Your SlideShare is downloading. ×
Thesis Els Van Wemmel
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Thesis Els Van Wemmel

3,452

Published on

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
3,452
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
0
Actions
Shares
0
Downloads
30
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Els Van WemmelVrije Universiteit Brussel Rolnr.: 94739Faculteit der Letteren en WijsbegeerteStudiegebied Communicatiewetenschappen Omgang met persoonlijke informatie en privacy-instellingen binnen sociale netwerksites Hoe gaan Facebookgebruikers om met hun persoonlijke informatieen privacy-instellingen nadat ze een inbreuk op hun privacy hebben meegemaakt? Proeve ingediend voor het behalen van de graad van Master in de Communicatiewetenschappen Promotor: Prof. Dr. Jo Pierson Academiejaar: 2010 -2011
  • 2. The handling of personal information and privacy settings on social networksitesHow do Facebook users handle their privacy and personal information on the social networksite after experiencing a violation of their privacy?
  • 3. Aantal woorden: 36.689
  • 4. AbstractSocial networksites are extremely popular these days. With over 700 million active users, Facebookhas become a social phenomenon that heralds a new era in the online world. Participating in theworld of Facebook, requires the sharing and disclosure of personal information. This has raisedconcerns regarding online privacy. This paper broadly explains the social network phenomenon andhow this has changed the concept of „privacy‟. We see that „privacy‟ needs a new understanding ina connected world where „sharing‟ through the internet is the main activity.Our research focuses on privacy on Facebook, more precise we want to know how Facebook usershandle with their privacy and personal information on the social networksite when they haveexperienced a violation on their privacy. In this research we zoomed in on the Net Generation,people aged 18-29.Key words: Social networksites, Facebook, privacy, Net Generation, contextual integrity
  • 5. Samenvatting onderzoekBeschrijving onderzoekDe probleemstelling „omgang met persoonlijke informatie en privacy-instellingen binnen socialenetwerksites‟ is het vertrekpunt van ons onderzoek. Aan de hand van deze probleemstelling willenwe achterhalen hoe Facebookgebruikers omgaan met zowel hun persoonlijke gegevens als met hunprivacy-instellingen op deze sociale netwerksite. Meer concreet willen we met ons onderzoek dieperingaan op hoe jongvolwassenen tussen 18 en 29 jaar omgaan met hun persoonlijke informatie enprivacy-instellingen op Facebook, nadat ze het slachtoffer zijn geweest van een inbreuk op hunprivacy op de sociale netwerksite. We hebben gekozen voor de leeftijdsgroep 18 tot 29 jaaromwille van enkele redenen. Een eerste belangrijke reden is dat er in België reeds uitvoerigonderzoek gevoerd is rond jongeren (tot 18 jaar) en het internet. Een andere belangrijke reden, envoor ons de motivatie om deze leeftijdscategorie te kiezen, is het feit dat zij de eerste „digitalegeneratie‟ zijn. Digitale technologieën zijn steeds een onderdeel geweest van hun leven en zekunnen er nu als de besten mee overweg1.Ons onderzoek bestond uit verschillende fases: een literatuurstudie, een aanbodsanalyse vanFacebook en diepte-interviews.De literatuurstudie diende om inzichten te verwerven over belangrijke onderwerpen zoals socialenetwerksites, Facebook, privacy en de „Net Generation‟. Deze inzichten vormden de basis om laterde diepte-interviews te kunnen uitvoeren.Om een goed inzicht in Facebook te verkrijgen, hebben we een aanbodsanalyse gedaan. Concreetbestaat deze analyse uit een uitgebreide beschrijving van het registratieproces op Facebook.Hierbij schenken we ook veel aandacht aan het privacy-aspect tijdens de registratie. Dankzij dezeanalyse konden we tijdens de interviews soms optreden als „expert‟ en zo bepaalde vragen van derespondenten beantwoorden, maar ook twijfels vermijden.In een laatste fase hebben we diepte-interviews uitgevoerd bij respondenten tussen 18 en 29 jaar.De methode van diepte-interviews is volgens ons het meest geschikt om de achterliggendeassumpties en dieperliggende gevoelens van de respondenten omtrent het onderzoeksthema teachterhalen, omdat in dit soort onderzoek de opinie van de ondervraagde centraal staat 2.Resultaten onderzoekIn het dagelijkse leven zijn de meeste respondenten wel gesteld op hun privacy. Vooral in situatiesdie met hun als persoon te maken hebben, letten ze erop dat ze hun privacy kunnen behouden. Zozullen de meesten zich afzonderen wanneer ze gebeld worden als ze met een groep vrienden wegzijn en de meerderheid van de respondenten verscheurt vertrouwelijke documenten en zal ze danpas weggooien. Velen hebben hun persoonsgegevens al eens vrijgegeven voor één of meerdereklantenkaarten, zodat ze kunnen genieten van getrouwheidskortingen. Op het internet zullen ze1 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill,2009, p. 172 MORTELMANS (Dimitri). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven, Acco, 2009, p. 26
  • 6. hun persoonsgegevens echter niet snel vrijgeven, omdat ze hier wantrouwig tegenover staan. Hoede respondenten „privacy‟ concreet beschrijven, kunnen we uitleggen aan de hand van tweeconcepten. Bij het eerste concept ervaart men privacy als controle over de gegevens. Men wil zelfkunnen bepalen aan wie men welke gegevens en informatie vrijgeeft. Het andere concept beschrijftprivacy als een soort van fysieke afbakening, een eigen plekje hebben waar men volledig zichzelfkan zijn. Wanneer we naar privacy op het internet kijken, willen de respondenten deze controleblijven hebben over hun gegevens en vinden ze het ook van belang dat hun activiteiten op hetinternet niet „gevolgd‟ of „bekeken‟ worden. Om aan deze wensen te kunnen voldoen, zullen ze danook allerlei tactieken hanteren: nicknames gebruiken, een ander e-mailadres invullen, bepaaldewebsites niet bezoeken, enkel de „verplichte velden‟ invullen enz.…Facebook maakt toch een aanzienlijk deel uit van het dagelijkse leven: elke respondent meldt zichminstens één keer per dag aan op de sociale netwerksite. Ze gebruiken Facebook alscommunicatiemiddel (chat en mailfunctie), als agenda (evenementen- verjaardagskalender) en omop de hoogte te blijven van wat hun „friends‟ allemaal doen. De populairste activiteit op Facebook iskijken naar foto‟s, maar zelf beeldmateriaal uploaden wordt minder gedaan. Er wordt heel watinformatie ingevuld op de profielen van de respondenten. De informatie die het meest wordtingevuld is: werk/studies, geboortedatum, activiteiten en interesses (cf. vind ik leuk-knop), derelatiestatus, e-mailadres en geslacht. Velen waren niet op de hoogte van het feit dat wat ze„geliked‟ hadden opgelijst werd en op hun profiel werd bijgehouden en dat Facebook hun e-mailadres vrijgeeft op de informatiepagina van hun profiel. De meeste respondenten hebben eengoede kennis van hun privacy-instellingen en deze worden ook gebruikt om hun privacy opFacebook te waarborgen. Toch was geen enkele respondent op de hoogte van het feit dat er ookgegevens worden doorgegeven via de „friends‟. Hier werd vooral boos en geschokt op gereageerd.Wanneer de respondenten een inbreuk op hun privacy op Facebook hebben ervaren, reageren zeheel verschillend. Mensen die een negatieve ervaring hebben gehad in verband met beeldmateriaal(foto of video) zullen niet snel hun privacy-instellingen veranderen, ze gaan wel sneller kijkenwanneer er foto‟s online geplaatst worden en zich „untaggen‟. Wanneer men een negatieve ervaringheeft gehad met de berichtenfunctie van Facebook, komt dit meestal door het feit dat ze ongewildeberichten krijgen van vreemde mensen. Elke respondent heeft dit op zijn eigen manier opgelost:de persoon in kwestie negeren of blokkeren, de privacy-instellingen verstrengen of antwoorden. Derespondent die antwoordde op de berichten, deed dit meer uit noodzaak en niet omdat ze hier zelfvolledig achterstond. De respondenten waarvan het profiel werd gehacked, hebben onmiddellijkeen nieuw profiel aangemaakt, zonder eerst hun privacy-instellingen aan te passen. De enige tweerespondenten die effectief Facebook achter zich hebben gelaten, zijn diegene die problemenhebben gehad met personen die in de „blokkeerlijst‟ staan en die desondanks nog steeds toeganghadden tot hun profiel. We kunnen dus over het algemeen besluiten dat een negatieve ervaring opFacebook niet zorgt voor een radicale ommezwaai in de omgang met privacy en persoonlijkegegevens. Slechts weinigen nemen een kijkje naar hun instellingen en veranderen deze effectief naeen inbreuk op hun privacy.
  • 7. DankwoordEen thesis schrijven… Het is iets waar je naar uitkijkt, maar eens je er aan moet beginnen lijkt heteen straat zonder einde. Vragen zoals: Waar ga ik over schrijven? Hoe begin ik daar aan? Watmoet ik allemaal doen? steken dan algauw de kop op. Nu het einde van de straat toch nadert, moetik eigenlijk toegeven dat ik toch wel fier ben om mijn onderzoek te kunnen indienen. En het maggezegd worden, een thesis schrijven gaat niet vanzelf, ik heb er hard voor moeten werken. Veelmoed, doorzettingsvermogen en „er zin in hebben‟ zijn nodig, anders kom je er niet. Op sommigemomenten was dit bij mij wel eens ver zoeken en was het moeilijk om de draad terug op te pikken.Op andere momenten ging het dan weer heel vlot vooruit en dit zorgde voor extra motivatie.Daarom gaat mijn eerste en grootste dank uit naar iedereen die mij in deze ups-and-downs-periode heeft moeten verdragen. Mijn ouders voor de vele „schouderklopkes‟ en „duwkes‟ in de rug,mijn broer voor de vele (lekkere!) tasjes koffie die hij gezet heeft en Kelly en Julie die steeds voormij klaar stonden met een luisterend oor. Hen wil ik ook bedanken, samen met Tom, voor hetnalezen van mijn thesis en de tips en opbouwende kritieken die ik van hen mocht ontvangen. Sofiewil ik bedanken voor het uitschrijven van de interviews, het moet geen gemakkelijke job geweestzijn… dus: een welgemeende bedankt!Daarnaast wil ik natuurlijk ook alle respondenten bedanken die hebben deelgenomen aan hetonderzoek. Het deed enorm veel deugd te mogen horen dat ook zij zeer geïnteresseerd waren inmijn onderzoek. Het feit dat enkele respondenten mij na het interview opnieuw contacteerden omme op de hoogte te houden van hun negatieve ervaring of gewoon om raad te vragen over privacyop Facebook, laat zien dat ze zelf ook iets van het interview hebben opgestoken. Super! Want datwas toch ook wel een beetje een missie geworden: mensen bewuster maken van de risico‟s opFacebook.Ook een speciaal dankwoord gaat uit naar mijn promotor, Prof. Dr. Jo Pierson. Zonder zijn goederaad en tips was het schrijven van deze thesis haast onmogelijk geweest. Het is ook dankzij zijnfeedback dat ik elke keer verder kon. Bedankt!Els Van Wemmel11 juli 2011PS: Twitter en Foursquare hebben ondertussen ook geen geheimen meer voor mij. Tijd dus om uitte kijken naar Google+!
  • 8. InhoudsopgaveInhoudsopgave ..................................................................................................................... 1Inleiding .............................................................................................................................. 41 Literatuurstudie .............................................................................................................. 8 1.1 Sociale netwerksites & Facebook .............................................................................. 8 1.1.1 Introductie: Sociale netwerken.............................................................................. 8 1.1.2 Van offline naar online ......................................................................................... 8 1.1.3 Gebruik van sociale netwerksites .......................................................................... 10 1.1.4 Facebook ........................................................................................................... 10 1.1.5 Facebook en Privacy ........................................................................................... 11 1.2 Privacy.................................................................................................................. 12 1.2.1 Een geschiedenis ................................................................................................ 12 1.2.2 Internationale en nationale wetgeving omtrent privacy ........................................... 13 1.2.2.1 De privacywet ................................................................................................. 13 1.2.2.2 Recht op afbeelding ......................................................................................... 15 1.2.3 Bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie . ........................................................................................................................ 15 1.2.4 Privacy op het internet ........................................................................................ 18 1.2.5 Privacy op sociale netwerksites en Facebook ......................................................... 23 1.2.6 Contextuele integriteit op Facebook ...................................................................... 28 1.3 Millennials, Generation Y of Net Generation? ............................................................. 30 1.3.1 Wie is de Net Generation? ................................................................................... 32 1.3.2 Een sociale bende ............................................................................................... 33 1.3.3 De Net Generation en nieuwe technologieën .......................................................... 34 1.3.3.1 Televisie wordt achtergrondmuziek ................................................................... 34 1.3.3.2 GSM .............................................................................................................. 34 1.3.3.3 Internet ......................................................................................................... 35 1.3.3.4 Sociale netwerksites ........................................................................................ 36 1.4 De Net Gen‟er vs. privacy ....................................................................................... 372 Empirisch luik ................................................................................................................ 38 2.1 Probleemstelling en onderzoeksvragen ..................................................................... 38 1
  • 9. 2.2 Onderzoeksfases .................................................................................................... 40 2.2.1 Pre analytische fase: de literatuurstudie ................................................................ 40 2.2.1.1 Bepalen van het onderzoeksdomein: „Net Gen‟ers‟ met een negatieve ervaring op Facebook .................................................................................................................... 40 2.2.2 Aanbodsanalyse van Facebook: een kritische blik op het aanmaken van een profiel op Facebook....................................................................................................................... 41 2.2.3 Kwalitatief onderzoek: diepte-interviews ............................................................... 41 2.2.3.1 Respondenten ................................................................................................. 42 2.2.3.2 Diepte-interviews ............................................................................................ 443 Resultaten ..................................................................................................................... 48 3.1 Resultaten aanbodsanalyse van Facebook ................................................................. 48 3.1.1 Registratie ......................................................................................................... 48 3.1.2 Profiel aanmaken ................................................................................................ 50 Stap 1: Vrienden zoeken .............................................................................................. 50 Stap 2: Profielgegevens ............................................................................................... 51 Stap 3: Profielfoto ....................................................................................................... 51 3.1.3 Privacy op Facebook ........................................................................................... 53 3.1.3.1 „Bepaal hoe jij deelt‟ ........................................................................................ 53 3.1.3.2 De standaard privacy-instellingen ..................................................................... 55 3.1.3.3 Toepassingen, games en websites: externe applicaties ........................................ 57 3.2 Resultaten diepte-interviews ................................................................................... 65 3.2.1 Achtergrondinformatie van de respondenten .......................................................... 65 3.2.2 Hoe gaat men om met zijn privacy in het dagelijkse (offline) leven? ......................... 66 3.2.3 Hoe vult de respondent het begrip „privacy‟ in? ...................................................... 69 3.2.3.1 Wat betekent privacy voor de respondent? ........................................................ 69 3.2.3.2 Ervaart de respondent een verschil tussen „privé‟ en „persoonlijk‟? ....................... 71 3.2.3.3 Inbreuk op de privacy ...................................................................................... 74 3.2.4 Privacy op het internet ........................................................................................ 75 3.2.4.1 Wat wordt er gedaan om de privacy op het internet te waarborgen? ..................... 75 3.2.4.2 Wordt privacy op het internet anders ervaren in vergelijking met een offline omgeving? .................................................................................................................. 76 3.2.5 Facebook ........................................................................................................... 77 2
  • 10. 3.2.5.1 In hoeverre maakt de sociale netwerksite Facebook deel uit van het dagelijkse leven van de respondent? ..................................................................................................... 77 3.2.5.2 Redenen waarom de respondenten Facebook gebruiken ...................................... 78 3.2.6 Omgang met privacy op Facebook ........................................................................ 79 3.2.6.1 Welke informatie wordt ingevuld en gedeeld met welke mensen? ......................... 79 3.2.6.2 Persoonlijk en privé op Facebook ...................................................................... 81 3.2.6.3 Omgang met „friends‟ ...................................................................................... 81 3.2.6.4 Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn privacy op de sociale netwerksite en welke acties onderneemt hij om zijn privacy te waarborgen? ........................................... 83 3.2.6.5 Omgang met privacy-instellingen ...................................................................... 85 3.2.6.6 Privacy-beleid ................................................................................................. 86 3.2.6.7 Applicaties ...................................................................................................... 86 3.2.6.8 Vind ik leuk-knop ............................................................................................ 87 3.2.7 Omgang met privacy en persoonlijke gegevens op Facebook na een inbreuk op de privacy op deze sociale netwerksite .................................................................................. 89 3.2.7.1 Negatieve ervaring in verband met beeldmateriaal ............................................. 90 3.2.7.2 Negatieve ervaring in verband met „berichten‟ .................................................... 92 3.2.7.3 Mensen die op de blokkeerlijst staan, kunnen nog op het profiel........................... 93 3.2.7.4 Het profiel werd „gehacked‟ .............................................................................. 94 3.2.7.5 Andere negatieve ervaringen ............................................................................ 95 3.2.8 Contextuele integriteit toegepast op de Facebookbeleving van de respondenten ........ 96Besluit ................................................................................................................................ 98Epiloog ............................................................................................................................. 104Bibliografie ........................................................................................................................ 105Bijlagen ............................................................................................................................ 110 3
  • 11. InleidingDagelijks worden we via de media geconfronteerd met verschillende aspecten van socialenetwerksites. Een van de aspecten dat vaak terugkeert in de media is de privacy van deFacebookgebruikers. Niet alleen is de drempel om persoonlijke gegevens vrij te geven enorm laaggeworden 3 , mensen gaan ook anders denken over hun persoonlijke gegevens in een web2.0omgeving 4 . Dit zorgt ervoor dat we anders moeten nadenken over de notie „privacy‟ op hetinternet.Aan het einde van de 19e eeuw formuleerden Warren en Brandeis privacy als „het recht om alleengelaten te worden‟5. Deze definitie kunnen we onmogelijk toepassen in een wereld waar mensenonline netwerken opbouwen via sociale netwerksites. De afgelopen jaren is het online sociaalnetwerken overgegaan van een nichefenomeen naar een massale adoptie 6. Dit blijkt ook uit hetaantal Facebookgebruikers dat steeds toeneemt: in juli 2009 waren er 250 miljoen actievegebruikers en slechts een jaar later is dit aantal verdubbeld 7. De voornaamste reden waarom velemensen een gebruikersaccount aanmaken op een sociale netwerksite is om hun relaties metanderen te onderhouden 8 . Om een profiel te kunnen aanmaken wordt er heel wat persoonlijkeinformatie gevraagd zoals de voornaam en achternaam, e-mailadres, geslacht, burgerlijke staat,telefoonnummer, enz. De meeste sociale netwerken dwingen de gebruikers niet om dit tepubliceren, maar ze moedigen het wel aan9. Dit kan enigszins tegengesproken worden, daar denaam, achternaam, e-mailadres, geslacht en geboortedatum verplicht zijn in te vullen bij deregistratie op Facebook. Behalve de volledige naam en de gekozen profielfoto kunnen anderegegevens achteraf wel zodanig worden ingesteld dat enkel „friends‟ deze kunnen zien 10. Op heteerste gezicht lijken dit gegevens die niet tot misbruik kunnen leiden, maar veel mensen wetenniet waarvoor deze (persoonlijke) informatie aangewend kan worden. Meer en meer lezen we in depers over de keerzijde van het succes van sociale netwerksites. Mensen worden ontslagen omdat3 PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS(Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, LannooCampus, 2010, p. 1484 MADDEN (Mary), FOX (Susannah), SMITH (Aaron), VITAK (Jessica). Digital Footprints: Online identitymanagement and search in the age of transparency, PEW, 2007, p. iv [online]http://pewinternet.org/Reports/2007/Digital-Footprints.aspx zie bijlagen cd-rom [3 juli 2011]5 SOLOVE (Daniel J.). The digital person. New York en Londen, New York University Press, 2004, p.586 ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Information Revelation and Privacy in Online Social Networks, inWPES, 2005, p. 1 [online]http://wiki.nus.edu.sg/download/attachments/57742900/Information+Revelation+Privacy+Gross.pdf ziebijlagen cd-rom [3 juli 2011]7 Facebook, Tijdlijn, 2011http://www.Facebook.com/press/info.php?timeline zie bijlagen cd-rom [3 juli 2011]8 ELLISON (B. Nicole), LAMPE (Cliff), STEINFIELD (Charles). Social Network Sites and Society : Current Trendsand Future Possibilities, in Interactions, 2009, vol. 16, nr. 1, p. 4 [online]http://interactions.acm.org/content/?p=1200 zie bijlagen cd-rom [3 juli 2011]9 ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Imagined Communities : Awareness, Information Sharing andPrivacy on the Facebook, PET, 2006, p. 1 [online]http://privacy.cs.cmu.edu/dataprivacy/projects/Facebook/Facebook2.pdf zie bijlagen cd-rom [3 juli 2011]10 Facebook, privacy policy, 2011http://www.Facebook.com/policy.php zie bijlagen cd-rom [3 juli 2011] 4
  • 12. ze liegen over hun afwezigheid op het werk, huwelijken stranden omdat de partner liegt over zijnburgerlijke staat, studenten krijgen een nul op hun examen omdat ze op Facebook opscheppenover hun spiekgedrag 11 12 . Dit zijn nog maar enkele van de vele berichtgevingen over de„gevaarlijke‟ kant van sociale netwerksites, namelijk dat ze de gebruikers stimuleren ompersoonlijke informatie online te zetten. Veel leden van sociale netwerksites weten echter niet datze zo de deur op een kier laten staan voor mensen die (slechte) bijbedoelingen hebben met hunpersoonlijke gegevens. De onderzoeker Jisuk Woo heeft daarom een nieuwe definitie aangewendom privacy te beschrijven in een online netwerkomgeving: „het recht om niet geïdentificeerd teworden‟. Ook Helen Nissenbaum heeft een concept uitgewerkt om privacy beter te kunnenbegrijpen: „contextuele integriteit‟. Zowel het concept van Woo als van Nissenbaum wordenuitvoerig besproken in het onderdeel privacy.Zoals de titel van deze masterproef aangeeft is de probleemstelling „omgang op persoonlijkeinformatie en privacy-instellingen binnen sociale netwerksites‟. Deze probleemstelling is hetcentrale punt binnen het onderzoek dat we gaan voeren. Aan de hand van deze probleemstellingwillen we achterhalen hoe Facebookgebruikers omgaan met zowel hun persoonlijke gegevens alsmet hun privacy-instellingen op deze sociale netwerksite en meer concreet, hoe deze omgangeventueel veranderd is nadat ze een inbreuk op hun privacy hebben ervaren op de socialenetwerksite Facebook.Ons onderzoek wil dieper ingaan op hoe jongvolwassenen tussen 18 en 29 jaar omgaan met hunpersoonlijke informatie en privacy-instellingen op Facebook, nadat ze het slachtoffer zijn geweestvan een inbreuk op hun privacy op de sociale netwerksite. Hoe hebben ze deze inbreuk op hunprivacy ervaren? Konden ze het voorkomen indien ze beter geïnformeerd waren? Hoe hebben zehet probleem opgelost? Dit zijn enkele van de vragen die we willen beantwoorden aan de hand vanons onderzoek.De probleemstelling „omgang met persoonlijke informatie en privacy-instellingen binnen socialenetwerksites‟ is het vertrekpunt van ons onderzoek. Om een antwoord te kunnen bieden op dezestelling, hebben we enkele onderzoeksvragen en deelvragen ontwikkeld. Hierdoor kunnenspecifieke thema‟s behandeld worden en krijgen we een zo uitgebreid mogelijke visie op hetprobleem. Hieronder volgt een overzicht van de vragen die centraal staan binnen ons onderzoek: Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn privacy in het dagelijkse (offline) leven?  Hoe gaat hij om met situaties die voor hen een persoonlijk of privé aspect hebben?  Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn persoonlijke gegevens in een marketing georiënteerde situatie?  Geeft de respondent persoonlijke gegevens vrij als hier een voordeel aan verbonden is?11 N.N. Hoe Facebook zich tegen u kan keren…, in De Tijd, 26 augustus 2009 [Online]http://netto.tijd.be/budget_en_vrije_tijd/multimedia/Hoe_Facebook_zich_tegen_u_kan_keren....8224143-2216.art zie bijlagen cd-rom [3 juli 2011]12 N.N. Laat u niet bespioneren door Facbook, in De Tijd, 22 juli 2009 [Online]http://netto.tijd.be/geld_en_gezin/belastingen/Laat_u_niet_bespioneren_op_Facebook.82105081624.art ziebijlagen cd-rom [3 juli 2011] 5
  • 13.  Doet hij dit enkel offline, enkel online of in beide situaties? Hoe vult de respondent het begrip „privacy‟ in? Wat betekent dat voor hem?  Wat betekent privacy voor de respondent?  Ervaart de respondent een verschil tussen iets dat „privé‟ is en iets dat „persoonlijk‟ is?  Hoe gaat hij om met deze gegevens?  Wat ervaart hij als een inbreuk op zijn privacy? Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn privacy wanneer hij online is?  Ervaart hij privacy anders dan wanneer hij offline is?  Wat doet hij om zijn privacy op het internet te waarborgen? In hoeverre maakt de sociale netwerksite Facebook deel uit van het dagelijkse leven van de respondent?  Hoeveel tijd spendeert hij aan Facebook  Waarom gebruikt hij Facebook?  Wat zijn de voornaamste activiteiten? Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn privacy wanneer hij aangemeld is op de sociale netwerksite?  Welke informatie deelt hij en met wie?  Is hij op de hoogte van de informatieverspreiding die via applicaties gebeurt?  Welke informatie wordt als „persoonlijk‟ en „privé‟ beschouwd?  Weet hij hoe de privacy-instellingen op Facebook zijn ingesteld?  Op welke manier zijn deze ingesteld?  Heeft hij deze in het verleden aangepast aan de eigen wensen?  Wat doet hij om zijn privacy te waarborgen op Facebook?  Kent hij het privacy beleid van Facebook? In welke mate heeft een inbreuk op de privacy op Facebook een invloed op de omgang met persoonlijke informatie?  Welke ervaring beschouwt de respondent als een inbreuk op zijn privacy?  Welke acties heeft hij ondernomen om het probleem op te lossen?  Zijn de privacy-instellingen aangepast?  Heeft hij zijn account verwijderd of gedeactiveerd?  Is hij sindsdien anders omgegaan met zijn privacy en persoonlijke gegevens op Facebook?We hebben gekozen voor de leeftijdsgroep 18 tot 29 jaar omwille van enkele redenen. Een eerstebelangrijke reden is dat er in België reeds uitvoerig onderzoek gevoerd is rond jongeren (tot 18jaar) en het internet. Een andere belangrijke reden, en voor ons de motivatie om dezeleeftijdscategorie te kiezen, is het feit dat zij de eerste „digitale generatie‟ zijn. Digitale 6
  • 14. technologieën zijn steeds een onderdeel geweest van hun leven en ze kunnen er nu als de bestenmee overweg13.De wetenschappelijke relevantie van dit onderzoek kan niet ontkend worden. Er is weinigonderzoek in België omtrent jongvolwassenen en het internet. Veel meer wordt de nadruk gelegdop kinderen en jongeren, met onder andere sensibiliseringscampagnes zoals www.ikbeslis.be enwww.clicksafe.be . Het lijkt ons dan ook uitermate interessant om ons toe te spitsen op een oudereleeftijdscategorie.We geven nog een overzicht van deze verhandeling:In het eerste deel bespreken we uitvoerig de inzichten die we verworven hebben aan de hand vaneen uitgebreide literatuurstudie. De verkregen inzichten dienden later als fundering voor onskwalitatief onderzoek. In het eerste hoofdstuk bespreken we het fenomeen van socialenetwerksites en Facebook in het bijzonder. We leggen hier het ontstaan en de redenen van gebruikuit. Het tweede hoofdstuk legt de nadruk op privacy. We bespreken hier de evolutie van het begrip„privacy‟, alsook de nieuwe invulling die het krijgt in een web2.0 omgeving. Daarna bekijken we inwelke mate we kunnen spreken van privacy op Facebook. Het derde hoofdstuk handelt over de „NetGeneration‟. Hierin bespreken we de belangrijkste kenmerken van onze gekozen leeftijdscategorie.Het tweede deel bevat het empirisch luik, het kwalitatief onderzoek. In het eerste hoofdstukbehandelen we de probleemstelling in concreto en sommen we onze onderzoeksvragen nog eensop. Het tweede hoofdstuk verduidelijkt de gehanteerde methodes tijdens ons onderzoek: een pre-analytische fase dat bestaat uit een literatuurstudie, een aanbodsanalyse van Facebook en hetkwalitatieve onderzoek, nl. de diepte-interviews. In het derde hoofdstuk bespreken we uitvoerig deresultaten die voortkomen uit de gevoerde interviews.Het derde deel bespreekt de belangrijkste conclusies van ons onderzoek en duidt aan waar er nogverder onderzoek nodig is.13 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p. 17 7
  • 15. 1 Literatuurstudie1.1 Sociale netwerksites & FacebookOpmerking vooraf:In deze verhandeling zal vaak verwezen worden naar de term „vrienden‟. Als iemand een profielaanmaakt op een sociale netwerksite, kan hij zijn profiel linken aan het profiel van iemand anders.Een zogenaamde „friend‟ of „vriend‟. We moeten echter in het achterhoofd houden dat deze termmisleidend kan zijn. Het is namelijk zo dat een „vriend‟ op Facebook (of een andere socialenetwerksite) niet altijd een echte vriend in het dagelijkse leven is.14Om dit verschil duidelijk aan te geven in deze paper, zullen we gebruik maken van het woord„friend‟ voor de vrienden op sociale netwerksites en Facebook. Een „vriend‟ is een vriend in hetdagelijkse leven.1.1.1 Introductie: Sociale netwerkenEen sociaal netwerk is een groep mensen die elkaar kennen. Ieder individu heeft het en maakt ervoortdurend gebruik van in het dagelijkse leven. Zo gaat men vaak te rade bij vrienden, kennissenen familie om informatie door te spelen, zodat men elkaar kan helpen15.De structuur van een sociaal netwerk verwijst naar de patronen of de relaties die het netwerkkenmerken. David Moxley beschrijft vier structurele karakteristieken van een sociaal netwerk: deomvang (1) geeft aan met hoeveel leden van het sociaal netwerk het individu direct contact heeft.De samenstelling (2) van een sociaal netwerk fungeert als een index voor differentiatie en betreftde verschillende typen van mensen met wie het individu interageert. Een sociaal netwerk kanbijvoorbeeld bestaan uit eerste verwanten, tweede verwanten, vrienden, buren, ... Iedere persoonheeft (en behoort) dus bij meerdere sociale netwerken. De netwerkdichtheid (3) bepaalt in welkemate de leden van het netwerk onderling contact hebben met elkaar, onafhankelijk van het„centrale individu‟. De verspreiding (4) verwijst naar de locatie van netwerkleden·. Deze kenmerkenvinden we ook terug in online sociale netwerken.1.1.2 Van offline naar onlineHet gebruik van het internet om te netwerken is sinds de jaren ‟90 voor veel mensen eendagelijkse activiteit geworden. Het vergemakkelijkt het onderhouden van oude contacten en hetzoeken naar nieuwe. In deze periode was er dan ook een grote opmars van allerlei soortenwebsites die het online netwerken konden mogelijk maken: van eigen webpagina‟s en blogs waar14 BOYD (Danah) en ELLISON (B. Nicole). Social Network Sites: Definition, History, and Scholarship, in Journalof Computer Mediated Communication, 2007, vol. 13, nr. 1, p. 3 [online]http://jcmc.indiana.edu/vol13/issue1/boyd.ellison.html zie bijlagen cd-rom [01 juni 2011]15 Fisher (Donna). Persoonlijke netwerken voor Dummies. S.I., Pearson Education Benelux, 2005, p. 7 8
  • 16. mensen hun verhalen konden neerschrijven, tot chatrooms en communities waar vooral mensenmet dezelfde interesses met elkaar communiceerden en informatie uitwisselden. Toch was hetgebruik van het internet nog geen wijdverspreid fenomeen, waardoor het online netwerken enkelnuttig was bij communities met veel leden. 16In 1997 was er dan de eerste zogenoemde sociale netwerksite, SixDegrees.com. Waarom we ditals eerste sociale netwerksite kunnen beschouwen, leggen we uit aan de hand van de definitie dieDanah Boyd en Nicole Ellison geven aan een sociale netwerksite: “We define social network sites as web-based services that allow individuals to o construct a public or semi-public profile within a bounded system o articulate a list of other users with whom they share a connection and o view and traverse their list of connections and those made by others within the system. The nature and nomenclature of these connections may vary from site to site.”SixDegrees.com was een website waar mensen een profiel konden aanmaken en vriendenlijstenaan konden toevoegen die voor iedereen zichtbaar waren. Deze functies waren eerder al vantoepassing op andere soorten netwerksites, zoals datingsites, maar SixDegrees.com was de eerstewebsite die al deze functies combineerde. Drie jaar later was het verhaal van SixDegrees.comechter uit. Het internet mocht dan wel aan een opmars bezig zijn, de sociale netwerksite was voorvele mensen nog onbekend. Hierdoor hadden leden van SixDegrees.com niet veel „friends‟ in hunvriendenlijst, waardoor het online netwerken niet veel zin had. 17Vanaf 1997 zijn er heel wat verschillende soorten sociale netwerksites bijgekomen. Zoals eerdervermeld, bestonden er al enkele datingsites waar surfers op zoek konden gaan naar een potentiëlepartner. 18 LinkedIn, ontstaan in 2003, is een sociale netwerksite voor professionele doeleinden.Leden van LinkedIn kunnen op hun profiel hun opleidingen vermelden, alsook vorige werkgevers.Daarnaast kunnen collega‟s, werkgevers en anderen een aanbeveling schrijven die dan zichtbaarwordt op hun profiel. Uit cijfers van het onderzoeksbureau TNS Nipo, dat het surfgedrag van15.000 Nederlandse surfers analyseerde, blijkt zelfs dat LinkedIn het laatste half jaar van 2010 eengroei van 51% kende.19 Er ontstonden ook sociale netwerksites die gericht waren op niches. Zo16 STUART (James). An introduction to online Social Networking Systems. S.I., s.e., 2008 [online]https://www.wiki.ed.ac.uk/display/IandS/An+Introduction+to+online+Social+Networking+Systems zie bijlagencd-rom [01 juni 2011]17 BOYD (Danah) en ELLISON (B. Nicole). Social Network Sites: Definition, History, and Scholarship, in Journalof Computer Mediated Communication, 2007, vol. 13, nr. 1, p.4 [online]http://jcmc.indiana.edu/vol13/issue1/boyd.ellison.html zie bijlagen cd-rom [01 juni 2011]18 IBIDEM19 N.N. LinkedIn en Facebook groeien, Hyves krimpt, in De Morgen, 23 december 2010 [online]http://www.demorgen.be/dm/nl/5403/Internet/article/detail/1199685/2010/12/23/LinkedIn-en-Facebook-groeien-Hyves-krimpt.dhtml zie bijlagen cd-rom [01 juni 2011] 9
  • 17. was Facebook initieel een sociale netwerksite die enkel toegankelijk was voor studenten van deHarvard University20. In een latere fase is Facebook toegankelijk geworden voor iedereen.1.1.3 Gebruik van sociale netwerksitesDe reden waarom vele mensen een gebruikersaccount aanmaken op een SNS is tweeledig:enerzijds om contact te maken met mensen waarmee ze een zwakke offline connectie hebben(latent ties), maar vooral om te communiceren met mensen die inherent deel uitmaken van hunoffline sociaal netwerk21. De meeste sociale netwerksites zijn profielgericht, met andere woorden:het profiel van de gebruikers staat centraal. Het profiel is een unieke pagina van en over eenindividu, waarbij naast de leeftijd ook de interesses van en informatie over het individu zelf wordtvrijgegeven. Daarnaast is ook de „friendslist‟ van het individu zichtbaar voor anderen. Wat socialenetwerksites zo uniek maakt is dus niet alleen het feit dat men vrienden en vreemden kan(her)ontmoeten, maar vooral dat ze het de gebruikers mogelijk maken om hun sociaal netwerk vanvrienden, kennissen, collega‟s en familie publiekelijk zichtbaar te maken. Doordat de „friendslist‟zichtbaar is, kan men door de vriendenlijst op zoek gaan naar nieuwe contacten. Hierdoor kunnen„friends‟ van het ene individu voorgesteld worden aan of kennis maken met „friends‟ van een anderindividu. Een andere mogelijkheid op sociale netwerksites is het achterlaten van berichtjes opelkaars profiel. De berichtjes die gepost worden op het profiel zijn zichtbaar voor andere mensen,afhankelijk van de privacy-instellingen die de eigenaar van het profiel hanteert. Men kan ook privé-berichtjes versturen naar elkaar. Deze functie is te vergelijken met een normaal e-mailsysteem.Daarnaast zijn er nog vele andere mogelijkheden op sociale netwerksites, zoals het delen vanvideo‟s en foto‟s, blogging, chatten, interacties via de mobiele telefoon, enz. Het gebruik van dezefuncties hangt van elke sociale netwerksite af 22.1.1.4 FacebookFacebook is in 2004 opgericht door Mark Zuckerberg. Zoals eerder vermeld was Facebook bij zijnontstaan gericht op een nichemarkt: enkel studenten van Harvard University konden een profielaanmaken 23 . Later kregen steeds meer studenten toegang tot de sociale netwerksites en sinds2006 is Facebook toegankelijk voor iedereen. In juli 2010 telt Facebook meer dan 500 miljoenactieve leden24.Ook op Facebook is het mogelijk om aan de hand van profielen op zoek te gaan naar mensen diemen al kent of nieuwe contacten te leggen. Daarom wordt er bij de aanmaak van een profiel opFacebook heel wat persoonlijke informatie gevraagd zoals de voor- en achternaam, het e-20 BOYD (Danah) en ELLISON (B. Nicole). Social Network Sites: Definition, History, and Scholarship, in Journalof Computer Mediated Communication, 2007, vol. 13, nr. 1, p.8 [online]http://jcmc.indiana.edu/vol13/issue1/boyd.ellison.html zie bijlagen cd-rom [02 juni 2011]21 IDEM, p.222 IDEM, p. 2-623 IDEM, p. 824 Facebook, Statistieken, 2011http://www.Facebook.com/press/info.php?statistics zie bijlagen cd-rom [02 juni 2011] 10
  • 18. mailadres, het geslacht en de geboortedatum. Daarna moedigt Facebook zijn nieuwe leden ook aanom een profielfoto te uploaden, zodat men gemakkelijk te herkennen en dus te vinden is dooranderen25. Later gaan we verder in op het registratieproces op Facebook.Wanneer men een profiel op Facebook heeft, gebruikt men twee delen van de site het meest: heteigen profiel en het zogenoemde „nieuwsoverzicht‟. In het nieuwsoverzicht worden de activiteitenvan de „friends‟ weergegeven, alsook verjaardagen en events die in de nabije toekomst zullenplaats vinden. Het profiel is de pagina die anderen, afhankelijk van de privacy-instellingen, kunnenzien, wanneer ze de naam van een persoon intypen in de zoekbalk van Facebook. Op dit profielstaat dan de informatie die de eigenaar van het profiel heeft ingevuld, alsook fotoalbums,statusupdates en berichtjes die gepost zijn door anderen. Aan de linkerkant van elk profiel, duszowel op het eigen profiel als op dat van anderen, staat de „friendslist‟. Rechts van het eigen profielstelt Facebook mensen voor die je misschien kent en krijgen we gesponsorde reclame te zien.Wanneer we naar het profiel van een „friend‟ gaan, zien we rechts foto‟s waar we allebei opstaanen de gemeenschappelijke vrienden.1.1.5 Facebook en PrivacyBij het aanmaken van een profiel op Facebook, bestaat de mogelijkheid voor de gebruiker om heelwat persoonlijke gegevens bekend maken. Zo kunnen gebruikers basisinformatie (geslacht,geboortedatum, woonplaats), contactinformatie (adres, telefoonnummer, e-mail,..) en persoonlijkeinformatie (interesses, hobby‟s,…) vrijgeven. Maar naast deze informatie worden ook foto‟s enberichtjes online geplaatst, waardoor persoonlijke informatie een heel ruim begrip wordt. Dezeoverwoekering van persoonlijke gegevens kan een aantal risico‟s inhouden. Ondanks deze risico‟szijn de privacy-instellingen op veel sociale netwerksites niet zoals ze moeten zijn 26. SNSs moedigenhet aan om persoonlijke gegevens bekend te maken, maar dwingen de gebruikers niet 27 .Daarnaast is het privacy beleid ook weinig bekend bij de gebruikers en springen zij onvoorzichtigom met hun privacy-instellingen28.Met ons onderzoek willen wij nagaan hoe mensen tussen 18 en 29 jaar omgaan met hun privacy enpersoonlijke informatie op Facebook. Meer specifiek willen wij onderzoeken hoe een inbreuk op hun25 Facebook, Bepaal hoe jij deelt, 2011http://www.Facebook.com/privacy/explanation.php zie bijlagen cd-rom [2 juni 2011]26 STRATER (Katherine), LIPFORD (Heather Richter). Strategies and struggles with privacy in an online socialnetworking community, in BCS-HCI 08 Proceedings of the 22nd British HCI Group Annual Conference on Peopleand Computers: Culture, Creativity, Interaction, 2008, vol. 1, p. 111 [online]http://www.bcs.org/upload/pdf/ewic_hc08_v1_paper11.pdf zie bijlagen cd-rom [5 juni 2011]27 ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Imagined Communities : Awareness, Information Sharing andPrivacy on the Facebook, in DANEZIS (George), GOLLE (Philippe), eds. Privacy Enhancing Technologies, Berlin,Springer, 2006, 431 p. [online]http://privacy.cs.cmu.edu/dataprivacy/projects/Facebook/Facebook2.pdf zie bijlagen cd-rom [5 juni 2011]28 STRATER (Katherine), LIPFORD (Heather Richter). Strategies and struggles with privacy in an online socialnetworking community, in BCS-HCI 08 Proceedings of the 22nd British HCI Group Annual Conference on Peopleand Computers: Culture, Creativity, Interaction, 2008, vol. 1, p. 111 [online]http://www.bcs.org/upload/pdf/ewic_hc08_v1_paper11.pdf zie bijlagen cd-rom [5 juni 2011] 11
  • 19. privacy hun omgang ermee veranderd heeft op deze sociale netwerksite. Daarom is het belangrijkte weten wat privacy vandaag juist inhoudt en hoe Facebook dit concept invult op zijn website.1.2 PrivacyOm te kunnen achterhalen wat de respondenten van ons onderzoek ervaren als een inbreuk op hunprivacy, is het belangrijk om een goede notie te hebben van het begrip „privacy‟. In dit hoofdstukbespreken we eerst het „ontstaan‟ van het concept privacy, gevolgd door (een evolutie van) dewetgeving omtrent dit begrip. Daarna bestuderen we het privacy-aspect op het internet in hetalgemeen en specifiek op Facebook. Hier zullen we zien dat door de komst van het internet, hetbegrip „privacy‟ nood heeft aan een nieuwe invulling.Het is niet eenvoudig om een eenduidige definitie te geven voor het concept „privacy‟. Het begrip isondertussen al talloze keren geherdefinieerd, aangezien „privacy‟ cultureel, sociaal en historischveranderlijk is. Daarnaast kan het ook in verschillende contexten en situaties aangehaald worden,waardoor er steeds nieuwe invullingen mogelijk zijn 29.1.2.1 Een geschiedenisHet ontstaan van de krant, ondertussen al meer dan een eeuw geleden in Engeland, betekende eenware informatierevolutie. Door een nieuwe printtechnologie werd het mogelijk om op een goedkopemanier kranten te drukken en de mensen te voorzien van schandalen, roddels en grappige feiten.Deze „tabloids‟ waren heel geliefd bij het volk en de weg naar de Verenigde Staten was dan ooksnel gevonden. Toch duurde het niet lang alvorens de pers felle kritieken kreeg omdat ze deprivacy van de mensen niet respecteerde. Niet alleen het sensationele aspect van de kranten, maarook nieuwe technologieën vormden een bedreiging voor de privacy. Zo werd in 1876 de telefoonuitgevonden door Thomas Edison, waardoor het mogelijk werd om over grote afstanden met elkaarte praten. Niet lang daarna werd het ook mogelijk om telefoongesprekken af te tappen. In 1884kwam de „snap camera‟ op de wereld, de eerste goedkope fotocamera die gemakkelijk tetransporteren was. Zes jaar later, in 1890, wijst E. L. Godkin op de gevaren voor de privacy datdeze nieuwe technologieën met zich meebrengen: “Curiosity is the chief enemy of privacy inmodern life”. De roddels en het nieuws die zich voorheen enkel mondeling verspreidden, konden nuworden gedrukt, waardoor het niet alleen door meer mensen gelezen werd lokaal, maar ook velekilometers verder. Warren en Brandeis waren, net als Godkin, ook bezorgd om de privacy van demensen. In 1890 schreven zij het artikel „The Right to Privacy‟ waarin zij het vooral hadden over desensationele berichtgeving en het gebruik van de „snap camera‟: roddels en „gossip‟ werdennamelijk verhandeld. Ook al werd de „snap camera‟ nog niet gebruikt door het grote publiek enafbeeldingen door slechts enkele kranten geprint, toch zagen Warren en Brandeis het potentieelvan dit soort camera‟s om de privacy van mensen te schenden. Zij definieerden het concept„privacy‟ aan het einde van de negentiende eeuw als „het recht om alleen gelaten te worden‟. Deze29 DE MUL (Jos), VAN DER PLOEG (Y.H.). Onderzoeksprogramma internet en het openbaar bestuur 2001. S.I.,s.e., 2001, p. 8 12
  • 20. definitie is vooral gericht op de overheid en de media die, als externe macht, het privéleven vanindividuen binnenvallen. Privacy werd daarom beschouwd als een soort tegengewicht omindividuen te beschermen tegen de sociale controle van anderen en werd meer en meer beschouwdals een sociale waarde 30.Anders dan Godkin, waren Warren en Brandeis wél van mening dat er iets gedaan kan worden omde privacy van mensen te garanderen, namelijk door het invoeren van wetten 31 32 .1.2.2 Internationale en nationale wetgeving omtrent privacy1.2.2.1 De privacywetIn Europa wordt de privacy van personen voor het eerst besproken in 1950, wanneer de Raad vanEuropa de Conventie ter bescherming van de mensenrechten voorlegde aan zijn lidstaten 33. In hetVerdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden formuleertartikel 8: „Recht op eerbiediging van privé, familie- en gezinsleven‟. Iedereen heeft recht oprespect voor zijn privéleven, gezinsleven, zijn huis en zijn briefwisseling 34. Op 8 december 1992 isin België de „wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerkingvan persoonsgegevens‟ of in het kort de „privacywet‟ tot stand gekomen. Deze wet dient om deburger te beschermen tegen misbruik van zijn persoonlijke gegevens. Niet enkel de rechten enplichten van de persoon wiens gegevens verwerkt worden, zijn in de privacywet vastgelegd, maarook de rechten en plichten van de verwerker zelf 35 . Deze wet omschrijft heel precies op welkemanier en onder welke omstandigheden persoonlijke gegevens mogen worden verwerkt ofdoorgegeven36.Onder „persoonlijke gegevens‟ worden gegevens verstaan zoals de naam van een individu, eentelefoonnummer, een e-mailadres, een foto, een code, een bankrekeningnummer,… Met anderewoorden: alle gegevens die het mogelijk maken om een individu te kunnen identificeren. Hierbijworden niet alleen gegevens van de persoonlijke levenssfeer in acht genomen, maar ook gegevensdie te maken hebben met het professionele en/of openbare leven 37. „Gegevensverwerking‟ houdtelke bewerking of geheel van bewerkingen van onder andere voorgenoemde persoonlijke gegevens30 WOO (J.). The right not to be identiefied: privacy and anonimity in the interactive media environment,London, Sage Publications, 2006, p. 95031 SOLOVE (Daniel J.). The future of reputation. New Haven en Londen, Yale University Press, 2007, p. 105-11032 SOLOVE (Daniel J.). The digital person. New York en Londen, New York University Press, 2004, p. 56-5833 PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS(Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, LannooCampus, 2010, p. 14534 BRISON (Fabienne) en MAMPAEY (Sandrien). Mediawetboek – editie april 2010. Herentals, Knops Publishing,2010, p. 2535 Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, privacy algemeen, 2011http://www.privacycommission.be/nl/in_practice/privacy/ zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]36 IDEM [26 juni 2011]37 Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, lexicon, 2011http://www.privacycommission.be/nl/lexicon/p/Persoonsgegevens.html zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011] 13
  • 21. in. De bewerking kan bestaan uit de verzameling, bewaring, gebruik, wijziging en/of mededelingvan de gegevens38. Een voorbeeld van gegevensverwerking is een hotelreservatie via het internet,waarbij het hotel dan de gegevens zoals naam, telefoonnummer en kredietkaartnummer van deklant vraagt. Samen met de privacywet uit 1992 werd ook een onafhankelijk controleorgaan, nl. deprivacy commissie, opgericht dat er op moet toezien dat de persoonsgegevens zorgvuldig wordengebruikt en beveiligd teneinde de privacy van de burger verzekerd is39.De privacywet van 1992 werd een aantal keer gewijzigd. De eerste aanpassing kwam nadat er eenEuropese richtlijn werd goedgekeurd: de Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en deRaad. Deze werd op 24 oktober 1995 gevormd door de Europese Unie 40 en is “op Europees niveau de referentietekst op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens. Deze richtlijn is van toepassing op gegevens die worden verwerkt met geautomatiseerde middelen (bijvoorbeeld een klantendatabase), en op gegevens die zijn opgenomen of bestemd zijn om te worden opgenomen in een niet geautomatiseerd bestand (traditionele papieren bestanden).”41Deze richtlijn had als doel om de regels betreffende de bescherming van de persoonsgegevensgelijk te stellen in alle Europese landen die op dat moment lid waren van de Europese Unie. Delidstaten moesten deze richtlijn dus omzetten in hun eigen nationale wetgeving en België deed ditmet de Wet van 11 december 1998.De Europese Richtlijn 95/46/EG is het gevolg van de conventie nr. 108 van de Raad van Europa uit1980. Conventie nr. 108 voor „de bescherming van individuen met betrekking tot de automatischeverwerking van persoonlijke gegevens‟ werd in 1981 goedgekeurd door de Raad Van Europa.Europa wilde hiermee de privacy van de burger beschermen wanneer zijn persoonsgegevenszouden verwerkt worden met nieuwe informatie- en communicatiesystemen42.Samengevat: Eerst was er de conventie 108 die diende om individuen te beschermen op vlak vanautomatische verwerking van persoonlijke gegevens. Hieruit is de Europese richtlijn 95/46/EGontstaan in 1995, dewelke de aanleiding was om de regelgeving betreffende deze bescherming vanpersoonsgegevens gelijk te maken in alle Europese landen. België heeft dan in 1998 zijnprivacywet van 1992 aangepast aan de hand van deze Europese richtlijn.38 Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, lexicon, 2011http://www.privacycommission.be/nl/lexicon#v zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]39 Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, nationale wetgeving, 2011http://www.privacycommission.be/nl/legislation/national/ zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]40 Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, duiding bij de privacywet, 2011http://www.privacycommission.be/nl/new/topic/wet-en-duiding-Larcier.html zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]41 Europa Samenvattingen van de EU-wetgeving, bescherming van de persoonsgegevens, 2011http://europa.eu/legislation_summaries/information_society/data_protection/l14012_nl.htm zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]42 Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, internationale wetgeving, 2011http://www.privacycommission.be/nl/legislation/international/#N100A1 zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011] 14
  • 22. 1.2.2.2 Recht op afbeeldingOmdat het uploaden en delen van foto‟s één van de populairste activiteiten is op Facebook, vindenwe het van belang om ook het „recht op afbeelding‟ te behandelen.“Het recht op afbeelding is een recht waarbij de afgebeelde persoon een toestemming moet gevenvoor elke menselijke afbeelding, maar ook voor het gebruik van die afbeelding voor niet toegestanedoeleinden.” Slechts in een aantal gevallen vervalt de vereiste van de toestemming. Eenbelangrijke opmerking hierbij is dat het recht op afbeelding losstaat van de privacywet en het erdus geen onderdeel van uitmaakt43.De toestemming om een foto te nemen van een persoon, betekent niet dat deze persoon detoestemming geeft om deze foto later te verwerken of ergens te publiceren (in een printversie ofop het internet). Indien men dus een foto wil verspreiden, moet men hiervoor opnieuw detoestemming vragen van de betrokken personen. Op de website van de privacy commissie kunne nwe echter enkele uitzonderingen lezen: wanneer de persoon zich in de openbaarheid bevindt (bvb.een sportmanifestatie) geeft hij de stilzwijgende toestemming om foto‟s van jezelf te laten maken.Wil men deze foto‟s later verspreiden, dan is de toestemming hiervoor enkel nodig wanneer degefotografeerde de hoofdpersoon vormt. Ook wanneer de persoon zich toevallig op een fotobevindt, is er geen toestemming nodig 44.Wanneer het mogelijk is om op basis van de beelden een persoon te identificeren, zonder hiervoorenige bijzondere inspanning te moeten doen, dan worden deze beelden „persoonsgegevens‟ (zieeerder). Hierdoor kunnen foto‟s toch onder de privacywet vallen, maar deze is niet altijd vankracht. Bij beelden die enkel voor persoonlijke of huishoudelijke doeleinden gebruikt worden (bvb.een familiealbum), is de wetgeving niet van toepassing. Worden deze beelden achteraf op hetinternet gezet, dan overstijgt dit de persoonlijke of huishoudelijke doeleinden, omdat de beeldenbeschikbaar worden voor een ongelimiteerd aantal personen. Hierdoor is de privacywet wel vantoepassing. Een mogelijke oplossing hiervoor is om een beperkte toegang te voorzien, bijvoorbeeldonder de vorm van een beveiligde website met paswoord45.1.2.3 Bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatieMet de komst van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, zoals het internet enelektronische maildiensten, groeide ook de noodzaak om hiervoor specifieke voorschriften teformuleren. Daarom werd er in 2002 de Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en deRaad opgesteld. Deze richtlijn, betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de43 Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, lexicon, 2011http://www.privacycommission.be/nl/lexicon/r/Recht-op-afbeelding.html zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]44 Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, respecteer de privacywet bij het nemen enpubliceren van foto‟s en videobeelden, 2011http://www.privacycommission.be/nl/in_practice/recht-op-afbeelding/ zie bijlagen cd-rom[26 juni 2011]45 IDEM 15
  • 23. bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie, bevat denoodzakelijke regelgeving die gebruikers van het internet moet beschermen. Onder andere hetverbod op „spam‟, de „opt-inregel‟ en de installatie van „cookies‟ worden in deze richtlijn besproken.Met betrekking tot Facebook zijn de opt-inregel en de installatie van cookies belangrijk. „Opt-in‟betekent dat gebruikers ermee hebben ingestemd om bijvoorbeeld commerciële e-mailberichten teontvangen die voor hen interessant kunnen zijn. Dit gebeurt meestal door een keuzevakje aan teklikken. Het tegenovergestelde van „opt-in‟ is „opt-out‟ en houdt in dat de gebruikers het vakjemoeten deselecteren om aan te geven dat ze niet geïnteresseerd zijn in mailings 46 . Facebookmaakt bij haar privacy-instellingen gebruik van het „opt-out‟-systeem. Dit wil zeggen dat deFacebookgebruiker zich moet uitschrijven van bepaalde instellingen in plaats van zich in teschrijven. Het „opt-out‟-systeem is „gevaarlijk‟ omdat gebruikers dan niet weten waarvoor ze zijningeschreven47.Facebook (maar ook vele andere sites) maakt ook gebruik van zogeheten „cookies‟. Een cookie iseen klein tekstbestand dat wordt uitgewisseld tussen een internetgebruiker en de websites die hijbezoekt. De cookie wordt bewaard op de harde schijf van de gebruiker om bepaalde informatie tebewaren en bevat een anonieme code. Hierdoor kan een gebruiker gemakkelijk herkend wordenwanneer hij een website terug bezoekt en moet hij bijvoorbeeld zijn taalkeuze niet elke keeropnieuw ingeven. Daarnaast kan ook de surfinformatie van de gebruiker bijgehouden worden, zoalshet aantal bezochte pagina‟s, de duur van het surfen op de website, de aangekochte producten,…Meestal zijn internetgebruikers niet op de hoogte van het feit dat er een cookie op hun harde schijfkan komen bij het bezoeken van websites. Een vaak geformuleerde kritiek in verband met decookie is dan ook dat zij internetgebruikers kunnen bespioneren en dus door de websitebeheerderniet enkel gebruikt worden om het surfen te vergemakkelijken 48 49 . Meer dan 90% van allewebsites gebruikt software om cookies te kunnen plaatsen en dus bijna elke activiteit op hetinternet wordt gerapporteerd, getransformeerd in data en uiteindelijke geprofileerd. Deze datawordt ook wel „clickstream data‟ genoemd, omdat surfers een spoor nalaten wanneer ze op eenbepaalde website navigeren en klikken op verschillende links. Aan de hand van deze „clickstreamdata‟ kunnen dus profielen opgesteld worden van de internetgebruiker. Zo een profiel kan op elkmoment opgevraagd worden, aangezien deze data worden bijgehouden50. We kunnen het gebruikvan cookies omschrijven als een impliciete vorm van persoonlijke gegevensverspreiding, omdat de46 DE PELSMACKER (Patrick), GEUENS (Maggie), VAN DEN BERGH (Joeri). Marketingcommunicatie 2e editie.S.I., Pearson Education Benelux, 2005, p. 46347 BOYD (Danah). Facebook‟s „Opt-out‟-Precedent, in Futurelab, 12 december 2007 [online]http://www.futurelab.net/blogs/marketingstrategyinnovation/2007/12/Facebooks_optout_precedent.html%20zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]48 Europa Samenvattingen van de EU-wetgeving, bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sectorelektronische communicatie, 2011http://europa.eu/legislation_summaries/information_society/legislative_framework/l24120_nl.htm#amendingact zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]49 ROOSENDAAL (Arnold). Facebook tracks and traces everyone: like this! , Tilburg Law School Research Paper,2010, p.2-7 [online]http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=1717563 zie bijlagen cd-rom [26 juni 2011]50 WOO (J.). The right not to be identiefied: privacy and anonimity in the interactive media environment,London, Sage Publications, 2006, p. 955 16
  • 24. gebruiker van de website heeft initieel niet de bedoeling om zijn persoonsgegevens vrij te geven.Wanneer de gebruiker zijn gegevens wel bewust vrijgeeft, spreken we van een explicieteverspreiding. Elke keer wanneer een internetgebruiker gegevens vrijgeeft, vergroot de „digitalevoetafdruk‟ van de internetgebruiker 51. De gegevens die de internetsurfer onbewust achterlaat (cf.impliciete verspreiding), behoren tot zijn passieve digitale voetafdruk en de gegevens die bewustgeüpload worden (cf. expliciete verspreiding), behoren tot de actieve digitale voetafdruk 52 . Deinformatie die bewust wordt vrijgegeven is meestal met een bepaalde bedoeling, een specifiekpubliek in het achterhoofd en in een specifieke context: contact houden, online aankopen doen,…Wat veel mensen echter niet beseffen is dat digitale data zeer gemakkelijk uit deze specifiekecontext gerukt kan worden en zichtbaar is voor een veel groter en ander publiek 53. En anders daneen voetafdruk in het zand die weggespoeld kan worden, blijven onze sporen op het internet vooraltijd54. Dit brengt uiteraard een aantal vragen rond privacy met zich mee. Is er nog wel privacy ophet internet? Moet privacy een andere invulling krijgen op het internet? Moet de wetgevingaangepast worden?Mark Zuckerberg (CEO Facebook) heeft een klare en duidelijke opinie op het privacy debat: depopulariteit van sociale netwerksites laat zien dat mensen er niet mee inzitten om persoonlijkeinformatie vrij te geven. Dat zei Zuckerberg op de Crunchie Awards in San Francisco vorig jaar(2010). “Mensen voelen zich niet langer onaangenaam om informatie over zichzelf prijs te gevenop een meer open manier en aan meer mensen. Privacy is als sociale norm geëvolueerd.”55 Dezevisie vertaalt zich uiteraard door in de werking van zijn website, Facebook. Zo besliste hij om eind2009 de privacy settings van toen alle 350 miljoen Facebookgebruikers te veranderen. Destatusupdates werden publiek gesteld, en gebruikers kunnen voor elk item dat ze op hun profielplaatsen beslissen voor wie het zichtbaar is. Tegenstanders van deze actie menen dat hierdoorgebruikers nog meer informatie gaan vrijgeven en dat de controle die gebruikers hebben over hungegevens verminderd wordt56.51 PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS(Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, LannooCampus, 2010, p. 150-15152 MADDEN (Mary), FOX (Susannah), SMITH (Aaron), VITAK (Jessica). Digital Footprints: Online identitymanagement and search in the age of transparency, PEW, 2007, p. 3-4 [online]http://pewinternet.org/Reports/2007/Digital-Footprints.aspx zie bijlagen cd-rom[1 juli 2011]53 PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS(Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, LannooCampus, 2010, p. 150MADDEN (Mary), FOX (Susannah), SMITH (Aaron), VITAK (Jessica). Digital Footprints: Online identitymanagement and search in the age of transparency, PEW, 2007, p. 4 [online]http://pewinternet.org/Reports/2007/Digital-Footprints.aspx zie bijlagen cd-rom [1 juli 2011]54 FISH (Tony). My digital footprint. Londen, Futuretext, 2009, p. 555 JOHNSON (Bobbie). Privacy no longer a social norm, says Facebook founder, in Guardian.co.uk, 11 januari2010 [online]http://www.guardian.co.uk/technology/2010/jan/11/Facebook-privacy zie bijlagen cd-rom [1 juli 2011]56 JOHNSON (Bobbie). Privacy no longer a social norm, says Facebook founder, in Guardian.co.uk, 11 januari2010 [online]http://www.guardian.co.uk/technology/2009/dec/10/Facebook-privacy zie bijlagen cd-rom [1 juli 2011] 17
  • 25. Ook Viviane Reding houdt zich volop bezig met dataprotectie en hoe persoonlijke informatie wordtgebruikt. Vooral de manier waarop sites als Facebook, Google en Microsoft de gegevens eninformatie van hun gebruikers gebruiken, baart haar zorgen. Zij wil dat de internetgebruikers het„recht om vergeten te worden‟ krijgen en dat deze bedrijven duidelijker maken welke gegevens zegebruiken waarvoor. Ook moeten Amerikaanse bedrijven die activiteiten hebben in Europa zichhouden aan de Europese wetgeving, vindt Reding 57 . En het is net hier waar het botst metFacebook. Aangezien de vormgeving van deze wetten en de goedkeuring ervan door het EuropeesParlement en de lidstaten zich in de beginfase bevinden, is de materie nog niet concreet genoegom verder te bestuderen.1.2.4 Privacy op het internetZoals eerder aangegeven hebben nieuwe computertechnologieën en de digitale media hetverzamelen, verwerken en het gebruik van persoonlijke informatie vergemakkelijkt. Hierdoor is ookde dynamiek rond het beschermen van deze informatie sterk veranderd. 58Daniel Solove, expert in privacywetgeving, beschrijft in zijn boek „the digital person, technologyand privacy in the information age‟ dat we de traditionele definitie van privacy (the right to be leftalone; zie eerder) niet meer kunnen gebruiken in een tijdperk waar we voortdurend in de gatenworden gehouden. Hij spreekt over „dataveillance‟, een samentrekking van „data‟ en „surveillance‟,een begrip dat Roger Clarke uitvoerig besproken heeft. Surveillance is volgens Clarke59: “the systematic investigation or monitoring of the actions or communications of one or more persons. Its primary purpose is generally to collect information about them, their activities, or their associates. There may be a secondary intention to deter a whole population from undertaking some kinds of activity.”Het gaat dan vooral om luisteren en kijken naar wat individuen doen. Dit kan met allerlei toestellenzoals camera‟s en geluidsopname-apparatuur. „Dataveillance‟ is eigenlijk een nieuwe vorm van„surveillance‟, waarbij niet gekeken of geluisterd wordt naar de activiteiten, maar waarbij feiten endata van individuen worden verzameld. Clarke definieert „dataveillance‟ als volgt 60:57 N.N. EU wants Facebook, Google to comply with new data rules, op Reuters.com, 2011 [online]http://www.reuters.com/article/2011/03/16/us-eu-data-privacy-idUSTRE72F69S20110316 zie bijlagen cd-rom[11 juli 2011]58 WOO (J.). The right not to be identiefied: privacy and anonimity in the interactive media environment,London, Sage Publications, 2006, p. 95359 CLARKE (Roger). Information technology and dataveillance, in: DUNLOP (C.) en KLINK (R.), eds.Controversies in Computing, New York, Academic Press, 1991 [online]http://www.rogerclarke.com/DV/CACM88.html zie bijlagen cd-rom [1 juli 2011]60 IDEM 18
  • 26. “Dataveillance is the systematic use of personal data systems in the investigation or monitoring of the actions or communications of one or more persons.”Deze begrippen worden vaak uitgelegd aan de hand van het bekende „Big Brother‟ metafoor. BigBrother is omschreven door George Orwell in zijn boek „1984‟ als een regering die alles weet enelk aspect van iemands leven constant reguleert en controleert. Overal hangen posters met eenenorm gezicht op en ogen die elke beweging volgen. Onderaan de poster staat de welbekendeslagzin “Big Brother is watching you.” Het doel van Big Brother is uniformiteit, complete disciplineen gehoorzaamheid van de burgers. Geen enkele vorm van individualisme wordt geaccepteerd. Decontrole die Big Brother heeft, krijgt hij door zich te richten op het privéleven van de burger. BigBrother controleert en bespioneert de hele tijd aan de hand van een surveillance-instrument: het„telescreen‟. Dit toestel hangt in alle huizen omhoog en is zowel televisie als camera. Mensenkunnen via dit scherm dus televisie kijken, maar worden tegelijkertijd in de gaten gehouden doorBig Brother. Het is een manier van eenwegs-„surveillance‟ dat het gedrag van de geobserveerdestructureert. Volgens Solove kunnen we de manier waarop informatie en gegevens verzameldworden op het internet vergelijken met het „telescreen‟ van Big Brother: “wanneer we op hetinternet surfen, wordt er informatie over ons verzameld, we worden bekeken, maar we weten nietwanneer en hoe lang”61. Solove is echter van mening dat we het Big Brother-metafoor niet kunnengebruiken wanneer we het hebben over dataveillance, omdat de mensen hier nog steeds de machthebben om informatie te verbergen. Volgens Solove is dit tegenwoordig niet meer mogelijk, omdatmen niet weet welke informatie er reeds verzameld is, wie het verzameld heeft, waarom ze hetverzamelen, enz. Solove maakt daarom de vergelijking met „The trial‟, geschreven door Kafka. Ditverhaal begint met de arrestatie van een man, Joseph K., maar hij weet niet waarom hijgearresteerd wordt. Hij stelt zich de vraag wie hem beschuldigt en welke autoriteit deze procedurelaat uitvoeren. Joseph wordt echter niet naar de gevangenis gebracht en de mysterieuze mannendie hem gearresteerd hebben, verdwijnen. De rest van het verhaal vertelt de zoektocht van Josephom te weten te komen waarom hij gearresteerd is. Hij komt erachter dat het gerecht een dossiervan hem heeft opgesteld, maar hij krijgt geen toestemming om dit dossier in te kijken. Wanneerhij op een zondag naar een ondervraging gaat, vermindert de interesse van het gerecht in Josephen wordt hij genegeerd. Dit vindt Joseph erger dan de arrestatie zelf en deze negatie is eenmotivatie voor hem om de situatie verder te onderzoeken. Hij komt echter niets te weten,aangezien de hogere ambtenaren zich verschuilen en de rechters connecties hebben met deambtenaren van het gerecht, maar hier nooit bewijzen van leveren. Het verhaal eindigt met demoord op Joseph 62 . Door het feit dat Joseph niks weet en te weten kan komen, heeft hij veelminder macht dan de mensen die met Big Brother te maken hebben 63 . „The Trial‟ toont dehulpeloosheid, frustratie en kwetsbaarheid die een individu kan ervaren wanneer er beslissingenworden genomen over zijn leven op basis van data en dossiers. Omdat men meestal geen kennisheeft van de informatie die in de dossiers aanwezig is, kan men bijgevolg ook niet tegenspreken of61 SOLOVE (Daniel J.). The digital person. New York en Londen, New York University Press, 2004, p. 29-3062 IDEM, p. 36,3763 IDEM, p. 38 19
  • 27. zichzelf verdedigen 64 . Wanneer we deze metafoor doortrekken naar databases op het internet,kunnen we zien dat deze de internetgebruikers machteloos maken: ze maken de mensenkwetsbaar door hun controle over hun persoonlijke informatie af te nemen 65. Woo maakt in zijnartikel de vergelijking met het „Panopticon‟. Het Panopticon is een gevangenisgebouw dat werdbedacht door Jeremy Bentham in 1791. Het is zodanig opgesteld dat een bewaker vanuit decentrale toren alle gevangenen kan zien. De gevangenen weten dat ze geobserveerd kunnenworden, maar weten echter niet wanneer dit gebeurt. Hierdoor zouden zij automatisch hun gedragaanpassen en gehoorzamen aan de regels van de gevangenis 66. Om deze vergelijking te makenbaseert Woo zich op Whitaker die het concept van „participatory panopticon‟ beschrijft. Hiermeewilt hij aantonen dat mensen niet gedwongen worden om gesurveilleerd te worden op het internet,maar ze geven zich vrijwillig aan (door te beslissen om persoonlijke gegevens vrij te geven op hetinternet). De reden waarom ze dit doen is om niet uitgesloten te worden van praktische voordelen(bijvoorbeeld kortingen)67. Ook dit voorbeeld toont de onmacht aan van de internetgebruiker.Vele sites kunnen niet bezocht worden zonder het vrijgeven van persoonlijke informatie. Wanneermensen beslissen om deze gegevens vrij te geven, is deze beslissing meestal gebaseerd oponjuiste informatie en onzekerheid over het feit of deze informatie in de toekomst ook gebruiktwordt 68 . Vooral de onvolledige informatie die gebruikers krijgen, laat hen twijfelen om deel tenemen sociale netwerksites. Toch zal deze twijfel hen waarschijnlijk niet tegenhouden, omdat devoordelen groter lijken dan de nadelen. Volgens Woo hebben velen hier later spijt van en beseffenze dat ze hun anonimiteit op het internet hebben opgegeven. Daardoor proberen ze zichzelf tecensureren en wordt netwerkanonimiteit een belangrijk onderdeel van het behouden van deautonomie van netwerkactiviteiten. Een andere manier om de privacy op het internet te behoudenis een valse identiteit op het internet aan te nemen. Dit kan gemakkelijk gebeuren door fouteinformatie in te geven tijdens de registratie, zoals bijvoorbeeld een andere of niet volledige naam,een andere geboortedatum, enz. Netwerkanonimiteit is het belangrijkste element voor individuenom zichzelf te beschermen tegen de ongekende risico‟s op het internet. Woo is daarom van meningdat „het recht om niet geïdentificeerd te worden‟ het belangrijkste privacy concept op het internetmoet worden in plaats van „het recht om alleen gelaten te worden‟ 69. Het recht om alleen gelatente worden, dat we eerder hebben uitgelegd, was vooral gericht op het behoud van een individu zijnautonomie, waardigheid en zelfbeheer van zijn informatie in een context waar nieuwe media, zoalsde krant, in opmars kwamen en er een machtige overheid was. Door de komst van het internet,waarbij het mogelijk wordt om te online netwerken, is er een verschuiving van „alleen gelaten teworden‟ naar „controle te hebben over de eigen informatie‟. Bij dat laatste verwijst Woo vooral naarde mogelijkheid om een gelimiteerde toegang te krijgen tot iemands gegevens zonder identificatie64 IBIDEM65 SOLOVE (Daniel J.). The digital person. New York en Londen, New York University Press, 2004, p. 4166 IDEM, p. 30-3167 WOO (J.). The right not to be identiefied: privacy and anonimity in the interactive media environment,London, Sage Publications, 2006, p. 95668 IDEM 956, 96269 IDEM, p. 966 20
  • 28. van de gebruiker70. Ook internet expert Esther Dyson argumenteert dat we privacy moeten zienals “controle over data en dat in de toekomst de surfers meer controle willen over met wie hungegevens gedeeld worden”71.Een andere persoon die een andere invulling geeft aan privacy is Helen Nissenbaum. Zij heeft eendenkkader ontwikkeld om anders na te denken over privacy, nl. „contextuele integriteit‟. Hiermeezou men kunnen inschatten wanneer bepaalde informatie over de persoonlijke levenssfeer eeninbreuk op iemands integriteit op het internet teweegbrengt72. Het centrale aspect van contextueleintegriteit is het feit dat alles wat we doen in een bepaalde context plaatsvindt. Elke context houdteen bepaalde set van normen in of wordt er zelfs door gedefinieerd. Deze set van normen regeltverschillende aspecten van de context zoals de rolpatronen, verwachtingen, acties en handelingen.De informationele norm, dit is de informatie die beschikbaar is over mensen in een bepaaldecontext, is de kern voor contextuele integriteit. Er bestaan twee soorten van deze informationelenorm: de norm van geschiktheid en de norm van verspreiding 73.„De norm van geschiktheid‟ geeft aan welke informatie over een individu geschikt is om teonthullen in een bepaalde context. Zo wordt er onder vriendinnen gesproken over de relatie met departner, maar hier wordt niet over gesproken met de schooldirecteur van de kinderen. Bij detandarts zullen er medische gegevens besproken worden, maar zal men het niet snel hebben overelkaars banksaldo. De ene context kan sterk verschillen van de andere op vlak van hoe beperkend,expliciet en volledig de normen van geschiktheid zijn. In een vriendschappelijke context zullen denormen meer open zijn in tegenstelling tot een rechtszaal. Dit maakt duidelijk dat wanneerbepaalde informatie uit de ene context gehaald wordt en in een andere context geplaatst wordt, ditals een inbreuk op de privacy kan worden gezien74. Daarnaast kan de norm van geschiktheid ookverwijzen naar het verzamelen, opslaan en analyseren van persoonlijke informatie 75. De tweedenorm is deze van de verspreiding. Concreet gaat het hier over de overzetting of transfer vanpersoonlijke informatie van de ene context naar een andere 76 : respecteert de overdracht vaninformatie de normen uit de oorspronkelijke context? We kunnen hier terug het voorbeeld vanvriendschap aanhalen: eerder hebben we al getoond dat de norm van geschiktheid hier zeer openis, maar de norm van verspreiding ligt hier eerder vast. Vrienden kiezen er voor om bepaaldedingen tegen elkaar te zeggen en hopen dat dit in vertrouwen gebeurt. Men verwacht dus vanelkaar dat wat gezegd is, niet verder verteld wordt. Wanneer de contextuele norm van geschiktheid70 IDEM, p. 96271 MADDEN (Mary), FOX (Susannah), SMITH (Aaron), VITAK (Jessica). Digital Footprints: Online identitymanagement and search in the age of transparency, PEW, 2007, p. 5 [online]http://pewinternet.org/Reports/2007/Digital-Footprints.aspx zie bijlagen cd-rom [2 juli 2011]72 PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS(Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, LannooCampus, 2010, p. 14773 NISSENBAUM (Helen). Privacy as contextual integrity, in Washington Law Review, vol. 79, nr. 1, p. 12074 IDEM, 121-12275 PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS(Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, LannooCampus, 2010, p. 14776 NISSENBAUM (Helen). Privacy as contextual integrity, in Washington Law Review, vol. 79, nr. 1, p. 122 21
  • 29. of de norm van verspreiding wordt geschonden, kan men volgens Nissenbaum spreken van eeninbreuk op de privacy. Dit geldt ook voor het feit dat niet alle informatie die publiek gemaaktwordt, gebruikt kan worden op elke publieke manier. Hier kunnen we Facebooks „mini-feeds‟ aanlinken: zaken zoals de relatiestatus, foto‟s, het toevoegen van vrienden die zichtbaar waren op eenprofiel, werden automatisch naar al de „friends‟ gestuurd in de vorm van „mini news feeds‟. Er werdgeen nieuwe content gepubliceerd, want het was geüpload door de gebruiker, maar het feit dat hetonmiddellijk verspreidt werd over het hele vriendennetwerk was de grootste kritiek van deFacebookgebruikers77. Velen van hen vonden dat er een groot verschil is tussen „weten dat iemandzijn relatiestatus heeft veranderd door zelf op deze persoon zijn profiel te kijken‟ en „het zien vaneen andere relatiestatus van een vriend in een lijst (cf. News Feed)‟ 78 . Dit is dus een mooivoorbeeld van hoe Facebook de norm van distributie niet gerespecteerd heeft79.Met voorgaande voorbeelden hebben we proberen aan te tonen dat privacy in een wereld waar zogoed als alles wordt opengesteld en tentoongesteld een andere invulling moet krijgen. Solovemaakt hier een mooie samenvatting van in zijn boek „the future of reputation – gossip, rumor andprivacy on the internet‟. Solove zegt dat “we moeten afstappen van de binaire notie van privacy” 80,nl. dat wat je in het openbaar doet niet beschouwd kan worden als privé en dat je thuis moetblijven als je privacy wilt”81. Wat belangrijk om te weten is, is de aard van de blootstelling en water gedaan wordt met de informatie. Ten eerste is er een verschil tussen „casual‟ observatie (eenpassant die je aankijkt) en „onuitwisbare‟ observatie (foto‟s nemen, een video- of geluidsopnamemaken; cf. Big Brother en The Trial). Ten tweede is er het feit dat we een zekere graad vananonimiteit in onze dagelijkse activiteiten verwachten. Zoals eerder vermeld, is dit ook eenstrategie die men kan gebruiken op het internet om niet geïdentificeerd te worden. Als derde is hetbelangrijk om de context van onze acties te begrijpen (cf. Helen Nissenbaum) en ten vierde, onzeactiviteiten nemen vaak plaats in een schemerzone die tussen publiek en privé geplaatst kanworden82.En het is net deze schemerzone die volgens ons voor problemen kan zorgen wanneer men privacyop het internet verwacht en in het bijzonder op sociale netwerksites als Facebook. Want, zoalseerder gezegd, de persoonlijke informatie die wordt vrijgegeven op het internet is meestal met eenbepaalde bedoeling en een specifiek publiek in het achterhoofd. Het wordt in een specifieke context77 MADDEN (Mary), FOX (Susannah), SMITH (Aaron), VITAK (Jessica). Digital Footprints: Online identitymanagement and search in the age of transparency, PEW, 2007, p. 5 [online]http://pewinternet.org/Reports/2007/Digital-Footprints.aspx zie bijlagen cd-rom [2 juli 2011]78 BOYD (Danah) en HARGITTAI (Eszter). Facebook privacy settings: who cares?, in First Monday, 2010, Vol.15, nr. 8 [online]http://www.uic.edu/htbin/cgiwrap/bin/ojs/index.php/fm/article/view/3086/2589 zie bijlagen cd-rom [2 juli2011]79 LIPFORD (Heather R.), HULL (Gordon), LATULIPE (Celine), BESMER (Andrew) en WATSON (Jason). Visibleflows: contextual integrity and the design of privacy mechanisms on social network sites, in ComputationalScience and Engineering, 2009. pg 987 [online]http://www.andrewbesmer.com/wordpress/wp-content/uploads/2009/08/visibleflows.pdf zie bijlagen cd-rom [2juli 2011]80 SOLOVE (Daniel J.). The future of reputation. New Haven en Londen, Yale University Press, 2007, p. 16681 IDEM, p. 16382 IDEM, p. 164-166 22
  • 30. vrijgegeven, bijvoorbeeld op een website om contact houden, online aankopen doen,… Wat veelmensen echter niet inzien is dat digitale data zeer gemakkelijk uit deze specifieke context geruktkan worden en zichtbaar is voor een veel groter en ander publiek 83 . Iets wat op de socialenetwerksite Facebook (en natuurlijk ook andere) vaak gebeurt volgens ons.1.2.5 Privacy op sociale netwerksites en FacebookSociale netwerksites zoals Facebook zijn „hot‟. Ze zijn zodanig ingeburgerd in het dagelijkse leven,dat we ze eigenlijk niet meer kunnen wegdenken. Facebook heeft de kaap van 700 miljoengebruikers bereikt en is daarmee één van de populairste sociale netwerksites84. Dergelijke siteshebben de manier waarop mensen relaties onderhouden grondig veranderd: mensen posten endelen veel meer persoonlijke informatie dan vroeger. De gebruiker moet heel wat persoonlijkegegevens bekend maken om zich te kunnen registreren op een sociale netwerksite. Gebruikersmoeten verplicht basisinformatie zoals naam, geslacht, geboortedatum ingeven tijdens hetregistratieproces op Facebook. Daarnaast is er ook nog de mogelijkheid om bepaaldecontactinformatie zoals adres, telefoonnummer, e-mail vrij te geven en andere persoonlijkeinformatie zoals interesses, hobby‟s, geloofsovertuiging,…. Meer en meer worden ook foto‟s enberichtjes geüpload, waardoor we heel veel informatie als „persoonlijk‟ kunnen beschouwen. Dezeoverwoekering van persoonlijke gegevens kan een aantal risico‟s inhouden 85. Een van die risico‟s is„identiteitsdiefstal‟. Sociale netwerksites worden als het belangrijkste risico beschouwd voor hetstelen van een identiteit en dit om twee redenen: ten eerste gaan mensen steeds meer enopenlijker hun persoonlijke gegevens communiceren en ten tweede is er het feit dat vele socialenetwerksites hun privacy-instellingen zodanig instellen dat de gebruikers ervan slechts miniembeschermd worden 86 . Wanneer we het privacy beleid en de „Facebook Statement of Rights andResponsibilities‟ bekijken, kunnen we dit enkel maar bevestigen.Wanneer we het privacy beleid87 lezen, merken we dat Facebook alle aspecten van zijn websitegrondig uitlegt. Gelukkig is onze kennis van het Engels goed, zodat we alles kunnen verstaan. Wezijn ons echter wel bewust dat dit niet voor alle Facebookgebruikers geldt en we vinden het danook een groot minpunt dat het privacy beleid van Facebook enkel in het Engels beschikbaar is. In83 PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS(Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, LannooCampus, 2010, p. 150MADDEN (Mary), FOX (Susannah), SMITH (Aaron), VITAK (Jessica). Digital Footprints: Online identitymanagement and search in the age of transparency, PEW, 2007, p. 4 [online]http://pewinternet.org/Reports/2007/Digital-Footprints.aspx zie bijlagen cd-rom [2 juli 2011]84 N.N. Facebook heeft 750 miljoen leden, in De Morgen, 25/06/2001 [online]http://www.demorgen.be/dm/nl/5403/Internet/article/detail/1283522/2011/06/25/Facebook-heeft-750-miljoen-leden.dhtml zie bijlagen cd-rom [2 juli 2011]85 STRATER (Katherine), LIPFORD (Heather Richter). Strategies and struggles with privacy in an online socialnetworking community, in BCS-HCI 08 Proceedings of the 22nd British HCI Group Annual Conference on Peopleand Computers: Culture, Creativity, Interaction, 2008, vol. 1, p. 111 [online]http://www.bcs.org/upload/pdf/ewic_hc08_v1_paper11.pdf zie bijlagen cd-rom [5 juli 2011]86 DOBBELAERE (Matthias). Identity theft in de ICT. Onderzoek naar de wenselijkheid van een Belgische en/ofEuropese regelgeving. Waarschoot, MyLex, 2010, p. 37-3887 Facebook, Privacy policy, 2011http://www.Facebook.com/policy.php zie bijlagen cd-rom [5 juli 2011] 23
  • 31. het privacy beleid wordt veel verwezen naar de helppagina of de pagina van de privacyinstellingen. Dit kunnen we toch als een voordeel beschouwen, aangezien de gebruikersonmiddellijk naar de pagina voor het instellen van de privacy instellingen geleid worden. Tochmoeten we bij enkele aangehaalde punten in het privacy beleid kritisch stil staan: 1) Name and Profile Picture. Facebook is designed to make it easy for you to find and connect with others. For this reason, your name and profile picture do not have privacy settings. If you are uncomfortable with sharing your profile picture, you should delete it (or not add one). You can also control who can find you when searching on Facebook or on public search engines using the Applications and Websites privacy setting.Je naam en profielfoto hebben geen privacy settings. Dit houdt dus in dat zij beschikbaar zijn vooriedereen, zelfs voor mensen die niet geregistreerd zijn op Facebook. Indien je niet wilt dat jeprofielfoto aan iedereen getoond wordt, mag je dus geen foto uploaden. Dit zet deFacebookgebruiker voor een dilemma: ofwel stelt hij geen profielfoto in en is hij dus ook moeilijkervindbaar voor eventuele „friends‟, ofwel maakt hij zijn profielfoto zichtbaar en is deze te zien door„iedereen‟. Een oplossing voor dit dilemma wordt ook beschreven in het privacy beleid, nl. dat jeuitvinkt dat zoekmachines je opnemen in hun zoekresultaten. Dit zorgt er voor dat je wel eenprofielfoto kan plaatsen, maar deze wordt dan minder snel in de zoekresultaten van eenzoekmachine als Google getoond. Je kan er ook voor kiezen om je niet „vindbaar‟ te maken opFacebook zelf. Dit houdt natuurlijk in dat eventuele „friends‟ je niet kunnen vinden en dat je zelfactief op zoek moet gaan naar nieuwe „friends‟. Het feit dat Facebook aantoont dat er oplossingenmogelijk zijn voor het dilemma én dat de gebruiker onmiddellijk doorverwezen wordt naar depagina van de privacy instellingen88, vinden we een positief punt. Toch zou Facebook dit nog beterkunnen aanpakken door de gebruikers door te verwijzen naar de juiste pagina, in dit geval depagina waar men de privacy instellingen voor toepassingen en websites kan aanpassen89.Wat wel mogelijk is, is om je album met profielfoto‟s in te stellen op „enkel vrienden‟. Hierdoorkrijgen mensen die geen „friend‟ zijn enkel toegang tot de profielfoto die ingesteld staat alsprofielfoto en niet tot de vorige profielfoto‟s. 2) Personal Information. Your personal information settings control who can see your personal information, such as your religious and political views, if you choose to add them. We recommend that you share this information using the friends of friends setting.88 Facebook, je privacy instellingen kiezen, 2011http://www.Facebook.com/settings/?tab=privacy zie bijlagen cd-rom [5 juli 2011]89 Facebook, je privacy instellingen kiezen: toepassingen, games en websites, 2011http://www.Facebook.com/settings/?tab=privacy&section=apps&h=734b93e13b9cf592e856e5799d038b2e ziebijlagen cd-rom [5 juli 2011] 24
  • 32. Naar onze mening is de „vrienden van vrienden‟-setting een heel verraderlijke keuzemogelijkheid.Matthias Dobbelaere heeft uitgerekend hoeveel mensen de mogelijkheid krijgen om iets te zien opjouw profiel als dit staat ingesteld op de „vrienden van vrienden‟-setting. “Een gemiddeld Facebook lid heeft tussen de 300 en 400 „vrienden‟. In de standaardinstellingen van Facebook krijgen niet alleen de eigen vrienden maar ook de „vrienden van diens vrienden‟ een quasi volledige toegang tot het profiel. Een eenvoudige rekensom leert ons dat het profiel van X, die 350 vrienden heeft, die elk op hun beurt 350 vrienden hebben, toegankelijk is voor maar liefst 122.850 personen.”In deze berekening zijn de gemeenschappelijke vrienden niet meegeteld. Een ruw gemiddelde van60 gemeenschappelijke vrienden staat gelijk aan 17.284 personen op 122.850 personen. Het totaalzou dan komen op 105.566 personen 90 . Niettemin blijft dit een zeer groot aantal mensen dattoegang krijgt tot bepaalde gegevens. En het mogen dan wel „vrienden van vrienden‟ zijn, toch zijnhier heel wat mensen bij dat men niet kent. 3) “Everyone” Information. Information set to “everyone” is publicly available information, just like your name, profile picture, and connections. Such information may, for example, be accessed by everyone on the Internet (including people not logged into Facebook), be indexed by third party search engines, and be imported, exported, distributed, and redistributed by us and others without privacy limitations. Such information may also be associated with you, including your name and profile picture, even outside of Facebook, such as on public search engines and when you visit other sites on the internet. The default privacy setting for certain types of information you post on Facebook is set to “everyone.” You can review and change the default settings in your privacy settings. If you delete “everyone” content that you posted on Facebook, we will remove it from your Facebook profile, but have no control over its use outside of Facebook.Facebook laat hier weten dat bepaalde privacyaspecten standaard ingesteld staan op „iedereen‟.Zoals eerder aangetoond hebben onder andere de naam en de profielfoto van eenFacebookgebruiker geen privacy instelling en zijn deze zichtbaar voor „iedereen‟. Dit houdt in datiedereen met een internetconnectie toegang heeft tot deze gegevens en dat deze gegevens geenprivacy limieten hebben. Ze kunnen dus ongelimiteerd gebruikt en verspreid worden door Facebookof anderen. Het mag dan wel positief zijn dat Facebook uitlegt wat deze instelling inhoudt, toch zijnwij van mening dat Facebook geen enkel gegeven standaard mag instellen op „iedereen‟. Uitonderzoek is namelijk gebleken dat mensen niet snel de standaardinstellingen zullen veranderen 91.90 DOBBELAERE (Matthias). Identity theft in de ICT. Onderzoek naar de wenselijkheid van een Belgische en/ofEuropese regelgeving. Waarschoot, MyLex, 2010, p. 3891 ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Information Revelation and Privacy in Online Social Networks, inWPES 05 Proceedings of the 2005 ACM workshop on Privacy in the electronic society. ACM, New York, 2005 25
  • 33. 4) Connecting with an Application or Website. When you connect with an application or website it will have access to General Information about you. The term General Information includes your and your friends‟ names, profile pictures, gender, user IDs, connections, and any content shared using the Everyone privacy setting. We may also make information about the location of your computer or access device and your age available to applications and websites in order to help them implement appropriate security measures and control the distribution of age-appropriate content. If the application or website wants to access any other data, it will have to ask for your permission. We give you tools to control how your information is shared with applications and websites that use Platform. For example, you can block all platform applications and websites completely or block specific applications from accessing your information by visiting your Applications and Websites privacy setting or the specific application‟s “About” page. You can also use your privacy settings to limit which of your information is available to “everyone”. You should always review the policies of third party applications and websites to make sure you are comfortable with the ways in which they use information you share with them. We do not guarantee that they will follow our rules. If you find an application or website that violates our rules, you should report the violation to us on this help page and we will take action as necessary.Facebook laat hier weten dat wanneer een Facebookgebruiker een externe applicatie downloadt,deze applicatie toegang heft tot zijn naam, de naam van zijn vrienden, profielfoto‟s, geslacht,gebruikersID 92, connecties en alle andere content dat ingesteld staat op delen met „iedereen‟. Eenapplicatie heeft dus te allen tijde toegang tot de naam en de huidige profielfoto van deFacebookgebruiker. Het is hier echter niet duidelijk of de externe applicatie ook toegang heeft totje profielfoto‟s als dit album ingesteld is op „enkel vrienden‟.Uit deze passages van het privacy beleid van Facebook kunnen we toch enigszins afleiden dat hetniet altijd even duidelijk is welke informatie zichtbaar is voor en doorgegeven wordt aan anderemensen en/of partijen.Ook in de „Facebook Statement of Rights and Responsibilities‟ lezen we enkele zaken betreffendehet delen van bepaalde content en informatie waar we even bij stil moeten staan93:[online]http://www.heinz.cmu.edu/~acquisti/papers/privacy-Facebook-gross-acquisti.pdf zie bijlagen cd-rom [12januari 2011]92 Voorbeeld: http://www.Facebook.com/profile.php?id=1000xx847x93 Facebook, Statement of Rights and Responsibilities, 2011http://www.Facebook.com/terms.php zie bijlagen cd-rom [6 juli 2011] 26
  • 34. You own all of the content and information you post on Facebook, and you can control how it is shared through your privacy and application settings. In addition: 1) For content that is covered by intellectual property rights, like photos and videos ("IP content"), you specifically give us the following permission, subject to your privacy and application settings: you grant us a non-exclusive, transferable, sub-licensable, royalty- free, worldwide license to use any IP content that you post on or in connection with Facebook ("IP License"). This IP License ends when you delete your IP content or your account unless your content has been shared with others, and they have not deleted it. 2) When you use an application, your content and information is shared with the application. We require applications to respect your privacy, and your agreement with that application will control how the application can use, store, and transfer that content and information. (To learn more about Platform, read our Privacy Policy and Platform Page.) 3) When you publish content or information using the "everyone" setting, it means that you are allowing everyone, including people off of Facebook, to access and use that information, and to associate it with you (i.e., your name and profile picture).Uit deze instellingen kan dus afgeleid worden dat Facebook mag dus alle gegevens opslaan,analyseren en gebruiken wanneer en op de manier hoe zij willen.Ondanks het feit dat alles redelijk goed staat uitgelegd in het privacy beleid, zijn er toch nog veelgebruikers van Facebook die moeilijkheden hebben bij het instellen van hun privacy instellingen.Ze zijn niet op de hoogte van de „bereikbaarheid‟ van hun gegevens en ze onderschatten de risico‟sdie vasthangen aan het vrijgeven van persoonlijke informatie 94. Daarnaast is ook het privacy beleidzelf weinig tot niet gekend95.Uit een onderzoek gedaan in 2008 blijkt dat gebruikers op twee manieren aan „privacymanagement‟ doen in een sociale netwerksite-omgeving: ofwel controleren ze bewust welkeinformatie ze online zetten ofwel stellen ze hun privacy instellingen zodanig in dat het toegankelijkis voor slechts een beperkt publiek. Gebruikers worden eigenlijk gedwongen om zelf een soort vanprivacy management te ontwikkelen, aangezien het privacy beleid en de werking van de privacyinstellingen voor velen te ingewikkeld is. Dit privacy management wordt echter ontwikkeld bij hetaanmaken van een profiel en wordt zelden aangepast of nog eens bekeken. Dit is enigszinsgevaarlijk omdat wanneer men als nieuwe gebruiker een profiel aanmaakt, men de neiging heeftom zich open te stellen voor een breed en openbaar publiek, zodat ze gemakkelijk te vinden zijn.Wanneer men Facebook steeds meer begint te gebruiken en men steeds meer contact heeft metbepaalde „friends‟ (zowel offline als op Facebook), begint men deze mensen als belangrijkstepubliek te beschouwen. Men vergeet als het ware dat er nog andere „friends‟ toegang hebben tot94 STRATER (Katherine), LIPFORD (Heather Richter). Strategies and struggles with privacy in an online socialnetworking community, in BCS-HCI 08 Proceedings of the 22nd British HCI Group Annual Conference on Peopleand Computers: Culture, Creativity, Interaction, 2008, vol. 1, p. 117 [online]http://www.bcs.org/upload/pdf/ewic_hc08_v1_paper11.pdf zie bijlagen cd-rom [5 juli 2011]95 IDEM, p. 111 27
  • 35. gegevens en berichten, foto‟s, links,… die op het profiel geplaatst worden 96, men noemt dit ook welhet „shrinking audience‟ fenomeen97.1.2.6 Contextuele integriteit op Facebook„Contextuele integriteit‟ kan ook op sociale netwerksites zoals Facebook een denkkader bieden omprivacy beter te begrijpen. Zo heeft de University of North Carolina contextuele integriteittoegepast op de drie belangrijkste aspecten van sociale netwerksites: het algemeen profiel, foto‟sen applicaties. Wanneer we contextuele integriteit toepassen op het „shrinking audience‟ fenomeenzien we dat gebruikers informatie delen in een context met goede vrienden, maar eigenlijkbevinden ze zich in een openbare context, waar veel meer mensen dan enkel de goede vriendentoegang hebben tot hun informatie.We kunnen contextuele integriteit ook toepassen op foto‟s die geüpload worden op Facebook. Waarhet vroeger ook normaal was dat men foto‟s trok op feestjes en deze liet zien aan de aanwezigen,werd er toen ook niet verwacht dat de foto‟s werden doorgegeven aan ouders, collega‟s of mensendie niet aanwezig waren op dat feestje. Nu, met toepassingen zoals Facebook, worden foto‟s heelgemakkelijk online gezet en „getagged‟, waardoor het gemakkelijk is om de foto‟s te delen. Toch ishet niet altijd zo dat foto‟s die in een bepaalde context werden genomen (het feestje), passen ineen totaal andere context (profielen van niet-aanwezigen op het feestje). Vele mensen beschouwenhet dan ook als een inbreuk op hun privacy dat foto‟s zomaar „getagged‟ kunnen worden. Men kande foto‟s wel „untaggen‟, maar dit laat enkel de connectie tussen de persoon die „getagged‟ is en defoto verdwijnen. De foto blijft nog steeds te zien op het profiel van diegene die de foto heeftgeüpload en op het profiel van eventueel andere „gedaggerde‟ personen op die foto. Het „taggen‟geeft de gebruikers dus minder controle over de verspreiding van foto‟s waar ze opstaan. Naaronze mening zouden gebruikers hier juist controle over moeten hebben, zodat ze zelf kunnenbepalen of een foto waar zij opstaan geschikt is om te delen binnen hun sociale netwerk context.De moeilijkheid ligt dan natuurlijk bij foto‟s waar meerdere personen opstaan, omdat iedereenandere sociale normen hanteert. Het is trouwens zo dat het uploaden en taggen van foto‟s meestalgebeurt zonder de toestemming van de gefotografeerden en dat hierdoor het recht van afbeeldingwordt geschonden98 (zie eerder). Het zal steeds aan de persoon die foto‟s op Facebook plaatst zijnom te bewijzen dat de toestemming werd verkregen voor het gebruik van de foto‟s 99.96 STRATER (Katherine), LIPFORD (Heather Richter). Strategies and struggles with privacy in an online socialnetworking community, in BCS-HCI 08 Proceedings of the 22nd British HCI Group Annual Conference on Peopleand Computers: Culture, Creativity, Interaction, 2008, vol. 1, p. 114-115 [online]http://www.bcs.org/upload/pdf/ewic_hc08_v1_paper11.pdf zie bijlagen cd-rom [5 juli 2011]97 LIPFORD (Heather R.), HULL (Gordon), LATULIPE (Celine), BESMER (Andrew) en WATSON (Jason). Visibleflows: contextual integrity and the design of privacy mechanisms on social network sites, in ComputationalScience and Engineering, 2009. pg 987 [online]http://www.andrewbesmer.com/wordpress/wp-content/uploads/2009/08/visibleflows.pdf zie bijlagen cd-rom [2juli 2011]98 DOBBELAERE (Matthias). Identity theft in de ICT. Onderzoek naar de wenselijkheid van een Belgische en/ofEuropese regelgeving. Waarschoot, MyLex, 2010, p. 4199 WERKERS (Evi) Evi.Werkers@law.kuleuven.be. Recht op afbeelding via FB, 30 mei 2011, zie bijlagen cd-rom 28
  • 36. Naast het delen van foto‟s zijn ook applicaties enorm populair bij Facebook: 70% van de gebruikersdownloadt elke maand een applicatie 100 . Ook deze applicaties schenden de normen van deinformatieverspreiding door het delen van zowel de gegevens de gebruikers van die applicatie alsde gegevens van hun „friends‟.101 Wanneer een gebruiker een applicatie downloadt, wordt hij er welvan op de hoogte gebracht dat de applicatie de toegang heeft tot zijn gegevens en de gegevensvan zijn vrienden. Door het feit dat de gebruiker geïnteresseerd is in de applicatie zal hij dit berichtechter gemakkelijk negeren. Daarnaast is er ook het feit dat de makers van de applicatie nietkenbaar gemaakt worden. Men weet dus eigenlijk niet welke personen toegang hebben tot degegevens 102 . Volgens het onderzoek moeten de informatiestromen meer zichtbaar gemaaktworden, zodat de activiteiten van de gebruikers dichter bij hun gewenste norm van gepastheid enverspreiding liggen 103 . In al deze gevallen zorgt het interface design van Facebook, dat ervoorzorgt dat informatie van de ene context in een andere context komt, dus voor heel wat privacyproblemen104.Het grootste voordeel van het „contextuele integriteit‟ concept is dat het de nadruk legt op desociale contexten die gepaard gaan met privacy normen105. Het is namelijk zo dat informatie steedseen stempel draagt van de context waarin het onthuld wordt 106, contextvrije informatie bestaatniet 107 . Daarnaast is ook de omvang van de informatiestroom altijd intern aan een bepaaldecontext: er zijn geen universele privacy normen 108 . Aan de hand van het denkkader vanNissenbaum kunnen we inzien dat offline contexten gemakkelijker gescheiden kunnen worden (enblijven) dan de contexten op Facebook109.100 HULL (Gordon), LIPFORD (Heather R.), LATULIPE (Celine). Contextual gaps: privacy issues on Facebook,online gepubliceerd, Springer, 2010, p. 7 [online]http://courses.ischool.berkeley.edu/i290-pm4e/f10/sites/default/files/fulltext(2).pdf zie bijlagen cd-rom [2 juli2011]101 IDEM, p. 1102 IDEM, p. 7103 LIPFORD (Heather R.), HULL (Gordon), LATULIPE (Celine), BESMER (Andrew) en WATSON (Jason). Visibleflows: contextual integrity and the design of privacy mechanisms on social network sites, in ComputationalScience and Engineering, 2009. pg 987-989 [online]http://www.andrewbesmer.com/wordpress/wp-content/uploads/2009/08/visibleflows.pdf zie bijlagen cd-rom [2juli 2011]104 HULL (Gordon), LIPFORD (Heather R.), LATULIPE (Celine). Contextual gaps: privacy issues on Facebook,online gepubliceerd, Springer, 2010, p. 2 [online]http://courses.ischool.berkeley.edu/i290-pm4e/f10/sites/default/files/fulltext(2).pdf zie bijlagen cd-rom [2 juli2011]105 IDEM, p. 12106 PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS(Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, LannooCampus, 2010, p. 147107 LIPFORD (Heather R.), HULL (Gordon), LATULIPE (Celine), BESMER (Andrew) en WATSON (Jason). Visibleflows: contextual integrity and the design of privacy mechanisms on social network sites, in ComputationalScience and Engineering, 2009. pg 987 [online]http://www.andrewbesmer.com/wordpress/wp-content/uploads/2009/08/visibleflows.pdf zie bijlagen cd-rom [2juli 2011]108 IBIDEM109 HULL (Gordon), LIPFORD (Heather R.), LATULIPE (Celine). Contextual gaps: privacy issues on Facebook,online gepubliceerd, Springer, 2010, p. 2 [online] 29
  • 37. 1.3 Millennials, Generation Y of Net Generation?In ons onderzoek willen wij ons richten op mensen tussen 18 en 29 jaar. We hebben voor dezeleeftijdscategorie gekozen omwille van verschillende redenen.Een eerste belangrijke reden is dat er al enkele onderzoeken gebeurd zijn omtrent privacy opinternet en sociale netwerksites bij jongeren onder de leeftijd van achttien jaar. Onder andereprofessor Michel Walrave van de Universiteit Antwerpen heeft in samenwerking met Microsoft inapril 2010 een uitgebreid onderzoek gedaan bij 4000 jongeren, waarbij privacy op het internetuitvoerig onderzocht werd. Daaruit bleek dat de jongste tieners minder kritisch staan tegenoversociale netwerksites en vaak niet goed hun weg vinden in het doolhof van de privacy-instellingen.Oudere tieners zijn meer sceptisch en hebben minder vertrouwen in deze netwerken. Het zijn ookdeze tieners die heel bewust omgaan met hun persoonlijke informatie. Een verklaring hiervoor kanzijn dat zij een negatieve ervaring hebben meegemaakt op Facebook, waardoor ze voorzichtiger tewerk gaan op het internet 110 . Ook in 2009 werd een grootschalig onderzoek gevoerd door deUniversiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel over de risico‟s en opportuniteiten vanjongeren en ICT. Dit onderzoek peilde naar de frequentie en motivatie van internetgebruik vanjongeren tussen twaalf en achttien jaar. Daarnaast werd er ook onderzocht hoe zij omgaan met derisico‟s die zij kunnen oplopen op het internet. Ook ouders werden ondervraagd over huninternetgebruik en hun visie op het ICT-gebruik van hun kinderen111. Uit deze onderzoeken is reedsheel wat nuttige informatie naar boven gekomen over jongeren en hun ervaringen met het internet(en Facebook) en daarom lijkt het ons interessanter om een oudere leeftijdsgroep te onderzoeken.Een andere belangrijke reden is dat onze gekozen leeftijdsgroep de eerste generatie jongeren is dieopgegroeid is met het internet 112 . In België heeft het internet een doorbraak meegemaakt in1995113. Dit houdt dus in dat onze onderzoeksdoelgroep toen tussen twee en dertien jaar oud wasen aan het begin van een schoolcarrière stond of reeds halfweg was. Zij hebben internet lerengebruiken om informatie op te zoeken voor schoolopdrachten114, maar vonden het internet ook eenideaal communicatiemiddel. Bekende internetdiensten zoals de e-mailservice Hotmail (opgericht in1996), de Instant Messaging-dienst van Microsoft, Windows Live Messenger (opgericht in 1999) ende bekendste sociale netwerksite, Facebook (opgericht in 2004) zijn mee gegroeid met dezejongeren. Het lijkt ons dan ook meer dan interessant om te onderzoeken hoe dezehttp://courses.ischool.berkeley.edu/i290-pm4e/f10/sites/default/files/fulltext(2).pdf zie bijlagen cd-rom [2 juli2011]110 DECKMYN (Dominique). Welkom bij de Facebookgeneratie. in De Standaard, zaterdag 5 – zondag 6 februari2011, p. 8111 WALRAVE (Michel) en HEIRMAN (Wannes). Disclosing or protecting? Teenagersonline self-disclosure,in GUTWIRTH (Serge) et al. (Eds.) Computers, privacy and data protection : an element of choice. Dordrecht,Springer, 2011112 KONINGS (Herman). Latte Macchiato. S.I., Lannoo, 2009, p. 29113 HERTFELDT (Frans), VANNESTE (Philip) en WYLIN (Bert). Internet, een nieuw didactisch medium.Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 1997, p. 21114 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 5 30
  • 38. jongvolwassenen, die opgegroeid zijn in zowel een offline als een online wereld, omgaan met hunpersoonlijke informatie en privacy op het internet.Het bepalen van onze onderzoeksdoelgroep was eerder een moeilijke zaak. Dit komt onder andereomdat er weinig tot geen consistentie bestaat in de afbakening van de geboortejaren van dezegeneratie. Een label plakken op een generatie is dan ook meestal het resultaat van een bepaaldecultuur. Benamingen en beschrijvingen kunnen gelinkt worden aan een historische gebeurtenis (theSilent Generation – Wereldoorlog II en de Grote Depressie), een ingrijpende sociale ofdemografische verandering in de maatschappij (Baby Boomers – tijdperk na Wereldoorlog II) ofeen grote verandering in de tijdslijn, zoals de omschakeling naar een nieuw millennium (Millennials/ Generation Y – nieuw millennium)115. Afhankelijk van de bron varieert dus de afbakening van degeboortejaren, de beschrijving van de eigenschappen en de benaming van deze generatie. Zohebben Europese onderzoeken het meestal over „Generation Y‟ 116 117 , terwijl Amerikaanse auteurs 118 119de termen „Millennials‟ of „Net Generation‟ vooropstellen. Een logische benaming zouinderdaad „Generation Y‟ zijn, want ze zijn de opvolgers van „Generation X‟ en de voorlopers van„Generation Z‟ (geboren na 1996) en ze zijn de kinderen van de Baby Boom generatie (geborentussen 1946 en 1964120). Dit is ook de benaming die Belgische auteurs aan deze generatie geven.Zo beschrijft Fons Van Dyck, die aan het hoofd staat van de denktank think.BBDO en merken enorganisaties adviseert op vlak van imago- en communicatiestrategie, in zijn onderzoek Generatie Yals de en-en-generatie. Hard werken én veel vrije tijd, geld verdienen én ervaringen opdoen,traditionele waarden (huisje, tuintje, boompje) én seksueel experimenteren (homo‟s vs. hetero‟s).Door hun zelfvertrouwen zijn ze zeer individualistisch, maar ze kunnen even goed sociaal ensolidair zijn. Volgens Van Dyck is Generatie Y “een heel nuchtere, pragmatische en realistischegeneratie met veel ambities en verwachtingen, maar steeds met de voeten op de grond.” 121 JoeriVan den Bergh en Mattias Behrer, auteurs van het boek „How cool brands stay hot‟, stellen onderandere dat „Gen Y‟ers‟ meer betrokken worden bij beslissingen die hun ouders nemen, ze hebbenmeer inspraak in het huishouden en deze generatie heeft een meer open relatie met hun BabyBoom-ouders, dan dat deze hadden met hun ouders. De Baby Boom-ouders kregen een opvoedingwaar discipline centraal stond, maar dit maakt nu plaats voor een open relatie met hun kinderen,115 IDEM, p. 7116 VAN DYCK (Fons). Generatie Y: de en-en-generatie. Gepubliceerd op 12 mei 2010 [online]http://www.deburen.eu/nl/nieuws-opinie/detail/generatie-y-de-en-en-generatie zie bijlagen cd-rom [2 mei2011]117 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 5118 N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010, zie bijlagen cd-rom[online]http://pewresearch.org/millennials/ [02/05/2011]119 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009120 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 8121 VAN DYCK (Fons). Generatie Y: de en-en-generatie. Gepubliceerd op 12 mei 2010 [online]http://www.deburen.eu/nl/nieuws-opinie/detail/generatie-y-de-en-en-generatie zie bijlagen cd-rom [2 mei2011] 31
  • 39. bestaande uit dialoog en onderhandelingen 122. Dit heeft als gevolg dat niet enkel de Baby Boom-ouders hun kinderen betrekken bij belangrijke beslissingen, maar dat de kinderen ook de meningvan hun ouders weten te appreciëren. Zo zal een „Gen Y‟er‟ raad vragen aan zijn ouders wanneerhij een job zoekt, een huis koopt of bouwt of bankzaken moet regelen123. Ondanks het feit dat„Generation Y‟ een logische benaming zou zijn, vinden we het geen toepasselijke naam voor dezegeneratie. We zouden kunnen kiezen voor de term „Millennials‟ 124 , omdat ze de jonge getuigenwaren van de omschakeling naar een nieuw millennium, maar ook deze benaming vinden we niethelemaal van toepassing. Het begin van een nieuw millennium mag dan wel een grote gebeurteniszijn, het kenmerkt niet waarvoor deze generatie staat, en evenmin doet de term „Generation Y‟ dit.Deze generatie is namelijk opgegroeid met computers, mobiele telefoons en internet. Digitaletechnologieën zijn steeds een onderdeel geweest van hun leven en ze kunnen er nu als de bestenmee overweg. Daarom verkiezen we de benaming „Net Generation‟, dewelke Don Tapscott ookgebruikt in zijn werken over deze generatie125.Ook over de afbakening van de leeftijden is er geen consensus tussen verschillende auteurs. JoeriVan Den Bergh en Mattias Behrer hebben voor hun boek, how cool brands stay hot, gekozen om„Generation Y‟ de leeftijden van vijftien tot eenendertig te geven 126 . In een onderzoek vanPewResearch zijn „Millennials‟ tussen achttien en negenentwintig jaar oud 127 en Tapscott beschouwtde „Net Generation‟ tussen elf en dertig jaar oud 128.1.3.1 Wie is de Net Generation?Alvorens we verder beschrijven wie de Net Generation is en hoe zij omgaan met nieuwetechnologieën, geven we wat meer uitleg over de voornaamste werken waarop we ons gebaseerdhebben voor dit onderdeel.Don Tapscott heeft reeds twee boeken geschreven over de Net Generation. Zijn eerste boek overdeze generatie, Growing Up Digital: The Rise of the Net Generation, dateert van 1997 en beschrijftvooral de kenmerken van een generatie in opkomst. Twaalf jaar later komt zijn tweede boekomtrent de Net Generation, Grown up digital: how the net generation is changing your world, uiten dit hebben we gebruikt voor ons proefschrift. Dit boek is er gekomen na een intensieve studiebij meer dan 11.000 mensen in twaalf verschillende landen, waaronder ook vier Europese landen122 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 13123 IDEM, p. 15124 N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010, zie bijlagen cd-rom [online]http://pewresearch.org/millennials/ [2 mei 2011]125 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009126 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 7127 N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010, zie bijlagen cd-rom [online]http://pewresearch.org/millennials/ [2 mei 2011]128 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p.9 32
  • 40. (Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Spanje) 129. De resultaten van deze studie zijn op eenzeer duidelijke manier weergegeven in zijn boek. Hoewel voor deze studie beroep werd gedaan opmensen tussen elf en dertig jaar, kunnen we zijn bevindingen gebruiken om onzeonderzoeksdoelgroep (18 tot 29 jaar) te beschrijven. Daarnaast maken we ook gebruik vanrapporten van PewResearchCenter. Dit is een „fact tank‟ bestaande uit zeven onderdelen dieonderzoek doen omtrent allerlei thema‟s. Het onderdeel Pew Internet & American Life Projectonderzoekt de invloed van het internet op kinderen, families, school, opvoeding en de socialeimpact ervan. Er worden ook onderzoeksrapporten uitgegeven over sociale en demografischetrends in het Amerikaanse leven (Social & Demographic Trends). Ondanks het feit dat dezewerken gebaseerd zijn op Amerikaans onderzoek en dus toepasbaar zijn op het Amerikaanse leven,kunnen we deze resultaten doortrekken naar Europa. Ook al staan we momenteel aan het beginvan een globale generatie, nu al kunnen we zien dat de jongeren van de Net Generationsoortgelijke normen, attitudes en gedragingen hebben 130. Toch zijn wij er ons van bewust dat wekritisch moeten blijven wanneer we de resultaten van deze onderzoeken gebruiken voor onsonderzoek.1.3.2 Een sociale bendeWat in zo goed als alle werken naar voren komt, is dat de Net Gen‟ers sociaal zijn. Ze zijn vooralsociaal op het internet, via sociale media. Ze praten online met hun vrienden en sommigeverkiezen zelfs om bepaalde onderwerpen enkel via instant messaging te bespreken, „omdat je dankan nadenken over wat je zegt en je kan rare momenten beter vermijden‟ 131. De Net Generation iseen „community-minded‟ generatie en dit is duidelijk te zien aan de populariteit van socialenetwerksites132.Velen zijn van mening dat de Net Generation een „Me Generation‟ is. Een generatie die zeernarcistisch is ingesteld. Volgens Jean Twenge, professor psychologie aan de San Diego StateUniversity, is dit het gevolg van de huidige technologie. Zij is van mening dat de Net Gen‟ers eente positief beeld van zichzelf hebben en denken ze dat ze meer macht hebben en belangrijker zijndan dat ze werkelijk zijn133. Dit kunnen we linken aan hun activiteiten op sociale netwerksites: hunstatusupdates en commentaar krijgen bij foto‟s, filmpjes en berichten, moeten er voor zorgen datze interessant genoeg zijn om bekeken te worden door hun „friends‟. Bij elke foto die getrokkenwordt, denken ze of dit een geschikte profielfoto zou kunnen zijn 134. Het werk van Twenge werd fel129 IDEM, p. xi130 IDEM, p. 27131 IDEM, p. 294132 IBIDEM133 IDEM, p. 83134 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 28 33
  • 41. bekritiseerd door andere onderzoekers die geen tekenen van meer narcisme bij deze generatieterugvonden135.1.3.3 De Net Generation en nieuwe technologieënDe opkomst van de computer, het internet en andere technologieën zijn eigenlijk de belangrijksteveranderingen in de afgelopen twintig jaar. De Net Generation is er mee opgegroeid. Zijbeschouwden deze als een onderdeel van hun omgeving en namen deze nieuwe technologieën danook gemakkelijk aan. Dit in tegenstelling tot hun ouders die zich vooral moesten aanpassen aaneen nieuw tijdperk 136. Net Gen‟ers gaan dan ook helemaal anders om met technologie 137.1.3.3.1 Televisie wordt achtergrondmuziekWaar de Babyboomers, de ouders van de Net Generation, zijn opgegroeid met de televisie in dewoonkamer, zo zijn de Net Gen‟ers opgegroeid met computers. Het werd en is nog steeds eenonderdeel van hun dagelijkse leven 138.Toch gebruiken Net Gen‟ers de televisie op een heel andere manier dan hun ouders. De Boomerswaren vooral passieve kijkers: ze keken naar hun televisiescherm en aanvaardden wat de zendershen aanboden. Net Gen‟ers kijken veel minder naar de televisie dan hun ouders 139, omdat ze meertijd online besteden. Wanneer ze wel naar tv kijken, doen ze dit op een andere wijze 140. Wat zichafspeelt op de televisie wordt een show op de achtergrond, terwijl ze sms‟jes, mails en berichtjesvia internet naar hun vrienden versturen. Multitasking is voor deze generatie een gewone gang vanzaken. Hierdoor wordt het mogelijk om samen met hun vrienden naar tv-shows te kijken, ook alzitten ze hiervoor niet in dezelfde ruimte141.1.3.3.2 GSMDe GSM is het communicatiemiddel bij uitstek en wordt vooral gebruikt om SMS‟jes te schrijven ente versturen naar vrienden. Ten opzichte van andere generaties zijn de Net Gen‟ers ferventeSMS‟ers: 88% tegenover 77% van Gen X en 51% van de Boomers142. Daarnaast is het ook een135 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p.300136 IDEM, p. 18137 IDEM, p. 41138 IDEM, p. 19139 N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010 [online]http://pewresearch.org/millennials/ zie bijlagen cd-rom [26 mei 2011]140 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p. 20141 IDEM, p. 42142 N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010 [online]http://pewresearch.org/millennials/ zie bijlagen cd-rom [26 mei 2011] 34
  • 42. ideaal middel voor bezorgde „helikopter-ouders‟143: ze kunnen hun kinderen op elk moment van dedag (en nacht) bereiken en zo op de hoogte blijven van hun doen en laten buitenshuis 144.De Net Generation kunnen we eigenlijk beschouwen als de eerste „always connected‟-generatie145:ze hebben hun GSM altijd bij zich en deze staat ook altijd aan, tenzij de batterijen leeg zijn 146.Meer dan acht op tien neemt zelfs zijn GSM mee naar bed147. Tegenwoordig kunnen GSM‟s veelmeer dan vroeger, het zijn eigenlijk kleine computers geworden. Naast bellen en SMS‟jesversturen, kan men een (moderne) GSM ook gebruiken als MP3-speler, fototoestel of videocamera,als GPS-toestel,… De meeste mobiele telefoons kunnen vandaag op het internet surfen, waardoorwe (zowel de Net Generation als andere generaties) constant online (kunnen) zijn en dit is voor deNet Generation niet meer dan normaal 148. De GSM is voor vele Net Gen‟ers dan ook hét middel omverbinding te maken met het internet en in contact te blijven met vrienden 149.1.3.3.3 InternetOp het internet is de Net Gen‟er de baas én de expert: op dit vlak treedt zelfs een „generation lap‟op in plaats van een „generation gap‟ met hun Boomer ouders. Kinderen geven hun ouders uitlegover het internet (maar ook over computers, GSM‟s, MP3-spelers,…). Hierdoor verandert dehuishoudelijke hiërarchie: waar het vroeger, toen de Boomers kind waren, een top-downcommunicatie was (papa -> mama -> kinderen), is er nu een meer democratisch gezinsleven150,zoals we eerder in dit hoofdstuk al aangehaald hebben.Het internet en het wereldwijde bereik dat hiermee mogelijk is, maakt deze generatie uniek 151. Zezijn er mee opgegroeid en hebben het internet leren gebruiken als hét communicatiemiddel,aangezien hun ouders liever hadden dat ze binnenshuis bleven 152. Zij vonden het nl. te gevaarlijkvoor hun kinderen om buiten rond te hangen en te spelen 153. Het internet kwam dus als een soortvan bevrijding: hoewel ze nog steeds binnen zaten, hadden ze nu de mogelijkheid om toch contact143 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 14144 IBIDEM145 N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010 [online]http://pewresearch.org/millennials/ zie bijlagen cd-rom [26 mei 2011]146 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 21147 N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010 [online]http://pewresearch.org/millennials/ zie bijlagen cd-rom [26 mei 2011]148 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 10149 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p. 46150 IDEM, p. 220-222151 IDEM, p. 23152 VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited,2011, p. 20153 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p. 222 35
  • 43. te hebben met hun vrienden 154 . Sinds de internetconnectie via een mobiele telefoon veelgemakkelijker geworden is, is de Net Gen‟er constant online, waar en wanneer hij wil 155 en „hebbenze hun vrienden altijd op zak‟156. Zij hebben van het internet een sociaal gebeuren gemaakt: eenplaats waar je niet alleen meer informatie vindt, maar ook waar je informatie deelt, samenwerktaan projecten en samen naar oplossing zoekt 157.En toen kwam Mark Zuckerberg, zelf ook een Net Gen‟er, met een briljant idee: Facebook. VolgensTapscott is Facebook het ideale voorbeeld om aan te tonen hoe de Net Generation omgaat metnieuwe technologieën158.1.3.3.4 Sociale netwerksitesFacebook is een sociale netwerksite. Of in de ogen van een Net Gen‟er: je eigen stukje privéonline159. Een plaats waar ze zichzelf kunnen zijn en waar ze kunnen praten met hun vrienden enkennissen, zonder dat hun ouders hen controleren. Ook sociale netwerksites helpen de Net Gen‟ersdus om in contact te blijven met hun vrienden en op de hoogte te blijven van de laatstenieuwtjes 160 . Aangezien de communicatie via een sociale netwerksite zoals Facebook instant enautomatisch verloopt, is het heel gemakkelijk om op een snelle manier dingen te delen metvrienden161. Iets wat de Net Gen‟ers graag doen162.Enkele cijfers waaruit duidelijk wordt dat sociale netwerksites populair zijn bij de Net Generation:in januari 2010 had 75% van de Amerikaanse „Millennials‟ een profiel gecreëerd op een socialenetwerksite. Vooral het jongere gedeelte, met een leeftijd van 18 tot 24 jaar, is lid van een socialenetwerksite: 81% tegenover 66% bij „Millennials‟ van 25 tot 29 jaar 163. Wanneer we deze tweegroepen samen nemen, dan komen we aan 75% „Millennials‟ (18-29 jaar) die in 2009 een profielop een sociale netwerksite hebben aangemaakt. In 2009 was Facebook de meest populaire socialenetwerksite met 73% volwassen gebruikers, Myspace kwam op de tweede plaats en haalde 48% 164en LinkedIn 14%. Deze laatste cijfers gelden enkel voor de Verenigde Staten . InSitesConsulting, een Europees onderzoeksbureau, laat andere cijfers zien: uit hun globale sociale media154 IDEM, p. 220155 IBIDEM156 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p. 224157 IDEM, p. 40158 IBIDEM159 Danah Boyd in een gesprek met the American Association for the Advancement of Science. TAPSCOTT(Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p. 55160 IDEM, p. 40 en p. 55161 IDEM, p. 56162 IDEM, p. 40163 N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010 [online]http://pewresearch.org/millennials/ zie bijlagen cd-rom [26 mei 2011]164 N.N. Social Media en Mobile Internet Use Among Teens and Young Adults. s.l. PEWResearchCenter, 2010[online]http://www.pewinternet.org/Reports/2010/Social-Media-and-Young-Adults.aspx zie bijlagen cd-rom [26 mei2011] 36
  • 44. studie blijkt dat 70% van 15 tot 24-jarigen een profiel hebben op een sociale netwerksite. Dat is11% minder dan wat PEW aangeeft. Een verklaring hiervoor hebben we niet gevonden.1.4 De Net Gen’er vs. privacyTapscott uit zijn bezorgdheid over het feit dat deze generatie houdt van informatie delen onderandere via sociale netwerksites als Facebook. Volgens hem kennen zij nauwelijks de risico‟s diehieraan verbonden zijn165.Net Gen‟ers beseffen niet dat er ook een andere kant van de Facebook-medaille is, nl. die van deprivacy die ze opgeven166. De Net Gen‟er houdt er van om dingen te delen en zal dan ook elketechnologie gebruiken die hem daarbij kan helpen 167. Tapscott vreest dan ook dat Net Gen‟ers hunbasisrecht om alleen gelaten te worden zonder al te veel zorgen opgeven 168. Ze delen niet enkeltekstgegevens, hun verhalen worden rijkelijk opgesmukt met foto‟s en filmpjes 169. Wat ze meestalniet beseffen is dat wat op het internet wordt gezet, op het internet blijft170. Dus zelfs na enkelejaren kan een toekomstige werkgever (al dan niet toevallig) op vrijgegeven informatie, waaronderook de foto‟s en filmpjes, botsen.Of er werkelijk te weinig aandacht wordt geschonken aan hun privacy, trachten we te achterhalenmet ons onderzoek. Aan de hand van onze resultaten willen we een antwoord geven op de vraaghoe Net Gen‟ers in België omgaan met hun privacy en persoonlijke instellingen op Facebook.Verder willen we ook nagaan of een schending van hun privacy hier invloed op heeft gehad.165 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p. 7166 IDEM, p. 294167 IDEM, p. 40168 IDEM, p. 65169 IDEM, p. 40170 FISH (Tony). My digital footprint. Londen, Futuretext, 2009, p. 7 37
  • 45. 2 Empirisch luik2.1 Probleemstelling en onderzoeksvragenDe probleemstelling „omgang met persoonlijke informatie en privacy-instellingen binnen socialenetwerksites‟ is het vertrekpunt van ons onderzoek. Aan de hand van deze probleemstelling willenwe achterhalen hoe Facebookgebruikers omgaan met zowel hun persoonlijke gegevens als met hunprivacy-instellingen op deze sociale netwerksite en dit nadat ze het slachtoffer zijn geweest vaneen inbreuk op hun privacy. Om een antwoord te kunnen bieden op deze stelling, hebben weenkele onderzoeksvragen en deelvragen ontwikkeld. Hierdoor kunnen specifieke thema‟s behandeldworden en krijgen we een zo uitgebreid mogelijke visie op het probleem. Hieronder volgt eenoverzicht van de hoofd- en deelvragen die centraal staan binnen ons onderzoek: Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn privacy in het dagelijkse (offline) leven?Hiermee proberen we te achterhalen hoe de respondent omgaat met zijn privacy in bepaaldesituaties in het dagelijkse leven. Hierdoor krijgen we een beter beeld van wat de respondent alsprivé ervaart en wat hij eraan doet om de privacy te waarborgen. Daarnaast willen we achterhalenhoe de respondent omgaat met zijn/haar persoonlijke gegevens in een marketinggeoriënteerdesituatie. We willen te weten komen of de respondent bereid is om persoonlijke gegevens vrij tegeven als er een voordeel aan verbonden.  Hoe gaat hij om met situaties die voor hen een persoonlijk of privé aspect hebben?  Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn persoonlijke gegevens in een marketing georiënteerde situatie?  Geeft de respondent persoonlijke gegevens vrij als hier een voordeel aan vast hangt?  Doet hij dit enkel offline, enkel online of in beide situaties? Hoe vult de respondent het begrip „privacy‟ in? Wat betekent dat voor hem?Hier willen we peilen naar wat de respondent als privé en persoonlijk ervaart. De antwoorden opdeze vragen zullen aangeven of de respondent een nuancering maakt tussen de termen „privé‟ en„persoonlijk‟.  Wat betekent privacy voor de respondent?  Ervaart de respondent een verschil tussen iets dat „privé‟ is en iets dat „persoonlijk‟ is?  Hoe gaat hij om met deze gegevens?  Wat ervaart hij als een inbreuk op zijn privacy? Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn privacy wanneer hij online is?Hiermee peilen we naar de ervaring van privacy door de respondent wanneer hij op het internetsurft en of deze anders is dan in het dagelijkse (offline) leven? 38
  • 46.  Ervaart hij privacy anders dan wanneer hij offline is?  Wat doet hij om zijn privacy op het internet te waarborgen? In hoeverre maakt de sociale netwerksite Facebook deel uit van het dagelijkse leven van de respondent?In dit onderdeel willen we de algemene activiteiten van de respondent op Facebook exploreren.Hierdoor komen we te weten in hoeverre Facebook deel uitmaakt van het dagelijkse leven van derespondent. Bepaalde vragen tijdens het interview worden eerst besproken en daarna geverifieerddoor op het profiel van de respondent te kijken hoe het in werkelijkheid is.  Hoeveel tijd spendeert hij aan Facebook  Waarom gebruikt hij Facebook?  Wat zijn de voornaamste activiteiten? Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn privacy wanneer hij aangemeld is op de sociale netwerksite?Hier peilen we naar de omgang met persoonlijke informatie op Facebook. We willen ookachterhalen in hoeverre de respondenten kennis hebben over hun privacy-instellingen.  Welke informatie deelt hij en met wie?  Is hij op de hoogte van de informatieverspreiding die via applicaties gebeurt?  Welke informatie wordt als „persoonlijk‟ en „privé‟ beschouwd?  Weet hij hoe de privacy-instellingen op Facebook zijn ingesteld?  Hoe zijn deze ingesteld?  Heeft hij deze in het verleden aangepast aan de eigen wensen?  Wat doet hij om zijn privacy te waarborgen op Facebook?  Kent hij het privacy beleid van Facebook? In welke mate heeft een inbreuk op de privacy op Facebook een invloed op de omgang met persoonlijke informatie?In dit onderdeel bespreken we uitvoerig welke inbreuk op de privacy de respondent heeft ervarenop Facebook. We willen ook achterhalen of dit een invloed heeft gehad op de omgang metpersoonlijke gegevens en de privacy-instellingen op Facebook.  Welke ervaring beschouwt de respondent als een inbreuk op zijn privacy?  Welke acties heeft hij ondernomen om het probleem op te lossen?  Zijn de privacy-instellingen aangepast?  Heeft hij zijn account verwijderd of gedeactiveerd?  Is hij sindsdien anders omgegaan met zijn privacy en persoonlijke gegevens op Facebook? 39
  • 47. 2.2 OnderzoeksfasesOns onderzoek bestond uit verschillende fases: een literatuurstudie, waarvan de resultaten zijnweergegeven in het eerste deel, een aanbodsanalyse van Facebook en diepte-interviews.2.2.1 Pre analytische fase: de literatuurstudieAlvorens we aan het onderzoeksgedeelte konden beginnen, hebben we ons eerst verdiept in enkeleonderwerpen met betrekking tot het onderzoeksthema aan de hand van een literatuurstudie.Hiermee wouden we een beter zicht krijgen op wat sociale netwerksites en Facebook juist zijn, watprivacy de dag van vandaag inhoudt en wie de „Net Generation‟ juist zijn. Een verdieping in dezeonderwerpen was nodig ter voorbereiding van de diepte-interviews.2.2.1.1 Bepalen van het onderzoeksdomein: ‘Net Gen’ers’ met een negatieve ervaring op FacebookHet afbakenen van het onderzoeksdomein is een belangrijke stap in het onderzoeksproces. Om onste kunnen focussen op de juiste literatuur, hebben we ons onderzoeksdomein bepaald aan de handvan volgende voorwaarden:2.2.1.1.1 LeeftijdscategorieZoals reeds aangetoond in de literatuurstudie was er al veel onderzoek gebeurd naar de privacy opsociale netwerksites en Facebook. In België zijn er de afgelopen jaren enkele onderzoeken gedaanbij jongeren en hun omgang met persoonlijke gegevens op dergelijke sites en daarom hebben wijgekozen voor een oudere leeftijdscategorie. Een andere reden waarom we opteren om mensentussen 18 en 29 jaar te bevragen, is het feit dat zij de eerste generatie zijn die opgegroeid zijn metdigitale technologieën zoals de GSM, computers en het internet 171.2.2.1.1.2 Negatieve ervaringUit opzoekingswerk blijkt dat er in andere onderzoeken niet echt diep ingegaan geweest is op degevolgen van een negatieve ervaring op Facebook. Met een negatieve ervaring op Facebookbedoelen we een inbreuk op de privacy van Facebookgebruikers. Met ons onderzoek willen wenagaan of zo een schending van de privacy een invloed heeft op de omgang met privacy enpersoonlijke gegevens op Facebook.171 TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, p. 41 40
  • 48. 2.2.1.1.3 FacebookTijdens ons onderzoek richten we ons op mensen die lid zijn van de sociale netwerksite Facebook.We kiezen voor deze netwerksite, omdat deze de meest gekende en gebruikte is van de wereld.Momenteel telt Facebook meer dan 700 miljoen leden172.2.2.1.1.4 Sociale netwerksites – algemeenOok een algemene beschrijving van sociale netwerksites kan hier niet ontbreken. Om een beterbeeld te krijgen van hoe deze juist tewerk gaan en wat de mogelijkheden van en op socialenetwerksites zijn, werd ook hier veel aandacht aan besteed tijdens de literatuurstudie.Wanneer we dus op zoek gingen naar literatuur omtrent ons onderzoeksthema, hebben we ersteeds op toegekeken dat deze paste binnen deze voorwaarden. Dit was nodig omdat er reeds veelliteratuur is geschreven over het opkomende fenomeen „sociale netwerksites‟, en op deze manierkonden we ons focussen op hetgeen nodig was voor ons eigen onderzoek.2.2.2 Aanbodsanalyse van Facebook: een kritische blik op het aanmaken van een profiel op FacebookIn dit onderdeel bespreken we uitvoerig hoe het registratieproces op Facebook gebeurt. Hierbijschenken we ook veel aandacht aan het privacy-aspect tijdens de registratie.Deze analyse was nodig alvorens te starten met de diepte-interviews, omdat we op deze maniereen duidelijk zicht krijgen van wat er allemaal mogelijk is op en met Facebook. Hierdoor konden wetijdens de interviews soms optreden als „expert‟ en zo bepaalde vragen van de respondentenbeantwoorden, maar ook twijfels vermijden.De aanbodsanalyse van Facebook wordt bij het onderdeel „resultaten‟ besproken.2.2.3 Kwalitatief onderzoek: diepte-interviewsWe maken in ons onderzoek gebruik van een kwalitatieve onderzoeksmethode. Deze methode isvolgens ons het meest geschikt om de achterliggende assumpties en dieperliggende gevoelens vande respondenten omtrent het onderzoeksthema te achterhalen, omdat in dit soort onderzoek deopinie van de ondervraagde centraal staat173. We peilen naar de meningen over en omgang meteen inbreuk op de privacy van Facebookgebruikers. Daarna willen we achterhalen wat dit alsgevolg heeft op de omgang met persoonlijke informatie op Facebook en hoe ze omgaan met hunprivacy instellingen. Een andere reden waarom we voor een kwalitatief onderzoek opteerden is de172 N.N. Facebook heeft 750 miljoen leden, in De Morgen, 25/06/2001 [online]http://www.demorgen.be/dm/nl/5403/Internet/article/detail/1283522/2011/06/25/Facebook-heeft-750-miljoen-leden.dhtml zie bijlagen cd-rom [2 juli 2011]173 MORTELMANS (Dimitri). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven, Acco, 2009, p. 26 41
  • 49. openheid en flexibiliteit ervan. Hierdoor kan het onderzoek gemakkelijk bijgestuurd worden indiendit nodig blijkt uit bepaalde resultaten 174.Concreet bestaat de derde fase van het onderzoek bestaat uit het afnemen van de diepte-interviews. In dit onderdeel bespreken we uitvoerig hoe we tewerk zijn gegaan, de resultaten vande interviews worden bij het onderdeel „resultaten‟ besproken.2.2.3.1 Respondenten2.2.3.1.1 KenmerkenDe bepalingen van het onderzoeksdomein, die eerder bepaald werden, kunnen we verder trekkennaar de respondenten. Zij moeten voldoen aan volgende criteria, om in aanmerking te komen omdeel te nemen aan ons onderzoek: Ze hebben een account op Facebook of ze hebben in het verleden een Facebookprofiel gehad, dat ze omwille van privacy-problemen afgesloten hebben. Ze hebben een inbreuk op hun privacy op Facebook ervaren. Ze zijn tussen 18 en 29 jaar  In 2009 werd er door de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Antwerpen een onderzoek gedaan rond tieners en het internet. Hier werd vooral gefocust op de risico‟s en opportuniteiten die ICT aan jongeren biedt onderzocht.  In 2010 is een grootschalig onderzoek gevoerd door professor Michel Walrave van de Universiteit van Antwerpen bij tiener. Dit onderzoek behandelde dezelfde thematiek als ons onderzoek. Dit zijn de twee voornaamste redenen waarom we het niet relevant vinden een soortgelijk onderzoek te voeren bij dezelfde leeftijdsgroep. Daarom opteren wij voor een andere leeftijdscategorie.2.2.3.1.2 WervingDe werving van de respondenten verliep op verschillende manieren. Allereerst hebben we een mailgestuurd naar vrienden, kennissen en familie met de vraag of zij iemand kenden die voldeed aanbovenstaande kenmerken. Enkele van hen hebben deze mail doorgestuurd naar hun netwerk vanfamilie en vrienden. Daarnaast hebben we (zelfgemaakte) affiches omhoog gehangen bij lokalehandelaars in onze eigen gemeente en in de buurtgemeente. Op deze manier konden we al eenaanzienlijk aantal mensen bereiken. Toch werd er niet echt gereageerd door potentiëlerespondenten: slechts vijf respondenten werden bereikt door de eerste mailing. Daarom hebben wede mailingprocedure enkele weken later herhaald en zijn we nagegaan of onze affiches nog steedsomhoog hingen. De meeste affiches waren na enkele weken verwijderd door de handelaar omdater nieuwe „zoekertjes‟ waren die ook plaats nodig hadden. Op de tweede mail werd wel positievergereageerd en kregen we meer reactie. Aangezien de mailing via vrienden en kennissen is174 BAARDA (D.B.), DE GOEDE (M.P.M.), TEUNISSEN (J.). Basisboek kwalitatief onderzoek. Handleiding voor hetopzetten en uitvoeren van kwalitatief onderzoek (tweede druk). Houten, Stenfert Kroese, 2005, p. 7. 42
  • 50. gebeurd, en er ook door hen werd gereageerd, hebben we er wel steeds op toegekeken dat wegeen te nauwe band hadden met de respondent. Dit zou namelijk de respondent en dewaarheidsgetrouwheid van het interview kunnen beïnvloeden. In onderstaande tabel geven we eenoverzicht van de respondenten. Een uitgebreider overzicht is terug te vinden in de bijlagen175.Respondent LT Gebdatum interview via ProbleemRespondent 1 22 23-07-1988 v 11-03-2011 mailing 1 FotoRespondent 2 18 3-01-1993 v 12-03-2011 persoon met mailing 1 ExRespondent 3 27 23-03-1983 m 15-03-2011 aangesproken FotoRespondent 4 21 18-11-1989 m 21-03-2011 persoon met mailing 1 GSMRespondent 5 21 13-10-1989 v 26-03-2011 mailing 2 mail/exRespondent 6 25 25-07-1985 v 28-03-2011 mailing 1 FotoRespondent 7 26 10-10-1984 v 29-03-2011 mailing 2 ‘leugen’Respondent 8 28 1983 v 31-03-2011 mailing 2 FotoRespondent 9 25 10-01-1986 v 12-05-2011 persoon met mailing 2 StalkingRespondent 10 20 02-10-1990 v 13-05-2011 persoon met mailing 2 GehackedRespondent 11 22 30-03-1989 m 16-05-2011 mailing 2 VideoRespondent 12 20 05-02-1992 v 23-05-2011 aangesproken Ex/mailRespondent 13 24 16-02-1987 m 28-05-2011 persoon met mailing 2 GehackedRespondent 14 29 19-03-1982 v 30-05-2011 Twitter BerichtenRespondent 15 25 10-10-1986 m 04-06-2011 persoon met mailing 2 MailRespondent 16 26 14-10-1984 m 24-06-2011 persoon met mailing 2 Fotoafgehaakt door audio-opname 2Tabel 1: Overzicht van de respondentenMan 6Vrouw 1018-23 jaar 724-29 jaar 9Tabel 2: Samenvattend overzicht van de demografische gegevens van de respondentenDe tweede mailing had dus duidelijk meer succes. Op de affiches die werden omhoog gehangen, isgeen reactie gekomen.De derde manier waarop we respondenten trachtten te bereiken was via Twitter. Enkele van onze„tweets‟ werden doorgetwitterd door andere leden van deze sociale netwerksite. Zo kwam onzevraag naar respondenten terecht bij een onbekend publiek. Hier hebben twee mensen opgereageerd, waarvan we er één hebben geïnterviewd.175 Zie bijlagen cd-rom: bijlagen resultaten - 1 43
  • 51. De respondenten werden gevraagd een mail te sturen met een korte beschrijving van hunnegatieve ervaring. Op basis van deze beschrijving konden wij beslissen of deze al dan nietvoldeed aan de negatieve ervaring die wij zochten voor ons onderzoek, nl. één die kan wordenbeschouwd als een inbreuk op de privacy van de respondent. Daarom werden negatieve ervaringenals “ik vind de nieuwe fotoalbums niet handig” en “ik vind het niet leuk dat al die FacebookQuestions nu op mijn nieuwsoverzicht komen” niet aanvaard, aangezien deze geen invloed hebbenop de privacy van de respondent.Er werd bewust niet gevraagd naar een negatieve ervaring die een inbreuk op de privacy heeftgehad, om twee redenen. De eerste reden is dat mogelijke respondenten afgeschrikt kondenworden door het woord „privacy‟, waardoor hun reactie op onze mailing misschien zou uitblijven.Een tweede reden is dat we de respondenten op voorhand niet te veel wilden beïnvloeden omtrenthet privacy-aspect van het interview.Wanneer de respondent wel kon deelnemen aan het interview, hebben we op voorhand duidelijkmeegedeeld dat het interview ongeveer anderhalf uur in beslag zou nemen en dat het wordtopgenomen voor de analyse achteraf. Ook hebben we hen duidelijk gemaakt dat zij gedurende hethele onderzoeksproces anoniem blijven en dat enkel hun naam dus niet zal worden gebruikt in ditproefschrift. Éen respondent heeft uitdrukkelijk gevraagd om een andere naam te gebruiken entwee potentiële respondenten hebben afgehaakt nadat ze te horen kregen dat er een audio-opname was. We hebben hen dan nogmaals uitgelegd dat er geen identificeerbare gegevensworden gebruikt, maar zij verkozen toch om niet meer deel te nemen aan het interview.Omdat er enkele respondenten hebben aangegeven dat ze dit werk graag zouden lezen als hetklaar is, hebben we besloten om geen namen te gebruiken en de respondenten te benoemen metrespondent 1,2,3,….2.2.3.2 Diepte-interviewsWe kozen voor ons onderzoek voor diepte-interviews, omdat we hiermee bepaalde onderwerpenkunnen uitdiepen. Dankzij dit soort interview kunnen we dieper ingaan op het onderwerp en 176kunnen we de achterliggende assumpties van de respondent naar boven halen . Dezeachterliggende assumpties en de diepgang van het gesprek bekomen we door het „doorvragen‟ 177.De gesprekken zullen semi-gestructureerd verlopen. Dit houdt in dat we gebruik maken van eentopiclijst, maar dat we toch getracht hebben om het gesprek zo natuurlijk mogelijk te latenverlopen178.176 BURNS (Alvin C.), BUSH (Ronald F.). Principes van marktonderzoek. S.I., Pearson Education Benelux, 2006,p. 171177 MORTELMANS (Dimitri). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven, Acco, 2009, p. 246178 IDEM, p. 217 44
  • 52. 2.2.3.2.1 Inleidende vragenlijst en topiclijstAan de hand van de uitgevoerde literatuurstudie hebben we een kleine vragenlijst en de topiclijstopgesteld. De inleidende vragenlijst diende om het algemeen gebruik van internet door derespondenten te schetsen179. De topiclijst vormde de basis doorheen alle interviews. Gedurende deinterviews hebben we dus niet strikt vastgehouden aan deze topiclijst, om het gesprek zo natuurlijkmogelijk te laten verlopen180. Het begin van het interview behandelde zeer algemene vragen overprivacy in het dagelijkse leven en op het internet. Naarmate het einde van het interview bereiktwerd, werden de vragen specifieker. Vragen over privacy online en privacy op Facebook kwamendan aan bod. Om af te sluiten behandelden we de negatieve ervaring van de respondent.De topiclijst is tijdens het hele onderzoeksproces twee keer aangepast 181. We hebben dit gedaanomdat we merkten dat de volgorde van de vragen niet echt klopte.Aangezien één respondent (respondent 2) haar Facebookprofiel verwijderd heeft na haar negatieveervaring, hebben we hiervoor een andere topiclijst opgesteld. Hierdoor hebben we een topiclijstvoor mensen met een Facebookprofiel en een topiclijst voor mensen zonder profiel 182.2.2.3.2.2 Moeilijkheden bij het afnemen van de diepte-interviewsTijdens het afnemen van de interviews ervaarden we soms wel wat moeilijkheden. Een eerstemoeilijkheid kwam vooral in de beginfase van het onderzoek naar voor en had te maken met hetdoorvragen. Dit voelde zeer onnatuurlijk aan bij de eerste interviews, maar naarmate we meerinterviews afnamen, werden deze meer een soort van gesprek. Dit had natuurlijk als voordeel datde respondent veel spontaner reageerde.Tijdens de interviews vroegen we ook wat privacy voor de respondent betekent. Daarnaastmoesten ze ook een soort van definitie geven over wat privé en persoonlijk voor hen is. Weondervonden dat zo goed als elke respondent het moeilijk vond om deze concepten te beschrijven.Daarom benadrukten we bij dit stuk dat ze hun tijd mochten nemen om te antwoorden en dat zeeventueel later in het interview aanpassingen konden doen aan hun beschrijving. Aangezien dezeconcepten doorheen het interview vaak naar voren kwamen, was het voor ons heel belangrijk omaandachtig te blijven tijdens het afnemen van het interview.Na een evaluatie van de eerste vier interviews hebben we besloten om het laatste topic te latenvallen. In dit laatste topic legden we de respondenten enkele stellingen voor waarvan we graaghun mening hoorden. We hebben dit deel weggelaten in de overige twaalf interviews, aangezien deinterviews ongeveer anderhalf uur duren. We merkten dat de respondenten waarbij we dit topicwel behandelden het moeilijk kregen om zich te concentreren en de vragen te beantwoorden.179 De inleidende vragenlijsten zijn terug te vinden in de bijlagen cd-rom: mapje „interviews‟ - vragenlijst180 MORTELMANS (Dimitri). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven, Acco, 2009, p. 218181 De laatste versie van de topiclijst is terug te vinden in de bijlagen cd-rom: mapje „interviews‟ - vragenlijst182 De versie van de topiclijst voor mensen zonder Facebookprofiel is terug te vinden in de bijlagen cd-rom:mapje „interviews‟ - vragenlijst 2 45
  • 53. Bij één respondent (respondent 10) hadden we het gevoel dat zij antwoordde in functie van devragen. Hierdoor moesten we op onze hoede zijn voor suggestieve vraagstellingen. Ook bij deanalyse moeten we rekening houden met de antwoorden die deze respondent heeft gegeven.2.2.3.2.3 Na het afnemen van de diepte-interviewsTwee respondenten hebben mij enkele dagen na hun interview opnieuw gecontacteerd, omdat zeopnieuw iets hadden meegemaakt of nog iets wouden vertellen.Zo was er een respondent (respondent 5) aan het chatten op Facebook, maar met iemand die zichvoordeed als haar Facebook-friend. Ze heeft hier een lang gesprek mee gevoerd en pas achterafheeft de persoon een mail naar haar gestuurd om toe te geven dat hij in naam van iemand anders(haar Facebook-friend) heeft gechat met haar. We hebben dit verhaal toegevoegd aan detranscriptie van haar interview.Een andere respondent (respondent 9) mailde in verband met de applicaties op Facebook en degegevens die doorgegeven worden via je „friends‟. We hadden na het interview uitgevinkt dat haargegevens nog mochten doorgegeven worden via haar Facebook-vrienden. Wanneer ze enkeledagen later een applicatie downloadt, gaat ze nog eens een kijkje nemen bij haar privacyinstellingen en blijkt dat al haar gegevens terug staan aangevinkt om te mogen doorgeven viavrienden. Ook deze mail hebben we toegevoegd aan haar interview.Daarnaast zijn er ook enkele respondenten naar ons gekomen, wanneer ze na het interview nogeen vraag hadden betreffende hun privacy-instellingen. Het feit dat respondenten na het interviewterug contact met ons opnemen, laat volgens ons zien dat ons onderzoek meer bewustzijn heeftgecreëerd bij de respondenten. Dit vinden we natuurlijk heel positief.2.2.3.2.4 Analyse van de diepte-interviews2.2.3.2.4.1 TranscriptiesAlle interviews werden opgenomen met een „voice recorder‟, zodat we deze achteraf integraalkonden uittypen. Dit houdt in dat ook grammaticale fouten, stopwoorden en onvolledige zinnenwerden uitgeschreven, omdat dit er op kan wijzen dat de respondent moeilijkheden ondervindt bijhet beantwoorden van de vraag 183 . Tijdens de interviews hebben we ook notities genomen ominterpretaties van onze kant zo weinig mogelijk naar voren te laten komen 184.183 BOEIJE (Hennie). Analyseren in kwalitatief onderzoek. Denken en doen. Boom, Lemma Uitgevers, 2005, p.61184 BAARDA (Ben), DE GOEDE (Martijn), TEUNISSEN (José). Basisboek kwalitatief onderzoek. NoordhoffUitgevers bv,Groningen, p. 303 46
  • 54. 2.2.3.2.4.2 Codering en data-matrixWe opteerden ervoor de data te analyseren aan de hand open codering, axiale of gesloten coderingen selectieve codering185. Open coderingNa een eerste kennismaking met het materiaal, kunnen we de interessante begrippen labelen.Deze eerste fase van labelen heet open coderen. Concreet geven we namen/labels aan stukkentekst in de data die relevant zijn voor ons onderzoek. Hierdoor kunnen we een zekere structuur inde gegevens aanbrengen en maken we tegelijk een eerste selectie van de data 186. Axiale of gesloten coderingBij de axiale codering gaan we de labels van de eerste codeerfase trachten te reduceren aan deene kant en te integreren aan de andere kant 187. Daarnaast hebben we nieuwe labels gecreëerdwaar nodig. Deze labels hebben we in een datamatrix gegoten. Zo kregen we een duidelijkoverzicht van alle labels en konden we de labels uitpikken die interessant zijn voor de resultaten. Selectieve coderingDe bedoeling van selectief coderen is het verbinden van de voorgaande codes tot een bepaaldetheorie188. Aan de hand van onze datamatrix hebben we dus getracht een antwoord te vinden oponze onderzoeksvragen.Een codeboom kan in de bijlagen cd-rom geraadpleegd worden189.185 Een interview met codering, zie bijlagen cd-rom: „mapje interviews‟ – interview 3_gelabeld; anderegelabelde interviews kunnen opgevraagd worden.186 MORTELMANS (Dimitri). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven, Acco, 2009, p. 373-374187 IDEM, p. 390188 IDEM, P. 413189 Zie bijlagen cd-rom: mapje „interviews‟ - codeboom 47
  • 55. 3 Resultaten3.1 Resultaten aanbodsanalyse van FacebookAangezien volgend onderdeel nogal complex was om te analyseren, hebben we getrachtduidelijkheid te scheppen door middel van „print screens‟ te maken van het betreffende onderwerp.Daarnaast hebben we onder elke titel de navigatie op de website van Facebook naar desbetreffendonderwerp aangegeven.3.1.1 Registratiewww.Facebook.comEen Facebook-profiel kan enkel aangemaakt worden via www.Facebook.com. De registratie opFacebook gebeurt in verschillende stappen. Voor deze masterproef hebben we een nieuw profielaangemaakt en deze stappen met een kritische blik overlopen.Bij de eerste fase wordt al heel wat persoonlijke informatie gevraagd van de toekomstigeFacebookgebruiker. Hij dient zijn voornaam, achternaam, e-mailadres, een wachtwoord, zijngeslacht en geboortedatum in te geven. We hadden aanvankelijk gekozen voor volgendegegevens:Figuur 1: Startpagina Facebook. Hier kan men zowel registreren als inloggenBij het klikken op „registreren‟ kregen we een foutmelding: “Helaas, je voldoet niet aan devoorwaarden om te registreren op Facebook”. Het geautomatiseerde systeem van Facebookherkent namelijk dat „thesis evw‟ geen echte naam kan zijn. Hieruit kunnen we afleiden dat erreeds in het prille begin een sterke controle heerst van Facebook op zijn (toekomstige) gebruikers.Mensen worden verplicht om hun echte naam te gebruiken op Facebook, het is dus bijvoorbeeldonmogelijk om een „nickname‟ in te geven en zo zelf te bepalen in hoeverre je je identiteit 48
  • 56. prijsgeeft. We hebben niet alleen een fictieve naam moeten gebruiken voor het aanmaken van eenprofiel, ook de opgegeven geboortedatum (5 januari 2011) werd niet geaccepteerd. Facebook heeftop de registratiepagina een link toegevoegd waar men terecht kan voor meer uitleg omtrent degeboortedatum190: Waarom moet ik mijn geboortedatum invullen? Facebook verwacht dat elke gebruiker zijn correcte geboortedatum verstrekt om zo de echtheid te waarborgen, en gebruikers alleen toegang te verlenen tot inhoud waarvoor de minimumleeftijd is vereist. Je hebt de mogelijkheid om deze gegevens te verbergen op je persoonlijke pagina als je dat wilt. Op het gebruik hiervan wordt toegezien door Facebook Privacy Beleid. Je staat op het punt om een persoonlijk account te maken. Als je hier bent om je band, bedrijf, of product te vertegenwoordigen dan moet je eerst een Facebook-pagina maken.Facebook heeft dus een veiligheidsregel ingevoerd voor gebruikers die jonger zijn dan achttienjaar. Indien zij hun persoonlijke gegevens vrijstellen voor „iedereen‟, dan zal Facebook ditautomatisch verbieden en hun gegevens enkel beschikbaar maken voor „vrienden van vrienden‟ en„netwerken‟. Gegevens als naam, profielfoto, geslacht en netwerken worden wel nog steedspubliekelijk weergegeven, “zodat echte vrienden hun herkennen” 191. In dit opzicht is de poging omminderjarigen te beschermen door Facebook volgens ons niet echt optimaal. Ondanks huninspanningen om het niet toe te staan dat persoonlijke gegevens van -18-jarigen ingesteld staanop „iedereen‟, laten ze wel andere belangrijke persoonlijke gegevens (en de meest identificeerbaregegevens) publiekelijk openstaan.De tweede fase om de registratie te vervolledigen, is een beveiligingscontrole. Deze bestaat uithet invullen van twee woorden en pas daarna hebben we toegang tot ons profiel op Facebook.In tussentijd wordt er ook een mail vanuit Facebook gestuurd met de mogelijkheid om via een linkons profiel te activeren. Indien we ons profiel niet activeren via deze link, kunnen we niet op onsprofiel.Wat ons opvalt is dat we op geen enkel moment hebben moeten aangeven dat we akkoord gaanmet de algemene gebruikersvoorwaarden en dat we het privacy beleid van Facebook gelezenhebben. Facebook laat zijn toekomstige leden geen „ik ga akkoord‟ aanvinken, omdat zij door opregistreren te klikken automatisch akkoord gaan met de gebruikersvoorwaarden en aangeven dat190 Facebook, Facebook, 2011www.Facebook.com zie bijlagen cd-rom [25 februari 2011]191 Facebook, Bepaal hoe jij deelt, 2011http://www.Facebook.com/privacy/explanation.php zie bijlagen cd-rom [25 februari 2011] 49
  • 57. ze het privacy beleid hebben gelezen. Dit staat in kleine lettertjes onder de registratieknop bij detweede stap. Het feit dat het akkoord gaan met de gebruikersvoorwaarden en het privacy beleidautomatisch gebeurt bij het aanklikken van de registratieknop, zorgt er volgens ons voor dat degebruiker hier sneller overheen gaat. Naar onze mening zal hij minder aandacht schenken aan dezetwee belangrijke documenten, omdat hij niks moet aanvinken.3.1.2 Profiel aanmakenNa de activatie van ons profiel, komen we bij de derde fase: het aanmaken van ons profiel. Dit indrie stappen: Stap 1: Vrienden zoekenDeze stap is ook wel bekend als de „Friend Finder‟. In deze stap kunnen we vrienden zoeken die(misschien) al op Facebook zitten. Facebook biedt aan om ons opgegeven e-mailaccount tedoorzoeken, want dit zou de snelste manier zijn. Dit houdt in dat Facebook al de e-mailadressendie gelinkt zijn aan Facebookaccount ons kan voorstellen als eventuele „friend‟. Ook via WindowsLive Messenger en andere e-mailservices kunnen we onze „friends‟ zoeken.Figuur 2: Stap één van het aanmaken van een profiel op Facebook - Vrienden zoekenMet andere woorden: een Facebook-lid kan e-mailadressen van vrienden, kennissen en familiedoorgeven aan Facebook, waardoor Facebook niet alleen leden kan contacteren, maar ookeventuele niet-leden. Facebook heeft dus de mogelijkheid om op een zeer snelle manier heel veelnieuwe mensen aan te spreken 192 . Dit speelt alleen maar in hun voordeel, omwille van hetzogenoemde „netwerk-effect‟: de waarde van een communicatienetwerk neemt exponentieel toemet het aantal mensen dat er aan verbonden is 193 . Hoe meer mensen dus lid worden vanFacebook, hoe meer waarde het bedrijf krijgt.192 VERSLUIS (Jacco). Facebook geeft gebruik verboden cookies toe, in KRO Reporter. Nederland 2, uitzending23 april.193 Marketingterms.com, network effect, 2011 http://www.marketingterms.com/dictionary/network_effect/ ziebijlagen cd-rom [25 februari 2011] 50
  • 58. Indien men niet wilt dat Facebook doorheen het e-mailaccount op zoek gaat naar vrienden, kanmen deze stap ook overslaan. Stap 2: ProfielgegevensHier moeten we terug enkele persoonlijke gegevens invullen, zodat we gemakkelijk vriendenkunnen terugvinden op Facebook. Het betreft de middelbare school en hogeschool of universiteitwaar we student zijn (of geweest zijn) en indien mogelijk onze werkgever.Figuur 3: Stap twee van het aanmaken van een profiel op Facebook - ProfielgegevensDeze gegevens lijken vrij onschuldig, maar andere gebruikers krijgen hierdoor toch al een beterbeeld van het leven dat we leiden.Ook deze stap kan overgeslaan worden en eventueel op een ander moment ingevuld worden. Stap 3: ProfielfotoBij de derde stap kunnen we een profielfoto toevoegen door een foto te uploaden of er één temaken met onze webcam. De profielfoto dient vooral als voornaamste identiteitsbarometer vooreen gebruikersprofiel. Deze foto wordt dan ook vaak gebruikt om mensen te herkennen als meniemand opzoekt 194 . Daarnaast is het ook het meest gebruikte middel voor zelfexpressie op hetprofiel en neemt het eigenlijk de plaats van het lichaam in in een virtuele omgeving 195. Op vlak vanprivacy kan dit een probleem vormen, aangezien gebruikers vaak dezelfde foto gebruiken opverschillende sites. Hierdoor is het mogelijk om deze verschillende sites met elkaar te linken eneen profilering te maken van de gebruiker 196. De profielfoto van een Facebookgebruiker heeft geen194 STRANO (Michele M.). User Descriptions and Interpretations of Self-Presentation through Facebook ProfileImages, in Cyberpsychology: Journal of Psychosocial Research on Cyberspace, 2008, jg.2, nr.2, p. 2 [online]http://www.cyberpsychology.eu/view.php?cisloclanku=2008110402&article=(search%20in%20Issues) ziebijlagen cd-rom [26 februari 2011]195 IBIDEM196 ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Information Revelation and Privacy in Online Social Networks, inWPES 05 Proceedings of the 2005 ACM workshop on Privacy in the electronic society. ACM, New York, 2005,106 p. [online]http://www.heinz.cmu.edu/~acquisti/papers/privacy-Facebook-gross-acquisti.pdf zie bijlagen cd-rom [26februari 2011] 51
  • 59. privacy-instellingen en is automatisch zichtbaar voor „iedereen‟. Hierdoor is de profielfoto van eenFacebookgebruiker ook vaak zichtbaar wanneer men deze googled of opzoekt met een anderezoekmachine. We hebben zelf de test gedaan en ondervonden dat ook onze profielfoto mét naamin de zoekresultaten bij afbeeldingen terug te vinden is 197.Figuur 4: Stap vier van het aanmaken van een profiel op Facebook - ProfielfotoNa deze drie stappen, krijgen we ons profiel voor het eerst te zien. Opnieuw krijgen we devoorgaande drie stappen te zien, waarin we de mogelijkheid hebben om vrienden te zoeken, eenprofielfoto aan te maken en onze profielgegevens verder in te vullen, maar dan geconcentreerd opéén pagina. Onderaan de pagina is er een verwijzing naar een pagina waar we meer te wetenkunnen komen over privacy op Facebook.Figuur 5: Profielpagina bij eerste bezoek197 Er bestaat wel de mogelijkheid om de functie „openbaar zoeken‟ uit te schakelen. Via „openbaar zoeken‟komt men terecht in de zoekresultaten van zoekmachines zoals Google, wanneer iemand de naam van eenpersoon intikt. Wanneer men deze functie op Facebook uitschakelt, komt er geen vermelding van het profiel (ende profielfoto) in de zoekresultaten. 52
  • 60. 3.1.3 Privacy op Facebook3.1.3.1 ‘Bepaal hoe jij deelt’Account -> privacy instellingen -> onderaan op „meer informatie‟ bij bepaal hoe jij deelt ->http://www.Facebook.com/privacy/explanation.phpHelemaal onderaan de profielpagina die we te zien krijgen bij ons eerste gebruik, kunnen webepalen welke gegevens we delen. Indien we hier doorklikken, komen we op de pagina terechtwaar we meer informatie krijgen over hoe we kunnen bepalen wie onze gegevens ziet, zowel op alsbuiten Facebook·. Via deze pagina kunnen we (door middel van een kleine link) onze privacy-instellingen veranderen.Op de pagina „bepaal hoe jij deelt‟ dienen toch enkele opmerkingen gegeven te worden:  De openingszin luidt als volgt: “Op Facebook gaat het om delen”. Dit insinueert dat we zoveel mogelijk gegevens en activiteiten moeten delen op Facebook, zodat onze vrienden ons gemakkelijk terug kunnen vinden. Wel vermelden ze dat deze pagina dient om mensen kennis te geven van hoe ze kunnen bepalen wie wat van hen ziet. Ondanks het feit dat ze melding geven van de mogelijkheid om de privacy-instellingen te bekijken en aan te passen naar de wensen van de gebruiker, worden de Facebookleden niet echt aangespoord dit te doen volgens ons.  Net onder de introductie op de pagina „bepaal hoe jij deelt‟, kan de gebruiker op vier verschillende links klikken die te maken hebben met privacy op Facebook of nog verder naar beneden scrollen. Via de link „nieuwtjes‟ komen we op de Facebookblog van de oprichter, Mark Zuckerberg, terecht, waarin hij schrijft over de nieuwste ontwikkelingen van Facebook. Als we klikken op de tweede link „ons privacy beleid lezen‟, komen we op de pagina met het privacy beleid. In tegenstelling tot de pagina „bepaal hoe jij deelt‟, is 198 het privacy beleid in het Engels geschreven , waardoor het niet voor elke Nederlandstalige Facebookgebruiker begrijpbaar is. De derde link, „meer informatie over privacy en advertenties‟, brengt ons lager op de pagina, waar Facebook uitlegt wat er gebeurt met de vrijgegeven gegevens naar adverteerders toe. Klikken we op de vierde link „privacy-instellingen bewerken‟, komen we uiteindelijk op de pagina waar we onze privacy-instellingen kunnen controleren. Kiezen we ervoor om gewoon op de pagina naar beneden te scrollen, krijgen we informatie over de privacy-instellingen, extra instellingen en extra informatie. Volgens ons begint hier het doolhof naar de privacy-instellingenpagina al. Gebruikers hebben de keuze uit vijf verschillende opties die elk op een andere manier uitleg verschaffen over het privacy-aspect op Facebook. Leden die (nog) niet weten waar welke informatie staat, bereiken pas na vele clicks hun doel.198 Facebook, privacy policy, 2011http://www.Facebook.com/policy.php zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011] 53
  • 61.  Op deze pagina wordt niet duidelijk uitgelegd wat „vrienden‟, „vrienden van vrienden‟ en „iedereen‟ inhoudt. Deze termen mogen dan misschien wel letterlijk geïnterpreteerd worden, toch zijn vele gebruikers zich niet bewust van de omvang. Uit een onderzoek van Acquisti en Gross uit 2006 blijkt dat meer dan de helft van de respondenten het bereik en openheid van hun profiel onderschat 199.  Ondanks het feit dat op deze pagina informatie wordt gegeven over de verschillende functies en mogelijke (privacy-)instellingen op Facebook, zijn wij er niet van overtuigd dat zij bijdragen tot een betere kennis ervan door de Facebookgebruiker. Er zijn weinig voorbeelden (directe personalisatie en social plug-in; zie later) en de uitleg wordt niet gelinkt aan de mogelijkheid om de instelling onmiddellijk aan te passen. Deze vinden we meestal pas terug op een andere pagina. Een voorbeeld hiervan is dat men op de „bepaal wat jij deelt‟-pagina uitleg geeft over de privacy-instellingen, maar we kunnen deze instellingen niet veranderen op deze pagina. Daarvoor moeten we naar de eigenlijke pagina van de privacy-instellingen gaan. Volgens ons zou het beter zijn om zowel de uitleg als de mogelijkheid om de instellingen aan te passen op één pagina te plaatsen. Facebook deelt de privacy-instellingen in in vier onderdelen: delen op Facebook (1), contact maken op Facebook (2), toepassingen en websites (3) en blokkeerlijsten (4). Dit zorgt voor een goed overzicht voor de gebruikers, we vinden echter dat het beter zou zijn om alle privacy-instellingen, ingedeeld in de vier categorieën, op één pagina te plaatsen, in plaats van deze te verspreiden over vier pagina‟s. Zo zijn de gebruikers er zeker van dat ze al de mogelijke privacy-instellingen gezien hebben en kennen. Figuur 6: Bepaal hoe jij deelt - uitleg over privacyinstellingen199 ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Imagined Communities : Awareness,Information Sharing andPrivacy on the Facebook, PET, 2006, p. 12 [online]http://privacy.cs.cmu.edu/dataprivacy/projects/Facebook/Facebook2.pdf zie bijlagen cd-rom [26 februari2011] 54
  • 62. 3.1.3.2 De standaard privacy-instellingen3.1.3.2.1 Delen op FacebookAccount -> privacy instellingen -> klikken op „instellingen aanpassen‟; ongeveer in het midden van de paginaBij het aanmaken van een nieuw profiel, heeft Facebook de privacy instellingen standaard op dezemanier ingesteld:Figuur 7: Pagina waar de privacy-instellingen veranderd kunnen wordenFacebook heeft standaard de persoonlijke gegevens en activiteiten van de Facebookgebruikerverdeeld over de drie groepen „iedereen‟, „vrienden van vrienden‟ en „alleen vrienden‟. Zoals weeerder al aangetoond hebben, zijn Facebookgebruikers zich niet altijd bewust welk publiekschuilgaat achter deze termen. De instellingen kunnen wel aangepast worden naar de eigenwensen. Zo kan men er bijvoorbeeld voor kiezen om status, foto‟s en berichten op „alleen vrienden‟te zetten en biografie en relaties zichtbaar te houden voor „iedereen‟.De naam, profielfoto, geslacht en netwerken van het Facebooklid zijn standaard zodanig ingestelddat ze voor iedereen zichtbaar zijn. De reden hiervoor is om het gemakkelijker te maken omvrienden terug te vinden op Facebook. Wanneer een Facebookgebruiker niet wilt dat mensen hemkunnen vinden via Facebook, kan hij dit zodanig instellen bij de privacy-instellingen op de pagina„contact maken op Facebook‟. Zoals eerder gezegd, bestaat er wel een mogelijkheid dat, ondankshet veranderen van deze instellingen naar bijvoorbeeld „alleen vrienden‟, de profielfoto en de naamzichtbaar zijn bij de resultaten van een zoekmachine.3.1.3.2.2 Contact maken op FacebookAccount -> privacy instellingen -> klikken op „instellingen aanpassen‟; bovenaan de pagina 55
  • 63. In het onderdeel „contact maken op Facebook‟, kunnen we bepalen welke algemene gegevens onze vrienden kunnen gebruiken om ons te vinden op Facebook. Wanneer we deze privacy-instellingen bekijken, zien we dat Facebook alle gegevens standaard op „iedereen‟ heeft ingesteld. Je naam, profielfoto, geslacht, netwerken en gebruikersnaam zijn zichtbaar voor „iedereen‟, omdat deze gegevens nodig zijn om mensen te helpen jou te vinden en met je in contact te komen op Facebook. We kunnen ook lezen dat ze aanraden om de andere basisgegevens zichtbaar te laten voor iedereen, ook om het contact maken op Facebook te vergemakkelijken. Gebruikers hebben dus de keuze om hun gegevens niet voor „iedereen‟ zichtbaar te maken, maar Facebook moedigt hen enigszins aan om dit toch niet te doen, zodat vrienden hen gemakkelijker kunnen vinden.Figuur 8: Privacy-instellingen die betrekking hebben tot het contact maken met ‘friends’ opFacebook. Facebook heeft alles standaard ingesteld op iedereen. De standaardinstellingen worden niet door elke Facebookgebruiker nagekeken en veranderd. Zo bleek uit onderzoeken van onder andere Acquisti en Gross (2005) 200 en Strater en Lipford (2008)201 dat de standaardinstellingen maar heel zelden aangepast werden. Een onderzoek van de 200 ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Information Revelation and Privacy in Online Social Networks, in WPES 05 Proceedings of the 2005 ACM workshop on Privacy in the electronic society. ACM, New York, 2005 [online] http://www.heinz.cmu.edu/~acquisti/papers/privacy-Facebook-gross-acquisti.pdf zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011] 201 STRATER (Katherine), LIPFORD (Heather Richter). Strategies and struggles with privacy in an online social networking community, in BCS-HCI 08 Proceedings of the 22nd British HCI Group Annual Conference on People 56
  • 64. universiteit van Bath uit het Verenigd Koninkrijk wijst nochtans op het tegendeel: bij 241Facebookgebruikers rapporteerde de meerderheid dat ze hun privacy-instellingen veranderdhadden. 25,6% maakte hun profiel een „beetje meer‟ privé, 21% deed dit „veel meer‟ en 10,9%maakte hun profiel zo privaat mogelijk. Toch moest men ook hier concluderen dat nog steeds meerals één vijfde (23,5%) hun privacy-instellingen niet aanpasten202.3.1.3.3 Toepassingen, games en websites: externe applicatiesAccount -> privacy instellingen -> klikken op „je instellingen bewerken‟ bij toepassingen en websites; linksonderaan de paginaOp Facebook kunnen gebruikers ook applicaties downloaden en spelletjes spelen.Figuur 9: Pagina waar je de privacy-instellingen kunt instellen voor toepassingen, spelletjes enwebsites.3.1.3.3.1 Toepassingen die je gebruiktIndien we de standaard-instellingen bij „toepassingen‟ op „iedereen‟ laten staan, krijgen ookexterne applicaties toegang tot onze gegevens. Een externe applicatie bestaat uit software dat deFacebookgebruikers de mogelijkheid geeft om spelletjes te spelen op Facebook of interesses tedelen. De meeste applicaties zijn niet gemaakt door Facebook, maar door onafhankelijkeand Computers: Culture, Creativity, Interaction, 2008, vol. 1, p. 111 [online]http://www.bcs.org/upload/pdf/ewic_hc08_v1_paper11.pdf zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011]202 JOINSON (Adam N.). Looking at, looking up or keeping up with people? Motives and use of Facebook, in:CZERWINSKI (Mary) & LUND (ARNIE), eds. Proceeding of the twenty-sixth annual SIGCHI conference onHuman factors in computing systems. New York, ACM, 2008, p. 4 [online]http://socialcommercetoday.com/downloads/Joinson_Facebook.pdf zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011] 57
  • 65. softwareproducenten, zoals Zynga Game Network. Zij hebben onder andere de bekende spelen 203„Farmville‟ en „Texas Hold‟em Poker‟ ontwikkeld .In oktober 2010 werd bekend dat door middel van dergelijke externe applicaties heel watpersoonlijke informatie van Facebookgebruikers én in sommige gevallen van hun „friends‟, aanderde partijen, zijnde adverteerders en bedrijven die data verzamelen, werd overhandigd204.Indien de gebruiker de platformtoepassingen uitschakelt, is het normaal niet mogelijk dat derdepartijen aan de persoonlijke gegevens van de gebruiker geraakt, ook niet via „friends‟.3.1.3.3.2 Gegevens die toegankelijk zijn via je vriendenBij „gegevens die toegankelijk zijn via je vrienden‟ kunnen we bepalen welke van onze gegevensbeschikbaar zijn voor toepassingen, spelletjes en websites die onze „friends‟ downloaden. Ook hierheeft Facebook standaard bijna alle mogelijkheden aangevinkt. De Facebookgebruiker wordthiervan op geen enkel moment bij het aanmaken van een profiel op de hoogte gesteld. Ook in hetprivacy beleid wordt op een dubbelzinnige manier uitgelegd hoe de gegevens van eenFacebookgebruiker aan derden worden gegeven. Dit gebeurt in het vierde puntje bij „When yourfriends use Platform‟, waar we het volgende kunnen lezen: (1) If your friend connects with an application or website, it will be able to access your name, profile picture, gender, user ID, and information you have shared with “everyone.” It will also be able to access your connections, except it will not be able to access your friend list. If you have already connected with (or have a separate account with) that website or application, it may also be able to connect you with your friend on that application or website. (2) If the application or website wants to access any of your other content or information (including your friend list), it will have to obtain specific permission from your friend. If your friend grants specific permission to the application or website, it will generally only be able to access content and information about you that your friend can access. In addition, it will only be allowed to use that content and information in connection with that friend. For example, if a friend gives an application access to a photo you only shared with your friends, that application could allow your friend to203 Zynga, about, 2011http://www.zynga.com/about/article.php?a=20100518 zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011]204 STEEL (Emily) en FOWLER (Geoffrey A.). Facebook in Privacy Breach, in The Wall Street Journal DigitalNetwork, 18 oktober 2010 [online]http://online.wsj.com/article/SB10001424052702304772804575558484075236968.html zie bijlagen cd-rom[27 februari 2011] 58
  • 66. view or print the photo, but it cannot show that photo to anyone else. (3) We provide you with a number of tools to control how your information is shared when your friend connects with an application or website. For example, you can use your Application and Websites privacy setting to limit some of the information your friends can make available to applications and websites. You can block all platform applications and websites completely or block particular applications or websites from accessing your information. You can use your privacy settings to limit which friends can access your information, or limit which of your information is available to “everyone.” You can also disconnect from a friend if you are uncomfortable with how they are using your information. (1) Facebook zegt eerst dat wanneer een „friend‟ een applicatie downloadt, deze applicatie de toegang heeft tot onze naam, profielfoto, geslacht, user ID en informatie die we delen met „iedereen‟. Indien we in de voorgaande stap (delen op Facebook) onze informatie zodanig hebben ingesteld dat het enkel gedeeld wordt met „vrienden‟ en met „vrienden van vrienden‟, zouden we er dus eigenlijk vanuit kunnen gaan dat, buiten onze naam, profielfoto, geslacht, user ID, er geen andere informatie over ons gedeeld wordt met de applicatie die onze „friend‟ heeft gedownload. (2) Hier zegt Facebook dat als een applicatie de toegang wilt tot andere informatie, dus andere informatie dan onze naam, profielfoto, geslacht, gebruikers-ID en informatie die we delen met „iedereen‟, dat onze „friend‟ hiervoor de toestemming moet geven. Dus ook de gegevens die we ingesteld zouden hebben voor enkel „vrienden‟ of „vrienden van vrienden‟ worden dan ook zichtbaar voor applicaties, indien onze „friend‟ hiervoor de toestemming heeft gegeven. Hierdoor verliezen we de volledige controle over wat er met onze gegevens gebeurt, als een „friend‟ een applicatie downloadt en ermee akkoord gaat dat de gegevens van zijn „friends‟ doorgegeven worden. (3) Om af te sluiten legt Facebook uit dat we eigenlijk toch een zekere controle hebben over welke gegevens worden gedeeld via onze „friends‟. We kunnen nl. aanduiden welke gegevens via onze „friends‟ doorgegeven kunnen worden aan applicaties die zij downloaden. Zoals eerder vermeld, wordt hier geen melding van gegeven tijdens het aanmaken van een profiel. De enige manier waarop een Facebookgebruiker hiervan kennis kan nemen is door het privacy beleid (heel) aandachtig te lezen. Uit ons onderzoek van vorig jaar voor onze bachelorpaper bleek dat “geen enkele respondent het privacy beleid van Facebook kende of heeft gelezen. Ze hebben er niet naar gezocht, vinden het saai of geven er geen of weinig aandacht aan”205. Ook het feit dat het privacy beleid in het Engels geschreven is, maakt het begrijpen van deze functie er niet makkelijker op.205 VAN WEMMEL (Els). Perceptie van en omgang met privacy op de sociale netwerksite Facebook door 59
  • 67. Op deze sluwe manier kan Facebook toch nog aan de gegevens van zijn leden geraken, indien zij in hun privacy instellingen volgende zaken niet hebben uitgevinkt:Figuur 10: Gegevens die toegankelijk zijn via je „friends‟. Facebook heeft standaard bijna allesaangevinkt.Facebook maakt hier gebruik van het „opt-out‟-systeem. Dit wil zeggen dat gebruikers zich moetenuitschrijven in plaats van zich in te schrijven. Deze optie werd ontworpen, omdat marketeers erzich bewust van zijn dat de meeste mensen zich niet gaan inschrijven of omdat ze de mogelijkheid(lees het vakje om aan te vinken) niet vinden of herkennen (in het geval van Facebook: nietvinden). Het „opt-out‟-systeem is „gevaarlijk‟ omdat gebruikers niet weten waarvoor ze zich danjuist hebben ingeschreven206.3.1.3.3.3 Directe personalisatieFacebook maakt het ook mogelijk dat partnerwebsites gepersonaliseerd kunnen worden. Dit houdtin dat een Facebookgebruiker op dergelijke partnerwebsites reviews van zijn „friends‟ kan lezen ofdat bijvoorbeeld zijn favoriete nummers automatisch afgespeeld worden. Het is de bedoeling datde ervaring op de website zo persoonlijk mogelijk is. De partnersites moeten zich houden aan derichtlijnen van Facebook en mogen alleen de gegevens gebruiken die op „iedereen‟ zijn ingesteld.Dit zijn sowieso de naam, profielfoto, geslacht en netwerken van de Facebookgebruiker engeneratie X. Academiejaar 2009-2010205 BOYD (Danah). Facebook‟s „Opt-out‟-Precedent, in Futurelab, 12 december 2007 [online]http://www.futurelab.net/blogs/marketingstrategyinnovation/2007/12/Facebooks_optout_precedent.html%20zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011] 60
  • 68. daarnaast ook de andere gegevens die op „iedereen‟ staan. Directe personalisatie op 207partnerwebsites is standaard aangevinkt, maar op de website van Facebook kunnen we lezen : “De eerste keer dat je een deelnemende site bezoekt, zie je een melding en een optie waarmee je de functie voor directe personalisatie met één klik op de muisknop kunt uitschakelen. Je gegevens worden alleen gebruikt om je een meer gepersonaliseerde ervaring te kunnen bieden en worden niet doorgegeven aan adverteerders en worden niet voor andere doeleinden gebruikt.”Een andere manier is „platformapplicaties‟ volledig uitschakelen, zoals eerder uitgelegd.Figuur 11: Partnersites van Facebook met de mededeling dat mijn Facebookprofiel gebruikt wordtom hun pagina te personaliseren.Indien een Facebookgebruiker op dergelijke partnersites is geweest, beschouwt Facebook deze als„toepassingen die je gebruikt‟ en geeft de gebruiker dus aan de partnersite de toestemming ombepaalde gegevens te gebruiken. In volgende figuur kunnen we lezen welke gegevens departnersite „Yelp‟ nu ter beschikking heeft.207 Facebook, Directe personalisatie, 2011http://www.Facebook.com/instantpersonalization/ zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011] 61
  • 69. Figuur 12: Wanneer je op een partnersite van Facebook terecht komt, heeft deze toepassingonmiddellijk toegang tot jouw gegevens.3.1.3.3.4 Sociale plug-inHet is mogelijk dat er op andere websites bepaalde Facebookfuncties voorkomen. Deze moetenervoor zorgen dat het gebruik van de website een sociaal gebeuren wordt. Sociale plug-ins makenhet onder andere mogelijk dat de topics op de website die jouw „friends‟ leuk vinden of waar ze een„comment‟ bij hebben geplaatst, bovenaan staan. Zo krijgt een Facebookgebruiker decommentaren te lezen van mensen die hij kent in plaats van te moeten vertrouwen op vreemden.Facebook heeft verschillende sociale plug-ins ontwikkeld die het surfen op internet een socialebeleving moeten maken. Hieronder volgt een overzicht van enkele sociale plug-ins die in Belgiëgekend zijn en gebruikt worden: De vind-ik-leuk-knopMet de vind-ik-leuk-knop kan een Facebookgebruiker aantonen een website of een item op eenwebsite leuk vindt. Wanneer de Facebookgebruiker op deze knop „vind ik leuk‟ klikt, dan verschijntdit op zijn profiel en mogelijk ook in het nieuwsoverzicht van zijn „friends‟. Op de website zelf die„geliked‟ wordt, komt er naast de „vind-ik-leuk-knop‟ het aantal Facebookgebruikers te staan diehet item of de website leuk vinden. In het Helpcentrum van Facebook 208 kunnen we lezen dat demogelijkheid bestaat dat de gebruiker hierdoor ook in advertenties over die pagina terecht kankomen of op de pagina waarmee hij een connectie hebt gemaakt. De pagina die hij leuk vindt, kanhem ook berichten sturen en er kunnen ook updates verschijnen in zijn nieuwsoverzicht. De vind-ik-leuk-knop kan nog eens aangeklikt worden, waardoor de functie wordt uitschakelt.Roosendaal, doctoraatsstudent aan de Universiteit Tilburg, heeft onderzoek gedaan naar dewerking van deze knop. Wanneer men op deze knop klikt, komt er een pop-up waarmee deFacebookgebruiker kan inloggen op Facebook. Zo kan de connectie gemaakt worden tussen het208 Facebook, Helpcentrum, 2011http://www.Facebook.com/help/?search=like zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011] 62
  • 70. Facebookprofiel en de website. Wanneer de gebruiker al aangemeld is op Facebook terwijl hij surften op de vind-ik-leuk-knop klikt, wordt de connectie automatisch gemaakt209. Uit de analyse vanRoosendaal bleek dat Facebook met behulp van deze knop het surfgedrag van zijn leden kan linkenaan hun profiel. Ook wanneer een individu zonder account op Facebook op een website komt metde „like-button‟, wordt er informatie doorgegeven aan Facebook 210 . Het lijkt er dus op dat hetbereik van Facebook veel groter is dan enkel hun netwerk en leden. Deze datacollectie gebeurt metbehulp van een cookie (zie eerder) en gebeurt zonder medeweten van de surfer, waardoor er tochenige vragen omtrent de privacy gesteld kunnen worden 211 . Facebookgebruikers zijn bij hetregistratieproces automatisch akkoord gegaan met het privacy beleid en de gebruikersvoorwaardenvan Facebook. Zij hebben in principe dus een toestemming gegeven om cookies op hun computerte laten plaatsen door Facebook. Surfers die geen lid zijn van Facebook daarentegen, kunnen dezetoestemming nooit gegeven hebben. Daarnaast wordt volgens Roosendaal ook niet duidelijkaangegeven waarvoor de data die verzameld worden door middel van de cookies gebruikt wordt 212.Men kan ook een item van een „friend‟ leuk vinden. Hiermee maakt men aan een „friend‟ duidelijkdat men dat leuk vindt en hoeft men verder geen reactie te plaatsen. RegistratieknopVia de registratieknop is het mogelijk om via één muisklik een volledig registratieformulier in tevullen. De gegevens die Facebook heeft over de gebruiker worden in het formulier ingevuld en desurfer moet enkel de resterende lege velden invullen. Dit kan enkel wanneer de Facebookgebruikeraangemeld is op Facebook.Figuur 13: op de website van idool 2011 kan je je registreren met behulp van je Facebookaccount209 ROOSENDAAL (Arnold). Facebook tracks and traces everyone: like this! Tilburg Law School Research Paper,2010, p.2-7 [online] http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=1717563 zie bijlagen cd-rom [28april 2011]210 VERSLUIS (Jacco). Facebook geeft gebruik verboden cookies toe, in KRO Reporter. Nederland 2, uitzending23 april.211 ROOSENDAAL (Arnold). Facebook tracks and traces everyone: like this! Tilburg Law School Research Paper,2010, p. 2-7 [online] http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=1717563 zie bijlagen cd-rom [28april 2011]212 IBIDEM 63
  • 71. Comments boxSinds begin maart 2011 is het ook mogelijk om een „comments box‟ op een (bedrijfs)website teplaatsen. Facebookgebruikers kunnen via deze manier hun commentaar op een bepaald itemplaatsen, zonder hiervoor op de pagina op Facebook zelf te gaan. Het is wel zo dat wat in de„comments box‟ geplaatst wordt, gesynchroniseerd wordt met de Facebookpagina van het bedrijf.Ook komt er een melding op het profiel en in het nieuwsoverzicht van de Facebookgebruiker, tenzijhij dit uitvinkt.Op de website van idool 2011, zien we dat er gebruik wordt gemaakt van de „vind-ik-leuk-knop‟ ende „comments box‟.Figuur 14: de website van Idool 2011 maakt gebruik van de comments box en de vind-ik-leuk-knopMeer voorbeelden van sociale plug-ins vinden we terug op de website van Facebook213.213 Facebook Developers, Social plugins, 2011http://developers.Facebook.com/docs/plugins/ zie bijlagen cd-rom [27 februari 2011] 64
  • 72. 3.2 Resultaten diepte-interviews3.2.1 Achtergrondinformatie van de respondentenAlvorens we de resultaten van de interviews weergeven en bespreken, vinden we het belangrijk omeen beschrijvende matrix van de respondenten te tonen. Deze matrix geeft de belangrijkstegegevens van de respondenten weer en is gebaseerd op de inleidende vragenlijst die bij elkinterview werd ingevuld. Deze inleidende vragenlijst peilde daarna ook naar het algemeeninternetgebruik van de respondenten 214. Beiden kunnen als achtergrondinformatie gebruikt wordenwanneer men de resultaten leest. Hoogst behaalde Probleem Geslacht Leeftijd Beroep diploma Master in de Taal- en FotoR1 Vrouw 22 jaar Student op universiteit LetterkundeR2 Vrouw 18 jaar Middelbaar ASO Student op universiteit ExR3 Man 27 jaar Master Jeugdconsulent FotoR4 Man 21 jaar ASO Middelbaar Student op universiteit GSMR5 Vrouw 21 jaar Bachelor Sociaal Werk Student op hogeschool mail/exR6 Vrouw 25 jaar Master Bio-ingenieur Bio-ingenieur Foto Master ‘leugen’R7 Vrouw 26 jaar Journalist Communicatiewet.R8 Vrouw 28 jaar Master Criminologie Journalist FotoR9 Vrouw 25 jaar Bachelor Grafisch ontwerper StalkingR 10 Vrouw 20 jaar Middelbaar ASO Student pilotenopleiding GehackedR 11 Man 22 jaar Middelbaar ASO Student universiteit Video Ex/mailR 12 Vrouw 20 jaar Middelbaar ASO Student universiteitR 13 Man 24 jaar Bachelor LO Student universiteit GehackedR 14 Vrouw 29 jaar Licentiaat Project Manager Berichten Stafmedewerker Jeugd & MailR 15 Man 25 jaar Bachelor Sociaal Werk SportR 16 Man 26 jaar A2 Technieker FotoTabel 3: Overzicht van de respondentenEen uitgebreidere beschrijving van de negatieve ervaring die respondenten ervaren hebben opFacebook, wordt later in deze verhandeling weergegeven.214 Bijlagen cd-rom: mapje „resultaten‟ - 1 65
  • 73. 3.2.2 Hoe gaat men om met zijn privacy in het dagelijkse (offline) leven?In het dagelijkse leven zijn de meeste respondenten wel gesteld op hun privacy. Vooral in situatiesdie met hun als persoon te maken hebben, letten ze erop dat ze hun privacy kunnen behouden. Zozullen de meeste respondenten wel hun GSM opnemen op een openbare plaats, maar zonderen zijzich af of zeggen ze dat ze later zullen terugbellen. Drie respondenten nemen niet op en bellenlater terug. “Ik zonder mij af, ik ga euhm… Als ik in groep ben, ga ik mij een beetje verwijderen of als ik alleen ben ga ik wel zien dat er niet teveel mensen meeluisteren gewoon. […] Euhm… omdat sommige gesprekken misschien eerder vertrouwelijk van aard zijn en dat niet iedereen moet meeluisteren denk ik” (R. 3) “[…] het gevoel dat anderen kunnen meeluisteren, dat vind ik raar. Ik vind het zelf bijvoorbeeld ook raar om maar een half gesprek te horen. […] Ik denk dat ik anders zou bellen op straat: formeler en sneller gedaan, minder vrijuit, er meer vanaf willen zijn.” (R. 6)Wanneer we vroegen hoe ze zich gedragen wanneer ze op een bus of op de trein zitten, merktenwe dat ze meer schroom ondervinden om op te nemen en zich anders zullen gedragen wanneer zeeen gesprek moeten voeren. Sommige respondenten nemen resoluut niet op, terwijl ze dat op eenopenbare plaats wel nog zouden doen. “Ik ga natuurlijk mijn stem wel gedempt houden en geen lange telefoons doen, maar ga ik wel zeker beantwoorden.” (R. 9) A: “Als dat bijvoorbeeld in een straat is, dan zal ik wel opnemen maar als dat op de bus is dan euhm…pak ik gewoon niet op, dan weiger ik dat. V: “En waarom pakt ge da dan ni op?” A: “Omdat niet iedereen dat gesprek moet horen” (R. 12)Een andere situatie waaraan we kunnen merken dat de respondenten op hun privacy gesteld zijn,is de omgang met vertrouwelijke documenten die niet meer geldig zijn. De meerderheid van derespondenten verscheurt de documenten en zal ze dan weggooien of vernietigen ze, vierrespondenten gooien het „gewoon‟ in de vuilbak. 66
  • 74. A: “Het is te zien hoe belangrijk ze zijn. Als het iets van de bank is ofzo, dan probeer ik wel de belangrijke stukken zo goed mogelijk kapot te knippen. Minder belangrijke dingen, die smijt ik zo weg. Zelf gelijk mails enzo, die ga ik wel scheuren vooraleer ik dat wegsmijt, maar als ze echt willen kunnen ze dat nog bijeen zetten enzo. V: “En waarom?” A: “Euhm, moest toevallig iemand erop komen, dat die daar geen zaken mee hebben.” (R. 16) “ik smijt die weg” (R. 11) “Meestal euhm…in de open haard, omdat we geen papierversnipperaar hebben en dan is dat de gemakkelijkste oplossing.” (R. 15)Vroegen we de respondenten of ze hun gordijnen sluiten als ze uit huis gaan, zijn er slechts tweerespondenten die hun gordijnen sluiten of rolluiken naar beneden doen. De andere respondentendoen het niet omdat ze ofwel op een hogere verdieping wonen (R. 6 en R. 10) of omdat ze er nietaan denken. ‟s Avonds zijn er wel meer respondenten die hun gordijnen sluiten.We zien dat de grote meerderheid van de respondenten een klantenkaart heeft en dus zijngegevens vrijgeeft als er een voordeel aan verbonden is, voornamelijk onder de vorm van korting.Drie respondenten hebben geen klantenkaarten, omdat ze er geen interesse in hebben. Éenrespondent is achterdochtig bij het aannemen of aanvragen van klantenkaarten, omdat hij weetwat er met zijn gegevens gebeurt: “Ik weet niet of ik een klantenkaart ga nemen. Ik weet wat met die data wordt gedaan, dus. […] voor die 1 percent korting die ge krijgt, weet ik niet of mijn hele shopgedrag moet geanalyseerd worden door anderen. […] Dan vraagt ge u af: Waarom hebben die mensen databanken aan gegevens wat dat gij koopt.” (R. 4) “Meestal krijgt ge daarmee euhm…korting. Ik probeer ook vaak in dezelfde winkels te gaan winkelen, waardoor ge dan zo kunt opbouwen dat ge korting krijgt. (R. 5) “Omdat dat gemakkelijk is en omdat ze u dan meestal korting van 5 euro ofzo aanbieden, ale, er is altijd wel een actie aan verbonden.” (R. 6) 67
  • 75. In tegenstelling tot klantenkaarten, geeft de meerderheid van de respondenten geen gegevens vrijvoor kortingsbonnen, aan wedstrijden,… in een offline en/of online omgeving. Vijf respondentenhebben geantwoord dat ze hun gegevens wel eens achterlaten in een offline omgeving, terwijl diter vier zijn in een online omgeving. Één respondent daarvan doet het wel op het internet, omdathet gemakkelijk is, de andere respondent heeft eerder toevallig en éénmalig zijn gegevensachtergelaten, “Want die blijven u lastigvallen” (R. 16) V: “En op het internet?” A: “Op het internet doe ik het wel meestal wel” V: “Ja en waarom doet ge het op het internet wel?” A: “Ja dat duurt niet zo lang ge typt alles gewoon snel en euhm…ge moet gewoon dan doorsturen dan krijgt ge ook meestal u korting ook” (R. 10)De overige respondenten staan wantrouwig tegenover het vrijgeven van gegevens op het internet: V: “hebt ge al eens uw gegevens achtergelaten om kortingsbonnen te krijgen? A: Ja ik denk het wel, dat is wel iets voor mij. Ik kan nu niet direct op situatie komen, maar ik zal dat wel al eens gedaan hebben. V: En doet ge dat ook in een online omgeving? A: Nog niet gedaan nee. V: waarom niet? A: Misschien hangt dat vast met het persoonlijke contact dat ge hebt in het gewone leven, minder wantrouwen.” (R. 9) “Via internet […] ik heb dat toch dat ge altijd denkt dat er andere mensen daar ook nog aan kunnen geraken op één of andere manier. Dus euhm…als het gewoon euhm… hardcopy zo geschreven is ga ik dat eerder doen dan als dat zo via het internet is, omdat dat zo ja… Dat er altijd wel ander mensen daar denk ik ook aankunnen.” (R. 13)We hebben echter geen samenhang gevonden tussen mensen die offline gegevens achterlaten enmensen die dit online doen. We kunnen dus niet zomaar concluderen dat wanneer men in eenoffline omgeving gegevens achterlaat, dit automatisch ook doet op het internet. Wel legden de 68
  • 76. respondenten meer nadruk op „minder vertrouwen‟ in een online omgeving wanneer het gaat overgegevens invullen.3.2.3 Hoe vult de respondent het begrip ‘privacy’ in?3.2.3.1 Wat betekent privacy voor de respondent?De respondenten vonden het over het algemeen moeilijk om een definitie te geven aan wat privacyvoor hen inhoudt. Toch is elke respondent, dankzij bedenktijd en doorvragen, er in geslaagd omeen soort begripsbepaling te geven dat bij zijn of haar persoon past. Op basis van de antwoordenvan de respondenten kunnen we een onderverdeling maken tussen respondenten die privacybeschouwen als „controle hebben over hun gegevens en informatie‟ en respondenten die een„fysieke grens‟ koppelen aan privacy. Drie respondenten kunnen we bij beide groepen plaatsen.3.2.3.1.1 Controle over de informatieHierbij plaatsen we vooral uitspraken die in de aard liggen van “dingen die anderen niet moetenweten”, “kiezen welke informatie je deelt met welke personen” als “geheimen hebben”. “het recht om dingen die ge niet wilt delen met de wereld ook voor u te houden.” (R. 14) “mijn persoonlijk recht om mijn gegevens te beheren, dus de dingen te delen met de mensen waarmee ik ze wil delen, snapt ge?” (R. 1) “Euhm…ik denk in de eerste plaats dat privacy iets is dat ge euhm…dinge kunt doen dat andere mensen niet noodzakelijk hoeven te weten. […] Daarnaast denk ik ook dat privacy euhm…een zaak is van ja de gegevens die er bestaan over u, dat ge die voor uzelf kunt houden en enkel met de mensen kunt delen die dat ge wilt da dat weten. Bijvoorbeeld als gij één of andere ziekte hebt, dat ge zelf kunt beslissen van kijk ik wil dat aan iedereen zeggen of ik wil dat enkel mijn dokter en mijn entourage dat weten en de rest heeft daar geen zaken mee. Het recht om daarin te beslissen denk ik dat privacy voor mij zal zijn.” (R. 15) “Dingen die andere mensen niet moeten weten van u” (R. 2) “De kans om eigenlijk, laten we zeggen, geheimen te hebben of te kunnen delen wat ge wilt met wie. Voor mij is dat privacy denk ik. […] en het feit […] dat uw gegevens niet zomaar uitgedeeld worden, maar dat ge dat zelf kunt kiezen.” (R. 6) 69
  • 77. “Euhm, ja dat is dinges die ge graag voor uzelf of binnen uw familie houdt en die losstaan van de buitenwereld eigenlijk […] en dat is zo wat privacy: iets dat ge niet deelt met anderen.” (R. 13)3.2.3.1.2 Een fysieke afbakeningRespondent 6 en respondent 13 hebben privacy ook omschreven als iets „fysieks‟: “Ja, ik weet niet of dat echt onder de term privacy valt, maar bijvoorbeeld het feit dat ge uw huis hebt, dat ge momenten hebt waarop ge alleen kunt zijn, volledig uw ding kunt doen eigenlijk.” (R. 6) “Ik denk dat de enige plaats waar dat ge echt privacy hebt, is bij uw thuis. Ik denk van de moment dat ge naar buiten stapt is alles euhm… meer open.” (R. 13)Met een fysieke omschrijving bedoelen we dus een beschrijving die gaat over „een plek alleen‟hebben of „alleen gelaten‟ worden: “Privacy is dat als ik alleen gelaten wil worden, dat ik alleen wordt gelaten. Ik ben nog euhm… op momenten zeer hard gesteld op het feit om op mijn eigen rustig na te denken.” (R. 4) “uw eigen plekje hebben […] bijvoorbeeld dat uw buren niet in uw tuin kunnen kijken […] ook het feit dat ge weet in Brussel overal in de metro wordt gefilmd, dat vind ik eigenlijk ook niet zo leuk. Of dat ge zo in de lift gefilmd wordt, dus dat is voor mij absoluut geen privacy. […] ale, ik ben heel graag omringd door mensen, maar dat ge soms zo ja, uw eigen zijt zonder dat mensen u storen, dat ge ook weet van kijk, nu ben ik alleen, ik word niet gefilmd en ik ben onbereikbaar op mijn GSM, ik zit niet op Facebook… Dat ge efkes gewoon afgesloten zijt, ja ik heb dat gewoon soms is nodig.” (R. 5)Ook de volgende omschrijving kunnen we bij de twee mogelijkheden plaatsen: A: “privacy is voor mij euhm… een soort van bel rondom mij, een soort van buffer, waardoor mensen niet zomaar in mijn directe omgeving kunnen binnen komen, zowel in het echte leven als in het 70
  • 78. euhm… online leven. […] Dat er een soort van buffer aanwezig is, dat mensen mij niet zomaar kunnen euhm…vastgrijpen ofzo op de één of andere manier. Ik zie het vooral als heel belangrijk, als een soort van hedendaagse vorm om uzelf eigenlijk te beschermen tegenover mensen. V: “Wat bedoelt ge daar juist mee, met dat laatste?” A: “dat mensen niet zomaar euhm…toegang hebben tot u als persoon, dat ge als persoon een zekere veiligheid kunt inbouwen via privacy, dat mensen niet zomaar u kunnen kennen of kunnen weten wie dat ge zijt.” (R. 3)De respondent wilt dat mensen niet zomaar in zijn directe omgeving komen (cf. „eigen plekje‟).Dankzij „zijn buffer‟ bepaalt hij zelf welke mensen hij zogezegd toelaat tot zijn persoon, welkemensen hem mogen kennen of weten wie hij is. Hij gebruikt deze buffer dus als controlemiddel.3.2.3.2 Ervaart de respondent een verschil tussen ‘privé’ en ‘persoonlijk’?Wanneer men over privacy spreekt, spreekt men veelal in termen van „persoonlijk‟ en „privé‟.Daarom leek het ons interessant om te onderzoeken in welke mate de respondenten een verschilervaren tussen deze twee concepten en wat dit verschil dan juist inhoudt.De meeste respondenten ervaren een duidelijk verschil tussen iets dat „privé‟ is en iets dat„persoonlijk‟ is. Enkel respondent 11 ziet geen verschillen in deze concepten.Meer dan de helft van de respondenten is van mening dat wat „privé‟ is met niemand of enkel metde betrokken personen gedeeld kan worden (1). Toch zijn er vijf respondenten die vinden dat hetgedeeld kan worden met familie en/of goede vrienden (2).Persoonlijke situaties of zaken kunnen gedeeld worden met bepaalde personen (3), volgens demeerderheid van de respondenten. Een kleine minderheid zegt hier dat dit met niemand gedeeldkan worden (4). „Persoonlijk‟ wordt bij de meesten ervaren als iets „gevoelsmatig‟ (5).Hieronder enkele indrukken: “Ik vind zo bijvoorbeeld persoonlijk is iets da ik euhm… niet aan iedereen zou zeggen, maar zeker wel aan mijn beste vrienden (3). Terwijl dat euhm… privé lijkt mij… is voor mij persoonlijk meer iets dat binnen gesloten deuren blijft. Alleen maar euhm…de mensen die daarmee betrekkingen hebben aangaat maar voor de rest echt niemand, zelfs niet vrienden (1).” (R. 7) “uw persoonlijke dinges kunt ge meedelen aan de mensen (3) maar privé kunde niet delen (1). Bijvoorbeeld als ge naar de dokter gaat ofzo, dat kunt ge niet delen.” (R. 10) 71
  • 79. “Privé zou dan bij mij nog dingen die enkel familie en goede vrienden weten horen (2). En persoonlijk zijn dingen die ik nog liever voor mijzelf hou. (4)” (R. 4) “Ik denk da privé meer iets van bezit is terwijl persoonlijk gaat eerder om diegene die ge zijt, dus persoonlijk eerder qua euhm…gevoelens. (5)” (R. 2) “Voor mij privé, zaken die privé zijn, die … dat is niet zo erg als mensen die te weten komen (2) of hoe zegt ge dat. Terwijl de dingen die ge dan meer persoonlijk invult, dat is meer iets gevoelsmatig (5), dat is meer persoonlijk eh ja. Ale dat is moeilijker en ambetanter vind ik om te delen met anderen (4).” (R. 8) “Privé echt echt voor u eigen, echt echt alleen voor u en persoonlijk voor uw besloten kring, waar ge vanuit gaat dat die dat ook niet doorvertellen.(1)” (R. 14) “Verschil tussen privé en persoonlijk? Ja, dat is wel een moeilijke vraag. Als ik het zo hoor, zou ik eerder zeggen: privé is echt iets wat dat ge voor uzelf wilt houden (1), wat dat strikt genomen echt alleen voor u persoon is […] en dat ge bij persoonlijk zelf beslist van kijk die personen mogen dat weten (4), hebben daar zeggenschap in en privé is echt ja voor u alleen.” (R. 15) “Persoonlijk, dat is echt zoiets van u euhm… dat is ook een gevoel en iets is persoonlijk van u en dat staat heel dicht tegen u (5)” (R. 5)„Privé‟ en „persoonlijk‟ worden dus door iedere respondent anders ervaren, waardoor we ook geenvaststaande definitie aan deze concepten kunnen geven.3.2.3.2.1 Persoonlijke gegevens vs. privé-gegevensDe analyse van dit topic verliep heel moeizaam. Dit kwam omdat de meeste respondenten tijdenshet interview antwoorden gaven die in eerste instantie niet als „gegevens‟ konden beschouwdworden. Wij doelden nl. op „persoonsgegevens‟, zoals naam, adres, leeftijd, telefoonnummer, Gsm-nummer, e-mail,… Vele respondenten somden andere zaken op, waardoor we verplicht waren om 72
  • 80. de persoonsgegevens215 op te sommen, zodat de respondenten ze konden verdelen over „privé‟ en„persoonlijk‟. Daarom hebben we alle antwoorden, zowel de spontane antwoorden van derespondent als de opgesomde persoonsgegevens, in een schema gegoten en getracht om vanuit ditschema conclusies te trekken216. Aangezien het in de context van deze thesis belangrijk is te wetenhoe de respondenten denken over „persoonsgegevens‟ hebben we hier ook de nadruk op gelegdtijdens de interpretatie van het schema.De meerderheid van de respondenten is van mening dat privé-gegevens niet gedeeld mogenworden of dat dat gegevens zijn die je niet met iedereen deelt. Wat deze meerderheid als „privé-gegevens‟ beschouwt, is niet vaststaand. Zowel contactgegevens als gegevens van de dokter, debank, pincodes & wachtwoorden,… worden als privé beschouwd. Maar, door andere respondentenworden deze gegevens dan weer als persoonlijk beschouwd. Net zoals bij de beschrijvingen van deconcepten „privé‟ en „persoonlijk‟ is er dus niet echt consistentie in het definiëren van persoonlijkeen privé-gegevens. Toch is de meerderheid van de respondenten van mening dat contactgegevenszoals adres, GSM-nummer, telefoonnummer en e-mailadres gedeeld mogen worden, al dan nietgecontroleerd. Gegevens van de bank, de dokter, wachtwoorden en pincodes worden liever nietgedeeld.Hieronder twee citaten waaruit duidelijk blijkt dat iedereen een andere invulling geeft aanpersoonlijke gegevens en privé-gegevens: “Persoonlijke gegevens zou ik dan euhm…ja mijn verslagen van bij de dokter ofzo of ziektes die ik al heb gehad ofzo dat zou ik meer onder persoonlijke gegevens en privé gegevens zijn de dingen pff euhm…zoals uw adres of uw gsm nummer waarover ge zelf controle wilt hebben aan wie ge ze geeft.” (R. 1) “Persoonlijke gegevens, dan denk ik direct aan euhm… adres, naam, geboortedatum, dingen die eigenlijk niet iedereen zomaar spontaan van u weet, maar die wel alé in mijn ogen, die ge kunt delen met andere mensen […] Terwijl privé gegevens zijn voor mij eerder euhm…dingen als hoeveel keer ben ik vorig jaar naar de dokter gegaan en voor wat. Euhm…ja van die zaken euhm…hoeveel geld heb ik op mijn bankrekening staan, dat zijn voor mij echt privé gegevens. Dat euhm… wat dat niet iedereen zomaar zaken mee heeft.” (R. 15) “Privégegevens zou ik eerder zeggen: uw naam, uw geboortedatum,… zo een dingen… dat gaat ge niet zomaar aan iedereen zeggen. En persoonlijke gegevens zijn eerder gegevens die215 We bedoelen hiermee de persoonsgegevens die op de website van de privacycommissie staan:www.privacycommission.be216 Bijlagen cd-rom: mapje „resultaten‟ - 2 73
  • 81. ge hebt van de bank, doktersdingen, eerder zo een dingen… […] Privé, da zijn allemaal dingen die ge op internet terugvindt, dus da zijn ni echt persoonlijke dingen he.” (R. 8)3.2.3.3 Inbreuk op de privacyOok hier kunnen we de uitspraken van de respondenten verdelen over twee soorten meningen:„het onvrijwillig doorgeven van hun gegevens‟ of „een indringing‟. Deze indringing kunnen zowelpersonen, als bedrijven zijn en kan zowel fysiek zijn als via mail of post. Éen respondent maakt eencombinatie van de twee mogelijkheden: “Dat ze uw gegevens dan gewoon euhm… aan iedereen delen, bijvoorbeeld uw adres ofzo, dat ze dat gewoon aan iemand doorgeven ofzo en dat ze dan gewoon u komen storen ofzo dat vind ik dan wel… Niet alé als ze het geven als ze der niks mee doen, dan stoort da mij niet eh, maar als ze mijn adres dan nemen en dat ze dan constant zitten storen.” (R. 10) “Als mensen aan gegevens komen waarvan ik niet wil da ze ze hebben.” (R. 1) “De dingen waarvan ik vind, waarvan ik persoonlijk vind, dat die persoonlijk zijn. Das algemeen gezegd. Dus als die gedeeld worden…Als dat openbaar gemaakt wordt, of doorverteld wordt of op een of andere manier in de wijde wereld wordt ingestuurd… […] Omdat dat persoonlijke dingen zijn. Dat is echt moeilijk om uit te leggen. Omdat dat persoonlijke dingen zijn die ge liever voor u houdt en niemand heeft daar zaken mee.” (R. 8) “Ik zou het bvb heel raar vinden om een telefoontje te krijgen van een bedrijf dat al mijn gegevens heeft en mij ook aanspreekt als ja, u bent toch Elke B. vanuit Brussel blablabla... en dan zitten we ook alweer binnen die telefoon. Want via e-mail is dat minder. Het is zo meer het directe contact waarmee dat mensen u confronteren met uw gegevens dat ge niet weet wie dat die gedeeld heeft met hun.” (R. 9) “Wanneer dat mensen er gewoon in binnendringen zonder dat ik het toelaat, denk ik. En dat kan op alle niveaus zijn eh, dat kan iemand zijn die in uw huis binnenbreekt, dat kan zijn iemand die u hackt, maar dat kan evengoed iemand zijn die euhm…emotioneel als gij emotioneel zwak zijt ofzo of ik weet niet, gewoon misbruik van maakt om daar zelf beter uit te kome.” (R. 11) 74
  • 82. “Ongevraagde indringing in mijn persoonlijke omgeving.” (R. 14)3.2.4 Privacy op het internetVoor de meeste respondenten houdt privacy op het internet ook in dat hun gegevens niet zomaarworden doorgegeven, dat zij er nog steeds controle over hebben. Anderen vinden het belangrijkdat hun activiteiten op het internet niet gevolgd worden, dat ze niet „bekeken‟ worden. “Ten eerste, dat mensen kunnen zien dat ge op een site zit. Dat vind ik een inbreuk op privacy euhm… dan euhm… ja ten tweede, zo het euhm… ik weet niet wat dat er allemaal van waar is, maar zo het feit dat ze zogezegd, dat ze u websites zouden onthouden.” (R. 7) “Ook hetzelfde met die gegevens. Als ge op internet zijt, dat die voor u blijven en dat die niet zo worden doorgespeeld en weet ik wat dat ze er allemaal mee doen. En da gij ja hetzelfde, dat gij euhm…controle hebt over uw zaken en gegevens en niet de mensen die achter die sites zitten en weet ik wat allemaal.” (R. 12)Éen respondent was zeer duidelijk wanneer het over privacy op het internet ging: “ik denk gewoon: iedereen dat op internet gaat, moet gewoon beseffen dat er gewoon bijna geen privacy is op internet […] uw internet provider weet waar dat ge mee bezig zijt, dus elke site dat ge bezoekt, wordt opgeslagen. Dus ge moet gewoon beseffen, als ge online gaat, dat er eigenlijk zo goed als geen privacy is.” (R. 3)3.2.4.1 Wat wordt er gedaan om de privacy op het internet te waarborgen?Vier respondenten hebben aangegeven dat ze niets speciaals doen om hun privacy te beschermenop het internet, “want ik heb niet zoveel online staan van mij.” (R. 16)De overige respondenten gebruiken heel wat tactieken om hun privacy zo goed mogelijk tewaarborgen op het internet. Bepaalde respondenten denken na over de websites die ze bezoekenen zullen bewust websites niet bezoeken. Andere respondenten proberen anoniem te blijven doorniet hun echte naam te gebruiken of een vals e-mailadres in te vullen. “ik denk toch na over op welke sites da ik ga enzo. Maar als ik gegevens moet invullen en er staat bij van bijvoorbeeld u telefoonnummer dat moet ge niet invullen, dat is niet verplicht, dan 75
  • 83. doe ik dat ook allemaal niet. Gewoon zo de verplichte dingen doe ik, maar alles wat dat niet verplicht is, da doe ik sowieso al niet.” (R. 12) “Vroeger, als ik zo op euhm… Netlog zat, dan was dat nooit mijn naam, dat was altijd zo euhm…een bijnaam.” (R. 5)3.2.4.2 Wordt privacy op het internet anders ervaren in vergelijking met een offline omgeving?Net zoals we eerder hebben aangetoond (cf. het vrijgeven van gegevens op het internet) legt ookhier de meerderheid van de respondenten minder vertrouwen in het internet, wanneer het overhun privacy gaat. “Ik denk dat ge op internet, ik dan toch, veel sceptischer ben. Veel meer afwachtend en ik heb meer signalen nodig dat het te vertrouwen is aan wat dat ik mijn gegevens geef dan in real life. Ik denk als ge zo echt face to face met iemand praat en gegevens uitwisselt, dat is […] voor mij veel meer vertrouwelijker dan via internet op een scherm van het één scherm naar het ander. Dus ja, ik spring daar wel anders mee om en zie dat ik voorzichtiger ben.” (R. 15) “Op het internet komt ge eigenlijk zo goed als iedereen, mensen van over de hele wereld tegen, terwijl in uw eigen omgeving, de mensen die zien u, maar het is niet door mij te zien da ze vanalles kunnen weten over mij. Waar dat ik woon, het is niet dat er een ticket op mijn hoofd plakt. Terwijl ja, online kunt ge zoeken en dat kunt ge gewoon in het echt eigenlijk niet.” (R. 2)Andere respondenten hebben dan weer het gevoel dat ze nonchalanter omspringen met hunprivacy op het internet. “Ja misschien, misschien dat ge online er toch onbewust wat nonchalanter mee omspringt. Ge zit thuis alleen voor uw computer en ge zwiert het maar op internet zogezegd, en ge denkt van het zal wel geen kwaad kunnen, maar dat het nog rapper kwaad zou kunnen dat ge denkt eigenlijk.” (R. 16)Twee respondenten zijn van mening dat er geen verschil is tussen privacy op het internet enprivacy in het dagelijkse (offline) leven. 76
  • 84. “Het komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer eh. Ge hebt een aantal dingen die ge voor uw eigen wilt houden en ge hebt een aantal dingen die ge met de buitenwereld deelt. Dat is zowel met het internet zo als euhm…als in een gewone omgeving zo. Dus nee ik denk dat daar geen verschillen in zijn.” (R. 13)3.2.5 Facebook3.2.5.1 In hoeverre maakt de sociale netwerksite Facebook deel uit van het dagelijkse leven van de respondent?Uit de interviews blijkt dat Facebook toch wel een belangrijk deel uitmaakt van het dagelijkse levenvan de respondenten: alle respondenten melden zich minstens één keer per dag aan. De meestenzijn minder dan 15 minuten aangemeld, een kleine minderheid is een halfuur tot een uuraangemeld. De respondenten die gedurende een korte tijd aangemeld zijn, kijken snel welkenieuwtjes er op het prikbord staan, terwijl diegene die langere tijd op Facebook spenderen ookchatten of met andere dingen bezig zijn die niet gerelateerd zijn aan Facebook. “Toch een halfuur ofzo. Ondertussen ben ik wel dingen aan het opzoeken ofzo, ik ben bijna nooit alleen op Facebook.” (R. 1) A: “Toch dagelijks.” V: “Hoe lang duurt zo een Facebooksessie dan?” A: “Niet lang, dat is 5 min. Dat is eens naar uw meldingen kijken, de eerste 3 berichten op het prikbord zien.” “Als ik op Facebook ga, dan kijk ik ook wel wie dat er online is op de chat. Dus soms kan dat een uur duren, maar soms is dat ook maar 5 minuten.” (R. 12)Twee respondenten vinden dat Facebook te veel van hun tijd in beslag neemt: “Vaak. Veel te vaak zelfs, dagelijks 3 keer zeker. Veel te veel.” “Ik denk dat ik zo één lange sessie heb van ongeveer 20 minuten en dan de 2 andere keren zijn echt 5 minuutjes ofzo, efkes ne keer nakijken.” (R. 3) A: “Kwartierke, halfuurke? Valt te zien... […] Maar het is wel altijd langer dan dat ik wil. V: “En hoe zou dat komen?” 77
  • 85. A: “Omdat ge de hele tijd geprikkeld wordt he. […] Ge wordt eigenlijk nieuwsgieriger dan dat ge van aard zijt.” (R.9)3.2.5.2 Redenen waarom de respondenten Facebook gebruikenDe voornaamste redenen waarom de respondenten op Facebook zitten zijn:contact/communiceren, de evenementenkalender/verjaardagskalender en op de hoogte blijven vanwat vrienden doen. Elke respondent haalde minstens één keer één van bovenstaande redenen aan. “Om dingen te weten te komen over andere mensen die euhm… die daar iets opzetten ofzo euhm…om foto‟s te bekijken van één of ander evenement dat plaats gevonden heeft en waar dat ge zelf bij betrokken waart. Euhm… om contact te zoeken met andere mensen en om te kijken of dat er euhm…iets te doen is de komende dagen dus voor evenementen. Euhm… om op de hoogte te blijven van verjaardagen dat ge niemand euhm…verjaardag vergeet.” (R. 13) “Omdat het voor sommige dingen heel handig kan zijn, zoals euhm... een vriendin heeft bijvoorbeeld geen Facebook en als ik dan vraag of ze naar dat feestje gaat of die gebeurtenis om het zo te zeggen, dan weet die nooit van iets. Tegenwoordig is dat eigenlijk zo de manier van communiceren. Of zo fotos die op een feestje getrokken worden, die kunt ge dan later op Facebook zien. Dus ja voor de handigheid eigenlijk algemeen.” (R. 6) 217 “Contact houden met vrienden, informatie delen, bepaalde afspraken maken, evenementen ook, ge weet direct wat er te doen is.” (R. 8) “Om eens te checken. Maar meestal zo gelijk evenementen enzo, tegenwoordig, als ge het niet van Facebook leest, dan weet ge gewoon niet meer dat het geweest is he. Dus vooral dat.” (R. 16)De populairste activiteit op Facebook is „foto‟s kijken‟, zelf foto‟s plaatsen of delen gebeurt minder.Ook de chatmogelijkheid op Facebook wordt door veel respondenten gebruikt. Op de vraag of zeook hun status updaten werd vooral in termen van „weinig‟ gesproken. De respondenten voelenniet echt de nood om hun status te updaten of zijn van mening dat niet veel mensen daar eenboodschap aan hebben. “Ik heb daar geen nood aan om bepaalde dingen te delen met de mensen.” (R. 8)217 “Sommige mensen vragen bepaalde dingen en dan antwoord ik daar op” 78
  • 86. “Ik ben niet iemand die ja... ik denk ook wel vaak na dan van wie kan dat allemaal lezen en dan denk ik ook van ale ja er is maar een kleine groep dat daar een boodschap aan heeft, dus de dingen die ik ga posten dat is meer van jeej, ik heb mijn diploma ofzo of nee, zelf niet, dat heb ik niet gedaan. Wat ik wel overlaatst gepost had was dat ze in mijn auto hadden ingebroken, omdat ik zo bumped was en ik moest dat echt kwijt en dat heb ik dan wel gepost. Liedjes post ik ook wel vaak. En soms ook op andere mensen hun profiel.” (R. 9) “Ik vind dat ook niet belangrijk om… Mensen moeten niet weten waarom dat ik euhm… daarjuist naar de bakker ben geweest enzo. Ik vind dat ook niet belangrijk genoeg om te delen. Als ik zo een liedje post, dan ben ik zo wauw, dat is keigoed, ik vind dat de wereld dat moet weten.” (R. 11)Ook het „liken‟ is een favoriete bezigheid van de respondenten. Meer hierover in het onderdeel„vind ik leuk‟.Een schema van de voornaamste activiteiten is te bekijken via de bijlagen 218.3.2.6 Omgang met privacy op FacebookVoor dit onderdeel houden we geen rekening met het interview van respondent 2, aangezien zijhaar Facebookprofiel zij ons verteld had dat ze haar profiel verwijderd had na haar negatieveervaring op Facebook. Hierdoor was het niet mogelijk om haar antwoorden te verifiëren met haarprofiel. Uiteindelijk bleek dat ze haar interview gedeactiveerd had en niet verwijderd.We hebben een overzicht gemaakt van alle informatie die de respondenten vrijgeven. Dit is tebekijken via de bijlagen219.3.2.6.1 Welke informatie wordt ingevuld en gedeeld met welke mensen?Voor dit onderdeel hebben we steeds eerst gepeild naar wat de respondenten denken te wetenover hun privacy-instellingen en daarna hebben we geverifieerd of hun perceptie klopt met dewerkelijkheid. Dit hebben we gedaan door samen het profiel en de privacy-instellingen teoverlopen.218 Bijlagen cd-rom: mapje „resultaten‟ - 3219 Zie bijlagen cd-rom: mapje „resultaten‟ - 4 79
  • 87. Alle antwoorden die de respondenten hebben gegeven op de vraag welke informatie op Facebookze hebben ingevuld, hebben we samengevat in bovenstaand schema. Daaruit kunnen we volgendezaken vaststellen:  De meeste respondenten hebben toch redelijk wat informatie ingevuld. De informatie die het meest voorkomt bij alle respondenten is werk/studies, geboortedatum, activiteiten en interesses (= alles dat ze hebben aangeduid met de vind-ik-leuk-knop), de relatiestatus, e- mail en geslacht. Ook elke respondent heeft een profielfoto waar hij of zij herkenbaar opstaat.  Er zijn slechts twee respondenten die helemaal correct weten welke informatie ze hebben ingevuld.  Een grote meerderheid wist niet dat de activiteiten en interesses die ze „leuk vinden‟ door middel van op de „vind-ik-leuk-knop‟ te drukken, opgelijst worden en zichtbaar zijn op hun informatiepagina.  Ook van de weergave van het e-mailadres was bijna geen enkele respondent op de hoogte. Enkele respondenten hiervan waren niet akkoord met het feit dat Facebook dit standaard vrijgeeft en hebben na het interview gevraagd hoe ze dit kunnen verwijderen. V: uw e-mail adres A: Dat wou ik niet, oei V: Waarom wilt ge dat niet? A: […] ik gebruik mijn e-mail adres voor totaal andere zaken als Facebook en dat moet elkaar niet raken eigenlijk. V: Wat vindt ge daar nu van dat dat daar wel op staat? A: Ik vind dat stom, […] Dat e-mail adres dient niet om euhm…mijn 423 mensen mij e-mails te laten sturen. (R. 11) A: Dat e-mail adres, da wist ik niet. Staat dat erop? Da wist ik niet […] Stof om na te denken… V: Waarom is dat stof om na te denke? Uw e-mail adres bedoelt ge? A: Ja, […] omdat ik e-mail adres… dat is toch… pff… ik probeer dat alleen maar te gebruiken voor belangrijke en nuttige zaken. En als ge dan mensen hebt dat beginne mailen zoals Facebook… Ja dat is niet zo leuk alé dat is niet de bedoeling. V: Oké gaat ge da dan uitvinken nu? A: Euhm…ja ik heb ja ja misschien wel ja (R. 15)Een kleine meerderheid weet hoe zijn of haar privacy-instellingen ingevuld zijn. Dit staat aangeduidmet de groene woorden in het schema. De rode woorden tonen aan dat de respondent eenverkeerd antwoord geeft, waarbij de verbetering telkens onderaan staat. Toch kunnen wevaststellen dat er weinig respondenten zijn die echt zeker zijn van deze instellingen. Dit kunnen we 80
  • 88. merken aan het feit dat velen antwoorden met „ik denk‟, „ik veronderstel‟ „normaal gezien‟ en „ik gaer van uit‟.3.2.6.2 Persoonlijk en privé op FacebookOok voor zaken die als persoonlijke of privé beschouwd worden op Facebook, vinden we geenconsistentie terug in de begripsbepaling van de respondenten. De informatie die op het profielterug te vinden is van de respondenten wordt dus zowel als privé beschouwd als persoonlijk,afhankelijk van de respondent. Wel geven enkele respondenten aan dat ze foto‟s persoonlijkervinden.Ook hier ondervonden we dat de respondenten het moeilijk vonden om te antwoorden op de vraagwat ze als privé en persoonlijk beschouwen op Facebook.3.2.6.3 Omgang met „friends‟3.2.6.3.1 Aantal „friends‟Ondanks het feit dat velen weten hoe hun privacy-instellingen ingevuld zijn, zijn de meesterespondenten zich niet bewust van het aantal „friends‟ in hun vriendenlijst. De ene respondent isdichter in de buurt van het werkelijk aantal „friends‟ dan de andere. Dat kunnen we zien involgende grafiek: Denkbeeldig aantal friends vs. reëel aantal friends 900 800 700 600 500 400 300 Aantal 200 100 0 R R R R R R R R1 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 10 11 12 13 14 15 16 denkbeeldige aantal 270 550 165 370 300 400 200 300 340 400 430 170 725 500 350 friends reëel aantal friends 306 491 158 483 294 478 229 481 359 436 439 560 769 578 463Figuur 15: Denkbeeldig aantal „friends‟ vs. reëel aantal „friends‟Sommige respondenten weten wel ongeveer hoeveel vrienden ze hebben. Dit kan komen door hetfeit dat ze net „friends‟ hebben verwijderd uit hun vriendenlijst of hier wel bewust mee omgaan (bijhet accepteren van „friends‟ bijvoorbeeld). Anderen, zoals respondent 13 220, houdt zich helemaalniet bezig met het aantal „friends‟ dat hij heeft:220 Respondent aanvaardt enkel mensen als „friend‟ als hij ze kent 81
  • 89. V: ge hebt 560 vrienden A: 560? Ja, ik dacht dat ik er maar 170 had V: Dat is het drie dubbele van wat jij gezegd hebt A: Ik hou dat echt niet bij, ik weet dat niet ja pff V: Hoe zou dat komen, denkt ge? Dat daar zo een groot verschil tussen is? A: Euhm…de laatste keer dat ik daar denk ik naar heb gekeken was dat zoiets en nu is dat ineens verviervoudigd ofzo… […] Ik hou het gewoon echt ni bij. (R. 13) A: Hm ik heb er 481, dat is er wel zwaar naast. V: Hoe zou dat komen denkt ge? A: Ik ben daar blijkbaar niet zo mee bezig, met het aantal. V: Waarom ben je daar niet mee bezig? A: Omdat dat maar een getal is. (R. 9) V: 229 vrienden, dat is goed dichtbij. Hoe komt dat, denkt ge? A: Weet ik eigenlijk niet. Omdat ik wel rekening houdt wie ik toevoeg als vriend. Ik vraag ook zelf geen vriendschapsverzoeken aan bij iedereen. Bijna niet eigenlijk. Dus ik denk dat ik daarom ook echt weet wie dat dat zijn. (R. 8)3.2.6.3.2 Vrienden accepterenEen grote meerderheid van de respondenten aanvaardt enkel vriendschapsverzoeken van mensendie ze kennen. „Kennen‟ kan hier ruim gedefinieerd worden: ook mensen die ze pas de avondervoor ontmoet hebben of enkel kennen „van het zien‟, worden geaccepteerd. “Altijd mensen dat ik ken of bijvoorbeeld ook gewoon juist ontmoet de avond ervoor.‟ (R. 11) “Ik ga daar wel ver in euhm… zelfs mensen die ik eigenlijk gewoon op de bus zie en ja die accepteer ik ook zeker Euhm… het gaat zelfs verder als kennissen. Zelfs mensen die ge van gezicht kent.” (R. 7) “Als ik ze ken en ik weet dat ik ze binnen het jaar wel nog eens kan tegen het lijf lopen, dan zeg ik ja. Maar er zijn echt mensen die zo vrienden maken om vrienden te maken, die ge zo kent van ik heb daar al over horen praten. Die mensen zet ik, zeg ik neen, laat maar.” (R. 4) 82
  • 90. “In begin was dat iedereen, dat maakte mij niet uit of dat ik die nu kende of niet. Maar als er nu mensen mij toevoegen, dan kijk ik toch wel eerst of dat ik die wel ken. […] Ik wil alleen maar de mensen die iets met mij te maken hebben of een band hebben. Alleen die mensen wil ik dat die mijn foto‟s zien en de rest zo ja die onbekenden, die moeten dat allemaal niet zien.” (R. 12)Twee respondenten hebben er geen probleem mee om iedereen te accepteren, toch heeft één vandeze twee respondenten enkele weken voor het interview een grote „defriending‟-actieondernomen. “In principe zou ik iedereen accepteren, maar ik moet toegeven dat ik overlaatst met mensen bezig was te deleten, ook gewoon mensen dat ik denk euhm…of die dan niks met mijn leven te maken hebben.” (R. 3)De andere respondent aanvaardt iedereen, omdat hij geen nee durft te zeggen: A: Ik ben daar eigenlijk redelijk soepel in, omdat ik merk dan dat ik niet durf te zeggen van nee ge moogt mijn vriend niet zijn. Zelfs mensen dat ik echt niet zo goed ken. V: En mensen die ge echt niet kent? A: Ik heb dat al gedaan ja (R. 15)3.2.6.4 Hoe gaat de Facebookgebruiker om met zijn privacy op de sociale netwerksite en welke acties onderneemt hij om zijn privacy te waarborgen?We nemen deze twee vragen samen, omdat we uit het antwoord op de tweede vraag kunnenafleiden hoe de respondent omgaat met zijn privacy op Facebook.Zoals we aantonen in het overzicht met alle info die de respondenten vrijgeven 221 , weet demeerderheid van de respondenten hoe hun privacy-instellingen ingesteld zijn. De meerderheid vande respondenten geeft aan dat ze hun privacy op Facebook willen verzekeren door hun privacy-instellingen zo goed mogelijk in te stellen. Ook „letten op wat je schrijft en post‟ is een vaakterugkomend antwoord op deze vraag. Een respondent is helemaal niet bezig met zijn privacy-instellingen: V: Hoe is je privacy ingesteld? A: Euhm, geen flauw idee. Euhm ik ga ervan uit dat alles open staat. Dat alles voor iedereen open staat en euhm ik doe niet de moeite om daar iets anders aan te maken.221 Zie bijlagen cd-rom: mapje „resultaten‟ - 4 83
  • 91. V: En waarom niet? A: Omdat wat er nu op staat iedereen mag weten […] een paar maanden voor ik ga solliciteren euhm smijt ik dat er gewoon af. (R.4) V: zijn er dingen die ge doet euhm…om uw privacy op Facebook te verzekeren? A: Ja enkel dus die instellingen, liefst zo veel mogelijk alleen vrienden. En ja zelf gewoon zelf beslissen wat dat ik er op zet, twee keer nadenken. Maar ja, aangezien ik […] aan eh banale statussen doe, ziet iedereen gewoon dat ik op zondag naar de dierentuin ga en van die dingen. Dat mogen ze weten zeker, het is geen schande. (R. 14)Enkele respondenten geven ook aan dat ze bewust enkele fotoalbums gedeletet hebben en defoto‟s nakijken die „getagged‟ zijn. “die privacy instellingen sowieso en foto‟s er af halen soms en niet zomaar ongehoorde uitspraken doen, proberen van niet zomaar zotte dinges te zeggen, wat dat ik vroeger wel deed. Dat probeer ik nu bewust wat te vermijden. […] Omdat er zoveel mensen vriend zijn bij mij en niet iedereen kan die uitspraak even goed plaatsen en dan wil ik niet dat mensen een verkeerd beeld krijgen van wat dat ik doe of wie dat ik ben.” (R. 3) “Sommige albums worden dan gecensureerd. Sommige berichten, alé eigenlijk bijna al mijn berichten, worden via de inbox geregeld en sommige albums zijn voor enkele vrienden zichtbaar, andere albums voor iedereen. En ik check wel welke fotos er „getagged‟ worden van mij en als het mij niet aanstaat doe ik die tag weg.” (R. 9)Één respondent geeft aan dat ze, door dit interview te doen, het gevoel heeft dat haar omgang metprivacy niet helemaal is zoals het moet zijn: “ik heb nooit echt iets op Facebook gezet dat niet iedereen zou mogen zien dus … [...]ik denk dus, als ik mijzelf zo hoor praten, merk ik wel da ik zo bijvoorbeeld dingen in mijn status dat ik dat ni doe, dus vrij goed maar ja, ik ben niet genoeg op de hoogte van privacy instellingen.” (R. 7) 84
  • 92. 3.2.6.5 Omgang met privacy-instellingenUit het overzicht met alle info die de respondenten vrijgeven 222, kunnen we afleiden dat er drierespondenten zijn dat gebruik maken van de standaard privacy-instellingen. Deze respondentenhebben hun instellingen dus niet bekeken of veranderd sinds hun registratie op Facebook. Anderenhebben hun instellingen slechts één keer herbekeken en veranderd, al dan niet met hulp. Wanneerde instellingen veranderd worden, worden ze strenger gemaakt. Dit wil zeggen dat men van meeropenheid naar minder openheid gaat, bijvoorbeeld: van „iedereen‟ naar „vrienden‟. A: Omdat die vriendin mij daarvoor waarschuwde en dan besefte ik dat ik wel is moest gaan nakijken wat dat voor wie zichtbaar is. V: En moest die vriendin dat nu niet gezegd hebben, herbekijkt ge uw privacy instellingen geregeld na of niet? A: Neen, dat komt eigenlijk niet in mij op. V: Hoe komt dat? A: Omdat ik veronderstel dat ik dat 1 keer heb aangepast en dan is dat dus in orde. (R. 6) A: Vroeger deed ik dat nooit, maar nu heb ik het ja één keer een keer bekeken en veranderd. V: En waarom hebt ge het herbekeken? A: Omdat ik toch wel wou nakijken op wat dat dat eigenlijk stond bij mij. En dat stond allemaal op iedereen of ik weet het niet meer wat dat het was, dus ik dacht van ola dat moet ik hier veranderen V: En dan hebt ge alles veranderd naar „alleen vrienden‟? A: Ja (R. 12) “Veel te weinig euhm… nu een maand of twee geleden heb ik die „alleen vrienden‟ ingesteld en eigenlijk sinds dan niks meer. […] eigenlijk spring ik daar wel laks mee om.” (R. 1)Anderen herbekijken hun instellingen regelmatig, maar dit wil niet zeggen dat hun instellingen elkekeer aangepast worden. “Eigenlijk gewoon elke keer als er terug zo een artikelke over verschijnt, dan ga ik is kijken.” (R. 14) V: Hoe vaak herbekijkt ge uw privacy instellingen? A: Ik denk twee keer per jaar V: En hebt ge die al eens veranderd?222 Zie bijlagen cd-rom: mapje „resultaten‟ - 4 85
  • 93. A: Ja euhm…ik maak dat eigenlijk alleen maar strenger en strenger, iemand heeft wel getoond hoe dat ge dat moest doen. (R. 5)De navigatie naar de pagina waar men de privacy-instellingen kan aanpassen, verloopt bij demeeste respondenten zonder problemen. Ook de gebruikers die hun instellingen nog nooit hebbenveranderd, geraken vlot op de juiste pagina. Slechts een kleine minderheid geraakt pas na watzoeken en enkele „clicks‟ op de pagina van de privacy-instellingen. We hebben geen enkelerespondent de weg moeten wijzen.3.2.6.6 Privacy-beleidGeen enkele respondent heeft het privacy beleid gelezen en kent het bijgevolg niet. Devoornaamste redenen waarom ze het niet lezen is omdat ze denken dat het een lange, saaie tekstis. “Dat is een keilange tekst zeker, dat lees ik niet. Dat is gewoon saai. Dat is wel allemaal heel serieus, wat daarin staat, maar ge komt niet op Facebook om serieuze dingen te doen.” (R. 11) “Ik heb dat waarschijnlijk aangevinkt, maar ik heb dat niet gelezen nee, omdat dat waarschijnlijk en lange, saaie tekst is.” (R. 5)Wanneer we uitleggen aan de respondenten dat in dit privacy beleid alles staat uitgelegd overFacebook en wat er gebeurt met de gegevens, zijn er toch enkele respondenten die kritiek leverenop hoe Facebook dit privacy beleid bekend maakt. “Waarschijnlijk heb ik vroeger zo wel eens iets aangeklikt van ik accepteer dat, maar misschien zou er toch continu een knop moeten zijn en dat ze als ze veranderingen doen dat ze die update dan doorsturen.” (R. 6) “Ik vind dat Facebook duidelijker moet weergeven waar dat ze euhm…mee bezig zijn en ik vind ook euhm…dat de privacy instellingen duidelijker moeten gecommuniceerd op hun site euhm… mensen bewust maken van het feit da ze gegevens delen, dat andere mensen die kunnen zien. (R. 3)3.2.6.7 ApplicatiesDoor het feit dat niemand het privacy beleid gelezen heeft, waren er ook niet veel respondenten opde hoogte van wat er gebeurt met de gegevens op Facebook wanneer ze een applicatie 86
  • 94. downloaden. De respondenten die dit wel wisten, waren echter niet correct of helemaal op dehoogte. “Absoluut geen idee (over de gegevens die hij vrijgeeft wanneer hij een applicatie downloadt). Dat vragen ze wel altijd eh ik wil toegang krijgen tot u profiel euhm… En dan veronderstel ik alle gegevens dat op het profiel staan?” (R. 15) “Hoogstwaarschijnlijk uw foto, uw leeftijd en alles wat bij iedereen staat hoogstwaarschijnlijk he ja.” (R. 4)Ook wanneer „friends‟ een applicatie downloaden, wist men niet dat er dan gegevens doorgespeeldworden. Slechts één respondent was hiervan op de hoogte, omdat ze het onlangs in de krant hadgelezen. Sommige respondenten waren dan ook „geschokt‟ toen ze vernamen dat hun gegevensdoorgegeven werden via hun „friends‟. Bij sommige respondenten kunnen we hier het „controleover gegevens‟-aspect (zie eerder) koppelen: “Dat vind ik schandalig en dan vind ik dat dat ook bijlange niet duidelijk genoeg gemaakt wordt. Want dat is zelfs niet meer gij dat besluit om een spelletje te spelen en daardoor informatie deelt, dat is iemand anders dat dat besluit.” (R. 1) “Dus die vrienden dat ik allemaal heb, als die een applicatie doen, dan worden mijn gegevens ook vrijgegeven? Zie maar dat is allemaal rgoo… Dat is nog een nadeel aan Facebook dan eh! Dus ge hebt daar helemaal geen controle over. Dus gij moet dan eigenlijk beginnen zeggen tegen u vrienden: speelt geen spelletjes want of applicaties want…” (R. 12) “Dat is echt degoutant. […] Maar toch enkel wat dat ingesteld is bij mijn vrienden of op vrienden van vrienden? […] Amai, ik ga dat toch tonen aan andere mensen dat zij dat ook weten!” (R. 9)3.2.6.8 Vind ik leuk-knopZoals eerder vermeld wordt de vind ik leuk-knop door zo goed als alle respondenten gebruikt.Zowel profielonderdelen als foto‟s, statussen en prikbordberichten worden aangeduid met „vind ikleuk‟, alsook artiesten en lokale en multinationale merken. De respondenten duiden iets als „leuk‟aan, omdat ze het leuk of grappig vinden of om appreciatie te tonen. “om te tonen aan bepaalde mensen dat ik euhm…begaan met de dinges dat ze doen euhm…en ook gewoon omdat bepaalde dinges gewoon goed zijn, leuk zijn, plezant zijn, bepaalde mensen te 87
  • 95. feliciteren met dinges dat ze doen met hun leven Euhm…ja en ook gewoon soms voor mopjes uit te halen gewoon” (R. 3) “Op deze manier kunnen we zien dat we elkaars werk wel kunnen appreciëren” (R. 9).Toch zien we dat grote merken (hieronder verstaan we bedrijven als McDonalds, Google, CocaCola,…) meestal niet als leuk aangeduid worden. De meest voorkomende reden is omdat men dezemerken helemaal niet leuk vindt, maar ook omdat men daar geen band mee heeft. “Maar zo een groot merk, gelijk hier dat Opelgedoe. Vind ik: leuk Opel Belgium. Ik heb daar geen band mee he. Ja ik heb zo een auto, maar dat heeft mij geld genoeg gekost. Dus ik wil daar geen band mee. Maar met de dingen dat ik leuk heb, dat zijn dingen waar ge toch iets of wat een band mee hebt.” (R. 16) “Bedrijven hebben altijd één bepaald idee: dat zijn goederen verkopen en daar moet je ook altijd bewust van zijn als je bedrijven gaat „liken‟. Ik wil mijn naam niet gelinkt zien aan een merk of aan een bepaalde „brand‟. Dat hoeft voor mij niet.” (R. 3) “Hoe kunt ge appreciatie hebben voor een bedrijf? Neen ik doet dat niet. Ik doe het enkel om wat dat mensen doen.” (R. 9) “Geen behoefte aan. Ge weet ook niet wie dat dat ziet of alé… het ander is meer zoiets persoonlijk naar iemand.” (R. 13)Wanneer we de respondenten vroegen of ze op de hoogte zijn van het feit dat ze een connectiemaken als ze een bedrijf of merk „liken‟, antwoordden de meesten negatief. De respondenten diewel op de hoogte waren van het feit dat er gegevens worden doorgegeven weten dit eerder dooreen logische redenering (zie citaat van respondent 3) of omdat ze zelf al eens een pagina hebbenaangemaakt. “Ik heb zo ook een projectje, daar bestaat een Facebook pagina van en gewoon is gekeken hoe dat ge kunt reclame maken.” (R. 11)Zelfs respondent 14, die zelf af en toe pagina‟s moet aanmaken op Facebook omwille van haarbaan, weet niet welke gegevens er worden vrijgegeven: “Dat weet ik eigenlijk niet, want ja wij doen die ontwikkeling van die pagina en het beheer van die pagina…” (R. 14) 88
  • 96. 3.2.7 Omgang met privacy en persoonlijke gegevens op Facebook na een inbreuk op de privacy op deze sociale netwerksiteIn dit onderdeel hebben we de negatieve ervaring van de respondenten besproken en gekeken inwelke mate dit een invloed heeft gehad op hun omgang met hun privacy en privacy-instellingen opFacebook. Omdat dit eigenlijk de kern van het onderzoek is, geven we van elke respondent eenkorte beschrijving weer van zijn of haar negatieve ervaring op Facebook: Negatieve ervaring op FacebookR. 1 Foto‟s die op Facebook gezet werden zonder toestemming en waarbij op voorhand was afgesproken van deze niet online te zettenR. 2 Persoon op blokkeerlijst kon nog steeds bepaalde gegevens zienR. 3 Gênante foto‟s die op Facebook werden gezet en getaggedR. 4 Vrienden hebben via de smartphone applicatie op zijn GSM berichten op Facebook geplaatst in zijn naamR. 5 Mail van onbekende gekregen met daarin informatie over dierbare persoonR. 6 Foto‟s die op Facebook gezet werden zonder toestemming en waarbij op voorhand was afgesproken van deze niet online te zettenR. 7 Ze had iemand afgewimpeld met een vals excuus en deze persoon is dat te weten gekomen via haar FacebookprofielR. 8 Foto‟s die op Facebook gezet werden zonder toestemming (door een vereniging)R. 9 Werd gestalkt door een „friend‟, deze stuurde allerlei suggestieve berichten via de FacebookmailR. 10 Facebookprofiel werd gehacked, waardoor er geautomatiseerde berichten vanuit haar naam naar haar „friends‟ werden verstuurdR. 11 Een oude (en gênante) video op Youtube werd opeens terug bovengehaald en op Facebook geplaatstR. 12 Haar ex-vriend werd op een blokkeerlijst gezet, maar kon nog steeds bepaalde informatie zien + mails van onbekendeR. 13 Profiel werd gehacked, waardoor er geautomatiseerde berichten vanuit zijn naam werden verstuurdR. 14 Blijkbaar een onbekende persoon geaccepteerd als „friend‟ en deze is haar en haar omgeving beginnen lastig vallen met berichtenR. 15 Opdringerige mails van een onbekendeR. 16 Foto‟s die op Facebook gezet werden zonder toestemmingFiguur 16: Negatieve ervaring op FacebookWe kunnen de negatieve ervaringen indelen in vijf groepen: een negatieve ervaring in verband metbeeldmateriaal, in verband met de mailfunctie van Facebook, in verband met blokkeerlijsten, hetprofiel werd „gehacked‟ en andere, zijnde een probleem in verband met een prikbordbericht en eenGSM-applicatie. 89
  • 97. Per groep negatieve ervaring bespreken we wat de respondenten hebben gedaan om hun probleemop te lossen en of ze sindsdien anders zijn omgegaan met hun privacy en persoonlijke gegevens ophet internet.3.2.7.1 Negatieve ervaring in verband met beeldmateriaalDe meeste negatieve ervaringen hebben te maken met het feit dat er bepaald beeldmateriaal (fotoof video) zonder toestemming op Facebook is geplaatst. De respondenten vinden het belangrijk omzelf de controle te hebben over welke foto‟s van hen verschijnen. Dit blijkt ook uit de acties die zeondernemen om hun probleem op te lossen. (in volgende citaten zijn de antwoorden op de vraagwat hun negatieve ervaring was en de acties die ze ondernomen hebben, samengevoegd) “Op zich stonden daar geen beschamende fotos van mij bij, maar ik had zoiets van ik heb die fotos getrokken, dat is met mijn fototoestel en ik geef u dat af en dat belandt dat direct op Facebook. […] Ge zegt dan dat ze ervoor moet zorgen dat dat alleen maar voor vrienden zichtbaar mag zijn en toch wordt dat niet gedaan en dat stoort mij wel enorm. Ge hebt echt nul controle over wat er van u verschijnt op Facebook. […] Ik was echt lastig. Ik had dan gevraagd aan die vriendin om die fotos weg te doen en ze deed dat niet en dan had ik aan een andere vriendin gevraagd dat zij het ook eens aanhaalde en toch gebeurde er niks. Nu, ondertussen is die ene vriendin met de foto‟s zogezegd, wel niet meer op Facebook. Dus de foto‟s zelf ook niet meer, gelukkig.” (R. 6) “Mensen die foto‟s op Facebook zetten, waarvan ik liever zou hebben dat die niet online komen. Dat is misschien subjectief, maar ik vind dat ge zelf het recht moet kunnen hebben om te beslissen wat er met die foto‟s gebeurt. Want ik vind die foto misschien lelijk, ook al vindt gij van niet, dus dan wil ik niet dat die op Facebook verschijnt. […]ge kunt vragen van doet die foto weg en er is geen probleem. En ik heb dat dus gevraagd, […] en ik denk dat ze zelfs niet verwijderd zijn. En ik vind dat echt niet tof dat die online staan. En voor mij is dan eigenlijk de negatieve ervaring vooral dat ge gevraagd hebt om ze te verwijderen en dat het dan niet gedaan wordt. […]Dus de schending op zich is dus voor mij niet dat die foto online staat, ook al vind ik dat niet leuk, maar is vooral het feit dat ze die foto niet verwijderen als ik het vraag.” (R. 8)Ook de andere respondenten hebben actie ondernomen om de foto‟s van Facebook te krijgen. Demeesten „untaggen‟ zich eerst en vragen daarna aan diegene dat de foto heeft geüpload om dezealsnog te verwijderen. 90
  • 98. De respondent met een probleem betreffende een video die op Facebook geplaatst werd, kunnenwe gebruiken als voorbeeld van contextuele integriteit: “dat was een redelijk gênant filmke, maar ik vond dat heel grappig om te maken en te doen, maar ik koos zelf welke vrienden dat dat zagen en nu dat meisje waar dat ik verliefd op was, die moest zo een dinge niet zien want dat zou het voor mij allemaal kapot maken. […] Dat werd totaal uit zijn context gerukt en dat werd gewoon „bam‟ op internet gezet zonder een woord uitleg bij en dat was gewoon kei gênant […] en dan heb ik naar „X‟ gebeld en die heeft dat van YouTube gehaald.” (R. 11)Slechts twee van deze respondenten hebben hun instellingen aangepast na het incident. Bijrespondent 1 staan deze nu ingesteld op „alleen vrienden‟, respondent 11 heeft het zelfs nogstrenger gemaakt: V: En welke privacy instellingen hebt ge juist aangepast? Weet ge dat nog? A: Euhm…dat van die foto‟s. Dat is toen dat ik dat van de foto‟s heb ingesteld V: Ahja dus dat was dat alleen gij dat kunt zien eh? A: Ja V: En al uw getaggede foto‟s? A: Niet verwijderd, maar op „alleen ik‟ (R. 11)De anderen hebben er niet aan gedacht of vonden het niet nodig om dit te doen.Over het algemeen gaan ze wel meer en sneller kijken naar de foto‟s die erop gezet worden waarinze „getagged‟ zijn. Sommige foto‟s waarin zij aangeduid zijn, zullen ook sneller „untagged‟ worden. “Ik heb veel foto‟s gedeletet, ik heb mij „untagged‟ op heel wat foto‟s. Ik heb euhm…bewust mijn profiel veel euhm… Ik heb er heel veel dingen uit verwijderd.” (R. 3) “Ik ga meer checken en ik weet wel, zoals 3 jaar geleden na de skivakantie heb ik er zelf de fotos opgezet, nadat ik geselecteerd had, maar nu zou ik dat niet meer doen. Nu geef ik mijn fotos door via USBstick.” (R. 6) 91
  • 99. Één respondent, deze met het filmpje, heeft zijn account tijdelijk gedeactiveerd. Dit was echterpuur uit kwaadheid en na enkele dagen was hij terug aangemeld. Twee respondenten hebbeneraan gedacht om hun profiel te verwijderen, maar hebben dit niet gedaan, “omdat ik vind dat dieervaring niet opweegt tegen de voordelen en tegen het „plezier‟ dat ge er uithaalt.” (R. 8).Een andere reden is om de controle te behouden over wat er verschijnt op Facebook: “of ik het nuwegdoe of niet, het heeft toch geen effect. Het gaat effect hebben op mij, want ik zie het niet meer[…] en dan hebt ge zoiets van ja ik zal maar rap gaan kijken, zodat ge tenminste kunt zien wat erjuist online staat.” (R. 6)3.2.7.2 Negatieve ervaring in verband met ‘berichten’Vijf respondenten hebben problemen ervaren met de „berichten‟ of de mailfunctie van Facebook. Invier gevallen ging het hier om berichten van vreemden, dus mensen die ze niet kenden. (involgende citaten zijn de antwoorden op de vraag wat hun negatieve ervaring was en de acties dieze ondernomen hebben, samengevoegd) “Zoals ik al vermeld heb speel ik in een band […] in het begin krijgt ge dan zo mensen die fan van u worden […] en ge let daar dan ni op, ge vindt dat wel leuk eh. […] Tot als ze dan ja, gaan beginnen echt persoonlijk contact te zoeken. Daar staat ook op die pagina (cf. bandpage op Facebook) wie er allemaal in de band zit en dan moete maar klikken eigenlijk en ge zit op mijn profiel. […] Dat begint dan eerst met een onschuldig, alé leuk Facebookbericht […] en dan wilt die eens persoonlijk afspreken. […] Dat heb ik professioneel genegeerd. […] en dat negeren werkte wel.” (R. 15) “Die komen zo in uw persoonlijke ruimte, ge kent die helemaal niet […] en die had mij dus een mail gestuurd met daarin van euhm… uw vriend is totaal niet wie dat gij denkt dat hij is, hij heeft u bedrogen met mij. […] Ik ben haar dan gaan opzoeken en [...] ik kon daar kei veel van opzoeken […] en dan is mijne frank gevallen: als ik dat allemaal kan zien, wat kan zij dan wel niet bij mij zien en dan ben ik beginnen kijken op Facebook hoe dat ge dat nog meer kunt verstrengen. ” (R. 5) “Ik vond dat helemaal niet leuk dat gewoon onbekende mensen mij een mail konden sturen. […] dat is toch nog anders dan een gewoon e-mailadres, daar kunt ge niet aan zien wie dat ge zijt.” (R. 12)Respondent 14 heeft ook mails gekregen van een onbekende persoon en heeft deze persoon naverloop van tijd geblokkeerd. 92
  • 100. In het andere geval kende de respondent de persoon in kwestie. Aangezien dit haar leraar was,vond zij het heel moeilijk om hiermee om te gaan: “Die had mij direct een mailtje gestuurd, een privémailtje. […] Daar stonden al rare dingen in, […] zo vleiende dingen, dus ik vond dat al een beetje raar. Ik heb daar dan gewoon formeel op geantwoord en dan begon die terug te sturen. […] Ik mailde dan af en toe wel iets terug, ook met in gedachten van ja dat is mijn docent, ik kan niet ineens stoppen sturen. Ge weet niet hoe die dat gaat opvatten. Dat was echt een zwaar dilemma in die tijd. […] Ik kon die niet deleten, […] dus ik had dan voor mijzelf uitgemaakt dat ik altijd heel braaf ging antwoorden, maar wel altijd heel formeel.” (R. 9)Zoals reeds blijkt uit haar citaat, heeft respondent 5 haar privacy-instellingen strenger gemaakt.Respondent 14 “vond dat toen eigenlijk de reden om de eerste keer te gaan kijken van hoe zit datnu eigenlijk met mijn instellingen. Wat kan wie zien? Zo was ik daarop terecht gekomen.” (R. 14)De overige respondenten hebben niets veranderd aan hun instellingen en ook hun omgang metpersoonlijke gegevens of hun privacy is niet veranderd na het incident. “Ik heb eigenlijk niet de reflex gehad: ik moet misschien toch is kijken hoe wat dat juist ingesteld staat.” (R. 15)Geen enkele respondent heeft er aan gedacht om zijn of haar profiel te verwijderen, om dezelfderedenen als eerder aangehaald (cf. negatieve ervaringen met beeldmateriaal).Respondent 12 heeft haar profiel wel verwijderd, maar na een ander incident op Facebook, nl. hetfeit dat haar berichten zichtbaar bleven voor een persoon die ze geblokkeerd had (zie later).3.2.7.3 Mensen die op de blokkeerlijst staan, kunnen nog op het profielTwee respondenten hebben een persoon geblokkeerd op Facebook, omdat ze niet langer wilden datdeze hun activiteiten op Facebook konden zien. Bij beide gevallen kon de geblokkeerde persoonechter nog terecht op hun profiel. “Gij wenst dat een persoon niet ziet wat dat ge doet en dan uiteindelijk ziet hij dat toch. […] Toen ben ik wel eens op die privacy pagina geweest en is gaan kijken van wat is er hier verkeerd of heb ik niet aangeduid. […] toen stond er nog op dat bepaalde gegevens iedereen kon zien, wat ik eigenlijk ervoor niet wist en dan heb ik dat veranderd naar enkel dus uw vrienden.” (R. 2) 93
  • 101. “Ik wou niet dat die nog iets wist van mij of dat die nog iets kon zien van mij en dan heb ik die op de blokkeerlijst gezet […] ik heb zo via via gehoord dat die dus dinges wist dat hij helemaal niet kon weten, dus ik denk dat die gewoon op mijn Facebook is gegaan.” (R. 12)In een latere fase hebben de respondenten hun profiel gedeactiveerd. Respondent 12 heeft echterna het interview haar profiel volledig verwijderd, maar respondent 2 vindt dat niet handig en gaataf en toe nog eens op haar profiel: “Eigenlijk is dat wel lastig dat niet meer heb, want bijvoorbeeld ge gaat ergens naartoe, ge weet dat er worden foto‟s gepakt en heel veel mensen zetten dat dan op hun Facebook en dan zijt ge wel nieuwsgierig eigenlijk dus dan had ik dat weer op actief gezet, voor een halfuurtje.” (R. 2)3.2.7.4 Het profiel werd ‘gehacked’Bij twee respondenten is het profiel „gehacked‟, waardoor er automatisch berichten verstuurdwerden vanuit hun naam. “Op een dag, ik was niet thuis, kreeg ik ineens telefoon van iemand die met mij zogezegd in gesprek was (op Facebook) waardat ik nogal heel euhm… grof tegen was en ik wist van niks. […] Er waren nog berichten onder mijn naam op Facebook gezet die ik daar zelf niet had opgezet.” (R. 13) “We zitten te chatten en dat was zo blijkbaar een geautomatiseerde computer. […] dus ik zat met dat meisje te spreken, maar ik wist dus totaal niet dat haar Facebook „gehacked‟ was. Zij vroeg dan of ik wou stemmen op haar (voor een wedstrijd) en ik dacht van ja ik ken dat meisje […] en ik heb dan gewoon op die site geklikt. […] en toen kwam ik daarna op Facebook en zag ik dat al die Facebook chat zo open waren […] en ik zag dus echt personen gewoon aan het schrijven en dan heeft er een meisje ook op die link geklikt…” (R. 10)Beide respondenten hebben onmiddellijk hun profiel verwijderd en een nieuw profiel aangemaakt.Respondent 10 ging al vrij bewust en streng om met haar privacy-instellingen en hanteert dezemethode ook bij haar nieuw profiel. Zij zal ook niet meer zo snel op een link klikken. Respondent13 (met standaard privacy-instellingen) daarentegen: 94
  • 102. “Ik blijf eigenlijk wel vrij slordig in die dingen. Ge denkt dan van dat gebeurt een keer, wat is de kans dat het een tweede keer gaat gebeuren. […] Maar in 5 minuten is uw account helemaal verwijderd en kunt ge gewoon een nieuw aanmaken.” (R. 13)3.2.7.5 Andere negatieve ervaringenHieronder plaatsen we twee problemen die we niet bij de overige negatieve ervaringen kunnenplaatsen.De eerste negatieve ervaring is het feit dat enkele vrienden van de respondent via de Facebook-applicatie in zijn GSM berichten op zijn profiel hebben geplaatst en ook zijn relatiestatus hebbenveranderd. “Dat stoorde mij niet. Ik heb dat lang laten openstaan, tot wanneer ik naar een congres moest, dan heb ik het wel verwijderd allemaal. […] ook al zijn dat vrienden en ik kan dat een beetje relativeren, toch ervaar ik dat als een inbreuk ja. Omdat ik dat niet onder controle had.” (R. 2)Deze respondent heeft zijn privacy instellingen op Facebook niet aangepast “omdat dat daar nietsaan gedaan zou hebben. Dit was een stommiteit van mij. Dit is wachtwoord opslaan en dat had ikniet moeten doen.” . Hij gaat ook niet anders om met zijn privacy op Facebook. Wel gaat hij andersom met zijn GSM, want: “De Facebookapplicatie is afgeschakeld van mijn GSM.”Hij heeft zijn Facebookprofiel niet verwijderd of gedeactiveerd na het voorval, maar is wel van plandit te doen als hij gaat solliciteren. 95
  • 103. De tweede negatieve ervaring heeft te maken met een ongewenst bericht op het prikbord: “Ik had afgesproken om met een vriendin naar de bioscoop te gaan en een andere vriendin vroeg mij ook om samen iets te doen. Maar ik had niet zoveel zin om met haar iets te doen, dus heb ik een excuus verzonnen om niet met haar iets te moeten doen. […] zonder dat ik het weet schrijft dan die vriendin van de film op haar prikbord dat ze het keileuk vond met mij om naar de film te gaan. […] toevallig die andere vriendin ziet dat en spreekt mij aan van ja, ge hebt gelogen tegen mij, ik heb dat gezien op Facebook.” (R. 7)Deze respondent heeft uit haar ervaring geleerd dat ze niet meer zo snel zal liegen over iets én:“als er nog zoiets gebeurt, ga ik dat nu echt wel rapper zeggen van dat niet op Facebook te zetten.[…] Ik zal ook nooit gaan zeggen van bijvoorbeeld: gisteren was het superleuk met en dan denaam van een persoon in mijn bericht zetten, ik pas daar veel meer mee op.” (R. 7)Haar privacy-instellingen heeft ze niet veranderd, “omdat ik eigenlijk niet wist waar ge dat allemaalkunt doen.” Ze heeft wel overwogen om haar Facebookprofiel te verwijderen, maar heeft dituiteindelijk niet gedaan, want: “dat is veel te handig voor andere dingen.”3.2.8 Contextuele integriteit toegepast op de Facebookbeleving van de respondentenUit de interviews kunnen we afleiden dat sommige respondenten ook het concept van Nissenbaumgebruiken om uit te leggen hoe zij privacy of een inbreuk op hun privacy op Facebook ervaren.We hebben eerder, in de literatuurstudie, contextuele integriteit toegepast op foto‟s die geüploadworden op Facebook. Het is heel gemakkelijk om foto‟s te uploaden op Facebook en dankzij het„taggen‟ worden foto‟s op een snelle en gemakkelijke manier doorgegeven aan de personen die eropstaan. Het mag dan wel een handige manier zijn om foto‟s door te spelen, vaak zijn gebruikerser niet echt blij mee wanneer bepaalde foto‟s op Facebook gezet worden en dus ook snel verspreidworden. Het is namelijk zo dat wanneer iemand een foto op Facebook plaatst, zonder hiervoorgaande toestemming te vragen van de personen die op de foto staan, hij „hun recht opafbeelding‟ schendt. Vaak worden hier dan ook beide normen die Nissenbaum hanteert om inbreukop privacy te omschrijven, niet gerespecteerd door de „friends‟. Maar ook Facebook zelf houdt geenrekening met beide normen wanneer gebruikers applicaties downloaden. Het is nl. zo dat wanneergebruikers een applicatie op Facebook downloaden, zij ook automatisch de gegevens van al hun„friends‟ doorgeven aan de maker(s) van de applicatie. Tenzij de „friends‟ deze functie hebbenuitgeschakeld, worden gegevens zoals woonplaats, geboortedatum, websites, activiteiten eninteresses,… vrijgegeven.Omdat veel respondenten beide situaties, en dan vooral de werking van applicaties, als een verliesvan controle op hun gegevens zien, vinden we het belangrijk om dit aan te tonen. Ook andere 96
  • 104. „mankementen‟ van Facebook kunnen we omschrijven als een inbreuk op privacy aan de hand van„contextuele integriteit‟. We doen dit ook met citaten die uit de interviews komen en duiden daarbijaan welke norm geschonden wordt. De norm van geschiktheid (1) geeft aan welke informatie overeen individu geschikt is om te onthullen in een bepaalde context, de norm van verspreiding (2)gaat over het feit of de overdracht van informatie de normen van de oorspronkelijke contextrespecteert. “Ik vind het niet leuk dat er bepaalde dingen op Facebook verschijnen waar ik geen controle over heb (1). Het is een voordeel dat bepaalde zaken snel gedeeld kunnen worden, maar het is een nadeel dat bepaalde gênante momenten ook wel snel worden gedeeld (2).” (R. 3) “Ik voel mij daar vaak zo weer een beetje machteloos bij, want ge kunt u wel untaggen, maar die foto‟s staan wel nog altijd op zijn profiel (1).” (R. 7) “Dat is eigenlijk mijn negatieve ervaring. Dat is niet zo tof he. Dat is vooral die controle he. Ge hebt zelf geen keuze over wat er verschijnt (1) en dat is soms wel frustrerend.” (R. 8) Over het feit dat Facebook automatisch het e-mailadres van haar gebruikers zichtbaar maakt op de informatiepagina: “ik wou dat eigenlijk helemaal niet. Neen, ik gebruik mijn e-mailadres voor totaal andere zaken als Facebook en dat moet elkaar niet raken eigenlijk (1).” (R. 11) Over het feit dat men via „friends‟ ook gegevens verspreidt: “dat is schandalig […] want dat is zelfs niet meer gij dat besluit om een spelletje te spelen en daardoor informatie deelt, dat is iemand anders dat dat besluit. (2)” (R. 1)De respondent dacht hier dat haar gegevens op „enkel vrienden‟ waren ingesteld. Toch was ook,zonder haar medeweten, de functie aangevinkt dat haar gegevens verspreid mogen worden viahaar „friends‟. Men vertrouwt er dus eigenlijk op dat wat in de ene context gedaan wordt (privacy-instellingen pagina) geldig is voor alle andere contexten en dat dus in elke situatie de gegevensenkel zichtbaar zijn voor „friends‟. Doordat deze informatie niet overgedragen wordt naar decontext van applicaties, is er dus een schending van de privacy van de Facebookgebruiker. 97
  • 105. BesluitOns onderzoek bestond uit verschillende fases: een literatuurstudie, een aanbodsanalyse vanFacebook en diepte-interviews.De literatuurstudie diende om inzichten te verwerven over belangrijke onderwerpen zoals socialenetwerksites, Facebook, privacy en de „Net Generation‟. Deze inzichten vormden de basis om laterde diepte-interviews te kunnen uitvoeren.Om een goed inzicht in de werking van Facebook te verkrijgen, hebben we een aanbodsanalysegedaan. Concreet bestaat deze analyse uit een uitgebreide beschrijving van het registratieprocesop Facebook. Hierbij schenken we ook veel aandacht aan het privacy-aspect tijdens de registratie.Dankzij deze analyse konden we tijdens de interviews soms optreden als „expert‟ en zo bepaaldevragen van de respondenten beantwoorden, maar ook twijfels vermijden.Bij het registreren op Facebook zijn gegevens als voornaam, achternaam, e-mailadres, geslacht engeboortedatum verplicht in te vullen. Mensen worden verplicht om hun echte naam te gebruiken opFacebook. Een „nickname‟ wordt niet aanvaard en het is dus onmogelijk om zelf te bepalen inhoeverre je je identiteit prijsgeeft. Hieruit kunnen we afleiden dat er reeds in het prille begin eensterke controle heerst van Facebook op zijn (toekomstige) gebruikers. Op geen enkel momentwordt er gevraagd om een akkoord met de algemene gebruikersvoorwaarden en of dat we hetprivacy beleid van Facebook gelezen en goedgekeurd hebben. Door op registreren te klikken, gaande gebruikers automatisch hun akkoord. Wij zijn van mening dat de gebruiker minder aandachtaan deze documenten zal schenken, aangezien het akkoordgaan automatisch gebeurt. Facebooktracht met de pagina „bepaal hoe jij deelt‟ op een duidelijke manier uit te leggen hoe de gebruikersom kunnen (niet moeten) gaan met hun informatie. Volgens ons wel een goed initiatief, maar wevinden dat zowel de inhoud als de opbouw van de websitepagina op een betere manier ingevuldkunnen worden. We hebben aangetoond dat de gebruikers kunnen navigeren naar vijfverschillende deelsites die elk een ander aspect van privacy op Facebook uitleggen. Volgens onsbegint dan ook hier al het doolhof naar de privacy-instellingen en is het dus beter om alles op éénpagina te plaatsen. Tijdens het registratieproces wordt nooit vermeld wat de standaard privacy-instellingen zijn. Facebook verdeelt bepaalde instellingen over de groepen „vrienden‟, „vrienden vanvrienden‟ en „iedereen‟. Andere instellingen worden automatisch op „iedereen‟ gezet. Ook dit moetduidelijker gemaakt worden aan de mensen die zich registreren en een eerste maal aanmelden opFacebook, vinden we. Daarnaast maakt Facebook op geen enkel ogenblik duidelijk dat men ookgegevens deelt wanneer men applicaties, zoals spelletjes, toepassingen,… downloadt of wanneer„friends‟ dit doen. Het mag dan wel in het privacy beleid staan, weinig mensen lezen dit en zijn hierniet van op de hoogte. Deze impliciete gegevensverspreiding van de Facebookgebruiker is eensluwe manier van Facebook om alsnog aan de gegevens van haar gebruikers te geraken. Dit geldtook voor de vind ik leuk-knop. 98
  • 106. In een laatste fase hebben we diepte-interviews uitgevoerd bij respondenten tussen 18 en 29 jaar.We hebben gekozen voor kwalitatief onderzoek als opzet van deze eindverhandeling. Aan de handvan diepte-interviews peilden we naar de perceptie van en omgang met privacy-instellingen enpersoonlijke gegevens op Facebook bij mensen tussen 18 en 29 jaar. Hierbij legden we de nadrukop de omgang met persoonlijke gegevens en privacy-instellingen nadat ze een inbreuk op hunprivacy op Facebook hebben meegemaakt. De vooropgestelde onderzoeksvragen vormden de basisvoor ons onderzoek. Met deze vragen in ons achterhoofd, geven we onze belangrijksteondervindingen weer. Daarna proberen we een antwoord te formuleren op de centraleprobleemstelling: “Hoe gaan Facebookgebruikers om met hun persoonlijke informatie en privacy-instellingen nadat ze een inbreuk op hun privacy hebben meegemaakt?”Vooreerst hebben we gepeild naar de privacybeleving van onze respondenten bij dagelijkseactiviteiten. Uiteraard hangt de beleving van privacy af van persoon tot persoon en is het daarbijook afhankelijk van de situatie waarin men zich bevindt. Zo zullen de respondenten zich watafzonderen als ze gebeld worden wanneer ze op stap zijn met een groep vrienden. Worden zegebeld op de bus, dan gaan ze hun stem dempen, een hand voor hun mond houden of gewoon nietopnemen. Vertrouwelijke documenten die ze niet meer nodig hebben, worden meestal eerstvernietigd alvorens ze worden weggegooid. De brievenbus wordt elke keer op slot gedaan, maar degordijnen worden door de meeste respondenten opengehouden overdag (wanneer ze uit huis zijn).Alle respondenten hebben minstens één klantenkaart. Zowel van grote winkelketens als Makro,Delhaize of Colruyt als van kleinere lokale handelaars. De voornaamste reden waarom derespondenten een klantenkaart hebben, is omwille van mogelijke kortingen. De meesterespondenten zullen hun gegevens niet achterlaten op het internet om kortingen te krijgen of tekunnen genieten van andere voordelen. Een winkelketen of lokale handelaar die ze kennen, zullenze sneller vertrouwen dan „het internet‟; hier staan ze nogal wantrouwig tegenover. Ze denken dusna aan wie of welke instantie ze hun gegevens vrijgeven. Uit deze situaties kunnen we stellen datde respondenten wel dagelijks bezig zijn met hun privacy en dat ze er op gesteld zijn.Zoals gebleken is uit onze literatuurstudie is privacy moeilijk te definiëren. Het kan omschrevenworden in verschillende contexten en situaties, waardoor er steeds nieuwe invullingen mogelijkzijn. Dit blijkt ook uit de interviews wanneer we vragen wat privacy voor de respondentenbetekent. Sommige respondenten denken dan aan controle hebben over gegevens, terwijl anderenhet eerder aanvoelen als een eigen plek waar ze zichzelf kunnen zijn. Dat laatste kunnen we linkenaan de definitie die Warren en Brandeis geven aan privacy: „the right to be left alone‟. Waar het bijhen eerder ging om het feit dat media op zoek waren naar sensationele berichtgeving, gaat het bijonze respondenten eerder om het feit dat ze niet bereikbaar zijn (via GSM), dat ze niet bekekenworden (door beveiligingscamera‟s) en dat ze dus volledig zichzelf kunnen zijn. Het concept datgelinkt is aan controle hebben over gegevens, hebben we uitgelegd aan de hand van Kafka. Netzoals het hoofdpersonage, willen onze respondenten zich niet steeds hoeven verantwoorden voorhun handelingen. Ze willen ook het recht hebben om dingen te doen die anderen niet noodzakelijkhoeven te weten en deze zaken al dan niet binnen een beperkte kring houden. Ze willen zelfkunnen beslissen welke informatie ze delen met wie. De respondenten ervaren wel degelijk eenverschil tussen iets dat „privé‟ is en iets dat „persoonlijk‟ is. De invulling van deze begrippen is 99
  • 107. afhankelijk van elke respondent. We kunnen dus geen consistente beschrijving geven aan dezetwee begrippen. De meerderheid van de respondenten zegt dat wat „privé‟ is met niemand ofslechts met de betrokken personen gedeeld kan worden en dat persoonlijke zaken ook beschikbaarzijn voor andere personen. De overige respondenten zijn van mening dat het omgekeerd is:privézaken kunnen vrijgegeven worden aan familie en/of goede vrienden, terwijl persoonlijkezaken met niemand gedeeld kunnen worden. Over het algemeen wordt persoonlijk wel als iets„gevoelsmatig‟ beschouwd, iets dat dichter bij de persoon zelf staat. Ook bij persoonlijke gegevensversus privégegevens kunnen we geen vaststaande onderverdeling geven. Ook hier is debeschrijving dus afhankelijk van de respondent zelf en hoe hij dit ervaart of aanvoelt. Over hetalgemeen beschouwen de respondenten contactgegevens als gegevens die, al dan nietgecontroleerd, gedeeld mogen worden met anderen. Gegevens van de dokter, de bank, pincodesen wachtwoorden, enz… houden ze liever voor zichzelf en zullen ze dus ook niet delen metanderen. De respondenten ervaren een inbreuk op hun privacy wanneer hun gegevens onvrijwilligworden doorgegeven of als er binnengedrongen wordt in hun persoonlijke omgeving. Dit binnendringen kan zowel door personen als door bedrijven gebeuren en kan fysiek zijn (iemand die echtaan de deur staat) of via mail of post.Zoals we eerder hebben aangehaald ervaren gebruikers een soort van wantrouwen wanneer zegegevens (moeten) vrijgeven op het internet. Logischerwijs ervaren ze dit gevoel ook wanneer wehet hebben over privacy op het internet. Net zoals in het offline leven willen de meesterespondenten ook controle hebben over hun gegevens op het internet en willen ze niet dat deze zomaar worden vrijgegeven of verdeeld. Anderen vinden het dan weer belangrijk dat ze niet „gevolgd‟of „bekeken‟ worden wanneer ze aan het surfen zijn. Veel respondenten vermoeden wel dat ditgebeurt, maar weten niet of het echt gedaan wordt en wat dat „volgen‟ juist inhoudt. Dat „volgen‟op internet gebeurt voornamelijk door middel van „cookies‟, databestanden die worden bewaard opde harde schijf van de gebruiker wanneer hij bepaalde websites bezoekt. Aan de hand van dezecookies kan men bepaalde informatie bewaren van de website-bezoeker, zodat deze gemakkelijkherkend wordt wanneer hij de website opnieuw bezoekt. Zo kan bijvoorbeeld de taalkeuze van deinternetgebruiker onthouden worden en moet hij deze niet opnieuw ingeven wanneer hij de sitenogmaals bezoekt. Daarnaast kan ook de surfinformatie van de gebruiker bijgehouden worden,zoals het aantal bezochte pagina‟s, de duur van het surfen op de website, de aangekochteproducten,… Men kan zich moeilijk beschermen tegen zo een cookie, want dat zou van het surfeneen minder aangename ervaring maken. Wel trachten de respondenten hun privacy op anderemanieren te beschermen op het internet. Enkele tactieken die werden aangehaald waren: bewustbepaalde websites niet bezoeken, anoniem proberen blijven door een nickname te gebruiken of eenvals e-mailadres. Deze anonimiteit is de basis voor de definitie die Jisuk Woo geeft aan privacy ineen online netwerkomgeving: „het recht om niet geïdentificeerd te worden‟ en daarbij ook controlete hebben over de eigen informatie. Het mag wel duidelijk zijn dat Facebook helemaal geenrekening houdt met dit recht en met het feit dat gebruikers controle moeten hebben over huninformatie. Gebruikers kunnen zonder problemen foto‟s uploaden van andere mensen en andereFacebookgebruikers hier in „taggen‟ (cf. het recht om niet geïdentificeerd te worden) en via deapplicaties die worden gedownload geeft men, in de meeste gevallen onbewust, de gegevens doorvan de hele vriendenlijst, waardoor men dus de controle over eigen gegevens verliest. 100
  • 108. Facebook is voor alle respondenten een dagelijkse activiteit, iedereen meldt zich minstens één keeraan op de sociale netwerksite. De duurtijd van de aanwezigheid op Facebook varieert van persoontot persoon, maar is ook afhankelijk van de activiteiten die men doet op Facebook. Zo gebruikenvele respondenten de chat-functie van Facebook en kan het dus wel eens gebeuren dat ze eenhalfuur „op Facebook zitten‟. De communicatiemogelijkheden, de evenementenkalender en het feitdat men op de hoogte kan blijven van wat anderen doen, zijn de voornaamste gebruiksredenenvan de respondenten. Via de prikborden en het nieuwsoverzicht komt men te weten waar anderenmee bezig zijn en leuk vinden. De kalender houdt hen dan weer op de hoogte van opkomendeevenementen en verjaardagen. De communicatie op Facebook gebeurt vooral met mensenwaarmee men ook een goed contact heeft in het dagelijkse (offline) leven en daarnaast ook metmensen die men niet vaak ziet. De populairste activiteit op Facebook is het bekijken van de foto‟sdie geüpload worden, deze worden dan „geliked‟ met de vind ik leuk-knop en er worden „comments‟gegeven. Ook op anderen zaken, zoals prikbordberichten, wordt veel gereageerd door middel vaneen „comment‟. Op de vind ik leuk-knop klikken is ook een drukke bezigheid van de respondenten.Zowel profielonderdelen als statusupdates, berichten, links, foto‟s van anderen worden „geliked‟ alsgrote merken, bedrijven, muziekgroepjes en andere pagina‟s.We zien dat de meeste respondenten vrij veel informatie invullen op Facebook. De informatie diehet meest voorkomt bij alle respondenten is de relatiestatus, geslacht, activiteiten en interesses (=alles dat ze hebben aangeduid met de vind-ik-leuk-knop), werk/studies, geboortedatum, e-mail eneen profielfoto. Zoals uit de aanbodsanalyse van Facebook blijkt, zijn de vier laatste genoemde,allemaal gegevens die men kan invullen tijdens het registratieproces. Enkel geboortedatum en e-mail zijn hierbij verplicht. Wat velen echter niet wisten is het feit dat Facebook automatisch het e-mailadres op de informatiepagina van het profiel van de gebruikers plaatst. Enkele respondentenhebben hier dan ook hun ongenoegen over geuit tijdens het interview. Ook de oplijsting van de„gelikede‟ activiteiten en interesses op de informatiepagina was door velen ongeweten. Metbetrekking tot de privacy-instellingen zijn de meeste respondenten wel goed op de hoogte. Slechtseen kleine minderheid kende zijn instellingen niet goed of zelfs helemaal niet. Wanneer we deinstellingen van de respondenten van naderbij bekeken, konden we vaststellen dat een grotemeerderheid van de respondenten zijn instellingen op „enkel vrienden‟ heeft aangebracht. Dit toontook aan dat zij minstens één keer hun instellingen herbekeken en aangepast hebben. Ze opterenervoor om hun profiel enkel zichtbaar te maken voor „friends‟, omdat ze vinden dat anderen(mensen die ze niet kennen) niet moeten weten waar ze mee bezig zijn. Enkele respondentenhadden de standaard privacy-instellingen behouden en dus hun instellingen nog nooit herbekekenof aangepast. Dit was slechts een minderheid van de respondenten. De instellingen mogen overhet algemeen dan wel goed gekend zijn door de respondenten, hun aantal „friends‟ worden mindergoed in de gaten gehouden. De meeste respondenten weten wel ongeveer hoeveel mensen ze inhun vriendenlijst hebben staan. Dit komt omdat ze heel bewust omgaan met het „friends‟-aspect opFacebook: ofwel zullen ze een bewuste keuze maken bij het accepteren van „friends‟ en laten zeenkel mensen die ze kennen toe in hun vriendenlijst, ofwel verwijderen ze af en toe de mensen dieze niet meer in hun lijst willen hebben. Toch antwoordt de grote meerderheid van de respondentenmet een lager aantal „friends‟ dan dat ze in werkelijkheid hebben. 101
  • 109. Om hun privacy op Facebook zo goed mogelijk te beschermen, rekenen de respondenten vooral ophun privacy-instellingen. Zoals eerder vermeld, staan deze bij de meeste respondenten (gelukkig)op „enkel vrienden‟. De navigatie naar de pagina waar de instellingen aangepast kunnen worden,verloopt bij de meeste respondenten dan ook vlot. Naast hun privacy-instellingen, letten derespondenten er ook op wat ze schrijven en posten op hun prikbord en dat van anderen. Geenenkele respondent heeft het privacy beleid gelezen en kent het dus bijgevolg niet. Facebook legthierin duidelijk uit wat er met welke gegevens gebeurt en geeft hier ook aanbevelingen voor deprivacy-instellingen. Zo raden zij bijvoorbeeld aan om bepaalde informatie beschikbaar te makenvoor „vrienden van vrienden‟. Hoewel we niet altijd akkoord gaan met de aanbevelingen dieFacebook geeft, kunnen we verder geen kritiek geven op de inhoud van het privacy beleid. Alleaspecten en mogelijkheden van en op Facebook worden uitgelegd. De manier waarop ze hunprivacy beleid bekend maken aan hun gebruikers, is echter wel vatbaar voor kritiek. Net zoals derespondenten, zijn ook wij van mening dat Facebook de respondenten beter op de hoogte moetbrengen van hun privacy beleid. We hebben reeds uitgelegd dat men momenteel automatischakkoord gaat met het beleid wanneer men zich registreert. Ook de reden waarom we hiermee nietakkoord gaan is eerder in dit besluit uitgelegd. Daarnaast is het beleid een lange, saaie tekst én isdeze in het Engels geschreven. Volgens ons kan Facebook de opmaak van de tekst dynamischermaken, zodat het aangenamer is om te lezen. Uiteraard vinden wij het een absolute noodzaak dathet privacy beleid ook vertaald wordt naar het Nederlands. Zo is deze toegankelijk voor alleNederlandstalige Facebookgebruikers en niet enkel voor die mensen die een goede kennis hebbenvan het Engels. Doordat geen enkele gebruiker het privacy beleid gelezen heeft, is er ook niemandop de hoogte van het feit dat men ook gegevens doorgeeft via „friends‟. Wanneer iemand eenapplicatie of een spelletje downloadt op Facebook, geeft hij hier meestal ook de toestemming omniet alleen zijn eigen gegevens vrij te geven, maar ook deze van al zijn „friends‟. Men kan dit enkelvoorkomen wanneer men deze functie zelf uitschakelt. Geen enkele respondent wist de plek tevinden waar men dit kan doen. Zij gaan er niet mee akkoord dat Facebook standaard deze functieinschakelt en hiermee aangeeft dat de gebruiker zijn toestemming geeft om gegevens vrij te gevenvia „friends‟. De respondenten beschouwen dit dan ook als het onvrijwillig doorgeven vaninformatie. We kunnen hier dus stellen dat de gebruikers eigenlijk een vals veiligheidsgevoelhebben wanneer ze zich registreren op Facebook. Uit de manier waarop de privacy-instellingen zijningesteld en waarop de respondenten omgaan met het accepteren van „friends‟, kunnen wevaststellen dat zij op een bewuste manier trachten om te gaan met hun privacy en persoonlijkegegevens. De addertjes onder het gras, zoals o.a. de gegevens die worden vrijgegeven viaapplicaties en vrienden, zijn echter niet gekend. Deze impliciete gegevensverspreiding zorgt er dusvoor dat de respondenten meer gegevens vrijgeven aan meer mensen. Ze weten niet dat ditgebeurt, dus beseffen ze het ook niet.Wanneer de respondenten een inbreuk op hun privacy op Facebook hebben ervaren, reageren zeheel verschillend. Uiteraard hangt dit samen met het soort inbreuk dat men heeft ondervonden.Mensen die een negatieve ervaring hebben gehad in verband met beeldmateriaal (foto of video)zullen niet snel hun privacy-instellingen veranderen, ze gaan wel bewuster omgaan met hunomgang met foto‟s: ze gaan sneller kijken wanneer er foto‟s online geplaatst worden en zich dusook sneller „untaggen‟. Wanneer men een negatieve ervaring heeft gehad met de berichtenfunctie 102
  • 110. van Facebook, komt dit meestal door het feit dat ze ongewilde berichten krijgen van vreemdemensen. Elke respondent die dergelijke negatieve ervaring heeft meegemaakt, heeft dit op zijn ofhaar eigen manier opgelost: de persoon in kwestie negeren of blokkeren, de privacy-instellingenverstrengen of gewoon antwoorden op de berichten. De respondent die antwoordde op deberichten, deed dit meer uit noodzaak en niet omdat ze hier zelf volledig achterstond. Minder dande helft van deze respondenten heeft zijn privacy-instellingen aangepast of ging anders om metzijn persoonlijke gegevens of privacy op Facebook. De respondenten waarvan het profiel werdgehacked, hebben onmiddellijk een nieuw profiel aangemaakt, zonder eerst hun privacy-instellingen aan te passen. Hierbij hebben ze de manier waarop hun instellingen waren ingesteld ophet eerste profiel mee overgenomen naar het tweede profiel. Ook hier merken we dus geenverandering in de omgang met de privacy-instellingen en privacy. De enige twee respondenten dieeffectief Facebook achter zich hebben gelaten, zijn diegene die problemen hebben gehad metpersonen die in de „blokkeerlijst‟ staan en die desondanks nog steeds toegang hadden tot hunprofiel. De overgrote meerderheid heeft zijn profiel niet verwijderd, meestal om die reden dat devoordelen van Facebook niet opwegen tegen die ene negatieve ervaring die de respondentenhebben meegemaakt.We kunnen dus over het algemeen besluiten dat een negatieve ervaring op Facebook niet zorgtvoor een radicale ommezwaai in de omgang met privacy en persoonlijke gegevens. Slechts vooreen kleine minderheid (vijf respondenten) was hun negatieve ervaring een aanleiding om eens nate kijken hoe hun privacy-instellingen ingevuld zijn en deze te verstrengen.Wel heeft hun deelname aan het onderzoek de respondenten bewuster gemaakt van de (niet altijdzichtbare) risico‟s van Facebook. Al de respondenten hebben na het interview (off the record) latenweten dat ze het positief vinden dat ze nu beter en meer op de hoogte zijn van de werking vanFacebook. We kunnen dus concluderen dat zijzelf het gevoel hadden dat ze niet volledig ofvoldoende op de hoogte waren van de werking van Facebook. In dat opzicht kunnen we tochstellen dat er nood is aan meer bewustmaking en een educatie rond de werking, maar vooral deimpliciete risico‟s van sociale netwerksites. Iets dat de respondenten zelf ook vaak aanhaalden alsnoodzaak. 103
  • 111. EpiloogHet onderzoek naar de omgang met persoonlijke gegevens en privacy-instellingen op Facebook naeen schending van de privacy op deze netwerksite was niet alleen leerrijk en interessant, hetbracht ook bepaalde inzichten met zich mee voor verder onderzoek.Wij hebben ons tijdens het onderzoek enkel gericht op Facebookgebruikers. Het kan interessantzijn om een soortgelijk onderzoek te doen bij andere sociale netwerksites zoals Google+ (onlangsopgestart) of Twitter. In welke mate brengen zij hun leden op de hoogte van privacyaspecten eneventuele gegevensverspreiding?Uit ons onderzoek is gebleken dat er vooral noodzaak is aan bewustmaking rond de implicietegegevensverspreiding op Facebook. Een studie over hoe men mensen kan sensibiliseren hieroverzou ook zeer boeiende informatie kunnen opleveren. 104
  • 112. BibliografieBoeken  BAARDA (Ben), DE GOEDE (Martijn), TEUNISSEN (José). Basisboek kwalitatief onderzoek. Noordhoff Uitgevers bv, Groningen, 369 p.  BOEIJE (Hennie). Analyseren in kwalitatief onderzoek. Denken en doen. Boom, Lemma Uitgevers, 2005, 179 p.  BRISON (Fabienne) en MAMPAEY (Sandrien). Mediawetboek – editie april 2010. Herentals, Knops Publishing, 2010, 269 p.  BURNS (Alvin C.), BUSH (Ronald F.). Principes van marktonderzoek. S.I., Pearson Education Benelux, 2006, 542 p.   DE PELSMACKER (Patrick), GEUENS (Maggie), VAN DEN BERGH (Joeri). Marketingcommunicatie 2e editie. S.I., Pearson Education Benelux, 2005, 594 p.  DOBBELAERE (Matthias). Identity theft in de ICT. Onderzoek naar de wenselijkheid van een Belgische en/of Europese regelgeving. Waarschoot, MyLex, 2010, 145 p.  FISH (Tony). My digital footprint. Londen, Futuretext, 2009, 210 p.  Fisher (Donna). Persoonlijke netwerken voor Dummies. S.I., Pearson Education Benelux, 2005, 304 p.  HERTFELDT (Frans), VANNESTE (Philip) en WYLIN (Bert). Internet, een nieuw didactisch medium. Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 1997, 252 p.  KONINGS (Herman). Latte Macchiato. S.I., Lannoo, 2009, 254 p.  MORTELMANS (Dimitri). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven, Acco, 2009, 534 p.  MOXLEY (David). The practice of case management. California, Sage Publications, 1989, 157 p.  PIERSON (Jo), VERSTRYNGE (Karl). Hoofdstuk 10 Digitale media, consumenten en privacy, in: SEGERS (Katia) en BAUWENS (Joke), eds. Maak mij wat wijs. Media kennen, begrijpen en zelf creëren. Leuven, Lannoo Campus, 2010, 240 p.  SOLOVE (Daniel J.). The digital person. New York en Londen, New York University Press, 2004, 283 p.  SOLOVE (Daniel J.). The future of reputation. New Haven en Londen, Yale University Press, 2007, 247 p.  TAPSCOTT (Don). Grown up digital: how the Net Generation is changing your world. New York, McGraww-Hill, 2009, 368 p.  VAN DEN BERGH (Joeri) en BEHRER (Mattias). How cool brands stay hot. Londen, Kogan Page Limited, 2011, 240 p.  WALRAVE (Michel) en HEIRMAN (Wannes). Disclosing or protecting? Teenagersonline self- disclosure, in GUTWIRTH (Serge) et al. (Eds.) Computers, privacy and data protection : an element of choice. Dordrecht, Springer, 2011, 457 p. 105
  • 113. Artikels  NISSENBAUM (Helen). Privacy as contextual integrity, in Washington Law Review, vol. 79, nr. 1  WOO (J.). The right not to be identiefied: privacy and anonimity in the interactive media environment, London, Sage Publications, 2006Krantenartikels  DECKMYN (Dominique). Welkom bij de Facebookgeneratie. in De Standaard, zaterdag 5 – zondag 6 februari 2011, p. 8InternetE-mail  WERKERS (Evi) Evi.Werkers@law.kuleuven.be. Recht op afbeelding via FB, 30 mei 2011Websites  Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, duiding bij de privacywet, 2011 http://www.privacycommission.be/nl/new/topic/wet-en-duiding-Larcier.html  Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, internationale wetgeving, 2011 http://www.privacycommission.be/nl/legislation/international/#N100A1  Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, lexicon, 2011 http://www.privacycommission.be/nl/lexicon/p/Persoonsgegevens.html  Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, lexicon, 2011 http://www.privacycommission.be/nl/lexicon#v  Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, lexicon, 2011 http://www.privacycommission.be/nl/lexicon/r/Recht-op-afbeelding.html  Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, nationale wetgeving, 2011 http://www.privacycommission.be/nl/legislation/national/  Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, privacy algemeen, 2011 http://www.privacycommission.be/nl/in_practice/privacy/  Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, respecteer de privacywet bij het nemen en publiceren van foto‟s en videobeelden, 2011 http://www.privacycommission.be/nl/in_practice/recht-op-afbeelding/  Europa Samenvattingen van de EU-wetgeving, bescherming van de persoonsgegevens, 2011 http://europa.eu/legislation_summaries/information_society/data_protection/l14012_nl.ht m 106
  • 114.  Europa Samenvattingen van de EU-wetgeving, bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie, 2011 http://europa.eu/legislation_summaries/information_society/legislative_framework/l24120 _nl.htm#amendingact  Facebook Developers, Social plugins, 2011 http://developers.Facebook.com/docs/plugins/  Facebook, Bepaal hoe jij deelt, 2011 http://www.Facebook.com/privacy/explanation.php  Facebook, Directe personalisatie, 2011 http://www.Facebook.com/instantpersonalization/  Facebook, Facebook, 2011 www.Facebook.com  Facebook, Helpcentrum, 2011 http://www.Facebook.com/help/?search=like  Facebook, je privacy instellingen kiezen, 2011 http://www.Facebook.com/settings/?tab=privacy  Facebook, je privacy instellingen kiezen: toepassingen, games en websites, 2011 http://www.Facebook.com/settings/?tab=privacy&section=apps&h=734b93e13b9cf592e85 6e5799d038b2e  Facebook, privacy policy, 2011 http://www.Facebook.com/policy.php  Facebook, Statement of Rights and Responsibilities, 2011 http://www.Facebook.com/terms.php  Facebook, Statistieken, 2011 http://www.Facebook.com/press/info.php?statistics  Facebook, Tijdlijn, 2011 http://www.Facebook.com/press/info.php?timeline  Zynga, about, 2011 http://www.zynga.com/about/article.php?a=20100518Artikels  ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Imagined Communities : Awareness, Information Sharing and Privacy on the Facebook, PET, 2006 http://privacy.cs.cmu.edu/dataprivacy/projects/Facebook/Facebook2.pdf  ACQUISTI (Alessandro), GROSS (Ralph). Information Revelation and Privacy in Online Social Networks, in WPES, 2005 http://wiki.nus.edu.sg/download/attachments/57742900/Information+Revelation+Privacy +Gross.pdf  BOYD (Danah) en ELLISON (B. Nicole). Social Network Sites: Definition, History, and Scholarship, in Journal of Computer Mediated Communication, 2007, vol. 13, nr. 1 http://jcmc.indiana.edu/vol13/issue1/boyd.ellison.html 107
  • 115.  BOYD (Danah) en HARGITTAI (Eszter). Facebook privacy settings: who cares?, in First Monday, 2010, Vol. 15, nr. 8 http://www.uic.edu/htbin/cgiwrap/bin/ojs/index.php/fm/article/view/3086/2589 BOYD (Danah). Facebook‟s „Opt-out‟-Precedent, in Futurelab, 12 december 2007http://www.futurelab.net/blogs/marketingstrategyinnovation/2007/12/Facebooks_opt out_precedent.html%20 CLARKE (Roger). Information technology and dataveillance, in: DUNLOP (C.) en KLINK (R.), eds. Controversies in Computing, New York, Academic Press, 1991 http://www.rogerclarke.com/DV/CACM88.html ELLISON (B. Nicole), LAMPE (Cliff), STEINFIELD (Charles). Social Network Sites and Society : Current Trends and Future Possibilities, in Interactions, 2009, vol. 16, nr. 1 http://interactions.acm.org/content/?p=1200 HULL (Gordon), LIPFORD (Heather R.), LATULIPE (Celine). Contextual gaps: privacy issues on Facebook, online gepubliceerd, Springer, 2010 http://courses.ischool.berkeley.edu/i290-pm4e/f10/sites/default/files/fulltext(2).pdf JOINSON (Adam N.). Looking at, looking up or keeping up with people? Motives and use of Facebook, in: CZERWINSKI (Mary) & LUND (ARNIE), eds. Proceeding of the twenty-sixth annual SIGCHI conference on Human factors in computing systems. New York, ACM, 2008 http://socialcommercetoday.com/downloads/Joinson_Facebook.pdf LIPFORD (Heather R.), HULL (Gordon), LATULIPE (Celine), BESMER (Andrew) en WATSON (Jason). Visible flows: contextual integrity and the design of privacy mechanisms on social network sites, in Computational Science and Engineering, 2009 http://www.andrewbesmer.com/wordpress/wp-content/uploads/2009/08/visibleflows.pdf MADDEN (Mary), FOX (Susannah), SMITH (Aaron), VITAK (Jessica). Digital Footprints: Online identity management and search in the age of transparency, PEW, 2007 http://pewinternet.org/Reports/2007/Digital-Footprints.aspx Marketingterms.com, network effect, 2011 http://www.marketingterms.com/dictionary/network_effect/ N.N. Millennials: a portrait of generation next. s.l. PEWResearchCenter, 2010 http://pewresearch.org/millennials/ N.N. EU wants Facebook, Google to comply with new data rules, op Reuters.com, 2011 http://www.reuters.com/article/2011/03/16/us-eu-data-privacy-idUSTRE72F69S20110316 N.N. Social Media en Mobile Internet Use Among Teens and Young Adults. s.l. PEWResearchCenter, 2010 http://www.pewinternet.org/Reports/2010/Social-Media-and-Young-Adults.aspx ROOSENDAAL (Arnold). Facebook tracks and traces everyone: like this! Tilburg Law School Research Paper, 2010 http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=1717563 STEEL (Emily) en FOWLER (Geoffrey A.). Facebook in Privacy Breach, in The Wall Street Journal Digital Network, 18 oktober 2010 http://online.wsj.com/article/SB10001424052702304772804575558484075236968.html STRANO (Michele M.). User Descriptions and Interpretations of Self-Presentation through Facebook Profile Images, in Cyberpsychology: Journal of Psychosocial Research on Cyberspace, 2008, jg.2, nr.2 http://www.cyberpsychology.eu/view.php?cisloclanku=2008110402&article=(search%20in %20Issues) 108
  • 116.  STRATER (Katherine), LIPFORD (Heather Richter). Strategies and struggles with privacy in an online social networking community, in BCS-HCI 08 Proceedings of the 22nd British HCI Group Annual Conference on People and Computers: Culture, Creativity, Interaction, 2008, vol. 1, http://www.bcs.org/upload/pdf/ewic_hc08_v1_paper11.pdf  STUART (James). An introduction to online Social Networking Systems. S.I., s.e., 2008 https://www.wiki.ed.ac.uk/display/IandS/An+Introduction+to+online+Social+Networking+ Systems  VAN DYCK (Fons). Generatie Y: de en-en-generatie. Gepubliceerd op 12 mei 2010http://www.deburen.eu/nl/nieuws-opinie/detail/generatie-y-de-en-en-generatieKrantenartikels  JOHNSON (Bobbie). Privacy no longer a social norm, says Facebook founder, in Guardian.co.uk, 11 januari 2010 http://www.guardian.co.uk/technology/2010/jan/11/Facebook-privacy  N.N. Facebook heeft 750 miljoen leden, in De Morgen, 25 juni 2001 http://www.demorgen.be/dm/nl/5403/Internet/article/detail/1283522/2011/06/25/Facebo ok-heeft-750-miljoen-leden.dhtml  N.N. Facebook heeft 750 miljoen leden, in De Morgen, 25 juni 2011 http://www.demorgen.be/dm/nl/5403/Internet/article/detail/1283522/2011/06/25/Facebo ok-heeft-750-miljoen-leden.dhtml  N.N. Hoe Facebook zich tegen u kan keren…, in De Tijd, 26 augustus 2009 http://netto.tijd.be/budget_en_vrije_tijd/multimedia/Hoe_Facebook_zich_tegen_u_kan_ke ren....8224143-2216.art  N.N. Laat u niet bespioneren door Facbook, in De Tijd, 22 juli 2009 http://netto.tijd.be/geld_en_gezin/belastingen/Laat_u_niet_bespioneren_op_Facebook.821 05081624.art  N.N. LinkedIn en Facebook groeien, Hyves krimpt, in De Morgen, 23 december 2010 http://www.demorgen.be/dm/nl/5403/Internet/article/detail/1199685/2010/12/23/LinkedI n-en-Facebook-groeien-Hyves-krimpt.dhtmlAndereBachelorpaper  VAN WEMMEL (Els). Perceptie van en omgang met privacy op de sociale netwerksite Facebook door generatie X. Academiejaar 2009-2010TV-reportage  VERSLUIS (Jacco). Facebook geeft gebruik verboden cookies toe, in KRO Reporter. Nederland 2, uitzending 23 april. 109
  • 117. BijlagenAlle bijlagen zijn ook terug te vinden op de bijlagen cd-rom. De schema‟s uit de resultaten wordenook hier weergegeven.1) Inleidende vragenlijst …………………………………………………………………………………………………………………. 12) Persoonlijk vs. privé …………………………………………………………………………………………………………………… . 33) Activiteiten op Facebook ……………………………………………………………………………………………………………… 54) Overzicht van de vrijgegeven informatie en voor wie deze informatie zichtbaar is …………………..6 110
  • 118. 1. Inleidende vragenlijst Geslacht LT Beroep Reden voor gebruik internetR1 Vrouw 22 jr Student op universiteit Informatie Ontspanning Studies UitR2 Vrouw 18 jr Student op universiteit Ontspanning Studies vervelingR3 Man 27 jr Jeugdconsulent Informatie Ontspanning Communicatie werk UitR4 Man 21 jr Student op universiteit Informatie Ontspanning Shopping vervelingR5 Vrouw 21 jr Student op hogeschool Informatie Ontspanning Studies Communicatie UitR6 Vrouw 25 jr Bio-ingenieur Informatie Ontspanning Communicatie vervelingR7 Vrouw 26 jr Journalist Informatie Ontspanning Communicatie Werk UitR8 Vrouw 28 jr Journalist Informatie Ontspanning Werk verveling UitR9 Vrouw 25 jr Grafisch ontwerper Informatie Ontspanning Communicatie Shopping Werk verveling UitR 10 Vrouw 20 jr Student pilotenopleiding Informatie Ontspanning Communicatie Shopping Werk vervelingR 11 Man 22 jr Student universiteit Informatie Ontspanning Communicatie Shopping Werk Muziek UitR 12 Vrouw 20 jr Student universiteit Informatie Communicatie Shopping vervelingR 13 Man 24 jr Student universiteit Ontspanning CommunicatieR 14 Vrouw 29 jr Project Manager Informatie Ontspanning Communicatie WerkR 15 Man 25 jr Stafmedewerker Jeugd & Sport Informatie Ontspanning Communicatie WerkR 16 Man 26 jr Technieker Informatie Ontspanning Communicatie Werk 1
  • 119. Lid van een andere sociale Hoe vaak is men online netwerksite Minder dan 1 keer per maand141210 Maandelijks 8 6 4 Wekelijks 2 0 Dagelijks - meerdere keren per dag Dagelijks - 1 keer per dag Reeks1 0 5 10 15 Voor het eerst in contact met internetik weet het niet meer > 10 jaar geleden 7-10 jaar geleden 4-6 jaar geleden 1-3 jaar geleden < 1 jaar geleden 0 2 4 6 8 10 2
  • 120. 2. Persoonlijk vs. privé omgang persoonlijke Privacy Privé Privé-gegevens omgang privé-gegevens Persoonlijk Persoonlijke gegevens gegevens Persoonlijk is meer een gevoel -> niet gegevens die ge niet wilt waarover ge zelf controle wilt hebben verslagen van bij de dokter, ziektes,R1 controle Adres, GSM delen met onbekende, wel met delen met iedereen aan wie ge ze geeft herinneringen vriendinnen ik denk dat ze daar echt naar moeten gaat eerder om diegene die ge zijt, daar komt ge eigenlijk meeR2 controle meer iets van bezit Adres, telnr, e-mail vragen, daar ga ik ni zelf over getrouwd, weduwe, kinderen, hond, qua gevoelens naar buiten beginnen mijn GSMnummer probeer ik zo weinig mogelijk te communiceren, controle + mijn publieke persoonlijkheid, zaken die dat de buitenwereld omdat ik dat een directe vorm van mijn persoonlijkheid, wat ik doe, watR3 fysieke Seksleven, GSM karakter, hoe ik handel, hoe ik mij niet moet zien communiceren vind, terwijl een mail ik handel grens gedraag, e-mail (minder privé) daar kunt ge nog zo wat de boot mee afhouden fysieke enkel familie en goede die ik nog liever voor mijzelf houd ofR4 ziektes grens vrienden mogen het weten voor een hele selecte groep mensen persoonlijk valt onder privé, vrije tijd, vrienden, fysieke naam, bankrekeningnummer, SMS,R5 privé is precies een adres, e-mailadres, delen met anderen, geen probleem niet aan iedereen geven grens vrienden, agenda, iPod, GSMnummer overkoepelende term hobbys controle + meer uw eigendom, uw huis, naam, voornaam, geboortedatum, erger wanneer gedeeldR6 fysieke e-mailadres minder erg als vrijgegeven wordt dat beschouw ik echt als bij mij uw dingen, uw gezin adres, telnummer, GSM wordt grens Financiële zaken, niet aan iedereen zeggen, maar welR7 controle Binnen gesloten deuren e-mailadres, Telnr, Seks, gemoedstoestand, naam aan beste vriendinnen GSM, adres naam, dat zijn allemaal gegevens die ge op dat is meer zo iets gevoelsmatig, dat dat is niet zo erg als de geboortedatum,R8 controle internet terugvindt, dus dat is niet is moeilijker en ambetanter om te gegevens van de bank, de dokter mensen dat te weten komen adres, GSM, Telnr, persoonlijk he delen met anderen e-mail contactgegevens delen / niet delen niet delen wel delen 3
  • 121. loon, pincode = situaties die binnen een mijn innerlijke, mijn visie, ook niet intieme leven, seksleven, banden metR9 controle data -- naam, bepaalde groep moet blijven altijd met eendert wie delen mensen -- GSM adres, GSM, e-mail naam, adres, telnr, kunt ge gemakklijker delen, want is persoonlijke dingen kunt ge gij beslist of ge het aanR 10 controle privé kunt ge niet delen leeftijd e-mail niet mijn persoonlijkheid meedelen aan mensen mensen wilt zeggen of nietR 11 controle adres, GSM, e-mail naam, dit gesprek gegevens waar ik sowieso controle over heb, privé is iets GSM (nt iedereen niet iedereen moet deze dingen naam, leeftijd, e-mailadres, agenda, dingen die gedeeld mogenR 12 controle wat ik bij mijn eigen houd, wat moet die weten), ook controle, maar minder weten telnr thuis (opzoeken) worden niemand anders weet, wat adres alleen ik weet controle + pincode, dat zijn dingen die ge niet aan meer verspreid, verdeeld worden met er kan niks mis gebeurenR 13 fysieke echt voor uw eigen houden wachtwoorden, geboortedatum, adres, telnr, e-mail iedereen meedeelt anderen met deze gegevens grens dingen in uw GSMR 14 controle echt voor uw eigen houden geen onderscheid voor uw besloten kring geen ondersheid dingen die eigenlijk niet echt iets wat ge voor uzelf wilt dokter, daar heeft niet zomaar iedereen zelf beslissen welke mensen het iedereen zomaar weet, maarR 15 controle adres, naam, geboortedatum houden bankrekening zaken mee mogen weten die wel gedeeld mogen worden dingen die thuis gebeuren, dat is iets van mijn eigen, dat ga ikR 16 controle dat deel ik nog wel met mijn code bankkaart met niemand delen adres, naam, geboortedatum mensen mogen dat weten met niemand delen ouders, broer en vriendin contactgegevens delen / niet delen niet delen wel delen 4
  • 122. 3. Activiteiten op Facebook afb, video, zelf afb, video, fotos filmpjes fotos comments links op chat FB mail stat upd kijken naar berichten link op spelletjes liken kijken kijken delen geven profiel van plaatsen eigen prof anderen statusupd vanR1 ja ja ja heel weinig neen ja anderen neenR2 neen neen ja ja neen ja (msn)R3 ja ja ja af en toe ja links ja berichtenR4 neen ja neen neen neen ja evenementen afb wel,R5 ja ja af en toe ja soms ja video nee heel video nee, heel weinig albums om nieuwsoverzichtR6 weinig ja ja neen foto ja en heel weinig neen ja (hotmail) te delen naar reacties (msn) links soms neen fotos ja fotos, linksR7 (geen ja ja ja ja ja video neen ja en video chatter) links neen heel weinig video nee, nieuwsoverzichtR8 ja (gewoon e- heel weinig fotos ja neen ja evenementen mail) links jaR9 ja bijna nooit niet vaak ja ja liedjes liedjes jaR ja soms af en toe ja ja ja ja ja10R heel heel af en ja ja liedjes liedjes ja ja11 weinig toeR ja ja ja neen ja af en toe neen neen12R meer en ja ja neen neen neen neen neen ja13 meerR ja ja ja ja ja overal ja14R heel af en ja ja niet zoveel evenementen ja ja ja15 toeR neen ja zelden neen neen heel zelden neen neen ja16 5
  • 123. 4. Overzicht van de vrijgegeven informatie en voor wie deze informatie zichtbaar is werk studies school gebdat gebplaats talen act. & int relatie geïnter in webs telnr e-mail geslacht woonpl correct zichtbaar voor 1 x x x x x 1//5 Ik denk enkel vrienden 3 x x x x x x x x 4//9 normaal gezien alle vrienden hoogstwaarschijnlijk voor iedereen 4 x x x x x x x x x 4//9  standaardinstellingen ik denk voor iedereen 5 x x x x x x x x x 6//9  enkel vrienden mijn vrienden denk ik 6 x x x x x x 4//6  vrienden + iedereen ik denk enkel mijn vrienden 7 x x x x x x x 3//7  standaardinstellingen 8 x x x x x x 3//6 Normaal gezien enkel vrienden ik weet het eigenlijk niet goed 9 x x x x x x 5//5  enkel vrienden10 x x x x x x x x x 4//9 enkel voor mijn vrienden11 x x x x x x 2//6 ik ga er van uit voor mijn vrienden12 x x x x 4//4 ingesteld op alleen vrienden ik denk dat het openstaat voor iedereen13 x x x x 0//4  standaardinstellingen14 x x x x 2//3 volgens mij friends only bij alles ik veronderstel enkel mijn vrienden  + vrienden v vrienden +15 x x x x x x 2//6 iedereen ik denk voor iedereen16 x x x x x 2//5  Enkel vrienden x hetgene de respondent heeft vernoemd x hetgene de respondent niet heeft vernoemd, maar wel is ingevuld x hetgene de respondent heeft vernoemd, maar niet is ingevuld 6
  • 124. 7

×