Werkwoordspelling

981
-1

Published on

hoe doe je werkwoordspelling

Published in: Education
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
981
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
14
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

No notes for slide

Werkwoordspelling

  1. 1. Hoe doe je dat ?
  2. 2. <ul><li>je moet de persoonsvorm in een zin kunnen vinden </li></ul><ul><li>je moet het onderwerp in een zin kunnen vinden </li></ul><ul><li>je moet de STAM (foutloos) kunnen schrijven </li></ul><ul><li>je moet kunnen zien of de zin in de tegenwoordige tijd (tt) of in de verleden tijd (vt) staat </li></ul><ul><li>je moet weten wat het hele werkwoord is (tt en vt) en of je met een zwak of sterk werkwoord te maken hebt (vt) </li></ul><ul><li>Je moet weten met welk woord je te maken hebt, als het NIET DE PV is ! </li></ul>
  3. 3. <ul><li>Is het in te vullen woord een persoonsvorm ? Klik dan hier </li></ul><ul><li>Is het in te vullen woord een voltooid deelwoord ? Klik dan hier </li></ul><ul><li>Is het in te vullen woord een onvoltooid deelwoord ? Klik dan hier </li></ul><ul><li>Is het in te vullen woord een voltooid deelwoord, gebruikt als bijv. nw ? Klik dan hier </li></ul><ul><li>Is het in te vullen woord het gehele werkwoord ? Klik dan hier </li></ul>
  4. 4. <ul><li>Is het tegenwoordige tijd, klik dan hier </li></ul><ul><li>Is het verleden tijd klik dan hier </li></ul>
  5. 5. <ul><li>Schrijf de STAM op </li></ul><ul><li>Wat is het onderwerp ? </li></ul><ul><li>“ ik ” - STAM (die heb je al) </li></ul><ul><li>“ je ” of “ jij ” - STAM +t , wanneer dat vóór de pv staat </li></ul><ul><li>“ je ” of “ jij ” - STAM , wanneer dat achter de pv staat </li></ul><ul><li>enkelvoud (maar niet “ik”of “je” of “jij”) – STAM + t </li></ul><ul><li>schrijf dus nog een “t” achter de STAM </li></ul><ul><li>meervoud - hele werkwoord (schrijf een “n” of “en” achter de STAM (let op dat de uitspraak goed blijft !) </li></ul><ul><li>Bij twijfel : vul het ww “horen” of “lopen” in </li></ul><ul><li>Terug naar het begin </li></ul>
  6. 6. <ul><li>Is het een zwak of sterk werkwoord ? </li></ul><ul><li>Zwak ? Klik hier </li></ul><ul><li>Sterk ? Klik hier </li></ul>
  7. 7. <ul><li>schrijf de STAM op </li></ul><ul><li>moet er “ te ” of “ de ” achter komen ? </li></ul><ul><li>(is Nederlands je eerste taal, dan weet je dat meestal wel, maar als je twijfelt ….) </li></ul><ul><li>zit de laatste letter van de STAM in </li></ul><ul><li>‘ t ex kofschip </li></ul><ul><li>dan komt er “ te ” achter de STAM (behalve wanneer in het hele werkwoord een “v” of een “z” staat !!!) </li></ul><ul><li>In alle andere gevallen zet je “ de ” achter de STAM </li></ul><ul><li>Wat is het onderwerp ? </li></ul><ul><li>enkelvoud – dan ben je klaar </li></ul><ul><li>meervoud – dan moet er nog een “ n ” achter </li></ul><ul><li>Terug naar het begin </li></ul>
  8. 8. <ul><li>Spreek het woord uit en schrijf het net zo op (volgens de normale spel(lings)regels ) </li></ul><ul><li>Let op het onderwerp ! (enkelvoud of meervoud) </li></ul><ul><li>terug naar het begin </li></ul>
  9. 9. <ul><li>Hoor je een “t”klank aan het einde ? </li></ul><ul><li>maak er een bijvoeglijk naamwoord van (maak het langer) je hoort dan of er een “t” of een “d” achteraan staat </li></ul><ul><li>je kunt ook luisteren wat er in de verleden tijd gebeurt – “ te ” of “ de ” </li></ul><ul><li>(‘ t ex kofschip ) </li></ul><ul><li>Hoor je “en”, dan schrijf je dat op </li></ul><ul><li>Terug naar het begin </li></ul>
  10. 10. <ul><li>Schrijf het hele werkwoord + d </li></ul><ul><li>(werken-d) </li></ul><ul><li>Je kunt het gemakkelijker maken door er “al” voor te denken </li></ul><ul><li>Terug naar het begin </li></ul>
  11. 11. <ul><li>Schrijf het voltooid deelwoord + e </li></ul><ul><li>(het gemaakt+e werkstuk) </li></ul><ul><li>PAS OP : de normale spel(lings)regels zijn weer van toepassing ! </li></ul><ul><li>(of: schrijf wat je hoort) </li></ul><ul><li>De gehaat+e vorst = de gehate vorst </li></ul><ul><li>Je herkent het doordat het tussen een lidwoord en een zelfstandig naamwoord in staat </li></ul><ul><li>Terug naar het begin </li></ul>
  12. 12. <ul><li>Schrijf (dus) het hele werkwoord op </li></ul><ul><li>(De kinderen zaten rustig te werken) </li></ul><ul><li>Je kunt het dus o.a. herkennen doordat er (soms) “te” voor staat </li></ul><ul><li>Terug naar het begin </li></ul>
  1. A particular slide catching your eye?

    Clipping is a handy way to collect important slides you want to go back to later.

×