Anders begaafd en Oud worden Rev

1,278 views
1,160 views

Published on

Wanneer mensen met verminderde begaafdheid ouder worden...

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
1,278
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
5
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide
  • Voorstellen: KS Gz pso. 25 jaar Riagg-ervaring met hulpverlenen, preventie en managen. Riagg heeft een specifieke afd. voor ouderen. Hulp aan ouderen wijkt wat af van die voor andere volwassenen. Daarover eerst. Dankort wat over de behandelmogelijkheid van diverse psychopathologie. Paragraaf over persoonlijkheidsstoornissen en een schets van de basis van cognitieve therapie. Met nadruk op aspecten uit bijvoorbeeld de cognitieve therapie voor ouderen die interessant zijn voor begeleiders die dagelijks met de cliënt werken.
  • Waarom er speciaal aandacht voor ouderen moet zijn: Er zijn diverse minderheidsgroepen in de samenleving te onderkennen. Noem er enkelen! * Voor deze mensen is een specifieke zorg noodzakelijk, want ze zullen er zelf niet om vragen. En anders komen ze tekort. Jullie werken met de doelgroep van mensen met een verstandelijke beperking. En jullie cliënten worden ook nog eens ouder. Petje af voor jullie met een doelgroep, die dubbel complex is!
  • Wat merken jullie nu, dat er verandert, wanneer de bewoner ouder wordt. Waar moet je speciaal rekening mee houden i.v.m. zijn leeftijd? * Niet uniek voor ouderen, maar duidelijk meer voorkomend ; kenmerkend voor ouderen. Het perspectief wordt anders: eerder rekening houdend met verlies, dan met de toekomst. (Al is die er natuurlijk ook altijd) Zingeving wordt bewuster een thema, heb ik vaak de indruk. “Waar is het eigenlijk allemaal nog voor nodig!” Ook bij jullie mensen? ( Ja, zeker!) Iedereen heeft steun aan patronen. Ouderen houden zich er graag aan vast, terwijl de soms immense veranderingen ze tot wijziging van die patronen uitnodigt / noodzakelijk maakt Welke patronen herkennen jullie bij jullie senioren? Voorbeelden graag…. Ben je je er bewust van, dat zoveel automatisch via de patronen verloopt? Ook gedrag, dat we problematisch noemen, verloopt via patronen. Wanneer we die automatismen in gunstige zin kunnen beïnvloeden leidt dat tot verandering.
  • Men komt met somatische klachten bij de huisarts, die vervolgens niks vindt. Neiging om stevig door te zoeken. Op den duur vind je dan toch van alles. Echter de klachten verdwijnen niet echt. Herkenbaar? Of is dit altijd al het geval bij mensen met een verstandelijke beperking? Geheugen en concentratiestoornis hoog correlerend. Bij jullie senioren is die impact nog eens krachtiger, omdat de cognitie premorbide natuurlijk al zwak was. Vermijden: “Buiten is het koud”; “het waait vandaag te hard.” “Als je zo oud bent als ik hoef je niet meer zo nodig naar de stad.” Hoe vermijden jullie senioren? Therapeutisch nihilisme: als je oud bent is het niet meer de moeite waard om iets aan je gedrag te veranderen. Ook in jullie wereld zal dat spelen. Zoon, dochter, goede vriendin zet de huisarts op het spoor van de oudere met gebreken. Wat ervaar je als familie jullie op je blinde vlekken wijst? Het ontbreekt de oudere soms meer aan basisvaardigheden als een praatje maken; nee zeggen; contact maken; luisteren; etc. dan de huidige generatie. En bij jullie nog eens basaler, denk ik.
  • Zoals eerder beschreven komen onze senioren bijna niet in aanmerking voor de gevestigde therapieën. Dus niet te veel nadruk op GGZ behandelmogelijkheden, maar het is meer te vergelijken met het werk van de SPVers van de GGZ. Zou je daar iets meer over kunnen uitwijden? Wat doen bijvoorbeeld SPV-ers en andere disciplines vanuit de GGZ bij de ouderen? Ik denk dat daar wel elementen inzitten die interessant zijn voor onze begeleiders.
  • Binnen de ouderenafdeling hebben de SPV-en een centrale functie. Zij doen het sociaal onderzoek, wanneer er een vertrouwensbasis gevestigd is met de cliënt. Ze fungeren vaak als casemanager en weten de weg in zorgland, en zijn niet te beroerd om zorginzet te regelen, wanneer dat nodig is. Ze komen vaak wel tweewekelijks bij de cliënt met een bepaald behandeldoel: depressie verminderen, gedragsproblemen positief beïnvloeden etc. en werken vaak via het “systeem” van partner of kinderen / verzorgenden. Naast psycho-educatie doen ze interventies in het systeem d.m.v. gedragsadvisering. Het zijn de ogen en oren voor de psychiater en sociaal geriater en medebehandelaar voor de psycholoog, die ook als consulent optreedt. Opvallend kenmerk in de Afd. Ouderen: we bemoeien ons er gemakkelijker tegenaan, dan in een volwassenenafdeling  bemoeizorg dus eigenlijk. Autonomie wordt gerespecteerd, zolang het niet ten nadele is van de cliënt of zijn naaste omgeving. Herkenbaar?
  • As II: daarop wordt ook de verstandelijke beperking gecodeerd! As III voor zover van invloed op de psychische problematiek As V: uitgedrukt in een GAF score: Global Assessment of Functioning: 0-100 DSM focuset in haar definitie van “zwakzinnigheid” op tekorten of beperkingen in aanpassingsgedrag, blijkens uit…communicatie, zelfstandigheid, zelfzorg, (intellectuele) vaardigheden etc. Prima om kort te benoemen. Begeleiders zullen dit niet kennen. In de VG sector wordt amper met de DSM IV gewerkt. Er is sinds kort een DSM IV voor verstandelijk gehandicapten uitgebracht. Deze heb ik zelf nog niet kunnen inzien.
  • Wat is cognitieve gedragstherapie? Is voortgekomen uit de twee stromingen gedragstherapie en cognitieve therapie. In de gedragstherapie ligt de nadruk op het wijzigen van gedragspatronen die emotionele problemen in stand houden. In de cognitieve therapie ligt de nadruk op het wijzigen van de manier van denken die cliënte hanteren. Cognitieve gedragstherapie is een gezamenlijke onderneming van cliënt en therapeut. Het problematische gedrag wordt in kaart gebracht en samen zoeken cliënt en therapeut naar passende methoden om het gedrag/de gevoelens in de gewenste richting te veranderen. Via de techniek van huiswerk is de cliënt ook buiten de sessie ‘in proces’. Wanneer dat niet toepasbaar is, dan mediatietherapie. We gebruiken onder andere deze vorm van therapie op onze afdeling ouderen. Het werkt bij veel stoornissen. Uitleg eventueel weglaten! Depressie B.v. vermindering van interesse of plezier in activiteiten, moeheid, verlies van energie, gevoelens van waardeloosheid. Angst Bijvoorbeeld paniekklachten of controledwang Somatoforme stoornissen Vele lichamelijke klachten waarvoor geen afdoende medische verklaring is. Psychotische achterdocht en stemmen horen Mensen met wanen (zoals de overtuiging achtervolgd te worden en hallucinaties (dingen zien/horen die er niet zijn). Impulscontroleproblematiek Mensen met een kort lontje Persoonlijkheidsproblematiek De zogenaamde ‘moeilijke mensen’, zij vertonen een duurzaam, stabiel persoonlijkheidspatroon waardoor ze lijden ervaren bijvoorbeeld in het sociaal en beroepsmatig functioneren. Bv. De narcistische persoonlijkheid. Relatieproblematiek Seksuele problematiek
  • Dit is een belangrijke sheet. Bij het op leeftijd geraken zijn het deze aspecten, die differentieren. Frailty: beperkt zelfredzaam, belastbaar en mobiel door gevorderde leeftijd Soc. situatie: familie op afstand; vrienden / medebewoners overleden; veranderde woonomgeving; We denken vaak, dat op leeftijd eigenlijk alles vastligt, maar niemand wordt zo zeer met veranderingen geconfronteerd dan ouderen. In de gewone maatschappij, maar zeker ook bij jullie! Doorgaans passen mensen zich aan aan de veranderende omstandigheden (zelfs oudjes zijn zo flexibel!), maar het is ook vaak een trigger voor gedragsproblemen. Polyfarmacy: minder hoge dosering nodig van chronische medicatie; Medicatie opschonen! Relogiositeit: van oudsher?... Opnieuw?.... Sexualiteitsbeleving vrouw verschilt steeds meer van die van de man. Toedekken: maar wel blijven afwegen!
  • Te dement om afspraken mee te maken? Hoe zit het met het gehoor? Heeft de oudere zijn gehoorapparaat in? Zit er ook een batterijtje in? Staat het wel aan? Hoe oud is die bril? Staaroperatie TMD! Oudere hoeft niet meer zo nodig. Ziet er tegen op En als hij meedoet met therapie bijvoorbeeld, valt ie snel uit: ziekte, vergeten, dood, vakantie bij de kinderen, oppasverplichtingen… Ethiek bemoeizorger: soms moet je doorpakken; soms de regels van de zelfbeschikking even aan je laars lappen; de privacy even vergeten. DSM is voor enkelvoudige problematiek ideaal. Veel diagnoses tegelijkertijd bij een oudere met een verstandelijke beperking, echter. Toegenomen verzorgingsbehoefte, maar pikt men dat wel?. Een heel belangrijk punt! Hebben jullie ook aparte voorzieningen voor senioren, of moeten ze maar meedraaien met de andere volwassenen?
  • Weer even naar de niet verstandelijk beperkten: Symptomen van depressie als vermoeidheid, traagheid, anhedonie etc. worden vaak beschouwd als normaal voor ouderen of als passend bij een dementie bijv. concentratieverlies en vergeetachtigheid. Zal bij jullie ook spelen.
  • Depressie bij normaal begaafden. Enkele cijfers uit een normale populatie, 13% van de mannen en 20% van de vrouwen krijgt minstens éénmaal in hun leven een depressie Dit geldt voor de normaal begaafde populatie, niet voor de doelgroep verstandelijk gehandicapten, maar verder prima om kort te benoemen.
  • Komt anders voor bij ouderen in een normaal begaafde populatie. Vermijden: pas ziek geweest; heup gebroken We zijn oud, dus we hoeven niet meer te werken of erop uit te gaan. Onbekende omgeving: niet op tijd bij de wc bijv. of angst voor brand; of voor die hysterische buurvrouw, die komt opdagen etc. Bang je zegje niet te kunnen doen. Angst als symptoom van depressie beginnende dementie of een delier.
  • Angst Enkele cijfers, 20 % van de mensen krijgt minstens éénmaal in hun leven een angststoornis.
  • Enkele angststoornissen Paniekstoornis met of zonder agorafobie Recidiverende paniekaanvallen waarbij mensen in het geval van agorafobie bijvoorbeeld niet meer makkelijk het huis uit durven of met het openbaar vervoer te reizen. Gegeneraliseerde angst Mensen waarbij het piekeren over allerlei zaken uit de hand loopt. Dwangstoornis Mensen die bijvoorbeeld het huis niet meer uit durven zonder van alles herhaaldelijk gecontroleerd te hebben. Sociale fobie Angst voor situaties waarin met sociaal moet functioneren. Specifieke fobie Bijvoorbeeld hoogtevrees, spinnenfobie. Posttraumatische stressstoornis Betrokkene is blootgesteld aan traumatische ervaringen en heeft hier herbelevingen over. We komen mensen tegen met bv. een jappenkampverleden in Indonesie.
  • Blijkt uit geheugentestjes; desoriëntatie in tijd plaats en persoon Afasie: taalstoornis sensorisch of motorisch apraxie: Niet meer kunnen omgaan met de dagelijkse dingen: merkbaar bij aankleden, eten, activiteiten, omgaan met apparaten agnosie: men herkent objecten niet meer. Uitvoerende functies: planning, organisatie, opeenvolging van handelen, abstracties Let op! Opvallende veranderingen kunnen gemakkelijk door een delier verklaard worden. Begeleiders: neem een cliënt in gedachte en ga na, of die last van heeft van mogelijk beginnende dementie. Of zou een somatische oorzaak (* hier even de volgende sheet laten zien) er mede verantwoordelijk voor kunnen zijn?
  • Hyperactief hyperalert: waarnemingsstoornis; overgevoeligheid voor licht en geluid; verstoord slaap / waakritme; angstig, onrustig gedrag of juist hypo… : apathie. Let op! Deze vorm wordt over het hoofd gezien. Of mengbeeld, waarin die twee elkaar afwisselen. Delier is doorgaans reversibel. Belangrijk hier even bij stil te staan, een mogelijk delier wordt vaak over het hoofd gezien.
  • Iedereen heeft persoonlijkheid. Die wordt gekenmerkt door: Extraversie / introversie Vriendelijkheid / vijandigheid zorgvuldigheid / slordigheid Emotionele stabiliteit / juist labiliteit Intellectuele autonomie / afhankelijkheid, volgzaamheid Eerlijkheid / oneerlijkheid Neuroticisme of angstigheid / vrijheid
  • We onderkennen deze drie clusters: De paranoïde schizoïde persoonlijkheid doet het meest pathologisch aan. Mensen hebben geen vertrouwen en menen de toekomst te kunnen voorspellen. Dat zijn de belangrijkste kenmerken. De impulsief affectieve persoonlijkheden komen nog al eens met justitie in aanraking, als het even te erg wordt. Antisociaal heette vroeger psychopaat Borderline is heel onvoorspelbaar Met de theatrale is altijd wat en de narcist staat in het centrum van de wereld Cluster 3 komt het meeste voor. Welke persoonlijkheidstypen zien jullie vaak bij jullie cliënten?
  • Ook de persoonlijkheid wordt wat anders met de leeftijd. Worden ze eigenlijk niet juist wat gemakkelijker?
  • En hoe ga je er nu mee om
  • Je komt een kennis tegen in de stad. En die loopt je straal voorbij. Meestal doe je automatisch wat op grond van een automatische gedachte. ° Wat denk je?...... Wat heb ik nu weer fout gedaan…. Die is wel erg in gedachten verzonken….. Zou ze toch een nieuwe bril moeten hebben?... ° Wat voel je? Schuldbewust Verongelijkt Geamuseerd Wat doe je?
  • Wat druk je uit verbaal, maar ook non-verbaal! Let op: je lichaam liegt niet!!!! Cliënt heeft er een fijne neus voor! Laat zien, dat je luistert en op de ander gericht bent. Luisteren is: de ander laten merken, dat je begrepen hebt, wat er is gezegd. Is dus meer, dan uitdrukken, dat je de ander gehoord hebt. Je gezicht laat passende mimiek zien. Ondersteun je communicatie non-verbaal met gebaren Raak de ander zacht aan om aandacht te krijgen / behouden Let op snelheid en intonatie éém bericht tegelijk; begrijpelijk; korte zinnen.
  • De ABC’s van gedragsverandering. Omschrijf de gewenste actie Wat willen we, dat cliënt doet? Bijv. dat hij ophoudt met zijn verward gedrag, bijv. de stoel niet uitkomen; roepgedrag. Kan dit in een keer? Is de actie duidelijk en concreet? Is de actie haalbaar?
  • Bedenk nieuwe bewegers. Welke oude bewegers kunnen uitgeschakeld of veranderd worden? Er zijn interne en externe bewegers: Interne: opwinding, constipatie, medicatie, ziek , verlies, dement, uitgedroogd. Externe: teveel prikkels (steeds tv aan; Hilversum 3); piepers, andere cliënten, die schreeuwen of huilen; te scherp licht; te veel woorden, keuzen… Of juist van alles te weinig. Welke nieuwe bewegers kunnen gebruikt worden om de gewenste actie te verkrijgen?
  • Bedenk nieuwe consequenties. Welke oude consequenties kunnen we weglaten? Welke nieuwe consequenties stimuleren nieuwe acties? Spreek deze mogelijkheden door met collega’s en maak een plan. Negeer acties, die je wilt stoppen Beloon acties, die je wilt laten toenemen Bespreek samen de plannen en WEES CONSEQUENT!!!
  • Anders begaafd en Oud worden Rev

    1. 1. Psychiatrische hulp bij ouderen Gewoon oud, of niet zo gewoon? Kees Spapens
    2. 2. Sociaal deviantie perspectief <ul><ul><ul><ul><ul><li>Ouderen, kinderen, mensen met een lichamelijke handicap, etc. </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>En ook mensen met een verstandelijke beperking. </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><li>Kenmerken van een groep, maar ze willen er niet bij horen. </li></ul>
    3. 3. Specifieke ouderenproblemen <ul><li>Psycho-organische stoornissen </li></ul><ul><li>Aanpassen aan verlies en dood; kwetsbaarheid </li></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>Gebrek aan zingeving (?) </li></ul></ul></ul></ul></ul><ul><ul><ul><ul><ul><li>Vasthouden aan patronen </li></ul></ul></ul></ul></ul>
    4. 4. Specifiek voor ouderen <ul><li>Depressie gesomatiseerd </li></ul><ul><li>Altijd rekening houden met dat geheugen </li></ul><ul><li>Ouderen vermijden gemakkelijker </li></ul><ul><li>Therapeutisch nihilisme (ze vragen niet gemakkelijk om hulp) </li></ul><ul><li>Omgeving stuurt in </li></ul><ul><li>Voldoende basisvaardigheden? </li></ul>
    5. 5. Herkenbaar? <ul><li>Differentieert dit ook bij ouderen met een verstandelijke beperking? </li></ul>
    6. 6. Werkwijze Riagg Ouderen <ul><li>Disciplines: </li></ul><ul><li>Soc. Geriater / psychiater </li></ul><ul><li>Psycholoog / psychotherapeut </li></ul><ul><li>Sociaal psychiatrisch verpleegkundige </li></ul>
    7. 7. DSM IV TR <ul><li>As I: de psychiatrische stoornis </li></ul><ul><li>As II: de persoonlijkheidsstoornis </li></ul><ul><li>As III: somatische problemen </li></ul><ul><li>As IV: Psychosociale en omgevingsproblemen </li></ul><ul><li>As V: algehele beoordeling van het functioneren </li></ul>
    8. 8. cognitieve gedragstherapie eerste keus bij de volgende stoornissen: <ul><li>Depressie </li></ul><ul><li>Angststoornissen </li></ul><ul><li>Somatoforme stoornissen </li></ul><ul><li>Psychotische achterdocht en stemmen horen </li></ul><ul><li>Impulscontroleproblematiek </li></ul><ul><li>Persoonlijkheidsproblematiek </li></ul><ul><li>Relatieproblematiek </li></ul><ul><li>Seksuele problematiek </li></ul><ul><li>Et cetera….. </li></ul>
    9. 9. Om rekening mee te houden 1 <ul><li>Lichamelijke toestand (frailty) </li></ul><ul><li>Veranderende sociale situatie </li></ul><ul><li>Polyfarmacie </li></ul><ul><li>Religiositeit (?) </li></ul><ul><li>Sexualiteit </li></ul><ul><li>Op tijd toedekken </li></ul>
    10. 10. Om rekening mee te houden 2 <ul><li>Verdere wilsonbekwaamheid en nog meer communicatieve beperkingen </li></ul><ul><li>Geringe coöperatie en motivatie </li></ul><ul><li>Hoge drop-out </li></ul><ul><li>Ethiek van de bemoeizorger </li></ul><ul><li>DSM minder geschikt </li></ul><ul><li>Speciaal zorgcircuit </li></ul>
    11. 11. Depressie bij ouderen <ul><li>Achter een lachend gezicht </li></ul><ul><li>Somatisering </li></ul><ul><li>Niet somber maar mat </li></ul><ul><li>Traag of juist rusteloos </li></ul><ul><li>Nog meer besluiteloos </li></ul><ul><li>Doodswens voor de hand liggender </li></ul><ul><li>Niet verwarren met rouw </li></ul>
    12. 12. Depressie <ul><li>13% van de mannen en 20% van de vrouwen krijgt minstens éénmaal in hun leven een depressie </li></ul>
    13. 13. Angst bij ouderen <ul><li>Voor misdrijven (bv. op straat) </li></ul><ul><li>Om te vallen </li></ul><ul><li>Om dement te worden of voor de dood </li></ul><ul><li>Voor onbekende omgeving </li></ul><ul><li>Vermijden valt niet op </li></ul><ul><li>Angst als symptoom </li></ul>
    14. 14. Angststoornissen <ul><li>20% van de mensen krijgt minstens éénmaal in hun leven een angststoornis. </li></ul>
    15. 15. Enkele angststoornissen <ul><li>Paniekstoornis met of zonder agorafobie </li></ul><ul><li>Gegeneraliseerde angst </li></ul><ul><li>Dwangstoornis </li></ul><ul><li>Sociale fobie </li></ul><ul><li>Specifieke fobie </li></ul><ul><li>Posttraumatische stress-stoornis (PTSS) </li></ul><ul><li>Etc… </li></ul>
    16. 16. Dementie <ul><li>Geheugenstoornissen </li></ul><ul><li>Cognitieve stoornissen > afasie > apraxie > agnosie > uitvoerende functies </li></ul><ul><li>Progressief </li></ul>
    17. 17. Delier <ul><li>Kenmerkend: traagheid of juist hyper. </li></ul><ul><li>Doe lichamelijk onderzoek. > bloedscreening </li></ul><ul><li>Behandelen met antipsychotica </li></ul>
    18. 18. Persoonlijkheid <ul><li>In aanleg aanwezig </li></ul><ul><li>Door de tijd vorm gekregen </li></ul>
    19. 19. Persoonlijkheid; 3 clusters: <ul><li>Paranoïde/ schizoïde </li></ul><ul><li>Impulsief affectieve > antisociale > Borderline > Theatrale > Narcistische </li></ul><ul><li>Angst en vreesachtige > ontwijkende > afhankelijke > obsessieve-compulsieve </li></ul>
    20. 20. Persoonlijkheid anders op leeftijd <ul><li>Cluster B: > afname van agressie en impulsiviteit > toename hypochondrie en depressie </li></ul><ul><li>Cluster A en OCP: > Iets meer rigide en achterdochtig > meer zelfverwaarlozing en bizar gedrag </li></ul><ul><li>Cluster C: > verder redelijk constant </li></ul>
    21. 21. Gedragsbeïnvloeding
    22. 22. Basis: De vier G’s <ul><li>Gebeurtenis </li></ul><ul><li>Gedachte </li></ul><ul><li>Gevoel </li></ul><ul><li>Gedrag </li></ul>
    23. 23. TIPS <ul><li>Let op je communicatie - houding - lichaamscontact - spreeksnelheid / intonatie </li></ul><ul><li>Ga niet in diskussie </li></ul><ul><li>Houd de reactie eenvoudig </li></ul><ul><li>Doe beroep op meer zintuigen tegelijk </li></ul>
    24. 24. ABC’s. Stap 1: de A ctie Rino Zuid <ul><li>Omschrijf de gewenste actie </li></ul><ul><li>Wat willen we, dat cliënt doet? </li></ul><ul><li>Kan dit in een keer? </li></ul><ul><li>Is de actie duidelijk en concreet? </li></ul><ul><li>Is de actie haalbaar? </li></ul>
    25. 25. ABC’s. Stap 2: de B ewegers Rino Zuid <ul><li>Bedenk nieuwe bewegers. </li></ul><ul><li>Welke oude bewegers kunnen uitgeschakeld of veranderd worden? </li></ul><ul><li>Welke nieuwe bewegers kunnen gebruikt worden om de gewenste actie te verkrijgen? </li></ul>
    26. 26. ABC’s. Stap 3: de C onsequenties Rino Zuid <ul><li>Bedenk nieuwe consequenties. </li></ul><ul><li>Welke oude consequenties kunnen we weglaten? </li></ul><ul><li>Welke nieuwe consequenties stimuleren nieuwe acties? </li></ul><ul><li>Spreek deze mogelijkheden door met collega’s en maak een plan. </li></ul>
    27. 27. Docentencursus ABC <ul><li>Evidence based Waar? </li></ul><ul><li>Rino Zuid in Eindhoven </li></ul>
    28. 28. Aandacht voor ouderen <ul><li>Veel succes met de studie dag, vandaag! </li></ul>

    ×