• Share
  • Email
  • Embed
  • Like
  • Save
  • Private Content
Update 12
 

Update 12

on

  • 484 views

 

Statistics

Views

Total Views
484
Views on SlideShare
482
Embed Views
2

Actions

Likes
0
Downloads
0
Comments
0

2 Embeds 2

http://lj-toys.com 1
http://l.lj-toys.com 1

Accessibility

Categories

Upload Details

Uploaded via as Adobe PDF

Usage Rights

© All Rights Reserved

Report content

Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
  • Full Name Full Name Comment goes here.
    Are you sure you want to
    Your message goes here
    Processing…
Post Comment
Edit your comment

    Update 12 Update 12 Presentation Transcript

    • Pas laat in de avond – het is al twaalf uur geweest – loop ik weer richting het appartement. Ik noem het nog steeds niet ‘thuis’ of ‘mijn huis’, want dat is het gewoon niet, en zal het nooit zijn. Ik ben nog steeds kwaad, maar het is al wel weer wat gezakt. Nadat ik een patatje had gehaald ben ik naar het park gelopen en heb ik daar de rest van de avond doorgebracht.
    • Ik heb nagedacht over de hele situatie en wat ik er nou aan moet doen. Uren heb ik daar op een oncomfortabel houten bankje gezeten, maar ik ben niet tot een oplossing gekomen. Als ik bij de deur ben gekomen steek ik mijn sleutel in het slot en doe de deur met extra veel lawaai open en laat hem in het slot vallen, zodat mijn moeder hoort dat ik thuis ben.
    • Maar ze is niet in de kamer, en ook niet in de keuken. Ik zie een lege pizzadoos staan. Ze heeft dus gewoon een pizza bestelt, nog steeds te lui om met haar luie reet van de bank af te komen en wat werk te verrichten. Ik voel me weer kwaad worden en loop gauw door naar mijn slaapkamer.
    • Ruw trek ik mijn kleren uit en gooi ze op de grond waarna ik in bed ga liggen. Ik knijp mijn ogen stijf dicht en probeer aan vrolijke dingen te denken in plaats van moordneigingen te krijgen als ik aan mijn moeder denk. Naar mijn idee duurt het uren voor ik in slaap val, en als ik ’s ochtends weer wakker wordt heb ik het gevoel dat ik maar vijf minuten heb geslapen.
    • Met tegenzin ga ik naar school, en hoor twee leraren aan met hun monotone, zeurende stemmen, voordat de lessen officieel voorbij zijn. Samen met Tirza sjok ik naar het lokaal waar we onze rapporten zullen krijgen van onze mentor. Ik weet wel dat ik over ben, al heb ik veel gemist. Het verplichte afscheidspraatje van mijn mentor gaat langs me heen en ik staar uit het raam naar het plein, waar al enkele leerlingen blij het hek uit lopen, verlangend naar hun vakantie.
    • Aan het einde van het uur sta ik loom op en loop ik achter Tirza aan naar buiten, waar de verstikkende warmte me tegemoet komt. “Wat ben je stil vandaag,” zegt Tirza, als we op een bankje op het plein neerploffen, om nog even te praten voor we ieder een andere kant op gaan naar huis. Ik knik. “Ik ben er niet helemaal bij.” “Wat is er aan de hand?”
    • Ik leg Tirza uit hoe mijn moeder gister in één klap veranderde, van de vrolijke, goede moeder naar de feeks die ze nu is. Ik had haar aan de telefoon al vertelt hoe mijn moeder deed bij het afscheid, en vertel haar dat dat nu nog steeds zo is. “Dat vrolijke – het was dus allemaal gewoon een rol die ze speelde?” vraagt Tirza ongelovig.
    • Ik knik weer. “Ja. Kennelijk wel.” “Ik kan het niet geloven. Wat een… een…” zegt Tirza verontwaardigd terwijl ze haar vuisten balt. “Ja, zo voel ik me ook.” Ik zucht. Wat een chaos. Hoe moet ik dit ooit oplossen? En zonder Tirza nog wel, die morgen op vakantie gaat. Zij heeft me al deze tijd advies gegeven, en me geholpen als ik hulp nodig had… En nu, nu ik het het hardst nodig heb, zal ze er drie weken niet zijn.
    • “Ik ga je echt missen,” zeg ik zacht, terwijl ik naar mijn handen, die in mijn schoot liggen, staar. “Ik jou ook, hoor,” antwoordt Tirza, en ze knijpt even in mijn hand. “Ik wou dat ik niet hoefde te gaan, maar dat krijg ik er echt niet door bij mijn ouders.” Ik kijk op. “Dat moet je ook echt niet proberen, hoor! Jij moet gewoon lol hebben op vakantie! Dat ik zo miserabel ben betekent niet dat jij dat ook moet zijn!”
    • Tirza glimlacht. “Oké,” zegt ze. “Als jij het zo graag wilt.” “Ja, ik red me heus wel,” zeg ik resoluut, al betwijfel ik dat zeer. Maar ik wil Tirza niet meen schuldgevoel op vakantie sturen. Ik veeg het zweet van mijn voorhoofd, het is zo vreselijk warm! Ik denk verlangend aan de zee achter ons huis – Dagmars huis. O, wat mis ik het daar, ook al ben ik nog geen twee dagen weg.
    • “Ik ga zo denk ik maar eens op huis aan,” zeg ik. “Het is hier veel te warm, en daar is er tenminste airconditioning.” “Oké, dan ga ik zo ook maar eens,” zegt Tirza. “Is je moeder thuis?” Ik schud mijn hoofd. “Nee, gelukkig niet. Vandaag was haar eerste dag op haar werk. Ze is rond vijf uur thuis. Dus ik ben in mijn eentje.”
    • “Waarom gaan we niet naar het zwembad?” vraagt Tirza ineens, en ze kijkt me blij aan. “Lekker afkoelen en ontspannen. Daar heb je toch niks te doen, en als ik naar huis ga moet ik inpakken van mijn moeder.” Ik frons mijn wenkbrauwen. Ik ben eigenlijk helemaal niet in de stemming om lekker rond te spetteren in het zwembad. Maar aan de andere kant valt er thuis ook niks te doen. Ik haal mijn schouders op. “Dat kan wel, denk ik.”
    • Tirza springt op. “Iets enthousiaster graag! Oké, we gaan allebei onze zwemkleding halen, en dan zien we elkaar om één uur bij het zwembad.” “Is goed,” zeg ik. Samen lopen we naar het hek aan de rand van het schoolplein, waar allemaal leerlingen afscheid van elkaar nemen. “Tot zo,” zeg ik als we bij het hek zijn, en dan gaan we ieder onze eigen weg.
    • Om één uur zijn we allebei bij het zwembad. We gaan ons omkleden in de kleedhokjes, en daarna plonzen we in het water, wat ijskoud aanvoelt op mijn warme huid. Het is druk in het zwembad, het lijkt wel of de halve school hetzelfde idee had als wij. Ik ga op mijn rug liggen, sluit mijn ogen en dobber een tijdje rond, terwijl ik geniet van de koelte van het water.
    • Tirza drijft naast me, en heeft net als ik haar ogen gesloten. Ik snap niet meer waarom ik hier geen zin in had. Het water heeft me altijd getrokken, en al is dit niet zo geweldig als de zee, het kan er mee door. Ik denk weer aan thuis, aan Dagmar, en vraag me af wat ze nu aan het doen is, alleen in dat grote huis. Ze is vast erg eenzaam. Voor haar moet het misschien nog wel erger zijn dan voor mij.
    • Ik open mijn ogen weer en kijk naar de lucht. Even word ik verblind door de felle zon, maar dan kan ik weer scherp kijken. De hemel is felblauw, met maar enkele sluierwolkjes die niks voorstellen. Ik zie twee vogels vliegen, maar kan niet onderscheiden wat voor vogels het zijn. Was ik maar als die vogels; vrij om te gaan waar ik maar wil en ieder moment kunnen opvliegen, om weer ergens anders te stranden.
    • Na helemaal afgekoeld te zijn in het water zoeken we twee lege strandstoelen op, die we met moeite kunnen vinden. De zon schijnt heerlijk op onze lijven, en verwarmd ons na het koude water. De rest van de middag blijven we bij het zwembad. Lachend en pratend, af en toe weer een duik nemend in het water, om er daarna weer uit te komen. Ook al had ik het niet verwacht, ik heb een heerlijke middag.
    • Om vijf uur kleden we ons weer aan en banen we ons een weg door de vertrekkende zwembadgasten naar de straat. “Dat was toch heerlijk?” zegt Tirza triomfantelijk. Ik grinnik. “Ja, ik heb het inderdaad heerlijk gehad. Maar nu rammel ik van de honger. Zullen we nog even een hamburger gaan halen?” Terwijl ik dat zei bedenk ik onwillekeurig dat dat de tweede avond op rij is dat ik naar de snackbar ga. Lekker gezond.
    • Tirza kijkt even op haar horloge, en ik zie haar twijfelen. “Het hoeft niet, hoor,” zeg ik, proberend de teleurstelling in mijn stem te verbergen. “Nee, het kan wel. Dan pak ik vanavond mijn spullen wel in. Ik snak ook naar een lekkere hamburger, dus laten we gaan,” zegt Tirza opgewekt, en we lopen de straat uit, richting de snackbar.
    • Even later lopen we de snackbar binnen en bestellen we twee hamburgers, waarna we met de twee warme broodjes naar een krakkemikkig tafeltje lopen met twee zo mogelijk nog krakkemikkiger stoelen. Gretig neem ik een hap van de hamburger. “Mmm,” zeg ik. “Heerlijk!” Tirza lacht. “Echt wel. Een echte delicatesse!”
    • Ik lach ook en vrolijk eten we onze hamburgers op. Ik heb een fijne dag gehad vandaag, en voel me even een beetje triest, omdat ik dat nu drie weken moet gaan missen. Maar al gauw verdrukt het blije gevoel het trieste, en zit ik weer te lachen en te kwebbelen met Tirza. “En wat ga jij nou doen deze vakantie?” vraagt ze op een gegeven moment.
    • Ik haal mijn schouders op. “Ik weet het niet. Misschien dat ik wel een baantje kan zoeken of zo. Dan hoef ik tenminste niet de hele tijd in dat appartement te zijn, en kan ik me ergens op focussen.” Tirza knikt ernstig. “Ja, dat is inderdaad wel een goed idee. En over drie weken kom ik weer terug, dus dan ben je niet meer alleen.” “Ik kijk er nu al naar uit,” lach ik. “En ondertussen kan ik natuurlijk ook altijd nog Dagmar bezoeken.”
    • “Hoe wil je daar komen dan? Je moeder zal je niet willen brengen.” “Dan neem ik de bus wel,” antwoord ik. “Ik laat me echt niet tegenhouden door dat mens.” “Goed zo.” Tirza stopt tevreden de laatste hap in haar mond. Dan gaat de ringtone van haar mobieltje. Ze pakt hem uit haar tas en haar gezicht betrekt. “M’n moeder. Nu komt het, hoor.” Ze neemt op. “Hoi mam… Ik ben in de snackbar met Lynn… Sorry, maar-… Het spijt me dat het eten koud is geworden,” zegt ze en ze rolt met haar ogen tegen mij.
    • “Morgen gaan we weg, dus ik moest nog even afscheid nemen… Ja, daar doe ik een hele middag over…” ze zucht. “Oké, ik ben al onderweg. Tot zo.” Tirza hangt op en kijkt me verontschuldigend aan. “Ik moet weg. Iets over mijn spullen in pakken, zoals ik al voorspeld had.” “Nou, succes dan maar,” zeg ik terwijl ik op sta.
    • Tirza volgt mijn voorbeeld en even staan we ongemakkelijk tegenover elkaar. Dan omhelst ze me stevig. “Hou je taai, meid, het komt wel goed,” fluistert ze. “Ik ga je missen.” Ik heb tranen in mijn ogen. “Ik jou ook.” Dan lach ik en wrijf de tranen uit mijn ogen. “Waar doen we eigenlijk moeilijk over, het is maar voor drie weken!” “Een eeuwigheid, dus!” zegt Tirza.
    • Ik lach en samen lopen we naar buiten. “Tot over drie weken. We bellen,” zegt Tirza en ze knijpt me in mijn hand. Ik knik. “Tot snel!” zeg ik. Dan draait Tirza zich om en loopt richting het einde van de straat. Ik kijk haar na tot ze de hoek om is. Met een zucht draai ik me ook om, en loop met tegenzin de andere kant op, richting de plek die ik nu mijn thuis moet noemen.
    • Ik steek mijn sleutel in het slot en open de deur. Vanuit de deuropening kijk ik de kamer in, en verwacht mijn moeder daar aan te treffen, maar ik zie haar niet. Ik loop naar de keuken, maar daar is ze ook niet. Dan hoor ik geluiden vanuit de slaapkamer. Ik frons mijn wenkbrauwen, want het klinkt als gegiechel. Langzaam loop ik naar de deur van mijn moeders slaapkamer en pak de deurkruk vast.
    • Als ik de deurkruk naar beneden druk en de deur open doe staat mij een verrassing te wachten. Daar ligt mijn moeder, naakt, bovenop een man die er minstens tien jaar jonger dan zij uitziet, en net zo naakt is als mijn moeder. Mijn ogen worden groot, en ik sla een hand voor mijn mond. Dit had ik niet verwacht aan te treffen. Ik ben verstijfd van schrik en kan me niet omdraaien.
    • “Hee,” zegt de man. “Wie is dat? Een vriendin van je? Waarom doe je niet gezellig mee?” Hij knipoogt naar me. Ik begin kotsneigingen te krijgen, en eindelijk – na wat een eeuwigheid leek – kan ik mijn benen weer bewegen. Ik ren de kamer uit en sla de deur met een klap achter me dicht. Schuddend met mijn hoofd probeer ik de herinnering aan mijn naakte moeder en de naakte vreemde man uit mijn hoofd te krijgen, maar het beeld staat op mijn netvlies gebrand.
    • Ik schrik op als achter mij de deur open wordt gedaan. Mijn moeder komt naar buiten met haar badjas aan. Ze heeft moeite om de grote grijns op haar gezicht te verbergen. Ik kijk haar vol afschuw aan. “Wie was dát?” vraag ik walgend. De grijns van de naakte vent krijg ik maar niet uit mijn hoofd weg.
    • “O, dat was Robert,” zegt mijn moeder luchtig. “Van mijn werk.” “Van je werk? Je hebt die kerel vandaag pas ontmoet? Jeetje, wat ben jij een-” “Hee!” onderbreekt mijn moeder me. “Heb een beetje respect voor je moeder!” “Voor jóu?” vraag ik ongelovig. Wil ze nu hebben dat ik haar als een normale moeder behandel? Dit kan ik niet geloven.
    • “Ja, voor mij, ja. En voor Robert!” Ik lach minachtend. “Voor de vent die mij vroeg of ik mee wilde doen? Die dacht dat ik jouw vriendin was? Echt niet. Bovendien, hoe jong is hij? Zestien? Weet je niet dat het illegaal is om het minderjarigen te doen?” Mijn moeder heft razendsnel haar hand en voor ik het weet heb ik een pets in mijn gezicht te pakken, die behoorlijk pijn doet.
    • “Daar!” zegt mijn moeder furieus. “Ik wil niet dat je zo over Robert praat! Hij is vijfentwintig!” Ik leg mijn hand op mijn wang. Heeft ze me nou net geslagen? Allerlei emoties razen door me heen. Woede, angst, verdriet… Even kijk ik mijn moeder aan, met zoveel haat in mijn ogen dat ze er van terugdeinst. Dat draai ik me om, loop mijn slaapkamer in en sla de deur met een klap achter me dicht.
    • Wordt Vervolgd