BASISONDERWIJS: VELDWERKVERSLAG,
LEERLINGGEGEVENS EN OUDERVRAGENLIJSTEN
ii
Basisonderwijs: veldwerkverslag,
leerlinggegevens en oudervragenlijsten
Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek
Zesde meting...
De particuliere prijs van deze uitgave is € 15,-.
€
Deze uitgave is te bestellen bij het ITS, 024 - 3653500, www.its-nijme...
Ten geleide

In het schooljaar 1994/95 is het cohortonderzoek Primair Onderwijs (PRIMA) van start gegaan.
Het onderzoek wo...
formatie verzameld over onder meer het onderwijsaanbod. De groepsleerkrachten hebben met
behulp van het zogenaamde leerlin...
Projectleider van het PRIMA-onderzoek op het ITS is L. Mulder en op het SCO-Kohnstamm
Instituut G. Ledoux. De auteurs van ...
viii
Inhoud

Ten geleide

v

Deel I Veldwerkverslag

1

1. De steekproef van scholen en leerlingen
1.1 Inleiding
1.2 Nagestreef...
6 Leerlingprofielen
6.1 De leerlingprofielen
6.2 Respons
6.3 Schalen
6.4 Schaalscores
6.5 Onderwijskundige bijzonderheden
...
Deel I
Veldwerkverslag
2
1 De steekproef van scholen en leerlingen

1.1 Inleiding
Bij de vijfde PRIMA-meting in het basisonderwijs, in schooljaar 2...
Tabel 1.1 – Verhoudingen in de landelijke schoolpopulatie (schooljaar 2003/04, N=7150) met
betrekking tot schoolscore, ric...
Tabel 1.2 - Nagestreefde schoolscore-aantallen in de referentiesteekproef en aanvullende steekproef van de zesde PRIMA-met...
Tabel 1.3 – Feitelijke schoolscore-verdeling in de totale steekproef van de zesde PRIMAmeting
schoolscore
100-109
110-119
...
Tabel 1.4 – Feitelijke en verwachte verdeling van de 420 scholen in de referentiesteekproef van
de zesde PRIMA-meting, naa...
Tabel 1.5 – Schoolgrootte in de landelijke schoolpopulatie (schooljaar 2003/04, N=7150) en in
de referentiesteekproef van ...
Tabel 1.6 – Totale aantal opgegeven leerlingen per jaargroep, en percentage daarvan dat bekend is uit de vorige PRIMA-meti...
10
2 Dataverzameling

2.1 Onderscheiden fasen en tijdsplanning
In de dataverzameling ten behoeve van de zesde meting van het ...
betekent dat het responspercentage onder de nieuwe scholen ongeveer 10 procent bedraagt.
Onder de bekende scholen ligt de ...
Fase 2 was in principe in december 2004 voltooid. Over bepaalde leerlingen bleken echter door
de scholen niet alle achterg...
Daarbij werd eveneens gebruik gemaakt van PRIMA-materiaal waarop de nummers en namen
van leerlingen al waren aangebracht. ...
2.6 Overzicht van de verzamelde data
In de verschillende fasen van dataverzameling werd via diverse instrumenten en bronne...
Over alle instrumenten op leerlingniveau wordt in het vervolg van dit rapport gerapporteerd,
met uitzondering van de formu...
Deel II
De leerlinggegevens
18
3 Achtergronden van de leerlingen

3.1 Achtergronden van de leerlingen
In deze paragraaf beschrijven we de samenstelling v...
Tabel 3.1 – Achtergrondkenmerken van de leerlingen, naar steekproef en jaargroep
referentiesteekproef

totale steekproef

...
Tabel 3.2 – Geboorteland van de ouders, naar steekproef en jaargroep (in %)
referentiesteekproef

totale steekproef

2
geb...
beroepsonderwijs (inclusief MAVO, HAVO, VWO), of een HBO/WO-opleiding. In Tabel 3.3
staan de verdelingen.

Tabel 3.3 - Opl...
5. de hoogst opgeleide ouder heeft een opleiding op HBO- of WO-niveau.
Bij de eerste drie categorieën speelt de etnische h...
24
4 De taal-, reken- en leestoetsen

4.1 Inleiding
Sinds de derde meting van het PRIMA-onderzoek zijn voor dit onderzoek hoo...
riment aan een veertigtal scholen het voorstel gedaan de scores te exporteren en naar de onderzoekers op te sturen.
De geg...
lingen het eerste deel plus het makkelijkste vervolgdeel af te nemen. In PRIMA5 is de toets
Begrijpend lezen echter geheel...
4.4 De taal-, reken- en leesvaardigheid
In Tabel 4.2 worden eerst de gemiddelde scores op taal, rekenen en begrijpend leze...
Tabel 4.3 – Vaardigheidsscores taal, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef

tota...
Tabel 4.4 - Vaardigheidsscores rekenen, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef

t...
Tabel 4.5 – Vaardigheidsscores lezen, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef

tot...
Tabel 4.7 – Vaardigheidsscores rekenen, naar steekproef, jaargroep en geslacht
referentiesteekproef

totale steekproef

ge...
5 De intelligentietests

5.1 De intelligentietests
Voor de intelligentietests is gebruik gemaakt van bestaand materiaal da...
Behalve naar de respons ten opzichte van de administratiesteekproef, hebben we ook gekeken
naar de respons met betrekking ...
Tabel 5.3 – Intelligentiescores, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef

totale s...
36
6 Leerlingprofielen

6.1 De leerlingprofielen
Bij alle PRIMA-metingen is aan de leerkrachten in groep 2, 4, 6 en 8 het zog...
een uitsplitsing hebben gemaakt naar totale steekproef en referentiesteekproef. De tabel bevat
alleen de leerlingen waarva...
6.4 Schaalscores
Om een indruk te geven van de gemiddelde scores op de geconstrueerde schalen presenteren we
allereerst in...
Vervolg Tabel 6.2 – Schaalscores op de leerlingprofielen, naar steekproef en jaargroep
referentiesteekproef

totale steekp...
Tabel 6.3 – Schaalscores ‘cognitieve capaciteiten’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referenties...
Tabel 6.4 – Schaalscores ‘onderpresteerder’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische
achtergrond
referentiesteekpro...
Tabel 6.5 – Schaalscores ‘bovenpresteerder’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische
achtergrond
referentiesteekpro...
Tabel 6.6 – Schaalscores ‘gedrag’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef
gem.

s...
Tabel 6.7 – Schaalscores ‘zelfvertrouwen’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef...
Tabel 6.8 – Schaalscores ‘populariteit’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef

...
Tabel 6.9 – Schaalscores ‘werkhouding’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef

t...
Tabel 6.10 – Schaalscores ‘schoolwelbevinden’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische
achtergrond
referentiesteekp...
Tabel 6.11 – Schaalscores ‘relatie met de leerkracht’, naar steekproef, jaargroep en sociaaletnische achtergrond
referenti...
Tabel 6.12 – Schaalscores ‘etnische breuk’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproe...
Tabel 6.13 – Schaalscores ‘sociaal milieu’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproe...
Tabel 6.14 – Schaalscores ‘remediërende maatregelen’, naar steekproef, jaargroep en sociaaletnische achtergrond
referentie...
Tabel 6.15 – Schaalscores ‘discipline’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond
referentiesteekproef

t...
Tabel 6.16 – Schaalscores ‘extra leerstofaanbod voor slimme leerlingen’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische ac...
Tabel 6.17 – Schaalscores ‘gereduceerd leerstofaanbod voor zwakkere leerlingen’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etn...
Tabel 6.18 – Schaalscores ‘cognitieve capaciteiten’, naar steekproef, jaargroep en geslacht
referentiesteekproef
gem.

sd
...
Tabel 6.20 – Schaalscores ‘bovenpresteerder’, naar steekproef, jaargroep en geslacht
referentiesteekproef

totale steekpro...
Tabel 6.22 – Schaalscores ‘zelfvertrouwen’, naar steekproef, jaargroep en geslacht
referentiesteekproef

totale steekproef...
Tabel 6.24 - Schaalscores ‘werkhouding’, naar steekproef, jaargroep en geslacht
referentiesteekproef

totale steekproef

g...
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting

717 views

Published on

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
717
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
3
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Geert Driessen et al. (2006). Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting

  1. 1. BASISONDERWIJS: VELDWERKVERSLAG, LEERLINGGEGEVENS EN OUDERVRAGENLIJSTEN
  2. 2. ii
  3. 3. Basisonderwijs: veldwerkverslag, leerlinggegevens en oudervragenlijsten Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek Zesde meting 2004/05 G. Driessen A. van Langen H. Vierke ITS – Nijmegen
  4. 4. De particuliere prijs van deze uitgave is € 15,-. € Deze uitgave is te bestellen bij het ITS, 024 - 3653500, www.its-nijmegen.nl of receptie@its.ru.nl. CIP-GEGEVENS KONINKLIJKE BIBLIOTHEEK DEN HAAG Driessen, G., Langen, A. van, Vierke, H. Basisonderwijs: veldwerkverslag, leerlinggegevens en oudervragenlijsten. Basisrapportage PRIMA-cohortonderzoek. Zesde meting 2004/05/ G. Driessen, A. van Langen, H. Vierke – Nijmegen: ITS. ISBN 90 5554 294 6 NUGI 840 © 2006 ITS, Radboud Universiteit Nijmegen Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een retrieval systeem worden opgeslagen, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van het ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. No part of this book/publication may be reproduced in any form, by print, photoprint, microfilm or any other means without written permission from the publisher. iv
  5. 5. Ten geleide In het schooljaar 1994/95 is het cohortonderzoek Primair Onderwijs (PRIMA) van start gegaan. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het ITS te Nijmegen en het SCO-Kohnstamm Instituut te Amsterdam, en gefinancierd door NWO-MaG op verzoek van het Ministerie van OC&W. Een kenmerk van cohortonderzoek is dat er verschillende jaargroepen (cohorten) tegelijk worden onderzocht, en bovendien dat zoveel mogelijk dezelfde leerlingen worden gevolgd in hun gang door het onderwijs. In PRIMA worden om de twee jaar de leerlingen getoetst en wordt informatie verzameld over het genoten onderwijs en over de achtergronden van de leerlingen. Telkens wordt een nieuw cohort aan het onderzoek toegevoegd en stroomt een oud cohort door naar het voortgezet onderwijs. In het schooljaar 2004/05 heeft de zesde meting van PRIMA plaatsgevonden. Voor het eerst sinds de start van PRIMA waren daarbij geen scholen voor speciaal basisonderwijs betrokken, maar uitsluitend scholen voor regulier basisonderwijs. Over deze zesde meting handelt dit rapport. Het doel van het PRIMA-cohortonderzoek is een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van het primair onderwijs in Nederland. In plaats van telkens afzonderlijke onderzoeken naar uiteenlopende aspecten van het onderwijsbeleid worden met PRIMA in één onderzoek gegevens verzameld die voor verschillende doeleinden kunnen worden benut. Zo worden de gegevens onder meer gebruikt voor de evaluatie van het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) en Weer Samen Naar School (WSNS). Daarnaast geeft het onderzoek ook in algemene zin inzicht in de ontwikkelingen binnen het Nederlandse onderwijs. Voor de deelnemende scholen biedt het onderzoek een beeld van de relatieve positie van de eigen leerlingen ten opzichte van die van hun jaargenoten in Nederland als geheel. Bij de zesde PRIMA-meting zijn op circa 600 reguliere basisscholen gegevens verzameld bij de leerlingen in de jaargroepen 2, 4, 6 en 8. Behalve bij de leerlingen is ook op uitgebreide wijze informatie verzameld via de leerkrachten, de schooldirecties en de ouders. In totaal zijn bij de metingen in het basisonderwijs ongeveer 60000 leerlingen betrokken. De 600 basisscholen in de steekproef zijn onderverdeeld in een landelijk representatieve steekproef van scholen (de referentiesteekproef) en een aanvullende steekproef van scholen met een hoge concentratie van allochtone en autochtone kinderen uit de lagere sociaal-economische milieus. In groep 2 zijn twee toetsen afgenomen uit het Cito-Leerlingvolgsysteem, namelijk Ordenen en Taal voor kleuters. In de groepen 4, 6 en 8 zijn toetsen afgenomen voor taal, rekenen en begrijpend lezen. Deels zijn deze speciaal ten behoeve van PRIMA geconstrueerd, deels zijn ze afkomstig uit het Cito-Leerlingvolgsysteem. In de groepen 4, 6 en 8 zijn ook twee non-verbale intelligentietests afgenomen. Daarnaast hebben de leerlingen uit de groepen 6 en 8 een schoolwelbevinden-vragenlijst ingevuld. Aan de ouders uit groep 2 is een uitgebreide schriftelijke vragenlijst voorgelegd. Daarin wordt ingegaan op sociale, culturele en etnische achtergronden van het gezin waartoe de leerling behoort, op kenmerken van de leerling zelf en op kenmerken van de ouders. Bij de directies en leerkrachten is met behulp van schriftelijke vragenlijsten in- v
  6. 6. formatie verzameld over onder meer het onderwijsaanbod. De groepsleerkrachten hebben met behulp van het zogenaamde leerlingprofiel bovendien hun leerlingen beoordeeld op een aantal psycho-sociale kenmerken en de leerkrachten van groep 8 hebben daarnaast ook een uitstroomformulier ingevuld, waarmee informatie over het schooladvies en de Cito-Eindtoetsscore werd opgevraagd. Bij deze zesde PRIMA-meting stond een thema centraal, namelijk ‘Zorgleerlingen op de basisschool’. In dat kader zijn er eenmalig twee extra instrumenten afgenomen aan de leerkrachten van groep 2, 4, 6 en 8: een Zorgprofiel en een Vignetteninstrument Zorgcapaciteit. Inmiddels is een groot aantal rapporten en (internationale) artikelen verschenen gebaseerd op gegevens uit de eerste vijf PRIMA-metingen. Het voorliggende rapport maakt deel uit van de basisrapportage over de zesde PRIMA-meting. Dit rapport heeft betrekking op de gegevens die in principe liggen op het niveau van de leerlingen. Binnen het rapport kunnen drie delen worden onderscheiden. In het eerste deel wordt een beschrijving gegeven van het verloop en de resultaten van het veldwerk. In het tweede deel staan de leerlinggegevens centraal: de sociaal-etnische achtergronden, de taal-, reken- en leestoetsen, de intelligentietests, het leerlingprofiel, het schoolwelbevinden, en de uitstroomgegevens. Behalve dat er verslag wordt gedaan van de variabelenconstructie, worden ook de eerste resultaten gepresenteerd. Bij dat laatste vindt een uitsplitsing plaats naar jaargroep, sociaal-etnische achtergrond en geslacht van de leerlingen. In het derde deel wordt ingegaan op de oudervragenlijsten die zijn afgenomen in groep 2. Aan de orde komt de variabelenconstructie en er wordt een eerste beschrijving gegeven van de resultaten, met daarbij een uitsplitsing naar referentie- en totale steekproef. De onderhavige rapportage met betrekking tot de resultaten van de zesde PRIMA-meting bouwt voort op de rapportages uit de eerdere metingen. Het doel van deze rapportage is meerledig. Op de eerste plaats willen de onderzoekers een verantwoording geven van het verloop en de resultaten van de complexe gegevensverzameling. Op de tweede plaats willen ze een overzicht presenteren van alle in PRIMA opgenomen instrumenten en variabelen. Daarvoor wordt verslag gedaan van de datacleaning en variabelenconstructie, en worden tevens de belangrijkste karakteristieken van de verzamelde informatie gepresenteerd. Dat laatste gebeurt met name in de vorm van gemiddelden en standaarddeviaties. Bij de presentatie van de gegevens wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen de referentie- en de totale steekproef. De referentiesteekproef geeft een landelijk representatief beeld van de situatie op Nederlandse basisscholen; de totale steekproef bevat daarnaast nog een oververtegenwoordiging van scholen met relatief veel leerlingen uit achterstandssituaties. Naast het onderscheid naar steekproef wordt in een deel van de overzichten ook nog een uitsplitsing gemaakt naar de sociaal-etnische achtergrond van de leerlingen. De belangrijkste doelgroep van de rapportage zijn onderzoekers die met de onderzoeksbestanden gaan werken. Voor hen vormt dit rapport een compleet naslagwerk. Maar daarnaast is de rapportage ook van belang voor allen die geïnteresseerd zijn in de situatie op Nederlandse basisscholen. Het rapport geeft namelijk een uitgebreid overzicht van een groot aantal cognitieve en niet-cognitieve kenmerken van de leerlingen en van hun thuissituatie. Zoals al vermeld handelt het onderhavige rapport over de gegevens die bij of over de leerlingen in het basisonderwijs zijn verzameld. Over de school- en klas/leerkrachtkenmerken in het basisonderwijs verschijnen afzonderlijke rapportages. Die zijn te bestellen bij de uitvoerende onderzoeksinstituten. Ook over de resultaten van het thema van PRIMA6, de zorgleerlingen op de basisschool, zal later afzonderlijk worden gerapporteerd. vi
  7. 7. Projectleider van het PRIMA-onderzoek op het ITS is L. Mulder en op het SCO-Kohnstamm Instituut G. Ledoux. De auteurs van dit rapport willen H. Versteegen, N. Leenders, H. van der Hoeven en H. van der Wal van het ITS en A. van der Meijden, J. Roeleveld, A. Vestdijk, D. Elshof en J. Aben van het SCO-Kohnstamm Instituut bedanken voor de wijze waarop zij het complexe veldwerk tot een goed einde hebben weten te brengen. vii
  8. 8. viii
  9. 9. Inhoud Ten geleide v Deel I Veldwerkverslag 1 1. De steekproef van scholen en leerlingen 1.1 Inleiding 1.2 Nagestreefde referentiesteekproef 1.3 Nagestreefde aanvullende steekproef 1.4 Omvang en representativiteit van de uiteindelijke scholensteekproef 1.5 Aantallen ‘oude’ en nieuwe PRIMA-basisscholen 1.6 Omvang van de leerlingensteekproef 3 3 3 4 5 8 8 2. Dataverzameling 2.1 Onderscheiden fasen en tijdsplanning 2.2 Fase 1: Benadering van scholen en opvragen van administratieve gegevens 2.3 Fase 2: Verzameling van leerlinggegevens 2.4 Fase 3: Toetsafnames en gelijktijdige overige dataverzameling 2.5 Fase 4: Uitstroomformulieren, tussentijdse instroomen uitvalformulieren, instrumenten zorgleerlingen 2.6 Overzicht van de verzamelde data 2.7 Rapportage aan de scholen 2.8 Taakverdeling tussen beide uitvoerende instituten 11 11 11 12 13 Deel II De leerlinggegevens 17 3 Achtergronden van de leerlingen 3.1 Achtergronden van de leerlingen 3.2 Sociaal-etnische achtergrond 19 19 22 4 De taal-, reken- en leestoetsen 4.1 Inleiding 4.2 De taal-, reken- en leestoetsen 4.3 Respons 4.4 De taal-, reken- en leesvaardigheid 25 25 25 27 28 5 De intelligentietests 5.1 De intelligentietests 5.2 Respons 5.3 Intelligentiescores 33 33 33 34 14 15 16 16 ix
  10. 10. 6 Leerlingprofielen 6.1 De leerlingprofielen 6.2 Respons 6.3 Schalen 6.4 Schaalscores 6.5 Onderwijskundige bijzonderheden 6.5.1 Aanspreekbaarheid in het Nederlands 6.5.2 Het relatieve prestatieniveau 6.5.3 Prognose voor toekomstig onderwijs 6.5.4 Het AVI-leesniveau 37 37 37 38 39 63 63 65 67 71 7 De vragenlijst Schoolwelbevinden 7.1 De vragenlijst Schoolwelbevinden 7.2 Respons 7.3 Schaalscores 75 75 75 76 8 Uitstroomgegevens groep 8 8.1 Het uitstroomformulier 8.2 Respons 8.3 Vervolgadvies voortgezet onderwijs 8.4 Potentiële voortijdig schoolverlaters 8.5 De Eindtoets basisonderwijs 81 81 81 82 84 85 Deel III De oudervragenlijsten 89 9 De oudervragenlijst voor groep 2 9.1 Constructie 9.2 Afname 9.3 Verwerking 9.4 Respons 9.4.1 Aantallen 9.4.2 Respons, sociaal-etnische achtergrond en toetsprestaties 9.4.3 Respons en steekproeven 9.4.4 Respons op schoolniveau 9.4.5 Samenvatting 9.5 Een beschrijving van de oudergegevens 9.5.1 Inleiding 9.5.2 De oudergegevens 91 91 91 92 92 92 93 94 95 96 96 96 97 Literatuur x 115
  11. 11. Deel I Veldwerkverslag
  12. 12. 2
  13. 13. 1 De steekproef van scholen en leerlingen 1.1 Inleiding Bij de vijfde PRIMA-meting in het basisonderwijs, in schooljaar 2002/03, waren circa 600 scholen betrokken geweest. Bij de start van de zesde PRIMA-meting werd besloten deze steekproefomvang te handhaven. Eveneens in overeenstemming met de vorige meting werd bovendien bepaald dat 420 van de scholen tezamen de referentiesteekproef zouden moeten vormen representatief voor alle Nederlandse basisscholen - terwijl de 180 resterende scholen zodanig moesten worden geselecteerd dat in de totale PRIMA-steekproef voldoende allochtone en autochtone leerlingen zouden voorkomen die behoren tot de doelgroepen van het Onderwijsachterstandenbeleid. Daarnaast was het net als in voorgaande jaren de bedoeling om de scholensteekproef van de vorige PRIMA-meting zo veel mogelijk intact te houden, om zo het longitudinale karakter van het onderzoek te waarborgen. 1.2 Nagestreefde referentiesteekproef Voor het selecteren van de referentiesteekproef werden richting, provincie en urbanisatiegraad van de vestigingsgemeente van de school als belangrijkste kenmerken beschouwd, samen met het kenmerk schoolscore. Dit kenmerk vormt een indicatie voor de sociaal-etnische samenstelling van de leerlingenpopulatie van een school en wordt door het Ministerie van OCW berekend door het gewogen aantal leerlingen van een school (dus met verdiscontering van hun wegingsfactor) te verminderen met 9% van het ongewogen aantal leerlingen en het resultaat te delen door het ongewogen aantal leerlingen. De uitkomst van deze rekensom wordt met 100 vermenigvuldigd en is door ons vervolgens ingedikt tot zeven categorieën. Met het meest recente scholenbestand van OCW, gebaseerd op de telling van peildatum 1 oktober 2003, kon worden vastgesteld hoe de landelijke verdeling van deze kenmerken er op dat moment uitzag. Door dezelfde percentuele verdeling over te brengen op een referentiesteekproef van 420 scholen werd duidelijk naar welke aantallen diende te worden gestreefd. In Tabel 1.1 geven we de procentuele landelijke verdeling en de nagestreefde aantallen scholen weer. 3
  14. 14. Tabel 1.1 – Verhoudingen in de landelijke schoolpopulatie (schooljaar 2003/04, N=7150) met betrekking tot schoolscore, richting, provincie en urbanisatiegraad en bijbehorende streefaantallen in de referentiesteekproef landelijk % nagestreefde n schoolscore 100-109 110-119 120-129 130-139 140-149 150-159 >159 78.4 7.8 3.7 2.3 1.9 1.5 4.5 329 33 16 10 8 6 19 richting openbaar protestants-christelijk rooms-katholiek overig bijzonder 33.6 29.7 29.5 7.2 141 125 124 30 provincie Groningen Friesland Drenthe Overijssel Flevoland Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg 4.8 6.9 4.3 7.9 2.5 13.5 6.8 13.2 17.5 3.5 12.9 6.1 20 29 18 33 11 57 29 55 73 15 54 26 urbanisatiegraad niet stedelijk weinig stedelijk matig stedelijk sterk stedelijk zeer sterk stedelijk 21.3 25.4 21.2 20.2 11.9 89 107 89 85 50 totaal 100 ± 420 1.3 Nagestreefde aanvullende steekproef Net als in de vijfde PRIMA-meting werd als criterium voor de aanvullende steekproef uitsluitend de schoolscore-verdeling gebruikt. De omvang van de aanvullende steekproef werd bepaald door de eis dat de totale PRIMA-steekproef per schoolscore-categorie ten minste 45 scholen zou moeten bevatten. Daarmee zouden naar verwachting voldoende achterstandsleerlingen in de steekproef worden opgenomen en konden tevens uitspraken gedaan worden over scholen met een uiteenlopende sociaal-etnische samenstelling. Gegeven de nagestreefde aantallen in de referentiesteekproef (zie ook Tabel 1.1), leidde dat tot de in Tabel 1.2 weergegeven aantallen voor de nagestreefde aanvullende steekproef. 4
  15. 15. Tabel 1.2 - Nagestreefde schoolscore-aantallen in de referentiesteekproef en aanvullende steekproef van de zesde PRIMA-meting schoolscore referentiesteekproef aanvullende steekproef totaal 100-109 110-119 120-129 130-139 140-149 150-159 >159 329 33 16 10 8 6 19 0 12 29 35 37 39 26 326 45 45 45 45 45 45 totaal 421 178 599 1.4 Omvang en representativiteit van de uiteindelijke scholensteekproef De uiteindelijke totale steekproef van PRIMA in schooljaar 2004/05 bestaat uit 600 basisscholen. Kanttekening bij dit aantal is dat verschillende dépendances van één school afzonderlijk in de steekproef kunnen voorkomen. In dat geval is er sprake van meer locaties waarop alle toetsgroepen (2, 4, 6 en 8) aanwezig zijn. Achter deze werkwijze steekt zowel een inhoudelijk als een financieel/organisatorisch motief. Ten eerste blijkt het vaak te gaan om gefuseerde scholen die slechts in beperkte mate samenwerken; ten tweede zou het alternatief (elke administratieve eenheid met al zijn locaties beschouwen als één school) leiden tot een enorme verhoging van het aantal te toetsen leerlingen. Niet alle scholen met meerdere locaties zijn op deze manier opgesplitst: met name scholen die al langere tijd in de PRIMA-steekproef voorkomen, bestaan vaak nog onder één PRIMA-schoolnummer. Het zou erg complex worden, om deze scholen en hun leerlingenpopulatie met terugwerkende kracht ook op te splitsen per locatie. Schooldirecties vragen in verband met de terugrapportage van toetsresultaten soms expliciet om een afzonderlijke benadering van hun locaties of juist om het tegenovergestelde; voor zover dat binnen onze voorwaarden past, komen we hieraan tegemoet. In hoofdstuk 2 wordt beschreven op welke wijze de PRIMA-scholen geselecteerd en benaderd zijn. Hier dient echter alvast enige toelichting gegeven te worden op de wijze waarop omgegaan werd met de selectiecriteria tijdens de werving. Het bleek namelijk vrijwel onmogelijk om deze alle vier (schoolscore, richting, provincie en urbanisatiegraad) steeds een even zwaar gewicht te geven. Dat heeft te maken met de relatief beperkte periode waarin de werving diende plaats te vinden, gecombineerd met het forse percentage scholen dat negatief op ons deelnameverzoek bleek te reageren. Daardoor was het onmogelijk om de reactie van een in alle opzichten geschikte school eerst af te wachten alvorens - bij een afwijzing - een even geschikte alternatieve school te benaderen. In plaats daarvan werd een groot aantal scholen tegelijkertijd benaderd, hetgeen consequenties had voor de precisie waarmee geselecteerd kon worden op alle relevante schoolkenmerken. Het uiteindelijke resultaat daarvan is af te lezen in Tabel 1.3; deze tabel laat de schoolscore-verdeling zien van de totale steekproef van de zesde PRIMA-meting. 5
  16. 16. Tabel 1.3 – Feitelijke schoolscore-verdeling in de totale steekproef van de zesde PRIMAmeting schoolscore 100-109 110-119 120-129 130-139 140-149 150-159 >159 329 52 46 36 34 36 67 totaal 600 In de totale steekproef is vooral aan scholen met schoolscores in de drie categorieën tussen 130 en 159 een tekort: in de betreffende drie cellen tezamen ligt het aantal op 106 in plaats van de nagestreefde 135. Dat komt onder andere doordat ook het totale aantal scholen in Nederland in deze drie categorieën laag is (n=408); gezien de zeer hoge non-respons (zie hoofdstuk 2) leidt zelfs een wervingspoging onder alle scholen tot te lage deelnemersaantallen. Het zelfde probleem deed zich ook al voor bij de vijfde meting, zij het in iets mindere mate. Het landelijke aantal scholen in deze drie categorieën was toen echter nog iets hoger: 430. In Tabel 1.4 wordt de verdeling van de 420 scholen in de referentiesteekproef over de vier selectiekenmerken (schoolscore, richting, provincie en urbanisatiegraad) weergegeven (‘feitelijke n’). Daarbij moet bedacht worden dat de schoolkenmerken afkomstig zijn van het departementale bestand van schooljaar 2003/04, dat naar BRIN-nummer is gerangschikt. Dat betekent dat, waar er in de PRIMA-steekproef sprake is van meer schoollocaties met elk een eigen schoolnummer, aan elk van die locaties dus de kenmerken van de gehele school gekoppeld zijn. Bij richting, provincie en urbanisatiegraad is dat geen punt, maar bij de schoolscore zou er in principe een discrepantie kunnen zitten tussen de schoolscore van de hele school en de ‘virtuele’ schoolscore van de locatie, als de verdeling van leerlingen over locaties niet willekeurig is geweest. De verwachte verdeling van de 420 scholen over de vier schoolkenmerken, gegeven de verhoudingen binnen de totale Nederlandse schoolpopulatie, is ook weergegeven in Tabel 1.4. Over het algemeen is er sprake van tamelijk kleine verschillen. De grootste afwijkingen zien we bij enkele categorieën (weinig stedelijk en sterk stedelijk) van urbanisatiegraad en ook het aantal deelnemende scholen in de provincie Utrecht is nogal wat kleiner dan verwacht. Met de χ2-toets is uitgerekend of er sprake is van significante verschillen (p<0.01) tussen de verwachte en feitelijke n, waarmee de representativiteit van de referentiesteekproef in het geding zou zijn. Dat bleek echter nergens het geval te zijn. De verhoudingen naar schoolscore, richting en urbanisatiegraad zijn in de referentiesteekproef goed in overeenstemming met de landelijke verhoudingen. Dat betekent dat de referentiesteekproef representatief is in alle genoemde opzichten. 6
  17. 17. Tabel 1.4 – Feitelijke en verwachte verdeling van de 420 scholen in de referentiesteekproef van de zesde PRIMA-meting, naar schoolscore, richting, provincie en urbanisatiegraad feitelijke n verwachte n schoolscore 100-109 110-119 120-129 130-139 140-149 150-159 >159 326 32 17 10 8 6 21 329 33 16 10 8 6 19 richting openbaar protestants-christelijk rooms-katholiek overig bijzonder 137 132 119 32 141 125 124 30 19 27 17 33 12 57 20 59 78 19 50 29 20 29 18 33 11 57 29 55 73 15 54 26 urbanisatiegraad niet stedelijk weinig stedelijk matig stedelijk sterk stedelijk zeer sterk stedelijk 92 123 92 70 43 89 107 89 85 50 totaal 420 ± 420 provincie Groningen Friesland Drenthe Overijssel Flevoland Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Zeeland Noord-Brabant Limburg Niet betrokken bij de selectiecriteria is schoolgrootte. Volledigheidshalve is achteraf echter wel nagegaan of de scholen in de referentiesteekproef afwijken van de landelijke populatie qua totale aantal leerlingen. Daartoe hebben we eveneens gebruik gemaakt van het scholenbestand van OCW van schooljaar 2003/04. In de tabel hierna zijn de resultaten opgenomen van de vergelijking tussen populatie en referentiesteekproef. 7
  18. 18. Tabel 1.5 – Schoolgrootte in de landelijke schoolpopulatie (schooljaar 2003/04, N=7150) en in de referentiesteekproef van de zesde PRIMA-meting landelijk gem. aantal leerlingen schoolgrootte max. 100 101-150 151-200 201-250 251-300 301-350 351-450 > 450 referentiesteekproef 216.5 215.3 % 17.7 15.0 17.7 17.1 12.0 7.8 8.1 4.7 % 17.4 14.0 16.4 19.3 14.3 8.1 6.4 4.0 De referentiesteekproef lijkt qua gemiddeld aantal leerlingen goed op de landelijke basisscholenpopulatie. De afwijkingen tussen de op basis van de populatie verwachte en feitelijk in de referentiesteekproef geobserveerde aantallen scholen per schoolgrootte-categorie zijn nergens significant bij p<0.01. 1.5 Aantallen ‘oude’ en nieuwe PRIMA-basisscholen Bij de zesde PRIMA-meting bevat de totale steekproef dus 600 basisscholen en valt deze steekproef uiteen in een referentiesteekproef van 420 scholen en een aanvullende steekproef van 180 scholen. Van deze 600 steekproefscholen namen er 438 (73%) ook deel aan de vijfde PRIMAmeting in 2002/03; 326 scholen (54%) namen zowel deel aan de vierde, vijfde als zesde meting. Binnen de referentiesteekproef van 420 scholen zijn er 303 (72%) die ook in 2002/03 deelnamen aan PRIMA en 215 (51%) die zowel in 2000/01 als in 2002/03 en 2004/05 deelnamen. Onder de 162 PRIMA-scholen die in 2004/05 voor het eerst deelnamen, zijn er overigens 25 die eerder wel aan aanverwant onderzoek op verzoek van een lokale opdrachtgever hadden deelgenomen. 1.6 Omvang van de leerlingensteekproef Ten behoeve van de zesde PRIMA-meting hebben de 600 deelnemende basisscholen gegevens verstrekt over hun leerlingen in de groepen 2, 4, 6 en 8. In totaal bleek het te gaan om 58902 leerlingen; een gemiddelde van 98 leerlingen per school in de vier jaargroepen tezamen. In Tabel 1.6 is te zien hoeveel leerlingen per steekproef en jaargroep dit betreft. Ook is in de tabel opgenomen welk deel van hen ook deelnam aan de vijfde PRIMA-meting in 2002/03, uitgesplitst naar steekproef. Per definitie kan dit alleen betrekking hebben op de leerlingen die bij de vijfde meting in groep 4, 6 en 8 zaten. Leerlingen die in 2002/03 aan aanverwant onderzoek op verzoek van een lokale opdrachtgever hebben deelgenomen, zijn niet meegerekend. 8
  19. 19. Tabel 1.6 – Totale aantal opgegeven leerlingen per jaargroep, en percentage daarvan dat bekend is uit de vorige PRIMA-meting, naar steekproef referentiesteekproef aanvullende steekproef totale steekproef n % in PRIMA5 n % in PRIMA5 n groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 11380 10698 10076 9886 0.0 62.3 67.7 71.2 4698 4300 3927 3964 0.0 59.7 65.6 69.4 16060 14997 13998 13847 totaal 42040 16889 % in PRIMA5 0.0 61.5 67.2 70.7 58902 Het gemiddeld aantal opgegeven leerlingen in groep 2, 4, 6 en 8 op de scholen uit de referentiesteekproef is 100, terwijl op de scholen in de aanvullende steekproef gemiddeld 94 leerlingen zitten. In Tabel 1.6 valt verder op dat het percentage bekende leerlingen stijgt met de groep; vermoedelijk omdat in de lagere groepen relatief meer leerlingen naar het speciaal onderwijs worden verwezen of van school veranderen. Door ziekte, tussentijdse uitstroom of andere oorzaken hebben overigens niet alle door de scholen opgegeven leerlingen uiteindelijk ook deelgenomen aan de toetsafnames van PRIMA. De verhoudingen tussen het totale aantal opgegeven leerlingen en het aantal leerlingen dat ten minste één toets (taal, rekenen of begrijpend lezen) heeft gemaakt, zijn in Tabel 1.7 weergegeven. Tabel 1.7 – Aantal leerlingen per jaargroep dat ten minste één toets heeft gemaakt en % ten opzichte van het totale aantal opgegeven leerlingen, naar steekproef referentiesteekproef aanvullende steekproef totale steekproef getoetste n % v. totaal getoetste n % v. totaal getoetste n % v. totaal groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 10751 10262 9784 9632 94.5 95.9 97.1 97.4 4259 4027 3697 3715 91.0 93.7 94.3 93.8 15010 14289 13481 13347 93.5 95.3 96.3 96.4 totaal 40429 96.2 15698 93.1 56127 95.3 Het percentage getoetste ten opzichte van opgegeven leerlingen ligt in de aanvullende steekproef wat lager dan in de referentiesteekproef. Dat zou te maken kunnen hebben met een groter tussentijds verloop van leerlingen in eerstgenoemde steekproef, of met een groter aantal leerlingen daar dat op een te laag niveau verkeert om aan de toetsafnames mee te kunnen doen (bijvoorbeeld neven-instromers uit het buitenland). 9
  20. 20. 10
  21. 21. 2 Dataverzameling 2.1 Onderscheiden fasen en tijdsplanning In de dataverzameling ten behoeve van de zesde meting van het PRIMA-onderzoek is een viertal fasen te onderscheiden: de werving van deelnemende scholen aan het PRIMA-cohort, gecombineerd met het opvragen van enkele administratieve gegevens (fase 1), de verzameling van aantallen, namen en enkele achtergrondgegevens van de leerlingen in de toetsgroepen (fase 2), de toetsafnames en gelijktijdige overige dataverzamelingen in groep 2, 4, 6 en 8 (fase 3), en ten slotte de verzameling van uitstroomgegevens groep 8 en tussentijdse instroom- en uitvalsgegevens (fase 4). Al deze dataverzamelingen zijn standaard en kwamen ook in voorgaande PRIMAmetingen voor. In het kader van het speciale onderzoeksthema van de zesde PRIMA-meting (‘Zorgleerlingen op de basisschool’) vond er in fase 4 daarnaast een extra dataverzameling plaats bij de leerkrachten van alle toetsgroepen. De bijbehorende kalender staat hieronder vermeld. Elke fase wordt in de paragrafen hierna beschreven. Kalender dataverzameling zesde PRIMA-meting fase 1: mei – oktober 2004 fase 2: september – december 2004 fase 3: januari – maart 2005 fase 4: mei – juni 2005 2.2 Fase 1: Benadering van scholen en opvragen van administratieve gegevens De eerste benadering van scholen was vooral bedoeld om hun bereidheid tot deelname te checken, maar werd gecombineerd met het aanbieden van een kort vragenlijstje over een aantal administratieve zaken. Alle scholen die twee jaar eerder aan PRIMA5 hadden deelgenomen, ontvingen al in mei 2004 deze vragenlijst. Zodoende kon in de zomervakantie op basis van hun respons worden geïnventariseerd hoeveel nieuwe scholen nog nodig waren; dat bleken er 162 te zijn. Nagegaan is wat de kenmerken moesten zijn van deze nieuwe scholen, in eerste instantie qua schoolscore en vervolgens ook zoveel mogelijk naar provincie, richting en urbanisatiegraad (zie ook paragraaf 1.4). Met het oog op de te verwachten hoge non-respons werd uit het departementale bestand vervolgens een veelvoud van deze benodigde scholen geselecteerd en direct bij de start van het nieuwe schooljaar (augustus/september 2004) benaderd met dezelfde vragenlijst als de reeds uit PRIMA5 bekende deelnemers. Zodra de vragenlijstjes ingevuld terugkwamen van de scholen, werden zij ingevoerd in een computerbestand. Geregeld werd de stand van zaken ten aanzien van deelnemers en weigeraars opgemaakt.. Uiteindelijk is op deze manier het benodigde aantal van 600 scholen gehaald. Daartoe zijn in totaal wel circa 2200 scholen benaderd; de 600 deelnemers van de vorige meting en daarnaast ruim 1600 nieuwe scholen. Dat 11
  22. 22. betekent dat het responspercentage onder de nieuwe scholen ongeveer 10 procent bedraagt. Onder de bekende scholen ligt de respons veel hoger: 73 procent. 2.3 Fase 2: Verzameling van leerlinggegevens Zodra gebleken was dat een nieuwe school bereid was aan het onderzoek deel te nemen, werd een aantal zogenoemde groepsformulieren verstuurd met het verzoek om hierop in te vullen welke leerlingen in het lopende schooljaar in de even jaargroepen zaten. Per parallelgroep werden behalve de namen van die leerlingen ook enkele achtergrondkenmerken opgevraagd (zie hoofdstuk 3). Het was voor de scholen ook mogelijk deze gegevens geautomatiseerd aan te leveren, mits zij gebruik maakten van het administratieprogramma ESIS-A. Alle scholen ontvingen daartoe behalve bovengenoemde formulieren ook een diskette. Aan de hand van een bijgevoegde gebruiksaanwijzing konden de scholen met een paar eenvoudige handelingen de gevraagde gegevens vanuit hun administratieprogramma op deze diskette zetten. Voor ESIS-A is gekozen, omdat dit programma door circa tweederde van alle basisscholen wordt gebruikt. De scholen die ook aan de vorige PRIMA-meting hadden deelgenomen, ontvingen een vergelijkbaar groepsformulier voor groep 2. De gegevensverzameling per formulier voor de groepen 4, 6 en 8 verliep echter anders: de meeste leerlingen uit deze groepen waren immers al bekend van de vorige meting; toen zaten ze namelijk in groep 2, 4 en 6. Daarom werden op formulieren de namen van die bekende leerlingen al voorgedrukt, met het verzoek aan te geven of deze leerlingen inderdaad normaal waren doorgestroomd. Van deze bekende leerlingen waren veel achtergrondgegevens al bekend, zodat op de nieuwe formulieren nog slechts enkele aanvullingen hoefden te worden gemaakt. Van eventuele nieuwe leerlingen in deze groepen (niet bekend uit eerdere metingen) moesten natuurlijk wel nog alle gegevens worden opgegeven. De diskette die de bekende scholen ook ontvingen, was geheel gelijk aan die van de nieuwe scholen. Alle gegevens van de leerlingen in de even groepen konden daarmee worden ‘afgetapt’ uit het ESIS-administratiebestand van de scholen; ook die van de leerlingen die reeds bekend waren uit voorgaande metingen. Pas naderhand, bij de verwerking van de diskette-gegevens van de bekende scholen, werd de nieuwe informatie vergeleken met de bestanden van PRIMA5. Aldus kon worden nagegaan welke leerlingen ook twee jaar eerder aan het onderzoek hadden deelgenomen en welke leerlingen nieuw waren. Bij de verwerking van de opbrengst van fase 2 werd aan elke leerling die volgens de opgave van de scholen in de toetsgroepen zat, een uniek respondentnummer toegekend. In dit nummer was ook het schoolnummer en de jaargroep verwerkt. De namen en respondentnummers werden vervolgens voorgedrukt op alle instrumenten, toetsen en antwoordbladen die met betrekking tot deze leerlingen in fase 3 en 4 werden ingezet. Ook de directie- en leerkrachtvragenlijsten werden zodanig genummerd dat er geen twijfel kon ontstaan over de identiteit van de respondent. De school- en respondentnummers vormen ook de basis van de opgebouwde school- en leerlingbestanden waarin alle in 2004/05 en eventueel ook in de jaren daarvoor verzamelde gegevens zijn opgenomen. 12
  23. 23. Fase 2 was in principe in december 2004 voltooid. Over bepaalde leerlingen bleken echter door de scholen niet alle achtergrondgegevens verstrekt te zijn. Voorzover het de gegevens betrof waarop de in PRIMA veelvuldig gehanteerde indeling naar sociaal-etnische achtergrond is gebaseerd (zie hoofdstuk 3), is in fase 3 nog een poging gedaan deze informatie alsnog te verzamelen. De toetsleider kreeg daartoe een overzicht met de ontbrekende gegevens mee, dat de scholen alsnog konden aanvullen. 2.4 Fase 3: Toetsafnames en gelijktijdige overige dataverzameling Een belangrijk deel van de toetsen in het PRIMA-onderzoek is afkomstig uit het CitoLeerlingvolgsysteem (zie ook hoofdstuk 4). Dat geldt voor de toetsen Taal voor Kleuters en Ordenen voor groep 2, de toetsen Rekenen/Wiskunde versie M4, M6 en M8 voor groep 4, 6 en 8, en de toetsen Begrijpend lezen deel 2 en deel 4 voor groep 6 en 8. Veel scholen gebruiken deze toetsen ook zelf, en dat heeft logischerwijs tot gevolg dat zij uitgesproken wensen hebben ten aanzien van de toetsafname en het toetsmoment. Binnen deze groep gebruikers is er bovendien een groeiend aantal scholen dat de toetsscores van hun leerlingen invoert in het computerprogramma van het Cito-LVS. Feitelijk zijn er dus drie groepen scholen: 1) scholen die de CitoLVS-toetsen gebruiken en ook de scores invoeren in het bijbehorende computerprogramma, 2) scholen die wel de toetsen gebruiken, maar niet het computerprogramma, en 3) scholen die geen van beide gebruiken. Voor alle drie de groepen is een variant ontwikkeld met betrekking tot de afname van de Cito-LVS-toetsen in het kader van PRIMA6. De procedure ten aanzien van groep 1 was nieuw en gold als een experiment. De achterliggende overweging was dat veel dubbelwerk kon worden voorkomen als de Cito-LVS-toetsscores uit de computer van de school konden worden ‘afgetapt’ ten behoeve van het PRIMA-onderzoek.. De aftapprocedure hield in dat de betrokken school alle Cito-LVS-toetsen die in het PRIMAonderzoek worden gebruikt, afnam zonder de aanwezigheid van de testleider. De school deed dat op een zelfgekozen tijdstip in de periode januari-maart, en maakte daarbij gebruik van eigen toetsmateriaal. Na de toetsafnames werden de toetsen nagekeken door de school zelf en de scores werden ingevoerd in het Cito-computerprogramma. Eind maart stuurde het ITS een diskette met behulp waarvan deze scores konden worden afgetapt uit dit systeem en beschikbaar kwamen voor het PRIMA-onderzoek. Scholen in groep 2 namen eveneens zonder aanwezigheid van de toetsleider de Cito-toetsen af, op een zelfgekozen tijdstip in de periode januari-maart. Zij maakten echter gebruik van PRIMAmateriaal waarop de nummers en namen van leerlingen al waren aangebracht. Scholen die kozen voor deze procedure kregen begin januari dit materiaal aangeleverd van de toetsleider, samen met een uitgebreide schriftelijke instructie. Na afloop van de toetsafnames werd het toetsmateriaal opgehaald en nakeken door het ITS. Op de scholen in groep 1 en 2 was de toetsleider uitsluitend aanwezig tijdens de afname van de overige toetsen (d.w.z. de Taaltoetsen voor groep 4, 6 en 8; deze zijn niet afkomstig uit het CitoLVS) en de IQ-testen voor groep 4, 6 en 8. Op de scholen in groep 3 was de toetsleider gedurende een tevoren vastgestelde toetsperiode van enkele dagen aanwezig. In deze periode werden alle Cito- en overige toetsen afgenomen. 13
  24. 24. Daarbij werd eveneens gebruik gemaakt van PRIMA-materiaal waarop de nummers en namen van leerlingen al waren aangebracht. Ook op deze scholen werden overigens de meeste toetsen en testen door de groepsleerkrachten afgenomen. De toetsleider diende als vraagbaak op de achtergrond en nam de toetsen en testen alleen af op uitdrukkelijk verzoek van de school (bijvoorbeeld in geval van combinatieklassen). Na afloop van de toetsafnames werd het toetsmateriaal meegenomen door de testleider en nakeken door het ITS. Voorafgaande aan de toetsperiode op alle groepen scholen werden in een voorbereidend gesprek tussen toetsleider en team de procedures doorgenomen, afspraken gemaakt en eventueel materiaal overgedragen. Tevens nam de toetsleider bij dit eerste bezoek de vragenlijsten mee voor de leerkrachten van groep 2, 4, 6 en 8 en de directie, alsmede de zogenaamde leerlingprofielen met vragen voor de leerkrachten over elke leerling in groep 2, 4, 6 en 8. Ten slotte werden ook de oudervragenlijsten voor de ouders van leerlingen in groep 2 bij dit eerste bezoek door de toetsleider achtergelaten, met het verzoek deze lijsten aan de leerlingen mee te geven. Ingevulde vragenlijsten werden aan het einde van de toetsperiode door de toetsleiders weer meegenomen. Vragenlijsten die nog niet waren ingevuld, konden de scholen per post later alsnog retourneren. De meeste toetsleiders die betrokken waren bij fase 3, hadden al eerder ervaring opgedaan met het PRIMA-onderzoek. Desondanks werden zij tevoren uitgebreid mondeling en schriftelijk geïnstrueerd. 2.5 Fase 4: Uitstroomformulieren, tussentijdse instroom- en uitvalformulieren, instrumenten zorgleerlingen De laatste fase in de dataverzameling van de zesde PRIMA-meting bestond uit vier schriftelijke onderdelen. De instrumenten werden in mei per post aan de PRIMA-scholen toegestuurd; ook de retournering door de scholen verliep per post. Het eerste onderdeel betrof de optisch inleesbare uitstroomformulieren groep 8, waarmee bij de leerkracht van groep 8 of eventueel bij de directeur informatie per leerling van groep 8 gevraagd werd over het schooladvies voor voortgezet onderwijs, de Cito-Eindtoetsscore en de vermoedelijke VO-schoolkeuze. Het tweede onderdeel beoogde de oorzaken in kaart te brengen van tussentijds verschenen en verdwenen leerlingen: leerlingen die - bijvoorbeeld door verhuizen of doubleren - tussentijds zijn ingestroomd in de hogere groepen (4, 6 en 8) van de PRIMAsteekproef zonder dat hun voorgeschiedenis bij de PRIMA-administratie bekend is, of leerlingen die - om vergelijkbare redenen - juist zijn verdwenen uit de steekproef zonder dat in de PRIMA-administratie duidelijk is waar deze leerlingen zijn gebleven. Met behulp van deels voorgedrukte formulieren werden over al deze leerlingen de redenen van de tussentijdse instroom of uitval en de ontbrekende loopbaangegevens opgevraagd. De overige twee onderdelen van fase 4 waren in principe eenmalig en hadden betrekking op het speciale onderzoeksthema van PRIMA6, namelijk ‘Zorgleerlingen op de basisschool’. In dat kader zijn twee extra instrumenten ontwikkeld: een Formulier Zorgleerlingen en een Vignetteninstrument Zorgcapaciteit, beide in te vullen door leerkrachten van groep 2, 4, 6 en 8. Beide instrumenten waren optisch inleesbaar. 14
  25. 25. 2.6 Overzicht van de verzamelde data In de verschillende fasen van dataverzameling werd via diverse instrumenten en bronnen en op verschillende niveaus informatie verzameld. Zonder in details te treden, laten we in Figuur 2.1 de herkomst en het niveau van de verzamelde informatie zien. Figuur 2.1 – Verzamelde gegevens naar fase, instrument, bron en niveau Fase/Instrument Informatie verstrekt door/verzameld bij Informatie(-niveau) School Fase 1 wervingsvragenlijst Fase 2 groepsformulieren of ESIS-diskette directie Groep Leerling groepsnamen, locaties groep 2, 4, 6 en 8 groep, naam, achtergrondkenmerken deelnamebereidheid, schoolkenmerken directie, administratie of aantal groepen 2, 4, leerkrachten groep 2, 4, 6 en 8 6 en 8 Fase 3 toets (voorbereidend) taal/rekenen leerlingen groep 2, 4, 6, 8 toetsscores toets begrijpend lezen leerlingen groep 6 en 8 toetsscores IQ-testen leerlingen groep 4, 6 en 8 testscores schoolwelbevinden vragenlijst leerlingen groep 6 en 8 welbevinden, zelfvertrouwen en populariteit leerlingprofielen leerkrachten groep 2, 4, 6 en 8 beoordeling, aanpak en bijzonderheden leerling directievragenlijst directie leerkrachtvragenlijst groep 2 en groep 4, 6, 8 leerkrachten groep 2, 4, 6 en 8 oudervragenlijst ouders groep 2 kenmerken ouders, gezin, opvoeding Fase 4 uitstroomformulieren groep 8 directie of leerkracht groep 8 uitstroomgegevens overgang VO formulieren tussentijdse instroom en uitval directie of administratie oorzaken tussentijdse in/uitstroom, schoolloopbaangegevens formulier zorgleerlingen leerkrachten groep 2, 4, 6 en 8 aantal/typering zorgleerlingen, contacten ouders, beschikbare extra hulp vignetteninstrument zorgcapaciteit leerkrachten groep 2, 4, 6 en 8 kenmerken team, schoolpopulatie en onderwijsaanpak kenmerken klas, leerkracht, onderwijs indicatie van de orthopedagogische kwaliteit 15
  26. 26. Over alle instrumenten op leerlingniveau wordt in het vervolg van dit rapport gerapporteerd, met uitzondering van de formulieren over tussentijdse instroom en uitval en de eenmalig afgenomen instrumenten met betrekking tot de zorgleerlingen, waarover afzonderlijke rapportages zullen verschijnen. Over de vragenlijsten voor de leerkrachten en directies wordt eveneens een apart rapport gepubliceerd. 2.7 Rapportage aan de scholen De meeste deelnemende scholen hebben tweemaal een terugkoppeling ontvangen over de verzamelde resultaten van hun leerlingen. Een deel van de afgenomen toetsen is afkomstig uit het leerlingvolgsysteem van het Cito. Veel scholen gebruiken deze toetsen ook zelf, om de vorderingen van hun leerlingen te meten. Daarom zijn de scores op deze toetsen binnen enkele weken na afname in de vorm van een zogenaamde ‘versnelde terugrapportage’ teruggekoppeld naar de scholen die dat wensten. Voor zover van toepassing (afhankelijk van de toets) bevatte deze versnelde rapportage behalve ruwe scores ook subtoets-scores en zogenaamde Cito-vaardigheidsscores per leerling. Een totale rapportage van alle toetsresultaten is naar de scholen verzonden vlak vóór de zomervakantie van 2005. In deze rapportage is veel aandacht besteed aan de prestaties van de leerlingen en de school in relatie tot leerlingen en scholen elders in het land met een vergelijkbare sociaal-etnische achtergrond. Ook van de leerlingprofielen en de schoolwelbevindenvragenlijst zijn in het ‘landelijk vergelijkend schoolrapport’ enkele resultaten opgenomen. 2.8 Taakverdeling tussen beide uitvoerende instituten Het PRIMA-onderzoek wordt door twee onderzoeksinstituten tezamen uitgevoerd. Tot nu toe is in dit rapport in het midden gelaten welk onderzoeksinstituut welk gedeelte van de beschreven werkzaamheden in het basisonderwijs nu precies heeft verricht. Tussen ITS en SCOKohnstamm Instituut zijn voorafgaand aan de zesde meting afspraken over de werkverdeling gemaakt. Aan de basis daarvan staat de verdeling van de PRIMA-basisscholen tussen de onderzoeksinstituten naar regio. Deze verdeling komt er op neer dat het SCO-Kohnstamm Instituut verantwoordelijk was voor alle dataverzameling bij de betrokken basisscholen in de provincie NoordHolland en in de stad Den Haag en het ITS overal elders in Nederland. Alle dataverzameling en -verwerking is in alle fasen door beide instituten afzonderlijk uitgevoerd met betrekking tot de eigen scholen. In dit veldwerkverslag is geen aandacht besteed aan de toetsafnames en andere dataverzamelingen die op lokaal niveau hebben plaatsgevonden in opdracht van schoolbesturen of gemeenten. Dat is gebeurd in het kader van de School Prestatie Metingen (SPM) van het ITS en het project PRIMA-plus van het SCO-Kohnstamm Instituut en staat daarmee buiten het PRIMA-cohortonderzoek. 16
  27. 27. Deel II De leerlinggegevens
  28. 28. 18
  29. 29. 3 Achtergronden van de leerlingen 3.1 Achtergronden van de leerlingen In deze paragraaf beschrijven we de samenstelling van de groep leerlingen die in het schooljaar 2004/05 aan het PRIMA-onderzoek heeft deelgenomen. Bij deze beschrijving maken we steeds een onderscheid tussen de totale steekproef en de referentiesteekproef. De achtergrondkenmerken van de leerlingen die in de tabellen worden gepresenteerd, zijn verstrekt door de scholen (c.q. directies, leerkrachten, administratie), die daartoe enkele formulieren hebben ingevuld. In totaal zijn van 58902 leerlingen deze kenmerken bekend. Van deze groep heeft 95.3% ook aan de toetsafnames deelgenomen. In Tabel 3.1 staan allereerst enige kenmerken van de leerlingen zelf; deze zijn dus gebaseerd op de totale groep, inclusief degenen zonder toetsscores. De leeftijd is overigens berekend per 1 januari 2005. Uit Tabel 3.1 is op te maken dat de verschillende kenmerken betrekking hebben op een steeds wisselend aantal leerlingen. De vragen op de formulieren zijn dus niet allemaal even consequent ingevuld, met als gevolg dat we soms belangrijke achtergrondkenmerken moeten missen. Hier komen we later op terug in verband met de indeling van leerlingen naar hun sociaal-etnische achtergrond. Het verschil in de samenstelling van de referentiesteekproef en de totale steekproef wordt vooral zichtbaar bij het kenmerk wegingsfactor. De totale scholensteekproef bevat naast de referentiesteekproef een aanvullende steekproef van scholen met relatief veel leerlingen in achterstandssituaties, zodat het aandeel leerlingen uit de OAB-doelgroepen relatief groot is. 19
  30. 30. Tabel 3.1 – Achtergrondkenmerken van de leerlingen, naar steekproef en jaargroep referentiesteekproef totale steekproef 2 maximaal aantal leerlingen leeftijd (gem.) n sekse (%) jongens meisjes n verblijfsduur in Nederland (%) < 1 jaar 1-3 jaar 4-5 jaar > 5 jaar altijd n gezinssamenstelling (%) vader en moeder alleen moeder alleen vader anders/onbekend n OAB-wegingsfactor (%) 0.00 0.25 0.40 0.70 0.90 n 4 6 8 totaal 11380 10698 10076 9886 42040 5.8 7.9 10.0 12.0 8.8 11120 10553 9971 9814 41458 51.0 49.0 49.8 50.2 49.6 50.4 50.5 49.5 50.3 49.7 11123 10532 9964 9812 41431 .1 .7 .9 .3 97.9 .2 .9 .6 1.2 97.1 .1 .7 .7 .9 97.5 .1 .7 .6 1.4 97.2 .1 .8 .7 .9 97.4 10592 10194 9583 9518 39887 89.7 8.5 .4 1.4 91.3 7.0 .6 1.2 91.2 7.0 .6 1.2 91.1 7.1 .8 1.0 90.8 7.4 .6 1.2 11096 10547 9959 9805 41407 72.3 12.5 .1 .2 14.9 72.3 12.6 .1 .2 14.7 71.9 13.7 .1 .3 14.0 70.4 15.7 .1 .3 13.6 71.8 13.6 .1 .2 14.3 10707 10257 9686 9621 40271 2 4 6 8 totaal 16060 14997 13998 13847 58902 5.8 8.0 10.0 12.0 8.8 15731 14796 13881 13750 58158 51.4 48.6 49.5 50.5 49.4 50.6 50.1 49.9 50.1 49.9 15735 14764 13860 13738 58097 .2 1.1 2.3 1.2 95.3 .3 1.2 1.2 3.2 94.1 .2 1.2 1.2 3.0 94.5 .2 .9 1.0 3.9 94.0 .2 1.1 1.4 2.7 94.5 14947 14201 13317 13303 55768 87.2 10.9 .5 1.3 89.1 9.2 .7 1.0 89.2 9.2 .6 1.0 88.7 9.6 .9 .8 88.5 9.8 .7 1.1 15664 14788 13855 13726 58033 59.5 13.7 .1 .3 26.4 59.7 13.3 .1 .3 26.6 59.5 14.9 .1 .3 25.2 57.9 16.9 .0 .3 24.9 59.1 14.7 .1 .3 25.8 15070 14354 13478 13460 56362 Het kenmerk ‘OAB-wegingsfactor’ is gebaseerd op enkele achtergrondgegevens van de ouders van de leerling, met name hun etnische herkomst, opleiding en beroep. De 0.00-leerlingen zijn leerlingen zonder achterstanden die het gevolg zijn van sociaal-economische en culturele factoren, de 0.25-leerlingen zijn de autochtone achterstandsleerlingen, de 0.40-leerlingen zijn schipperskinderen, 0.70-leerlingen zijn kinderen van reizende en trekkende ouders, en 0.90leerlingen zijn allochtone achterstandsleerlingen. Specifieke gegevens hierover zijn weergegeven in de volgende tabellen. Tabel 3.2 bevat informatie omtrent het geboorteland van beide ouders. 20
  31. 31. Tabel 3.2 – Geboorteland van de ouders, naar steekproef en jaargroep (in %) referentiesteekproef totale steekproef 2 geboorteland vader Nederland Suriname Antillen Molukken Turkije Marokko Griekenland Spanje Italië Portugal voormalig Joegoslavië China Vietnam overige landen n geboorteland moeder Nederland Suriname Antillen Molukken Turkije Marokko Griekenland Spanje Italië Portugal voormalig Joegoslavië China Vietnam overige landen n 4 6 8 totaal 2 4 6 8 totaal 83.1 1.4 .6 .0 4.8 4.1 .1 .1 .2 .1 .5 .3 .2 4.6 83.1 1.5 .4 .0 4.6 4.2 .1 .1 .2 .0 .5 .3 .2 4.9 83.9 1.6 .4 .1 4.6 3.7 .1 .1 .2 .1 .4 .3 .3 4.5 84.1 1.6 .4 .1 4.7 3.6 .1 .1 .1 .1 .5 .2 .2 4.4 83.5 1.5 .5 .0 4.6 3.9 .1 .1 .2 .1 .5 .3 .2 4.6 71.3 2.0 .8 .1 8.7 8.1 .1 .1 .2 .1 .6 .4 .3 7.2 71.1 2.1 .6 .1 8.9 8.3 .1 .1 .2 .1 .8 .4 .3 7.1 72.7 2.1 .7 .1 8.3 7.6 .1 .1 .2 .1 .6 .4 .3 6.6 72.7 2.2 .6 .2 8.5 7.4 .1 .1 .2 .1 .7 .4 .3 6.5 71.9 2.1 .7 .1 8.6 7.9 .1 .1 .2 .1 .7 .4 .3 6.9 10231 9929 9374 9225 38759 81.7 1.8 .9 .0 4.5 4.2 .0 .1 .1 .0 .5 .3 .2 5.6 82.2 1.9 .8 .0 4.4 4.1 .0 .1 .0 .0 .5 .3 .3 5.3 82.4 2.3 .8 .1 4.2 3.5 .0 .1 .1 .1 .5 .3 .3 5.3 83.3 2.0 .8 .0 4.3 3.5 .0 .1 .1 .1 .5 .2 .2 4.8 82.4 2.0 .8 .0 4.3 3.9 .0 .1 .1 .1 .5 .3 .3 5.3 10885 10358 9783 9609 40635 14158 13631 12793 12630 53212 70.2 2.6 1.1 .1 8.0 8.0 .0 .2 .1 .1 .7 .4 .3 8.2 70.0 2.7 1.1 .1 8.3 8.0 .0 .1 .1 .1 .8 .4 .3 8.0 71.3 2.8 1.2 .1 7.8 7.2 .0 .1 .1 .1 .7 .4 .3 7.8 71.9 2.9 1.0 .2 8.0 7.2 .1 .2 .1 .1 .6 .4 .3 6.9 70.8 2.8 1.1 .1 8.0 7.6 .0 .1 .1 .1 .7 .4 .3 7.8 15335 14502 13623 13448 56908 Ook uit Tabel 3.2 blijkt het verschil tussen de referentiesteekproef en de totale steekproef: in de totale steekproef bevinden zich circa 12% meer leerlingen wier ouders niet in Nederland geboren zijn dan in de referentiesteekproef. Relatief veel allochtone ouders zijn geboren in Turkije, Marokko en Suriname; daarnaast is de categorie ‘overige landen’ redelijk sterk gevuld. De aantallen leerlingen die in de tabel vermeld staan, kunnen worden afgezet tegen het maximale aantal leerlingen in Tabel 3.1. Dan wordt duidelijk dat van ongeveer 96% van alle leerlingen het geboorteland van ten minste een van de ouders bekend is. Behalve naar geboorteland is op de formulieren ook gevraagd naar het opleidingsniveau van de ouders. Het ging daarbij niet om gedetailleerde gegevens, maar om een inschatting van het niveau. Gekozen kon worden uit vier niveaus: maximaal lager onderwijs, maximaal lager beroepsonderwijs, maximaal middelbaar 21
  32. 32. beroepsonderwijs (inclusief MAVO, HAVO, VWO), of een HBO/WO-opleiding. In Tabel 3.3 staan de verdelingen. Tabel 3.3 - Opleidingsniveau van de ouders, naar steekproef en jaargroep (in %) referentiesteekproef 2 4 6 8 opleiding vader max. LO max. LBO max. MBO HBO/WO 7.5 28.8 37.2 26.5 7.3 29.5 35.7 27.5 7.2 31.0 35.3 26.5 7.3 32.8 33.9 25.9 n 9629 9313 opleiding moeder max. LO max. LBO max. MBO HBO/WO 9.1 25.0 42.5 23.5 10398 n totale steekproef totaal 2 4 6 8 totaal 7.3 30.5 35.6 26.6 13.5 30.3 33.7 22.5 13.6 30.7 32.3 23.3 13.1 32.5 31.7 22.7 13.4 34.5 30.3 21.9 13.4 32.0 32.0 22.6 8803 8732 36477 13352 12878 12124 12042 50396 8.9 24.9 43.3 22.9 9.0 26.1 42.0 22.9 9.1 28.6 40.1 22.3 9.0 26.1 42.0 22.9 16.5 26.3 37.6 19.6 16.7 26.4 38.0 18.9 16.5 28.0 36.6 19.0 16.9 30.0 34.8 18.3 16.7 27.6 36.8 18.9 9856 9327 9230 38811 14700 13908 13102 13014 54724 Uit Tabel 3.3 wordt duidelijk dat we van bijna 90% van de leerlingen beschikken over het opleidingsniveau van ten minste een van de ouders. Overigens betekent het feit dat er minder ‘vadergegevens’ zijn dan ‘moeder-gegevens’ niet per definitie dat de vader-gegevens niet zijn verstrekt. In veel gevallen heeft dat er mee te maken dat het kind opgroeit in een eenoudergezin, en dat zijn in meerderheid gezinnen zonder vader. 3.2 Sociaal-etnische achtergrond In het PRIMA-onderzoek wordt naast de wegingsfactor nog een andere, gedetailleerdere maat voor sociaal-etnische achtergrond gehanteerd. Aan de basis daarvan staan de in Tabel 3.2 en Tabel 3.3 weergegeven kenmerken herkomstland en opleiding van de ouders. Bij de bepaling van deze variabele wordt in principe gebruik gemaakt van de gegevens van beide ouders. Alleen wanneer het een eenoudergezin betreft, wordt uitgegaan van de gegevens van de ene, wel aanwezige ouder. Bij het herkomstland van de ouders is het herkomstland van de vader als vertrekpunt genomen. De op basis van deze gegevens geconstrueerde variabele ‘sociaal-etnische achtergrond’ kan de volgende waarden aannemen: 1. beide ouders hebben maximaal een LBO-opleiding en zijn van Turkse of Marokkaanse herkomst; 2. beide ouders hebben maximaal een LBO-opleiding en zijn afkomstig uit andere landen dan Nederland, Turkije of Marokko (overig allochtonen); 3. beide ouders hebben maximaal een LBO-opleiding en zijn van Nederlandse herkomst (autochtoon); 4. de hoogst opgeleide ouder heeft maximaal een MBO-opleiding; 22
  33. 33. 5. de hoogst opgeleide ouder heeft een opleiding op HBO- of WO-niveau. Bij de eerste drie categorieën speelt de etnische herkomst, i.c. het geboorteland, dus wel een rol, maar bij de twee hoogste categorieën niet meer. De verdeling van de categorieën staat in Tabel 3.4. Tabel 3.4 – Sociaal-etnische achtergrond, naar steekproef en jaargroep (in %) referentiesteekproef 2 max LBO, Tu/Ma max LBO, ov. all. max LBO, aut. max MBO HBO/WO n 4 6 8 5.6 3.8 15.3 41.5 33.9 5.8 3.7 15.0 41.3 34.3 5.5 4.2 15.8 40.7 33.8 5.7 3.9 17.3 39.8 33.2 10513 9971 9446 9360 totale steekproef totaal 2 4 6 8 totaal 5.6 3.9 15.8 40.9 33.8 11.2 6.4 15.6 38.3 28.5 11.9 6.5 15.1 37.8 28.8 11.3 6.6 16.5 37.1 28.5 11.9 6.5 18.0 36.0 27.6 11.6 6.5 16.2 37.3 28.4 39290 14850 14067 13252 13187 55356 Uit vergelijking van de aantallen in Tabel 3.4 met die in Tabel 3.1 wordt duidelijk dat we 2750 (6.5%) leerlingen uit de referentiesteekproef en 2802 (4.8%) leerlingen uit de totale steekproef niet kunnen onderbrengen in een van de sociaal-etnische achtergrondcategorieën. Om na te gaan of er eventueel sprake is van selectieve uitval hebben we deze achtergrondcategorieën afgezet tegen de OAB-wegingsfactor (vgl. Tabel 3.1). Hieruit bleek dat binnen de totale steekproef van 3.6% van de 0.00-leerlingen de achtergrond ontbrak; voor de 0.25- en 0.90-leerlingen ging het om 1.2, respectievelijk 6.6%. Binnen de referentiesteekproef betrof het achtereenvolgens 4.0, 1.2 en 10.3%. In beide steekproeven is de non-respons onder de niet-achterstandsleerlingen (0.00) en de allochtone achterstandsleerlingen (0.90) het hoogst. De non-respons onder de autochtone achterstandskinderen is betrekkelijk laag. 23
  34. 34. 24
  35. 35. 4 De taal-, reken- en leestoetsen 4.1 Inleiding Sinds de derde meting van het PRIMA-onderzoek zijn voor dit onderzoek hoofdzakelijk toetsen uit Cito-leerlingvolgsysteem (Cito-LVS) afgenomen. Paragraaf 4.2 bevat een beknopte beschrijving van de gehanteerde toetsen. In de paragrafen daarna wordt ingegaan op de respons op deze toetsen en de behaalde scores door diverse groepen en steekproeven in PRIMA6. 4.2 De taal-, reken- en leestoetsen In Figuur 4.1 staat per jaargroep weergegeven welke toetsen in de zesde PRIMA-meting zijn afgenomen en hoeveel items elke toets telt. De cursivering betekent dat de toets afkomstig is uit het Cito-LVS. Figuur 4.1 – Overzicht afgenomen toetsen met tussen [ ] het aantal opgaven per toets taal rekenen lezen groep 2 Taal voor kleuters (56) Ordenen oudste kleuters [42] - groep 4 PRIMA-taal [60] Rekenen / Wiskunde M4 [58] - groep 6 PRIMA-taal [65] Rekenen /Wiskunde M6 [115] Begrijpend lezen 2 (deel 1 en 2 of deel 1 en 3) [50] groep 8 PRIMA-taal [64] Rekenen / Wiskunde M8 [120] Begrijpend lezen 4 (deel 1 en 2 of deel 1 en 3) [50] Al eerder is het via een kalibratie-onderzoek mogelijk gemaakt dat de behaalde ruwe scores op de Begrippentoets worden omgezet naar PRIMA-taalvaardigheidsscores, die op dezelfde schaal liggen als de scores op de PRIMA-taaltoetsen in groep 4, 6 en 8. Wij verwijzen - ook voor deze laatste toetsen - dan ook naar eerdere PRIMA-rapportages en naar de kalibratie-rapportage van Vierke (1995). Om de eenheid van de schaal over de groepen 2, 4, 6 en 8 intact te houden, is de toets Taal voor Kleuters op dezelfde schaal gebracht als de Begrippentoets. Hierdoor blijven de vaardigheidsscores in groep 2 vergelijkbaar met eerdere metingen en met de behaalde taalscores in de groepen 4, 6 en 8. Een verslag van dit kalibratie-onderzoek is in 2004 verschenen (Vierke, 2004). Veel scholen nemen de toetsen uit het Cito-LVS zelf af en slaan de scores in het LVScomputerprogramma op. Het programma kan deze scores op een eenvoudige manier exporteren. Om na te gaan of op deze scholen de afname van de LVS-toetsen kan vervallen en in plaats daarvan de scores uit het computerprogramma kunnen worden gebruikt, is bij wijze van expe- 25
  36. 36. riment aan een veertigtal scholen het voorstel gedaan de scores te exporteren en naar de onderzoekers op te sturen. De gegevensexport is zonder noemenswaardige problemen gelukt, en de daarmee verkregen gegevens waren goed bruikbaar. Een probleem deed zich voor bij de toets Taal voor kleuters: in het programma is alleen de Cito-vaardigheidsscore van deze toets opgeslagen. Voor het berekenen van de PRIMA-taalvaardigheidsscores zijn echter de afzonderlijke itemscores nodig. Om toch deze vaardigheidsscore te kunnen berekenen hebben we de ruwe score bepaald en vervolgens middels een regressie-analyse de coëfficiënten berekend om deze ruwe score om te kunnen zetten naar de PRIMA-taalvaardigheidsscore. De formule hiervoor ziet er als volgt uit: PRIMA-taalvaardigheid=(ruwe score * 3.994)+810.1 Voor (voorbereidend) rekenen in groep 2 werd de toets Ordenen voor de oudste kleuters gebruikt. Ook deze toets werd al bij vorige PRIMA-metingen ingezet. De toets is rond drie ordeningsprincipes opgebouwd: - classificeren: bij elkaar horende voorwerpen bij elkaar plaatsen; - seriëren: groepjes voorwerpen op bepaalde kenmerken rangschikken; - vergelijken en tellen: het aantal of de volgorde in een reeks voorwerpen bepalen. Na het reeds aangehaalde kalibratie-onderzoek was het mogelijk de scores op de toets Ordenen om te zetten naar PRIMA-rekenvaardigheidsscores, die op dezelfde schaal lagen als de scores op de PRIMA-rekentoetsen voor groep 4, 6 en 8. Bij de derde PRIMA-meting zijn deze laatste rekentoetsen echter vervangen door andere toetsen. Daarom zijn de ruwe scores op de toets Ordenen vanaf de derde PRIMA-meting omgezet naar vaardigheidsscores via de tabel in de Cito-handleiding. Deze scores worden in het vervolg van dit rapport gehanteerd als het gaat om de rekenscores van groep 2. Er is dus sprake van een schaalbreuk tussen de rekenscores van groep 2 en van de hogere groepen. Als rekentoets voor groep 4, 6 en 8 zijn de zogenaamde medio-versies voor deze leerjaren van de toets Rekenen/Wiskunde uit het Cito-LVS afgenomen. Deze toets is ontwikkeld om de algemene rekenvaardigheid te meten in de groepen 3 tot en met 8. In de lagere groepen is sprake van een ‘geleide’ toets (de opgaven worden dus voorgelezen door de afname-leider) die bestaat uit twee delen van elk circa 45 minuten. De toetsen voor groep 6 en 8 bestaan uit drie delen van elk circa 45 minuten die de leerlingen zelfstandig doorwerken. De toetsen bevatten veel open vragen. Voor het PRIMA-onderzoek moesten de toetsen daarom eerst worden nagekeken, waarna de scores vanaf de opgavenboekjes (groep 4) of antwoordbladen (groep 6 en 8) werden overgebracht naar een databestand. Er bestaat een gekalibreerde schaal voor alle LVS-toetsen Rekenen/Wiskunde van het Cito. Vanaf groep 6 is er in principe sprake van twee subschalen: Getallen & Bewerkingen naast Meten, Tijd & Geld. Het is echter ook mogelijk om vaardigheidsscores voor de totale toets te berekenen. De omzetting van ruwe scores tot deze vaardigheidsscores voor rekenen-totaal - die in dit rapport worden gehanteerd - is gebeurd aan de hand van gegevens die het Cito heeft verstrekt. In groep 6 en 8 zijn ook deel 2 respectievelijk 4 van de toets Begrijpend lezen afgenomen, eveneens afkomstig uit het Cito-LVS. Deze toets bestaat voor beide leerjaren uit een algemeen deel voor alle leerlingen, gevolgd door een optioneel gedeelte: de betere leerlingen maken een moeilijker vervolgdeel dan de zwakkere leerlingen. In PRIMA3 is destijds besloten om bij alle leer26
  37. 37. lingen het eerste deel plus het makkelijkste vervolgdeel af te nemen. In PRIMA5 is de toets Begrijpend lezen echter geheel volgens de regels afgenomen: afhankelijk van hun score op het eerste deel werd aan de leerlingen deel 2 òf deel 3 voorgelegd. De leestoetsen bevatten uitsluitend multiple-choice opgaven; de leerlingen van groep 6 en 8 hebben hun antwoorden op optisch inleesbare antwoordbladen ingevuld. De ruwe scores zijn omgezet in vaardigheidsscores volgens de tabellen uit de Cito-handleiding. 4.3 Respons In totaal namen 58902 leerlingen deel aan de vijfde meting van PRIMA; dit zijn de leerlingen waarvan de scholen bij aanvang van het schooljaar hebben gemeld dat de leerlingen in de betreffende klassen zaten. Van al deze leerlingen zijn - in principe - ook de achtergrondkenmerken bekend die door de scholen (directies, administraties) zijn verstrekt en zijn opgeslagen in het administratiebestand. Ten opzichte van deze groep heeft 95.3% (56127) van de leerlingen ook de toetsen gemaakt. Dit betekent dat van 4.7% van de leerlingen geen toetsgegevens bekend zijn. Dit kan onder meer te maken hebben met absentie door ziekte, of door tussentijdse verhuizingen. Om na te gaan of er eventueel sprake is van selectieve uitval hebben we de feitelijke verdeling van de sociaal-etnische achtergrond in het administratiebestand afgezet tegen de verdeling in het toetsbestand. Deze verdelingen geven we in Tabel 4.1, waarbij we een uitsplitsing hebben gemaakt naar totale steekproef en referentiesteekproef. In de tabel staan alleen de leerlingen waarvan de sociaal-etnische achtergrond bekend is. Tabel 4.1 – Respons op de taal-, reken- en leestoetsen, naar steekproef en sociaal-etnische achtergrond (in %) referentiesteekproef verdeling LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO n totale steekproef respons verdeling respons 5.6 3.9 15.8 40.9 33.8 5.7 3.8 15.7 41.0 33.9 11.6 6.5 16.2 37.3 28.4 11.5 6.2 16.1 37.6 28.6 39290 37820 55356 52812 Zoals uit de hoge deelname aan de toetsen verwacht mag worden, zijn de verschillen tussen feitelijke verdeling en respons uitermate klein. Zowel in de referentiesteekproef als ook in de totale steekproef is het verschil hoogstens .1 à .3 %-punten. Dit komt overeen met de in eerdere metingen gevonden responsverdelingen. 27
  38. 38. 4.4 De taal-, reken- en leesvaardigheid In Tabel 4.2 worden eerst de gemiddelde scores op taal, rekenen en begrijpend lezen per jaargroep weergegeven; daarna volgt in Tabel 4.3, 4.4 en 4.5 een uitsplitsing van deze gemiddelden naar sociaal-etnische achtergrond, en in Tabel 4.6, 4.7 en 4.8 een uitsplitsing naar geslacht. De gemiddelden in de eerste tabel zijn gebaseerd op alle leerlingen; de totaalgemiddelden in de laatste vier tabellen zijn gebaseerd op die leerlingen, van wie het betreffende achtergrondgegeven - sociaal-etnische achtergrond, respectievelijk geslacht - bekend is (dus exclusief de ‘missings’ op die variabele). Tabel 4.2 – Vaardigheidsscores taal, rekenen en begrijpend lezen, naar steekproef en jaargroep referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n taal groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 986.0 1048.6 1082.1 1118.3 32.8 35.3 33.3 36.6 10604 9929 9451 9300 982.1 1044.0 1078.4 1114.2 33.5 36.4 33.2 36.4 14787 13806 13001 12855 rekenen groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 55.7 67.2 95.0 117.2 13.4 10.1 10.2 9.7 10533 9978 9290 8963 54.7 66.1 94.1 116.6 13.4 10.3 10.4 9.6 14685 13847 12817 12428 lezen groep 6 groep 8 37.1 56.0 15.0 16.6 9364 9068 35.6 54.3 15.0 16.6 12926 12650 28
  39. 39. Tabel 4.3 – Vaardigheidsscores taal, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 955.6 961.7 980.3 988.1 995.3 28.0 33.3 29.6 31.7 31.3 542 358 1480 4125 3308 totaal 986.6 32.8 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 1013.3 1024.7 1041.7 1049.1 1058.8 totaal gem. sd n 958.3 962.9 979.3 985.5 993.8 29.3 31.6 30.1 32.6 31.8 1510 822 2115 5345 3911 9813 982.6 33.5 13703 30.8 33.8 32.3 33.3 33.5 535 326 1364 3862 3225 1014.1 1026.0 1041.7 1046.7 1057.2 30.3 33.0 33.2 34.4 34.3 1532 802 1915 4970 3802 1048.4 35.0 9312 1043.9 36.2 13021 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 1049.9 1063.5 1072.9 1082.1 1094.5 25.0 29.1 28.8 30.5 34.0 484 362 1396 3623 3055 1053.8 1063.5 1071.2 1080.4 1093.4 26.3 28.0 28.9 30.6 34.0 1401 784 2004 4605 3583 totaal 1082.4 33.3 8920 1078.6 33.2 12377 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 1085.7 1097.3 1108.2 1118.1 1132.0 28.8 30.9 31.4 34.3 36.9 514 335 1512 3533 2951 1088.5 1096.6 1107.3 1116.7 1130.8 27.5 29.8 31.2 34.7 37.0 1475 772 2174 4458 3422 totaal 1118.4 36.5 8845 1114.3 36.3 12301 29
  40. 40. Tabel 4.4 - Vaardigheidsscores rekenen, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 48.1 48.6 52.9 55.8 59.2 10.4 12.3 12.1 13.0 14.1 556 349 1475 4086 3274 48.5 49.5 52.5 55.3 59.0 11.0 12.6 11.9 13.1 14.2 1529 813 2114 5296 3878 totaal 55.8 13.5 9740 54.8 13.5 13630 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 60.8 61.3 64.4 67.2 69.8 9.9 10.0 9.7 10.0 9.5 521 321 1371 3869 3241 60.6 61.4 64.1 66.6 69.5 9.9 9.8 9.8 10.1 9.6 1497 797 1940 4972 3821 totaal 67.1 10.1 9323 66.1 10.3 13027 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 88.3 89.3 92.2 95.0 98.1 9.4 11.2 9.7 9.8 9.6 452 342 1346 3566 3009 89.2 90.4 91.4 94.5 97.8 10.0 11.3 9.7 9.9 9.8 1345 746 1975 4533 3545 totaal 95.0 10.2 8715 94.1 10.4 12144 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 112.3 113.8 113.9 117.0 120.2 8.9 9.4 9.3 9.3 9.6 444 303 1462 3382 2904 113.3 113.6 113.6 116.8 120.1 8.7 9.4 9.1 9.3 9.5 1380 723 2096 4293 3368 totaal 117.2 9.7 8495 116.6 9.6 11860 30
  41. 41. Tabel 4.5 – Vaardigheidsscores lezen, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 23.4 29.2 31.9 36.5 43.3 11.4 13.2 13.3 13.8 14.8 449 334 1387 3605 3026 25.4 29.9 31.4 35.9 42.8 11.9 13.2 13.3 13.9 14.9 1365 740 2014 4592 3563 totaal 37.2 15.0 8801 35.6 15.0 12274 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 43.9 48.5 49.2 55.0 63.2 14.5 15.2 14.3 15.5 16.1 452 331 1499 3434 2908 44.9 47.7 48.8 54.5 62.6 14.3 14.8 14.4 15.6 16.4 1399 773 2171 4369 3398 totaal 55.9 16.6 8624 54.2 16.6 12110 Tabel 4.6 – Vaardigheidsscores taal, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef gem. sd groep 2 jongens meisjes 983.6 988.8 32.7 32.7 totaal 986.2 groep 4 jongens meisjes totale steekproef n gem. sd n 5274 5094 979.8 984.6 33.5 33.4 7417 7072 32.8 10368 982.2 33.6 14489 1046.5 1050.5 34.4 35.8 4865 4928 1042.2 1045.7 35.8 36.8 6711 6898 totaal 1048.5 35.2 9793 1044.0 36.4 13609 groep 6 jongens meisjes 1080.1 1084.0 33.0 33.4 4617 4746 1076.6 1080.1 32.8 33.5 6360 6532 totaal 1082.1 33.2 9363 1078.4 33.2 12892 groep 8 jongens meisjes 1118.0 1118.7 36.8 36.3 4668 4573 1113.9 1114.6 36.3 36.5 6411 6359 totaal 1118.4 36.6 9241 1114.3 36.4 12770 31
  42. 42. Tabel 4.7 – Vaardigheidsscores rekenen, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 jongens meisjes 55.2 56.3 13.5 13.3 5232 5064 54.3 55.2 13.4 13.4 7358 7031 totaal 55.8 13.4 10296 54.7 13.4 14389 groep 4 jongens meisjes 68.8 65.5 9.7 10.3 4896 4941 67.8 64.4 10.0 10.4 6729 6919 totaal 67.2 10.1 9837 66.1 10.3 13648 groep 6 jongens meisjes 96.5 93.6 9.9 10.3 4555 4632 95.6 92.5 10.0 10.5 6291 6400 totaal 95.0 10.2 9187 94.1 10.4 12691 groep 8 jongens meisjes 118.4 116.0 9.7 9.5 4540 4359 117.8 115.3 9.6 9.5 6244 6092 totaal 117.2 9.7 8899 116.6 9.6 12336 Tabel 4.8 – Vaardigheidsscores lezen, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 6 jongens meisjes 36.2 38.0 15.2 14.8 4554 4720 34.7 36.4 15.1 14.8 6291 6526 totaal 37.1 15.0 9274 35.6 15.0 12817 groep 8 jongens meisjes 54.6 57.4 16.5 16.5 4544 4467 52.9 55.7 16.5 16.6 6293 6277 totaal 56.0 16.6 9011 54.3 16.6 12570 32
  43. 43. 5 De intelligentietests 5.1 De intelligentietests Voor de intelligentietests is gebruik gemaakt van bestaand materiaal dat destijds is ontwikkeld ten behoeve van de Landelijke Evaluatie van het Onderwijsvoorrangsbeleid (LEO; de voorganger van het Onderwijsachterstandenbeleid). De indertijd door het RION ontwikkelde intelligentietests bestaan uit vijf onderdelen: figuren samenstellen, exclusie, getallenreeksen, categorieën en analogieën. Voor het PRIMA-onderzoek is alleen gebruik gemaakt van de non-verbale onderdelen ‘figuren samenstellen’ en ‘exclusie’. Ook deze tests zijn tijdens een vooronderzoek op hun psychometrische eigenschappen onderzocht (Driessen, Van Langen & Oudenhoven, 1994). Op basis hiervan zijn enkele items uit de oorspronkelijke tests verwijderd. De intelligentietests zijn alleen in de groepen 4, 6 en 8 afgenomen. Testafname van een geëigende test is in groep 2 achterwege gebleven teneinde deze leerlingen niet te veel te belasten. 5.2 Respons In totaal namen 42842 leerlingen uit de groepen 4, 6 en 8 deel aan de zesde meting van PRIMA; dit zijn de leerlingen uit het administratiebestand. Ten opzichte van deze groep heeft 86.5% van de leerlingen ook de intelligentietests gemaakt. Om na te gaan of er eventueel sprake is van selectieve uitval hebben we de verdeling van de sociaal-etnische achtergrond in het administratiebestand afgezet tegen de verdeling in het bestand met de testresultaten. Deze verdelingen geven we in Tabel 5.1, met daarbij een uitsplitsing naar totale steekproef en referentiesteekproef. In de tabel staan alleen de leerlingen waarvan de sociaal-etnische achtergrond bekend is. Tabel 5.1 - Respons op de intelligentietests, naar steekproef en sociaal-etnische achtergrond (in %) referentiesteekproef verdeling LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO n respons totale steekproef verdeling respons 5.6 3.9 16.0 40.6 33.8 6.0 3.9 15.7 40.4 33.8 11.7 6.5 16.5 37.0 28.3 12.2 6.3 16.1 37.0 28.3 28777 25013 40506 35122 De verschillen in sociaal-etnische achtergrond tussen verdeling en respons zijn uitermate klein. In de referentiesteekproef is het verschil maximaal .4 %-punten. In de totale steekproef is het verschil maximaal .5 %-punten. 33
  44. 44. Behalve naar de respons ten opzichte van de administratiesteekproef, hebben we ook gekeken naar de respons met betrekking tot het toetsbestand. Uit deze analyses bleek dat 90.0% van de 41117 in groep 4, 6 en 8 getoetste leerlingen ook de intelligentietests heeft gemaakt. Daarnaast zijn er ook nog 51 leerlingen die weliswaar de intelligentietests hebben gemaakt, maar niet aan de toetsafname hebben deelgenomen. Voor de hierna te beschrijven analyses nemen we ook deze laatstgenoemde groep mee; in totaal betreft het 37040 leerlingen. 5.3 Intelligentiescores In Tabel 5.2 presenteren we allereerst per jaargroep de gemiddelde totaalscores op de intelligentietest, apart voor de referentiesteekproef en de totale steekproef. Daarna worden in Tabel 5.3 en 5.4 deze scores verder uitgesplitst naar sociaal-etnische achtergrond, respectievelijk geslacht. Omdat deze tests niet zijn gekalibreerd (zoals dat bij de taal- en rekentoetsen wel is gebeurd), is een vergelijking tussen de jaargroepen niet mogelijk. Ook hier geldt dat de scores in Tabel 5.2 zijn gebaseerd op alle leerlingen, en de totaalscores in de twee daarop volgende tabellen op de leerlingen van wie de sociaal-etnische achtergrond en het geslacht bekend zijn. Tabel 5.2 – Intelligentiescores, naar steekproef en jaargroep referentiesteekproef gem. groep 4 groep 6 groep 8 34 sd 27.9 25.7 25.8 5.2 4.7 4.5 totale steekproef n gem. sd 9271 8725 8576 27.4 25.4 25.5 5.5 4.8 4.5 n 12969 12084 11987
  45. 45. Tabel 5.3 – Intelligentiescores, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 24.0 25.4 26.8 27.8 29.4 6.1 5.8 5.2 5.1 4.6 533 319 1254 3584 2970 24.7 25.5 26.7 27.5 29.2 6.1 5.9 5.3 5.3 4.8 1478 763 1784 4647 3517 totaal 27.9 5.2 8660 27.4 5.5 12189 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 23.0 23.9 24.6 25.7 26.9 5.3 5.3 4.8 4.6 4.2 475 347 1287 3317 2790 23.5 23.9 24.3 25.5 26.9 5.1 5.2 4.8 4.7 4.3 1355 730 1867 4252 3279 totaal 25.7 4.7 8216 25.4 4.8 11483 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO 23.8 24.0 24.7 25.8 27.0 4.8 5.0 4.5 4.3 4.2 504 320 1397 3216 2700 24.3 24.1 24.6 25.6 26.9 4.5 4.9 4.5 4.3 4.2 1436 730 2019 4109 3156 totaal 25.8 4.5 8137 25.5 4.5 11450 Tabel 5.4 – Intelligentiescores, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 4 jongens meisjes 27.7 28.1 5.3 5.2 4527 4615 27.2 27.6 5.6 5.4 6275 6506 totaal 27.9 5.2 9142 27.4 5.5 12781 groep 6 jongens meisjes 25.6 25.8 4.8 4.6 4237 4411 25.2 25.5 4.9 4.7 5878 6112 totaal 25.7 4.7 8648 25.4 4.8 11990 groep 8 jongens meisjes 25.7 25.9 4.5 4.4 4314 4212 25.4 25.6 4.6 4.4 5964 5948 totaal 25.8 4.5 8526 25.5 4.5 11912 35
  46. 46. 36
  47. 47. 6 Leerlingprofielen 6.1 De leerlingprofielen Bij alle PRIMA-metingen is aan de leerkrachten in groep 2, 4, 6 en 8 het zogenaamde leerlingprofiel voorgelegd waarop zij hun mening over de leerlingen ten aanzien van een aantal gedrags- en houdingsaspecten, het thuisklimaat en enkele onderwijskundige bijzonderheden konden geven. In de loop van de tijd is dit leerlingprofiel al een aantal keren herzien. Tussen de derde en vierde PRIMA-meting is in schooljaar 1999/2000 een valideringsonderzoek naar de laatste versie van het instrument uitgevoerd (Jungbluth, Roede & Roeleveld, 2000). Naar aanleiding daarvan is het profiel bij de vierde meting opnieuw op enkele punten bijgesteld en uitgebreid. Deze laatste versie van de leerlingprofielen is in de vijfde en zesde PRIMA-meting aan de leerkrachten voorgelegd. 6.2 Respons Bij de eerste drie PRIMA-metingen is aan de leerkrachten gevraagd voor elke leerling in hun klas een leerlingprofiel in te vullen. Omdat het leerlingprofiel met enkele items is uitgebreid en daardoor de belasting voor de leerkrachten (nog) groter is geworden, is met ingang van de vierde meting besloten niet meer voor alle leerlingen een leerlingprofiel te laten invullen. De selectie van de leerlingen voor wie een leerlingprofiel aan de leerkracht werd voorgelegd zag er als volgt uit: in groep 2 moest voor elke leerling een formulier worden ingevuld. In de groepen 4, 6 en 8 werd in elke parallelgroep gekeken naar het aantal leerlingen. In een groep van 15 of minder leerlingen werd voor elke leerling een formulier aangemaakt. Bij groepen met méér dan 15 leerlingen werden at random 15 leerlingen geselecteerd voor wie een leerlingprofiel moest worden ingevuld. De leerlingprofielen zijn door de toetsleiders bij hun bezoek op school achtergelaten, zodat de leerkrachten ze in de periode totdat de feitelijke toetsafname plaatsvond konden invullen. Na de toetsafnames hebben de toetsleiders de formulieren weer mee teruggenomen. Nog niet ingevulde formulieren konden de leerkrachten nazenden. In totaal zijn 56127 leerlingen getoetst. Van 74.4% van deze leerlingen is ook het leerlingprofiel beschikbaar. Daarnaast zijn er ook nog 707 leerlingen die niet zijn getoetst, maar waarvan wel het profiel is ingevuld. In totaal betreft het 42491 leerlingprofielen. Het administratiebestand bevat 58902 leerlingen. Ten opzichte van dat bestand is de respons 72.1%. Of er sprake is van selectieve uitval hebben we gecontroleerd door de feitelijke verdeling naar sociaal-etnische achtergrond van de leerlingen in het administratiebestand af te zetten tegen de respons op de leerlingprofielen. De resultaten hiervan staan vermeld in Tabel 6.1, waarbij we 37
  48. 48. een uitsplitsing hebben gemaakt naar totale steekproef en referentiesteekproef. De tabel bevat alleen de leerlingen waarvan de sociaal-etnische achtergrond bekend is. Tabel 6.1 – Respons op de leerlingprofielen, naar steekproef en sociaal-etnische achtergrond (in %) referentiesteekproef totale steekproef verdeling LBO Tu/Ma LBO ov. all. LBO aut. MBO HBO/WO n respons verdeling respons 5.6 3.9 15.8 40.9 33.8 6.2 4.0 15.7 40.6 33.4 11.6 6.5 16.2 37.3 28.4 12.2 6.4 16.3 37.2 27.9 39290 28296 55356 40195 Evenals bij de vorige metingen vinden we ook hier weinig responsverschillen. Dit geldt zowel voor de referentiesteekproef als ook voor de totale steekproef. Het maximale verschil dat we tegenkomen bedraagt .6 punt. 6.3 Schalen In de volgende paragraaf geven we een overzicht van de schalen die in het leerlingprofiel aan de orde komen. Hoe deze schalen tot stand zijn gekomen staat uitvoerig beschreven in het technische rapport van de vierde meting en kan aldaar worden geraadpleegd. De afzonderlijke items uit het leerlingprofiel zijn samengevat in de volgende schalen: - cognitieve capaciteiten - onderpresteerder - bovenpresteerder - gedrag - zelfvertrouwen - populariteit - werkhouding - schoolwelbevinden - relatie met de leerkracht - etnische breuk - sociaal milieu - remediërende maatregelen - aandacht voor discipline - extra leerstofaanbod voor de slimme leerlingen - gereduceerd leerstofaanbod voor de zwakkere leerlingen. 38
  49. 49. 6.4 Schaalscores Om een indruk te geven van de gemiddelde scores op de geconstrueerde schalen presenteren we allereerst in Tabel 6.2 een overzicht van de schaalscores uitgesplitst naar steekproef en jaargroep. De scores zijn berekend door het gemiddelde te nemen van de afzonderlijke items, voor zover ten minste tweederde deel van de items over de betreffende leerling zijn ingevuld. Daarna volgt in Tabel 6.3 tot en met Tabel 6.17 een verdere verbijzondering naar sociaal-etnische achtergrond. Tabel 6.2 – Schaalscores op de leerlingprofielen, naar steekproef en jaargroep referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n cognitieve capaciteiten groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 3.67 3.55 3.54 3.52 .94 1.03 1.02 1.08 9415 7035 6629 6575 3.61 3.49 3.49 3.47 .95 1.03 1.03 1.08 13177 10006 9347 9324 onderpresteerder groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 2.50 2.49 2.53 2.49 .74 .78 .77 .81 9317 6991 6611 6543 2.54 2.53 2.56 2.52 .74 .77 .77 .81 13088 9953 9311 9271 bovenpresteerder groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 2.41 2.46 2.47 2.48 .73 .78 .76 .79 9373 7014 6634 6563 2.44 2.51 2.50 2.52 .73 .78 .76 .79 13137 9987 9328 9295 gedrag groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 3.62 3.67 3.62 3.65 .74 .76 .79 .80 9511 7099 6681 6617 3.59 3.64 3.59 3.63 .75 .76 .80 .81 13336 10099 9418 9379 zelfvertrouwen groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 3.76 3.73 3.73 3.81 .80 .81 .79 .77 9384 7004 6616 6564 3.74 3.72 3.73 3.80 .81 .80 .79 .77 13163 9972 9338 9304 populariteit groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 3.75 3.66 3.59 3.61 .71 .75 .79 .81 9382 7003 6626 6567 3.72 3.63 3.57 3.61 .71 .74 .79 .80 13153 9970 9339 9316 39
  50. 50. Vervolg Tabel 6.2 – Schaalscores op de leerlingprofielen, naar steekproef en jaargroep referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd werkhouding groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 3.38 3.41 3.38 3.41 .88 .90 .88 .90 9371 7001 6626 6563 3.35 3.39 3.37 3.39 .88 .88 .88 .90 13144 9974 9349 9314 schoolwelbevinden groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 4.25 4.13 4.02 3.98 .58 .63 .67 .71 9410 7008 6641 6565 4.24 4.10 4.02 4.00 .58 .62 .66 .71 13183 9988 9360 9298 relatie met de leerkracht groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 4.19 4.13 4.03 4.02 .52 .53 .55 .59 9374 7003 6628 6580 4.18 4.09 4.02 4.02 .53 .54 .56 .59 13146 9971 9338 9321 etnische breuk groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 1.83 1.85 1.86 1.81 1.00 1.02 1.00 .99 9351 6971 6604 6563 2.11 2.16 2.12 2.08 1.16 1.19 1.15 1.17 13101 9899 9278 9285 sociaal milieu groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 3.73 3.68 3.61 3.58 .78 .83 .81 .83 9398 7009 6613 6564 3.62 3.57 3.50 3.47 .83 .86 .87 .88 13157 9948 9305 9307 remediërende maatregelen groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 2.15 2.33 2.33 2.22 1.03 1.12 1.09 1.06 9345 6985 6603 6557 2.23 2.38 2.37 2.24 1.04 1.10 1.09 1.05 13076 9936 9276 9282 discipline groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 2.29 2.41 2.41 2.35 .85 .86 .89 .90 13080 9942 9314 9277 2.25 2.37 2.39 2.32 .85 .86 .89 .90 9343 6978 6617 6550 extra leerstofaanbod voor slimme leerlingen groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 2.75 2.81 2.77 2.79 .92 1.03 1.05 1.14 9013 6960 6567 6541 2.76 2.79 2.75 2.74 .91 1.01 1.04 1.12 12656 9838 9231 9268 gereduceerd leerstofaanbod voor zwakkere leerlingen groep 2 groep 4 groep 6 groep 8 2.16 2.21 2.23 2.22 .82 .86 .89 .93 9263 6949 6603 6529 2.22 2.27 2.26 2.25 .83 .86 .89 .93 12992 9886 9276 9239 40 n
  51. 51. Tabel 6.3 – Schaalscores ‘cognitieve capaciteiten’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.13 3.30 3.32 3.67 3.96 .97 .99 .99 .90 .82 507 318 1317 3682 3035 3.18 3.31 3.32 3.65 3.95 .98 .98 .97 .91 .83 1388 742 1891 4796 3590 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.12 3.30 3.18 3.54 3.86 1.01 1.01 1.08 1.01 .93 429 257 992 2713 2219 3.14 3.30 3.18 3.52 3.85 1.00 1.01 1.05 1.00 .93 1205 593 1456 3556 2661 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.12 3.14 3.20 3.53 3.84 1.03 1.04 1.00 .98 .94 395 283 970 2511 2085 3.17 3.26 3.16 3.52 3.84 1.03 1.07 1.02 .99 .94 1093 588 1441 3282 2492 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.00 3.10 3.06 3.54 3.92 1.07 1.13 1.08 1.01 .96 410 268 1119 2443 2022 3.09 3.21 3.06 3.54 3.91 1.06 1.10 1.08 1.02 .97 1132 611 1669 3144 2382 41
  52. 52. Tabel 6.4 – Schaalscores ‘onderpresteerder’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.77 2.71 2.50 2.49 2.46 .66 .74 .68 .72 .78 503 316 1304 3643 2996 2.75 2.72 2.54 2.52 2.47 .69 .74 .70 .73 .78 1393 742 1881 4755 3547 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.62 2.63 2.49 2.49 2.44 .72 .73 .72 .79 .81 423 257 981 2697 2208 2.64 2.65 2.53 2.53 2.47 .70 .71 .74 .78 .81 1193 597 1445 3536 2650 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.65 2.77 2.59 2.52 2.44 .72 .80 .75 .74 .80 393 284 976 2501 2073 2.68 2.73 2.60 2.55 2.46 .72 .78 .75 .74 .80 1085 587 1448 3264 2478 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.66 2.63 2.56 2.51 2.39 .78 .76 .76 .79 .85 408 268 1117 2429 2006 2.64 2.64 2.57 2.53 2.40 .76 .75 .77 .79 .84 1122 607 1670 3124 2358 42
  53. 53. Tabel 6.5 – Schaalscores ‘bovenpresteerder’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.81 2.58 2.63 2.44 2.21 .63 .69 .71 .71 .69 506 316 1316 3669 3005 2.74 2.56 2.61 2.43 2.21 .69 .71 .71 .71 .70 1394 741 1891 4774 3559 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.76 2.65 2.68 2.47 2.25 .72 .73 .74 .78 .76 423 257 978 2708 2222 2.81 2.68 2.66 2.50 2.26 .73 .75 .73 .77 .75 1200 597 1441 3554 2661 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.69 2.63 2.64 2.50 2.29 .69 .81 .74 .75 .75 395 284 974 2514 2082 2.72 2.58 2.65 2.50 2.29 .73 .77 .74 .74 .74 1082 588 1447 3275 2486 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.78 2.61 2.68 2.52 2.25 .75 .74 .75 .76 .79 412 270 1116 2438 2012 2.77 2.65 2.67 2.52 2.26 .78 .76 .74 .76 .79 1128 611 1666 3134 2367 43
  54. 54. Tabel 6.6 – Schaalscores ‘gedrag’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef gem. sd groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.50 3.56 3.56 3.61 3.67 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO totale steekproef n gem. sd n .75 .81 .78 .72 .71 511 320 1329 3723 3060 3.48 3.54 3.49 3.59 3.67 .76 .78 .79 .74 .72 1413 751 1917 4851 3617 3.45 3.56 3.58 3.67 3.75 .78 .85 .78 .75 .71 431 259 993 2743 2242 3.50 3.57 3.54 3.65 3.74 .75 .84 .78 .75 .71 1215 600 1461 3594 2688 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.39 3.50 3.52 3.64 3.74 .82 .89 .79 .78 .72 398 284 985 2529 2098 3.40 3.53 3.50 3.62 3.73 .82 .92 .80 .80 .73 1101 594 1461 3305 2504 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.41 3.52 3.52 3.64 3.79 .84 .84 .84 .78 .77 414 270 1124 2458 2032 3.43 3.55 3.52 3.64 3.79 .84 .81 .83 .79 .77 1137 613 1682 3163 2390 44
  55. 55. Tabel 6.7 – Schaalscores ‘zelfvertrouwen’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.84 3.72 3.75 3.72 3.80 .69 .82 .82 .81 .79 500 316 1312 3676 3023 3.77 3.76 3.67 3.71 3.79 .75 .80 .85 .81 .79 1389 745 1892 4792 3572 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.79 3.76 3.64 3.71 3.77 .79 .78 .80 .81 .82 428 254 982 2702 2214 3.75 3.73 3.61 3.71 3.75 .77 .76 .79 .80 .81 1203 589 1450 3543 2656 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.80 3.72 3.69 3.72 3.76 .70 .80 .78 .79 .80 390 281 977 2503 2079 3.79 3.78 3.66 3.72 3.76 .77 .75 .80 .79 .80 1090 589 1450 3276 2482 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.78 3.77 3.68 3.79 3.90 .76 .77 .77 .77 .76 412 268 1110 2438 2020 3.82 3.79 3.66 3.79 3.90 .74 .75 .80 .76 .76 1131 607 1664 3135 2377 45
  56. 56. Tabel 6.8 – Schaalscores ‘populariteit’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.55 3.56 3.65 3.76 3.82 .73 .73 .76 .69 .68 503 319 1310 3670 3018 3.53 3.60 3.64 3.74 3.81 .71 .72 .74 .71 .68 1391 746 1889 4781 3566 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.52 3.53 3.54 3.66 3.75 .73 .80 .75 .74 .74 425 256 975 2711 2213 3.49 3.53 3.53 3.64 3.74 .73 .76 .75 .73 .73 1199 595 1441 3547 2656 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.46 3.44 3.46 3.59 3.70 .74 .80 .82 .77 .77 392 281 975 2509 2085 3.46 3.51 3.44 3.58 3.69 .74 .78 .82 .78 .77 1089 587 1445 3280 2488 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.48 3.58 3.47 3.61 3.72 .71 .80 .83 .80 .80 411 269 1116 2435 2020 3.54 3.62 3.46 3.61 3.73 .73 .73 .83 .80 .79 1132 607 1671 3137 2379 46
  57. 57. Tabel 6.9 – Schaalscores ‘werkhouding’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.22 3.26 3.19 3.35 3.51 .84 .92 .90 .86 .85 501 318 1315 3682 3005 3.26 3.28 3.14 3.34 3.51 .85 .90 .89 .87 .85 1391 747 1895 4792 3552 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.26 3.30 3.24 3.40 3.54 .86 .91 .90 .89 .88 427 255 983 2710 2206 3.29 3.31 3.21 3.39 3.54 .84 .90 .88 .87 .87 1200 593 1448 3555 2648 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.14 3.24 3.20 3.36 3.54 .84 .90 .87 .87 .85 392 283 982 2505 2079 3.25 3.34 3.18 3.37 3.53 .86 .93 .87 .86 .85 1093 591 1457 3275 2482 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.22 3.25 3.16 3.41 3.59 .87 .95 .90 .86 .90 408 265 1116 2441 2016 3.28 3.34 3.17 3.41 3.60 .86 .91 .91 .86 .89 1130 607 1670 3144 2372 47
  58. 58. Tabel 6.10 – Schaalscores ‘schoolwelbevinden’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 4.25 4.22 4.22 4.22 4.29 .56 .57 .58 .59 .58 505 318 1315 3693 3022 4.23 4.22 4.20 4.22 4.28 .57 .57 .58 .58 .58 1390 746 1897 4803 3573 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 4.12 4.14 4.04 4.10 4.19 .55 .63 .61 .64 .61 422 254 977 2714 2219 4.06 4.09 4.00 4.09 4.18 .59 .62 .63 .63 .61 1202 592 1443 3561 2658 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.98 4.02 3.89 4.02 4.09 .61 .62 .72 .66 .64 391 285 982 2520 2079 4.06 4.02 3.88 4.02 4.10 .63 .64 .71 .66 .64 1092 590 1454 3291 2483 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.99 3.92 3.80 3.97 4.07 .66 .73 .74 .69 .70 410 268 1112 2439 2020 4.06 4.02 3.84 3.98 4.08 .64 .67 .74 .70 .70 1127 603 1667 3139 2372 48 n
  59. 59. Tabel 6.11 – Schaalscores ‘relatie met de leerkracht’, naar steekproef, jaargroep en sociaaletnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 4.10 4.10 4.19 4.18 4.22 .51 .52 .52 .52 .52 506 312 1312 3685 3006 4.09 4.13 4.17 4.17 4.22 .54 .52 .52 .52 .52 1396 738 1895 4792 3556 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 4.04 4.09 4.09 4.10 4.18 .52 .51 .52 .53 .53 422 254 982 2706 2213 4.00 4.03 4.07 4.08 4.16 .54 .53 .53 .53 .53 1200 590 1445 3548 2652 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.88 3.98 3.99 4.04 4.08 .57 .53 .56 .55 .54 393 283 981 2511 2077 3.98 3.96 3.98 4.03 4.07 .58 .56 .56 .55 .54 1087 585 1452 3283 2482 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.88 3.92 3.96 4.01 4.09 .59 .61 .58 .58 .57 411 267 1115 2446 2026 3.94 3.96 3.98 4.01 4.10 .58 .59 .59 .58 .57 1132 606 1671 3142 2381 49
  60. 60. Tabel 6.12 – Schaalscores ‘etnische breuk’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.94 3.43 1.62 1.68 1.56 .67 1.02 .58 .81 .78 497 313 1309 3672 3015 3.90 3.47 1.67 1.86 1.66 .69 .98 .61 .96 .88 1380 732 1890 4780 3560 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.92 3.43 1.63 1.71 1.54 .65 .96 .57 .83 .77 420 256 974 2696 2203 3.94 3.50 1.65 1.89 1.67 .63 .89 .60 .99 .90 1178 588 1432 3528 2644 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.89 3.39 1.61 1.70 1.57 .64 1.02 .55 .79 .75 392 279 973 2503 2076 3.88 3.39 1.64 1.86 1.67 .65 .99 .57 .94 .87 1070 579 1441 3270 2473 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 3.84 3.26 1.61 1.65 1.49 .70 1.07 .56 .79 .72 405 264 1118 2439 2021 3.89 3.35 1.61 1.80 1.60 .66 1.03 .57 .93 .85 1114 600 1669 3139 2373 50
  61. 61. Tabel 6.13 – Schaalscores ‘sociaal milieu’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.91 3.03 3.43 3.76 4.02 .83 .84 .77 .70 .66 504 314 1319 3684 3017 2.97 3.08 3.37 3.71 4.00 .85 .84 .79 .74 .69 1384 743 1903 4794 3564 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.82 2.94 3.40 3.73 4.01 .86 .83 .81 .73 .69 427 255 985 2702 2215 2.91 3.01 3.37 3.67 3.98 .83 .83 .83 .75 .70 1188 595 1441 3537 2654 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.81 2.90 3.30 3.65 3.96 .84 .89 .81 .72 .66 394 284 973 2509 2072 2.90 2.91 3.25 3.60 3.94 .89 .88 .85 .75 .69 1074 589 1447 3275 2474 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.85 2.94 3.23 3.61 3.97 .79 .86 .80 .74 .69 407 267 1118 2439 2018 2.88 2.91 3.16 3.59 3.95 .85 .84 .84 .77 .71 1124 605 1674 3143 2371 51
  62. 62. Tabel 6.14 – Schaalscores ‘remediërende maatregelen’, naar steekproef, jaargroep en sociaaletnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.71 2.65 2.40 2.12 1.90 1.02 1.08 1.10 1.00 .91 501 306 1315 3661 3011 2.74 2.63 2.43 2.16 1.92 1.04 1.07 1.08 1.00 .92 1382 729 1893 4757 3547 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.61 2.55 2.59 2.35 2.10 1.06 1.09 1.17 1.11 1.07 416 254 982 2707 2206 2.62 2.58 2.61 2.37 2.12 1.07 1.09 1.14 1.09 1.05 1184 593 1443 3543 2643 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.63 2.67 2.57 2.31 2.12 1.03 1.07 1.11 1.07 1.03 389 279 973 2505 2073 2.61 2.58 2.61 2.32 2.12 1.05 1.06 1.11 1.07 1.02 1072 584 1445 3257 2469 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.59 2.59 2.55 2.20 1.93 1.01 1.04 1.12 1.03 .96 408 269 1115 2428 2019 2.51 2.48 2.51 2.18 1.93 1.02 1.05 1.11 1.02 .96 1120 607 1664 3124 2374 52
  63. 63. Tabel 6.15 – Schaalscores ‘discipline’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.43 2.35 2.38 2.27 2.12 .81 .90 .89 .83 .81 507 310 1305 3663 3005 2.43 2.40 2.44 2.29 2.13 .83 .88 .89 .83 .81 1388 728 1888 4764 3543 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.65 2.54 2.50 2.38 2.21 .87 .92 .88 .85 .83 416 254 990 2679 2216 2.58 2.52 2.53 2.41 2.23 .86 .89 .87 .84 .83 1186 593 1455 3519 2657 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.66 2.60 2.53 2.40 2.23 .88 .91 .91 .89 .84 394 283 982 2501 2074 2.57 2.54 2.55 2.40 2.23 .90 .94 .90 .89 .84 1086 589 1454 3265 2472 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.67 2.54 2.52 2.32 2.12 .91 .87 .91 .87 .86 401 268 1115 2432 2018 2.60 2.49 2.52 2.33 2.11 .91 .87 .91 .88 .85 1116 606 1664 3132 2368 53
  64. 64. Tabel 6.16 – Schaalscores ‘extra leerstofaanbod voor slimme leerlingen’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.48 2.55 2.48 2.71 2.99 .87 .93 .88 .87 .93 497 305 1260 3545 2879 2.57 2.67 2.50 2.75 3.00 .85 .93 .87 .88 .93 1354 712 1813 4628 3409 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.54 2.61 2.49 2.76 3.08 .90 .97 .97 1.01 1.03 423 254 983 2676 2206 2.56 2.67 2.53 2.78 3.09 .90 .97 .96 .99 1.02 1175 582 1423 3493 2640 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.38 2.45 2.43 2.74 3.10 .90 1.00 .95 1.01 1.06 396 282 976 2479 2050 2.53 2.59 2.41 2.73 3.10 .95 1.00 .95 1.01 1.06 1079 586 1443 3230 2445 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.41 2.55 2.34 2.74 3.22 1.01 1.08 1.01 1.09 1.14 406 268 1119 2427 2007 2.47 2.53 2.34 2.75 3.21 1.00 1.04 1.01 1.09 1.14 1118 609 1667 3124 2362 54
  65. 65. Tabel 6.17 – Schaalscores ‘gereduceerd leerstofaanbod voor zwakkere leerlingen’, naar steekproef, jaargroep en sociaal-etnische achtergrond referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.62 2.48 2.37 2.17 1.94 .82 .88 .86 .79 .73 500 307 1306 3619 2977 2.58 2.46 2.39 2.20 1.97 .82 .85 .84 .80 .75 1378 727 1888 4714 3519 groep 4 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.50 2.39 2.43 2.22 2.00 .85 .84 .89 .85 .81 414 254 981 2689 2190 2.53 2.42 2.45 2.24 2.02 .84 .84 .87 .83 .80 1176 591 1441 3523 2627 groep 6 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.55 2.50 2.48 2.22 1.99 .90 .92 .93 .87 .81 392 284 977 2496 2072 2.49 2.47 2.50 2.23 2.00 .90 .91 .93 .86 .80 1074 589 1447 3252 2468 groep 8 LBO Tu/Ma LBO ov.all. LBO aut. MBO HBO/WO 2.61 2.58 2.55 2.22 1.92 .91 .91 .98 .89 .83 404 263 1113 2423 2009 2.50 2.49 2.54 2.21 1.93 .90 .91 .96 .89 .83 1109 601 1661 3117 2362 In de voorgaande tabellen zijn de scores op de geconstrueerde schalen naast steekproef en jaargroep afgezet tegen de sociaal-etnische herkomst van de leerlingen. In Tabel 6.18 tot en met Tabel 6.32 geven we de uitsplitsing naar geslacht weer. 55
  66. 66. Tabel 6.18 – Schaalscores ‘cognitieve capaciteiten’, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef gem. sd groep 2 jongens meisjes 3.58 3.77 .95 .92 groep 4 jongens meisjes 3.52 3.58 groep 6 jongens meisjes groep 8 jongens meisjes totale steekproef n gem. sd n 4779 4569 3.53 3.71 .97 .93 6737 6371 1.04 1.03 3435 3562 3.47 3.52 1.03 1.02 4866 5086 3.56 3.52 1.01 1.02 3204 3381 3.51 3.46 1.02 1.04 4512 4782 3.52 3.52 1.07 1.08 3297 3251 3.48 3.47 1.07 1.09 4631 4651 Tabel 6.19 – Schaalscores ‘onderpresteerder’, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 jongens meisjes 2.60 2.40 .75 .71 4726 4524 2.64 2.45 .75 .72 6692 6327 groep 4 jongens meisjes 2.59 2.39 .82 .72 3418 3534 2.62 2.44 .81 .72 4845 5053 groep 6 jongens meisjes 2.64 2.42 .81 .71 3188 3378 2.68 2.45 .81 .71 4493 4764 groep 8 jongens meisjes 2.64 2.34 .86 .73 3281 3235 2.66 2.38 .85 .73 4602 4627 56
  67. 67. Tabel 6.20 – Schaalscores ‘bovenpresteerder’, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 jongens meisjes 2.41 2.41 .70 .75 4751 4555 2.43 2.44 .70 .76 6713 6355 groep 4 jongens meisjes 2.38 2.54 .74 .81 3436 3539 2.42 2.59 .74 .80 4871 5061 groep 6 jongens meisjes 2.35 2.59 .72 .78 3204 3386 2.39 2.61 .72 .78 4506 4769 groep 8 jongens meisjes 2.37 2.60 .74 .81 3288 3248 2.40 2.63 .74 .81 4614 4639 Tabel 6.21 – Schaalscores ‘gedrag’, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 jongens meisjes 3.50 3.75 .76 .70 4831 4613 3.47 3.71 .76 .72 6824 6443 groep 4 jongens meisjes 3.51 3.82 .79 .69 3477 3583 3.48 3.79 .78 .70 4922 5122 groep 6 jongens meisjes 3.46 3.78 .81 .74 3228 3408 3.43 3.75 .83 .75 4553 4810 groep 8 jongens meisjes 3.46 3.84 .84 .72 3320 3270 3.45 3.80 .84 .74 4659 4678 57
  68. 68. Tabel 6.22 – Schaalscores ‘zelfvertrouwen’, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 jongens meisjes 3.74 3.78 .81 .79 4759 4561 3.72 3.76 .82 .79 6729 6368 groep 4 jongens meisjes 3.72 3.74 .82 .80 3434 3531 3.72 3.72 .80 .79 4859 5058 groep 6 jongens meisjes 3.72 3.75 .80 .78 3198 3373 3.73 3.73 .80 .79 4516 4767 groep 8 jongens meisjes 3.81 3.80 .78 .76 3287 3250 3.81 3.79 .78 .76 4617 4645 Tabel 6.23 – Schaalscores ‘populariteit’, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 jongens meisjes 3.70 3.80 .72 .69 4757 4558 3.68 3.76 .71 .71 6724 6360 groep 4 jongens meisjes 3.62 3.70 .77 .73 3430 3534 3.59 3.66 .76 .73 4861 5054 groep 6 jongens meisjes 3.53 3.64 .81 .76 3201 3381 3.51 3.62 .81 .77 4511 4774 groep 8 jongens meisjes 3.54 3.69 .83 .78 3297 3243 3.55 3.67 .81 .78 4632 4642 58
  69. 69. Tabel 6.24 - Schaalscores ‘werkhouding’, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 jongens meisjes 3.21 3.57 .87 .83 4764 4541 3.17 3.55 .87 .84 6733 6343 groep 4 jongens meisjes 3.21 3.61 .91 .84 3429 3534 3.20 3.58 .89 .84 4860 5060 groep 6 jongens meisjes 3.15 3.59 .89 .81 3200 3381 3.15 3.57 .89 .82 4518 4776 groep 8 jongens meisjes 3.14 3.68 .92 .80 3287 3249 3.14 3.64 .91 .81 4620 4653 Tabel 6.25 – Schaalscores ‘schoolwelbevinden’, naar steekproef, jaargroep en geslacht referentiesteekproef totale steekproef gem. sd n gem. sd n groep 2 jongens meisjes 4.19 4.31 .60 .56 4781 4562 4.18 4.29 .60 .56 6744 6370 groep 4 jongens meisjes 4.06 4.20 .65 .60 3429 3539 4.04 4.17 .64 .59 4864 5068 groep 6 jongens meisjes 3.91 4.11 .70 .62 3214 3383 3.93 4.11 .70 .62 4535 4771 groep 8 jongens meisjes 3.87 4.09 .75 .65 3289 3249 3.91 4.09 .74 .66 4620 4636 59

×