• Like

Loading…

Flash Player 9 (or above) is needed to view presentations.
We have detected that you do not have it on your computer. To install it, go here.

Burgeropsporing o mcongres2008

  • 1,937 views
Uploaded on

 

  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
    Be the first to like this
No Downloads

Views

Total Views
1,937
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
9
Comments
0
Likes
0

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide

Transcript

  • 1. OM CONGRES 2008 PARTICIPATIE MET BIJDRAGEN VAN ALS PANACEE Prof. dr. Hans Boutellier BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE Prof. mr. Ybo Buruma BURGEROPSPORING Mr. Sven Brinkhoff DE BETROKKEN BURGER als opspoorder Mr. Harm Brouwer De burger OM CONGRES 2008 - DE BURGER ALS OPSPOORDER
  • 2. DE BURGER ALS OPSPOORDER
  • 3. DE BURGER ALS OPSPOORDER PARTICIPATIE ALS PANACEE Prof. dr. Hans Boutellier BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE Prof. mr. Ybo Buruma BURGEROPSPORING Mr. Sven Brinkhoff DE BETROKKEN BURGER Mr. Harm Brouwer Uitgave naar aanleiding van het OM Congres 2008
  • 4. AANLEIDING HET CONGRES Deze uitgave is gepubliceerd naar aanleiding van het ‘OM Congres’, De betrokkenheid van burgers bij de strafrechtelijke rechtshand- dat op 21 november 2008 plaatsvond in het OMniversum te Den Haag. having is de laatste jaren onmiskenbaar toegenomen. Voorbeelden zijn SMS-alert, Meld Misdaad Anoniem, of het zelf traceren van op Dit was het eerste jaarlijkse congres dat het OM organiseerde het Internet aangeboden gestolen waar. waarbij deskundigen op het gebied van recht, criminaliteit,opsporing, vervolging, wetenschap en de media een podium kregen hun inzichten De burgerbetrokkenheid houdt echter niet op bij de verdenkings- te presenteren. Centraal thema in 2008 was ‘De rol van de burger met fase. Bekend zijn de initiatieven in de strafzaken ‘Lucia de B.’ en betrekking tot de opsporing en vervolging van strafbare feiten’. ‘Ernst Louwes’ om de onherroepelijke veroordelingen herzien te krijgen. De dynamiek in die gevallen doet vermoeden dat het hier eerder om Onderdeel van dit congres was de bespreking van twee essays. voorlopers van een trend gaat dan om eenmalige uitzonderingen. Prof. mr. Ybo Buruma ging in zijn essay nader in op de consequenties van burgerparticipatie bij de opsporing. Prof. dr. Hans Boutellier besprak Een bijzonder aspect daarbij is de rol van de journalistiek die het spanningsveld tussen burgerraadpleging en burgerbetrokkenheid. soms meelift op de burgerparticipatie door anderen en soms het Voorzitter van het College van procureurs-generaal mr. Harm Brouwer initiatief neemt. Burgerparticipatie wordt door het OM en de politie gaf zijn reactie op beide essays. De twee essays, aangevuld met een in beginsel als positief fenomeen gezien, zo blijkt uit verschillende juridische inventarisatie over burgeropsporing door mr. Sven Brinkhoff, initiatieven waarbij actief de medewerking van burger wordt gezocht, en de speech van Harm Brouwer, vindt u terug in deze uitgave. zoals het televisieprogramma ‘Opsporing Verzocht’, Burgernet of www.politieonderzoeken.nl. Er zijn echter varianten denkbaar waarbij burgerparticipatie onbehoorlijk, onrechtmatig of zelfs strafbaar is. Nu te voorzien is dat burgerparticpatie en -opsporing de komende jaren nog verder toenemen in verscheidenheid en intensiteit, dient het OM een eigen standpunt te bepalen, met name met betrekking tot burgeropsporing, omdat daarbij de integriteit van de strafrechtspleging in het geding kan komen. Het congres in 2008 heeft hiertoe de eerste aanzet gegeven. 4 5
  • 5. PARTICIPATIE ALS PANACEE Naar een nieuwe relatie tussen rechtspraak en rechtsgevoel Prof. dr. Hans Boutellier 1 De burger staat in het brandpunt van de belangstelling. Hij wordt op veel verschillende wijzen aangesproken, maar hij moet in ieder geval actief zijn. ‘Actief burgerschap’ is in de mode. De burger is niet langer onderdaan (zoals in de jaren vijftig) of individu (zoals in het ik- tijdperk van jaren zeventig) of consument (zoals in de jaren negentig). Nee, de ideale burger participeert en is bij voorkeur zelfredzaam. Dit enthousiaste spreken over de rol van burgers is in feite op te vatten als een commentaar. De samenleving, althans de politiek, heeft twee klachten over burgers. Zij vindt ze zowel te mondig als te passief. Men heeft genoeg van de luie consument die door de verzorgingsstaat is gecreëerd. Weg met de calculerende homo economicus, die zich ook nog eens door niemand wat in de weg laat leggen (zie bijvoorbeeld Van der Lans, 2005). De burger is lui2 en heeft een kort lontje – zo luidt de populaire (politieke) diagnose. En het moet gezegd: de burger is de overheid ook vaak tot last. Niet alleen medeburgers maar ook overheids- functionarissen hebben het soms zwaar te verduren. Het gezag van de politie heeft bijvoorbeeld ernstig geleden onder de brutaliteit van de burger, dat wil zeggen, sommige burgers. De actieve burger verschijnt in het huidige politieke discours dus als commentaar én als oplossing. Hij is zowel bedreiger als reddende engel van de sociale orde. ‘Samen leven, samen werken’ luidt het vermanende motto van het huidige kabinet. 1 De auteur is algemeen directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar Veiligheid & burgerschap aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de VU te Amsterdam. 2 De uitspraak van Lubbers in 1990 dat Nederland ‘ziek is’ kunnen we beschouwen als het politieke keerpunt in de waardering van de burger. PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 7
  • 6. In deze bijdrage zal ik ingaan op de verhouding tussen overheid en Een partijpolitiek systeem veronderstelt bijvoorbeeld dat burgers zich burger in het veiligheidsbeleid en rond de (straf)rechtspraak. Want informeren en bereid zijn af en toe te gaan stemmen. Daarenboven ook in de rechtspraak wordt met een schuin oog naar de burger vraagt het een zekere participatiegraad en de bereidheid van enkelen gekeken, zowel door het openbaar ministerie als door de Raad voor om als representant van het volk op te treden. En boven alles moet de rechtspraak (zie Agenda van de Rechtspraak 2008-2011). De positie de massa van de burgers zich willen laten representeren.4 Het hoeft van burger in het strafrecht verschilt echter fundamenteel van die op weinig betoog dat het politieke systeem het op dit punt moeilijk andere beleidsterreinen. Het strafrecht opereert in het kader van het heeft. De opkomst bij de verkiezingen neemt af, evenals het lidmaat- geweldsmonopolie van de staat. Het dient zich op twee manieren te schap van politieke partijen. De aanhang van traditionele, ideologisch verhouden tot het rechtsgevoel van de burger: ter bescherming tegen geïnspireerde partijen krimpt. De politiek zoekt de burger, hetgeen in de staat en tegen medeburgers.3 Zowel de bejegening van concrete ieder geval aansluit bij haar rol in een democratische samenleving. justitiabelen als de responsiviteit ten opzichte van ‘de’ burger is in het Maar ook voor andere instituties lijkt sprake te zijn van ‘de kloof’. Het geding. Maar binnen welke context komt het idee van de participerende vanzelfsprekende vertrouwen van burgers in de politie, de rechtspraak, burger eigenlijk op? het onderwijs, de gezondheidszorg is tanende – niet dramatisch, maar toch ook niet onproblematisch. Burgers en instituties lijken wat van Burger gezocht… elkaar te zijn vervreemd.5 Burgers zijn veeleisend en professionals Het is in vele toonaarden bezongen: er is sprake van een kloof vaak onzeker (zie bijvoorbeeld Tonkens, 2008). Het lijkt erop alsof de tussen overheidsinstituties en burgers. Toch is deze kloof niet zo verhouding tussen functionaris of professional en de burger enigszins eenvoudig te duiden. Zij houdt immers verband met abstracte zaken als ‘onbemiddeld’ is geraakt. Dat wil zeggen: het ontbreekt aan een vanzelf- individualisering, globalisering en technologisering, maar evengoed met sprekend gedeeld referentiekader: een coherent geheel van werkwijzen, de commercialisering van de media, de ontwikkeling van de welvaart opvattingen en gedragsvormen waarover niet gepraat hoeft te worden en de veranderde samenstelling van de bevolking. Ga er maar aan omdat het nagenoeg onbetwist is. staan, de kloof is multicausaal gevormd. Het is om die reden verstandig Ter adstructie van deze stelling wil ik een onderscheid maken tussen ‘de kloof’ te benaderen vanuit een wat preciezer gezichtspunt. Het twee vormen van burgerschap.6 Het ‘staatsburgerschap’ regelt de tweeledige karakter van de burger als probleem en oplossing verwijst wettelijke rechten en plichten van burgers. Het ‘civiele burgerschap’ naar de vraag in hoeverre hedendaagse burgers en overheidsinstanties (nog) bij elkaar passen. 4 In de woorden van Van Gunsteren: burgerschap is meer dan een status – zij veronderstelt autonomie en beoordelingsvermogen (autonomy and judgement), zodanig dat de burger in staat is tot ‘both ruling and being ruled’ (1988, p. 732). 5 Fortuyn sprak van een ‘verweesde samenleving’. 3 Mij is opgevallen dat studenten tegenwoordig het begrip rechtsbescherming opvatten 6 Het idee van staatsburgerschap komt eigenlijk pas op in de negentiende eeuw wannneer als bescherming door het recht tegen andere burgers; het gaat van oudsher echter om de natiestaten tot ontwikkeling komen. In de 17e en 18e eeuw was volgens Dekker en bescherming van burgers door het recht tegen de staat. De Hart (2005) sprake van een cultureel statuut: burgerschap hing bijvoorbeeld samen 8 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 9
  • 7. zorgt voor de toeleiding, naleving en onderbouwing ervan.7 Civiel waarin invloedrijke criminologen als Bianchi en Hulsman pleiten voor burgerschap is de gezindheid om zich passief te voegen naar of actief de afschaffing van het strafrecht. Deze blije criminologie van de jaren bij te dragen aan de sociale ordening van de samenleving.8 In perioden zeventig wordt echter gelogenstraft. De criminaliteit neemt toe, evenals van maatschappelijke rust gaat de vorming van dit civiele burgerschap de variatie van delicten. De ontzuiling laat de instituties achter in een zo ongeveer vanzelf. Dat is na de Tweede Wereldoorlog lange tijd het enigszins verlaten moreel landschap. Waar ze eerder lagen ingebed geval geweest. Ondanks de tegenstellingen tussen de zuilen kon de in een solide structuur, daar zijn ze nu op zichzelf aangewezen om hun overheid het civiele burgerschap met een gerust hart overlaten aan de normatieve functie vorm te geven. Het civiele burgerschap wordt als disciplinerende werken van dominees, pastoors en politieke voorlieden. het ware vrijgegeven. Maar in de loop van de jaren zestig en zeventig wordt deze civiele Zonder vanzelfsprekende normatieve kaders weet de burger niet ordening onderuit gehaald. Met de ontzuiling ontstaat een geheel waar hij aan toe is (en gaat hij geregeld over de schreef), wordt de andere context voor burgerschap. Er ontwikkelt zich een staat die zijn professional onzeker over zijn status en ontbeert de overheid een ‘zuilen’ zelf moet gaan vormgeven. Hij kan niet meer leunen op de legitieme maatschappelijke opdracht. ‘De kloof’ verwijst dus niet zozeer vanzelfsprekende pijlers van weleer. Hoewel veel van de instituties in naar afstand tussen overheid en burgers, maar naar een gebrek aan naam dezelfde blijven, verandert hun ideologische inbedding drama- een gemeenschappelijk verhaal waarin bestuurders en bestuurden tisch. Zij komen min of meer los te staan van de andere instituties elkaar kunnen vinden. Daarmee ontstaat een situatie waarin men binnen de zuil. De coherentie van waarden, normen, regels en instituties wanhopig op zoek gaat naar de burger – burger gezocht, goedschiks raakt ernstig verstoord. Zelfontplooiing van het individu wordt als het dan wel kwaadschiks. Er bestaat behoefte aan gemeenschappelijke hoogste goed ervaren en de verzuilde coherentie wordt als verstikkend referenties, en men hoopt deze te vinden in het aanspreken van burgers ervaren. De staat stuurt in de jaren zeventig vooral langs de lijnen van op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar hier is niet alleen welvaart, welzijn en emancipatie. sprake van een overheidsbehoefte. Hoewel ook hierin een moreel oordeel schuilgaat, waakt de staat voor een rol van zedenmeester. Men gaat er eigenlijk vanuit dat zelf- …en soms gevonden ontplooiing als vanzelf tot ‘het goede leven’ zal leiden. Het zijn de jaren Naarmate politieke representatie steeds moeilijker is te realiseren, ontstaat ook van onderop de behoefte aan directe invloed. Fung & Wright (2001) spreken in dat verband van ‘empowered met lidmaatschap van gilden en deelname aan burgerwachten. Deze ‘civiele’ betekenis deliberative democracy’, een onderhandelingsdemocratie die een bleef nog lang doorklinken in burgerschapsdeugden, die later als ‘burgerlijk’ op de hak aantal kenmerken heeft. Het gaat om specifieke problemen, die met werden genomen. een praktische oriëntatie van onderop worden aangepakt. Daarbij 7 Marshall benadrukt in 1963 als een van de eersten het communitaire aspect: ‘based on onderhouden burgers ook formele relaties met professionals en loyalty to a civilisation which is a common possession’ (geciteerd in Stewart, 1995, p. 68). gezagsdragers. Eventueel kunnen er nieuwe instituties uit ontstaan. 8 Hoewel civiel burgerschap een pleonasme lijkt, acht ik de connotatie van civiel met Een Nederlands voorbeeld hiervan lijkt mij de zogenoemde buurt- civilisatie zinvol. Civiel burgerschap is daarom te verkiezen boven het momenteel veel bemiddeling: vrijwillige conflictbeslechting in woonbuurten. Het gaat gebruikte democratisch burgerschap (zie Stewart, 1995, en in Nederland De Winter, 2005). om een nieuwe organisatie, ontstaan uit initiatief van onderop, die 10 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 11
  • 8. relaties onderhoudt met gemeente en politie en praktische oplossingen manieren betrokken bij het beleid of in de uitvoering (zie Terpstra & biedt (Fiers & Jansen, 2004). Kouwenhoven, 2004; Terpstra, 2008; Scholte, 2008; Van Caem, 2008). Tonkens e.a. (2006) hebben meer van dit soort initiatieven Daarbij gaat het allang niet meer alleen om het aanbrengen van hang- onderzocht, die los van overheid en professionals van de grond en sluitwerk aan de eigen woning. Deze activering van burgers in de komen. De aanleiding is meestal een acuut probleem. Het succes veiligheid is onmiskenbaar gaande, maar tegelijk niet geheel onpro- is vaak afhankelijk van de mate van contact, zowel onderling als naar blematisch (zie bij voorbeeld Van Stokkom, 2008). De burger heeft een buiten toe. Zij onderscheiden vier categorieën: lichte initiatieven met prominente rol, maar het is niet altijd even duidelijk in welk toneelstuk. weinig interne en externe contacten, netwerkende initiatieven (weinig onderling contact en veel extern contact), coöperatieve initiatieven (veel Burgers in veiligheid… intern maar weinig extern contact) en federatieve initiatieven met veel Op zichzelf leent het veiligheidsprobleem zich buitengewoon goed contacten (Tonkens e.a. 2006). De ontwikkeling van succesvolle initia- voor burgerparticipatie. Dat komt door de ervaren urgentie (bijvoor- tieven gaat vaak van licht naar federatief. Maar dan verwacht men ook beeld overlast van jongeren), maar ook door het gemeenschappelijke daadwerkelijk serieus genomen te worden en als gesprekspartner van referentiekader. De norm wordt over het algemeen gedeeld en het doel de overheid te worden erkend. is helder. Waar in de hedendaagse samenleving ieder voor zich uitmaakt De auteurs wijzen er overigens op dat er nauwelijks sprake is van wat ‘het goede leven’ is, zoekt men de consensus in datgene wat men ‘verbinding’ tussen bevolkingsgroepen, tenzij dit expliciet de doel- afwijst. Daarin wordt gemeenschappelijkheid gevonden. Dit geldt bij stelling is. Actieve burgers zijn overwegend blank, hoog opgeleid uitstek voor criminaliteit en onveiligheid. In het slachtoffer daarvan en ouder vanwege vereiste competenties. Lager opgeleiden zijn wel herkennen we een ondergrens van de bevrijde samenleving. Het slacht- belangstellend, maar hebben volgens de auteurs vaak gebrek aan offer is als het ware de zaakwaarnemer van de hedendaagse sociale zelfvertrouwen (Tonkens e.a., 2006, p. 59). Burgers worden met andere orde (zie Boutellier, 1993).10 woorden niet alleen gezocht, ze bieden zich ook aan – zij het op Deze ‘victimalisering’ van de moraal verklaart de opkomst van het selectieve wijze.9 Op deze wijze ontwikkelt zich ‘een markt voor burger- slachtoffer in het strafrecht sinds de jaren zeventig of de stille marsen schap’. Overheidsinstanties gaan druk op zoek naar burgers teneinde naar aanleiding van gevallen van zinloos geweld (Boutellier, 2000). hun legitimiteit te versterken of te herformuleren. En soms worden zij En het leidt tot de gedachte van potentieel slachtofferschap; iedereen gevonden, omdat sommige burgers ook zelf actief willen bijdragen aan kan immers slachtoffer worden, en dat moet koste wat het kost worden het functioneren van de samenleving. voorkomen. Vandaar de aandacht voor het werk van politie en justitie De tweeledige benadering van de burger – als probleem en als en de roep om flink op te treden. De burger eist een consequente harde oplossing – zien we ook op het terrein van veiligheid. De burger hand (zie De Vries en Van der Vijver, 2002) en neemt soms zelf initiatief. als probleem is verdachte, veiligheidsconsument of gezagsonder Veiligheid wordt zelfs het troetelkind van de politiek, het vaandel van mijnende ‘hufter’. Maar hij wordt – als oplossing – ook op diverse 10 Dit is het onderwerp van mijn proefschrift, dat onlangs opnieuw is uitgegeven door 9 Hierop wordt ook gewezen door Van Stokkom, 2008. Amsterdam University Press, in de reeks Academic Archives (2008). 12 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 13
  • 9. een beweging op zoek naar sociale orde. En daarbij vindt zij een groot controle (bijvoorbeeld buurtvaders) en conflictbemiddeling (zoals deel van de bevolking aan haar zijde. Het Fortuyn-jaar 2002 vormt een het eerder genoemde buurtbemiddeling). Verdergaande vormen hoogtepunt in deze ontwikkeling. zijn beleidsvorming13 en beleidsadvisering (die verschillende vormen De ervaringen met criminaliteit en overlast en ‘het multiculturele aan kan nemen). Ten slotte komt het voor dat bewoners veiligheid in drama’ (Scheffer, 2000) leiden tot de zogenoemde ‘opstand der eigen beheer organiseren. In winkelcentra is dat al gebruikelijk, maar burgers’. Het is tekenend dat het vechtkabinet Balkenende 1 de acht er zijn ook bewonersinitiatieven in bijvoorbeeld Bilthoven en Wassenaar maanden van haar bestaan één beleidsnota weet te produceren: (Scholte 2008) of verdergaand: ‘gated communities’.14 Naar een veiliger samenleving (2003). Waar goed gedrag geen vanzelf- ‘Met name concrete inbraken en vernielingen lijken burgers te sprekende resultante meer is van de civiele samenleving, trekt de staat mobiliseren’, zo constateert Scholte op basis van zijn onderzoek de sociale orde verder naar zich toe. Onder de noemer veiligheid wordt (2008, p. 229). Met Terpstra en Kouwenhoven (2004) constateert hij getracht de geërodeerde civiele samenleving nieuw leven in te blazen. wel een gebrekkige representativiteit – een probleem dat we eerder Het verlangen naar civiel burgerschap is zelfs zo groot dat het nog wel zagen bij Tonkens e.a. (2006). Toch wijst hij ook op initiatieven voor eens wil botsen met de rechten die besloten liggen in het staatsburger- de minder gerepresenteerde groepen (jongerenprojecten en initia- schap (bijvoorbeeld in de sfeer van de privacy). tieven van allochtonen). De ‘burger in veiligheid’ doet dus dienst in Ook in het veiligheidsbeleid is de burger dus tegelijk oplossing en vele gedaanten – van verlengde arm tot adviseur – waarbij we de probleem. Enerzijds wordt een appél gedaan om ‘verantwoordelijkheid voorlopige conclusie trekken dat hier twee tendensen samenkomen: te nemen’, hetgeen met enige regelmaat ook daadwerkelijk gebeurt. ‘voor de (politie)kar spannen’ en ‘het heft in eigen handen nemen’. Anderzijds stelt de overheid zich steeds offensiever op in zijn eis Tussen verantwoordelijk maken (‘responsibilisering’: Garland, aan burgers ‘om zich te voegen naar de wet’. Een voorbeeld van het 1996) en verantwoordelijkheid nemen (deliberative responsability’: eerste zijn de Marokkaanse buurtvaders (De Gruyter en Pels 2004), Fung & Wright, 2004) kan natuurlijk een behoorlijke spanning bestaan: het tweede zien we in de zogenaamde interventieteams in bijvoor- burgers kunnen zich opgezadeld voelen met een ongevraagde beeld Rotterdam (zie voor kritiek hierop: Ombudsman van Rotterdam, verantwoordelijkheid, en burgers kunnen ook doorschieten bij eigen 2008). Veiligheid begint bij voorkomen (2007) heet het programma van Balkenende 4. Het opent de weg naar een veiligheidsbeleid dat 11 Hij bouwt voort op indelingen van Terpstra en Kouwenhoven (2004) preventief, proactief, en zelfs op voorzorg is ingericht (zie Pieterman, en Van den Brink (2006). 2008). Binnen deze ontwikkeling is actief burgerschap vanzelfsprekend 12 Bijvoorbeeld het project Burgernet dat bewoners alarmeert bij zoekacties de meest vergaande vorm van ‘voorkomen’. of het vergelijkbare Sms-Alert. 13 Bijvoorbeeld het project Buurt Veilig in Deventer, waar burgers meebeslissen over …maar worden zij ook gehoord? de inzet van de politie; in Amsterdam loopt thans een vergelijkbaar programma Mijn buurt Burgers zijn behoorlijk actief in de veiligheid. Scholte (2008) heeft beter; de uitgangspunten zijn ontleend aan het Britse Reassurance Policing, waarbij burgers op basis van twee jaar mediabank een categorisering gemaakt van systematisch wordt gevraagd naar zogenoemde ‘signal crimes’ die dan met voorrang verschillende vormen van burgerparticipatie op het terrein van veilig- worden aangepakt (zie bijvoorbeeld Ponsaers e.a., 2007). heid.11 Hij onderscheidt toezicht, zowel passief als actief,12 relationele 14 In Nederland vooralsnog beperkt tot initiatieven als ‘seniorenstad’. 14 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 15
  • 10. initiatief (eigenrichting). Instellingen kunnen burgers ‘gebruiken’, maar met dit uitgangspunt verdiep ik me meer specifiek in de relatie tussen hen ook aan hun lot overlaten. De relatie tussen een proactieve over- burger en het (straf)recht. heid en participerende burgers is met andere woorden precair, met het gevaar dat er aan weerszijden een stemming ontstaat van ‘het is niet Burger in rechte(n) … goed of het deugt niet’. Er lijkt in ieder geval sprake van hooggespannen Met enige regelmaat wordt het publiek opgeschrikt door falende verwachtingen bij een weinig doordachte strategie. rechtspraak. Neem de Schiedamse parkmoord. Door toedoen van Voor daadwerkelijke burgerparticipatie lijkt steun van de politie politiepsycholoog Timmerman werd duidelijk dat het Openbaar cruciaal; het gaat om samenhang tussen formele en informele Ministerie steken had laten vallen. Aanwijzingen voor gerede twijfel aan verbanden. Nederlandse netwerken voldoen hier volgens Terpstra de schuld van Kees B., eerder veroordeeld voor de moord, bleken te zijn nauwelijks aan: er wordt teveel gedacht vanuit de instantie en burgers achtergehouden. Het OM had de zaak voor de rechter gepresenteerd worden vaak als lastig ervaren. Hij spreekt zelfs van ‘institutioneel zonder de kanttekeningen die bij het bewijsmateriaal konden worden imperialisme’. En Van Stokkom (2008) spreekt al even kritisch van geplaatst. Meer in het bijzonder betrof het de DNA-sporen van een ‘de retoriek van zelfredzaamheid’ in het veiligheidsbeleid. Het gaat derde op het moordwapen – een veter. Ook besteedde het OM geen volgens hem meer om sociologische hoop dan realiteit: burgers aandacht aan de afwijkende getuigenverklaring van het tweede slacht- blijven meestal afzijdig en voelen zich bij echte veiligheidspro- offer, dat de moordpartij had weten te overleven. blemen onmachtig. Hij pleit voor werkelijkheidszin (het temperen Het gaat mij hier niet om deze zaak op zichzelf.16 Het gaat zelfs niet van verwachtingen) en mogelijkheidszin. Met dit laatste doelt hij om het ontstane crisisgevoel rond Justitie – daaraan zijn we zo lang- op de belangrijke rol van professionals, die samen met burgers de zamerhand gewend geraakt.17 Waar het hier wel om gaat is de richting hardnekkigste probleemsituaties dienen aan te pakken – het Britse van de kritiek in bovenstaand voorbeeld. Justitie werd dit keer niet reassurance policing.15 geattaqueerd op te laks, te laat of te weinig krachtdadig optreden, maar Toch wijst Van Stokkom er ook op dat in diverse onderzoeken is op het tegendeel daarvan. Het OM was juist te voortvarend opgetreden aangetoond dat door burgerparticipatie ‘het vertrouwen in de politie, vanuit het oogpunt van rechtsbescherming van de verdachte. Dit geluid andere professionals en het lokale veiligheidsbeleid toeneemt’ (p. 275). werd in Nederland sinds de commissie Van Traa niet meer gehoord. Er is een kleine groep die daadwerkelijk wil bijdragen; ‘de kunst is deze Vanzelfsprekend is er het werk van de rechtspsychologen Van groep te identificeren’(p. 278). Daarbij moeten professionals actief Koppen, Wagenaar en Crombag. Zij leveren aanhoudend commentaar het front zoeken en de publieke sfeer versterken. En dat leidt tot de op de onzorgvuldigheid in dubieuze zaken (1992). Maar hun geluid conclusie dat in het veiligheidsbeleid eerder het vertrouwen van de burger dan diens participatie gezocht moet worden. Participatie is geen doel op zich, maar creëert een betere verstandhouding tussen over- 16 Zie voor een gedetailleerde beschrijving Van Koppen, 2003. heidsinstanties en burgers. De burger als serieuze gesprekspartner – 17 Volgens de Britse criminoloog Garland (2000, p. 19/20) is justitie zelfs in een gevaren- zone beland vanwege de risico’s, schandalen en kostenstijgingen waardoor de justitiële autoriteiten systematisch aan vertrouwen inboeten. De Nederlandse situatie is gezien 15 Zie over dit concept Van Calster & Gunther Moor, 2007. Garlands oriëntatie op de VS en GB dus niet uniek. 16 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 17
  • 11. verstomt in de aanhoudende storm van verontwaardiging over het tekort het handig laveren tussen deze twee vereisten van strafrechtelijke hand- aan strafrechtelijke handhaving. De publieke opinie, zoals De Telegraaf, having: voortvarendheid en betrouwbaarheid; crimefighting en objectivi- keert zich vaak tegen te grote zorgvuldigheid van de strafrechtspraak teit; doeltreffendheid en rechtvaardigheid.19 (bijvoorbeeld naar aanleiding van vormfouten of in gevallen van eigen- Maar het rechtssysteem kan juist door deze dubbele functie alleen richting). Maar met de Schiedamse parkmoord werd de keerzijde van vertrouwen wekken binnen een context die ook op zichzelf vertrouwen een te voortvarende vervolging zichtbaar. De magistratelijke rol van genereert. Het recht dient gedragen te worden door een zekere mate de officier van Justitie werd min of meer herontdekt. van civiele zelfregulering. Dit veronderstelt enige morele samenhang, Het incident is betekenisvol omdat het aangeeft dat het vertrouwen waarvan sociaal vertrouwen de grondstof vormt. Indien deze samen- in het strafrechtelijk bedrijf twee kanten kent. Binnen de politieke hang afneemt gaat de rechtspraak een steeds grotere rol spelen. arena is het recht gevoelig voor de populistische roep om meer en Men vertrouwt meer en meer op het rechtssysteem, en wantrouwt hardere strafrechtelijke interventies. Gerede twijfel scoort niet binnen juist daardoor zijn prestaties. Een vertrouwenscrisis in de rechtsorde een dergelijke benadering, hetgeen een serieuze bedreiging vormt wijst dus eerst en vooral op een vertrouwenscrisis in de samenleving. voor de waarheidsvinding. Maar met dit incident werd duidelijk dat Rechtsorde behoeft een zekere morele orde – maar deze is – zoals het vertrouwen in het rechtssysteem ook is gebaseerd op de onafhan- we hebben gezien – steeds minder vanzelfsprekend geregeld. Zoals kelijkheid van de rechter en de rechtsbescherming van de verdachte. op andere beleidsterreinen gaat ook de rechtspraak op zoek naar Dat is dus niet louter een zaak van strafrechtsgeleerden. Het wijst op de burger. het tweeledige karakter van de rechtsstaat, maar ook van het rechts- gevoel.18 …bijvoorbeeld in strafvordering Veiligheid en rechtsbescherming is het begrippenpaar dat voor het Gedurende enige tijd is daarbij gekozen voor het uitgangspunt van vertrouwen van burgers in de rechtsstaat van belang is. Deze tweeledig- de transparantie: open dagen, persvoorlichting en uitvoeriger gemo- heid is nog weer eens uitgebreid beargumenteerd in het WRR-rapport tiveerde vonnissen. Het gaat dan uitdrukkelijk om eenrichtingverkeer De toekomst van de nationale rechtsstaat (2002). Lag tot midden jaren waarbij de burger beter geïnformeerd moet worden over de recht- tachtig de nadruk op de rechtsbescherming (tegen de overheid), in spraak. Thans wordt echter gezocht naar meer input van burgers zelf; de laatste twee decennia leek de bescherming van het publiek (het we treffen het voornemen om de relatie met de burger te versterken gegeneraliseerde slachtoffer) door de overheid de overhand te krijgen. bijvoorbeeld aan in de Agenda van de Rechtspraak 2008-2011. En ook Maar voor het vertrouwen in de rechtspraak zijn beide van belang. Zelfs het OM zoekt nadrukkelijk de burger, bijvoorbeeld via een experiment het misdaadprogramma van Peter R. de Vries ontleent zijn succes aan met de aanpassing van de strafvorderingsrichtlijnen (aankondiging in Perspectief op 2010, 2006). Het OM hanteert sinds 1999 het geautoma- tiseerde systeem BOS/Polaris ter bevordering van landelijke uniformiteit 18 De aard van dit rechtsgevoel blijkt nog gecompliceerder wanneer we ook kijken (zie Taraf en Dekkers, 2005)20. Het wilde de mening van burgers over naar de zaken waarin de beslissing om te vervolgen juist in twijfel is getrokken, zoals in de zaken tegen Eric O., de tasjesroverdoodrijdster, de AH-winkelbedienden en de jeugdzorgmedewerkster. 19 En kan derhalve altijd wel een stok vinden om de hand te slaan. 18 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 19
  • 12. deze richtlijnen weten in het kader van de actualisering ervan. burgers en OM-vertegenwoordigers. Er bleek eigenlijk geen reëel Lünnemann e.a. (2008) voerden de burgerraadpleging over de beeld te bestaan van wat het OM doet; er kwamen veel persoonlijke richtlijnen uit. Vijfentwintighonderd burgers werden bevraagd via een ervaringen naar voren en men had veel waardering voor het initiatief. internetenquête en vierenvijftig via vijf panels.21 Aan burgers werden Er is een grote variatie in argumenten en meningen over het strafrechte- variaties voorgelegd op een basissituatie voor mishandeling, bedreiging, lijk bedrijf en de rol van het openbaar ministerie. Onkunde, persoonlijke vernieling, wapenbezit, verkeersovertredingen, discriminatie en soft- betrokkenheid en waardering voor de openheid van het OM vormen drugs. Zij moesten daar de ernst van aangeven. Tevens werd om een evenzovele argumenten voor de stelling dat niet zozeer de partcipatie rangordening van veertien delicten gevraagd. Het onderzoek leverde als wel het vertrouwen van de burger moet worden gezocht. Daarbij zijn wel wat verschillen op tussen de richtlijnen en de mening van burgers, er voldoende verschillen tussen het rechtsgevoel van de burger en de maar er was grotendeels overeenstemming. Bij het rangordenen wegen opvattingen van het OM om ‘het gesprek’ met burgers op serieuze wijze voor burgers delicten waarbij geen slachtoffer valt minder zwaar. aan te gaan. Opvallend is dat sommige delicten zowel het meest als het minst ernstig worden bevonden (stelen uit woning respectievelijk voor vijftien en elf Legitimiteit van het strafrecht procent van de respondenten). De gedachte aan raadpleging van burgers door het OM roept vanzelf- Lünnemann e.a. (2008) vinden geen aanwijzingen dat burgers sprekend veel commentaar op vanuit de juridische wereld. Knigge punitiever zouden zijn dan professionele rechters. Zij zien wel dat de (2006) en Lensing (2007) betwijfelen bijvoorbeeld of het vertrouwen mate van punitiviteit samenhangt met leeftijd (ouder), sekse (man), zal worden teruggewonnen door ‘naar de pijpen van de burger te onveiligheidsgevoel, en ernstinschatting. In een simulatieonder- dansen’. Deze formulering van Lensing verraadt de diepe afkeer die zoek vinden Keijser e.a. (2006) een samenhang met kennis van het in de juridische schoot verborgen ligt, en die begrijpelijk is gezien rechtssysteem, opleidingsniveau en interesse in politiek. Met meer het normstellende karakter van het strafrecht. Het kan zich bijna per informatie wordt minder streng gestraft, maar toch altijd nog zwaarder definitie niet teveel laten leiden door wat de burger wil; het dient juist dan rechters. Vierentachtig procent van de respondenten vindt dat boven het slachtoffer en de dader uit te torenen. Het zou volgens rechters te mild straffen. Deze auteurs vinden dus wel degelijk een Groenhuijsen (2007) hooguit responsief kunnen zijn via voorlichting punitivity-gap (zie ook Elffers en Van Koppen, 2007).22 of via relevante relaties van het OM met maatschappelijke organisaties. Lünnemann e.a. (2008) registreerden tevens ontmoetingen tussen Dit juridische wantrouwen ten opzichte van ‘de burger’ is begrijpelijk 22 Vergelijkbare verbanden vinden we overigens ook bij vertrouwen in de rechtspraak. 20 BOS/Polaris is een puntensysteem voor de ernst van delicten; voor minder dan Alleen voor de seksen is sprake van een omgekeerd verband: mannen hebben meer twintig punten wordt een geldtransactie en voor meer dan 120 punten een gevangenis- vertrouwen in de rechtspraak dan vrouwen (Dekker e.a. 2004; Dekker & Van der Meer, straf geadviseerd. Daartussen zitten andere varianten zoals de taakstraf, al dan niet via 2007). Deze auteurs wijzen er op dat vertrouwen sterk fluctueert met incidenten (Dekker, dagvaarding voor de rechtbank. 2004 en Dekker & Van der Meer, 2007). Een negatief incident heeft een veel grotere impact 21 In de raadpleging werd de moeilijke bereikbaarheid van sommige groepen bevestigd. dan tienduizenden positief verlopen zaken. 20 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 21
  • 13. en ook niet helemaal onterecht. Inzake het recht prevaleert de is opgenomen in het bedrijfskundige register van sturing, planning en objectiviteit, het staat boven de partijen en bewaakt de rechts- control. Daarbovenop is ook de visie op het recht veranderd: het recht gelijkheid – de relatie met het rechtssubject dient met andere woorden neemt steeds meer het karakter aan van een governance-instrument. te zijn gewaarborgd. Toch dient men zich te realiseren dat de tijd dat Minister Donner van Justitie sprak bijvoorbeeld van een ‘bruikbare recht een rustig bezit23 kon worden genoemd ver achter ons ligt. Recht rechtsorde’: je kunt er alle kanten mee op. Van politisering is sprake is voorwerp van politieke en culturele strijd geworden. Het dient zich omdat de politiek zich niet langer beperkt tot de wetgeving, maar ook eenvoudigweg actief met de burger te bemoeien, anders doet de de rechtstoepassing tot voorwerp van debat maakt. burger dat wel met het recht. In deze laatste categorie valt de recente Deze drie symptomen wijzen op een wat getroebleerde relatie tussen bemoeienis van figuren als Maurice de Hond, Maarten ’t Hart en diverse samenleving en recht. Recht vormt idealiter zowel de articulatie als de hoogleraren uit andere disciplines. codificatie van hetgeen als noodzakelijk en wenselijk wordt ervaren. Hoeveel moeite het ook kost om deze ongevraagde participatie Dit bepaalt zijn legitimiteit als het aankomt op de handhaving van zijn serieus te nemen, zij wijst in ieder geval op de volstrekt nieuwe regels. Burgers zijn bereid zich te onderschikken aan de wet omdat zij betekenis die het strafrecht heeft gekregen in de huidige culturele deze wenselijk achten en zich erdoor beschermd weten. Deze virtuele omgeving. De hoge inzet van het strafrecht daarvan komt tot uitdruk- contractsrelatie (beargumenteerd door de verlichtingsfilosofen) is king in drie samenhangende vormen: popularisering, instrumentalisering aan het eind van de twintigste eeuw onder druk komen te staan. Het en politisering. Popularisering betekent dat burgers ‘de producten’ van recht neemt in de genoemde vormen het karakter aan van een many- het rechtssysteem steeds meer afwegen tegen het eigen rechtsgevoel. possibilities-thing. Dat zet het rechtssysteem onder grote druk – waarbij Een gerechtelijke uitspraak wordt niet zonder meer voor zoete koek de richting waarin de druk wordt uitgeoefend nogal eens verschilt. aangenomen. Dit komt overeen met de situatie in andere professionele domeinen: het medisch oordeel is niet meer heilig, de leerkracht heeft Ambivalent vertrouwen niet vanzelfsprekend gelijk en het gezag van de politie wordt regel- De grote betrokkenheid bij het recht is verklaarbaar uit de onzekere matig getart. Geleidelijk aan lijkt ook het rechtssysteem onderworpen tijden: men verlangt naar het recht en wil het graag kunnen vertrouwen. te worden aan de dynamiek van de populariserende mediacratie. Dit brengt een paradoxale situatie met zich mee. Het verlangen naar Instrumentalisering verwijst naar een ontwikkeling waarin het vertrouwen brengt wantrouwen met zich mee. Burgers ervaren het recht steeds meer te maken krijgt met de doelrationele criteria van recht enigszins als vervreemdend en lijken te pleiten voor een minder effectiviteit en efficiëntie. Weliswaar is de onafhankelijkheid van het dogmatische rechtspraak. Toch schrikt men terug voor de conse- gerechtelijk oordeel ongeschonden, toch is ook de rechtspraak steeds quenties daarvan. In een studie naar de beleving van de rechtspraak meer onderworpen aan moderne organisatie-eisen.24 De rechtspraak (Boutellier, Lünnemann, 2007) waren emotie en objectiviteit de twee terugkerende begrippen. Incidenten worden als een teleurstelling ervaren of soms zelfs als persoonlijke krenking. De houding van de 23 Deze beroemde typering is van Paul Scholten die het Burgerlijk Wetboek van 1838 vergeleek met een oud, groot huis met vele gebreken, maar waarin men zich toch thuis voelt: een rustig bezit. 24 Een belangrijk argument voor de oprichting van de Raad voor de rechtspraak. 22 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 23
  • 14. burgers is ambivalent. Enerzijds wordt de klassieke verticale positie van rechtsgevoel is waarschijnlijk altijd al gespannen geweest. Kenmerkend het strafrecht niet geaccepteerd, maar men wil haar ook niet loslaten. voor de huidige tijd is dat het vanzelfsprekende gezag, dat kon worden In deze studie was er uiteindelijk slechts één persoon (van circa afgeleid van de positie van staat, niet meer bestaat. vijftig respondenten) die pleitte voor een directe invloed van leken op de uitkomst van het strafproces. Men vertrouwt de rechter misschien Met burgers in gesprek niet helemaal, maar de medeburger nog veel minder! Tegen deze Voorzitter Brouwer van het PG-college heeft aangegeven de dialoog achtergrond lijkt het zinvol de positie van de rechtspraak in verband met de samenleving te willen zoeken (bijvoorbeeld Brouwer, 2007, te brengen met ‘de wet’, zoals die in de psychoanalyse wordt begrepen. p.16). Daarmee sluit hij aan bij een grotere beweging waarin gezocht De rechter vertegenwoordigt de symbolische orde die van belang is wordt naar een nieuwe relatie tussen overheid en burgers. Deze is voor de ervaring van het (rechts)subject als op zichzelfstaande identi- niet langer bemiddeld door een vanzelfsprekend, gemeenschappelijk teit. De wet vertegenwoordigt bescherming, onkreukbaarheid en een referentiekader. De overheid zoekt de burger, die met enige regelmaat superieur oordeelsvermogen. Men hecht veel waarde aan een dergelijke wordt gevonden. Ook op veiligheidsterrein is dat het geval. Daarbij rechtspraak, maar heeft tegelijkertijd het gevoel dat deze te weinig dienen de verwachtingen niet te hoog gespannen te zijn. De belang- responsief is naar de eigen behoeften en verlangens. rijkste functie van burgerparticipatie is waarschijnlijk een toegenomen Men wil bescherming én invoelend vermogen, een objectieve legitimiteit. Daartoe dienen burgers, dat wil zeggen de selectie die zich autoriteit die ook communicatief is, een superieure oordeelskracht met daartoe aanbiedt, serieuze gesprekspartner te zijn. een goed gevoel voor wat er speelt. Men verlangt naar een menselijke, Dit geldt onverkort voor het OM: er is vaak weinig kennis, er zijn empathische rechter die toch neutraal en objectief is. Het vertrouwen verschillende opvattingen en contact wordt gewaardeerd, zo blijkt zal toenemen als de rechterlijke uitspraak recht doet aan de emotie uit eerste experimenten. Deze waardering is begrijpelijk gezien de van de burger zonder verlies van objectiviteit. Vertrouwen veronderstelt prominente positie die het strafrecht heeft gekregen binnen een meer informatie, over het verloop van de zaak en over het proces. Maar onzekere samenleving. Als de burger niet wordt gezocht, dan wordt ook meer contact met burgers over wat politie, justitie en rechters doen het OM door sommigen van hen en de media wel gevonden. Een vorm zou de relatie verbeteren. Burgers vinden dat er voeling moet zijn met van ‘in gesprek raken’ is het beleid van het Engelse OM om concept- wat onder slachtoffers en nabestaanden leeft. Er is behoefte aan een beleidsregels ter consultatie op de eigen website te zetten. Iedere consequent moreel oordeel over het gedrag van de dader. burger kan zijn mening daarover geven alvorens zij worden vastgesteld. Men wil in de buurt komen, maar hoeft er niet mee samen te vallen. Een iets verdergaande vorm is het Sentencing Advisory Panel (zie Burgers blijken een meer open houding van het openbaar ministerie beschrijving in Lünnemann, 2008). op prijs te stellen. Lekenrechtspraak is het verkeerde antwoord op Dit panel bestaat uit veertien leden: elf juristen en drie burgers en de gevoelde behoefte; men wil het gevoel hebben dat het ‘hun recht’ adviseerde vanaf het eind van de jaren negentig het Court of Appeal. is, dat gesproken wordt. Zoals een van de respondenten in eerder Sinds 2004 adviseert het panel de Sentencing Guidelines Council. panelonderzoek (Boutellier, Lünnemann, 2007) zei: ‘ik hou van de Deze raad vergadert eens per drie à vier weken over conceptrichtlijnen fictie dat het recht ons allemaal vertegenwoordigt, ons soort staat, op basis van consultaties van maatschappelijke organisaties (in een de samenleving die we willen hebben.’ De relatie tussen rechtspraak en periode van drie maanden) en de reacties op de website. Zij vat haar 24 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 25
  • 15. advies samen in zogenoemde Consultation papers. Na een reactie van 1 Het OM organiseert in grote gemeentes en in combinaties de overheid stelt zij de richtlijn vast. Deze council heeft twaalf leden, van kleinere gemeentes minimaal een keer per jaar ‘burger- waarvan er vijf niet afkomstig zijn uit de rechterlijke macht. Afgezien van ontmoetingen’. Deze zijn voor iedereen toegankelijk, maar worden de concrete vorm lijken deze Britse experimenten op een zekere levens- professioneel voorbereid. Op de agenda staan informatie over vatbaarheid van burgerraadpleging te wijzen. strafrechtspleging in het algemeen, explicatie van het lokale beleid Op grond van de eerste Nederlandse ervaringen met voorlichting, van het afgelopen jaar en een vooruitblik naar het komende jaar. Er raadpleging en ontmoeting kan een aantal conclusies worden is tevens ruimte voor inbreng van burgers. De gebiedsofficier gaat getrokken. Dé burger bestaat niet, ook niet voor het strafrecht. op informatieve wijze het gesprek aan over het gevoerde beleid. Er bestaan gevarieerde oordelen over ernst en strafmaat en er is geen De bijeenkomst wordt verslagen en de verwerking ervan wordt eenduidig geluid waar het OM zich op zou kunnen richten. Dat is niet meegenomen in het jaarverslag van het parket. Burgers worden opzienbarend, maar wel van belang. Het OM kan niet gaan luisteren via maatschappelijke organisaties actief geworven. naar de grootste gemene deler en moet dat ook niet willen. De enige 2 Het OM organiseert per arrondissement een ‘maatschappelijke manier om dit op te lossen zou zijn om burgers mee te laten doen in raad’. Het betreft een gezelschap met een adviserende stem, de rechtspraak zelf – de jury – of lekenrechtspraak. Vooralsnog lijken dat bestaat uit vertegenwoordigers van de samenleving die op daar in de Nederlandse rechtstraditie weinig voorstanders voor te persoonlijke titel spreken en zijn gerekruteerd uit maatschappelijke vinden, ook niet onder burgers (zie hiervoor onder andere Boutellier organisaties of onder bewonersgroepen. Men denke hierbij aan en Lünnemann, 2007). woningcorporaties, scholen, welzijnsorganisaties, winkeliersvereni- Blijft staan dat het OM een eisende rol in de rechtspraak speelt, gingen, ouderenbonden, verzekeraars en dergelijke. De voorzitter die door burgers als legitiem en rechtvaardig moet worden herkend. van de raad wordt uit haar midden gekozen; in ieder geval de Burgers willen zich vertegenwoordigd c.q. beschermd weten door een hoofdofficier is bij de vergaderingen aanwezig; de raad stelt een openbaar lichaam dat namens hen sanctioneert. Dit kan steeds minder eigen adviesagenda op; het parket verplicht zich tot een schrifte- leunen op vanzelfsprekend gezag van de overheid. Het dient om die lijke reactie op de adviezen. reden een directere relatie te onderhouden met burgers. Daarbij kan 3 Het parket-generaal stelt een permanente Raad van advies inzake het in zijn strafrechtelijke rol geen gebruik maken van verregaande de strafvordering in. Deze raad adviseert het PG-college, of een vormen van burgerparticipatie zoals we die hebben gezien in geval namens hem ingestelde strafvorderingscommissie, ten aanzien van het veiligheidsbeleid. Overigens geldt zelfs daar al dat de burger van de strafvorderingsrichtlijnen in BOS/Polaris. De raad komt uiteindelijk niet meer wil en kan zijn dan een serieuze gespreks- eens per drie maanden bij elkaar en adviseert op basis van grondig partner van politie en gemeente. Het OM moet in gesprek met de voorbereide documenten. Zij laat zich onder andere informeren burger en zou naar mijn mening drie vormen serieus in overweging over de burgerontmoetingen en de maatschappelijke raden. Zij kunnen nemen. roept tevens via een website burgers op om mee te denken en te adviseren over de conceptrichtlijnen. Opdracht aan de raad is het gehele richtlijnensysteem fasegewijs en permanent door te lichten. 26 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 27
  • 16. Deze raad van advies bestaat uit personen die op grond van hun LITERATUUR maatschappelijke functie geacht mogen worden over voldoende bagage te beschikken om tot afgewogen adviezen te komen. Boutellier, H. (1993). Solidariteit en Slachtofferschap. De morele betekenis van criminaliteit in een postmoderne cultuur. Nijmegen: SUN Tot besluit Het OM wordt aangevallen zowel op vooronderstelde lankmoedigheid Boutellier, H. (2000). ‘Het geluid van stille marsen; de maatschappelijke betekenis als doorgeschoten crimefighting. Deze tweeledigheid van het commen- van burgerinitiatieven tegen geweld.’ Tijdschrift voor Criminologie, 42 (4), 317-332. taar is een positief gegeven. Het OM zou er verkeerd aan doen zich te zeer te buigen naar de burger, waarvan de grootste schreeuwers Boutellier, H. (2002). De veiligheidsutopie. Hedendaags onbehagen en verlangen via de media de meeste aandacht krijgen. Maar het kan evenmin doof rond misdaad en straf. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. blijven voor het kritische geluid dat knaagt aan haar legitimiteit. In dat verband stel ik voor op een professionele en systematische manier Boutellier, H. (2005). Meer dan veilig: over bestuur, bescherming en burgerschap. het gesprek aan te gaan met burgers en maatschappelijke organisa- Den Haag: Boom Juridische uitgevers. ties via lokale burgerontmoetingen, arrondissementale maatschap- pelijke raden en een landelijk raad van advies voor de strafvordering. Boutellier, H. (2007). Nodale orde: Veiligheid en burgerschap in een netwerksamen- Burgerparticipatie is geen panacee, maar kan wel degelijk een verster- leving: Oratie. Amsterdam: Vrije Universiteit, Faculteit der Sociale Wetenschappen. king bieden aan een strafrechtelijk systeem dat handelt in overeenstem- ming met het rechtsgevoel. Boutellier, H. & Lünnemann, K. (2007). Burgers over rechters: over de beleving van de rechtspraak. Rechtstreeks 2007/1, 45-62. Boutellier, H. & Van Steden, R. (red.) (2008), Veiligheid en burgerschap in een netwerksamenleving. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. Bovens, M.A.P. (2005). De verspreiding van de democratie. Beleid en maatschappij, 32 (3), 119-127. Brink, G. van der (2006). Van waarheid naar veiligheid; twee lessen voor een door angst bevangen burgerij. Amsterdam: SUN Brouwer, H.N. (2007). ‘Over de stem van het volk, I Het B-woord’. Themis, nr. 3, pp. 108-110 28 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 29
  • 17. Caem, B. van (2008). Verborgen kracht; burgerparticipatie en veiligheid in Amsterdam. Groenhuijsen, M.S. (2007), II Het D-woord, een reactie op Brouwer. Themis, nr. 3, Amsterdam: VU, FSW (nog niet gepubliceerd). pp. 110-111 Calster, P. van & Gunther Moor, L. (Eds.), Reassurance Policing: een alliantie tussen Gruijter, M. de & Pels, T. (2005). De toekomst van buurtvaderschap. Professionalisering burgers en politie?, Dordrecht/Gent: SMVP/CPS, 2007. met behoud van zeggenschap. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. Carr, P.J. (2005). Clean Streets. Controlling Crime, Maintaining Order, and Building Gunsteren, H.R. van (1988). Admission to Citizenship. Ethics, 98 (4): 731-741 Community Activism. New York: New York University Press Keijser, J.W. de, Koppen P.J., van Elffers, H. (2006). ‘Op de stoel van de rechter; Crombag, H.F.M., Koppen, P.J. van, Wagenaar, W.A. (1992). Dubieuze zaken: oordeelt het publiek net zo als de strafrechter?’. Research Memoranda nr. 2, De psychologie van strafrechtelijk bewijs. Amsterdam: Contact. Den Haag: Raad voor de Rechtspraak. Dekker, P., Maas-de Waal, C. & Van der Meer, T. (2004). Vertrouwen in de recht- Keijser, J.W. de, Koppen, P.J., van & H. Elffers (2007). Bridging the gap between spraak. Theoretische en empirische verkenningen voor een monitor. Den Haag: SCP. judges and the public? A multi-method study. Journal of Experimental Criminology (2007). Dekker P. & J. de Hart (2005). Goede burgers, in P. Dekker en J. de Hart (red), De goede burger: Tien beschouwingen over een morele categorie. Den Haag: SCP, Knigge, G. (2006). ‘De stem van het volk’. Themis, nr. 6, pp. 235-236. pp. 11-19 Koppen, P. van (2003). De Schiedammer parkmoord: Een rechtspsychologische Dekker, P. & Van der Meer, T. (2007). Vertrouwen in de rechtspraak nader onderzocht. reconstructie. Nijmegen: Ars Aequi Libri. Den Haag: SCP. Lans, J. van der (2005). Koning burger; Nederland als zelfbedieningszaak. Fiers, L. & A. Jansen (2004). Het succes van buurtbemiddeling; resultaten van Amsterdam: Augustus het evaluatieonderzoek. Utrecht: Expertisecentrum Buurtbemiddeling Lensing, J.A.W. (2007). ‘Inspraak in de strafmeting’. Trema, april Bulletin 1, 3-5. Fung, A. & Wright, E.O. (2001). ‘Deepening Democracy; Innovations in Empowered Participatory Governance’. Politics & Society, 29 (1), 5-41 Lünnemann, K., Moll, M. & Ter Woerds, S. (2008). Burgers geraadpleegd; burgers over straftoemetingsrichtlijnen. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut Garland, D. (1996). The Limits of Sovereign State; Strategies of Crime Control in Contemporary Societies. British Journal of Criminology, 36 (4): pp. 445-471 Lünnemann, K., De Meere, F. & Ter Woerds S. (2008) Het raadplegen van burgers; op zoek naar een kader voor burgerraadpleging door het Openbaar Ministerie. Garland, D. (2001). The Culture of Control; Crime and Social Order in Contemporary Utrecht: Verwey-Jonker Instituut (in voorbereiding) Societies. Chicago: The University of Chicago Press 30 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 31
  • 18. Ministerie van Justitie & Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Stokkom, B. van (2008). Bange burgers, doortastende dienstverleners. Voorbij (2002). Naar een veiliger samenleving. Den Haag de retoriek van burgerschap en zelfredzaamheid. In: H. Boutellier & R. van Steden (Eds), Veiligheid en burgerschap in een netwerksamenleving. Ombudsman van Rotterdam (2007). Baas in eigen huis; ‘Tja, we komen eigenlijk voor Den Haag: Boom Juridische uitgevers. alles’; een rapport van een ambtshalve onderzoek naar de praktijk van huisbezoeken. Taraf, S.B. & Dekkers, M. (2005). Evaluatie BOS/Polaris. Rotterdam: De Ombudsman Amsterdam: UvA (stage-rapport) Openbaar Ministerie parket-generaal (2006). Perspectief op 2010. Den Haag: auteur. Terpstra, J. (2008). Burgers in veiligheid. In: H. Boutellier & R. van Steden (Eds), Veiligheid en burgerschap in een netwerksamenleving. Den Haag: Boom Juridische Schinkel, W. (2007). ‘Tegen actief burgerschap’. Justitiële Verkenningen, 33 (8), 70-90. uitgevers. Pieterman, R. (2008). De voorzorgcultuur : streven naar veiligheid in een wereld Terpstra, J. & Kouwenhoven, R. (2004). Samenwerking en netwerken in de lokale vol risico en onzekerheid. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. veiligheidszorg. Enschede: UT, P&W/ IPIT Ponsaers, P., Gunther Moor, L. (2007). Reassurance Policing: concepten en receptie, Tonkens, E., Hurenkamp, M., Duyvendak, J.W. (2006). Wat burgers bezielt. Cahier Politiestudies, nr. 3, Brussel: Politeia. Een onderzoek naar burgerinitiatieven. Amsterdam: UvA/Nicis Scheffer, P. (2000), Het multiculturele drama. NRC-Handelsblad 29 januari Tonkens, E. (2008). Mondige burgers, getemde professionals. Amsterdam: uitgeverij Van Gennep Scholte, R. (2008). Burgerparticipatie in veiligheidsprojecten. Een empirische verkenning. In: H. Boutellier & R. van Steden (Eds), Veiligheid en burgerschap Vries, M. de &. Van der Vijver, K. (2002). Beelden van gezag bij de bevolking in een netwerksamenleving. Den Haag: Boom Juridische uitgevers. en bij de politie. Dordrecht: SMVP Stewart, A. (1995). ‘Two Conceptions of Citizenship’. The British Journal of Sociology, Winter, M. de (2005). Democratieopvoeding versus de code van de straat. 46 (1), 63-78. Utrecht: Universiteit van Utrecht (oratie) Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid (2002). De toekomst van de nationale rechtsstaat. Den Haag: SDU 32 PARTICIPATIE ALS PANACEE | Prof. dr. Hans Boutellier 33
  • 19. BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE Prof. mr. Ybo Buruma 1* Deze beschouwing is een vervolg – zo u wilt een antwoord – op enkele prangende vragen die Harm Brouwer, de voorzitter van het College van procureurs-generaal, heeft gesteld in de mr. Gonsalves lezing van 15 februari 2008. Hij vroeg zich af of het OM zichzelf beperkingen moet opleggen bij het gebruik van de vruchten van burgeropsporing en of er (nog meer) wettelijke verboden tot burgeropsporing moeten komen. “Bij burgeropsporing gaat het om activiteiten die, wanneer de politie ze zou ondernemen, als toepassing van een opsporingsbevoegdheid gelden. Voorbeelden zijn: het opvragen van gegevens, mensen horen, camera’s ophangen of observeren. Wanneer de overheid dat doet, gelden wettelijke waarborgen, zoals voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris of een verplichting tot nauwkeurige verslaglegging. Een particulier recherchebureau mag daarentegen iemand langdurig op de openbare weg volgen en daarbij foto’s en video- opnamen maken.” Met een soort klaroenstoot zei Brouwer: “We willen niet in een politie- staat leven, maar al helemaal niet in een amateurpolitiestaat”. Ik wil het thema in een wat bredere sleutel plaatsen – de sleutel van de dramademocratie. Het gaat me dan vooral om onderzoek van particulieren – wetenschappers of geëngageerde burgers – en journalisten om dramatische misdrijven op te lossen en/of fouten van politie en justitie aan de kaak te stellen. Wij kennen diverse voor- beelden. Er zijn heel wat mensen die in het voetspoor van Maurice de Hond werkelijk onderzoek hebben verricht naar de gebeurtenissen 1 De auteur is hoogleraar straf- en procesrecht aan de Radboud Universiteit en voorzitter van de toegangscommissie van de commissie evaluatie afgesloten strafzaken. * Met veel dank aan mrs. Sven Brinkhoff en Pieter Verrest. BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 35
  • 20. rondom de z.g. Deventer moordzaak. Wetenschappers als de rechts- is worden ontmoedigd? Mijn stelling is dat dit de verkeerde vraag is psychologen Van Koppen en Crombag en de wetenschapsfilosoof en niet alleen omdat het een valse tegenstelling is. Burgeropsporing Ton Derksen hebben boeken geschreven op basis van gedegen is een onvermijdelijk bijproduct van de dramademocratie ten onderzoek naar strafbare feiten. Hun activiteiten zijn in feite ‘beloond’ aanzien waarvan wel bezien moet worden hoe we ermee zouden doordat in de instructie van de Toegangscommissie Evaluatie Afgesloten moeten omgaan. Strafzaken een ontvankelijkheidseis bestaat in de omstandigheid dat Om die stelling te onderbouwen geef ik eerst wat context, waarbij ik het verzoek onderzoek naar een afgesloten ernstige strafzaak te doen de term dramademocratie nadere inhoud geef. Vervolgens bezie ik wat moet zijn ingediend door een wetenschapper die over de kwestie heeft Frankrijk ons te leren heeft en dan ga ik op de vragen van Brouwer in. gepubliceerd (of een klokkenluider).2 Wat moeten we van dergelijke burgeropsporing vinden? Het is evident Dramademocratie dat er risico’s aan verbonden zijn. Men kan zich afvragen of burgers niet De term dramademocratie is afkomstig van de Belgische socioloog over de schreef zullen gaan, of eigenrichting niet wordt gestimuleerd Mark Elchardus.3 Zijn boek – zowel analyse als pamflet – was een en wat justitie eigenlijk aan moet met gegevens die zijn verkregen met reactie op de heftige emotionaliteit van en in de media en de politiek behulp van methoden waarover de politie zelf niet beschikt. Brouwer in het België van de jaren 1990 (met de Dutrouxaffaire als hoogtepunt). waarschuwde voor een cultuur van amateuropsporing waarin alles maar Het boek werd in Nederland goed ontvangen toen het uitkwam in het mag, zolang het mogelijk aan de opheldering van misdrijven bijdraagt. jaar waarin Pim Fortuyn werd vermoord. Volgens Elchardus hebben de Ook ik heb mijn bedenkingen bij journalisten die met een verborgen media de rol van vertrouwde instellingen zoals het gezin, de zuilen en de camera heimelijke opnamen maken in iemands woning. Datzelfde geldt daarmee verbonden sociale organisaties aan het eind van de 20ste eeuw voor het optreden van de onbekende middenstander die via YouTube overgenomen. Onder de bevolking maken de media gevoelens van beelden verspreidt van degenen die zijn winkel hebben beroofd. De onbehagen en onvrede toegankelijk voor de gehele bevolking, terwijl clausulering ‘waarin alles maar mag’ maakt het gemakkelijk het met de zij deze gevoelens versterken door ze te dramatiseren. Dit is gepaard stelling van Brouwer eens te zijn. gegaan met (en heeft misschien wel geleid tot) een erosie van ver- Maar lang niet alle amateuropsporing gaat gepaard met handelen trouwen van burgers in hun leiders en in democratische instellingen. op of over de schreef. Wat moet de Nederlandse rechtsstaat vinden Het boek was inspirerend, maar met het oog op ons onderwerp van Peter R. de Vries, Maurice de Hond en Peter van Koppen? Moet is enige precisering op zijn plaats. Ik geef die door drie aspecten uit hun werk worden toegejuicht, of moet het sterker dan nu het geval te lichten: de veranderde rol van wat de media doen; de veranderde democratische betekenis van de media; en het belang van de media voor de veiligheidszorg. 2 De Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken heeft tot doel ‘door middel van onder- zoek na te gaan of zich in een specifieke strafzaak in de opsporing, vervolgingen/of de presentatie van het bewijs ter terechtzitting ernstige manco’s hebben voorgedaan die een evenwichtige beoordeling van de feiten door de rechter in de weg hebben gestaan’ 3 M. Elchardus, De dramademocratie, Lannoo 2002; zie ook diens De schizofrenie van (Instellingsbesluit Stcrt 2006, nr 74). populaire politiek of: hoe ernstig te zijn in een dramademocratie, WRR lecture 2003. 36 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 37
  • 21. visie. Camera’s in winkels en banken leveren beelden die dienstig zijn De dramademocratie wordt in de eerste plaats gekenmerkt door media voor het opsporen van overvallers. En als in 1991 Rodney King wordt die 24-uur beschikbaar zijn en moeten concurreren met elkaar (kranten afgetuigd door de politie van Los Angeles gaat een amateur-video- onderling; tv-zenders onderling) en tussen elkaar (televisie en internet). filmpje van een toevallige voorbijganger de wereld over. Dankzij het Dat heeft gevolgen gehad en ik licht er drie toe: minder verificatie, meer world wide web duurt het dan nog maar een paar jaar totdat burgers emotie, meer commentaar dan feiten. zelf nieuws gaan uitzenden, eerst via nieuwsbrieven en dankzij YouTube Na de daartoe benodigde uitvindingen in de tweede helft van de ook al snel door het uploaden van beeldmateriaal. Dit is mogelijk zonder 19e eeuw, hebben kranten, radio en bioscoopjournaals het grote tussenkomst van de klassieke poortwachters (de uitgevers en hoofd- publieksbereik gekregen waar we nu mee vertrouwd zijn. Redacteuren redacteuren). Het belang hiervan werd zichtbaar toen internetjournalist en uitgevers bepalen wat ‘fit to print is’. Die omstandigheid heeft Matt Drudge de aanjager werd van wat de Lewinskyaffaire zou bijgedragen aan het gebruik van media voor propagandadoeleinden in worden, die de Amerikaanse president Clinton ernstige moeilijkheden en om WO I en WO II, maar in rustiger tijden zeker ook aan een nadruk heeft bezorgd. op kwaliteit. Degelijke kranten verifiëren het nieuws en betrachten een De traditionele media (kranten, radio en tv) probeerden zich aan zekere distantie. Het publiek wordt geïnformeerd en verstrooid op een te passen aan deze omstandigheden. In hun onderlinge concurrentie wijze die door de elite goed gevonden wordt. Daar verandert aanvanke- hielden zij vast aan het klassieke belang van scoops. De snelheid van lijk weinig in als in de jaren 50 de televisie aan zijn opmars begint.4 de berichtgeving ging gepaard met een verlaging van de standaarden Als in de jaren 60 beelden uit Vietnam en van het optreden van van verificatie van de juistheid van de berichtgeving. Zo werden studenten in de hele wereld via de televisie ook in de Nederlandse anonieme bronnen steeds vaker aanvaard: was Deep Throat – de bron huiskamers binnenkomen, blijkt de kracht van de media op een nieuwe van Woodward en Bernstein in de Watergate-affaire – ook niet anoniem manier. De indringendheid van de beelden, de snelheid waarmee ze geweest? Bovendien ging distantie als journalistieke waarde verloren. verspreid worden en de komst van steeds meer (na 1989 ten onzent Zeker onder invloed van de televisie werd emotie ook in steeds meer ook commerciële) tv-stations, dragen dan bij aan een culturele omslag serieuze media toegelaten. Dat heeft een vertekenend effect. Omdat het die in Nederland samenviel met de ontzuiling. In het algemeen lijkt gemakkelijker is het leed van een individu te tonen dan de complexiteit het individuele oordeel van mensen steeds meer te worden bepaald van factoren die een bepaalde situatie hebben doen ontstaan, draagt door wat ze zelf willen zien dan door wat zuilen of andere institutionele deze ontwikkeling bij aan een zeker wantrouwen ten opzichte van ‘het opinieleiders voor hen hebben gekozen. systeem’. Een derde gevolg van de proliferatie van nieuwsmedia was dat De uitvinding van Tim Berners-Lee in 1989 van het world wide web het belang van nieuwsgaring en verslaglegging het soms welhaast leek zal een nog revolutionairdere ontwikkeling in gang zetten. Door de af te leggen tegen het belang van commentaar van politici en al dan niet beschikbaarheid bij het grote publiek van allerlei foto- en filmapparatuur verstandige publieke intellectuelen. Zo wordt nieuws gemaakt.5 kunnen opnames van particulieren al worden gebruikt voor de tele- 4 Asa Briggs & Peter Burke, Sociale geschiedenis van de media, Sun 2003 (2002). 5 Bill Kovach and Tom Rosenstiel, Warp Speed, New York : Century Foundation Press 1999. 38 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 39
  • 22. Deze mediageschiedenis die niet alleen Nederland betreft, heeft Veiligheid in de dramademocratie gevolgen voor de manier waarop de democratie functioneert. Natuurlijk De algemenere gevoelens van onbehagen en onvrede die in de drama- is het zo dat nieuws en commentaar soms gepaard gaan met over- democratie snel de kop opsteken, zijn bij uitstek te projecteren op het verhitting van de parlementaire debatten. Het volstaat echter niet om domein van het strafrecht. Het gaat om emoties die minder van doen in dat verband louter schamper te doen over incidentenpolitiek. De hebben met eigen ervaringen, dan met gebeurtenissen waarover men Franse politicoloog Pierre Rosanvallon heeft een constructiever beeld en via de media heeft gehoord. Dat kunnen ook emotionele gebeurtenissen spreekt in dit verband van de ‘controledemocratie’.6 Hij bedoelt daarmee zijn waarover de media nauwelijks geïnformeerd rapporteren. Het beeld dat controle vanuit de burgerlijke samenleving op de politiek steeds van een onthutst slachtoffer en het commentaar van een politicus of een meer plaatsvindt door enerzijds aantijgingen en onthullingen en ander- publieke intellectueel bepalen op dat vlak nogal eens het gevoel van de zijds door verantwoorde evaluaties en contra-expertise. In de controle- rest van de bevolking. democratie lijkt een veto vanwege een schandaal soms belangrijker dan Maar er is een derde aspect van de dramademocratie – naast de passieve consensus die voortvloeit uit de verkiezingen (de indirecte de mediageschiedenis en de ontwikkeling naar de controledemo- democratie) of de actieve participatie in de partijpolitiek. cratie – dat we niet mogen miskennen. Dat is dat de overheid zelf een Door onthullingen e.d. wordt de reputatie van de overheid getest. appèl doet op de burgers. Ik herinnerde en passant al aan het gebruik Dat moeten we niet alleen negatief duiden. Het betekent immers dat van beelden van bewakingscamera’s in door de politie gebruikte controle op de executieve overheid niet met intervallen gebeurt (zoals programma’s als Opsporing Verzocht. Dit is echter maar één voorbeeld. bij verkiezingen) maar permanent plaatsvindt. Het betekent tevens dat Bij herhaling wijst de regering er op dat veiligheid niet alleen door de de controle niet louter door georganiseerde (maar daarmee ook deels overheid kan worden bewerkstelligd, maar dat de burgers er zelf aan gecompromitteerde) machtsblokken geschiedt, maar ook door indivi- moeten bijdragen. Laatstelijk gebeurde dat in de begroting 2008-2009: duen. En steeds vaker door onafhankelijke, nieuwe belangengroepen en nieuwe toezichtmechanismen. De afdaling van de controle op de “Veiligheid is ook een verantwoordelijkheid van burgers. Dat geldt voor het voorkomen van executieve van parlement en rechter naar media en particuliere onder- delicten en daderschap, maar ook voor het omgaan met slachtofferschap. Een overheid die zich in toenemende mate exclusief verantwoordelijk maakt voor veiligheid, moet ervoor waken zoekers past daarbij. In de hedendaagse controledemocratie wordt de waardevolle maatschappelijke mechanismen te verstoren. Justitie wil daarom aansluiten bij het burger als kiezer steeds meer vervangen door het publiek als ‘jury’. vermogen van de samenleving om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor veiligheid en andere Wat ik zojuist noteerde met betrekking tot de ontwikkelingen ten publieke of semi-publieke taken”.7 aanzien van de media en de werking van de democratieën, is uiteraard nogal grofkorrelig. Maar zonder deze achtergrond is het m.i. moeilijk te Deze gedachte is weinig bedreigend, als we daarbij vooral preventieve begrijpen wat er op het spel staat als we ons buigen over de vraag hoe maatregelen van burgers en bedrijven voor ogen hebben. Het gaat we moeten aankijken tegen burgeropsporing in de dramademocratie. dan om maatregelen ter beperking van de gelegenheid tot het plegen 6 Pierre Rosanvallon, Democracy Past and Future, Columbia UP 2006, p. 235-252. 7 Rijksbegroting 2009; Justitie, begroting VI, pag. 8. 40 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 41
  • 23. van delicten, zoals het plaatsen van extra sloten op de deur. Of om democratie schuilt er een zekere rechtvaardiging in dergelijk onderzoek, maatregelen waardoor de (gepercipieerde) pakkans wordt vergroot, maar dat gaat soms tegen overheidsbelangen in. Leidde de uitzending zoals menselijk toezicht of het ophangen van camera’s in parkeer- van het filmpje van het geweld tegen Rodney King niet tot afschuwelijke garages.8 Diverse wetswijzigingen zijn zelfs tot stand gekomen om rellen? In elk geval heeft het helpen van de overheid via burgeropspo- burgers en particuliere organisaties onder omstandigheden te dwingen ring als logische tegenpool dat controle van de overheid via burgerop- aan hen ter beschikking staande gegevens (zoals video-opnames) in sporing evenzeer kan plaatsvinden. het belang van de opsporing af te staan aan de overheid. Natuurlijk heeft de overheid er ook overigens baat bij als zij wordt geïnformeerd. Franse toestanden Daarbij gaat het niet alleen om de klassieke getuigenverklaringen die De verhouding tussen media en strafrecht is weliswaar wereldwijd worden afgelegd op verzoek van de politie, maar ook om het streven veranderd, maar hoe dat is gebeurd verschilt per land. Wij denken om informatieverstrekking uit eigen beweging te vergemakkelijken. misschien dat in Nederland met de activiteiten van de Emmy-award Dat streven blijkt uit de invoering van het algemene hulpnummer 112, winnende misdaadjournalist Peter R. de Vries en de opiniepeiler de mogelijkheden om via internet aangifte te doen en de invoering van (en –leider) Maurice de Hond iets bijzonders aan de hand is, maar kliklijnen die het anoniem melden mogelijk maken. het is niets vergeleken met wat in het buitenland gebeurt. Ter illustratie Het wordt echter ingewikkelder als burgers opstaan om in urgente een paar opmerkingen over Frankrijk. gevallen zelf actie te ondernemen. Dergelijk burgeringrijpen is onder- Strikt juridisch is Frankrijk voor ons geen erg interessant voorbeeld, werp van een ander onderzoek dat ik zojuist heb afgerond in opdracht omdat het slachtoffer daar zelf de vervolging op zich kan nemen van de Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie. Het wordt even- (action civile). Dat onder die omstandigheden burgeropsporing anders eens ingewikkelder als de burger zelf quasi-opsporings-onderzoek in elkaar zit dan in Nederland is niet verrassend. Vanuit een media- gaat doen. oogpunt is Frankrijk niettemin hoogst interessant, zo bleek mij uit informatie van mr. Pieter Verrest. En daar gaat het vandaag om. Een tussenconclusie is wel mogelijk. De aandacht voor misdaad in de Franse media verschilt sterk van die De ontwikkeling van de burgeropsporing is een wereldwijd verschijnsel. in Nederland. Onderzoeksjournalisten leggen herhaaldelijk schandalen De media maken publicatie van eigen bevindingen van burgers gemak- bloot, onder meer over witteboordencriminaliteit. Te denken is aan kelijk, maar ze maken het ook gemakkelijker dan vroeger zelf onderzoek krantenartikelen, boeken en documentairefilms over Crédit Lyonnais, te doen. Soms is de justitiële overheid daarmee geholpen. In de zaak oliebedrijf Elf, en recenter over ‘Angolagate’ – het internationale over de vermoorde Corine Bolhaar en haar twee kinderen werd de zaak wapenhandelschandaal waarbij de zoon van oud-president Mitterrand onder invloed van een uitzending van Peter R. de Vries hervat – hetgeen is betrokken. We zouden kunnen zeggen dat de research neerkomt leidde tot een veroordeling, 22 jaar na de moorden.9 In de controle- op burgeropsporing met dien verstande dat van de vruchten van het onderzoek eerst verslag wordt gedaan in de journalistieke berichtgeving ongeacht of de politie en justitie daar eerst van op de hoogte worden 8 Zie L. van Noije en K. Wittebrood, Sociale veiligheid ontsleuteld, SCP 2008. gesteld. Die verslaglegging wordt vervolgens gelardeerd met commen- 9 HR 21 november 2006, NJ 2007, 543 m.nt YB 42 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 43
  • 24. taar, waardoor politiek en justitie een indruk krijgen van de urgentie Maandag 22 september TF1, prime time: L’Affaire Bruay-en-Artois, een nagespeelde echte van het aangedragen onderwerp.10 moordzaak uit 1972. Hoewel de door onderzoeksjournalisten opgediepte politiek-financiële Maandag 22 september France 3, prime time – Cour d’assises: crimes et châtiments’, schandalen tot politieke interventies leidden, is dat veel minder het geval een documentaire over leden van de jury. met commune strafzaken. De Franse politiek is minder geïnteresseerd Dinsdag 23 september, France 2, late night – Faites entrer l’accusé, een uitzending waarin in lopende strafzaken dan de Nederlandse politiek. Wel komen er vaker een strafdossier van een reeds opgeloste strafzaak (een pedofiliekwestie uit 2003) wordt behandeld. dan in Nederland processen voor tegen journalisten en boekenschrij- vers. Dat zit als volgt. Er is een levendige traditie om achtergrond- Vrijdag 26 september,Canal+, late night – Henri Curiel, un crime politique, documentaire over verhalen van strafzaken te maken. Serieuze sterverslaggevers als een onopgeloste politieke moord uit 1978. Pascale Robert-Diard (Le Monde) beschrijven dan met een bijna literaire Zaterdag 27 september, France 3, late night – Affaires classées, ook een uitzending waarin pen de dialoog tussen rechter en verdachte en vragen die rijzen over een strafdossier van een reeds opgeloste strafzaak (een moord uit 1993) wordt behandeld. de totstandkoming van het bewijs. Maar onder de noemer ‘faits divers’ Zondag 28 september, M6, prime time – Zone interdite, een programma waarin twee uur waartoe ook de misdaadverslaggeving wordt gerekend, publiceren wordt meegelopen met een ‘mythique brigade criminelle du 36, quai des Orfèvres’. regionale kranten en het glossy Paris Match de bloederigste details – sommige gestaafd met foto’s van de crime scene, jeugdfoto’s van de Voor al die programma’s moet diepgaand onderzoek zijn gedaan. dader en foto’s van de laatste zonvakantie van het slachtoffer. En dat Het meest treffen we uitgebreide reportages aan over zaken die al leidt dan tot strafzaken die met een action civile beginnen (naar aanlei- geheel zijn opgelost en berecht. Een soort reconstructie dus van ding van beweerde strafbare feiten op grond van het mediarecht) en tot daad, opsporing en berechting. Populair is ook het ‘reality-format’. korte gedingen tegen publicaties. De rechter toetst in deze procedures Journalisten mogen een dag mee met een recherche-eenheid, een uitvoerig de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, de diepgang van week officieren van justitie vergezellen of een ochtend invallen doen het journalistieke onderzoek en recht op hoor- en wederhoor. met het arrestatieteam. Opvallend is hoezeer in vergelijking met Nederland misdaadverslag- De Franse situatie leert ons dat Nederland op dit vlak niet voor een geving ook een plaats inneemt op de televisie. Zeker, naast Peter R. uniek probleem staat. Met enige jaloezie kijk ik naar de onderzoeks- zijn er ten onzent meer programma’s over misdaadverslaggeving. Maar journalistiek over de witteboordencriminaliteit. Dit type journalistiek is bij de frequentie in Frankrijk is groter en er zijn meer genres. In de tv-gids ons zeldzaam, maar bij gebrek aan parlementaire belangstelling voor dit van 22-28 september 2008 telde ik zes ‘real crime’ programma’s, soort thema’s broodnodig. Maar ik kan niet ontkennen dat het Franse waarvan de helft op prime time werd uitgezonden en we aan een duur journalistieke activisme ook nadelen toont. Een goed voorbeeld waarin van minstens 90 minuten moeten denken. een ‘faits divers’-onderzoek letterlijk of figuurlijk bezweek onder alle media-aandacht is het geval van de Petit Grégory. 10 Over agendasetting en ontijdige maatschappelijke oordeelsvorming schreef ik Media en de parlementaire enquête opsporingsmethoden, in: A. Ellian en I.M. Koopmans (red.), Media en strafrecht, Kluwer 2001. 44 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 45
  • 25. Het ging om de moord in 1984 op een vierjarig jongetje Grégory Villemin in een klein dorpje reguliere opsporing in de weg lopen en bijdragen aan een afnemende in de Vogezen. Een invasie van journalisten volgde en de media schiepen een hysterische kwaliteit van de opsporing. 2. Men vreest dat burgers derden sfeer. De politie houdt de zwager van de vader aan. Kort nadat deze weer is vrijgelaten, wordt hij door de vader doodgeschoten. Die had in de media verklaard, dat als de justitie haar werk benadelen, zoals in de zaak van petit Grégory. 3. Men vreest een verlies niet deed, hij dat wel zou doen. De vader wordt later tot (slechts) 5 jaar cel veroordeeld voor aan gezag voor politie en justitie ten gevolge van burgeropsporing. deze moord. Vervolgens wordt de moeder op grond van grafologisch onderzoek aange- Ik zal deze drie punten nader uitwerken. houden en kort daarop weer vrijgelaten. De beroemde schrijfster Marguerite Duras schrijft in een landelijk dagblad een openbare aanklacht tegen haar zonder al teveel van de feiten van Laat ik vooropstellen dat het eerste punt – de storingsfactor – reëel het onderzoek te kennen. Geleidelijk aan wordt de moeder steeds meer beschreven als een is. Het is nu al zo dat de druk die uitgaat van slachtoffers of nabe- diabolische manipulator. In 1993 zal ze buiten vervolging worden gesteld. In 2001 wordt het staanden, van indirect getroffenen of zelfs het grote publiek ietwat onderzoek zonder succes heropend. Als voorlopig besluit van de affaire du Petit Grégory wordt de Franse Staat in 2004 veroordeeld voor faute lourde (een administratiefrechtelijke onrecht- storend kan werken. Politie en justitie worden steeds vaker geacht tekst matige daad), in een procedure aangespannen door de ouders. Het onderzoek is dermate en uitleg te geven in onderzoeksfasen waarin zij dat niet noodzakelijk slecht verricht, dat de Franse Staat schuldig is aan een série de faits traduisant l’inaptitude du willen. Dat kost tijd aan woordvoering. Dit aspect is evenwel in zoverre service public de la justice à remplir la mission dont il est investi.11 te relativeren dat het OM blijkens de nieuwe richtlijnen op dit gebied principieel hebben gekozen voor een ‘alert en assertief voorlichtings- Die zaak riep minstens drie vragen op die illustratief zijn voor de beleid’: dat vergroot het vertrouwen in en de legitimiteit van OM en gevaren van de rol van de media in de dramademocratie. Is de kwaliteit politie.12 Natuurlijk: het OM moet zich voegen naar de eisen van de van het opsporingsonderzoek afgenomen als gevolg van de activi- drama-democratie. Toch kunnen er hinderlijke neveneffecten ontstaan. teiten van de journalisten? Is de vader – die een vrijgelaten verdachte Wat gebeurt er met zo’n dorpje als het dorp van de petit Grégory – doodschoot – door de media tot zijn emotionele daad gebracht? Is de maar we kunnen ook denken aan Aruba of Bonaire – wanneer daar een moeder onschuldig als dader aan de schandpaal genageld door het zwerm journalisten opduikt? En meer van justitiële aard is de hinder commentaar van een beroemde schrijfster die de feiten onvoldoende die ontstaat als derden bijvoorbeeld via de media en onbedoeld komen had geverifieerd? De laatste twee vragen sluiten naadloos aan bij wat te beschikken over daderkennis. Dat kan zelfs gevaarlijk zijn vanwege ik hiervoor kenmerkend noemde voor de ontwikkeling van de media in het verschijnsel dat veel media-aandacht voor grote zaken wonderlijk de dramademocratie: minder verificatie, meer emotie en commentaar. genoeg ook leidt tot vrijwillige valse bekentenissen. Ook ander onder- zoek kan hierdoor worden beïnvloed. Druk uit de samenleving heeft Wat is er eigenlijk mis met burgeropsporing? effect op de prioritering van onderzoek.13 De media kunnen bijdragen Dat brengt me dan bij de kern van deze beschouwing: de behandeling aan een soort moral panic waardoor men aan ander onderzoek minder van de vraag wat er mis is met burgeropsporing? Ik denk dat drie typen toekomt.14 Ik verbeeld me dat dit een van de redenen is waarom in argumenten zijn te onderscheiden. 1. Men vreest dat burgers bij de 12 Aanwijzing voorlichting en opsporing 2007/A017 11 Berichtgeving uit L’Alsacien, L’Humanité, Le Monde; en verder M. Chavannes, Wraak 13 C.J. de Poot, R.J. Bokhorst, P.J. van Koppen, E.R. Muller, Rechercheportret, Kluwer 2004, aan de Vologne, in: NRC Handelsblad 18-12-1993. Over de kwalijke rol van de media in de p. 326. affaire schreef Laurence Lacour, Le Bûcher des innocents, Plon, Parijs 1993, herdruk 2006 14 Michael Tonry, Thinking about Crime, Oxford UP 2004, p. 86; David Garland, The Culture (en verfilmd voor de tv). of Control, Oxford UP 2001, p. 172. 46 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 47
  • 26. Nederland zo buitengewoon weinig aan witteboordencriminaliteit wordt onrechtmatigheden is inmiddels een zekere jurisprudentie ontwikkeld gedaan. Natuurlijk zijn er ook andere factoren in dat verband van belang die door Sven Brinkhoff op een rij is gezet. Deze inventarisatie is even- (gebrek aan expertise bij politie en OM), maar een individueel slacht- eens in deze bundel opgenomen. offer waarvan het betraande gezicht in alle huiskamers te zien is, heeft Heel kort samengevat komt de juridische stand van zaken op het meer impact dan duffe opnames van kasregisters. volgende neer. Strafbare feiten die in het kader van burgeropsporing Niettemin meen ik dat deze problemen moeten kunnen worden worden gepleegd, blijven strafbare feiten. Inbraak (art. 138 en 311 Sr), ondervangen. Professionele woordvoerders kwijten zich tegenwoordig het maken van illegale opnamen (art. 139a-d Sr), heimelijk fotograferen heel behoorlijk tot uitstekend van hun taak; men is zorgvuldig in het of filmen (art. 139f Sr), vrijheidsberoving (art. 282 Sr), het bedreigen bepalen wat wel en wat niet naar buiten komt. Het is zelfs zo dat de of chanteren van mensen teneinde dingen te vertellen (art. 284-285 vraag steeds interessanter wordt of en zo ja in welke mate de politie Sr), verduistering (art. 321 Sr) en niet in de laatste plaats heling, het zelf de media gebruikt. Via het programma Opsporing Verzocht gebeurt uit misdrijf verkregen goed voor handen hebben (art. 416 Sr)– het zijn dat op transparante manier. Maar er wordt zoveel uit politiedossiers evident verboden methoden waarvan een burgeropspoorder zich dus naar de media gelekt, dat je je soms afvraagt of dat niet gebeurt met de niet mag bedienen.16 Ze komen wel voor. Een voorbeeld is een zaak bewuste bedoeling om ‘reuring’ teweeg te brengen in de onderwereld. waarin een creditcard-maatschappij medewerkers op pad stuurde En wat betreft de vraag of politie en justitie wel de juiste prioriteiten om vermoedelijke fraudeurs te achterhalen en ontmaskeren. Deze stellen lijkt het probleem uiteindelijk minder te liggen bij de massamedia medewerkers bleken zich onder meer te hebben schuldig gemaakt dan bij politici en leidinggevenden voor wie het moeilijk is het minder aan uitlokking van diefstal (uit de brievenbussen van de fraudeurs) spectaculaire onderzoek te beschermen tegen de waan van de dag. en illegaal maken van geluidsopnames.17 De meeste (bijzondere) opsporingsmethoden waarover de politie kan beschikken worden Onrechtmatigheden tegen derden gespiegeld in deze aan de burgers verboden feiten. Als we ons wat dit Het tweede probleem krijgt doorgaans de meeste aandacht: burger- betreft zorgen maken over burgeropsporing, is nadere strafbaarstelling opsporing kan leiden tot onrechtmatigheden jegens derden. We zagen niet nodig. Nu zijn er twijfelgevallen en in zijn eerder aangehaalde tekst al de akelige situatie dat de moeder in de zaak van petit Grégory aan de heeft Brouwer juist die twijfelgevallen aangewezen. Iemand langdurig schandpaal werd genageld. Iets dergelijks – maar op een veel kleiner heimelijk volgen op een openbare weg vergt soms – namelijk op grond niveau hebben we in Nederland meegemaakt naar aanleiding van een van een interne OM-richtlijn in geval gebruik wordt gemaakt van een steekpartij in Scheveningen. Nadrukkelijk overweegt de rechtbank in video-apparaat – een observatiebevel als de politie het doet, terwijl die zaak dat verdachte die had geprobeerd de zaak te beëindigen zich een particulier het zo maar mag. En het verhoor van een verdachte niet schuldig heeft gemaakt aan enig feit dat hem ten laste is gelegd. Die ongebruikelijke formulering – er staat niet louter dat er wordt vrij- gesproken – is ingegeven door het feit dat verdachte door alle media- aandacht door de publieke opinie reeds was veroordeeld.15 Over de 16 Voorbeelden van bedreiging of chantage zijn ons overigens niet onder ogen gekomen. 17 HR 1 juni 1999, wAAe 2000 (2): 117-121 (Particuliere opsporing); ook opgenomen in A.B. Hoogenboom e.a. (red.), Privatisering van toezicht en opsporing, Vermande, 15 Rb Den Haag 18 oktober 2007, LJN BB5930 Den Haag 2000: 139-144. 48 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 49
  • 27. kent inderdaad de voorwaarde dat de politie de cautie geeft (en sinds volgens het Hof niet nodig om de door hem beweerde misstand aan kort soms een band laat meelopen), terwijl een particulier zomaar een de kaak te stellen.19 praatje kan aanknopen. Dat zijn geen verschillen waar ik erg warm van De bijzondere omstandigheden aangaande art. 139f Sr gelden niet voor word, maar ik zie het punt van Brouwer wel. Zelf zou ik eerder hebben de andere strafbepalingen waar burgeropspoorders zich schuldig aan gedacht aan hoogwaardige datamining waar particulieren toe in staat kunnen maken. Toch komen ook andere vervolgingen zelden voor. Ik zijn en de politie zelden of nooit aan toekomt. Maar meer nog zou ik herinner me bijvoorbeeld geen gevallen na 1996, waarin journalisten hebben gedacht aan het volgende. die gebruik maken van kennelijk gestolen of met schending van een De vervolging van strafbaar gestelde methoden komt niet – of uiterst geheimhoudingsplicht (verg. art. 273 Sr) verstrekte stukken, wegens sporadisch – voor. Dat is nog te begrijpen als het om heimelijk filmen heling werden vervolgd.20 Wel was er een recenter geval waarin de gaat. In het betreffende art. 139f Sr is als vereiste opgenomen dat auteur van een boek zich (93 keer) voordeed als een ander om mogelijk het filmen wederrechtelijk geschiedt en dat is vooral gebeurd met misbruik te maken van het vertrouwen waarop het bancaire systeem het oog op de overweging dat de vrije nieuwsgaring kan betekenen van automatische incasso is gebaseerd. Hij werd onder meer wegens dat het filmen niet wederrechtelijk was. Of in een concreet geval de valsheid in geschrift vervolgd en schuldig verklaard zonder oplegging vrije nieuwsgaring inderdaad het zwaarst moet wegen, is een kwestie van straf. Daarmee volgde het Hof een eerder geval van een journalist waarover in de Leidraad van de Raad voor de journalistiek het volgende die wilde uitzoeken of de controle van overheidswege bij de uitgifte is geschreven: “De journalist publiceert geen foto’s en zendt geen van rijbewijzen adequaat was en zich daarbij van een valse naam had beelden uit die zijn gemaakt van personen in niet-algemeen toegan- bediend. Noch diens beroep op het journalistieke privilege, noch op kelijke ruimten zonder hun toestemming, en gebruikt evenmin brieven het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid ging op. Ook hij was en persoonlijke aantekeningen zonder toestemming van betrokkenen” schuldig verklaard zonder oplegging van straf.21 Als er dus in een geval (art. 2.4.3). Maar de Raad is van oordeel dat de journalist van deze van burgeropsporing vervolgd wordt wegens de gebruikte onderzoeks- norm kan afwijken als een gewichtig maatschappelijk belang dit recht- methodes, blijkt de rechter nogal weinig lust te hebben een straf op vaardigt en hetzelfde doel op geen andere manier bereikt kan worden.18 te leggen. Het zijn terechte maatstaven die zo zacht zijn, dat je er ogenschijnlijk De belangrijkste voorbeelden van vervolging die wij hebben kunnen weinig aan hebt. Toch hanteerde het Hof Leeuwarden dezelfde norm vaststellen waren gevallen waarin de vruchten van burgeropsporing toen het undercover-journalist Alberto Stegeman veroordeelde tot werden gepubliceerd in de media. Dan ging de vervolging dus niet om 1000 euro wegens het heimelijk filmen in een woning. Die methode was het gebruik van verboden methoden, maar om smaad o.i.d. 19 Hof Leeuwarden 24 juli 2008, NJFS 2008, 202, LJN: BD8528. 18 In de Code voor de journalistiek van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren 20 De Rechtbank Amsterdam 2 januari 1996 liet twee journalisten vrijuit gaan aan wie staat onder 20. “De journalist publiceert geen tekst of foto’s en zendt geen audio-opnames gestolen diskettes van een officier van justitie in handen waren gespeeld en die deze in of beelden uit die zijn gemaakt van personen in privé-situaties zonder toestemming van de hun programma hadden getoond. betrokkene, tenzij met de publicatie een groot maatschappelijk belang is gediend” 21 Hof Amsterdam 8 maart 2005, LJN AS9143 resp. HR 27 juni 1995, NJ 1995, 711. 50 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 51
  • 28. Soms wordt overigens niet strafrechtelijk opgetreden, maar kiest vervolging van grove inbreuken op de privacy door de burgeropspoor- een betrokken partij de civielrechtelijke weg. Een voorbeeld is het ders en voor de introductie van een geclausuleerd verbod aan de over- geval waarin een vordering tot rectificatie tegen een programma van heid om te profiteren van onrechtmatige burgeropsporing. Hij schrijft: Peter R. de Vries (uit 2004) door de Amsterdamse politie en een “Handelt de opsporende burger strafrechtelijk onrechtmatig, dan zou inspecteur van politie gedeeltelijk werd toegewezen, omdat niet alle ten eerste dat materiaal niet mogen worden gebruikt dat met een grove aantijgingen aan het adres van de politie en de betreffende inspecteur inbreuk op het recht op privacy en op een haast professionele wijze is eenduidig steun vonden in de feiten.22 Maar ook in de civiele praktijk vergaard. Ten tweede dient het materiaal terzijde te worden gelegd dat lijkt het eerder te gaan om bezwaren wegens publicatie dan wegens verkregen is door het schenden van de lichamelijke integriteit of het het toepassen van onrechtmatige methoden. dreigen hiermee.” Dat lijkt een verstandige benadering. Een extra over- weging zou kunnen zijn dat de politie dan ook niet in de verleiding komt Het gebruik van de vruchten om onrechtmatige opsporingsmethoden te ‘outsourcen’ naar burgers. Een ook door Brouwer uitdrukkelijk aan de orde gestelde volgende Toch zit ik een beetje met deze oplossing. Laten we eens een ogen- vraag is wat het Openbaar Ministerie aanmoet met de vruchten schijnlijk gemakkelijke casus nemen. Het kind van Piet is gekidnapt. van onrechtmatig optreden van burgers. Kan de officier van justitie Hij komt de kidnapper op het spoor en slaat deze man – die niets wil door een burger toegespeeld materiaal voor het bewijs gebruiken? zeggen over de verblijfplaats van het kind – op zodanige wijze dat Doorslaggevend blijkt – o.m. als gevolg van jurisprudentie van het dit onbetwist als foltering is aan te merken. De kidnapper vertelt dat Europese Hof voor de Rechten van de Mens – of (en zo ja, in welke het kind dood is en wijst de plaats aan waar het lichaam is te vinden. mate) de autoriteiten de burgeropsporing hebben aangestuurd. Is er Daarmee is doorslaggevend bewijs tegen de kidnapper/moordenaar sprake van een sturende of faciliterende rol van politie of justitie dan geleverd, dat is gebaseerd op foltering door Piet. Natuurlijk kan Piet kan de rechter besluiten tot bewijsuitsluiting. Maar ook hiervan zien worden vervolgd voor foltering, zoals ook de vader van le petit Grégory we in de praktijk bijzonder weinig voorbeelden. Rechtsvergelijking met werd vervolgd voor moord. Maar zouden we het bewijs moeten de situatie in de VS of België suggereert dat het van een bijna onver- uitsluiten? Het gaat nota bene om foltering – een schending van art. 3 antwoord idealisme getuigt, als men zou menen dat dit wat betreft het EVRM ten aanzien waarvan is vol te houden dat de lidstaten de posi- rechterlijk optreden anders zou kunnen. tieve verplichting hebben deze tegen te gaan. Is profijt van de foltering Onrechtmatige burgeropsporing leidt niet of nauwelijks tot vervolging dan niet (zoals Brinkhoff ook suggereert) uit den boze? Het Europese en evenmin tot bewijsuitsluiting – hoewel beide juridisch-theoretisch Hof vond laatst van niet in een casus waarin niet de vader folterde, maar mogelijk zijn. Het lijkt me goed om even stil te staan bij de wenselijk- een politiefunctionaris dreigde met foltering.23 Bij dat oordeel speelde heid van deze stand van zaken. Brinkhoff heeft in zijn studie gepleit voor echter een grote rol dat er wel een vervolging tegen de folteraars was ingesteld. Het zou ook wel heel onverkwikkelijk zijn als de moorde- 22 Rb. Amsterdam 30 september 2004, LJN: AR3019. Een uitzonderlijk geval waarin een wetenschapper (die voor de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden had gerapporteerd) deed zich voor in HR 28 juni 2002, LJN AE1544. 23 EHRM 30 juni 2008 (Gäfgen v. Germany). 52 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 53
  • 29. naar zijn straf ontliep omdat de vader hem had geslagen! Als deze gebruiken. Maar ten aanzien van het aanvaarden van hulp van de zijde benadering al voor foltering door een burger opgaat, zal hij helemaal van particulieren die hun wettelijke grenzen hebben overschreden denk gelden voor inbraak en andere inbreuken op de privacy die een burger- ik dat een herstel van de morele functie van het OM wel op zijn plaats opspoorder toepast. De conclusie lijkt helder: vaker straffen, maar geen is. Ik meen me te herinneren dat de tot nu toe door mij zo geroemde bewijs uitsluiten (ondanks het profijtargument)! Peter R. de Vries ook een keer een programma heeft gemaakt, waarin Nu zouden we de vraag kunnen stellen of het OM wat dit betreft hij jonge mannen die eruit zagen als tieners min of meer als lokvogels de taak van de rechter moet overnemen en zelf het bewijs uitsluiten voor een pedoseksueel inzette. Deze man is toen naar een afgesproken van het onderzoek. Er is iets voor te zeggen, dat het OM als filter zou plaats gegaan met het kennelijk doel daar verboden seks te bedrijven. moeten fungeren voor de aanbrengers van delicten. Het argument Hij is overigens niet vervolgd. Terecht niet (nog los van de vraag is al door W. Boot in 1885 – 123 jaar geleden – naar voren gebracht waavoor dan wel). Soms moet worden gezegd: “Zo doen we dat niet dat het openbaar ministerie is ingesteld om vervolging uit particuliere en dat heeft gevolgen”. wraakzucht te voorkomen. “Daarmee is onverenigbaar dat het open- Maar als het OM dan ondanks de daartoe niet verplichtende recht- baar ministerie – zoals bij aanvaarding van het legaliteitsbeginsel s– spraak soms zelf moet besluiten de vruchten van onrechtmatige gedwongen zou zijn <op alle klachte eene vervolging in te stellen, zelfs burgeropsporing niet te gebruiken, kunnen we ook een andere vraag op de onbeduidendste, op die welke niet onmiddellijk de algemeene stellen. Is de vanuit een juridische logica zo aannemelijke conclusie dat rechtsorde raken en die vaak geen ander doel hebben dan om particu- onrechtmatige burgeropspoorders vaker moeten worden vervolgd dan liere hartstocht of wraakzucht te voldoen>”.24 Wees gerust, ik grijp deze ook wel zo juist? Dat is een beduidend kwestieuzere conclusie dan hij gelegenheid niet aan om nog eens te fulmineren tegen de vervolging lijkt als we louter uitgaan van duidelijke, scherpe voorbeelden. En dat van flutdelicten. Vanuit deze redeneerlijn is evenwel te betogen dat het heeft te maken met het derde probleem van burgeropsporing in de OM ook als filter moet fungeren voor gevallen waarin het de inbreuk dramademocratie. van de burgeropspoorder niet in verhouding vindt staan tot het door de inbreuk bekend geworden delict. De door onrechtmatige burger- Het verlies aan gezag opsporing ontdekte verdachte moet alleen worden vervolgd als daarmee Het derde probleem waar burgeropsporing ons voor stelt, brengt een groot maatschappelijk belang wordt gediend. Dat eist overigens ons terug bij de dramademocratie. Het is ontegenzeggelijk zo dat wel dat het OM bereid is bij dit soort zaken minder in termen van beleid journalistiek en wetenschappelijk onderzoek kan leiden tot politieke te denken dan in termen van controle in individuele zaken. Er zullen of juridisch relevante kritiek. Programma’s van Peter R. de Vries hebben ongetwijfeld gevallen zijn dat het delict dermate ernstig is, dat je als OM zowel geleid tot kamervragen als tot de heropening van het onder- wel degelijk het onrechtmatig verkregen, aangeleverde burgerbewijs wilt zoek in de Puttense moordzaak. De boeken van Van Koppen over de Schiedammer parkmoord en Derksen over Lucia de B. hebben eveneens een indringende betekenis gehad. Er is echter ook ander 24 Aangehaald door J. Simmelink, Rondom de vervolgingsbeslissing, in M.S. Groenhuijsen onderzoek geweest dat achteraf geen gevolgen had. Het interview en G. Knigge (red.), Afronding en verantwoording. Onderzoeksproject Strafvordering 2001, met de ‘undercover partner’ van Peter R. de Vries in de Hollowayzaak Kluwer 2004, p. 192-193. eindigde voorshands toch vooral in een deceptie. De veronderstelde 54 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 55
  • 30. dader die een bekennende verklaring leek af te leggen, moest vanwege beelden van de twee van Putten – typische Hollandse jongens – en de gaten die in die verklaring zaten toch weer op vrije voeten worden de uit een auto stappende, verlegen glimlachende ten onrechte gesteld.25 Onderzoek van Van Koppen in het kader van het Maastrichtse veroordeelde Kees B. – een slachtoffer-winnaar. Die beelden en de project gerede twijfel leidt dikwijls wel tot kritiek op zwak gemotiveerde daarbij passende commentaren lijken steeds opnieuw te bevestigen dat vonnissen of ogenschijnlijk feilen in het opsporingsonderzoek, maar onschuldige individuen worden vermalen door te wantrouwen instel- bepaald niet altijd tot harde aanwijzingen dat onschuldige mensen lingen. In die gevallen waren de veroordeelden inderdaad slachtoffer zijn veroordeeld. van een ernstig ongeluk, maar daaruit kun je niet de conclusie trekken Het is een goed verdedigbare stelling, dat het belang van dergelijk dat er ‘van alles mis is’, zoals de dramademocratie het wil. Natuurlijk zijn onderzoek schuilt in het aantonen van de slechte onderbouwing van er inmiddels ook andere zaken die de wenkbrauwen deden fronsen: vervolging en veroordeling. Het past immers in de dramademocratie Lucia de B., de Deventerkwestie, de Enschedese ontuchtzaak, de dat door aantijgingen van beweerde slachtoffers van onrecht en door Amsterdamse butler en zo nog een stuk of tien. Voor dat soort inci- onderzoek en commentaar van zich in het publiek uitende intellectuelen denten moeten wij niet de ogen sluiten. Zij kunnen inderdaad voor iets permanent controle wordt uitgeoefend op de activiteiten van de groters staan en dan gelden de woorden van John F. Kennedy na de executieve. Deze benadering heeft evenwel een prijs. Juist omdat in Varkensbaai: “An error doesn’t become a mistake until you refuse to Putten, Schiedam en (vermoedelijk) Lucia de kritiek op de kwaliteit correct it”.27 van opsporing, vervolging en berechting gepaard bleek te gaan met De signalen die in de dramademocratie naar boven komen, vergen onterechte veroordelingen, draagt dergelijk onderzoek sterk bij aan een reactie. Overheidsinstellingen zullen open moeten staan voor kritiek, een aantasting van het vertrouwen van het publiek in politie en OM. zoals het Openbaar Ministerie heeft gedaan toen het besloot onderzoek In de dramademocratie wordt de kritiek op de kwaliteit van de proce- in de Schiedammer parkmoord te laten verrichten. De dramademocratie dure al snel gelijk gesteld aan kritiek op het product. En dat is niet altijd dwingt ons te leren omgaan met emotionele aantijgingen en doorwrocht terecht: als een vonnis slecht is gemotiveerd of slecht is te begrijpen onderzoek. Op dit moment lijkt het soms de justitie – de overheid in hoeft dit niet te impliceren dat het ook teweeg heeft gebracht dat een het algemeen – aan de daartoe benodigde veerkracht te ontbreken. onschuldige achter de tralies zit. Sommigen sluiten liever de ogen dan dat zij van incidenten willen leren; Niettemin kan de ‘hypnotische kracht van herhaling’ die we in de zij vragen zich af of bepaalde kwesties nu wel moeten worden onder- media tegenkomen leiden tot een gestuurd vals geheugen.26 Bij velen zocht. Daarbij speelt misschien een rol dat er onder politici en juristen leeft inmiddels de vaste veronderstelling dat er van alles mis is met nog wel erg sterk gedacht wordt: als een fout is gemaakt, moeten er de stand van het Nederlandse strafrecht. Ik geloof daar niets van en mensen hangen. Men accepteert pech niet als factor; men accepteert beschouw die opvatting als een gevolg van de kracht van de herhaalde een collectieve verantwoordelijkheid van een heel systeem waarin 25 En ook over de juistheid daarvan is dan weer discussie. 26 Edward Timms, Waarheid en journalisme. Over Karl Kraus, in Nexus 2008 (nummer 50), 27 Carol Tavris en Elliot Aronson, Mistakes were made (but not by me), p. 204-218. Harcourt 2007, p. 218. 56 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 57
  • 31. niemand op het juiste moment ‘nee’ zei, niet als factor; men wil een wel terecht gebruik wil maken van de gegevens waarover het publiek aanwijsbare zondebok. onder meer dankzij technische hulpmiddelen beschikt, kunnen die Het zelfreinigend vermogen van politie, justitie en zeker ook de middelen ook tegen haar worden gebruikt. De video-opname van een rechterlijke macht is gewoonweg nog niet zo groot. Recent ben ik er overval in een winkel kon via Opsporing Verzocht worden verspreid, nog eens op gewezen hoe anders dit is in ziekenhuizen – traditioneel maar het filmpje van het aftuigen van Rodney King ook. ook closed shops. Maar daar is het steeds gebruikelijker dat inci- Dat neemt niet weg dat er bezwaren kleven aan de burgeropsporing. denten – bijvoorbeeld leidend tot overlijden op de operatietafel – Waar we van de overheid nog een zekere professionaliteit mogen worden geëvalueerd onder vakgenoten. Was het onvermijdelijk, was verlangen zich niet te zeer erdoor te laten hinderen, kan niet ontkend het pech, heb je iets over het hoofd gezien, ben je echt stom bezig worden dat burgeropspoorders zich aan onrechtmatigheden kunnen geweest? Het feit dat de evaluatie onder medici intern geschiedt, is schuldig maken. Soms door de gebruikte methoden en soms doordat overigens wel principieel anders dan in gevallen waarin burgerop- ze te lage eisen stellen aan verificatie en distantie en zich teveel laten sporing leidt tot publieke kritiek. Maar we kunnen dit ook omkeren. meeslepen met de emoties van een slachtoffer of het commentaar van Naarmate de twijfel over het zelfreinigend vermogen van het systeem een pundit. In de praktijk wordt tegen onrechtmatige burger-opsporing groter is, is het logischer dat men in de controledemocratie harder roept niet of nauwelijks opgetreden. Dat is hooguit anders voor zover de om inzicht. En dat men meer zelf onderzoek gaat doen. En eventueel burgeropsporing wordt afgesloten met activiteiten die aan smaad of meer met aantijgingen aankomt die niet geheel gesubstantiveerd zijn. eigenrichting doen denken. Wat dat laatste betreft is het opvallend dat we in Frankrijk televisie- Wat betreft de gedachte dat men frequenter zou moeten overgaan programma’s zien waar dossiers worden nagespeeld. Dat kan daar – tot vervolging van journalisten en andere burgeropspoorders, aarzel ik. men kan achteraf zien wat er is gebeurd. Het idee dat een journalist bijvoorbeeld als heler zou moeten worden beschouwd zodra hij iets publiceert uit een ‘gevonden’ dossier – wat Conclusie hem ongetwijfeld is toegespeeld door iemand die zijn geheimhoudings- Hoe moeten we omgaan met burgeropsporing in de dramademocratie? plicht schond – spreekt mij niet aan. Het belang van de – ook door De rol van de media heeft onze politiek veranderd. Die media werden Grondwet en EVRM beschermde – vrije nieuwsgaring is daarvoor niet emotioneler en minder geneigd tot verificatie van wat werd opgenomen. alleen te groot. Het is zelfs essentieel in de (negatieve) controledemo- Maar de emotionele aantijgingen die via de media bekend konden cratie. Dat neemt niet weg dat er in gevallen waarin de journalistiek worden en de commentaren van publieke intellectuelen droegen wel en/of de burgeropsporing evident onder de maat is, terwijl ze wel wordt bij aan een verandering in de politiek van de dramademocratie. In de afgesloten door negatieve publiciteit over derden wat mij betreft keihard dramademocratie is burgeropsporing (naar incidentele missers) een mag worden opgetreden. Ook de dramademocratie mag geen pruts- vorm van directe controle op onze politieke en justitiële instellingen. werk legitimeren waar anderen schade van ondervinden. Dat burgers – of het nu wetenschappers, journalisten of nog anderen Toch ben ik van mening dat het OM iets vaker zou kunnen overgaan zijn – zich bezighouden met opsporing, is te beschouwen als een tot vervolging van journalisten, maar liever nog tot het seponeren van sequeel van het feit dat de overheid zelf de burgers uitnodigt om aan door burgeropsporing aangedragen zaken waaraan ernstig onrecht- de veiligheid bij te dragen. Maar waar de overheid dus misschien ook matig optreden ten grondslag ligt. Wat dat laatste betreft is er weinig 58 BURGEROPSPORING IN DE DRAMADEMOCRATIE | Prof. mr. Ybo Buruma 59
  • 32. verschil met gevallen waarin het materiaal dat aan de politie/justitie wordt toegeleverd is gebaseerd op anonieme bronnen, of waarbij het schort aan verificatie (door vergelijking met andere gegevens) en specificiteit (wilde aantijgingen). Ook bij die gevallen waarin de kwaliteit van de burgeropsporing te wensen overlaat, wordt niet onmiddellijk vervolgd, maar fungeert de officier van justitie als filter. De overheid moet zich in dit soort gevallen echter verder behoed- zaam opstellen. Kritiek op burgeropspoorders – en zeker vervolging van hen – kan immers al snel worden uitgelegd als pogingen om controle te weerstaan. Juist organisaties waarvan het zelfreinigend vermogen niet geweldig is, moeten beseffen dat het alleen maar afbreuk doet aan het vertrouwen van het grote publiek als men onderzoeksjournalisten en wetenschappers niet serieus neemt. Emotionele aantijgingen van slachtoffers en gedistantieerd onderzoek van journalisten en weten- schappers kunnen niet meer worden genegeerd in de dramademocratie. ‘Blaming the messenger’ – en dat doet men in geval van vervolging van de burgeropspoorder – is dan de op een na grootste fout die men kan maken. De grootste fout is evenwel als men blind de oplossingen van die slachtoffers, die journalisten of die wetenschappers volgt. Het is een ding om te reageren op een signaal en te onderzoeken of er iets mis is met de Deventer moordzaak of de veroordeling van Lucia de B. Het is iets anders om degenen die het signaal geven te volgen in de door hen gewenste conclusie. Er is immers een verschil tussen probleemanalyse en probleemoplossing. Eigenlijk is burgeropsporing iets heel moois: het leert de autoriteiten weer dat het niet gaat om beleid maar om zorg- vuldig nadenken in concrete zaken. 60
  • 33. BURGEROPSPORING Mr. Sven Brinkhoff 1 1. Inleiding Voorgeschiedenis De afgelopen jaren is door het openbaar ministerie (OM), in de persoon van de voorzitter van het College van procureurs-generaal Brouwer, meerdere malen gewezen op de toename van de participatie van burgers aan de strafrechtspleging.2 Brouwer doelt dan in het bijzonder op de gesignaleerde stijging van de zogenaamde burgerparticipatie en burgeropsporing. Onder burgerparticipatie wordt het door burgers meekijken en meedenken met de politie en het OM verstaan. In zijn toespraken laat Brouwer zich positief uit over burgerparticipatie: de opsporing van strafbare feiten kan zijns inziens niet zonder de mede- werking van burgers. De burgeropsporing, gedefinieerd als het door burgers verrichten van opsporingshandelingen, en het mogelijke gebruik van dergelijk materiaal in het strafproces, baart de voorzitter van het College van procureurs-generaal echter wel enige zorgen en noopt zijns inziens tot een bepaling van het standpunt van het OM hier- omtrent.3 Het onderhavige onderzoek geeft hier een eerste aanzet toe. 1 Mr. S. Brinkhoff is als promovendus en docent verbonden aan de vaksectie Straf- en Strafprocesrecht van de Radboud Universiteit Nijmegen. 2 Ik vermeld de toespraak van Brouwer op het symposium Media en Strafrecht d.d.14 december 2006, zijn Gonsalveslezing d.d. 15 februari 2008 en de door hem gehouden toespraak tijdens een bijeenkomst over justitie en journalistiek georganiseerd door MediaDebat in De Balie te Amsterdam d.d. 23 april 2008. De toespraken zijn terug te vinden op de website www.om.nl. 3 Zie in dit verband bijvoorbeeld ook T. de Roos, ‘Burgers, overheid, rechtshandhaving en eigenrichting’, Tijdschrift voor Criminologie 2000, p. 307 – 316. BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 63
  • 34. 1.2 Het onderzoek Bij de voor dit onderzoek relevante burgeropsporing moet onder meer Burgers participeren op vele manieren aan de opsporing en de straf- gedacht worden aan de onderzoeksjournalist die opsporingsmethodes rechtspleging in zijn geheel. Denk aan de talloze aangiften van strafbare hanteert, de ex-werknemer die bij zijn werkgever belastende stukken feiten, de vele getuigen die door politie, rechters-commissarissen en wegneemt en aan de politie overhandigt, de werkgever die zijn werk- zittingsrechters worden gehoord, de kwart miljoen mensen die in de nemers heimelijk filmt, de vrouw die een gesprek opneemt van een al afgelopen jaren de anonieme kliklijn Meld Misdaad Anoniem hebben te hitsige advocaat, de man die de uitkeringsfraude van zijn ex aan het gebeld om (vermeende) strafbare feiten door te geven en de vele licht brengt door relevante gegevens over te dragen aan de politie en reacties die wekelijks binnenkomen naar aanleiding van opsporings- de internetgebruiker die op de computer van een ander kinderporno berichtgeving in de media. Het onderhavige onderzoek richt zich echter aantreft. De eerder dit jaar door misdaadverslaggever Peter R. de Vries niet op dergelijke vormen van burgerparticipatie. Het richt zich evenmin vastgelegde ‘bekentenis’ in de zaak Holloway vormt een mooi voorbeeld op burgers die als informant door de Criminele Inlichtingeneenheid van de bedoelde burgeropsporing.6 Het gaat anders gezegd om door (CIE) van de politie worden gerund en in die hoedanigheid anoniem burgers uitgevoerde handelingen die, wanneer de politie ze verricht, informatie aanleveren over het criminele milieu. Onderzocht wordt als de toepassing van (bijzondere) opsporingsbevoegdheden hebben ook niet de bijstand die burgers, op verzoek van politie en OM, aan te gelden. de opsporing leveren door stelselmatig informatie in te winnen over In het geval de politie en het OM dergelijke opsporingsbevoegd- verdachten of door te infiltreren in criminele groeperingen.4 heden uit willen oefenen, zijn zij gebonden aan de wet. Ik doel hier met Het onderhavige onderzoek ziet wel op het door burgers (op eigen name op de wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden (Wet BOB).7 initiatief) verrichten van opsporingshandelingen en op de vraag welke Deze wet beperkt de mogelijkheid tot aanwending van dergelijke grenzen in het strafproces dienen te worden gesteld aan de gebruik- bevoegdheden, mede gelet op de onschuldpresumptie en het door art. making van de resultaten hiervan. Hierbij geldt de niet onbelangrijke 8 EVRM beschermde recht op privacy. Zo dient er voorafgaand aan de beperking dat het onderzoek zich niet richt op de specifieke uitoefening van deze bevoegdheden sprake te zijn van een verdenking problematiek van de bedrijfsmatig georganiseerde burgeropsporing, zoals die bijvoorbeeld door particuliere recherchebureaus, forensische accountants en interne rechercheurs van bankinstellingen wordt Den Haag: Sdu Uitgevers 2004 en W. van der Kolk, Particulier onderzoek en opsporing. uitgevoerd.5 Al komt deze vorm van burgeropsporing wel zijdelings aan Een (on)mogelijke combinatie?, Dordrecht: Stichting SMVP Producties 2006. de orde in onder meer de te bespreken jurisprudentie. 6 Zie Y. Buruma, ‘Onderzoeksjournalistiek’, NJB 2008, p. 435 en W.F. van Hattum, ‘Herziening ten nadele. Wat de kwestie Joran van der Sloot ons daarover kan leren’, NJB 2008, p. 682-684. 4 Deze bijstand door burgers aan de opsporing is geregeld in art. 126v Sv (burger- 7 Ik wijs hier op de volgende artikelen uit de Wet BOB: art. 126g Sv (de stelselmatige informant), art. 126w Sv (burgerinfiltrant) en art. 126ij Sv (burgerpseudo-koop). observatie al dan niet met gebruikmaking van een technisch hulpmiddel), art. 126j Sv 5 Voor een uitgebreide uiteenzetting over de bedrijfsmatige particuliere opsporing (het stelselmatig inwinnen van informatie), art. 126i Sv (het opnemen van vertrouwe- verwijs ik naar A.B. Hoogenboom, Particuliere recherche: een verkenning van enige ontwik- lijke communicatie met een technisch hulpmiddel) en art. 126m Sv (het opnemen van kelingen, Den Haag: Sdu Uitgevers 1988, J.D.L. Nuis e.a., Particulier speurwerk verplicht, telecommunicatie). 64 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 65
  • 35. van een misdrijf als omschreven in art. 67 lid 1 Sv of er moet een redelijk zelfs door de strafrechter voor het bewijs worden gebezigd. In dergelijke vermoeden bestaan dat dergelijke misdrijven in georganiseerd verband gevallen kan gezegd worden dat de politie en het OM profiteren van worden beraamd of gepleegd. Voorts is voor de toepassing van derge- het door de onrechtmatig opsporende burger verkregen materiaal. lijke bevoegdheden altijd een bevel van de officier van justitie benodigd. In het verband van het onderhavige onderzoek is het allereerst van In sommige gevallen moet zelfs de rechter-commissaris (r-c) vooraf- belang te bezien op welke manier een onrechtmatig opsporende burger gaand een machtiging verlenen. De officier van justitie en de r-c dienen civielrechtelijk dan wel strafrechtelijk wordt beperkt in zijn handelen. in dit verband bij hun onderscheidenlijk te maken afwegingen onder Voorts is de vraag legitiem in hoeverre door de politie en het OM mag meer te beoordelen of met het mogelijk inzetten van de opsporingsme- worden geprofiteerd van dergelijke begane onrechtmatigheden: zou thode wel voldaan is aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. de rechter of het OM zelf zich in een dergelijke omstandigheid niet Worden er niettemin door de politie en/of het OM vormen verzuimd enige beperkingen op moeten leggen? Om tot een beantwoording of onrechtmatigheden begaan, dan kan de rechter op grond van art. van deze vraag te komen, wordt onder meer bezien welke grenzen 359a Sv overgaan tot strafvermindering of in uitzonderlijke gevallen tot de jurisprudentie stelt aan de gebruikmaking van bedoeld materiaal bewijsuitsluiting en zelfs tot het niet-ontvankelijk verklaren van het OM. in het strafproces. Voorts wordt kort aangestipt hoe in Amerika en Geschetst wettelijke kader geldt niet voor de opsporende burger. België wordt omgegaan met deze problematiek. Ten slotte worden Deze kan dan ook veel gemakkelijker allerlei vergaande opsporingsme- aanbevelingen gedaan hoe de politie, het OM en de rechter in de thoden hanteren, zonder hierbij te worden ‘gehinderd’ door bijvoorbeeld toekomst om dienen te gaan met de onrechtmatig opsporende burger de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit, de onschuldpre- en het door hem verkregen materiaal. sumptie, het in art. 6 EVRM neergelegde recht op een eerlijk proces en het door art. 8 EVRM beschermde recht op privacy. Zijn handelen kan niettemin wel civielrechtelijke én strafrechtelijke consequenties met 2. Grenzen aan burgeropsporing zich mee brengen. In civielrechtelijke zin kan worden gedacht aan een in te stellen actie uit onrechtmatige daad ex art. 6:162 BW door degene 2.1 Bevoegdheden ten laste van wie de opsporende burger zijn handelingen verricht. In het Wetboek van Strafvordering treffen we maar zeer sporadisch Strafrechtelijk behoort een vervolging voor bijvoorbeeld overtreding van bevoegdheden aan die (weliswaar impliciet) aan burgers zijn toe- art. 139b Sr of art. 139f Sr tot de mogelijkheden. gekend. Dit is ook niet verwonderlijk nu het Wetboek van Strafvordering, Los van het bovenstaande dient zich een fundamenteel probleem aan bezien vanuit het strafvorderlijk legaliteitsbeginsel, ziet op het handelen wanneer de opsporende burger, die mogelijk (veel) verder is gegaan van de politie en het OM en op de formulering van de gevallen waarin dan de politie in een soortgelijk geval zou mogen, de resultaten van zijn zij dwangmiddelen kunnen inzetten en van (bijzondere) opsporings- onderzoek overhandigt aan de politie en het OM en er in het straf- bevoegdheden gebruik mogen maken. Het Wetboek van Strafvordering proces vervolgens ook gebruik van wordt gemaakt. De aldus aangele- biedt de burger in art. 53 lid 1 wel de mogelijkheid tot aanhouding verde informatie kan immers tot de start van een strafrechtelijk onder- van een verdachte bij ontdekking van een strafbaar feit op heterdaad. zoek leiden, onderdeel gaan uitmaken van het strafrechtelijk dossier en Met het voorgaande hangt nauw samen de in art. 55 lid 1 neergelegde 66 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 67
  • 36. bevoegdheid om in een dergelijke situatie ter aanhouding van de De onrechtmatigheid kan echter aan deze handeling ontvallen door de verdachte elke plaats, met uitzondering van onder meer een woning, aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. In de ogen van Kremer te betreden en de in art. 95 lid 1 gegeven bevoegdheid om tot inbeslag- zal daarvan eerder sprake zijn naarmate de informatievergaring strekt ter neming van daarvoor vatbare voorwerpen over te gaan. Deze bevoegd- verdediging van de eigen (rechtmatige) belangen van de opsporende heid tot inbeslagname is overigens wel beperkt tot de voorwerpen burger en/of ter openbaarmaking van onrechtmatig handelen van de die door de verdachte met zich worden gevoerd en omvat dan ook onderzochte. Een andere in de jurisprudentie waargenomen benadering niet een onderzoek aan de kleding of het lichaam van die verdachte.8 waar Kremer op wijst, is die waarbij de persoonlijke levenssfeer zelf Het handelen van de opsporende burger is verder niet (wettelijk) zodanig wordt ingeperkt dat aan een inbreuk daarop niet meer wordt genormeerd, evenmin worden hem nadere opsporingsbevoegdheden toegekomen. Een dergelijke situatie doet zich voor bij gedragingen die toegekend. In beginsel kan hij dan ook vrijelijk allerlei (vergaande) zich afspelen in een (min of meer) openbare ruimte, waarbij de betrok- opsporingsactiviteiten verrichten. In het navolgende zien we dat de kene een lagere privacyverwachting mag hebben.10 opsporende burger in zijn handelen niettemin wel civielrechtelijk én Een voorbeeld van de aanname van de bedoelde rechtvaardigings- strafrechtelijk kan worden beperkt. grond is te vinden in een arrest van de Hoge Raad van 9 januari 1987.11 In casu wordt een bijstandsmoeder te Edam gedurende een langere 2.2 Civielrechtelijke beperkingen periode door een buurman bespied. Hij registreert in het bijzonder haar Civielrechtelijk kan de opsporende burger in zijn handelen worden omgang met een man, met wie zij een relatie lijkt te hebben. Dit met het beperkt in het geval de persoon ten laste van wie de opsporingshande- oog op het mogelijk intrekken van de uitkering van de bijstandsmoeder. lingen zijn verricht hem voor de civiele rechter daagt wegens het plegen De buurman is echter ook de adjunct-directeur van de Gemeentelijke van de in art. 6:162 BW beschreven onrechtmatige daad. Lid 2 van het Sociale Dienst en hij speelt de opgedane informatie dan ook door aan bedoelde artikel bepaalt dat als onrechtmatige daad wordt aangemerkt deze dienst, met als gevolg dat de uitkering van de vrouw wordt stop- een gemaakte inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd gezet. De bijstandsmoeder daagt de buurman voor de civiele rechter met een wettelijke plicht of hetgeen volgens ongeschreven recht in het wegens het vermeende begaan van een onrechtmatige daad. De Hoge maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwe- Raad gaat hier niet in mee en overweegt dat de gedragingen van de zigheid van een rechtvaardigingsgrond. In dit verband is het door de buurman weliswaar het recht op privacy hebben geschonden, maar opsporende burger inbreuk maken op een recht het meest van toepas- dat het belang van controle op de naleving van de bijstandswet maakt sing, waarbij vooral valt te denken aan een gemaakte inbreuk op het dat het gedrag van de buurman gerechtvaardigd is. recht op privacy.9 Een voorbeeld van een zaak waarin een dergelijke rechtvaardi- gingsgrond niet wordt aangenomen, is te vinden in een arrest van 8 Zie in dit verband Hof Amsterdam 20 december 1994, NJ 1985, 321 en Hoge Raad 8 november 2005, NJ 2006, 136. in civiele zaken, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1999. 9 Zie in dit verband J.D.L. Nuis e.a., Particulier speurwerk verplicht, 10 M. Kremer, ‘De grenzen van private opsporing’, Advocatenblad 2002, p. 6-11. Den Haag: Sdu Uitgevers 2004 en M. Kremer, Onrechtmatig verkregen bewijs. 11 Hoge Raad 9 januari 1987, NJ 1987, 928. 68 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 69
  • 37. het Hof Amsterdam uit 1995.12 De casus die hier aan ten grondslag ligt, verrichte opsporingshandeling. Betwijfeld kan dan ook worden of in is de volgende. Een voortvluchtige gedetineerde meldt aan misdaad- dit verband, zoals Kremer stelt, een rechtvaardigingsgrond eerder zal verslaggever Peter R. de Vries dat hij van een gevangenismedewerker worden aangenomen als de burger opspoort ter openbaarmaking van een vuurwapen geleverd zal krijgen. De aflevering van dit wapen wordt het onrechtmatig handelen van de onderzochte. vervolgens heimelijk gefilmd. Tevens worden telefoongesprekken tussen de gedetineerde en de gevangenismedewerker opgenomen. Het aldus 2.3 Strafrechtelijke beperkingen verkregen materiaal wordt getoond in het televisieprogramma ‘Crime De opsporende burger kan ook strafrechtelijk worden vervolgd voor Time’. Het Hof oordeelt allereerst dat de Tros weliswaar het recht de door hem verrichte opsporingshandelingen. Denk bijvoorbeeld aan heeft om misstanden aan de kaak te stellen, maar dat het hierbij wel de werknemer die dossiers die zijn werkgever strafrechtelijk belasten, zorgvuldig dient te handelen. Nu uit de uitzending de identiteit van de wegneemt en overhandigt aan de politie. Een strafrechtelijke vervolging gevangenismedewerker is af te leiden, heeft de Tros, ondanks het op voor het plegen van diefstal of verduistering in dienstbetrekking kan zichzelf gerechtvaardige doel van de uitzending, onzorgvuldig gehan- dan in de rede liggen. Een vervolging voor het in art. 138a Sr strafbaar deld en een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de persoonlijke levens- gestelde plegen van computervredebreuk acht ik eveneens mogelijk in sfeer van de gevangenismedewerker. het geval een hacker bij een ander op de computer kinderporno aantreft Tot slot wijs ik in dit verband op een recent vonnis van de Rechtbank en dit doorgeeft aan de politie. Ik merk hierbij wel op dat ik in de gepu- Amsterdam, waarin evenmin een rechtvaardigingsgrond wordt aange- bliceerde jurisprudentie veroordelingen voor door opsporende burgers nomen.13 Deze casus speelt zich af in de periferie van de Deventer gepleegde strafbare feiten niet ben tegen gekomen. Wellicht acht het moordzaak. De zogenaamde ‘klusjesman’ daagt Maurice de Hond voor OM het in dergelijke situaties onwenselijk om strafrechtelijk te ageren. de civiele rechter nu deze hem er openlijk van beschuldigt de bewuste Zeker nu vanuit de politiek, maar ook binnen het OM zelf, al enige tijd moord te hebben gepleegd. De Hond stelt dat de ernst van de misstand een actievere rol van de burger wat betreft het terugdringen van de die hij aan het licht wil brengen, namelijk dat als gevolg van een onzorg- criminaliteit juist wordt toejuicht en gestimuleerd.14 vuldig opsporingsonderzoek een onschuldige al jarenlang is gedeti- In het bijzonder sta ik in dit verband stil bij de strafbepalingen van neerd, zwaarder dient te wegen dan het recht op bescherming van de art. 139a t/m 139g Sr en art. 441b Sr. De artikelen stellen onder meer goede naam van de klusjesman. De rechtbank oordeelt evenwel dat het strafbaar het met een technisch hulpmiddel afluisteren of opnemen van belang van de ‘klusjesman’ in casu zwaarder weegt en dat De Hond het een gesprek in een woning, het opnemen van een telefoongesprek en moet houden bij het aandragen van relevante informatie aan het OM. het heimelijk maken van bijvoorbeeld cameraopnames in een woning of Gelet op het voorgaande lijkt in het bijzonder de openbaarmaking van op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats. De genoemde het door de opsporende burger verkregen materiaal een onrechtma- tige daad in de zin van art. 6:162 BW op te leveren en niet zozeer de 14 Zie in dit verband C. Fijnaut, ‘Bedrijfsmatig georganiseerde particuliere opsporing en (het Wetboek van) Strafvordering’, in: M.S. Groenhuijsen en G. Knigge (red.), 12 Hof Amsterdam 2 februari 1995, NJ 1996, 205. Dwangmiddelen en Rechtsmiddelen. Derde interimrapport onderzoeksproject Strafvordering 13 Rechtbank Amsterdam 25 april 2007, LJN BA3691. 2001, Deventer: Kluwer 2002, p. 689-749. 70 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 71
  • 38. strafbare feiten maken, op een paar uitzonderingen na, al vanaf het privacybescherming uit en wordt niet eens een strafrechtelijke vervol- begin van de zeventiger jaren van de vorige eeuw een onderdeel uit ging geëntameerd. In de memorie van toelichting bij het enige jaren van het Wetboek van Strafrecht. De memorie van toelichting vermeldt geleden gewijzigde art. 139f Sr, dat kort gezegd het heimelijk maken dat de artikelen een meer doeltreffende bescherming van de persoon- van cameraopnames strafbaar stelt, is een voorbeeld van de te maken lijke levenssfeer tot doel hebben: privacybescherming dus.15 belangenafweging helder verwoord.17 Gesteld wordt dat de in het Veroordelingen voor deze strafbare feiten zijn, blijkens de gepubli- bewuste artikel voorgestane privacybescherming conflicteert met het ceerde jurisprudentie, echter zeldzaam.16 Ten eerste kan hier het eerder in art. 19 van het International Verdrag inzake burgerrechten en politieke genoemde gegeven aan ten grondslag liggen dat het OM een straf- rechten (IVBPR) neergelegde recht op vrije nieuwsgaring. Met het oog rechtelijke vervolging in een dergelijk geval onwenselijk acht, nu een hierop is het bestanddeel ‘wederrechtelijk’ in de strafbepaling opge- actievere rol van de burger in onder meer de criminaliteitsbestrijding nomen. Dit biedt de rechter de mogelijkheid in een concreet geval een juist wordt toegejuicht en gestimuleerd. afweging te kunnen maken tussen enerzijds het recht op privacy en anderzijds het recht op vrije nieuwsgaring. Bij deze belangenafweging Een tweede oorzaak kan zijn dat in de diverse delictsomschrij- kunnen de volgende, aan het civiele recht ontleende, aspecten worden vingen het strafwaardige gedrag al aanzienlijk wordt beperkt. Een betrokken: het belang van het onderwerp van berichtgeving dat door strafrechtelijke vervolging zal dientengevolge slechts in een beperkt middel van een verborgen camera aan het licht moet worden gebracht, aantal gevallen mogelijk succesvol zijn. Uit art. 139a lid 1 sub 2 Sr valt de vraag of voor de journalist ook andere mogelijkheden om de nood- bijvoorbeeld af te leiden dat het maken van opnamen van een gesprek zakelijke inlichtingen te vergaren openstonden dan het gebruik van een in een woning door of in opdracht van een deelnemer aan dit gesprek verborgen camera en de aard en mate waarin met de verborgen camera niet strafbaar is. een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de afgebeelde persoon Een derde oorzaak kan gelegen zijn in het feit dat het bij de onder- is gemaakt. havige strafbare feiten vaak om een tussen twee rechten te maken Onder meer door het opnemen van het bestanddeel ‘wederrechtelijk’ belangenafweging gaat. Mogelijk pakt die belangenafweging al bij wordt inzichtelijk dat een bijzondere categorie opsporende burgers, te de door het OM te maken opportuniteitsafweging ten nadele van de weten journalisten, minder snel strafrechtelijk zullen worden beperkt. Tot op zekere hoogte worden zij immers als het ware beschermd door het in art. 10 EVRM, art. 19 IVBPR en art. 7 Grondwet neergelegde 15 Kamerstukken II 1967-1968, 9419, nr. 3. recht op vrijheid van meningsuiting en het daaruit voortvloeiende 16 In civielrechtelijke jurisprudentie spelen de art. 139a t/m 139g Sr en 441b Sr wel een rol recht op vrije nieuwsgaring.18 Het recht op vrije nieuwsgaring maakt in het geval één van de partijen zich er op beroept dat het bewijs op onrechtmatige wijze is hen echter niet immuun. Niet in strafrechtelijke zin, maar ook niet wat verkregen, bijvoorbeeld door gemaakte heimelijke cameraopnames. De civiele rechter ziet zich in een dergelijk geval genoodzaakt over te gaan tot een (marginale) toetsing van de (wetsgeschiedenis van de) bewuste strafbepaling. Zie in dit verband bijvoorbeeld het vonnis 17 Kamerstukken II 2000-2001, 27 732, nr. 3. van de Rechtbank Haarlem d.d. 22 december 2004, JAR 2005, 26 en het vonnis van de 18 Zie in dit verband bijvoorbeeld EHRM 21 januari 1997, NJ 1997, 713 (Fressoz en Roire v. Rechtbank Zwolle d.d. 11 november 2005, JAR 2005, 280. Frankrijk) en Hoge Raad 8 april 2003, NJ 2004, 188. Gezegd moet worden dat met name 72 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 73
  • 39. betreft een mogelijk door de Raad voor de Journalistiek uit te spreken echt gebruikt om iemand publiekelijk af te branden, dan zal het inroepen afkeuring over een door een journalist verrichtte (opsporings)handeling van het recht op vrije nieuwsgaring of het achterliggende door het en aansluitende publicatie van aldus verkregen materiaal.19 eerste lid van art. 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van menings- In een recent arrest van het Hof Leeuwarden zien we het voorgaande uiting een succesvolle vervolging voor het in art. 261 lid 1 en 2 Sr straf- terug.20 In casu komt een journalist van het SBS6 televisieprogramma baar gestelde plegen van smaad respectievelijk smaadschrift evenwel ‘Undercover in Nederland’ in contact met een persoon die op internet niet in de weg staan. De recente veroordeling van Maurice de Hond, een verboden mes te koop aanbiedt. De persoon blijkt een medewerker wegens het openbaar maken van de resultaten van zijn onderzoek in van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te zijn. De journalist de Deventer moordzaak en het op basis daarvan publiekelijk beschul- neemt een met de IND-medewerker gevoerd telefoongesprek op en digen van de ‘klusjesman’ als de werkelijke schuldige, is hier een mooi filmt met een verborgen camera het bezoek dat hij bij de IND-mede- voorbeeld van.21 werker thuis aflegt. Dat heeft een vervolging voor art. 139f Sr als gevolg. Het Hof overweegt dat in het onderhavige geval het door de journalist ingeroepen recht op vrije nieuwsgaring door de beperking van art. 139f 3. Gebruik van door burgeropsporing verkregen Sr niet in het geding is. Voorts overweegt het Hof dat de journalist bij materiaal in het strafproces de afweging van belangen niet de juiste keuze heeft gemaakt. Hij had immers al nieuws vergaard over de handel in verboden wapens door De opsporende burger kan het door hem verkregen materiaal over- onder meer een met de IND-medewerker gevoerd telefoongesprek dragen aan de politie en het OM. De motieven hiervoor kunnen velerlei op te nemen. Het maken van opnames met de verborgen camera in de zijn. Te denken valt aan het handelen uit rancune jegens een voormalige woning was derhalve niet noodzakelijk om de misstand aan de kaak te partner of werkgever. In de hoek van de onderzoeksjournalistiek kan, stellen. Het gedrag van de journalist wordt dan ook als wederrechtelijk naast het aantrekken van lezers en kijkers, worden gedacht aan het aangemerkt en een veroordeling voor art. 139f Sr volgt. leveren van een bijdrage aan de waarheidsvinding. Deze informatie In het geval de opsporende burger het door hem vergaarde materiaal kan zeer waardevol voor de politie en het OM zijn. Het kan leiden tot de start van een strafrechtelijk onderzoek en kan daarnaast worden gebruikt in de bewijsvoering. Niettemin kunnen vraagtekens worden de beschikking van de Hoge Raad ziet op het door de betreffende journalist voorgestane geplaatst bij het daadwerkelijk gebruikmaken van de aldus verkregen belang van bronbescherming. informatie in het strafproces in het geval de opsporende burger 19 Belanghebbenden kunnen bij de Raad voor de Journalistiek een klacht indienen over civielrechtelijk dan wel strafrechtelijk onrechtmatig heeft gehandeld het handelen van een journalist. De Raad oordeelt dan, op basis van een geconcipieerde ter verkrijging van het bewuste materiaal. leidraad, of het handelen van de journalist wel aanvaardbaar is. De Raad kan overigens ook uit eigen beweging uitspraken doen over bepaalde journalistieke onderwerpen, zoals het gebruik van verborgen camera’s. Zie in dit verband de website van de Raad voor de Journalistiek www.rvdj.nl. 20 Hof Leeuwarden 24 juli 2008, LJN BD8528. 21 Rechtbank Amsterdam 22 november 2007, NbSr 2007, 464. 74 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 75
  • 40. Het onrechtmatige handelen van een opsporende burger schuilt 3.1 Gevallen waarin geen inmenging door politie en OM in de meeste gevallen in een schending van het door art. 8 EVRM wordt aangenomen beschermde recht op privacy. De vraag of een dergelijke onrechtma- In een in dit verband belangwekkend arrest oordeelt de Hoge Raad tigheid op grond van art. 359a Sv ook een strafprocessueel gevolg dat geen sprake is van inmenging van enige overheid als bedoeld in dient te hebben, wordt in de jurisprudentie ten dele beantwoord met art. 8 lid 2 EVRM.23 Overigens oordeelt het EHRM in dezelfde zaak gebruikmaking van het in het tweede lid van art. 8 EVRM geformuleerde dat de bedoelde inmenging er wel is en dat het eerste lid van art. 8 inmengingscriterium. Art. 8 lid 2 EVRM bepaalt dat de inmenging van EVRM is geschonden.24 Ik kom hier later op terug. De casus die aan enig openbaar gezag (lees in casu de politie en het OM) in de uitoe- de onderhavige zaak ten grondslag ligt, is de volgende. De vrouw van fening van het recht op privacy, slechts is toegestaan indien dit bij wet een preventief gedetineerde geeft bij de politie aan dat ze (telefonisch) is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving in het seksueel wordt lastig gevallen door de advocaat van haar man. De belang van onder meer de openbare veiligheid en het voorkomen van politie leent vervolgens, met toestemming van de officier van justitie, strafbare feiten. In het geval de politie en/of het OM een rol hebben opnameapparatuur uit aan de vrouw. Dit om haar in staat te stellen gespeeld in de privacyschendende handelingen van de opsporende haar verhaal beter te kunnen onderbouwen. Met behulp van deze burger, kunnen deze handelingen als het ware worden toegerekend apparatuur neemt zij telefoongesprekken op die de advocaat strafrech- aan politie en OM en is er aldus sprake van een inmenging van enig telijk belasten. De uitgewerkte telefoongesprekken worden vervolgens openbaar gezag zonder dat hierin bij wet is voorzien.22 In een dergelijk in het strafdossier gevoegd. De Hoge Raad oordeelt dat de politie niet geval maken de politie en het OM zich schuldig aan een schending zodanig sturend is opgetreden, dat sprake is geweest van inmenging van art. 8 lid 1 EVRM en kan aan deze schending een strafprocessueel van enige overheid als bedoeld in het tweede lid van art. 8 EVRM. gevolg worden verbonden. Overigens kan in het geval van de bedoelde De Hoge Raad plaatst de rol van de politie meer in de sfeer van de inmenging geen sprake is, onder bepaalde omstandigheden toch een (toelaatbare) hulpverlening aan een burger. strafprocessueel gevolg worden verbonden aan de gebruikmaking van In zijn arrest van 9 november 1999 oordeelt de Hoge Raad in een iets dergelijk materiaal. Gelet op het voorgaande maak ik in de hierna te ander geval eveneens dat geen sprake is van de bedoelde inmenging.25 bespreken jurisprudentie dan ook allereerst een onderscheid tussen In deze zaak handelt het om een van corruptie verdachte Curaçaose de gevallen waarin de genoemde inmenging wordt aangenomen en gedeputeerde. Een journalist krijgt via een informant lucht van de die waarin andersluidend wordt geoordeeld. Aansluitend ga ik in op corruptie en stapt met deze informatie naar de politie. De politie geeft het mogelijk aan de gebruikmaking van bedoeld materiaal te verbinden vervolgens opnameapparatuur mee om de journalist in staat te stellen strafprocessueel gevolg. onder meer gesprekken met de informant op te kunnen nemen. 22 In de jurisprudentie is overigens een soortgelijke benadering zichtbaar in het geval de 23 Hoge Raad 18 februari 1997, NJ 1997, 500. politie en het OM gebruik maken van uit het buitenland verkregen informatie. Zie in dit 24 EHRM 8 april 2003, NJCM-Bulletin 2003, p. 653-658 (M.M. v. Nederland). verband Hoge Raad 14 november 2006, NJ 2007, 179. 25 Hoge Raad 9 november 1999, NJ 2000, 422. 76 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 77
  • 41. De uitgewerkte gesprekken worden door het Hof niet voor het bewijs justitie is hiervan op de hoogte, maakt geen bezwaar tegen de plaat- gebezigd. De Hoge Raad overweegt dat de politie niet sturend heeft sing van de camera’s en voegt de belastende camerabeelden later gehandeld nu zij slechts apparatuur ter beschikking heeft gesteld toe aan het strafdossier. Het Hof overweegt dat er door het ophangen en heeft voorgelicht over de werking daarvan. Een inmenging van van de camera’s weliswaar een beperkte inbreuk op de privacy van een publieke autoriteit in de zin van art. 8 lid 2 EVRM wordt dan ook de verdachte is gemaakt, maar dat de werkgever hier een rechtmatig niet aangenomen. belang bij had en dus niet onrechtmatig handelde. Het stond de werk- Gelet op het voorgaande is de lijn van de Hoge Raad kennelijk dat de gever derhalve vrij om op de werkplaats van de verdachte een camera politie en het OM wel op beperkte schaal adviezen kunnen geven en op te hangen. Het enkele feit dat de officier van justitie op de hoogte (technische) ondersteuning mogen bieden aan de opsporende burger.26 was van het plaatsen van de camera maakt vervolgens nog niet dat In dergelijke gevallen hoeft in de zienswijze van de Hoge Raad nog niet sprake is van een inmenging als bedoeld in art. 8 lid 2 EVRM. te worden gesproken van een inmenging als bedoeld in het tweede In de jurisprudentie zijn ook gevallen zichtbaar waarin politie en OM lid van art. 8 EVRM. In dit verband is bepalend in hoeverre de politie zich in het geheel niet hebben bemoeid met de handelingen van en/of het OM door aldus te handelen sturend zijn opgetreden dan wel een opsporende burger en daar evenmin wetenschap van hadden. in hoeverre zij zich hebben bemoeid met het onrechtmatige handelen In de casus die ten grondslag ligt aan het arrest van de Hoge Raad van de burger. van 14 januari 2003 nemen buren van de latere verdachte telefoon- In sommige gevallen is de politie of het OM slechts op de hoogte van gesprekken op met gebruikmaking van een babyfoon.28 De opgenomen de handelingen van de opsporende burger. Een voorbeeld hiervan is telefoongesprekken worden vervolgens aan de politie overhandigd, terug te vinden in de casus die ten grondslag ligt aan een arrest van het toegevoegd aan het dossier en door de rechter voor het bewijs Hof Den Bosch.27 In deze zaak verdenkt een werkgever een werknemer gebezigd. De Hoge Raad overweegt allereerst dat politie noch OM van verduistering van goederen uit het magazijn. Om hier bewijs van te enige bemoeienis hebben gehad wat betreft het opnemen van de verzamelen, laat de werkgever door een particulier recherchebureau telefoongesprekken. Voorts overweegt de Hoge Raad dat het bewuste camera’s plaatsen in de expeditieruimte van het bedrijf. De officier van opnemen weliswaar een privacyschending oplevert, maar dat niet gezegd kan worden gezegd dat een zodanige schending van begin- selen van een behoorlijke procesorde dan wel een veronachtzaming 26 Zie in een iets ander verband Hoge Raad 23 november 2004, NJ 2005, 193. In casu van de rechten van de verdediging heeft plaatsgehad, dat de inhoud oordeelde de Hoge Raad dat geen sprake was van de in art. 126ij Sv geregelde burger- van die gesprekken van het bewijs zou moeten worden uitgesloten. pseudo-koop nu het initiatief tot het terugkopen van gestolen schilderijen uitging van de opsporende burger, de officier van justitie en de politie pas in een later stadium door de opsporende burger werden ingelicht over de terugkoop van de schilderijen en de bemoeienis van de politie zich ertoe beperkte te adviseren over hoe verder te handelen ten aanzien van de geplande overdracht van de schilderijen. 27 Hof Den Bosch 6 januari 2003, NJ 2003, 279. Zie bijvoorbeeld ook Hof Den Bosch 28 Hoge Raad 14 januari 2003, NJ 2003, 288. Zie bijvoorbeeld ook Rechtbank 28 juni 2006, NbSr 2006, 285. Rotterdam 27 maart 2003, LJN AF6799. 78 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 79
  • 42. 3.2 Gevallen waarin wel een inmenging door politie en OM op privacy geen wettelijke basis heeft, is sprake van een schending wordt aangenomen van het eerste lid van art. 8 EVRM. In de gepubliceerde jurisprudentie heb ik geen gevallen aangetroffen Het EHRM lijkt aldus een strengere maatstaf dan de Hoge Raad waarin de Nederlandse rechter aanneemt dat sprake is van een aan te leggen waar het gaat om een toegestane sturing of bemoeienis inmenging als bedoeld in art. 8 lid 2 EVRM. Het EHRM heeft dit in twee door de politie en het OM. Waar de Hoge Raad nog wel enige sturing arresten echter wel aangenomen. In de casus die ten grondslag ligt of bemoeienis (in de vorm van het geven van adviezen of het verlenen aan het arrest van het EHRM van 1993 wordt een man door de latere van (technische) ondersteuning) accepteert, spreekt het EHRM al van verdachte benaderd om iemand anders te vermoorden.29 De man deelt een onacceptabele inmenging die een inbreuk op art. 8 lid 1 EVRM met deze informatie met een Franse politieagent en biedt aan de latere zich brengt. verdachte te bellen en in te gaan op haar aanbod. De agent stemt hierin toe en stelt zijn kamer, telefoon en taperecorder ter beschikking om dit 3.3 Mogelijk strafprocessueel gevolg gesprek mogelijk te maken en op te nemen. Het EHRM overweegt dat In het geval de politie en/of het OM in die mate sturing hebben de agent een essentiële bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming gegeven aan dan wel zich hebben bemoeid met het onrechtmatig van het telefoongesprek en het opnemen ervan. Er kan daarom in de handelen van de opsporende burger, dat de in het tweede lid van zienswijze van het EHRM worden gesproken van een inmenging als art. 8 EVRM bedoelde inmenging wordt aangenomen en daarmee bedoeld in art. 8 lid 2 EVRM. Nu voor bedoelde inmenging in het Franse de schending van art. 8 lid 1 EVRM is gegeven, lijkt de uitsluiting van recht geen wettelijke basis bestaat, neemt het EHRM een schending het bewijs van het aldus verkregen materiaal het meest voorstelbare van art. 8 lid 1 EVRM aan. strafprocessuele gevolg. Een dergelijke situatie heeft zich, blijkens In het tweede arrest van het EHRM wordt anders geoordeeld dan de gepubliceerde jurisprudentie, in Nederland nog niet voorgedaan. de Hoge Raad in dezelfde zaak deed.30 Het betreft het geval waarin de Handelt de opsporende burger civielrechtelijk dan wel strafrechtelijk politie opnameapparatuur uitleent aan een vrouw teneinde haar in staat onrechtmatig, zonder dat van de bedoelde bemoeienis of sturing sprake te stellen telefoongesprekken op te nemen van een haar (telefonisch) is, dan kan het aldus verkregen materiaal in beginsel in het strafproces seksueel lastigvallende advocaat. De Hoge Raad oordeelde dat de worden gebruikt.31 In beginsel, want de Hoge Raad heeft zich in een politie niet zodanig sturend is opgetreden, dat sprake is geweest van aantal arresten uitgelaten over het onder bepaalde omstandigheden aan inmenging van enige overheid als bedoeld in art. 8 lid 2 EVRM. Het de gebruikmaking van dergelijk door onrechtmatig handelen verkregen EHRM echter oordeelt dat de politie in het afluisteren en opnemen van materiaal te verbinden strafprocessueel gevolg. de telefoongesprekken een dermate essentiële rol heeft gespeeld, dat Allereerst is hierbij het arrest van de Hoge Raad van 1 juni 1999 van sprake is van de bedoelde inmenging. Nu deze inbreuk op het recht belang.32 In casu handelt de afdeling kaartacceptatie van creditcard- 31 Zie bijvoorbeeld Hoge Raad 16 oktober 1990, NJ 1991, 175 en Hoge Raad 11 april 1995, 29 EHRM 23 november 1993, nr. 14838/89 (A. v. Frankrijk). NJ 1995, 537. 30 EHRM 8 april 2003, NJCM-Bulletin 2003, p. 653-658 (M.M. v. Nederland). Zie voor 32 Hoge Raad 1 juni 1999, NJB 1999, p. 1167. Zie in dit verband ook Y. Buruma, dezelfde zaak het arrest van de Hoge Raad van 18 februari 1997, NJ 1997, 500. ‘Particuliere opsporing’, AA 2000, p. 117-121. 80 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 81
  • 43. maatschappij Visa onrechtmatig. Deze afdeling lokt uit tot het leiden. Voor bewijsuitsluiting worden in de literatuur drie argumenten plegen van inbraak, hangt verborgen camera’s op en neemt telefoon- gebezigd.35 Allereerst kan het dienen ter preventie van onrechtmatig gesprekken op. De resultaten van dit onderzoek worden aan de politie optreden van opsporingsambtenaren. Ten tweede kan de rechter door overhandigd en vormen de start van het opsporingsonderzoek. De middel van bewijsuitsluiting aan de burgers laten zien dat onrechtmatig Hoge Raad overweegt dat onrechtmatige handelingen ter opsporing overheidsoptreden niet ongestraft blijft, het zogenaamde demonstratie- verricht door natuurlijke of civielrechtelijke rechtspersonen, waar argument. Tot slot speelt het reparatieargument: zoveel mogelijk dient politie en OM geen weet van hebben en waarmee zij geen bemoeienis de oude toestand voor de onrechtmatige gedraging te worden hersteld. hebben gehad, niet kunnen leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. In het geval de politie en het OM sturing geven aan dan wel bemoeienis Onder omstandigheden kan dit echter wel tot bewijsuitsluiting leiden. hebben met het onrechtmatig handelen van de opsporende burger, De Hoge Raad bevestigt deze lijn in zijn arrest van 18 maart 2003.33 dan lijkt in het bijzonder het preventie- en demonstratieargument te In casu maakt een door een werkgever ingeschakeld detectivebureau spelen. Het onrechtmatige handelen wordt in een dergelijk geval immers heimelijk camera-opnames van een werknemer die blikken verf verduis- toegerekend aan de politie en het OM. tert. De Hoge Raad overweegt wederom dat in het geval opsporende In het geval geen sprake is van dergelijke sturing dan wel bemoeienis, burgers onrechtmatige onderzoekshandelingen hebben verricht, maar wel van een door een opsporende burger begane grove onrecht- zonder dat de politie of het OM hiervan wetenschap of hiermee enige matigheid, dan lijken de drie bestaande argumenten voor bewijsuit- bemoeienis hebben gehad, van niet-ontvankelijkheid van het OM geen sluiting niet goed toepasbaar. Hoogstens kan aan het reparatieargument sprake kan zijn. Dit onrechtmatige handelen kan echter wel tot bewijs- worden gedacht. Het is in dit verband dan ook de vraag hoe het door uitsluiting leiden als door de gebruikmaking van het aldus verkregen de rechter in een dergelijk geval overgaan tot bewijsuitsluiting valt materiaal sprake is van een zodanige schending van beginselen van te beargumenteren. Mijns inziens dient hiertoe aan de formulering een behoorlijke procesorde of veronachtzaming van de rechten van de van een vierde argument voor bewijsuitsluiting te worden gedacht. verdediging.34 Overigens heeft zich in de gepubliceerde jurisprudentie Een argument met de strekking dat het niet hoort dat de overheid nog geen situatie voorgedaan, waarin op dergelijke gronden tot bewijs- (lees: de politie en het OM) de vruchten plukken dan wel profiteren uitsluiting over wordt gegaan. van grove door burgers begane onrechtmatigheden, kort gezegd het De gebruikmaking van materiaal verkregen door een onrechtmatig profijtargument. Naast het feit dat dergelijk gebruik moreel gezien niet opsporende burger lijkt aldus hoogstens tot bewijsuitsluiting te kunnen deugt, herbergt dit argument ook een strafprocessueel punt in zich. De politie en het OM dienen zich immers aan strafvorderlijke voorschriften 33 Hoge Raad 18 maart 2003, NJ 2003, 527. 34 In het standaardarrest over de toepassing van art. 359a Sv wordt overigens een andere formulering gebezigd. De Hoge Raad overweegt in dat arrest dat tot bewijsuitsluiting kan 35 Zie M.C.D. Embregts, Uitsluitsel over bewijsuitsluiting, Deventer: Kluwer 2003, p. 104- worden overgegaan indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvor- 107 en F.W. Bleichrodt, ‘Onrechtmatig verkregen bewijs afkomstig van derden’, in: M.S. derlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Zie Hoge Raad Groenhuijsen en J.B.H.M. Simmelink (red.), Glijdende Schalen (De Hullu-bundel), Nijmegen: 30 maart 2004, NJ 2004, 376. Wolf 2003, p. 39-50. 82 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 83
  • 44. te houden, onder meer bij de toepassing van (bijzondere) opsporings- Van belang is in de ogen van het EHRM voorts dat het opgenomen bevoegdheden. De onrechtmatig opsporende burger houdt zich telefoongesprek niet het enige bewijsmiddel is. geenszins aan dergelijke voorschriften. Op het moment dat de politie en het OM toch gebruik maken van op dergelijke wijze verkregen materiaal wordt de facto ook door hen afbreuk gedaan aan deze strafvorderlijke 4. Internationaal perspectief: burgeropsporing voorschriften. Als het ware kan gezegd worden dat zij zich hier dan in België en Amerika indirect ook niet aan houden. In ieder geval lijken zij op die wijze de begane onrechtmatigheid te gedogen. Anders gezegd schuilt in het Het fenomeen dat burgers zelf (onrechtmatige) opsporingshandelingen gebruikmaken en het aldus strafprocessueel profiteren van dergelijk verrichten ter verkrijging van strafrechtelijk belastend materiaal, is ook materiaal de door de politie en het OM begane onrechtmatigheid. Deze in andere landen zichtbaar. In Frankrijk bijvoorbeeld hebben burgers zelf onrechtmatigheid rechtvaardigt het door de rechter uitsluiten van het het recht om op basis van door eigen opsporingsonderzoek verkregen bewijs van bedoeld materiaal. materiaal een strafzaak voor de rechter te brengen. In die context heeft Wat betreft de bewijsuitsluiting op grond van de veronachtzaming van burgeropsporing een andere betekenis. In het navolgende worden de rechten van de verdediging, merk ik op dat hier minder snel sprake kort enkele relevante punten aangestipt wat betreft de gebruikmaking van zal zijn in het geval de verdediging in staat is gesteld het door de van door burgeropsporing verkregen materiaal in Amerika en België. onrechtmatig opsporende burger verkregen materiaal te toetsen op De keuze is allereerst op Amerika gevallen nu dit land van oudsher betrouwbaarheid en in de gelegenheid is geweest hieromtrent getuigen het land of the free is, waardoor mogelijk anders wordt gedacht te horen. Het arrest van het EHRM in de zaak Schenk is hier een over het gebruikmaken van dergelijk materiaal. Ten tweede is voor voorbeeld van.36 In casu benadert Schenk een man met het verzoek België gekozen, aangezien daar enige jaren geleden een gewijzigde zijn vrouw te doden. De man benadert vervolgens Schenk’s vrouw en Detectivewet in werking is getreden die mogelijk relevante jurispru- samen stappen zij naar de onderzoeksrechter. De man overhandigt dentie heeft opgeleverd voor het onderhavige onderzoek.37 dan een op een bandje opgenomen telefoongesprek waarin Schenk het bewuste verzoek doet. Onduidelijk blijft of het telefoongesprek op 4.1 Amerika instigatie van de Zwitserse politie is opgenomen. Het opgenomen tele- Allereerst is het goed om op te merken dat de Amerikaanse politie foongesprek wordt door de rechter tot het bewijs gebezigd. Het EHRM onder meer gebonden is aan het Fourth Amendment. Het Fourth overweegt dat dit geen schending van art. 6 EVRM oplevert, nu de Amendment beschermt de burger tegen onredelijke searches en verdediging de authenticiteit van het bewijs heeft kunnen aanvechten en seizures. Begaat de politie gedurende haar werk een onrechtmatig- in staat is gesteld de maker van de opname en de politiechef te horen. heid, dan wordt het door die onrechtmatigheid verkregen materiaal uitgesloten van het bewijs, de zogenaamde exclusionary rule. Of een 36 EHRM 12 juli 1988, NJ 1988, 851 (Schenk v. Zwitserland). Zie in verband met de toetsing van de betrouwbaarheid van het door een opsporende burger verkregen materiaal 37 Zie in dit verband J.D.L. Nuis e.a., Particulier speurwerk verplicht, Den Haag: Hof Den Bosch 5 juni 2008, LJN BD3318. Sdu Uitgevers 2004. 84 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 85
  • 45. opsporende burger ook gebonden is aan het Fourth Amendment en prudentie meerdere malen bevestigd.41 Voorts overweegt het Supreme of het door hem onrechtmatig verkregen materiaal van het bewijs kan Court dat het belastende materiaal gewoon kan worden gebruikt in het worden uitgesloten, wordt in het navolgende besproken. Hierbij verdient geding en dat hieraan niet af doet dat de handelingen van de privé- het wel opmerking dat de problematiek rondom (onrechtmatige) detective als onrechtmatig zijn te bestempelen. burgeropsporing zich in Amerika in het bijzonder afspeelt op het gebied Zoals gezegd speelt, wat betreft het door onrechtmatig handelen van van de bedrijfsmatige particuliere opsporing.38 Ook wel aangeduid met de politie verkregen materiaal, de exclusionary rule. De exclusionary rule de term private policing.39 beperkt zich echter wel tot onrechtmatige handelingen van de politie In de door het Supreme Court gewezen uitspraken zien we, gelijkend en niet die van de onrechtmatig opsporende burger.42 Joh waarschuwt aan de Nederlandse jurisprudentie, als bepalend criterium terugkomen ervoor dat het op deze stringente wijze toepassen van de exclusionary of overheidsfunctionarissen bemoeienis hadden met het onrechtmatig rule kan leiden tot een herleving van de zogenaamde silver platter handelen van de opsporende burger. Ik wijs hier bijvoorbeeld op de doctrine.43 Aldus ontstaat in de zienswijze van Joh de ongewenste situ- uitspraak van het Supreme Court in de zaak Burdeau v. McDowell.40 atie dat een opsporende burger op onrechtmatige wijze bewijsmateriaal De casus die hieraan ten grondslag ligt, is de volgende. Een werk- vergaart en dit bewijsmateriaal vervolgens, wegens de beperkte toepas- nemer wordt door zijn werkgever verdacht van fraude. Zijn kantoor sing van de exclusionary rule, gewoon voor het bewijs kan worden wordt vervolgens doorzocht door iemand van het bewuste bedrijf en gebruikt. Een omstandigheid die zich, zoals eerder geschetst, ook in een ingehuurde privé-detective. Tijdens de doorzoeking wordt voor Nederland kan voordoen en die pleit voor het formuleren van een vierde de werknemer strafrechtelijk belastend materiaal aangetroffen. De argument voor bewijsuitsluiting: het voorgestane profijtargument. werknemer roept vervolgens ten overstaan van de rechter het Fourth Amendment in. Ten eerste om het belastende materiaal terug te krijgen en ten tweede om te voorkomen dat het materiaal als bewijs wordt toegelaten in het geding. Het Supreme Court oordeelt echter dat het Fourth Amendment in deze zaak geen rol speelt, nu ‘no official of the federal government had anything to do with the wrongful seizure’. 41 Zie bijvoorbeeld United States v. Janis, 428 U.S. 433, 455 n.31 (1976). Het Fourth Amendment beoogt in de zienswijze van het Supreme Court 42 Zie in dit verband E.E. Joh, ‘The paradox of private policing’, Journal of Criminal Law alleen overheidshandelen te beperken. Deze uitspraak is in latere juris- and Criminology 2004, p. 49-131. 43 De silver platter doctrine is in het begin van de 20ste eeuw in de Amerikaanse juris- prudentie ontstaan. Het komt er in de kern op neer dat destijds de exclusionary rule wel 38 Zie in dit verband E.E. Joh, ‘The paradox of private policing’, Journal of Criminal Law toepasbaar was voor materiaal verkregen door onrechtmatig handelende federale politie, and Criminology 2004, p. 49-131. maar niet voor onrechtmatig door de lokale politie verkregen materiaal. De federale politie 39 Onder private policing wordt door Joh het volgende verstaan: lawful forms of organized kon aldus profiteren van door de lokale politie begane onrechtmatigheden. Zie in dit verband for-profit personnel services whose primary objectives include the control of crime, the Weeks v. United States, 232 U.S. 383 (1914). In latere jurisprudentie is het op dergelijk protection of property and life, and the maintenance of order. wijze profiteren van onrechtmatigheden overigens aan banden gelegd. Zie hiervoor Elkins v. 40 Burdeau v. McDowell, 256 U.S. 465 (1921). United States, 364 U.S. 206 (1960). 86 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 87
  • 46. 4.2 België matigheid oplevert, zodat geen sprake is van onrechtmatig verkregen In België is in de jurisprudentie eveneens een aan het Amerikaanse bewijs. De overgeschreven ‘zwarte’ boekhouding mag derhalve tot het recht gelijke exclusionary rule geformuleerd. Begaat de politie tijdens bewijs worden gebezigd. In een arrest uit 2001 overweegt het Hof van een lopend onderzoek een onrechtmatigheid dan wordt alleen het aldus Cassatie in aanvulling hierop dat de rechter echter niet tot bewijsuitslui- verkregen materiaal van het bewijs uitgesloten. Het Hof van Cassatie ting hoeft over te gaan in het geval een derde, door wiens tussenkomst heeft in een arrest uit 2003 de gevallen waarin de rechter na een het materiaal bij de politie terecht is gekomen, zelf niets te maken heeft begane onrechtmatigheid tot bewijsuitsluiting over moet gaan echter met enige onrechtmatige daad.47 beperkt.44 Dit dient slechts te geschieden in het geval de naleving van Traest meent dat uit de genoemde arresten van het Hof van Cassatie bepaalde vormvoorschriften op straffe van nietigheid is voorgeschreven, volgt dat de absolute bewijsuitsluitingsregel aldus wordt getemperd de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft door de dubbele en cumulatieve voorwaarde dat de politie zelf geen aangetast of wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het enkele onrechtmatigheid heeft begaan en dat geen verband mag recht op een eerlijk proces. Is het strafrechtelijk onderzoek echter bestaan tussen de door de derde gepleegde onrechtmatigheid en de gestart uit een onrechtmatige daad, dan wordt het hele onderzoek overhandiging van het bewijsmateriaal aan de politie.48 Hij acht het nietig verklaard.45 Dit omvat ook het bewijsmateriaal dat naderhand op bezwaarlijk dat door deze jurisprudentie de bewijsuitsluitingsregel wordt rechtmatige wijze is vergaard. Is het bewijsmateriaal echter door een verengd tot een louter disciplinaire maatregel ten aanzien van de politie onrechtmatig opsporende burger verkregen, dan dient dit niet steeds en dat onrechtmatigheden of anderszins onwettige daden gepleegd te worden uitgesloten van het bewijs. door opsporende burgers worden genegeerd. Dit terwijl de ratio van de Het Hof van Cassatie oordeelt in 1994 bijvoorbeeld als volgt.46 bewijsuitsluitingsregel in zijn optiek veel ruimer is: de regel beoogt een Een nachtwaker schrijft, in strijd met zijn arbeidsovereenkomst, de behoorlijk niveau van rechtspleging te garanderen voor eenieder die ‘zwarte’ boekhouding van zijn werkgever over en overhandigt dit strafrechtelijk wordt vervolgd. Een zienswijze die wederom pleit voor het vervolgens aan de politie. Het bewuste materiaal vormt de start van formuleren van de eerdergenoemde vierde grond voor bewijsuitsluiting. het strafrechtelijk onderzoek en wordt later ook voor het bewijs gebruikt. Het hof overweegt allereerst dat de rechter een misdrijf niet bewezen mag verklaren, als het bewijs is verkregen door een door de politie of de aangever van het misdrijf gepleegd strafbaar feit of andere onrechtmatigheid. Wat betreft de bewuste handeling van de nachtwaker overweegt het hof evenwel dat dit geen misdrijf of andere onrecht- 44 Hof van Cassatie 14 oktober 2003, rolnr. P030762N. 47 Hof van Cassatie 14 februari 2001, rolnr. P001350Fv. 45 Zie in dit verband C. van den Wijngaert, Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal 48 P. Traest, ‘De rol van de particulier in het bewijsrecht in strafzaken. Naar een relativering strafrecht, Antwerpen – Apeldoorn: Maklu 2003. van de uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs’, in: Jean du Jardin, Yves Poullet en 46 Hof van Cassatie 4 januari 1994, R.Cass., 1994, 75. Hendrik Vuye (red.), Liber Amicorum Jean du Jardin, Deurne: Kluwer 2001, p. 61-78. 88 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 89
  • 47. 5. Conclusie en aanbevelingen in het openbaar maken de civielrechtelijke onrechtmatigheid en lijkt een beroep op een rechtvaardigingsgrond niet kansrijk. Burgers verrichten op vele manieren en met uiteenlopende motieven De opsporende burger kan ook strafrechtelijk worden vervolgd voor opsporingshandelingen. De enige overeenkomst lijkt te zijn dat het de door hem verrichte opsporingshandelingen. In de gepubliceerde merendeels opsporingshandelingen betreft die, wanneer de politie ze jurisprudentie zijn echter slechts sporadisch veroordelingen voor door verricht, hebben te gelden als de toepassing van wettelijk genormeerde opsporende burgers gepleegde strafbare feiten zichtbaar. Dit terwijl (bijzondere) opsporingsbevoegdheden. De politie en het OM dienen bij het Wetboek van Strafrecht een groot aantal toepasbare strafbepalingen de toepassing van dergelijke bevoegdheden onder meer de beginselen kent. Ik noem hier in het bijzonder de privacybeschermende bepalingen van proportionaliteit en subsidiariteit, de onschuldpresumptie en de art. van art. 139a t/m 139g Sr en art. 441b Sr. 6 en 8 EVRM in ogenschouw te nemen. De opsporende burger echter Het feit dat dergelijke veroordelingen schaars zijn, kan ten eerste is niet aan het voorgaande gebonden en kan in beginsel dan ook vrijelijk worden veroorzaakt doordat het OM een strafrechtelijke vervolging allerlei vergaande opsporingshandelingen verrichten. In beginsel, want in een dergelijk geval onwenselijk acht: een actievere rol van de burger hij kan zowel civielrechtelijk als strafrechtelijk worden beperkt in zijn in onder meer de criminaliteitsbestrijding wordt immers in beginsel juist handelen. Al dient in dit verband te worden opgemerkt dat dergelijke toegejuicht en gestimuleerd. Het feit dat de delictsomschrijvingen het beperkingen in de meeste gevallen pas effect sorteren als de hande- mogelijk strafwaardige gedrag al aanzienlijk beperken, kan een tweede lingen reeds zijn verricht. oorzaak zijn. Een derde oorzaak kan gelegen zijn in het feit dat het bij Civielrechtelijk kan de opsporende burger in zijn handelen worden de genoemde strafbare feiten vaak om een tussen twee rechten te beperkt in het geval de persoon ten laste van wie de opsporings- maken belangenafweging gaat: het belang van privacybescherming handelingen zijn verricht hem voor de civiele rechter daagt wegens enerzijds en anderzijds bijvoorbeeld het recht op vrije nieuwsgaring. het plegen van de in art. 6:162 BW beschreven onrechtmatige daad. Mogelijk pakt de te maken belangenafweging al bij de door het OM Deze actie uit onrechtmatige daad zal in de meeste gevallen geba- te maken opportuniteitsafweging ten nadele van de privacybescherming seerd zijn op een door de opsporende burger gemaakte inbreuk op uit en wordt niet eens een strafrechtelijke vervolging geëntameerd. het door art. 8 EVRM beschermde recht op privacy. De onrechtmatig- Wil het OM paal en perk stellen aan bepaalde verregaande vormen van heid kan echter aan de verrichte opsporingshandeling ontvallen door burgeropsporing, dan behoeven evenwel geen nieuwe strafbepalingen de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. Hiervan zal eerder te worden geschapen of wetswijzigingen te worden doorgevoerd. Het sprake zijn indien de opsporende burger handelt ter verdediging van Wetboek van Strafrecht biedt voldoende mogelijkheden. Volstaan kan de eigen (rechtmatige) belangen. Wellicht zal een dergelijke rechtvaar- worden met een actiever opsporings- en vervolgingsbeleid van het digingsgrond ook opgaan, indien het door de opsporende burger aan OM. Voordeel van een dergelijk beleid kan zijn dat de burgeropspo- de politie en het OM overgedragen materiaal van (essentieel) belang ring wordt teruggedrongen en de privacy van de door de opsporende blijkt voor een nadien ingestelde strafrechtelijke vervolging. Maakt de burger onderzochte persoon beter wordt beschermd. Tegelijkertijd kan opsporende burger het door hem verkregen materiaal echter op een dit als nadeel met zich brengen dat burgers terughoudender worden voor de onderzochte persoon bezwarende wijze openbaar, dan schuilt in hun bijdrage aan de criminaliteitsbestrijding. Dit laatste kan overigens 90 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 91
  • 48. worden voorkomen door niet reeds bij lichte schendingen van bijvoor- met het onrechtmatig handelen van de opsporende burger, dan lijkt de beeld art. 8 EVRM strafrechtelijk in te grijpen, maar dergelijk ingrijpen uitsluiting van het bewijs van het aldus verkregen materiaal het meest te beperken tot die situaties waarin op een grove wijze inbreuk is voorstelbare door art. 359a Sv mogelijk gemaakte strafprocessuele gemaakt op de privacy. gevolg. Handelt de opsporende burger civielrechtelijk dan wel straf- De opsporende burger kan het door hem verkregen materiaal rechtelijk onrechtmatig, zonder dat van de bedoelde bemoeienis of vervolgens overdragen aan de politie en het OM. Deze informatie kan sturing sprake is, dan kan het aldus verkregen materiaal in beginsel in zeer waardevol zijn. Het kan immers dienen als startinformatie voor het strafproces worden gebruikt. In het geval de opsporende burger zijn een strafrechtelijk onderzoek en daarnaast eveneens worden gebruikt materiaal evenwel verkrijgt op een grove onrechtmatige wijze dan kan in de bewijsvoering. De vraag dringt zich in dit verband echter wel dit tot bewijsuitsluiting leiden, indien aldus sprake is van een zodanige op of dergelijk materiaal ook door de politie en het OM mag worden schending van beginselen van een behoorlijke procesorde of veron- gebruikt indien de opsporende burger civielrechtelijk dan wel straf- achtzaming van de rechten van de verdediging. In de gepubliceerde rechtelijk onrechtmatig heeft gehandeld ter verkrijging van het bewuste jurisprudentie heeft zich nog geen situatie voorgedaan die in dit verband materiaal. Het onrechtmatige handelen schuilt in de meeste gevallen noopte tot bewijsuitsluiting. Een dergelijke grove onrechtmatigheid kan in een schending van art. 8 EVRM. In het geval de politie en/of het OM mijns inziens niet worden aangenomen indien de opsporende burger sturing hebben gegeven aan dan wel zich hebben bemoeid met de puur en alleen civielrechtelijk onrechtmatig handelt. In dit verband dient privacyschendende handelingen van de opsporende burger, kunnen eerder te worden gedacht aan de situatie dat een opsporende burger deze handelingen worden toegerekend aan de politie en het OM, is een bekennende verklaring van een mogelijke verdachte verkrijgt door aldus sprake van de in het tweede lid van art. 8 EVRM genoemde deze te mishandelen. ontoelaatbare inmenging en kan een schending van art. 8 lid 1 EVRM Los van het bovenstaande pleit ik ervoor dat de politie en het OM worden aangenomen. De lijn van de Hoge Raad lijkt te zijn dat de politie zich wat terughoudender opstellen wat betreft de gebruikmaking en het OM de opsporende burger wel enigszins mogen adviseren en van materiaal verkregen door een onrechtmatig opsporende burger. (technische) ondersteuning mogen bieden om nog niet te hoeven Gezegd kan immers worden dat het onder meer vanuit het eerder spreken van een inmenging als bedoeld in het tweede lid van art. 8 geschetste strafprocessuele perspectief niet hoort dat de politie en EVRM. Een geval waarin de bedoelde inmenging werd aangenomen het OM de vruchten plukken dan wel profiteren van dergelijk onrecht- heeft zich overigens in de Nederlandse jurisprudentie tot op heden niet matig handelen. In dit verband dient er wel een differentiatie worden voorgedaan. Het EHRM legt evenwel een strengere maatstaf aan en aangebracht in onrechtmatigheden waarvan de politie en het OM niet heeft dan ook al meermalen geoordeeld dat de bedoelde inmenging mogen profiteren. Betreft het een zuivere civielrechtelijke onrechtmatig- er wel was. Waar de Hoge Raad nog wel enige sturing of bemoeienis heid, dan mag dergelijk materiaal gewoon worden gebruikt. Handelt de accepteert, spreekt het EHRM al van een ontoelaatbare inmenging die opsporende burger strafrechtelijk onrechtmatig, dan zou ten eerste dat een inbreuk op het eerste lid van art. 8 EVRM met zich brengt. materiaal niet mogen worden gebruikt dat met een grove inbreuk op het Mocht de Hoge Raad, in het licht van de strengere lijn van het EHRM, recht op privacy en op een haast professionele wijze is vergaard. Ten in een toekomstig geval wel aannemen dat de politie en/of het OM te tweede dient het materiaal terzijde te worden gelegd dat verkregen is veel sturing hebben gegeven aan dan wel zich teveel hebben bemoeid door het schenden van de lichamelijke integriteit of het dreigen hiermee. 92 BURGEROPSPORING | Mr. S. Brinkhoff 93
  • 49. Ik besef terdege dat ook dergelijk materiaal voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten zeer waardevol kan zijn, maar aan de andere kant kan het gebruik ervan het niveau van de strafrechtspleging in zijn geheel wel omlaag halen. Op die wijze wordt immers belastend materiaal het strafgeding ingebracht, zonder dat bij de verkrijging daarvan belangrijke strafvorderlijke beginselen, zoals de onschuld- presumtie, in ogenschouw zijn genomen. Ook voor de rechter schuilt in deze een taak. Hij zou eerder tot bewijsuitsluiting over moeten gaan indien het OM toch besluit dergelijk materiaal in de bewijsvoering te betrekken. Zoals eerder vermeld, pleiten Joh en Traest hier ook voor. Hiertoe kan aan een nieuw te formuleren argument voor bewijsuitslui- ting worden gedacht. Een argument met de strekking dat de politie en het OM niet mogen profiteren van bepaalde door burgers begane onrechtmatigheden, kort gezegd het profijtargument. Concluderend verdient het aanbeveling dat het OM in dit verband een instructie voor politie en officier van justitie concipieert. De inhoud van deze instructie zal tweeledig moeten zijn. Ten eerste dient de instructie een handvat te bieden wat betreft de gevallen waarin een strafrechtelijke vervolging van een onrechtmatig opsporende burger in de rede ligt. De instructie dient voorts de gevallen te beperken waarin de politie en het OM gebruik mogen maken van door een onrecht- matige opsporende burger verkregen materiaal. Op deze wijze kan op een verantwoorde manier om worden gegaan met het fenomeen burgeropsporing. 94
  • 50. DE BETROKKEN BURGER Mr. Harm Brouwer 1 Een ambitieus jongmens De latere Amerikaanse president Lyndon Johnson is politiek klein begonnen. Na een korte carrière als persoonlijk medewerker in het Congres en als ambtenaar, kwam hij op zijn negenentwintigste in het Huis van Afgevaardigden, als de jongste van de 21 afgevaardigden uit Texas.2 In het Huis had de ambitieuze Johnson een opvallende gewoonte. Hij kwam heel vroeg op zijn werk. Nu schijnt dat in de politieke wereld wel eens vaker te zijn voorgekomen. Maar hier was het bijzondere dat Johnson voor zevenen in het Capitool rondscharrelde om de post van zijn collega’s te kunnen onderscheppen. Hij was met name geïnteresseerd in brieven van Texaanse burgers. Die drukte hij achterover en beantwoordde ze zelf. Zo maakte hij goede sier bij kiezers uit heel Texas. Dat is handig als je politieke ambities verder reiken dan je eigen kiesdistrict. Maar Johnson vond het vooral ook belangrijk te weten met welke problemen burgers zoal worstelden. Johnson hechtte dus veel waarde aan de communicatie met burgers. Misschien spreekt dat vanzelf, hij was immers een gekozen politicus. Die griezelige burgers Er zijn overheidsdienaren bij wie die belangstelling voor wat de burger vindt en doet, duidelijk minder sterk ontwikkeld is dan bij de jonge 1 Harm Brouwer is voorzitter van het College van procureurs-generaal. Deze tekst is een bewerking van zijn mondelinge bijdrage aan het OM-Congres ‘De Burger als Opspoorder’ op 21 november 2008. 2 Zie over de jaren van Lyndon B. Johnson als lid van het Huis van Afgevaardigden: Robert A. Caro, Means of Ascent (The Years of Lyndon Johnson, Volume 2) New York: Vintage Books, 1991. DE BETROKKEN BURGER | Mr. Harm Brouwer 97
  • 51. Johnson. Het woord zegt het al, ‘overheidsdienaar’ in plaats van Burgerparticipatie bij de opsporing is ook heel gewoon. En is dat al ‘dienaar van de publieke zaak’. Voor dergelijke ambtenaren – het is sinds mensenheugenis. De opsporing van strafbare feiten kan immers een uitstervend ras, maar ze worden nog steeds waargenomen in de niet zonder de medewerking van burgers. Deze vorm van burger- meer ondoorgrondelijke delen van het bureaucratisch oerwoud3 – voor participatie definieerde ik als het meekijken en het meedenken met dergelijke ambtenaren is een brief van een burger geen kans, maar een de politie en het OM. Ik vond dat nog niet het volledige potentieel bron van ergernis. Die verrekte burgers toch! Ze zetten geen kenmerk aan meekijkers en meedenkers werd benut en was in die zin een boven hun brief; ze schromen niet om drie onderwerpen tegelijk aan voorstander van méér burgerparticipatie. te snijden; ze sturen hun brief naar de verkeerde en komen dan ook nog Daarbij maakte ik wel een forse kanttekening bij die vormen van eens met vragen die niet te beantwoorden zijn of met oplossingen die burgerparticipatie die verder gaan dan meekijken en meedoen: niet in het beleidsplan passen. Wat denken ze wel! activiteiten die, wanneer de politie ze zou ondernemen, als toepassing van een opsporingsbevoegdheid gelden, de burgeropsporing dus. Ik overdrijf natuurlijk, maar ik zie veel van dergelijke reflexen terug Ik waarschuwde toen dat er een cultuur van burgeropsporing wanneer het gaat om het thema van vandaag, om burgerpartici- kon ontstaan: “een cultuur waarin allerlei lieden zichzelf tot hulp- patie en burgeropsporing. De gedachte is dan: in onze rechtsstaat sheriff uitroepen en onder het mom van de strijd tegen de misdaad is het strafrecht bewust uit de handen van de burgers gehouden en dingen gaan doen die niet mogen.” In die zin heiligt het doel al snel in handen gelegd van magistraten en aan strikte regels gebonden de middelen. opsporingsambtenaren. Dit alles om eigenrichting tegen te gaan en om evenwichtigheid en onpartijdigheid te bevorderen. Vanuit die optiek Ik rekende het tot de verantwoordelijkheid van het OM als hoeder van zou het griezelig of – nog erger! – ongrondwettelijk te zijn burgers de rechtsstaat erop toe te zien dat het goede, meer burgerparticipatie, bij de strafrechtspleging te betrekken. niet omslaat in het foute, namelijk meer onrechtmatige burgeropsporing. Daarom werd aangekondigd dat het Wetenschappelijk Bureau van Een vervolg op de Gonsalves-lezing het OM aan het werk ging om een aantal vragen te onderzoeken, Dat is niet míjn grondhouding. Ruim een half jaar geleden hield die de opkomst van de burgerparticipatie en in het bijzonder de ik – ook hier in Den Haag – de Gonsalves-lezing.4 Ik stelde toen burgeropsporing oproept. Het WBOM heeft op zijn beurt een aantal voorop dat ik burgerparticipatie op zich een uitstekende zaak vond. wetenschappers aan het werk gezet. Ook delegeren is blijkbaar een wetenschappelijke discipline. 3 Zie in dit verband het rapport van de Nationale Ombudsman Behandeling burgerbrieven Van Aruba naar Thailand kan behoorlijker: Onderzoek uit eigen beweging naar de behandeling van burgerbrieven Voor wat betreft de bijdragen van de beide hoogleraren Boutellier en in 2007 door de ministeries, 2008. Buruma: het verzoek aan hen was om het OM op essay-achtige wijze 4 Gehouden op 15 februari 2008. De lezing, met de titel ‘Burgerparticipatie en impulsen te geven voor ons debat over hoe wij om moeten gaan met Burgeropsporing’ is uitgegeven door de Stichting Eén en Ander (www.een-en-ander.nl) de opkomst van de burgerparticipatie. Wat mij betreft, zijn zij daarin en is digitaal beschikbaar op de website www.gonsalvesprijs.nl. geslaagd. De essays en de voordrachten prikkelen, en wel in positieve 98 DE BETROKKEN BURGER | Mr. Harm Brouwer 99
  • 52. zin. Straks zal ik met u delen welke voorlopige gedachten hun visies Wisselwerking afzonderlijk in mij los hebben gemaakt. Maar eerst graag nog een paar Dat deze trend naar nog meer burgerparticipatie en burgerop- algemene opmerkingen naar aanleiding van het door de twee sprekers sporing – ik vat de twee maar even samen onder de noemer ‘burger- geschetste beeld. betrokkenheid’ – de laatste maanden niet tot stilstand is gekomen, Ten tijde van de Gonsalves-lezing, was ons land nog in de ban van wekt geen verbazing wanneer men de bijdragen van Boutellier en de uitzending van Peter R. de Vries met de heimelijk gefilmde voor- Buruma bestudeert. bankgesprekken over de verdwijning van Natalee Holloway op Aruba.5 Buruma verwoordt welke gevolgen de dramademocratie voor het U voelt hem al aankomen, de wereld is sindsdien niet erg veranderd, strafrecht heeft. Er is een controledemocratie ontstaan waaraan de al heeft de crime scene zich verplaatst van Aruba naar Thailand.6 Eerlijk burger niet meer eens in de zoveel jaar als kiezer deelneemt, maar gezegd begint dat een beetje afgezaagd te worden. Ik hoop dat de permanent als een jurylid dat het handelen van de overheid beoordeelt. rechtsorde langzamerhand weer wat meer gaat omvatten dan alleen Daarbij maakt de technologie het voor burgers niet alleen makkelijker de handel en wandel van meneer Joran van der Sloot. om zelf onderzoek te doen (het ‘Google-effect’), maar door diezelfde Wat daar ook van zij, dergelijke televisie is een erg in het oog technologie kunnen de burgeropspoorders hun bevindingen ook springende vorm van burgerparticipatie, namelijk de toepassing van nog eens heel eenvoudig wereldkundig maken. De burger is zelf bijzondere journalistieke opsporingsmethoden. Maar ook overigens kan medium geworden. men vaststellen dat de trend in de richting van meer burgerparticipatie Bovendien betrekt de overheid de burgers zelf steeds meer bij haar en meer burgeropsporing zich heeft voortgezet. Het wordt nog steeds taakvervulling. Buruma ziet een oorzakelijk verband: ‘dat burgers – gewoner filmpjes van strafbare feiten op Youtube te plaatsen; steeds of het nu wetenschappers, journalisten of nog anderen zijn – zich meer publieke intellectuelen gaan, al dan niet zelfbenoemd en al bezighouden met opsporing, is te beschouwen als een sequeel van dan niet op verstandige wijze, op eigen onderzoek uit in afgedane het feit dat de overheid zelf de burgers uitnodigt om aan de veiligheid of nooit opgehelderde strafzaken, Burgernet is verder uitgerold7, en bij te dragen.’ de enorme activiteit rond bijvoorbeeld de moord op Marlies van der Boutellier verklaart die zoektocht van de overheid naar de burger uit Kouwe op Bonaire en de nieuwe aanhouding in de Puttense moordzaak het ontbreken van een vanzelfsprekend referentiekader. ‘De kloof’, zo toont hoe graag de media tegenwoordig zelf de doopceel van een zegt Boutellier, ‘verwijst dus niet zozeer naar afstand tussen overheid verdachte lichten. en burgers, maar naar een gebrek aan een gemeenschappelijk verhaal waarin bestuurders en bestuurden elkaar vinden.’ 5 Uitzending ‘Peter R. de Vries, Misdaadverslaggever’, 3 februari 2008. Beiden leggen dus de nadruk op de wisselwerking tussen burger 6 Uitzending ‘Peter R. de Vries, Misdaadverslaggever’, 9 november 2008. en overheid. Burgerparticipatie en burgeropsporing is geen 7 Zie bijvoorbeeld het persbericht d.d.1 oktober 2008, ‘Burgernet geeft politie ‘extra eenrichtingsverkeer. Overheid en burgers zoeken – hoe onbeholpen oren en ogen’: Vernieuwd Burgernetsysteem in negen pilotgemeenten beproefd’, soms ook – de dialoog. op www.burgernet.nl. 100 DE BETROKKEN BURGER | Mr. Harm Brouwer 101
  • 53. Goed nieuws De ideeënbus is een toonbeeld van hoe het niet moet. Een ideeënbus Dat betekent ook dat het gevoel dat ik aan de analyses van Boutellier is volledig eenrichtingsverkeer. Er vindt geen contact plaats en het is en Buruma overhoud primair positief is. De burger is een redelijk wezen onduidelijk wat er met eventuele ideeën zal gebeuren. Het wekt dan en is op zoek naar een even redelijke overheid. ook geen verbazing dat ideeënbussen in de regel veel meer snoep- De participerende burger wil niet de plaats van de rechter en de papiertjes dan ideeën bevatten. Het is dan ook een beetje verontrustend officier van justitie innemen. Hij wil, zo legt Boutellier uit, vooral als dat het International Atomic Energy Agency in een rapport uit 2002 serieuze gesprekspartner behandeld worden. Hij is niet uit op steeds het ophangen van ideeënbussen aanbevolen heeft als maatregel om hogere straffen en vindt rechtsbescherming net zo zeer belangrijk. de veiligheid in kerncentrales te verhogen.8 Maar misschien weten zij De burgeropspoorder wil vooral dat de overheid zelf goed en zorg- meer dan ik van de communicatiekracht van ideeënbussen. vuldig opspoort. Aan burgeropsporing kleven weliswaar haken en ogen, Laten we immers niet vergeten dat het IAEA in 2005 de Nobelprijs maar – als ik Buruma goed begrijp – kan deze ontwikkeling per saldo voor de vrede heeft gewonnen. Met dank aan het ideeënbusidee de kwaliteit van de strafrechtspleging van overheidswege verbeteren. wellicht? De burgeropsporing functioneert als een soort ongeorganiseerde tegenspraak. Het andere uiterste van de burgerparticipatie is wat mij in de schoenen werd geschoven toen ik aankondigde dat het OM zou experimenteren Dat is goed nieuws van beide hoogleraren. De burgerbetrokkenheid met burgerfora bij het herijken van ons Kader voor Strafvordering. zal de komende jaren zeker niet afnemen, maar zowel voor burger- Volgens advocaat-generaal bij de Hoge Raad Knigge zou het OM zich participatie als voor burgeropsporing geldt, dat deze de kwaliteit en daarmee te buiten gaan aan ‘populisme’ en zou het ‘willen dansen de legitimiteit van de strafrechtspleging kunnen versterken, mits het naar de pijpen van het volk’.9 Inmiddels is dat experiment afgerond. OM er verstandig mee omgaat. Een geruststellende conclusie, maar Respondenten hebben via het internet vragen over de strafwaardig- ook meteen een uitdaging voor het OM. Hoe zou dat verstandige beleid heid van delicten ingevuld. Daarna zijn met burgerpanels gesprekken er uit kunnen zien? gevoerd over strafmaatbeleid, bijvoorbeeld over wat men belangrijke Daar gaan we met zijn allen vandaag vooral over verder praten. strafverhogende en strafverlagende omstandigheden vindt. Ik kan Bij wijze van schoten voor de boeg, deel ik met u vast enkele van Knigge gerust stellen. Deze burgerbevraging heeft niet het effect gehad de gedachten die Boutellier en Buruma hebben losgemaakt. dat willekeurige burgers voortaan het strafvorderingsbeleid van het OM bepalen. Dat was ook niet de bedoeling van het experiment. Wél was de Tussen ideeënbus en volkswil bedoeling om eens te horen hoe men over de uitgangspunten van ons Eerst Boutellier, die burgerparticipatie geen panacee vindt, maar wel strafvorderingsbeleid met betrekking tot een aantal veelvoorkomende een middel om het vertrouwen in de strafrechtspleging te versterken. Burgerparticipatie dient zich, mijns inziens, ergens midden tussen twee ongewenste uitersten af te spelen: de ideeënbus enerzijds en 8 Optimization of Radiation Protection in the Control of Occupational Exposure, het toegeven aan de volkswil anderzijds. IAEA, 2002, p. 26. 9 G. Knigge, ‘De stem van het volk’, RM Themis, 2006, p. 235-236. 102 DE BETROKKEN BURGER | Mr. Harm Brouwer 103
  • 54. delicten dacht. Eigenlijk is het verbazingwekkend hoe naar binnen gekeerd onze In januari zullen we alle bevindingen naar buiten brengen. Ik kom nu beleidsvorming altijd plaats heeft gevonden. Jan en alleman wordt vast met een paar teasers. Geconcludeerd werd dat burgerraadpleging geconsulteerd bij de totstandkoming van nieuwe beleidsregels, maar wel degelijk nuttig kan zijn, maar dat de manier waaróp voor verbetering dan alleen Jan en alleman voor zover zij in de justitiehoek werkzaam zijn. vatbaar is, wil men de resultaten kunnen gebruiken. Met name waren de De rest van Nederland mag de beleidsregel in de Staatscourant lezen. uitgevoerde internetenquêtes en groepsgesprekken nog onvoldoende Dat kan echt niet meer anno 2008. representatief. Het experiment biedt dus vooral wijze lessen over hoe En als wij dan toch anderen laten participeren, dan graag in de vorm we in de toekomst bevragingen moeten opzetten. van een dialoog. Niet alleen eenzijdig, anderen laten reageren op onze conceptbeleidsstukken, maar ook luisteren naar wat zij zelf aandragen. Boutellier, die ook bij de proef betrokken was, geeft aan: “wat uit Zelfs het OM heeft de wijsheid niet in pacht. de experimenten naar voren komt is dat dé burger niet bestaat, ook Natuurlijk hebben we het dan over consultatie over beleid, niet over niet voor het strafrecht.” Zijn waarschuwende woorden zijn dan ook: concrete zaken. Wij hebben geen jury- of lekenrechtspraak, ook niet via ‘Er bestaan gevarieerde oordelen over ernst en strafmaat en er is geen een achterdeurtje. eenduidig geluid waar het OM zich op zou kunnen richten. (...) Het OM En natuurlijk blijft voor de beleidsvorming met bevraging van burgers kan niet gaan luisteren naar de grootste gemene deler en moet dat ook dezelfde voorwaarde gelden, als voor de beleidsvorming die zich niet willen’. geheel intern voltrekt: het eindproduct moet wel gewoon democratisch Wel vindt Boutellier dat het OM in gesprek moet met de burger gelegitimeerd zijn. De minister – en via deze – het parlement heeft en stelt daartoe drie modaliteiten voor: uiteindelijk het laatste woord. Dat is echter zeker geen argument om - de burgerontmoeting in grote gemeentes, het consulteren van burgers maar helemaal achterwege te laten. - de maatschappelijke raad op arrondissementsniveau, Boutellier stelt dat de burger als een serieuze gesprekspartner - en een landelijke Raad van advies inzake de strafvordering. behandeld moet worden. In Engeland gebruiken de politiekorpsen klankbordgroepen samengesteld uit burgers, die moeten fungeren Op zoek naar Critical Friends als critical friends.10 Namens het College kan ik melden, dat wij inderdaad van plan zijn Critical friends, dat zijn de beste vrienden die je je kunt wensen. door te gaan met het consulteren van burgers. Het is nog de vraag Het OM wil dan ook doorgaan met het ontwikkelen van verantwoorde of wij dat precies zo gaan doen, zoals Boutellier voorstelt. Hoe dan ook methoden om burgers en belangengroepen te raadplegen over ons spreekt de gelaagde brede aanpak aan. Wij denken in elk geval aan beleid en onze taakuitoefening. En voor alle duidelijkheid: dat is iets een soort klankbordgroep die een nog in te stellen interne Landelijke geheel anders dan ‘dansen naar de pijpen van het volk’. Commissie Strafvorderingsrichtlijnen bij gaat staan. Ook denken wij aan het via het internet consulteren van burgers en belangengroepen over voorgenomen beleid. Dergelijke initiatieven vormen onderdeel 10 Zie onder meer het persbericht d.d. 14 oktober 2008 ‘Launch of the National van wat wij momenteel aan het ontwikkelen zijn in het kader van het Independent Advisory Guidance’ van de Association of Chief Police Officers Kwaliteitsmodel OM. op www.acpo.co.uk. 104 DE BETROKKEN BURGER | Mr. Harm Brouwer 105
  • 55. Geen nieuwe wetgeving, geen nieuwe beleidsregel spelen er te veel factoren een rol. Is er een formule te maken waar je Dat als eerste reactie op de standpunten van Boutellier over burger- eerst aan de ene kant de ernst van het opgehelderde feit in stopt, waar participatie. je vervolgens aan de andere kant de ernst van de door de opspo- Dan wil ik nu overstappen naar Buruma. Wij hebben Ybo Buruma rende burger begane onrechtmatigheid aan toevoegt en waar ten op pad gestuurd met twee betrekkelijk overzichtelijke vragen. Hij kwam slotte vanzelf uitrolt of je het bewijs mag gebruiken en of je de burger- vervolgens, zoals verwacht en ook gehoopt, met een veel bredere opspoorder moet vervolgen? Ik vrees van niet. analyse. Buruma is zo iemand die, wanneer je onderweg verdwaald bent en hem vraagt om bij een benzinestation de weg te vragen, niet alleen De burgerwaarzegster terugkomt met de gevraagde routebeschrijving, maar ook nog met een Ik geef maar even een voorbeeld, ontleend aan de Duitse jurisprudentie, beschouwing over de invloed van de cartografie op de westerse wereld. om te laten zien wat voor bizarre verschijningsvormen burgeropsporing Onze vragen waren – kort samengevat – ten eerste of er behoefte was kan aannemen.12 aan nieuwe strafbaarstellingen om de meer extreme vormen van burger- Een van een moord verdachte vrouw zit in het huis van bewaring. opsporing aan banden te kunnen leggen. En ten tweede, of het OM Zij ontkent de moord begaan te hebben. Een medegedetineerde stelt zich extra beperkingen moet opleggen bij het gebruik van de vruchten over magische krachten te beschikken. Zij kan niet alleen de toekomst van onrechtmatige burgeropsporing. zien in koffieprut en sigarettenas, zij kan ook door haar ‘übersinnliche Over die eerste vraag geeft Buruma – mede op basis van het Kräfte’ bewerken dat verdachten worden vrijgesproken. Dat vindt de voorbereidend werk van zijn medewerker Sven Brinkhoff 11 – een van moord verdachte vrouw interessant en zij meldt zich aan voor stellig antwoord: Nee, die extra strafbaarstellingen hoeven er niet een aantal séances. De magie kan echter alleen werken wanneer de te komen. Die gedragingen die strafbaar zouden moeten zijn, zijn verdachte aan de waarzegster een volledige schriftelijke bekentenis het ook. Bepalend is eerder de vervolgingspraktijk dan het wettelijk geeft. Dat doet zij en zoals te verwachten viel, stapte de waarzegster instrumentarium. Ik ben dat bij nader inzien met hem eens. met de verklaring naar de autoriteiten om voor zichzelf strafkorting te bedingen. Complexer is het antwoord op de tweede vraag. In de Gonsalves-lezing Mag deze bekentenis worden gebruikt? Maakt het verschil of sprak ik nog de hoop uit dat het onderzoek zou kunnen leiden tot een het om moord gaat of om een minder ernstig feit? Is van belang beleidsregel van het OM over het gebruik van bewijs dat is verkregen dat tijdens de séances hasj is gerookt, terwijl de verdachte als gevolg van onrechtmatige burgeropsporing. ‘Rauschmittelungewohnt’ was (dat is Duits voor: mevrouw had nog Naar aanleiding van de bijdrage van Buruma stel ik vast dat de nooit een joint gerookt)? In hoeverre is het relevant dat de waarzegster gedachte te ambitieus was, om deze materie in een heldere aanwijzing te gaan regelen. Dit is geen vraagstuk dat zich in een paar vuistregels laat vangen; daarvoor zijn de af te wegen belangen te complex en 12 Deze zaak is onder meer bekend als ‘Wahrsagerin-Fall’, BGHSt 44, 129. Overigens vond het Bundesgerichtshof in casu voldoende feitelijke aanknopingspunten om het optreden van de waarzegster aan de overheid toe te rekenen en de zaak terug te wijzen aangezien 11 De juridische inventarisatie van Brinkhoff is eveneens in deze publicatie opgenomen. de bekentenis niet zonder meer gebruikt had mogen worden. 106 DE BETROKKEN BURGER | Mr. Harm Brouwer 107
  • 56. beweert jarenlang politieinformante te zijn geweest? Men kan oneindig Wel moeten wij het gebruik van door onrechtmatige burgeropsporing veel variaties bedenken en zo steeds tot nieuwe conclusies komen. verkregen bewijs zien als iets uitzonderlijks, dat verantwoording behoeft. De casuïstiek is hier dus dominant. De jurisprudentie plaatst het OM in een riante positie doordat wij in beginsel alle onrechtmatig verkregen materiaal mogen gebruiken, dat Geen beleid, wel bewustwording buiten ons of de politie om is verkregen.13 Dat zij zo, maar dat ontslaat Ondertussen ligt het vraagstuk van de onrechtmatige burgeropsporing ons niet van het maken van een eigen – noem het morele – afweging. wel op het bordje van het OM. Buruma maakt dat ook nog eens duide- We moeten er gevoelig voor blijven dat het hier een rechtsstatelijk lijk. Hij ziet de oplossing niet in wetswijziging of in een nieuwe juris- problematische categorie betreft. prudentiële lijn van de Hoge Raad, maar in wijs optreden van het OM. Buruma stelt: ‘ten aanzien van het aanvaarden van hulp van de zijde Dan het betrokkenheidscriterium. Zolang OM en politie niet op enigerlei van particulieren die hun wettelijke grenzen hebben overschreden, denk wijze betrokken zijn geweest bij de onrechtmatigheid, mogen wij het ik dat een herstel van de morele functie van het OM op zijn plaats is.’ bewijs gebruiken. Dat is een duidelijke regel. We moeten echter blijven Ook dicht hij het OM een filterende rol toe doordat het zaken seponeert oppassen dat geen praktijken ontstaan die zo frequent optreden, dat waaraan ernstig onrechtmatig (burger)optreden ten grondslag ligt. onze lijdzaamheid ons mede verantwoordelijk maakt. Zoals Corstens Even een terzijde: hoezo ‘herstel van de morele functie’? Volgens (in zijn hoedanigheid van wetenschapper) schreef: “passief blijven, doch mij is er op dat vlak niets mis met het OM en het heeft er alle schijn met graagte accepteren, kan niet door de beugel”.14 Dan kan het zijn dat van dat Buruma dat stiekem ook vindt. wij bepaalde vormen van bewijs niet meer zullen accepteren, teneinde een signaal af te geven aan burgeropspoorders die bepaalde grenzen Hoe dan ook, het essay van Buruma is voor het OM buitengewoon overschrijden. nuttig als vertrekpunt van een discussie die we intern moeten gaan voeren. Vandaag en bij volgende gelegenheden. Misschien moet het Tot zover staan Buruma en ik, denk ik, heel dicht bij elkaar. Waarover daarbij dan niet om nieuw beleid gaan, maar om bewustwording. ik het niet met hem eens ben, is zijn terloopse suggestie dat het OM vaker journalisten zou moeten vervolgen. Vervolging voor onrechtmatige Schoten voor de boeg nieuwsgaring is in de praktijk buitengewoon lastig, omdat de rechters in Net als in mijn reactie op de bijdrage van Boutellier, vuur ik ook hier de praktijk – terecht – het algemeen belang van de vrijheid van nieuws- vast een aantal schoten voor de boeg af ten behoeve van de verdere meningsvorming binnen het OM. Om te beginnen heeft Buruma mij overtuigd met zijn voorbeeld 13 Zie bijvoorbeeld HR 14 januari 2003, NJ 2003, 288 m nt. YB, waarin als mogelijke van de vader van het gekidnapte kind, dat je nooit ‘nooit’ moet uitzonderingen op dit uitgangspunt worden genoemd ‘een zodanige schending van zeggen. Wi moeten niet op voorhand bepalen dat bepaalde vormen beginselen van een behoorlijke procesorde dan wel een zodanige veronachtzaming van van onrechtmatige burgeropsporing per definitie tot bewijsuitsluiting de rechten van de verdediging’ dat het onrechtmatig verkregen materiaal ‘van het bewijs moeten leiden. zou moeten worden uitgesloten’. 14 Zie zijn noot bij HR 11 april 1995, NJ, 537. 108 DE BETROKKEN BURGER | Mr. Harm Brouwer 109
  • 57. garing zeer sterk laten meewegen. De normering van journalistiek OM er juist is om ervoor te zorgen dat in termen van moreel en rechts- optreden is dan ook eerst en vooral een zaak van de journalistiek zelf en statelijk evenwicht aan het individuele geval recht wordt gedaan! niet van de staat. Het is dan ook gewenst – ik heb dat bij eerdere gele- genheden gezegd en geschreven15 – , dat die journalistiek in sterkere Laten wij de behoefte aan burgerparticipatie en burgeropsporing vooral mate dan nu het geval is, op zoek gaat naar middelen om de cowboys als positieve ontwikkeling blijven beschouwen. Eerder gebruikte ik de binnen de beroepsgroep in het gareel te houden. De huidige, ruim overkoepelende term ‘burgerbetrokkenheid’. De burgers voelen zich geformuleerde gedragscodes en de vrijblijvende oordelen van de Raad blijkbaar steeds meer betrokken bij ons werk. En dat is toch de droom voor de Journalistiek, volstaan in ieder geval bij lange na niet. van iedere overheidsorganisatie. Een conclusie: √a= 7b-5cª Ik sluit af en stel vast dat de beide hoogleraren Boutellier en Buruma ons hebben getoond dat burgerparticipatie en burgeropsporing fenomenen zijn die onlosmakelijk zijn verbonden met de richting waarin onze maatschappij zich ontwikkelt. Het zijn fenomenen die serieuze vragen oproepen, met name ook voor het OM. Toen ik vroeger op school zat en mijn wiskundehuiswerk deed, duizelde het mij altijd een beetje wanneer ik vergelijkingen moest oplossen met drie onbekenden. U kent ze wel: √a= 7b-5cª. Welnu, om een pasklaar antwoord te vinden op de uitdagingen waar burgerparticipatie ons voor stelt, moeten wij een vergelijking met zestieneneenhalf miljoen onbekenden oplossen. Zoals Boutellier zegt ‘dé burger bestaat niet’. Dé burgeropspoorder bestaat evenmin. We hebben het over een groep die ongeveer zo bont geschakeerd is als de samenleving zelf: klokkenluiders, privé-detectives, verongelijkte ex-echtgenoten, gepensioneerden met een groot recht- vaardigheidsgevoel, zelfbenoemde publieke intellectuelen, televisie- journalisten, kritische wetenschappers die soms wel en soms niet lid zijn van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, voorbijgangers met een videocamera, noem maar op. Goed dat het 15 Ik verwijs in dit verband naar de opmerkingen die ik hierover in de Gonsalves-lezing maakte. 110 DE BETROKKEN BURGER | Mr. Harm Brouwer 111
  • 58. ontwerp en opmaak 2D3D ISBN 978-90-813772-1-8