Media4Me presentatie

216 views

Published on

Een presentatie voor Media4Me door Mariette de Haan en Fleur Prinsen

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
216
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
3
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • We took our sample from Dutch secondary education multi-ethnic schools in the urban areas in which the majority of these immigrant groups live. The Turkish and Moroccan immigrants represent the majority of the minority groups in the Netherlands who came to NL for labour migration in the 70s and 80s. The sample is nested. We held a large scale survey on media use of over 1200 youth in which we researched their media networks. From that sample we draw a smaller sample of almost 80 youth with whom we did social network interviews. In these interviews data were collected on 22 contacts on average per youth (Network size = 22 on average).
  • The majority of the social networks of youth consists of people they are meeting both online and offine (red), 1/3 of their networks are still with people they do not meet online, and a small % of people they have never met offline (e.g. people they meet through online discussion fora, or family in their home countries or other migration countries that they do not meet offline.
  • The density of relationships per ego-network was high. Over the total of 6135 network contacts the majority (69.3%) knew each other. The density score per ego-network varied between 0 and 1, 1 indicating everyone was connected. The average density was M =0.64 ( SD =0.32), indicating that most ego-networks consisted of dense relations. Immigrant networks somewhat more dense. We found negative correlations between density and geographical dispersion ( r = -.203, p <.01) indicating that network activity decreases with geographical distance. indicating that the further away the contacts live the density score will decrease. However, network activity itself was not predicted by location (established through multi-level analyses). This can be seen in this network picture as an case-based example of this relation, the more distanced contacts (bigger ones) are at the margin of the network. So, high dense networks are primarity local for these youth, but, when non-local contacts are established through media, they develop as much acitivity as local ones.
  • We looked at how heterogeneous or homogeneous their networks were in terms of age, gender, and ethnicity, and the overall picture was that these networks had a high homogeneity . The networks can be called homogeneous in the sense that there was a large overlap in all demographic characteristics between the participants and their contacts. Regarding gender, 73.7% of the total network contacts were the same gender as the participants. Girls had more gender overlap in their networks than boys. Regarding age, all of our participants were between 12 and 18 and 88% of the network contacts were in the same age group (10% were older and 2% were younger). Regarding ethnicity, 62.4% of the total network contacts were from the same ethnic background as the participants.
  • What you see here is that their networks are mostly local, either in their neighborhood or their city. Interesting is that migrant youth are both more networked in the neighborhood, and less elsewhere in the NL which most likely is related to where the extended family of both groups live.
  • Here you can see that a part of their networks, in particular the migrant youth, reaches out to their respective home countries.
  • Lots of family in her neighbourhood. She also gets to know a lot of people in the neighbourhood through all of the family that lives in the neighbourhood, She often meets up with family members at her grandparents house, she goes there almost every day. She works at a local supermarket. Nieces and nephews mostly can be found at the soccer field around the corner. Fathers family in Morocco lots of phone contact. She sees them on msn once in a while. Father wants to build a house there.
  • Gebruikt haar openbaar vervoer kaart
  • Maybe usefull also to use???
  • Media4Me presentatie

    1. 1. Medianetwerken van jongeren in en buiten de wijk Mariëtte de Haan Fleur Prinsen Universiteit UtrechtUtrecht, Media4ME 2012
    2. 2. Utrecht University Social SciencesHet project ‘Wired Up’ (Education) Mariette de Haan Asli Ünlüsoy Fleur Prinsen Lisa Schwarz (collaboration with University of Arizona) Humanities (Media Studies) Sandra Ponzanesi Koen Leurs Fadi Hirzalla Vanderbilt University USA Kevin Leander
    3. 3. Wired Up project: thematische focus &methodologieAchtergrond: Het leven van jongeren verplaatst zich deelsnaar het internet.Vraag: Wat betekent dit voor hun socialisatie enidentificatiemogelijkheden?*Focus op Migrantenjongeren*Vergelijkend perspectiefMethode: 3-stap procedure:Groot-schalig survey onderzoekNetwerk interviewsEthnografisch onderzoek
    4. 4. Vraag voor deze presentatie:Hoe vormen sociale media de sociale netwerken van jongeren? / Hoe bieden sociale media jongeren mogelijkheden in de vorming van sociale netwerken?Hoe is dat eventueel anders voor migranten-jongeren in vergelijking met NL jongeren?Hoe is de relatie tussen het gebruik van de (sociale) ruimte en de vorming van hun netwerken?
    5. 5. Relevantie voor media & de wijk:Wat zijn de consequenties van de vorming van deze netwerken voor de mogelijkheden tot het vormen van verbindingen op diverse geografische niveaus? - Sociale cohesie - Netwerken - Geografische afstand • Deel 1: grootschalige data• Deel 2: ethnografische studie
    6. 6. Netwerkmethode: met wie zijn jongeren verbonden en wat isde structuur van hun netwerken? Voorbeelden van vragen: -Met wie ben je online in contact? -Zijn dit dezelfde mensen als met wie je offline contact hebt? -Zijn dit mensen uit je eigen groep of juist anderen? -Ben je in contact met mensen uit je eigen buurt of juist met mensen transnationaal? -Hoe hecht zijn die netwerken? -Zijn het juist de locale netwerken die hecht zijn of juist niet? En zijn dit dan mensen uit de eigen kring of juist niet? -Wat hebben de medianetwerken voor effect op de sociale cohesie op wijkniveau in relatie tot andere geografische locaties?
    7. 7. Nested Sample: Large scale media-network survey Network InterviewsSurvey Sample (N=1227) & Interview sample N=79 Age between 12-18, Mage=14.4 (s.d.=1.56) Ethnicity Frequency Percentage Dutch 405/25 33/31.6% Moroccan 300/29 24.4/36.7% Turkish 153/25 12.5/31.6% Other 369 30.1% Network Size Interview M=22.3, S.d.=5.67
    8. 8. Offline/Online networks per ethnic group
    9. 9. Dichtheid (verbondenheid) van demedia netwerken. Survey data(n contacts= 5) Hoge dichtheid gebaseerd op wie kent wie M=0.64 % gemiddeld Dichtheid = lager met afstand, r= -.203, p<.01 Locatie voorspelt niet de netwerk activiteit
    10. 10. Homogeniteit /heterogeniteit van demedia netwerken?Survey data:Gender: 73.7% OverlapLeeftijd: 88% Zelfde leeftijdsgroep (12-18)Etniciteit: 62.4% Zelfde etniciteit
    11. 11. Geografische spreiding van denetwerken in NL per etnische groep
    12. 12. Samenvatting deel 1•Media netwerken sluiten aan bij offline netwerken.•Alle 3 de ethnische groepen hebbenmedianetwerken met mensen die zijn zoals zijzelf.•Hoge netwerkdichtheid voor migrantenjeugd in dewijk, echter netwerkactiviteit wordt niet beinvloeddoor afstand.•Migranten jongeren (en NL jongeren)onderhouden contact met het thuisland en anderegemeenschappen buiten NL via medianetwerken.
    13. 13. Discussie•Wat zijn de mogelijkheden voor het gebruik vansociale media om sociale cohesie te verstevigen inde wijk?•Wat kunnen we op grond van deze onzegegevens hierover zeggen?•Implicatie van de wijk als netwerkknooppunt•Implicatie van homogeniteit van demedianetwerken•Implicatie van sterke relatie van medianetwerkenmet offline
    14. 14. Structuur en Compositie van de netwerken
    15. 15. Voorbeeld van een netwerk
    16. 16. Verspreiding van het netwerk (geografisch)
    17. 17. Is online alleen handig voor relaties op afstand?
    18. 18. Onderwerpen online gerelateerd aan lokatie?
    19. 19. F’s Circulation in the City
    20. 20. F’s netwerk
    21. 21. F2’ Circulation in the City
    22. 22. F2’ netwerk
    23. 23. S’s Circulation in the City
    24. 24. Scales of F2’ and F’s Circulations
    25. 25. Sociale dichtheid in buurtcontacten door middel van Sociale MediaFSterke orientatie richting haar offline buurt-netwerk (familie, vrienden en schoolvrienden)Gebruik van zelfde technologieën binnen vriendennetwerk: (e.g., Blackberries, MSN, Ping)Constant contact met lokale netwerkF2Leent nu de mobiele telefoons van anderen om in contact te blijven, vooral ook met translokale contacten. Voorheen maakte ze nieuwe vrienden online, nu niet meer.SExtreme familie-dichtheid in haar buurt, MSN met schoolvriendinnen
    26. 26. F2’ Network early 2011
    27. 27. F2’ Network early 2012
    28. 28. Samenvatting Deel 2Online sociale netwerken versterken vooral de offline netwerken, onafhankelijk van geografische afstand. Maar lokale dichtheid wordt er wel mee versterkt door de intensiteit van het contact. Ook door de tijd heen. Soms vindt uitbreiding plaats (transitiviteit), maar er kan ook verstoring optreden (kwetsbaarheid van media netwerk).Af en toe worden er bruggen geslagen d.m.v. buurtcontacten/activiteiten waarbij nieuwe identiteiten (uit)geoefend worden en verschillende leefwerelden aangeboord.
    29. 29. • Further information on our website http://www.uu.nl/wiredup

    ×