Update 28

433 views

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
433
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
25
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Update 28

  1. 1. Tijdens de eerste dagen na de abortus lijkt het alsof er geen verandering in Mariska’s gedrag is, ze ligt nog steeds de hele tijd in haar bed. Dagmar heeft het intussen opgegeven om haar zus weer op te vrolijken en uit haar depressie te trekken, het kost haar veel te veel energie. Maar na een week wacht ons allebei een verrassing. Als we ’s ochtends beneden komen, zit Mariska al aan tafel met een boterham en een krantje.
  2. 2. Ze is natuurlijk niet meteen weer haarzelf, maar ze krabbelt langzaamaan weer op. Eigenlijk hoop ik dat ze nooit meer helemaal haarzelf wordt, want ik ben heus niet vergeten wat voor vreselijk mens ze hiervoor was. Dat is natuurlijk eigenlijk best wel gemeen, maar ja, kan iemand me dat kwalijk nemen?
  3. 3. Dagmar hoeft zich om mij niet zoveel zorgen meer te maken, want sinds Tirza en ik het weer goed hebben gemaakt gaat het een stuk beter met me. Ik spreek veel met Tirza af, en daardoor zie ik Martijn, haar vriendje, ook vaker, maar ik voel gelukkig geen jaloezie meer. Natuurlijk mis ik Danny nog steeds, maar nu ik Tirza terug heb is een groot deel van het gemis weg.
  4. 4. En ergens in mij leeft er nog een klein sprankje hoop dat het ooit misschien nog een keer goed zou kunnen komen. Mariska heeft niks meer met Robert, en er komt ook geen baby meer. Dat betekent dus dat er geen redenen meer zijn voor mij om niks met Danny te kunnen hebben. Maar zou Danny me nog wel terug willen hebben? Waarschijnlijk niet, na hoe ik hem gedumpt heb. Maar ja, hoop kan ik altijd blijven hebben, toch?
  5. 5. Ik sluit mijn laptop af en schuif mijn stoel aan. Mijn deel van het werkstuk voor geschiedenis is af, nu Tirza nog. Tevreden loop ik naar beneden, waar ik Mariska en Dagmar samen op de bank vindt. Ze zitten tv te kijken, Oprah, en drinken een kopje thee. Ja, het gaat weer steeds beter hier in huis. Dagmar kijkt op. “Hee meid,” zegt ze. “Is het gelukt?”
  6. 6. Ik knik. “Ja, ik heb mijn deel gedaan. Dus nu ben ik klaar met mijn huiswerk voor vandaag.” Dagmar glimlacht. “Goed zo. Kom je erbij zitten? Er is nog wel wat thee.” “Eh.” Ik twijfel even. Ik vind ’t nog steeds ongemakkelijk om met Mariska te moeten praten, maar ik haal mijn schouders op en zeg: “Waarom ook niet. Zijn er ook koekjes?”
  7. 7. Dagmar lacht. “Ja hoor, een hele schaal!” Ik maak net aanstalten om bij Dagmar en Mariska te gaan zitten als de telefoon gaat. Dat is vast Tirza, die iets wil weten over het werkstuk. “Met Lynn,” zeg ik als ik opneem. “Goedemiddag, u spreekt met Arnold de Boer. Ik ben op zoek naar Mariska Visser, is ze aanwezig?” “Eh, ja hoor,” zeg ik verbaasd. “Ik zal haar even roepen.”
  8. 8. “Het is voor jou,” zeg ik tegen Mariska. “Arnold de Boer, of zo.” Mariska springt op. “Dat is m’n baas!” Met gefronste wenkbrauwen geef ik haar de telefoon, en ga ik naast Dagmar zitten. Ze kijkt me vragend aan, maar ik haal mijn schouders op. Ik weet ook niet waar het over gaat. Eerlijk gezegd waren Dagmar en ik Mariska’s baan helemaal vergeten door alle drama. Zou ze ontslagen zijn, of worden? Allebei proberen we mee te luisteren met het gesprek, maar we snappen er niet veel van.
  9. 9. “O. Nee, dat wist ik niet, nee,” zegt Mariska. Na een korte stilte zegt ze: “Ja, ik denk dat ik wel weer genoeg hersteld ben om weer aan het werk te gaan. Komende week is prima.” Ik kijk Dagmar weer aan. Deze keer haalt zij haar schouders op. Zou Mariska het weer aankunnen? We weten het allebei niet. “Oké, dan zie ik u maandag. Dag, meneer de Boer.” Mariska hangt op en komt weer bij ons zitten.
  10. 10. “Je gaat weer aan het werk,” vraagt Dagmar, al is het meer een constatering dan een vraag. Mariska knikt. “Ja.” Ze slikt. “Ze komen mensen tekort, want Robert is uit de stad vertrokken.” Dagmars ogen worden groot, en ik verslik me in mijn thee en begin te hoesten. “Ja. Ik schrok er ook wel van. Maar ik ben over hem heen, dus jullie hoeven je geen zorgen te maken. Ik zak niet weer weg in een depressie.” Mariska pakt rustig haar kopje weer op en neemt een slokje.
  11. 11. Ik voel Dagmars hand op mijn arm, maar ik reageer niet. In plaats daarvan staar ik voor me uit, terwijl mijn gedachten op topsnelheid door mijn hoofd razen. Als Robert uit de stad vertrokken is, betekent dat dat Danny ook weg is. En dat betekent dat de kans op een toekomst met hem ook weg is. Het is voorbij. Al mijn hoop werd met de woorden van mijn moeder in één keer aan diggelen geslagen.
  12. 12. Trillend zet ik mijn theekopje op de tafel en ik ren de trap op, naar boven. Achter me hoor ik Mariska vragen wat er met me aan de hand is. Ik wil me omdraaien, naar haar toe rennen, en haar een mep verkopen. Ze snapt het echt niet, hè? Ze denkt nog steeds alleen maar aan zichzelf, en aan haar ellende. Ik bereik mijn kamer en laat me daar op m’n bed vallen. Dan pas beginnen de tranen te stromen. Het is over… ~*~
  13. 13. Met bezorgde ogen doet Tirza de deur open. “Wat is er aan de hand? Je klonk zo raar over de telefoon!” Als ze mijn betraande ogen ziet trekt ze me naar binnen. “Wat is er in vredesnaam gebeurd?” vraagt ze met ogen zo groot als schoteltjes. Ik sla mijn armen om Tirza heen en begin weer te huilen. Nadat ik mezelf thuis helemaal schor had gehuild, heb ik Tirza gebeld, en gevraagd of ik naar haar toe kon komen. Ik wilde namelijk echt even niet meer thuis zijn.
  14. 14. Dus ben ik gelijk in de bus gestapt toen ze zei dat ze thuis was en dat ik kon komen. Dagmar wilde eigenlijk niet dat ik ging, maar dat kon me niks schelen. Ik wil nu gewoon bij mijn beste vriendin zijn, die me kan troosten. “Danny is uit de stad vertrokken,” snik ik. “Nu kan ik het nooit meer met hem goedmaken.” Ik voel Tirza ontspannen – ze dacht waarschijnlijk dat er een ongeluk gebeurd was of zoiets. Ze streelt me over mijn korte haar en zegt niks.
  15. 15. Tirza loodst me mee naar binnen, naar boven, en naar haar kamer, waar we rustig kunnen praten. We gaan zitten en ik vertel haar alles wat er die middag is gebeurd nadat ik mijn deel van het werkstuk afgemaakt had. “En nu is hij dus weg, en zie ik hem nooit meer!” besluit ik mijn verhaal, en weer komt er een snik in mijn keel naar boven.
  16. 16. Tirza knikt en kijkt naar haar handen. Ik zie aan haar gezicht dat ze iets wil zeggen, maar ze houdt zich stil. “Wat is er?” vraag ik met gefronste wenkbrauwen. Tirza kijkt me aan. “Niks,” zegt ze. Ik veeg mijn ogen droog en sla mijn armen over elkaar. Nu wil ik ook weten wat ze wil zeggen. “Jawel,” zeg ik. “Ik zie het aan je.”
  17. 17. Ik blijf haar aankijken, en uiteindelijk zucht Tirza en zegt ze: “Oké. Maar ik denk niet dat je het leuk zult vinden.” Ik haal mijn schouders op. “Nou en. Ik beloof dat ik niet boos zal worden.” “Oké,” zegt Tirza nogmaals. “Ik denk dat als je écht van Danny houdt, je je niet had moeten laten tegenhouden door al dat gedoe met Mariska en Robert. Dat is wat ik wilde zeggen. Maar dat is toch alleen maar mosterd na de maaltijd. Het is al te laat…”
  18. 18. Ik staar voor me uit. Tirza’s woorden dreunen na in mijn hoofd. Als ik echt van hem hou… dan had ik me niet moeten laten tegenhouden… Ik had het dus niet uit moeten maken met Danny volgens Tirza. Mijn hersenen razen zo hard om deze nieuwe informatie te verwerken, dat ik het bijna hoor kraken. Ik had het niet uit moeten maken… Als ik echt van hem hou…
  19. 19. En dan besef ik dat Tirza gelijk heeft. Ze heeft gewoon gelijk. Waarom heb ik het in vredesnaam met Danny uitgemaakt? Ja, omdat Mariska het met zijn broer deed, maar wat is dat nou voor reden als je van elkaar houdt? Wat is het überhaupt voor stomme reden? Ik sla mijn handen voor mijn gezicht. Wat ben ik een idioot geweest. Wat ben ik ongelooflijk dom geweest.
  20. 20. Tirza legt haar hand op haar been. “Sorry, ik had het niet moeten zeggen. Nu ben je nog meer van slag.” “Nee.” Ik schud verwoed mijn hoofd. “Ik ben blij dat je het gezegd hebt. Je hebt gelijk. Ik baal zelfs dat je het niet eerder hebt gezegd…” “Sorry. Ik wilde er voor je zijn toen je het zo moeilijk had, en niet met kritiek aan komen zetten. Daarom heb ik het toen niet gezegd.”
  21. 21. Ik glimlach zwakjes. “Dat snap ik ook wel. Je bent een geweldige vriendin geweest, echt waar. En ik ben echt zo’n trut geweest… Ik had je nooit moeten buitensluiten. Als ik dat ooit weer doe, moet je me gewoon een klap voor m’n kop geven en zeggen dat ik niet zo idioot moet doen.” Tirza schiet in de lach. “Is goed, dat zal ik doen.”
  22. 22. De rest van de middag kletsen we over van alles en nog wat. Tirza probeert me zo goed mogelijk af te leiden van mijn misère, en dat lukt haar ook aardig. Toch zoemt er de hele tijd in mijn achterhoofd een stemmetje dat zegt dat ik Danny nooit had moeten laten gaan, dat ik een vreselijke idioot ben geweest. En die woorden zorgen er voor dat ik me toch somber blijf voelen. Er valt nu niks meer aan te doen. Hij is weg.
  23. 23. Als Tirza’s moeder vraagt of ik wil blijven eten zeg ik ja. Het lijkt me heerlijk om even tussen een normale, gelukkige familie te zitten. En ik het Tirza’s familie ook best wel gemist. Ze zijn toch altijd een beetje als een tweede familie voor me geweest. Ik heb me bij hen altijd thuis gevoeld, en zij hebben er ook altijd voor gezorgd dat ik me welkom voel.
  24. 24. Die avond geniet ik volop van het familiegevoel dat er aan tafel heerst, en tot mijn grote blijdschap voel ik geen enkel steekje jaloezie meer. Ik voel me prettig, en even vergeet ik zelfs alle ellende in mijn leven. Ik word betrokken in de gesprekken, en zit gezellig te dollen met Tirza’s broertje. Ja, ik geniet.
  25. 25. Na het eten gaan Tirza en ik weer naar haar kamer, waar we samen nog even ons werkstuk afmaken. Daarna sluit Tirza haar computer af. “Wil je blijven slapen,” vraagt ze. “Dat mag best, hoor, dat weet je.” Ik knik. “Dat weet ik inderdaad, maar ik denk dat ik maar weer naar huis ga. Ik ben doodop.” “Dat snap ik,” zegt Tirza. “Zal ik met je meelopen naar de bushalte?”
  26. 26. Ik schud mijn hoofd. “Nee, dat hoeft niet. Ik red me wel.” Samen lopen we naar beneden, waar ik afscheid neem van Tirza’s ouders en broertje. Bij de deur draai ik me om. “Dankjewel,” zeg ik, uit de grond van mijn hart. “Voor alles. Ik weet niet wat ik zonder jou zou doen.” Tirza glimlacht. “Dat werkt beide kanten op.” Ze omhelst me, en even houden we elkaar stevig vast. Dan nemen we afscheid, en loop ik de avond in.
  27. 27. Ik sluit mijn ogen en snuif de frisse avondlucht op. De reden waarom ik alleen naar de bushalte wilde lopen is dat ik een klein omweg wil maken, een omweg die ik alleen wil maken. Ik loop stevig door, en na een tien minuten kom ik aan bij mijn bestemming. Het park.
  28. 28. Turend in het donker sta ik voor het hek. Zal ik naar binnen gaan? Ik ben hier niet meer geweest sinds het uit is gegaan tussen Danny en mij, dus het zal veel herinneringen oproepen, die me misschien pijn zullen doen. Toch heb ik het gevoel dat ik dit moet doen, om het af te sluiten. Ik zal Danny nooit meer zien, en daar zal ik mee moeten leren leven.
  29. 29. Ik haal diep adem, en duw tegen de ijzeren stangen. Het hek zwaait piepend open. Langzaam loop ik het pad af, en ik kom steeds dichter bij het bankje bij de vijver. Dan stokt mijn adem in mijn keel en blijf ik stokstijf stil staan. Daar, op het bankje, zit een donkere gedaante. Een donkere gedaante met lichtblond haar.
  30. 30. Danny.
  31. 31. Wordt Vervolgd

×