• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Update 14
 

Update 14

on

  • 440 views

 

Statistics

Views

Total Views
440
Views on SlideShare
438
Embed Views
2

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

2 Embeds 2

http://lj-toys.com 1
http://l.lj-toys.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Update 14 Update 14 Presentation Transcript

    • Met een rimpelige handen van het water loop ik aan het einde van de middag naar boven. Het is alweer tijd om naar huis te gaan, anders ben ik te laat voor de bus en moet ik lopen. Ik wilde dat ik niet hoefde te gaan, maar het is niet anders. Zachtjes klop ik op de deur van Dagmars slaapkamer, om haar deze keer niet weer zo te laten schrikken.
    • Als ik de kamer in loop zie ik Dagmar lezend op haar bed liggen, bovenop de lakens. “Hee,” zeg ik verbaasd. “Voel je je alweer beter?” Dagmar knikt. “Ietsjes. Ik had geen zin meer om te slapen, het lukte niet meer. Dat is een goed teken lijkt mij.” “Dat lijkt mij ook,” antwoord ik. “Zeg, ik moet weer naar huis toe. Red jij het nu zo?”
    • “Ja hoor, ik red me prima,” zegt Dagmar terwijl ze op staat van haar bed. “Succes thuis, en bel me als het nodig is, oké?” Ik knik. Ineens springen de tranen me in de ogen. Ik heb geen idee waar ze vandaan komen, en knipper ze snel weg. “Ik heb een heerlijke dag gehad,” zeg ik naar waarheid.
    • Dagmar lacht. “Wat is er zo leuk aan wassen en afwassen?” “Je snapt best wat ik bedoel! Het was fijn om weer even thuis te zijn – hier te zijn bedoel ik.” “Dit is je thuis, dat weet je best,” zegt Dagmar zacht. “En je kan hier altijd terecht.” “Ja,” zeg ik, niet goed wetend wat ik moet antwoorden.
    • Dan word ik verrast door Dagmar, die me omhelst. Ik sla mijn armen om haar heen en houd haar even stevig vast, voordat ik me voorzichtig losmaak. “Ik moet nu echt gaan, anders mis ik de laatste bus vanuit dit gehucht,” lach ik. “Is goed. Tot snel!” zegt Dagmar, en ze loopt met me mee naar de deur van haar slaapkamer.
    • “Je hoeft niet mee naar beneden, hoor, ga jij maar weer lekker liggen. Ik ken hier de weg wel een beetje,” zeg ik met een knipoog. Dagmar glimlacht en kijkt me na, terwijl ik de trap afloop. Ik vind het jammer dat ik alweer moet vertrekken, ik voelde me voor even weer zo gelukkig, maar het is helaas niet anders.
    • Vrolijk loop ik richting de bushalte. Met mijn retourkaartje ga ik terug naar de stad. Deze keer let ik niet op de omgeving, maar ben ik verzonken in gedachten. Als we bij mijn halte zijn aangekomen pak ik mijn tas en stap ik uit. Even blijf ik staan. Zal ik weer een patatje halen bij de snackbar? Dan komt er een tevreden glimlach op mijn gezicht.
    • Vanavond zal ik zelf een keer gaan koken. Niet voor mijn moeder, in zo’n goede bui ben ik nou ook weer niet, maar ik kan voor mezelf wel een lekkere maaltijd klaarmaken. Ik heb wel zin in een lekker bord spaghetti. Waarschijnlijk hebben we het niet in huis, dus voor de zekerheid besluit ik om maar even langs de supermarkt te gaan.
    • Na mijn bezoekje aan de supermarkt ben ik nog vrolijker. Ik heb allemaal lekkere dingetjes meegenomen. Ik steek mijn sleutel in het slot, en als ik naar binnen loop, zie ik dat het al kwart over zes is. Op datzelfde moment begint mijn maag te knorren. Tijd om spaghetti te maken dus.
    • Voor ik dat doe leg ik echter eerst mijn bikini in de badkamer te weken, en dump ik mijn tas op mijn kamer. Dan begin ik in de keuken de kersverse ingrediënten te snijden, terwijl ik vrolijk een liedje zing. Wie had ooit gedacht dat ik nog een keer zo vrolijk zou zijn in dit appartement?
    • “Aah, daar ben je.” Mijn moeder komt de keuken ingelopen, met een schijnheilige glimlach op haar gezicht. “Zeg, zou je vanavond op je kamer willen blijven?” Ik frons mijn wenkbrauwen. Ze vraagt niet eens waar ik vandaag ben geweest, hoe het met me gaat… Ik zou er nu gewend aan moeten zijn, maar nee, het doet nog steeds pijn. “Waarom?” vraag ik terwijl ik het snijden van de groenten staak om haar aan te kijken.
    • “Nou… Robert komt vanavond langs,” antwoordt mijn moeder, en er verschijnt een schaapachtige grijns op haar gezicht. Ik haal sarcastisch mijn schouders op. “Dus? Hij schijnt het wel gezellig te vinden met mij er bij.” De grijns verdwijnt meteen van mijn moeders gezicht. “Doe niet zo brutaal, Lynn!” “Ik doe niet brutaal,” zeg ik, onverschillig mijn schouders op halend.
    • “Dat doe je wel! Ik wil je er gewoon niet bij hebben!” zegt mijn moeder met stemverheffing. “Dus ik ben gewoon een blok aan je been?” vraag ik, terwijl mijn bloed weer begint te koken. Mijn moeder kijkt me strak aan. “Natuurlijk niet, je bent mijn dochter -” in dat laatste woord hoor ik duidelijk een vlaag van minachting “- ik wil gewoon een gezellig momentje met mijn vriend.”
    • “Je minderjarige minnaar, bedoel je!” Mijn vingers beginnen nu echt te jeuken en mijn ogen prikken. Maar ik zal haar niet laten zien dat ze me gekwetst heeft. Dat nooit! “Hij is niet minderjarig!” schreeuwt mijn moeder, rood van woede. Ik plaats mijn handen uitdagend op mijn heupen. “Nou, het scheelt vast niet veel!” Mijn moeder heft haar hand, maar voor ze kan uithalen schreeuw ik: “O, wou je me weer gaan slaan? Goeie moeder ben jij, zeg! Als je het niet meer aankan geef je je kind maar een klap!”
    • Ik zie dat mijn moeder staat te trillen als een rietje, maar ze laat haar hand weer zakken. “Oké,” zegt ze, uiterlijk kalm, “jij komt vanavond niet je kamer uit, dat is dan afgesproken.” “Ik ga naar mijn kamer zodra je mij je ‘vriend’ eens goed hebt voorgesteld, eerder niet,” zeg ik koppig. “Waarom in vredesnaam?” snauwt mijn moeder.
    • “Omdat ik wil weten wie hier blijft slapen, onder hetzelfde dak als ik. Daar heb ik recht op, vind je niet?” vraag ik liefjes. “Dat gaat dus mooi niet gebeuren,” antwoordt mijn moeder. “En waarom niet?” Ik probeer onverschillig te blijven, te doen alsof het me niet raakt, maar het begint steeds moeilijker te worden. “Omdat ik niet wil dat hij weet dat ik een dochter heb, dat jíj mijn dochter bent!” roept mijn moeder dan.
    • Ik sta perplex en staar haar met grote ogen aan. Dit zag ik absoluut niet aankomen. Ze schaamt zich voor me? Ik ben dus echt een blok aan haar been? Nu komt het pas écht voor het eerst binnen; mijn moeder houdt niet van me, en heeft dat ook nooit gedaan. Ik had al die tijd ergens nog een sprankje hoop dat ze misschien toch wel van me hield, op haar eigen manier, maar nee.
    • Ik ben echt haar sloofje, een obstakel waar ze maar gebruik van maakt omdat ze het niet uit de weg kan ruimen. Ik blijf haar nog even aanstaren en ik zie dat ze weg wil uit deze benarde situatie. “Val toch dood,” zeg ik, proberend zoveel mogelijk minachting in die woorden te leggen. Dan draai ik me om en ga ik door met het snijden van de groenten voor de spaghetti. Ondertussen stromen de tranen over mijn wangen.
    • Mijn moeder blijft even staan en dan hoor ik haar hakken tikken op de tegelvloer; een teken dat ze de keuken uitloopt. Ik leg met trillende handen mijn mes neer op de snijplank en barst in snikken uit. Waar heb ik het aan verdiend om zo’n rotleven te hebben…?
    • Wordt Vervolgd