Overzicht lessen duurzame ontwikkeling
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Like this? Share it with your network

Share
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Be the first to comment
No Downloads

Views

Total Views
2,090
On Slideshare
2,090
From Embeds
0
Number of Embeds
0

Actions

Shares
Downloads
4
Comments
0
Likes
1

Embeds 0

No embeds

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
    No notes for slide
  • De opdracht Verwerk de informatie uit de lessen in een powerpointpresentatie. Vat elke les in 2-3 dia’s samen, noteer de voor jou belangrijke punten. Geef bij de dia’s een toelichting.
  • Systemen: Planet (opsplitsen) - Klimaat * Co2 Relaties tussen componenten. * Temp. Planten = eten dieren bijv. * Neerslag + bestaat weer uit deel systemen. - Biodiversiteit (planten, dieren) - Water - Bodem People, planet, profit - Componenten van systemen - Relaties tussen componenten - System = deelsystemen Profit - Geld - Consumenten - Bedrijven   People - Consumenten - Werknemers - Werkgevers  
  • Tegenstelling Je ziet een kanteling in de visie van wat belangrijk is. Bij de linker bol is dit de economie (profit). Bij de rechter bol is planet het belangrijkste. Randvoorwaarden: als het maar goed gaat met de aarde. Kenmerken van systemen Interrelaties  gevolg: verandering werkt ver in het system door (triggeldown effect) Dynamisch Kleine oorzaak  grote gevolgen Complexe samenhangen – onbekende samenhangen  dit soort systemen eigenlijk onvoorspelbaar. Als dat zo is, eigenlijk dit principe hanteren: als je het niet zeker weet, niet doen = voorzorgprincipe. Mee- en terugkoppeling Positieve en negatieve feedback. Positieve brengen uit evenwicht Negatieve brengen in evenwicht Resultaten?  overschrijden van drempels (tipping points) Resultaat + -  wie wint er? Systeem slaat op hol Water absorbeert zonlicht. Ijs weerkaatst zonlicht. Voorbeeld negatief oceaan warmt op door zon, damp  wolk  geen zon.
  • BRIC landen Brazilië, Rusland, India en China   Urbanisatie (50% aardbewoners woont in steden)   Communicatiedoelgroep bij DO zijn vaak vrouwen en dan vooral de moeders. Omdat het gaat over de toekomst van hun kinderen. Inspelen op gevoel   Nationaal inkomen MOL = minst ontwikkelde landen $2 per dag/ p.p. te besteden in 46 landen (waarvan 33 in Afrika) (Op basis van BNP)   BNP onvoldoende graadmeter. Zegt niets over interne verdeling van inkomen Alternatief: ISEW Index of Sustainable Economic Welfare   Formule: ISEW  =  personal consumption +  public non-defensive expenditures -  private defensive expenditures +  capital formation +  services from domestic labour -  costs of environmental degradation -  depreciation of natural capital   Armoede Absolute armoede: geen essentiële basis voorzieningen, gebonden aan inkomen. Relatieve armoede: afhankelijk van zelfperceptie en onderlinge vergelijkingen. Bijvoorbeeld: geen mobieltje, rest van de klas wel.     Levensverwachting Inkomen   Alfabetisering Koopkracht   Gekoppeld (Denk aan medicijnen kopen)     Kenmerk van ontwikkelingslanden = enorme inkomensverschillen   Inkomen zegt te weinig daarom HDI (index van de menselijke ontwikkeling – Human development Index) De Index van de menselijke ontwikkeling (ontwikkelingsindex) van de Verenigde Naties meet voornamelijk armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting in een bepaald land of gebied.     In combinatie van: Inkomen pp Gemiddelde levensverwachting Alfabetiseringsgraad Aantal jaren schoolbezoek  
  • Onderwijs & alfabetisering Derde wereld tekortschietend onderwijssysteem Situatie meisjes, slechter dan jongens   Onderwijs ondanks alle problematiek van groot belang! Meer veranderingsgezind (landbouw) Demografisch effect Gezondheidseffect     Rijk is gezonder dan arm. Ook in NL.     Hoe hoger de scholing Hoe minder kinderen (geboorte)     Meer verdienen als je een diploma hebt.   Boer + hoge scholing = meer productie  door onderwijs.       Gedragsverandering!  
  • Gezondheid & ziekte Ziekte hindert economische ontwikkeling. Bijvoorbeeld HIV/AIDS bij jonge mensen. Deze jonge mensen zouden goed moeten zijn voor de economie. Dit is niet het geval als ze ziek zijn.   Tussen 1950 en 2050  afname bevolkingsgroei: dus geboorte (afname) 2050: 9 miljard mensen op de aarde   Wereldwijde daling vruchtbaarheid Absolute groei nog steeds hoog Bevolking enorme druk op aardse hulpbronnen en biodiversiteit Sterkste groei in armste landen. Hindert economische ontwikkeling en bedreigt politieke stabiliteit.
  • Honger & ondervoeding Kredietcrisis = voedselcrisis. Onderscheid hongersnood en chronische ondervoeding. Hongersnood  Mislukte oogst   Chronische ondervoeding  Continue te weinig voedsel
  • Wanbestuur & corruptie Afrika: koloniale erfenis: veel zwakke staten. Machtsstrijd tussen groepen verschillende religieuze en ethische afkomst Zwakke economische basis (ruilvoet)  alle spoorwegen van binnenland (platteland) naar buiten, zee  per schip naar welvarende landen.   Onderdrukking en schending van mensenrechten. Geen onafhankelijke rechtspraak Myanmar Zimbabwe   Spanning & conflicten Gevolg van politieke en bestuurlijke problemen Conflicten binnenlanden  erg hoog!   Darfur  conflict om hulpbronnen. Landlocked (geen toegang tot zee) Verwoestijning Strijd om toegang hulpbronnen      Land en water
  • Biodiversiteit problematiek   "Zonder biodiversiteit kunnen we geen vis vangen, voedsel verbouwen of medicijnen ontwikkelen. Kortom biodiversiteit is een rijke bron. Eigenlijk kun je zeggen dat biodiversiteit de brandstof is van het leven. Als het op is, staat alles stil."   Duurzaamheidaspecten zijn met elkaar verbonden! Het hangt allemaal samen.   Biodiversiteit is de verscheidenheid in genen, soorten en ecosystemen in een regio/de wereld.’Het verschil’. Soorten vogels bijvoorbeeld: Mus Ekster Merel Etc.   Door ecosystemen te behouden hou je soorten en genen (denk aan het oerwoud kappen = ecosysteem kappen  aap soorten gaan verloren)   Biodiversiteit in het verleden: Uitsterf golven, zorgt voor verandering in tijdperk.   Zonder meteoriet waren wij er niet: Geen dino’s meer. Zoogdieren kregen kans  WIJ  
  • Nu 6 e uitsterf golf (leven wij nu in) Wat zijn de gevolgen voor onze soort? Uitsterven in de geologie is normaal. Uitsterf golven zijn gevolg van klimaat veranderingen. Alles moet zich aanpassen.   Na uitsterfgolf sterke nieuwe evolutie. Massa uitsterven als kans Uitsterven (en evolutie!!) gekoppeld aan ingrijpende milieuveranderingen. De dominante soort verdwijnt bij uitsterfgolf: – De anaëroben op de grens Ordovicium-Siluur – De sauriërs op de overgang Krijt-Tertiair (Mens = dominant)   E(nergy) S(tability) Bepaalt biodiversiteit tot hoogte punt drijft. A(rea) E.Wilson   E = zonne-energie S = stabiliteit omgeving (mens,klimaat) A = Hoe groter, hoe meer soorten   Tropen = meest biodivers. Verlies biodiversiteit maar bevolkingsgroei het grootst.   Afname biodiversiteit kent 2 vormen, namelijk: Uitsterven: minder soorten Afname verscheidenheid: het algemene wordt algemener, het zeldzame zeldzamer.   Absolute afname biodiversiteit = Soort dat uitsterft. Uitsterven onbeschreven organisme = het onzichtbare (onwetende) uitsterven.   Gemiddeld leeft een soort 10 miljoen jaar. Mensen en apen  primaten. Uitzondering: reptielen. Bijvoorbeeld schildpad, deze bestaan langer dan 10 miljoen jaar.   Primaat: ‘’Eerste belangrijkste’’ leven ongeveer 5 miljoen jaar.   Inheemse volken verdwijnen  zelfde lot als dieren.   Oorzaken afname biodiversiteit: Indirect: Bevolkingsgroei (3 e wereld met name) Consumptiegroei (westerse wereld, opkomende economieën) Direct: (over)exploitatie van soorten Afname leefgebied Afname kwaliteit leefgebied Klimaat verandering Exoten (kansen in verzwakte ecosystemen)   Ecologische voetafdruk. Alles wordt omgerekend naar ruimte: Wat is nodig? (mens) Delen door ( : / ) Hoeveel ruimte is er? Eerlijk aarde aandeel.   Duurzaamheid = actueel.  dat moet ook wel!   Directe oorzaak Wijziging grondgebruik (ontbossing, landbouw) Directe oorzaken: E P Wijziging grondgebruik (ontbossing, landbouw) Voorbeelden: Uitbreiding soja-areaal, veeteelt Brazilië, Argentinië, Paraguay Uitbreiding oliepalm Indonesië   Nederland: Biodiversiteit holt achteruit. Veel oorspronkelijke biodiversiteit op het land gaat verloren in vergelijking met andere landen. Nu: uitsterven soorten minder snel  NL boekt dus succes. Oorzaken: 4V’s  vermesting, verdroging, vervuiling, versnippering. Overexploitatie en vermindering van de oppervlakte natuurgebieden in de 20e eeuw.   Reichholf, Ende der Artenvielfalt, Duits onderzoek: 1. Overbemesting 2. Structuurverarming (ruilverkaveling) 3. Homogeniseren biotopen 4. …….. 5. Jacht (ijsbeer)   (Groot) Stedelijke gebieden nu biodiverser dan het agrarische plattenland.   Lichtpunten Alle alarmbellen rinkelen. Toch lichtpuntjes?? 1. Besef probleem groeit (Rio 1992, EU 1998, Johannesburg 2002, Countdown2010, Bali dec 2007, Kopenhagen 2009 bosverdrag) 2. Natuurherstel en –ontwikkeling in westerse wereld 3. Natuurbehoud ontwikkelingslanden (natuurherstel?) 4. Toename in (geldelijke) waardering ecosysteemdiensten (CO2 emissierechten; Stern: Economics of climate change)   Burger consument • Politieke keuze (burger verwacht m.n. van overheid initiatief) • Aandacht voor NME • Maatschappelijk verantwoord consumeren: – Energieverbruik (vernieuwbare energie) – FSC-MSC – Kiezen voor dichtbij – Fair trade (verduurzaming productieketens) – Gedrag (tuin, auto…..) – Biodiversiteitsvriendelijke producten (groei biologische producten) – Minderen vleesconsumptie – Etc • MVO in bedrijf en organisatie/vereniging. (Via maatschappelijke organisaties) druk uitoefenen op bedrijven en overheden. • Bijdragen aan natuurbeheer • Steunen NGO’s
  • 1. Wellicht een onmogelijke vraag maar hoe heeft het zo ver kunnen komen? Er zijn allerlei wetten en regels opgesteld, deze worden min of meer genegeerd. Vissers trekken naar onbeschermde gebieden en gaan daar gewoon verder. Het probleem verschuift als het ware, maar is het dan ineens niet meer onze zaak? Het blijven visser uit de EU, wij eten de vis. Bovendien blijft het wel ons probleem! 2. Hoe verklaart u de samenhang tussen die problematiek van ontbossing, het klimaat en de overbevissing? 3. Is het niet wat tegenstrijdig dat we aanbevelen om meer vis te eten omdat het zo gezond is? Vis i.p.v. vlees want in ons vlees gaat veel water, maïs etc. terwijl hier derde wereld landen van zouden kunnen eten. Uiteindelijk blijkt vis eten ook ongezond te zijn maar dan op een andere manier, dit tast het ecosysteem aan onder het wateroppervlakte. 4. Denkt u niet dat de moed in de schoenen zakt bij de mensen? Vis eten zou gezond zijn, nu raakt de vis ‘’op’’. Duurzame auto’s, overbevissing, ontbossing, uitstervende diersoorten, er wordt teveel vlees gegeten, afval scheiden. De gevolgen van onze leefwijze komt aan het licht. Zou communicatie hier nog aan kunnen bijdragen, zou het mensen hoop kunnen geven? Of wordt dit juist te veel. Er wordt namelijk al ‘’veel’’ van ze gevraagd. Mensen zouden de communicatie rondom duurzaamheid beu kunnen raken en kunnen negeren. Is duurzaam denken daarmee een trend? 5. Wat is de beste oplossing tegen overbevissing? Vissoorten beschermen? Enclosure? Viskweek? De vangstquotum? Het probleem verplaatst zich, EU dient regels in, dan gaan de vissers wel ergens anders vissen. Is er wel een oplossing? 6. Zoals eerder genoemd verplaatsen vissersvloten zich naar andere wateren, bijvoorbeeld voor de kust van ontwikkelingslanden. Visserijverdragen leveren geld op voor deze ontwikkelingslanden. Positief voor ontwikkelingslanden maar negatief voor de vissen + ecosysteem. Lijkt het op 1 vlak beter te gaan, gaat het ten koste van het andere. Hoe los je dit op? Gaan ontwikkelingslanden hier aan meedragen? Of verdienen zij liever het geld. Zo blijven er onbeschermde gebieden, dus kan overbevissing ook blijven plaatsvinden. 7. Bijvangst is een groot probleem in de visserij. Behalve de vis waar de vissers het op gemunt hebben, komen er ook veel andere zeedieren in de netten terecht. Zo sterven jaarlijks miljoenen haaien, schildpadden en zeevogels als bijvangst. Voor de walvisachtige (dolfijnen, bruinvissen en walvissen) vormt bijvangst zelfs de grootste bedreiging. Elke twee minuten sterft een dolfijn, bruinvis of walvis door bijvangst - dat zijn er bijna 300.000 per jaar. Zo zouden de walvisachtige kunnen uitsterven. Er zijn oplossingen genoeg te bedenken als, ontsnappingsluiken, zeeflap, pingers, grotere mazen, etc. Maar worden deze oplossingen ook daadwerkelijk toegepast? En hoe doen ontwikkelingslanden dit? Worden deze middelen ook gebruikt in onbeschermde gebieden? Of is er geen geld voor deze middelen? Probleem verplaatst zich weer? 7. Vroeger visten de vissers in Mauretanië op een heel bijzondere manier. Ze hadden een opmerkelijk samenspel met dolfijnen gevonden. De vissers legden hun netten aan en de dolfijnen joegen de vis in de netten. Als de vangst werd binnengehaald, werden de dolfijnen beloond met wat verse vis. Is dit een rendabele oplossing voor westerse landen?! Walvisachtige zijn hierbij ook gered. Werkgelegenheid daalt maar wel duurzaam! 9. Moeten vissers financieel worden gecompenseerd vanwege de vangstbeperking? 10. Kortom: Hoe denkt u dat overbevissing internationaal het beste kan worden aangepakt?
  • Cultuur – consumentisme Wereldbeeld Houding   GAP houding – gedrag. Mensen willen wel (staan er positief tegenover) maar doen het niet! Heeft met cultuur en normen en waarden te maken.   Gedrag Retional choice (doordachte keuze) = individuele afweging op basis van kosten & baten (mensen zijn rationele beslissers) (meeste baten, minste kosten) Pursuasion (overtuiging) = wordt gebruikt om een bepaald gedrag te ontraden of veranderen. Overheid/organisaties in het maatschappelijke (overtuigen). Optimale kennis ongelijk aan gedrag. DEFRA 4 E  segmentatie van de doelgroep.   Enable ofwel stel in staat. Biedt duurzame alternatieven Encourage ofwel moedig duurzame keuzes aan. Engage ofwel betrek mensen bij duurzame ontwikkeling Creëer kleine (digitale?) gemeenschappen. Exemplify ofwel geef zelf het goede voorbeeld.   Zie ook hieronder Terra reversa 4 E .   Terra reversa + gedrag: Vlees relatief dominant in onze keuken Vegetarisme wordt door vele gezien als ‘radicale’ keuze De indruk is er niet dat er veel vlees gegeten wordt  te maken met: gebrek aan kennis over de gevolgen van vleesconsumptie.   Terra reversa + attitude: Veel mensen zeggen niet veel vlees te eten of minder vlees te willen gaan eten. Dit blijkt in praktijk tegen te vallen.  te wijten aan perception (waarneming/interpreteren) gap. Belgen eten meer vlees dan ze zich realiseren, terwijl ze een overschakeling naar een ander dieet als een tijdrovende, moeilijke en dure onderneming inschakelen. Een drempel om meer fairtradevoeding te kopen is vaak de prijs, terwijl tegelijkertijd dure niet-fairtradechocolademerken of dure kopjes ‘modekoffie’ nog nooit zo goed hebben verkocht. Een andere barrière op dit niveau is dat voeding en vlees eten als een prive-aangelegenheid wordt beschouwd. Bovendien geloven velen niet dat een duurzaam voedingspatroon effectief een positief element kan betekenen in een mondiale problematiek als de globale opwarming. Fair trade boekt wereldwijd double digit (10 – 99) groeicijfers, maar het aandeel van fair trade in de globale voedselproductie bedraagt geen 1%, en vaak denken mensen dat fair trade geen groot verschil kan maken.   Terra reversa 4E: Enable: Maak mogelijk, alternatief Exemplify: Geef het goede voorbeeld Encourage: Moedig aan Engage: Betrek mensen     Cultuur  gedeelde waarde noemen die je gedrag sturen   Socialiseren/culturalisatie Consumentisme/acceptatie consumeren goederen en diensten (wat + hoeveel) Media Tv / internet Reclame Levensstijl Opvoeding Overheid Onderwijs Duurzaamheid Media Reclame kritisch   Sociale marketing / sustainable marketing (= groene marketing) Ecocity’s (= soort van groene stad. Zelfvoorzienend) Slowfood (= afzetten tegen fastfood. Gebruik culturele of traditionele keuken)     Functie van consumeren Sociaal – bij een groep horen. Routinematig   Consumeren Basis behoefte Luxe behoefte      Gedragsverandering! Producent: C2C Consument   3 gedragsveranderingsmoddelen gericht op consument Rationele keuze Overtuigingstheorie DEFRA 4 E
  • DEFRA 4 E  segmentatie van de doelgroep.   Enable ofwel stel in staat. Biedt duurzame alternatieven Encourage ofwel moedig duurzame keuzes aan. Engage ofwel betrek mensen bij duurzame ontwikkeling Creëer kleine (digitale?) gemeenschappen. Exemplify ofwel geef zelf het goede voorbeeld.   Terra Reversa = 1 van de gedragsmodellen (uitgewerkt)   Terra reversa + gedrag: Vlees relatief dominant in onze keuken Vegetarisme wordt door vele gezien als ‘radicale’ keuze De indruk is er niet dat er veel vlees gegeten wordt  te maken met: gebrek aan kennis over de gevolgen van vleesconsumptie.   Terra reversa + attitude: Veel mensen zeggen niet veel vlees te eten of minder vlees te willen gaan eten. Dit blijkt in praktijk tegen te vallen.  te wijten aan perception (waarneming/interpreteren) gap. Belgen eten meer vlees dan ze zich realiseren, terwijl ze een overschakeling naar een ander dieet als een tijdrovende, moeilijke en dure onderneming inschakelen. Een drempel om meer fairtradevoeding te kopen is vaak de prijs, terwijl tegelijkertijd dure niet-fairtradechocolademerken of dure kopjes ‘modekoffie’ nog nooit zo goed hebben verkocht. Een andere barrière op dit niveau is dat voeding en vlees eten als een prive-aangelegenheid wordt beschouwd. Bovendien geloven velen niet dat een duurzaam voedingspatroon effectief een positief element kan betekenen in een mondiale problematiek als de globale opwarming. Fair trade boekt wereldwijd double digit (10 – 99) groeicijfers, maar het aandeel van fair trade in de globale voedselproductie bedraagt geen 1%, en vaak denken mensen dat fair trade geen groot verschil kan maken.   Terra reversa 4E: Enable: Maak mogelijk, alternatief Exemplify: Geef het goede voorbeeld Encourage: Moedig aan Engage: Betrek mensen   Transitiemanagement: Transitiemanagement stelt duurzame ecologische, sociale en economische ontwikkeling centraal en biedt een vernieuwend perspectief op het doelbewust gidsen van maatschappelijke vernieuwing of transitie. Onzekerheid en onvoorspelbaarheid zijn uitgangspunt en de overheid is maar een van de mogelijke probleemoplossers.  
  • Problemen duurzaamheid   Deze vragen om creativiteit en innovatie. Innovatie: Hard (economie, politiek en gedrag) Zacht   Dit zal moeten leiden tot oplossingen   Duurzame ontwikkeling  problemen Complex Lange termijn Structureel – systeem verandering (denk hierbij bijvoorbeeld aan veehouderij)   Holistisch (visie die uitgaat van het geheel)   Politiek Subsystemen Korte termijn (4 jaar) Kleine stapjes in een klein systeem   Monodisciplinair   Problemen en politiek samen:   Transitiemanagement (overgang)     Politiek. Kapitalisme Kapitalistisch       ECONOMIE   Ecologische economie Economie van het genoeg Fair & groen economie   Grote vraag: Hoe kan communicatie duurzaamheid ondersteunen?   Kijk met een innovatiebril naar oplossingen voor DO   Voorbeeld: Puur en eerlijk AH presentatie.   Wereldparadigma – wereldbeeld: kenmerken Meer spullen = gelukkiger Voortgaande groei = goed Mens staat los van de natuur = antropocentrische De natuur mag je naar believen – exploiteren   Aanzetten tot paradigma verschuiving MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen) Consument (kennis, houding en gedrag  taak voor communicatie) MGO’s = imago schade Innovatie vraagt kennis  leren Twee vormen van leren: Adaptief ->reactief innoveren. Problemen oplossen Gebeurtenis Gedragspatroon Generatief->proactief innoveren. Nieuwe kansen creëren Reageren op onderliggende oorzaken Systeemstructuur  
  • Innovatie – vernieuwing vraagt om kennis. Dus leren. Twee vormen van leren: Adaptief ->reactief innoveren. Problemen oplossen Gebeurtenis --------------------------- Gedragspatroon Generatief->proactief innoveren. Nieuwe kansen creëren Reageren op onderliggende oorzaken ------------ Systeemstructuur  
  • Creativiteit   Op zoek naar nieuwe ideeën.   Hoe? Toepassen creatieve driehoek   (zie dia voor creatieve driehoek)   Laat je vaste patronen los. Zo kom je tot creativiteit.   Het creatieve proces kent 4 fasen. Namelijk: Start Divergeren (brainstormen) Convergeren (groeperen) Actie!   Creativiteit rondom project ‘’Samen zijn, onbetaalbaar’’.   Bloemassociatie gemaakt: Thema ouderenzorg.   Woorden die hierbij in mij opkwamen (in vorm van bloemassociatie) Geen bezoek Eenzaam Koffie Kaarten Rolstoel Moeilijk te been Stok Leerzaam Kennis Ervaring Vrijwilligers Geen geld Maatschappelijk Geeft voldoening Rimpels Crème Jongeren Studie CV Studiepunten Stage Opa’s Oma’s Familie Isolement Bejaarden Oud   Ook gebruik gemaakt van het creatieve omkering proces.   ‘’ Hoe zorg je ervoor dat jongeren niet weten dat veel ouderen alleen zitten en eenzaam zijn’’? ‘’ Hoe zorg je dat deze jongeren geen vrijwilliger worden’’?   Eenzaam aspect: Laten zien dat bejaardenhuizen super gezellig zijn Helemaal geen publiciteit geven kan ook keuze zijn Ouderen laten zien die geen hulp willen Laten zien dat ouderen het druk hebben, geen tijd voor jongeren Laten zien dat ouderen een hekel hebben aan jongeren en niets van ze willen weten. Ouderen vinden het niet fijn als jongeren op bezoek komen   Vrijwilligerswerk aspect: Geen publiciteit Laten zien dat je beter betaald werk kunt gaan doen Met vrijwilligerswerk op je CV kom je nergens Ouderen die niet op jongeren zitten te wachten   Creatieve proces superheld:   ‘’ Onze superheld is supersociaal’’. Hij is jong en kan overal tegelijkertijd zijn. Op school, bij vrienden maar ook bij ouderen die eenzaam zijn. Met zijn straling vrolijkt hij de eenzame ouderen op. Alle jongeren willen op hem lijken. Hij is een idool. De jongeren volgen daarom ook zijn voorbeeld en worden allemaal supersociaal en dus vrijwilliger in de ouderenzorg. Bedrijven zitten om deze jongeren te springen en willen graag dat zij voor deze bedrijven komen werken.   Reflectie bloem: Je zit al zo ‘’in’’ je project dat het moeilijk is om deze ideeën los te laten. Bovendien zit je vast aan ministerie: doen wat zij willen. Bloem hadden we helemaal aan het begin van dit semester met de groep moeten maken. Nu werk je eigenlijk te snel een idee uit.   Reflectie omkering: Geeft goed inzicht in hoe het niet moet. Dit kun je steeds in het traject betrekken zodat je jezelf kunt betrappen wanneer je dingen doet die je niet zou moeten doen.   Reflectie superheld: Leuk om te doen. Creatieve ideeën komen boven. Helaas moeilijk uitvoerbaar.
  • SDCA Start Divergeren (brainstromen)  post-it benadering / brainwriting (doorschuiven) Convergeren (groepen) Actie
  • Duurzame aquacultuur De uitdaging voor de kweekindustrie.   Aquacultuur is het proces waarbij vissen, schaaldieren en schelpdieren kunstmatig in vijvers en bassins worden gehouden om deze vervolgens te kunnen verhandelen. Ook bepaalde planten worden wel in het water gekweekt en daarmee tot de aquacultuur gerekend. Er worden zowel vissen gekweekt voor de voedselvoorziening als voor de handel in siervis. Voor wat betreft de voedselvoorziening zijn er verschillende methodes. Onder intensieve kweek worden (veelal afgesloten) systemen verstaan waar veel wordt bijgevoerd, terwijl bij extensieve kweekmethoden weinig wordt bijgevoerd. Er worden daarbij kooien gebruikt die in het water hangen.     In sommige delen van de wereld is aquacultuur al zo’n 4.000 jaar gebruikelijk. Sinds halverwege de jaren tachtig is de aquacultuurproductie (van dieren en planten) echter fors toegenomen (zie tabel). Wereldwijd is aquacultuur momenteel de snelst groeiende sector voor de productie van dierlijk voedsel. Zo’n 430 (97%) van de aquatische soorten die momenteel worden gekweekt, zijn sinds het begin van de twintigste eeuw in gebruik genomen, en het aantal soorten stijgt snel. De opbrengst van visserij is in de afgelopen jaren geleidelijk afgenomen doordat visbestanden steeds verder overbevist zijn geraakt. Tegelijkertijd neemt de vraag naar vis, schaal- en schelpdieren nog altijd toe. Die trend gaat gepaard met een significante groei in de productie via aquacultuur. Deze uitbreiding is niet alleen een gevolg van de toenemende vraag naar vis, schaal- en schelpdieren, maar ook een onderliggende oorzaak ervan, zeker in het geval van westerse luxeproducten zoals zalm en tropische garnalen.     Negatieve invloeden van aquacultuur op mens en milieu   Een voorbeeld: Daarnaast worden in tropische landen veel garnalen gekweekt. De kweek van deze garnalen is vaak omstreden omdat stukken mangrovewoud gekapt worden om plaats te maken voor kweekvijvers. Daarnaast wordt veel antibiotica en andere, soms giftige, middelen gebruikt om ziektes te bestrijden.  
  • De totale visserij en de totale aquacultuur in een grafiek weergegeven. Rond 1985 begint aquacultuur steeds meer te groeien.
  • Zeereservaten  Ad Havermans: goede, duurzame oplossing overbevissing. Zie filmpje.
  • Verschil (eigen kijk hierop na verdiepen begrippen): Aquacultuur  kweek, kunstmatig, vijvers en bassins. Zeereservaten  afgezet gebied in zee waar de natuur zijn eigen gang kan gaan en kan herstellen. Zonder schadelijke invloeden.
  • Innovatie  deze les hebben wij NIET gehad. Onderstaande informatie komt uit ppt.   Innovatie of vernieuwing is het invoeren van nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen.   Leren: individueel en organisatorisch   Ketenmanagement = De managementactiviteiten die er op zijn gericht om alle partijen in de keten zodanig te laten samenwerken, dat niet ieders eigen prestatie optimaal is, maar dat de gezamenlijke prestatie naar de burger optimaal en transparant is.   Innovaties: Proces Product (fysiek, dienst, technologie) Markt Bedrijfsmodel Sociaal Opdracht: op welke aspect focused jouw innovatie?   Innovatie samen zijn, onbetaalbaar: Jongeren gaan vrijwilligerswerk doen.
  • Deze les hebben wij NIET gehad. Informatie dia komt uit ppt. Eigen reflectie innovatie op project.
  • Pleidooi voor een duurzame veehouderij. Einde aan de georganiseerde onverantwoordelijkheid.     Probleem = intensieve veehouderij   Wat komt er allemaal kijken bij dit probleem: De omgang met dieren is niet zoals we willen Het milieu wordt teveel belast Dieren hebben weinig weerstand tegen ziektes Hebben te weinig ruimte en kunnen niet lekker rondscharrelen Voedselveiligheid in gevaar Kosten bij calamiteiten lopen hoog op De massaliteit Stank Genetische versmalling Schade omringende natuur Transport van de dieren over grote afstanden Dioxine- en hormoonschandalen Varkenspest Gekke-koeienziekte Monden Klauwzeer Gesubsidieerde overproductie Amoreel omgaan met dieren Exploitatie van dieren opgevoerd tot een niveau waarop een storing desastreuze gevolgen heeft Q-koorts Uitstoot broeikasgassen duidelijker Voedsel prijzen dalen. Dieren, milieu en natuur betalen deze prijs.. op termijn wij zelf en generaties hierna In 2010 nog steeds niets aan gedaan, enkel erger geworden Trekt diepe sporen in milieu, biodiversiteit, wereldvoedselvoorziening, mineralenbalans, de zoutwatervoorraden, volksgezondheid en vooral het welzijn van dieren.. Verzuring en vermesting bodem en oppervlaktewater en vervuiling grondwater en daarmee bedreiging natuurgebieden + bedreiging drinkwatervoorzieningen Overbemesting geleid tot decimering grote insecten in Nederland + gevolgen leven dat van die insecten afhankelijk is 1 kg vlees = 5 kg graan. (=6 kg mest) Om dit graan te verbouwen, moet elders in de wereld grond worden gebruikt: een derde van de landbouwgrond in de wereld wordt gebruikt om veevoer te produceren, en het verdwijnen van natuurgebieden en kappen van regenwoud om dat nog verder uit te breiden, gaat onverminderd door. Meer dan miljard mensen lijdt dagelijks honger, dit zal niet verminderen als de vleesproductie zo doorgaat. + verwachte verdubbeling vleesvraag.. Productie van vlees kost ook veel water. In veel landen is hier al een tekort aan, in andere landen zit dit eraan te komen Uitstoot broeikasgassen door veehouderij wereldwijd 40% hoger ligt dan die van alle auto’s, vrachtwagens, treinen, schepen en vliegtuigen bij elkaar. Met de nevenactiviteiten (zoals vervoer van vlees, export, etc.) dit nog veel hoger ligt. Dieren worden aangepast aan de wensen van de industrie Dieren worden verminkt Dieren worden gefokt om steeds meer te leveren Er zijn koeienrassen die zo zijn gefokt dat ze niet meer op natuurlijk wijze een kalf kunnen baren Varkens die vanwege onze voorkeur voor mager vlees aangeboren poot- en hartproblemen hebben en last van angst en stress waarbij hun spierweefsel wordt afgebroken Kalveren die direct na de geboorte bij hun moeder worden weggehaald en aan bloedarmoede lijden, omdat ze ten behoeve van onze export blank vlees moeten leveren en een ijzerarm dieet krijgen. Jaarlijks 50 miljoen haantjes (levend) versnipperd omdat ze geen nuttig productiedoel zijn, Nederland.     Kippen die in 40 dagen groeien van enkele grammen tot 2 kg: ‘’Het vleeskuiken is al een poosje geen echt kuiken meer.. deze groei in 6 weken kunnen hun hart, longen en poten niet aan’’. Dieren groeien letterlijk dood. Andere dieren worden zo zwaar dat hun eigen poten ze niet meer kunnen dragen. Ze zakken er doorheen en kunnen nauwelijks meer bewegen Op grond van financiele argumenten worden dieren letterlijk verbouwd om aan de productie-eisen te voldoen, via (veelal onverdoofde) ingrepen als snavelkappen, tandenvijlen, castreren en onthoornen. Buiten ons gezichtsveld worden jaarlijks in ons land honderden miljoenen dieren geslacht na een kort leven, met nauwelijks mogelijkheid tot natuurlijk soort eigen gedrag zoals rondsnuffelen, wroeten/pikken, rennen, nestelen, stoeien en ander sociaal gedrag. Door de huidige slachtsystemen en beperkt toezicht is er geen garantie dat de dieren goed verdoofd zijn als ze worden gedood, of dat ze allemaal dood zijn als ze aan de haak hangen. Het consumeren van dierlijke eiwitten draagt bij tot de inname van verzadigd vet, hetgeen hart- en vaatziekten kan bevorderen. Consumptie rood vlees  verhoogd risico op dikke-darmkanker. Toenemend overgewicht. Meer plantaardig voedsel is dan wenselijk: vegetariërs wegen gemiddeld minder dan vleeseters. Mensen die omschakelen van een vegetarisch dieet komen in de loop van daarop volgende jaren minder aan dan vleeseters. Intensief antibiotica - gebruik     ‘’ Als niemand zich er druk om maakt, dan valt het kennelijk wel mee’’. ‘’ Als het echt zo erg was, zou de overheid er wel iets aan doen’’     ‘’ Genoeg is genoeg’’.   ‘’ Wij, wetenschappers uit uiteenlopende disciplines, verbonden aan Nederlandse universiteiten als (emeritus) hoogleraar, zijn van mening dat de intensieve veehouderij moet worden gesaneerd en omgevormd tot een dier‐, mens‐ en milieuvriendelijk systeem dat tegemoetkomt aan de natuur en behoeftes van alle levende wezens’’.   Oplossingen   Wat hoort: Streven naar natuurlijk gedrag van de dieren Aanpassing veehouderijsystemen Als alle Nederlanders slecht 1 week per jaar geen vlees zouden eten, zou dit de uitstoot verminderen met 3,5%. Met een vleesloze dag per week zouden alle klimaatdoelstellingen van de Nederlandse regering voor huishoudens voor 2012 gerealiseerd zijn. Zoals we in het afschaffen van slavernij en kinderarbeid onze verantwoordelijkheid hebben genomen, zo zullen we dat ook moeten doen in onze omgang met productiedieren De Nederlandse veehouderij kan alleen toekomst hebben als ze afscheid neemt van steeds verdere schaalvergroting en productie voor de wereldmarkt, en zich in plaats daarvan meer richt op productie voor eigen land. Het gaat om niet minder dan een paradigmaverandering: een wisseling van een intensieve, grootschalige, door economie en technologie overheerste veeindustrie, naar een veehouderij waarbij econonomie en technologie in dienst staan van het welzijn van dieren, van de mens, van de samenleving. Dat geeft het perspectief van echte duurzaamheid. Deze veehouderij komt tegemoet aan de natuur en aan de behoeften van alle levende wezens. Met deze ommekeer wordt de veehouderij maatschappelijk aanvaardbaar en toelaatbaar, en hoeven we onszelf en elkaar niet langer voor de gek te houden.   Uitgangspunten die richtinggevend moeten zijn bij de hervorming van de sector:   1. De overheid en niet de markt moet verandering sturen. In de afgelopen tien jaar is genoegzaam gebleken dat de noodzakelijke veranderingen niet worden gerealiseerd wanneer ze worden overgelaten aan de markt of de consument. Bij het hervormen van de veeindustrie moet de overheid uitdrukkelijk een sturende rol spelen. Via regelgeving moet de overheid afdwingen dat de productie van vlees en zuivel duurzaam is. Ook is een onafhankelijk toezichthouder nodig, zowel op het dierenwelzijn, milieugevolgen, maar ook met het oog op zoonosen (ziekten van mens naar dier en omgekeerd) en de voedselveiligheid. De tijd van mooie woorden en vrijblijvend overleg is voorbij, gezien de grote en dringende mondiale uitdagingen waar we voor staan en de belangrijke rol die de consumptie van dierlijke eiwitten daarin speelt.   2. De consumptie van dierlijke eiwitten moet worden verlaagd met minstens 33% in 2020. Dit moet een doelstelling worden van het kabinetsbeleid. De overheid kan deze doelstelling, die een gedragsverandering van de consument vraagt, deels bereiken door consumenten voor te lichten over de gevolgen van productie en consumptie van vlees en zuivel voor gezondheid, milieu, klimaat, derde wereld en dierenwelzijn, en over de voordelen van plantaardige producten. De overheid moet stoppen met iedere vorm van sponsoring van vlees en zuivel (zoals de kip‐campagne gesponsord door de Europese Unie) of het maken van promotie voor de veesector (zoals de uit publieke middelen gefinancierde glossy “Gerda”). De overheid moet transparantie over de herkomst van producten bevorderen, onder meer door regelgeving over etikettering en inperking van de wildgroei aan ‘keurmerken’. Als de overheid daarnaast het goede voorbeeld geeft door voorlichting met onafhankelijke informatie over dierenwelzijn, milieu, ecologische voetafdruk en gezondheid, zal dit een verandering in sociale norm genereren bij de consument. Het gevolg zal zijn dat ook commerciële bedrijven hun reclameboodschappen hierop afstemmen (zoals dat bijvoorbeeld ook met ‘energiezuinig’ is gebeurd), in plaats van reclame te maken voor producten die dierenleed en maatschappelijke schade brengen zoals nu.   3. Alle maatschappelijke kosten van de productie van vlees en zuivel moeten worden verdisconteerd in de prijs. Een verlaging van de consumptie van dierlijke eiwitten kan voorts worden bereikt door de werkelijke kosten van vlees en zuivel volledig door te berekenen in de prijs van het product (o.a. de kosten van overproductie, overconsumptie, milieuschade en dierenwelzijn), volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. Uitgangspunt is een eerlijke prijs, waarin alle kosten verwerkt zijn59 (met mogelijk zelfs een extra belasting: bij benzine vinden we het ook heel normaal dat er hoge belasting op zit om het gebruik te ontmoedigen). Dit zal ook leiden tot een lagere consumptie, zodat vraag en aanbod in balans blijven. Sleuteltermen voor de consumptie van vlees en zuivel moeten worden: minder en beter. Boeren die verbeteringen in kwaliteit, duurzaamheid en dierenwelzijn verwezenlijken, zullen een hoger inkomen genereren doordat de maatschappelijke kosten van hun product lager zijn. Hierdoor wordt het uitvoeren van zulke verbeteringen aantrekkelijker dan schaalvergroting.   4. Nederland moet voortrekker van Europa worden. Maatregelen moeten waar mogelijk in Europees verband genomen worden, maar Nederland moet, gezien de omvang van de sector in Nederland, het voortouw nemen. De Nederlandse overheid dient in internationaal verband het initiatief te nemen om duurzame productie van vlees en zuivel te stimuleren, dier‐ en milieu‐onvriendelijke productie te verbieden, en andere landen te overtuigen dat deze koers het algemeen belang dient.   5. Welzijn van dieren moet een centrale plaats krijgen in de veehouderij. De overheid moet dierenwelzijn waarborgen door welzijnsonvriendelijke methoden te verbieden. Er moet een duidelijke waarborg voor het welzijn van dieren in de grondwet worden vastgelegd (zie ook advies Raad voor Dieraangelegenheden), bijvoorbeeld de richtlijnen van de commissie‐Brambell (1965). Zulke richtlijnen dienen de basis te vormen voor het beleid en voor het wettelijk kader op het terrein van dierenwelzijn. Merk op dat dit onder meer betekent dat dieren niet meer het hele jaar binnen in stallen gehouden worden, dat gezonde dieren niet worden ‘geruimd’, dat eendagshaantjes niet levend versnipperd worden, kalfjes niet direct na de geboorte bij hun moeder worden weggehaald, tanden niet meer worden gevijld, koeien niet meer worden geoormerkt, gevriesbrand of onthoornd, dat onverdoofd ritueel slachten wordt verboden, lange transporten niet meer voorkomen, het fokken van koeien die niet via natuurlijke weg een kalf kunnen werpen wordt beëindigd, en het gebruik van hormonen verboden wordt.   6. Het gebruik van antibiotica en hormonen in de veeteelt moet verboden worden. Het mag alleen in specifieke, duidelijk omschreven gevallen worden toegestaan voor individuele dieren die ziek zijn. De controle op het gebruik moet niet bij de sector liggen maar bij het Ministerie van Volksgezondheid.   7. Grondgebonden landbouw en gesloten kringlopen in de productie van dierlijke eiwitten moeten het uitgangspunt vormen. De overheid kan dit stimuleren door regionale teelt van eiwitgewassen zoals lupine en tarwe en regionale mestverwerking actief te bevorderen. Het fokken, vetmesten en het slachten van landbouwhuisdieren alsmede de productie van grondstoffen van veevoer moet bij voorkeur binnen een regio gebeuren, zodat hoge milieu‐ en klimaatkosten door transport van diervoedsel en van levende dieren tot het verleden behoren.   8. De vestiging en uitbreiding van grootschalige veeindustrieën moet aan banden gelegd worden. Hiertoe moeten regels komen, om verdere aantasting van het landelijk gebied tegen te gaan. Er moet een grens worden gesteld aan het aantal te houden dieren per hectare, per provincie of in heel Nederland. 9. Boeren moeten de kans krijgen het hoofd boven water te houden. Bij de door ons voorgestelde gedwongen herstructurering is duidelijk dat de sector problemen zal krijgen in de transitiefase. Er is dus flankerend beleid nodig in die periode, waarbij de overheid degenen die in de problemen komen zal moeten helpen zich aan te passen, door om te schakelen naar meer duurzame productiemethoden of naar een andere branche. Wij zien primair de politici en beleidsmakers (in Nederland en de EU) als veroorzaker van veel van de huidige misstanden. Investeringen ten behoeve van een totale sanering zullen dus vanuit die hoek gefaciliteerd moeten worden. Gezien de hoge maatschappelijke kosten van de huidige wijze van bedrijfsvoering, zal deze investering zich op termijn terugbetalen. Overigens geldt ook voor de agrarische sector, net als voor de rest van het Nederlandse bedrijfsleven, het principe dat men slechts zijn bedrijf mag uitvoeren onder een “license to produce”; die licentie wordt door de samenleving gegeven dan wel onthouden. Voor het niet langer kunnen uitoefenen van al jarenlang ongewenste praktijken, zoals het gebruik van niet toegestane middelen, hoeft uiteraard niet gecompenseerd te worden.   10. De ontwikkeling van verantwoorde en smakelijke plantaardige voeding moet worden bevorderd. De overheid moet investeren in meer onderzoek naar efficiënte productie van plantaardige producten die voor de consument een volwaardige vervanger zijn van dierlijke producten, en in voorlichting over producten die de consument helpen overstappen op een meer plantaardig menu. Een aantrekkelijk alternatief leidt vanzelf tot een lagere vlees‐ en zuivelconsumptie, en zal aldus alle genoemde problemen tegelijkertijd aanpakken, terwijl tevens de gezondheid van de consument erbij gebaat is.       Minder vlees. U weet nu waarom.
  • Voedsel  Deze les hoefde niet noodzakelijk in de ppt’s verwerkt te worden. Wel artikel pleidooi veehouderijen (zie voorgaande dia)   Kip en eiprobleem: Stelde (nw-techn) ) groene revolutie in staat tot bevolkingsexplosie? Was groene revolutie antwoord op bevolkingsexplosie? In elk geval: Gevangene van de eigen vooruitgang: geen weg terug Noodzaak afname bevolking(sgroei) Noodzaak afname consumentisme Uitbreiding voedselproductie zonder verdere ecologische schade (noodzaak herstel schade natuur-want al grenzen over??) Tegengaan voedselverlies Betere verdeling en toegankelijk van/tot voedsel Van vlees- naar plantaardige consumptie (10%-wet)   Hoe communiceer je bijvoorbeeld een boodschap als: Mensen moeten minder vlees eten want vlees eten is slecht voor milieu en gezondheid. Oplossing moet lekker zijn en voldoen aan behoefte van de mensen   Meest gezond = mediterranen voeding   Noodzaak opvoeren voedselproductie omdat: Bevolkingsgroei (75 mil. p.j.) Welvaartsgroei (vlees- en visconsumptie)   Hoe? Uitbreiding areaal  niet mogelijk Nadelen: Verlies biodiversiteit Zit aan de grens (nog 3%)  geen plek dus   Intensivering (milieuproblemen) Traditionele verdeling vraagt 10 jaar per nieuwe variëteit. Toename bevolking is ½ miljard. Altijd te laat Dus bio-gentechnologie (etische- en milieuproblemen, maar weinig nodig voor hogere opbrengst combineren met ecologische aanvaardbaarheid)  
  • Voedsel  Deze les hoefde niet noodzakelijk in de ppt’s verwerkt te worden. Wel artikel pleidooi veehouderijen (zie voorgaande dia) Tegenstellingen: Te dik (1,6 mld waarvan 400 milj obesitas) Ondervoeding (1 mld)   Nu geen voedselprobleem, hoeft in elk geval niet zo te zijn. Wel wanneer je kijkt naar verdeling en toegankelijkheid van/tot voedsel.   Verdeling macht en logistiek samen.         Bevolkingsgroei Welvaartsgroei     ? Groei voedselbehoefte   Afname ecologische draagkracht     Monocultuur ipv biodiversiteit. Milieubelasting industriële landbouw (energie, gif, eutrofiering) Uitbreiding areaal nauwelijks nog mogelijk. Tipping points
  • Voedsel  Deze les hoefde niet noodzakelijk in de ppt’s verwerkt te worden. Wel artikel pleidooi veehouderijen (zie voorgaande dia)
  • Les crisis   AEX: mandje aandelen met waarde (iedere dag wordt deze bepaald) = belangrijkste NL beursindex   Bestedingen bepalen inkomen   Meer productie/meer werk Inkomen stijgt   Onzekerheid? Nieuws gaat snel  dit beïnvloedt de beurs.   Bank run: iedereen haalt geld van de bank. Bank heeft dit niet allemaal contant (leningen etc. verstrekken).   Crisis start in VS. Verspreid omdat veel banken met elkaar te maken hebben; leningen bij elkaar. Lehman Brothers: begin banken crisis.      Amerikaanse bank failliet. Niemand wilde deze bank overnemen.   G20: belangrijkste en grootste landen.   Moral hazard  (moreel risico) is een economisch begrip dat verwijst naar veranderingen in het gedrag van partijen indien zij niet direct risico lopen voor hun daden. Dit kunnen economische agenten zijn waardoor moral hazard samenhangt met principaal-agentproblematiek. De term vindt onder andere toepassing in de economie, statistiek en verzekeringswezen.
  • PUUR & EERLIJK 4 juni 2010 Albert Heijn   Met extra zorg geproduceerd. Vandaag kiezen voor morgen   Website: De 5 verschillende categorieën worden duidelijk uitgelegd. Duidelijke verwijzingen naar de keurmerkinstanties. http://www.ah.nl/verantwoord Recepten: Gemakkelijk uitgebreide recepten vinden met biologische producten. http://www.ah.nl/recepten/zoeken Verpakking: Puur&eerlijk, ondergebracht onder een herkenbaar merk met een herkenbare verpakking. Groen met wit Huismerk uitstraling en daarmee “ Goedkope uitstraling” Commercial 1 http://www.youtube.com/watch?v=-tkLdstaSaU In de nieuwe TV commercial van AH puur&eerlijk vertellen kinderen het verhaal van AH puur&eerlijk. Met AH puur&eerlijk kun je een bijdrage leveren aan een betere wereld voor mens, dier, natuur of milieu. Een wereld die we daarmee ook zo goed mogelijk willen achterlaten voor de toekomst. Kinderen symboliseren de toekomst en dus de boodschap van AH puur&eerlijk 'Vandaag kiezen voor morgen'.   Commercial 2 http://www.youtube.com/watch?v=eEOYReWSkMw Biologisch/puur&eerlijk stimuleren. Inspelen op vraag consument: duurzaam. Actie: 25% korting op het gehele puur&eerlijk assortiment. Bereik groot publiek. Mensen gaan het proberen en wellicht waarderen.  Herhalingsaankopen. Nadeel: na actie vinden mensen het waarschijnlijk weer te duur. Mogelijk verbeterpunt: Confrontatie – prijsverhouding. D.m.v. confronterende beelden. Dit is niet echt de stijl van AH maar zou bijvoorbeeld ook op de website goed naar voren gebracht kunnen worden. + recepten kaartjes tijdens actie 25% korting meer gericht op biologische maaltijden met puur&eerlijk producten.   Hoe communiceert Puur en Eerlijk? Communicatiemiddelen Effect Het assortiment   AH Puur&Eerlijk AH puur&eerlijk is een nieuw eigen merk van Albert Heijn. De producten die onder AH puur&eerlijk vallen zijn met extra zorg voor mens, dier, natuur of milieu geproduceerd, geteeld of ingekocht. Zo wordt de keuze voor een verantwoord alternatief bij het boodschappen doen u makkelijk gemaakt!   AH puur&eerlijk is opgebouwd uit vijf verschillende categorieën om u een zo breed mogelijk keuze in verantwoorde producten aan te kunnen bieden. Deze vijf categorieën zijn: AH puur&eerlijk biologisch, fairtrade, duurzame vangst, scharrel en ecologisch. Allemaal ondergebracht onder een herkenbaar merk met een herkenbare verpakking. Daarnaast wordt de duurzaamheid van producten binnen AH puur&eerlijk gegarandeerd door externe onafhankelijk instanties.   5 categorieën           Samenwerking met keurmerkinstanties De producten van AH puur&eerlijk hebben altijd ofwel een onafhankelijk keurmerk zoals het EKO-keurmerk voor biologische producten, ofwel een kenmerk van een onafhankelijke maatschappelijk gerespecteerde organisatie zoals het 'Beter Leven-Kenmerk' van de Dierenbescherming. Door de goede samenwerking tussen deze instanties en Albert Heijn, kan Albert Heijn waarborgen dat AH puur&eerlijk ook daadwerkelijk een verantwoorde keuze is. De keurmerkinstanties garanderen namelijk dat AH puur&eerlijk zich houdt aan de gestelde eisen van extra zorg voor mens, dier, natuur of milieu.   Verwijzing naar website van keurmerkinstanties.   Duurzaamheid supermarktbranche Meer weten over supermarkten & duurzaamheid? De website www.passievoorfood.nl is een enorme informatiebron voor de consument die meer wil weten van de manier waarop supermarkten een bijdrage leveren aan de maatschappij. De informatie op deze website komt tot stand onder verantwoordelijkheid van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Het CBL is de belangenbehartiger en spreekbuis van de supermarkten in Nederland. Met deze site wil het CBL de consument een kijkje geven achter de schermen van de supermarkt en informatie bieden over de duurzaamheidinitiatieven van de supermarktbranche.                       Uitstraling puur&eerlijk: Verpakking wekt goedkope indruk Groen en wit: rustig Groen: natuur     AH puur&eerlijk biologisch   Bij de teelt van de biologische producten wordt er zowel rekening gehouden met de natuurlijke behoefte van het dier als met het milieu. De dieren krijgen bijvoorbeeld meer bewegingsruimte, vrije uitloop en biologisch verantwoorde voeding. Plantaardige biologische producten worden op natuurlijke wijze verbouwd, waarbij geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruikt worden, wat minder belastend is voor het milieu. Het EKO-keurmerk geeft de garantie dat de producten biologisch geproduceerd zijn. Albert Heijn was de eerste supermarkt waar biologische producten een plaats kregen tussen de dagelijkse boodschappen. Stuk voor stuk producten waar u verantwoord van kunt genieten. EKO-keurmerk Het EKO-keurmerk op de plantaardige, dierlijke en non-food producten garandeert de biologische productie. Skal is de organisatie die controleert of in de gehele productieketen, waaronder het biologische boerenbedrijf, de eisen voor het EKO-keurmerk nageleefd worden. Eisen EKO Keurmerk Een boer of fabrikant mag een product niet zomaar "biologisch" noemen. Dat is alleen toegestaan als het bedrijf is gecontroleerd en aan de regels voldoet. Controle-organisatie Skal ziet erop toe dat ieder biologisch bedrijf in Nederland zich aan de wettelijke voorschriften houdt. Alleen dan mag het EKO-keurmerk op het product gezet worden. Zo weet iedereen dat het product echt biologisch is. Biologisch is puur en eerlijk Het grote assortiment biologische producten, dat Albert Heijn sinds 1998 biedt, valt vanaf nu onder het nieuwe eigen merk AH puur&eerlijk. De vertrouwde biologische producten voldoen nog steeds aan de strenge eisen van het EKO-keurmerk. De onafhankelijke organisatie Skal bepaalt via strenge controles welke producten in aanmerking komen voor dit keurmerk. Het EKO-keurmerk is weliswaar belangrijk, maar voor AH puur&eerlijk biologisch gelden daar bovenop nog eens de kwaliteitseisen van Albert Heijn. Denk bijvoorbeeld aan smaak, versheid en de informatie op de verpakking. Skal-controle Elk biologisch bedrijf krijgt in elk geval één keer per jaar een inspecteur op bezoek, maar Skal controleert ook onaangekondigd. Op de boerderij controleert de inspecteur uitgebreid de gewassen, grond, dieren, stallen en voorraden. Er mogen geen kunstmest en chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt worden of aanwezig zijn. De dieren moeten goed verzorgd worden en voldoende bewegingsruimte hebben. Ook kan de inspecteur bij een controle wat blaadjes, vruchten, producten of grond meenemen van het bedrijf. Het laboratorium onderzoekt dan of er geen stoffen in zitten die niet toegestaan zijn. Controle van de gehele keten De inspecteurs van Skal controleren ook biologische fabrieken. Tijdens deze inspectie controleert de inspecteur de ingrediënten en grondstoffen op biologische oorsprong. Van niet-biologisch meel bijvoorbeeld mag natuurlijk geen biologisch brood gebakken worden. Skal controleert daarom alle schakels in de keten, van de boer tot aan de winkel. Alle waarnemingen van de inspectie worden naar het kantoor van Skal gestuurd. Daar vindt de beoordeling plaats op basis van de wettelijke eisen. Als het bedrijf daaraan voldoet dan mag het EKO-keurmerk op de producten gebruikt worden. Het bedrijf is dan officieel gecertificeerd. Zoals voor alle biologische producten, geldt ook voor AH puur&eerlijk biologisch dat deze aan de regels van Skal moeten (blijven) voldoen. U kunt de garantie hiervan terugvinden op al onze AH puur&eerlijk biologische verpakkingen, waarop het EKO-keurmerk terug te vinden is. Naar website van EKO-keurmerk   Naar website van Skal   AH puur&eerlijk biologische kleding Vanaf mei 2010 zal Albert Heijn biologische kleding introduceren onder het merk AH puur&eerlijk biologisch. De organische katoen waarvan dit artikel gemaakt is, is verwerkt volgens de 'Global Organic Textile Standard'(GOTS). Bij deze producten zijn de gebruikte vezels op biologische wijze geteeld. Er zijn verschillende keurmerken voor biologisch textiel. Wij hebben gekozen voor de Global Organic Textile Standard (GOTS) en de OE 100 Standard.     AH puur&eerlijk fairtrade   De AH puur&eerlijk fairtrade producten zijn tegen een eerlijke prijs en onder internationale fairtrade handelsvoorwaarden ingekocht bij boeren in ontwikkelingslanden. Het betalen van een prijs gebaseerd op eerlijke handelsvoorwaarden, draagt voor deze boeren bij aan een kans op betere leef- en werkomstandigheden. Daarnaast ontvangen de boeren van Max Havelaar een ontwikkelingspremie. Hier hebben niet alleen de boeren, maar ook hun gezinnen baat bij. Max Havelaar keurmerk Max Havelaar controleert of er volgens de internationale fairtrade handelsvoorwaarden is ingekocht. Alle producten die aan deze eisen voldoen, zijn voorzien van het Max Havelaar keurmerk. Eerlijke prijs Het Max Havelaar keurmerk, dat terug te vinden is op alle AH puur&eerlijk fairtrade producten, garandeert dat boerencoöperaties in ontwikkelingslanden onder goede handelsvoorwaarden directe toegang tot de Westerse markt krijgen. Hierdoor krijgen de boeren een eerlijke prijs voor hun producten. Inmiddels zijn er 23 landen waar met het Max Havelaar keurmerk gewerkt wordt; vaak onder de internationale naam fairtrade. Er zijn een groot aantal fairtrade-gecertificeerde productgroepen zoals koffie, thee, chocolade, fruit, bloemen en katoen. Deze producten zijn afkomstig van meer dan 600 boerenorganisaties en plantages in ontwikkelingslanden. Eisen fairtrade/Max Havelaar Het Max Havelaar keurmerk voor fairtrade garandeert dat de boer een eerlijke prijs ontvangt voor zijn producten. Hierdoor zijn kleine boeren en hun families in staat om het heft in eigen hand te nemen en te werken aan een betere toekomst. Fairtrade werkt uitsluitend samen met kleine boeren die zich democratisch hebben georganiseerd in boerencoöperaties. De boeren staan, samen sterker en hebben een betere onderhandelingspositie. Daarnaast heeft samenwerken ook allerlei efficiencyvoordelen. Zo kunnen de boeren gezamenlijk inkopen, makkelijker krediet aanvragen, hun teelttechnieken verbeteren en samen sociale faciliteiten opzetten. De ontwikkelingspremie die de boeren ontvangen van Max Havelaar, wordt in de vorm van sociaal (economische) projecten verzorgd. Ook deze projecten bieden de boeren meer kans op betere leef- en werkomstandigheden. De boeren kunnen de armoede hierdoor zelf aanpakken en beter voor hun gezin zorgen. Fairtrade verlangt ook dat de boeren zorgvuldig omgaan met het milieu. Het systeem stelt strenge eisen aan de omgang met water, lucht, afval, bodemkwaliteit, biodiversiteit en gewasbeschermingsmiddelen. De fairtrade milieucriteria helpen de boeren hun landbouwpraktijk steeds verder te verbeteren. Soms leidt dat zelfs tot een biologische certificering.     AH puur&eerlijk duurzame vangst   Bij alle vis van Albert Heijn spannen we ons in voor duurzame visserij. Onder AH puur&eerlijk duurzame vangst vallen alleen de onafhankelijk gecertificeerde vissoorten. Gezonde visbestanden, minimale impact op het ecosysteem en duurzaam visserijbeheer zijn voorwaarden binnen AH puur&eerlijk duurzame vangst. Eisen Marine Stewardship Council keurmerk Alle visproducten onder AH puur&eerlijk duurzame vangst zijn gecertificeerd met door de Marine Stewardship Council (MSC) beheerde certificaten. De MSC is een onafhankelijke internationale non-profit organisatie die als doel heeft de overbevissing van wildgevangen vis in de wereld terug te dringen. Hiervoor heeft de MSC een milieustandaard voor duurzame en goed beheerde visserijen ontwikkeld. Het MSC-programma is opgesteld aan de hand van criteria voor duurzame visvangst die gebruikt worden als norm in het certificeringprogramma. De MSC-standaard houdt rekening met: De MSC-standaard houdt rekening met: De toestand van de vis-, schelp- en schaaldierbestanden De impact van de visserij op het ecosysteem van de zee Het beheersysteem van de visserij De certificeringen en controles worden uitgevoerd door onafhankelijke certificeringbureaus. De MSC is in 1996 mede opgericht door het Wereld Natuur Fonds. Duurzame visserij Wereldwijd worden de zeeën en open wateren steeds meer belast door overbevissing, bijvangst en schadelijke vistechnieken. AH puur&eerlijk duurzame vangst biedt met het MSC-keurmerk extra zekerheid dat de vis afkomstig is uit een duurzame en goed beheerde visserij.     AH puur&eerlijk scharrelvlees   Speciaal voor AH puur&eerlijk heeft Albert Heijn nu ook nieuw scharrelvlees aan het assortiment toegevoegd, een betaalbare verantwoorde keuze, omdat het tussen het reguliere en biologische assortiment invalt. Bij de productie van scharrelvlees wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het natuurlijke gedrag van de dieren. Albert Heijn introduceert naast het bestaande scharrelrundvlees van Greenfields, nu ook scharrelkippen- en scharrelvarkensvlees. Dierenwelzijn De Dierenbescherming komt op voor de belangen van het dier. Daarnaast proberen zij diervriendelijke productie te bevorderen, door bijvoorbeeld merken te ondersteunen die meer rekening houden met het dierenwelzijn, zoals AH puur&eerlijk scharrelvlees. De scharreldieren hebben meer bewegingsvrijheid en afleiding dan de dieren in de gangbare houderijsystemen. Omdat scharrelvlees goedkoper is dan biologisch vlees, is dit te zien als een zogenaamd tussensegment. Door het ondersteunen van producten zoals van AH puur&eerlijk scharrelvlees, wil de Dierenbescherming de vraag naar verantwoorde producten met oog voor dierenwelzijn doen toenemen in plaats van de reguliere vleesproducten. Het 'Beter Leven-Kenmerk' Het 'Beter Leven-Kenmerk' van de Dierenbescherming geeft met steraanduiding de mate van diervriendelijkheid aan. Hoe meer ingekleurde sterren van de drie, hoe diervriendelijker.   Eisen Beter Leven-Kenmerk De Dierenbescherming heeft het 'Beter Leven-Kenmerk' ontwikkeld waarmee de mate van diervriendelijkheid van een product wordt aangeven. Hoe meer sterren er van de drie zijn ingekleurd, hoe diervriendelijker. Zo kan iedereen een verantwoorde keuze maken en wordt diervriendelijker consumeren voor meer mensen bereikbaar. Daarnaast maakt dit systeem het ook voor boeren gemakkelijker om geleidelijk steeds diervriendelijker te worden. Eén ster De eerste, ingekleurde ster staat voor een belangrijke verbetering van dierenwelzijn. Er moet voldaan worden aan aanzienlijk meer welzijnsnormen dan in de gangbare bio-industrie. Greenfields rundvlees en scharrelkippen van Albert Heijn voldoen aan deze normen. Twee sterren Twee ingekleurde sterren geven aan dat het product wat dierenwelzijn betreft hoger scoort dan een product met één ster en lager dan biologische producten. De scharrelvarkens van Albert Heijn voldoen aan deze normen. Drie sterren Drie sterren geven aan dat het gaat om een biologisch product met alle eisen die daaraan gesteld worden. Hierdoor verkrijgt het vleesproduct tevens het EKO-keurmerk. Bij Albert Heijn zullen deze producten onder AH puur&eerlijk biologisch vallen. Het 'Beter Leven-Kenmerk' dat door de Dierenbescherming toegekend wordt aan dierlijke producten, kan worden gezien als een aanbeveling voor het product. De kwaliteitseisen, zoals de Dierenbescherming die heeft gesteld, aan het welzijn van de dieren, zijn in afspraken met de producent vastgelegd en worden goed gecontroleerd door een onafhankelijke controle-instantie. Iedereen diervriendelijker Albert Heijn vindt het belangrijk om een bijdrage te leveren aan diervriendelijke productie. Ook wil Albert Heijn haar klanten zoveel mogelijk keuze bieden. Met AH puur&eerlijk scharrelvlees worden producten aangeboden met oog voor verantwoorde productie en dierenwelzijn, die ook betaalbaar zijn. Zo maakt Albert Heijn het voor iedereen mogelijk om diervriendelijker geproduceerd vlees te kopen.     AH puur&eerlijk ecologisch   Duurzaamheid rondom het milieu is een belangrijk onderwerp dat momenteel erg leeft. Met AH puur&eerlijk ecologisch probeert Albert Heijn hier een steentje aan bij te dragen. Vandaar dat ecologisch bij het eigen merk AH puur&eerlijk wordt ondergebracht. Bij de realisatie van ecologische producten van Albert Heijn wordt het milieu zo goed mogelijk ontzien door het verpakkingsmateriaal tot een minimum terug te brengen en de grondstoffen zo uit te kiezen dat ze sneller afbreken en zo min mogelijk schade richten aan het waterleven. Nordic Swan & De Blauwe Engel keurmerken en HIER endorsement Onder AH puur&eerlijk ecologisch zijn drie keurmerken te vinden: Nordic Swan, De Blauwe Engel en HIER. De twee eerste (internationale) keurmerken werken samen met het Nederlandse Milieukeur, maar hebben strengere milieunormen. Deze keurmerken zien erop toe dat de producten het milieu zo min mogelijk belasten. Eisen Nordic Swan keurmerk Nordic Swan geeft aan dat een product één van de minst milieubelastende is in zijn soort. Producten met dit keurmerk voldoen aan hoge milieu-eisen. De eisen hebben betrekking op de productie, grondstoffen, materialen en zelfs de levensloop van het product. Al deze facetten worden door het keurmerk in de beoordeling meegenomen. De productie, kwaliteit en de functionaliteit moeten voldoen aan hoge milieustandaarden. Deze criteria verschillen per productgroep. Ga naar website van Nordic Swan Eisen De Blauwe Engel keurmerk Het keurmerk De Blauwe Engel is de Duitse variant van Nordic Swan. Ook dit keurmerk beoordeelt of een product minder belastend is voor het milieu. Het keurmerk is een van de bekendste en oudste ecologische keurmerken; ingesteld sinds 1978. De kennis over betere productie voor het milieu die door de jaren heen is opgebouwd is terug te zien in de strenge controles en milieueisen. Net als Nordic Swan voldoen de producten die het keurmerk van De Blauwe Engel dragen aan deze eisen die het milieu ontzien. Ga naar website van De Blauwe Engel Eisen HIER endorsement De AH puur&eerlijk ledlamp en de jute boodschappentas worden endorsed door 'HIER', een initiatief van meer dan 40 maatschappelijke organisaties in Nederland die zich bezig houden met het tegengaan van klimaatverandering. Ga naar website van HIER   AH puur&eerlijk eieren Onder AH puur&eerlijk vallen 2 verschillende soorten eieren: vrije uitloop eieren en biologische eieren. De vrije uitloopeieren hebben het 2 sterren beter leven kenmerk van de dierenbescherming gekregen en de biologische eieren 3 sterren, en daarnaast het EKO keurmerk wat garandeert dat ze biologisch zijn. AH puur&eerlijk vrije uitloop eieren Bij het vrije uitloopei krijgt het welzijn van de legkip extra aandacht. Deze eieren worden gelegd door kippen die dagelijks de mogelijkheid krijgen om via een uitloop opening lekker buiten in de open lucht rond te kunnen scharrelen op een oppervlak van minimaal 2,5 vierkante meter per kip. Tevens hebben ze permanent een overdekte uitloop ter beschikking. Vrije uitloopeieren zijn, naast het keurmerk, ook te herkennen aan een gestempelde code op het ei die begint met 1. Naast alle wettelijke eisen die gelden voor vrije uitloop eieren, beschikken de kippen die voor Albert Heijn de vrije uitloop eieren leggen ook nog eens over extra schuilmogelijkheden in de uitloopruimte in de vorm van onder andere bossages. Deze aankleding van de uitloopruimte maakt het voor de kip aantrekkelijker om buiten haar natuurlijke gedrag te ontplooien. De pluimveehouder (boer) zorgt op deze bedrijven ook nog eens voor extra afleiding door het plaatsen van strobalen, strooien van extra granen en kiezelsteentjes en het plaatsen van schuurstenen voor snavels en nagels zodat de kip nog meer haar natuurlijke gedrag kan ontplooien. De extra eisen die Albert Heijn hanteert zijn samen met de Dierenbescherming opgesteld en ondergebracht onder het beterleven kenmerk van 2 sterren AH puur&eerlijk biologische eieren Biologisch gehouden legkippen leven in groepen met 3000 soortgenoten, aanzienlijk minder (50%) dan in de andere houderij systemen. Ze leven in stallen met maximaal 6 dieren per m². De ruimte voor uitloop buiten is minstens 4m² per leghen, en de hennen moeten daar minstens acht uur per dag toegang toe hebben. Je zou kunnen zeggen dat deze wijze van kippen houden de levenswijze in de vrije natuur het dichtst benadert. De biologische 'leg' kippen krijgen grotendeels (95%) biologisch voer, een ononderbroken nachtrust van minimaal acht uur en per acht kippen is er een legnest. Daar waar bij scharrel en vrije uitloop kippen in de eerste levensweek het scherpe puntje van de snavel getoucheerd wordt is dit bij biologische kippen niet het geval. Biologisch gehouden kippen krijgen dagelijks naast hun normale biologische voeding extra graan bijgestrooid, buiten en in de scharrelruimte, wat hun natuurlijke leefwijze extra stimuleert. Biologische eieren zijn te herkennen aan het EKO-keurmerk op het doosje, of aan een gestempelde code op het ei die begint met een 0. Het 'Beter Leven-Kenmerk' Het 'Beter Leven-Kenmerk' van de Dierenbescherming geeft met steraanduiding de mate van diervriendelijkheid aan. Hoe meer ingekleurde sterren van de drie, hoe diervriendelijker. Het 'Beter Leven-Kenmerk' dat door de Dierenbescherming toegekend wordt aan dierlijke producten, kan worden gezien als een aanbeveling voor het product. De kwaliteitseisen, zoals de Dierenbescherming die heeft gesteld, aan het welzijn van de dieren, zijn in afspraken met de producent vastgelegd en worden goed gecontroleerd door een onafhankelijke controle-instantie.   Nieuwe TV commercial AH puur&eerlijk In de nieuwe TV commercial van AH puur&eerlijk vertellen kinderen het verhaal van AH puur&eerlijk. Met AH puur&eerlijk kun je een bijdrage leveren aan een betere wereld voor mens, dier, natuur of milieu. Een wereld die we daarmee ook zo goed mogelijk willen achterlaten voor de toekomst. Kinderen symboliseren de toekomst en dus de boodschap van AH puur&eerlijk 'Vandaag kiezen voor morgen'.   Commercial 2 http://www.youtube.com/watch?v=eEOYReWSkMw   ACTIE: 25% korting op gehele puur&eerlijk assortiment.

Transcript

  • 1. Overzicht lessen duurzame ontwikkeling Deze powerpointpresenatie biedt een overzicht van de kernpunten uit de lessen duurzame ontwikkeling. Ook zijn de gemaakte opdrachten in deze presentatie terug te vinden. Anne Raijmakers Klas 3U
  • 2.
    • Duurzaam
    Planet People Profit Kenmerken Prosperity Performance Probleem Overbevissing Globalisering Globalisering Globalisering Oplossen C2C Verandringsgezind C2C
  • 3.
    • Systemen
    • People
    • Planet Profit
    • Tegenstelling
  • 4.
    • Onderontwikkeling
    • Communicatiedoelgroep bij DO zijn vaak vrouwen en dan vooral de moeders. Omdat het gaat over de toekomst van hun kinderen.
    • Inspelen op gevoel
    • Armoede
    • Absolute armoede: geen essentiële basis voorzieningen, gebonden aan inkomen.
    • Relatieve armoede: afhankelijk van zelfperceptie en onderlinge vergelijkingen. Bijvoorbeeld: geen mobieltje, rest van de klas wel.
    • Kenmerk van ontwikkelingslanden = enorme inkomensverschillen
  • 5.
    • Onderwijs & alfabetisering
    • Derde wereld tekortschietend onderwijssysteem
    • Situatie meisjes slechter dan jongens
    • Onderwijs ondank alle problematiek van groot belang!
    • - Meer veranderingsgezind (landbouw)  meer verdienen als je een diploma hebt
    • - Demografisch effect  hoe hoger de scholing, hoe minder geboorte
    • - Gezondheidseffect  rijk is gezonder dan arm. Ook in NL
  • 6.
    • Gezondheid & ziekte
    • Ziekte hindert economische ontwikkeling. Bijvoorbeeld HIV/AIDS bij jonge mensen. Deze jonge mensen zouden goed moeten zijn voor de economie. Dit is niet het geval als ze ziek zijn.
    • Wereldwijde daling vruchtbaarheid
    • Absolute groei nog steeds hoog
    • Bevolking enorme druk op aardse hulpbronnen en biodiversiteit
    • Sterkste groei in armste landen. Hindert economische ontwikkeling en bedreigt politieke stabiliteit.
  • 7.
    • Honger & ondervoeding
    • Kredietcrisis = voedselcrisis
    • Onderscheid hongersnood en chronische ondervoeding
    • Hongersnood = mislukte oogst
    • Chronische ondervoeding = continue te weinig voedsel
  • 8.
    • Wanbestuur & corruptie
    • Onderdrukking en schending van mensenrechten.
    • Geen onafhankelijke rechtspraak
    • Myanmar
    • Zimbabwe
    •  
    • Spanning & conflicten
    • Gevolg van politieke en bestuurlijke problemen
    • Conflicten binnenlanden  erg hoog!
  • 9.
    • Biodiversiteit
    • "Zonder biodiversiteit kunnen we geen vis vangen, voedsel verbouwen of medicijnen
    • ontwikkelen. Kortom biodiversiteit is een rijke bron. Eigenlijk kun je zeggen dat
    • biodiversiteit de brandstof is van het leven. Als het op is, staat alles stil.“
    • Duurzaamheidaspecten zijn met elkaar verbonden! Het hangt allemaal samen.
    •  
    • Biodiversiteit is de verscheidenheid in genen, soorten en ecosystemen in een regio/dewereld.’Het verschil’.
  • 10.
    • Door ecosystemen te behouden hou je soorten en genen (denk aan het oerwoud kappen = ecosysteem kappen  aap soorten gaan verloren)
    •  
    • Biodiversiteit in het verleden:
    • Uitsterf golven, zorgt voor verandering in tijdperk.
    • Nu 6e uitsterf golf  leven wij in.
    • Na uitsterfgolf sterke nieuwe evolutie. Massa uitsterven als kans
    • Uitsterven (en evolutie!!) gekoppeld aan ingrijpende milieuveranderingen.
    • De dominante soort verdwijnt bij uitsterfgolf:
      • De anaëroben op de grens Ordovicium-Siluur
      • De sauriërs op de overgang Krijt-Tertiair
    • (Mens = dominant)
  • 11.
    • Interview wintergasten overbevissing
    • Enclosure is het omheinen en in particulier bezit nemen van gemeenschappelijke woeste gronden door grootgrondbezitters en andere vormen van open fields (common fields).
    •   Overbevissing:
    • Niet alleen het zeeleven is de dupe van deze vissende fabrieken. Door het leegvissen van de kustwateren raken lokale economieën ontwricht en krijgen miljoenen mensen aan de kust  in ontwikkelingslanden te maken met honger.
    •  
    • De internationale maatregelen tegen deze zorgelijke staat van onze zeeën en oceanen door overbevissing zijn nog lang niet voldoende.
    •  
    • Wij, de consumenten moeten veranderen als we iets veranderd willen zien in deze wereldwijde verwoesting van de ecosystemen onder het wateroppervlakte.
    • ‘ Wij de consumenten zullen moeten veranderen, willen wij het tij keren’
  • 12. W
    • Cultuur en gedragsverandering
    • Gedrag kun je niet veranderen als de cultuur niet mee veranderd.
    • Cultuur Consumentisme
    • Wereldbeeld
    • Houding
    • GAP Gedrag  modellen
  • 13.
    • Terra Riversa
    • Rational choice
    • Persuasion
    • DEFRA 4E
    • Terra reversa 4E
    • Enable  Maak mogelijk, alternatief
    • Exemplify  Geef het goede voorbeeld
    • Encourage  Moedig aan
    • Engage  Betrek mensen
  • 14.
    • Creativiteit & innovatie
    • Problemen omtrent duurzaamheid vragen om creativiteit en innovatie.
    • Innovatie:
    • Hard (economie, politiek en gedrag)
    • Zacht
    • Dit zal moeten leiden tot oplossingen
  • 15.
    • Innovatie vraagt kennis  leren
    • Twee vormen van leren:
      • Adaptief ->reactief innoveren. Problemen oplossen. Creativiteit om verbeteringen te realiseren
      • Gebeurtenis Gedragspatroon
      • Generatief->proactief innoveren. Nieuwe kansen creëren
      • Reageren op onderliggende oorzaken. Creativiteit om doorbraak te realiseren
    • Systeemstructuur
  • 16.
    • Creativiteit
    • Opzoek naar nieuw idee
    • Hoe?  toepassen creatieve driehoek
    • Creatieve proces
    • Creatieve houding Creatieve technieken
  • 17.
    • Het creatieve proces kent 4 fasen, namelijk:
    • Start
    • Divergeren
    • Convergeren
    • Actie!
  • 18. In de volgende 4 dia’s: De opdracht korte uitleg 2 duurzame begrippen De 2 begrippen zijn; duurzame aquacultuur en Zeereservaten
  • 19. Duurzame aquacultuur Een uitdaging voor de kweekindustrie. Aquacultuur is het proces waarbij vissen, schaaldieren en schelpdieren kunstmatig in vijvers en bassins worden gehouden om deze vervolgens te kunnen verhandelen. Ook bepaalde planten worden wel in het water gekweekt en daarmee tot de aquacultuur gerekend.
  • 20.  
  • 21. Zeereservaten Zeereservaten zorgen ervoor dat de natuur zich weer kan herstellen en daarmee ook het ecosysteem. http://www.youtube.com/watch?v=krHX4v2NED8
  • 22. Verschil Aquacultuur  kweek, kunstmatig, vijvers en bassins. Zeereservaten  afgezet gebied in zee waar de natuur zijn eigen gang kan gaan en kan herstellen. Zonder schadelijke invloeden.
  • 23.
    • Innovatie
    • Innovatie of vernieuwing is het invoeren van nieuwe ideeën, goederen, diensten en processen.
    • Innovaties:
    • Proces
    • Product (fysiek, dienst, technologie)
    • Markt
    • Bedrijfsmodel
    • Sociaal
    • Opdracht: op welke aspect focused jouw innovatie?
  • 24.
    • Innovatie m.b.t. concept
    • Vernieuwing:
    • Jongeren gaan vrijwilligerswerk doen.
    • Niet meer de ‘’ouderen’’ gepensioneerden zoals dat voorheen vaak het geval was
    •  Geen creatief idee maar opdracht/beleidsdoel ministerie.
  • 25.
    • Pleidooi voor een duurzame veehouderij
    • Probleem = intensieve veehouderij
    • ‘’ Als niemand zich er druk om maakt, dan valt het kennelijk wel mee’’.
    • ‘’ Als het echt zo erg was, zou de overheid er wel iets aan doen’’
    • ‘’ Genoeg is genoeg’’
    • Oplossing = aanpassen veehouderijsystemen
    • Minder vlees. U weet nu waarom .
  • 26.
    • Voedsel
    • Noodzaak opvoeren voedselproductie omdat:
    • Bevolkingsgroei (75 mil. p.j.)
    • Welvaartsgroei (vlees- en visconsumptie)
    • Hoe?
    • Uitbreiding areaal  niet mogelijk
    • Nadelen:
    • Verlies biodiversiteit
    • Zit aan de grens (nog 3%)  geen plek dus
    •  
  • 27.
    • Tegenstellingen:
    • Te dik (1,6 mld waarvan 400 milj obesitas)
    • Ondervoeding (1 mld)
    • Nu geen voedselprobleem, hoeft in elk geval niet zo te zijn. Wel wanneer je kijkt naar verdeling en toegankelijkheid van/tot voedsel.
    • Verdeling macht en logistiek
  • 28.
    • Bevolkingsgroei
    • Welvaartsgroei
    •  
    •   ? Groei voedselbehoefte
    •  
    • Afname ecologische draagkracht
    •  
    •  
    • Monocultuur ipv biodiversiteit.
    • Milieubelasting industriële landbouw (energie, gif, eutrofiering) Uitbreiding areaal nauwelijks nog mogelijk.
    • Tipping points
  • 29.
    • Crisis
    • Wanneer er sprake is van onzekerheid  dan gaat nieuws heel snel
    • Dit beivloedt de beurs.
    • Bank run  crisis start in VS.
    • De crisis verspreidt zich omdat veel banken met elkaar te maken hebben; leningen bij elkaar.
    • Start bij Amerikaanse bank failliet en niemand die deze bank over wil nemen.
  • 30. AH PUUR EN EERLIJK Met extra zorg geproduceerd. Vandaag kiezen voor morgen.
  • 31. Einde