Aflevering 1
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Aflevering 1

on

  • 1,915 views

 

Statistics

Views

Total Views
1,915
Views on SlideShare
1,909
Embed Views
6

Actions

Likes
1
Downloads
5
Comments
0

2 Embeds 6

http://www.slideshare.net 3
http://www.symbaloo.com 3

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Microsoft PowerPoint

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Aflevering 1 Aflevering 1 Presentation Transcript

    •  
      • De taalquiz van de FHJ
      • 29-08-2007
      • De winnaar van vandaag gaat naar de halve finale, waar twee keer drie ploegen tegen elkaar strijden.
      • In de finale nemen de twee winnaars van de halve finales het tegen elkaar op.
      • -Spelling: Goed of fout? (individueel)
      • Begrepen! (toeterteam)
      • Dubbelzinnig (team)
      • Benoem de fout (individueel)
      • Ertussen! (toeterteam)
      • Zoek de fout (team)
      • Spreekwoorden (individueel)
      • Na ‘Benoem de fout’ een tussenstand. Na spreekwoorden een eindstand 1e ronde. De beste twee teams spelen de finale.
      • - Woordbetekenis (1 tegen 1)
      • Is het woord goed of fout gespeld? Ieder teamlid geeft individueel antwoord door het Goed/Fout-bord omhoog te houden.
      • Soort spel : Individueel
      • Aantal vragen: 10
      • Punten per goed antwoord per teamlid: 1 p.
      • Maximaal te behalen punten per team: 30 p.
      • voorbeelt
      • impresie
    • Goed of Fout ?
      • verassen
    • Goed of Fout ?
      • carri ëre
    • Goed of Fout ?
      • aporteren
    • Goed of Fout ?
      • acuut
    • Goed of Fout ?
      • incontentie
    • Goed of Fout ?
      • onozel
    • Goed of Fout ?
      • studentikoos
    • Goed of Fout ?
      • criticaster
    • Goed of Fout ?
      • genociede
      • De lettergrepen van het woord zijn in de war geraakt. Maak van de lettergrepen het juiste woord. Zodra je als team het woord ziet, geef je het signaal. Eerst geluid maken en het antwoord pas geven als je de beurt hebt gekregen.
      • Soort spel : Toeterspel
      • Aantal vragen: 5
      • Punten per goed antwoord per teamlid: 5 p.
      • Maximaal te behalen punten per team: 25 p.
    • je voor beeld
    • Begrepen!
      • Voorbeeldje
    • Begrepen!
      • le
      pro sie pij vi maat duc te tie schap
    • Begrepen!
      • Televisieproductiemaatschappij
    • Begrepen!
      • baar
      vrucht lijks we fer hu heids cij
    • Begrepen!
      • Huwelijksvruchtbaarheidscijfer
    • Begrepen!
      • ool
      ri li stiek na jour
    • Begrepen!
      • Riooljournalistiek
    • Begrepen!
      • en
      lich ma ne- in dienst ri ting
    • Begrepen!
      • Marine-inlichtingendienst
    • Begrepen!
      • ver
      ti co den ni ne slaaf
    • Begrepen!
      • Nicotineverslaafden
      • De twaalf woorden om een zin mee te maken staan door elkaar. Maak een correcte zin. Je krijgt een punt per correct gebruikt woord, dus maak een zo lang mogelijke zin. Ieder team krijgt een aparte zin. Overleg is toegestaan.
      • Zo lang de tijd loopt, mag je de zin veranderen. Als de tijd om is, mag je de zin afmaken – in normaal spreektempo! - maar niet meer veranderen.
      • Soort spel: Team
      • Vragen per team: 1
      • Punten per goed woord per team: 1 p. (max 12)
      • Maximaal te behalen punten per team: 12 p.
    • 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 voorbeeld hoe mooi laat steekt dit goede de elkaar in zien format
      • Dit goede voorbeeld laat mooi zien hoe dit format in elkaar steekt
    • 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 een verlate flirtende te docent wachten stond de op knipogend studenten groep
      • Een groep flirtende studenten stond knipogend te wachten op de verlate docent.
    • Dubbelzinnig 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 arme verwachten zeer volgens kon huurverho-ging de binnenkort huisbaas Jan-Diederik een forse
    • Antwoord
      • Arme Jan-Diederik kon volgens de huisbaas zeer binnenkort een forse huurverhoging verwachten.
    • Betekenis 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 studiebollen wordt in van eens de dan zogenaamde stof aangetroffen boekenkast meer
    • Antwoord
      • In de boekenkast van zogenaamde studiebollen wordt meer dan eens stof aangetroffen.
    • Betekenis 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 veilig dat aangeschoten naar zorgde nuchtere ervoor kwam zijn Bob vriendengroep huis
    • Antwoord
      • Nuchtere Bob zorgde ervoor dat zijn aangeschoten vriendengroep veilig naar huis kwam.
    • Betekenis 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 en de kassajuffrouw van Loes scande Jaap magnetron-maaltijden bevallige gezonde de razendsnel
    • Antwoord
      • De bevallige kassajuffrouw scande razendsnel de gezonde magnetronmaaltijden van Jaap en Loes.
      • In de zin staat een fout. Hoe heet deze fout?
      • Kies voor A, B, C, D of E en houd het antwoord van je keuze omhoog. Dit onderdeel is individueel.
      • Soort spel: Individueel
      • Aantal vragen: 5
      • Punten per goed antwoord per persoon: 2 p.
      • Maximaal te behalen punten per team: 30 p.
      • Je hebt de volgende antwoordmogelijkheden:
      • A Pleonasme (“houten boomstam”)
      • B Tautologie (“zoals bijvoorbeeld”)
      • C Incongruentie (“de media krijgt de schuld” )
      • D Contaminatie (“optelefoneren”)
      • E Tangconstructie (“de gisteren op vliegveld Zaventem gearriveerde vermoeide minister-president”)
      • Het regende zo hard, dat Jan haast bijna geen hand meer voor ogen zag.
      • A Pleonasme (“houten boomstam”)
      • B Tautologie (“zoals bijvoorbeeld”)
      • C Incongruentie (“de media krijgt de schuld”)
      • D Contaminatie (“optelefoneren”)
      • E Tangconstructie (“de - - - - - minister-president”)
    • Benoem de fout
      • De benzine kostte vroeger veel minder duur dan nu.
      • A Pleonasme (“houten boomstam”)
      • B Tautologie (“zoals bijvoorbeeld”)
      • C Incongruentie (“de media krijgt de schuld”)
      • D Contaminatie (“optelefoneren”)
      • E Tangconstructie (“de - - - - - minister-president”)
    • Benoem de fout
      • Jan laat iedere morgen, voordat hij met de fiets door weer en wind naar zijn werk in de binnenstad gaat, de hond uit.
      • A Pleonasme (“houten boomstam”)
      • B Tautologie (“zoals bijvoorbeeld”)
      • C Incongruentie (“de media krijgt de schuld”)
      • D Contaminatie (“optelefoneren”)
      • E Tangconstructie (“de - - - - - minister-president”)
    • Benoem de fout
      • Ieder jaar rijdt Sinterklaas begin december weer op zijn witte schimmel door het land.
      • A Pleonasme
      • B Tautologie
      • C Incongruentie
      • D Contaminatie
      • E Tangconstructie
    • Benoem de fout
      • Die groep melige studievriendinnen lachen werkelijk waar om iedere grap.
      • A Pleonasme
      • B Tautologie
      • C Incongruentie
      • D Contaminatie
      • E Tangconstructie
      • Welk woord past ertussen en vormt een apart woord zowel met het woord voor de …. als met het woord na de ….? Maak geluid zodra je het woord weet!
      • Soort spel: Toeterteam
      • Aantal vragen: 10
      • Punten per goed woord: 2 p.
      • Maximaal te behalen punten per team: 20 p.
      • tuig
      ... Voorbeeld zin
    • Ertussen!
      • stok
      .... Feest tent
    • Ertussen!
      • renner
      .... Vlieg wiel
    • Ertussen!
      • verslag
      ......... Tennis wedstrijd
    • Ertussen!a
      • vrijheid
      .... Druk pers
    • Ertussen!
      • vraag
      ... Achter ham
    • Ertussen!
      • tuig
      ... on zin
    • Ertussen!
      • steen
      ..... Peper molen
    • Ertussen!
      • huis
      … . Kinder mode
    • Ertussen!
      • schap
      ...... Huis genoot
    • Ertussen!
      • zak
      .... Plus punt
      • Welk woord in de zin is verkeerd gespeld? Elk team krijgt twee zinnen te verbeteren. Geef binnen tien seconden aan welk woord fout gespeld is.
      • Soort spel: Teamspel
      • Aantal vragen per team: 2
      • Punten per goed woord: 5 p.
      • Maximaal te behalen punten per team: 10 p.
      • Deze voorbeeldzin is in het weekend geschreven door een geïriteerde docent.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
      • De balorige studenten werden door de conciérge van het schoolplein verwijderd.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • Het propedeusejaar wordt door veel eerstejaarsstudenten zeker niet als makkellijk ervaren.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • De hobbyisten betaalden kontant voor hun luxueuze hotelkamer.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • De productiekosten waren dan wel exorbitant hoog, maar de hand gemaakte galajurk zag er werkelijk majestueus uit.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • Met groot machtsvertoon joeg de politie agresieve hangjongeren het antikraakpand uit.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • Als een kip zonder kop rende de op vrije voeten geraakte recidivist pardoes tegen een patroullewagen aan.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • Een stoet claxonerende vrachtauto’s bracht samen met de op het dorpsplein spelende fanfare een kakafonie aan geluid voort.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • De afzichtelijke kortingscouponnen zijn zowiezo geldig tot medio november dit jaar.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • Enigzins verontrust door een scherpe brandlucht, rende de buurvrouw in haar pyjama paniekerig haar fraaie negentiende-eeuwse grachtenpandje uit.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
    • Zoek de fout!
      • Nadat Derk en Kees zich hadden gelegimiteerd, werden ze door de Noord-Brabantse politie zonder blikken of blozen hardhandig in bewaring gesteld.
      10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
      • Welk woord ontbreekt in het spreekwoord? Schrijf allemaal het ontbrekende woord met krijt op het bordje.
      • Soort spel: Individueel
      • Aantal vragen: 10
      • Punten per goed antwoord: 1 p.
      • Maximaal te behalen punten per team: 30 p.
      • Het goede ....... geven.
      voorbeeld
      • Wat men in ….. doet, moet men nuchter bezuren.
      dronkenschap
    • Spreekwoorden
      • Daar is geen … op te trekken.
      peil
    • Spreekwoorden
      • Anderhalve … en een paardenkop.
      man
      • Dat is …. naar Noorwegen brengen.
      balken
    • Spreekwoorden
      • Van een …kan men geen veren plukken.
      kikker
    • Spreekwoorden
      • Zo vol zitten met streken als een … met keutels.
      konijn
    • Spreekwoorden
      • De …de bel aanbinden.
      kat
    • Spreekwoorden
      • Er geen … over laten groeien.
      gras
    • Spreekwoorden
      • Het is niet alles … wat er blinkt.
      goud
    • Spreekwoorden
      • De …verlaten het zinkende schip.
      ratten
      • Welke twee teams hebben de meeste punten gehaald en mogen het in de finale tegen elkaar opnemen?
      • De persoon met de meeste punten vertegenwoordigt het team.
      • Wat is de juiste betekenis van het woord? A, B, C of D?
      • Eerst speelt het team dat achter staat.
      • Aantal vragen: 10
      • Aantal punten per vraag: 10
      Woordbetekenis
      • A een dubbele betekenis hebbend
      • B twijfelachtig
      • C klaarblijkelijk
      • D geloofwaardig klinkend
      dubieus
    • Woordbetekenis 1
      • du·bi·eus (bn.)
      • 1 twijfelachtig
      • 2 van twijfelachtige reputatie, verdacht
      Antwoord B
      • A afzwakking
      • B iets doms, stommiteit
      • C alledaagse opmerking, trivialiteit
      • D klein, licht muziekstuk
      banaliteit
    • Woordbetekenis 2
      • ba·na·li·teit (de ~ (v.), ~en)
      • 1 gemeenplaats, alledaagse opmerking
      • 2 het banaal-zijn, trivialiteit, vulgariteit
      Antwoord C
      • A een spelletje monopoly doen
      • B het alleenrecht uitoefenen
      • C andere marktpartijen wegconcurreren
      • D altijd dezelfde weg bewandelen
      monopoliën
      • mo·no·po·li·ën (onov.ww.)
      • 1 een spelletje monopoly doen
      Antwoord A
      • A verlicht
      • B lichtgevend
      • C onhandig
      • D schitterend
      lumineus
      • lu·mi·neus (bn.)
      • 1 schitterend
      Antwoord D
      • A sorteren naar grootte
      • B met de vijand heulen
      • C langs de huizen trachten te verkopen
      • D gezamenlijk opdragen
      colporteren
      • col·por·te·ren (ov.ww., ook abs.)
      • 1 (boekwerken, schriftelijke cursussen e.d.) langs de huizen trachten te verkopen
      Antwoord C
      • A lichte schijn, aanduiding
      • B lachwekkend voorval
      • C voedsel bestaande uit het weefsel van vissen
      • D grote ongeregelde menigte van personen, dieren of zaken
      zweem
      • zweem (de ~ (m.))
      • 1 lichte schijn, aanduiding
      Antwoord A
      • A knapperig
      • B op charmante wijze de aandacht trekkend
      • C barstjes in een verf- of vernislaag of in glazuur
      • D nagerecht
      craquelé
      • cra·que·lé (het ~)
      • 1 barstjes in een verf- of vernislaag of in glazuur
      Antwoord C
      • A bevoogding, vaderlijk optreden
      • B afdeling binnen de katholieke kerk
      • C pessimistische gedachten koesteren over de toekomst
      • D kunststroming rond 1900
      paternalisme
      • pa·ter·na·lis·me (het ~)
      • 1 bevoogding, vaderlijk optreden
      Antwoord A
      • A diep ingrijpend, geen half werk
      • B niet glad, ruig,
      • C vriendschappelijk
      • D landelijk, bij het platteland horend of passend
      Ruraal
      • ru·raal (bn.)
      • 1 landelijk, bij het platteland horend of passend
      Antwoord D
      • A iedereen
      • B het eenvoudige, gewone volk
      • C informele, amicale omgang
      • D regelmaat, gewoonte
      goegemeente
      • goe·ge·meen·te (de ~ (v.))
      • 1 het eenvoudige, gewone publiek / volk
      Antwoord B
      • Hoeveel vragen moet het andere team goed hebben om te winnen?
      Woordbetekenis
      • A een dubbele betekenis hebbend
      • B twijfelachtig
      • C klaarblijkelijk
      • D geloofwaardig klinkend
      dubieus
      • du·bi·eus (bn.)
      • 1 twijfelachtig
      • 2 van twijfelachtige reputatie, verdacht
      Antwoord B
      • A afzwakking
      • B iets doms, stommiteit
      • C alledaagse opmerking, trivialiteit
      • D klein, licht muziekstuk
      banaliteit
      • ba·na·li·teit (de ~ (v.), ~en)
      • 1 gemeenplaats, alledaagse opmerking
      • 2 het banaal-zijn, trivialiteit, vulgariteit
      Antwoord C
      • A een spelletje monopoly doen
      • B het alleenrecht uitoefenen
      • C andere marktpartijen wegconcurreren
      • D altijd dezelfde weg bewandelen
      monopoliën
      • mo·no·po·li·ën (onov.ww.)
      • 1 een spelletje monopoly doen
      Antwoord A
      • A verlicht
      • B lichtgevend
      • C onhandig
      • D schitterend
      lumineus
      • lu·mi·neus (bn.)
      • 1 schitterend
      Antwoord D
      • A sorteren naar grootte
      • B met de vijand heulen
      • C langs de huizen trachten te verkopen
      • D gezamenlijk opdragen
      colporteren
      • col·por·te·ren (ov.ww., ook abs.)
      • 1 (boekwerken, schriftelijke cursussen e.d.) langs de huizen trachten te verkopen
      Antwoord C
      • A lichte schijn, aanduiding
      • B lachwekkend voorval
      • C voedsel bestaande uit het weefsel van vissen
      • D grote ongeregelde menigte van personen, dieren of zaken
      zweem
      • zweem (de ~ (m.))
      • 1 lichte schijn, aanduiding
      Antwoord A
      • A knapperig
      • B op charmante wijze de aandacht trekkend
      • C barstjes in een verf- of vernislaag of in glazuur
      • D nagerecht
      craquelé
      • cra·que·lé (het ~)
      • 1 barstjes in een verf- of vernislaag of in glazuur
      Antwoord C
      • A bevoogding, vaderlijk optreden
      • B afdeling binnen de katholieke kerk
      • C pessimistische gedachten koesteren over de toekomst
      • D kunststroming rond 1900
      paternalisme
      • pa·ter·na·lis·me (het ~)
      • 1 bevoogding, vaderlijk optreden
      Antwoord A
      • A diep ingrijpend, geen half werk
      • B niet glad, ruig
      • C vriendschappelijk
      • D landelijk, bij het platteland horend of passend
      Ruraal
      • ru·raal (bn.)
      • 1 landelijk, bij het platteland horend of passend
      Antwoord D
      • A iedereen
      • B het eenvoudige, gewone volk
      • C informele, amicale omgang
      • D regelmaat, gewoonte
      goegemeente
    • Woordbetekenis 10
      • goe·ge·meen·te (de ~ (v.))
      • 1 het eenvoudige, gewone publiek / volk
      Antwoord B
      • En de winnaar is…