Your SlideShare is downloading. ×
Medische Technologie
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Medische Technologie

4,208
views

Published on

Medische Technologie - Alles over medische innovaties

Medische Technologie - Alles over medische innovaties

Published in: Health & Medicine, Business

0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
4,208
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
1
Actions
Shares
0
Downloads
36
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Medische Technologie Een commerciële uitgave van Reflex Uitgeverij, gedistribueerd door Het Financieele Dagblad Innovatie technologie móet pagina 4 Innovaties nodig om de arbeidsmarkt te ontlasten pagina 8 Levens redden door vroegdiagnostiek pagina 13 E-health bij de gratie van het EPD pagina 14 november 2010
  • 2. 2 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij Het Almeerse Flevo Ziekenhuis staat op de eerste plaats in de Ziekenhuis Top 100, zoals die onlangs gepubliceerd werd. Radiologie als voorbeeld “Ik heb inderdaad gehoord van die eerste plaats”, grijnst dokter Ho, als radioloog aan het ziekenhuis verbonden. “Enkele jaren geleden was het Flevo Ziekenhuis nog een klein stadszieken- huis. Maar als ik alleen al kijk naar de afdeling radiologie, dan zijn de ontwikkelingen ontzettend snel gegaan.” Radiologie is van oudsher een ondersteunend specialisme voor met name chirurgie, orthopedie en neurologie. Van daar uit zijn steeds meer ontwikkelingen in de conventionele diagnostiek met CT en MRI. Alleen al op dat gebied is het vak niet meer te vergelijken met dertig jaar geleden. Daarnaast gebeurt er veel met interventies. “We hebben hier sinds enkele jaren een vol- ledig nieuwe kamer voor en doen alle technieken die mogelijk zijn. Dat geeft een mooi samenspel met de vaatchirurgen; we kunnen operaties voorkomen of vereenvoudigen. We doen ook gecombineerde operaties met de vaatchirurgen.” Als derde as- pect besteedt radiologie veel aandacht aan de eerste lijnzorg. “We moeten ook bezuinigen en dat kan als we de huisarts meer met hoogwaardige radiologische diagnostiek ondersteunen.” Al met al is de invloed van het toenemend gebruik van hoogwaar- dige technologie juist op de afdeling radiologie voelbaar, met effecten voor het complete ziekenhuis. Keuzes In 2008 nog op plaats 97 en twee jaar later via 29 naar de hoogste notering in de Ziekenhuis Top 100. Voorwaar een prestatie van formaat en dat vond bestuursvoorzitter Jeltje Schraverus bij de uitreiking van de bijbehorende plaquette ook. Een knap resultaat en voor de directie van het Flevo Ziekenhuis hèt bewijs van een gezamenlijke topprestatie van specialisten, verpleegkundigen, medewerkers en vrijwilligers. Ongeveer drie jaar geleden werd de fundamentele keuze gemaakt voor het zorgconcept Planetree [de mens centraal] en het kwali- teitsmodel Kaizen. Daar plukt het ziekenhuis nu kennelijk de vruchten van. Belangrijke steun in de rug was de ontwikkeling van nieuwbouw, dat het ziekenhuis veel kansen bood om de zorg verder te verbeteren en die kansen ook fysiek vorm te geven. Het voorbeeld van dokter Ho betreffende de nieuwe onderzoekskamer voor de ontwikkeling van nieuwe technieken is daar een sprekend voorbeeld van. Beoordeling Voor de beoordeling van de ziekenhuizen werd gebruik gemaakt van 31 criteria, waarvan 23 werden opgesteld door de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Orde van Medisch Specialisten en brancheorganisatie van Nederlandse Ziekenhuizen. Deze crite- ria behelzen medische indicaties, zoals het aantal heroperaties, de aanpak van ondervoeding, het aantal risicovolle operaties en de bewaking van de juiste patiëntengegevens en medicatie. De overige acht criteria betreffen patiëntvriendelijkheid en –tevredenheid. Het Flevo Ziekenhuis besteedde de afgelopen jaren veel aandacht aan ICT en registratie. Veel poliklinieken helpen de patiënten sneller en beter en als het even kan op één dag. Verbeteringen in de zorg zijn derhalve geen kwestie van de toekomst, maar een aspect waar elk ziekenhuis nu al een aanvang mee kan nemen. Uiteraard kunnen technologische ontwikkelingen in dat kader een rol van betekenis spelen, maar het Flevo Ziekenhuis toont aan dat ook de instelling van alle betrokkenen bij het ziekenhuis van belang is. Relatieve lijst Overigens is de ranglijst een relatieve. Omdat niet ieder ziekenhuis iedere ingreep verricht, kan een absolute score niet worden gerealiseerd. Door te kijken naar de hoeveelheid pun- ten die een ziekenhuis maximaal kan scoren, is een vergelijking toch mogelijk. De drie specialistische ziekenhuizen in Nederland (Antoni van Leeuwenhoek (kanker), het Oogziekenhuis en de St. Maartenskliniek (orthopedie) hebben te veel kwaliteitsa- specten niet in huis en laten zich daarom moeilijk vergelijken. Reden waarom ze niet in de top 100 zijn opgenomen. Voor het eerst telden in 2010 vier patiëntenkeurmerken mee, vastgesteld en toegekend door patiëntenverenigingen. Dat gebeurt op basis van wensen van patiënten en gesprekken met medisch specialisten. De keurmerken zijn ‘het roze lintje’ (Monitor Borstkankerzorg), Vaatkeurmerk, ‘het groene vinkje’ (Patiëntenwijzer dikkedarmkanker) en de Patiëntenwijzer lymf- klier- en bloedkanker. Medische Technologie: ontwikkelingen gaan razendsnel I n h o u d Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij op 4 november in Het Financieele Dagblad. Ziekenhuis nr. 1: hoe doe je dat? 2 Innovatie móet 4 Innovaties op achterstand? 6 Arbeidsmarkt moet verlicht worden 8 HiFu CHEM: de vrucht van partners 10 Vroegdiagnostiek redt levens 13 E-health: de digitale gezondheidszorg 14 Privé en regulier leven naast elkaar 17 De rol van social media in vernieuwing 18 Langdurige zorg roept om oplossingen 19 C o l o f o n Project Manager Bart Duurkoop bart.duurkoop@reflex-media.net Productie/Lay-Out Juan-F. Gallwitz layout@reflex-media.net Redactie Irma van der Lubbe, Marian Vleerlaag, Annelies Roon Hoofdredactie: Cor Dol Foto‘s istockphoto.com De inhoud van gastbijdragen, expert- en focusinterviews geven de mening van de gastauteurs en geïnterviewden weer. Ondanks dat bij deze uitgave veel aan- dacht is besteed aan het voorkomen van fouten en onvolkomenheden, kan hiervoor niet worden ingestaan en aanvaarden de redactie en uitgever hiervoor derhalve geen aansprakelijkheid. Reflex Uitgeverij B.V. Brouwersgracht 238 1013 HE Amsterdam T +31 (0)20 7070 556 www.reflex-media.net Contact Nederland: Paul van Vuuren paul.vanvuuren@reflex-media.net Contact Hoofdkantoor: Laurens Müller laurens.mueller@reflex-media.net Reflex Uitgeverij heeft zich op thematische bijlagen in Duitse, Nederlandse en Zwitserse dagbladen gespecialiseerd. U vindt onze publicaties onder andere in de Frankfurter All- gemeine Zeitung (F.A.Z.), Handelsblatt, Tagesspiegel (in Duitsland), Tages-Anzeiger (Zwitserland) en in het Financieele Dagblad en het NRC Handelsblad. Onze publicaties combineren zo de diepgang van vakbladen met de oplage van dagbladen. Reflex Uitgeverij onderscheidt zich door de focus op kwaliteit en de scheiding van artikelen en gastbijdragen. Meer informatie vindt u op www.reflex-media.net. Dokter Ho is radioloog binnen het Flevo Ziekenhuis
  • 3. Medische Technologie 3Een publicatie van Reflex Uitgeverij Wie het vandaag de dag heeft over gezondheidszorg heeft het over de hervorming van de zorg. Extra in- spanningenzijnnoodzakelijkennieuwe wegen moeten worden bewandeld, wil- len we kunnen garanderen dat gezond- heidszorg goed, toegankelijk en be- taalbaar blijft. Chiel Huffmeijer (NVZ en Hagaziekenhuis) en Hans Bossink (Philips Healthcare) geven hun visie op zorginnovatie. Technologischeontwikkelingenhebben de zorg de afgelopen decennia aanmer- kelijk verbeterd. Tegenwoordig spelen ontwikkelingen in de diagnostiek en behandeling en dan vooral de inno- vatie van de medische beeldvorming en ICT een grote rol, waardoor steeds minder met het operatiemes ingegre- pen moet worden. Chiel Huffmeijer: “Aan een operatie kleven vele risico’s en een zware fysieke en mentale belasting van de patiënt. Interventieradiologie en microchirurgie maken het mogelijk om minimaal invasief in te grijpen. Als je dan praat over de kwaliteit van de zorg, dan zijn dit soort ontwikkelingen essentieel.” Een kortere ziekenhuis- opname en dito herstelperiode zeggen wat dat betreft genoeg. “Innovatie heeft de afgelopen jaren veel opgeleverd. De gemiddelde verpleegduur was tien jaar geleden tien, elf dagen. Nu de helft. Ik vind het een verbetering van kwaliteit en efficiëntie als je niet in een zieken- huis hoeft te liggen. Elke dag winst is meegenomen.” In de nabije toekomst valt volgens Huffmeijer veel winst te halen uit de bundelingen van krachten, met name van de technische universi- teiten, industrie en ziekenhuizen. Fundamentele vragen omzetten naar zinvolle zorginnovaties Hans Bossink is directeur van Philips Healthcare Benelux en beaamt het be- toog van Huffmeijer. Het is duidelijk dat de zorg aan de vooravond van een grote verandering staat, een uitdaging op zich. “Technologie kan een bijdrage leveren aan het vinden van oplossin- gen. De Nederlandse bevolking wordt ouder, en daarmee wordt het aantal chronisch zieken hoger. De druk op onze gezondheidszorg neemt sterk toe. Zorg gaat ons meer kosten, terwijl we juistdekwaliteitverderwillenverhogen en zorg efficiënt en betaalbaar willen houden. Innovatie is nodig om dit voor elkaar te krijgen. Voor Philips begint innovatie met de fundamentele vraag: hoe kunnen we het leven van de patiënt en zijn zorgverleners eenvoudiger ma- ken? Of nog beter: hoe kunnen we men- sen helpen gezond te leven, voorkomen dat ze überhaupt patiënt worden? Dit soort vragen proberen we samen met patiënten en hun zorgverleners om te zetten in zinvolle concrete innovaties.” Met geavanceerde technologische ont- wikkelingen wil Philips het mogelijk maken om baanbrekende oplossingen voor de gezondheidszorg te ontwikke- len. “We willen oplossingen maken die tezamen een gehele zorgketen kunnen ondersteunen, die helpen ziekten in een vroegtijdiger stadium beter, effici- ënter en effectiever te behandelen, die patiënten tenslotte ondersteunen in de thuissituatie.” Bossink ziet verschillende gebieden waar technologie een bijdrage kan leve- ren. Allereerst de vroegdiagnostiek en preventie: de kans om vroegtijdig in te grijpen in een ziekteproces maakt het mogelijk om de behandeling effectie- ver te maken. Preventie richt zich dui- delijk op een gezonde levensstijl. “We ontwikkelen oplossingen, waarmee we mensen aanmoedigen gezonder te leven, meer te bewegen en verantwoor- delijkheid te nemen voor hun eigen gezondheid. In de toekomst verwach- ten we veel van verdere miniaturisatie en meer op de patiënt toegespitste be- handelmethoden. Daarnaast kijken we sterknaarhetontsluitenvancomputer- rekenkracht, zodat je naast visuele ook functionele informatie ontsluit. Daar- mee kun je letterlijk meten hoe goed bijvoorbeeld vitale organen van een pa- tiënt werken.” Philips werkt daarnaast hard aan de ontwikkeling van snellere en betere diagnostiek. Systemen kun- nen steeds meer gedetailleerde infor- matie geven, zodat een betere diagnose gesteld kan worden en de behandeling wordt geoptimaliseerd. Diagnose en behandeling schuiven steeds meer in elkaar, wat leidt tot nieuwe minimaal invasieve behandelingen. “Chiel Huff- meijer gaf al aan wat daar de voordelen van zijn. In veel gevallen kan de patiënt zelfs poliklinisch behandeld worden en dat heeft weer positieve gevolgen voor de zorgvraag.” Overgang Onder de huidige vergoedingenstruc- tuur worden ziekenhuizen in het alge- meen meer afgerekend op de effectivi- teit van de zorg die zij leveren. “Als je dan investeert in innovatie en zorgt dat je een koploper bent ten opzichte van collega’s, dan kun je een winst halen. Als er bedrijfstakbreed een efficiencys- lag wordt geslagen, leidt dat uiteindelijk tot een verlaging van de prijs. Dan is de winst voor een ziekenhuis dat inves- teert in zorginnovatie en probeert de massa een stap voor te blijven”, meent Huffmeijer. Behalve het economisch rendement schijnt innovatie haar licht ook over het personeel in de zorg. Door de vergrijzing en de toename van het aantal chronisch zieken neemt de zorgvraag toe. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid beschikbare mensen die in de zorg kan werken af. De optelsom is simpel: het levert een grote span- ning op de arbeidsmarkt op. Huffme- ijer noemt drie woorden ter oplossing: “Innoveren, innoveren, innoveren. Op het gebied van farmacologie, diagnos- tiek en behandeling: op al die terrei- nen verwacht ik ontwikkelingen die dit probleem tot een oplossing brengen. En investeringen in zorginnovatie en ICT. Chronisch patiënten zullen voor een belangrijk deel thuis gemonitord moeten worden, met ondersteuning van zelfhulpartikelen en zelfdiagnose.” Bossink ziet dezelfde ontwikkeling en biedt een oplossing: het ontsluiten en delen van informatie met ICT. “Hoe ga je om met informatie en informatiede- ling? Het continu monitoren van be- handeleffectiviteit? Hoe kun je met ICT vervolgens het behandelplan bijsturen? Dat zijn uitdagingen op zich. Patiënten kunnen met behulp van telezorg bij- voorbeeld van huis uit door hun arts en zorgteam bewaakt worden. Je kunt een hartfalenpatiënt gebruik laten maken van onze telezorgdienst Philips Motiva. Deze wordt dagelijks gevraagd een aan- tal gegevens in te voeren, wat het zie- kenhuis in staat stelt hem op de voet te volgen en adequater en sneller in te grij- pen mocht het misgaan. Tegelijkertijd kunnen verpleegkundigen een grotere groep patiënten van goede en persoon- lijke zorg voorzien. Door training leert de dienst de patiënt daarnaast beter om te gaan met zijn ziekte. Daarmee wordt de gezondheidszorg ook ontlast.” Verbetering processen Met het eigen Haga Ziekenhuis als voor- beeldtoontHuffmeijeraandatookinde fysieke omgeving van zorginstellingen veranderingen voor de toekomst zicht- baar zijn. Het lijkt paradoxaal, maar het ziekenhuis verbouwt om ruimte te bieden aan een lagere capaciteit in bedden en meters. Tegelijkertijd groeit de patiëntenstroom: dat kan alleen als een ziekenhuis op een andere manier gaat werken. Juist om aan die uitda- ging een oplossing te bieden, focust Philips nadrukkelijk op het innoveren van zorgprocessen. “De hele keten van zorg zou efficiënter kunnen als de zorg gebruik zou maken van best practises en procesoptimalisatie, zoals dat in het bedrijfsleven normaal is. Ik denk dat ICT daarin de belangrijke drijvende kracht is, ook om transparantie in het hele proces te brengen, zodat je die ver- beteringen ook duidelijk kunt bewerk- stelligen. Onze innovatiefocus is met name gericht op vroegdiagnostiek, het vroegtijdig behandelen van aandoenin- gen op een manier die zo min mogelijk belastend is voor de patiënt en op het ontwikkelen van telezorgoplossingen die de zorg in staat stellen de patiënt zo spoedig mogelijk naar zijn thuissitu- atie te laten terugkeren. Uiteindelijk zal zich dat vertalen in een verbetering van de kwaliteit van zorg terwijl het aantal ligdagen en heropnames in ziekenhui- zen wordt teruggebracht. Dat geeft een enorme kostenbesparing”, reageert Bossink. “Die kosten zitten overigens lang niet altijd in het ziekenhuis, maar ook in kwalitatieve opbrengsten voor de patiënt en de maatschappij. Een patiënt die sneller weer aan het werk is, heeft voor onze maatschappij een enorme toegevoegde waarde.” Meerwaarde hele zorgketen Philips zet hoog in om meerwaarde te creëren gedurende de hele zorgketen van ziekten. Hans Bossink: “We kijken naar een heel zorgproces, een “care cy- cle”, om te zien waar we die cycle kun- nen verbeteren. Meestal gaat het dan om vroegdiagnostiek en interventio- nele behandelingen en nazorg via zorg op afstand-oplossingen. Maar we kij- ken ook zeer nadrukkelijk of we met op preventie gerichte oplossingen kunnen helpen voorkomen dat mensen über- haupt ziek worden.  Want in het veran- deren van onze leefstijl ligt misschien wel de allergrootste maatschappelijke uitdaging.” n Gastbijdrage  Philips Innovatie heeft de afgelopen jaren veel opgeleverd Chiel Huffmeijer is bestuurslid van de NVZ (Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen), vice-voorzitter van de SDZ-ziekenhuizen en bestuursvoorzitter van het Haga Ziekenhuis te Den Haag. Hans Bossink is directeur Philips Healthcare Benelux. Innovaties zoals een hybride operatiekamer waarin zowel traditionele als minimaal invasieve chirurgie mogelijk zijn, dragen bij aan betere behandeluitkomsten en kortere ziekenhuisopnamen.
  • 4. 4 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij Auteur: Cor Dol Aan tafel met Kees Groeneveld (FHI, Nederlandse brancheorganisatie voorondermeerMedischeTechnologie), Dick Blesing (voorzitter FHI Medische Technologie) en Michiel Westermann (bestuurslid) levert direct een levendig gesprek op. In totaal zijn in deze bran- che zo’n 150 bedrijven aangesloten, met gezamenlijk 1,5 à 2 miljard euro omzet in 2009. Geen kleine sector dus. Duurder? “Het beeld bestaat dat door het gebruik van technologie in de medische wereld de gezondheidszorg alleen maar duur- der wordt”, werpt Kees Groeneveld op. “Mensen leven langer en de meeste kos- ten zitten relatief gezien in de latere le- vensjaren van een mens. Maar door de technologie wordt de zorg juist goedko- per.” “Het systeeminNederland is fout”, reageert Westermann direct. Dat blijkt onder meer uit een recent onderzoek van PricewaterhouseCoopers. Daarin worden vier kernspelers in de zorg neergezet en nergens is sprake van de term medische technologie. “We doen gewoon helemaal niet mee in het spel. De zorgverzekeraars, de patiënt, het ziekenhuis en in dit geval de overheid: dat zijn de bepalende actoren. Door dat gesloten systeem kom je er met innova- ties bijna niet in.” In het kader van pre- ventie geeft Westermann het bekende voorbeeld van vallende ouderen. Een bepaalde groep ouderen heeft een ver- hoogde kans te vallen, met alle gevolgen van dien. Dat is tegenwoordig meetbaar en zou zelfs voor een gedeelte te trainen zijn. “Maar het wordt niet vergoed, dus er gebeurt niets mee. Zo zijn er nog 101 voorbeelden van hoe je oud kunt wor- den zonder dat het meer gaat kosten. Op basis van technologie.” “Het is een drogreden”, beaamt Groeneveld. “We besluiten ook niet om niet te investeren in gezond voedsel uit angst dat we lan- ger zullen leven.” Regels regels regels De branche loopt verder aan tegen een strikte regelgeving. Een praktijksitu- atie: voor het ontwikkelen van een pro- duct wil een producent graag een tij- delijke diagnose-behandelcombinatie hebben. Het College van Zorgverzeke- raars stuurt hem echter naar een zie- kenhuis, waar hij een specialist moet vinden die er vertrouwen in heeft. De specialist moet bereid zijn er geld in het ziekenhuis voor los te krijgen. Dat moet hij een uitzonderingsregel pro- beren te bewerkstelligen en dat kan al- leen weer via een zorgverzekeraar. Het bedrijf dat de innovatie aanbiedt, komt in het spel niet voor. Een bizarre situ- atie. “Een kostenverhoging in de zorg kan ontstaan doordat je moet investe- ren om iets te ontwikkelen”, beschouwt Dick Blesing. “Maar wat het betekent voor de kwaliteit van leven, vroege de- tectie dus minder arbeidsuitval: dat soort dingen wordt niet meegenomen in de gedachtengang. Men kijkt alleen naar de investering en wellicht exploi- tatiekosten, maar wat de gevolgen zijn op de lange termijn, in brede zin, daar is geen oog voor.” In de beoordeling van ziekenhuizen, zoals die momenteel veel door zorgverzekeraars gebeurt, is wei- nig tot geen aandacht voor de ouder- dom en staat van onderhoud van appa- ratuur. Er wordt niet gekeken naar de stand van de technologie in een zieken- huis. Door onderhoud van apparatuur een onderdeel te laten worden van het vergoedinssysteem van de zorgverze- keraar wordt medische technologie in ieder geval een onderdeel van de keten. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat een operatie geschied met apparatuur waar geen onderhoud op is gepleegd, laat staan dat het state-of-the-art is. Een vergoedingssysteem zoals in Frankrijk kan levens en veel kosten besparen. Ziekenhuizen en specialisten krijgen daar een hogere vergoeding voor hun behandelingen wanneer zij de nieuwste apparatuur gebruiken en geen vergoe- ding wanneer er geen onderhoud op de apparatuur is gepleegd. Voortdurend innoveren Dit is geen branche die stilstaat. Voort- durend innoveren is de leus. Maar dat geldt eigenlijk voor iedere branche. Het kan niet meer zonder technologie, het maakt niet uit wat je openslaat. Michiel Westermann: “Populair is te- genwoordig serious gaming, oftewel het toepassen van technologie die in de game-industrie wordt gebruikt in bij- voorbeeld het revalidatieproces. Wij houden ons bezig met alles wat direct met het houdings- en bewegingsappa- raat te maken heeft. Alles wat je meet wil je ook direct in real time doen, want dat levert direct feedback op en weet je meteen wat er gebeurt. In de basis kun je zeggen dat real time, vir- tual reality en interactive de drie ter- men zijn waarmee we een software- platform hebben ontwikkeld, dat met allerleiapparatenkancommuniceren.” Belangrijk is dat de technologie veelal ontwikkeld wordt om de gezondheids- zorg goedkoper te maken. Zorgproces Naast het in het vizier brengen van de huidige stand van zaken rondom me- dische apparatuur, wordt ook aandacht gevraagd voor innovaties in het zorg- proces, waardoor dat goedkoper kan worden. Dat vraagt veel van IT maar is tegelijkertijd een lastig punt, omdat de industrie gaat bepalen wanneer een arts wat moet doen. Op zich worden proces- sen strakker en gestructureerder, zodat goedkoper en efficiënter gewerkt kan worden. In de Verenigde Staten werkt dat prima, daar zijn de artsen meer ge- wend om een onderdeel van het totale proces te zijn. Een andere innovatie in het proces: veel patiënten die in een zie- kenhuis binnenkomen worden onder- worpen aan een bepaalde matrix voor de behandeling. Dankzij nieuwe tech- nologieën is die matrix zó aan te passen dat het een kostenbesparing oplevert. Dit soort zaken is in Nederland ondenk- baar. De inplanning van het gebruik van operatiekamers en de ontwikkeling van zelfdiagnosemiddelen: het kan allemaal een groot verschil maken. Kennis genoeg Er valt derhalve nog veel te verbeteren, en desondanks constateert Michiel Westermann dat Nederland veel ken- nis herbergt over allerlei medische in- novaties. “Ik ben in Nederland met acht onderzoeksprojecten bezig, waarmee nieuwe projecten en applicaties op de markt gaan komen. Dat is een wereld- markt. We moeten daar mijns inziens in Nederland veel beter gebruik van gaan maken. Bereid zijn de experi- menten aan te gaan. Niet alleen probe- ren geld sec vrij te maken om met veel moeite een product te ontwikkelen, maar het ook kunnen toepassen, tes- ten en de gelegenheid bieden om data te verzamelen. Je ziet nu ook gebeuren dat buitenlandse bedrijven in Neder- land hun kennis inkopen. We hebben een zeer goede uitgangspositie.” Ken- nelijk is het kennisniveau in Nederland hoog genoeg om internationaal mee te kunnen draaien, maar het lijkt erop dat het in eigen land onvoldoende wordt opgepikt. Toch helpt het borgstel- lingskrediet voor kleinere innovatieve bedrijven, subsidieregelingen en het stimuleren van de vorming van combi- naties tussen bedrijven en universitei- ten. Dat systeem begint goed te werken. Er gebeurt heel veel moois, maar het moet nog geïmplementeerd worden in de gezondheidszorg. De menselijke factor De branche kampt ook met het voor- oordeel dat elke stap in de richting van technologie ten koste gaat van de men- selijke factor. De praktijk wijst uit dat het tegendeel waar is. Zeker naarmate er mensen te kort zijn in de zorg, lijkt het voor de hand te liggen dat juist geïn- vesteerd wordt in technologische mid- delen. Zorgwerkers krijgen dan meer tijd om eens rustig een praatje te ma- ken met een patiënt en de zorg te geven die hij of zij nodig heeft. n hoofdartikel Innovatieve technologie móet Innovatie in de medische technologie is –zoals in elke branche- noodzakelijk. Toch krijgen de spelers in de branche maar weinig ruimte.
  • 5. Medische Technologie 5Een publicatie van Reflex Uitgeverij De Nederlander Rob ten Hoedt, President bij Medtronic voor Eu- ropa en Centraal-Azië, ziet innova- tie en onderzoek als de belangrijkste drijfveer voor de zorg. Toch is hij bang dat Nederland zijn positie op dat ge- bied aan het verliezen is. Het bedrijf waar hij werkt, is wereldwijd markt- leider op het gebied van de medische technologie. Iedere vier seconden wordt er ergens in de wereld iemand geholpen met een product of therapie van Medtronic. Het gaat dan om on- der meer pacemakers, ICD’s, AED’s, stents, hartkleppen, insulinepompen en neurostimulatoren. Die oplossin- gen helpen miljoenen mensen ter we- reld om hun pijn te verlichten, hun ge- zondheid te herstellen en hun leven te verlengen. Wat doet Medtronic anders dan haar concurrenten? Medtronic heeft een Missie die onze oprichter, Earl Bakken, in 1960 heeft opgeschreven. Die Missie geeft heel duidelijk aan wat onze rol in de maat- schappij moet zijn. Onze rol draait om de expertise rondom medische tech- nologie en de manier waarop we dit kunnen toepassen om mensen een be- ter leven, minder of geen pijn en een langer leven te kunnen laten hebben. Te allen tijde zullen we ervoor zorgen dat we producten op de markt brengen waarvan we weten dat ze heel goed zijn. Vernieuwing en onderscheid zijn daarbij belangrijk en de gezondheids- systemen in de wereld moeten erdoor verbeteren. Neem nu de laatste ont- wikkelingen zoals de hartkleppen die via de lies worden ingebracht in plaats van via een openhartoperatie. Dat is typisch iets waar Medtronic uniek in is. Wij kunnen dat verwezenlijken. Op welke manier is uw bedrijf actief in Nederland? Bij Medtronic in Nederland werken ongeveer 1.200 mensen. Zo is er een verkoopkantoor en een internatio- naal distributie- en servicecentrum in Heerlen, het Bakken Research Center en een trainingscentrum in Maastricht, een productiefaciliteit in Kerkrade en het verkoopkantoor van CoreValve in Tilburg. In ons Bakken Research Center zijn ruim 220 men- sen dagelijks bezig met productont- wikkeling en klinisch onderzoek. We hebben dus in Nederland een flinke R&D-activiteit. Hoe belangrijk is innovatie voor uw bedrijf? Innovatie is ontzettend belangrijk. De relatie tussen de arts en Medtronic mondt uit in een kruisbestuiving en leidt tot oplossingen voor problemen, en het is de grootste kracht van deze organisatie. Daarnaast is het onder- zoek van groot belang. Gemiddeld spenderen we ongeveer 10% van onze totale omzet aan R&D. Deep Brain Stimulation is een prach- tig voorbeeld van zo’n kruisbestui- ving. Een Franse arts dacht: ‘Als we een elektrode in een bepaald gebied in de hersenen kunnen inbrengen, dan is het wellicht mogelijk om Parkin- son te behandelen.’ Samen met hem zijn we dat pad ingeslagen en hebben we uiteindelijk die ‘sweet spot’ gevon- den. Dankzij het partnership met die Franse arts worden nu in de hele we- reld talloze Parkinsonpatiënten met trillende ledematen geholpen. Een ander voorbeeld is neurostimulatie bij incontinentie. Urologen vertelden ons: ‘Als we stimulatie zouden kunnen toedienen aan de sacrale zenuwen, dan zouden we wellicht ernstige in- continentie kunnen verhelpen bij pati- ënten’. Dat zijn we gaan onderzoeken. Zo is er een specifiek product ontwik- keld voor die toepassing en worden mensen verlost van urinaire en fecale incontinentie. Hoe verloopt zo’n innovatiepro- ces bij bijvoorbeeld de recent gelanceerde Advisa MRI-veilige pacemaker? Met de ontwikkeling van de MRI- veilige pacemaker zijn we twaalf jaar geleden begonnen. Van artsen kregen wij te horen: ‘Mensen krijgen steeds jonger een pacemaker. We weten dat 75% van die mensen wel eens een MRI-onderzoek zouden moeten on- dergaan. Het is dan heel vervelend dat dat voor pacemakerpatiënten niet mo- gelijk is.’ Samen met deze artsen zijn we een project gestart om die enorme technische uitdaging op te lossen. Nu zijn we ruim tien jaar verder en heb- ben we dat product op de markt. Met deze pacemaker kunnen patiënten veilig in de huidige MRI-scanners. Vindt het onderzoek van Medtro- nic wereldwijd plaats? Officieel zou onderzoek over de hele wereld moeten plaatsvinden. De rea- liteit is echter dat Europa meestal de kraamkamer is van de medische tech- nologie. Als je kijkt naar alle produc- ten die wij op de markt hebben, dan komt het merendeel voort uit uitvin- dingen die samen met Europese art- sen zijn gedaan. Het is duidelijk dat de Europese arts meer tijd heeft of zich- zelf meer tijd gunt om na te denken over oplossingen voor patiënten. En wij hebben het grote voordeel om met die artsen samen te kunnen werken. Is het innovatieklimaat in de zorg in Nederland voldoende? Nee. Ik denk dat we op het gebied van innovatie in Nederland veel verloren hebben in de laatste jaren. Neder- land liep altijd ver voorop. De manier waarop we onze gezondheidszorg te- genwoordig aan het financieren zijn – en met name het onderzoeksgedeelte en het universiteitsgedeelte  – daar word ik niet enthousiast van. Als over- heid moet je willen stimuleren dat er op universiteiten en in wetenschappe- lijke centra actief wordt gewerkt aan innovatie in de zorg. Er wordt enorm vanuit het kostenperspectief van de gezondheidszorg gekeken en niet van- uit het perspectief van creativiteit en innovatie. Gezondheidszorg is niet alleen een kostenpost, het levert ook veel op. U lanceert EUreka, wat is dit precies? De laatste tijd is het ook voor Euro- pese artsen lastiger om met nieuwe ideeën op de proppen te komen. Met Medtronic EUreka willen we de crea- tiviteit die zich op de Europese markt bevindt, een extra hoeveelheid levens- lucht geven. Het moet een platform creëren waar artsen hun idee aan ons kunnen ventileren en waar wij dan ook heel snel op kunnen reageren. Omdat niet elk idee bij Medtronic past, zijn we een samenwerking aangegaan met een venture capital-bedrijf in Frank- rijk. We willen de ideeënstroom blij- ven stimuleren en op die manier tot weer hele goede en voor de patiënt re- levante ontwikkelingen komen. Medtronic lijkt een kampioen te zijn in het overnemen van bedrijven met recent onder andere CoreValve en Osteotech? Als grote organisatie met een omzet van 15 miljard in allerlei facetten van de medische technologie heb je heel veel geld nodig om de innovatie bin- nen je eigen terreinen op gang te hou- den. Meer dan 50% van onze omzet komt uit producten van de laatste twee jaar. Dat zijn hoofdzakelijk ontwikke- lingen die we doen op basis van onze eigen productverbeteringen. Op dit moment heeft Medtronic in zo’n 200 bedrijven minderheidsinvesteringen. Wanneer de technologieën bij die be- drijven er klaar voor zijn, kunnen we die organisaties geheel overnemen. Vanaf dan laten we ze functioneren onder de hoede van Medtronic. Het zijn vaak kleine bedrijven, met hoog- uit 100 man personeel. Werkt medische technologie kostenverhogend? Integendeel. Dat is een mythe. Tegen- woordig kunnen we een zogenaamde ‘drug-eluting stent’ plaatsen bij een patiënt die een vaatvernauwing heeft. Dat konden we twintig jaar geleden niet. Die patiënten gingen allemaal regelrecht het hartinfarct in, met als gevolg hartkamerbeschadigingen en complete arbeidsongeschiktheid. Met als gevolg een heel duur verder verloop van hun leven. Mensen met de ziekte van Parkinson reageren niet meer op de traditionele dopamine. Met een neurostimulator kunnen die mensen volledig normaal functioneren en aan het sociaal-eco- nomische verkeer deelnemen. Men kijkt vaak door de verkeerde bril. Het ziekenhuis kijkt naar de kosten die het moet maken om de producten te kopen. Naar de besparingen en op- brengsten op andere plekken in het gezondheidszorgtraject, zoals ver- pleeghuizen, wordt niet gekeken. Daar ligt nog wel een uitdaging. n Expertinterview  Medtronic “Europa is kraamkamer van de medische technologie” Rob ten Hoedt werkt sinds 1991 bij Medtronic. Vanaf 2006 woont Rob in Zwitserland, waar hij in juni 2009 werd benoemd tot President Europa en Centraal-Azië. Hij werkt vanuit het Europese hoofdkantoor van Medtronic in het Zwitserse Tolochenaz.
  • 6. 6 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij Auteur: Marian Vleerlaag Nederland gaat qua innovatieve me- dische ontwikkelingen vrijwel ge- lijk op met de ons omringende landen. We dreigen echter op achterstand te ko- men staan als er niet meer ruimte komt voor innovatie. Er zou een benchmark moeten komen voor technologische ontwikkelingen op medisch vlak, meent Professor Pu- blic Health Guus Schrijvers van UMC Utrecht. “Nu is moeilijk in kaart te brengen hoever we staan als land ten opzichte van andere landen.” Een indi- catie kan hij echter wel geven. Schrij- vers ziet dat we op sommige vlakken achter en op sommige wat voor lopen. “Op het gebied van preventie lopen we zeker achter. Een preventief consult is bij ons vrijwel niet mogelijk.” Ook Pie- ter Hasekamp, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland, de bran- che-organisatie voor zorgverzekeraars, schat in dat Nederland redelijk op gaat met andere landen. “Medische innova- ties, nieuwe technologieën en nieuwe medische handelwijzen krijgen hier de ruimte. Het Erasmus MC te Rotterdam staat qua publicaties internationaal op het allerhoogste niveau. Maar,” stelt hij, “er ligt een probleem bij het uitrollen van die innovaties en het implemente- ren ervan. We zijn goed in de ontwikke- ling van zowel medische innovaties als innovatie processen, daarna stopt het vaak.” Financieringsstromen zijn het probleem Ook Schrijvers ziet dit gebeuren. De oorzaak hiervan ligt volgens hem in de financiering van technologische ontwikkelingen. Er is via de overheid vaak wel geld beschikbaar voor de in- novatie zelf, het uitvinden. Maar er is ook geld nodig om het daarop volgende onderzoek te doen om de resultaten te kunnen evalueren. Die kosten worden vaak niet gedekt, terwijl ze van cruci- aal belang zijn voor de voortgang van medische innovaties. Hasekamp stelt dat dat te maken heeft met de financie- ringsstromen die voornamelijk vanuit de overheid komen. Op dit vakgebied wordt gewerkt met projectinvesterin- gen die na een bepaalde periode weer eindigen. Daarna zijn er weinig struc- turele middelen om de innovatie verder uit te werken. De overheid geeft subsi- dieomwetenschappelijkonderzoekvan de grond te krijgen - daarna ontstaat er een probleem. Een hybride systeem Is dit in het buitenland anders gere- geld? Hasekamp: “In het buitenland wordt soms rechtstreeks vanuit de zorg zelf gestuurd op innovatie. Ziekenhui- zen bepalen dan de agenda en de stan- daard zoals in Scandinavië het geval is. Soms is het juist de private sector die bepaalt waardoor men helemaal vrij is wat alle partijen willen inzetten op dit gebied. Wij zitten in Nederland met de nadelen van het hybride systeem: de overheid heeft een bepalende rol maar stuurt soms slecht aan bij belangrijke innovaties.” Er gebeurt echter genoeg vanuit de zorgsector zelf, benadrukt Schrijvers. Revalidatiecentra doen in- tensief aan onderzoek en evaluatie, een recent voorbeeld is het onderzoek met de driedimensionale camera om reva- liderende patiënten beter te kunnen monitoren.” Wel zou de samenwerking tussen de academische ziekenhuizen beter kunnen, denkt hij. “De acht grote UMC’s werken nu nog te weinig samen. Zij willen dat in de toekomst beter gaan doen. Maar de Nederlandse overheid zou ook een sterkere keuze kunnen maken. Als je alle innovaties bij UMC’s onderbrengt, moet je als overheid zelf breed inzetten en sturing geven.” De rol van de verzekeraar Het ontwikkelen en onderzoeken van medische innovaties buiten de UMC’S is en blijft ook zeer wenselijk, volgens Schrijvers. Dat is nu nog heel versnip- perd over de UMC’s en grotere zieken- huizen. Minder kleinschaligheid en meer onderlinge samenwerking, ook met het buitenland, zou raadzaam zijn en de medische innovaties van Neder- land op een hoger plan tillen. “Je krijgt nu toch wat sneller een Prima Donna- effect van de verschillende partijen.” Hoe zit het met de verzekeraars? Spe- len zij momenteel een belangrijke rol bij de financieringsstroom en de sti- mulatie van medische innovaties vol- gens Schrijvers? “Dat zouden ze kun- nen spelen, maar dat doen ze nog niet genoeg. Nieuwe innovaties kunnen worden betaald door oude apparatuur en behandelwijzen te schrappen; ver- zekeraars kunnen bepaalde zorg en behandelmethoden wel of niet finan- cieren. Zij kunnen richtlijnen stellen en kwaliteitsaspecten opstellen. Het gebeurt nog te vaak dat de nieuwe tech- nologieën er al wel zijn maar nog niet in gebruik genomen worden. Ik zoek naar mogelijkheden hoe we er de obso- lete – verouderde – geneeskunde kun- nen ontdekken en vervangen. Daarin kunnen verzekeraars een belangrijke rol spelen.” E-health De directeur van de zorgverzekeraars Nederland ziet dat de marktwerking een verschuiving van macht teweeg heeft gebracht en de verzekeraars een andere rol heeft gegeven. Hase- Ook volgens Jan Jonker, directeur Stichting Health Valley, wordt in Nederland het belang van medische in- novatie inmiddels ingezien. “De ogen zijn open maar er is nog veel actie te on- dernemen.” “Nut en noodzaak van gezondheidsin- novatie zijn duidelijk”, aldus Jonker. ”Er liggen vraagstukken genoeg: de vergrijzing, het groeiend aantal chro- nisch zieken en het stijgende tekort aan handen bij het bed.” Er is veel bedrij- vigheid op het terrein van gezondheids- innovatie. “Wat ontbreekt is een goede, soepele connectie tussen de verschil- lende typen organisaties die een rol spelen bij ontwikkelen en implemente- ren van innovaties in de gezondheids- sector. In 2005 is daarom Health Valley opgericht. Jonker: “Dit platform brengt bedrijfsleven, kennisinstellingen en gezondheidszorg bij elkaar om kennis en ideeën voor innovatieve produkten/ diensten te verbinden met ondernemer- schap, en de vele kansen die er zijn voor nieuwe produkten in de schijnwerpers te zetten. Health Valley is een netwerk- organisatie die haar activiteiten in sa- menwerking met Ontwikkelingsmaat- schappij Oost-Nederland en Syntens ontwikkelt, en telt nu 150 leden. Aanjager van innovatie Op het gebied van medische techno- logie en innovatieve geneeskunde bevindt Health Valley zich midden in een bijzonder kansrijk gebied. De sa- menwerking tussen Nijmegen (UMC en Universiteit), (technologische univer- siteiten) Twente en Eindhoven leidt tot een corridor aan innovatieve bedrijven, de zogenaamde Red Medtech Highway. Op dit moment lopen er bij Health Val- ley ruim 30 innovatieve projecten op het snijvlak van health en technologie. Een voorbeeld is de Reumachip, chip- producent NXP ontwikkelt in samen- werking met diagnostiekbedrijven en wetenschappers een sneltest om in een vroeg stadium reuma vast te kunnen stellen. “De ontwikkelingen op ICT-gebied gaan razendsnel,” aldus Jonker.” Voor E-health wordt bijvoorbeeld beeld- en geluidstechnologische computerappa- ratuur ontwikkeld waardoor contact tussen huisarts en patiënt met specia- listen van het ziekenhuis realtime mo- gelijk is.” De ontmoeting Om partijen in de health en technologie branche aan elkaar te koppelen organi- seert Health Valley op 11 november aan- staande de jaarlijkse platformbijeen- komst. De nieuwste combinaties tussen o.a. de UTwente en Nijmegen worden hier gepresenteerd vanuit technologie, gezondheidszorg en businessperspec- tief. De hieruit ontstane innovaties komen zowel onze kenniseconomie als gezondheidszorg ten goede. n Gastbijdrage  Health Valley Verbinding tussen bedrijfsleven en gezondheidssector Health Valley koppelt kennis en kansen. artikel  Nederland op de kaart Innovatie op achterstand? Meer informatie www.health-valley.nl Jan Jonker, directeur Stichting Health Valley >>>
  • 7. Medische Technologie 7Een publicatie van Reflex Uitgeverij Experteninterview  Johnson & Johnson “Samenwerking specialist en ontwikkelaar leidt tot resultaat „ Een ontwikkeling in de medische technologie kan een sneeuwbalef- fect veroorzaken in de operatiekamer. Longchirurg Jan Siebenga legt uit. Een medische technologie die voor u de waarde bewezen heeft? “Longchirurgie heeft als nadeel dat het werkgebied moeilijk bereikbaar is. Voor bijvoorbeeld lobectomie moet je de ribben spreiden, om aan de long te kunnen opereren. Dat maakt het een pijnlijke operatie met een vrij lange ziekenhuisopname, gemiddeld twaalf dagen. Af en toe hielden pati- ënten er zelfs chronische pijnklachten aan over. Dankzij de Staplerappara- tuur van Johnson & Johnson kunnen we op een vrij eenvoudige manier de grote bloedvaten en de luchtpijp met een kijkoperatie doornemen. Een vrij essentiële vinding, want de scoop kan tussen de ribben door. Patiënten heb- ben daardoor veel minder pijn en her- stellen veel sneller. De ziekenhuisop- name voor deze patiënten is gedaald naar vier dagen. Uiteraard scheelt dat aanzienlijk in de kosten.” Wat is er allemaal mogelijk? “Het belangrijkste is dat we de ribben niet meer hoeven te spreiden. Scoop en instrumentarium kan tussen de ribben door. Normaal gesproken moet een bloedvat aan twee zijden geklemd wor- den en gehecht worden. Vrij omslach- tig. De Staplerapparatuur vuurt als het ware zes rijen nietjes en tussendoor wordt het bloedvat doorgenomen. Dat gebeurt allemaal in één handeling en op een uiterst zekere wijze. Deze appa- ratuur wordt ook in de buikchirurgie gebruikt en in de toekomst zullen we steeds vaker mechanische hulpmid- delen gebruiken. Minder met het mes, meer met technische apparatuur. Dat geeft ook een verschuiving in het vak zelf: het spectrum aan behandelingen gaat nieuwe grenzen opzoeken.” Hoe is de apparatuur ontwikkeld? “Het nieten bestaat al langer, maar is steeds verder doorontwikkeld door vragen vanuit het veld. In de longchi- rurgie zijn de grote vaten van belang, ze worden vrij kort nadat ze uit het hart komen doorgenomen. Dat betekent dat je daar voor honderd procent op moet kunnen vertrouwen, als het niet goed gaat heb je een groot probleem. Daarom heeft het in de longchirurgie langer geduurd dan bijvoorbeeld in de buikchirurgie voordat de apparatuur zodanig betrouwbaar was om ook voor ons van grote waarde te kunnen zijn. Dat is puur een kwestie van samen- werking met de fabrikant.” n Jan Siebenga is als thoraxchirurg verbonden aan het Atrium Medisch Centrum. Meer informatie www.ikheblongkanker.nl/vats-lobectomie kamp: “Maar die macht is vooral verschoven van de zorgaanbieder naar de consument die zelf de verzekeraar kiest.” Kritiek op de verzekeraars her- kent hij echter. Doen ze wel genoeg, zijn ze actief genoeg en durven ze te sturen ten opzichte van de ziekenhuizen? “Je ziet daarin een nieuwe lijn. Recentelijk heeft zorgverzekeraar CZ besloten om bepaalde zorg niet meer te vergoeden in verband met kwaliteitsaspecten. Dat zijn inderdaad kansen die een verze- keraar heeft: een actieve rol spelen om de kwaliteit van de zorg en de beroeps- groep te vergroten.” Hasekamp vindt echter dat niet de verzekeraar uitein- delijk bepaalt wat kwaliteit is. Dat moe- ten vooral professionals en patiënten met de overheid bepalen. Verzekeraars kunnen daarop wel acteren. De ontwik- kelingen rond e-health, een meer inter- actieve vorm van zorg via netwerken en de computer thuis, zou bijvoorbeeld wel flink gestimuleerd kunnen worden door financieringsstromen van de verzeke- raars. De zorg loopt daarin achter ten opzichte van andere branches. Maar bij de ontwikkeling en het implementeren van innovatie ligt de verantwoordelijk- heid voornamelijk bij de overheid. De winst van innovatie In Nederland zijn er vier grote zorg- verzekeraars, die negentig procent van de markt beheersen. De andere tien procent zijn vele kleine partijen. Schrijvers bepleit ook voor hen een sa- menwerkingsverband tussen de groten onderling, zoals supermarkten samen- werken. Niet als concurrent, maar om algemene zaken te ontwikkelen - zoals de streepjescode of de verwerkingssys- temen van lege flessen. Op medische gebied afspraken maken over systemen betekent niet concurreren, maar bezig zijn met de inhoud van medische tech- nologie. “In Scandinavië houdt men bijvoorbeeld in een register bij welke kunstheupen langer meegaan, waarna de besten standaard worden ingezet. Vergelijkend technologisch onderzoek kan op deze manier geld opleveren en zorgverzekeraars kunnen dit stimu- leren.” Natuurlijk kosten innovaties geld en hebben zij hogere zorgkosten tot gevolg, stelt de onderzoeker. “Maar het levert ook geld op in de toekomst. Momenteel ben ik bezig met instru- mentarium dat de samenstelling van bloed in twee minuten kan bepalen. Dat duurt nu twaalf uur tot twee weken. Dit computerprogramma bespaart tijd en werk – dus geld. Het gezamenlijk op- pakken van UMC’s van deze methode zorgt er tevens voor dat het medische niveau omhoog gaat. Maar ja, het ont- wikkelen van het apparaat vraagt om een investering.” De best mogelijke zorg Medische innovaties zouden daarom beter gestuurd en gestimuleerd moeten worden. Innovaties leveren immers op dat er minder arbeid nodig is of dat de effectiviteit van behandelingen groter is. De komende jaren zal er vanuit de overheid echter nog meer bezuinigd worden. De vrees bestaat dat we qua medische technologie in 2020 pas de zorg hebben die in 2015 al mogelijk was geweest. Ook Hasekamp denkt dat door de druk op de overheidsfinanciën zal worden beknibbeld op het onder- werp. “De meeste innovaties leveren inderdaad uiteindelijk geld op. Betere waar voor je geld, meer kwaliteit: daar liggen de kansen.” De inspectie kijkt nu vooral naar de veiligheidsaspecten. Een belangrijke taak, maar dat is maar één aspect van kwaliteit. Met technolo- gische innovatie ben je op zoek naar de absolute behandelingswijze die kwali- teit in de gehele breedte oplevert. Van bijvoorbeeld zo’n nieuwe en veel snel- lere manier van spataderen behande- len, zouden zorgverzekeraars en over- heid gezamenlijk moeten bepalen dat andere methoden niet meer bij de toe- laatbare zorg horen. We kunnen meer dan nu gebeurt, benadrukt Hasekamp. Bedrijfsleven, zorgverzekeraars en zorgaanbieders kunnen een succesvolle samenwerking in de branche uitrollen. Een gezamenlijk kwaliteitssysteem zou een goede leidraad zijn voor innovatie. “Aanbieders kunnen dan sterker afge- rekend worden op kwaliteit, puur in het belang van de gezondheidswinst en het bieden van de best mogelijke zorg aan de consument.” n >>>
  • 8. 8 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij artikel  arbeidsmarkt en technologie Innovaties nodig om arbeidsmarkt te ontlasten De arbeidsmarkt in de gezondheidszorg staat onder toenemende druk. Hoe kan technologie de helpende hand bieden? Auteur: Cor Dol In 2025 is 25 procent van de Neder- landers 65+-er. Omgekeerd betekent dat, dat het percentage werkzame be- volking afneemt tot 56 procent. Voor de arbeidsmarkt in de zorg zijn het cijfers waar met fronsende wenkbrauwen naar gekeken wordt: de toenemende vergrij- zing zorgt voor een grotere zorgvraag, die door minder mensen beantwoord moet worden. Berekeningen van het Zorg Innovatie Platform stellen dat Ne- derland over vijftien jaar 500.000 ex- tra zorgwerkers nodig heeft, maar dat er tegen die tijd maar 250.000 nieuwe arbeidskrachten beschikbaar zijn. Efficiency Detoegenomenregelgevingendaarmee verplichting tot veelvuldige rapportage maakt de inzet van de beschikbare werknemers in de zorg steeds minder efficiënt, dat wil zeggen: de tijd aan het bed wordt steeds korter.ICTiseenhulp, maar moet ook niet beschouwd worden als het grote wondermiddel. Het elek- tronische patiëntendossier (EPD) is bedoeld om mensen beter en sneller te kunnen helpen, door in een overzicht eenvoudig te kunnen beoordelen hoe de zaken er voor staan. Al deze technolo- gische ontwikkelingen zijn, kijkende naar de arbeidsmarkt, juist ook voor mannen interessant. “Je kunt een nieuwe dimensie aan het ver- pleegkundige vak geven. Het kan een extra stimulans zijn om werknemers te behouden voor de sector en nieuwe werknemersbinnentehalen”,steltElise Merlijn. Hoeveel druk de innovaties op technologisch en scholingsgebied weg- nemen, valt lastig te voorspellen. Zeker is alleen dat als er niets gebeurt, het in ieder geval verkeerd afloopt. De gemiddelde werknemer “Op de huidige aantallen is een ver- wachte groei van één tot twee procent. Nu zijn er reeds 1,2 miljoen werkne- mers in de zorg. Dat is veel. De gemid- delde leeftijd is 43 jaar en dat is redelijk hoog. Tachtig tot negentig procent is vrouw”, schetst Elise Merlijn het start- punt van de arbeidsmarkt in de zorg. De verwachting is dat die gemiddelde werknemer van 43 nog tien tot hooguit dertien jaar blijft werken: de uitstroom wordt straks gigantisch. Als er niets verandert, krijgen we een enorm perso- neelstekort. De uitstroom is overigens niet zuiver te wijten aan vergrijzing; er is ook een grote groep zorgwerkers die rond het 29e levensjaar afhaakt omdat de uitdaging verdwenen is en / of de combinatie tussen werk en privé steeds lastiger te maken valt. “Werkgevers hebben het maar over flexibiliteit, maar voor veel werknemers in deze branche moet het werk gecombineerd worden met andere taken. Ze kun- nen niet 24 uur per dag beschikbaar zijn. Flexi- biliteit is prima, maar laat dat dan meer vanuit de werknemer zelf ko- men, dan dat een werkgever om flexibiliteit vraagt.” Boeiend maken en boeiend houden Een snel verouderend personeelsbe- stand waar bovendien op korte termijn een groot tekort dreigt: de toekomst ziet er niet al te florissant uit. Merlijn: “We moeten slim nadenken over hoe we de zorg kunnen afstemmen op het aantal arbeidskrachten dat je op dat moment nog hebt. Daar spelen twee as- pecten een rol. Allereerst het boeiend houden van het vak voor mensen die de beroepskeuze maken voor de zorg. Hoe kunnen zij hun carrière blijven voort- zetten in de zorg? Dat houdt weer in dat je het vak aantrekkelijk moet houden, zowel arbeidsvoorwaardelijk als qua opleidingsmogelijkheden. Daarnaast moeten we het werk minder arbeidsin- tensief maken en toch de goede kwali- teit van zorg blijven aanbieden. Dat kan door sociale en technologische innova- ties op een goede manier te gebruiken.” Technologie om de arbeidsmarkt in de zorg te ontlasten: niet alleen wenselijk, maar dus noodzakelijk. Scholing Vernieuwing is duidelijk ook nodig in de scholing van medisch personeel. Een ander probleem dat speelt is de aansluiting van de opleidingen op de vraag. Dat komt omdat leerlingen al op heel jonge leeftijd op het VMBO een richting moeten kiezen, en daar sorteer je voor voor het MBO. Ook het compe- tentiegericht leren sluit niet aan bij wat leerlingen aankunnen en evenmin bij devraagvanwatzorginstellingengraag willen.“Alsoplossingzittenweeigenlijk een beetje te denken aan de oude vak- school. We willen de praktijk veel meer aansluiten bij de behoefte in de bran- che, dus breder dan de oude inservice opleiding. Een vakschool waarbij de praktijk dichter bij de school wordt ge- bracht, zodat werknemers ook jongere collega’s kunnen helpen beroepskrach- ten te worden die gewenst zijn voor het werk. Dat zou je kunnen aanvullen met masteropleidingen, zodat werknemers zich verder kunnen ontwikkelen en be- houden blijven voor de sector.” Iemand die naar het VMBO gaat, moet in feite al op elfjarige leeftijd de keuze voor de zorg maken. De keuze voor een andere richting maakt een switch naar de zorg in latere jaren tegelijkertijd schier on- mogelijk. Merlijn gelooft er niet dat je de gezondheidszorg voor kinderen van elf jaar als een aantrekkelijke sector kunt schetsen. “Dat is een probleem. Daarom ben ik een voorstander voor meer algemeen vormende opleidin- gen, om dan rond je vijftiende of zes- tiende een keuze te maken. Dat lijkt mij vroeg genoeg.” Virtueel of reëel De ontwikkeling van medische tech- nologische apparatuur kan de ar- beidsmarkt in de gezondheidszorg de komende jaren helpen verlichten. In ziekenhuizen, maar ook in de ggz en gehandicaptenzorg kan door de on- dersteuning van technologie het werk minder intensief worden, of dat er min- der mensen op een bepaald moment beschikbaar hoeven te zijn. In de ggz wordt daarnaast veel e-therapy toege- past. De meningen zijn erover verdeeld, maar het is wel sterk in opkomst. Dui- delijk is dat er altijd behoefte zal blijven bestaan aan fysieke instellingen, niet iedereen kan door de computer worden ingesteld op een medicatie. Technische ondersteuning wordt ook gebruikt bij preventie en zelf-therapie voor patiën- ten. Het zijn vooral patiëntenvereni- gingen die daarmee aan de slag gaan. Onder chronisch zieken is het duidelijk een onderwerp. En niet onbelangrijk: we blijven langer leven, maar doen dat wel met een toenemend aantal chro- nisch zieken, die bovendien in toene- mende mate meer dan één chronische ziekte hebben. n
  • 9. Medische Technologie 9Een publicatie van Reflex Uitgeverij Gastbijdrage  Siemens Investeren in medische apparatuur loont De kwaliteit van de gezondheidszorg moet verder omhoog, de kosten moeten omlaag. “Het is hoog tijd voor een radicale omslag in de gezondheidszorg.” We moeten veel meer de strijd aanbinden met allerlei medi- sche aandoeningen, nog voordat ze merkbaar effect op de gezondheid hebben, zegt Kees Smaling, directeur Healthcare bij Siemens Nederland N.V. “Bovendien moet de houding ten opzichte van het investeren in me- disch diagnostische apparatuur om. De kosten voor diagnose bedragen amper drie procent van alle kosten voor de gezondheidszorg. Diagnose is echter wel van invloed op 70 % van de vervolgkosten. Doorbraken op het ge- bied van diagnose komen dus het hele systeem ten goede. Een feit is echter, dat van de circa 80 miljard euro die in Nederland jaarlijks aan gezond- heids- en welzijnszorg wordt uitgege- ven (waarvan zo’n 20 miljard aan de ziekenhuizen), slechts een klein per- centage bestemd is voor investerin- gen in die diagnostische apparatuur. “Te weinig”, zegt Smaling. “Terwijl we die investeringen wel hard nodig hebben om aan de stijgende vraag naar gezondheidszorg en aan een gro- tere mate van efficiency te voldoen. Nieuwe technische mogelijkheden brengen niet alleen eerder en precie- zer onregelmatigheden bij patiënten aan het licht, maar het werkt ook veel efficiënter, sneller en dus goedkoper. Met behulp van medische beeldvor- mingtechnieken in combinatie met ICT kunnen artsen ziekten eerder opsporen, sommige grote operaties vermijden en levens redden door een meer procesmatige aanpak. Het be- wijs daarvoor is onweerlegbaar. Dat is comfortabeler voor patiënten, maar het bespaart ook tijd van ziekenhuis- personeel. En tijd is geld, zeker in de gezondheidszorg. Ik vind het dan ook jammer dat in de publieke opinie en in de discussie over hervorming van de gezondheidszorg vaak de indruk wordt gewekt dat deze levensred- dende technologieën mede de oor- zaak zijn van de hoge zorgkosten. Het beeld van dure ziekenhuisapparatuur moet van tafel.” “Aan de ene kant betekent dat nu mis- schien extra investeringen en mis- schien meer kosten. Maar wat je in dergelijke rekensommetjes niet te- rugziet, is het effect ervan op het wel- zijn van de patiënt en de besparingen die dat op korte lange termijn ople- vert. Als iemand dankzij de nieuwste generatie niersteenvergruizer in één behandeling geholpen kan worden in plaats van in twee of drie keer, dan is dat pure winst en het bespaart de patiënt wekenlange onnodige pijn en mogelijk verzuim. Ook met de te- genwoordige lage dosis CT-scanners kunnen nieuwe onderzoeken worden gedaan. Sneller, efficiënter en patiënt- vriendelijker. Dan kom je patiënten echt tegemoet. Dergelijke effecten zijn misschien niet direct in geld uit te drukken, maar wel reëel. Innovatieve techniek en lagere exploitatiekosten Er zijn voorbeelden genoeg van in- novatieve apparatuur waarmee de kwaliteit en productie omhoog kan en kosten verlagen. “Neem één van onze laatste innovaties, een PET-CT die een high-end PET en een high-end CT optimaal integreert. Twee systemen in één, waardoor zowel de afdeling nucleaire geneeskunde als radiologie gebruik kunnen maken van dit sys- teem. Het kan daarmee maximaal in- gezet worden. Bovendien is voor ieder PET-onderzoek aanzienlijk minder FDG nodig (een speciale markeerstof) waardoor de exploitatiekosten aan- zienlijk gereduceerd worden. Zo wor- den door ons steeds nieuwe systemen ontwikkeld die structureel verbete- ringen brengen voor de patiënt en het kosten aspect. Nieuwe studies tonen bijvoorbeeld aan dat meer cardiolo- gische patiënten in plaats van een in- vasieve harcatheterisatie nu ook met een niet invasieve CT scan kunnen worden gediagnostiseerd. Het spreekt voor zich dat het onderzoek met de CT-scanner een stuk goedkoper, snel- ler en patiëntvriendelijker is. Deskundigen waren in het verleden nogal huiverig voor CT-scans, deels omdat de stralingsdosis vrij hoog is voor een routineonderzoek. Dankzij recente innovaties in de medische technologie is CT nu echter veel ge- schikter voor routinediagnose. Pati- ënten worden nauwelijks blootgesteld aan straling, de scanner werkt snel- ler en kan veel preciezer afwijkingen vaststellen. Om een indruk te geven: de dosis straling staat gelijk met de straling die men krijgt met een vlucht van Amsterdam naar New York op tien kilometer hoogte. Deze voorbeelden, en er zijn er nog veel meer, hebben één gemeenschap- pelijk kenmerk: de directe toepassing van een diagnostische beeldvormings- techniek – sommige zouden zeggen: een dure techniek – om een veel duur- dere behandeling later in het zorgpro- ces te voorkomen. Helaas richten de meeste onderzoeken naar de kosten van diagnostische procedures zich uitsluitend op deze specifieke kos- tencategorie en worden er te weinig grondige longitudinale onderzoeken uitgevoerd waarbij men kijkt naar de kosten en de kwaliteit van de zorg op langere termijn. We houden tot nu toe geen rekening met beeldvormings- technieken als vervanging voor voor- heen gebruikelijke invasieve proce- dures, met hun bijbehorende kosten en risico’s. Een vergelijkend onder- zoek naar de doeltreffendheid van verschillende procedures, uitgevoerd op een open en transparante manier, zou verhelderend zijn. Waarbij men zich niet uitsluitend richt op de resul- taten voor de betalende partij, maar op de integrale resultaten voor de pa- tiënt en de maatschappij als geheel. Voorkomen beter dan genezen Smaling ziet ook in de samenleving de vraag naar preventieve genees- kunde groter worden. “Kijk naar de grote vaccinatie tegen de Mexicaanse griep en het recente advies van de Ge- zondheidsraad om een bevolkingson- derzoek naar darmkanker in te stel- len [elke man/vrouw tussen 55 en 75 jaar elke twee jaar screenen, advies Gezondheidsraad d.d. 17-11-2009]. Ik zie echter ook de schroom van die- zelfde Gezondheidsraad om de moge- lijkheden voor preventief uit te brei- den.“ De Raad achtte het eind 2008 nog van belang dat burgers worden beschermd tegen vormen van onge- richte screening die een gevaar kun- nen vormen voor hun lichamelijke of geestelijke gezondheid. En eerder pleitte de Gezondheidsraad ook al voor strenge regels bij screening in het rapport ‘Screening: tussen hoop en hype’. “Natuurlijk moeten we zorg- vuldig zijn bij de preventieve maat- regelen. Er moet minimaal een indi- catie of aanwijzing zijn dat iemand ziek kan worden. Maar daarvoor hoef je niet te wachten totdat iemand ziek is. Bevolkingsonderzoeken voor veel voorkomende aandoeningen zijn al- gemeen. We moeten een stap maken in het denken, want de ontwikke- ling van de gezondheidszorg in het huidige tempo is niet bij te houden, zowel financieel als in termen van menskracht.” Smaling maakt daar- bij de aantekening dat preventieve diagnostiek in ons land – behoudens borstkanker – doorgaans niet wordt vergoed door verzekeraars. “Dat is spijtig. In andere landen worden die kosten wel vergoed. Neem long- of darmkanker. In het lichaam zijn in- dicatoren aanwezig die aangeven dat iemand een verhoogd risico heeft om zo’n ziekte te krijgen. Als je dat weet, kun je (veel) eerder maatregelen ne- men die bovendien minder ingrijpend zijn. De risico’s van bijvoorbeeld pre- ventief röntgenonderzoek zijn echt veel minder groot dan vroeger.” “De vraag is of we klaar zijn voor de grotere zorgvraag”, aldus Smaling. “Uit onderzoek blijkt dat één op de vier mensen straks in de zorg zou moeten werken om aan de zorgvraag te kunnen voldoen.“ Tot 2035 wordt in Nederland nog een flinke bevol- kingsgroei verwacht tot 17 miljoen inwoners. Maar ook de samenstelling van de bevolking zal sterk verande- ren. In 2025 zal naar verwachting 24 procent van de bevolking bestaan uit 65-plussers. Dit heeft uiteraard grote gevolgen voor de zorgvraag. “Zorg is een vak van handenarbeid en mense- lijk handelen, maar we moeten meer inzetten op apparatuur en ICT. De louter proefondervindelijke en reac- tieve geneeskunde van weleer moet om naar een kennisgebaseerde, pro- actieve geneeskunde. Niet meer in- grijpen als het te laat is, maar juist in een vroeg stadium, zodat er een minder zware ingreep nodig is.” Smaling breekt ook een lans voor het elektronisch patientendossier (EPD). “Veel administratie van pati- ënten en onderzoeksuitslagen wor- den nog steeds op papier vastgelegd en weggeborgen. Dat is ouderwets en onhandig. Hoe groter de afhankelijk- heid van papier, hoe groter de kans op fouten. Het EPD moet er daarom komen. De privacy moet goed gere- geld worden, maar de tegenstanders voeren achterhoedegevechten om de oprukkende automatisering uit te bannen. Maar niemand zal bezwaar hebben als zijn gegevens direct bij de hand zijn wanneer hij na een ongeluk of beroerte op straat ligt. n Directeur Healthcare, Kees Smaling van Siemens “Juist met innovatieve apparatuur kunnen veel duurdere behandelingen later in het zorgproces voorkomen worden.”
  • 10. 10 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij Auteur: Cor Dol Veel experts zien toekomst in com- binaties van verschillende discipli- nes als het gaat om verbetering van de zorg. Waar technologie en life sciences samenkomen ontstaat iets moois. De huidige behandelingen van kanker hebben als nadeel dat behalve de kan- kercellen ook gezond weefsel wordt aangetast door de toxische stoffen die kanker moeten bestrijden. Gevolg: ernstige bijwerkingen en een weinig precieze behandeling met beperkte ef- fectiviteit. Door samensmelting van moderne technologie en farmacologie vindt momenteel een tamelijk revoluti- onaire ontwikkeling plaats om kanker veel gerichter en dientengevolge met minder bijwerkingen te behandelen. CTMM HetCTMM,hetCenterforTranslational Molecular Medicine, is een publiek-pri- vaat samenwerkingsverband waarin 81 bedrijven en 18 academische instellin- gen nauw samenwerken aan potentieel baanbrekende medische oplossingen dietechnologieenfarmaciecombineren met klinische wetenschap, met als doel wetenschap te vertalen in betere zorg. In toenemende mate ontstaan partner- ships tussen medisch technologische bedrijven en lifescience-bedrijven. Er wordt ook steeds meer bekend van de oorzaak van ziekteprocessen en er zijn allerlei nieuwe mogelijkheden voor be- handeling. HiFu CHEM HiFu CHEM (High Intensity Focused Ultrasound Chemotherapy) is een van de projecten van het biotech consortium CTMM. Professor dr. Holger Gruell, verbonden aan de Technische Universi- teit Eindhoven en werkzaam bij Philips Research werkt samen met onder meer professor Gert Storm van de universiteit in Utrecht aan dit project, waarbij met ultrageluid en MR-technologie chemo- therapie heel nauwkeurig naar de tu- mor kan gestuurd en daar kan worden afgegeven. Gruell: “Zoals zonnestralen door een vergrootglas ook een bran- dend focus kunnen vormen, zo werken de geluidsgolven ook. In het focus kun- nen weefsels verwarmd worden. Met licht komen we niet door de huid, maar met geluid wel. Dit opwarmen is het ba- sisprincipe en kan met MRI zichtbaar worden gemaakt. Zo kunnen we heel gecontroleerd de tumor opwarmen tot 42 graden.” Vervolgens worden nano- deeltjes ingespoten in de bloedbaan van de patiënt, waar chemotherapie in is in- gesloten. Bij 37 graden, onze lichaams- temperatuur, blijven de nanodeeltjes stabiel: de chemotherapie komt er niet uit. Dat verandert bij 42 graden en dat is precies waar de tumor is. Daar gaan de nanodeeltjes open en de chemothe- rapie wordt precies afgeleverd waar het moet zijn. Gruell: “Op deze manier kun- nen we dus een heel hoge en lokale dosis chemotherapie in de tumor krijgen. Uit de resultaten blijkt dat we een factor tien tot twintig meer chemotherapie in een tumor krijgen dan via de oude manier.” Plus de bijwerkingen, die de chemothe- rapie een beruchte naam hebben gege- ven, zijn vele malen minder. De capsules met de nanodeeltjes moeten heel pre- cieze eigenschappen hebben, bijvoor- beeld de opening bij 42 graden Celsius. Een hogere temperatuur beschadigt het weefsel, dus dat is evenmin wenselijk. Opvallend is dat alle individuele compo- nenten binnen de techniek al eerder zijn toegepast, maar pas in dit project een gezamenlijk pad zijn ingeslagen. Parallelle lijnen De ontwikkelingen op de verschil- lende gebieden lopen parallel: in ima- ging met voornamelijk technologische ontwikkelingen, in de chemie voor het samenstellen van optimale nano- deeltjes, terwijl een multidiscipli- naire samenwer- king nodig is voor de ontwikkeling van het medicijn an sich. Een ‘part- nership’ zoals dat voor dit project vanuit het CTMM is ontstaan, is daarbij onont- beerlijk. Ook aca- demische en kli- nische partners spelen een rol: de techniek moet zo snel mogelijk ten goede van de pa- tiënt komen. Voor Nederland biedt het CTMM een aantal unieke mogelijkhe- den om verder te innoveren. Dankzij publiek-private samenwerkingen en een goede infrastructuur is het moge- lijk om verschillende partijen bij elkaar te brengen, waar iedereen van kan pro- fiteren en wat als basis kan dienen voor verdere innovatie. De uitgangspositie is goed, zorgelijk is echter dat de nieuwe regering de ondersteuning van doelge- richte publiek-private samenwerkings- projecten, zoals het CTMM, zeer sterk dreigt te reduceren. Waar nog kansen? Ook professor Gert Storm van de uni- versiteit in Utrecht ziet de grote voorde- len van partnerships. De samenwerking met ziekenhuizen is daar een onderdeel van: in de HiFu CHEM-studie komen alle essentiële componenten samen: clinici (UMCU), industrie en universi- teiten (TU/e en de Universiteit Utrecht). “Om vooruit te komen in deze nieuwe wereld van nanomedicijnen, is het bij- voorbeeld heel belangrijk dat clinici de juiste vragen stellen. Want uiteindelijk moet je bij de ziekte beginnen.” Het vul- len van chemotherapie in nanodeeltjes heeft er onder meer toe geleid dat de nanodeeltjes het geneesmiddel te goed opsloten. Ze zijn niet geschikt voor de nagestreefde applicatie. Dit probleem wordt ondervangen door HiFu CHEM. “Het is geweldig dat we nu iets hebben dat de vrijgave van toxische stoffen in de tumor zelf drastisch kan verbeteren. Er is nu ook wel vrijgave, maar zodanig be- perkt dat je veel chemotherapeuticum moet toedienen om effect te sorteren. Dat kan nu enorm verbeterd worden.” Er zijn meer ontwikkelingen in deze richting, maar Storm zet kanttekenin- gen. Veel nieuwe systemen haken in op het tegengaan van de schadelijke wer- king van geneesmiddelen in gezonde organen, in plaats van dat ze bijdragen aan een antitumorwerking. Op zich waardevol en de patiënt voelt zich pret- tiger, maar het overlevingspercentage stijgt er niet veel door. “Terwijl je eigen- lijk streeft naar genezing. In deze studie geven we daar een stevige duw aan.” n artikel  technologie en farma Partnership werpt vruchten af Pulloutquote mit 3 Zeilen Pulloutquote mit 3 Zeilen Pulloutquote mit 3 Zeilen Pulloutquote mit 3 Zeilen Pulloutquote mit 3 Zeilen Vraag nu het verslag aan van het recente onderzoek ‘Flexibilisering van arbeid in de zorg’. Met opvallende resultaten over de uitdagingen in de zorg én de daarbij behorende (strategische) HR-oplossingen voor morgen. Ga naar funktiemediair.nl of bel 020 - 504 20 20 en vraag naar Annet Huiskamp of Annemiek Wassens. De toenemende zorgvraag kent u. Nu nog een antwoord. recruitment & executive search interim management & professionals assessment & development Advertentie  Door met be- hulp van medische beeldvorming in nanobub- bels opgesloten medicijnen via de bloedbaan naar de plek van behandeling te leiden, lijkt het mogelijk onder meer tumoren nauwkeuriger en preciezer te kunnen bestrijden.
  • 11. Medische Technologie 11Een publicatie van Reflex Uitgeverij Gastbijdrage  Roche Diagnostics Diagnostiek: Sleutel voor gepersonaliseerde zorg Personalised healthcare is de be- lofte voor de 21e eeuw op gezond- heidszorg. Het gerenommeerde medi- sche tijdschrift The Lancet pleit deze maand in een artikel voor meer aan- dacht voor gepersonaliseerde gezond- heidzorg, om daadwerkelijk de kwa- liteit van behandeling van patiënten te verbeteren. Gepersonaliseerde ge- zondheidszorg is het principe waarbij de behandeling van een subpopulatie van patiënten, of zelfs een individu- ele patiënt, afgestemd wordt op zijn of haar individuele kenmerken of de specifieke kenmerken van de ziekte. Waar jarenlang de focus lag op de ont- wikkeling van ‘one-size fits all’ medi- catie, lijken diagnostische labs nu aan zet. De Zwitserse groep Roche wordt al jaren gezien als de belangrijkste le- verancier van innovatie op het gebied van personalised healthcare. Betere diagnose, effectievere behandeling Personalised healthcare is gebaseerd op de wetenschap dat patiënten met de- zelfde klinische diagnose verschillend kunnen reageren op een behandeling. Conventionele behandeling gaat uit van de gedachte dat bij een diagnose een bepaalde behandeling past. Dat blijkt in de praktijk niet altijd effectief omdat het voorbijgaat aan patiëntspe- cifieke kenmerken van het ziektever- loop. Een bepaald medicijn kan zeer effectief zijn voor een patiënt, terwijl hetzelfde geneesmiddel bij een andere patiënt, ondanks dezelfde diagnose, nauwelijks effect heeft. Ziektegere- lateerde, maar ook individuele ken- merken zoals genetisch materiaal, proteïnen en/of metabolisme van een patiënt blijken van invloed op effecti- viteit van een medicijn. In het artikel in The Lancet, pleiten de schrijvers voor een focus op de ‘personalised’ behandeling van onder meer kankerpatiënten. Kanker wordt meestal genoemd naar de plaats in het lichaam waar deze kanker aange- troffen wordt: borstkanker, keelkan- ker, longkanker. De diagnose kanker is echter veel complexer en richt zich naast de plaats van de tumor, onder meer op de snelheid waarmee deze zich ontwikkelt en het genetisch ma- teriaal van verschillende subpopu- laties en zelfs individuele patiënten. Diagnostiek van al deze kenmerken kan uitwijzen welke behandeling naar verwachting het beste aanslaat bij een bepaalde patiënt. Biomarkers Door de vooruitgang van de technolo- gie kan vaak voorspeld worden welk medicijn het meest effectief is bij een bepaalde patiënt. Dit gebeurt aan de hand van zogenaamde biomarkers. Biomarkers zijn een indicator van de ziektestaat. Via diagnostiek van bio- markers krijgt een behandelaar dus inzicht in de aard van de ziekte en het verloop. Zo kan voorkomen worden dat patiënten geneesmiddelen krijgen die geen of weinig effect hebben. Ook zal de patiënt niet onnodig last onder- vinden van bijwerkingen. Dat bete- kent ook dat kosten bespaard worden. De zoektocht naar en de ontwikkeling van biomarkers die daadwerkelijk kunnen worden ingezet in de klini- sche praktijk is een uitermate com- plex proces. Door voortschrijdend inzicht in het ontstaan van ziektes kunnen biomarkers binnen de behan- deling wel van enorme waarde zijn. Zo is het denkbeeldig dat men in de toekomst al voorafgaandelijk aan het ontstaan van een ziekte aan de hand van biomarkers zou kunnen bepalen of iemand een verhoogd ziekterisico heeft. Dit roept natuurlijk onmiddel- lijk terecht maatschappelijke en ethi- sche vragen op. De meest voor de hand liggende toe- passingen van biomarkers zijn ech- ter voorlopig de screening en vroege detectie van ziekte, de selectie van patiëntengroepen en / of bijhorende behandeling. Met name van vroege opsporing, preventie en selectie is op korte termijn de grootste vooruitgang en een daadwerkelijk verbeterd per- spectief voor patiënten te verwachten. Elke patiënt is uniek De belofte van personalised health- care wordt steeds bekender bij pati- ënten en de verwachtingen zijn hoog. Toch is personalised healthcare geen nieuw concept. Artsen weten dat elke patiënt uniek is, en dat er ondanks een gelijke diagnose, per patiënt altijd ver- schillen zijn. Een bekend voorbeeld zijn diabetespatiënten: het meten van de bloedsuikerspiegel is nodig om de juiste dosis insuline te bepalen. Een recenter voorbeeld is borstkan- ker. Op basis van uitgebreid onder- zoek is ontdekt dat bepaalde tumo- ren een specifiek eiwit bovenmatig aanmaken. Juist dit type tumor bleek minder goed te reageren op de gebrui- kelijke therapieën. Nu er een diag- nostische test is die de aanwezigheid van dit specifieke eiwit kan aanto- nen, kunnen oncologen de behande- ling hierop aanpassen. Inmiddels is een behandeling ontwikkeld, die de patiënt met dit tumorbeeld een beter vooruitzicht geeft dan patiënten die een tumor hebben die dat eiwit niet overmatig aanmaakt. Diagnostiek cruciaal De verbeterde diagnosemogelijkhe- den zijn cruciaal voor de medische wetenschap en innovatie. Personali- sering betekent vooralsnog niet dat per patiënt een maatoplossing wordt gezocht. In eerste instantie definië- ren wetenschappers subpopulaties van patiënten en hun ziekte specifi- citeit (bv. kanker subtypes) op basis van hun specifieke kenmerken en hun biomarkers. De Zwitserse groep Roche lijkt met haar divisies Diagnostiek en Pharma bij uitstek het bedrijf dat personalised healthcare in de praktijk kan brengen. Peter Matton: “Medisch onderzoek richt zich momenteel met name op de kern van het ontstaan van een ziekte: het moleculaire niveau. Op basis van een zo compleet mogelijke diagnose kunnen onderzoekers en behande- laars met een beter fundament een be- handeling kiezen die zo dicht mogelijk aansluit bij de genetische kenmerken van de patiënt of moleculaire kenmer- ken van de ziekte (verwekker). Diagnostica (de zogehete in vitro di- agnostica) kunnen veel meer dan al- leen een klinische diagnose onder- steunen. Met diagnostica kunnen we in veel gevallen preventief screenen (bijvoorbeeld baarmoederhalskanker en voorstadia). Op basis van diagnos- tica kan de medische wetenschap sub- populaties definiëren, prognoses en voorspellingen doen. Ten slotte zijn diagnostica belangrijk bij het moni- toren van patiënten, het ziekteverloop en het effect van medicatie. Een gepersonaliseerde behandeling brengt per definitie kostenbesparin- gen met zich mee: patiënten worden niet meer voor niets behandeld, onnodige ziekenhuisopnames en onnodige bijwerkingen worden voorkomen. De ontwikkelingen op het gebied van persona- lised healthcare kunnen transformatief werken in de organisatie van de gezondheidszorg, waar- bij het diagnostische lab en de behandelende arts in toenemende mate gebruik maken van el- kaars expertise. Natuurlijk zien we nog veel uitdagingen als het gaat om gepersonali- seerde gezondheids- zorg. Allereerst liggen die op het terrein van de wetenschap. We leren nog elke dag over het menselijk lichaam en je mag veronderstellen dat onze kennis op het gebied van moleculaire mechanismen en speci- fieke, ziektegerelateerde markers nog lang niet compleet is. Daarnaast zal het wellicht niet altijd mogelijk zijn om maatoplossingen te ontwikkelen voor elke aandoening. Toch zet Roche zich volledig in om te doen wat in haar macht ligt om meer en meer van de puzzel te ontrafelen met nieuwe biomarkers en diagnos- tiek. Met passende therapieën voor zo veel mogelijk patiënten.” n Gepersonaliseerde gezondheidszorg 1. Verhoogt kennis en begrip over een ziekte 2. Kan subgroepen patiënten definiëren 3. Verbetert medische resultaten voor patiënten 4. Voorkomt nadelige en / of onnodige behandeling 5. Verbetert kwaliteit van leven 6. Bevordert de ontwikkeling van veiligere en meer effectieve behandelingen 7. Bevordert kosteneffectiviteit 8. Verhoogt efficiëntie en effectiviteit in R & D Voor meer informatie: www.roche.com. Peter Matton General Manager Roche Diagnostics “De afgelopen jaren is Roche begonnen met een systematische aanpak van de zoektocht naar de moleculaire oorsprong van ziekten en de ontwikkeling van passende geneesmiddelen. Hierbij kunnen we ons baseren op farmaceutische en diagnostische expertise die binnen het bedrijf aanwezig is. Juist de combinatie van beide ex- pertises geeft ons een belangrijke voorsprong. Ik durf te stellen dat Roche een belangrijke motor is in de ontwikkeling van ‘personalised healthcare.”
  • 12. 12 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij Advertentie info@vitaphone.nl | www.vitaphone.nl | Ellen Pankhurststraat 15a | 5032 MD Tilburg | Tel.: 013-4625630 Automatisch Tele-ECG Monitoring Systeem • Veilige, accurate diagnose van hartritme afw kingen • Automatische herkenning van hartritmestoornissen • ECG binnen 20 seconden op uw bureau • Hoge patiënt tevredenheid • 24 x 7 ECG- analyse mogel kheid (wereldw d) • ISO-Gecerticeerd Telemedisch Service Centrum Expertinterview  De Koningh Medical Systems “Altijd zoeken naar verbeteringen „ Expertinterview  Philips “Eisen aan kwaliteit van medische beeldvorming steeds hoger „ Dit is een expertinterview met Marco Van Strijen (St. Antonius Ziekenhuis) en Will Ickenroth (Philips). Innovatie in de medische wereld is noodzakelijk, maar er gaapt nog wel eens een kloof tussen techneu- ten enerzijds en medisch specialisten anderzijds. Paul Keijser laat zijn licht over het gat schijnen. Hoe ontstaat een innovatie in de praktijk? “Momenteel is het zo dat bedrijven, universiteiten of ziekenhuizen een idee ontwikkelen, een stapel papier of soms een eenvoudig model dat werkt. Dan wordt al snel geroepen dat het product klaar is. Maar de praktijk werkt anders. Er moet vaak nog een paar ton worden geïnvesteerd om het product marktklaar te maken, con- form alle medische regels en eisen te ontwerpen, uitgebreid te testen en te certificeren.” Hoe ziet de kloof er uit? “In de wetenschappelijke wereld is het zo dat men zich in een bepaalde richting specialiseert, terwijl je juist de samenwerking moet zoeken en goed moet luisteren waar de andere partij behoefte aan heeft. Probeer elkaars taal te verstaan en elkaar te begrijpen.” Enig idee hoe de taal klinkt? “Een chirurg is tijdens een opera- tie bezig met zijn vakgebied en wil de operatie zo snel en goed mogelijk doen. Terecht. Daarnaast kost het veel tijd om de wereldwijde ontwikkelin- gen op zijn vakgebied bij te houden. Er zijn specialisten die altijd zoeken naar verbeteringen, anderen houden liever vast aan hun vertrouwde instrumen- tarium. Je kunt proberen kleine afde- lingen van academische ziekenhuizen bruggen te laten slaan: zij hebben toe- gang tot de belevingswereld van me- disch specialisten en vice versa, plus naar de techneuten. Wij proberen vanuit de eindgebruiker zoveel moge- lijk feedback te krijgen.” Probleem blijft ook de financiële ontwikkeling. “Zeker. Een arts kan overtuigd zijn van een goede vinding, maar voor de commerciële ontwikkeling en daar- mee gebruik op grotere schaal is geld nodig. Waar haal je de funding van- daan? Kredieten, subsidies, eigen ver- mogen of een combinatie daarvan – in de praktijk vaak een serieuze hobbel om innovaties en nieuwe technologie door te zetten naar een marktrijp en verkoopbaar medisch instrument. Het is juist voor de maakindustrie Ne- derland essentieel, dat IP en productie binnen de landsgrenzen blijven. Con- curreren door innoveren als motto, en dat vraagt ondernemerschap en het lef hebben om risico’s te nemen, ook van investeerders en banken. Er lig- gen talloze goede ideeën op de plank die er niet afkomen omdat de finan- ciering niet rondkomt.” n Meer informatie Paul Keijser is Technisch Directeur bij De Koningh Medical Systems: “Het vinden van een oplossing is fantastisch interessant.” www.medicalsystems.nl Kijkende naar het grensvlak van radiologie en chirurgie: welke trends bespeurt u? “Er is in de interventieradiologie een duidelijke trend om steeds minder in- vasief te werken, waarbij de eisen aan de kwaliteit van de beeldvorming dus steeds hoger worden. Deze methode is minder belastend voor de patiënt, ver- laagt het aantal verpleegdagen en soms kunnen deze ingrepen zelfs volledig poliklinisch worden verricht. Omdat je steeds minder invasief wilt werken, moet je wel een goede techniek hebben om voorbij de huid te kijken.” Welke voorwaarden zijn daar voor nodig? “Hetvraagteengroteprecisievangoede en betrouwbare beeldvormende tech- nieken, liefst met 3D functionaliteit. De laatste jaren zijn ook de beschikbare instrumenten (katheters, naalden) ver- beterd, zodat je beter op bepaalde plek- ken kunt uitkomen en daar met kleine instrumenten kan werken. Een deel van de ontwikkeling loopt samen met de computertechnische ontwikkeling. We werken nu samen met Philips aan een techniek waarbij we als het ware een driedimensionale landkaart van een patiënt gebruiken. Hiermee is een hoge resolutie en het onderscheiden van verschillende weefsels in 3D moge- lijk gemaakt.” Welk effect heeft dat op de kwaliteit van zorg en behandeluitkomsten? “Door de verbeteringen in beeldvor- ming kunnen we niet alleen nauwkeu- riger werken, maar ook veiliger en vaak met minder schadelijke straling voor de patiënt. En we kunnen procedures sneller uitvoeren, met alle bijkomende voordelen voor de patiënt. Je werkt door kleine openingen, zodat ingrij- pende chirurgie zoveel mogelijk voor- komen wordt. Plus in veel gevallen kan de procedure tegenwoordig ook zonder narcose uitgevoerd worden.” Hoe ziet Philips verdere ontwikkelingen? “We werken continu aan verbetering in beeldvormende technieken. Voorheen was 2D de regel, nu gaan we naar 3D en zelfs al 4D. De behoefte van specialisten aan nauwkeurigheid en precisie neemt alleen maar toe. Naast visuele kunnen we nu ook functionele informatie voor hen ontsluiten. We voelen de sterke be- hoefte vanuit de medische wereld om verdere ontwikkelingen door te voe- ren, bijvoorbeeld door beelden van ver- schillende modaliteiten als CT, MRI en röntgen met elkaar te gaan combineren en zo nog meer informatie te krijgen. Informatie die artsen helpt een hoge kwaliteit van zorg aan hun patiënten te kunnen geven.” n Marco van Strijen is interventieradioloog in het St. Anthonius Ziekenhuis, locatie Nieuwegein
  • 13. Medische Technologie 13Een publicatie van Reflex Uitgeverij Auteur: Irma van der Lubbe Bij echografie worden geluidsgol- ven via een zendapparaatje het li- chaam in gestuurd. Deze weerkaatsen, worden opgevangen en vertaald naar beelden. Het zendapparaat kan overal heen schuiven, maar het nadeel is dat je delen kunt missen: het is daardoor onderzoekersafhankelijk. Matthieu Rutten is radioloog bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis in ‘s-Hertogenbosch, waar sinds juni 2010 wordt gewerkt met 3D- echoapparatuur. “Hiermee sluiten we deze afhankelijkheid vrijwel uit omdat het echografisch onderzoek geautoma- tiseerd wordt uitgevoerd”, vertelt hij. De apparatuur wordt in het Bossche ziekenhuis vooral gebruikt voor het op- sporen van borstkanker. Het apparaat wordt daarbij over de hele borst gescho- ven en maakt constant plaatjes. Door al die plaatjes op elkaar te stapelen ont- staat een digitaal beeldblok dat later op de computer van alle kanten bekeken kan worden: ook vanaf de voorkant, wat tot nu toe niet mogelijk was. Betere overlevingkansen Recente studies tonen aan dat met 3D- echografie met name ook meer kleinere tumoren kunnen worden ontdekt. Door deze vroegtijdige herkenning kan eer- der worden gestart met behandelen en ziet het ernaar uit dat deze mensen be- tereoverlevingskansenhebben.Ermoet nog veel onderzoek naar de waarde van 3D-echo van de borst plaatsvinden. Rutten verwacht echter de apparatuur onder meer waardevol kan zijn voor het landelijke bevolkingsonderzoek naar borstkanker. “Ongeveer een derde van de vrouwen boven 50 jaar die hiervoor wordt onderzocht heeft een vrij dichte weefselstructuur in de borst”, vertelt hij. “Dat maakt het lastig om tumoren te herkennen via mammografie: slechts 30 tot 48 procent van de tumoren wordt op deze manier ontdekt, terwijl deze vrouwen juist een 4- tot 6-voudig ver- hoogde kans hebben om borstkanker te krijgen. Wanneer we bij hen standaard een 3D-echo zouden maken in de on- derzoeksbus, kan het digitale bestand worden doorgestuurd en elders worden bestudeerd.” Dit zal ongetwijfeld leiden tot een toename van de tumordetec- tie. Hierdoor kan veel persoonlijk leed worden voorkomen, doordat behan- delingen eerder kunnen plaatsvinden. Mogelijk kan hierdoor de behandeling minder intensief zijn en leidt het tot een betere prognose en reductie van de tumorsterfte. Tevens wordt hierdoor waarschijnlijk bespaard op kosten voor nadere diagnostiek, puncties, minder en minder uitgebreide operaties en an- dere behandelingen zoals chemo- en radiotherapie. Doorbraak Op het gebied van vroegdiagnostiek valt ook veel te verwachten van me- dische biotechnologie. Ragna Senf is hoofdredacteur van biomedisch.nl, een voorlichtingssite van het Erfocentrum, het nationale kenniscentrum erfelijk- heid, kinderwens en medische biotech- nologie. Werkgebieden zijn onder meer stamcelonderzoek, gentherapie en tis- sue engineering – het kweken van weef- sel. De ontwikkelingen gaan snel, maar het is lastig inschatten waar precies en óf er een doorbraak zal komen. Het duurt in ieder geval langer dan vaak in de media wordt geroepen. Senf: “We weten al veel, maar nog niet altijd ge- noeg om deze technieken in de praktijk te gebruiken. Daar gaat rustig tien jaar overheen.” In een paar landen wordt bijvoorbeeld stamceltherapie aange- boden, maar over de werkzaamheid en veiligheid is geen of onvoldoende we- tenschappelijk bewijs beschikbaar. Dat soort zaken zijn lastig voor patiënten en hun omgeving. Levensreddend Snelle vorderingen qua vroegdiagnos- tiek worden momenteel gemaakt door grootschalig onderzoek naar erfelijk- heid en genen. Een foutje in het genoom kan duiden op de aanwezigheid van of aanleg voor een bepaalde ziekte of aan- doening. In sommige gevallen kan het levensreddend zijn wanneer je dit in een vroeg stadium weet en ernaar kunt handelen. Voorheen was het ontrafe- len van een heel genoom een dure aan- gelegenheid, maar tegenwoordig kan het sneller en goedkoper. Er bestaan inmiddels al bedrijven aan wie je wat wangslijm kunt opsturen om een deel van je genoom te laten onderzoeken. Maar omdat het wetenschappelijk on- derzoek continu doorloopt, zeggen veel van de resultaten weinig. Senf: “Wat heb je aan de kennis dat je een licht verhoogde kans hebt op een hartaan- val, als volgende week een gen ontdekt wordt dat deze kans weer verlaagt? Bij veel aandoeningen is bovendien duide- lijk dat niet alleen genen een rol spelen, maar ook leefstijl en omgeving.” Op nanoschaal De medische biotechnologie heeft een relatie met een ander gebied waar mo- gelijk voordeel te behalen valt op het gebied van vroegdiagnostiek: de nano- geneeskunde. “Nanotechnologie is het bestuderen en bewerken van materiaal op nanoschaal”, legt Bart Walhout, on- derzoeker bij het Rathenau Instituut, uit. Een nanometer is een miljoenste meter: een menselijke haar is bijvoor- beeld 70.000 nanometer dik. Alle pro- cessen in het lichaam spelen zich af op celniveau. Wat ín die cellen gebeurt – waaronder het ontstaan van ziekten – speelt zich af op nanoniveau. “De belofte van de nanogeneeskunde is dan ook dat we ziekten eerder gaan ontdekken, eer- der kunnen ingrijpen en veel nauwkeu- riger kunnen gaan behandelen.” Gerichte medicijnaflevering Waar de zogenaamde ‘farmaco-gene- tica’ genetisch onderzoek gebruikt om te bepalen of bepaalde medicatie bij iemand wel of niet zal aanslaan, wordt nanogeneeskunde momenteel vooral ingezet om heel gericht medicijnen af te geven. Normaal gesproken verspreidt medicatie zich door het hele lichaam, waardoor men ook overal de bijwerkin- gen ervaart. Als alternatief voor che- motherapie bij kanker wordt bijvoor- beeld gewerkt aan een methode waarbij men op nanoniveau kleine ijzerdeeltjes laat ophopen in de tumor. Deze deeltjes zijn te scannen, waardoor een betere diagnostiek mogelijk is. Maar via een magnetische puls kunnen ze ook wor- den verhit, waardoor de tumor heel lo- kaal kan worden vernietigd. “Dat biedt vooral kansen voor hersentumoren, die lastig te behandelen zijn”, vertelt Wal- hout.“Dezeveelbelovendetechniekver- keert in de laatste testfase, ik verwacht dat hij over vijf tot tien jaar beschikbaar zal zijn.” Een diagnose, en dan? Qua vroegdiagnostiek biedt de nano- geneeskunde vooral kansen bij neuro- degeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte van Alzheimer. “Mensen worden ouder, dus deze ziekte gaat vaker voor- komen”, stelt Walhout. “Via de nanoge- neeskunde hopen we de processen die tot Alzheimer leiden eerder te kunnen detecteren. Er is al een eiwit ontdekt waarvan we weten dat dit een signaal- functie heeft.” Het vroegtijdig opsporen van Alzheimer lijkt mooi, maar stelt de medische wetenschap tegelijkertijd voor een dilemma. Er bestaat namelijk nog geen geneesmiddel voor de ziekte. Daarom moeten we ons op dit moment afvragen wat we er mee winnen, maar het is geen reden om het onderzoek stop tezetten.Senfzietdaarnaastookandere vraagstukken. Er bestaat bijvoorbeeld een erfelijke vorm van borstkanker waarbij iemand 60 tot 80 procent kans heeft om deze te ontwikkelen. “De vraag is: wil je weten of je die verhoogde kans hebt? Het voordeel na een positieve uit- slag is natuurlijk dat je je halfjaarlijks kunt laten checken en snel kunt reage- ren als de ziekte zich aandient. Ook zijn er vrouwen die besluiten preventief hun borsten te laten verwijderen. Dit ver- mindert de kans op het ontwikkelen van borstkanker aanzienlijk. Maar de ken- nis dat je deze aanleg wel of niet hebt, kan natuurlijk een belangrijke stempel op je leven drukken.” Het is belangrijk dat mensen voorlichting krijgen over de medische, ethische, sociaal-psycho- logische en legale aspecten, voordat ze besluiten een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren. n Artikel  technologie en diagnosticeren Levens redden door vroegdiagnostiek Op verschillende medische gebieden vinden ontwikkelingen plaats die vroegdiagnostiek mogelijk maken. Drie experts vertellen over de winst die dat oplevert.
  • 14. 14 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij gastbijdrage  DocCare Zorg voor digitalisering en dataprocessing artikel  e-health E-health wordt volwassen Een elektronisch patiëntendossier, landelijk of niet, staat of valt bij het digitaal beschikbaar zijn van alle pati- ëntgegevens. Maar hoe realiseer je dat op efficiënte en integere wijze? Bij de invoering van het landelijk EPD (Elektronisch Patiënten Dossier) staat de gegevensuitwisseling tussen artsen centraal, met als doel de juiste behan- deling te kunnen bieden aan patiënten. Kritische succesfactor voor een opti- male gegevensuitwisseling is het digi- taalbeschikbaarzijnvanallepatiëntge- gevens, dus ook datgene wat op papier is gegeven. Echter elk ziekenhuis heeft kilometers meters archief in papier en vele gigabytes aan e-mails en attach- ments. De oplossing klinkt eenvoudig: digitalisering. Maar hoe realiseer je dat op een efficiënte en verantwoorde wijze zonder daarbij concessies te doen aan vertrouwelijkheid en integriteit van de patiëntgegevens? Medical Data Care en DocCare (per 1 januari aanstaande als MDC DocCare door het leven) richten zich op de documentlogistiek van al- lerlei organisaties met een hoge docu- mentintensiteit. De gezondheidszorg is er daar één van en met het oog op de invoering van elektronische patiën- tendossiers een belangrijk marktseg- ment voor MDC DocCare. Algemeen manager Johan Scherpenborg vertelt: “Digitalisering en dataprocessing zijn de kerncompententies van ons bedrijf. Het digitaliseren van patiëntgegevens uit het papieren dossier past in de filo- sofie van het EPD om ‘anytime and any- where’ de zorgverlener van patiëntge- gevens te voorzien.” “Dagelijks worden hier tussen de 100- en 150.000 docu- menten verwerkt”, licht manager sales Alex Boonen verder toe. “Dat komt niet alleen in fysieke vorm binnen, maar ook digitaal. Voor de fysieke stroom verzorgen we de scanvoorbereiding en de daadwerkelijke digitalisering. Een- maal digitaal wordt vervolgens de clas- sificatie oftwel de typering van het do- cument uitgevoerd. Met geavanceerde technieken zoals OCR en ICR wordt de data vanaf de verschillende documen- ten verwerkt (indexatie) tot voor de zorgverlener noodzakelijke gegevens.” Het unieke van deze toepassing is dat ook de bodytekst van e-mails én even- tuele attachments op eenzelfde wijze kunnen worden verwerkt. Ongeacht wat de informatiedragers zijn; MDC DocCare transformeert data tot ge- wenste informatie. Deze content kan in willekeurig formaat, bijvoorbeeld pdf, jpg of tiff worden aangeboden aan de zorginformatiesystemen die op het EPD aangesloten zijn. EPD en veiligheid Het EPD is eigenlijk een verbinding naar een index die leidt naar patiënt- gegevens. Deze gegevens zijn lokaal opgeslagen bij de zorgverlener of zor- ginstelling. Het EPD is dus geen dos- sier waarin alle gegevens centaal lig- gen opgeslagen, maar een netwerk waarmee deze gegevens ontsloten en uitgewisseld worden. Dit beveiligde netwerk wordt het landelijk schakel- punt (LSP) genoemd. Voorwaarde voor aansluiting op dit EPD is dat zor- ginformatiesystemen moeten voldoen aan de eisen voor een Goed Beheerd Zorgsysteem (GBZ): het waarborgen van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van alle informatie die nodig is om patiënten van verant- woorde zorg te voorzien. “De applica- tie, Patientrecords van AnyDoc, die MDC DocCare gebruikt voor de creatie van de content voor het zorginforma- tiesysteem, voldoet aan deze eisen. AnyDoc is een Amerikaanse soft- wareleverancier die zijn sporen heeft verdiend in de Amerikaanse en Euro- pese gezondheidszorg. AnyDoc’s data capture- en classificatie-oplossingen hebben diverse onderscheidingen ge- wonnen en zijn op veel gebieden de standaard”, vertelt Scherpenborg. Voordelen Boonen schetst de voordelen van digi- talisering en dataprocessing van pati- ëntgegevens: “Informatie is sneller beschikbaar, plaats en tijd onafhankelijk; Informa- tie is betrouwbaarder; Integriteit is ge- borgd; Optimale gegevensuitwisseling mogelijk zowel intramuraal als extra- muraal; Substantiële beheerskostenda- ling door automatische classificatie en indexering; Besparing in fysieke archi- veringsruimte.” “Deze voordelen komen ten goede aan de behandeling van de patiënt en dat zou toch de belangrijkste reden voor zorgverleners en zorginstellingen moe- ten zijn om de stap naar het EPD te zet- ten”, sluit Scherpenborg af. n Alex Boonen, Manager SalesJohan Scherpenborg, Algemeen Manager Auteur: Cor Dol E-health is in de (nabije) toekomst van de zorg niet weg te denken. On- der e-health valt eigenlijk alles waarbij het internet gebruikt wordt om zorg te verbeteren of uit te voeren. In veel ge- vallen kan een deel van de behandeling worden ondersteund of zelfs vervangen door online therapie. Er is veel aan- dacht voor e-health, maar vooralsnog lijkt dat vooral voort te komen uit de obstakels op de weg naar grootscha- lige implementatie in de gezondheids- zorg in plaats van te kijken naar de vele kansen die e-health kan bieden voor de volle breedte van de gezondheids- zorg. E-health betekent niet alleen dat de patiënt zich via het internet kan laten informeren (wat in publicaties health 1.0 wordt genoemd), maar actief kan en moet participeren (health 2.0). Door gebruik te maken van het internet wordt de patiënt een actieve participant in het proces van preventie, onderzoek, behandeling en nazorg, in plaats van het lijdende voorwerp te zijn. Efficiencyslag Duidelijk is dat internettoepassin- gen in de zorg nooit volledig de regie in handen kunnen nemen. Face-to- facegesprekken in de ggz (geestelijke gezondheidszorg) bijvoorbeeld blijven noodzakelijk, maar kunnen wel belang- rijk aan efficiency winnen door de toe- passing van e-health. De doorlooptijd van een behandeling kan aanzienlijk verkort worden en daardoor kunnen wachtlijsten eindelijk ingelopen wor- den. Iemand met een alcoholverslaving die na veel vijven en zessen het besluit had genomen om er iets aan te gaan doen, werd voorheen bij de desbetref- fende instanties opgevangen met een kort gesprekje van twintig minuten en een afspraak voor een intakegesprek over vier weken. Dankzij e-healthmo- dules kan deze persoon na hetzelfde korte gesprek en een eigen inlogcode zelf alvast aan de gang, bijvoorbeeld met het bijhouden van een digitaal dag- boekje om in te schatten hoe groot het drankprobleem werkelijk is. Bij het eer- ste intakegesprek is dan direct duidelijk hoe de vork in steel zit. Voor de patiënt in kwestie werkt dat motiverend en sti- mulerend: hij kan meteen na zijn met angst en beven genomen besluit aan de slag met zijn probleem en niet vier we- ken later, als de twijfel wellicht alweer heeft toegeslagen. Dankzij e-health kan zorg, die niet direct in een zorginstel- ling gegeven hoeft te worden, door de patiënt zelf geregeld worden. Waar en wanneer hij maar wil. De eigen regie moet natuurlijk wel passen: niet iedere patiënt is ervoor geschikt en niet iedere behandeling kent een wenselijk e-heal- thfiliaal. In de psychiatrie bijvoorbeeld zullen er altijd mensen zijn die de voor- keur geven aan een face-to-facegesprek en niet voor elke aandoening is een pro- gramma beschikbaar. Geschat wordt dat e-health voor zo’n 70 tot 80 procent van de patiënten in de ggz geschikt is. Anders denken En ook zorgverleners moeten er mee om kunnen gaan. En daar zit een niet onbe- langrijk obstakel: het vereist een omslag in het denken. Behandelaren worden meer een coach, een begeleider in het traject dat e-health een patiënt biedt. In die zin loopt de techniek voor op de mens: technisch is meer mogelijk dan behandelaren in feite aan kunnen. >>>
  • 15. Medische Technologie 15Een publicatie van Reflex Uitgeverij Gastbijdrage  Medtronic Zorg via internet heeft de toekomst Sterker nog: naarmate de techniek voortschrijdt, zal de rol van de coach wellicht nog minimaler worden, meer een bewaker van het digitale proces dan een concrete hulpverlener. Ook de wijze van communiceren verandert: in plaats van mondeling gebeurt veel op schrift. Dat betekent dat zorgverleners zich goed moeten realiseren wat opgeschre- ven wordt, ook al omdat het geheugen van een computer eenduidig is. Met het opzetten van e-health creëert een zorg- organisatie een nieuw communicatie- kanaal. Dat is er echter wel een die een enorme impact heeft op de complete organisatie. Goede communicatie en af- stemming over behandelingen en regis- tratie kunnen een flinke kwaliteitswinst en doelmatigheid opleveren. Aanslui- tingen creëren en koppelingen maken, zoals dat in de wereld van het internet de dagelijkse gang van zaken is. E-personeel De inzet van het internet en computer- ondersteunende therapieën maakt het mogelijk dat veel meer patiënten door dezelfde therapeut behandeld kun- nen worden. Daarmee wordt meteen duidelijk wat hét grote voordeel van e-health is. Met het oog op de huidige en toekomstige krapte op de arbeids- markt in de zorg is de ontwikkeling van e-health meer noodzakelijk dan dat het een aardige toevoeging op het bestaande zorgpakket is. Het gebruik van internet zal steeds meer geïnte- greerd worden in veel punten in de zorg: naast de eerste- en tweedelijns- zorg zal dat voor een extra nieuwe lijn zorgen, waarbij patiënten direct via het internet zorg geboden wordt. Daarmee verdwijnt de menselijke factor in de zorg echter niet: een luis- terend oor zal er altijd blijven. Maar er zijn genoeg mensen die allereerst zelf met een probleem aan de slag wil- len en daarvoor prima uit de voeten kunnen met een e-healthapplicatie. Veiligheid Grootschalige toepassing zal echter geen kwestie van enkele dagen zijn. Het verzet tegen de invoering van het Elek- tronischPatiëntendossier(EPD)isdaar mede een getuige van. Kwetsbaarheid en veiligheid van persoonlijke gegevens die worden opgeslagen zijn punten die zeker aandacht behoeven. Zorgen over de beveiliging van patiëntengegevens worden vaak gesteld tegenover een grootschalige invoering van e-health. Veel mensen zijn huiverig als het gaat om zeer persoonlijke gegevens, die in een goed beveiligde computer makke- lijker voor de wereld te kijk zouden lig- gen dan in een archiefkast in een zie- kenhuis. Organisaties die met e-health een duidelijke stap hebben gezet, heb- ben vaak uit nood een eigen digitaal pa- tiëntendossieropmoetenzetten,omdat het landelijk EPD complex te technisch bleek en bovendien achter de feiten aan lijkt te lopen. Voor organisaties die nu met e-health aan de slag willen, ligt daar dan ook een grote uitdaging: hoe stem je verschillende systemen goed op elkaar af? Hoe waarborg je de veilig- heid van zeer per- soonlijke gegevens? Er zijn organisaties die met de persoonlijkegegevensvaneenpa- tiënt een logincode aanmaken, waar- mee de persoon in kwestie een eigen af- gestemd pakket voorgeschoteld krijgt. Die pagina wordt dus opgebouwd aan de hand van bij de zorgorganisatie be- kende gegevens van de patiënt. De weg effenen Aansluiting bij het EPD gebeurt nu nog opvrijwilligebasis,maarindetoekomst worden zorgverleners wettelijk ver- plicht om zich aan te sluiten. Commu- nicatie tussen artsen onderling, maar met het oog op e-health ook tussen arts ofbehandelaarenpatiëntzalmetgroot- schalige invoering van het EPD zeker makkelijker worden. Uiteraard wordt geluisterd naar de stem van hen die zich zorgen maken over het verkwan- selen van persoonlijke gegevens. Begin oktober maakte toenmalig demissi- onair minister Klink van VWS bekend dat zorgverleners die onnodig via het EPD medische gegevens inzien, zware straffen kun- nen krijgen. Zo lopen ze de kans de bevoegdheid hun vak uit te oefenen te verliezen. Klink vond deze strenge aan- pak nodig ‘gelet op de grote privacy- en maatschappelijke schade die misbruik van het EPD door een zorgverlener kan veroorzaken.’ Hij kwam daarmee ook tegemoet aan een wens van de Tweede Kamer. In hetzelfde wetsvoorstel re- gelde de minister eveneens dat zorg- verzekeraars die eigenaar worden van een zorginstelling nooit het EPD van een patiënt mogen inzien. Het lijken duidelijk stappen om allerlei bezwa- ren, die het EPD en daarmee een groot- scheepse en functioneel relevant inzet van e-health tegengaan, uit de weg te ruimen. n Medisch-technologisch bedrijf Medtronic is een innovatieve onderneming. “Als je kijkt naar onze innovatie, dan komt meer dan de helft van onze omzet van producten die we in de laatste twee jaar hebben ontwik- keld. Dat is een totaal andere product- cyclus dan in de farmawereld. Die kunnen veel en veel langer met hun patenten doorlopen en dan pas weer op zoek gaan naar de volgende block- buster. Dat is voor ons niet het geval. Wij kunnen dus geen beat missen, als het gaat om innovatie. Je kunt ons een beetje vergelijken met de IT-industrie, maar dan in een zwaar gereguleerde gezondheidszorgomgeving,” zegt Rob ten Hoedt, President Europa en Cen- traal-Azië bij Medtronic. Het bedrijf gelooft in de toekomst van e-health. “We doen er al veel aan, maar we moeten nog een tandje bijzet- ten.” E-health is één van de oplossin- gen voor de vergrijzing en de druk op de ziekenhuisbudgetten. Er zijn tegen- woordig uitgebreide patiëntmonito- ring mogelijkheden. Zo hoeft een pa- tiënt minder vaak naar het ziekenhuis. “Je brengt een beetje het ziekenhuis naar de patiënt toe. Als je kijkt wat we op dit gebied aan het doen zijn, komen we allereerst bij wat wij de “Reveal”- technologie noemen. Dat zijn kleine, implanteerbare apparaatjes die kriti- sche functies in het lichaam kunnen meten, met name hartfuncties. Daar- mee kunnen we patiënten die asymp- tomatisch zijn, screenen op bepaalde hartziektes die in de toekomst een probleem zouden kunnen opleveren. Dat kan zowel voor de gezondheids- zorgsystemen als voor de patiënt een enorme oplossing zijn,” aldus Rob ten Hoedt. Met e-health oplossingen kan een pati- ënt 24 uur per dag gevolgd worden. Dit geeft patiënten meer vrijheid en het geeft hen de rust dat ze continu wor- den gecontroleerd. Ook geeft het de ziekenhuizen meer ruimte. Vorig jaar werd bijvoorbeeld een nieuwe behan- deling voor diabetes type 1 geïntrodu- ceerd. Daarbij is het mogelijk om met continue glucosemonitoring (CGM) iedere vijf seconden de glucosewaar- des in het bloed te meten. Met deze techniek komt de kunstmatige alvlees- klier een stuk dichterbij. De informa- tie voor de arts wordt daarnaast ook betrouwbaarder, waardoor de behan- deling van de diabetespatiënt steeds beter wordt. Vooral bij kinderen, met vaak sterk wisselende glucosewaar- des, is deze nieuwe manier van dia- betesbehandeling een uitkomst. Door middel van thuismonitoring, zoals met het Carelink-platform voor insu- linepomppatiënten, kan de arts daar- naast patiënten beter in de gaten hou- den en de behandeling richten op het normaliseren van glucosewaardes. Dit leidt weer tot minder complicaties. Al met al voelen gebruikers zich met de ‘digitale zorg’ meer betrokken en krijgen ze een beter inzicht in hun ei- gen glucosewaardes. Ook de arts heeft een beter inzicht in hoe de patiënt en zijn/haar diabetes zich ontwikkelen. Zodra iemand op het spreekuur bij de arts komt, gaat het ook een stuk snel- ler. Doordat veel informatie al bekend is, verloopt de behandeling efficiënter. “Diabetes is een uitgebreide patholo- gie, waar wij middels onze pompjes nu al een oplossing bieden, en met nieuwe pompen in de nabije toekomst. Daar zijn dus nog veel ontwikkelings- mogelijkheden voor ons als bedrijf. De behandeling wordt aangevuld met e-health, waarmee we een partner zijn voor alle gezondheidszorgsystemen in de wereld. Een partner die op zoek is naar een manier die patiënten goede zorg kan bieden, zonder dat het alle- maal heel veel geld moet gaan kosten. Financiering is op dit gebied de groot- ste beperking. Niet acceptatie. Wij zijn part of the solution voor de gezond- heidszorg van de toekomst en zeker niet part of the problem.” n >>>
  • 16. 16 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij Gastbijdrage  MOVIR Wie houdt de dokter gezond? Medische innovaties hebben meestal betrekking op de gezond- heid en revalidatie van de patiënt. Om deze zorg goed te kunnen verlenen, zijn ookartsennodig.Hoogopgeleide,gespe- cialiseerde mensen met tientallen jaren studie ter voorbereiding op hun profes- sionaliteit. Er is dus veel aan gelegen dat ook de medicus zelf gezond blijft. Artsen maken veelal lange werkdagen en hebben daarbij vaak zowel fysiek als mentaal een hoge belasting. Het risico van arbeidsongeschiktheid is dan ook reëel. Reden voor arbeidson- geschiktheidsverzekeraar Movir om te investeren in de gezondheid van haar (veelal medische) verzekerden. Dit doet zij dan ook al enkele jaren. Om dit preventiebeleid te verankeren in de or- ganisatie heeft Movir onlangs preven- tiemanager Peter Gordijn aangesteld. Hij coördineert intern het Platform Preventie dat structurele en concrete resultaten moet borgen. Prismabril Uit onderzoek van Bureau Terzet blijkt dat 65% van de tandartsen klachten heeft aan het bewegingsapparaat, specifiek de nek. 42% heeft hoofdpijn- klachten na een dag werken. Daarop is Movir een samenwerking met bu- reau Terzet en Optergo aangegaan om deze situatie te verbeteren. Hieruit is de zogenaamde prismabril voort- gekomen. Een bril met ingeslepen prisma’s waardoor de tandarts zonder het hoofd te buigen toch naar beneden kijkt. En met succes. Na 4 weken bleek 38% van de proefpersonen geen nek- klachten meer te hebben. Movir finan- cierde niet alleen het onderzoek, maar ook het optometrisch onderzoek voor haar relaties. Gordijn: “Arbeidsduur wordt bij tandartsen vaak gemeten in stoeluren. Onze verwachting is dat met deze aanpassing het aantal stoe- luren significant kan stijgen.” KNO-unit Een andere groep met duidelijke fy- sieke klachten zijn Keel-, Neus- en Oorartsen (KNO). Peter Gordijn: “Uit een steekproef bleek dat ongeveer 50% last heeft van de schouders. Dit komt neer op zo’n 250 KNO-artsen die (dagelijks) schouderklachten heb- ben bij het uitvoeren van operatieve ingrepen.” Op initiatief van KNO-art- sen verbonden aan Ziekenhuis Groep Twente (ZGT) is Movir gevraagd te participeren bij de herinrichting van haar OK-unit met als doel: het optima- liseren van de werkomstandigheden. “Inmiddels is de implementatie van dit project in volle gang. Er is een ergo- nomisch verantwoorde unit ontwik- keld; een innovatie op het gebied van operatieve ingrepen en verrichtingen door KNO-artsen. Deze innovatie zal door gebruik in de toekomst zeker bijdragen aan de arbeidsduur en gezondheid van de KNO-arts.” Psyche Maar niet alleen de lichamelijke risi- co’s op arbeidsongeschiktheid krijgen aandacht. Ook de mentale gezondheid speelt een grote rol in het voorkomen van arbeidsongeschiktheid. Medisch adviseur Frits Schmidt: “Werkdruk, conflicten, stress zijn allemaal moge- lijke oorzaken van psychische uitval. Bijna eenderde van onze verzeker- den die zich arbeidsongeschikt mel- den, kampt met psychische klachten. Surmenage of burn-outklachten zijn daarvan de meest voorkomende. Het is dus voor de verzekerde én voor Mo- vir cruciaal om te investeren in de psy- chische gezondheid.” Hiervoor werkt de arbeidsonge- schiktheidsverzekeraar samen met verschillende onafhankelijke provi- ders. Deze ontwikkelen in opdracht van Movir tools die de geestelijke ge- zondheid monitoren en bevorderen (zie kader). Schmidt: “De samenwer- kingsscan bijvoorbeeld geeft inzicht in de mate en kwaliteit van onder- linge samenwerking. De oorzaak van psychische klachten ligt niet zelden in gebrekkige samenwerking tussen professionals. Soms leidt dit zelfs tot onderlinge conflicten. Ook daarvoor hebben we een tool. Een korte online vragenlijst die als basis dient voor een counselingadvies.” Bovendien biedt Movir verzekerden en hun gezinsleden kosteloos telefoni- sche en online counseling. Volkomen discreet, 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. Hoogopgeleide counselors bieden ondersteuning voor zowel zakelijke als privégerelateerde issues. “We zien aan de uptake en de tevredenheid dat deze dienst in een grote behoefte voorziet. Uit een recente meting blijkt dat 64% van de respondenten contact opneemt met werkgerelateerde problemen. 88% geeft zelfs aan dat de counseling heeft bijgedragen aan voorkoming van een ziekmelding. n Stel dat ik eHealth gebruik: wie betaalt dat? Patienten die via internet hun ziekenhuisgegevens inzien: kan dat? Een huisarts die via internet een specialist consulteert: werkt dat? 9 februari 2011: Congres van en voor artsen over zorg op afstand HealthHoe staat het met uw eHealth? Voor veel artsen is eHealth nog een ver-van- mijn-bed show. Terwijl ICT-toepassingen in de zorg steeds dichterbij komen. Voorlopers onder de artsen kennen de winst van zorg op afstand. Zij delen op dit congres graag hun ervaringen met collega’s. voor meer informatie zie: www.knmg.nl/congres/ehealth Advertentie  Recent ontwikkelde preventietools in opdracht van Movir online voedingscoach• effectief vergaderen• telefonische mediation scan• MBTI-scan: inzicht in gedragsvoorkeuren• Plezier Stress Balans meter• Vitaliteitsmonitor: meet en vergroot vitaliteit• Frits Schmidt, teammanager Medisch Advies, MovirPeter Gordijn, preventiemanager Platform Preventie, Movir
  • 17. Medische Technologie 17Een publicatie van Reflex Uitgeverij artikel  zelfstandige klinieken Privékliniek of ziekenhuisketen? Auteur: Cor Dol De aanwezigheid van privéklinieken in de afgelopen jaren toont aan dat specialisatie een toekomst heeft. Maar is liberalisering van de gezondheids- zorg een goede zaak voor de kwaliteit van onze zorg? Het idee achter de opzet van privékli- nieken is dat ze dankzij gerichte inno- vatieve en kwalitatief goede apparatuur kunnen uitblinken en zo een meer- waarde vervullen voor consumenten. Er zijn bijvoorbeeld speciale orthope- dische klinieken en veel patiënten zijn bereid om ver te reizen om deze klinie- ken te visiteren. Veel van deze klinie- ken worden opgezet door specialisten die graag op eigen benen willen staan. “Zij vinden het juist prettig om te inno- veren en om de zorg te bieden zoals zij vinden dat dat het beste is”, stelt woord- voerder Marijn Lamers van de ZKN (Zelfstandige Klinieken Nederland). Volgens Lamers is het voor zelfstandige klinieken makkelijker om innovaties in het vakgebied door te voeren in verge- lijking met de collegae in de reguliere ziekenhuizen. De zelfstandige specia- listen zijn als het ware ondernemers en hoeven voor het gebruiken van nieuwe hulpmiddelen geen toestemming te vragen als zij vinden dat bepaalde in- novaties nodig zijn. Uiteraard staan ze niet boven de wet, maar intern is het eenvoudiger te regelen door kortere lijnen. “Er geldt dezelfde wet- en regel- geving, dus een innovatie kan alleen in- gevoerd worden als het de goedkeuring heeft van overheidswege. De randvoor- waarden zijn dezelfde, de zorg moet aan identieke voorwaarden voldoen.” Het doen van onderzoek is niet uitslui- tend voorbehouden aan (academische) ziekenhuizen, maar gebeurt ook in privéklinieken. De zelfstandige speci- alisten zeggen vaak goede contacten in het buitenland te hebben, hebben een naam hoog te houden en staan open voor nieuwe ontwikkelingen. Tweedeling? Liberalisering van de gezondheidszorg kan leiden tot een toenemende twee- deling. In feite kan iedereen in Neder- land een eigen kliniek opstarten en de terechte vraag is of de samenleving daar, als het gaat om kwaliteit in de zorg, blij mee moet zijn. Lamers geeft aan de ZKN de professionalisering en kwaliteit juist ook wil waarborgen. Aan apparatuur worden strenge voorwaar- den gesteld, er zijn veel waarborgen ingebouwd. Een goede naam is zeker in de vrije markt snel verspeeld. Verzeke- ringsmaatschappijen vragen eveneens om verantwoording. Lamers denkt dat de liberalisering en specialisatie ver- der zal doorzetten: “Reguliere zieken- huizen blijven wel bestaan, maar dat zullen er in de toekomst minder zijn. Ziekenhuizen zullen zich gaan speciali- seren en zo dat meer complexe zorg en acute zorg overblijven. Juist de zorg die goed te plannen valt, als kijkoperaties of orthopedische ingrepen, is goed en snel op te zetten en te regelen. Beter als wanneer je alles tegelijk en een beetje doet.” Het vooroordeel van de kosten? “Je ziet dat zelfstandige klinieken tot twintig procent kostenreductie maken ten opzichte van reguliere ziekenhui- zen. Dat bespaart de maatschappij een hoop geld.” Team vereist Algemeen directeur Paul Smits van het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam vindt dat het met de groei van het aan- tal privéklinieken wel losloopt. “Ik hoor er wel over, maar uiteindelijk valt het volgens mij wel mee, buiten de bekende terreinen van plastische chirurgie en orthopedie.Alsjeeenprivékliniekgoed opzet, zul je een bepaalde groep pati- ënten best kunnen behandelen. Veel mensen komen echter naar een zie- kenhuis met ‘pijn in de buik’. Daarvoor moet je niet in een privékliniek zijn.” Smits ziet ook dat het ouder worden van de bevolking en daarmee gepaard gaande groei van het aantal chronisch zieken ook voor het reguliere zieken- huis spreekt. Voor grote buikoperaties bijvoorbeeld blijft de infrastructuur en de multidisciplinaire aanpak van het ziekenhuis nodig. “Complexe zorg ver- eist een team.” Goedkoper? Wat betreft de marktwerking gelooft Smits niet in het goedkoper zijn van een privékliniek. “Het zou goedkoper zijn omdat je de hoge overheadkosten van het ziekenhuis kwijt bent. Maar een privékliniek heeft ook een overhead nodig, moet ook factureren en heeft ICT nodig. Als groot ziekenhuis zijn we behoorlijk concurrerend. Ik ga me pas zorgen maken als iemand een klein zie- kenhuis neerzet met vier OK’s en zegt dat hij zich gaat richten op vijf aan- doeningen.” Op dat moment kan een efficiencyslag gemaakt worden, maar het regulier ziekenhuis blijft in de ogen van Smits vervolgens nodig om juist mensen met meerdere aandoeningen te kunnen helpen: een diabetespatiënt die een nieuwe heup nodig heeft, is beter af in een regulier ziekenhuis. Technisch gezien kan een privékliniek die opera- tie ook prima verrichten, maar juist de multidisciplinaire kijk van reguliere ziekenhuizen geeft in dit geval voor Smits de doorslag. Naast elkaar Toch kunnen privéklinieken en regu- liere ziekenhuizen prima naast elkaar bestaan. Een privékliniek die het re- guliere ziekenhuis echt concurrentie aandoet in het hart van de business, ziet Smits niet snel ontstaan. Hij ver- wacht dat een deel van patiënten zal verdwijnen naar privéklinieken en de technologie zal daarbij een helpende hand bieden, omdat het makkelijker en veiliger wordt. De status van het re- guliere ziekenhuis blijft gehandhaafd: de complexiteit van de aandoeningen van patiënten neemt toe. En de kennis navenant. Dat geldt echter ook voor de specialisten in de privéklinieken, maar de dagelijkse ervaring met een aandoe- ning als diabetes kan beduidend min- der zijn. Gaan ziekenhuizen zichzelf dan meer specialiseren? “Ik denk dat ziekenhuizen gaan constateren dat ze over een groep specialisten beschik- ken die werkelijk iets extra kunnen. Die worden gefaciliteerd en zo kan dat groeien. Dat is deels afhankelijk van de specialist en het team daar omheen. Op die manier krijg je concentratie, liever dan specialisatie. Daar hebben deze ambitieuze specialisten vaak wel weer de infrastructuur van het ziekenhuis voor nodig.” Privé of keten? Als het gaat om innovatie en de ont- wikkeling en het gebruik van medi- sche technologie, is een investering nodig. En dat vraagt weer om een grote patiëntenstroom. Een privékli- niek kan prima werken als de klacht eenduidig is en patiënten weten dat ze daar goed geholpen worden. “Maar er bestaat geen pijn-op-de-borst-kliniek. Als je die op zou willen zetten heb je een speciale CT-scanner nodig. Het kan niet zo zijn dat je die maar één keer per dag gebruikt, want dan is het een hele dure. Je moet dus grote volu- mes draaien om dat er uit te kunnen halen. Plus zo’n apparaat vraagt om speciale voorzieningen, zoals stroom- voorziening en een geschikte ruimte. Dan hebben we het nog niet eens over ondersteunende diensten, zoals een la- boratorium.” Het klinkt eenvoudig om een privékliniek te starten, maar zo eenvoudig is het niet. Smits vindt dan ook dat onderschat wordt waar een regulier ziekenhuis in de praktijk mee bezig is: het Maasstad bijvoorbeeld pleegt nieuwbouw voor 240 miljoen en zet daar voor 70 miljoen aan appara- tuur in, plus een enorme druk op het computernetwerk en het ziekenhuis is daarnaast met 3.000 werknemers een grote werkgever. “En dan vind ik eigenlijk nog dat het te klein is. Liever zie ik in Nederland een keten van zo’n vier grote ziekenhuizen, dan kun je echt iets goeds neerzetten om de com- plexiteit van de wereld aan te kunnen. En er gaat de komende tien jaar veel op ons afkomen. In mijn ogen is zelfs mijn ziekenhuis daarvoor te klein.” n
  • 18. 18 Medische Technologie Een publicatie van Reflex Uitgeverij UNIT4 ontwikkelt en levert be- drijfssoftware. Peter Rouwhorst is commercieel verantwoordelijk voor de gezondheidszorg, waarvoor het be- drijf een elektronisch cliëntendossier heeft ontwikkeld. Softwaretoepas- singen voor het ‘care’ segment, ter on- derscheiding van het ‘cure’ segment, dat zich duidelijk richt op genezing. “Care gaat over langdurige zorg. Pati- ënten in een verpleeghuis of bewoners van een gehandicapteninstelling. Aan deze markt bieden wij UNIT4 Cura, een elektronisch cliëntendossier.” Het ECD was lang het persoonlijke domein van een zorginstelling: de ge- gevens werden door zorgverleners ge- registreerd en voor hun eigen werk bij- gehouden. Nu ontstaat meer de trend dat familie, zoals kinderen of juist ou- ders, graag inzicht willen in de cliën- tgegevens en dus de behoefte hebben om in het elektronisch cliëntendossier mee te kijken. “Veel ouders vinden het bijvoorbeeld van belang om te weten welke activiteiten hun kind in een in- stelling voor gehandicapten ontplooit. Wat doet hij vandaag, wat gebeurt er met hem? Kan ik wellicht met hem communiceren? Een grote omslag, te vergelijken met het invoeren van in- ternetbankieren.” Toename kwaliteit Met de invoering van een ECD als UNIT4 Cura neemt de kwaliteit van registratie toe, omdat de zorgverle- ners weten dat er over hun schouder wordt meegekeken. Daarmee zijn ze zich ook meer bewust van wat opge- schreven wordt en handelen daar ook meer naar. Helemaal doorvertaald zou je kunnen stellen dat deze trend de uiteindelijke kwaliteit van de zorg ten goede komt. “Zorginstellingen willen ook opener zijn en meer vertel- len waar ze mee bezig zijn. Daar past de ontwikkeling van een elektronisch cliëntendossier prima bij. Een maat- schappelijke verantwoording.” Het systeem biedt verschillende modali- teiten: software om een elektronisch zorgleefplan op te stellen en gegevens vast te leggen, maar ook om te com- municeren. Met de aansluiting op het Landelijk Schakel Punt (LSP) is bre- dere toepassing mogelijk. De veilig- heid is ook in het ECD gewaarborgd: gebruikers krijgen een login die te vergelijken is met die van het huidige bankwezen. n gastbijdrage  UNIT4 ECD voor transparantie en communicatie Digitaal communiceren met iemand in een verpleeghuis of instelling voor gehandicaptenzorg. Of inzicht krijgen in gegevens. Het kan. Peter Rouwhorst, Commercieel Directeur Gezondheidszorg artikel  social media Concrete invulling voor abstracte begrippen Auteur: Cor Dol Social media als Hyves, Facebook en LinkedIn worden vooral gezien als leuke mogelijkheden om relaties te on- derhouden. Maar hoe kunnen ze helpen de gezondheidszorg te verbeteren? Breedband-internet en mobiel internet geven ons de mogelijkheid om continu digitaal bereikbaar te zijn. Communi- catie via het web verschuift de laatste jaren steeds meer van het inmiddels vrij ouderwetse e-mailen naar de snellere social media. Daarmee verandert ook de manier van communiceren, het wordt een dialoog van velen naar velen en vice versa.Informatiewordtveeltoegankelij- ker: delen is het nieuwe woord. Meer en meer komen ook bedrijven en instellin- gen tot het inzicht dat social media een uitdagend communicatiemiddel zijn. Experimenteren Liesbeth Meijnckens is expert, die ook dagelijks in zorgorganisaties aan het werk is met het onderwerp social me- dia. “In feite is het niet meer dan een communicatiemiddel en het gaat er om hoe je het middel kunt gebruiken om je doelstellingen te realiseren. Deze vraag komt vanuit allerlei instellingen in het brede spectrum van de zorg. Je moet het instrument eerst goed leren kennen voordat je kunt bepalen wat je er eigenlijk mee kan.” Dat lijkt vanzelf- sprekend, maar is het niet. Er wordt de suggestie gewekt dat veel organisatie social media al inzetten als volwaardig communicatiemiddel, maar er wordt vooral veel geëxperimenteerd. In die fase zitten veel organisaties: ga eerst eens kennismaken, ervaring opdoen en zien wat je doelgroepen doen op social media. Vanuit organisaties bestaat de neiging om direct zelf iets te maken en te ontwikkelen. Maar soms wordt het gesprek al gevoerd op de social media en hoef je alleen maar aan te sluiten, of kun je helpen om de community te faci- literen. Wat vaak nog geleerd moet wor- den is webcare: hoe reageer je en inter- venieer je in een discussie die gaat over je organisatie of merk? Welke bijdrage kun enwil je leveren? En: wat doe je met negatieve uitingen over je organisatie of medewerkers? Iedere communicatie- professional behoort de spelregels van webcare te kennen en de geleerde les- sen uit de beschikbare casussen. Praktijkgevallen Voorbeeldenzijnergenoeg.Patiëntenen hun familie organiseren zich actief op Hyves. Soms in samenwerking met een patiëntenorganisatie. Via social media delen patiënten hun persoonlijke erva- ringen: zo krijgen ze feedback en steun en betekenen tegelijkertijd ook iets voor anderen. Artsen houden spreekuur via twitter: snel en efficiënt antwoord. Medewerkers van zorgorganisaties pre- senteren zich op social media om daar informatie en foto’s of video’s te delen. Online platforms als YouTube worden gebruikt om relevante informatie vind- baar en toegankelijk te maken voor een groot publiek. Social media inspireren zorgaanbieders tot het ontwikkelen van allerlei nieuwe concepten: digitale poli’s en zelfmanagement-tools bij- voorbeeld. En in oktober meldden zich 25.000 nieuwe orgaandonoren dankzij een actie op Hyves. Meijnckens: “Het vereist een omslag in de wijze van com- municeren. Het is direct interactief en dat is het meest ingewikkeld. Een af- deling communicatie is gewend te re- gisseren en te sturen welke informatie naar buiten wordt gebracht. Het gaat nu van informeren naar wederzijds com- municeren en social media vormt een extra zendkanaal. Om de volle potentie van social media te gebruiken kost tijd; daar zijn we nu nog niet. Het vraagt om daadwerkelijke verdieping in de doel- groep en relaties opbouwen.” Van abstract naar concreet Socialmediakunnengebruiktwordenom een groot bereik te creëren, de informatie wordt beschikbaar op plekken waar veel mensen zijn. Niet iedereen komt naar de website van een zorgverlener. Sterker nog: websites van ziekenhuizen worden niet altijd bezocht door de doelgroep waar ze in feite voor gemaakt zijn. Verder kan veel content op een andere manier aangebo- den worden. Social media zijn hangplekken en dus vindplaatsen voor infor- matie. Zorginstellingen doen er goed aan om com- munities te faciliteren om zo ervaringen en informa- tie te delen met patiënten en hun familie. Abstracte begrippen als ‘vraagge- stuurd’, ‘cliënt centraal’ en ‘empowerment’ krijgen op die manier een concrete invulling. Mayo Clinic De Amerikaanse Mayo Clinic wordt vaak aangehaald als voorbeeld van hoe een zorginstelling social media kan ge- bruiken. Liesbeth Meijnckens: “Ze zor- gen ervoor dat ze via veel verschillende kanalen zichtbaar en vindbaar zijn, ook de communicatie aangaan en online een community creëren van medewerkers, behandelstaf, patiënten, naasten. Dat gebeurt bijvoorbeeld via sharingmayo, een blog waarin mensen hun ‘mayover- haal’ delen. Gefaciliteerd door de kliniek om uiteindelijk een bepaalde reputatie op te bouwen.” Onlangs zocht het UMC Radboud contact met de Mayo Clinic om kennis en kunde over de inzet van social media te delen. In oktober ging het Global Social Media Health Network officieel van start. Door de inzet van so- cial media wi het internationale netwerk zich inzetten om wereldwijd de gezond- heid te bevorderen en de gezondheids- zorg te verbeteren. Allerlei zorggerela- teerde organisaties worden opgeroepen om zich aan te sluiten bij het netwerk om kennis en ervaring over de inzet van so- cial media in de zorg te delen. n
  • 19. Medische Technologie 19Een publicatie van Reflex Uitgeverij Meldt u vandaag nog aan via: www.studiearena.nl of bel 035-5394005. Meldt u vandaag nog aan via: www.studiearena.nl of bel 035-5394005. Wat kunnen mensen met dementie nog wel? Die vraag krijgt speciale aandacht tijdens een nieuwe editie van het landelijk congres Moderne Dementiezorg. Vernieuwende ontwik- kelingen uit de dagelijkse dementie- praktijk worden gecombineerd met de laatste inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Ontmoet mensen met uiteenlopende achtergronden, die één ding delen: betrokkenheid bij goede dementiezorg. Wat kan technologie betekenen voor de zelfredzaamheid van cliënten, voor nieuwe zorgconcepten en de beschik- baarheid van zorg bij oplopende krapte op de arbeidsmarkt? Een uniek congres- programma waarin de praktische mogelijkheden van zorgtechnologie en de implementatie van techniek in het zorgproces centraal staan. Keynote spreker: prof.dr. Luc de Witte, hoogleraar Technologie in de Zorg. 30 workshops over: Zelfredzaamheid Techniek in woonomgeving Zorg op afstand Monitoring en medische zorg thuis Dwaaldetectie Bewegen Revalidatie Arbeidsondersteunende techniek Elektronisch cliënten dossier 36 workshops over: Ketenzorg Kleinschalig wonen Communicatie Activiteiten Medicatie en behandeling Speciale cliëntgroepen Familieparticipatie en mantelzorg Invloed omgevingsfactoren en techniek Landelijk CongresLandelijk Congres Moderne Dementiezorg Innovatieve Technologie in de Langdurende Zorg 23 november 2010 - NBC in Nieuwegein9 november 2010 - NBC in Nieuwegein Innovaties in de zorg voor mensen met dementieMaak kennis met de mogelijkheden van zorgtechnologie! Partners: Advertentie  artikel  Innovatie Award Zorgtotaal en Zorg & ICT Nonprofit en profit sector vinden elkaar artikel  Luc de Witte Langdurige zorg snakt naar vernieuwing Duidelijk is dat zaken in de zorg zullen moeten veranderen. Zeker voor de langdurige zorg. AUTEUR: Annelies Roon Elke twee jaar komen twee vakbeur- zenvoorprofessionalsindezorgsa- men onder één dak: Zorgtotaal en Zorg & ICT. Zorgtotaal richt zich op iedereen die werkzaam is in de intramurale- en de thuiszorg; Zorg &ICT is een platform voor ICT toepassingen en -diensten in de zorgsector. Vorig jaar werd tijdens deze beurzen voor de eerste keer de ‘Innovatie Award Zorgtotaal en Zorg & ICT’ uitgereikt, een zeer direct en krachtig instrument om innovaties in de zorg te stimuleren en een brede be- kendheid te geven. Elke exposant van de gezamenlijke beurs kan meedingen naar de Innova- tie Award. De prijs voorziet in meer- dere behoeften, meent Rob Pranger, ju- ryvoorzitter voor de Innovatie Award. “Er bestaat enorm veel innovatie in de medische en verzorgende wereld. Deze prijs bedient feitelijk het snijvlak tus- sen het bedrijfsleven en de zorg. Door bepaalde innovaties aan te wijzen als zeer geslaagd, geef je aan waar inno- vaties gevonden zijn die optimaal in bestaande behoeftes voorzien.” Op die manier krijgt het innovatieve werk in de zorgbranche extra waardering, en worden bedrijven gestimuleerd om hun innovaties actief te promoten. Om geen appels met peren te vergelij- ken is de inzending voor de Innovatie Award opgesplitst in zes segmenten: revalidatie, verpleging, voeding, facili- tair, ICT en technologie. Voor alle seg- menten geldt ondermeer het criterium dat de innovaties direct inzetbaar en algemeen bruikbaar moeten zijn en bo- vendien moeten leiden tot kwaliteits- verbetering van het zorgproces en/of de zorgomgeving. “Dat hoeven echt niet altijd hele dure innovaties te zijn, zoals de MRI scan er ooit één was”, onder- streept Pranger. “Vorig jaar zat er onder de inzendingen een soort luchtbed dat gemakkelijk mee naar boven genomen kon worden waarmee het eigen bed op een juiste hoogte voor verzorging kon worden ingesteld. Je kunt je thuissitu- aties voorstellen waarbij zo’n innovatie een uitkomst is. Door de omvang en di- versiteit van het aanbod, is het heel las- tig om een innovatie aan te wijzen die er ‘het meest’ toe doet. Maar de jury is zeer divers samengesteld: van profes- soren tot consultants tot diëtisten. We hebben bij elkaar dus voldoende kennis om een zinnig oordeel te vellen.” “De mooiste innovaties zijn de innova- ties waardoor mensen met een beper- king toch een autonoom leven kunnen leiden”, vindt de juryvoorzitter. “Of verbeteringen waarbij ICT -toepassin- gen het verblijf in een ziekenhuis aan- merkelijk aangenamer kunnen maken. Ik vind het prachtig om te zien hoe de profit en non-profit sector elkaar hierin vinden.” n Auteur: Cor Dol Luc de Witte is hoogleraar technologie in de zorg, verbonden aan de Uni- versiteit van Maastricht en de Hoge- school Zuyd te Heerlen. Zeker met het oog op langdurige zorg (“eigenlijk alles wat zich buiten het ziekenhuis afspeelt”) ziet hij dat veranderingen noodzakelijk zijn. “Als we zo doorgaan zullen we het niet kunnen volhouden. De langdurige zorg-patiënten zullen in toenemende mate in hun eigen woon- omgeving moeten blijven. Als we de intramurale plekken, het personeel en het geld ervoor niet hebben, dan moet je iets anders verzinnen. Die trend is duidelijk: er verschijnen voortdurend rapporten over het onderwerp.” Oplossingen! Rapporten te over, maar uiteindelijk gaat het om oplossingen. Die ziet De Witte duidelijk in technologische op- lossingen die zorgprocessen kunnen ondersteunen. “Maar er moeten ook an- dere zorgconcepten komen. We moeten vormen vinden waarin mensen elkaar meer ondersteunen. Er wordt koorts- achtig gezocht naar vormen om het op een andere manier te doen.” Veel oplos- singenzoekenhetinintelligentetoepas- singen van het internet, zoals Health 2.0. “Het zijn uiteindelijk allemaal po- gingen om meer regie en verantwoor- delijkheid bij de patiënt zelf te leggen. Verder wordt veel gewerkt met zorg op afstand met behulp van domotica.” De technologische toepassingen in huis zijn vaak afkomstig uit luxe gebruik, die nu hun weg naar de zorg vinden. Do- motica kan bijvoorbeeld dementerende ouderen waarschuwen dat het gas nog aanstaat of het bad overloopt. Langer thuis wonen Langer thuis wonen is al een aantal ja- ren overheidsbeleid en technologie kan daarbij helpen. In de thuiszorg wordt gebruik gemaakt van zogenoemde Zorg TV: de thuiszorgorganisatie komt niet meer standaard langs, maar de patiënt heeft via een tv-verbinding contact. Op basis van dat contact wordt vastgesteld of er iemand langs moet komen. “Op die manier kan veel efficiënter gewerkt worden. Het vraagt om een totale om- schakeling in het denken en proces- sen in de zorg. Daar zit volgens mij de grootste hindernis. Technisch kan heel veel, maar de aanpassing van proces- sen kost veel tijd.” Op termijn ziet De Witte ook het gebruik van robots op- komen. “Geen blikken zusters, maar geautomatiseerde systemen die auto- noom handelingen kunnen verrichten. Zo is er een robot die automatisch hap- jes eten naar de mond van een patiënt brengt, die daar zo lang over kan en mag doen als hij wilt. Of een robot die een patiënt helpt met het aantrekken van steunkousen. Waarom niet? Het maakt de zorg zelf juist menselijker.” n Meer informatie Voor de Innovatie Award Zorgtotaal en Zorg & ICT 2011 kan binnenkort weer worden ingezonden. www.zorgtotaal.nl.
  • 20. Deze advertentie is mede mogelijk gemaakt door Reflex Uitgeverij Er gaat een wereld voor hen open Dankzij medische technologie kunnen mensen met een spierziekte... Bij mensen met een spierziekte verzwakken de ademhalingsspie- ren in de loop der jaren en wordt beademing noodzakelijk. Mede dankzij beademingsapparatuur is de gemiddelde levensverwach- ting voor jongens met de ziekte van Duchenne, zoals Maik en Niek, verhoogd van 20 naar 30 jaar. ….langer leven Medische technologie zorgt er- voor dat medicatie effectiever toegepast kan worden. Antonio heeft de ziekte van Parkinson en krijgt sinds een paar jaar medi- catie rechtstreeks in zijn dunne darm door middel van een pomp. Dankzij deze behandeling zijn de mogelijkheden van Antonio sterk verbeterd. ….een behandeling krijgen Dankzij technische aanpassingen kunnen mensen met een spier- ziekte, zoals Wil, langer zelfstan- dig wonen. Mensen die afhanke- lijk van een rolstoel zijn, kunnen bijvoorbeeld automatisch een deur openen, met een afstands- bediening het licht bedienen en door tilliften in bed of in bad ge- holpen worden. Een spierziekte beperkt men- sen in hun bewegingsvrijheid en maakt hen afhankelijk van hulp. Gelukkig wordt deze hulp steeds meer geboden door nieuwe tech- nologieën. Dankzij haar rolstoel en andere technische aanpassin- gen is Anne vrij om te bewegen en zo min mogelijk afhankelijk van hulp. ….zich vrij bewegen ….langer zelfstandig wonen Steun het Prinses Beatrix Fonds Meer dan 200.000 mensen in Nederland hebben een spierziekte of bewegingsstoornis. Patiënten met deze diagnose weten dat ze steeds verder achteruit gaan en er meestal geen genezing mogelijk is. Het Prinses Beatrix Fonds financiert wetenschappelijk onderzoek en zet zich in om de mogelijkheden voor patiënten te verbeteren. Help mee! Word donateur en meldt u aan op www.prinsesbeatrixfonds.nl. Ook als bedrijf kunt u het Prinses Beatrix Fonds steunen. Wij komen graag in contact met bedrijven die interesse hebben in een samen- werking. Er zijn verschillende sponsormogelijkheden, maar denk ook eens aan een kleine maandelijkse salarisdonatie of een collectebus bij de receptie van uw bedrijf. Samen met u denken we graag na over de beste manier van samenwerking. Neem contact met ons op via 070-3607607 of mail info@prinsesbeatrixfonds. www.prinsesbeatrixfonds.nl