• Save
Update 7
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×
 

Like this? Share it with your network

Share

Update 7

on

  • 471 views

 

Statistics

Views

Total Views
471
Views on SlideShare
466
Embed Views
5

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

2 Embeds 5

http://lj-toys.com 4
http://l.lj-toys.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

Update 7 Presentation Transcript

  • 1. Ik ga bij mijn moeder zitten, en kijk haar onderzoekend aan. “Wat is er?” vraag ik haar. Mijn moeder kijkt me opgewekt aan, dus het zal wel goed nieuws zijn. Toch zegt iets in me dat ik niet blij ga zijn met wat er komen gaat. “Ik heb vanmiddag wat rondgeneusd op het internet, op jouw computer, bedankt nog daarvoor,” begint ze. “Graag gedaan,” mompel ik, terwijl ik brand van nieuwsgierigheid.
  • 2. “Ja, nou, dus ik zat zo op internet,” begint mijn moeder opnieuw. Ik erger me aan haar, waarom vertelt ze niet gewoon verder? Ik trek mijn wenkbrauwen op, waar ze uit opmaakt dat ik wil dat ze verder praat.
  • 3. “Oké, ik ga het je maar gewoon vertellen. We gaan verhuizen, Lynn! Is het niet geweldig?” zegt ze vrolijk. Mijn hart lijkt een slag over te slaan. Verhuizen? “Mam, waar heb je het in hemelsnaam over?” “Ik loop nu al een paar dagen met een plannetje in mijn hoofd. Zodra ik weer helemaal gezond ben, en weer op eigen benen kan staan, ga ik verhuizen naar een appartement in de stad. En jij gaat met me mee.”
  • 4. Mijn ogen worden groot. Dit kan ze niet menen. Dit mág ze gewoon niet menen! Eerst wilden ze me mee op reis nemen, en nu dit? “Nee!” zeg ik schor. “Liefje, het wordt geweldig! Wij met z’n tweetjes in een appartement, kan het nog beter? Ik heb al een bod gedaan, en ik wordt over een paar dagen teruggebeld. Ik hoop zo dat we het krijgen! Het staat midden in de stad, we zitten overal dichtbij.”
  • 5. “Je krijg natuurlijk je eigen kamer, al zal die niet zo groot zijn als hier. Alles is natuurlijk een beetje krapper in een appartement, dat begrijp je vast wel. Ik heb het Dagmar nog niet verteld, want ik wilde het jou eerst vertellen. En Dagmar zal er wel niet zo blij mee zijn, maar ja, dat is eigenlijk wel haar probleem, niet het onze. Nou, wat vind je ervan?” Mijn moeder kijkt me verwachtingsvol aan, maar ik lijkt niks uit te kunnen brengen.
  • 6. Ik slik en probeer mezelf te herpakken. Mijn hersenen maken overuren, de radertjes draaien op volle kracht. Hoe kan mijn moeder me dit aan doen? Ineens snap ik waarom ze de laatste dagen zo zoetsappig deed, zo.. níet als mijn moeder! Ze wilde me gewoon voor zich winnen, en het was haar nog bijna gelukt ook. Bijna, maar niet helemaal.
  • 7. Na een poosje in stilte, barst ik ineens los. “Wat ik ervan vind? Wat denk je dat ik ervan vind? Het is vreselijk! Ik wil helemaal niet met jou ergens wonen! Ik wil hier blijven, bij Dagmar, waar ik al mijn hele leven gewoond heb, waar jullie mij gedumpt hebben, omdat jullie me niet konden gebruiken! Ik ga níet mee, je zoekt het maar lekker uit! Ik laat jou niet mijn leven verpesten!” Ik hap naar adem, nadat ik klaar ben met schreeuwen.
  • 8. Mijn moeder kijkt me even verslagen aan, maar binnen een paar seconden heeft ze zich herstelt. “Ach, het is vast de schok. Wen maar even aan het idee, je zult het geweldig vinden, dat weet ik zeker!”
  • 9. Ik word nog kwader dan ik al was. Hoe kan mijn moeder zó dom zijn? Ik snap het gewoon niet! Als ze maar niet denkt dat ik met haar mee ga. Briesend sta ik op, en ik loop stampend de trap op naar mijn kamer. Als ik boven ben sla ik de deur met een klap dicht, om mijn adrenalinepijl te laten dalen.
  • 10. Ik barst in snikken uit en laat me tegen de deur aan naar beneden zakken. Hoe kan mijn moeder me dit aandoen? De laatste weken waren vreselijk, maar eindelijk begonnen Dagmar en ik er weer een beetje bovenop te komen. En nu? Nu komt mijn moeder met zoiets aan zetten!
  • 11. Ik voel een sterke hoofdpijn opzetten, net als toen we in het ziekenhuis waren, en ik sluit mijn ogen, hopend dat als ik ze weer open, alles een nachtmerrie blijkt te zijn. Maar dat is het niet. Mijn moeder wil verhuizen, en ik moet mee. Ik zie zelf ook wel in dat ik, hoe erg ik me ook verzet, toch mee zal moeten.
  • 12. Ik bal mijn vuisten, een gevoel van machteloosheid overspoelt me. Ik sta op, te snel, want het begint te draaien voor mijn ogen. Ik haal een paar keer diep adem en loop naar de kast, waar ik een tas uithaal en in het wilde weg begin ik kleren in de tas te proppen.
  • 13. Ik moet hier weg, ik moet weg uit dit huis, weg bij mijn moeder, die alleen maar aan zichzelf denkt. Ik gooi de tas over mijn schouder en ren naar beneden. Mijn moeder zit nog steeds op de bank. “Nou, je hoeft nu nog niet te pakken, hoor, we hebben het appartement nog niet eens,” grapt ze.
  • 14. Ik kijk haar woedend aan. “Ik ga hier weg! Ik haat je! Tabee!” Na dat gezegd te hebben ren ik de deur uit. Buiten blijf ik even staan. Waar moet ik heen? Ik kan niet hier gewoon blijven staan. Mijn hersenen werken op volle toeren en ik besluit dat ik de bus neem naar Tirza, daar ben ik vast wel welkom.
  • 15. Na de busrit kom ik aan bij Tirza’s huis. Ik haal even diep adem. In de bus hadden mijn gedachten tijd zat om door te razen, en dat hebben ze gedaan ook. Wat nou als ik niet bij Tirza mag slapen vannacht? Want ik heb besloten dat ik écht niet naar huis ga vanavond, dat kan mijn moeder mooi vergeten.
  • 16. Langzaam loop ik op de deur af. Als ik er aangekomen ben druk ik op de bel, en niet veel later komt Tirza aanlopen om de deur open te doen. Als ze mij ziet staan, met mijn weekendtas over mijn schouder kijkt ze me geschrokken aan. “Wat is er aan de hand?” vraagt ze bezorgd.
  • 17. Ik zucht en dan beginnen de tranen uit mijn ogen te stromen. Tirza helpt me gauw naar binnen, gooit mijn tas onder de kapstok, en leidt me naar de woonkamer, die leeg is. “Toe, vertel het me maar,” zegt ze troostend. Ik slik mijn tranen weg en begin te praten. “…en ik wil écht niet weg!” besluit ik mijn verhaal.
  • 18. “Ik snap het. Goh, wat een rotstreek van je moeder, zeg! Je begon je eindelijk weer wat beter te voelen, dat was wel duidelijk vandaag. Vandaar dat ze zo aardig deed,” zegt Tirza verontwaardigd. Ik knik. “Ja, daar kwam het waarschijnlijk door. En wat me nog kwader maakt, is dat ze niet eens inziet dat ik dit helemaal niet wil, dat ik het vreselijk vind!”
  • 19. “Ik denk dat je nog een keer goed met haar moet gaan praten. Misschien dat ze dan snapt hoe jij je voelt?” Ik haal mijn schouders op. “Dat zou toch niks uithalen. Ook al weet ze wat ik wil, dan nog gaat ze met haar plan door. Zo is ze nou eenmaal.” Tirza zucht. Ik merk dat ze niet weet wat ze nu nog kan zeggen om me wat op te beuren, maar ik neem het haar niet kwalijk. Niks kan me nu opbeuren, behalve het nieuws dat we niet gaan verhuizen.
  • 20. Een paar minuten later komt de moeder van Tirza, Lize, thuis. Als ze mij ziet zitten, met mijn betraande gezicht, komt ze meteen aanrennen. “Meisje! Wat is er aan de hand?” Ook tegen haar doe ik nog een keer het hele verhaal. Lize is zo’n schat, soms wilde ik dat zij mijn moeder was. “Natuurlijk mag je blijven slapen, liefje,” zegt Lize nadat ik klaar ben met vertellen. “Maar we zullen wel even met je moeder moeten bellen. Dat zal ik wel doen, ik zal ook proberen om haar tot rede te brengen. Maar ik weet niet of dat lukt.”
  • 21. Ik knik dankbaar. “Dankjewel.” Lize glimlacht en staat dan op. “Als jullie nou eens een slaapplek voor Lynn gaan klaarmaken, dan zal ik aan het eten beginnen. Je vader zal zo ook wel thuis komen,” zegt ze tegen Tirza. Tirza knikt. “Is goed. Kom, Lynn, dan gaan we naar boven.”
  • 22. Tijdens het eten luister ik stilletjes naar de verhalen die het broertje van Tirza allemaal verteld. Het jochie is acht, en heeft de grootste praatjes over van alles en nog wat. Was het leven voor mij ook nog maar zo simpel… Maar dat kan ik nu wel vergeten. Mijn hele leven staat op zijn kop.
  • 23. Na het eten gaan Tirza en ik op haar kamer tv kijken. Haar ouders zijn aardig rijk, en Tirza is best verwend, al gedraagt ze zich gelukkig niet zo. We kijken een leuke film die op tv is, en even kan ik mijn gedachten helemaal daarop verzetten. Als de film afgelopen is begin ik te gapen. “Laten we maar eens gaan slapen,” zeg ik tegen Tirza en ik sta op.
  • 24. “Lijkt me een goed idee,” antwoordt Tirza terwijl zij ook van het bed afstapt. “Heb je alles wat je nodig hebt?” “Mijn pyjama, maar geen tandenborstel.” Ik haal mijn schouders op. “Maar dat maakt niks uit.” “Oké, nou ja. Welterusten dan maar, ik ga nog even tandenpoetsen.”
  • 25. Als Tirza de kamer uit is trek ik mijn pyjama aan. Ik slaap op Tirza’s bank, maar hij is ruim genoeg om comfortabel op te slapen, en dat heb ik ook al vaak genoeg gedaan. De bank is netjes opgemaakt, en ik kruip gauw onder de dekens. Zodra ik lig slaat de vermoeidheid ineens toe. Voor ik het weet ben ik in slaap gevallen.
  • 26. De volgende ochtend, als ik wakker word, zie ik dat het bed van Tirza leeg is. Ik kijk op de klok, en tot mijn grote schrik zie ik dat het al elf uur is! Ik had allang op school moeten zijn! Snel spring ik het bed uit en trek mijn kleren van gister aan. Dan ren ik de trap af.
  • 27. Beneden, in de keuken, zit Lize rustig een kopje koffie te drinken. Als ze me binnen ziet komen glimlacht ze. “Rustig maar, Lynn, ik heb je ziek gemeld vanmorgen.” Ik zucht. “Ik schrok me kapot! Waarom heb je dat gedaan?” “Ik vond dat je wel wat extra slaap mocht gebruiken, en ik ga straks met je moeder bellen, om te kijken of ze misschien nog van gedachten kan veranderen.”
  • 28. Ik knik. “Echt heel erg bedankt.” Dan begint mijn maag te knorren. Lize springt op. “Wil je wat eten? Je zult wel honger hebben! Ik maak wel een omelet voor je.” Ik glimlach. “Dank je, dat zou ik lekker vinden.”
  • 29. Even later zit ik van mijn omelet te smullen, terwijl Lize naar de telefoon loopt. “Ik ga je moeder maar even bellen, ze is nu vast wel wakker.” Ik knik. “Dat denk ik wel.” Gespannen en met zweet in mijn handen kijk ik toe hoe Lize het nummer onder de sneltoets aanklikt. Ik heb weinig hoop dat mijn moeder van gedachten verandert, maar wie weet? Niet geschoten is altijd mis…!
  • 30. Wordt Vervolgd