Werkwoorspelling

274 views
195 views

Published on

werkwoordspelling interactief

Published in: Travel, Entertainment & Humor
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total views
274
On SlideShare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Werkwoorspelling

  1. 1. Hoe doe je dat ?
  2. 2.  je moet de persoonsvorm in een zin kunnen vinden je moet het onderwerp in een zin kunnen vinden je moet de STAM (foutloos) kunnen schrijven je moet kunnen zien of de zin in detegenwoordige tijd (tt) of in de verleden tijd (vt)staat je moet weten wat het hele werkwoord is (tt envt) en of je met een zwak of sterk werkwoord temaken hebt (vt) Je moet weten met welk woord je te maken hebt,als het NIET DE PV is !
  3. 3.  Is het in te vullen woord een persoonsvorm ?Klik dan hier Is het in te vullen woord een voltooiddeelwoord ? Klik dan hier Is het in te vullen woord een onvoltooiddeelwoord ? Klik dan hier Is het in te vullen woord een voltooiddeelwoord, gebruikt als bijv. nw ? Klik danhier Is het in te vullen woord het gehele
  4. 4.  Is het tegenwoordige tijd, klik dan hier Is het verleden tijd klik dan hier
  5. 5.  Schrijf de STAM op Wat is het onderwerp ?“ik” - STAM (die heb je al)“je” of “jij” - STAM +t, wanneer dat vóór de pv staat“je” of “jij” -STAM , wanneer dat achter de pv staatenkelvoud (maar niet “ik”of “je” of “jij”) – STAM + tschrijf dus nog een “t” achter de STAMmeervoud - hele werkwoord (schrijf een “n” of “en” achter de STAM (let opdat de uitspraak goed blijft !)Bij twijfel : vul het ww “horen” of “lopen” inTerug naar het begin
  6. 6.  Is het een zwak of sterk werkwoord ? Zwak ? Klik hier Sterk ? Klik hier
  7. 7.  schrijf de STAM op moet er “te” of “de” achter komen ?(is Nederlands je eerste taal, dan weet je dat meestal wel, maarals je twijfelt ….) zit de laatste letter van de STAM in‘t ex kofschipdan komt er “te” achter de STAM (behalve wanneer in het helewerkwoord een “v” of een “z” staat !!!) In alle andere gevallen zet je “de” achter de STAM Wat is het onderwerp ?enkelvoud – dan ben je klaarmeervoud – dan moet er nog een “n” achterTerug naar het begin
  8. 8.  Spreek het woord uit en schrijf het netzo op (volgens de normale spel(lings)regels ) Let op het onderwerp ! (enkelvoud ofmeervoud)terug naar het begin
  9. 9.  Hoor je een “t”klank aan het einde ?maak er een bijvoeglijk naamwoord van (maak het langer) jehoort dan of er een “t” of een “d” achteraan staatje kunt ook luisteren wat er in de verleden tijdgebeurt – “te” of “de”(‘t ex kofschip) Hoor je “en”, dan schrijf je dat opTerug naar het begin
  10. 10.  Schrijf het hele werkwoord + d(werken-d)Je kunt het gemakkelijker maken door er “al” voor te denkenTerug naar het begin
  11. 11.  Schrijf het voltooid deelwoord + e(het gemaakt+e werkstuk)PAS OP : de normale spel(lings)regels zijn weer van toepassing !(of: schrijf wat je hoort)De gehaat+e vorst = de gehate vorstDe gered+e honden = de geredde honden (géén extra –n !!)PAS OP : het deelwoord van een STERK werkwoord verandert niet. bakken -gebakken : de gebakken cakeJe herkent het doordat het tussen een lidwoord en een zelfstandig naamwoord instaatTerug naar het begin
  12. 12.  Schrijf (dus) het hele werkwoord op(De kinderen zaten rustig te werken)Je kunt het dus o.a. herkennen doordat er (soms) “te” voor staatTerug naar het begin

×