerde tags komenvanzelf ‘onderaan’ te staan en hebben geen functie voor anderen. ‘Als je het verkeerddoet, bestraft het systeem je vanzelf.’22 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 28. 3.8 Verbetering van het systeemTeneinde het zoeken op het web met behulp van tags efficiënter en effectiever te latenverlopen, kan het systeem/de applicatie verbeterd worden. Dat kan bijvoorbeelddoordat het programma ondersteuning biedt bij het taggen of dat de representatiemo-gelijkheden worden verbeterd. Tijdens de gesprekken met de leraren en leerlingenzijn via de PowerPoint-presentatie verschillende mogelijkheden getoond en is met derespondenten over hun eventuele ervaringen en meningen daarover gediscussieerd.Concreet gaat het om de volgende sites:• De Digitale School PO upload-pagina (Figuur 11b), waarbij voorgegeven tags via een uitklapmenu moeten worden aangevinkt.• De Digitale School VO upload-pagina (Figuur 11a), waarbij tags in een text field kunnen worden ingevuld en/of in een tag cloud kunnen worden aangeklikt.• De YouTube upload-pagina (Figuur 10b), waarbij de video in een inhoudelijke categorie moet worden ondergebracht en het verplicht is tags toe te voegen. Deze tags kunnen in een text field worden ingetikt; daarnaast kunnen suggesties die wor- den voorgesteld, worden aangeklikt.• De Flickr upload-pagina (Figuur 12), waarbij de applicatie alle eerder door de gebruiker aangemaakte tags als suggestie geeft.• De Connotea pagina (Figuur 1e), waarbij door de applicatie tag-suggesties worden gegeven. Wanneer de gebruiker een letter intikt, zoekt de applicatie in de door de gebruiker opgebouwde database naar tags die ook met die letter beginnen en biedt die als suggestie aan. De gebruiker hoeft die tag dan niet meer helemaal in te tikken maar kan de suggestie aanklikken.We zullen de reacties op deze alternatieven achtereenvolgens de revue laten passerenen vervolgens een conclusie trekken.3.8.1 LerarenDe Digitale School PO (Figuur 11b) geeft een zeer beperkt aantal thema’s te zien diekunnen worden aangevinkt. Dit is volgens de leraren misschien wel handig omdat hetrubriceert, maar het aantal rubrieken is zeer beperkt en het invullen kost relatief veeltijd, ook omdat het in twee fasen via een uitklapmenu werkt.De tag-cloud van De Digitale School VO (Figuur 11a) is volgens de leraren onhandigomdat er veel te veel tags worden getoond: ‘als je dat allemaal moet lezen, heb je detags zelf allang ingetikt’. Bovendien geeft de afwisseling tussen klein en groot weer-gegeven woorden een onrustig beeld, wat niet prettig leest. ‘Tagging’ in het onderwijs 23
  • 29. De categorieën en labels (tags) van YouTube (Figuur 10b) zijn naar de mening van deleraren veel te algemeen, dat geeft een veel te grove indeling.Het geven van suggesties zoals Flickr (Figuur 12) dat doet is wel handig. Omdat ditaanbod van suggesties wordt opgebouwd uit de eerder door de gebruiker toegevoegdetags, betekent dit dat er in het begin wel relatief weinig voorbeelden beschikbaar zijn.Bij Connotea (Figuur 1e) worden, nadat er één letter is ingetikt, meteen al een aantalsuggesties gegeven die kunnen worden aangeklikt, waarna ze worden overgenomen.Dit leidt tot een grotere standaardisatie, het kan spel- en typefouten voorkomen envereist minder typewerk, waardoor het sneller gaat. Handig vindt men ook dat dezesuggesties gewoon onder het invulvak staan en kunnen worden aangeklikt.Nagenoeg alle leraren geven de voorkeur aan het kunnen intikken van tags in een textfield. Ze vinden het meestal wel handig als het programma (aanvullend) suggestiesvoor tags geeft, maar ze zijn het er over eens dat het geen verplichting mag worden endat vrijheid voorop moet staan. Suggesties bij taggen kan in tijd schelen, het is somsgemakkelijk en het kan tot nieuwe ideeën leiden. De voorkeur krijgt het systeem vanConnotea, waarbij al typend suggesties worden aangereikt.Naar aanleiding van de discussie rond ondersteunings- en representatiemogelijkhedenwordt door de leraren nog opgemerkt dat het geven van suggesties voor tags door eenprogramma alleen zinvol is, wanneer het om unieke verwijzingen gaat. Meer eenheidin het gebruik van tags betekent meer eenvormigheid: ‘Zo krijg je veel te veel hits endus niets wijzer.’ Ook wordt opgemerkt dat het wellicht handig is een spellingcorrec-tieprogramma aan de tag applicatie te koppelen, zolang het maar niet automatischcorrigeert en alleen suggesties geeft. Daarbij wordt verwezen naar de zoekpagina vanGoogle, waar wanneer (waarschijnlijk) een typefout is gemaakt, wordt gevraagd:‘Bedoelde u: …..’, met een suggestie voor een correct geschreven alternatief (zieFiguur 13). Een vraag die in dat verband opkomt, is op welke taal dat correctiepro-gramma zich moet richten. Het koppelen van zo’n programma wordt met name rele-vant gevonden voor dyslectische kinderen en laagopgeleide allochtone kinderen (envolwassenen) die veel spel- en/of typefouten maken. Een leraar tilt hier trouwens nietzwaar aan. Dat er spel- en typefouten worden gemaakt, ziet hij als geen enkel pro-bleem; dat doet hij ook regelmatig, maar toch komt hij altijd bij datgene wat hij zoekt.Een ander merkt op dat je soms met opzet woorden ’fout’ schrijft (bijvoorbeeldstraattaal); dat moet mogelijk blijven. En of het voor dyslectici en allochtonen meteen beperkte taalvaardigheid Nederlands handig is dat er fouten worden gecorrigeerd,vraagt hij zich af. Zij kunnen niet altijd goed beoordelen of de suggestie wel correct isof niet. Een enkele leraar vraagt zich af of het werken met icoontjes in plaats van of incombinatie met woorden niet handig is, waarbij dan bijvoorbeeld van algemeen naar24 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 30. specifiek zou kunnen worden gewerkt via uitklapmenu’s. Dit zou bijvoorbeeld rele-vant kunnen zijn voor dyslectici die meer in beelden denken. Dit is iets wat bijvoor-beeld Yahoo! ten dele toepast bij het zoeken naar informatie (zie Figuur 2a-c). Eenbelangrijk nadeel is dat het aantal rubrieken dan zeer beperkt is.3.8.2 Leerlingen/studentenDe mening van de leerlingen/studenten komt bijna naadloos overeen met die van deleraren. Voorop staat de vrijheid om zelf tags in te typen: niets moet verplicht wor-den. Ze vinden het wel handig dat het programma suggesties geeft voor tags, bijvoor-beeld zoals Connotea dat doet. Bij Connotea worden, nadat één letters is ingetikt,meteen al een aantal suggesties gegeven die dan kunnen worden aangeklikt waarna zeworden overgenomen. Dit leidt tot meer standaardisatie, het kan spel- en typefoutenvoorkomen en er hoeft niet meer zoveel te worden getypt waardoor het sneller werkt.Handig vinden de leerlingen het als deze suggesties gewoon onder het invulvak staanen kunnen worden aangeklikt. Een uitklapmenu kost extra tijd. Ze vinden het ookhandig als er een spellingcorrectieprogramma aan gekoppeld is, als het maar nietautomatisch corrigeert en alleen maar suggesties geeft. Het werken met icoontjes inplaats van woorden kan handig zijn, al is dan het aantal rubrieken beperkt. Misschiendat combinaties van icoontjes zouden kunnen worden gebruikt? Een voordeel is dat jetags meteen worden gerubriceerd. Dat laatste kan soms handig zijn, maar het is devraag of het dan wel in de goede rubriek komt. Opgemerkt is dat het handig zou zijnals het programma een inhoudsanalyse zou kunnen maken. Ook wordt categoriserenvan tags als optie genoemd; het geheel wordt daardoor overzichtelijker. Wel zijnsommige leerlingen bang dat als ze dat zelf zouden moet doen bij het invoeren van detags, ze ook fouten kunnen maken en dat dan de tags op de verkeerde plek staan.3.9 Scholing van de gebruikersOm het taggen effectiever en efficiënter te maken, kan behalve aan verbetering vanhet systeem ook aan scholing van de gebruikers gedacht worden. In zijn algemeen-heid bleek uit de gesprekken met leraren en leerlingen dat zij zich weinig bewustwaren van de functie van taggen. Na een toelichting daarop nam de bereidheid om tetaggen sterk toe. ‘Tagging’ in het onderwijs 25
  • 31. 3.9.1 LerarenVolgens een aantal leraren is de noodzaak tot het geven van les of instructie in hettaggen afhankelijk van het niveau van de leerlingen; voor veel leerlingen is het moei-lijk om teksten samen te vatten en de kern daarvan in een paar woorden weer te ge-ven. Voor dergelijke leerlingen zou les daarin, in het kader van het vak Nederlandsbijvoorbeeld, zeker op z’n plaats zijn. Maar eigenlijk zou dat in een breder verbandmoeten worden beschouwd: internetgebruik in zijn algemeenheid zou onderdeel vanhet onderwijs moeten zijn. Relevante onderwerpen zijn dan bijvoorbeeld: hoe vindenleerlingen snel iets en hoe betrouwbaar is dat? Niet alleen voor leerlingen, maar mis-schien ook voor leraren. Voor veel leraren is het internet nog een onontgonnen ter-rein; vaak zijn leerlingen daar veel meer thuis. Instructie in het zoeken naar informa-tie en het gebruik van tags daarbij zou zeer zinvol zijn. Opgemerkt wordt door enkeleleraren dat leerlingen vaak al les hebben gehad in internetgebruik, bijvoorbeeld op debasisschool. Ook wordt aangegeven dat het gebruik van internet sommige lesmetho-des zit (bijvoorbeeld Topondernemers); veel leerlingen kunnen daarom al goed metinternet omgaan. Een mogelijkheid die wordt aangereikt is het ontwikkelen van eendemonstratie op een video die op het web wordt gezet, bijvoorbeeld bij Kennisnet.Daarnaast zou er ook een papieren versie beschikbaar moeten zijn voor leraren.3.9.2 Leerlingen/studentenDe meningen zijn verdeeld als het gaat om de vraag of les of instructie in het taggeneen optie is. Sommige leerlingen vinden les in taggen wel een goed idee, maar dan alsonderdeel van ‘zoeken op internet’. Het zou leerlingen een hoop tijd besparen als zedaar al vroeg mee zouden beginnen, bij voorkeur op de basisschool. Andere leerlin-gen vinden dit overbodig: ‘Je leert het vanzelf wel en als je het niet weet leer je hetwel van je vrienden’. Ze vragen zich af of de kinderen van tegenwoordig dat nognodig hebben: ze weten vaak al zoveel. Enkele leerlingen merken op dat, omdat er zoontzettend veel informatie op het web staat, ze wel les zouden willen krijgen in hetonderscheiden van sites die betrouwbare informatie leveren van sites die dat nietdoen. Een aantal leerlingen heeft al les gehad in internetgebruik, sommigen op debasisschool, anderen op de middelbare school.26 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 32. 3.10 Tagging in een ruimere onderwijscontext5De bij het onderzoek betrokken basisscholen zijn aangesloten bij een bovenschoolszoek/informatiesysteem; de VO-scholen en roc’s maken alle gebruik van de ELO,ofschoon niet allemaal in dezelfde mate. Binnen dergelijke systemen zou taggingvolgens enkele leraren wellicht een functie kunnen vervullen. Leraren en leerlingenzouden goed afspraken kunnen maken, zeker binnen één school in het kader van deELO. Misschien dat een aantal dingen gewoon in het programma kunnen wordeningebouwd? Tags zouden kunnen worden afgeleid uit de exameneindtermen, zoalsdie door de SLO worden ontwikkeld. Door bijvoorbeeld een soort raster te ontwikke-len per vak. Binnen elke cel zouden dan tags kunnen worden bedacht. Het gebruikvan tags zou het voor de leerlingen overzichtelijker kunnen maken. Een probleembinnen de ELO is dat alle leraren volledige vrijheid hebben en de dingen ieder voorzich aanpakken en vormgeven. Het is zeer lastig daar afspraken over te maken. Eenvan de leraren vindt tags binnen een ELO niet belangrijk: ‘Je moet gewoon zorgen datje het materiaal goed structureert in logisch geordende mappen, dan vindt men hetvanzelf’.Sommige leraren geven aan dat er niet alleen binnen, maar ook over onderwijsinstel-lingen heen een grote mate van verspilling plaats vindt. Zo wordt er op de 40 roc’sheel veel materiaal ontwikkeld, ieder voor zich; daar zouden ook anderen wat aankunnen hebben. Er is binnen scholen ook een interne discussie gaande over het open-stellen van materiaal. Maar sommige leraren staan op het standpunt dat zij het materi-aal wat ze met veel moeite (in eigen tijd?) hebben ontwikkeld niet zomaar aan colle-ga’s willen doorgeven; ze zien het als hun persoonlijke eigendom.5 Dit onderdeel is alleen met de leraren besproken. ‘Tagging’ in het onderwijs 27
  • 33. 28 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 34. 4 Conclusies en aanbevelingen4.1 InleidingIn het inleidende hoofdstuk van deze rapportage hebben we de centrale onderzoeks-vraag gepresenteerd: ‘Hoe maak je het gebruikers zo gemakkelijk, aantrekkelijk ensimpel mogelijk om tags te plaatsen?’ Deze vraag is uitgewerkt in enkele deelvragen:• Hoe past tagging in de workflow van de doelgroep?• Hoe kan de kwaliteit positief beïnvloed worden?• Welke representatie spreekt de doelgroep het meeste aan?Hierna geven we een antwoord op de onderzoekvragen. In de volgende twee paragra-fen plaatsen we de antwoorden eerst in een context en vatten ze daarna meer schema-tisch samen. In de afsluitende paragraaf doen we op basis daarvan vervolgens eenaantal aanbevelingen.4.2 Samenvatting en conclusiesZowel leraren als leerlingen/studenten zoeken veelvuldig op het web; veel van hendoen dat vrijwel dagelijks. Google en Davindi zijn voorbeelden van applicaties (incasu zoekmachines) die, naast de ELO, veel voor school worden gebruikt; YouTubeen Hyves zijn sites die veel voor privédoeleinden worden bezocht.Er kunnen in principe twee zoekstrategieën worden onderscheiden, gericht op eenspecifiek onderwerp en sterk exploratief (‘surfen’). De leerlingen/studenten gaan bijhet zoeken naar informatie op vergelijkbare wijze te werk als de leraren. Ze tikkeneen tag of enkele tags in in een text field; meestal beginnen ze met één tag. Ze willenniet teveel intikken; dat kost alleen maar meer moeite en tijd. Als dan de informatieniet goed of niet specifiek genoeg is, gebruiken ze meer of andere tags (synoniemen)of combinaties. Soms staan die al bij de veel gebruikte zoektermen, alhoewel tagclouds niet echt functioneel gevonden worden. Bij de meeste sites, maar vooral bijsites als Wikipedia wordt vaak ook doorgeklikt via links die daar staan, van site naarsite.Of leraren en leerlingen/studenten veelvuldig materiaal voor school op het internetplaatsen, hangt voornamelijk af van de mate waarin in een ELO wordt gewerkt. ‘Tagging’ in het onderwijs 29
  • 35. Sommige scholen verkeren nog in een opstartfase, waarin alleen top-down informa-tieverstrekking plaatsvindt; andere scholen opereren al volledig digitaal en daar delenleraren en leerlingen/studenten alle informatie en bestanden met elkaar. Hetgeen doorde leraren op de ELO wordt geplaatst bestaat meestal uit PowerPoints (al-dan-nietzelf ontwikkeld), filmpjes, (actuele) krantenartikelen en links naar webpagina’s. Mettags wordt daarbij vrijwel nooit gewerkt; het materiaal of de links daarnaar toe wor-den in mappen geplaatst die de structuur van de gebruikte methode volgen. Leerlin-gen/studenten zetten – op een enkele uitzondering na - relatief weinig materiaal op deELO, alleen soms werkstukken, verslagen en besprekingen, maar dat hangt volledigaf van de mate waarin de ELO op school operationeel is. Buiten de ELO om en privéplaatst een groot deel van de leraren en leerlingen wel veel informatie op het web;populaire sites zijn YouTube en Hyves. Bij YouTube bestaat de verplichting tot hettoevoegen van tags, bij andere vergelijkbare ‘social sites’ (bijvoorbeeld Flickr) is demogelijkheid daartoe wel aanwezig, maar niet verplicht. Voor dit type sites zijn goedetags zeer relevant, omdat het er veelal op aankomt zoveel mogelijk bezoekers te trek-ken. Bij vriendensites zoals Hyves is er weinig noodzaak tot het plaatsen van tags; debetreffende informatie is namelijk bijna altijd gericht op een besloten groep gebrui-kers die bekend zijn met de inhoud.Het toevoegen van tags aan informatie die voor school bestemd is, vindt nauwelijksplaats, zeker niet binnen een ELO. Wel wordt op sommige social sites getagd (voor-namelijk omdat dat daar verplicht is). De redenen waarom er niet méér wordt getagd,kunnen grofweg worden herleid tot twee oorzaken. Gebruikers beseffen onvoldoendewaarvoor het nodig is, ze zien er de zin niet van in en hebben daarom het idee dat hetalleen maar extra tijd en moeite kost. Als ze dan al taggen, doen ze dat vooral omdathet verplicht is en liefst zo minimaal mogelijk. Daarnaast wordt er – met name doorleraren - niet getagd, omdat ze in de ELO volgens een structuur werken die de op-bouw (in casu inhoudsopgave) van de gebruikte methode volgt en daarbinnen gemak-kelijk hun (aanvullend) materiaal in de vorm van PowerPoints en links naar websiteskunnen onderbrengen. Die structuur wijst zich volgens hen (ook voor hun leerlingen)vanzelf; de noodzaak tot taggen ontbreekt dan. Toch beamen verschillende leraren dathet binnen een ELO zinvol kan zijn een zoekfunctie in te bouwen waarbij met tagswordt gewerkt en dat het hiervoor een vereiste is dat ook tags worden toegevoegd bijhet plaatsen van informatie. Ook zouden tags een functie kunnen vervullen bij deordening van de leerstof binnen de ELO.Opvallend is overigens dat de meeste leraren individueel bezig zijn met het zoeken enontwikkelen van (aanvullend) onderwijsmateriaal. En ook dat leraren binnen de ELO-structuur in belangrijke mate voor hun eigen opzet, vormgeving en invulling kiezen,dat er daarover misschien binnen de eigen sectie/vakgroep/afdeling enige afstemmingis, maar daarbuiten al veel minder of helemaal geen afstemming en uitwisseling30 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 36. plaatsvindt. Dit betekent dus dat enorm veel ontwikkelwerk (van onderwijsmateria-len) parallel plaatsvindt en dat er daarbij sprake is van territoriumgedrag, concurrentieen afscherming (‘Dit heb ik ontwikkeld en dat ga ik niet zomaar aan anderen af-staan!’). Hier zou nog een wereld te winnen zijn.4.3 Verleiden: beïnvloedbare factorenDit onderzoek richt zich op de vraag hoe gebruikers kunnen worden verleid tot hetplaatsen van tags. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar aspecten als hoe tagging inde workflow van de doelgroep past, hoe de kwaliteit positief beïnvloed kan worden,en welke representatie de doelgroep het meeste aanspreekt. In de vorige paragraafhebben we de antwoorden op deze vragen in beschrijvende zin beantwoord. Ter af-ronding vatten we de belangrijkste uitkomsten in tabelvorm samen. We laten onsdaarbij inspireren door het eerder beschreven 4 E-model. Van een groot aantal aspec-ten is aangeven of de gebruiker hiervan gemak ervaart en de effectiviteit daarvanondervindt. Deze overzichten leveren hiermee een aantal factoren op die te benuttenzijn om leraren en leerlingen te verleiden tot het gebruik van tags.Een deel van de te beïnvloeden factoren is te vinden aan de kant van de schoolomge-ving: en de systeem/ICT-omgeving; zie bovenste deel van Tabel 4.1. Als ontwerpersen school deze factoren aangrijpen, wordt antwoord verkregen op de onderzoeksvra-gen over het positief beïnvloeden van de kwaliteit en het bieden van een representatiedie de doelgroep aanspreekt.Een ander deel van de beïnvloedbare factoren heeft te maken met de gebruikers zelf,namelijk hun work flow en betrokkenheid; zie het onderste deel van Tabel 4.1. Doorals ontwerper en als school gericht in te spelen op de werkwijzen en wensen vangebruikers, wordt antwoord gegeven op de vraag hoe tagging past in de workflow vande doelgroep. ‘Tagging’ in het onderwijs 31
  • 37. Tabel 2 – Te beïnvloeden factoren. Opbrengst onderzoek ervaren gebruikersgemak /effectiviteitSchoolomgevingSchoolcontext De mate waarin ICT-gebruik is Als ICT meer ingevoerd is in het onderwijsleerproces geïntegreerd in school en naarmate er meer digitale content wordt gebruikt, groeit tag-bereidheidGebruik ELO en Eigen gebruik en vaardigheid ELO stimuleert plaatsen content door leraren eninternet op school leerlingen; de ervaren noodzaak tot taggen groeitSysteem / ICT-omgevingVerplichting tot Systeem dwingt tot plaatsen ten • wordt niet altijd gewaardeerd door gebruikerplaatsen tags minste één tag • acceptatie mede afhankelijk van doel van de websiteOndersteunings- Géén directe ondersteuning • gebruiker waardeert grote vrijheid en flexibiliteitmogelijkheden Inhoudelijke suggesties tags • handig, mits inhoudelijk adequaattijdens tagging Suggesties afhankelijk van com- • duidelijk ervaren meerwaarde munity (zelflerende systeem tags)Representatiemo- Invoeren via intypen • sterke voorkeur, ruimte voor één of meer termengelijkheden tags Aanvinken • handig, mits inhoudelijk to the point Aanklikken • handig, mits inhoudelijk to the point Uitklapscherm • vaak te globaal en te omslachtig • alleen handig bij specifieke inhoudelijke toepas- singen Tag cloud • niet overzichtelijk • veel leeswerk • te weinig inhoudelijk specifiek AquaBrowser • qua idee en vormgeving heel aardig • veel termen in het netwerk niet semantisch van toepassing/gerelateerdHulpmiddelen bij Spellingcorrector • alleen suggesties voor juiste woord, niet dwingendtaggen • handig voor mensen met zwakke taalbeheersing en dyslectici32 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 38. Work flowZoeken van Exploreren • één of enkele eigen zoektermen via zoekmachinecontent surfgedrag Gericht zoeken • met enkele eigen, specifieke zoektermen / tags via zoekmachinePlaatsen van Plaatsen van eigen, gemaakt • meestal plaatsen in ELO van de schoolcontent leermateriaal (content) • soms gebruik tags • mappen corresponderend met structuur van het vak worden gebruikt • soms behoefte om materiaal niet te delen met anderen (eigendom) Plaatsen van op internet gevonden • tags zijn soms handig materiaal • structuur vakgebied vormt hulpmiddel Plaatsen eigen materiaal (foto, • indien voor eigen bekenden, weinig behoefte aan filmpje, weblog) in omgeving tagging (Hyves) sociale software (Hyves, YouTube) • indien openbare site tagging nodig om gevonden te worden (vaak verplicht door systeem)Betrokkenheid gebruikersRegels afspreken Spelling • zie opmerkingen bij spellingcorrectiebij tagging voor Enkelvoud / meervoud • liever vrije keuzegebruiker Taalkeuze • bij jongere leerlingen zeker NLScholing / training Aandacht in lessen • behoefte aan expliciete scholing varieert • taggen behandelen als onderdeel van internetge- bruik (veilig, betrouwbaar) • vanaf basisschool • demovideo op Kennisnet Zelfinstructie in systeem / • handig helpfunctieGepercipieerde Bekendheid en motivatie • als gebruikers uitleg krijgen en ervaren waarvoorkosten / baten tags dienen, zijn ze bereid die toe te passen in situ- aties waarin zij het nut ervan inzien4.4 AanbevelingenTeneinde het taggen te bevorderen zou langs twee wegen gewerkt kunnen worden,via de gebruiker en via het systeem. Uit de gesprekken met de leraren en leerlingenvolgt dat zij zich nauwelijks bewust zijn van de functie van taggen; ze zien het vooralals iets wat je soms verplicht bent te doen en dat alleen maar extra tijd en moeite kost.Hier zou een goede voorlichting van wat het precies inhoudt en wat het nut ervan ismogelijk zinvol zijn, bijvoorbeeld via de site van Kennisnet. In dat kader zou ook een ‘Tagging’ in het onderwijs 33
  • 39. demovideo op die site geplaatst kunnen worden, waarin concreet wordt geadstrueerdhoe taggen vorm kan worden gegeven. Daarnaast zou in het onderwijs zelf instructiekunnen worden gegeven over internetgebruik in het algemeen en taggen in het bij-zonder. Dat zou al in het begin van de schoolloopbaan, het basisonderwijs, moetenstarten, bijvoorbeeld als onderdeel van het vak Nederlands of tijdens de zaakvakken.Een tweede traject dat gevolgd kan worden om het taggen te bevorderen is via opti-malisering van het systeem. Op veel scholen neemt de ELO een prominente positiein. De leerstof is daarbinnen vaak georganiseerd via een mappenstructuur die deinhoudsopgave van de methode volgt. Dat geldt eveneens voor het aanvullende mate-riaal dat de leraren in de ELO plaatsen. Volgens enkelen van hen is deze structuur zovanzelfsprekend, dat aanvulling daarop in de vorm van toevoeging van tags niet no-dig is. Andere leraren zien echter wel het nut in van het inbouwen van een ELO-bredezoekmachine die gevoed wordt door tags die bij het op het web zetten van materiaalzijn toegekend. Mogelijk zou bij de structurering van deze tags aangesloten kunnenworden bij de kerndoelen/eindtermen van het basis- en voortgezet onderwijs. In eenbreder verband zou taggen benut kunnen worden om het hele curriculum te ordenen.Wanneer binnen de ELO of binnen andere, openbare websites tags toegevoegd dienente worden, is het verstandig rekening te houden met de behoeften en voorkeuren vande gebruikers. Volgens de meeste leraren en leerlingen zou vrijheid voorop moetenstaan. Zij geven de voorkeur aan een simpel text field, waarin ze hun tags kunnenintypen. In misschien fraai ogende, maar weinig functionele visualisaties in de vormvan tag clouds en AquaBrowsers zien ze weinig. Wat ze wel handig vinden, is als deapplicatie (vrijblijvend) suggesties geeft zoals bijvoorbeeld Connotea dat doet. Bij diebookmarking service worden meteen nadat de gebruiker de eerste letter van een tagheeft ingetikt al een of meerdere suggesties voor tags getoond (die afkomstig zijn uiteen bestand van eerder – door deze of andere gebruikers - toegevoegde tags). Ditvoorkomt dat de gebruiker veel moet typen en zorgt tegelijkertijd voor enige stan-daardisering van tags. Een ander hulpmiddel zou kunnen bestaan uit een koppelingvan het tag-onderdeel aan een spellingcorrectieprogramma. Dit zou vooral nuttigkunnen zijn voor dyslectische leerlingen en leerlingen die de Nederlandse taal mindergoed beheersen. Maar ook hier zou vrijheid volgens de leraren en leerlingen vooropdienen te staan.34 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 40. ReferentiesClark, R., & Estes, F. (1999). The development of authentic educational technologies. Educational Technology, 39(2), 5-16.Collis, B., & Moonen, J. (2001). Flexible learning in a digital world: Experiences and expectations. London: Kogan Page Ltd.Gennip, H. van (2008). Tips voor elektronische leeromgeving. Didaktief, 5, mei, 26.Gennip, H. van, & Eerkens, F. (2008). Met een elektronische leeromgeving méér baas over eigen onderwijs. Implementatiewijzer. Nijmegen: ITS.Gennip, H. van, & Kuijk, J. van (2006). Monitoring educatieve contentketen: Doelre- alisatie – behoeften – rollen. Nijmegen: ITS.Gennip, H. van, Mooij, T., & Polman, H. (2008). Verleiden van gebruikers tot het plaatsen van (sociale) metadata. Offerte. Nijmegen: ITS.Gennip, H. van, Smeets, E., & Marx, T. (2007). Belangrijkste onderzoeksuitkomsten tweede jaar monitor Vier in balans. Nijmegen: ITS.Grootveld, M. (2008). MultimediaN-onderzoek ViTa: Video tagging door en voor leerlingen. PowerPoint. Utrecht: Telematica Instituut.Gustafson, K. (2002). Instructional design tools: A critique and projections for the future. Educational Technology Research and Development, 50, 59-66.Guy, M., & Tonkin, E. (2006). Folksonomies. Tidying up Tags? www.dlib.org/dlib/- january06/guy/01guy.html. Geraadpleegd 041208.Hammond, T., Hannay, T., Lund, B., & Scott, J. (2005). Social bookmarking tools (I). A general review. www.dlib.org/dlib/april05/hammond/04hammond.html. Ge- raadpleegd 041208.Janssen, F. (2007a). Tagging wordt steeds populairder. www.frankwatching.com/- archive/2007/02/06/tagging-wordt-steeds-populairder. Geraadpleegd 041208.Janssen, F. (2007b). De beste social sites. www.frankwatching.com/archive/2007/- 01/04/de-beste-social-sites. Geraadpleegd 041208.Kroski, E. (2005). The hive mind: Folksonomies and user-based tagging. infotang- le.blogsome.com/2005/12/07/the-hive-mind-folksonomies-and-user-based-tag- ging. Geraadpleegd 041208.Lamantia, J. (2006). Second generation tag clouds. www.joelamantia.com/blog/- archives/ideas/second_generation_tag_clouds.html. Geraadpleegd 041208.Lund, B., Hammond, T., Flack, M., & Hannay, T. (2005). Social bookmarking tools (II). A case study - Connotea. dlib.org/dlib/april05/lund/04lund.html. Geraad- pleegd 041208. ‘Tagging’ in het onderwijs 35
  • 41. Mathes, A. (2004). Folksonomies - Cooperative classification and communication through shared metadata. www.adammathes.com/academic/computer-mediated- communication/folksonomies.html. Geraadpleegd 041208.Melenhorst, M., Grootveld, M., & Setten, M. van (2004). Tag-based information retrieval of educational videos. tech.ebu.ch/docs/techreview/trev_2008-Q2_social- tagging.pdf. Geraadpleegd 041208.Mooij, T. (2007). Design of educational and ICT conditions to integrate differences in learning: Contextual learning theory and a first transformation step in early educa- tion. Computers in Human Behavior, 23(3), 1499-1530.Mooij, T. (in press). Education and ICT-based self-regulation in learning: Theory, design and implementation. Education and Information Technologies.Noruzi, A. (2007). Folksonomies: Why do we need controlled vocabulary? www.- webology.ir/2007/v4n2/editorial12.html. Geraadpleegd 041208.Onstenk, J. (2007). ‘WEB 2 in de BVE’ - Informele digitale leermiddelen en Web 2.0 in het beroepsonderwijs. Cinop/Hogeschool Inholland.Pind, D. (2005). Folksonomies: How we can improve the tags. pinds.com/2005/- 1/23/folksonomies-how-we-can-improve-the-tags. Geraadpleegd 041208.Planetzoh (2004). Taga.licio.u:s a way to integrate Del.icio.us. planetozh.com/- blog/2004/10/tagalicious-a-way-to-integrate-delicious. Geraadpleegd 041208.Rox, T. (2006). Social bookmarks charts version 3.5. www.roxomatic.de/1050/- social-bookmarks-review-version-35. Geraadpleegd 041208.Veen, W., & Jacobs. F. (2005). Leren van jongeren. Een literatuuronderzoek naar nieuwe geletterdheid. Utrecht: SURF.Webb, M., e.a. (2005). Social bookmarking tool comparison. www.urbanministry.- org/wiki/social-bookmarking-tool-comparison. Geraadpleegd 041208.Wilson, B. (1999). Evolution of learning technologies: From instructional design to performance support to network systems. Educational Technology, 39 (2), 32-35.36 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 42. Bijlagen ‘Tagging’ in het onderwijs 37
  • 43. 38 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 44. Geraadpleegde websiteswww.google.nlnl.altavista.comnl.yahoo.comhyves.nlwww.mijngastenboek.nlwww.punt.nlwww.myspace.comwww.flickr.comwww.picturetrail.comwww.mijnalbum.nlnl-nl.facebook.compicasa.google.compartyflock.nlwww.furl.netdelicious.comnl.youtube.comwww.connotea.orginformatiedienstverlening-tagging.startpagina.nltechnorati.com ‘Tagging’ in het onderwijs 39
  • 45. www.last.fmnl.wikipedia.org/wikiwww.tagcloud-generator.comtagcrowd.comwww.wordle.netwww.scholieren.comwww.kennisnet.nldavindi.kennisnet.nlwww.webkwestie.nlwww.thinkquest.nlwww.digischool.nlzoeken.bibliotheek.nlwww.educat.nlwww.teleblik.nlwww.leerwereld.nuwww.topondernemers.nuhotpot.klascement.netwww.fontys.nl/natschoolwww.noordhoffuitgevers.nl/wps/portal/bve/coflexwww.bouwonderwijs.nethuiswerkservice.nl40 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 46. FigurenFiguur 1a - Connotea: Home page met user defined tags ‘Tagging’ in het onderwijs 41
  • 47. Figuur 1b - Connotea: Home page met related tags42 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 48. Figuur 1c - Connotea: Homepage met related users ‘Tagging’ in het onderwijs 43
  • 49. Figuur 1d - Connotea: Bookmarks en tags van related user44 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 50. Figuur 1e* - Connotea: Tags suggesties ‘Tagging’ in het onderwijs 45
  • 51. Figuur 2a - Yahoo! Home page met zoekrubrieken46 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 52. Figuur 2b - Yahoo! Groups pagina met zoekcategorieën ‘Tagging’ in het onderwijs 47
  • 53. Figuur 2c - Yahoo! Schools & Education pagina met zoekcategorieën48 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 54. Figuur 3a - Worldle: Homepage ‘Tagging’ in het onderwijs 49
  • 55. Figuur 3b - Wordle: Tag cloud50 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 56. Figuur 4a - Tag Cloud Generator: Tag frequenties ‘Tagging’ in het onderwijs 51
  • 57. Figuur 4b - Tag Cloud Generator: Tag cloud52 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 58. Figuur 4c - Tag Cloud Generator: HTML-code generator ‘Tagging’ in het onderwijs 53
  • 59. Figuur 5a - Tag Crowd: Tag cloud54 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 60. Figuur 5b - Tag Crowd: HTML-code generator ‘Tagging’ in het onderwijs 55
  • 61. Figuur 5c - Tag Crowd: Tag cloud opties56 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 62. Figuur 6* - Bibliotheek.nl: Zoekpagina met AquaBrowser ‘Tagging’ in het onderwijs 57
  • 63. Figuur 7a - Delicious: Tag cloud58 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 64. Figuur 7b - Delicious: Tag bundles ‘Tagging’ in het onderwijs 59
  • 65. Figuur 8* – Scholieren.com: Zoekpagina met tag cloud60 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 66. Figuur 9* - Hyves: Zoekpagina met Tag cloud ‘Tagging’ in het onderwijs 61
  • 67. Figuur 10a* – YouTube: Zoekpagina62 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 68. Figuur 10b* - YouTube: Upload pagina met tag (‘labels’) opties ‘Tagging’ in het onderwijs 63
  • 69. Figuur 11a* – De Digitale School: Tag pagina VO64 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 70. Figuur 11b* – De Digitale School: Tag pagina PO ‘Tagging’ in het onderwijs 65
  • 71. Figuur 12* - Flickr met tag-suggesties66 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 72. Figuur 13 - Google zoekpagina ‘Tagging’ in het onderwijs 67
  • 73. Tags volgens Wordle68 ‘Tagging’ in het onderwijs
  • 74. Tags volgens TagCrowd ‘Tagging’ in het onderwijs 69

×