Er zijn al bijna twee weken voorbij
gegaan sinds het auto-ongeluk, en ik
ben al die tijd niet naar school geweest,
zoals w...
Ik ben bijna elke dag bij mijn moeder op
bezoek geweest, en zij doet bijna niets
anders dan huilen. Ze mag over een
paar d...
De bel gaat, en ik loop vanaf mijn kamer
naar beneden. Dagmar is er niet, ze is bij
mijn moeder op bezoek. Tirza staat voo...
Als ik de deur opendoe geeft ze me een
knuffel. “Hee, lieverd. Hoe is het met je?”
vraagt ze indringend.
“Het gaat wel goe...
We gaan in de kamer op de bank zitten.
Het weer is vorige week compleet
omgeslagen, het is fris, en als ik buiten ga
zitte...
Dan komt het zakelijke gedeelte. Tirza
haalt haar agenda er bij, en ik schrijf al
het huiswerk van haar over. “Dankjewel,”...
“Dank je, Tirza. Voor alles. Echt, je bent
geweldig geweest de laatste dagen!”
Tirza glimlacht. “Dat is toch
vanzelfspreke...
De rest van de middag praten we nog
over van alles en nog wat. Ik lucht mijn
hart, dat ik me schuldig voel dat ik liever
n...
Als Dagmar thuiskomt, zie ik dat ze weer
gehuild heeft. De bezoekjes aan mijn
moeder breken haar op. Ze heeft mijn
vader n...
Dagmar veegt gauw haar tranen weg met
haar mouw als ze ziet dat Tirza en ik in de
kamer zitten. “Hee meiden,” zegt ze met
...
Dagmar lijkt het aan te voelen, want ze
loopt zonder iets te zeggen naar buiten.
Ik kijk Tirza aan, en zeg zacht, voor het...
“Je weet zelf ook wel dat dat niet waar is,
Lynn,” zegt ze zacht.
Ik buig mijn hoofd. Ze heeft gelijk. Dat
haat ik. Waarom...
Tirza kijkt me aan en ziet dat ik het
moeilijk heb. “Lynn, het komt allemaal
wel weer goed. Je moeder zal weer beter
worde...
Ik kijk haar aan. Ik weet dat ze gelijk
heeft, maar ik kan het nu allemaal nog
niet inzien. Ik kijk op de klok van de dvd-...
Ik begin aan de hamburgers, en Tirza
gaat aan de keukentafel zitten. Ze ratelt
over gebeurtenissen op school, maar ik
hoor...
“Wat vind jij, Lynn?” Ik schrik op uit mijn
gedachten doordat ik Tirza mijn naam
hoor zeggen. “Wat vind ik waarvan?”
Tirza...
“Wil jij even Dagmar roepen,” zeg ik
tegen Tirza zonder haar aan te kijken
als het eten bijna klaar is. Zoals al zo
vaak d...
Ik dien het eten op en Tirza en Dagmar
schuiven aan. De maaltijd verloopt in
stilte. Tirza voelt zich duidelijk
ongemakkel...
Zodra Dagmar de laatste hap naar binnen
heeft gewerkt, staat Tirza op. “Nou, het
was erg lekker, Lynn, bedankt. Ik denk
da...
We lopen samen naar de deur, en blijven
even stilstaan. “Ik bel nog wel,” zegt Tirza
zacht.
Ik knik kort. In plaats van de...
Wordt
Vervolgd
Update 4
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Update 4

250

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
250
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Update 4"

  1. 1. Er zijn al bijna twee weken voorbij gegaan sinds het auto-ongeluk, en ik ben al die tijd niet naar school geweest, zoals wel begrijpelijk is. Sinds de nacht waarop het vreselijke voorval heeft plaatsgevonden, en ik mezelf in slaap heb gehuild, heb ik niet meer gehuild. Zelfs niet op de begrafenis, die nu negen dagen geleden is. Het was vreselijk. Iedereen was in het zwart, om depressief van te worden. Natuurlijk, het is normaal om in het zwart te gaan, maar als ik dood ga wil ik dat iedereen in kleur op mijn begrafenis komt.
  2. 2. Ik ben bijna elke dag bij mijn moeder op bezoek geweest, en zij doet bijna niets anders dan huilen. Ze mag over een paar dagen naar huis, en dan zal ze bij ons thuis verder herstellen van het ongeluk. Het zal nog aardig lang duren voordat ze weer helemaal op de been is, een darmperforatie, gebroken sleutelbeen en schouder zijn niet niks, zei de dokter. Ik vind het fijn dat ze naar huis komt, dan hoef ik niet de hele tijd heen en weer te fietsen, het is nogal een eind. Maar mijn moeder maakt het allemaal niks uit.
  3. 3. De bel gaat, en ik loop vanaf mijn kamer naar beneden. Dagmar is er niet, ze is bij mijn moeder op bezoek. Tirza staat voor de deur, en zend me een zwak glimlachje. Ze is een geweldige vriendin geweest sinds het ongeluk. Ze is op de begrafenis gekomen, en heeft me daar erg gesteund. Ook komt ze minstens drie keer in de week langs, om het huiswerk te vertellen, en gewoon om te kijken hoe het met me gaat en opbeurende woorden te spreken.
  4. 4. Als ik de deur opendoe geeft ze me een knuffel. “Hee, lieverd. Hoe is het met je?” vraagt ze indringend. “Het gaat wel goed,” zeg ik. “Maar ik heb nog steeds niet gehuild.” Tirza zucht. “Daar hoef je je echt niet druk om te maken, Lynn. Iedereen verwerkt het op zijn eigen manier.” Ik knik. “Je zult wel gelijk hebben.” “Natuurlijk heb ik gelijk,” zegt ze met een knipoog.
  5. 5. We gaan in de kamer op de bank zitten. Het weer is vorige week compleet omgeslagen, het is fris, en als ik buiten ga zitten lopen daardoor de rillingen over mijn lijf. Nee, dan maar binnen… We ploffen neer en Tirza begint te vertellen over wat er op school is gebeurd sinds ze hier twee dagen geleden voor het laatst was. Ik luister geboeid en lach om de grap die mijn klasgenoten hebben uitgehaald met de leraar geschiedenis. Tirza vertelt ook de laatste roddels, en met open mond hoor ik aan dat Rianna, een meisje die al eeuwen samen is met haar vriend, is vreemd gegaan.
  6. 6. Dan komt het zakelijke gedeelte. Tirza haalt haar agenda er bij, en ik schrijf al het huiswerk van haar over. “Dankjewel,” zeg ik. Dan zucht ik. Ik moet het ook allemaal nog maken… Tot nu toe heb ik nog niks weer aan school gedaan, ik kan me er niet toe zetten. Maar ik besef maar al te goed dat ik het allemaal nog moet inhalen. En dat is geen prettig vooruitzicht. Kennelijk ziet Tirza waar ik over pieker, want ze zegt: “Je mag het allemaal wel van mij overschrijven, hoor, je hoeft het echt niet allemaal te maken.”
  7. 7. “Dank je, Tirza. Voor alles. Echt, je bent geweldig geweest de laatste dagen!” Tirza glimlacht. “Dat is toch vanzelfsprekend! Ik weet dat jij hetzelfde voor mij zou doen. En ik doe het met liefde.” Ze geeft een kneepje in mijn hand. Ik kijk haar aan. Ik weet niet waar ik haar aan verdient heb. Ze is zo’n geweldige vriendin, ik zou niet weten wat ik zonder haar zou moeten. We hebben elkaar in de brugklas ontmoet, en sindsdien zijn we onafscheidelijk. We hebben nog wel andere vriendinnen, maar we zijn lang niet zo goed bevriend met hen als met elkaar.
  8. 8. De rest van de middag praten we nog over van alles en nog wat. Ik lucht mijn hart, dat ik me schuldig voel dat ik liever niet naar mijn moeder toe ga in het ziekenhuis. Ik haat die plek, en het liefst zou ik thuis blijven. Tirza vindt het volkomen begrijpelijk. Een ziekenhuis is ook geen fijne plek, zeker niet als je moeder er ligt, en je vader er is overleden, vindt ze. Ik voel me gelijk beter, als ze dat zegt, en mijn schuldgevoel is grotendeels weg.
  9. 9. Als Dagmar thuiskomt, zie ik dat ze weer gehuild heeft. De bezoekjes aan mijn moeder breken haar op. Ze heeft mijn vader nooit zo gemogen, maar dat hij dood is kan ze niet bevatten, en dat haar zus in het ziekenhuis ligt ook niet. Ze voelt zich schuldig, heeft ze me al vaak vertelt. Ze vindt dat ze hen niet had mogen laten weggaan, nadat we die vreselijke ruzie hadden gehad. Ik heb haar al zo vaak gezegd dat dat niet waar is, en dat ze zich niet schuldig moet voelen, maar ze wil niet luisteren.
  10. 10. Dagmar veegt gauw haar tranen weg met haar mouw als ze ziet dat Tirza en ik in de kamer zitten. “Hee meiden,” zegt ze met onvaste stem. “Alles goed?” Ik knik terwijl ik haar blijf aankijken. Snel draait ze haar hoofd weg en ze loopt naar de keuken. Dan blijft ze abrupt staan en draait zich om. “Zeg, Tirza, wil je blijven eten?” vraagt ze. Tirza kijkt me even snel aan en ik knik bijna onzichtbaar. “Klinkt goed, Dagmar. Graag.” Dagmar glimlacht en vervolgt dan haar weg naar de keuken. Tirza en ik kijken elkaar een poosje aan, we weten niet wat we moeten zeggen nu Dagmar in de kamer is.
  11. 11. Dagmar lijkt het aan te voelen, want ze loopt zonder iets te zeggen naar buiten. Ik kijk Tirza aan, en zeg zacht, voor het geval Dagmar het kan horen: “Zo is ze dus elke keer nadat ze bij mijn moeder is geweest. En dat is elke dag… De stemming hier is echt niet fijn.” Tirza knikt. “Tja, je kan het haar niet kwalijk nemen, Lynn.” Ze kijkt me met zachte ogen aan, ze wil geen ruzie met me zoeken, maar ze weet dat dit misschien niet in goede aarde valt. “Dat weet ik ook wel,” zeg ik geïrriteerd. “Maar zíj is hier de volwassene! Zíj zou sterk moeten zijn!”
  12. 12. “Je weet zelf ook wel dat dat niet waar is, Lynn,” zegt ze zacht. Ik buig mijn hoofd. Ze heeft gelijk. Dat haat ik. Waarom kan ik niet lekker even boos zijn op mijn tante, op de hele wereld, als ik dat wil? Laat me toch! “Het kan me niet schelen of het waar is of niet,” mompel ik, maar ik weet dat mijn argumenten niet sterk overkomen. Dat komt omdat ze ook niet sterk zijn, en ik diep van binnen weet dat er niks klopt van mijn redenering. “Ach…” zeg ik, maar ik weet niet wat ik daarna wil zeggen.
  13. 13. Tirza kijkt me aan en ziet dat ik het moeilijk heb. “Lynn, het komt allemaal wel weer goed. Je moeder zal weer beter worden, en Dagmar zal niet meer zo somber zijn –” “Somber?” val ik haar in de rede. “Ze is hartstikke depressief! En dat weet jij ook! Ze wijt het aan zichzelf dat mijn ouders dat ongeluk hebben gehad!” Tirza knikt langzaam. “Ja… dat klopt, moet ik toegeven. Maar ook dat zal weer voorbij gaan.” Even slikt ze. “En zelfs het verdriet over de dood van je vader zal slijten.”
  14. 14. Ik kijk haar aan. Ik weet dat ze gelijk heeft, maar ik kan het nu allemaal nog niet inzien. Ik kijk op de klok van de dvd- speler, het is al zes uur. “Ik zal maar eens gaan eten koken,” zeg ik, en ik sta op. “We eten hamburgers.” Tirza knikt. “Oké. Klinkt goed.” Ik knikt kort en loop dan naar de keuken om te beginnen met het avondeten. Ik heb even geen zin in diepe gesprekken, Tirza zal even haar mond moeten houden.
  15. 15. Ik begin aan de hamburgers, en Tirza gaat aan de keukentafel zitten. Ze ratelt over gebeurtenissen op school, maar ik hoor amper wat ze zegt. Ik ben te zeer met mijn eigen gedachten bezig. Over een paar dagen mag mijn moeder naar huis. Zal Dagmar zich dan de hele tijd zo depressief gedragen? Ik hoop het niet. Een depressief familielid is wel genoeg, want al zal mijn moeder dan uit dat deprimerende ziekenhuis zijn, ze zal ook hier rouwen om haar overleden echtgenoot.
  16. 16. “Wat vind jij, Lynn?” Ik schrik op uit mijn gedachten doordat ik Tirza mijn naam hoor zeggen. “Wat vind ik waarvan?” Tirza fronst. “Of Natasja een nieuw kapsel moet nemen!” Ze is even stil. “Je hebt me niet gehoord, hè?” “Nee, sorry. En eigenlijk heb ik wel wat andere dingen aan mijn hoofd dan het kapsel van Natasja,” zeg ik kortaf. Ik kijk even vanuit mijn ooghoeken naar Tirza, en ik zie dat ze rood wordt. Ik kook verder met stilte om me heen. Tirza durft het niet aan om verder nog wat te zeggen.
  17. 17. “Wil jij even Dagmar roepen,” zeg ik tegen Tirza zonder haar aan te kijken als het eten bijna klaar is. Zoals al zo vaak de laatste twee weken is mijn stemming omgeslagen. Vanmiddag, toen Tirza er net was, was ik nog zo lovend over haar, maar nu zou ik het liefst hebben dat ze naar huis zou gaan. Zij is áltijd degene geweest tegen wie ik aan kon praten zonder dat ze het opnam voor degene op wie ik boos was. Maar nu neemt ze het op voor Dagmar. Net nu ik het nodig heb dat ze me lekker laat razen.
  18. 18. Ik dien het eten op en Tirza en Dagmar schuiven aan. De maaltijd verloopt in stilte. Tirza voelt zich duidelijk ongemakkelijk, ik ben te koppig om iets te zeggen, en Dagmar heeft niet eens door dat er iets aan de hand is, en is verdiept in haar eigen gedachten, waar die ook over mogen gaan. Tirza en ik eten onze hamburger snel op, en wachten beiden ongeduldig tot Dagmar ook klaar is.
  19. 19. Zodra Dagmar de laatste hap naar binnen heeft gewerkt, staat Tirza op. “Nou, het was erg lekker, Lynn, bedankt. Ik denk dat ik nu maar weer eens moet gaan. Anders ben ik te laat voor de bus.” Ik knik. “Is goed. Ik zal je even uitlaten.” Dagmar kijkt Tirza met een klein glimlachje aan. “Fijn dat je er was, Tirza. Tot de volgende keer.” Tirza glimlacht ook. “Ja, tot snel. Sterkte, Dagmar.”
  20. 20. We lopen samen naar de deur, en blijven even stilstaan. “Ik bel nog wel,” zegt Tirza zacht. Ik knik kort. In plaats van de gebruikelijke knuffel die we elkaar geven als we afscheid nemen, open ik nu gewoon de deur, en Tirza loopt naar buiten. Nog even draait ze zich om. “Lynn, ik weet niet precies wat ik misdaan heb, maar wat het ook is, het spijt me. Ik hoor je te steunen.” Ik knik weer. Tirza slaat haar ogen weg, en verdwijnt dan in het donker in de richting van de bushalte. Ik blijf in de deuropening staan, me afvragend of ik het nu verpest heb. Heb ik nu net de enige steunpilaar die momenteel in mijn leven staat omgestoten..?
  21. 21. Wordt Vervolgd

×