Your SlideShare is downloading. ×
 Therapeuten met een attitudeprobleem?
Upcoming SlideShare
Loading in...5
×

Thanks for flagging this SlideShare!

Oops! An error has occurred.

×
Saving this for later? Get the SlideShare app to save on your phone or tablet. Read anywhere, anytime – even offline.
Text the download link to your phone
Standard text messaging rates apply

Therapeuten met een attitudeprobleem?

91

Published on

De Vlaamse Overheid stimuleert het gebruik van proces en outcome monitoring in de geestelijke gezondheidszorg. De vraag is of hulpverleners warm lopen voor deze beloftevolle methodiek. Niet dus! …

De Vlaamse Overheid stimuleert het gebruik van proces en outcome monitoring in de geestelijke gezondheidszorg. De vraag is of hulpverleners warm lopen voor deze beloftevolle methodiek. Niet dus!
In deze presentatie wordt de kern van het probleem geschetst, worden de uitdagingen voor de verschillende actoren uit het werkveld geformuleerd en wordt een implementatie- en vormingsproces met QIT online toegelicht. De presentatie eindigt met een stand van zaken rond de wetenschappelijke onderbouwing van dit implementatieproces.

Published in: Health & Medicine
0 Comments
0 Likes
Statistics
Notes
  • Be the first to comment

  • Be the first to like this

No Downloads
Views
Total Views
91
On Slideshare
0
From Embeds
0
Number of Embeds
2
Actions
Shares
0
Downloads
0
Comments
0
Likes
0
Embeds 0
No embeds

Report content
Flagged as inappropriate Flag as inappropriate
Flag as inappropriate

Select your reason for flagging this presentation as inappropriate.

Cancel
No notes for slide

Transcript

  • 1. Therapeuten met een attitudeprobleem? HET VERANDEREN VAN DE MONITORINGATTITUDE DOOR VORMING EN GEFASEERDE IMPLEMENTATIE SMITS DAVE KU LEUVEN QIT VZW
  • 2. Wat is eigenlijk het probleem?  Monitoring werkt toch… (meestal)  Negatieve evoluties kunnen worden gedetecteerd  Effectiviteit en efficiëntie neemt toe  Drop out risico verminderd  Dosis response ratio wordt geoptimaliseerd (Shimokawa, 2010)  Beschikbaarheid van gebruiksvriendelijke systemen neemt toe  Monitoring heeft sex-appeal…  Cliënten: „positief‟, „professioneel‟, „therapeutisch, „respectvol‟  Beleidsmakers: bruikbaar beleidsinstrument  Onderzoekers: enorme rijke database  Overheden: hervormingen, financiering, …
  • 3. Dit is eigenlijk het probleem? Sex-appeal bij hulpverleners?  67%: Géén gebruik zelfs indien overtuigd van meerwaarde voor cliënten (Walter et al., 1998; Willis et al. 2009)  „Aarzelend‟, „afwachtend‟, „wantrouwig‟ of „erg negatief‟ (Trauer et al. 2009)  Verplicht gebruik leidt tot  Onbetrouwbare & onvolledige data,  Meer afgebroken monitoring-trajecten,  Lagere participatiebereidheid cliënten (Walter et al., 1998)  Meer storende dan helpende therapieprocessen (Smits et al., in press)  Geen positief effect op therapie-uitkomst (De Jong et al., 2012)
  • 4. Dit is eigenlijk het probleem! Bereidwilligheid van hulpverleners is cruciaal om klinisch zinvol te monitoren Hulpverleners tonen veel „weerstand‟ tegen monitoring in hun dagelijkse praktijk
  • 5. Quiz!! Wat zijn de 5 meest gerapporteerde obstakels om met monitoring te starten?
  • 6. Quiz!! 1. Ik heb daar geen tijd voor. 2. Ik heb dit niet nodig /Past niet bij mijn manier van werken. 3. Mijn cliënten willen dat niet! 4. Ik vertrouw het niet: Wat gebeurt er met de data? 5. Ik weet er te weinig van/ Ik kan dat niet.
  • 7. Uitdagingen in de praktijk Monitoringsysteem  Gebruiksvriendelijkheid  Internetgebaseerd  Stabiel en veilig  Makkelijk interpreteerbaar (geen statistiek!)  Betrouwbaar & valide  Flexibel  Betaalbaar en  Klinisch relevant
  • 8. Uitdagingen in de praktijk Organisatieklimaat  Learning environment  Groeiondersteunend vs Evaluerend/controlerend  Veiligheid en transparantie    Wie doet wat en hoe met welke gegevens? Op voorhand Schriftelijk?  Gedragen & genuanceerde visie  Feedbackcultuur vs meetcultuur  (Blijvende) ondersteuning en integratie    Inbedding in teamwerking (super- en intervisie) Cross-casus feedback op teamniveau Nieuwe personeelsleden
  • 9. Uitdagingen in de praktijk Implementatieproces  Proceskarakter van gedragsverandering  Readiness to Change (Parker & Parikh, 2001; Holt et al., 2007)  Verscheidenheid en eigenheid aan actoren  Beleidsmedewerkers, team-coördinatoren, clinical leaders, hulpverleners  Verschillende snelheden van verandering  Innovators, early adaptors, early majority, late majority, laggards (Rogers: Diffusion of innovations, 1995)  Centrale rol van „trekkers‟ of „clinical leader‟   Mandaat van beleid én teamleden: tijd & ondersteuning Identificatie met werkwijze en implementatieproces  Communicatie-plan
  • 10. Uitdagingen in de praktijk Vorming  Attitude-verandering:   Openheid en sensitiviteit voor feedback Bereidheid tot kritische zelf-reflectie  Kennis   Protocol, instrumentarium, feedbackrapporten Software-programma  Klinische vaardigheden     Engageren, motiveren van cliënten Terugkoppelen van feedback Herstellen van alliantiebarsten,… Omgaan met sociale wenselijkheid, tegenstrijdige informatie, …
  • 11. En tot slot…  … een lange adem en goede conditie! “First they ignore you, then they shame you, then they fight you, … Then you win” (M. Ghandi)
  • 12. Implementatieproces QIT online Fase I: Voorbereiding  Met beleidsverantwoordelijken   Visie, doelstellingen Doel: Financiële, logistieke, personele & contractuele bepalingen  Met uitvoeringsverantwoordelijken  Kwaliteits- of teamcooördinator, clinical leader, werkgroepleden  Doel: Concretiseren van implementatie- en communicatieplan, Maatwerk van organisatie-context  Analyse van faciliterende en inhiberende factoren  Korte termijn (implementatie) & lange termijn (integratie) plan 
  • 13. Implementatieproces QIT online Fase II: Introductie: monitoring en QIT online  Doelgroep  Alle potentiële gebruikers binnen een organisatie, afdeling of team  Doel       Gelijke startinformatie Attitude verandering initiëren Organisatieklimaat (Readiness to change) inventariseren „Weerstanden‟ kanaliseren Onderlinge dialoog stimuleren Enthousiasmeren en engageren  Werkwijze  Presentatie & stellingen-spel
  • 14. Implementatieproces QIT online Fase III: Vorming: QIT online in de praktijk  Doelgroep  Pilootgroep: „Innovators‟, „early adaptors‟ & „willing majority‟  Doel  Positieve attitude versterken Belang van feedbackcultuur  Ahv Ervaringsgerichte oefeningen   Informatie verstrekken Protocol, instrumentarium, feedbackrapporten, software-systeem  Ahv Presentatie, Handleiding, …   Technische vaardigheden   Software-systeem Klinische vaardigheden aanleren  Ahv Didactische video‟s, rollenspelen
  • 15. Implementatieproces QIT online Fase IV: Integratie en ondersteuning  Doelgroep  Pilootgroep  Doel  Verdiepen en verbreden van klinische vaardigheden Workshops, rollenspel, didactische video‟ s,…  Team-intervisie   Optimaliseren van „QIT online‟ Organisatie-kenmerken, noden en verwachtingen  Feedback aan werkgroep en beleid    Verspreiden van „best practices‟ & „best failures‟ Faciliteren van integratie in teamwerking Cross-casus data feedback: teamreflectie  Team-intervisie 
  • 16. Wetenschappelijke onderbouwing Ontwikkeling van Monitoring Attitude Schaal (MAS)  Bron  Aangepaste en vertaalde versie van de OMQ-R (Willis, Dean, & Coombs, 2009)  23-Items, Likert-schaal met 6 antwoordmogelijkheden  Doel  De monitoringattitude (-veranderingen) meten  Klinische gebruik   Organisatieklimaat inventariseren ifv implementatie-strategie Vormings- en implementatieonderdelen identificeren die positief ingrijpen op attitude en bereidwilligheid
  • 17. Wetenschappelijke onderbouwing Participanten      189 hulpverleners; 9 ambulante en 3 residentiële settings Geslacht: 25.3% Mannelijk; 74.7% Vrouwelijk Leeftijd: Gem. = 40.3 j (24 – 70 j) Klinische ervaring: Gem. = 11.16 j (1 – 38 j) Opleiding:    38.8% Master; 27.1% Bachelor; 23.5% Postgraduaat, 8.8% Sec. onderwijs 57.6% Therapie-opleiding; 34.7% Geen Therapie-opleiding Werksetting:  31.8% Res.; 28.8% Gesubs. ambulante setting; 26.5% Privé-praktijk; 8.8% Andere
  • 18. Wetenschappelijke onderbouwing Resultaten    Eén algemene attitude-factor; Gemiddelde score = 98,18 Géén significante verschillen ovv   Geslacht , leeftijd of klinische ervaring Wél significante verschillen ovv Opleidingsniveau  Master > Bachelor  Therapieopl. > Géén therapieopl.  Werksetting  Zelfst. > Resident. > CGG/CAW... 
  • 19. Wetenschappelijke onderbouwing Conclusie  Niet klinische ervaring, leeftijd of geslacht, maar werkcontext en opleidingsgraad bepalen de monitoring attitude van hulpverleners   Hoger opgeleide hulpverleners met therapie-opleiding, werkend in zelfstandige praktijk hebben meest positieve monitoringattitude Uitdaging voor de gesubsidieerde GGZ!! Omvangrijke groep hulpverleners  Hoog risico op top-down implementatie, met te verwachte negatieve gevolgen op attitude (cfr Nederland) 

×