Thuis loop ik trillend naar binnen. Mijn
moeder zit op de bank, kennelijk is ze al
thuis van haar werk. Ze trekt haar
wenk...
Het is haar schuld dat ik het uit moest
maken met Danny, haar schuld dat ik
zo’n rotleven heb. En het heeft nu lang
genoeg...
Ik ruk mijn kast open en begin verwoed al
mijn kleren in een grote weekendtas te
proppen. Als er niks meer bij past, rits ...
De enige dingen die ik eigenlijk echt mee
wil hebben zijn mijn laptop en de poster
die ik van Tirza heb gekregen, met ‘my
...
Ik zucht diep, pak mijn zware tas vol met
kleren op en loop mijn kamer uit, recht
naar de voordeur.
“Wat ga jij nou weer d...
“Wat? Waar slaat dat nou weer op?”
vraagt mijn moeder, nog verbaasder dan
eerder.
Ik negeer haar vraag, en loop weer door....
Zeulend met mijn tassen kom ik precies
op tijd bij de bushalte – ik sta er nog geen
minuut, of hij komt al aanrijden. Ik k...
Van de bushalte naar Dagmars huis is het
maar een klein stukje lopen, maar door
die grote tas is het toch een zwaar
tochtj...
Als de deur achter me in het slot valt kijkt
Dagmar verbaasd op, maar als ze mij ziet
klaart haar gezicht gelijk op en laa...
Na een poosje begin ik wat te bedaren,
en laat ik haar los. “Ik – eh – kom hier
weer wonen. Als jij dat goed vindt,” zeg
i...
“Dat maakt me helemaal niets uit, ik heb
alle tijd.” Dagmar trekt me mee naar de
bank. Ik ga zitten, haal diep adem, en
ve...
“En nu zit ik hier dus, want ik trok het
daar echt niet meer. Van mij mag ze in de
stront zakken, ik ga daar niet meer naa...
Ik knik. “Op de een of andere manier
denk ik niet dat ze dat gaat doen. Ik was
meer een vloek voor haar dan een zegen,
dus...
“Ik ga even naar boven, denk ik. Ik wil
even alleen zijn, en misschien nog een
beetje slapen,” zeg ik, en ik sta op.
Dagma...
Op mijn kamer hang ik eerst mijn poster
weer op, en zet ik mijn laptop op mijn
bureau. Ik kijk rond. Ik ben weer thuis, de...
Ik zucht en loop naar de badkamer, waar
ik in de spiegel mezelf eens grondig
bestudeer. Ik kijk naar mijn lange haar,
het ...
Mijn ogen speuren even de wastafel af,
maar dan vind ik een schaar. De lok heb
ik nog steeds tussen mijn vingers, maar
dan...
Verwoed ga ik verder met knippen, en
niet veel later ligt bijna al mijn mooie
bruine haar op de vloer in de badkamer,
en z...
Wordt
Vervolgd
Update 23
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Update 23

336

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
336
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Transcript of "Update 23"

  1. 1. Thuis loop ik trillend naar binnen. Mijn moeder zit op de bank, kennelijk is ze al thuis van haar werk. Ze trekt haar wenkbrauwen op. “Wat is er met jou aan de hand? Heeft je vriendje het uitgemaakt of zo?” Na die woorden begin ik te koken, ik word witheet, en kwader dan ik ooit eerder op haar ben geweest. Ik bal mijn vuisten, en het lukt me nog net om me te beheersen en niet naar haar toe te rennen om haar een pak rammel te geven.
  2. 2. Het is haar schuld dat ik het uit moest maken met Danny, haar schuld dat ik zo’n rotleven heb. En het heeft nu lang genoeg geduurd. Het is al erg zat dat ik Danny nooit meer zal zien - ik ga echt niet meer ook nog eens in dit appartement wonen, met dat vreselijke mens. Ik besluit om geen woorden aan haar vuil te maken, en ik storm naar mijn slaapkamer.
  3. 3. Ik ruk mijn kast open en begin verwoed al mijn kleren in een grote weekendtas te proppen. Als er niks meer bij past, rits ik de tas met moeite dicht en gooi ik hem aan de kant. Ik kijk rond door mijn kamer. Eigenlijk is hier haast niks wat echt van waarde voor mij is. Mijn moeder heeft allerlei nieuwe meubels gekocht toen we hierheen verhuisden, en ik heb maar erg weinig meegenomen bij Dagmar vandaan.
  4. 4. De enige dingen die ik eigenlijk echt mee wil hebben zijn mijn laptop en de poster die ik van Tirza heb gekregen, met ‘my home is my castle’ als tekst. Ik rol de poster voorzichtig op en stop hem in mijn tas, samen met de laptop. Nog een keer kijk ik rond. Ik ben niet van plan om hier ooit nog terug te komen, en ik wil dus alles in een keer mee hebben.
  5. 5. Ik zucht diep, pak mijn zware tas vol met kleren op en loop mijn kamer uit, recht naar de voordeur. “Wat ga jij nou weer doen?” vraagt mijn moeder verbaasd. Ik draai me niet naar haar om, maar ik blijf wel staan. “Ik ga weg,” zeg ik op vlakke toon. “Ik wil niet langer met jou samen in een kamer zijn, laat staan een huis. Ik ga terug naar Dagmar.”
  6. 6. “Wat? Waar slaat dat nou weer op?” vraagt mijn moeder, nog verbaasder dan eerder. Ik negeer haar vraag, en loop weer door. “Dag Mariska,” zeg ik, en op dat moment beloof ik mezelf om nooit meer over haar te denken of te praten als ‘mijn moeder’, want dat is ze niet. Niet meer, in ieder geval.
  7. 7. Zeulend met mijn tassen kom ik precies op tijd bij de bushalte – ik sta er nog geen minuut, of hij komt al aanrijden. Ik koop een kaartje en daarna plof ik neer op het eerste het beste plekje dat ik tegenkom. Diep in gedachten rijden we de dichtbebouwde stad uit. Langzaamaan zijn er steeds minder huizen te zien, en tegen de tijd dat we aan het strand zijn, is de prachtige omgeving zo goed als verlaten.
  8. 8. Van de bushalte naar Dagmars huis is het maar een klein stukje lopen, maar door die grote tas is het toch een zwaar tochtje. Als ik bij het huis aankom begint mijn hart sneller te kloppen. Ik ben weer thuis. Ik vergeet het gewicht van mijn tas en ren het trapje naar de voordeur op. De voordeur zit los, zoals altijd, en gauw loop ik naar binnen, waar ik Dagmar bezig zie met potten bakken. Een warm gevoel verspreid zich door mijn buik. Dit heb ik gemist.
  9. 9. Als de deur achter me in het slot valt kijkt Dagmar verbaasd op, maar als ze mij ziet klaart haar gezicht gelijk op en laat ze haar pot in wording voor wat het is. “Lynn!” Ik begin weer te huilen als ik haar stem hoor, en ik val haar in de armen. Een eeuwigheid blijven we zo staan, terwijl Dagmar mijn haren streelt.
  10. 10. Na een poosje begin ik wat te bedaren, en laat ik haar los. “Ik – eh – kom hier weer wonen. Als jij dat goed vindt,” zeg ik dan, een beetje verlegen. “Natuurlijk vind ik dat goed, mallerd! Dit is je thuis,” antwoordt Dagmar. “Maar, mag ik vragen wat dit allemaal teweeg heeft gebracht?” Ik knik. “Het is alleen wel een beetje een lang verhaal.”
  11. 11. “Dat maakt me helemaal niets uit, ik heb alle tijd.” Dagmar trekt me mee naar de bank. Ik ga zitten, haal diep adem, en vertel dan alles wat er de laatste tijd allemaal is voorgevallen, vanaf het moment dat ik Danny ontmoette, tot aan vanmiddag in het park. Dagmar geeft de gepaste reacties – grote ogen, mond wijd open, knikken, glimlachen – op de gepaste momenten, en het doet me goed om mijn verhaal aan haar te doen.
  12. 12. “En nu zit ik hier dus, want ik trok het daar echt niet meer. Van mij mag ze in de stront zakken, ik ga daar niet meer naar terug!” besluit ik mijn verhaal. “Dat hoeft ook niet. Van mij mag je hier blijven, maar het is maar te hopen dat Mariska geen stappen zal ondernemen,” zegt Dagmar peinzend. Ik kijk haar aan. “Wat voor stappen?” “Naar de politie gaan, dat soort dingen.”
  13. 13. Ik knik. “Op de een of andere manier denk ik niet dat ze dat gaat doen. Ik was meer een vloek voor haar dan een zegen, dus ik denk dat ze blij is dat ze van me af is.” “Laten we dat dan maar hopen, want ik haat het om je zo ongelukkig te zien, Lynn,” zegt Dagmar, en ze geeft me een zoen op mijn haren. Ik laat mijn hoofd tegen haar schouder zakken, en ineens voel ik dat ik doodmoe ben.
  14. 14. “Ik ga even naar boven, denk ik. Ik wil even alleen zijn, en misschien nog een beetje slapen,” zeg ik, en ik sta op. Dagmar knikt. “Is goed, joh. Ik zal wel voor het eten zorgen straks.” Ik trekt mijn wenkbrauwen op. “Ik ben benieuwd wat dat voor gaat stellen dan.” “Hee, ik word er beter in! Toen jij weg was moest ik immers ook zelf koken.” Ik glimlach zwakjes. “Dat is waar.”
  15. 15. Op mijn kamer hang ik eerst mijn poster weer op, en zet ik mijn laptop op mijn bureau. Ik kijk rond. Ik ben weer thuis, de plek waar ik al zo lang naar verlang, maar ik voel me niet gelukkig. Zonder Danny is het leven een stuk minder rooskleurig. Dan denk ik ineens aan Tirza. Haar heb ik nog niet eens gebeld, ze weet nog helemaal niet wat er aan de hand is. Maar ik kan haar misschien maar beter met rust laten, ze is zo gelukkig met Martijn…
  16. 16. Ik zucht en loop naar de badkamer, waar ik in de spiegel mezelf eens grondig bestudeer. Ik kijk naar mijn lange haar, het haar dat Danny altijd zo mooi vond. Fronsend neem ik een lok tussen mijn vingers, en bekijk ik het eens goed. Ik was altijd zo trots op dat lange haar. Iedereen geeft me er altijd complimentjes op. Maar nu wil ik het niet meer. Ik wil me niet meer mooi voelen. Het herinnert me alleen maar aan Danny.
  17. 17. Mijn ogen speuren even de wastafel af, maar dan vind ik een schaar. De lok heb ik nog steeds tussen mijn vingers, maar dan breng ik de schaar er langzaam naartoe, en vlak boven mijn vingers knip ik het af. Ineens heb ik een losse pluk haar in mijn handen. Ik staar ernaar, en dan in de spiegel. Het voelt goed om dit te doen, dus ik pak nog een pluk, en ook die knip ik af.
  18. 18. Verwoed ga ik verder met knippen, en niet veel later ligt bijna al mijn mooie bruine haar op de vloer in de badkamer, en zie ik een heel andere ik in de spiegel. Dit was de perfecte manier om het tijdperk van Danny af te sluiten. Hoe kort het ook was, ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als met hem, en ik mis hem nu al met heel mijn hart. Maar ik moet verder met mijn leven, hoe zwaar dat ook is…
  19. 19. Wordt Vervolgd

×