Your SlideShare is downloading. ×
dossier NL
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

dossier NL

370
views

Published on


0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
370
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. stelt voor: Luciano, Christophe, Caro et nous Creaties: Perignem 9 februari 2014 Espace Senghor 24 mei 2014 Logos Foundation 25 mei 2014
  • 2. Inhoudstafel De voorstelling « Luciano, Christophe, Caro et nous » Bin°oculaire, Bisbigliando: nieuw muziektheater? Planning en programma 5 A-Ronne van Luciano Berio 6 Le Passage van Caroline Petrick 7 Biografie van Caroline Petrick 10 De Anatomische Engel van Christophe Guiraud Biografie van Christophe Guiraud Curriculum Vitae Pers 16 13 12 3 4 11
  • 3. Bin°oculaire en Bisbigliando DE VOORSTELLING « Luciano, Christophe, Caro et nous » Bin°oculaire is een collectief van muzikanten gespecialiseerd in muziektheater. Naar aanleiding van hun gemeenschappelijke muziektheaterstudies aan de Hochschule der Künste Bern in Zwitserland, heeft Manon Pierrehumbert -harpiste- deze vereniging opgericht. De leden van het ensemble hadden dankzij hun studies onder andere contact met de wereldberoemde componist Georges Aperghis, de grondlegger van een heel specifiek soort muziektheater in Frankrijk. De eerste voorstellingenreeks van Bin°oculaire in 2011 met een tournee in Zwitserland (La Chaux-de-fonds, Biel, Zuerich, Basel, Moutier, Neuchatel) was getiteld MAURICIO, JOHN, DIETER, LUCIANO et les autres. Binnenkort spelen de muzikanten dit programma ook in Toulouse in Frankrijk (22 mei 2014). Web: www.binooculaire.ch Elisabeth de Merode, Belgisch lid van Bin°oculaire, sticht de vzw Bisbigliando in mei 2013. Deze VZW zet zich in om producties neer te zetten met een focus op muziektheater. Met als uitgangspunt het werk van Georges Aperghis wil zij de scheidingslijn tussen muziek en theater onderzoeken. Hiervoor wordt er onder andere samengewerkt met componisten en regisseurs. « Luciano, Christophe, Caro et nous » is een project van Bisbigliando in samenwerking met de muzikanten van Bin°oculaire, onder de artistieke leiding van Elisabeth de Merode. Web: www.bisbigliando.be (zie ook p.4) Luciano, Christophe, Caro et nous « A-Ronne » van Luciano Berio, een meesterstuk uit het muziektheaterrepertoire, wordt hernomen uit de vorige productie van Bin°oculaire: MAURICIO, JOHN, DIETER, LUCIANO et les autres. « A-Ronne » was daar ook het centrale werk van de voorstelling. (zie p.6) Om de voorstelling compleet te maken, werd de Brusselse componist Christophe Guiraud gevraagd om zich te laten inspireren door «A-Ronne» en een nieuw werk te schrijven voor de muzikanten van Bin°oculaire/Bisbigliando: de Anatomische Engel. Christophe Guiraud is een jonge, veelbelovende en fijngevoelige componist die gespecialiseerd is in elektro-akoestiek en nu ook een compositie-opdracht heeft voor Ictus. (zie p. 11) Caroline Petrick, ervaren regisseur, dramaturg en coach, kent «A-Ronne» door en door omdat zij deel uitmaakte van een zeer succesvolle regie van Ingrid von Wantoch Rekowski, A-Ronne II. Zij zorgt in het huidige project voor de regie, de dramaturgie en de acteurstraining van de performers, net zoals voor de conceptontwikkeling van «Le Passage». (zie p.7) 3
  • 4. BIN°OCULAIRE, BISBIGLIANDO: NIEUW MUZIEKTHEATER? Muziektheater van Bin°oculaire/Bisbigliando We geloven zeer sterk in de communicatieve kracht van muziektheater. Volgens ons is deze kunstvorm veel toegankelijker dan de typische intellectuele en conceptuele hedendaagse muziek die een publiek wel eens kan afschrikken. De rol van een Muzikant in Muziektheater? Voor muzikanten gespecialiseerd in hedendaags muziektheater ontstaat het theatrale aspect van die muziek vooral vanuit de compositie: het ritme en de klanken symboliseren reeds een wereld van « concrete gebeurtenissen », een atmosfeer, een verhaal. Het muziektheatrale drukt zich dan uit via vocale of visuele elementen, zorgvuldig genoteerd in de partituur. Vaak ziet men voorstellingen waarin de muziek gebracht wordt door muzikanten en het theater door acteurs, mooi van elkaar gescheiden. Nochtans acteren zangers sinds eeuwen in het genre opera. We willen de muzikanten dus graag uit de orkestbak halen en hen zowel het muzikale als het theatrale aspect van de muziek laten uitvoeren. Maar niet zonder uniek compositie- en regiewerk natuurlijk. « A-Ronne » van Luciano Berio « A-Ronne » is een radiofonisch werk. Dit veronderstelt dat men de uitvoerders niet ziet, enkel hoort. Met Bin°oculaire hebben we dit werk tot nu toe meerdere malen gebracht in Zwitserland. We hebben snel de keuze gemaakt om toch zichtbaar te blijven en zo het auditieve en het muzikale een visueel draagvlak te geven. Na verloop van tijd voegden we gebaren toe. Niet om te « acteren » maar ter ondersteuning van de gevraagde uitdrukking. Het « toevoegen » van gestes hielp ons toen. We vinden het nu tijd om een stap verder te gaan. We willen personages ontwikkelen. De keuze om het stuk ARonne –letterlijk- voor het voetlicht te brengen vraagt om een theatrale interpretatie van het luisterspel. Wij (her)verkennen het materiaal van Berio als groep en zullen dieper ingaan op de karakters en personages die bij elk van ons ontstaan. Die personages kunnen dan muzikaal en theatraal gestructureerd worden. In deze fase vinden we het werken met een regisseur een zinvolle stap. Nieuwe vormen van muziektheater ontdekken Vanuit bovenstaande vraagstellingen kwamen we tot de samenwerking met twee uitstekende artiesten, Christophe Guiraud en Caroline Petrick. Met behulp van de creatie van Christophe Guiraud en de acteursregie van Caroline Petrick willen we nieuwe manieren om muziektheater te maken ontdekken. Het werken met zulke artiesten vraagt om een subsidiële ondersteuning van ons ensemble. Christophe Guiraud schrijft voor ons de « Anatomische Engel », een stuk voor sextet dat mooi aansluit aan « A-Ronne ». Caroline Petrick heeft veel ervaring met muzikanten en muziektheater. Zij kan ons helpen om het theatrale van de compositie « A-Ronne » te versterken. Naast de regie, dramaturgie en de acteursregie ontwikkelt Caroline een uniek concept om de twee stukken in elkaar te laten overvloeien: dit concept neemt de vorm aan van een audio-visuele creatie die « le Passage » heet. Dankzij dit tussenstuk krijgt de voorstelling een sluitende dramaturgie. « Petrick regisseert onder het vel. Ze brengt haar eigen ervaring over op de uitvoerders en bewerkstelligt dat deze hun eigen zoektocht met een verbazende naturel op scène brengen. », dixit Ann Olaerts, voormalig directrice VTI. 4
  • 5. PLANNING JANUARI-MEI 2014 voor details, zie aparte planning Promotie Het middagconcert in Flagey op 10 januari 2014 van het Bin°oculaire - Trio geeft ons de mogelijkheid om een staaltje muziektheater - repertoire te laten horen en zien. Dat zal het eerste concert zijn in België van Bin°oculaire en geeft de mogelijkheid aan geïnteresseerde programmatoren uit deze regio om te komen luisteren. Op het einde van de residentie in de Pianofabriek hebben we ook een toonmoment om andere programmatoren uit te nodigen. Residentie 2014 Zoals vaak het geval is met muziektheaterwerken, laat het stuk van Christophe Guiraud een grote vrijheid qua interpretatie over aan de muzikanten. Het ensemble zal zich focussen op het werk van Christophe Guiraud in samenwerking met de componist zelf tijdens een residentie. Deze gaat door van 13 tot en met 17 januari 2014 in de Pianofabriek in SintGillis te Brussel. Vier leden van het ensemble zullen ook logeren in Brussel. Extra repetities Aangezien vijf dagen te weinig repetitietijd betekent voor dit project en we ook tijd en ruimte willen geven aan het werk van dramaturg Caroline Petrick, wordt de repetitieperiode verlengd met een tiental dagen. De repetities kunnen doorgaan in de zalen waar we ook een voorstelling gaan geven: Perignem, Espace Senghor en Logos Foundation. Verder repeteren we vier dagen in Carthago Delenda Est in Anderlecht (op 11, 12, 18 en 19 januari). Workshops via Espace Senghor (data nog te bepalen) Een jong publiek dat niet veel ervaring heeft met klassieke hedendaagse muziek, willen we graag bereiken via workshops in samenwerking met Espace Senghor. We laten ze delen uit de partituur uitvoeren , wat helemaal mogelijk is met deze speciale partituur. We geloven immers dat de dingen die je zelf doet en ervaart een sterkere inleving kunnen creëren dan iets waar je van buitenaf naar kijkt. Voorstellingen Na de samenwerking met de componist en de dramaturg, zullen de concerten plaatsvinden : in “Perignem” te Beernem op 9 februari 2014, « Espace Senghor » te Etterbeek op 24 mei 2014 en de « Logos Foundation » te Gent op 25 mei 2014. Het programma van de voorstelling wordt hieronder uiteengezet. PR OG R AM M A “ L U C I AN O, C H R I S T OPH E, C AR O e t n o u s ” A-RONNE (1974) Luciano Berio radiofonische documentaire voor 5 acteurs LE PASSAGE (2014) Caroline Petrick in samenwerking met Christophe Guiraud Audio-visuele creatie. PIEZO of DE ANATOMISCHE ENGEL (2013) Christophe Guiraud (creatie) Fl (norm/bas), strijktrio, harp (+key board+gongs), sopraansax, stemmen, tapes Elektro-akoestische versterking van alle instrumenten Conceptontwikkeling van het project, regie, dramaturgie, acteursregie: Caroline Petrick Scenografie: Satu Peltoniemi Licht-technicus: Kim Rens Muzikanten: Julien Annoni, slagwerk en stem Delphine Bouvier, viool en stem Ilia Laporev, cello en stem Elisabeth de Merode, fluit en stem Manon Pierrehumbert, harp en stem Sébastien Schiesser, saxofoon en stem Laurent Tardat, altviool en stem productie van BISBIGLIANDO/Bin°oculaire 5
  • 6. A-RONNE A - RONNE « het onderwerp van A–Ronne is een elementaire vocalisatie van een tekst en de transformatie ervan in iets eenvoudigs, maar moeilijker om te beschrijven. Eigenlijk betreft het geen muzikale compositie in de gebruikelijke zin van het woord (...). De muzikale betekenis van A–Ronne is simpel, namelijk wat ze gemeenschappelijk heeft met alle ervaringen, of het nu een alledaags gesprek betreft of een theatertekst: men veronderstelt een verandering van betekenis indien er verandering van uitdrukking is. Daarom verkies ik dit werk te definiëren als een documentaire over het gedicht van Edoardo Sanguineti, zoals men zou spreken van een documentaire over een schilderij of een exotisch land(...). » Luciano Berio De Italiaanse componist LUCIANO BERIO werd geboren in 1925. De familiale kring waarin hij opgroeit tot achttien jaar is tevens de plaats waar hij zijn eerste muzikale opvoeding krijgt. Hij leert er piano en speelt er vaak kamermuziek. Na een blessure aan zijn rechterhand moet hij afzien van een pianistencarrière en richt hij zich volledig op het componeren. Hij verdient zijn kost als begeleider-pianist en ontmoet zo Cathy Berberian, de Amerikaanse zangeres van Armeense afkomst waarmee hij in 1950 trouwt. Met haar zal hij alle mogelijkheden van de stem onderzoeken. Door verschillende werken heen zoals de beroemde Sequenza III (1965). In 1952 vertrekt hij naar Tanglewood om te studeren met Luigi Dallapiccola. Berio interesseert zich enorm in litteratuur (Joyce, Cummings, Calvino Levi-Strauss) en voor taalkunde, hetgeen zijn muzikale gedachtegoed sterk zal verrijken. In 1955 sticht hij met zijn vriend Bruno Maderna de Studio van de muzikale phono-logie van de RAI in Milaan, de eerste studio van elektroakoestische muziek in Italië. Uit zijn onderzoek ontstaat met name Thema (Omaggio a Joyce) (1958). Geboeid door de instrumentale virtuositeit, begint hij in 1958 aan de reeks Sequenzas waarvan het componeren duurt tot 1995, en waarvan enkele zich zullen ontplooien tot de reeks « Chemins ». In 1960 keert hij terug naar de Verenigde Staten waar hij compositie onderwijst. Hij geeft les in de Juilliard School in New York van 1965 tot 1971 waar hij het Juilliard Ensemble (1967) sticht met als specialisatie hedendaagse muziek. In de jaren zestig werkt hij samen met Sanguinetti aan muziektheaterwerken waarvan Laborintus 2 (1965) het meest populaire werk is. Berio gaat terug naar Europa in 1972. Op uitnodiging van Pierre Boulez neemt hij de directie van de elektro-akoestische afdeling van de Ircam voor zijn rekening (1974-1980). Naast zijn creatieve activiteiten ondersteunt Berio verschillende muzikale instituten in Italië en het buitenland. Zijn internationale faam wordt met talrijke universitaire eretitels en prijzen geëerd waarvan de gouden Leeuw in de Biennale van Venetië (1995) en de Praemium Imperiale (Japan). Luciano Berio sterft in Rome op 27 mei 2003. 6
  • 7. LE PASSAGE INTENTIENOTA VAN DE REGISSEUR/ DRAMATURG CAROLINE PETRICK ‘LE PASSAGE’. Het regieconcept voor “Luciano, Christophe, Caro et nous” bestaat uit het creëren van een tussenstuk. Le Passage wordt de overgang van A-Ronne van luciano Berio naar ‘L’Ange anatomique/Piezo’ van Christophe Guiraud. Mensen die vertrouwd zijn met mijn werk, weten dat mijn regie meestal niet bestaat uit een ‘aankleden’ maar uit een ‘uitkleden’ of een ‘to strip off’ om zo dicht mogelijk bij de kern van een werk te kunnen komen. Dit sluit aan bij wat ik de esthetiek van de sobere vorm zou willen noem. Geen mager ascetisme, maar soberheid dat letterlijk en figuurlijk siert. Wat wordt Le Passage? Le Passage wordt een geënsceneerd luisterspel. De tekst van het luisterspel wordt gegenereerd door het bronnenmateriaal waarop het libretto van Berio is geïnspireerd. Hier worden ook gedachten van fictieve personages aan toegevoegd. Het genre waar Le Passage toe behoort zou ik benoemen als zijnde docudrama. Fictie en non-fictie verweven zich met elkaar op heel subtiel wijze. Hors champs. Het wordt een compositorische verwerking van fagmenten van klankbanden die behoren bij documentaires (Berio, Sanguinetti, Kommunistiche Manifest, Eliot, Beckett…) en fragmenten uit film. De term ‘hors champs’ die eigen is aan het filmididioom, is hierbij een inspiratie. Materiaal voor de verhaallijnen. Het libretto van A-Ronne is een tekst geschreven door Edouardo Sanguinetti. Berio beschrijft zijn werk als een documentaire op een gedicht van Edouardo Sanguinetti, zoals er ook documentaires gemaakt worden waarvan het onderwerp een schilderij of een welbepaald land is. Waaruit bestaat het gedicht van Edouardo Sanguinetti? Sanguinetti heeft zijn gedicht gecomponeerd met fragmentarisch materiaal uit verschillende bronnen. Fragmenten uit ‘De eerste brief van Johannes’ (Wat was er van bij het begin….Licht en Duisternis – Am Anfang…) als Goethe’s bewerking hiervan in zijn Faust, Goethe’s Faust, Four Quartets van Eliot, Dante’s Divina Commedia, het essay van Roland barthes over George bataille, de openingszin van het Kommunistisch Manifest van Marx en Engels, een allusie op een brief tussen Berio en Sanguinetti alsook referenties naar Samuel Beckett. In de geschiedenis van het theater en in de eigen evolutie van het dramatisch werk van Beckett kunnen we stellen dat Beckett het theater ontdaan heeft van het ‘verhaal’. Dat komt misschien wel het meest tot uiting in de sprekende titel van zijn werk ‘words and music’. Dergelijke decontextualisering en deconstructie heeft zijn plaats in de overgang van een modernisme naar een postmodernisme. Het deficiet van het verhaal kunnen we ook historisch plaatsen in de teloorgang van de grote ideologieën. Met de literaire context van de fragmenten nog fris in het geheugen ten tijde van de creatie van dit werk (1975) kunnen we ervan uitgaan dat bij een ingewijd publiek het fragment de context opriep, en dat zich beroepend op de iegen culturele baggage het publiek in dialoog kon gaan met A-Ronne. 7
  • 8. Een documentaire : herstelwerk. De tekst die ik wil componeren voor Le Passage zal een herstelwerk zijn van de contexten van het bronnenmateriaal van A-Ronne. Stukken van de contexten; dus ook een fragmentarische benadering. Een overgang is een beweging, er is geen tijd om bij de dingen stil te zijn. Het zullen dus gedachten, uitspraken, herinneringen, fragmenten van klankbanden van documentaires… zijn die als evenveel gedachtenflarden zich laten horen en verdwijnen in en tijdens de overgang. De doelstelling is een gepoëtiseerde, fragmentarische, ‘uitleg’ bij de werken. Ik wil opnieuw, fragmentarisch welliswaar, het publiek sleutels aanreiken om de fragmenten die gehoord zijn en gehoord zullen worden te kunnen plaatsen in hun context. Le passage creëert op een poëtische en gefragmenteerde wijze de historische, litteraire en geografische omgeving van het bronnenmateriaal waarop Sanguinetti zich gebaseerd heeft voor de creatie van het gedicht A-Ronne. In zijn doctoraatswerk stelt Jan Michiels dat het doctoreren in de kunsten zin kan hebben om werken die niet zo evident zijn voor een publiek, opnieuw dichter bij de toehoorder te kunnen brengen. Ik beschouw dit ook als een zeer interessante uitadging voor een regisseur die een werk niet wil gebruiken als ‘kapstok’ om een eigen verhaal aan op te hangen. Bij een intrinsieke dramaturgie en regie waar ik voorstander van ben, is het uitgangspunt van het werk toegangkelijker te maken voor het publiek zodat het in dialoog kan gaan en een hoogst persoonlijke ervaring mogelijk is. Opdat men zou kunnen ervaren is herkenning noodzakelijk, ‘plaatsing’. Het thema omgeving en omgeven worden is ook een belangrijk thema in mijn artistiek onderzoek. Dit is tevens de reden waarom ik mijn creatief proces opsplits in 2 delen. Een auditieve arbeid (soundart) en het zich lichamelijk verhouden in een ruimte ten opzichte van wat men hoort ; theater : beeldend werken, laten zien. En wat laten we dan zien? ‘een zich verhouden tot een omgeving’. Uit-leg/ in-zicht. Het spreekt voor zich dat de goede uitvoering van het werk het publiek nog steeds in staat zal stellen zelf betekenissen toe te kennen door emotionele en zintuiglijke ervaring en interactie en innerlijke emotionele resonantie, doch in deze tijden van historisch vergeten, vind ik het een meerwaarde om, zoals Jan Michiels het zo treffend verwoord, muzikale werken dichter bij de toehoorder te brengen door een uitleg te kunnen overbrengen aan een in principe geïnteresseerd publiek. Deze uitleg echter niet presenteren als een ‘droge kost’, voer voor specialisten en fanatici, maar persoonlijke en menselijke gedachten laten horen die historisch en geografisch ingebed zijn. Gechiedenis is niet sexy. Geschiedenis is uit de interesse geraakt omdat het niet onmiddellijk kan renderen. Ik wil van het luisterspel Le Passage een gepoëtiseerd landschap maken. De soundscape die het publiek zal horen op het poëtisch landschap dat geregisseerd zal worden op dit luisterspel. 8
  • 9. Een geënsceneerd concert. Een van mijn hoofddoelstellingen in “Luciano, Christophe, Caro et nous” bestaat (ook) uit het poëtiseren van de rituele vorm van het concert. In vele kunsthuizen die muziek programmeren, is het een gewoonte om een inleiding te geven bij een concert. Ik vind het een boeiend gegeven om te onderzoeken op welke wijze dergelijke inleidingen zich artistiek kunnen inweven in het concert. In dit kader is een hoorpel de vorm waarin ik dit wil realiseren. Le Passage is duidelijk een brug tussen de twee werken én een brug naar het publiek toe. Het werk wil echter ook los van de context als autonome creatie kunnen bestaan. Le passage werkt als sonore flashback naar wat geweest is (A-Ronne), en sonore flash forward toepselend op ‘ L’Ange anatomique’ en is een geënsceneerde auditief-visuele overgang tussen twee muzikale werken. Uit mijn onderzoek naar Rituelen, waarvoor ik gesteund ben geweest door toekenning van een ontwikkelingsgerichte beurs, heb ik gedegen onderzoek kunnen uitvoeren naar de liminale ruimte of tussenruimte eigen aan het ritueel. Het is een interessante uitdaging om het niemandsland tussen de stukken die gespeeld worden op een concert, onder spanning te plaatsen door ze een ‘tussenruimte’ te laten zijn waarin er toch ‘iets’ gebeurd. In mijn werken met zangers en muzikanten is het steeds een uitdaging geweest om samen met de uitvoerder opzoek te gaan naar de innerlike motovatie van het innemen van een bepaalde plaats of het uitvoern van een bepaalde geste/ beweging. Met de uitvoerders zal ik opzoek gaan naar betekenisvolle acties en standpunten ten opzicht van en in De Overang/ Le Passage. Le passage is ook een krachtig mytheem. Van Licht naar Duisternis. Le Passage zal, naast het genereren van inhoud bij de betreffende werken, ook vooral een sterk sfeerbeeld creëren door de extreme tegenstelling tussen de extraversie van A-Ronne en het kosmische aspect van L’Ange anatomique. Persoonlijk traject. Met mijn 45 jaar en 25 jaar ervaring in de professionele podiulkunstenwereld, aanvankelijk als actrice en vervolgens als regisseur, ben ik op een punt aanbeland, waarop ik graag mijn kennis, kunde en ervaring ten dienste stel van jonge beginnende podiumkunstenaars. Terzelfdertijd werk ik gestaag verder aan de ontikkeling van mijn persoonlijke zoektocht. Het feit dat dit project niet door mij werd geïnitieerd, staat deze persoonlijke ontwikkeling niet in de weg, in tegendeel. In de hoop dat deze intentienota u kan boeien, dat u er artistiek potentieel in ziet en tevens een interessant perspectief voor verdere ontwikkeling van het concept ‘geënsceneerd concert’, dank ik u alvast voor de tijd die u aan deze subsidieaanvraag zal besteden. Ik groet u met voorname achting, Caroline Petrick 9
  • 10. BIOGRAFIE CAROLINE PETRICK Caroline Petrick behaalt een eerste prijs dramatische kunst aan het Conservatorium in Luik in 1989. Als actrice speelt ze in theater- en muziektheaterproducties in regie van oa. Jacques Delcuvellerie, Pascal Rambert , Thierry Salmon en Ingrid Von Wantoch Rekowski. Ze staat op internationale podia o.a : Wiener Festwochen, Teatro di Parma, Festival de Volterra, Musica Strasbourg, Festival de dans(e) Uzès... In 1998 ontvangt ze een Ubu-prijs (It) voor haar vertolking in “Temiscira 3 ; le vostre madri sono state più solerti”, regie T.Salmon, geïnspireerd op Penthesileia, van Heinrich Von Kleist. In 2001 krijgt ze haar eerste regieopdracht. Ze regisseert de kinderopera Golden Vanity, B.Britten in De Munt. Sindsdien heeft ze zich hoofdzakelijk toegelegd op het regisseren van muziektheater. Van 2003 tot 2012 heeft ze geregisseerd in opdracht van het productiehuis Muziektheater Transparant. Haar dramaturgische inzicht en werkwijze met musici, acteurs en zangers overtuigden de internationale podiumkunstenwereld. Ze was uitgenodigd in Teatro Colon, Buenos Aires (AR), in Culturgest, Lissabon, alsook in de operahuizen van Parijs, Brussel, Kopenhagen, Stockholm…Haar werk is twee keer geprogrammeerd op het Edinburgfestival. In mei 2013 gaat Golden Vanity in première aan de Kungligan Operan, te Stockholm. REGIE, DRAMATURGIE Najaar 2012 gaat ‘een nieuwe wandeling’ in première, een muziektheatervoorstelling gemaakt met geïnterneerden en gedetineerden in de gevangenis van Gent in samenwerking met Victoria Deluxe. De voorstelling is een groot succes. Door deze sterke confrontatie met de kracht van het theater als ‘werking’, wil ze verder én met sociaal-artistieke projecten én met artistiek projecten. De uitdaging zal eruit bestaan de kloof tussen beide werkvelden te dichten. Vanuit de noodzaak zich sociaal-maatschappelijk te engageren, wil ze graag samen met aderen werken aan het te geven van een stem aan minder zichtbare gemeenschappen en aan ‘ongehoorde’ verhalen. Muziektheater kan hier zeker aan toe bijdragen. Naast het artistiek en het sociaal-artistieke werkveld wint het educatieve werkveld aan belang. Caroline Petrick is verbonden als gastprofessor speltraining aan het Conservatorium van Brussel. Gestaag bereidt het platform Performance Training zich uit, zowel wat de groepslessen aanbelangt als het individueel coachen van jonge toekomstige kunstenaars. “Caroline Petrick regisseert ‘onder het vel’. Dit is voor de toeschouwer fysiek voelbaar. Ze laat de mensen achter In 2012 behaalt ze een Master Diploma aan het KASK, te Gent. de uitvoerders zien. Op subtiele wijze slaagt Petrick erin om voorbij de schoonheid een soort van menselijkheid, van kwetsbaarheid bloot te leggen, die voorbij gaat aan het rationele, het zegbare. Ze slaagt er in om haar ervaring over te dragen op de zangers en elk van de zangers zo ver te krijgen om hun eigen zoektocht met een ontroerende naturel mee op scène te brengen. Een kwaliteit die je maar zelden in klassieke opera uitvoeringen te zien krijgt. Haar regies zijn gedurfde en tegelijk louterende ervaringen. Je maakt als toeschouwer een bewustzijnsproces mee, zonder dat het belerend of gedirigeerd overkomt. Ann Olaerts, voormalig directrice VTI (Vlaams Theater Instituut) “As an opera singer it very is rare to get an opportunity to work with a director whose only intent is to serve the piece above any other narcissistic need that one, as an artist, tends inevitably to have…My experience in working with her recalls Peter Brooks and his experiments, or even ‘The Zen in the Art of Archery’ by Herrigel. In the end you take a distance, not so much of your character, but from your own ego, to allow a more subconscious part of your human experience to emerge.” 10
  • 11. DE ANATOMISCHE ENGEL PIEZO OF DE ANATOMISCHE ENGEL De titel van dit stuk verwijst zowel naar de gebruikte technische middelen als naar een fysiek fenomeen. Elke protagonist van het werk krijgt een aantal micro's van het « piezo »-type. De micro's streven een geluidsmassa na die op een groot magnetisch veld lijkt. Het geheel wordt ondersteund door een elektro-akoestische achtergrond. Dit veld is in een wankel evenwicht: de massa’s worden op mekaar afgestemd door ze in elkaar te schuiven, met als gevolg Larsen-effecten, signaalstoringen, fase-fenomenen. Het doel is nochtans niet enkel ruis maken: deze massa is vooral organisch, elk instrument kan hier zijn volledige klankspectrum tentoonspreiden. De piezo-micro, die op het instrument zelf wordt aangebracht, wordt dus niet alleen gebruikt om verzadigingseffecten te veroorzaken of om op de intensiteit in te spelen, maar ook om de intieme oneffenheden van elk instrument te onthullen aan de luisteraar. Dit stuk is ontstaan na de ontmoeting van de componist Christophe Guiraud en Bin°oculaire, een collectief dat zich onderscheidt doordat ze zowel instrumentale als vocale kunstenaars zijn (hun vertolking van A-Ronne van Luciano Berio van 2011-2012 getuigt van hun vocale capaciteiten). De dualiteit instrument/stem is voor « Piezo » essentieel. In deze muziek met zijn spectraal kantje brengt de muzikant meer dan ooit zijn lichaam in het spel. Derhalve wordt de rol en het organische van zijn stem in vraag gesteld. De instrumentalisten, die voorzien zijn van microfoontjes, gebruiken hun stem om de muziekinstrumenten te begeleiden, maar ook om ze te doen klinken via diverse technieken zoals multiphonics en flatterzunge bij de blazers. De stem in kwestie is niet noodzakelijk gezongen maar ook gesproken, ongearticuleerd, fluisterend of schreeuwend... de notatie ervan is net zo rigoureus als die van de instrumentale klanken. In het magnetisch veld van het stuk, draagt de stem bij tot het evenwicht van de krachten, niet zozeer duidelijk herkenbaar maar zich mengend in het geheel van het klankmateriaal. Het ensemble vormt een klank die zowel statisch als instabiel lijkt, waar de klankstroom keer op keer wegvalt, afbrokkelt, om dan weer concreet te worden naargelang de notatie nu eens overduidelijk bepaald, dan weer open. Een levend beeldhouwwerk bestemd om beluisterd te worden. Deze massa is niet zozeer een direct resultaat van de uitgevoerde gestes op het podium, maar eerder een gevolg van hun elektrische projectie, veranderlijk en variabel – de controle van de geste beheersd door de notatie ontsnapt dan aan zijn uitvoerders. Piezo is dus quasi een medisch onderzoek van het geluid van de muziekinstrumenten en de muzikanten. Vandaar zijn ondertitel « Anatomische Engel ». Maar het schilderij van Gautier d'Agoty (dat zijn naam geeft aan dit werk) wilt het innerlijke lichaam niet op een wetenschappelijke manier afbeelden. Het getoonde lichaam is zorgwekkend want engelachtig – Rilke herinnert ons hieraan « elke engel is verschrikkelijk ». Piezo of de Anatomische Engel behoudt een zeker mysterie eigen aan klank en geluid, en heimelijk een zekere angst. « Wer, wenn ich schriee, hoerte mich denn aus der Engel Ordnungen? und gesetzt selbst, es naehme einer mich ploetzlich ans Herz: ich verginge von seinem staerkeren Dasein. » « Wie, zou ik roepen, vernam, uit der engelen koren, mijn stem? En gesteld dat er onverwachts één mij ter harte nam: aan zijn sterkere wezen zou ik vergaan.» R.M.Rilke Christophe Guiraud 11
  • 12. BIOGRAFIE CHRISTOPHE GUIRAUD COMPONIST CHRISTOPHE GUIRAUD Na een opleiding als slagwerker en klankingenieur, studeert CHRISTOPHE GUIRAUD elektro-akoestische compositie als autodidact tijdens de samenwerking met talrijke experimentele muziekgroepen in de experimentele rock- en free jazzscène in Zuid-Frankrijk. Als klankingenieur ontdekt hij de « art of fixed noises » en experimenteert hiermee gedurende lange tijd. Hij produceert onder de naam van « Tellemake » bij het label « Angstrom records » twee albums: « Moorning » (2002) en « Scarbo » (2004). « Moorning » wordt als een veelbelovend en complex kunstwerk onthaald « waar radicaliteit sensibiliteit ontmoet » (Julien Jaffré). « Scarbo » mengt elektronische en instrumentale klanken (piano, cello, drum en melodica) die op subtiele wijze gemodifieerd worden via elektro-akoestiek. « Scarbo » associeert « elektroniek en akoestiek in dezelfde compositionele gestiek ». Het werd beschreven als « feverish and inspired music » (dmute). Hij vertoont « Scarbo » live in het Tokyo Paleis in het kader van de residentie « Balloon creative open jam » in 2005, op het Acces-s festival en tijdens de « Printemps de septembre » in Toulouse voor het « Cartier Fonds voor hedendaagse kunst ». Hij neemt deel aan talrijke filmconcerten met het collectief « Les électrons libres » op stomme filmklassiekers, wat hem ertoe brengt om samen te werken met Pauline Nadrigny (Lodz), Cyril Lefèvre op verschillende stomme filmklassiekers :Murnau (Der letze Man), Paul Leni (The Cat and the Canary), Raoul Walsh (The Thief of Bagdad), Carl Dreyer (The master of the house), Gemrain Dulac (Smiling Mrs Beudet). Hij werkt met verschillende cinematheken (Institut Jean Vigo in Bordeaux, Cinémathèque de Toulouse) voor de « Fondation Cartier » (Printemps de Septembre) en voor de « Palais de Tokyo » van Parijs. Dit contact met de filmmuziek blijkt al snel relevant te zijn en beïnvloedt sterk de muziek van Christophe. Samenwerkend met musici van het Conservatorium van Toulouse en de free jazz zangeres Jessica Constable (HatHut), verlaat hij Frankrijk rond 2006 om zich in Brussel te settelen, waar hij de traditionele zangeres Zahava Seewald (Tzadik, SubRosa) ontmoet en talrijke professionele muzikanten -waaronder dirigent Gabriel Laufer (voormalig percussionnist in de Munt en dirigent van het ensemble Desafinado). Hij moduleert de instrumentale klanken op zeer intieme wijze, en weigert spectaculaire effecten te genereren die de organische en elektronische beweging zou tegenwerken. Zijn muziek dialogeert tussen verschillende muzikale tradities: van modale schema’s tot spectrale muziek. Het nodigt de luisteraar uit tot een soort klankcontemplatie en klinkt als een muzikale reis doorheen die tradities en erfenissen. « Electronic music should be rid of all its laboratory background to be perceived as an organic sonority of the world », zegt Tarkovski in « The sealed time ». Deze woorden nodigen de hedendaagse componist uit zijn werk te verbinden aan onze huidige levensstijl. In deze lijn probeert Christophe Guiraud zijn eigen muzikale composities te creëren door bruggen te bouwen tussen verschillende muzikale tradities. Met dit als doel, sticht hij het ensemble « La grive » in 2011, waarmee hij verder een complexe –misschien zelfs hybride- muzikale weg bewandelt: van bruïtisme en experiment tot klassieke notatie. Hij schreef zowel voor talrijke Belgische ensembles (« Sturm und Klang » met een workshop met componist Claude Ledoux, « Ensemble 21 »), als voor Europese Ensembles (Kwartludium voor het Loop Festival, David Ryan quartet voor de Kettle’s Yard Cambridge). Tegelijkertijd werkt hij rond de muziek van Giacinto Scelsi in samenwerking met de filmmaker/muzikant David Ryan. 12
  • 13. CURRICULUM VITAE ELISABETH DE MERODE studeert fluit aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel bij Carlos Bruneel (eerste fluit in de Munt). Ze kan tijdens deze studies een jaar in de «Universitaet für Musik und Darstellende Kunst» in Wenen studeren met Hansgeorg Schmeiser, dankzij een Erasmus-uitwisseling. Verder specialiseert ze zich in de hedendaagse muziekvorm Theâtre Musical met een Master aan de «Hochschule der Künste Bern» (met een ESKAS-beurs in 2009-2010), waar ze verder ook een Master in Performance behaalt met Verena Bosshart en dit met grote onderscheiding. Ze speelde in het Filharmonische Orkest van Luik, het Symfonieorkest van Vlaanderen en in Collegium Frascati als eerste fluit met een concertreis naar China, en naast haar onderwijsactiviteiten (ze was en is lerares fluit en kamermuziek in verschillende muziekacademies in Vlaanderen en werkt in het Muziekinstrumentenmuseum van Brussel), heeft ze verschillende kamermuziekprojecten zoals het duo l'Envol met sopraan Nathalie Colas met concerten in Italië, Frankrijk en Zwitserland. Ze wordt gevraagd om aan verschillende muziektheaterprojecten deel te nemen, zoals het «Whaletracking MD»-project in Luxemburg en Athene, «Der Wunsch, Indianer zu werden» als soliste in de opera van Bern, en «Maurizio, John, Dieter, Luciano,...» van het ensemble Bin°oculaire met concerten in Zwitserland (Biel, Basel, La Chaux-de-Fonds, Zuerich, Moutier, Neuchâtel). In 2013 sticht ze de vzw Bisbigliando om producties te organiseren in en rond België, in samenwerking met iFlutes (het Belgische fluitkwartet waartoe ze behoort) en Bin°oculaire. HARP MANON PIERREHUMBERT ARTISTIEK LEIDER + FLUIT ELISABETH DE MERODE MANON PIERREHUMBERT krijgt haar eerste harplessen van Anne Bassand in La Chaux-de-Fonds, tot ze haar pedagogisch diploma behaalt met onderscheiding in 2005. Vervolgens studeert ze in Londen met Skaila Kanga in de «Royal Academy of Music» en krijgt er in juni 2009 de Postgraduate Diploma in Performance met onderscheiding. Tenslotte studeert ze muziektheater in de «Hochschule der Kuenste Bern». Gedurende haar studiejaren perfectioneert ze zich bij Marie-Claire Jamet, Isabelle Perrin, Catherine Michel, Fabrice Pierre en volgt ze regelmatig les bij Frédérique Cambreling (Parijs). Manon is laureate van verschillende prijzen, met name een eerste prijs in de «Concours Suisse de Musique pour la Jeunesse» en wint eveneens een beurs van de Fondsen Migros, Tanner en Curt Dienemann. In Londen speelt ze met het orkest van de «Royal Academy of Music» en de London Sinfonietta. Zeer actief in Zwitserland, heeft ze de kans om op te treden met verschillende orkesten en ensembles (Ensemble Symphonique Neuchâtel, Orchestre Symphonique de Bienne, Nouvel Ensemble Contemporain, Ensemble Contrechamps, Orchestre des Jardins Musicaux…). Vanuit een passie voor hedendaagse muziek en de podiumkunsten in het algemeen sticht ze het collectief Bin°oculaire in 2011. Ze neemt ook deel aan de Academie van het festival van Luzern onder leiding van Pierre Boulez in 2009. Manon wordt laureate van een beurs voor een residentie in de cité des Arts van Parijs in 201 2 in het atelier van Neuchâtel « Le Corbusier ». Sinds 2007 geeft Manon Pierrehumbert harples in La Chaux-de-Fonds, in het Conservatorium van Neuchâtel en in dit kader geeft ze concerten met haar harpleerlingen in kamermuziekgroep of harpensembles. 13
  • 14. VIOOL LAURENT TARDAT LAURENT TARDAT is geboren in Frankrijk (St. Mande) in 1 976 en start zijn muziekopleiding op vierjarige leeftijd aan het Conservatoire National van Lille bij Prof. F. Iacu. De volgende jaren studeerde hij aan het Conservatoire National van Rouen bij Prof. J.P Berlingen, het Koninklijk Conservatorium van Brussel bij Prof. U. Gorniak en de Muziekacademie van Praag bij Prof. I. Straus. Laurent Tardat gaf meer dan 500 solistenconcerten in Frankrijk, Duitsland, Tsjechië, Polen, Canada en Nederland. Hij is lid van de «Orchestre des Solistes Français» en het «Ensemble des Hauts de France». Getuigenissen: «….hij is in staat om alles te realiseren wat hij wil. Zijn spel is nooit vervelend en hij onderhoudt het publiek zowel met de diepgang van zijn muziek als met zijn acrobatisch kunnen» (Prof. Ivan Straus). «Zijn technisch kunnen is onbegrensd, hij is een natuurtalent met een ongelooflijke virtuositeit en een groot artistiek kunnen. Deze ongewone persoonlijkheid imponeert steeds zijn publiek» (Prof. Mikhail Bezverkhni). SLAGWERK JULIEN ANNONI JULIEN ANNONI is opgegroeid in Bévilard in het Jura gebergte. Hij is gediplomeerd in het Conservatorium van Neuchâtel met onderscheiding (Klas van Jacques Ditisheim, Louis-Alexandre Overney en Maxime Favrod), het Conservatorium van Straatsburg met de felicitaties van de Jury (Klas van Emmanuel Séjourné) en onlangs de «Hochschule der Kuenste Bern» met grootste onderscheiding (Klas van Françoise Rivalland, Pierre Sublet). Hij beoefent sinds meerdere jaren het beroep van freelance percussionist. Dankzij dit werk kan hij in verschillende hedendaagse muziekgroepen spelen, zoals het kamermuziekensemble «We Spoke New Music Company», muziektheater in «Mauricio, Dieter, Sylvano en de anderen» en met verschillende orkesten: het Symphonisch Orkest van de Jura, Kammerorchester Basel, Gstaad Festival Orchestra. Dit muzikantenleven geeft hem de mogelijkheid om regelmatig over de hele wereld te reizen. ILIA LAPOREV JR.. is geboren in Gent in 1990 in een familie met jarenlange muzikale traditie. Ilia is de 5de generatie muzikanten. Hij begon cello te studeren bij zijn vader op 9-jarige leeftijd. Hij studeerde bij zijn vader Ilia Laporev, de Belgische cellist Hans Mannes, en bij Vladimir Perlin in Belarus. Later was hij leerling van Clemens Hagen aan het Mozarteum te Salzburg en van Justus Grimm aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. Sinds 201 1 studeert Ilia bij Jerome Pernoo en Cyrille Lacrouts aan het Conservatorium van Parijs. Ilia wird meermaals bekroond in verschillende Belgische en in internationale wedstrijden voor jonge musici zoals «Jong Tenuto, Jonge Solisten Aan Zee»,... In 2005 won hij de eerste prijs «Prix De Violoncelle» en de «Prix Edmont Baert» op de internationale wedstrijd voor cello te Brussel. In hetzelfde jaar werd hij gekozen door YoTaM, een Vlaamse stichting die jong muzikaal talent ondersteunt. In april 2006 werd hij laureaat van de nationale «Adrien- Francois Servais» cello wedstrijd in Gent. Tijdens zijn studies in Salzburg in 2008, won hij de 3de prijs in de Enrico Mainardi Cello Wedstrijd. In 2009 won hij de 2de prijs in de Julio Cardona International Cello Competition in Covilha, Portugal. In 2010 won hij de Yamaha International Music Competition For Strings in zijn thuisstad Gent. Behalve in België, treedt hij als solist en kamermusicus eveneens op in grote zalen als Bozar, Concert Noble en Flagey in Brussel, het Theatre des champs-Elysees Parijs, Concertgebouw Amsterdam, Tonhalle Zürich, Teatro San Carlo Napoli, Musikverein Vienna en de Philharmonic Hall van Minsk. Sinds 2010 is hij lid van het Gustav Mahler Jugend Orchester. CELLO ILIA LAPOREV 14
  • 15. VIOOL DELPHINE BOUVIER Nadat ze gestudeerd heeft met Marie Béreau in het Conservatorium van «Rayonnement Régional de Dijon» waar ze een eerste prijs behaalt voor viool, kwartet en trio, vervolgt DELPHINE BOUVIER haar studies in het Conservatorium van Boulogne Billancourt, in de klas van Catherine Montier. In 2002 wordt ze toegelaten tot het «Conservatoire Supérieur de Genève», in de klas van Patrick Genet. Een jaar later wordt ze aangenomen in de solistenafdeling en behaalt ze haar solistenprijs het jaar daarna, samen met haar pedagogisch diploma, met grote onderscheiding. Geboeid door kamermuziek volgt ze gedurende vier jaar lessen bij het Manfred kwartet en speelt ze jarenlang in verschillende festivals. Terwijl ze haar studies verderzet in Bern voor een specialisatie in muziektheater, geeft ze les in verschillende scholen in Frankrijk en Zwitserland en speelt ze met verschillende orkesten in Zwitserland, met name het Kamerorkest van Genève, onder leiding van David Greilsammer. SCENOGRAAF SATU PELTONIEMI SEBASTIEN SCHIESSER is geboren bij Neuchâtel, waar hij ook een deel van zijn hogere studies doet. Zijn lange universitaire parcours brengt hem in Lausanne (EPFL), Zürich (Hochschule für Musik und Theater) en Montréal (Université de Montréal, University McGill), waar hij wordt opgeleid als ingenieur en muzikale performer, om zich dan te specialiseren in de muzikale informatica (music technology). Gedurende zijn muzikale studies wordt hij opgeleid door de saxofonisten JeanGeorges Koerper (Zürich) en Jean-François Guay (Montréal) en volgt masterclasses bij Claude Delangle, Jean- Marie Londeix, Bernadette Charrier en Marcus Weiss voor saxofoon en bij Orm Finnendahl voor elektro-akoestische muziek. In 2007 krijgt hij de baan als onderzoeksassistent in het Institute for Computer Music and Sound Technology (ICST), verbonden aan de «Haute Ecole des Arts de Zürich» op het gebied van het «vasthouden van de geste» en de interfaces mens – machine. Zijn onderzoeksprojecten worden ondersteund door de Zwitserse Nationale Kas van Wetenschappelijk Onderzoek. Tegelijkertijd werkt hij als freelance muzikant, gespecialiseerd in hedendaagse muziek en muziektheater. Verschillende projecten geven hem de kans om in het Stadttheater St.Gallen, het festival MaerzMusik in Berlijn en het Schauspielhaus in Zürich te spelen. SAXOPHOON SÉBASTIEN SCHIESSER De Finse scenograaf Satu Peltoniemi is even actief in decor als kostuum ontwerpen. Al voor ze afstudeerde, was ze assistent van Christian Lacroix voor opera «Cosi fan tutte» in de Koninklijke Opera De Munt te Brussel. Tegelijkertijd werkte ze voor het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar ze decors en kostuums ontwierp voor 'Pierrot Lunaire' en 'De Zeven Hoofdzonden', beide onder leiding van regisseur Sybille Wilson. Sinds haar studies (ENSAV la Cambre in 2006), werkt ze voor theaterproducties met regisseur Pascal Crochet: «Kafka Continent», en «RW (Robert Walser)», theater «Océan Nord» (Brussel) en theater «Rideau de Bruxelles». Daarbij komt nog decor-ontwerp voor regisseur Candy Saulnier: "Dey'O" in theater «La Balsamine» (Brussel) en «La vie au bord du puits» in het theater «Océan Nord». Het werk van Satu Peltoniemi baadt vaak in muziekwerken voor zowel volwassenen als kinderen. Ze creëert de decors en kostuums voor «Thérèse» van Massenet onder leiding van Daniel Donies aan de Koninklijke Opera van Wallonië, decors voor «Julie» van Philippe Boesmans geregisseerd door Sybille Wilson in de Operastudio Vlaanderen in Gent. Sinds 2008 werkt ze voor theaterregisseur Maja Jantar met voorstellingen voor een jong publiek. Satu Peltoniemi maakt vervolgens de kostuums voor «Bastien en Bastienne» en «Hans en Grietje» voor de Zomeropera in Alden Biesen, en de decors en kostuums voor «Rikadla» Janacek op het Festival «Storm op Komst». Zij ontwierp ook de kostuums voor «L’Homme de la Mancha» in het Wallonië festival. Satu Peltoniemi werkt sinds 2011 met de Franse regisseur Lionel Rougerie voor de concerten van «L’orchestre à la portée des enfants» voor de Jeunesses Musicales van Luik en Brussel. Laatst werkte Satu Peltoniemi als decor- en kostuumontwerpster voor «Kant», een creatie voor jong publiek in opdracht van «Inti Theatre». Binnenkort, een nieuwe samenwerking met de Brusselse regisseur Pascal Crochet voor een nieuwe creatie bij theater «Poème 2» en ook met regisseur Lionel Rougerie voor het «Orchestre National d'’Ile de France». 15
  • 16. VZW Bisbigliando Majoor René Dubreucqstraat 36 1 050 Elsene Mail: bisbigliando.vzw@gmail.com Tel: 0473750853 Contact: PERS 16