“Ze heeft me geslagen, Dagmar!
Geslagen!” roep ik door de telefoon heen
zodra er opgenomen wordt. Ik tril van
woede, terwi...
“Waarom?” vraagt Dagmar, duidelijk niet
wetend wat ze moet zeggen.
“Ik betrapte haar in bed met een of
andere vent, en maa...
Dagmar snakt naar adem. “Is het een
beetje uit te houden daar?”
Ik besef dat ik haar nog niet heb gebeld,
en dat ze dus no...
“Ik vind het goed, dat weet je. Maar zal je
moeder het ook toelaten?”
“Dat weet ik niet, en dat kan me ook
niets schelen,”...
De volgende ochtend word ik om negen
uur wakker van het geluid van mijn
telefoon. Met een zucht hijs ik mezelf
mijn bed ui...
“Met Lynn,” mompel ik in de telefoon
terwijl ik in mijn ogen wrijf.
“Hee, met Dagmar,” hoor ik mijn tante
zeggen aan de an...
“Ik ben ziek. Griep. Het spijt me, maar ik
voel me echt hondsberoerd.” Weer een
hoestbui.
“Het geeft niet. Kruip jij maar ...
“Natuurlijk niet! Jij kan er toch niks aan
doen dat je ziek bent? Ik kruip mijn bed
ook nog even lekker in en dan zie ik j...
Ik ga op mijn bed liggen en staar voor me
uit. Daar gaat mijn gezellige dagje bij
Dagmar. Ik baal behoorlijk, maar voel me...
De dagen daarna voel ik me erg
depressief. Ik blijf de hele dag in pyjama
en kom mijn kamer niet uit, behalve om
naar de w...
Ik mis Tirza en Dagmar, die ik wel elke
dag even bel om te kijken hoe het met
haar gaat, maar het zijn telkens maar
korte ...
Zuchtend sta ik op van mijn bed. Ik heb
nu vier dagen vakantie, het is vier dagen
geleden dat ik afscheid heb genomen van
...
Ik loop naar het raam en gooi het wijd
open. Even zwaai ik naar de vrouw die
aan de overkant, bij Ruiter en Zoon zit te
we...
Dan besluit ik ineens dat het genoeg is
geweest. Ik moet niet zo zielig doen en
binnen blijven. Het is prachtig weer, en i...
Maar zodra ik buiten sta zakt de moed
me alweer in de schoenen. Waar moet ik
in vredesnaam heen? Ik kan alleen naar
het zw...
Aarzelend sta ik op de balustrade na te
denken, maar dan komt er een idee in
me op. Dagmar kan vast wel wat hulp
gebruiken...
Ik loop richting de bushalte en ik sta nog
geen twee seconden te wachten of de
bus komt om de hoek rijden. Vrolijk stap
ik...
Het was maar een klein eindje lopen,
maar toch ben ik helemaal bezweet als ik
bij Dagmars huis – mijn thuis – aankom.
Ik h...
Als ik de deur open schrikt Dagmar –
altijd al een lichte slaper – wakker.
“Goeie god, Lynn, ik schrik me kapot,”
zegt ze ...
Dagmar glimlacht. “Dank je, dat is lief van
je. Maar dat had toch helemaal niet
gehoeven?”
“Snap het dan!” zeg ik gefrustr...
“Is goed. Ik zal een pannetje maken,” zeg
ik met een glimlach terwijl ik naar het
raam loop. “Het ruikt hier niet erg fris...
Beneden kom ik Elmo tegen, die me blij
miauwend kopjes begint te geven.
Lachend pak ik hem op. “Hee, monster,”
zeg ik vrol...
Fluitend loop ik naar de keuken en pak
een zakje soep uit een van de
vertrouwde keukenladen. Ik heb me in
geen dagen zo go...
Nadat ik de soep bij Dagmar heb
gebracht, en samen met haar een
kommetje ervan heb gegeten – op
gepaste afstand, natuurlij...
Als de tweede lading was staat te
draaien, en alle afwas is gedaan kijk ik
verlangend naar buiten, waar de golven
van de z...
Wordt
Vervolgd
Update 13
Upcoming SlideShare
Loading in …5
×

Update 13

241
-1

Published on

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
241
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Update 13

  1. 1. “Ze heeft me geslagen, Dagmar! Geslagen!” roep ik door de telefoon heen zodra er opgenomen wordt. Ik tril van woede, terwijl ik met mijn mobieltje tegen mijn oor door mijn kamer ijsbeer. Ik houd de telefoon zo stevig vast dat mijn knokkels wit zijn. “Dat meen je niet!” zegt Dagmar geschokt aan de andere kant van de lijn. “Jawel.” Tranen prikken in mijn ogen, maar ik wil er niet aan toegeven, niet zwak zijn.
  2. 2. “Waarom?” vraagt Dagmar, duidelijk niet wetend wat ze moet zeggen. “Ik betrapte haar in bed met een of andere vent, en maakte hem belachelijk,” zeg ik en wrijf verwoed in mijn ogen. “Nou, dan zal hij het er wel naar gemaakt hebben,” zegt Dagmar simpel. “En dan nog, dat is geen reden om jou te slaan! Gaat het wel, lieve schat?” “Jawel. Ik ben alleen nogal kwaad. Die vent was vijfentwintig! En hij vroeg of ik mee wou doen…”
  3. 3. Dagmar snakt naar adem. “Is het een beetje uit te houden daar?” Ik besef dat ik haar nog niet heb gebeld, en dat ze dus nog niets af weet van de transformatie van mijn moeder. “Niet echt. Ze behandelt me als haar bediende, ze is compleet veranderd! Ik laat echt niet over me heen lopen, maar als het nog lang zo door gaat…” Dagmar maakt een begrijpend geluidje. “Ik snap het.” “Kan ik morgen naar jou toe komen?” vraag ik met een klein stemmetje.
  4. 4. “Ik vind het goed, dat weet je. Maar zal je moeder het ook toelaten?” “Dat weet ik niet, en dat kan me ook niets schelen,” zeg ik terwijl ik mijn vrije hand tot een vuist bal. “Ik neem de bus wel. Dan zie je me vanzelf verschijnen.” “Is goed. Het is wel oppassen met zo’n vent in huis… Red je het vannacht?” “Ja hoor. Ik ga zo maar eens mijn bed opzoeken. Niet dat ik zal kunnen slapen… Maar ik ga zéker deze kamer niet meer uit vandaag.” Ik loop naar de deur toe en doe hem op slot. Zo, niemand zal er in komen vannacht.
  5. 5. De volgende ochtend word ik om negen uur wakker van het geluid van mijn telefoon. Met een zucht hijs ik mezelf mijn bed uit. Mijn hoofd bonkt en als ik op mijn benen sta zie ik even zwarte vlekken voor mijn gezicht. Ik zak weer neer op mijn bed en zoek met mijn voet naar mijn mobieltje, die op de grond ligt.
  6. 6. “Met Lynn,” mompel ik in de telefoon terwijl ik in mijn ogen wrijf. “Hee, met Dagmar,” hoor ik mijn tante zeggen aan de andere kant. Haar stem klinkt bedrukt, en ze barst in hoesten uit. “Sorry, maar je kan vandaag niet langskomen.” Ik voel een vlaag van teleurstelling opwellen in mijn binnenste. “Wat is er aan de hand?” vraag ik en ik wind een lok bruin haar om mijn vinger.
  7. 7. “Ik ben ziek. Griep. Het spijt me, maar ik voel me echt hondsberoerd.” Weer een hoestbui. “Het geeft niet. Kruip jij maar lekker weer je bed in, met een pittenzak. Als je je weer wat beter voelt kom ik wel op ziekenbezoek,” zeg ik, en ik probeer om de teleurstelling niet in mijn stem te laten doorklinken. “Vind je het echt niet erg?” vraagt Dagmar schuldig.
  8. 8. “Natuurlijk niet! Jij kan er toch niks aan doen dat je ziek bent? Ik kruip mijn bed ook nog even lekker in en dan zie ik je over een paar dagen wel. We bellen nog wel.” “Oké,” zegt Dagmar schor. “Dan ga ik nu nog maar even slapen.” “Doe dat. Beterschap!” zeg ik en nadat we afscheid hebben genomen laat ik mijn mobieltje met een zucht weer op mijn tapijt vallen.
  9. 9. Ik ga op mijn bed liggen en staar voor me uit. Daar gaat mijn gezellige dagje bij Dagmar. Ik baal behoorlijk, maar voel me meteen daarna ook schuldig. Dagmar is ziek en ik zit me hier een beetje aan te stellen. Maar wat moet ik nu dan gaan doen? Ik sla mijn dekens open en ga nog er nog even onder liggen. Ik heb alle tijd, dus dan kan ik net zo goed nog even een paar uurtjes gaan slapen…
  10. 10. De dagen daarna voel ik me erg depressief. Ik blijf de hele dag in pyjama en kom mijn kamer niet uit, behalve om naar de wc te gaan en te eten en drinken. Ik besef me dat als ik niet het huis uit ga, ik nooit iets leuks zal beleven. Ik weet dat ik naar het zwembad zou moeten gaan, of werk zou moeten zoeken, maar ik kan me er gewoon niet toe zetten.
  11. 11. Ik mis Tirza en Dagmar, die ik wel elke dag even bel om te kijken hoe het met haar gaat, maar het zijn telkens maar korte gesprekjes. Ze voelt zich nog steeds niet beter en ligt bijna de hele dag in bed. Ik heb al een paar keer aangeboden om langs te komen, maar ze zegt telkens haastig dat dat niet hoeft, dat ik dan ook ziek word, en dat het dan zo’n lange reis voor me is. Ik krijg een beetje het gevoel dat ze me helemaal niet bij haar wil hebben, wat me nog depressiever maakt.
  12. 12. Zuchtend sta ik op van mijn bed. Ik heb nu vier dagen vakantie, het is vier dagen geleden dat ik afscheid heb genomen van Tirza, en vier dagen geleden dat ik mijn moeder betrapte met die jonge vent. Buiten fluiten de vogels, het is nog steeds bloedheet en dat is ook te merken in mijn kamer.
  13. 13. Ik loop naar het raam en gooi het wijd open. Even zwaai ik naar de vrouw die aan de overkant, bij Ruiter en Zoon zit te werken. Ze glimlacht en zwaait terug. Zo gaat dat de afgelopen vier dagen elke ochtend. Ik heb wel medelijden met haar; het is prachtig weer, en zij zit binnen opgesloten om hard te werken. Ik steek mijn hoofd uit het raam en kijk naar buiten. Met mijn ogen dicht snuif ik de heerlijke zomergeur op.
  14. 14. Dan besluit ik ineens dat het genoeg is geweest. Ik moet niet zo zielig doen en binnen blijven. Het is prachtig weer, en ik kan overal heen gaan waar ik wil. Ik loop naar mijn klerenkast en pak er iets comfortabels uit, kam mijn haren en trek mijn schoenen aan. Ook gooi ik mijn zwemkleren en een handdoek in een tas, samen met mijn portemonnee en sleutels. Ik ben er klaar voor, tijd om wat lol te gaan beleven!
  15. 15. Maar zodra ik buiten sta zakt de moed me alweer in de schoenen. Waar moet ik in vredesnaam heen? Ik kan alleen naar het zwembad, en om daar in mijn eentje rond te hangen lijkt me niet zo’n leuk idee. Ik ben nooit een ster geweest in het maken van vrienden, daar ben ik te verlegen voor.
  16. 16. Aarzelend sta ik op de balustrade na te denken, maar dan komt er een idee in me op. Dagmar kan vast wel wat hulp gebruiken, nu ze zo ziek is. Haar kennende is de afwas al tijden niet gedaan, en zal de wasmand ook wel uitpuilen. En het zou zo fijn zijn om weer even terug te zijn, even te zwemmen in de zee, even Elmo te knuffelen. Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht. Dat ga ik doen. Ik ga Dagmar verrassen.
  17. 17. Ik loop richting de bushalte en ik sta nog geen twee seconden te wachten of de bus komt om de hoek rijden. Vrolijk stap ik in de bus, koop ik een kaartje en zoek ik een plekje bij een open raam. Tijdens de busreis naar de kust geniet ik van het uitzicht, dat ik al zo goed ken, maar toch steeds iets nieuws voor me te bieden heeft. Het lijkt alsof er nog maar een minuutje voor bij is als de bus stopt bij mijn halte. Ik stap uit en begin aan de wandeling naar het huis.
  18. 18. Het was maar een klein eindje lopen, maar toch ben ik helemaal bezweet als ik bij Dagmars huis – mijn thuis – aankom. Ik haal de sleutel, die ik nog steeds heb, uit mijn tas en open de deur. Zoals ik wel verwacht had is de woonkamer verlaten; Dagmar ligt waarschijnlijk in bed. Zachtjes loop ik de trap op, naar haar slaapkamer.
  19. 19. Als ik de deur open schrikt Dagmar – altijd al een lichte slaper – wakker. “Goeie god, Lynn, ik schrik me kapot,” zegt ze met schorre stem terwijl ze zich onder de dekens vandaan hijst. “Sorry,” zeg ik met een schaapachtig lachje. “Ik kom kijken hoe het met je gaat.” “En daarvoor kom je helemaal uit de stad?” vraagt Dagmar met opgetrokken wenkbrauwen. Ik haal mijn schouders op. “Ik wilde je wat gaan helpen. De afwas, de was…”
  20. 20. Dagmar glimlacht. “Dank je, dat is lief van je. Maar dat had toch helemaal niet gehoeven?” “Snap het dan!” zeg ik gefrustreerd. “Ik hou het daar niet uit! Ik verveel me kapot en ik word daar alleen maar depressief! Ik ben hier niet alleen om jou een plezier te doen.” “Oké,” zegt Dagmar terwijl ze weer terugzakt in de kussens. “In dat geval… Ik lust wel een kommetje soep, eigenlijk.”
  21. 21. “Is goed. Ik zal een pannetje maken,” zeg ik met een glimlach terwijl ik naar het raam loop. “Het ruikt hier niet erg fris, vind je het goed als ik het raam open zet voor wat frisse lucht?” “Nee, hoor. Ga je gang.” Dagmar niest luid en trekt dan de lakens weer tot aan haar kin op. “Je hebt het echt goed te pakken, hè?” Dagmar knikt en glimlacht zwakjes. “Ja, nogal…” Ik zie dat ze weer bijna in slaap valt en loop naar de deur. “Ik ga die soep maar eens maken.”
  22. 22. Beneden kom ik Elmo tegen, die me blij miauwend kopjes begint te geven. Lachend pak ik hem op. “Hee, monster,” zeg ik vrolijk, en ik geef hem een knuffel. “Ik heb je gemist, jij mij ook?” Als antwoord krijg ik een miauw, en dat beschouw ik maar als een ja. Ik hou hem een poosje stevig tegen me aangedrukt, maar als hij begint te spartelen zet ik hem weer op de grond. Opgelucht loopt hij naar buiten.
  23. 23. Fluitend loop ik naar de keuken en pak een zakje soep uit een van de vertrouwde keukenladen. Ik heb me in geen dagen zo goed gevoeld. Iets in dit huis zorgt er voor dat ik me veilig voel. Het is zo vertrouwd, heeft zulke goede herinneringen… Ik glimlach als ik denk aan al die dagen dat ik als klein meisje buiten op het strand speelde, of naar Dagmar keek als ze aan het werk was.
  24. 24. Nadat ik de soep bij Dagmar heb gebracht, en samen met haar een kommetje ervan heb gegeten – op gepaste afstand, natuurlijk, ik wil niet zelf ook de griep krijgen – begin ik aan de was. Ik had inderdaad gelijk; de wasmand puilt uit. Met goede moed stop ik de eerste lading in de wasmachine, en daarna begin ik aan de afwas van de afgelopen dagen.
  25. 25. Als de tweede lading was staat te draaien, en alle afwas is gedaan kijk ik verlangend naar buiten, waar de golven van de zee rustig het strand op rollen. De was is nog lang niet klaar, en ik verdien wel even een pauze vind ik, dus ik trek mijn bikini aan en ren naar buiten. Het geluid van fluitende vogels komt me tegemoet, en als ik me in het koude water laat vallen krijg ik een warm gevoel in mijn buik. Dit is thuis.
  26. 26. Wordt Vervolgd

×