Loading…

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

Like this document? Why not share!

Lectorale rede P. Klerks

on

  • 2,307 views

 

Statistics

Views

Total Views
2,307
Views on SlideShare
2,175
Embed Views
132

Actions

Likes
0
Downloads
6
Comments
0

2 Embeds 132

http://www.franksmilda.nl 116
http://socialmediadna.nl 16

Accessibility

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Lectorale rede P. Klerks Lectorale rede P. Klerks Document Transcript

  • In het belang van het onderzoek! Kritische journalistiek als noodzakelijke kwaliteitsbewaking van de opsporing Dr. P.P.H.M. Klerks Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het Lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde aan de Politieacademie  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • In het belang van het onderzoek! Kritische journalistiek als noodzakelijke kwaliteitsbewaking van de opsporing Lectorale Rede Amsterdam, 10 maart 2006 Dr. P.P.H.M. Klerks Lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde Politieacademie  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • Inhoudsopgave . Inleiding 7 2. Wrongful convictions 0 . Rechterlijke dwalingen in Nederland  . Gerede twijfel 20 . Geloofwaardigheid van de overheid 2 6. Discretie, transparantie en vooroordelen 26 7. Blauwe spin doctors? 0 8. De media als bondgenoot: opsporingsberichtgeving 2 9. De media als ‘opponent’  0. De journalist als verdachte of handlanger  . Het waarborgen van publieke controle 8 2. Rules of engagement 0 . Openheid voorkomt problemen  . Embedded journalism 6 . Een netwerk recherchevoorlichting  6. Besluit  Bijlage: strafvervolging van journalisten  Gebruikte literatuur 8  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • . Inleiding Anderhalf jaar geleden stelde het College van Bestuur van de Politieacademie de eerste Lectoraten in, om daarmee de professionalisering en innovatieve kracht van de eigen organisatie een extra impuls te geven. Het Lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde is momenteel één van de zes Lectoraten van de Academie, gevestigd aan de Concernlocatie in Apeldoorn. Aan andere instellingen voor hoger onderwijs zijn de afgelopen tijd soortgelijke Lectoraten opgezet. Dit alles past bij het toegenomen zelfbewustzijn van HBO- instellingen, die zich daarmee ontwikkelen tot volwassen centra voor kennis en onderwijs en die op het gebied van de toegepaste wetenschap de concurrentie met de universiteiten aangaan. Het wezenlijke verschil tussen een Lectoraat aan de Politieacademie en een universitaire leerstoel zit hem niet zozeer in het niveau: wij leiden in Apeldoorn ook in Engelstalig onderwijs studenten op tot wetenschappelijk bekwame onderzoekers op Masterniveau. De kwaliteit van een Lectoraat ligt vooral in de praktijkgerichtheid en de maatschappelijke betrokkenheid. U zult van een hoogleraar beslist de theoretische noties en de onderbouwing met veel voet- noten zien, die u in deze lezing aantreft. Van mijn gewaardeerde universitaire collega’s zult u echter niet snel de praktische voorstellen en initiatieven horen, zoals ik die zo meteen zal aankondigen. Als een hoogleraar al met een prakti- sche suggestie komt, zal hij of zij die niet tevoren hebben getoetst bij collega’s binnen zijn organisatie, die vanuit hun beleidsbepalende functie of in het uit- voerend werk kunnen aangeven of iets in de praktijk van de samenleving haal- baar is of niet. Van een lector mag u dat wel verwachten. Al onze activiteiten leveren bruikbare eindproducten op. Rechtstreeks, bijvoorbeeld in de vorm van bruikbare handboeken en instrumenten voor de praktijk, of indirect, doordat we inhoudelijke bijdragen leveren aan het onderwijs. De sociaal-wetenschappe- lijke onderzoeken en projecten die we uitvoeren, doen we samen met collega’s van de regiokorpsen en het KLPD, het openbaar ministerie, bijzondere opspo- ringsdiensten, inlichtingendiensten, en met partners uit de wetenschappelijke wereld, instellingen zoals TNO en softwarebedrijven. Het Lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde werkt aan zinvolle en spannende kennisontwikkeling, samen met andere medewerkers van de Politieacademie en externe partners uit binnen- en buitenland. Docenten en studenten worden gestimuleerd om onderzoek te doen, en nieuw verkregen kennis wordt geborgd in het onderwijs en verankerd in de politiële en justitiële praktijk. Kennis wordt verspreid via daartoe geëigende kanalen, variërend van 6 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 7 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • vakliteratuur en seminars tot audiovisuele media en computernetwerken. De Aan toegepast politieonderzoek worden hoge eisen gesteld. Het moet van- dragende filosofie hierbij is dat de kwaliteit van de opsporing in brede zin is zelfsprekend wetenschappelijk en empirisch gefundeerd zijn, het heeft bij gebaat bij zodanig zorgvuldig werken, dat fouten worden vermeden en zoveel voorkeur een internationale component, ook relevantie voor praktijk en beleid mogelijk beproefde methoden worden gehanteerd, teneinde optimale resul- is een vereiste, en het moet actueel zijn. Voor vandaag is het ook wel prettig taten te boeken. Het Lectoraat beoogt gaandeweg basisprincipes van crimina- als het interessant en prikkelend is voor een breder publiek. De komende drie liteitsbeheersing en recherchekunde te identificeren. Niet in de laatste plaats kwartier ga ik proberen u in die geest het een en ander te brengen, maar op neemt het Lectoraat initiatieven ter vernieuwing van het recherchevak, opdat een wat ongebruikelijke manier. Het had voor de hand gelegen om een van de de politie nog effectiever kan werken en actuele uitdagingen, zoals terrorisme- thema’s waarop wij al langer werken centraal te stellen in deze lectorale rede. dreiging, met adequate middelen kunnen worden tegemoet getreden. Wij kiezen echter voor een andere aanpak: we duiken niet diep in een obscure subdiscipline van de politiekunde, zoals evalueren of inlichtingenwerk, maar De kern van het Lectoraat wordt gevormd door de lector, de vindingrijke pro- kijken naar de relatie tussen de opsporing en de buitenwereld zoals die gestalte grammamanager Theo Derksen, en door managementassistente Karin de Vries, krijgt via de media. Het is voor mij nogal onwennig om te spreken over een die er grotendeels voor heeft gezorgd dat we hier vanmiddag bij elkaar konden thema waar ik geen uitvoerig eigen onderzoek naar heb gedaan. Ik baseer me komen. De kracht ligt echter vooral bij onze Kenniskring, die ruim twintig men- vandaag weliswaar op literatuuronderzoek en gesprekken met betrokkenen, sen omvat die op een of andere manier actief betrokken zijn bij onze activitei- maar ditmaal lag er geen onderzoeksplan aan ten grondslag en evenmin een ten, en waarvan u eerder vanmiddag al het een en ander heeft kunnen zien. budget van Politie & Wetenschap of het WODC. Bovendien zal ik mij opiniërend uitlaten, terwijl politieonderzoekers daarin meestal erg terughoudend zijn. In onze programmatische activiteiten richten we ons op drie bindende thema’s. Maar voordat ik toekom aan de media eerst nog een uitstapje naar de praktijk In de eerste plaats is dat criminaliteitskunde: kennis die er op is gericht crimi- van politie, justitie en de rechterlijke macht, te beginnen in het buitenland. naliteit te doorgronden om het zodoende effectief te kunnen beheersen en bestrijden. Voorbeelden hiervan zijn georganiseerde criminaliteit, terrorisme en zedencriminaliteit. In de tweede plaats intelligence: het proces dat de essentiële beleidsmatige en operationele sturingsinformatie oplevert die de politie en an- deren in staat stelt om effectief te kunnen opereren. Voorbeelden hiervan zijn het maken van het handboek Informatiegestuurde Opsporing, het bijdragen aan het visietraject van de desbetreffende Strategische Beleidsgroep, het verder professionaliseren van de human intelligence capaciteit van de politie zoals bij het werven en runnen van informanten in de ‘bovenwereld’, en het mee helpen versterken van het onderwijs rond intelligence, zoals in de nieuwe leergang Recherchekunde en Criminaliteitsanalyse. Het derde thema is de doelmatige bedrijfsvoering in de opsporing, tot uiting komend in initiatieven rond recher- chemanagement en evaluatie van opsporingsonderzoeken. Deze drie kernthe- ma’s reflecteren de ontwikkeling van de politieorganisatie én het recherchevak tot een hoogwaardige, kennisintensieve omgeving waarin het HBO- en acade- misch werk- en denkniveau steeds vanzelfsprekender wordt. Minister Donner van Justitie heeft het eind vorig jaar naar aanleiding van het onderzoek van de commissie-Posthumus duidelijk gezegd: binnen enkele jaren zal twintig procent van de politiemedewerkers minimaal HBO-opgeleid moeten zijn. 8 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 9 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • 2. Wrongful convictions We maken een korte tour d’horizon langs het verschijnsel dat in de Angel- toen gouverneur George Ryan van Illinois het uitvoeren van doodvonnissen in saksische vakliteratuur wordt aangeduid als ‘wrongful conviction’ en in het zijn staat opschortte en later de straffen omzette in levenslang, omdat het werk Nederlands als ‘onterechte veroordeling’ of ‘rechterlijke dwaling’. Hieronder van studenten van het Medill Innocence Project aan Northwestern University verstaan we in dit geval de bewezen onschuld ná een veroordeling, dus niet hem de ogen hadden geopend. Dit laatste project had in enkele jaren tijd tot een vrijspraak in hoger beroep vanwege bijvoorbeeld gebrek aan bewijs of de vrijlating van tien mannen geleid, waarvan er vier op death row zaten. procedurefouten.1 In de Verenigde Staten zijn de laatste jaren honderden gevallen van wrongful conviction vastgesteld, veroordeling van personen die In bijna de helft van ruim driehonderd vrijlatingen wegens ‘zuivering van alle ten onrechte werden verdacht van een misdrijf.2 Dit kwam onder meer aan het blaam’ in 1 jaar tijd speelde DNA-onderzoek een sleutelrol. De komende jaren licht onder meer door de activiteiten van mensen als de investigative journalist zal DNA-onderzoek op oude zaken minder vaak veroordeelden vrij pleiten, en universitair docent Bill Moushey en zijn studenten. Moushey richtte in 2001 omdat het inmiddels al langere tijd tijdens het reguliere opsporingsonderzoek het Innocence Institute op aan Point Park University in Western Pennsylvania. wordt uitgevoerd, waardoor veroordeling op grond van onterechte verden- Dit instituut maakt deel uit van wat sinds 1992 is uitgegroeid tot een complete kingen minder waarschijnlijk wordt. Onderzoekers verleggen daarom hun sociale beweging: aan tientallen universiteiten in de V.S. zijn nu innocence aandacht naar zaken waarin gerede twijfel bestaat, maar geen biologisch institutes gevestigd, waar studenten in journalistiek en rechten gezamenlijk bewijsmateriaal voorhanden is. Nu wordt onder meer kritisch gekeken naar de zaken uitzoeken en rechters weten te overtuigen. De studenten krijgen les van waarde van ooggetuigenverslagen en incorrecte verklaringen van zowel ver- ervaren onderzoeksjournalisten en advocaten, waarna ze zelf met projecten dachten als informanten, en naar institutionele aspecten van politiewerk die er aan de slag gaan. De Innocence movement kreeg nationale bekendheid in 200, toe zouden bijdragen dat misleidende verklaringen als bewijsmateriaal worden opgevoerd en geaccepteerd. 1 Van Koppen (2002: 872-87) maakt duidelijk dat het begrip ‘rechterlijke dwaling’ nogal complex Het Amerikaanse rechtssysteem verschilt sterk van het onze, zodat vergelijkin- is, omdat zelden werkelijk wordt aangetoond dat van een rechterlijke dwaling sprake is. Hiervoor gen bij voorbaat mank gaan. De juryrechtspraak maakt het proces kwetsbaar moet formeel en onomstotelijk komen vast te staan dat iemand anders het misdrijf pleegde, dat voor mediabeïnvloeding, en de kwaliteit van de rechtsbijstand voor arme ver- het misdrijf nooit heeft plaatsgevonden of dat de schuld van de verdachte onmogelijk blijkt te zijn. dachten uit minderheidsgroepen is beduidend slechter dan de rechtshulp in ons Gevallen waarin over de schuld van de veroordeelde verdachte ernstige bedenkingen zijn gerezen land. Amerikaans onderzoek bracht tientallen gevallen van bewezen incorrecte worden door Van Koppen aangeduid als “dubieuze zaken”. bekentenissen aan het licht, maar de verhoortechnieken in de V.S. verschillen op 2 Personen, slachtoffer van wrongful conviction zijn door Huff en anderen (1996: 10) in de wezenlijke punten van die in Nederland.6 Amerikaanse context gedefinieerd als “people who have been arrested on criminal charges … who have either pleaded guilty to the charge or have been tried and found guilty; and who, In Groot-Brittannië staat sinds geruchtmakende zaken als de Guildford Four notwithstanding plea or verdict, are in fact innocent”. Het gaat hen ook om gevallen van bewezen en de Birmingham Six, het thema ‘miscarriages of justice’ op de agenda.7 De onschuld. Guildford Four werden uiteindelijk na veertien jaar vrijgelaten, waarbij de hard-  Het is bij gebrek aan betrouwbare gegevens niet mogelijk een enigszins accurate schatting te nekkige belangstelling van journalisten voor de zaak een centrale rol speelde.8 maken van het aantal onterecht voor vermeende misdrijven veroordeelden in de Verenigde De Birmingham Six werden in 197 tot levenslang veroordeeld voor bomaan- Staten. Op grond van eigen en andermans onderzoek concludeert Huff (Huff 200 108-109) dat slagen op twee pubs en pas in 1991 weer vrijgesproken. Ook hier speelden het jaarlijks om duizenden gevallen gaat. Tientallen veroordeelden zouden ten onrechte zijn ge- executeerd. Een andere onderzoeker, Tony Poveda (Poveda 2001), komt tot een beduidend hogere schatting, maar hij baseert zich op een enquête onder gevangenen. 6 Hansen (1999).  www.pointpark.edu/default.aspx?id=902; Buck (200). 7 Lutz et al. (2002).  Westervelt & Humphrey (2001). 8 Lutz et al. (2002): 120-121. 0 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • onderzoeksjournalisten een doorslaggevende rol.9 Rechterlijke dwalingen en De affaire kan leiden tot herziening van het Franse rechtssysteem, waarin de onprofessioneel politieoptreden vonden in deze gevallen plaats in de context onderzoeksrechter een grote mate van autonomie heeft. van het gewelddadig politiek conflict in Noord-Ierland, maar ook meer recent deden zich dwalingen voor. Zo moesten onlangs meerdere moeders worden De buitenlandse voorbeelden maken de ernstige consequenties duidelijk van vrijgelaten die ten onrechte waren veroordeeld wegens moord op hun baby’s, verkeerde beslissingen in de keten van opsporing, vervolging en berechting. onder meer omdat het post-mortem onderzoek niet door een gespecialiseerde Een kritische pers blijkt dergelijke dwalingen alsnog aan het licht te kunnen patholoog werd uitgevoerd.10 Hun zaak en die van honderden andere ouders brengen, en deskundige journalisten leggen de achterliggende systeemfouten leidden tot veroordelingen, waarbij de politie en de aanklager uitgingen van bloot. Dat vergt meer dan sensationele onthullingen over zware criminelen: de het syndroom van ‘Munchausen by proxy’. Deze inmiddels door de meeste pers kan met zorgvuldige analyses daadwerkelijk bijdragen aan de kwaliteit van deskundigen verworpen theorie veronderstelt kort gezegd dat onverklaarbaar de rechtsstaat. overleden baby’s vaak zijn gedood door ouders, die hiermee aandacht proberen te vragen voor zichzelf. Ten gevolge hiervan worden in Groot-Brittannië ruim 20 strafzaken en duizenden civiele zaken herzien, waarin kinderen uit het ouderlijk gezag zijn gehaald. In het Verenigd Koninkrijk is naar aanleiding van de Birmingham Six-affaire in 1997 de Criminal Cases Review Commission ingesteld om mogelijke gevallen van onterechte veroordeling te onderzoeken.11 In 2001 had deze Commission .680 aanvragen ontvangen, waarvan er 2.81 werden behandeld. Hiervan werden 20 zaken verwezen naar een gerechtshof, waarvan er uiteindelijk 8 werden herzien.12 Frankrijk verkeerde de afgelopen maanden in de greep van de Outreau-affaire, een pedofilieonderzoek in het Noord-Franse Outreau dat geheel uit de hand liep doordat overijverige speurders iedereen insloten die door de kernverdach- ten werd beschuldigd van medeplichtigheid.1 De in 2001 begonnen zaak leidde uiteindelijk tot presidentiële excuses en parlementaire hoorzittingen op TV. 9 Mullin (1990). 10 Groskop (200). 11 Huff (200): 116. 12 Minister Donner liet de Kamer naar aanleiding van onderzoek recentelijk weten dat introductie van een vergelijkbare onderzoekscommissie als de CCRC in Nederland voorlopig niet aan de orde was. Hij wilde voor een mogelijke aanpassing van het bijzonder rechtsmiddel herziening eerst de resultaten afwachten van de voortgezette commissie-Posthumus (Kamerstukken II 200-2006, 0 00 VI, nr. 11). 1 Berichtgeving in NRC Handelsblad, op http://fr.fc.yahoo.com/p/pedophil.html, www.liberation.fr en http://fr.wikipedia.org/wiki/Affaire_d’Outreau. 2 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • . Rechterlijke dwalingen in Nederland Het Nederlandse publiek makte vorig jaar kennis met het verschijnsel rechter- klauwhamer de schedel ingeslagen.16 Het onderzoek bleef lange tijd zonder lijke dwaling door ontwikkelingen rond de zogenoemde ‘Schiedamse park- resultaat, tot anderhalf jaar later timmerman Chris Klunder en uitvoerder Jan moord’. De feiten zijn inmiddels overbekend. Op 22 juni 2000 werd in het Theunissen werden aangehouden. Hun alibi, dat ze de avond van de moord Beatrixpark in Schiedam de tienjarige Nienke Kleiss om het leven gebracht. De met het echtpaar Kroon in Sliedrecht hebben doorgebracht, wordt door het hoofdverdachte in deze zaak, Cees B., werd op 8 maart 2002 in hoger beroep echtpaar ontkracht. De jonge sportjournalist Kick Geudeker van de socialistische tot achttien jaar gevangenisstraf en TBS veroordeeld, onder meer wegens een krant Het Volk krijgt echter argwaan, bijt zich vast in de zaak en toont aan dat later ingetrokken bekentenis. Het Nederlands Forensisch Instituut had herhaal- de getuigenis van het echtpaar onder grote druk en chantage van de politie delijk nadrukkelijke twijfel uitgesproken over het onderzochte bewijsmateriaal geheel is verzonnen. Na vier jaar gevangenis maken Klunder en Theunissen een en er wezen meer indicaties in een andere richting. In 200 trok de werkelijke triomftocht door Amsterdam, waarbij arbeiders langs de kant van de weg de dader, Wik H., door loslippigheid de aandacht van zijn omgeving in relatie tot Internationale zingen omdat het volgens hen om klassejustitie ging. De echte de moord. Na aanhouding wegens een ander zedendelict biechtte hij de moord moordenaar van Jacob de Jong is nooit gevonden. in Schiedam op. Ook nieuw DNA-onderzoek wees met een grote mate van zekerheid in zijn richting, zodat hij in november 200 in hoger beroep tot acht- In de periode na de tweede wereldoorlog zijn nog enkele malen rechterlijke tien jaar celstraf en tbs werd veroordeeld.1 Procureur-generaal Harm Brouwer dwalingen vastgesteld, zoals dit incomplete overzicht van zes zaken laat zien.17 erkende in september 200 dat het fout was geweest, de twijfel van het NFI over het bewijsmateriaal niet aan de rechters te melden. • In 198 werd in de Delftshavense Schie te Rotterdam in een juten zak het lijk van de negenjarige Keesje Vermeulen gevonden. Het jongetje was door Rechterlijke dwalingen deden zich in de Nederlandse rechtsgeschiedenis eerder wurging om het leven gekomen. De politie arresteerde Hendrik K., een agra- voor. In 1929 moest minister van Justitie Jan Donner zich tegenover het parle- risch ondernemer. De juten zak zou bij hem zijn verdwenen en hij was ooit ment verantwoorden over een zaak waarbij de verkeerde verdachten waren betrapt bij ontuchtige handelingen met een 16-jarige jongen. K. bekende veroordeeld.1 De minister erkende de dwaling en vaardigde een circulaire aan uiteindelijk de moord. De bekentenis in combinatie met het rapport van de politie en openbaar ministerie uit, die de volgende passage bevatte: directeur van het Gerechtelijk Laboratorium prof. dr. W. Froentjes over de juten zak, resulteerde in augustus 190 in een levenslange gevangenisstraf “Er zijn toch in deze zaak fouten gemaakt, die (…) alleen reeds daarom hadden plus ter beschikkingstelling voor K. In 191 kwamen er aanwijzingen dat de moeten zijn vermeden, omdat het niet mag voorkomen, dat de vraag of een kappersbediende L. de moord zou hebben. Die bleef desgevraagd ontkennen justitieele dwaling op de schuld van justitie en politie is terug te leiden, zelfs en werd na een week losgelaten. In januari 19 bleek dat de veroordeelde maar kan worden gesteld.” K. toch met onvoldoende bewijs was vervolgd: de juten zak die als belang- rijkste bewijsmateriaal werd beschouwd bleek niet uit zijn bedrijf afkomstig De grootvader van de huidige Justitieminister refereerde aan de rechterlijke te zijn. Een week later werd hij vrijgelaten. In maart 1961 werd de eerder- dwaling in de moordzaak Giessen-Nieuwkerk. In deze historische zaak uit genoemde kappersbediende L. gearresteerd voor de moord op de 8-jarige 192 werd overwegwachter Jacob de Jong uit Giessen-Nieuwkerk met een Marcel Nivard. Omdat er treffende overeenkomsten waren met de moord op Keesje Vermeulen werd het dossier heropend. L. bekende de moord op Marcel, maar niet die op Keesje, waardoor de zaak onopgelost bleef. 1 Posthumus (200); diverse artikelen NRC Handelsblad 200-200. 1 Van Dinter (2002). Nog eerder, in 189-1896, speelde in het Friese Britsum de zaak tegen de drie 16 Blaauw (200). gebroeders Hogerhuis, die ten onrechte werden verdacht van en veroordeeld wegens inbraak en 17 Bronnen voor dit overzicht: Blaauw (200); Elberse en Nierop (200); Brongers (200); tot negen jaar gevangen zaten zonder ooit te worden gerehabiliteerd (Van Koppen 2002: 871-872). www.peterrdevries.nl.  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • • Op  februari 1970 wordt in Gaanderen, in de Achterhoek, de twaalfja- • In 198 werd in Zaandam de 21-jarige Sandra van Raalten met veel geweld rige Rinie Wielheesen dood aangetroffen: ze is op een afgelegen fietspad om het leven gebracht in de kledingwinkel waar zij werkte. De zaak werd aangerand, verkracht en vermoord. De moord wordt bekend door vrachtwa- bekend als de Paskamermoord. Diverse getuigen gaven een signalement van genchauffeur Jan S. uit Doetinchem, die hiervoor vijf maanden in voorarrest de vermoedelijke dader, maar er werd geen passende verdachte gevonden. zit. Dan komt echter onomstotelijk vast te staan dat S. op het tijdstip van de Twee jaar later werd fietsenhandelaar Rob van Zaane aangehouden en in moord bij vrienden was. S. verklaarde dat hij bekende door de wekenlange 1987 door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar, ondervragingen van de politie. Hierna vindt de politie een nieuwe verdachte, hoewel hij een alibi had en geen gelijkenis vertoonde met het dadersignale- een zeventienjarige bouwvakker uit Westendorp. Ook die bekent na nach- ment. De werkelijke dader, de aan heroïne verslaafde Kemal E., zocht al eer- tenlange verhoren, maar moet na een jaar eveneens worden vrijgelaten. der contact met de politie, maar die toonde geen belangstelling voor hem. De zaak leidt tot kamervragen, maar blijft onopgelost. Overigens is S. nooit Het Gerechtshof sprak Van Zaane in 1988 vrij, maar Justitie en politie ver- vervolgd, omdat het OM onvoldoende bewijs zag, dus strikt genomen is hier klaarden nog herhaaldelijk in het openbaar dat de fietsenhandelaar wel de- geen sprake van een rechterlijke dwaling. gelijk de dader was. In 1992 meldde zich een medegedetineerde van Kemal E. bij de politie, die verklaarde dat E. tegenover hem de moord in Zaandam • In september 198 trouwde in Amsterdam de butler Dick van Leeuwerden had toegegeven. Het Haarlemse parket besloot echter vanwege de eerdere met de rijke,  jaar oudere weduwe Dorothea van Wijlick, die vijf weken commotie rond zaak het onderzoek niet te heropenen. De moeder van het later overleed. De butler, een verklaard homoseksueel, werd mede op basis slachtoffer bleef echter twijfelen en verzocht in augustus 2000 de minister van getuigenverklaringen en het rapport van de patholoog-anatoom ervan van Justitie om met behulp van nieuwe DNA-technieken alsnog de moord op verdacht de vrouw uit financiële motieven te hebben vermoord. Hij werd in haar dochter te onderzoeken. Hierbij bleek de in 199 overleden Kemal E. de 198 veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf, hoewel meerdere medici dader, zodat Van Zaane uiteindelijk in 2002 definitief werd vrijgepleit. hun twijfel uitspraken over de veronderstelde onnatuurlijke dood. Nieuw medisch onderzoek zou volgens betrokkenen in 2002 hebben aangetoond • Op 9 januari 199 werd in Putten de 2-jarige stewardess Christel Ambrosius dat de weduwe een natuurlijke dood is gestorven. De butler is na het uitzit- dood aangetroffen in de afgelegen woning van haar grootmoeder. Er is ten van zijn straf geestelijk ingestort naar India geëmigreerd. De Hoge Raad sprake van een ernstig zedenmisdrijf: de zaak werd bekend als de ‘Puttense heeft de zaak nooit heropend, zodat strikt genomen ook hier geen sprake is moordzaak’. Twee verdachten, de zwagers Herman Dubois en Wilco Viets, van een vastgestelde rechterlijke dwaling. bekennen de moord. Zij worden veroordeeld en zitten zeven jaar gevange- nisstraf uit. DNA-sporen uit sperma en haren die op het slachtoffer werden • In Rotterdam wordt begin 198 op een Antilliaans feest ‘cocaïnekoning’ aangetroffen komen echter niet overeen met het DNA van de verdachten. Ismael Mambre doodgeschoten: de zaak werd bekend als de ‘Rotterdamse Het onderzoek blijkt bijzonder gecompliceerd, met veel technische sporen en carnavalsmoord’. Steve H. wordt schuldig bevonden en veroordeeld tot tactische aanwijzingen. Velen hebben het justitieel onderzoek in de Puttense twaalf jaar gevangenisstraf. In 1989 bekent zijn halfbroer A. M. dat hij de moordzaak in de loop der jaren becommentarieerd en fouten in het onder- werkelijke dader is. In de tussentijd heeft Steve H. in de gevangenis een me- zoek aangetoond. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries wijdde in meer dan degedetineerde vermoord. veertig tv-uitzendingen aandacht aan de zaak en gaf uiteindelijk de aanzet tot de vrijlating van Dubois en Viets. Kamerlid Boris Dittrich van D66 stelde Kamervragen, en de Rotterdamse oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw schreef een boek waarin hij onder meer de gebruikte verhoormethodes en getuigen- 6 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 7 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • verslagen scherp analyseerde en bekritiseerde.18 Na verscheidene revisiever- De reactie van de overheid op aanwijzingen voor mogelijke rechterlijke zoeken werd de zaak heropend, en in april 2002 spreekt het Gerechtshof in dwalingen was tot voor kort consequent afwijzend. Met betrekking tot de Leeuwarden de zwagers alsnog vrij. Schiedammer moordzaak bekritiseerde de minister van Justitie bij voortduring de journalistiek. In mei 200 bijvoorbeeld betichtte Donner de media ervan In dit overzicht ontbreekt met opzet de zogenoemde ‘Deventer moordzaak’, een eigen wereld te scheppen, die de echte kan verdringen. Toen journalisten de moord op de weduwe Wittenberg in 1999.19 Een mogelijke dwaling in deze in de afgelopen zomer steeds meer aanwijzingen publiceerden dat het OM zaak wordt, na een actie van een groep mensen rond Maurice De Hond, mo- ontlastend forensisch bewijsmateriaal aan de rechter had onthouden, stelde de menteel door justitie opnieuw onderzocht. Ook de zaak van de ‘Haagse moord- minister: “Als er iets is misgegaan in deze zaak, is het juist de volle druk van de zuster’ Lucy de B., voor wier onschuld de strafrechtpsycholoog Hans Crombag media op iets dat rustig overleg vraagt”.21 zich inzet, komt binnenkort voor de Hoge raad en blijft hier buiten beschou- wing.20 Andere zaken dienen zich de komende tijd nog aan. Bij de beschrijving van miscarriages of justice in de Verenigde Staten gebruikte ik daarnet de term “sociale beweging”. Bijna twintig jaar geleden studeerde ik een paar honderd meter van dit Odeontheater af als politicoloog, met als specialisatie doctrineleer en collectief gedrag. Ik weet dus het een en ander van sociale bewegingen, en lezend over de mensen en gebeurtenissen rond af- faires waarbij onterechte veroordelingen zijn vermoed of bewezen, vielen me de overeenkomsten met een single-issue sociale beweging op. Het verschijnsel vertoont trekjes van een soort geloofsgemeenschap, zonder dat ik met deze kwalificatie overigens de betrokkenen tekort wil doen. We zien sterk emotio- neel gemotiveerde personen, zoals de directe verwanten van de veroordeelden. Er zijn mensen die vanuit een juridische of criminologische achtergrond solidari- teit betuigen en die de casus verbinden met een groter maatschappelijk geheel. Verder zijn er de professionele pleitbezorgers zoals advocaten en voormalige politiemensen, die zich inzetten uit sociale betrokkenheid. En tot slot invloed- rijke personen uit bijvoorbeeld de showbizzwereld, die hun netwerk gebruiken om invloed uit te oefenen en een onderzoek heropend te krijgen. 18 Blaauw (2002). 19 De Jong (200). 20 “Veroordeling” (200). 21 Meens (200). 8 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 9 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • . Gerede twijfel In het Nederlandse rechtssysteem wordt een strafzaak in hoger beroep in mens in staat stelt te kunnen leren.2 De filosofie van de ‘lerende organisatie’ principe geheel opnieuw behandeld, hetgeen een sterke waarborg vormt tegen is op dit inzicht gebaseerd, en aan de Politieacademie zijn we daar goed van onterechte veroordelingen. Bovendien staat het stelsel van bewijsgaring en doordrongen. Omdat vergissingen in opsporingsonderzoeken zulke ernstige vervolging in Nederland kwalitatief op een hoog niveau in vergelijking met gevolgen kunnen hebben voor alle betrokkenen, wordt in de HBO-leergang andere landen. Rechters zijn meestal zeer ervaren en professionele juristen, die Recherchekunde, maar ook in de opleiding voor criminaliteitsanalisten expli- in hun carrière blijk hebben gegeven van onafhankelijk denken en die door hun ciet aandacht geschonken aan wetenschappelijke inzichten met betrekking tot vakgenoten als deskundig worden beschouwd. Bij rechterlijke dwalingen gaat groepsdenken, tunnelvisie, menselijke vergissingen en cognitieve illusies. het in Nederland dus vermoedelijk niet om grote aantallen, al ontbreken voor- alsnog systematisch verzamelde empirische gegevens om deze veronderstelling De rechtspsycholoog professor Peter van Koppen komt de eer toe in Nederland te staven.22 Dit neemt niet weg dat rechterlijke dwalingen aantoonbaar voor- pionierswerk te hebben verricht in het wetenschappelijk onderzoek naar komen, en dat een onterechte veroordeling voor een misdrijf voor de betrokke- rechterlijke dwalingen en tunnelvisie in de opsporing.2 Wij zijn dan ook blij nen hoogst ernstige consequenties heeft. De veroordeelde wordt beroofd van dat hij bereid was om in het Programmacollege van ons Lectoraat zitting zijn vrijheid en loopt goede kans psychologisch en sociaal ernstig beschadigd te te nemen. Ook in het onderwijs aan Politieacademie, zoals bij de leergang raken. Verwanten en relaties worden met een onmogelijk dilemma geconfron- Recherchekunde, toont hij zijn betrokkenheid. Van Koppen is hoogleraar teerd, en de nabestaanden van het slachtoffer blijven in onzekerheid verkeren, aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit Antwerpen, en terwijl de werkelijke verdachte vrij rondloopt. Bovendien loopt de geloofwaar- senior hoofdonderzoeker aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en digheid van politie en justitie een ernstige deuk op. Om al die redenen is het Rechtshandhaving (NSCR) in Leiden. Hij was als getuige-deskundige betrok- van het grootste belang dat de waarheidsvinding door een kwalitatief optimaal ken bij zowel de Puttense moordzaak als de Deventer moordzaak. Samen met toegeruste strafrechtsketen wordt gediend. Het Nederlandse rechtssysteem zijn collega prof. dr. Henk Elffers en anderen deed Van Koppen ook onderzoek kent al meer dan een eeuw een procedure waarbij een onherroepelijke veroor- naar de maatschappelijke druk waaronder rechters moeten werken. Daarbij deling opnieuw kan worden onderzocht. Voorwaarde voor een dergelijke ‘her- bleek dat rechterlijke dwalingen vaak hun oorsprong vinden in onzorgvuldig ziening’ is dat de Hoge Raad vaststelt dat sprake is van een ‘novum’.2 Hiermee politiewerk. De rechter is dan niet de oorzaak van de rechterlijke dwaling, maar wordt kort gezegd gedoeld op een nieuw en substantieel feit, of een substanti- corrigeert wellicht onvoldoende. Van Koppen stelt ronduit dat ook het beste ele nieuwe interpretatie van een reeds eerder bekend feit, dat ten tijde van de rechtssysteem onvermijdelijk rechterlijke dwalingen produceert, omdat ieder veroordeling niet aan de rechter bekend was en dat van invloed kan zijn op het bewijsmiddel noodzakelijkerwijs enige mate van onzekerheid in zich draagt.26 rechterlijk oordeel. Verdachten worden veroordeeld op “wettig en overtuigend bewijs”, niet op 100 procent mathematische zekerheid. Vergissen is menselijk, en ondanks hun professionaliteit en zorgvuldigheid maken ook politiemensen fouten, zoals onder meer uit het onderzoek van Van Koppen heeft in 200 samen met collega-rechtspsycholoog Han Israels aan Posthumus naar de Schiedammer Parkmoord is gebleken. Wetenschappers de Universiteit van Maastricht het project ‘Gerede Twijfel’ ingericht, waar men menen overigens dat het maken van vergissingen functioneel is, omdat het de zaken kan aanmelden waarbij mogelijk van rechterlijke dwaling sprake is.27 De onderzoekers richten zich op misdrijven, waarbij achteraf aantoonbaar is dat 22 Van Koppen (2002: 878) waagt zich aan een –wat hij noemt- “niet onredelijke schatting” en komt voor Nederland uit op ongeveer 0,% van het aantal onherroepelijk veroordeelden. Dit zou neer- 2 Gigerenzer (200). komen op circa 00 rechterlijke dwalingen per jaar. 2 Van Koppen (2002); Crombag et al. (199). 2 Het buitengewone rechtsmiddel ‘herziening’ is geregeld in de artikelen 7 t/m 81 van het 26 Van Koppen (2002): 87. Wetboek van Strafvordering; Van Koppen (2002): 88-88. 27 www.geredetwijfel.nl; Kooman (200). 20 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 2 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • . Geloofwaardigheid van de overheid het bewijsmateriaal volstrekt onvoldoende was om tot een veroordeling te Lange tijd leek de magistratuur in Nederland boven alle twijfel verheven, en komen. Het project beoogt uit de bestudering van dergelijke zaken lessen te iets van die onfeilbaarheid straalde ook op de politie af. Door het ontluiste- trekken; dat mogelijk ten onrechte veroordeelden worden geholpen wordt als rende beeld dat echter in de nasleep van de IRT-affaire begin jaren negen- een bijkomend doel gezien. tig ontstond, hebben politie en justitie sterk aan gezag ingeboet. Een reeks geruchtmakende onopgeloste moordzaken in de navolgende jaren hebben het Aan rechterlijke dwalingen kunnen fouten van politie en/of justitie voorafgaan, vertrouwen verder ondermijnd.28 De laatste jaren is ook het geringe succes in maar dit hoeft niet altijd zo te zijn. De casuïstiek laat zien dat een recherche- onderzoeken naar liquidaties in het criminele milieu voor sommigen aanleiding team bijvoorbeeld op integere wijze gegevens kan aandragen die twijfel wek- geweest om vraagtekens te plaatsen bij de effectiviteit van de rechtshandha- ken aan de schuld van een verdachte, terwijl het openbaar ministerie besluit ving. De successen die ondertussen wel worden behaald, blijven vaak onop- deze stukken niet in het procesdossier te voegen of een onderzoek niet te gemerkt. De meeste grootschalige onderzoeken naar levensdelicten eindigen heropenen. Van de rechter wordt in principe verwacht dat hij of zij oordeelt op met de aanhouding en veroordeling van de daders. De pakkans voor ernstige basis van het onderzoek ter zitting, maar in de praktijk gaan magistraten daar- delicten als moord, verkrachting en gijzeling is bijzonder hoog, en ook afpersers bij voornamelijk af op wat er aan bewijsmiddelen wordt voorgelegd. lopen gerede kans voor de rechter te moeten verschijnen. Van de grote drugs- handelaren die in de jaren negentig bekend werden is het merendeel achter de tralies gebracht. Overzichten van dergelijke resultaten halen echter zelden de krant, en statistieken zijn sowieso niet van invloed op het beeld dat het publiek zich van de opsporingspraktijk heeft gevormd. In een tijd dat het vertrouwen in de overheid en de politiek in het algemeen terugloopt, is een geloofwaardige rechtshandhaving van wezenlijk belang. Rechtszekerheid groeit naarmate de wet voor iedereen waarneembaar wordt gehandhaafd. De pers heeft hierin een tweeledige functie van informatie- verschaffing en controle: zij toont wat goed gaat en stelt aan de kaak waar wordt gefaald. Daarbij heeft de belangstelling voor slecht nieuws helaas altijd de overhand. Om goed over de complexe rechtshandhaving te kunnen berich- ten dient de pers optimaal te zijn geïnformeerd en toegerust. Toegang tot de ‘machinekamer’ van de rechtshandhaving stelt haar in staat de informatieve en controlerende functies goed te vervullen. Die toegang blijft voor de meeste journalisten helaas beperkt. Ook het Nederlandse openbaar ministerie treedt namens ‘the people’ op als procespartij, en de ‘Aanwijzing voorlichting opspo- ring en vervolging’ heeft als expliciet uitgangspunt het beginsel “openbaar, tenzij”.29 Toch concentreren nog te veel voorlichters van justitie en politie zich op het afschermen tegen vragen vanuit de buitenwereld. Dit is begrijpelijk, zo- 28 Andrea Luten (199), Kumral Bagci (199), Nicole van den Hurk (199), Nicky Verstappen (1998), Polle en Frank Taminiau (1998), Marianne Vaatstra (1999), Ankie Blommaert (2000). 29 Openbaar ministerie (2002b); Schoo (2001): 26. 22 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 2 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • lang voorlichters intern worden beoordeeld op de mate waarin ze er in slagen ele apparaat wordt geproduceerd. Beleidsnotities, projectplannen en criminali- een positief imago van de organisatie neer te zetten, en mogelijke negatieve teitsbeeldanalyses worden vaak niet actief verspreid, maar zijn wel op aanvraag publiciteit in de kiem te smoren. En ook is dit oogmerk van de strategische verkrijgbaar voor wie de juiste titels en adressen weet. Voor inventieve journa- leiding niet onbegrijpelijk, gezien de voorrang die de meeste journalisten aan listen zijn er talrijke manieren om aan interessante informatie te komen. slecht nieuws geven. Maar daardoor blijft het bevorderen van openbaarheid ter versterking van de legitimiteit van de strafrechtspleging een abstract begrip.0 De journalist krijgt toegang tot de rechtszaal, wordt onthaald op persconferen- ties en kan een enkele keer vragen stellen in een interview. Het is voor hem of haar echter zelden mogelijk om aan de hand van processtukken en interactief contact de procesgang zelf te beoordelen.1 De meeste journalisten beperken zich hoofdzakelijk tot het volgen van wat zich aan strafrechtelijke onderzoeken aandient: de achterliggende beleidsprocessen kunnen op veel minder belangstelling rekenen. Toch zijn de strategische keuze- processen, zowel bij de aangebrachte delicten als bij de projectmatig aangepak- te verborgen criminaliteit, van groot maatschappelijk belang. Een goed geïn- formeerde pers zou kritisch kunnen beschouwen in hoeverre in de opsporing en vervolging rationele prioriteiten worden gesteld. De politie stelt zich hierin vanzelfsprekend op als loyale uitvoerder van beleid. Toch moet in de praktijk worden vastgesteld dat sommige criminele fenomenen zoals georganiseerde criminaliteit in het Turkse milieu, georganiseerde kunstroof en roofcriminaliteit door Oost-Europese bendes, momenteel opmerkelijk weinig justitiële aandacht krijgen in verhouding tot de maatschappelijke schade die wordt aangericht. De ene journalist produceert duidelijk beter geïnformeerde stukken dan de an- dere. Dat heeft te maken met aanleg, ervaring, vasthoudendheid en beschikba- re tijd. Het opbouwen van een effectief contactennetwerk duurt jaren, en voor wie zelf van oorsprong uit de politiewereld komt verloopt de toegang vaak makkelijker dan voor een volstrekte buitenstaander. Tijd investeren in recht- bankverslaggeving kan op den duur ook lonen, omdat men er dingen hoort en mensen kan spreken die normaliter ontoegankelijk zijn. Sommige journalisten weten optimaal gebruik te maken van de grijze literatuur die binnen het justiti- 0 Van Lent (2002). 1 Witteveen (2001): 81. In januari 2006 sprak de minister van Justitie zich uit voor een verbod voor advocaten op het geven van inzage in processtukken aan onbevoegden. De Orde van Advocaten overweegt een soortgelijke gedragsrichtlijn, in een poging wetgeving te voorkomen. 2 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 2 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • 6. Discretie, transparantie en vooroordelen De snelle ontwikkelingen in het recherchevak weerspiegelen zich in het werk- Dat is een kwestie van organisatie, maar ook van mentaliteit. Ziet de politie de programma van ons Lectoraat. De relatie tussen de opsporing en de media was buitenwereld als een bedreiging waarvoor men zich het liefst wilt afschermen, tot dusver niet als zodanig in ons werkprogramma geworteld. Dit heeft vooral of als de klant? Als belasting betalende burgers zoals jezelf, voor wie je het met prioriteiten te maken: onze activiteiten zijn sterk gerelateerd aan wat het allemaal doet en die je eigenlijk graag laat zien hoe krachtig, professioneel en onderwijs nodig heeft, en wat de Board Opsporing, in een voortdurende wissel- vindingrijk er binnen de politie wordt gewerkt. Met jaarverslagen, werkbezoe- werking met de Raad van Hoofdcommissarissen en aanverwante beleidsgremia, ken van politici, open dagen en een effectieve afdeling communicatie stelt de het meest belangrijk vindt. Tegelijk wilden we voor deze middag iets presen- moderne politieorganisatie zich toegankelijk op. Wat de opsporing specifiek teren dat een breder publiek zou aanspreken. Over sommige van onze activi- betreft: die moet uiteindelijk in de rechtszaal met de billen bloot, zeker sinds teiten mogen we niets vertellen, over andere willen we nog niets kwijt en nog de nieuwe wetgeving van kracht werd die is voortgekomen uit de parlemen- weer andere zijn erg vaktechnisch van aard. Wij vinden in het algemeen dat het taire enquête opsporingsmethoden. Maar van dag tot dag krijgt de gemid- voorkomen, opsporen en tegenhouden van criminaliteit een prachtig metier is, delde burger toch de meeste informatie over de politie uit de media. Kranten en dat willen we graag vaker over het voetlicht zien gebracht, dus de keuze van en nieuwszenders berichten dagelijks over ontwikkelingen in de opsporing, of dit onderwerp voor de lectorale rede is niet onlogisch. het nu gaat om al dan niet succesvolle onderzoeken of over de vraag waar de uiteindelijke zeggenschap over de politie moet liggen.Tot ver in de jaren zeven- Natuurlijk zitten daar zekere restricties aan: vanuit de opsporing kun je nooit tig schreven de kranten over de politie hoofdzakelijk in de rubriek gemengde alles in de etalage zetten, omdat nogal wat persoonsgebonden informatie berichten, wanneer er weer een inbreker was ingerekend of een vechtersbaas wettelijk moet worden beschermd vanwege respectering van de persoonlijke was bedwongen. Die rustige tijd ligt ver achter ons, maar de intensieve aan- levenssfeer van betrokkenen. Verder is er terughoudendheid nodig uit oogpunt dacht voor politie en misdaad in de media is niet altijd van het soort waar we van methodenbescherming. Als wetsovertreders immers precies zouden weten op zitten te wachten. Sensatiezucht en emotie-TV voeren helaas de boventoon. wat de overheid tegen hun illegale praktijken gaat ondernemen, op welke Er is alle reden om te bezien in hoeverre serieuze berichtgeving over de opspo- dag er bijvoorbeeld zoekingen in hun vergaderlokalen gaan plaatsvinden, dan ring meer ruimte kan krijgen. We leven in een vluchtige spektakelmaatschappij, zouden alleen nog de allerdomste boeven achter de tralies komen. In de derde terwijl er heel complexe vraagstukken op maatschappelijk debat wachten. De plaats hebben de politieorganisatie en haar medewerkers recht op een zekere aanpak van criminaliteits- en veiligheidsproblemen is daar niet de minste van, mate van discretie. Je moet immers in een veilige omgeving kunnen werken, dus laten we bezien waar we elkaar kunnen vinden. zonder dat je als politieman of –vrouw thuis wordt lastig gevallen door de cliëntèle waar je op je werk mee te maken krijgt. Ook moeten er bijvoorbeeld Politiemensen en journalisten hebben veel gemeenschappelijk. Als het regent nieuwe dingen kunnen worden uitgeprobeerd zonder dat buitenstaanders worden ze allebei nat, want ze zijn vaak op straat. Ze claimen allebei te werken voortdurend over de schouder meekijken: dat geldt evengoed voor andere ten faveure van de democratie. Beide beroepsgroepen trachten oneigenlijk overheidsdiensten, van ministeries tot veldorganisaties. Tot slot, maar niet het gedrag aan het licht te brengen en ze gebruiken daarbij deels dezelfde metho- minst belangrijk, is terughoudendheid nodig om te voorkomen dat de onafhan- den. Toch is er geen liefde verloren tussen hen: door de bank genomen vinden kelijke oordeelsvorming door de rechter ter zitting geweld wordt aangedaan. politiemensen journalisten op zijn best hinderlijk en riskant in de omgang. Sommige rechters hebben immers in vonnissen te kennen gegeven er geen prijs Sommige persmensen worden zelfs ronduit gezien als vriendjes en handlangers op te stellen dat de veronderstelde rangorde van verdachten, de bewijsmidde- van criminelen. Andersom schijnen sommige journalisten te denken dat politie- len per persoon en dergelijke vooraf naar buiten worden gebracht. mensen op zijn best nogal onnozel en bekrompen zijn. Een enkeling wordt zelfs ronduit als oneerlijk beschouwd. Dat gebrek aan professionele waardering voor Ondanks deze logische beperkingen is het zowel voor de effectiviteit en doel- elkaar lijkt verband te houden met de toegenomen prestatiedruk en publieke matigheid als voor de legitimiteit en integriteit van de politie van groot belang kritiek waarmee de politie te maken heeft. De journalistiek op haar beurt dat er zoveel mogelijk transparant wordt gewerkt, ook naar de buitenwereld. maakt een proces van vercommercialisering door, waarbij kijkcijfers en smake- 26 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 27 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • lijke verhalen belangrijker zijn geworden, ten nadele van de publieke functie geleverd werk. Als de resultaten van een kostbaar opsporingsonderzoek niet van controle van ‘de macht’ door gedegen onderzoek.2 door de rechter worden geaccepteerd en de krant schrijft daar kritisch over, was dan de opdracht misschien te zwaar, of zou het vakmanschap nog beter Vanuit de politie worden de media vooral bezien vanuit twee perspectieven. In kunnen? Het is goed als de organisatie geprikkeld wordt om kritisch naar de eerste plaats is de pers een risicofactor: ‘negatieve verhalen’ of onthullingen zichzelf te kijken, want evaluatie binnen de politie is lange tijd onvoldoende zetten het publieke imago onder druk, waardoor de organisatie schade kan serieus genomen. Als na jaren onderzoek resultaten nog steeds uitblijven, is het oplopen en de strategische top problemen krijgt. Op zulk ‘gedoe’ zit niemand dan echt op de best mogelijke wijze aangepakt? Laat de vragen maar gesteld te wachten. In meer positieve zin kunnen de media als instrument fungeren worden en bereid goede antwoorden voor, want burgers hebben er recht op te om de belangen van de politie te dienen, met name door positieve verhalen te weten of ze de best mogelijke bescherming krijgen voor hun belastinggeld. Zo schrijven en zo het veiligheidsgevoel bij de burgers te vergroten, of door mee te simpel is het. Afscherming is soms nodig, maar mag nooit dienen om onvermo- werken aan het verspreiden van opsporingsberichtgeving. gen te maskeren. Daar zijn echte professionals het over eens. En daarom kan de Nederlandse politie niet zonder kritische journalistiek. Op het gevaar af zelf te stereotyperen, durf ik de stelling aan dat hiermee de werkfilosofie van de gemiddelde politievoorlichter voor een groot deel is geschetst. Er is echter nog een derde, zeer belangrijk perspectief, dat dreigt te worden ondergesneeuwd. Het gaat dan om wat mooie idealen, goed van snit, hoewel ze uit de mode zijn. De vrije pers controleert machtsconcentraties in de democratische samenleving: zij legt machtsmisbruik bloot en laat zien waar de overheid inadequaat optreedt bij het waarborgen van bijvoorbeeld veiligheid en rechtshandhaving. Natuurlijk worden politie en justitie gecontro- leerd door volksvertegenwoordigers, door de rechter en door onafhankelijke toezichthoudende organen als de ombudsman en het College Bescherming Persoonsgegevens. We moeten echter vaststellen dat rechters niet onfeilbaar zijn, en dat parlement en toezichthouders mede afhankelijk zijn van vrije nieuwsgaring door de pers voor het vervullen van hun controlerende taken. Een professionele en goed geïnformeerde journalistiek die haar maatschappelijke verantwoordelijkheid kent, is daarom een noodzakelijke bestaansvoorwaarde voor het democratisch gehalte van de samenleving. Natuurlijk zijn kritische persmensen lastig, vooral als de kritiek onverdiend is omdat de journalist er helemaal naast zit. Het mechanisme van hoor en we- derhoor kan in zulke gevallen uitkomst bieden, vooropgesteld dat politie en justitie in staat en bevoegd zijn om in concrete gevallen inhoudelijk weerwoord te bieden. Maar meer pragmatisch bezien levert de kritische journalistiek een waardevolle reflectie: kostenloze inhoudelijke feedback op de kwaliteit van 2 Beunders en Muller (200); Kolsteren (2006). 28 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 29 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • 7. Blauwe spin doctors? De Britse criminoloog Mawby constateerde dat de politie samen met de ko- weinig met elkaar gecommuniceerd. De verhoudingen zouden nadelig wor- ninklijke familie en de showbizz behoort tot de meest intensief geobserveerde den beïnvloed doordat de autoriteiten zich vooral zorgen maken over hun instituties in onze samenleving. Politiewerk is over het algemeen toegankelijk imago. Ze zijn daardoor erg terughoudend geworden in het beantwoorden en zichtbaar, reportages zijn daarom relatief goedkoop te maken, de politie is van vragen, en contacten tussen journalisten en ‘gewone’ politiemensen zijn een voor de hand liggende informatieleverancier voor journalisten, en uitzen- bijna onmogelijk geworden omdat alle informatievoorziening verplicht via de dingen rond politiewerk zijn populair bij het kijkerspubliek. De relatie tussen ruim vierhonderd politiële communicatiedeskundigen loopt. Vrije nieuwsgaring politie en media wordt gekenmerkt door een tweezijdig belang, want voor de wordt er ook al niet makkelijker op met het nieuwe politieradiosysteem C2000, politie kan verslaggeving over hun activiteiten en successen bijdragen aan hun dat afluisteren door onbevoegden tegengaat. Het wantrouwen tegenover de legitimiteit en positieve imago. Mawby stelde in zijn onderzoeken vast dat de nieuwsmedia is volgens Beunders en Muller niet geheel terecht. Het overgrote dynamiek van misdaadverslaggeving weliswaar is toegenomen, maar dat de deel van de berichtgeving over de politie zou positief of neutraal van toonzet- diepgang daarbij achterblijft. Steeds minder journalisten verrichten eigen kri- ting zijn, een conclusie die de hoogleraren baseren op analyse van één jaargang tisch onderzoek. Door gemakzucht, onkunde en de haast om de eerste te zijn, NRC Handelsblad en de Telegraaf.7 In navolging van buitenlandse onderzoekers worden persberichten van de politie in toenemende mate letterlijk en zonder menen Beunders en Muller dat de media steeds meer worden ingepakt door context of kanttekeningen overgenomen. Criminologen hebben veel onderzoek het grote voorlichtingsapparaat van politie en justitie. Dure ervaren vakjour- verricht naar het steeds meer geïnstitutionaliseerde en professionele politiële nalisten, de echte ‘politieverslaggevers’, zijn de laatste jaren vervangen door mediabeleid door politiediensten, en duiden het aan als “the dramatic manage- jonge krachten die te weinig weten van politie en justitie en daardoor vaak ment of the appearance of effectiveness”. Dit verschijnsel kan indicatief zijn niet verder komen dan het overschrijven van persberichten. Beunders en Muller voor een verschuiving in de machtsbalans tussen de kritische pers en de over- bepleiten een bindende gedragscode voor de omgang tussen politie, OM en heid, in casu de politie en haar ‘spin doctors’. Rob Mawby citeert in dit verband de media. Korpschef Pier Eringa van Flevoland, tevens voorzitter van de Board Jürgen Habermas, die stelt dat het publieke domein als forum voor kritisch de- Communicatie van de Raad van Hoofdcommissarissen, meldde naar aanleiding bat geleidelijk wordt vervangen door theatraal spektakel, waarbij de publieke van deze studie dat hij meer wil investeren in openheid.8 Wel zouden de media opinie bloot staat aan manipulatie. Het resultaat zou een publieke arena zijn op hun beurt moeten investeren in de kwaliteit van journalisten. De aanbeve- waarin legitimiteit nog slechts is gebaseerd op georchestreerde conformiteit, in ling om meer bij elkaar in de keuken te kijken, beantwoordde Eringa met de plaats van rationeel debat. Mawby nuanceert dit echter met het voorbeeld van uitnodiging: “bij de politie staat de deur open”.9 onthullingen over politiecorruptie, waarbij de politie niet bepaald positief in beeld komt. In Nederland duiden talrijke vergelijkbare voorbeelden er op dat de blauwe spin doctors zeker niet oppermachtig zijn. In mei 200 concludeerden de hoogleraren Beunders en Muller in een studie voor Politie & Wetenschap dat de relatie tussen de media en de politie en het openbaar ministerie nogal is verziekt.6 Er zou sprake zijn van onderling wantrouwen, men kan wederzijdse kritiek slecht verdragen en er wordt te  Mawby (1999): 268-269.  Mawby (1999): 27-27. 7 Beunders & Muller (200): 196.  Manning (1997): 2. 8 Vogelsang (200). 6 Beunders & Muller (200). 9 Korpschef (200). 0 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • 8. De media als bondgenoot: 9. De media als ‘opponent’ opsporingsberichtgeving De verhouding tussen politie en media is complex en niet eenduidig: dezelfde Er zijn ook minder positieve zaken te melden over de verhouding tussen politie journalist lijkt de ene keer bondgenoot en de andere keer tegenstander. en media. Zo blijkt sommige publiciteit ronduit contraproductief voor wat Politiemensen waarderen de media als opsporingsmiddel bij de zogenoemde de politie tracht te bereiken. Recent onderzoek onder 1.00 respondenten in ‘opsporingsberichtgeving’, waarbij de hulp van het publiek wordt inroepen bij opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken zou uitwijzen, dat van het oplossen van ernstige strafbare feiten. Sinds jaar en dag gebeurt dat door berichtgeving over falend politieoptreden bij een moordzaak een meetbare en middel van extra uitzendingen die beginnen met de bekende zin: “De politie duurzame negatieve invloed uitgaat op het algemene oordeel over de politie, vraagt uw aandacht voor het volgende…”. 2 jaar geleden vormde ‘Opsporing en op het veiligheidsgevoel.1 De onderzoekers concluderen weliswaar tegelij- Verzocht’ met de legendarische Jaap van Meekeren het oermodel van de speci- kertijd dat door de aard van het publieke mediagebruik dergelijke effecten in aal hiervoor in het leven geroepen programma’s, waarin opsporingsbelang en de praktijk niet meetbaar zijn, maar zij zien toch aanleiding voor een commu- amusement worden samengebracht. De laatste jaren zien we een toenemende nicatiestrategie, gericht op positieve beïnvloeding van de berichtgeving over de vervlechting van misdaadnieuws als amusement en als opsporingsmiddel. John politie.2 van den Heuvel’s programma ‘Bureau Misdaad’ vormt hiervan sinds november vorig jaar een goed voorbeeld: het openbaar ministerie heeft haar periodieke Ook Marieke Schoneveld, indertijd werkzaam bij de politie Rotterdam- bijdrage aan dit misdaadprogramma contractueel vastgelegd onder verwijzing Rijnmond, constateerde bij een onderzoek in 1998 dat de misdaadverslaggeving naar de ‘Aanwijzing Opsporingsberichtgeving’.0 een zekere invloed uitoefent op onveiligheidsgevoelens onder de bevolking. Deze berichtgeving is niet zelden eenzijdig, legt de nadruk op de meer specta- Misdaadamusement als opsporingsmiddel is een logische ontwikkeling in onze culaire aspecten van (gewelds)criminaliteit en belicht maar zelden het zorgvul- individualistische en mobiele samenleving. De oproep per TV, Internet of ge- dige opsporingswerk dat wordt verricht en de resultaten die daarmee worden drukte media is de 21e-eeuwse variant van het klassieke buurtonderzoek: door bereikt. Peter van Koppen en Christiane de Poot wezen op de druk die de sterk zorgvuldig het medium te kiezen kan min of meer de juiste doelgroep naar toegenomen mediabelangstelling voor misdaad op politie en justitie legt. regio, leeftijd of subcultuur worden aangeboord. Het is een effectief middel om Het beeld van de sensatiebeluste pers wordt binnen politie en justitie breed getuigen te vinden. Opsporing Verzocht bijvoorbeeld heeft een oplossingsper- gedeeld: journalisten hebben vooral oog voor slecht nieuws en geven daardoor centage van zo’n dertig procent.. Misdaadberichtgeving trekt altijd belangstel- een verdraaid beeld van de werkelijkheid. Sommige media zijn vooral geïnte- ling, het is betrekkelijk goedkoop te maken en het kan visueel aantrekkelijk resseerd in conflicten en schandalen: ‘normaal’, goed politiewerk is niet interes- worden gebracht in de vorm van reconstructies, computersimulaties en derge- sant genoeg. Steeds wordt gezocht naar tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen lijke. Bovendien verschaffen de alomtegenwoordige bewakingscamera’s steeds de politie en het openbaar ministerie, en sommige journalisten zouden er niet meer bruikbaar beeldmateriaal. De politie gaat onderkennen dat hun reputatie afkerig van zijn om zelf het vuurtje aan te wakkeren. En het ergste verwijt: er als bekwame speurders er niet onder lijdt wanneer ze regelmatig de hulp van zijn journalisten die zich lenen voor het witwassen van gestolen informatie en het publiek inroepen bij moeilijk oplosbare zaken, ook al in de beginfase van die zich op andere manieren voor het karretje van criminelen laten spannen. het onderzoek. De opsporingsberichtgeving gaat dus een gouden toekomst Politie en justitie, kortom, zijn niet altijd onverdeeld positief over de media. tegemoet. 1 Homburg & Van Dijk (200): 7 ff. 2 Homburg & Van Dijk (200): -, 67.  Schoneveld (1998). 0 Openbaar ministerie (200).  Van Koppen en De Poot (2000). 2 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • 0. De journalist als verdachte of handlanger Misdaadverslaggever Bart Middelburg bracht in 2002 een boek uit, waarin hij politie. Dit kwam aan de orde in mijn proefschrift, bij de evaluatie van de kern- probeerde aan te tonen dat manipulatie van de media door onderwereldfigu- teams, bij het maken van het Nationaal Dreigingsbeeld en naar aanleiding van ren haast aan de orde van de dag is. Hij ontwikkelt daarbij een methode om onze onderzoeken naar private recherchediensten en informatiebureaus. Het is de diverse stadia van betrokkenheid en belangenvermenging te onderscheiden. beslist noodzakelijk om offensieve inlichtingen- en sabotageoperaties, informa- Sommige journalisten worden door Middelburg met naam en toenaam beticht tiemanipulatie en corruptiepogingen vanuit de georganiseerde criminaliteit het van het bewust verlenen van hand- en spandiensten aan criminelen. Waar in hoofd te kunnen bieden. dergelijke kwesties precies de waarheid ligt is moeilijk vast te stellen voor wie geen toegang heeft tot achterliggende informatie. Een dergelijke bescherming tegen inlichtingenacties vanuit de georganiseerde criminaliteit begint bij een goed georganiseerde informatiebeveiliging. De Het zoeken van publiciteit kan zeer riskant zijn: de afgelopen twee jaar werden afgelopen tien jaar zijn er minstens twaalf gevallen geweest, waarbij mede- een advocaat, een notoire delinquent en een vastgoedhandelaar die met een werkers van politie, justitie, inlichtingendiensten en de krijgsmacht ongewild journalist over illegale praktijken spraken om het leven gebracht. Een recht- vertrouwelijke maar niet versleutelde informatie kwijtraakten op papier, op streeks causaal verband is nog niet vastgesteld, maar het is zeker niet uit te diskettes, harddisks en USB-sticks. Een groot deel daarvan kwam bij journalisten sluiten dat onderwereldfiguren op deze manier wilden voorkomen dat bedrei- en/of criminelen terecht. In verscheidene van de bekend geworden gevallen ble- gende informatie publiekelijk bekend zou worden. ken de betrokken medewerkers het verlies van vertrouwelijk materiaal zelf niet te hebben opgemerkt of het niet te hebben gemeld. Het afgelopen jaar lijkt Wie als politieonderzoeker wat langer meeloopt, weet dat er grenzen zijn aan vooral de populariteit van de USB-stick te zorgen voor ongewilde informatielek- wat de wetenschap vermag. Sommige essentiële informatie uit het justitiële ken. Het is te voorzien dat de komende jaren met enige regelmaat pakketten en inlichtingendomein zal voor de buitenwacht ontoegankelijk blijven.6 De informatie ongewild naar buiten komen, nu een minuscule USB-stick, een ge- afgelopen jaren ben ik tijdens onderzoeken belangwekkende casuïstiek tegen- heugenkaartje of MP-speler evenveel gegevens kan bevatten als tien strek- gekomen, die deels een nieuw licht werpt op de rol van de media in relatie tot kende meter boekenplank. Dergelijke informatielekken zijn vermijdbaar, omdat georganiseerde criminaliteit. Ik heb het dan over het sturen van opsporings- de technologie om USB-sticks bijvoorbeeld door middel van vingerafdrukbevei- onderzoek door misdaadjournalisten, over gemanipuleerde en daarna gelekte liging onbruikbaar te maken voor onbevoegde derden, gewoon in de winkel te opsporings- en inlichtingendocumenten, en over het verspreiden van geruch- koop is.7 Het zou naar mijn mening voor iedereen die binnen de overheid met ten over medewerkers van politie en justitie. Dergelijke perverse technieken vertrouwelijke gegevens werkt verboden moeten worden om andere USB-sticks werden in de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog en ook daarna door te gebruiken dan dergelijke fysiek beveiligde en idiootbestendige apparaatjes, geheime diensten aangewend om de tegenstander te misleiden en beschadi- waar je niet eens een password voor nodig hebt. Ook draagbare computers, gen. Ze worden nu vanuit de georganiseerde criminaliteit ingezet, zij het nog gebruikt in een vertrouwelijke omgeving zouden als regel altijd geheel gecrypt op beperkte schaal. Wie niet de achtergrond van zulke zaken kent (en dat moeten zijn. Draagbare spullen worden nu eenmaal gestolen, verloren en ver- geldt voor vrijwel iedereen), kan er door op het verkeerde been worden gezet. geten, dus alleen een goede fysieke beveiliging vermindert substantieel de kans Ook vandaag kan ik hierover vrijwel niets zeggen, omdat dit een overtreding dat informatie onbedoeld naar buiten komt. van de ambtseed zou inhouden. Het vraagstuk verdient echter beslist nader onderzoek. De afgelopen zes jaar heb ik herhaaldelijk gepleit voor het organi- Er is al veel gezegd over het lekken van informatie: het kan soms met opzet seren van een doelmatige contra-inlichtingencapaciteit binnen de Nederlandse gebeuren, wanneer bijvoorbeeld een functionaris een bepaalde positie wil  Middelburg (2002). 6 Klerks (2000): 29 ff. 7 Als voorbeeld kan de BioSlimDisk worden genoemd.  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • verdedigen.8 Informatie die verloren of gestolen wordt en dan in de media zonder vergelijking met het authentieke document. Dit maakt publicatie van of opduikt is van een andere aard: dan gaat het meer om een ‘ongewilde inkijk- over zulke lekken potentieel zeer riskant. Wanneer bijvoorbeeld de suggestie operatie’ in de justitiële praktijk. Door zo een ongecensureerd exposé kunnen wordt gewekt dat er sprake is van verraad of bedrog in een bepaald crimineel bijvoorbeeld kamerleden op het spoor van onprofessionele praktijken worden milieu, kan ‘liquidatie per toetsenbord’ het gevolg zijn. Daar komt nog bij dat gezet, waarna de minister tot maatregelen moet overgaan. Dat is dan wel een onzorgvuldige of misleidende publicaties in de meeste kranten nooit meer wor- heel onbedoeld kwaliteits-feedbackmechanisme. Dergelijke lekken worden pri- den gecorrigeerd, tenzij men er door de rechter toe wordt gedwongen. mair met methoden van damage control omgeven. Voorlichters praten intern in termen van “brandjes blussen” en “vuurtjes uittrappen”. Een recent voorbeeld Een ironisch mechanisme doet zich voor wanneer een corrupte functionaris hiervan zagen we toen de Telegraaf op 21 januari 2006 berichtte over gestolen informatie prijsgeeft, die vervolgens via een crimineel contact en eventueel documenten uit een onderzoek naar Mink K. nog via een tussenpersoon als een advocaat, een particulier rechercheur of een informatiehandelaar bij de pers terechtkomt. Een hieruit voortkomende publi- Zulke ‘inkijk-incidenten’ zijn moeilijk te managen, zowel voor journalisten als catie kan er voor zorgen dat de kwaliteit van de opsporing verbetert, dus dat voor de overheid. Verslaggevers hebben inmiddels door dat ze meestal onge- er zorgvuldiger wordt gewerkt, minder wordt gelekt en corruptie beter wordt straft tot publicatie kunnen overgaan, zolang er maar ‘zorgvuldig’ wordt omge- bestreden. Met andere woorden: wetsovertreders verbeteren dan de kwaliteit gaan met persoonsgegevens en heimelijke methoden, de informatie na afloop van de opsporing. Hierbij moet worden aangetekend dat journalisten lang niet wordt gewist, en de originelen worden terugbezorgd. Die terughoudendheid altijd alles publiceren wat hen wordt toegespeeld. Ik heb enkele malen meege- wordt gewaardeerd door het OM, dat dan in de regel niet zal besluiten tot het kregen dat een journalist vertrouwelijke stukken had die hij of zij niet gebruik- instellen van strafvervolging.9 Peter R. de Vries ondervond dit onlangs nog in te, omdat de bron verdacht was of omdat men geen zin had om als werktuig de zaak met de gevonden AIVD-diskettes.0 Het omgaan met gestolen gege- van een crimineel te dienen. In sommige opzichten lijkt het journalistieke vak vens blijft desondanks riskant, omdat de betrouwbaarheid van zulke irregulier dan op dat van een rechercheur. Dezelfde bekende vragen moeten worden verkregen informatie eigenlijk altijd twijfelachtig is. De journalist ontbeert gesteld, zoals: is de bron betrouwbaar, is de informatie betrouwbaar, hoe past vaak het vermogen om ‘echte documenten’ van ‘namaak’ te onderscheiden, het in een groter geheel, en vooral: Qui bono? Wie heeft er voordeel bij het wat zelfs niet altijd eenvoudig is voor mensen die regelmatig zulk materiaal bekend worden van deze informatie? De afweging om vertrouwelijke informa- in handen hebben. Ook wanneer het om een ‘echt’ stuk gaat, moet het in de tie al dan niet te publiceren vindt meestal onder druk plaats: vakgenoten van juiste context worden gezet. Het kan namelijk gaan om een concept, om een concurrerende media kunnen er ook de beschikking over hebben, en niemand achterhaalde versie, of om werkaantekeningen zonder officiële status. Zeker bij wil nodeloos een scoop verliezen. Wanneer een ander er eerder mee komt is de digitaal vastgelegde informatie zal het vaak om conceptversies gaan, waar al te hoofdredacteur boos en wordt de druk, ook op bronnen, om met meer infor- licht een verkeerde betekenis aan wordt toegekend. matie te komen een stuk hoger. Het is vrij eenvoudig om in digitale documenten namen of passages te verande- ren, zonder dat de oorspronkelijke datum en omvang van het bestand worden gewijzigd. Zulke vervalsingen zijn zelfs voor cybercops moeilijk vast te stellen 8 Beenakkers & Grapendaal (199); Van Ruth & Gunther Moor (1997); Brants en Brants (2002): 8. 9 Zie de ‘Aanwijzing toepassing dwangmiddelen bij journalisten’ van het OM (2002), waarvan de strekking in Bijlage 1 van deze lezing is samengevat. 0 “Justitie vervolgt Peter R. de Vries niet” Elsevier.nl, 1 februari 2006. 6 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 7 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • . Het waarborgen van publieke controle Is het gewenst dat journalisten de deur binnengaan die Pier Eringa voor hen gevolgd door een goed geïnformeerd publiek kan zich niet verschuilen achter open houdt? Is het zelfs nodig? Ik neig er toe die vragen met “ja” te beant- excuses. Falen door verkeerde keuzes, gebrek aan inzet of onvoldoende profes- woorden. We zagen dat politie en justitie zijn toegerust met aanzienlijke sionaliteit wordt aan de kaak gesteld. In een dergelijke wijze van kwaliteitstoet- macht, die bedoeld of onbedoeld verkeerd kan worden gebruikt. sing ligt een taak voor de openbaarheid, en dus voor de kritische media. Die moeten daar dan wel toe in staat zijn. Aan de politie zijn bijzondere bevoegdheden toegekend, bedoeld om de sa- menleving tegen bedreigingen te beschermen. Zij kan, doorgaans in opdracht In Nederland is het klimaat voor de onderzoeksjournalistiek helaas ongunstig. van het openbaar ministerie, op zeer ingrijpende wijze informatie verzamelen De ‘korte klap’ overheerst ook in medialand, en voor langer lopende onderzoe- over burgers, organisaties en fenomenen, teneinde strafbare feiten te achter- ken is steeds minder ruimte. In dat opzicht kunnen rechercheurs en journalisten halen of gevaar af te wenden. De politie kan verder burgers daadwerkelijk van elkaar de hand schudden. Programma’s als Zembla en Argos, waarvoor speur- hun vrijheid beroven en hen voorgeleiden aan een magistraat. Onder omstan- werk wordt verricht dat in diepgang soms niet onderdoet voor de Nationale digheden kan zij geweld gebruiken bij het doorzetten van een voorgenomen Recherche, staan sterk onder druk. Onderzoeksjournalisten zien hun broodwin- actie: wie niet goedschiks meewerkt wordt zonodig met de sterke arm gedwon- ning bedreigd, en sommigen verkopen zich aan ‘de commerciëlen’ waar ze door gen. Dergelijke bevoegdheden worden niet licht toegekend en gehanteerd, wat smeuïger te monteren of te schrijven toch hun werk proberen voort te zet- vandaar dat politiemensen aan de Politieacademie een gedegen opleiding ten. Een journalist die daadwerkelijk als kwaliteitswaakhond fungeert moet de krijgen met veel aandacht voor rechtsstatelijke aspecten en waarborgen tegen gelegenheid hebben om een zaak goed te kunnen volgen, om zich voldoende machtsmisbruik. Transparantie is bij het toepassen van dwangmiddelen en op- te kunnen verdiepen in allerlei aspecten van politiewerk, en om bronnen aan te sporingsmethoden noodzakelijk, en zulk toezicht moet je ook actief opzoeken. boren en vasthoudend te zijn. Uit de politieliteratuur is af te leiden dat inefficiënte politieorganisaties zich onder meer kenmerken door een grote mate aan bureaucratie en een geringe mate van publieke zichtbaarheid. Dat betekent overigens niet dat onzichtbaar politiewerk noodzakelijkerwijs ineffectief zou zijn: de Duitse Gestapo vormt he- laas historisch bewijs van het tegendeel. Het staat echter vast dat een zo trans- parant mogelijke politieorganisatie in een rechtsstaat het meest effectief is, niet in de laatste plaats omdat medewerking van het publiek bij het oplossen van strafbare feiten een cruciale succesfactor is. Die medewerking wordt gestimu- leerd wanneer het publiek vertrouwen in de politie heeft, en dat vertrouwen wordt bevorderd als men met regelmaat ziet dat de politie effectief is en haar uiterste best doet in een complexe taakomgeving. Naast de waardevolle tips uit het publiek is een doelmatige en efficiënte manier van werken voor de politie een tweede cruciale succesfactor in de opsporing. Wie vitale informatie kwijtraakt, of over het hoofd ziet, niet verifieert, niet combineert of niet op de juiste plaats weet in te zetten, maakt weinig kans op resultaat bij het aanpakken van criminaliteit. De kwaliteit van het opspo- ringsproces is van cruciaal belang, en ieder middel om die kwaliteit verder te optimaliseren moet met beide handen worden aangegrepen. Transparantie is –opnieuw- een van die middelen: wie weet dat zijn resultaten kritisch worden 8 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 9 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • 2. Rules of engagement De verhouding tussen overheid en pers in het domein van opsporing en vervol- lijnen.2 Zowel parketten als regiokorpsen interpreteren de Aanwijzing echter ging wordt op dit moment op zijn best door terughoudendheid gekenmerkt. op uiteenlopende wijze, en momenteel buigt een werkgroep zich over een her- De vigerende Aanwijzing Voorlichting Opsporing en Vervolging bepaalt dat ziening ervan. Er zou al een nieuwe concept-aanwijzing gereed zijn, die politie politie en justitie niet de volledige namen van verdachten aan de media mogen en justitie meer ruimte biedt in de voorlichting op basis van maatschappelijke verstrekken. Deze strikte opstelling vindt zijn grondslag deels “in het belang belangen als de geloofwaardigheid van de opsporing, het vertrouwen in de van het onderzoek” als het om lopende opsporingsonderzoeken of incidenten overheid en het terugdringen van onveiligheidsgevoelens. gaat, maar meer nog in de strikte wetgeving ten aanzien van bescherming van persoonsgegevens in de strafrechtelijke sfeer.1 In de Wet openbaarheid Door de terughoudende opstelling van politie en justitie is de kans gegroeid van bestuur geldt nu een absolute weigeringsgrond voor het verstrekken van dat journalisten in het kader van de vrije nieuwsgaring zelf maar gaan ‘re- ‘bijzondere persoonsgegevens’, waar strafrechtelijke persoonsgegevens onder chercheren’. Zij kunnen informatie die ze van getuigen, slachtoffers, familie vallen. Deze wettelijke bepalingen betekenen voor de persvoorlichting van OM of anderszins betrokkenen krijgen niet bij de politie op juistheid controleren, en politie dat geen gegevens mogen worden verstrekt, wanneer die verstrek- zodat geruchten en halve waarheden vaak breed worden uitgemeten. De ont- king kan leiden tot de identificatie van de persoon. voeringszaak van Gerrit-Jan Heijn door Ferdy E. in september 1987 is daarvan een klassiek geworden voorbeeld. Reporters gebruiken bij het benaderen en De Aanwijzing verordonneert dat in geruchtmakende zaken, om overbelichting uitmelken van menselijke bronnen soms dezelfde technieken als politiemensen: van een verdenking of aanhouding te voorkomen, persvoorlichters in principe ze dreigen, ze veinzen sympathie en ze werken zelfs onder dekmantel. Dit pas informatie verstrekken nadat de raadskamer heeft besloten een verdachte kan tot gevolg hebben dat een opsporingsonderzoek ernstig wordt gehinderd in voorlopige hechtenis te houden (en daarmee in de zin van art. 67 Sv. beves- door journalisten die getuigen eerder benaderen dan de politie, die een tiplijn tigt dat er uit feiten en omstandigheden ernstige bezwaren tegen die verdach- openen en die rechercheurs volgen tot in hun stamcafé om te proberen daar te bestaan). In de periode voordat een bevel tot voorlopige hechtenis is afge- gesprekken op te vangen. Al die dingen gebeurden tijdens het onderzoek naar geven kan op vragen van journalisten: “(…) het aantal aanhoudingen worden de geruchtmakende twaalfvoudige moordzaak in Glouchester, gericht op het vermeld of bevestigd, maar gegevens over de aangehoudene(n) en de concrete echtpaar Fred en Rose West in 199. In Nederland is het in geruchtmakende verdenking niet.” Wel vermeldt de Aanwijzing dat het voorlichtingsbeleid bij zaken voorgekomen dat journalisten met goede contacten in het milieu van de het Openbaar Ministerie zich meer dient te richten op ‘zaken’ dan op personen. georganiseerde criminaliteit hun informatie ‘verhandelden’. Zij speelden gedo- Voor zover de belangen van het opsporingsonderzoek dat toelaten, zal daarom seerd informatie toe aan de politie om daarmee een primeur af te dwingen of meer worden gezegd over het opsporingsonderzoek dan over de mensen op zelfs het onderzoek te sturen, tot grote ergernis van de rechercheurs. wie het onderzoek zich richt. Goede misdaadjournalisten onderhouden een netwerk van contacten binnen Het Openbaar Ministerie is volgens de Aanwijzing op grond van artikel 18, lid het opsporingsapparaat. Ze opereren daarmee in een mijnenveld van geruchten 1 en 2 Wetboek van Strafvordering belast met de opsporing en vervolging van en lekken, die vaak voortkomen uit rancune en politiek opportunisme. Dat strafbare feiten, hetgeen alle aspecten van justitieel handelen omvat, inclusief netwerken gebeurt deels clandestien, want het is aan justitie- en politiemede- de voorlichting aan de media door de politie waar het justitieel politieoptreden werkers doorgaans verboden om zelfstandig en ongecontroleerd contacten te betreft. Aangezien het openbaar ministerie ambieert “één en ondeelbaar” te zijn, suggereert dit een eenduidige opstelling langs bovengeschetste strikte 2 De Wijkerslooth (2000).  Weinberg 2000: 12-1; Alberto Stegeman, ‘Undercover in Nederland’, SBS6, 1 februari 2006.  Mawby (1999): 277-278. 1 Wet bescherming persoonsgegevens, doorwerkend in de Wet openbaarheid van bestuur.  Kolsteren (2006). 0 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • onderhouden met de pers. Daar staan stevige sancties op, tot en met ontslag. 1. Het kan ongecontroleerde en schadelijke geruchten voorkomen of Ik heb de afgelopen jaren meerdere collega’s in de problemen zien komen neutraliseren. vanwege zulke contacten, zelfs wanneer die oorspronkelijk op verzoek van de 2. Het biedt de kans om een voorgenomen publicatie in het belang van het dienstleiding waren geïnitieerd. onderzoek uit te laten stellen, doorgaans in ruil voor een primeur wanneer de zaak eenmaal ‘klapt’. Dit is nu al een tamelijk gebruikelijke praktijk. Vanuit de politie bestaat er kritiek op de restrictieve opstelling die het open- . Het schept de voorwaarden om een gecompliceerde zaak off the record aan baar ministerie heeft afgedwongen. Die opstelling weerspiegelt een visie op de hand van hypotheses door te spreken met een geïnteresseerde en des- publiciteit met een haast exclusieve rol voor het O.M., waarbinnen nauwelijks kundige buitenstaander, zonder uiteraard het achterste van de tong te laten ruimte is voor het presenteren van goede opsporingsresultaten. De richtlijn gaat zien of vertrouwelijke gegevens bekend te maken. Een dergelijke aanpak uit van een traditioneel, lineair verlopend proces van voorlichting, culminerend is niet zonder risico’s, en het is van belang dit nooit één-op-één te doen, in een goede presentatie ter zitting. De hedendaagse praktijk is echter een ge- maar altijd met minimaal twee recherchemensen en met instemming van de heel andere. Advocaten, journalisten, verdachten en slachtoffers brengen ieder korpsleiding, om misverstanden te voorkomen. Zulke reflectieve gesprekken vanuit hun eigen belangen informatie in de publiciteit die groot afbreuk kan kunnen heel zinvol zijn om nieuwe hypotheses te genereren en blinde vlek- doen aan het imago van politie en justitie, terwijl daar vanwege de regelgeving ken en ‘tunneldenken’ tegen te gaan. niets tegenin kan worden gebracht. Dit kan bij geruchtmakende zaken ont- . Het geeft de mogelijkheid om door het bewust ventileren van bepaalde vra- aarden in een stroom van insinuaties, hele en halve waarheden en verdraaide gen of vermoedens (zonder daarbij vertrouwelijke informatie prijs te geven) feiten die zonder professionele interventie van politie of justitie maar moeilijk een publicatie uit te lokken, die verhelderende reacties in criminele kringen te kanaliseren, laat staan te stoppen valt. Wanneer het openbaar ministerie dan kan veroorzaken. Ook deze tactiek wordt al bij gelegenheid toegepast. eenmaal ter terechtzitting haar lezing van de feiten kan geven is het kwaad al . Het creëert condities waarin de journalist eventuele tips of aanwijzingen in geschied. De twijfel is gezaaid en het beeld van de falende of zelfs oneigenlijk vertrouwen aan de orde kan stellen. Ook nu al geven bekende misdaadjour- opererende overheid is al gevestigd. Ook wanneer de advocatuur zich zou gaan nalisten met enige regelmaat tips aan de politie door. onthouden van het bekend maken van informatie uit de procesdossiers aan 6. Het kweekt een verstandhouding, gebaseerd op wederzijds respect en be- journalisten, zal hieraan geen einde komen. Verdachten kunnen immers ook grip voor elkaar’s taken en dilemma’s, waardoor de toonzetting van latere zelfstandig de media benaderen. publicaties positiever kan zijn. Justitie doet de politie en zichzelf hiermee tekort, want investeren in een goede verstandhouding tussen integere en deskundige journalisten en ervaren recher- chechefs is in feite zeer verstandig. 2 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • . Openheid voorkomt problemen We kunnen vaststellen dat de Aanwijzing van de Procureurs-generaal de te- zelf geen politieachtergrond hebben, draagt niet bij aan het versterken van genstelling tussen het opsporingsveld en de journalistiek heeft verscherpt. De een vertrouwensbasis, en evenmin aan de deskundigheid van journalisten. politie en het lokale parket moeten zich tegenover de pers bij het ‘klappen’ Terughoudendheid vanuit bezorgdheid over het politie-imago komt dan in van een zaak zeer terughoudend opstellen: feitelijk moet worden gewacht tot de plaats van aandacht voor het recherchevak en voor de maatschappelijke de presentatie ter terechtzitting. De pers heeft vanzelfsprekend juist een grote problemen die achter delicten schuilgaan. Daarom is het van belang dat bij een behoefte aan snelle en spectaculaire openbaarmaking op het moment dat er afdeling voorlichting naast communicatiedeskundigen en gewezen persmensen, actie is. Het belang van vroegtijdiger openheid ligt echter niet uitsluitend bij ook mensen met executieve ervaring werken. de media, zoals aan de hand van casuïstiek valt te illustreren. Een voorbeeld is de Doverzaak van 19 juni 2000 en de nasleep daarvan.6 In deze zaak zijn de beleidsregels van de P.G.’s strikt gehanteerd. Na het aantreffen van de 8 over- leden Chinezen in Dover, werd binnen het korps Rotterdam-Rijnmond en bij het parket al snel duidelijk dat de Zeehavenpolitie in die periode aan het werk was op een voornamelijk Turkse dadergroep, die met kennis achteraf gekoppeld kon worden aan het Dover-incident. Die informatie was nodig om reeds aange- houden vermoedelijke daders in bewaring te kunnen houden. Er werd verwacht dat de advocatuur dit zou ontdekken en gebruiken om een rel te ontketenen, door te suggereren dat de politie het transport bewust had doorgelaten. Via de justitielijn werd de P.G.’s daarom gevraagd de informatie actief te laten com- municeren door middel van een persbericht, teneinde de rel te voorkomen. Dit verzoek werd afgewezen, met als gevolg de voorspelde commotie in de media en de Tweede Kamer, die minister Korthals in de problemen bracht en maanden voortduurde, totdat de rechter er in mei 2001 in zijn vonnis mee afrekende. Een eerdere openheid van zaken ten aanzien van de betrokkenheid van de Zeehavenpolitie had deze rel kunnen voorkomen. De politie kan de alom aanwezige media als een bedreiging zien, maar ook als een grote kans. De media kunnen worden gebruikt om tips aan het publiek te ontlokken, goede kritische journalistiek kan de kwaliteit van het opsporings- en vervolgingswerk verhogen, en de eigen organisatie kan zich positief profileren. Vooral echter kan de zo belangrijke symboolfunctie van politie en justitie voor wat betreft het vertrouwen in de overheid ten volle worden benut. Het gegeven dat heden ten dage vrijwel alle contacten tussen journalisten en de politieorganisatie via professionele voorlichters verlopen, die vaak 6 Informatie van betrokkenen en berichtgeving in NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad, 2000 - 2001.  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • . Embedded journalism In 1996, korte tijd na de publicatie van het Van Traa-rapport, bood een goed af. Hij is tegenwoordig hoofd voorlichting van het Landelijk Parket en ruimdenkende Rotterdamse recherchechef aan een journalist van het laat u groeten: hij was vandaag graag hier geweest, maar moest helaas beschik- Reformatorisch Dagblad de gelegenheid om enkele maanden mee te lopen met baar zijn voor de uitspraak van het Hofstad-proces. Ook de recherchechef kon een rechercheonderzoek.7 Het Nosy-onderzoek, uitgevoerd door een team van het nog navertellen, doordat hij het experiment tevoren via de justitielijn tot vijftien rechercheurs, richtte zich op ‘wildlife-criminaliteit’, en meer specifiek aan de PG had afgeregeld. Sinds die tijd is echter geen journalist meer op deze op een crimineel samenwerkingsverband dat verdacht werd van het smokke- wijze tot het recherchedomein toegelaten. len en verhandelen van bedreigde exotische diersoorten. Het was een interes- sante zaak: echt pionierswerk, waarbij het er op leek dat de ‘onderwereld’ De vraag is nu, tien jaar later, of die zeer restrictieve opstelling nog altijd nodig van smokkelaars en de ‘bovenwereld’ van gerespecteerde deskundigen geheel en verstandig is. Politie en justitie liggen onder vuur: zeker sinds de ontkno- door elkaar liepen. Onder degenen die door het team werden aangehouden ping van Schiedamse parkmoord-affaire in 200 staat de professionaliteit van was het gehele bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Herpetologie het opsporingsapparaat ter discussie. Bij politie en justitie wordt de noodzaak en Terrariumkunde, doelgroep Kameleon. Toen de rechercheurs tot in de tot versterking van de professionaliteit onderkend. Tegelijkertijd moet worden Verenigde Staten informeerden naar deskundigen die de in beslag genomen vastgesteld dat de recherche vakinhoudelijk sterk in de lift zit. De technische en dieren goed kunnen identificeren, kwam uit de V.S. de naam terug van een van tactische mogelijkheden worden steeds verfijnder, de opleidingen zijn recent de hoofdverdachten in hun eigen onderzoek. vernieuwd en het wordt weer mogelijk om carrière te maken als recherche-ex- pert. Het is kortom een mooie professie waar over het algemeen integer, zeer Het Nosy-onderzoek eindigde in de vrijspraak van vrijwel alle verdachten, gemotiveerd, creatief en deskundig wordt gewerkt. Die vakbekwaamheid mag vooral vanwege onvoldoende duidelijke bewijzen van strafbaar handelen en ook aan de buitenwereld worden getoond, en waarom dan niet aan serieuze doordat justitie te lang wachtte met het aanbrengen van de zaak voor de recht- journalisten? Uiteraard stellen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bank. De rechters lieten zich echter ook zeer kritisch uit over de betrokkenheid en de afscherming van methoden, bronnen en identiteiten zekere randvoor- van de journalist. Diens aanwezigheid (met fotograaf) bij de huiszoeking, en waarden. De vraag is echter aan de orde of er een modus denkbaar is, waarbij het gegeven dat de officier van justitie zich door het NOS-journaal liet inter- de praktijk van het opsporingsproces meer transparant en toegankelijk wordt viewen in de tuin van verdachten, leverden volgens de rechtbank een “grove gemaakt. Dit met behoud van de noodzakelijke afscherming ten aanzien van schending van de persoonlijke levenssfeer” op. 8 De zaak leidde tot vragen in gevoelige aspecten, en zodanig dat de rechter het kan accepteren. Wat zou het parlement. Kamerleden toonden zich verontwaardigd dat een journalist daarvoor nodig zijn? toegang had gekregen tot tapgesprekken en CID-informatie, terwijl de leden van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden geen volledig 1) Allereerst een rechercheteam dat in zijn geheel de confrontatie met een zicht op dergelijke gevoelige informatie was gegund. Met de journalist liep het kritische, maar eerlijke buitenstaander niet uit de weg gaat. Dergelijke teams bestaan, met name in de TGO-structuur. 7 Informatie van betrokkenen. 2) Een parket dat diezelfde moed toont, in het belang van een correct beeld 8 Een student van de Vrije Universiteit heeft enige tijd geleden uitgezocht dat verdachten in straf- van de uitdagingen en mogelijkheden van de opsporing. zaken waaraan in de aanhoudingsfase ruime publiciteit werd gegeven, meestal lagere straffen krij- gen dan verdachten die geen of minder publiciteit kregen. Als voorbeeld kan de ‘Clickfondszaak’ ) Een korpsleiding die in een dergelijk experiment gelooft. Daarvan zijn gelden, waarin het openbaar ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard, mede vanwege haar voorbeelden. voor de verdachte zeer schadelijke publiciteitsbeleid (Brants en Brants 2002: 26, noot 2). Ook de Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging vermeldt dat publiciteit, waaraan politie of OM ) Een minister die hiervoor de ruimte durft te bieden; dit is een onzekere medewerking heeft verleend, kan leiden tot lagere straffen bij de rechter. factor. 6 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 7 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • ) Een voorlichtingsafdeling met interesse voor het recherchevak, die bereid is • Het biedt de mogelijkheid een realistisch beeld te geven van professioneel te investeren in een dergelijk complex project. opsporingswerk, waardoor het vertrouwen in politie en justitie en hun mo- gelijkheden en inzet wordt vergroot. 6) Een integere journalist met respect voor, en tegelijk een kritische distantie ten opzichte van het politievak. • Het maakt de noodzaak inzichtelijk om afwegingen te maken en prioritei- ten te stellen in het opsporingswerk, waardoor betrokkenheid en draagvlak 7) Een zaak met een hanteerbaar afbreukrisico. Dit is tevoren lastig voorspel- hiervoor toenemen. baar. Ik denk aan een TGO-onderzoek naar een levensdelict, of aan een bovenregionaal onderzoek naar een serie woninginbraken, waarbij een • Het maakt knelpunten en belemmeringen zichtbaar, zodat bijvoorbeeld Oost-Europese dadergroep in beeld kwam. Die laatste zaak omvatte interna- nodeloze bureaucratische last kan worden teruggedrongen. tionale samenwerking, een complexe coördinatie tussen diverse regiokorp- sen en het KLPD, dankbaar gebruik van goed politiewerk aan de basis, inzet • Het toont de aantrekkelijke kanten van het recherchewerk, waardoor politie van diverse technische en tactische opsporingsmiddelen en uiteindelijk de en justitie meer belangstelling voor vacatures kunnen verwachten. ontknoping in een vrijwel heterdaadsituatie, waarbij een omvangrijk arse- naal aan hulpmiddelen en bewijsmateriaal in beslag werd genomen. • Het ontmoedigt aspirant-wetsovertreders, die kunnen zien dat de pak- kans reëel is zodra justitie en politie zich daadwerkelijk op een verdachte 8) Een rechter die zich er van laat overtuigen dat er kritisch naar een zaak richten.9 kan worden gekeken en dat daar met zekere beperkingen over kan wor- den gepubliceerd, zonder dat de zorgvuldige rechtsgang hierdoor wordt Het belangrijkste bezwaar tegen deze vorm van embedded journalism vormt belemmerd. Dit is waarschijnlijk de meest problematische en onvoorspel- waarschijnlijk het risico dat de berechting zal worden beïnvloed door de aanwe- bare factor: een advocaat zal uiteindelijk altijd proberen voordeel voor zigheid van journalisten in de opsporingsfase. Bovendien leeft bij politie en jus- zijn cliënt te halen uit een dergelijke betrokkenheid van de media bij een titie niet zonder reden de overtuiging dat het Nederlandse journaille een tradi- opsporingsonderzoek. tie heeft van een soms bij voorbaat negatieve bejegening van de overheid.60 Die laat zich niet gemakkelijk rijmen met het maken van afspraken vooraf, en het 9) Tot slot moeten de betrokkenen (slachtoffers en/of hun familie of nabestaan- presenteren van een positief beeld van de opsporing achteraf. Hoe goed opspo- den, maar ook verdachten) bereid zijn zich te schikken in een gedeeltelijke ringszaken over het algemeen ook verlopen, de pers lijkt vooral geïnteresseerd openlegging achteraf van het opsporingsonderzoek waarbij zij belang in missers en tegenvallers. In mijn voorbereidende informele gesprekken van de hebben. afgelopen weken toonden politiechefs en onderzoeksjournalisten zich echter Als we deze voorwaarden tot ons laten doordringen wordt duidelijk dat het organiseren van embedded journalism in de opsporing geen eenvoudige zaak 9 Het gepercipieerde risico wordt binnen de politie in toenemende mate gezien als een maat voor is. Nagenoeg alle betrokkenen (partners in de opsporing, buitenlandse diensten effectief ‘Tegenhouden’. Het korps Amsterdam-Amstelland bijvoorbeeld heeft als strategisch doel et cetera) moeten van de aanwezigheid van de journalist op de hoogte worden geformuleerd, dat in 2007 7% van de gebruikers van de knooppunten van de infrastructuur in gesteld. Iedereen moet tevoren toestemming geven, en ook een rechte rug deze regio de controlekans moet inschatten als groot tot zeer groot (lid korpsleiding, persoonlijke tonen als het later een keer wat minder goed uitkomt. De voordelen zijn echter communicatie). substantieel. 60 Ook weekbladen die ooit tot de zogenaamde ‘kwaliteitspers’ werden gerekend maakten zich re- cent aanwijsbaar schuldig aan vooringenomen misdaadverslaggeving: het ‘tunneldenken’ beperkt zich niet tot de opsporing. 8 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 9 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • . Een netwerk recherchevoorlichting gematigd positief over de mogelijkheid van embedded journalism.61 Er zijn Het lijkt de moeite waard om voorzichtig met embedded journalism te gaan barrières en vooroordelen, maar die kunnen worden overwonnen wanneer de experimenteren, al zijn de obstakels aanzienlijk. Daarnaast kan worden begon- juiste combinatie van vakmensen uit beide domeinen elkaar weten te vinden. Ik nen met een praktische nieuwe werkwijze die eenvoudiger is te realiseren: een voorspel daarom dat we het komend jaar nog meer gaan horen van ingebedde klein netwerk van recherche-experts die op afroep inhoudelijke mediavoorlich- journalisten in de opsporing. Hopelijk niet van “ingepakte” of zelfs “vastgezet- ting kunnen leveren. Mediabelangstelling voor recherchewerk en deskundig- te” reporters, want de term heeft in het Engels meerdere betekenissen. heid op dit gebied ontstaat nu veelal naar aanleiding van een incident zoals een liquidatie, een ontvoering of de arrestatie van een kopstuk uit de onderwe- reld. Op dat moment kan een deskundige weliswaar geen antwoord geven op concrete vragen naar het wie, wat, hoe en waarom van dat specifieke incident, maar hij of zij kan wel optimaal gebruik maken van de kortdurende informatie- honger. Er is zendtijd te vullen, de meer serieuze media hebben behoefte aan duiding en achtergrond. Enig deskundig commentaar om de zaken in de juiste context te zetten kan helpen om op dat moment gevoelens van onveiligheid te dempen. Politiewerk richt zich immers op datgene waarvan iedereen vindt dat er nu meteen iets aan moet worden gedaan: de noodhulp, acute misstanden en misdrijven. De overheid kan die behoefte aan een adequaat handelende macht beter zichtbaar vervullen. Meer concreet: naar aanleiding van een ontvoering kan een gezaghebbende recherche-expert globaal schetsen wat de normale werkwijze in de opsporing is bij ontvoeringen. Terloops maakt hij of zij duidelijk dat ontvoeringen vrijwel altijd worden opgelost, en dus helemaal geen slimme bron van inkomsten zijn. Zonder op de specifieke zaak in te gaan kan men zo het fenomeen schetsen en de vaak succesvolle aanpak ervan. Dergelijk voorlichtend werk kan het best worden gedaan door een iemand die geloofwaardig is door diens relevante recherche-ervaring. Het Lectoraat Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde is bereid om het initi- atief te nemen tot het vormen van een pool met deskundigen, die bij wijze van achtergrondvoorlichting in voorkomende gevallen het woord kunnen voeren. Een dergelijk Netwerk Recherchevoorlichting biedt een zinvolle aanvulling op de reguliere voorlichting vanuit de korpsen, die natuurlijk gewoon door moet gaan. In dit netwerk komt de Politieacademie als opleidings- en kenniscentrum een logische rol toe. Deelnemers in het Netwerk Recherchevoorlichting kun- nen een korte mediatraining ontvangen om goed om te kunnen gaan met 61 Niet alleen politie en justitie lopen risico’s bij embedded journalism: persmensen die onvoldoende doorvragende interviewers en met het bepalen van inhoudelijke grenzen. professionele distantie en objectiviteit betrachten kunnen verworden tot ingekapselde propagan- Politiekorpsen stellen een rechercheman of –vrouw in staat om bij toerbeurt disten, een verwijt dat ook tijdens de Irak-oorlog in 200 tegen de methode werd geuit. zulke mediavoorlichting te verzorgen. Dat levert een gemotiveerde en nog 0 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • 6. Besluit deskundiger collega op met een publiek profiel, dat in toekomstige gevallen Ik vat de tien centrale elementen van deze rede puntsgewijs samen. waarin de behoefte bestaat aan kalmerende signalen goed van pas kan komen. 1. Bij de opsporing, vervolging en berechting van misdrijven worden onvermij- Een dergelijke voorziening voor inhoudelijke achtergrondinformatie kan iets delijk fouten gemaakt. Het is zaak door optimale professionaliteit de kans op van de druk van de media tijdens incidenten wegnemen. De behoefte van de fouten te minimaliseren. pers aan concrete inhoudelijke informatie met betrekking tot de zaak die op dat moment speelt, zal hiermee niet volledig worden afgevangen. Journalisten 2. Binnen de politie ontstaat –mede onder druk van de buitenwereld- een zullen doorgaan met het in toenemende mate zelf rechercheren, met alle professionele cultuur van openheid en bereidheid om kritiek te geven en te risico’s van insinuaties, vage getuigenverklaringen en aantijgingen van dien. ontvangen. Her en der worden review teams opgericht en evaluatieprocedu- Daarom dient de beleidslijn van de P.G.’s te worden versoepeld, om zo ruimte res ingesteld. Mede door inspanningen vanuit de Politieacademie en in het te bieden aan het aloude publicitaire handwerk. De zaaksofficier (gesteund bijzonder het Lectoraat Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde worden door de persofficier) en de recherchechef (gesteund door zijn voorlichter) kun- afspraken gemaakt over doelen en methoden, om zo de lerende organisatie nen dan, voorafgaand aan een persbijeenkomst, afstemmen wat ieder op zijn waar te maken. terrein zal gaan verklaren. Ook wordt dan afgestemd welk beeldmateriaal zal worden verschaft en wat in ieder geval niet zal worden gezegd. Daarbij staat . Vanuit het openbaar ministerie klinkt op het hoogste niveau de behoefte voorop dat de persbijeenkomst niet is bedoeld om verdachten en verdediging aan samenwerking in professionalisering. Ik voorzie nog dit jaar gezamen- in diskrediet te brengen, of de schuldvraag alvast publiekelijk te beantwoor- lijke trainingen voor recherchemanagers en officieren van justitie, dit alles den. Dit systeem werkte tot halverwege de jaren negentig over het algemeen ter versterking van de opsporing. bevredigend en het gaf de politie gelegenheid om de resultaten van eigen werk te presenteren. Bovendien was het –met alle respect voor de betrokken . Het openbaar ministerie houdt de journalistiek op afstand en beperkt de persofficieren- naar het publiek toe overtuigender dan het huidige systeem, politie sterk in haar voorlichting. waarbij een persofficier die inhoudelijk nauwelijks van de zaak op de hoogte is, een nietszeggende verklaring opdient. De Britse praktijk kan hier tot voorbeeld . Negatieve berichtgeving heeft onrust tot gevolg, en soms wordt informatie dienen: daar wordt de voorlichtingstaak hoofdzakelijk door zeer professionele in de misdaadverslaggeving gemanipuleerd. politiemensen in uniform opgepakt, die met regelmaat op TV toelichting geven op incidenten en operaties.62 6. De journalistiek vervult in meerdere opzichten een belangrijke rol. De rol van kritische en deskundige commentator is waardevol voor de kwaliteit van politiewerk, en kan het lerend vermogen versterken. 7. Een zinvolle manier om daar aan te werken zijn rechtstreekse en professio- nele contacten tussen recherchechefs en goede journalisten. 8. Media-organen die in deze ontwikkeling mee willen gaan moeten investeren in inhoudelijke deskundigheid en goed onderzoekswerk. Hoofdredacteuren zullen hun misdaadverslaggevers wellicht de gelegenheid moeten geven om een paar weken daadwerkelijk mee te lopen in een rechercheonderzoek. 62 Vogelsang 200: 2. 2 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • Bijlage: strafvervolging van journalisten 9. Embedded journalism is lastig te regelen en niet zonder risico’s, maar het kan Het openbaar ministerie heeft in 2002 de ‘Aanwijzing toepassing dwangmidde- prachtige journalistieke producten opleveren en daarbij het opsporingswerk len bij journalisten’ opgesteld.6 Aanleiding hiervoor waren het nogal doortas- op een positieve wijze onder de aandacht brengen. tende optreden van commerciële televisiemakers in hun nieuwsgaring over de politie, en de vraag of journalisten verschoningsrecht toe zou komen waardoor 10. Een klein netwerk van recherche-experts kan inhoudelijke toelichting geven zij hun al dan niet criminele bronnen zouden kunnen beschermen. op procedures en onderzoeksmethoden, waarmee bij het publiek meer be- grip kan worden gekweekt voor de lastige praktijk van de opsporing. In deze Aanwijzing stelt het OM voorop dat ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Grondwet “niemand (…) voorafgaand verlof nodig [heeft] om door de druk- pers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijk- heid volgens de wet”. Lid 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat er geen vooraf- gaand toezicht is op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending. Artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de funda- mentele vrijheden (EVRM) legt de vrijheid van meningsuiting in meer detail vast. Voor de journalistiek is dit van belang, want lid 1 van dit EVRM-artikel stelt expliciet dat het recht op vrijheid van meningsuiting ook de vrijheid omvat “om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen(...)”. Meteen daaropvolgend stelt artikel 10 lid 2 echter: ”Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.” Daar nu ontleent de overheid het recht aan om onder zekere voorwaarden (met name een wettelijke basis voor de inbreuk plus expliciete afweging van noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit) de journalistieke vrijheid in te perken. Wanneer het er om gaat, de verspreiding van vertrouwelijke medede- lingen zoals staatsgeheimen tegen te gaan, belangen van nationale of open- bare veiligheid te beschermen of om strafbare feiten te voorkomen, is een bij wet voorziene inbreuk in principe mogelijk. Afhankelijk van de vraag of de 6 Aanwijzing toepassing dwangmiddelen bij journalisten, vastgesteld 1 januari 2002. Stc. 2002, 6.  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks  Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • journalist in kwestie als verdachte is aangemerkt of niet, kunnen dwangmidde- De Richtlijn stelt voorts vast dat journalisten die gebruik maken van anonieme len worden toegepast. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bronnen of die berichten over criminele personen en groeperingen, zich daarbij heeft herhaaldelijk inbreuken op de vrijheid van informatievergaring getoetst schuldig kunnen maken aan strafbare feiten. Een verslaggever die bijvoorbeeld aan de normen van artikel 10 EVRM. De uitspraken hadden onder meer betrek- een vertrouwelijk overheidsrapport in ontvangst neemt, kan zich daarmee king op bronbescherming, de inbeslagname van journalistiek materiaal, de aan- medeplichtig maken aan een ambtsmisdrijf. In zulke gevallen kan worden sprakelijkheid van de journalist voor strafbare publicaties en het gebruik door overwogen dwangmiddelen toe te passen om de andere daders, namelijk de journalisten van materiaal met een mogelijk illegale herkomst. Ook de Hoge bronnen van de journalisten, te achterhalen of ten behoeve van de opsporing Raad heeft enkele arresten afgeleverd die in dit kader relevant zijn. en vervolging van de journalist zelf. In het Goodwin-arrest heeft het Europese Hof bepaald dat een journalist in Het Europese Hof heeft in haar uitspraak in de zaak Fressoz en Roire tegen beginsel gerechtigd is zijn bronnen geheim te houden.6 Een inbreuk hierop Frankrijk aangegeven dat politie en OM ook in dergelijke gevallen terug- is slechts gerechtvaardigd indien deze noodzakelijk is in een democratische houdendheid aan de dag dienen te leggen.66 Een journalist van het satirische samenleving, hetgeen een belangenafweging impliceert. De persvrijheid wordt tijdschrift Le Canard Enchainé had belastinggegevens van een directeur van als een zeer zwaarwegend publiek belang beschouwd, zodat alleen een nog Peugeot gepubliceerd die hij in de bus had gevonden, nadat hij de betrouw- zwaarder belang inbreuk kan wettigen. Op grond van deze uitspraak komt baarheid daarvan had geverifieerd. De salarisstijgingen van betrokkene waren aan journalisten (en in het verlengde daarvan aan iedereen die een actieve rol nieuwswaardig, aangezien tezelfdertijd de loononderhandelingen van het vervult bij de vrije nieuwsgaring) een relatief verschoningsrecht toe. Peugeot-personeel plaatsvonden. Het EHRM oordeelde dat in dit geval het pu- blieke belang bij de informatie zwaarder weegt dan de geheimhoudingsplicht De Hoge Raad vertaalde het Goodwin-arrest over journalistieke bronbescher- ten aanzien van de belastinggegevens. Het Hof concludeerde dat artikel 10 ming al snel in Nederlandse jurisprudentie door de beschikking in de civiele EVRM het recht van journalisten beschermt om informatie over onderwerpen zaak Van den Biggelaar tegen Dohmen en Langenberg.6 In deze zaak weiger- van algemeen belang te verspreiden, vooropgesteld dat ze handelen te goeder den twee opgeroepen journalisten vragen naar hun bronnen te beantwoorden. trouw en op grond van een accurate feitelijke basis, en dat ze “betrouwbare De Hoge raad liet het belang van bronbescherming en dus van persvrijheid en precieze” informatie verschaffen met inachtneming van de journalistieke prevaleren boven het belang van het kunnen eisen van een schadevergoeding normen. Een journalist die zelf op het inbrekerspad gaat om vertrouwelijke door een benadeelde. Het OM concludeert in de Aanwijzing dat de journalistie- documenten te bemachtigen, kan vrijwel zeker rekenen op vervolging. Bij een ke bronbescherming in bepaalde gevallen voor het belang van de opsporing zal relatief licht vergrijp, een passieve rol in het verwerven van de informatie en moeten wijken. Met name dan is het toepassen van dwangmiddelen gerecht- zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid ervan echter, zal strafvervolging vaardigd, wanneer dat het enige effectieve middel is om een zeer ernstig delict vruchteloos blijven. Daar komt nog bij dat het volgens het EHRM niet snel op te helderen, waarbij het leven, de veiligheid of de gezondheid van personen toelaatbaar is om een publicatie vanwege de vertrouwelijkheid van de inhoud ernstig is geschaad of in gevaar kan worden gebracht. Als voorbeelden worden in beslag te laten nemen, wanneer de desbetreffende informatie reeds aan een genoemd: het opsporen van de verdachte van een reeks van ernstige zedenmis- breed publiek bekend is.67 Het is echter, vertaald naar de Nederlandse situatie, drijven, het traceren van een hoeveelheid explosieven of het inrekenen van een wel de vraag hoe journalisten de correctheid van justitiële informatie of inlich- voortvluchtige moordenaar. tingenmateriaal eenduidig kunnen vaststellen. 6 EHRM 27 maart 1996, NJ 1996, 77. 66 21 januari 1999-0002918/9. 6 HR 10 mei 1996, NJ 1997, 78. 67 Vereniging Weekblad Bluf! Vs. Nederland, 9 februari 199, Serie A No. 06-A. 6 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 7 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • Gebruikte literatuur Beenakkers, E.M.Th. en M. Grapendaal Crombag, H.F.M., P.J, van Koppen en W.A. Wagenaar 99 Lekken en lekkers. Een verkennend onderzoek naar het lekken 99 Dubieuze zaken: De psychologie van strafrechtelijk bewijs. van vertrouwelijke informatie naar de pers. Tweede, herziene druk. Den Haag: WODC. Amsterdam: Contact. Beunders, H. en E.R. Muller Dinther, Mac van 200 Politie en Media. Feiten, Fictie en Imagopolitiek. 2002 “Dwaalsporen”. Apeldoorn; Zeist: Politie & Wetenschap; Kerckebosch. De Volkskrant, 11 februari 2002. Blaauw, J.A. Elberse, Peter en Dick Nierop, m.m.v. Rob van Zaane 2002 De Puttense moordzaak. 200 De paskamermoord. Feiten en fictie in een Zaanse tragedie. Reconstructie van een dubieus moordonderzoek (e editie). Baarn: De Fontein. Baarn: De Fontein. 200 Verdacht van moord. Reconstructie van zes dubieuze Nederlandse Gigerenzer, Gerd moordonderzoeken, waaronder de paskamermoord. 200 “I Think, Therefore I Err”. Baarn: De Fontein. Social Research 72 (1): 19-218. Brants, C. en K. Brants Groskop, Viv 2002 “Vertrouwen en achterdocht. De driehoeksverhouding justitie-media-burger”. 200 “‘In prison, I was the lowest of the low’” Justitiële Verkenningen 2002 nr. 6: 8-28. New Statesman, 1 September 200: 1-2. Brongers, Reindert Hansen, Mark 200 “De DNA-raadsels van Putten. Buurtonderzoek naar moord op Christel 999 “Untrue confessions”. bijna rond.” ABA Journal, July 1999: 1-. Algemeen Dagblad 2 januari 200. Homburg, G.H.J. en T. van Dijk Buck, Amanda 200 Actieve wederkerigheid. De beïnvloedbaarheid van oordelen over het 200 “Innocence Projects: Investigations of wrongful convictions continue to contact met en de beschikbaarheid van de politie. spread as formal programs”. Amsterdam: Regioplan. The IRE Journal, May/June 200: 18-19. Huff, C. Ronald College van procureurs-generaal 200 “Wrongful Convictions: The American Experience”. 2002 Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging, Canadian Journal of Criminology and Criminal Justice 6(2): 107-120. vastgesteld 12-07-2002. 200 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving, Huff, C. Ronald, Arye Rattner, and Edward Sagarin vastgesteld 12-10-200. 996 Convicted but Innocent. Wrongful Conviction and Public Policy. Thousand Oaks, CA: Sage. 8 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 9 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • Jong, Stan de Lent, L. van 200 De Deventer moordzaak. De omstreden veroordeling van Ernest L. 2002 “Beeldvorming in de strafrechtspleging. Openbaarheid, S.l.: Balans. legitimiteit en appearances.” Justitiële Verkenningen 2002 nr. 6: 2-1. Keijser, J.W. de, H. Elffers (red.). 200 Het maatschappelijk oordeel van de strafrechter: Lutz, Brenda J., Georgia Wralstad Ulmschneider and James M. Lutz de wisselwerking tussen rechter en samenleving. 2002 “The Trial of the Guildford Four: Government Error or Government Persecution.” Den Haag: Boom. Terrorism and Political Violence 1(): 11-10. Klerks, P.P.H.M. Manning, P.K. 2000 Groot in de hasj. Theorie en praktijk van de georganiseerde criminaliteit. 997 Police Work: The Social Organization of Policing (2nd Ed.). Dissertatie. Prospect Heights, Il: Waveland Press. S.l.: Samsom. Mawby, Rob C. Kolsteren, R. 999 “Visibility, Transparency and Police-Media Relations”. 2006 Media en de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Concept. Policing & Society Vol. 9: 26-286. Manuscript. Meens, Thom Kooman, Christiaan 200 “De vele werkelijkheden in een trieste zaak”. 200 “Studenten onderzoeken gerechtelijke dwalingen”. De Volkskrant, 17 september 200. Algemeen Dagblad, 17 december 200. Middelburg, B. Koppen, P. J. van 2002 Onderwereld-p.r. Hoe de misdaad de media manipuleert. 2002 “Rechterlijke dwalingen”. Pp. 87-88 in: P.J. van Koppen, D.J. Hessing, Amsterdam; Antwerpen: L.J. Veen. H. Merckelbach en H.F.M. Crombag (red.). Het recht van binnen. Psychologie van het recht. Mullin, Chris Deventer: Kluwer. 990 Error of Judgment: The Truth About the Birmingham Bombings. 200 De Schiedammer Parkmoord. Een rechtspsychologische reconstructie. Dublin: Poolbeg. Nijmegen: Ars Aequi Libri. Openbaar ministerie Koppen, P.J. van en C.J. de Poot 2002a “Aanwijzing toepassing dwangmiddelen bij journalisten”. 2000 “Integraal veiligheidsbeleid, de media en criminaliteit”. Vastgesteld 1 januari 2002. Staatscourant 2002, 6. Nederlands Juristenblad 2000 nr. 7: 8-60. 2002b “Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging”. Vastgesteld 12 juli 2002. Staatscourant 2002, 10. “Korpschef” 200 “Aanwijzing Opsporingsberichtgeving”. 200 Korpschef Pier Eringa neemt rapport Politie en Media in ontvangst. Vastgesteld 12 oktober 200. Staatscourant 200, 221. Politie Flevoland, 10 mei 200. www.nieuwsbank.nl/inp/200/0/10/R087.htm. 60 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 6 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • Posthumus, F. Westervelt, Saundra D. and John A. Humphrey (Eds.) 200 Evaluatieonderzoek in de Schiedammer parkmoord : 200 Wrongly Convicted: Perspectives on Failed Justice. rapportage in opdracht van het college van procureurs-generaal. New Brunswick, NJ: Rutgers University Press. Amsterdam: Openbaar ministerie. Wijkerslooth, J.L. de Poveda, Tony C. 2000 Toespraak collegevoorzitter perspresentatie Den Bosch. 200 “Estimating Wrongful Convictions”. www.om.nl/over_het_om/speeches/toespraak_collegevoorzitter_pers- Justice Quarterly 18(): 689-708. presentatie_den_bo/. Ruth, Ad van, en Lodewijk Gunther Moor Witteveen, W.J. 997 Lekken of verstrekken? De informele informatie-uitwisseling tussen 200 “Openbaarheid als voorwaarde voor legaliteit. Contrapunt De Potter.” opsporingsinstanties en derden. Pp. 77-10 in: A. Ellian en I.M. Koopmans (red.), Media & Strafrecht. Ubbergen: Tandem Felix. Deventer: Gouda Quint. Schoneveld, M. 998 De macht van misdaadnieuws : over het totstandkomen van misdaadnieuws en de invloed hiervan op onveiligheidsgevoelens. Doctoraalscriptie Universiteit Utrecht. Rotterdam: Politieregio Rotterdam-Rijnmond. Schoo, H.J. 200 “Strafrecht, openbaarheid en de zweepslag van de democratie.” Pp. -28 in: A. Ellian en I.M. Koopmans (red.), Media & Strafrecht. Deventer: Gouda Quint. “Veroordeling” 200 “‘Veroordeling Lucy de B. is ten onrechte’”. De Telegraaf, 18 december 200. Vogelsang, H. 200 “‘We moeten ons verhaal vertellen’. Politie en justitie herzien relatie met de media.” Blauw (1)1, 17 september: 22-2. Weinberg, Steve 2000 “From Watergate to Monicagate”. The IRE Journal Jan/Feb: 12-16. 62 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks 6 Lectorale rede Dr. P.P.H.M. Klerks
  • Oude Apeldoornseweg 1- T (0) 9 20 00 7 NR Apeldoorn F (0) 9 26 2 Postbus 8 E info@politieacademie.nl 701 BB Apeldoorn www.politieacademie.nl 06-089